CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bijlage 6 Milieueffectrapport MER Zuidas - De Flanken, deel A.pdf

RAAD 28 maart 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan ‘Zuidas-Parnas Fred Roeskestraat 55 partiële herziening’ (VN2024-000980)34.651 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

blad 53 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

3. Diversiteit en maatschappelijke verantwoordelijkheid 4. Materiaal 5. Afval 6. Verkeer en mobiliteit 7. Microklimaat 8. Ecologie en landschap Op enkele thema's wordt hieronder nader ingegaan. Voor een uitgebreide en volledige beschrijving kan het Duurzaamheidsplan Zuidas geraadpleegd worden. Algemeen De hoge concentratie van wonen en werken aan de Zuidas vergroot de mogelijkheden om op project- en gebiedsniveau efficiencyslagen te maken waar het gaat om (gemeenschappelijke) voorzieningen, het gebruiken van energieoverschotten voor energietekorten, etc. In de ondergrond dienen daarvoor de voorzieningen te worden getroffen. Eerder heeft Zuidas al aangetoond dat de aanleg van een integrale leidingentunnel de nagestreefde efficiency naderbij brengt. In ontwerpen van gebouwen en ook van een gebied kan rekening worden gehouden met voorzieningen als PV-panelen die nu nog (te) duur zijn, maar waarvan een prijsdaling wordt voorzien. Flexibiliteit is daarbij het leidende principe. Energie en CO2 De mogelijkheden van warmte-koudeopslag zijn geïnventariseerd en zullen zo optimaal mogelijk worden ingezet bij de ontwikkeling van de Flanken. Stadsverwarming en Stadskoeling leveren de rest van de energie. De optimale mix wordt door de gebruikers zelf bepaald. Zuidas laat daartoe een onderzoek instellen door het Centrum voor Energievraagstukken (CvE) van de UvA.

Door samenwerking komt men tot optimalisatie zowel in de beperking van uitstoot als in de kosten. Eigen energieopwekking zal voorts bestaan uit PV-panelen. Van windenergie kan op deze locatie, gezien de nabijheid van Schiphol met alle beperkingen vandien, geen substantiële bijdrage worden verwacht. Klimaat en water Het beperken van het ‘urban heatisland effect’ is een stedenbouwkundige en architectonische opgave (zie ook hoofdstuk tien). De diverse stedenbouwkundige plannen voorzien reeds in voldoende ‘natuurlijke ventilatie’ van het gebied, zonder dat dit leidt tot windhinder in andere seizoenen. Materiaalgebruik voor de gevels van gebouwen en bomen kunnen het effect verder beperken. Het gebied is echter wel een stedelijk gebied. Enige extra opwarming in de zomer is niet te voorkomen. Materiaal en afval De Zuidas zelf zet vooral in op het voorkomen van afval door ‘slimmer’ te bouwen. Hierdoor zijn gewichtsbesparingen bij gebouwen mogelijk tot 60%. Dat scheelt niet alleen materiaal, maar ook transport en het voorkomen van het afvoeren van bouwmateriaal als afval. In de openbare ruimte wordt door standaardisering van het materiaal de mogelijkheid van hergebruik groter. Slimme aanleg van (ondergrondse) infrastructuur moet ertoe leiden dat de openbare ruimte niet voortdurend ‘op de schop’ hoeft.

Leefklimaat De onderlinge cohesie wordt vergroot door realisatie van de plannen voor de Flanken. Het leefklimaat wordt hierdoor duidelijk versterkt, omdat dan sprake is van doorlopende structuren, minder braakliggende/donkere plekken, waardoor het gebied toekomstvaster wordt.

blad 54 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

Gezondheid In het Duurzaamheidsplan van de Zuidas heeft ‘gezondheid’ een belangrijke plaats. Luchtkwaliteit, maar ook het binnenklimaat van gebouwen (woningen en kantoren) krijgt aandacht. De openbare ruimte nodigt uit tot lopen en levert zo een bijdrage aan de gezondheid van bewoners en bezoekers.

5.3

Effectbeoordeling Indicatieve beoordeling mate van duurzaamheid Het Duurzaamheidplan bevat een groot aantal plannen, ideeën en maatregelen. De implementatie daarvan verloopt via diverse routes. Deels gaat het om normen die worden opgelegd aan toekomstige gebruikers en ontwikkelaars (in private overeenkomsten), deels worden normen opgelegd via andere regelingen. Belangrijker wordt echter gevonden om met partijen te komen tot gezamenlijke afspraken en gezamenlijke initiatieven. De Zuidas-organisatie stimuleert samenwerking en nieuwe ideeën. Aan de hand van deze plannen en projecten is een indicatieve beoordeling gemaakt van de mate van duurzaamheid van de ontwikkeling van de Zuidas - Flanken. Deze beoordeling is uitgevoerd voor de zeven gebundelde duurzaamheidthema's die zijn genoemd in de richtlijnen voor dit MER, namelijk: • ruimtelijke mogelijkheden en randvoorwaarden • energie en CO2 in ruimtelijke planvorming • klimaat en water • materiaal en afval • leefklimaat • ecologie • gezondheid. In deze thema's komen de criteria zoals benoemd in bovenstaande matrix (kolom planet) samen. De beoordeling is grafisch weergegeven in de figuur op de volgende pagina. Hoe verder naar rechts hoe beter ten aanzien van de duurzaamheid. De beoordeling voor de meeste aspecten is positief. De beoordeling voor leefklimaat is iets minder gunstig.

Dit wordt veroorzaakt door het gegeven dat in het hoogstedelijk gebied van de Flanken Zuidas het leefklimaat wordt beïnvloed door geluid (wegverkeer). Ook de beoordeling voor ecologie zou nog licht omhoog kunnen, zie hiervoor hoofdstuk elf bij mogelijke optimalisaties. Hiervoor geldt echter dat de Zuidas - Flanken een hoogstedelijk gebied is. De functie van het gebied voor de ecologische structuur van Nederland is nihil. Het gebied heeft echter eigen stedelijk-ecologische kwaliteiten. Daarnaast kan worden gesteld dat het bouwen in hoge dichtheden op de Zuidas - Flanken er toe bijdraagt dat elders geen bebouwing noodzakelijk is. Daarmee draagt de Zuidas indirect bij aan het in stand houden van natuurwaarden elders.

blad 55 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

ruimtelijke mogelijkheden en randvoorwaarden energie en CO2 in ruimtelijke planvorming klimaat en water materiaal en afval leefklimaat ecologie gezondheid

Mogelijkheden voor verdere duurzaamheidsmaatregelen Bij de Zuidas - Flanken worden hoge ambities gehanteerd ten aanzien van het energiegebruik en CO2-emissies van gebouwen. Dit zal er toe leiden dat het gebruik van schaarse fossiele brandstoffen in het plangebied van de Flanken laag zal zijn. Het gevolg hiervan is ook dat het verkeer en vervoer de voornaamste gebruiker van fossiele brandstoffen zal worden en wellicht ook blijven. Uit het verkeersonderzoek is gebleken dat een groot deel van de verplaatsingen van en naar de Flanken per openbaar en auto is, met een relatief klein aandeel van de fiets. Hoewel beide vormen van vervoer (OV en auto) vooralsnog om fossiele brandstoffen vragen, scoort het gebruik van het OV hoger (want meer mensen per transport) dan het vervoer per auto. Het meest positief scoort uiteraard transport per fiets, aangezien daar van uitstoot geen sprake is. Vanuit dit oogpunt verdient het aanbeveling om bij de verdere uitwerking van de plannen na te gaan of er mogelijkheden zijn om het gebruik van de fiets verder te stimuleren en te faciliteren.

