5. Bestedingsperspectief_klimaatfonds_2020_vastgesteld_b_w_op_25_februari_2020.pdf
Tekst van het document
Bestedingsperspectief Klimaatfonds 2020
Pagina 20 van 30
Tabel: Te verwachten beroep op Klimaatfonds in deze en komende periode Maatregelen 2019-2022 Slimme laad infra 2,5 miljoen Zero emissiebussen 2,5 miljoen Totaal
5 miljoen
2023-2026 6 miljoen 7,5 miljoen 13,5 miljoen
Het programmabureau luchtkwaliteit bereidt het bestedingsvoorstel voor een bijdrage in 20202021 aan slimme laad infra voor.
Bestedingsperspectief Klimaatfonds 2020
Pagina 21 van 30
5 Duurzame elektriciteit
5.1 Inhoudelijke opgave en strategie Het transitiepad Elektriciteit heeft tot doel zo veel mogelijk duurzame elektriciteit op te wekken binnen de gemeente Amsterdam. Dit kan door plaats te maken voor windturbines en door zoveel mogelijk daken van zonnepanelen te voorzien. Er is echter ook een grote toename van het elektriciteitsgebruik verwacht door verdergaande digitalisering van onze samenleving, de toename van elektrische mobiliteit en het gebruik van elektriciteit als vervanging van gas. De grote verwachte toename in de vraag naar elektriciteit in combinatie met de onregelmatige elektriciteitslevering door al die zonnepanelen en windturbines vergt veel van het elektriciteitsnet. Met behulp van accu’s en andere opslagtechnieken, zoals waterstof, kunnen de gevolgen van die onregelmatigheid in de opwek worden beperkt. Elektrische auto’s bevatten aanzienlijke accu’s en kunnen daarin met de juiste laadinfrastructuur een aanzienlijke rol spelen. De slimme laadinfrastructuur komt aan de orde bij het transitiepad mobiliteit.
5.2 Financiële strategie De rollen die de gemeente voor zichzelf weggelegd ziet op dit transitiepad leiden tot een terughoudende financiële strategie. Het Klimaatfonds richt zich daarbij hoofzakelijk op het bijdragen van kansrijke en leerzame pilots. Beperkte ruimte bestaat voor de vergoeding van proceskosten om complexe projecten met vele stakeholders van de grond te krijgen. Zonnepanelen en windturbines zijn in de meeste gevallen een rendabele investering, zeker als aanspraak wordt gemaakt op Stimulering Duurzame Energie van het Rijk. Voor rendabele investeringen zijn leningen een passend instrument. Voor dergelijke leningen heeft de gemeente al de Energielening, het Duurzaamheidsfonds en het Amsterdam Klimaat en Energie Fonds (AKEF). Het is niet de bedoeling om met Klimaatfonds te concurreren met deze instrumenten. De wijzigingen van de salderingsregeling voor zonnepanelen levert onzekerheden op voor de rendabiliteit van zonnepanelen projecten. De salderingsregeling is een Rijksaangelegenheid. Het Klimaatfonds wordt niet aangewend om deze onzekerheden weg te nemen. In bijzondere gevallen kan er sprake zijn van een onrendabel zon- of windproject dat voor een bijdrage vanuit het Klimaatfonds in aanmerking kan komen, bijvoorbeeld vanwege leerkansen.
Bestedingsperspectief Klimaatfonds 2020
Pagina 22 van 30
De elektriciteitswet op Rijkniveau is bepalend op voor het elektriciteitsnet. De wet legt de taak hierin bij de netbeheerder. De kosten voor verzwaring van het net door de netbeheerder worden gesocialiseerd via de aansluittarieven. De potentiele stijging van de aansluitkosten voor huishoudens brengt als aandachtspunt met zich mee dat dit de energiearmoede zouden kunnen versterken. Naast de onregelmatigheid van levering van wind- en zonneelektriciteit op dit transitiepad hebben strategische keuzes op de andere transitiepaden een grote impact op de grootte en gelijktijdigheid van de elektriciteitsvraag. Grotere elektriciteitsvraag en piekbelasting in de elektriciteitsvraag zijn de voornaamste aanleiding tot verzwaring. De wettelijke verdeling van verantwoordelijkheden heeft als consequentie dat voor de gemeente financieel een relatief kleine rol is weggelegd. De inzet van Klimaatfonds is om pilots te stimuleren en zo voorbeelden te creëren van effectieve oplossingen. De bedoeling is dat bij het voorbereiding en uitvoering van deze experimenten problemen en beperkingen inzichtelijk gemaakt worden. Deze problemen en beperkingen kunnen dan de basis vormen voor een krachtige lobby. Op die manier kan de gemeente Amsterdam bijdragen aan het banen van de noodzakelijke paden.
