5. Bijlage 6 Milieueffectrapport MER Zuidas - De Flanken, deel A.pdf
Tekst van het document
blad 80 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
8.3.3
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Landschap Er is geen open, agrarisch landschap meer aanwezig in het plangebied. Op dit onderdeel scoren alle alternatieven daarom neutraal (0). De beoordeling over het stedelijke landschap is opgenomen in de paragraaf Ruimtelijke kwaliteit 9.3.3 in het hoofdstuk over Ruimtelijke ordening en economie. tabel 20 Beoordeling aspecten archeologie, cultuurhistorie en landschap
Criterium
Archeologie Cultuurhistorie Landschap
8.4
Subcriterium bekende archeologische waarden archeologische trefkans historisch-geografische waarden historisch-bouwkundige waarden landschappelijke waarden
Alternatief 1 (100%)
Alternatief 2 (85%)
Alternatief 3 (115%)
0 0 0
0 0 0
0 0 -0
Gevoeligheidsanalyse volledige ontwikkeling van voorgenomen plannen VU/VUmc Ten aanzien van archeologie, historische geografie en historische bouwkunde gelden geen afwijkende effectbeoordelingen indien de voorgenomen plannen bij VU/VUmc gerealiseerd worden. Ten aanzien van landschap geldt dat door de kwaliteitsimpulsen die aan het gebied van VU/VUmc gegeven worden de kwaliteit van het landschap van het Flankgebied Kenniskwartier omhoog gaat. De effectbeoordelingen voor de totale Flanken ontwikkeling verandert niet, maar voor het deelgebied Kenniskwartier is wel sprake van een positieve ontwikkeling.
8.5
Doorkijk naar "Het Dok" Ten aanzien van archeologie, historische geografie, historische bouwkunde en landschap gelden geen afwijkende effectbeoordelingen indien Het Dok wordt gerealiseerd.
blad 81 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
9
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Ruimtelijke ordening en economie Voor ruimtelijke ordening en economie is een aantal aspecten van belang om mee te wegen in deze m.e.r.. Dit betreft de aspecten sociale veiligheid, barrièrewerking en stedelijk landschap/ruimtelijke kwaliteit. Gezamenlijk maken deze aspecten mede onderdeel uit van een goede ruimtelijke ordening en bepalen zij de aantrekkelijkheid van het gebied. In de Visie Zuidas, zoals deze is vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam op 9 september 2009, staat een uitgebreide beschrijving van de huidige situatie en ambitie van het Zuidas-gebied. Voor de diverse aspecten die in dit hoofdstuk geanalyseerd zijn, is grotendeels gebruik gemaakt van deze Visie Zuidas.
9.1
Referentiesituatie In de Zuidas staat momenteel circa 1.5 miljoen m2 bebouwing met een grote diversiteit aan hoogwaardige functies, waar dagelijks zo'n 50.000 verschillende mensen gebruik van maken. De internationale banken ABN AMRO en ING hebben hier hun hoofdkantoor en diverse grote advocatenkantoren en toonaangevende adviesbureaus zetelen in de Zuidas. Daarnaast zijn internationale bedrijven en instellingen gevestigd in het World Trade Center (WTC) en is het nationale congres en tentoonstellingencentrum RAI gesitueerd in de Zuidas. De kantoren en instellingen worden in de Zuidas zelf of in de directe nabijheid gefaciliteerd door een veelheid aan voorzieningen, waaronder hotels en horeca, sportcentra, kinderopvang en diverse scholen.
9.1.1
Sociale veiligheid Het plangebied van de Flanken van de Zuidas wordt in de Visie Zuidas in de referentiesituatie getypeerd als een hoogstedelijk gebied, waar thans de functie kantoren, in combinatie met diverse grootschalige voorzieningen (zoals de RAI, Van den Ende-theater, etc.) aanwezig zijn. Het stedelijk leven in de Zuidas vindt voornamelijk nog in de afzonderlijke deelgebieden plaats. Alleen het Zuidplein en de gebieden bij Mahler met het Mahlerplein en Gerschwin hebben een behoorlijke gebruikersdichtheid in de buitenruimte. Het station Zuid vormt tussen de noordflank en de zuidflank de belangrijke schakel. De kantoorgebouwen worden door de week druk bezocht, hetzelfde geldt voor de onderwijsinstellingen in de plangebieden Fred. Roeskestraat en grenzend aan het Kenniskwartier. De diverse parkeergarages zijn goed en vrij toegankelijk, ruim opgezet en goed verlicht, hetgeen het gevoel van veiligheid ten goede komt. De Zuidas is in de referentiesituatie reeds te typeren als een gebied met een hoge dichtheid in geconcentreerde vorm. Overdag, zoals is aangegeven, zijn er veel mensen in het gebied aanwezig, waarbij deze zich op enkele plaatsen (zoals het Zuidplein) concentreren. Door de aanwezigheid van (veel) mensen en een nette, goed bijgehouden openbare ruimte wordt het gevoel van veiligheid versterkt.
In de avondsituatie is er als gevolg van het hoge percentage kantoren sprake van een duidelijk lagere aanwezigheidgraad in de buitenruimte dan overdag. Bij diverse functies, zoals de RAI, station Zuid en het Van den Ende theater, is ook in de avondsituatie sprake van een relatief hoge dichtheid van mensen, hetgeen het veiligheidsgevoel versterkt. Voor
blad 82 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
de gebieden van de Zuidas die grenzen aan de woongebieden aan de noord- en zuidzijde geldt ook dat het gevoel van veiligheid hier groter zal zijn dan te midden van een kantorenblok. Echter in de gehele Zuidas is sprake van overzichtelijke wegen en openbare ruimtes, goede verlichting en weinig 'donkere hoeken' waardoor er reeds veel voorwaarden zijn om veilig gevoel in de avondsituatie te waarborgen.
9.1.2
Barrièrewerking De Zuidas kan vanuit de lucht in drie onderdelen getypeerd worden: de noordflank, de infrastructuurbundel A10, spoor en metro en de zuidflank. Ook vanaf het maaiveld geldt deze typologie. De voornaamste barrière wordt gevormd door de infrastructuurbundel die weliswaar verhoogd zijn gesitueerd, maar duidelijk het gebied in twee delen scheidt. Daarnaast geldt ook dat de verhoogde kruising Strawinskylaan met de Parnassusweg en de Beethovenstraat als barrière in het gebied aangemerkt kunnen worden. Om vanuit de noordflank de zuidflank te kunnen bereiken en vice versa zijn er drie verbindingen onder de infrastructuurbundel door. Deze verbindingen zorgen ervoor dat het gebied wel geheel bereikbaar is, maar als geheel blijft de barrière door de hoofdinfrastructuur prominent aanwezig. In een hoogstedelijk gebied kunnen door een onduidelijke verkeersstructuur en het ontbreken van voldoende openbare plekken barrières ervaren worden door aanwezigen. Echter gezien de vormgeving van de bestaande stadsstraten en de aanwezigheid van voldoende (hoogwaardige) openbare plekken kan voor de Zuidas gesteld worden dat hier niet of nauwelijks sprake van is. Ten slotte geldt qua oversteekbaarheid in de referentiesituatie de De Boelelaan ook als aandachtspunt vanwege de drukte gedurende de spitsperioden.