5.4

Doorkijk naar "Het Dok" Het realiseren van het Dok zal een gunstig effect hebben op het duurzame karakter van de Flanken. Het Dok zal leiden tot een vermindering van de barrièrewerking van de bundel van infrastructuur door het plangebied en een duidelijke impuls geven aan de sociale en ruimtelijke cohesie van het plangebied. Door de ontwikkeling van het Dok bestaan ook goede mogelijkheden voor de combinatie van functies, hetgeen goed overeenkomt met duurzaam ruimtegebruik.

blad 56 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

blad 57 van 126

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

6 6.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

Bodem Referentiesituatie Bodemopbouw De bodem van het plangebied bestaat uit een zandige ophooglaag tot ca. -4 meter NAP en daaronder een laag van Holocene afzettingen van veen, klei en zand tot ca. -11,5 meter NAP. De onderste laag hiervan bestaat vrijwel in het hele plangebied uit Basisveen. Het maaiveld bevindt zich ongeveer tussen 0 en -1 meter NAP. Ten noorden van de A10 ligt het maaiveld over het algemeen wat hoger (zoals +0,6 meter in het deelgebied Beethoven) dan aan de zuidzijde van de A10.

figuur 18 Hoogtekaart van het plangebied Flanken en directe omgeving (www.ahn.nl)

In het plangebied zijn geen beschermde bodems of aardkundige waarden aanwezig. Het gebied heeft voor de bebouwing in de jaren '60 -waaraan voorafgaand de ophooglaag is aangebracht- dienst gedaan als agrarisch gebied, veelal weiland. Bodemkwaliteit De bodemkwaliteitskaart van de gemeente Amsterdam geeft aan dat het grootste gedeelte van de toplaag en de diepere laag van de bodem van de Zuidas schone grond is met verhoogde gehalten EOX en minerale olie door bestanddelen van natuurlijke herkomst (klasse 1A). Deze grond is ook elders toe te passen. Het gedeelte waarop de begraafplaats aan de Fred. Roeskestraat is gerealiseerd bestaat uit verontreinigde grond. Hier is de bodem vanaf 0,5 meter matig verontreinigd.

blad 58 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

figuur 19 Bodemkwaliteitskaart Amsterdam, kaartbeeld van de toplaag (0 - 0,5 meter onder maaiveld) (Bron: gisdro.nl, bodemkwaliteitskaart).

In diverse deelgebieden komen ook gedeelten voor die als matig verontreinigd zijn aangegeven, zowel voor de Toplaag (eerste 0,5 meter) als voor de diepere laag. De bodem is voorafgaand aan het huidige gebruik vooral agrarisch gebruikt. De diverse uitvoeringsbesluiten en herzieningsplannen voor de deelgebieden van de Flanken geven aan dat plaatselijk het veen onder de ophooglaag verontreinigd is met zware metalen. De bodemkwaliteitskaart geeft de kwaliteit van de bodem op een vrij hoog abstractieniveau aan. Op de website Bodemloket.nl is aangegeven welke bodemonderzoeken gedaan zijn, waar mogelijk verontreinigende activiteiten hebben plaatsgevonden en waar saneringen hebben plaatsgevonden. Dit geeft een meer gedetailleerd beeld van de bodemkwaliteit van het gebied. In figuur 20 is aangegeven op welke plaatsen bodemonderzoek is uitgevoerd en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn of zijn uitgevoerd6. Achter deze applicatie is een gegevensbestand beschikbaar waarin de verschillende rapportages en een korte opsomming van de bevindingen is opgenomen. De bruin gearceerde vlakken geven aan waar bodemonderzoek is uitgevoerd, dat nog een vervolg moet krijgen. De paars gearceerde vlakken geven aan waar bodemonderzoek is uitgevoerd en de uitkomst is dat geen nader onderzoek noodzakelijk is. De groen gearceerde vlakken geven aan waar saneringen zijn uitgevoerd en afgerond.

Ter plaatse van zowel de paarse als de groene vlakken is daarom geen nader onderzoek noodzakelijk. In de gebieden die niet gearceerd zijn, zijn nog geen historische bodemonderzoeken uitgevoerd. Deze gebieden zullen in de verdere uitwerking van de plannen ook nader onderzocht moeten worden op bodemkwaliteit.

6 In de kaart op bodemloket.nl is tevens aangegeven waar historische (verdachte) activiteiten hebben plaatsgevonden. Deze zijn in de figuur hierboven weggelaten, omdat deze informatie voor dit MER niet noodzakelijk is en de stippen de kaart minder overzichtelijk maken.

blad 59 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

figuur 20 Kaart met stand van zaken met betrekking tot bodemonderzoeken (Bron: www.bodemloket.nl)

6.2

Effectbeschrijving Bodemopbouw In het plangebied is een zandige ophooglaag aanwezig met een dikte van ca. 3 tot 4 meter. Bij meerdere gebouwen van de Zuidas Flanken zal gegraven worden om ondergrondse parkeergarages te realiseren Verder vindt grondverzet plaats voor het graven en dempen van watergangen en de aanleg van ondergrondse kabels en leidingen. Bij het meeste grondverzet zal zand uit het bovenste bodempakket vrijkomen. Bij diepere ontgravingen ten behoeve van ondergrondse parkeergarages zal ook klei en veen vrijkomen. Hoeveel grond zal vrijkomen is op dit moment moeilijk in te schatten. Voor de meeste plannen is het nog niet bekend uit hoeveel verdiepingen mogelijke parkeergarages zal bestaan. De bij diepe kelders te ontgraven grond vormt de bulk aan vrijkomende grond. Vrijkomend zand wordt zoveel mogelijk in het Zuidasgebied hergebruikt. Vrijkomend klei en veen wordt naar hergebruiklocaties elders in Amsterdam afgevoerd. De mogelijkheden van hergebruik in het gebied zijn beperkt. Door de vrijkomende hoeveelheden grond bij de diepere bouwputten is het niet mogelijk om met een gesloten grondbalans te werken. De gemeente Amsterdam beschikt over een eigen Grondbank. Grond die niet ter plaatse kan worden verwerkt, kan worden aangeboden aan Grondbank Amsterdam.

Grondbank Amsterdam zorgt er vervolgens voor dat de vrijkomende grond binnen de grenzen van Amsterdam nuttig wordt toegepast. Op deze wijze wordt niet alleen hergebruik van grond gestimuleerd, maar wordt ook voorkomen dat vrijgekomen grond over grote afstanden vervoerd moet worden.

blad 60 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

Bodemkwaliteit Het beeld dat uit het bodemonderzoeken naar voren komt is dat de binnen het plangebeid geen grootschalige verontreinigingen aanwezig zijn die een belemmering voor de plannen zijn. Eventueel kleine lokaal voorkomende verontreinigingen (zogenaamde minerale oliespots bijvoorbeeld) worden per geval gesaneerd. Veel grondverzet zal binnen de randvoorwaarden van de Bodemkwaliteitkaart plaatsvinden. Voor de meeste diepe bouwputten zal aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd worden. De uitvoering van grondverzet t.b.v. nieuwbouw zal volgens de Wet- en regelgeving op het gebied van bodem (zoals Wet bodembescherming, Besluit Bodemkwaliteit e.a.) worden uitgevoerd. De huidige nagenoeg schone bodem wordt niet schoner of viezer van het grondverzet voor de nieuwbouw. Het grondverzet voor de realisatie van de nieuwbouw zal weinig tot geen effect hebben op de bodemkwaliteit.

6.3

Effectbeoordeling De effecten op de bodemopbouw en bodemkwaliteit worden als neutraal beoordeeld, omdat geen bijzondere bodems of aardkundige waarden aanwezig zijn en geen belemmeringen vanuit bodemkwaliteit zijn waargenomen. De verschillende alternatieven scoren niet verschillend op beide subcriteria. Ten aanzien van de grondbalans en het grondverzet kan geen beoordeling gegeven worden, omdat daarover in dit stadium van de planvorming nog geen duidelijkheid is. Lokaal kan de bodemkwaliteit verbeteren als vanwege bouwactiviteiten verontreinigde grond wordt afgevoerd. tabel 17 Effectbeoordeling bodem

Criterium Bodem

6.4

Subcriterium Bodemopbouw Bodemkwaliteit

Alternatief 1 100%

Alternatief 2 85%

Alternatief 3 115%

0 0

0 0

0 0

Gevoeligheidsanalyse volledige ontwikkeling van voorgenomen plannen VU/VUmc Ingrepen in de bodem zijn alleen van belang voor de plaats waar deze ingrepen daadwerkelijk plaatsvinden. De ontwikkelingen bij VU/VUmc hebben dan ook geen invloed op de bodemgesteldheid in de Flanken.

