4a. Erasmuspark- en Robert Scottbuurt_Bijlagen bij de toelichting.pdf
Tekst van het document
3
2.2
Rijk ..................................................................................................................................7
2.3
Provincie Noord-Holland .................................................................................................7
2.4
Gemeente Amsterdam ................................................................................................... 8
2.5
Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie ...................................................................... 8
Historisch-topografische en archeologische inventarisatie ....................................................10 3.1 Geomorfologie en bodem algemeen .............................................................................10 3.2
Historie algemeen .........................................................................................................10
3.3
Historisch-topografische inventarisatie ......................................................................... 11
3.3.1
Ontginningen ............................................................................................................ 11
3.3.2
Poldergebied ............................................................................................................. 13
3.3.3
Verstedelijking ..........................................................................................................14
3.4
Archeologische inventarisatie van het plangebied ......................................................... 15
3.4.1
Archeologische Monumentenkaart ........................................................................... 15
3.4.2
Vindplaatsen ............................................................................................................. 15
3.4.3
Bodemopbouw..........................................................................................................18
3.5
Conclusie: verwachtingsmodel ......................................................................................18
4 Archeologische verwachtingskaart ........................................................................................19 5 Archeologische beleidskaart ..................................................................................................21 6 Conclusie ...............................................................................................................................23 7 Bronnen................................................................................................................................ 24 Appendix I: beleidsvarianten en stroomschema ........................................................................... 25
3
Gemeente Amsterdam
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
Samenvatting Monumenten en Archeologie heeft in opdracht van Stadsdeel West een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor bestemmingsplangebied Erasmuspark en Robert Scottbuurt, stadsdeel West. Dit onderzoek is bedoeld om een beeld te krijgen van de ondergrondse cultuurhistorische waarden die in deze gebieden aanwezig kunnen zijn. Een dergelijk bureauonderzoek past binnen de verplichting van gemeenten om conform de Monumentenwet beleid te ontwikkelen ten aanzien van het behoud cq documentatie van die overblijfselen bij bouw- en aanlegwerkzaamheden. Het bureauonderzoek gaat uit van een beknopt overzicht van de historisch-topografische ontwikkeling van het plangebied. Het historisch overzicht wordt aangevuld met archeologische informatie afkomstig van vindplaatsen in de omgeving van het plangebied. De historische en archeologische informatie over de ruimtelijke topografische ontwikkelingen is omgezet naar een beeld van archeologische verwachtingen. Op de archeologische verwachtingskaart (p. 19) worden drie zones aangegeven. Aan de hand hiervan is een archeologische beleidskaart opgesteld, waarin de beleidsregels en maatregelen voor de vereiste archeologische monumentenzorg zijn vastgelegd. De beleidskaart telt twee zones (p. 21). Hiervoor is gespecificeerd in welke gevallen archeologisch onderzoek nodig is bij bodemingrepen.
Voor het gehele plangebied geldt de wettelijke meldingsplicht. Dit houdt dat ook wanneer geen archeologisch onderzoek is vereist, en toch bodemvondsten worden gedaan waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat deze van archeologische waarde zijn, dit wordt gemeld bij Monumenten en Archeologie. In overleg met de ontwikkelaar worden vervolgens maatregelen getroffen worden tot documentatie en berging van de vondsten.
4
Gemeente Amsterdam
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
Inleiding Monumenten en Archeologie heeft in opdracht van Stadsdeel West een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor bestemmingsplangebied Erasmuspark en Robert Scottbuurt. Dit gebied wordt ruwweg begrensd door de Bos en Lommerweg, Heemskinderenstraat/Joos Banckersplantsoen, Jan van Galenstraat, Ring A10 en Elckerlijcstraat. Het bureauonderzoek geeft een overzicht van bekende of verwachte archeologische waarden binnen het plangebied. Hierbij is gebruik gemaakt van historisch kaartmateriaal, relevante publicaties en archiefbronnen in samenhang met archeologische informatie over al bekende vindplaatsen in het plangebied en omgeving. Deze informatie is samengevat in een archeologisch verwachtingsmodel op basis waarvan de beleidsregels voor erfgoedzorg worden vastgelegd ten behoeve van het bestemmingsplan. In het bureauonderzoek komen het nationale, provinciale en gemeentelijke archeologiebeleid (hoofdstuk 2) en een landschappelijke, historische en archeologische analyse van het plangebied (hoofdstuk 3) aan de orde. Hieruit volgt een archeologische verwachtingskaart (hoofdstuk 4), gekoppeld aan een beleidskaart (hoofdstuk 5) die inzichtelijk maakt in welke gevallen archeologische maatregelen binnen (toekomstige) planontwikkeling vereist zijn.
5
Gemeente Amsterdam
1
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
Basisgegevens
Opdrachtgever Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode / plaats Plangebied Provincie Plaats Stadsdeel ARCHIS onderzoeksnummer Centrum coördinaat
Stadsdeel West De heer R. Steur Postbus 57239 1040 BC Amsterdam
Noord-Holland Amsterdam West 4607704100 118440,149 487661,668
1 Het onderzoeksgebied (rood omlijnd) op de topografische basiskaart (ESRI)
6
Gemeente Amsterdam
2
Wet- en regelgeving
2.1
Algemeen
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
Het archeologisch erfgoed bestaat uit structuren, grondsporen en voorwerpen die in de bodem bewaard zijn gebleven. Deze materiële overblijfselen vormen een onderdeel van onze leefomgeving. Het beleid voor het archeologisch erfgoed heeft dan ook veel raakvlak met dat van de ruimtelijke ordening. Voor een optimale integratie van archeologie in de ruimtelijke ordening heeft het rijk onder andere de Monumentenwet 1988 en de Wet ruimtelijke ordening aangepast, en de Erfgoedwet geïntroduceerd. De Monumentenwet is per 1 juli 2016 vervallen, maar het deel dat betrekking heeft op de fysieke leefomgeving blijft via het Overgangsrecht in de Erfgoedwet van toepassing.1
2.2
Rijk
In 1992 hebben de Europese ministers van Cultuur het Verdrag van Valletta opgesteld (ook bekend als het Verdrag van Malta). Deze culturele overeenkomst had tot doel om meer bewustzijn van het Europese erfgoed te creëren en in het bijzonder het Europese archeologische erfgoed voor toekomstige generaties beter in stand te houden. In Nederland wordt aan dit uitgangspunt invulling gegeven door behoud van archeologisch erfgoed in de bodem (in situ) tijdens de planontwikkeling mee te wegen. Als behoud in de bodem (bijvoorbeeld door middel van technische maatregelen of planaanpassing) geen optie is, dan worden archeologische resten opgegraven (behoud ex situ). De initiatiefnemer van een ruimtelijk plan dat bodemverstoring tot gevolg heeft, is verantwoordelijk voor de planologische en de financiële inpassing van het archeologisch onderzoek. In de Monumentenwet is een bepaling opgenomen dat in elk bestemmingsplan rekening moet worden gehouden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten archeologische waarden.2 De Erfgoedwet bevat een verplichting om toevalsvondsten te melden (de zogenaamde meldingsplicht).3
2.3
Provincie Noord-Holland
Als toetsingskader voor bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen gebruikt de provincie Noord-Holland de structuurvisie, de leidraad Landschap en Cultuurhistorie en de Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie (ILC).4 Op grond van de Wro dienen gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen, projectbesluiten en beheersverordeningen de Provinciale Ruimtelijke 1
Hoofdstuk 9 Erfgoedwet 2016. Artikel 9.1 Erfgoedwet (overgangsrecht); Artikel 38a lid 1 van de gewijzigde Monumentenwet schrijft hierover dat De gemeenteraad bij vaststelling van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond, rekening houdt met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Met ‘monument’ wordt hier een (onbeschermd) archeologisch monument bedoeld, ofwel alle terreinen welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde (art. 1 Monumentenwet). 3 Artikel 5.10, tweede lid, Erfgoedwet 2016. 2
4
Provincie Noord-Holland, 2010.
