4. Meerjarenbegroting OD NKZG 2024-2027 def.pdf
Tekst van het document
Ontwikkelingen 2024, capaciteit en lasten De regio blijft onverminderd aantrekkelijk om te wonen en te werken met als gevolg een blijvende hoge druk op de beschikbare (milieu)ruimte. Het wordt steeds ingewikkelder om tegemoet te komen aan de vraag naar woningbouw, bedrijvigheid en infrastructurele voorzieningen. We informeren onze opdrachtgevers tijdig over risicovolle situaties bij bedrijven en zullen ook actiever gaan inspelen op de behoefte die leeft in de samenleving en bij omwonenden. De aandacht voor verdere professionalisering, zoals branche-gerichte aanpak, innovatie en informatiegericht werken blijft. De hierboven genoemde ontwikkelingen, thema’s, en opgaven zullen zorgen voor een toenemende impact op de VTH-uitvoering waarbij wet en regelgeving per definitie achterlopen op het kunnen faciliteren van de gewenste innovatie. Dit vraagt om meer inzet op het beïnvloeden van wet en regelgeving en uitvoerbare beleidskaders.
23
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het werk voor het implementeren van de stelselwijziging niet af. Ook in het nationaal milieubeleidskader wordt verdere innovatie van de milieuwetgeving aangekondigd. In de praktijk zullen de gevolgen van de wijzigingen in het stelsel zichtbaarder worden en al doende en lerende een plek in de VTH-uitvoering krijgen. De omgevingsplannen, die op dat moment zijn vastgesteld zijn het eerste startpunt maar zullen naar verwachting in de periode tot 2029 nog veelvuldig aan veranderingen onderhevig zijn. Ook reparatiewetgeving en nieuwe jurisprudentie zullen zorgen voor de nodige dynamiek in de VTH-uitvoeringspraktijk en de milieuadvisering. Voor het huidige milieuwerkveld betekent dat ‘inrichtingen’ worden ingedeeld in milieubelastende activiteiten (mba’s). Elke inrichting zal voortaan bestaan uit één of meerdere mba’s. De kernactiviteit is vergunning plichtig, de functioneel ondersteunende activiteiten niet. Concreet betekent dit dat het hele bedrijvenbestand van ruim 17.000 bedrijven omgezet moet worden in mba’s zodat wij ons VTH-werk kunnen uitvoeren. Deze omzettingen vragen een grote inzet bij de OD NZKG en zullen tot en met 2024 worden uitgevoerd. Hiervoor is budget opgenomen in onze meerjarenbegroting.
De capaciteit om vergunningen te actualiseren staat onder druk door de toenemende hoeveelheid en complexiteit van de aanvragen in combinatie met de beleidsambities. Deze druk zal komende jaren verder toenemen. De overgang naar nieuwe producten van de Omgevingswet geven – evenals de vertaling van de beleidsopgaven naar de uitvoering – onzekerheden over de capaciteit en lasten. Het ligt in de rede te verwachten dat de beleidsopgaven vragen om een hoger kwaliteitsniveau in de VTH-uitvoering inclusief de daarvoor benodigde middelen. Met opdrachtgevers wordt gesproken over de gevolgen van de wijziging van de bevoegdheden en taken in relatie tot de komst van de Omgevingswet, zo leidt de Omgevingswet tot wijziging van het basistakenpakket wet VTH. Uitgangspunt is om in 2024 de uitvoering van taken door de OD NZKG waar mogelijk op eenzelfde wijze te continueren. Grondwaterbeschermingsgebieden, grondwateronttrekking voor open bodemenergiesystemen (WKO), drinkwater en industrie vallen nu nog onder de Waterwet maar worden straks gereguleerd door de Omgevingswet. De belangrijkste wijziging voor de activiteit ontgronding is dat de ontgrondingsvergunning onderdeel is van de omgevingsvergunning en niet (meer) apart wordt aangevraagd.
Vooruitlopend op de Omgevingswet is met de komst van de Omgevingsverordening NH2020 (OVNH2020) het absolute verbod op activiteiten in het Grondwaterbeschermingsgebied (GWBG) opgeheven. Voor de komst van OVNH2020 werd het aantal ontheffingen GWBG altijd op nihil begroot. Met de invoering van OVNH2020 zijn activiteiten wel toegestaan maar dat betekent niet dat elke aanvraag resulteert in een ontheffing terwijl er wel capaciteit hiervoor wordt ingezet. De materiële lasten bestaan voornamelijk uit de kosten voor luchtmeetnet en kosten voor wettelijk verplichte bouw adviezen (de materiële lasten voor bouw, bodem, brzo en milieu zijn verwerkt in programma milieu). Hierbij rijst ook de vraag of de huidige materiële lasten, gezien de hierboven genoemde ontwikkelingen, voldoende zullen zijn om in de toekomst de lading te kunnen dekken. ZZS gemeentelijke bedrijven De noodzaak om inzicht te hebben in de emissies naar lucht, bodem en water van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) bij vergunning plichtige bedrijven is groot. Tot op heden is de aandacht vooral gericht op de risicovolle bedrijven die onder provinciaal bevoegd gezag vallen en enkele andere grote gemeentelijke bedrijven met een risico. Het onderwerp is ook prominenter op de bestuurlijke agenda’s gekomen en heeft geleid tot een ‘impulsprogramma chemische stoffen’ vanuit het Rijk dat 16 december 2022 is aangeboden aan de Tweede Kamer.