6.5

Doorkijk naar "Het Dok" Ingrepen in de bodem zijn alleen van belang voor de plaats waar deze ingrepen daadwerkelijk plaatsvinden. Er is daarom geen wijziging in de effecten te verwachten als gevolg van het realiseren van "Het Dok".

blad 61 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

7

Ecologie

7.1

Referentiesituatie Rond de Zuidas hebben in de afgelopen jaren diverse ontwikkelingen plaatsgevonden. Deze hebben geleid tot verdichting van de stedelijke infrastructuur, afname van de hoeveelheid groen en afname van de natuurwaarden. Het plangebied behoort in zijn geheel tot intensief gebruikt stedelijke gebied, het overgrote deel van het gebied is bebouwd of verhard. De beperkte natuurwaarden die er aanwezig zijn, zijn te vinden in de aanwezige bosschages, groenstroken, sportparken en bomen. Beschermde Flora en fauna die in het gebied voorkomen zijn reeds in hoge mate aan de menselijke aanwezigheid aangepast. Alle groenstructuren in het plangebied zijn 'cultuur groen', er zijn geen oorspronkelijke of natuurlijke vegetaties in het plangebied aanwezig. Rondom de aanwezige gebouwen is veelal aangeplante beplanting aanwezig ter verfraaiing van de buitenruimte. In de deelgebieden Mahler en Gershwin is het totaal areaal aan openbaar groen beperkt. In andere delen van het plangebied is er meer ruimte voor openbaar groen (zoals nabij het VUmc). Langs doorgaande wegen staan al dan niet bomen (met name platanen) in plantvakken of opgenomen in het trottoir. Rondom de sportvelden zijn de grootste bomen te vinden, hier zijn enkele hoogopgaande beeldbepalende bomen (populieren) aanwezig. Dit geldt voor het sportpark nabij VU/VUmc (Buitenveldert) en Ravel (Studentensportcentrum).

Op en langs het talud van de A10 bevindt zich een groenstrook. Langs deze strook kunnen grondgebonden zoogdieren zich verplaatsen. Op de natuurwaardenkaart van de Gemeente Amsterdam is het gebied ingedeeld in de laagste categorie.

figuur 21 Natuurwaardenkaart Gemeente Amsterdam versie 1 augustus 2007

Gegevens over het voorkomen van soorten worden sinds 1990 bijgehouden in de Ecologische atlas Amsterdam, deze gegevens zijn digitaal via internet raadpleegbaar. De gege-

blad 62 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

vens uit deze rapportage zijn afkomstig uit de Ecologische Atlas, diverse natuurtoetsen die in het plangebied zijn gedaan en expert judgement.

7.1.1

Ecologische Hoofdstructuur Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de (P)EHS. In het westen grenst het plangebied aan de Noordelijke Oeverlanden van de Nieuwe Meer. De Nieuwe Meer en het Amsterdamse Bos maken onderdeel uit van de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur. Oostelijk van het plangebied behoort de Amstelscheg tot de EHS.

figuur 22 EHS Streekplankaart 2008 Provincie Noord-Holland

Het plangebied grenst aan de oostkant aan de Kleine Wetering, begraafplaats Zorgvlied en het talud van de A10. Dit deel van het plangebied ondersteunt de aanwezige ecologische verbinding. De Kleine Wetering maakt deel uit van het Ecolint, de natte ecologische verbinding tussen Nieuwe Diep en Nieuwe Meer, met als doelsoort onder andere de ringslang. Gezien het feit dat het plangebied geen onderdeel uitmaakt van de EHS speelt de vraag of er effecten kunnen zijn op de wezenlijke kenmerken en waarden van de EHS geen rol in het voorliggende MER. Negatieve effecten op de (werking van) de EHS kunnen bij voorbaat uitgesloten worden.

7.1.2

Voorkomen beschermde soorten Deelgebied Kenniskwartier De natuurwaarden van dit deelproject bevinden zich in de bomen en het struweel rond de voetbalvelden van sportpark Buitenveldert en in het water. In de sloten van het peilvak Buitenveldert komt de bittervoorn voor. In het water komen amfibieën als groene kikker, bruine kikker, kleine watersalamander en gewone pad voor (DRO, 2007). Deelgebied Ravel Ter plaatse van de sportvelden is een bomensingel aanwezig waarin vogels een broedplaats kunnen vinden. Er staan in totaal 32 populieren rond de sportvelden. Deze populieren van 47 jaar oud verkeren in een goed conditie en zijn beeldbepalend. De stam-

blad 63 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

doorsnede is 1.00-1.20 meter. De beplanting langs het talud van de A10 is vermoedelijk geplant in 1975 en aangelegd als bosplantsoen. Er is regelmatig onderhoud gepleegd door struiken er tussenuit te kappen, zodat andere struiken en bomen zich goed kunnen ontwikkelen. De beplanting bestaat voornamelijk uit eik, es en incidenteel veldesdoorn (Acer campestre) (DRO, 2010). Deelgebieden Mahler en Gershwin Het talud van de A10 vormt een groene strook in het plangebied. Deze bosschages vormen een leefgebied voor diverse algemeen beschermde grondgebonden zoogdieren. De bomen vormen leefgebied voor in Amsterdam algemene, vogelsoorten, waaronder de grote bonte specht. De directe omgeving van de moderne kantoorgebouwen is ongeschikt voor (beschermde) Flora en fauna. Deelgebied Kop Zuidas Het plangebied is al in ontwikkeling. Het terrein ligt al een aantal jaren braak; er is een zandige laag opgebracht. Op het middenterrein bevindt zich een grote poel met helder water, met langs de oever planten als gele lis. Het gebouwencomplex van de ROC bestaat uit oudere en nieuwere gebouwen. In de trottoirs staan straatbomen. In de zuidoosthoek van het plangebied staan in een stukje bos een aantal opvallend hoge Canadese populieren. Andere boomsoorten hier zijn: zomereik, veldesdoorn, esdoorn en meidoorn. In de ondergroei onder andere braam, brandnetel en nagelkruid. Langs de bomen groeit klimop.

Deze bomen zijn goede slaapplaatsen voor vogels. Aan de noordoostkant, bij de zuidelijke wandelweg ligt een terrein braak. Langs de Amstel en via de begraafplaats Zorgvlied kunnen soorten het plangebied bereiken waaronder de Eekhoorn (tabel 2 Flora&Fauna-wet). In de Kleine wetering komt de Bittervoorn (tabel 3 Flora&Fauna-wet) voor. Verwachte vleermuissoorten zijn Gewone en Ruige dwergvleermuis en de Laatvlieger. De aanwezige gebouwen zijn ongeschikt als verblijfplaats (DRO, 2009) Deelgebied RAI Het Rai complex te Amsterdam wordt aan drie zijden begrensd door bebouwing. In het westen grenst het plangebied aan het Beatrixpark. Enkele bomenrijen, enkele losstaande bomen en een cipressengroep vormen de enige groenelementen binnen het plangebied. In het plangebied zijn geen beschermde soorten te verwachten behoudens een drietal vleermuissoorten die algemeen voorkomen in het stedelijk gebied van Amsterdam (Tauw, 2009). Het betreft de soorten Gewone en Ruige dwergvleermuis en de Laatvlieger. Deelgebied Beethoven Een deel van dit projectgebied bestaat uit het Beatrixpark. Het park vormt leefgebied voor diverse vogelsoorten. Het park vormt onder meer leefgebied voor Eekhoorn en Grote bonte specht. Er zijn nesten aanwezig van eksters en zwarte kraaien. Deze nesten kunnen ook gebruikt worden door roofvogels zoals boomvalk, Sperwer of Buizerd.