7
Gemeente Amsterdam
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
Verordening in acht te nemen. Op de ILC zijn o.a. archeologisch verwachtingsvolle gebieden opgenomen. Naast de ILC beheert de provincie de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van het rijk. Op de AMK staan de beschermde archeologische monumenten, de terreinen van zeer hoge en hoge archeologische waarde en de gebieden met een archeologische betekenis. De waardestellingen van de ILC en AMK zijn bedoeld als algemene indicaties die per specifiek plangebied nadere invulling en precisering nodig hebben.
2.4
Gemeente Amsterdam
De gemeente Amsterdam vindt het belangrijk dat archeologie vroegtijdig in ruimtelijke ordeningsprocessen wordt geïntegreerd.5 Hiermee worden twee doelen gediend. Ten eerste een efficiënte voortgang en kostenbeheersing van bouwprocessen. En ten tweede een kwalitatief goed en stadsbreed uniform beheer van het archeologische erfgoed. Op basis van de resultaten uit het archeologisch bureauonderzoek wordt bepaald of in het bestemmingsplan regels met betrekking tot archeologie moeten worden opgenomen. De Monumentenwet biedt een tweetal mogelijkheden (artikelen 39-40) die Monumenten en Archeologie heeft uitgewerkt in de modelregels archeologie. De bescherming van (verwachte) archeologische waarden in een bestemmingsplan wordt geregeld met een omgevingsgunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Aan een omgevingsvergunning zijn bouwregels verbonden: die bepalen dat in het belang van de archeologische monumentenzorg de aanvrager van een omgevingsvergunning een archeologisch rapport met selectiebesluit dient te overleggen. Daarnaast kan in het bestemmingsplan worden opgenomen dat een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd voor het uitvoeren van aanlegwerkzaamheden. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden.
Dit houdt in dat aan de vergunning de verplichting wordt gekoppeld om technische maatregelen tot behoud te treffen, om de archeologische resten op te graven of om de werkzaamheden te laten begeleiden door een archeoloog. De bouwregels en de omgevingsvergunning voor aanlegwerkzaamheden bevatten daarnaast uitzonderingen die duidelijk maken in welke gevallen archeologisch onderzoek niet nodig is. In Amsterdam gelden elf beleidsvarianten, zoals de uitzondering van archeologisch onderzoek bij bodemingrepen kleiner dan 10.000 m2 of ondieper dan de 19de- of 20ste-eeuwse ophogingen (Appendix: Beleidsvarianten). In de praktijk komen per plangebied meestal twee tot zes varianten voor.
2.5
Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie
De uitvoering van archeologisch onderzoek is gebonden aan de Beoordelingsrichtlijn Archeologie (BRL SIKB 4000) en daarmee samenhangend de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). De KNA gaat uit van een gefaseerde aanpak. Er wordt onder meer onderscheid gemaakt tussen Bureauonderzoek, een Inventariserend Veldonderzoek, en het doen van Opgravingen (Appendix: stroomschema).
5
Monumenten en Archeologie, 2016.
8
Gemeente Amsterdam
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
Het inventariserend veldonderzoek is bedoeld om de resultaten van het bureauonderzoek te toetsen. Het geeft inzicht in de aanwezigheid en toestand van de archeologische overblijfselen in de bodem. Een opgraving wordt uitgevoerd wanneer er sprake is van een vindplaats met waardevolle archeologische resten. Archeologisch veldonderzoek wordt, afhankelijk van de bodemingreep en de verwachting, voorafgaand aan of tijdens de civieltechnische werkzaamheden (variant archeologische begeleiding) uitgevoerd. Elke onderzoeksfase wordt afgesloten met een selectiebesluit. Hierin wordt vastgesteld welke delen van een plangebied in aanmerking komen voor verder archeologisch onderzoek of voor bescherming en welke delen van het plangebied worden vrijgegeven. Voor archeologisch veldonderzoek is een Programma van Eisen (PvE) vereist. Hierin zijn de kwalitatieve randvoorwaarden en onderzoeksvragen voor het werk vastgelegd. Het vormt de basis voor verdere planning en kostenraming. Het laten opstellen ervan behoort tot de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer van het bouwplan.
9
Gemeente Amsterdam
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
3
Historisch-topografische en archeologische inventarisatie
3.1
Geomorfologie en bodem algemeen
Het huidige natuurlijke landschap in en om Amsterdam is in grote mate bepaald door de landschapsvorming in het Holoceen. Dat is de geologische periode na de laatste IJstijd (vanaf ca. 10.000 v.Chr.). Er heerste toen een gematigd klimaat waarin in enkele duizenden jaren grote pakketten veen groeiden in de kuststreek. Dit Hollandveen bevindt zich in de huidige ondergrond op gemiddeld 2 à 3 m - NAP. Het natuurlijke landschap werd vanwege grootschalige veenontginningen vanaf de 12de eeuw omgevormd tot een veenweidegebied. Aan de noordzijde van het IJ, in Waterland, begon deze ontwikkeling al in de 10de eeuw. Aangezien de waterhuishouding een cruciale rol speelde bij de veenontginningen, begon tegelijkertijd de aanleg van het stelsel van (zee)dijken ter bescherming van het nieuwe bouw- en akkerland. Later, in de 17de en 18de eeuw, volgden de droogmakerijen waarbij grote watergebieden in Noord-Holland werden ingepolderd.
3.2
Historie algemeen
De vroegste sporen van menselijke bewoning of activiteiten binnen het gemeentelijk gebied van Amsterdam gaan dankzij recente vondsten in de Noord/Zuidlijn bouwputten op het Damrak en Rokin terug tot het late Neolithicum (ca. 2400 v. Chr.). Ook rond de stad, op vooral de hoger gelegen strandwallen, zijn dergelijke oude vindplaatsen. De oudste stedelijke bewoningssporen, voor zover nu archeologisch bekend, beginnen in de 12de eeuw en zijn teruggevonden aan de Nieuwendijk / Kalverstraat en de Warmoesstraat/Nes. Met de aanleg van de (Nieuwezijds en Oudezijds) burgwallen in de 14de eeuw startte het proces van stadsvorming. De laatmiddeleeuwse stad was omsloten door de huidige Singel aan de westkant en de Geldersekade en Kloveniersburgwal aan de oostkant. In de periode 1585-1663 groeide de stad explosief door vier stadsuitbreidingen. Ten tijde van de Eerste Uitleg (1585-1586) verplaatste de stadsrand zich naar de huidige Herengracht en de Oudeschans. Bij de Tweede Uitleg (1592-1596) kwamen er vier nieuwe woon- en werkeilanden (Marken, Uilenburg, Rapenburg en Vlooienburg) aan de oostkant van de stad. In 1613 ontstond met de Derde Uitleg aan de westzijde van de stad de woon- en werkbuurt de Jordaan en het eerste deel van de grachtengordel tot aan de Leidsegracht. Met de Vierde Uitleg van 1663 werd in de Gouden Eeuw het halfcirkelvormige stadsplan van Amsterdam voltooid.
Het oostelijk deel van de grachtengordel werd aangelegd over de Amstel en aan het IJ kwamen de drie oostelijke haveneilanden Kattenburg, Wittenburg, Oostenburg. De eerste woonwijken buiten de Singelgracht ontstonden naar aanleiding van het uitbreidingsplan Kalff in 1877, gevolgd door een tweede ring na annexatie van grote delen van de gemeenten Nieuwer-Amstel en Sloten in 1896. De 20ste-eeuwse groei van de stad valt uiteen in vier fasen. Tussen 1915 en 1940 werd in Noord, Oost, Zuid en West de Gordel 20-40 gebouwd. Deze werd gevolgd door de naoorlogse tuinsteden in West, Buitenveldert en Noord, en in de jaren zestig en zeventig door het volbouwen van de Bijlmermeerpolder. Met IJburg borduurt de stad begin 21ste eeuw weer voort op het concept van vier eeuwen tevoren, het creëren van stedelijk areaal in en aan het IJ. Daarnaast wordt door de bouw van woningen binnen het bestaande stedelijk gebied ingezet op verdichting van de stad.