5.3 Globaal investeringsperspectief De raming van de investeringen op dit transitiepad komt uit op 900 miljoen euro in 2050. Het grootste deel van deze investeringen gaat zitten in het realiseren van zonnepanelen en windturbines door private investeerders, instellingen en particulieren in de stad. Tabel: Investeringen op transitiepad tot 2030 en 2050 Maatregelen 2030 Windenergie 120 miljoen Zonne energie 475 miljoen Uitbreiding net 100 – 150 miljoen Smart grid Pm Opslagcapaciteit Pm
2050 120 miljoen 475 miljoen 300 miljoen Pm Pm
Totaal
900 miljoen
700 – 750 miljoen
5.4 Beroep op Klimaatfonds De opgave ten laste van het Klimaatfonds zal zich op dit transitiepad vooral richten op het aanjagen van pilots om ten eerste de opgewekte bruikbare elektriciteit binnen de beperkte beschikbare ruimte te verhogen en ten tweede om de ontwikkeling van opslagcapaciteit op buurtniveau te stimuleren. De ambitie om op zoveel mogelijk daken en andere ruimten van zoveel mogelijk zonnepanelen te voorzien kan als consequentie hebben dat er ook zonnepanelen op suboptimale plaatsen worden geplaatst. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat de zonnepanelen minder stroom opleveren of gedurende hun levensduur verplaatst moeten worden. Dit kan ook betekenen dat er speciale duurdere lichtgewicht zonnepanelen nodig zijn. Ook is mogelijk dat de noodzakelijke bekabeling veel langer wordt. Vanuit het Klimaatfonds zijn beperkt middelen beschikbaar om innovatieve pilots op dit gebied te ondersteunen. Deze pilots dienen te kunnen leiden tot waardevolle en breder toepasbare voorbeelden van toepassing van zonnepanelen die de opgewekte bruikbare elektriciteit binnen de beperkte beschikbare ruimte verhoogt. Geraamd wordt dat hiertoe over de periode van 4 jaar een bijdrage uit het Klimaatfonds van 2 miljoen nodig zal zijn.
Bestedingsperspectief Klimaatfonds 2020
Pagina 23 van 30
Door lokaal opgewekte elektriciteit op momenten van lage vraag decentraal op te slaan en vervolgens op momenten van hoge vraag lokaal te gebruiken kan het gebruik van het elektriciteitsnet voor transport van die elektriciteit aanzienlijk beperkt worden. Ook kan met slimme vraagsturing de piekbelasting van het elektriciteitsnet beperkt worden, dit gebeurt bijvoorbeeld al met de laadinfra voor elektrische mobiliteit. Gezien de terughoudende rol die de netbeheerder neemt met betrekking tot vraagsturing en decentrale opslag is de verwachting dat daar aanzienlijk kansen voor innovatieve pilots liggen. Onvoldoende duidelijk is op dit moment op welke schaal dergelijke decentrale opslag het beste plaats zou kunnen vinden. Geïndividualiseerde oplossingen met accu’s binnen de verblijfsruimte genieten op het eerste gezicht niet de voorkeur in verband met het brandgevaar en de beperkte investeringscapaciteit van sommigen. Op een iets grotere schaal zouden pilots met buurtaccu’s of lokale waterstofopwek tot waardevolle resultaten kunnen leiden. Geraamd wordt dat voor pilots met slimme vraagsturing en lokale opslag over een periode van 4 jaar een bijdrage van 2 miljoen uit het Klimaatfonds nodig zal zijn. Voor kleinschalige projecten bij particulieren en VVE’s is ondersteuning beschikbaar via de VVEadviesregeling. Voor de realisatie van grootschalige projecten met zonne-energie – bijv.