Tevens is de Laatvlieger aangetoond in het gebied, in het park zijn Gewone padden en Bruine kikkers aangetroffen (DRO, 2009a). Deelgebieden Strawinsky Noord en Strawinsky Zuid De omgeving van het World Trade Center bestaat uit geconcentreerd stedelijk gebied. Langs de Strawinskylaan is het enige groen van enige omvang aanwezig. Hoge kantoorpanden bepalen voor de rest het beeld van de deel van het projectgebied. Er zijn geen watergangen of bosschages in het gebied aanwezig. Het is niet te verwachten dat er beschermde natuurwaarden in dit deel van de stad voorkomen.

blad 64 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

Deelgebied Vivaldi Dit deelproject bestaat uit stedelijk gebied, hotels en kantoren. Binnen het gebied is nauwelijks ruimte voor groenstructuren. Op en langs het talud van de A10 bevindt zich een groenstrook. Als ecologische verbinding functioneert deze strook niet meer optimaal. Volgens DRO (2007) zijn er 2 strikt beschermde vleermuissoorten te verwachten (Gewone dwergvleermuis en Laatvlieger, beide tabel 3 soorten) en daarnaast algemeen beschermde soorten als Konijn, Bosmuis en Haas (tabel 1, Flora- en Faunawet). In de omgeving is het voorkomen van de Bittervoorn (tabel 3, Flora- en Faunawet) bekend. Deelgebieden Fred. Roeskestraat en Rechtbank e.o. Beide deelprojectgebieden bestaan uit stedelijke gebied, er is echter relatief veel groen aanwezig in de vorm van oude bomen, gazons en bosschages. Beide gebieden grenzen aan begraafplaats Buitenveldert waardoor er door de rust en ruimte veel stadsvogels voorkomen. Beide gebieden vormen naar verwachting foerageergebied voor de in Amsterdam voorkomende vleermuizen. Infrastructuur De taluds van de A10, metro- en spoorlijn verschillen in begroeiing en intensiteit van onderhoud.

De schrale hellingen vormen een biotoop voor dagvlinders als Bruin blauwtje, Bruin zandoogje, Zwartsprietdikkopje en sprinkhanen; in voedselrijke gedeelten onder aan de taluds ontwikkelt zich een ruigte, die meer algemene vlindersoorten aantrekt (Distelvlinder, Dagpauwoog, Atalanta, Kleine vos). In bomen en struiken broeden enkele algemene vogels (o.a. Ekster). De taluds geven extra volume aan het aangrenzende groengebied. De dichtheid van broedende zangvogels in de taluds is laag, in verband met het lawaai van de snelweg. Samenvatting beschermde natuurwaarden De Zuidas is over het algemeen een intensief bebouwd en functioneel ingericht stadsdeel waar weinig ruimte is voor Flora en fauna. In enkele deelgebieden zijn parken en groenstructuren aanwezig waar beschermde soorten zijn te verwachten. Dit geldt met name voor het aan het Beatrixpark grenzende gebied Beethoven. Verspreid over het gehele plangebied zijn vleermuizen (incidenteel) foeragerend te verwachten. Alleen in het plandeel Beethoven is een vaste verblijfplaats aangetoond, elders zijn er echter ook incidenteel verblijfplaatsen te verwachten. Aan het plangebied gebonden beschermde (Tabel 2/3, Flora- en faunawet) amfibieën, dagvlinders, reptielen, libellen en overige ongewervelde zijn niet te verwachten.

In het peilvak van Buitenveldert komt de Bittervoorn en tevens de Rivierdonderpad (Ecologische atlas Amsterdam) voor. tabel 18 Samenvatting soorten en locatie in de Flanken

Soortgroep Flora Zoogdieren

Vleermuizen

Broedvogels Vaste verblijfplaatsen

Reptielen Amfibieën

blad 65 van 126

Soort Rietorchis Eekhoorn en diverse algemeen beschermde soorten (Konijn, Bosmuis, Mol, Egel etc) Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger diverse soorten Roofvogels, Ekster, Zwarte Kraai, Grote bonte specht geen Bruine kikker, Gewone

Beschermingskader

Waar

Flora & fauna-wet tabel 2 Flora & fauna-wet tabel 2

Langs watergangen Beethoven

Flora & fauna-wet tabel 3 Habitatrichtlijn

Met name in de nabijheid van oude bomen en gebouwen; Beethovenm Kenniskwartier

Flora & fauna-wet artikel 11

Talud van de A10, Beethoven, Kenniskwartier alle laanbeplanting

Flora & fauna-wet tabel 1

Kenniskwartier

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

Soortgroep

Vissen Dagvlinders Libellen Overige ongewervelden

7.2

Soort pad, Groene Kikker, Kleine watersalamader Bittervoorn, Rivierdonderpad geen geen geen

Beschermingskader

Waar

Flora & fauna-wet tabel 3. 2

Effectbeschrijving Voor de (her)inrichting van de Zuidas worden bestaande gebouwen gesloopt en zullen groenstructuren en bomen verdwijnen. Indien noodzakelijk zullen waterpartijen en watergangen gedempt of vergraven worden. Het gevolg van de verdere ontwikkeling van de Zuidas - Flanken is dat er een groter deel van het gebied bebouwd zal worden, het gebruik van de openbare ruimte wordt geïntensiveerd. Dat kan een (negatief) effect hebben op de aanwezige Flora en fauna in het gebied. In onderstaande paragraaf worden per soortgroep kort de effecten beschreven en de consequenties in beeld gebracht. Zoogdieren, Amfibieën De aanwezige zoogdieren, uitgezonderd vleermuis en eekhoorn, en amfibieën staan op tabel 1 van de Flora en faunawet. Beschermde soorten amfibieën (tabel 2/3) worden op basis van verspreidingsgegevens [Ravon, 2007 en website DRO] en het ontbreken van geschikt biotoop niet binnen het plangebied verwacht. Bij bouwactiviteiten en het vergraven van groenstructuren, greppels en watergangen is verstoring van de aanwezige fauna (tabel 1, Flora en faunawet) niet uit te sluiten. Voor deze soorten geldt na afkondiging van de AMvB van 23 februari 2005 een vrijstelling bij bestendig beheer en onderhoud, bestendig gebruik of ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De zorgplicht blijft wel van toepassing.

Door bij het schonen van het terrein rekening te houden met de aanwezigheid van fauna wordt aan de zorgplicht voldaan. Vleermuizen De aanwezigheid van vaste woon- of verblijfplaatsen van vleermuizen in gebouwen kan niet worden uitgesloten. Geschikte gebouwen zijn met name de (oudere) gebouwen met spouwmuren en of bereikbare zolders of ruimte met een constante temperatuur in de nabijheid van insectrijke foerageergebieden. Indien dergelijke gebouwen gesloopt worden is aanvullend onderzoek noodzakelijk. De bomen in plangebied zijn ongeschikt voor vleermuizen als vaste verblijfplaats of overwinteringsplaats. Oude bomen en gebouwen kunnen een rol spelen als paarverblijf voor vleermuizen. Het verwijderen van bomenlanen en het bebouwen van groenstructuren beperkt het leefgebied en de foerageermogelijkheden voor de aanwezige vleermuizen. Het jachtgebied van de vleermuizen wordt verkleind, negatieve effecten op de aanwezige vleermuizen kan niet uitgesloten worden. De gunstige staat van instandhouding van de drie aanwezige soorten wordt echter niet aangetast. Om effecten op vleermuizen op lokaal niveau uit te sluiten zijn mitigerende maatregelen noodzakelijk. Geschikte maatregelen zijn het aanbrengen van voldoende groenstructuren en lijnvormige laanbeplanting.