24
Ook voor de gemeentelijke vergunning plichtige bedrijven (ca. 350 bedrijven) geldt de informatieplicht op basis van het Activiteitenbesluit en hadden deze bedrijven al aan de informatieplicht moeten voldoen vóór 1 januari 2021. Daarnaast dienen deze bedrijven ook een vermijdings-en reductieprogramma’s (VRP’s) in te dienen. Door het hoge aanbod van vraag gestuurd werk is hier echter beperkt aandacht voor geweest bij de OD NZKG. Daarnaast is er per 1 januari 2023 een belangrijke verscherping van 76 ZZS-normen van kracht geworden, die begin november 2022 pas was aangekondigd. De OD NZKG heeft de intentie om in 2023 te beginnen met het aanschrijven op de informatieplicht en in indienen van de VRP’s, ook voor de aangescherpte normen. Gezien de grootte van het bedrijvenbestand en de beperkte capaciteit zullen deze werkzaamheden verspreid opgepakt worden in de periode van 2023 tot en met 2026. Deze werkzaamheden zullen geprioriteerd worden op basis van onder andere risico’s, milieuzwaarte, omgevingstype en naleefgedrag. Onzekere factoren hierbij zijn onder andere de inschatting van benodigde capaciteit, de aanwezigheid van capaciteit, de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de medewerking van de bedrijven bij het aanleveren van de juiste informatie. Wij verwachten een inspanning van 100 uren per vergunning plichtig bedrijf.
De totale inzet voor de gemeentelijke bedrijven komt hiermee op 33.600 uren, ofwel € 3,9 mln. 45 bedrijven in 2023 en 97 bedrijven per jaar in 2024, 2025 en 2026. Voor 2023 is er nog geen dekking binnen onze begroting en volgt, via een separaat traject, nog een claim voor aanvullende middelen.
Tata Steel 2023 Het jaar 2023 is nu al een bewogen jaar voor het dossier Tata Steel. Het bedrijf en ons werk liggen onder een vergrootglas. Zo is er veel aandacht in de media voor de zogeheten Kooksgasfabrieken van de staalfabrikant. Vanwege overtredingen bij deze fabrieken heeft de Omgevingsdienst inmiddels een derde last onder dwangsom opgelegd. De rauwe kooks die voor emissies zorgen zijn niet toegestaan op grond van de vergunning. Zodra deze last volledig is verbeurd zal OD NZKG een nieuwe stap moeten zetten om deze emissies te voorkomen. De Omgevingsdienst onderzoekt of het intrekken van de milieuvergunning voor deze fabriek mogelijk is. De kooksgasfabriek staat daarmee ook steeds vaker op de agenda in de politiek, zowel gemeentelijk, provinciaal als ook landelijk. Meerjarenraming 2024-2027 In de komende jaren zal de aandacht op het dossier Tata naar verwachting groot blijven. Media-aandacht betekent vrijwel altijd voor meerwerk in de vorm van informatie- en handhavingsverzoeken. De uitdaging van het programmateam op het gebied van communicatie naar de omgeving, pers en politiek, zal daarmee ook onverminderd groot blijven.
Inhoudelijk zal het programmateam veel capaciteit kwijt zijn aan het deeldossier ‘Kooksgasfabriek 2’ en zorgen de plannen voor de verduurzamingstransitie van Tata Steel voor een grote personele wervingsopdracht voor het VTH-proces rond de bouw en ingebruikname van de nieuwe fabrieksonderdelen.
Omgeving De aankomende jaren zal het programmateam extra inzetten op communicatie naar de omgeving. We willen de omgeving meer kennis laten nemen van de overwegingen die wij als dienst nemen bij – bijvoorbeeld - vergunningsvoorschriften. We zien op dit vlak ook behoefte aan meer toelichting op de rol die wij als omgevingsdienst hebben en onze positie ten opzichte van andere overheidspartijen. Het omgevingsmanagementplan dat in 2023 van start is gegaan, speelt hierop in.
VTH De focus van het programmateam ligt bij het maximaal beschermen van de gezondheid van de omgeving. Naast de reguliere VTH-taken, waarde weg al is ingeslagen om zo scherp mogelijk te vergunnen en
25
strenger te handhaven, zal er extra worden ingezet op het verminderen van ZZS-emissies bij alle fabrieksonderdelen van Tata Steel. Hiervoor is het vermijdings- en reductieplan van Tata Steel een belangrijk onderdeel. Voorschriften over het reduceren van ZZS, zullen worden opgenomen in de vergunning en in maatwerkvoorschriften en daarmee geborgd. De aandacht wat betreft emissies gaat in het bijzonder uit naar de kooksgasfabrieken 1 en 2 Naast de kooksgasfabriek zijn en worden maatregelen opgelegd die de aankomende jaren zichtbaar voor verbetering van milieu en leefomgeving moeten zorgen in de brede zin. Specifiek zal overlast op geluid, geur afnemen en zal luchtkwaliteit toenemen, als de maatregelen tenminste het effect laten zien dat wordt verwacht.