9.1.3
Stedelijk landschap / Ruimtelijke kwaliteit De Zuidas wordt momenteel gekenmerkt door een stedelijk milieu dat in ontwikkeling is. Oude en nieuwe bebouwing staan direct naast elkaar waarbij de nieuwe bebouwing door de hogere dichtheid domineert. In afwisselend patroon is de oudere bebouwing in lagere dichtheid herkenbaar. Dit is onder meer het geval in de deelgebieden Vivaldi, aan de noordzijde van Strawinksy en delen van de Fred. Roeskestraat. De grootschalige gebouwen zijn hoofdzakelijk te vinden rondom het station Zuid en delen van Vivaldi. Echter ook in andere deelgebieden (zoals Kenniskwartier en Fred. Roeskestraat) zijn reeds hoge gebouwen aanwezig. Ten slotte geldt voor het deelgebied RAI dat deze een afwijkend stedelijk karakter heeft ten opzichte van de rest van de Zuidas, vanwege de specifieke functie van dit gebied. Het begrip ruimtelijke kwaliteit wordt gedefinieerd door de begrippen gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde. Op de uitwerking van deze begrippen voor de Zuidas wordt in de volgende passages nader ingegaan. De plannen voor de Zuidas zijn sinds 1998 met de totstandkoming van het hoofdkantoor van ABN AMRO in uitvoering. Sinds die tijd zijn reeds vele andere gebouwen in het gebied gerealiseerd.
Er zijn geen leegstaande gebouwen aanwezig op het terrein, wel zijn er nog op diverse plaatsen braakliggende terreinen aanwezig, waar nog gebouwen gerealiseerd
blad 83 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
(kunnen) worden. Binnen de Flanken is nu nog voornamelijk de functie kantoren aanwezig, al zijn er reeds diverse voorzieningen en ook woonfuncties in het gebied gesitueerd. Omdat het gebied nog niet geheel gerealiseerd is, geldt voor het totale gebied, dat nog niet alle delen een goede samenhang met elkaar hebben. Dit betekent voor de gebruikswaarde van het totale gebied dat deze in de referentiesituatie nog niet optimaal is. Ten aanzien van de gebruikerswaarde van de gebouwen zelf, dit wil zeggen de aanwezigheid van voorzieningen in de gebouwen en de mogelijkheid om van functie te veranderen mocht dit nodig blijken, kunnen in het kader van deze MER geen uitspraken gedaan worden. Het betreft immers de indeling en aankleding op perceelniveau. De toekomstwaarde van het gebied is hoog. Door de ligging van de Zuidas nabij tal van OV-voorzieningen kan het gebied reeds als duurzaam betiteld worden. Ook het intensieve gebruik van het gebied is van belang bij de beoordeling van de duurzaamheid: een hoge dichtheid en veel functies in een relatief klein gebied beperken de noodzaak om andere gebieden 'aan snee' te brengen. De toekomstwaarde van gebieden elders blijft daardoor meer behouden. In het plangebied van de Flanken zijn geen gebouwen aanwezig die als zodanig behoudenswaardig zijn. De belevingswaarde van de Flanken is wisselend.
Daar waar al aanzetten zijn gemaakt voor gebouwen met gevulde voorzieningenplinten, gesitueerd aan een aansprekende en compacte openbare ruimte, is de belevingswaarde hoog te noemen. Dit is het geval in het centrale gebied van Zuidas rondom het station Zuid en delen van het Kenniskwartier, waar tijdens de werkdagen een dynamisch druktebeeld is. Ook hebben de bestaande groenvoorzieningen zoals het Beatrixpark, de nabijheid van het Nieuwe Meer en het Amstelpark, een positieve invloed op de belevingswaarde. Het ontbreken van een ruimtelijke samenhang tussen de deelgebieden, de benodigde kritische massa aan gebouwen (en daarmee mensen) en het mondjesmaat aanwezig zijn van woningbouw maakt dat het totale Zuidasgebied nog niet beschouwd kan worden als een gebied met optimale belevingswaarde. De belevingswaarde wordt door de grootschalige, deels verouderde gebouwen en de grootschalige open ruimtes nog niet als hoog ingeschat. Ook de monofunctionele inrichting heeft hierop invloed. Een gebied waarin wonen, werken en andere functies met elkaar vermengd worden, wordt over het algemeen hoger gewaardeerd qua beleving dan een monofunctioneel gebied. Door de nog relatief weinige functiemenging in het gebied scoren nog niet alle gebieden qua belevingswaarde hoog.
Een uitzondering is het gebied rondom het WTC, waar kantoren, aantrekkelijke buitenruimte en de aanwezigheid van het station voor een hogere belevingswaarde zorgt.
9.2
Effectbeschrijving
9.2.1
Sociale veiligheid In de Visie Zuidas 2009 is de ambitie neergelegd functiemenging tot stand te brengen. Dit geldt zeker ook voor de flanken van de Zuidas. Functiemenging betekent dat het wonen, het werken met een grote diversiteit aan voorzieningen samen opgaan op het schaalniveau van een deelgebied en het liefst op het schaalniveau van een bouwblok. Daardoor is de conditie geschapen dat er op alle dagen van de week het gebied intensief gebruikt wordt. Het leven op straat is gediend met een rijkdom aan voorzieningen in de plint zoals winkels horeca, leisure en culturele voorzieningen. Dit is voorwaarde om levendigheid in het gebied tot stand te brengen die bijdraagt aan de sociale veiligheid.
blad 84 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Aantrekkelijk vormgegeven gebouwen en ingerichte openbare ruimte zijn ook van invloed op de beleving van sociale veiligheid. De aanzetten hiervoor zijn neergelegd in de Visie Zuidas en wordt in een latere fase uitgewerkt. Voor de beoordeling van de effecten is ervan uitgegaan dat in de plannen rekening wordt gehouden met sociale veiligheid bij de vormgeving van het gebied. Belangrijke maatregelen zijn goede verlichting van de straten, het realiseren van overzichtelijke kruispunten, oversteekplaatsen e.d. en menging van wonen met andere functies. In de Visie op de Zuidas (2009) worden in ieder geval uitspraken gedaan over de vormgeving van de buitenruimte met onderscheid tussen typologieën van straten en plekken. Uitgangspunt is dat de openbare ruimte compact moet worden vormgegeven met voldoende ruimte voor de voetgangers en dat de entrees van de gebouwen direct grenzen aan de straat. Het gebruiksgemak staat voorop en betekent dat de vormgeving van de openbare ruimte daarop moet inspelen. Zo moeten de stadsstraten met voorzieningen in de plint voldoende ruimte bieden voor voetgangers en parkeren. In straten met hoge verkeersdruk moet rekening gehouden worden met de veiligheid van de voetgangers en fietsers. Tevens vormen de onderdoorgangen onder de A10 en het spoor een punt van aandacht.