10
Gemeente Amsterdam
3.3
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
Historisch-topografische inventarisatie
Plangebied Erasmuspark en Robert Scottbuurt wordt ruwweg begrensd door de Bos en Lommerweg, Heemskinderenstraat/Joos Banckersplantsoen, Jan van Galenstraat, Ring A10 en Elckerlijcstraat. Voor de historisch-topografische analyse van dit gebied zijn verschillende historische kaarten gebruikt, waaronder de kaart van Cornelis Koel (1675), Nicolaes Visscher (ca. 1700), het kadastraal minuutplan van Sloten (1832), H. J. Scheltema (1900) en Publieke Werken (1929).
2 Het plangebied (rood omlijnd) op de kaart van Cornelis Koel, 1675 (SAA). In blauw de veronderstelde loop van de zijtak van de veenrivier de Slochter (naar: De Bont 2014). In rood een zij-/achterkade van twee ontginningsgebieden. De zwarte peilen geven de richting aan waarin de veenontginningen plaatsvonden.
3.3.1
Ontginningen
Tot in de 20ste eeuw maakte het plangebied deel uit van het veenweidelandschap rondom Amsterdam. Dit landschap was in belangrijke mate tot stand gekomen tijdens de ontginning van het Hollandse veengebied. In de 11de/12de eeuw trokken de eerste ontginningsboeren het plaatselijke veenlandschap in, en werd het plangebied geschikt gemaakt voor bewoning en
11
Gemeente Amsterdam
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
landbouw.6 Vanuit de veenstromen als de Slochter – de voorloper van het Slotermeer – en een vertakking daarvan die door het plangebied stroomde,7 werden loodrecht op de natuurlijke verhogingen in het landschap sloten gegraven, zodat het veen kon ontwateren en vruchtbaar akkerland ontstond (afb. 2).8 Dit proces verliep volgens het recht van vrije opstrek, waarbij de lengte van de kavel niet vooraf was vastgesteld, maar werd bepaald door natuurlijke barrières of door aanspraak van anderen op reeds ontgonnen gebieden. Het recht van vrije opstrek resulteerde in zeer lange percelen, ook wel weren genoemd. Aan de uiteindes ervan werd een achterkade – een veendijk en dwarssloot – aangelegd, die de landerijen moest beschermen tegen water uit onontgonnen gebied en vaak als basis diende voor nieuwe ontginningen. Doordat de ontwatering van het veen gepaard ging met bodemklink, kwamen de kavels jaar na jaar lager te liggen en werden deze natter. Daardoor werden ze onbruikbaar als akkerland en waren de boeren telkens gedwongen om nieuw veen in cultuur te brengen en hun boerderijen te verplaatsen.9 Nederzettingen uit de vroege ontginningsperiode kenmerken zich daarom door een vrij diffuse spreiding van verhoogde huisplaatsen (terpen).
Met het verdwijnen van de laatste geschikte akkergronden omstreeks 1300 werden deze oudste nederzettingen verlaten en hergroepeerden de bewoners zich in lintdorpen, aan de kopse zijde van de ontginningskavels.10 Mogelijk had de bewoning die op 17de/vroeg 20ste-eeuwse kaarten is aangegeven (afb. 2, 3, 4) in het smalle (rest)ontginningsgebied langs de vertakking van de Slochter een dergelijke (middeleeuwse) oorsprong.
3 Het plangebied (rood omlijnd) op de kaart van Visscher, ca. 1700 (SAA) 6
Stol 1993, 29; Borger 1987, 16-17 De Bont 2014, 76-77 8 De Bont 2009, 464, 560 9 Stol 1993, 29; Borger 1987, 16-17. 10 De Bont 2009, 577 7
12
Gemeente Amsterdam
3.3.2
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
Poldergebied
De ontginningskades (3.3.1) verdeelden het veenweidegebied in verschillende waterstaatkundige eenheden – polders. Het plangebied maakte oorspronkelijk deel uit van de Sloterpolder en viel onder het bestuur van de ambachtsheerlijkheden Sloten, Sloterdijk, Osdorp en de Vrije Geer.11 Met de aanleg van de Haarlemmertrekvaart in de jaren 1631-1632 dwars door de polders tussen Amsterdam en Haarlem, ontstond een nieuwe indeling en kwam het plangebied in de Sloterbinnenpolder te liggen. Uit een besluit tot samenwerking ontstonden in 1673 de Sloterbinnen- en Middelveldse (gecombineerde) polders (afb. 4). Het continue proces van bodemdaling dat door de ontginningen op gang was gebracht maakte de waterhuishouding tot een belangrijke gemeenschappelijke zorg van de landeigenaren in de polder. In de 17de eeuw werd een stelsel van weteringen aangelegd, waarvan er een dwars door het plangebied liep. Deze moest overtollig water uit de landerijen zuidwaarts leiden, waar het door poldermolens werd uitgeslagen op de Kostverlorenvaart. Met de aanleg van de molenwetering ontstond tegelijk een verbeterde waterverbinding vanuit de polder naar de Overtoom, en daarmee een weg voor landbouwproducten naar de markten in de stad. Langs de wetering, en langs de Thyn Velts Sloot – waar mogelijk al eerder gewoond werd (3.3.1) – vestigden zich steeds meer groentetelers (afb. 2, 3, 4).
De onderkomens van deze warmoezeniers staan op het kadastraal minuutplan van 1832 aangeduid als erven en schuurtjes12. In de loop van de 19de en vroege 20ste eeuw ontwikkelde zich hieruit een klein buurtschap.
4 Het plangebied (rood omlijnd) op de kaart van Scheltema, 1900 (SAA)
11 12
Jansen 1963, 287-288 Kadastraal Minuutplan van Sloten, ca. 1832
13
Gemeente Amsterdam
3.3.3
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
Verstedelijking
Tot in de vroege 20ste eeuw behield het plangebied een landelijk karakter, waar de enige bebouwing bestond uit de kleinschalige erven van groentetelers (zie 3.3.2). Na de annexatie van Sloten en Sloterdijk door Amsterdam in 1921 onderging het gebied een grote transformatie. Alle aanwezige bebouwing werd afgebroken en het polderland werd opgehoogd tot stadspeil. Op de nieuwe grond werd vanaf de jaren 1920 het Erasmuspark en de omliggende woonwijk aangelegd (afb. 5, 6).
5 Het plangebied (rood omlijnd) op de kaart van Publieke Werken (1929). Onder meer is zichtbaar hoe het polderlandschap onder een pakket ophogingszand (roze) verdween.
6 Het plangebied (rood omlijnd) op een luchtfoto uit 2015 (PDOK/ESRI)
14
Gemeente Amsterdam
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
3.4
Archeologische inventarisatie van het plangebied
3.4.1
Archeologische Monumentenkaart
Binnen het plangebied zijn volgens de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geen archeologische monumenten aangewezen. Ook is het plangebied volgens deze kaart vrij van zones met een archeologische verwachtingswaarde (afb. 7). De Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de Provincie Noord-Holland komt overeen met het AMK-kaartbeeld. De verwachtingen op deze kaarten zijn algemeen van aard en dienen in het geval van planvorming nader te worden uitgewerkt. Een inhoudelijke en ruimtelijke specificatie van de archeologische verwachtingen volgt in hoofdstuk 4.
7 Het plangebied (rood omlijnd) op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). In oranje zijn gebieden weergegeven met een hoge archeologische verwachtingswaarde.
3.4.2
Vindplaatsen
In het plangebied heeft tot op heden geen archeologisch veldonderzoek plaatsgevonden. Wel zijn in de nabije omgeving en elders in de voormalige Sloterbinnen- en Middelveldse Gecombineerde Polders veldonderzoeken uitgevoerd die indicatief zijn voor de archeologische verwachting binnen het plangebied (afb. 8). De resultaten van deze onderzoeken dienen hier als toets van de veronderstelde bewoningsgeschiedenis van het plangebied, en bieden bovendien een inzicht in de aard, kwaliteit en diepteligging van de archeologische resten die in het plangebied zijn te verwachten. De vindplaatsen worden hieronder kort beschreven.