Groen Staal Tot 2030 zal de eerste fase van de groen-staaltransitie van TSIJ aanzienlijke VTH/A-inspanningen vragen van de OD NZKG. Zo voorzien we een honderdtal vergunningprocedures en gaat het over nieuwe technieken (DRI, waterstof) waarvoor we kennis moeten opbouwen. Om de kosten daarvan te dekken, heeft EZK bij het Klimaatfonds voor de periode 2023-2030 een jaarlijkse bijdrage aangevraagd van € 5 mln. Deze zal via PNH aan de OD NZKG worden verstrekt. Besluitvorming wordt verwacht in de Voorjaarsnota 2023. Bij het opstellen van deze meerjarenbegroting is rekening gehouden met een toekenning van € 3mln in 2023. De globale planning: 2023: volle inzet op werven en opleiden medewerkers. 2023 - 2024: voorbereidende fase I: zwaartepunt op vergunningverlening en advies (mer en vergunningen) 2024 – 2025: voorbereidende fase II: vergunningverlening en juridisch (vergunningen en beroepszaken) 2025 – 2030: realisatiefase: toezicht en vergunningverlening (meldingen en toezien op bouw) Als de aanvraag niet wordt toegekend, zullen de medewerkers binnen de OD NZKG andere taken gaan oppakken dan de werkzaamheden op het project Groen Staal eerste fase. Dit zal vertraging opleveren voor het project maar geen risico voor de OD NZKG opleveren. Dit omdat het werkpakket en het natuurlijk verloop binnen de NZKG groot zijn.
Om financieel inzicht te geven aan de genoemde ontwikkelingen is getracht om deze ontwikkelingen te kwantificeren wat geresulteerd heeft in een hoger benodigd budget vanaf 2024. Daarnaast zijn er zogenaamde post-memorie (PM) posten in de meerjarenbegroting van de OD NZKG opgenomen. Hieronder volgt een opsomming van deze posten die betrekking hebben op het programma milieu. Voor een verdere toelichting van deze posten, zie Bijlage 5.8 (financiële ontwikkelingen).
Onderwerp 1. Tata 2. Omzetting van inrichting naar MBA 3. Digitalisering/AADV 4. Omgevingswet en Actualisatie van vergunningen 5. ZZS-taken gemeenten 6. Strafrecht (n.a.v. rekenkamer rapport)
26
3.6
Programma Randvoorwaardelijk
Baten: 10,9 mln In dit programma zit een aantal randvoorwaardelijke producten die voor elke opdrachtgever noodzakelijk zijn. Zoals bijvoorbeeld procesondersteuning, consignatiedienst bestuur ondersteuning, verzoeken in het kader van de Wet Openbare Overhead (WOO) en accountmanagement. Voor een deel van deze producten is bij de prestatie gerichte financiering een vast budget afgesproken met de afspraak om dit in 2023 te valideren ervan uit gaande dat de Omgevingswet zou zijn ingevoerd. Door uitstel van de omgevingswet naar 1 januari 2024 zijn er minder uren gemaakt op de advieskosten t.b.v. de omgevingswet, maar zijn er meer uren gemaakt in de voorbereiding op de omgevingswet. Deze laatste uren vielen binnen het vaste budget. Inmiddels zien we door extreme toename van de WOO verzoeken, de toename van data analyse maar ook extra inzet van accountmanagement, consignatiedienst en klachten op het regiebureau een toename van deze inzet. De werkzaamheden op het product Procesondersteuning zijn grotendeels direct te relateren aan de ondersteuning aan de inzet op de werkpakketten (regie en output). Voor de overige randvoorwaardelijke producten wordt per opdrachtgever een verdeelsleutel vastgesteld op basis van de ureninzet per pakket en de afname binnen deze pakketten. Wat gaan we daarvoor doen in 2024
Transparantie overheid start met actieve openbaarmaking In 2020 heeft de OD besloten over te gaan op het actief openbaar maken van de documenten uit het Tata Steel-dossier. Daar is inmiddels een start mee gemaakt. Deze openbaar gemaakte stukken worden via een zogenoemde e-tool met zoekfunctie ontsloten zodat de stukken altijd openbaar en voor de burger goed vindbaar zijn. Hiermee loopt de OD NZKG voor op de verplichting die is opgenomen in de Wet open overheid. Het is de bedoeling dat de OD NZKG op termijn ook dossiers van andere bedrijven actief openbaar gaat maken. Dit zal projectmatig worden aangepakt, waarbij OD-breed wordt gekeken wat we actief zullen gaan openbaren en hoe dit voor de burger zo makkelijk mogelijk raadpleegbaar zal zijn.
27
WOO verzoeken Burgers en bedrijven verwachten steeds meer transparantie in de besluitvorming en in het handelen van/door de overheid. Mede door sociale media staat wij vaker in het nieuws en worden er ook meer Wooverzoeken ingediend. Het opvragen van honderden tot duizenden documenten in één Woo-verzoek is meer regel dan uitzondering geworden. Deze verzoeken zijn zeer arbeidsintensief en kostbaar.