Deze onderdoorgangen kunnen een in de avonduren een sociaal onveilig gevoel oproepen, ondanks deze goed verlicht zijn. Goede verlichting is daarom een vereiste en is een maatregel om de sociale veiligheid te vergroten. Ook de gebieden tegen de infrastructuurbundel aan zullen donkerder zijn en daarom snel minder intensief gebruikt worden dan andere gebieden in de Zuidas.
9.2.2
Barrièrewerking De plannen voor de Flanken van de Zuidas zijn erop gericht een compacte stad te creëren in hoge dichtheden met een efficiënt gebruik van de ruimte. Dit stedelijke gebied krijgt (en borduurt verder op de huidige indeling conform) een structuur met stadstraten, pleinen, doorgaande wegen en verbindingen voor fiets en voetganger. Bij de ervaring van barrièrewerking speelt overigens de architectonische en stedenbouwkundige vormgeving ook een belangrijke rol. Deze uitwerking kan een barrière versterken of juist de barrièrewerking verminderen. Daarbij kan in de uitwerking rekening gehouden worden met de plaatsing van hogere en lagere gebouwen ten opzichte van elkaar, de lengte van gevelwanden, de mogelijkheden om lopend of per fiets kortere (binnendoor)routes te nemen en het beperken van donkere stukken. Barrièrewerking speelt ook bij de grotere doorgaande straten/wegen in het plangebied. Deze barrières kunnen als minder sterk ervaren worden door bij de inrichting van deze wegen rekening te houden met een goede oversteekbaarheid, overzichtelijke kruisingen en voldoende brede trottoirs. Bij realisatie van de voorgenomen ontwikkelingen, bij alle alternatieven, geldt dat er nog steeds een duidelijke barrièrewerking zal zijn als gevolg van de infrabundel A10, spoor, tram en metro.
9.2.3
Stedelijke landschap/Ruimtelijke kwaliteit Een analyse van het landschap van het plangebied leidt tot de conclusie dat het plangebied een grote verscheidenheid kent, hoewel het gebied vooral gekenmerkt wordt door vrij grootschalige bebouwing met uitzondering wellicht van de deelgebieden Fred. Roeskestraat en Beethoven.
blad 85 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
De realisatie van de plannen voor de Flanken van de Zuidas zijn gericht op het creëren van een goede gebruikswaarde van zowel de gebouwen als de buitenruimten en van het gebied als geheel. De functiemenging en de afstemming op diverse vormen van vervoer zijn van belang voor een goede gebruikswaarde van het gebied. In de visie op de Zuidas (2009) zijn uitspraken gedaan over het aanpassen van de buitenruimte op het beoogde gebruik. Dit geeft een positieve impuls aan de gebruikswaarde. Ook de toekomstwaarde van het gebied wordt positief beïnvloed door de functiemenging die wordt voorgesteld. Of de gebouwen ook toekomstwaarde hebben is afhankelijk van de architectonische vormgeving en de bouwwijzen die gekozen worden. Hierover geeft de visie op de Zuidas (2009) geen uitsluitsel. Dit is op het abstractieniveau van de plannen voor de Flanken van de Zuidas ook nog niet mogelijk en valt daarmee buiten de scope van een MER. Functiemenging heeft ook een positief effect op de belevingswaarde van het gebied. De afwisseling wordt over het algemeen als positief ervaren. Dit wordt sterk versterkt door de toevoeging van meer voorzieningen en woonfuncties, naast de nu dominerende kantorenfunctie. Ook op belevingswaarde heeft de architectonische en stedenbouwkundige invulling een belangrijk effect.
Het realiseren van continuïteit en het gebruik van duurzame materialen -zoals voorgesteld in de visie op de Zuidas (2009)- heeft naar verwachting een positief effect op de belevingswaarde, zie ook het hoofdstuk over duurzaamheid. Ten opzichte van de omgeving kan de in de visie voorgestelde opzet van het gebied op een aantal punten een sterke overheersing hebben ten opzichte van de bestaande bebouwing. Dit geldt met name aan die randen waar in minder hoge of laagbouw woningen aanwezig zijn, zoals in de Irenebuurt of grenzend aan de deelgebieden Ravel en Vivaldi. Dit vraagt om zorgvuldige inpassing in de vorm van goede stedenbouwkundige en architectonische ontwerpen.
9.3
Effectbeoordeling
9.3.1
Sociale veiligheid Bij het realiseren van de beoogde plannen neemt de sociale veiligheid naar verwachting toe. Bij de beoordeling is uitgegaan van een goed aansluitende architectuur en duidelijke functiemening, waarmee het effect als enigszins positief (++) wordt beoordeeld. De Ringweg A10 en het spoor met de drie onderdoorgangen middenin het gebied blijven echter een punt van aandacht, met name 's avonds. Een groter of minder groot programma (zoals opgenomen in de alternatieven) heeft naar verwachting weinig effect op de sociale veiligheid.
9.3.2
Barrièrewerking Realisatie van de plannen voor de Flanken van de Zuidas heeft een positief effect op het tegengaan of verminderen van de barrièrewerking. De afwisseling van functies speelt hierbij een belangrijke rol. Aangezien de infrabundel blijft bestaan en de barrièrewerking daarvan vrij groot is, wordt het effect van de realisatie van de Flanken van de Zuidas als neutraal (0) beoordeeld. Naar verwachting worden de barrières die nu ervaren worden in het gebied wel enigszins opgeheven, maar de barrièrewerking van de infrabundel is erg
blad 86 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
groot in het gebied. Een groter of minder groot programma voor de Flanken heeft naar verwachting weinig effect op de barrièrewerking.