15
Gemeente Amsterdam
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
8 Het plangebied (rood omlijnd) en de vindplaatsen
Hoekenespad (SLO1) In 1984 is een opgraving uitgevoerd aan het Hoekenespad, op de vermoedelijke locatie van het Oude Kerkhof en het 11de-eeuwse Sloten. Onder het 2 meter dikke zandpakket zijn fragmenten van 11de- en 12de-eeuws aardewerk aangetroffen. Sporen van een nederzetting zijn niet gevonden.13 Sloterweg (SLO2) In 1986 is een opgraving uitgevoerd op de kruising van de Sloterweg met de Anderlechtlaan. Hierbij is een huisterp van kleizoden met daarop delen van een lemen vloer en haard 13
Archief MenA
16
Gemeente Amsterdam
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
gedocumenteerd. De terp is in het laatste kwart van de 13de eeuw opgeworpen en houdt verband met een uitbreiding of intensivering rond de ontginningsactiviteiten van het dorp Sloten.14 Louwesweg (SLO3) Tijdens een boor- en proefsleuvenonderzoek aan de Louwesweg in 1988 is een laatmiddeleeuwse dijk gedocumenteerd. Er zijn geen huisterpen aangetroffen, wat suggereert dat er geen tussenfasen zijn geweest in de verplaatsing van het oude dorp Sloten naar de huidige locatie.15 Kolenkit Zuidelijk Veld Fase 1 (LDW) In 2009 vond een archeologische begeleiding plaats in de bouwput Kolenkit Zuidelijk Veld Fase 1. De natuurlijke ondergrond bleek ter plaatse te bestaan uit rietveen met een licht golvend oppervlak dat op gemiddeld 3,90 m - NAP lag. Vanaf het veenniveau was het terrein opgehoogd met klei tot ca. 2 m - NAP. Op basis van de stratigrafische relatie met de aanwezige bouwsporen is deze ophoging in de zeventiende eeuw gedateerd. In de jaren 60 van de twintigste eeuw volgde weer een ophoging, nu met ruim 2,5 m zand tot ca. 0,50 m + NAP. Tot de oudste bebouwingsfase in de 17de eeuw of begin 18de eeuw behoorde een goed geconserveerde rechthoekige structuur van anderhalfsteens muurwerk, gefundeerd op langshout (afb. 9). De bouwwijze en inrichting wijzen op een gebruik van het gebouw als schuur of stal.
De ondergrond binnen het gebouw bestond uit een afwijkende zandige kleivulling die vermengd was met huishoudelijk aardewerkafval uit de gehele 18de eeuw.16
9 Het rechthoekige gebouw met een waterkelder en uitbouwen aan de linkerkant, gezien richting het oosten. 14
Archief MenA Archief MenA 16 Gawronski & Jayasena 2010 15
17
Gemeente Amsterdam
3.4.3
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
Bodemopbouw
Het plaatselijke maaiveld van de Osdorper Binnen-, Sloterbinnen- en Middelveldse Gecombineerde Polders lag voorafgaand aan de verstedelijking plaatselijk op ca. 1,8 m – NAP (afb. 5). Uitgaande van de huidige maaiveldhoogte (gemiddeld 0,5 m + NAP) en zetting afgedekt door een ophogingspakket van ca. 2,5 m. Eventuele archeologische resten bevinden zich onder dit zandpakket. Het maaiveld van het Erasmuspark ligt lager, op ca. 1,5 m – NAP, waarmee het recente ophogingspakket hier dunner is – ca. 0,5 m. Voor beide gebieden geldt dat het oorspronkelijke maaiveld kan zijn aangetast door recent grondverzet, met name waar in de 20ste eeuw de Erasmusgracht en Admiralengracht zijn gegraven.
3.5
Conclusie: verwachtingsmodel
Op basis van de historisch-topografische inventarisatie zijn binnen het plangebied materiële overblijfselen te verwachten die samenhangen met bewoning vanaf de 11de/12de eeuw. Een hoge verwachting geldt voor de bewoningszone langs de voormalige Thyn Velts Sloot. Voor het gehele plangebied geldt dat rekening dient te worden gehouden met bodemverstoring door grootschalige ophogingen in de 20ste eeuw. Ter plaatse van de Erasmusgracht en Admiralengracht worden geen archeologische resten meer verwacht.
18
Gemeente Amsterdam
4
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
Archeologische verwachtingskaart
Op basis van de historisch-topografische inventarisatie (hoofdstuk 3) zijn binnen het plangebied Erasmuspark en Robert Scottbuurt materiële overblijfselen te verwachten die samenhangen met de plaatselijke bewoningsgeschiedenis vanaf de 11de/12de eeuw. Dit leidt tot een verwachtingskaart voor het plangebied met dertien zones. Een hoge verwachting duidt op een dichtere verspreiding van archeologische resten met een sterke onderlinge samenhang. In zones met een lage verwachting hebben de sporen een lagere trefkans en/of betreffen deze vooral losse vondsten.
A. Osdorper-, Sloterbinnen en Middelveldse Gecombineerde Polders Verwachting: laag Hier kunnen archeologische resten voorkomen die verband houden met bewoning en landgebruik vanaf de 11de tot in de 20ste eeuw, zoals sloten en losse vondsten. Ook kunnen huisplaatsen uit de ontginningsperiode aanwezig zijn, maar deze kennen een lage trefkans. B. Bewoningszone Verwachting: hoog Langs de Thyn Velts Sloot ontwikkelde zich in de 17de/19de eeuw een klein buurtschap van groentetelers. De bewoning aan de kop van de ontginningskavels kan echter teruggaan tot de late middeleeuwen. Binnen een 75-meter zone langs de voormalige sloot kunnen sporen van bewoning voorkomen in de vorm van ophogingslagen, diverse erfafscheidingen, houten en bakstenen funderingen, huishoudelijk afval (in de slootbodem) en losse vondsten. C. Molenwetering en Thyn Velts Sloot Verwachting: laag De molenwetering en Thyn Velts Sloot betroffen de breedste waterlopen in het plangebied en werden gebruikt voor kleinschalig vervoer richting de Slotervaart en Overtoom. Eventuele archeologische resten bestaan uit losse voorwerpen in de oorspronkelijke waterbodem, die bij transport te water zijn geraakt.
19
Gemeente Amsterdam
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
20
Gemeente Amsterdam
5
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
Archeologische beleidskaart
De archeologische beleidskaart van het plangebied Erasmuspark en Robert Scottbuurt is bedoeld als een ruimtelijk schema van de maatregelen die nodig zijn voor de zorg voor het archeologisch erfgoed binnen bepaalde zones of locaties in het plangebied. De verwachtingen worden gekoppeld aan de huidige toestand van het terrein en mogelijk opgetreden bodemverstoringen. De clustering van de verwachtingszones resulteert in een beleidskaart met daarop twee zones met bijbehorende specifieke beleidsmaatregel (Appendix: beleidsvarianten, stroomschema). Beleidsvariant 5 Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij bodemingrepen kleiner dan 500 m2 of ondieper dan 2,5 m onder maaiveld. Beleidsvariant 11 Voor deze zone geldt uitzondering van archeologisch vervolgonderzoek bij alle bodemingrepen. Voor het gehele plangebied geldt conform de Erfgoedwet een meldingsplicht. Indien tijdens de uitvoering van bouwwerkzaamheden vondsten worden gedaan waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat deze van archeologische waarde zijn, wordt dit aan Monumenten en Archeologie, Gemeente Amsterdam gemeld zodat in overleg met de opdrachtgever maatregelen getroffen worden tot documentatie en berging van de vondsten.