Administratieve inzet Omgevingswet
In 2022 is volop gewerkt aan de voorbereiding van de invoering van de Omgevingswet. Een van deze aandachtspunten was het inrichten van het DSO (Digitale Stelsel Omgevingswet). Uit de opgedane ervaring is gebleken dat het DSO nog niet dezelfde functionaliteiten heeft als het huidige OLO. Dat betekent dat er meer handmatige inspanningen moeten worden verricht om de binnenkomende zaken naar de juiste behandelaars toe te zetten. Tevens lopen oude en nieuwe aanvragen onder de oude en nieuwe wetgeving tijdelijk naast elkaar en is het de verwachting dat er structureel meer werk gaat komen omdat er ook leges afgegeven gaan worden op milieuvergunningen. Ook voor het programma Randvoorwaardelijk is extra inzet benodigd en deze maakt onderdeel uit van de totale claim voor de Omgevingswet in de meerjarenbegroting
Borgen data en data ontwikkeling Het belang van het goed borgen en toepassen van data neemt ieder jaar toe. Tal van ontwikkelingen dragen daar aan bij: de samenleving verwacht van de Omgevingsdienst een effectieve inzet van toezicht, handhaving en vergunningverlening. Goede data zijn daarvoor onontbeerlijk. Denk aan: welke bedrijven kennen een hoog, of juist een laag risico? Wat is de uitstoot in een bepaald gebied? Bij welke windrichting is geluidsoverlast voor burgers het grootst? De Omgevingsdiensten hebben zich gezamenlijk gecommitteerd aan een datagerichte aanpak van risicoanalyses en programmering van werkzaamheden. De Omgevingsdienst NZKG gaat ervoor zorgen dat onze data kwalitatief op een hoger niveau worden gebracht. Dat onze bedrijfsbestanden actueel en valide zijn, en waar mogelijk aangevuld met extra informatie gericht op het effect van ons werk op de maatschappelijke opgaven. We zorgen voor een branchegerichte aanpak en risico-gestuurde inspecties. Natuurlijk handelen we daarbij niet alleen op basis van data, maar ook altijd op basis van menselijk inzicht. Voor zo’n informatie gestuurde manier van werken, is het nodig dat de basis op orde is. In de komende jaren zet de Omgevingsdienst daarom stevig in op het invullen van de benodigde randvoorwaarden om datagericht werken mogelijk te maken. Om dit te realiseren is het programma “Datagedreven Werken” gestart.
Tegelijkertijd verbeteren we de data-architectuur stapsgewijs en borgen we deze structuur in de organisatie. De informatieanalyse die de data- en informatieanalisten van de OD uitvoeren zijn deels al vertaald in de producten van de UVO. In het licht van de grote regionale opgave (woningbouw en klimaat) en stelselwijziging Omgevingswet is het urgent en onze ambitie om te investeren in data-ontwikkeling.
Informatieveiligheid De OD NZKG heeft de afgelopen twee jaar ingezet om te voldoen aan de Baseline Informatie Beveiliging Overheid (BIO). De dienst wordt steeds bewuster van zijn digitale omgeving. Sinds 2022 is de OD NZKG ook aangesloten bij de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) van de VNG. De IBD helpt beveiligingsincidenten te voorkomen en waarschuwt voor eventuele kwetsbaarheden in systemen. Mocht er een incident plaatsvinden dan biedt de IBD hulp en ondersteuning aan om de schade zoveel mogelijk te beperken en de situatie te herstellen. De IBD wordt daarbij geholpen door de forensisch experts van BDO. De zwakste schakel bij informatiebeveiliging blijft de mens. De OD NZKG speelt hierop in door maandelijks al zijn medewerkers een e-learning aan te bieden over het voorkomen van beveiligingsincidenten. De
28
komende jaren zal de OD NZKG de maatregelen die in de BIO staan verder gaan implementeren en de al geïmplementeerde maatregelen onderhouden. De CISO houdt nauwlettend toezicht op dit proces.
Automatisering en Robotisering De organisatie zet stevig in op belangrijke ICT-innovatie. Hiervoor is in 2021 het project robotgestuurde procesautomatisering (RPA) gestart met betrekking tot het automatiseren van processen voor repetitieve, veelal administratieve werkzaamheden. We hebben nu een eigen Center of Excellence (CoE). Deze ontwikkeling zal vraag gestuurd verder doorgroeien. De volgende stap in deze automatiseringsontwikkelingen vinden plaats op het gebied van Machine Learning en Artificial Intelligence, daar zullen de komende jaren stappen gezet worden om de organisatie verder te ontwikkelen en daar waar mogelijk het werk te verlichten en ondersteunen. De digitalisering van onze werkprocessen heeft opgeleverd dat we over veel data en informatie beschikken. Daarnaast komt steeds meer data van overheidsinstanties beschikbaar waar we gebruik van kunnen maken. We willen meer waarde uit data kunnen halen zodat we niet alleen de output van onze VTHproducten (output) in beeld brengen, maar ook het effect (outcome). Daarvoor is het belangrijk dat de kwaliteit, toegankelijkheid en beschikbaarheid van data in ons datahuis op orde is. Komend jaar zorgen voor een actueel en valide bedrijvenbestand en bouwen we gestructureerd aan een datahuis en organisatie dat past bij onze ambities.
Binnen onze organisatie nemen we medewerkers mee in de ontwikkeling en creëren een leeraanbod gericht op het vergroten van de datageletterdheid van onze organisatie.
Ontwikkelingen 2024, capaciteit en lasten De ontwikkeling op het gebied van wet- en regelgeving leidt tot intensivering en uitbreiding van het takenpakket. De inzet op WOO, de extra inzet op het programma Tata en de komst van de Omgevingswet zullen leiden tot meer capaciteitsinzet de komende jaren.