9.3.3
Ruimtelijke kwaliteit De ruimtelijke kwaliteit wordt duidelijk positief beïnvloed door realisatie van de plannen voor de Flanken van de Zuidas. In alle drie de alternatieven is sprake van voldoende functiemening, waardoor de belevingswaarde van het gebied versterkt wordt. Ook de gebruikswaarde van het gebied wordt daarmee duidelijk versterkt ten opzichte van de referentiesituatie. Voor de toekomstwaarde geldt eenzelfde verhaal, door functiemening is het gebied minder 'vatbaar' voor bepaalde ontwikkelingen in één sector (bijvoorbeeld de woningmarkt) waardoor het gebied een toekomstvastere waarde krijgt. tabel 21 Beoordeling aspecten ruimtelijke ordening en economie
Criterium Ruimtelijke ordening en economie
9.4
Subcriterium Sociale veiligheid Barrièrewerking Ruimtelijke kwaliteit
Alternatief 1 (100%)
Alternatief 2 (85%)
Alternatief 3 (115%)
++ 0 +++
++ 0 +++
++ 0 +++
Gevoeligheidsanalyse volledige ontwikkeling van voorgenomen plannen VU/VUmc Voor de aspecten sociale veiligheid, barrièrewerking en ruimtelijke kwaliteit geldt dat de voorgenomen ontwikkelingen bij VU/VUmc in vergelijking met de plannen van de Flanken klein zijn en daarmee ook weinig invloed uitoefenen op de effecten voor de totale Flankontwikkeling. Wel hebben de voorgenomen ontwikkelingen bij VU/VUmc invloed op de samenhang met het Flankgebied Kenniskwartier. De verwachting is dat door de voorgenomen ontwikkelingen bij VU/VUmc dit gebied een betere uitstraling heeft dan in de referentiesituatie en daarmee ook de ruimtelijke kwaliteit verbetert in samenhang met het Flankgebied Kenniskwartier. Voor de overige aspecten geldt een meer neutrale score als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen bij VU/VUmc.
9.5
Doorkijk naar "Het Dok" Realisatie van Het Dok heeft voornamelijk effect op de barrièrewerking. De realisatie van verbindingen met de stad vanuit het zuidelijke gedeelte en met het groen ten zuiden van de stad vanuit het noordelijke gedeelte wordt sterk verbeterd bij realisatie van Het Dok, omdat niet langer slechts drie onderdoorgangen onder het spoor en de Ringweg beschikbaar zijn, maar meerdere verbindingen mogelijk worden. In alle alternatieven scoort de barrièrewerking bij het realiseren van Het Dok dan ook zeer positief (+++), omdat de huidige infrastructuurbundel als een duidelijk barrière in het huidige stedelijke landschap aanwezig is. Ook sociale veiligheid en ruimtelijke kwaliteit worden beïnvloed door het realiseren van het Dok. Het opheffen van de onderdoorgangen onder de A10 en het spoor en het opheffen van de hoge wal waarop deze infrastructuur gelegen is en die tot een donkerder deel van het gebied leiden, zullen een belangrijke verbetering van de sociale veiligheid betekenen. Voor sociale veiligheid scoren de alternatieven dan ook positief (++).
blad 87 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Voor ruimtelijke kwaliteit speelt de aansluiting tussen de verschillende delen van de Zuidas (Flanken zuid, Flanken noord en dok) een belangrijke rol bij de beoordeling van de realisatie van Het Dok. De aansluiting tussen de beide onderdelen van de Flanken wordt versterkt door realisatie van Het Dok. Hierdoor scoren de alternatieven positiever als in de beoordeling zonder realisatie van Het Dok. Belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde zullen groter zijn.
blad 88 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
10
Overige hinderaspecten en hinder tijdens bouwwerkzaamheden
10.1
Referentiesituatie
10.1.1
Trillingen In het plangebied worden trillingen in de huidige situatie veroorzaakt door twee bronnen, namelijk vrachtverkeer en railverkeer. Vrachtverkeer Vrachtverkeer kan trillingen veroorzaken, met name op oneffen wegdekken, overgangen in het wegdek en bij optrekken en afremmen. Vrachtverkeer komt met name voor op de Ringweg A10, maar ook op de Amstelveenseweg, de De Boelelaan, Buitenveldertse laan en de Europaboulevard. De trillingen kunnen lokaal langs de weg als hinderlijk ervaren worden, bijvoorbeeld door de bewoners van het gebied en de werknemers en bezoekers in de kantoren. Naar verwachting is de ervaren trillingshinder echter gering. Railverkeer Railverkeer bevindt zich voornamelijk in de infrastructuurbundel de spoorlijn en de metrolijn tussen de beide rijrichtingen van de A10 aanwezig zijn. Over de Amstelveenseweg en de De Boelelaan rijden ook trams. Passerende treinen en -in mindere mate- trams en metro's veroorzaken trillingen, die in de directe omgeving van het spoor gevoeld kunnen worden. De belangrijkste bron van de trillingen door railverkeer bevindt zich dan ook ongeveer in het midden van het plangebied, tegen de Ringweg A10 aan. De trillingen kunnen als hinderlijk ervaren worden, bijvoorbeeld door het personeel in de kantoren langs de Ringweg A10.
10.1.2
Licht Licht behoort bij de stedelijke omgeving van de Zuidas. Echter licht kan ook als hinder ervaren worden door omwonenden, waardoor het van belang is hier, ook in het teken van duurzaamheid, zorgvuldig mee om te gaan. In de referentiesituatie kan er vanuit worden gegaan dat de lichtvoorzieningen bij de diverse kantoorgebouwen duurzamer worden, maar er wordt niet uitgegaan van een minder sterke uitstraling naar de omgeving.
10.1.3
Hitte Met de klimaatveranderingen gaat in Nederland hitte een meer belangrijke rol spelen in het stedelijke gebied dan pakweg dertig jaar geleden. Stedelijk gebied warmt op hete dagen op tot een hogere temperatuur en koelt minder snel af, dan een niet-stedelijk gebied. De hogere temperaturen komen door de warmte die gebouwen opvangen en vasthouden, maar ook door verkeer en bedrijvigheid die warmte afgeven. Dit betekent bij langdurige warmte, dat hitte tot hinder kan leiden. In de referentiesituatie bestaat het plangebied grotendeels uit bebouwd en verhard gebied. Wel zijn er groene elementen in het gebied, zoals de sportvelden. In de referentiesituatie blijven deze groenstructuren behouden en verandert er weinig.
blad 89 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
10.1.4
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Wind en schaduw Wind en schaduw spelen een belangrijke rol in de beleving van een gebied door mensen. In de huidige situatie wordt de wind door de grote gebouwen veel tegengehouden. De vrij brede open ruimtes tussen de gebouwen geven op die plaatsen echter ook weer vrij spel aan de wind. In de referentiesituatie is geen belangrijke verandering hierin te verwachten. De grote, soms hoge gebouwen werpen schaduw over het omliggende terrein. Over de dag draait de zon van oost naar west over het zuiden. Dit betekent dat gebieden ten noorden van de gebouwen het meeste invloed ondervinden van schaduwwerking. Schaduwwerking wordt vooral ervaren in de woonomgeving.