Om het mogelijk verlies aan verblijfplaatsen van vleermuizen te mitigeren bij het slopen van gebouwen is het gewenst om vleermuiskasten in de nieuwe bebouwing op te nemen. Dit geldt in ieder geval voor het deelgebied Beethoven, maar kan ook voor de andere deelgebieden aan de orde zijn.

blad 66 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

Vogels Door het verdwijnen van een deel van de bomen en het struweel verdwijnt een deel van de biotoop voor vogels. De vogels die binnen het projectgebied broeden zijn algemeen in Amsterdam voorkomende soorten. Mogelijk dat een enkele, in de zin van artikel 11, vaste verblijfplaatsen aanwezig is. De nesten van bepaalde vogels vallen onder de categorie 'Vogels die jaar in jaar uit van hetzelfde nest gebruik maken en niet in staat zijn om zelf een nest te maken'. Deze nestplaatsen genieten derhalve bescherming tijdens het broedseizoen, maar ook buiten het broedseizoen. Er zijn nauwelijks mogelijkheden voor een ontheffing op basis van de vogelrichtlijn. Om negatieve effecten op de vaste verblijfplaatsen te voorkomen is het ten eerste noodzakelijk om de nestlocaties nauwkeurig in beeld te krijgen. Indien negatieve effecten op de aanwezige vaste broedplaatsen door mitigatie niet zijn uit te sluiten zijn compenserende maatregelen noodzakelijk. Met mitigatie worden maatregelen bedoeld, die geschaard kunnen worden onder de begrippen voorkomen en beperken Compensatie7 kan worden uitgevoerd door het aanbieden van alternatieve broedplaatsen in nabijgelegen potentieel geschikte leefgebieden en door de (onderlinge) ecologische versterking van deze gebieden. Geschikte locaties hiervoor zijn het nabijgelegen Beatrixpark, Amstelpark en het Amsterdamse bos.

Vissen In het peilvak van Buitenveldert komt de Bittervoorn en mogelijk ook de Rivierdonderpad voor. Voorafgaand aan het dempen van, of werken in, watergangen dient hier rekening mee gehouden te worden. Door aanvullend veldwerk dient de aanwezigheid binnen het projectgebied te worden aangetoond. Indien de soort negatieve effecten ondervindt is een ontheffing noodzakelijk. Dit betekent in ieder geval dat werkzaamheden in een rustig tempo vanaf één kant onder toezicht van een ter zake deskundige uitgevoerd moeten worden, zodat vissen kunnen vluchten. Ten behoeve van de Bittervoorn dienen de in een watergang aangetroffen grote zoetwatermosselen, zoals de Zwanenmossel en Schildersmossel, te worden verzameld en elders te worden uitgezet. Bij het realiseren van nieuw oppervlaktewater, kan rekening gehouden worden met de belangrijkste habitateisen van Bittervoorn en Rivierdonderpad. De Bittervoorn heeft een voorkeur voor plantenrijke watergangen met helder water en een goede waterkwaliteit. De Rivierdonderpad heeft behoefte aan voldoende substraat in zijn leefgebied in de vorm van stenen, grind of takken en boomwortels. Reptielen, vlinders, libellen en overige ongewervelde Het voorkomen van beschermde reptielen binnen het plangebied wordt op basis van verspreidingsgegevens [Ravon, 2007 en website DRO] en het ontbreken van geschikt biotoop uitgesloten.

Dit geldt eveneens voor aan het plangebied gebonden beschermde soorten vlinders, libellen of overige ongewervelde. Soortspecifieke maatregelen zijn derhalve niet noodzakelijk.

7

Als mitigatie niet mogelijk is, dient gekeken te worden naar compensatie. Hierbij worden de verloren gegaande waarden op een andere locatie extra gerealiseerd.

blad 67 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

7.3

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

Effectbeoordeling Voor zoogdieren en amfibieën in het gebied geldt dat rekening gehouden moet worden met de (mogelijke) aanwezigheid van deze dieren bij het schonen van terreinen. Er zal een enigszins negatief effect optreden als gevolg van intensiever gebruik van het gebied, maar er komen (vrijwel) geen beschermde soorten voor. Voor zoogdieren wordt het effect van alle varianten daarmee als neutraal (0) beoordeeld.Voor vleermuizen geldt dat deze in het gebied voorkomen en er ook foerageren. Door de voorgestelde ingrepen wordt de gunstige staat van instandhouding van de voorkomende soorten niet (significant) negatief beïnvloed. Er vindt echter wel enige verstoring plaats. Het effect wordt daarmee als enigszins negatief (-) beoordeeld. De soorten komen wijdverspreid voor. Door mitigerende maatregelen dienen negatieve effecten voorkomen te worden. Het leefgebied voor vogels zal door het meer intensieve gebruik en het verdwijnen van groen afnemen. De vogels in het gebied zijn algemeen voorkomende soorten, waarvoor een algemene zorgplicht geldt. Verstoring van broedende vogels gedurende de uitvoeringsfase is niet toegestaan. Voor zover er vaste verblijfplaatsen (nesten) van roofvogels in het gebied zijn, verdwijnen die mogelijk. Indien het niet mogelijk is om negatieve effecten door mitigatie uit te sluiten, zijn compenserende maatregelen noodzakelijk.

Om deze reden worden de alternatieven enigszins negatief (-) beoordeeld voor vogels. De Bittervoorn en Rivierdonderpad komen in het gebied voor. Hiervoor is nader onderzoek gewenst voorafgaande aan de werkzaamheden. Bij daadwerkelijke verstoring moet de vissen de gelegenheid gegeven worden te vluchten naar ander water. De effecten worden beoordeeld als enigszins negatief (-) voor vissen. Beschermde reptielen, vlinders, libellen en overige ongewervelde dieren komen (naar verwachting) niet in het gebied voor. Het effect is daarmee beoordeeld als neutraal (0). tabel 19 Effectbeoordeling natuur

Criterium

Natuur

7.4

Subcriterium

Alternatief 1 100%

Alternatief 2 85%

Alternatief 3 115%

Zoogdieren en amfibieën Vleermuizen Vogels Vissen Reptielen, vlinders, libellen en overige ongewervelde dieren

0 0

0 0

0 0

Gevoeligheidsanalyse volledige ontwikkeling van voorgenomen plannen VU/VUmc De impact op ecologische waarden en flora en fauna is niet afhankelijk van de voorgenomen plannen bij VU/VUmc.

7.5

Gevoeligheidsanalyse "Het Dok" Het ondergrondsbrengen van infrastructuur heeft een neutraal/licht positief effect op natuur. Een deel van het lawaai door auto's (en spoor) wordt weggenomen, maar de A10 is niet de enige geluidsbron in de nabije omgeving, dus het effect hiervan is relatief gering.

blad 68 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

Het effect van het Dok op ecologie kan beter in beeld worden gebracht als ook invulling bovenop het Dok bekend is en in hoeverre hier nog aan ecologische verbeteringen voor het gehele gebied gedacht kan worden.

blad 69 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

8

Cultuurhistorie, archeologie en landschap

8.1

Referentiesituatie Het gebied waarin de Zuidas tot ontwikkeling komt bestond tot de jaren '60 van de twintigste eeuw voornamelijk uit weidegebied (zie figuur 23). Alleen langs de Amstelveenseweg lagen boerderijen, waarvan de landerijen zich uitstrekten tot aan de Amstel.

figuur 23 Uitsnede uit de topografische kaart van Nederland (schaal 1:25.000), 1952

Op de kaart van 1952 werd het spoor, zoals dat nu centraal op het dok ligt al op kaart aangegeven. In 1978 reed de eerste pendeldienst van Amsterdam-Zuid naar Schiphol over het spoor en in 1985 volgde uitbreiding in de richting van Amsterdam RAI. In 1993 werd de aansluiting verder naar het oosten gelegd. Ten noorden van het (in 1952 nog geprojecteerde) spoor zijn hier en daar woningen aangegeven op de topografische kaart (zie figuur 23), alsmede een aantal parken en de begraafplaats aan de huidige Fred. Roeskestraat. Ten zuiden van het spoor bestond het landschap met name uit de strokenverkaveling die eeuwen eerder reeds werd aangelegd voor het agrarische gebruik van de Buitenveldertsche polder.