29
3.7
Programma Bedrijfsvoering
Bedrijfsvoering ondersteunt en adviseert de organisatie op het gebied van: HR, informatievoorziening, financiële administratie, communicatie, huisvesting, facility, sturing, coaching en planning & control. Naast deze personele en materiële bedrijfsvoeringkosten worden de personele overheadkosten van het management van de gehele organisatie op dit programma verantwoord. Wat gaan we daarvoor doen in 2024
Omgevingswet Inmiddels is de invoering van de Omgevingswet en de Wkb (Wet kwaliteitsborging voor het bouwen) opnieuw uitgesteld naar 1 januari 2024. Dit geeft de organisatie extra tijd om zich goed voor te bereiden. Aan de andere kant is er steeds meer inzicht in de extra werkzaamheden die er op de OD NZKG af gaan komen als deze wetten ingevoerd worden. Bij de inwerkingtreding van de OW zullen de eerste tijd zowel oude als nieuwe procedures gedaan moeten worden en zullen er veel vragen van zowel het bedrijfsleven als van de opdrachtgevers komen. Het beheren van twee sets bekendmakingen zal extra tijd kosten zolang oude en nieuwe procedures nog naast elkaar bestaan.Het DSO heeft (nog) niet dezelfde functionaliteit als het OLO en er zullen meer kenmerken (aan) gevuld moeten worden om ons zaaksysteem van de benodigde informatie te voorzien. Ook zal er een toename zijn in het aantal aanvragen en meldingen die gepubliceerd moeten worden onder de OW. Dit zal, net als nu, voor een deel door een robot worden gedaan, maar de controle op de kwaliteit en de inzet bij functionele uitval zal groter zijn. Doordat er nu ook voor het afgeven van milieuvergunningen leges geheven gaan worden zal ook op dit onderdeel het werk toenemen.
OD NZKG schat in dat wij aanvankelijk minimaal 5% van onze capaciteit nodig zullen hebben voor het administratieve werk dat voortvloeit uit de onvolkomenheden van het DSO bij het (geautomatiseerd) routeren van aanvragen en meldingen binnen en tussen behandeldiensten en voor het opzetten van een service organisatie t.b.v. ondersteuning medewerkers. In FTE is dit tussen de 10 a 15 fte per jaar, ofwel 1,9 mln. in 2024. De benodigde inzet zal in de loop der jaren worden afgebouwd.
Innovatie Innovatie bij de OD NZKG richt zich de komende tijd op 2 sporen. Aan de ene kant het opleiden en begeleiden van medewerkers in het werken met data en reeds beschikbare technologieën, het ontwikkelen van 21-eeuwse vaardigheden. Dat moet er voor zorgen dat ze beter in staat zijn om data-driven beslissingen te nemen en de voordelen van de reeds beschikbare innovatieve tools te benutten, denk bijvoorbeeld aan data-ontsluiting via dashboards maar ook de uitgebreide mogelijkheden van Teams en OneDrive om efficiënt samen te werken. Dit alleen al leidt tot efficiëntere processen en een verbetering van de dienstverlening. Ook het toepassen van gamification zal daarbij gaan helpen. Aan de andere kant zullen nieuwe innovaties die gebruik maken van kunstmatige intelligentie en machine learning gaan de OD NZKG helpen om complexe problemen op te lossen en nieuwe inzichten te verkrijgen. Zo zullen bijvoorbeeld toepassingen gezocht worden voor speech-to-tekst en document understanding als logische volgende ontwikkeling in de automatisering. Maar ook het inzetten van machine learning voor het ondersteunen van complexe problemen en het verkrijgen van nieuwe inzichten.
30
Programma werving & selectie In 2022 is een solide programma W&S neergezet met een Plan van Aanpak voor 2023 en verder. Gerichte arbeidsmarktcampagnes, Recruitment en Opleidingen zijn belangrijke pijlers in ons HR instrumentarium. We richten ons uiteraard op direct inzetbare kandidaten, maar zetten ook in op huidige en nieuwe collega’s die we met begeleiding en verdere opleiding op het gewenste niveau brengen. In 2023 wordt er gestart met een opleidingspool (werkend leren) van een jaar, voor zowel starters op de arbeidsmarkt als ervaren mensen die een andere richting in hun carrière willen. Gedurende 2023 zal deze werkvorm worden geëvalueerd, maar gezien de krapte op de arbeidsmarkt zal deze aanpak een vervolg gaan krijgen in de komende jaren. Voor deze pool zetten we meer eigen medewerkers in als mentor/trainer die eigen kennis en vaardigheden overdragen. Dit heeft als neveneffect grotere werktevredenheid, meer betrokkenheid bij de organisatie en mogelijke doorgroei. Belangrijk voor ons is hierin ook de samenwerking te zoeken met andere OD’s, opleidingsinstituten of wellicht technische afdelingen van andere overheden. De krappe arbeidsmarkt daagt ons ook uit om onze traditionele werving- en selectiemethoden en sollicitatie procedures onder de loep te nemen. Sollicitanten hebben volop keuze, dus wij moeten als dienst zo toegankelijk mogelijk zijn.
We starten met het project ‘de rode loper’, om het solliciteren bij ons zo eenvoudig mogelijk te maken (bijvoorbeeld via what’s app), de kandidaten zich welkom te laten voelen (bijvoorbeeld sollicitatietrainingen) en ook de onboarding en het inwerkprogramma te optimaliseren. OD school Naast werving is behouden en ontwikkelen van medewerkers de sleutel tot een optimale bezetting van onze organisatie. Ook de OD school gaan we de komende jaren verder professionaliseren. Onder meer door langer lopende programma’s aan te bieden naast de meer incidentele trainingen. Het aanbod richt zich op ontwikkelen van onze medewerkers (professioneel maar ook persoonlijk) en het opleiden van nieuwe medewerkers. Ontwikkelen van ons leiderschap zetten we door. Onze leiderschapsvisie staat daarin centraal. Een visie waarin leiderschap ruimte geeft aan professionaliteit, ontwikkeling daarvan en eigen verantwoordelijkheid samen met een zakelijke houding. Wat vraagt dit van ons? In de eerste plaats moet er tijd vrij gemaakt worden bij onze ervaren collega’s om te begeleiden en trainingen te geven. Dit heeft gevolgen voor de productiviteit van deze collega’s. Daarnaast zal het inzetten van nog in taakvolwassenheid te groeien nieuwe medewerkers ook z’n weerslag hebben op de productiviteit per fte. Dit alles vanuit de gedachte binnen een aantal jaar op het gewenste niveau te komen.