10.1.5
Zichtlijnen In het plangebied kan in de huidige situatie op een aantal plaatsen in lange lijnen door het plangebied gekeken worden. Zichtlijnen naar de omgeving zijn niet aanwezig. Deze zijn bij de realisatie van de bebouwing niet ontworpen en de bebouwing aan de randen van het plangebied blokkeert eventuele zichtlijnen. In de referentiesituatie treedt hierin geen verandering op.
10.1.6
Kabels en leidingen In het plangebied zijn diverse ondergrondse en bovengrondse leidingen aanwezig. Deze worden in het kader van de planvorming nader geïnventariseerd. In de referentiesituatie verandert er niets aan de ligging van de kabels en leidingen.
10.1.7
Obstakelvrije zone In verband met de aanvliegroutes voor Schiphol bestaan in het plangebied beperkingen ten aanzien van de bouwhoogte. Deze hoogtes lopen op van 60 meter in het westen tot ca. 95 meter in het oosten van het plangebied. Deze maten zijn gegeven ten opzichte van Schiphol, dat op -4,0 meter NAP ligt. Middenin het plangebied is een zone waarbinnen op grond van een ontheffing van het Luchthavenindelingsbesluit reeds een aantal gebouwen met een hogere bouwhoogte gerealiseerd.
figuur 30 toegestane bouwhoogtes in verband met Luchthavenindelingsbesluit van Schiphol
blad 90 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
10.2
Effectbeschrijving
10.2.1
Trillingen Tijdens de realisatie van de plannen voor de Flanken van de Zuidas kunnen bouwwerkzaamheden en bouwverkeer oorzaak zijn van trillingen. In de huidige situatie, waarin al gebouwd wordt in het gebied is dit ook het geval. Lokaal kan dit als hinderlijk worden ervaren. De kans hierop is het grootst in de gebouwen die direct grenzen aan de bouwwerkzaamheden. Tijdens de bouwfase dient hier aandacht aan besteed te worden, te denken valt bijvoorbeeld aan bepaalde routes voor het werkverkeer. Na realisatie leiden de plannen naar verwachting niet tot nieuwe trillingshinder. Het verkeer neemt toe, maar vooral met auto's, die relatief weinig trillingen produceren. Bovendien kunnen bij de aanleg van nieuwe wegdekken trillingsarme materialen gebruikt worden. Van belang is de Amsterdamse werkwijze om hinder tijdens de realisatie tegen te gaan is via een BLVC-plan (Bereikbaarheids, Leefbaarheids, Veiligheids en Communicatieplan). Het BLVC-plan is bedoeld om bestuurders, belanghebbenden en geïnteresseerden te laten zien dat maatregelen zorgvuldig en in overleg met de belanghebbenden zijn voorbereid (en door bestuurlijke vaststelling geborgd). Het tweede doel is de aannemer besteksvoorwaarden (dan wel uitgangspunten) mee te geven met betrekking tot BLVC.
Projecten die zich op- of aan het hoofdnet (auto/openbaar vervoer/fiets) afspelen, zijn in Amsterdam sinds 2002 verplicht om een BLVC-plan op te stellen. De spil van het ‘BLVC-plan is de omgevingsscan: 'waar wordt gewerkt?' In de binnenstad van Amsterdam, waar buiten alle verschillende verkeersstromen ook nog gewoond en gewerkt wordt is de situatie tijdens realisatie van activiteiten complex. In een dergelijke omgeving moet heel zorgvuldig met diverse belangen omgegaan worden. Uit de omgevingsscan komen uitgangspunten en randvoorwaarden vanuit de omgeving. Uit de analyse van de werkzaamheden komen randvoorwaarden en eisen die noodzakelijk zijn voor een veilige uitvoering van de werkzaamheden. Met alle informatie bij elkaar kan vervolgens een uitvoerings-faseringsplan worden gemaakt. Stap voor stap worden de fases in kaart gebracht en wordt beschreven hoe de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid gewaarborgd worden.
10.2.2
Licht Er zijn in de visie voor de Zuidas (2009) geen specifieke uitgangspunten ten aanzien van licht opgenomen. De autonome ontwikkeling waarin uitgegaan kan worden van een vermindering van lichtuitstraling als gevolg van modernere lichtarmaturen, kan ook doorgetrokken worden voor de ontwikkelingen van de Zuidas. Een intensiever gebruik van het gebied in de avonduren zal echter ook leiden tot een grotere hoeveelheid licht in het gebied. Dit behoort bij een stedelijk gebied, maar kan leiden tot de ervaring van lichthinder in de omgeving. Het is aan te bevelen met lichthinder rekening te houden bij de inrichting van het gebied, zodat aangrenzende woongebieden zoveel mogelijk vrij van lichthinder gehouden worden.
blad 91 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Tijdens de realisatie zou de verlichting van de bouwplaats kunnen leiden tot lichthinder voor de omgeving. Goede plaatsing van de bouwlampen kan de lichthinder minimaliseren. Daarbij is het vooral van belang dat rekening gehouden wordt met de woonbebouwing in de omgeving. Dit dient bij verdere planuitwerking (bouwvergunning) in een BLVC-plan, zie paragraaf 10.2.1 meegenomen te worden.
10.2.3
Hitte In de plannen voor de Flanken van de Zuidas worden de grotere groene structuren, waaronder de sportvelden, naar de randen van het gebied verplaatst. Volgens de visie op de Zuidas (2009) wordt groen in het gebied gerealiseerd door middel van open ruimtes, parkjes, collectieve tuinen en het groen voor rood principe in Beethoven. De sterkere concentratie van bebouwing en de bijkomende verharding kunnen echter extra hitte en overbelasting door hitte veroorzaken. Om beter rekening te houden met hittestress op de warmste dagen van het jaar kunnen maatregelen gezocht worden in het toevoegen van groen (bomen) en water in het gebied. Mensen die buiten zijn kunnen in de buurt daarvan dan verkoeling zoeken.