21
Gemeente Amsterdam
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
22
Gemeente Amsterdam
6
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
Conclusie
Het voorliggende bureauonderzoek naar archeologische waarden is uitgevoerd voor bestemmingsplan Erasmuspark en Robert Scottbuurt. Binnen het plangebied gelden twee archeologische beleidszones. Voor de eerste zone geldt een uitzondering van archeologisch onderzoek bij bodemingrepen kleiner dan 500 m2 of ondieper dan 2,5 m onder maaiveld. Voor de tweede zone geldt vrijstelling van archeologisch onderzoek bij alle bodemingrepen, ongeacht de omvang of de diepte. Voor het gehele plangebied geldt conform de Erfgoedwet een meldingsplicht. Indien tijdens de uitvoering van bouwwerkzaamheden vondsten worden gedaan waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat deze van archeologische waarde zijn, wordt dit aan Monumenten en Archeologie, Gemeente Amsterdam gemeld zodat in overleg met de opdrachtgever maatregelen getroffen worden tot documentatie en berging van de vondsten.
23
Gemeente Amsterdam
7
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
Bronnen
Digitale bronnen Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), 50 cm maaiveld gridproduct, shaded relief. Geodan/ Esri Nederland ESRI: Esri Nederland Content: http://www.esri.nl/ ARCHIS: Archeologisch Informatiesysteem: http://www.archis.nl/archisii/html/index.html CHW: Cultuurhistorische Waardenkaart provincie Noord-Holland: http://chw.noord-holland.nl/ Dinoloket: Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOloket) TNO, Geologische Dienst Nederland: https://www.dinoloket.nl/ HisGIS: Historisch Geografisch Informatiesysteem: http://www.hisgis.nl/ SAA: Stadsarchief Amsterdam: https://www.amsterdam.nl/stadsarchief/ Literatuur Bont, C. de, 2009: Vergeten land: ontginning, bewoning en waterbeheer in de westnederlandse veengebieden (800-1350), Alterra Wageningen Borger, G.J., 1987: Ontgonnen, bedijkt, bebouwd. De agrarische voorgeschiedenis van het stedelijk gebied, in: W.F. Heinemeijer, M.F. Wagenaar, Amsterdam in kaarten. Verandering van de stad in vier eeuwen cartografie, Antwerpen Gawronski, J., R. Jayasena, 2010: Zeis onder het maaiveld. Archeologische Begeleiding Kolenkit Zuidelijk Veld Fase 1 (2009), Amsterdam Monumenten en Archeologie, 2016, Erfgoed voor de stad. Agenda voor het erfgoed in een groeiend Amsterdam, Amsterdam Provincie Noord-Holland, 2010: Leidraad Landschap en Cultuurhistorie Noord-Holland. Ontwikkelen met Ruimtelijke Kwaliteit.
Haarlem Provincie Noord-Holland, 2010: Leidraad Landschap & Cultuurhistorie, Haarlem Stol, T., 1993: Wassend water, dalend land. Geschiedenis van Nederland en het water, Utrecht/ Antwerpen
24
Gemeente Amsterdam
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
Appendix I: beleidsvarianten en stroomschema Het archeologisch beleid wordt als maatwerk voor een bepaald plangebied in Amsterdam vastgesteld aan de hand van elf varianten, die een afweging bieden op basis van de aard van de verwachting in combinatie met de specifieke (oppervlakte/diepte) bodemingreep. - 1: Gebieden met bekende archeologische waarden. Aangezien hier met zekerheid archeologische overblijfselen aanwezig zijn, is bij elke ingreep in de (water)bodem, ongeacht het oppervlak of de diepte, archeologisch onderzoek noodzakelijk. - 2: Bebouwde gebieden met een hoge archeologische verwachting binnen het historische centrum van Amsterdam (tot en met de Vierde Uitleg: binnen de Singelgracht). Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij bodemingrepen kleiner dan 50 m2 of minder dan 0,5 m onder maaiveld. - 3: Gebieden met een hoge archeologische verwachting langs nog aanwezige historisch infrastructurele assen / in een historische woonkern buiten het historische centrum van Amsterdam. Deze gebieden zijn onbebouwd of de bebouwing dateert van vóór de 19de eeuw. Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij bodemingrepen kleiner dan 100 m2 of minder dan 0,5 m onder maaiveld. - 4: Gebieden met een hoge archeologische verwachting buiten het historische centrum van Amsterdam, waarvan de huidige bebouwing dateert uit de late 19de eeuw.
De verwachte resten hebben een dichte spreiding. Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij bodemingrepen kleiner dan 100 m2 of ondieper dan de 19de-eeuwse ophogingen. - 5: Gebieden met een hoge archeologische verwachting buiten het historische centrum van Amsterdam, waarvan de huidige bebouwing dateert uit de late 19de of 20ste eeuw. Indien de bebouwing dateert uit de 19de eeuw hebben de verwachte resten een wijdere spreiding. Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij bodemingrepen kleiner dan 500 m2 of ondieper dan de 19de- en 20ste-eeuwse ophogingen. - 6: Onbebouwde gebieden met een lage archeologische verwachting in de landelijke periferie van Amsterdam. Hier liggen archeologische vondsten dicht aan het oppervlak, zodat relevante archeologische lagen kunnen zijn opgenomen in de bouwvoor. De bouwvoor heeft gemiddeld een diepte van 0,3 – 0,5 m waaronder een eerste sporenvlak zichtbaar wordt. Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij bodemingrepen kleiner dan 10.000 m2 of minder dan 0,5 m onder maaiveld. - 7: Bebouwde gebieden met een lage archeologische verwachting binnen het historische centrum van Amsterdam (tot en met de Vierde Uitleg: binnen de Singelgracht). De bebouwing dateert uit het einde van de 19de en de 20ste eeuw.
Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij bodemingrepen kleiner dan 10.000 m2 of ondieper dan de 19de en 20ste eeuwse ophogingen. - 8: Terreinen met een hoge archeologische verwachting die als vaarweg in gebruik zijn binnen het historische centrum van Amsterdam (tot en met de Vierde Uitleg: binnen de Singelgracht). Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij ingrepen in de waterbodem kleiner dan 500 m2. - 9: Gebieden met een lage archeologische verwachting die als vaarweg in gebruik zijn of waren binnen en buiten het historische centrum van Amsterdam. Uitzondering van archeologisch
25
Gemeente Amsterdam
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
veldonderzoek geldt bij ingrepen in de (voormalige) waterbodem binnen het historisch centrum kleiner dan 2.500 m2 (9a) en buiten het historisch centrum kleiner dan 10.000 m2 (9b). - 10: Gebieden met een lage archeologische verwachting die onder water liggen, of die onder water gelegen hebben en ingepolderd zijn of opgespoten zijn. Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij ingrepen kleiner dan 10.000 m2 of in de oorspronkelijke waterbodem of in het oorspronkelijke maaiveld. - 11: Gebieden zonder archeologische overblijfselen omdat hier al archeologisch onderzoek of grootschalig grondverzet heeft plaatsgevonden voor bijv. zware funderingen, kelders, tunnels e.d. en gebieden in de voormalige landelijke periferie van Amsterdam buiten de Singelgracht met een lage archeologische verwachting die bovendien opgehoogd, onderheid en bebouwd zijn aan het einde van de 19de en in de 20ste eeuw. Hier geldt een vrijstelling van archeologisch onderzoek. Gebieden waar al archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden zijn wel indirect van belang voor archeologische planning omdat ze aanwijzingen geven voor de eventuele aanwezigheid van archeologische resten in omliggende gebieden. Voor de beleidsvarianten, 4, 5 en 7 tot en met 10 geldt dat het dieptecriterium op de uiteindelijke beleidskaart nader wordt gespecificeerd.