8.1.1

Archeologie De Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) biedt geen kartering voor het plangebied, omdat dit bebouwd gebied is (zie figuur 24). Bij onderzoeken in 1987 en 2003 zijn echter wel vondsten gedaan in het plangebied (OM nummer 367652 en waarnemingsnummer 419968). Deze vondsten zijn gedocumenteerd en voor zover mogelijk opgeslagen in het depot voor bodemvondsten. Daarmee zijn deze vondsten uit het gebied verwijderd. De rode cirkel geeft de globale ligging van het plangebied aan. De grijze kleur geeft aan dat het gebied niet gekarteerd is en dat er op deze kaart daarom geen uitspraak

blad 70 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

wordt gedaan over de kans op het aantreffen van archeologische waarden. (bron: www.kich.nl)

figuur 24 Indicatieve Kaart Archeologische Waarden voor het plangebied

Voor de plannen voor de diverse deelgebieden zijn door het Bureau Monumenten en Archeologie van de gemeente Amsterdam vanaf ca. 2003 archeologische bureauonderzoeken uitgevoerd. De onderzoeken hebben betrekking op alle deelgebieden van de Flanken van de Zuidas8. Voor het deelgebied Fred. Roeskestraat is in 2010 een beleidskaart gekoppeld aan een reeds eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek. In de MER-beoordeling uit 2007 is reeds opgemerkt dat rondom de Zuidas archeologische waarden te verwachten zijn rond de Amstelveenseweg en de Amstel en mogelijk rond de Boerenwetering. De uitgevoerde archeologische onderzoeken ondersteunen deze conclusie grotendeels. Uit alle onderzoeken blijkt dat ter plaatse van de plangebieden geen archeologische waarden bekend zijn en dat de trefkans op het aantreffen van archeologische vondsten laag is, met uitzondering van de plangebieden Kenniskwartier en Fred. Roeskestraat, waar langs de Amstelveenseweg een hogere trefkans voor archeologische waarden geldt. De lage verwachting is enerzijds het gevolg van het gebruik van het gebied in het verleden. Het grootste deel van het gebied kende een agrarisch gebruik als akker- of weiland. Deze activiteiten leiden tot beduidend minder archeologische sporen dan bijvoorbeeld bewoning.

Anderzijds is de verwachting laag, omdat door de bouwwerkzaamheden in de periode na 1960 de bodem geroerd is, waarmee eventueel voorkomende archeologische resten verstoord zijn.

8

In de literatuurlijst bij dit MER zijn alle archeologische onderzoeken opgenomen die zijn uitgevoerd voor het plangebied.

blad 71 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

Voortbordurend op de uitkomsten van de archeologische onderzoeken is te verwachten dat in ieder geval ten zuiden van de Ringweg A10 voor het overgrote deel een lage verwachting geldt ten aanzien van het voorkomen van archeologische waarden, dan wel dat gebieden vrijgesteld zijn van verder archeologisch onderzoek als gevolg van de werkzaamheden die in het recente verleden hebben plaatsgevonden. Uitzondering hierop vormt het gebied langs de Amstelveenseweg (zowel ten zuiden als ten noorden van de A10), waarlangs in het verleden (vanaf de middeleeuwen) boerderijen en buitens gestaan hebben. In deze gebieden geldt een hoge verwachting ten aanzien van archeologie. Voor het gebied ten noorden van de A10 verschilt de archeologische verwachting niet wezenlijk van die voor het gebied ten zuiden van de A10. Ten noorden van de A10 geldt eveneens een hoge verwachtingswaarde voor het gebied langs de Amstelveenseweg. Verder geldt voor het gebied een lage archeologische verwachtingswaarde of zijn gebieden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Deze verwachtingen zijn gebaseerd op archeologische bureauonderzoeken uitgevoerd door het Bureau Monumenten en Archeologie van de gemeente Amsterdam. De Amstel -met de zone met een hogere archeologische trefkans daaromheen- ligt buiten het plangebied van de Zuidas.

Eventuele archeologische waarden daar worden dan ook niet beïnvloed door de werkzaamheden voor de Zuidas - Flanken.

8.1.2

Cultuurhistorie Historische geografie Een topografische militaire kaart van rond 1850 toont de opstrekkende verkaveling die in die tijd het gebied bepaalde (figuur 25). Vanaf De Overtoom naar het zuiden loopt de huidige Amstelveenseweg met daarlangs een lint van boerderijen, die met naam aangegeven zijn op de kaart. Van deze opstrekkende verkaveling zijn na de realisatie van de bebouwing vanaf de jaren '60 van de twintigste eeuw geen sporen bewaard gebleven. Wel is de Amstelveenseweg als structuur bewaard gebleven. Deze weg ligt gedeeltelijk binnen het plangebied. Aan de noordzijde ligt, ten westen van het RAI-terrein een gedeelte van de Boerenwetering, die vanaf daar in noordelijke richting tot aan Singelgracht loopt. Voor het overige zijn geen historisch-geografische waarden bekend in het plangebied. Ten westen van het plangebied is nog een overblijfsel van een lokaalspoorlijn bewaard gebleven. Deze werd in de periode 1910-1915 aangelegd. De structuur ervan is nog herkenbaar. Verder is het Amsterdamse bos ten zuidwesten van het plangebied aanwezig. Dit is zowel vanuit historisch-geografisch oogpunt als vanuit de landschapsarchitectuur een waardevol element in het landschap. Het Amsterdamse Bos is voorgedragen om als beschermd stads- en dorpsgezicht te worden aangewezen door het rijk.

Het ontwerp van het bos dateert uit 1937 en het werd aangelegd als een werkverschaffingsproject, ter bestrijding van de crisis met hoge werkloosheid in de jaren '30 van de 20e eeuw.

blad 72 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

Amsterdam

Nieuwe meer Amstel

figuur 25 Topografische, militaire kaart 1850-1864 (Bron: watwaswaar.nl).

Historisch-bouwkundige waarden De bebouwing in het plangebied dateert overwegend uit de periode na 1960. In het gebied is een grafmonument op de begraafplaats Fred. Roeskestraat 103 aangewezen als rijksmonument. De Gerrit Rietveld-academie (Fred. Roeskestraat 96) is aangewezen als gemeentelijk monument. Ook het Beatrixpark dat direct aan de Flanken van de Zuidas grenst is aangewezen als gemeentelijk monument. Het Spinozalyceum aan de Peter van Anrooystraat en het Burgerweeshuis aan de Amstelveenseweg 400 zijn eveneens aangewezen als gemeentelijke monumenten en liggen ook in de gebieden grenzend aan het plangebied. Daarnaast zijn de volgende rijksmonumenten aangewezen in de gebieden grenzend aan het plangebied: • Dirk Schäferstraat 1-55, Blokjespanden (landelijke top 100 Wederopbouw) • Johannes Worpstraat 1-55, Blokjespanden (landelijke top 100 Wederopbouw) • Stadionkade113 en ernaast, 3 scholen • Olympisch stadion en bijgebouwen • begraafplaats Zorgvlied De beschermde monumenten die liggen in gebieden die grenzen aan het plangebied kunnen door de realisatie van de plannen voor de Flanken van de Zuidas de context verliezen. Een aantal panden in het plangebied is beoogd als gemeentelijk monument.

Dit geldt voor de volgende panden: • Rai-Europahal (selectie top 100 Jonge Monumenten) • Rai-Congrescentrum (selectie top 100 Jonge Monumenten) • reclamezuil Rai • Prinses Irenestraat 19, kapel (selectie top 100 Jonge Monumenten) • Vivaldistraat 2-8, kantoor, (selectie top 100 Jonge Monumenten) • brug Diepenbrockstraat-Wielingenstraat

blad 73 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

Deze panden vallen nog niet onder de bescherming van gemeentelijke monumenten. De Centrale stad heeft beslissingsbevoegdheid over de aanwijzing van deze monumenten. Deze hiervoor opgesomde bouwwerken stonden nog wel op de selectie top 100 jonge monumenten, maar hiervoor heeft de gemeenteraad al een besluit genomen om de gronden tot Zuidas-milieu in hoge dichtheid te ontwikkelingen (de groen voor rood afspraak) waardoor de panden niet meer voor behoud in aanmerking komen. Buiten het plangebied zijn de volgende panden beoogd als gemeentelijk monument: • Prinses Irenestraat 34-36, Thomaskerk (GMP zuid en selectie top 100 Jonge Monumenten) • Beethovenstraat 195-285, Sterflat (selectie top 100 Jonge Monumenten) • diverse bruggen over het Zuideramstelkanaal (nog in onderzoek) • Arent Janszoon Ernststraat 869 en Groot Essenburg 78, kerk (GMP Zuid) • Stadionkade 130, school (GMP) Aan de noordzijde grenst het plangebied aan 'Plan Zuid van Berlage'. Dit staat op de nominatie om door de rijksoverheid aangewezen te worden als beschermd stadsgezicht9. De grens van het beschermde stadsgezicht ligt juist ten zuiden van de Stadionkade. Ten westen van het plangebied is voor het Amsterdamse Bos de bescherming als beschermd stadsgezicht aangevraagd. In de huidige situatie verschilt de bebouwing in het plangebied van de Flanken van de bebouwing in de buurt ten noorden van de Stadionkade.