10.2.4
Wind Realisatie van de plannen voor de Flanken van de Zuidas leidt tot meer hoogbouw en een dichtere bebouwing in het plangebied. De wind zal hierdoor minder vrij spel hebben dan in de huidige situatie. De kans bestaat dat hierdoor in de buitenruimte op plaatsen overlast door harde wind ontstaat. Een stedenbouwkundig plan en een goede architectonische vormgeving kunnen deze overlast beperken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de plaatsing van hoge gebouwen ten opzichte van elkaar en met de ligging van smalle straten en stegen. Tevens bestaat de kans dat bij de hoogbouw de wind leidt tot fluitende tonen. Dit laatste is sterk afhankelijk van de architectonische vormgeving van de gebouwen en valt daarmee buiten de scope van dit milieueffectrapport.
10.2.5
Schaduw Wat betreft schaduwwerking is de relatie met de omliggende gebieden van belang. In de woongebieden ten zuiden van het plangebied zal niet of nauwelijks overlast door schaduwwerking zal optreden. Anders is dat voor de gebieden die ten noorden van de Flanken van de Zuidas gelegen zijn. Met name in de winter, als de zon lager staat, kan hoogbouw aan de noordzijde van het plangebied leiden tot schaduwwerking. Voldoende afstand tussen hoge gebouwen en de lagere reeds aanwezige bebouwing is in dat geval van groot belang. Ook moet rekening gehouden worden met de plaatsing van de hoogbouw ten opzichte van elkaar, zodat geen hele schaduwblokken ten noorden van het plangebied ontstaan. Bij het deelgebied Strawinsky, waarvan de hoogbouw vrij direct tegen een woonwijk met lage bebouwing ligt, zal schaduwwerking een belangrijk aandachtspunt zijn bij de verdere architectonische en stedenbouwkundige uitwerking.
10.2.6
Zichtlijnen Aangezien in de huidige situatie geen zichtlijnen naar de omgeving aanwezig zijn, is op dit punt geen effect te verwachten door realisatie van de plannen. Wel bestaat de kans dat
blad 92 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
lange zichtassen door het gebied minder worden als gevolg van de meer compacte bebouwing. Het zicht vanaf flats naar de omgeving is in de huidige situatie wel aanwezig en zal door de hogere bebouwing verdwijnen. Vanaf de nieuwe gebouwen, die hoger zullen zijn, is wel weer zicht naar de omgeving mogelijk. Daarmee is het zicht naar de omgeving beperkt tot een kleine groep mensen die gebruik maakt van deze gebouwen, maar dat is in de huidige situatie ook het geval voor de gebruikers van de flats die in de huidige situatie het hoogst zijn.
10.2.7
Kabels en leidingen Bij de realisatie van de plannen voor de Flanken van de Zuidas zal rekening gehouden worden met de belangrijkste kabels en leidingen. Daar waar mogelijk wordt verplaatsing van kabels en leidingen voorkomen. Voor kabels en leidingen die niet meer functioneel zijn of die wel functioneel zijn, maar verplaatst moeten worden, wordt een plan opgesteld samenhangend met het gefaseerd vrijkomen van het terrein.
10.2.8
Obstakelvrije zone In de bouwplannen wordt rekening gehouden met de maximale bouwhoogtes in verband met de aanvliegroute van Schiphol. Het LIB biedt wel de mogelijkheid voor ontheffing, maar in principe wordt het LIB gerespecteerd.
10.3
Effectbeoordeling
10.3.1
Trillingen Als gevolg van de bouwwerkzaamheden en het bouwverkeer kan overlast als gevolg van trillingen optreden. Na realisatie van de plannen zal deze overlast echter verdwenen zijn. Ten opzichte van de huidige situatie zal extra overlast door trilling optreden, vanwege de lange doorlooptijd van realisatie van de Flanken als geheel. Daarmee wordt het effect als enigszins negatief (-) beoordeeld. Er zijn geen verschillen tussen de alternatieven.
10.3.2
Licht Lichthinder kan optreden als gevolg van de realisatie van de plannen voor de Flanken van de Zuidas. Verwacht wordt dat dit een enigszins negatief effect zal hebben (-), waarbij ervan wordt uitgegaan dat in het stedenbouwkundige plan ingezet wordt op het beperken van de lichthinder voor omliggende woonbuurten. Een groter programma heeft naar verwachting een negatief effect (- -), omdat er meer licht zal zijn. Ook ten aanzien van bouwverkeer en bouwlampen tijdens de aanlegfase kan in de ochtend (in de winterperiode) extra hinder optreden ten opzichte van de referentiesituatie.
blad 93 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
10.3.3
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Hitte In de plannen voor de Flanken van de Zuidas is hittestress niet geheel te voorkomen. De compacte bebouwing leidt tot een enigszins negatief effect (-). Daarbij wordt ervan uitgegaan dat in het stedenbouwkundige plan nog diverse maatregelen worden opgenomen, in de vorm van het toevoegen van groen en water, om hitte op te vangen. Een groter programma leidt voor de Zuidas tot minder mogelijkheden om hitte op te vangen en scoort daarom negatief (- -). Een minder groot programma leidt nog altijd tot een enigszins negatief effect (-), omdat de ontwikkeling een zeer compacte vorm kent.
10.3.4
Wind en schaduw Overlast door wind en schaduw kunnen optreden als gevolg van de plannen. In de stedenbouwkundige plannen en de architectonische uitwerking moet hieraan nader invulling gegeven worden. Het niet realiseren van de Flanken van de Zuidas leidt tot een effect gelijk aan de referentiesituatie. Bij realisatie van de plannen treedt zowel voor wind als voor schaduwwerking een enigszins negatief effect op. Een groter programma leidt tot een negatief effect, doordat minder ruimte overblijft om overlast als gevolg van wind of schaduwwerking op te vangen.