Stroomschema archeologie MenA
26
Gemeente Amsterdam
BO 18-079 Erasmuspark en Robert Scottbuurt
Colofon Archeologisch bureauonderzoek BO 18-079 Amsterdam 2018 Voor akkoord controle proces en waardestelling:
Prof. dr. J.H.G. Gawronski Senior KNA-archeoloog Ma (specialisme waterbodems) Hoofd afdeling Archeologie Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie Datum:
14-5-2018
Status:
1.0
Tekst:
T. Terhorst MA
Redactie:
Prof. dr. J.H.G. Gawronski
Cartografie:
T. Terhorst MA
Vormgeving:
Monumenten en Archeologie, gemeente Amsterdam
© Monumenten en Archeologie, Gemeente Amsterdam, 2018 Postbus 10718, 1001 ES Amsterdam, 020-2514900 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op enigerlei andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Monumenten en Archeologie. MenA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
27
blz. 68
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 69
Bijlage 3
Nota van beantwoording zienswijzen (geanonimiseerd)
Gemeente Amsterdam
Nota van Beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Ersmuspark- en Robert Scottbuurt
Geanonimiseerd 1
Colofon Opdrachtgever Opdrachtnemer Datum
Gemeente Amsterdam, Stadsdeel West Gemeente Amsterdam, Ruimte & Duurzaamheid 11 mei 2020
2
Inhoudsopgave Inleiding Formele aspecten Ingekomen zienswijzen Inhoudelijke behandeling Conclusie Bijlage: Zienswijzen
3
4
Inleiding Deze Nota van Beantwoording zienswijzen behoort bij het bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt. In deze Nota van Beantwoording wordt op zienswijzen die tijdig zijn ingediend, inhoudelijk gereageerd. Daar waar zienswijzen tot wijzigingen van het ontwerpbestemmingsplan (en daarmee tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan) leiden, wordt dat vermeld. De Nota van Beantwoording maakt integraal onderdeel uit van het te nemen raadsbesluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Formele aspecten Overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening is op de voorbereiding van het bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat zienswijzen omtrent het ontwerp door eenieder naar voren kunnen worden gebracht. Een beoordeling van belanghebbendheid is om die reden niet aan de orde. Burgemeester en wethouders hebben bij besluit van 26 november 2019 het ontwerpbestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt vrijgegeven voor terinzagelegging. De kennisgeving van de terinzagelegging is op woensdag 11 december 2019 gepubliceerd in de Staatscourant en op de website van de gemeente Amsterdam.
Het ontwerpbestemmingsplan heeft overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening met ingang van 12 december 2019 gedurende zes weken tot en met 22 januari 2020 voor eenieder ter inzage gelegen bij het stadsdeelkantoor West. Het ontwerpbestemmingsplan was tevens digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl. Tijdens de terinzageligging konden conform artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gedurende een termijn van zes weken zienswijzen naar voren worden gebracht. Deze termijn vangt, gelet op het tweede lid van dit artikel, aan met ingang van de dag waarop het ontwerp ter inzage is gelegd, in dit geval op 12 december 2019. Een zienswijze is tijdig ingediend als deze voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een zienswijze tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De termijn liep tot en met 22 januari 2020. Zienswijzen Gedurende bovenstaande termijn zijn onderstaande 2 zienswijzen ingediend. De zienswijzen kunnen, gelet op de tijdige ontvangst, alle in beschouwing worden genomen: 1. Wieringa advocaten namens en (hierna ) bij aangetekende brief van 21 januari 2020, postbus 10100, 1001 EC Amsterdam; 2. , Mercatorstraat 129, 1056 RC Amsterdam bij brief van 20 januari 2020, ontvangen 21 januari 2020.
Deze zienswijze is aangevuld bij brief op 4 februari 2020. Inhoudelijke behandeling De reacties worden in hun geheel en in onderlinge samenhang beoordeeld. De reactie van de gemeente is dus gebaseerd op de volledige reactie van de adressant. Volledigheidshalve zijn alle betrokken zienswijzen integraal opgenomen in de bijlage van deze nota. Ook zijn de volledige zienswijzen onderdeel van de stukken die zijn voorgelegd aan het bevoegd gezag die dan ook kennis heeft genomen van de volledige zienswijze. De Nota van Beantwoording zienswijzen maakt onderdeel uit van het te nemen raadsbesluit over de vaststelling van het bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt.
5
1.
Wieringa advocaten namens
Adressant kan zich niet vinden in het ontwerpbestemmingsplan, nu het niet is toegestaan te wonen op de begane grond van de woning aan de Robert Scottstraat 36-H. Achtergrond: Adressant heeft op 20 december 2019 een koopcontract getekend voor het pand. Het betreft een voormalig huurpand, dat nu individueel wordt verkocht en onderdeel is van een blok. Het pand is gelegen naast een basisschool. De wens is om het pand te gebruiken als woning voor het gezin, niet voor speculatieve doeleinden. Ontwerpbestemmingsplan: Het pand heeft in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming ‘Gemengd-3’. Wonen op de begane grond is volgens deze bestemming niet toegestaan. Dit is wel wat adressant voor ogen heeft. Daarnaast zal het pand deels gebruikt worden ten behoeve van zakelijke dienstverlening door de bewoners. Goede ruimtelijke ordening - Volledige bewoning is ruimtelijk passend: pand is gelegen in woonwijk, waar verder geen andere bedrijvigheid plaatsvindt. Bovendien ligt pand naast een basisschool, waar een woning het meest passend is. Het lawaai van een basisschool zou voor bedrijvigheid en kantoor te veel overlast veroorzaken. - Er is schaarste op de woningmarkt en de gemeenteraad wil de druk op de woningmarkt verlichten en de woningmarkt beter laten aansluiten bij de woningbehoefte. Het mogelijk maken van bewoning op de begane grond ligt in lijn met dit beleid.
- Amsterdam heeft als prioriteit jonge gezinnen in de Amsterdam te houden. Zo is in de Woonagenda opgenomen dat betaalbaarheid en beschikbaarheid een aandachtspunt is. Reden van de uittocht van jonge gezinnen zijn de hoge huizenprijzen het feit dat jonge gezinnen in de stad geen grotere woning kunnen betalen met voldoende kamers. Dit geldt ook voor adressant als zij niet het hele pand kunnen bewonen. In dat geval is het niet geschikt voor een gezin met kinderen, zodat zij weer moeten verhuizen. - De beleidsnotitie Ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid in West gaat uit van selectief behoud van kleinschalige bedrijfsruimten. Bedrijvenpanden op zichtlocaties moeten zoveel mogelijk behouden blijven. Daar tegenover staat dat behoud van overige, vaak solitaire kleinschalige bedrijfsruimten (in woonbuurten) niet langer de prioriteit van het stadsdeel heeft. In dat geval is omzetting naar wonen mogelijk. In dit geval is sprake van een zichtlocatie, namelijk een hoekpand. Maar wel naast een basisschool, in een woonomgeving, waar geen loop in zit en waar geen andere bedrijfsmatige activiteiten in de omgeving zijn. Omzetting naar wonen is daarom mogelijk. Bovendien wordt een deel van het pand gebruikt ten behoeve van freelance werkzaamheden.
- Het ontwerpbestemmingsplan biedt de mogelijkheid om wonen op alle bouwlagen mogelijk te maken en toch de bestemming Gemengd – 3 in stand te houden door een aanduiding wonen aan het pand Robert Scottstraat 36-H te geven. Zo blijft de kleinschalige bedrijfsruimte behouden, maar wordt ook de mogelijkheid geboden om als jong gezin in Amsterdam te blijven en wordt aan al het beleid tegemoet gekomen. Feitelijke indeling De feitelijke indeling van het pand maakt het niet geschikt om alleen de vide/eerste verdieping te bewonen, omdat op de eerste verdieping niet alle voorzieningen aanwezig zijn voor zelfstandige bewoning. De keuken en het toilet bevinden zich op de begane grond, waar ook de aansluitingen voor de keuken en riool zich bevinden.