op daken van scholen is ook procesgeld nodig. Hiervoor zijn binnen de gemeente andere bronnen dan het Klimaatfonds, zoals de versnellingsmiddelen afkomstig uit het Duurzaamheidsfonds beschikbaar. In aanvulling daarop wordt ook voor dit transitiepad rekening gehouden met een beroep op procesmiddelen, bijvoorbeeld om momentum te creëren voor de grootschalige uitrol van zonneenergie. Tabel: Te verwachten beroep op Klimaatfonds in deze en komende periode Maatregelen 2019-2022 Windenergie Zonne energie 2 miljoen Uitbreiding net Smart grid Zie mobiliteit Opslagcapaciteit 2 miljoen Voorbereiding aanpak 1 miljoen Totaal
Bestedingsperspectief Klimaatfonds 2020
5 miljoen
2023-2026 0,5 miljoen Zie mobiliteit 2,0 miljoen 2,5 miljoen
Pagina 24 van 30
6 Haven & industrie
6.1 Inhoudelijke opgave en strategie De Routekaart maakt duidelijk dat een groene haveneconomie een belangrijke speelt rol in de economie en energietransitie, van Amsterdam, de MRA, Nederland en Europa. Deze economie levert duurzame energieproducten en energiediensten zoals stroom, waterstof, groene brandstoffen, energieopslagvermogen, schakelvermogen, voor energiesysteem, industrie, mobiliteit en mogelijk ook gebouwde omgeving. Geleidelijk zal in de periode 2020-2050 deze nieuwe economie de plek innemen van de fossiel gebaseerde oude economie. De opgave is tweeledig. Enerzijds moet de jaarlijkse CO2-uitstoot van 944 kiloton drastisch naar beneden om de doelstelling te halen om in 2030 55% minder CO2 uit te stoten en om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Anderzijds biedt het havengebied – als onderdeel van het industriële cluster in het Noordzeekanaalgebied - kansen om meer hernieuwbare energie op een industriële schaal op te wekken, op te slaan en te distribueren. De Routekaart geeft aan dat de gemeente bij het transitiepad mobiliteit verschillende rollen vervult.
6.2 Financiële strategie Centraal in de financiële strategie voor dit transitiepad staat dat de verantwoordelijkheid in eerste instantie ligt bij het bedrijfsleven. Daar ligt de verantwoordelijkheid voor het productieproces en de bedrijfsvoering, daar wordt op de (internationale) markt geld verdiend met de productie en transport van goederen. Het gaat om zéér grote investeringen die zich op de markt moeten terugverdienen. Daarbij is het daadwerkelijk doorvoeren van innovaties die binnen de gestelde wettelijke terugverdientermijn renderen al een belangrijk punt van winst. De internationale en nationale regelgeving en het Klimaatakkoord en Klimaatwet bieden de kaders en prikkels om bedrijven te bewegen om minder CO2 uit te stoten. De financiële strategie voor het transitiepad haven en industrie heeft betrekking op de samenwerkende en ondersteunende rol van de gemeente om een omgeving voor innovatie te creëren, pilots aan te jagen en een infrastructuur die hernieuwbare energiebronnen en -dragers in de haven te faciliteren. De gemeente zet een mix van financierings- en bekostigingsinstrumentarium in om kansrijke initiatieven en duurzame ontwikkelingen met een maatschappelijke meerwaarde in beweging te zetten, onder meer via samenwerking met andere overheden om publiek-private initiatieven mogelijk te maken: provincie, rijk en Europa. Bestedingsperspectief Klimaatfonds 2020
Pagina 25 van 30
Middelen uit het Klimaatfonds kunnen daarvoor worden aangewend. Daarbij hanteert de gemeente als uitgangspunt dat het bedrijfsleven zelf verantwoordelijk is voor een marktconforme en rendabele businesscase. De inverdieneffecten van reductie van energie- en onderhoudslasten, de gunstige fiscale condities voor CO2-reductie en de in het Klimaatakkoord uitgebreide Subsidieregeling Duurzame Energie (SDE++) vormen een gunstige basis om tot een rendabele businesscase te komen. De publieke middelen vanuit het Klimaatfonds kunnen worden ingezet voor een mogelijk onrendabel deel in het realiseren van een publieke infrastructuur in de haven. Maar ook voor het aanjagen van innovatie, die een robuust marktconform perspectief heeft, maar in de initiatieffase nog kwetsbaar is. Vanuit het Klimaatfonds kan een bijdrage worden geleverd aan bekostiging van de (vooralsnog) onrendabele top.
6.3 Globaal investeringsperspectief De verwachte inzet vanuit het Klimaatfonds heeft betrekking op waterstofinfrastructuur en CCSU. Binnen het platform Noordzeekanaalgebied wordt samengewerkt om op tijd de benodigde infrastructuur te realiseren die nodig is om hernieuwbare energie op een industriële schaal te kunnen opwekken, opslaan en distribueren. Het Klimaatfonds zou een beperkte rol kunnen spelen bij de financiering van een waterstofbuisleiding van IJmuiden naar Amsterdam. Klimaatneutrale brandstoffen kunnen worden geproduceerd door groene waterstof en groene koolstofmoleculen aan elkaar te verbinden, ook wel synthetische brandstof. Doordat CO2 die hierbij wordt gebruikt van biogene oorsprong is en dus eerst is onttrokken aan de atmosfeer is het effect van het gebruik netto nihil. Voor zowel de luchtvaart als de scheepvaart worden de ontwikkeling van deze brandstoffen gezien als de enige kansrijke route om deze sectoren klimaatneutraal te maken. Technieken die dit mogelijk maken worden op dit moment ontwikkeld en worden op kleine schaal in pilotfabrieken toegepast. De kosten zijn nog hoog. Grootschalige overheidsinvesteringen en investeringen vanuit de sectoren zijn nodig voor onderzoek, innovatie en opschaling. Voor de gemeente Amsterdam is het vooral van belang om deze innovaties en productiefaciliteiten te kunnen vestigen in de Haven van Amsterdam.