10.3.5
Zichtlijnen, kabels en leidingen en obstakelvrije zone Aangezien in de huidige situatie geen zichtlijnen naar de omgeving aanwezig zijn en deze ook niet ontworpen zijn, worden alle alternatieven op dit punt neutraal (0) beoordeeld. Ook voor kabels en leidingen en voor de obstakelvrije zone worden de alternatieven als neutraal beoordeeld, omdat bij de realisatie van de plannen rekening gehouden wordt met de beperkingen die hieruit voort kunnen komen. tabel 22 Beoordeling overige aspecten
Criterium
Overige hinderaspecten
10.4
Subcriterium Trillingen Licht Hitte Wind Schaduw Zichtlijnen Kabels en leidingen Obstakelvrije zone
Alternatief 1 (100%)
Alternatief 2 (85%)
Alternatief 3 (115%)
0 0 0
0 0 0
----0 0 0
Gevoeligheidsanalyse volledige ontwikkeling van voorgenomen plannen VU/VUmc Voor de overige hinderaspecten geldt dat de voorgenomen ontwikkelingen bij VU/VUmc in vergelijking met de plannen van de Flanken klein zijn en daarmee ook weinig invloed uitoefenen op de effecten voor de totale Flankontwikkeling.
blad 94 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
10.5
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Doorkijk naar "Het Dok" Op de aspecten zichtlijnen en trillingen na worden de bovengenoemde vormen van overlast worden niet beïnvloed door het wel of niet realiseren van het Dok. Het ondergronds brengen van of de totale infrabundel of een gedeelte daarvan het een duidelijk positieve impact (++) op het aspect trillingen. Bij realisatie van het Dok veranderen de zichtlijnen vanaf het maaiveld, omdat nu de infrabundel duidelijk zichtbaar is in het landschap.
blad 95 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
11
Conclusies en optimalisaties
11.1
Aanpak varianten en optimalisaties In de startnotitie voor dit MER is aangekondigd dat, naast de drie alternatieven, een aantal varianten in het MER aan de orde zouden komen. Het gaat om varianten rond drie thema's: • Variant thema A: Duurzaamheid • Variant thema B: Mobiliteit • Variant thema C: Positionering functies binnen deelgebieden Deze drie thema's waarop gevarieerd kon worden zijn ten tijde van de startnotitie gekozen, omdat de verwachting was dat hier nog veel winst te behalen zou zijn. Tijdens het opstellen van het MER en de analyses van de uitgevoerde onderzoeken is echter gebleken dat op het gebied van duurzaamheid en mobiliteit de situatie al dermate geoptimaliseerd is dat aparte varianten hiervan maken niet noodzakelijk is. Wel zijn kleine optimaliseringmogelijkheden in dit hoofdstuk nader beschreven. Het thema 'positionering functies binnen deelgebieden' bleek voornamelijk voor het aspect geluid relevant. In de geluidstudie (zie bijlagen bij deel B) is hier nadrukkelijk op ingegaan. Er is gevarieerd met schermhoogte en ook gekeken naar de geluidbelasting op de gevels zonder functietoekenning. Deze uitgevoerde variaties geven flexibiliteit en oplossend vermogen voor diverse deelgebieden ten tijde van het opstellen van de betreffende ruimtelijke plannen. De in de startnotitie genoemde varianten hebben dus meer het karakter gekregen van optimalisatiemogelijkheden.
In dit hoofdstuk worden de mogelijke optimalisaties per thema beschreven. In dit hoofdstuk zijn, naast de optimalisaties, ook algemene conclusies opgenomen op basis van de beschrijving en beoordeling van de effecten. Daarnaast is er ook een gevoeligheidsanalyse opgenomen van een alternatief waarbij de Flanken wel voor 100% gerealiseerd worden en VU/VUmc niet.
11.2
Conclusies
11.2.1
Beoordeling van de alternatieven Verkeer en vervoer In de startnotitie voor dit MER is het effect van de ontwikkeling van de Flanken op de verkeersaantrekkende werking (en de daaraan gerelateerde milieugevolgen) genoemd als een (naar verwachting) belangrijk aspect voor dit MER. Het verkeersonderzoek (zie deel B) nuanceert dit beeld. De Flanken trekken inderdaad veel verkeer, een groot deel (ongeveer 75%) van de verplaatsingen van en naar de Flanken vindt echter plaats per fiets en openbaar vervoer. Bij een intensiever gebruik (groter programma) blijkt het aandeel autoverplaatsingen enigszins af te nemen. Het aantal verplaatsingen per fiets is relatief klein en lijkt wat kleiner dan het Amsterdams gemiddelde.
blad 96 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
De uitkomsten van het verkeersmodel laten zien dat het effect van de ontwikkeling van de Flanken op het wegennet zich voor een groot deel concentreert op het plangebied zelf en op de twee aansluitingen op de A10. Uit de verkeersmodelberekeningen blijkt dat het stedelijk wegennet buiten het plangebied slechts in beperkte mate wordt beïnvloed door de Zuidas. Het beeld is dat de verplaatsingen tussen de Zuidas en de stedelijke gebieden van Amsterdam en Amstelveen voor het overgrote deel plaatsvinden per fiets en OV. De auto wordt naar het zich laat aanzien vooral gebruikt verplaatsingen van en naar verder weg gelegen gebieden, zoals ook blijkt uit de (overigens geringe) toename van de intensiteiten op de A10. De beperkte toename van de automobiliteit in totaal leidt bij de drie alternatieven tot een licht negatieve beoordeling (-). Omdat de verschillen tussen de alternatieven, ook in vergelijking met de referentiesituatie, klein zijn is de beoordeling voor de drie alternatieven gelijk. De A10 (en de twee aansluitingen bij de Amstelveenseweg en de Europaboulevard) is ook in de referentiesituatie al zwaar belast, zoals blijkt uit de hoge I/C-verhoudingen. De toename op de A10 is dermate gering (circa 2%), zodat hiervoor een neutrale beoordeling is gegeven voor de drie alternatieven). De verschillen tussen de drie alternatieven zijn gering.
Uiteraard is er bij alternatief 3 (115% realisatie van de Flanken) een sterker effect dan bij de overige twee alternatieven, maar gezien de grootte van de ontwikkeling blijft de impact beperkt. Op het onderliggend wegennet zijn wel diverse aanpassingen van enkele kruispunten noodzakelijk. Geluid Bij geluid is vooral de A10 dominant aanwezig in het gebied. De toename van verkeer op het onderliggend wegennet leidt op vrijwel alle onderzochte bestaande gebouwen niet tot een relevante stijging van de geluidbelasting. Alleen ter hoogte van het middelste deel van de De Boelelaan (tussen de Buitenveldertselaan en de Van Leijenberghlaan) is de toename bij bestaande woningen relevant: 2.4 dB. De totale geluidbelasting hier is echter lager dan aan de uiteinden van de De Boelelaan. Omdat alternatief 3 een wat groter effect heeft bij bestaande gevoelige bestemmingen dan de andere alternatieven is alternatief 3 negatiever (- -) beoordeeld dan de alternatieven 1 en 2 (-). De geluidbelasting in het plangebied (waar de ontwikkeling van de Flanken zal plaatsvinden, maar waar nu nog geen gevoelige bestemmingen aanwezig zijn) is hoog, vooral als gevolg van het verkeer op de A10. De drie alternatieven worden daarom voor het criterium 'wegverkeerslawaai ruimtelijk niveau in het plangebied Flanken' sterk negatief beoordeeld (- - -).