Al met al een behoorlijke investering die zich echter op de langere termijn zal uitbetalen. Zichtbaarheid / online strategie De OD NZKG wil zichtbaarder zijn voor bewoners, bedrijven, opdrachtgevers, potentiële werknemers en andere stakeholders in de omgeving van het Noordzeekanaalgebied. Het gebruik van social media speelt hier een belangrijke rol in. Door op de juiste manier gebruik te maken van verschillende social-media kanalen verkleinen we de afstand tussen de inwoner en de omgevingsdienst en maken we de OD NZKG toegankelijker. Hiervoor wordt een onlinestrategie ontwikkeld en uitgevoerd. Naast de onlinestrategie werken we aan een (her)nieuwde employee branding campagne. Komend jaar werken we aan implementatie van een algemene communicatiestrategie. Hierbij richten we ons op voornamelijk op bewoners en bedrijven. De kern van de genoemde strategische agenda is: intern
31
verbinden en extern profileren. Belangrijk voor ‘intern verbinden’, maar zeker ook voor ‘extern profileren’ zijn de gedefinieerde inhoudelijke opgaves: klimaat, milieu-gerelateerde gezondheid en de transformatie van gebieden. Een ander belangrijk punt is de ‘samenleving centraal zetten’ meer centraal zetten. De communicatiestrategie is de basis voor de komende jaarplannen van het team communicatie en de deelplannen (zoals interne communicatie en social media) De Omgevingsdienst wil gemakkelijker vindbaar en beter benaderbaar zijn voor bewoners en bedrijven Hierbij is het van belang dat informatie vindbaar en leesbaar is. Transparantie en het steeds proactief inbrengen van de juiste informatie op het juiste moment, wordt steeds belangrijker. Ook willen we meer communiceren over de impact die de organisatie heeft in de samenleving dan het wat en hoe van wat we doen. Hybride werken De coronaperiode hebben we alweer een tijdje achter ons gelaten. Door het hybride werken is de trend van activiteit gerelateerd werken gegroeid en zal naar verwachting ook steeds meer als ‘normaal’ worden ervaren. Afgelopen jaar is hard gewerkt om het kantoor aan het Ebbehout aan te passen aan het hybride werken, zodat het een fijne en gezonde omgeving biedt waar medewerkers graag komen werken. De verwachting is dat dit in de loop van 2024 kan worden afgerond.
Dit geldt ook voor het nieuwe Vervoersbeleid waar afgelopen jaar een start mee is gemaakt. Dit vervoersbeleid staat in het teken van duurzaamheid en sluit aan bij het ‘activiteit gerelateerd werken’. Onder bedrijfsvoering vallen de volgende onderdelen:
32
Ontwikkelingen 2024, capaciteit en lasten In 2024 wordt de omgevingswet ingevoerd en zal de organisatie verder gegroeid zijn als gevolg van bijvoorbeeld toegenomen inzet op Tata en de energietransitie. Door de groei in fte’s zal er ook meer ondersteuning nodig zijn vanuit bedrijfsvoering. Het is de opgave van bedrijfsvoering om met de organisatie mee te groeien en daarbij de dienstverlening te kunnen bieden die nodig is.
33
4. 4.1
Financiële begroting Resultaatmodel
Tabel Resultaten per werkveld
(x €1.000) Rekening 2022
2023 met UVO 2023
Baten 2024
Lasten 2024
TOTAAL Baten TOTAAL Lasten
-56.574 57.483
-77.420 77.420
-83.249 -
8.3 Wonen en bouwen Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Bouw
-4.956 -14.168 3.928 5.003 281 -4.956
-7.039 -17.605 6.089 4.137 340 -7.039
-17.747 -17.747
7.4 Milieubeheer Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Bodem
-2.941 -6.289 2.748 514 86 -2.941
-3.744 -8.317 3.931 579 62 -3.744
-9.844 -9.844
7.4 Milieubeheer Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Milieu en BRZO
-7.888 -28.704 14.784 4.210 1.821 -7.888
-14.614 -42.636 22.252 3.238 2.532 -14.614
-44.722 -44.722
Programma & taakveld
7.4 Milieubeheer 8.3 Wonen en bouwen Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Randvoorwaardelijk
Saldo 2024
2025
2026
2027
-83.249 83.249 83.249
-82.485 82.485
-81.471 81.471
-78.958 78.958
10.582
-7.166 -17.747 6.309 3.925 348 -7.166
-7.132 -17.611 6.309 3.823 348 -7.132
-7.131 -17.611 6.309 3.823 348 -7.131
-7.131 -17.611 6.309 3.823 348 -7.131
-4.165 -9.844 4.708 898 74 -4.165
-4.165 -9.844 4.708 898 74 -4.165
-4.165 -9.844 4.708 898 74 -4.165