6
Conclusie Adressant verzoekt het ontwerpbestemmingsplan zodanig te wijzigen dat het pand bewoond mag worden. 2. , Mercatorstraat 129, 1056 RC Amsterdam In de brief van 20 januari 2020 vraagt adressant om de bestemming ‘Gemengd – II’ te wijzigen naar de bestemming ‘Wonen’. In de aanvullende zienswijze, gedateerd op 4 februari wordt de zienswijze verduidelijkt. Adressant geeft aan dat het niet gaat om het omzetten van een bestemming, maar om het opnemen van de aanduiding ‘woning’ aanvullend op de bestemming en dat het niet Gemengd II moet zijn, maar Gemengd – 3. Gevraag wordt om ter plaatse van de locatie Mercatorstraat 129 een aanduiding ‘wonen’ op te nemen, zodat het hele pand niet alleen gebruikt kan worden voor bedrijf of kantoor, maar ook voor wonen. In het ontwerpbestemmingsplan heeft het pand de bestemming ‘Gemengd – 3’. Het pand bevindt zich ver van een winkelstraat, plein of stadsstraat. Het is gelegen in een rustige woonstraat tegenover het Erasmuspark. Er zit geen loop in de straat en uit het beleid zoals omschreven in de plantoelichting heeft adressant opgemaakt dat het geen prioriteit heeft om dit pand als bedrijfsruimte te behouden. Dat het gelegen is op een hoek kan volgens adressant geen doorslaggevende reden zijn om geen medewerking te verlenen. Het pand aan de overzijde (Mercatorstraat 127) heeft immers wel een aanduiding ‘wonen’.
Uit de op 19 november 2019 geschreven brief aan de raad zou blijken dat in licht gemengde woonstraten de bescherming van de bedrijvigheid in de plint niet noodzakelijk is en dat aan omzetten naar een woonfunctie in de plint in de regel medewerking wordt verleend. Beantwoording zienswijzen Algemeen In beide zienswijzen wordt verzocht om ‘wonen’ mogelijk te maken op de begane grond binnen de bestemming Gemengd-3. Voor beide zienswijzen geldt het volgende: De bestemming Gemengd-3 (GD-3) is bedoeld voor panden die langs woonstraten zijn gevestigd. Wonen op de begane grond is, net als in het vigerende bestemmingsplan, niet toegestaan. Het is een globale bestemming die ruimte biedt aan verschillende functies. Ook aan functies waarvoor het niet persé noodzakelijk is dat er ‘loop’ in de straat zit, zoals bijvoorbeeld fysiotherapeuten, huisartsenpraktijken, advies- en consultancybureaus, fietsenmakers, schoonheidssalons en diëtisten. Door het toekennen van deze bestemming wordt beoogd de niet-woonfunctie in de plint te beschermen, waardoor een bepaalde mate van functiemenging in de woonomgeving wordt geborgd. De toegelaten functies zijn consumentverzorgendedienstverlening, publieksgerichte zakelijke dienstverlening, maatschappelijke dienstverlening, kantoren en lichte bedrijvigheid. Detailhandel is binnen deze bestemming uitgesloten.
Dit is alleen mogelijk binnen de bestemmingen Gemengd-1 (winkelstraten) en Gemengd-2 (aanloopstraten). Dit is gedaan om het woon- en leefklimaat in de gemengde woongebieden te beschermen. Het vastleggen van de ruimtelijk-economische (winkel)assen en de mate van functiemenging in omliggende gebieden sluit aan op vastgesteld beleid: Structuurvisie Amsterdam 2040, Koers 2025, Amsterdams Ondernemers Programma en de vigerende detailhandelsnota. De gemeente heeft de ambitie om de buurteconomie te versterken en veilige en leefbare buurten te creëren. In stadsdeel West geldt ook het beleid ‘Behoud kleinschalige bedrijfsruimte’. Dit beleid is gefocust op het behoud van bedrijfsruimten om in te kunnen spelen op de economie van de wijk en omgeving.
7
Amsterdam wil een gemengde stad zijn, waarbij zowel ruimte is voor wonen als voor andere functies, zoals bedrijvigheid of maatschappelijke voorzieningen. Dat houdt in dat ook niet-woonfuncties in woonstraten worden behouden. Uitgangspunt in dit bestemmingsplan is dan ook dat bestaande bedrijfsruimte behouden moet blijven en niet mag worden omgezet naar woonruimte. Hoewel het beleid voorschrijft dat bedrijfsruimte in principe niet mag worden omgezet naar woonruimte, is het in sommige gevallen mogelijk om van deze kaders af te wijken. Voor licht gemengde woonstraten en stadsbuurten is het uitgangspunt om een bepaalde mate van functiemenging te beschermen door bestaande winkels en andere niet-woonfuncties in de plint te handhaven voor zover het gaat om: middelgrote bedrijfspanden (denk aan garagebedrijven/opslagloodsen), hoekpanden, aaneengesloten clusters van economische nietwoonfuncties langs de straatwand of langs een plein. Grotere publieksaantrekkende functies en zware bedrijvigheid zijn niet toegestaan ter bescherming van het woon- en leefklimaat binnen deze gemengde woonbuurten. Het doel is om het vestigingsklimaat van winkels en andere bedrijvigheid en voorzieningen die kenmerkend zijn voor de gemengde woonbuurten te beschermen en te verankeren.
Achterliggend doel is te voorkomen dat deze gemengde woonbuurten uitgroeien tot monofunctionele woonbuurten en er geen ruimte overblijft voor kleinschalige bedrijvigheid. Het omzetten naar wonen zal uiteindelijk leiden tot verdringing van kleinschalige functies, omdat wonen financieel gezien meer oplevert. Verdringing van bedrijfsruimtes door een dominante woningmarkt is ongewenst. Het bestemmingsplan is het aangewezen ruimtelijke instrument om functies, die economisch onder druk staan, te beschermen. Aanvullende reactie t.a.v. zienswijze 1 Robert Scottstraat 36-H is een hoekpand, grenzend aan een plein en gelegen naast een basisschool. De locatie ligt in een licht gemengde buurt, waar behalve een basisschool ook een middelbare school en een speelparadijs in de directe nabijheid is gevestigd. Het mogelijk maken van een woonfunctie op deze plek is niet wenselijk. Het gaat ten koste van niet-woonfuncties die kenmerkend zijn voor een gemengde woonbuurt. Het bestemmingsplan is op dit punt niet gewijzigd. Dat er schaarste heerst op de woningmarkt is een gegeven, maar dat wil niet zeggen dat alle andere, ook belangrijke functies in de stad niet beschermd zouden moeten worden. Aanvullende reactie t.a.v. zienswijze 2 Mercatorstraat 129 is een hoekpand, gesitueerd in een licht gemengde woonstraat.