Hierbij is uitgegaan van wel een vulling van de plangebieden, maar uitgaande van overal geluidgevoelige objecten (dit is in zoverre een worst-case benadering en geeft een beeld van de geluidbelasting buiten het gebied. Het is goed te vermelden dat de geluidbelasting in het gebied als gevolg van de A10 niet significant verslechterd, immers de toename van het verkeer op de A10 is gering, maar de totale intensiteiten op de A10 zijn reeds hoog. Ten aanzien van de geluidbelasting van de A10 geldt dat circa 22 á 23% van de personen ernstig door geluid gehinderd wordt en dat op vele plaatsen dove gevels of gebouwschermen noodzakelijk zijn (uitgaande van geluidgevoelige bestemmingen en geen schermen bij de A10 en geen tunnel). Door een goede positionering van woonbestemmingen binnen het plangebied en door het treffen van maatregelen kan uiteindelijk in het plangebied een acceptabel woonmilieu worden gerealiseerd. De beoordeling voor het criterium 'wegverkeerslawaai woningniveau is daarom voor de alternatieven 1 en 2 licht
blad 97 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
negatief (-) en voor alternatief 3 (omdat daarin meer programma wordt gerealiseerd en er dus minder speelruimte is) negatief (- -) De effecten van spoorweglawaai zijn beperkt. Het onderscheid tussen de drie alternatieven ligt niet zozeer in de percentages geluidbelast oppervlak en personen, maar meer in het absolute aantal. Dit komt omdat er niet meer gebouwen bijkomen bij 115% realisatie van de Flanken, maar dat deze uitbreiding vooral in de hoogte plaatsvindt. Luchtkwaliteit De concentraties NO2 en PM10 liggen ruim onder de grenswaarden in de Flanken. Het verschil in toename van de concentraties tussen de drie alternatieven is niet onderscheidend. Externe veiligheid Alleen de A10 is een relevante risicobron voor de ontwikkeling van de Flanken. Door de grote hoeveelheid m2 woningen, kantoren en voorzieningen is sprake van een sterke stijging van het groepsrisico. Bij alternatief 2 is deze stijging negatief, voor de alternatieven 1 en 3 is de stijging sterk negatief. Er is geen plaatsgebonden risicocontour aanwezig bij de A10, dit is dus niet onderscheidend voor de drie alternatieven. Duurzaamheid Binnen de Zuidas gebeurt reeds veel op het gebied van duurzaamheid. De voorgenomen activiteiten worden ook conform de uitgedragen principes in de Duurzaamheidsvisie gerealiseerd waardoor er op dit aspect geen onderscheid is tussen de drie alternatieven.
Wel kan geconcludeerd worden dat de grootschaligheid van de intensivering op de Zuidas ervoor zorgen dat op andere plaatsen in Amsterdam en omgeving niet extra gebouwd hoeft te worden. Zeker in combinatie met een hoogwaardige OV-knooppunt zorgt dat voor een extra duurzaam karakter. Ruimtelijke ordening en economie De ontwikkeling van de Flanken heeft geen effect op de barrièrewerking (beoordeling: neutraal (0) voor de drie alternatieven), maar wel een sterk positief effect op de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied. Sociale veiligheid scoort enigszins positief, omdat door het ontwikkelen van het plan leidt tot meer functiemenging, waardoor het gebied zeven dagen per week intensief gebruikt wordt. Het plaatsen van voorzieningen in de plint leidt tot extra levendigheid en verhoogt ook de sociale veiligheid. Het effect van de ontwikkelingen op de ruimtelijke kwaliteit is beoordeeld als zeer positief: op dit criterium worden de drie alternatieven sterk positief beoordeeld (+++). Hierbij zijn de gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde betrokken. De nieuwe ontwikkelingen hebben hierop een positief effect door de menging van functies. Uitgangspunt bij de beoordeling is geweest dat deze waarden ook worden betrokken bij de verdere stedenbouwkundige en architectonische ontwerpen.
Overige aspecten Voor de overige aspecten geldt dat de verschillende alternatieven niet onderscheidend zijn en dat er geen problemen ontstaat door de ontwikkeling van de Flanken. Samenvatting beoordelingen In onderstaande tabel is een samenvattende beoordelingstabel weergegeven.
blad 98 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
aspect
criterium
Alternatief 1 100%
Alternatief 2 85%
Alternatief 3 115%
toename automobiliteit modal split A10 stedelijk wegennet Amsterdam en Amstelveen aantal ongevallen en slachtoffers
+ 0 -
+ 0 -
+ 0 -
0
0
0
Toename concentratie NO2 Toename concentratie PM10
-0
-0
-0
Toe- afname Lden bestaande omgeving Wegverkeerlawaai ruimtelijk niveau Wegverkeerslawaai Woningniveau Spoorweglawaai ruimtelijk niveau Spoorweglawaai woning niveau
0
0
-
---
---
---
-
-
--
-
-
-
-
-
-
Hoge druk aardgasleiding Toename groepsrisico A10
0 --
0 -
0 --
Watersysteem en waterberging Waterkwaliteit Grondwater Waterkering
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
Bodemopbouw Bodemkwaliteit
0 0
0 0
0 0
Zoogdieren en amfibieën Vleermuizen Vogels Vissen Reptielen, vlinders, libellen en overige ongewervelde dieren
0 0
0 0
0 0
Archeologie
bekende archeologische waarden archeologische trefkans
0 -
0 -
0 -
Cultuurhistorie
historisch-geografische waarden historisch-bouwkundige waarden
0 -
0 -
0 --
Verkeer en vervoer
Luchtkwaliteit
Geluid
Externe veiligheid
Water Bodem
Ecologie
Landschap Duurzaamheid
Ruimtelijke ordening en economie
Overige hinderaspecten
11.2.2
landschappelijke waarden
0
0
0
bijdrage aan duurzame ontwikkeling
+++
+++
+++
Sociale veiligheid Barrièrewerking Ruimtelijke kwaliteit
+ 0 +++
+ 0 +++
+ 0 +++
Trillingen Licht Hitte Wind Schaduw Zichtlijnen Kabels en leidingen Obstakelvrije zone
0 0 0
0 0 0
----0 0 0
Effecten in de aanlegfase In de aanlegfase van de diverse functies, die mogelijk gemaakt worden in de Flanken, kan hinder optreden. Dit is vaak in de vorm van geluid, trillingen en hinder door bouwverkeer.
blad 99 van 126