Ten noorden van de Stadionkade wordt de bebouwing gekenmerkt door woonblokken uit de begin jaren van de 20e eeuw. Ten zuiden van de Stadionkade is grootschalige bebouwing uit het einde van de 20e eeuw aanwezig met veelal een functie als onderwijsinstelling of kantoor. Ten zuiden van het dok ligt het plangebied in een groter geheel van bebouwing van na 1960. Alleen het Amsterdamse Bos -dat op een vrij ruime afstand van het plangebied ligtgeldt hier als potentieel beschermd stads- en dorpsgezicht. Aan de Amstel en in het Amsterdamse Bos komen enkele rijksmonumenten voor, zoals het 18e-eeuwse buitenhuis Amstelrust met het daarbij behorende koetshuis.

8.1.3

Landschap Behalve historische elementen bestaat het landschap ook uit meer recent gerealiseerde waarden. Het landschap heeft bestaan uit open, landelijk gebied. Dat is sinds het ontstaan van de huidige bebouwing vanaf de jaren '60 van de 20e eeuw niet meer het geval. De beschrijving van het huidige stedelijke landschap is in de paragraaf Ruimtelijke kwaliteit (zie paragraaf 9.1.3) in het hoofdstuk Ruimtelijke ordening en economie opgenomen.

8.2 8.2.1

Effectbeschrijving Archeologie De werkzaamheden in het plangebied bestaan deels uit sloop en nieuwbouw van panden. De nieuwbouw vindt niet uitsluitend plaats op de plaatsen waar panden gesloopt worden, 9

blad 74 van 126

Bron: www.kich.nl

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

maar ook op terreinen die nu nog open zijn. De archeologische beleidskaarten die voor een deel van het gebied zijn opgesteld tonen drie soorten gebieden. Voor ieder van deze gebieden wordt een andere planomvang als ondergrens voor een archeologische onderzoeksplicht gesteld: • Hoge verwachting: onderzoeksplicht vanaf 500 m2 en dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld10. • Lage verwachting: onderzoeksplicht vanaf 10.000 m2 en dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld11. • Vrijgesteld van archeologisch onderzoek Deze beleidsuitgangspunten voor het omgaan met archeologische waarden zijn vastgelegd als archeologisch beleid. Dit beleid is erop gericht archeologie vroegtijdig in het ruimtelijk planproces in te passen. Dit beleidskader is meer uitgebreid beschreven in de bijlage met wettelijke en beleidskaders bij deze MER. Er zijn in het beleidskader voor de gemeente Amsterdam 13 categorieën gebieden die ieder een eigen vervolgtraject voor archeologisch onderzoek kennen. De indeling van de gebieden (en delen daarvan) in een van de categorieën is gebaseerd op een archeologisch bureauonderzoek. Bij de verdere planvorming voor de verschillende deelgebieden wordt dit beleidskader als leidend aangehouden. In de gedeelten die vrijgesteld zijn van archeologisch onderzoek worden geen archeologische vondsten verwacht. Er treedt dan ook geen effect op, op de archeologische waarden in dat gebied.

Het gehele plangebied Zuidas - Flanken is door het Bureau Monumenten en Archeologie onderzocht door middel van bureauonderzoeken. Voor de deelgebieden met een hoge en de deelgebieden met een lage verwachtingswaarde geldt dat archeologische waarden aangetast kunnen worden als gevolg van de realisatie van de plannen. Voor de gebieden die vrijgesteld zijn van (nader) archeologisch onderzoek geldt dit niet. Voor alle deelgebieden geldt wel de vondstmeldingsplicht op het moment dat toch archeologische zaken aangetroffen worden bij graaf- en bouwwerkzaamheden, hoewel deze niet verwacht waren op basis van het bureauonderzoek. Op drie specifieke deelgebieden: Fred. Roeskestraat, Kenniskwartier en Kop Zuidas wordt specifiek ingegaan, omdat hier sprake is van enkele verwachtingwaarden ten aanzien van archeologie. Fred. Roeskestraat In het deelgebied Fred. Roeskestraat geldt een hoge verwachting voor het gebied langs de Amstelveense weg12. Hiervoor geldt een onderzoeksplicht bij een planomvang van 500 m2 en een diepte van 2,00 meter (zie figuur 26). In deze zone worden de resten van twee gebouwen verwacht (Over Schinkel (aangegeven met 1) en Hooge Boomen (aangegeven met 2). Er zal in dit gebied naar verwachting ook ondergronds gebouwd worden (parkeergarages). De planomvang van 500 m2 en de diepte van de werkzaamheden dieper dan 2 meter zal naar verwachting overschreden worden.

In deze gedeelten bestaat dan ook de kans dat archeologische waarden worden aangetast.

10

Met uitzondering van deelgebied Kenniskwartier: hier geldt een dieptecriterium van 1,2 meter onder het maaiveld. 11 Met uitzondering van deelgebied Kenniskwartier: hier geldt een dieptecriterium van 1,2 meter onder het maaiveld. 12 Haakmeester & Gawronski, 2005 en Lempke & Gawronski 2010b

blad 75 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

Het overige deel van dit deelgebied kent vrijwel helemaal een lage verwachting. Hiervoor geldt een onderzoeksplicht bij een planomvang van 10.000 m2 en een diepte vanaf 2,00 meter. Een paar kleine gebiedjes zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Gezien de omvang van de plannen bestaat ook in dit gebied de kans dat archeologische waarden worden aangetast als gevolg van realisatie van de plannen.

figuur 26 Archeologische waarden in het deelgebied Fred. Roeskestraat (Bron: Haakmeester & Gawronksi, 2005)

figuur 27 Archeologische beleidskaart deelgebied Fred. Roeskestraat (Bron: gemeente Amsterdam)

blad 76 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

Kenniskwartier Het deelgebied Kenniskwartier kent eveneens een hoge verwachting voor het gebied langs de Amstelveense weg13. De plannen voor dit gebied kunnen ook leiden tot aantasting van een gebied groter dan 500 m2 en dieper dan 1,20 meter (de diepte is voor dit deelgebied anders bepaald dat voor het deelgebied Fred. Roeskestraat). Daar bestaat de kans dat archeologische waarden worden aangetast. Hetzelfde geldt voor het gedeelte waarvoor een onderzoeksplicht vanaf 10.000 m2 is vastgelegd in beleid. Een deel van het gebied is vrijgesteld van archeologisch onderzoek.

figuur 28 Archeologische beleidskaart deelgebied Kenniskwartier (Bron: gemeente Amsterdam)

Kop Zuidas Het deelgebied Kop Zuidas is grotendeels vrijgesteld van archeologisch onderzoek, maar kent ook delen met een lage verwachting14. Hiervoor geldt een onderzoeksplicht bij plannen met een omvang vanaf 10.000 m2 en dieper dan 2 meter onder het maaiveld, zie figuur 29. Bij een archeologische quickscan ten behoeve van het bouwplan voor het RAI-hotel is vastgesteld dat voor dat deelgebied een lage archeologische verwachting geldt15. Voor het deelgebied RAI kan dan ook uitgegaan worden van een lage archeologische verwachting (onderzoeksplicht bij een planomvang vanaf 10.000 m2). De plannen voor het RAI hotel waren kleiner dan 5.000 m2, waardoor geen nader archeologisch onderzoek noodzakelijk was.