-4.165 -9.844 4.708 898 74 -4.165
29.497 -15.225 -44.722 23.409 23.409 3.741 3.741 2.348 2.348 29.497 -15.225
-15.123 -44.564 23.317 3.763 2.362 -15.123
-15.268 -44.030 22.724 3.709 2.328 -15.268
-14.750 -41.991 21.389 3.596 2.257 -14.750
6.049 2.979
-10.936
7.910 1.079 40 9.029
-1.278 -629 -10.936 7.910 1.079 40 -1.907
-1.202 -592 -10.466 7.598 1.035 39 -1.794
-1.133 -558 -9.986 7.268 990 37 -1.691
-1.089 -536 -9.511 6.905 945 35 -1.625
-
28.330
28.330
28.081
28.123
27.539
-
11.117 7.527 9.686 132 132 28.462
11.117 7.527 9.686 132 132 28.462
11.116 7.431 9.533 132 132 28.213
11.116 7.178 9.829 132 132 28.255
11.099 6.778 9.662 132 132 27.671
100 0
-83.249 0
83.249 0
0 0
0 0
0 0
0 0
-100 0 0
0 0 -83.249
0 0 83.249
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
-6.936 5.574 1.389 34 61
-8.762 6.444 881 33 -1.403
0.4 Overhead Baten uitvoeringsovereenkomsten (*) Inkomsten Salarislasten Inhuur Autonome ontwikkelingen Materieel 0.8 Overige baten en lasten Onvoorzien 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) Bedrijfsvoering
17.100
26.772
-11 8.579 480 8.051 17.100
10.739 5.625 10.408 129 129 26.900
Saldo voor mutatie reserves 0.10 Mutaties reserves Toevoegingen Onttrekkingen Financien, bedrijfsvoering Saldo na mutatie reserve
1.376 -467 -467 -467 909
-17.747
-9.844
-44.722 -7.327 -3.609 -10.936
-
6.309 3.925 348 10.582 5.680 4.708 898 74 5.680
34
Uitgangspunten voor de raming Begroting OD NZKG 2024-2027 In de kaderbrief 2024-2027 zijn de uitgangspunten opgenomen voor de meerjarenbegroting 2024-2027. De basis voor het opstellen van de begroting is het jaar 2023 en de volume afspraken, die afgesproken worden voor de Uitvoeringsovereenkomsten (UVO’s) 2023. De volgende aanvullende uitgangspunten zijn verwerkt: • De begroting is opgesteld op basis van een tarief van € 112,40. Dit is € 5,38 per uur meer dan het tarief van € 107,02 dat is opgenomen in de UVO’s 2023. OD NZKG heeft te maken met enorme prijs en loon stijgingen waardoor het tarief met terugwerkende kracht moet worden aangepast. Het betreft een nacalculatie op het prijseffect 2021 en 2022 van 9,4% en een loonstijging 2022 en 2023 van 3%. Dit aangepaste tarief wordt met deze meerjarenbegroting ter besluitvorming voorgelegd aan ons bestuur. • De berekende benodigde formatie is gebaseerd op de UVO en overige opdrachten. Daarbij is de gestreefde vast-/flexnorm 90/10. Voor het werkveld Bouw wordt een lagere norm gehanteerd van circa 70/30. • Aan de basis van de begroting 2024 ligt de aangepaste begroting van 2023. De wijziging van de begroting 2023 is op basis van de afgesloten UVO’s van 2023. Deze wijziging ligt gelijktijdig met deze meerjarenbegroting 2024 voor bij het bestuur.
Ook de uitstel van invoering Omgevingswet en WKB heeft geleid tot een begrotingswijziging voor het jaar 2023.
4.2
Toelichting bij de meerjarenbegroting en financiële positie
Het belangrijkste uitgangspunt m.b.t. de Omgevingswet is dat we financiële rust in 2024 creëren voor zowel de OD NZKG als de opdrachtgevers. In 2023 worden de implicaties van de wet nader in beeld gebracht. Het meerjarenperspectief kan als gevolg hiervan nog wijzigen. Met onze opdrachtgevers zijn in 2022 al afspraken gemaakt over financiële verrekening als de omgevingswet wordt ingevoerd De meerjarenbegroting is conform de kaderbrief 2024-2027 geïndexeerd. De prijscompensatie is gebaseerd op de consumentenprijsindex (CPI) van het Centraal Plan Bureau (CPB), dit is conform bestendig beleid. De prijzen worden vooralsnog na 2023 constant gehouden. In onze meerjarenbegroting wordt jaarlijks rekening gehouden met een cumulatieve looncompensatie. Voor 2024 is hiervoor een percentage van 4% gehanteerd. Gelet op de huidige economische situatie is deze omhoog bijgesteld van 2% naar 4% (conform CAO stijging 2023) Ten tijde van het opstellen van de meerjarenbegroting is er nog geen cao akkoord 2024 en verder. Er bestaat derhalve nog een onzekerheid of de opgenomen looncompensatie 2024 overeenkomt met de daadwerkelijke CAO stijging. Op basis van onderhavige meerjarenbegroting is de algehele financiële positie van de OD NZKG redelijk gezond. De meerjarenbegroting is structureel sluitend.