Als duurzame energiehaven - die via pijpleiding direct is verbonden met één van ’s werelds grootste luchthavens - is de haven van Amsterdam een geschikte locatie om deze technologie verder te ontwikkelen en tot productie te brengen. Deze inzet past goed binnen de strategie voor het transitiepad Haven en Industrie gebaseerd op groene industriepolitiek. Bij CCSU gaat het om CO2- afvang op een verantwoorde manier mogelijk te maken. Het Klimaatfonds kan ook een bijdrage leveren bij de rol die de gemeente Amsterdam vervult als ‘launching costumer’ door enkele voertuigen te laten rijden op waterstof en het faciliteren van laadinfrastructuur voor waterstof. Tabel: Investeringen op transitiepad tot 2030 en 2050 Maatregelen 2030 Waterstof infrastructuur 20 miljoen Gem. wagenpark als launching Pm customer Klimaatneutrale brandstoffen CCSU CO2-infrastructuur Totaal
Bestedingsperspectief Klimaatfonds 2020
24 miljoen 120 miljoen Pm
2050 20 miljoen Pm Pm Pm Pm
Pagina 26 van 30
6.4 Beroep op Klimaatfonds Op basis van de beperkte financiële rol van de gemeente op dit transitiepad wordt rekening gehouden met een financiële bijdrage aan enkele concrete projecten. Ook wordt rekening gehouden met een beroep op middelen om dergelijke concrete projecten in de voorbereidingsfase financieel te ondersteunen. Tabel: Te verwachten beroep op Klimaatfonds in deze en komende periode Maatregelen 2019-2022 Waterstof infrastructuur 3,5 miljoen
2023-2026 3, 5 miljoen
Gemeentelijk wagenpark als launching customer
0,25 miljoen
0,5 miljoen
Klimaatneutrale brandstoffen CCSU CO2-infrastructuur Voorbereiding aanpak
0,5 miljoen 3,5 miljoen Nvt 1 miljoen
0,5 miljoen 2,5 miljoen Nvt
8,75 miljoen
7,5 miljoen
Totaal
Bestedingsperspectief Klimaatfonds 2020
Pagina 27 van 30
7 Duurzame eigen organisatie
In het domein van de eigen organisatie moet de gemeente zelf zorgen voor verduurzaming. Primair is het daarbij zaak te komen tot duurzame investeringen binnen de eigen budgetten en met inverdieneffecten. Naar verwachting is hier wel aanvullende inzet nodig. Daarvoor zal niet het Klimaatfonds worden gebruikt, maar de middelen voor aanvullende versnelling uit de reserve Duurzaamheidsfonds. Een deel van de in de voorgaande hoofdstukken geraamde voorbereidings- en proceskosten zou ingezet kunnen worden voor het aanjagen van de verduurzaming van de eigen organisatie.