Het mogelijk maken van een woonfunctie op deze plek is gezien bovengenoemde uitgangspunten niet wenselijk. Het gaat ten koste van niet-woonfuncties die typerend zijn voor een gemengde woonbuurt. Het bestemmingsplan is op dit punt niet gewijzigd. De aanduiding ‘Wonen’ ter plaatse van Mercatorstraat 127 is een bestaand recht uit het huidige bestemmingsplan. Dat in het verleden wel vergunning voor het omzetten naar woningen is verleend voor een hoekpand met een gemengde bestemming, staat er niet aan in de weg dat de gemeente in dit bestemmingsplan uitvoering wil geven aan later, op basis van voortschrijdend inzicht, vastgesteld beleid zoals hierboven genoemd. Conclusie De zienswijzen geven geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
8
WIERINGA ADVOCATEN IJdok 17 | 1013 MM Amsterdam ■Postbus 10100 | 1001 EC Amsterdam t +31 (0)20 624 68 11 f +31 (0)20 627 22 78 KvK 34372239 www.wieringa.nl
Tevens per e-mail: m.zwaagman@amsterdam.nl
Stichting Beheer Cliëntengelden
|
ABN AMRO 40.26.83.560
Wieringa Advocaten
3SRRDT8698816
IBAN: NL37 ABNA 0402 6835 60
Aangetekend Gemeenteraad van Amsterdam Directeur van Ruimte & Duurzaamheid T.a.v. Marcel Zwaagman Postbus 2758 1000 CT Amsterdam Onze/Our ref:
Uw/Your ref:
40405/ nl
BIC: ABNANL2A
N.J. Loekemeijer, advocaat +31 (0)20 - 53130 21
loekemeijer@wieringa.nl
Amsterdam, 2ijanuari 2020
Inzake: Zienswijze ontwerpbestemminqsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt
Geachte raad, Namens kopers van het pand aan de Robert Scottstraat 36-H te Amsterdam, dien ik hierbij een zienswijze in op het ontwerpbestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt dat ter inzage ligt sinds 12 december 2019 (bijlage 1). kan zich niet vinden in het ontwerpbestemmingsplan, nu het niet is toegestaan te wonen op de begane grond van de woning aan de Robert Scottstraat 36-H. Achtergrond 1. heeft op 20 december 2019 het koopcontract getekend voor het pand aan de Robert Scottstraat 36-H te Amsterdam. De levering zal waarschijnlijk begin februari plaatsvinden. De woning is gekocht van de woningcorporatie Lieven de Key en maakte onderdeel uit van het gehele blok Robert Scottstraat 36, 38, 40, 42 tot en met 52 (even nummers) en Erasmusgracht 31, 33 en 35. Deze ruimtes/woningen werden voorheen verhuurd (laatste paar maanden anti-kraak) en zijn/worden nu individueel verkocht. 2.
betreft een jong gezin dat van Bos en Lommer een thuis wil maken. Nu, maar ook in de toekomst, gezien op niet al te lange termijn sprake zal zijn van gezinsuitbreiding. De Robert Scottbuurt biedt daar goede mogelijkheden toe, gezien het een kindvriendelijke woonwijk is. De woning van is bovendien gelegen naast een basisschool.
3.
De komende jaren wil graag investeren in de buurt en de buurtgemeenschap, zodat de woning en de buurt een plek is waar de toekomstige kinderen kunnen opgroeien. heeft bovendien een achtergrond als psycholoog. In deze rol heeft hij sociale-vaardigheidslessen gegeven op Altra-colleges in Amsterdam Zuidoost en Nieuw-West. Het is zijn doel dit weer op vrijwillige basis op te pakken vanaf het
Elke aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag dat onder onze beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt uitgekeerd.
Any liability shall be limited to the amount which is paid out under ourprofessional iiability Insurance.
WIERINGA ADVOCATEN - 2 -
moment dat hij in Bos en Lommer is komen wonen. 4. Daar komt bij dat de koopovereenkomst voor de aankoop van het pand aan de Robert Scottstraat36-H een zelfbewoningclausule en een anti-speculatiebeding bevat. is dus verplicht het pand zelfte gebruiken en mag het pand de komende twee jaar niet vervreemden. wil ook na de eerste twee jaar nog in de woning willen blijven wonen. De wens om het pand in zijn geheel te kunnen bewonen komt dus niet voort uit het doel het pand te verhuren dan wel tegen een hogere waarde over een aantal jaar te verkopen. Ontwerpbestemmingsplan 5. Het pand heeft in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming 'Gemengd-3'. De gronden met deze bestemming zijn bestemd om te worden gebruikt als onder meer voor onder meer woningen, al dan niet in combinatie met praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis / bedrijf aan huis, in de tweede en hoger gelegen bouwlagen. In de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag is onder meer consumentverzorgende dienstverlening en kantoor met daaraan ondergeschikte bewoning toegestaan. Kantoren met daaraan ondergeschikte bewoning zijn uitsluitend toegestaan waar dit krachtens een verleende omgevingsvergunning is gerealiseerd. Voor zover bekend is zo een omgevingsvergunning ten aanzien van de Robert Scottstraat 36-H niet verleend. Erasmuspark- en Robert Scottbuurt
0
gemeente Amsterdam bestemmingsplan ontwerp (2019-12-12) PLEKINFO
f
DOCUMENTEN
KENMERKEN
118145,487518
Enkelbestemming Gemengd - 3
6.
Kortom, in dit geval is wonen op de begane grond niettoegestaan. heeft zoals gezegd in het kader van gezinsuitbreiding de wens het gehele pand te kunnen bewonen. De bedrijvigheid in het pand zal met de mogelijkheid het gehele pand te bewonen niet in zijn geheel verdwijnen. is freelance Creative video producer en vanuit kantoor aan huis voert zij werkzaamheden uit zoals het creëren van scripts en het digitaal editen van de video's. Er zal dus nog steeds zakelijke dienstverlening vanuit huis worden uitgeoefend.
7.
Het ontwerpbestemmingsplan biedt twee mogelijkheden om het pand volledig te kunnen bewonen. In de eerste plaats is de bestemming 'Wonen' een optie. Deze bestemming biedt de mogelijkheid om zowel te wonen in alle bouwlagen, al dan niet in combinatie met praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis/bedrijf aan huis. In de tweede plaats kan ook de huidige aan het pand toegekende bestemming 'Gemengd-3' behouden blijven, als daarnaast de aanduiding 'wonen' aan het pand wordt toegekend. Ook in dat geval mogen alle woonlagen worden bewoond, maar blijven tevens de gebruiksmogelijkheden die de bestemming 'Gemengd-3' biedt bestaan.
WIERINGA ADVOCATEN - 3-
Goede ruimtelijke ordening 8. Volledige bewoning van het pand is ruimtelijk passend op de locatie aan de Robert Scottstraat 36-H. Het pand is gelegen in een woonwijk waar verder geen andere bedrijvigheid plaatsvindt. Bovendien is het pand gelegen naast een basisschool, waar een woning het meest passend is. Een kantoor of andere bedrijvigheid zou hier te veel last hebben van het lawaai van de basisschool. Er zijn geen redenen waarom een woning op deze locatie niet getuigt van een goede ruimtelijke ordening. 9.
Ook het (ruimtelijk) beleid pleit voor een volledige bewoning van het pand aan de Robert Scottstraat 36-H. Vast staat dat de gemeente Amsterdam positief staat tegen het realiseren van woningen, gezien de grote schaarste ervan. Ook in de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan wordt de schaarste op de woningmarkt vermeld. In onder meer de 'Structuurvisie 2040', 'Koers 2025' en de 'Woonagenda 2025' is vastgelegd dat de gemeenteraad de druk op de woningmarkt wil verlichten en de woningvoorraad beter wil laten aansluiten bij de woningbehoefte.
10. Amsterdam heeft bovendien als prioriteit jonge gezinnen - die massaal de stad ontvluchten (bijlage 2) - in Amsterdam te houden. Zo is in de Woonagenda 2025 bijvoorbeeld opgenomen dat de betaalbaarheid en ook de beschikbaarheid van woningen voor gezinnen een belangrijk aandachtspunt is. Reden van de uittocht van gezinnen zijn de hoge huizenprijzen en het feit dat jonge gezinnen in de stad geen grotere woning kunnen betalen met voldoende kamers voor de kinderen. ia. Dat zal in geval van ook aan de orde zijn indien zij niet het gehele pand zouden mogen bewonen. Het pand is in dat geval niet geschikt voor een gezin met kinderen, waardoor zij weer zullen moeten verhuizen (en waarschijnlijk de stad zouden moeten verlaten gezien de hoge huizenprijzen). Uitsluitend de eerste verdieping is te klein om met een gezin te wonen (zie de plattegronden van het pand verderop in deze zienswijze). 12. Op 31 januari 2012 is door het stadsdeel de beleidsnotitie Ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid in West vastgesteld. In deze notitie is te lezen dat het aantal starters nergens zo groot is als in west en dat west voor ondernemers een aantrekkelijk gebied is om zich te vestigen. Het stadsdeel wil daarom selectief behoud van kleinschalige bedrijfsruimten. In de beleidsnotitie is te lezen dat bedrijfspanden op zichtlocaties zo veel mogelijk behouden dienen te blijven.