13

Lempke & Gawronski, 2010a De Leeuw, e.a., 2009 15 Stronkhorst & Gawronski, 2009 14

blad 77 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

figuur 29 Archeologische beleidskaart deelgebied Kop Zuidas (geel: lage archeologische verwachting, gearceerd vrijgesteld van archeologisch onderzoek. (Bron: gemeente Amsterdam)

8.2.2

Cultuurhistorie Historische geografie De Amstelveenseweg en de Boerenwetering zijn de enige benoemde historisch-geografische waarden die in het plangebied voorkomen. Beide structuren blijven bestaan in de plannen voor de realisatie van de Zuidas. De lokaalspoorlijn en het Amsterdamse Bos liggen te ver van het plangebied verwijderd om werkelijk effect te ondervinden van de realisatie van de Zuidas. Er ligt bestaande bebouwing tussen deze beide historischgeografische waarden en het plangebied. Historische bouwkunde Aangezien de begraafplaats aan de Fred. Roeskestraat gehandhaafd blijft binnen de plannen voor de Flanken van de Zuidas treedt geen effect op op het grafmonument dat op de begraafplaats als rijksmonument is aangewezen. Ook de Gerrit Rietveld-academie blijft bestaan, zodat dit gemeentelijke monument behouden blijft. Wel wordt de context van het monument gewijzigd door de plannen. Bij de verdere invulling van de plannen (architectonisch en stedenbouwkundig) zal hiermee rekening gehouden moeten worden. Voor de beoogde gemeentelijke monumenten in het gebied is nog niet duidelijk of zij aangewezen worden. Bij het achterwege blijven van een aanwijzing, geldt geen beschermde status. Op de rijks- en gemeentelijke monumenten in de omgeving van het plangebied zal de realisatie van de plannen een indirect effect hebben. Dit brengt geen wijziging in de functie van de monumenten.

De precieze (indirecte) effecten zijn grotendeels afhankelijk van de stedenbouwkundige invulling en architectonische vormgeving van de gebouwen in de omgeving van de monumenten.

blad 78 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

De ontwikkelingen in het noordelijke deel van het plangebied grenzen aan Plan Zuid van Berlage, waarvoor een bescherming als rijksbeschermd stadsgezicht is aangevraagd. Dit betreft de plannen voor het deelgebied Fred. Roeskestraat. Het deelgebied Strawinsky grenst direct aan de Irenebuurt, die tussen het aan te wijzen rijksbeschermde stadsgezicht en de nieuwe ontwikkeling gelegen is. Ter hoogte van het deelgebied Beethoven ligt tussen het plangebied en het aan te wijzen beschermde stadsgezicht het Beatrixpark. De bouw van nieuwe (hoog)bouw kan indirect effect hebben op het beschermde stadsgezicht, dat juist de waarde ontleent aan de samenhangende opbouw van deze wijk en het aanzicht. In het Uitvoeringsplan Fred. Roeskestraat wordt gemeld dat de bouwhoogte 30 meter zal bedragen met hoogteaccenten tot 40 meter. In verhouding tot de bouwblokken van Amsterdam Zuid is dit hoog. Er blijft echter een oeverzone vrij tussen de nieuw te realiseren bebouwing en het water langs de Stadionkade. Het Amsterdamse Bos waarvoor eveneens een procedure loopt om het als beschermd stadsgezicht aan te wijzen ligt op een zodanige afstand van het plangebied en zo afgeschermd door bebouwing dat geen effecten daarop te verwachten zijn.

8.2.3

Landschap Het plangebied kent de oude kenmerken van een open, agrarisch landschap niet meer. Hierop treden dan ook geen effecten op. De effecten op het stedelijke landschap zijn beschreven in de paragraaf over Ruimtelijke kwaliteit (zie paragraaf 9.2.3)in het hoofdstuk Ruimtelijke ordening en economie.

8.3 8.3.1

Effectbeoordeling Archeologie In het plangebied zijn in het verleden archeologische vondsten aangetroffen bij archeologisch onderzoek. Na het onderzoek zijn deze vondsten gedocumenteerd en voor zover mogelijk opgeslagen in het depot. Aantasting van deze bekende waarden is daarom bij de realisatie van de Zuidas niet aan de orde, omdat de vondsten niet meer in het gebied aanwezig zijn. Ten aanzien van bekende archeologische vondsten scoren alle alternatieven daarom neutraal. In het overgrote deel van het gebied geldt een lage verwachting ten aanzien van het voorkomen van archeologische waarden of een vrijstelling ten aanzien van archeologisch onderzoek op basis van de werkzaamheden die in het gebied hebben plaatsgevonden vanaf de jaren '60 van de twintigste eeuw. Alleen in een strook langs de Amstelveenseweg geldt een hoge verwachting ten aanzien van het voorkomen van archeologische waarden. Voor de gebieden met een vrijstelling ten aanzien van nader archeologisch onderzoek scoren de alternatieven ten aanzien van de archeologische verwachting/trefkans neutraal. Voor de gebieden met een lage archeologische verwachting enigszins negatief (-). Vanwege de grote omvang van de bouwplannen bestaat de kans dat archeologische sporen worden aangetast, ondanks de lage trefkans.

blad 79 van 126

projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1

Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport

De strook langs de Amstelveenseweg scoort negatief (- -) ten aanzien van effecten op archeologische verwachting/trefkans. Hier geldt de verwachting dat bij het realiseren van de nieuwe bouwplannen mogelijk archeologische waarden worden verstoord. In het totaal genomen komt de beoordeling van de archeologische verwachtingswaarde hiermee op een enigszins negatieve score (-). Het gedeelte met een hoge trefkans is relatief klein ten opzichte van het gedeelte met een lage trefkans en het gedeelte dat vrijgesteld is van archeologisch onderzoek, zodat een enigszins negatieve score (-) gegeven wordt. Deze score wijzigt niet bij realisatie van een 15% groter of 15% kleiner programma.

8.3.2

Cultuurhistorie Historische geografie Er zijn geen effecten op de historisch-geografische waarden te verwachten. Daarmee worden de effecten voor historische geografie als neutraal (0) beoordeeld. Voor een 15% groter of 15% kleiner programma worden de effecten op historisch-geografische waarden ook als neutraal beoordeeld. Historische bouwkunde De realisatie van de bouwplannen zal een enigszins negatief effect (-) hebben op het aan te wijzen beschermde stadsgezicht Amsterdam Zuid. Dit geldt voor de bouwplannen aan de noordzijde van de Ringweg A10 en in het bijzonder voor die in het deelgebied Fred. Roeskestraat. Ook zal een enigszins negatief effect (-) optreden op de monumenten in en direct grenzend aan het plangebied. Dit betreft een indirect effect als gevolg van de verandering van de context van de monumenten. Een groter programma zal een negatief effect (- -) hebben op de monumenten, uitgaande van een gelijke spreiding van het extra programma over het gehele gebied. Er blijft in dat geval minder ruimte over om rekening te houden met de inpassing van de monumenten. Een minder groot programma geeft extra ruimte om rekening te houden met de inpassing van de monumenten, de effectbeoordeling blijft echter (-), omdat per saldo de impact van de nieuwe bebouwing wel effect zal hebben op de monumentale bebouwing.

Of een groter programma een meer negatief effect heeft op het beschermde stadsgezicht is afhankelijk van de vraag waar en hoe deze verdichting wordt gerealiseerd. Een hogere bebouwing en een bebouwing meer naar de zijde van het beschermde stadsgezicht toe zullen een meer negatief effect hebben. Bij realisatie meer naar de zuidzijde van de A10 zal dit nauwelijks effect hebben op de score. Hetzelfde geldt voor de positieve werking van een kleiner programma. Bij een kleiner programma in het deelgebied Fred. Roeskestraat zal de score minder negatief zijn, maar bij verdunning op andere plaatsen zal dit geen effect hebben op de score. Al met al zijn de effecten voor alle alternatieven als gelijk beoordeeld, omdat uitgegaan wordt van een algehele spreiding van een toename of afname van het programma. De vormgeving van de bebouwing is eveneens van invloed op de effectbeoordeling van de bouwplannen op het beschermde stadsgezicht. Hierover kan op basis van de huidige plannen nog geen beoordeling gegeven worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13977800/1