Bestedingsperspectief Klimaatfonds 2020
Pagina 28 van 30
8 Samenvatting bestedingsperspectief 2020 Op basis van de inhoudelijke opgave en financiële strategie per transitiepad is beschreven welke rol de gemeente ziet voor het Klimaatfonds. Bovendien wordt rekening gehouden met een bijdrage aan enkele etalageprojecten. Het Klimaatfonds is daarmee een belangrijk bestuurlijk instrument dat voor langere tijd aanmerkelijke impact heeft op de gemeentefinanciën. Dat geldt in ieder geval voor deze coalitieperiode en mogelijk voor een langere periode gedurende de transitie. Daarom geeft het bestedingsperspectief 2020 inzicht in de verwachting voor het beroep op het Klimaatfonds voor de eerstkomende jaren en voor de periode daarna. De systematiek van het Klimaatfonds laat ruimte om via besluitvorming over concrete bestedingsvoorstellen tot een andere invulling te komen. Tabel: Samenvattend overzicht verwacht beroep op Klimaatfonds Transitiepad 2019-2022 1. Gebouwde omgeving Aardgasvrije bestaande bouw 52-125 miljoen Energiezuinige bestaande bouw 8-17 miljoen Klimaatneutrale groei Pm 2. Mobiliteit 5 miljoen 3. Elektriciteit 5 miljoen 4. Industrie & haven 8,75 miljoen Etalageprojecten 3 miljoen Beheerskosten 0,7 miljoen Totaal
82-164 miljoen
2023-2026 115-205 miljoen 7-15 miljoen Pm 13,5 miljoen 2,5 miljoen 7,5 miljoen 0,7 miljoen 146-244 miljoen
Voor de periode 2019-2022 is de verwachting dat de beschikbare middelen als volgt besteed kunnen worden. Tabel: Bestedingsperspectief Klimaatfonds 2019-2022 Transitiepad 2019-2022 1. Gebouwde omgeving 127,5 miljoen 2. Mobiliteit 5 miljoen 3. Elektriciteit 5 miljoen 4. Industrie & haven 8,75 miljoen Etalageprojecten 3 miljoen Beheerskosten 0,7 miljoen Totaal 150 miljoen Bestedingsvoorstellen geven ook inzicht in het verwachte verloop van de uitgaven. De verwachting is dat bestedingsvoorstellen meestal het karakter hebben van een subsidie (eenmalig of een regeling) of een vaste bijdrage aan een project waarvoor de gemeente opdrachtgever is, zodat bij het besluit over een bestedingsvoorstel de maximale hoogte van de bijdrage vanuit het Klimaatfonds wordt vastgesteld. Er is echter ook sprake van risicoreserveringen en mogelijk ook ander instrumentarium, waarbij de hoogte en/of timing van de uitgaven niet vooraf bekend is.
Bestedingsperspectief Klimaatfonds 2020
Pagina 29 van 30
8.1 Inzet en planning Het fonds wordt opgebouwd in vier gelijke tranches in de periode 2019-2022. Ieder jaar wordt 37,5 miljoen euro uit het Vereveningsfonds overgemaakt naar het Klimaatfonds. Ook is een rijksbijdrage van € 5,9 miljoen voor het aardgasvrij maken van de Van der Pekbuurt in 2019 toegevoegd aan de voeding van het Klimaatfonds. Wat betreft de uitgaven wordt een onderscheid gemaakt tussen het moment van toekenning van de middelen middels een raads- of collegebesluit en het moment van feitelijke besteding. Dat wordt immers bepaald op het moment dat de concrete inzet van de middelen plaatsvindt. De investeringen uit het fonds zullen zorgvuldig moeten worden voorbereid. Dat betekent dat het uitgave-ritme niet gelijk zal lopen met het voedingsritme van het fonds. De middelen die in 2019 in het fonds zijn gestroomd zijn voor circa 22% bestemd door middel concrete project- of bijdragebesluiten. De verwachting is dat de middelen die tot en met 2020 in het fonds stromen aan het einde van 2020 voor circa 70% bestemd zullen zijn door middel van concrete project- of bijdragebesluiten. Daarna zal het bestemmingsritme verder oplopen. De concrete besteding zal ten opzicht van dit bestemmingsritme na-ijlen. Het is moeilijk nu al aan te geven op welk moment de feitelijke besteding zal plaatsvinden.
Vooralsnog wordt uitgegaan dat 20% van de middelen worden besteed in het jaar van bestemming (t), 30% in het jaar (t+1) daarop, 30% in het jaar daarop (t+2) en 20% in het jaar daarop (t+3). Tabel: Bestedingsperspectief Klimaatfonds – globale bestemming en fasering (inclusief Rijksbijdrage Van der Pekbuurt) Fasering Klimaatfonds 2019 2020 2021 2022
2023
2024
2025
Voeding fonds Bestemming middelen Besteding middelen
40,8
26,4
11,0
Bestemming per transitiepad 1. Gebouwde omgeving 2. Mobiliteit 3. Elektriciteit 4. Industrie & haven Etalageprojecten Beheerskosten
43,4 9,4 0,2
37,5 47,1 10,5
37,5 46,7 25,6
37,5 52,8 41,5
9,1
39,9 1,0 2,5 2,5 1,0 0,2
39,0 2,0 1,5 3,0 1,0 0,2
45,4 2,0 1,0 3,3 1,0 0,2
0,2
Naar de huidige verwachting kunnen de middelen van het Klimaatfonds in deze collegeperiode bestemd worden en bijna 75 miljoen euro in deze collegeperiode daadwerkelijk besteed. Met het veronderstelde kasritme zullen de bestedingen plaatsvinden in de periode tot en met 2025.
Bestedingsperspectief Klimaatfonds 2020
Pagina 30 van 30