Het weerstandsvermogen voldoet aan de ratio weerstandsvermogen (1 tot 1,5), mits de reserve gelijk blijft aan zijn huidige omvang. Bij een besluit tot eenmalige onttrekking aan de reserve ter dekking van het negatieve resultaat van 2022 ontstaat een iets ander beeld. Het kan zijn dat in 2024 en 2025 de omvang van het vermogen als “matig” wordt beschouwd. In de paragraaf Weerstandsvermogen wordt dit nader toegelicht
35
Verplichte paragrafen BBV 4.3
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Inleiding De paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing is een door het Besluit Begroting en Verantwoording voor gemeenten en provincies (BBV) voorgeschreven paragraaf. De beleidskaders vanuit de OD NZKG zijn vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement. De paragraaf bestaat uit de volgende onderdelen: • Weerstandsvermogen, bestaande uit: Inventarisatie risico’s Inventarisatie weerstandscapaciteit Berekening en beoordeling van het weerstandsvermogen • Financiële kengetallen Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio van de noodzakelijke weerstandscapaciteit ten opzichte van de beschikbare weerstandscapaciteit. In onderstaande tabel volgt een overzicht van de risico’s. Van alle risico’s is het financieel effect (gevolg) ingeschat. Afhankelijk van de kans dat een risico zich voordoet, wordt een percentage van het financieel effect meegenomen in de berekening van de noodzakelijke weerstandscapaciteit.
Tabel: overzicht risico’s (bedragen x € 1.000) RISICO'S
Totaal Risico- Risico- Risico- Risicogeschat bedrag bedrag bedrag bedrag financieel 2022 2023 2024 2025 effect
Risicobedrag 2026
Risicobedrag 2027
Reeds bekende risico’s Wet- en regelgeving
4.362
494
112
449
524
473
473
Omzetfluctuatie, conjunctuur en arbeidsmarkt 3.423
199
473
517
517
430
430
Bedrijfsvoering
923
60
60
122
60
60
60
Prestatiegericht financieren
2.661
908
536
536
337
337
337
11.368
1.661
1.181
1.624
1.438
1.300
1.300
In bijlage 5.4 is een tabel opgenomen met een toelichting op de kans dat deze risico’s zich voordoen en de meerjarige effecten hiervan. Toelichting risico’s Wet- en regelgeving (totaal geschat financieel effect 4.362K)
Omgevingswet De invoering en de uitwerking van de Omgevingswet vormen aanzienlijke risico’s. De Omgevingswet zal een grote impact hebben op de taken, de werkprocessen en de inhoudelijke werkzaamheden van de OD NZKG. Vele taken en het basistakenpakket veranderen van inhoud of van bevoegd gezag/opdrachtgever. Ook voor de opdrachtgevers is nog veel onduidelijk, bijvoorbeeld rond de overdracht van bodemtaken van de
36
provincies naar gemeenten, de grote wijzigingen m.b.t. het geluidsstelsel en de gevolgen van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), die gelijktijdig in werking treedt. Het aangrijpingspunt van het milieurecht verandert van de inrichting naar de ‘milieubelastende activiteit’. Er komen nieuwe instrumenten, zoals de bestuurlijke boete voor Brzo-bedrijven. Voor de werkprocessen is het Digitaal Stelsel Omgevingswet cruciaal. Daaraan moet nog veel gebeuren. Voor een goede werking zijn we afhankelijk van zowel landelijke partijen als de opdrachtgevers. De regelgeving wordt voor aanvragers soms gunstiger en soms minder gunstig, wat kan leiden tot een hausse aan aanvragen rond de inwerkingtreding en dus een piekbelasting op de VTH-processen. Hoe goed we ons ook voorbereiden, de nieuwe regels en het vooralsnog ontbreken van jurisprudentie erover maken ons werk aanvankelijk zeker ingewikkelder en onze besluiten zullen vaker juridisch worden aangevochten. CEBEON heeft de financiële effecten van de Omgevingswet onderzocht. De eenvoudiger VTH-taken kunnen goedkoper worden en de gemeenten en provincies kunnen milieuleges gaan heffen, maar bij de complexere taken die de omgevingsdiensten veelal uitvoeren, zijn geen financiële voordelen te verwachten. De omvang van de voorbereidingskosten is een risico op zichzelf.
Op het moment van schrijven staat de implementatie datum op januari 2024. Door het herhaalde kortdurende uitstel zitten we al jaren in de duurste periode van voorbereiding: kort voor de geplande inwerkingtreding. De gemeenten krijgen daarvoor compensatie van het Rijk, de omgevingsdiensten vooralsnog niet. Uitstel van inwerkingtreding leidt tot hogere transitiekosten. Te vroege inwerkingtreding leidt tot problemen in de taakuitvoering. Door de nieuwe definiëring van de taken kan de OD NZKG meer of minder werk krijgen. De vele wijzigingen in de werkprocessen en de regelgeving geven in elk geval tijdelijk risico’s voor het niveau van dienstverlening, zeker als het Digitaal Stelsel Omgevingswet niet meteen optimaal functioneert. Dit type problemen zal zich landelijk voordoen, wat de beschikbaarheid van de voor de oplossing benodigde expertise op de arbeidsmarkt verder kan doen afnemen. De omvang van deze effecten is niet goed in te schatten. De gevolgen raken primair de kwaliteit van de dienstverlening en uitvoering en zijn niet specifiek voor de OD NZKG. Beheersmaatregelen: De taken van de projectorganisatie Omgevingswet gaan in 2023 over naar de lijnorganisatie. De medewerkers van de OD NZKG krijgen hun opleidingen over de Omgevingswet van collega’s die zich daardoor verder ontwikkelen. Inmiddels hebben we een aanzienlijke groep specialisten in huis.
Dit verstevigt onze positie in onze taakuitoefening, in ons werkgebied en landelijk. We hebben enige invloed op beleid en regelgeving. De OD NZKG participeert in diverse regionale en landelijke overleggen, zoals over de bodemtaken, de milieuleges, het Digitaal Stelsel Omgevingswet en over de financiële gevolgen van de Omgevingswet op de omgevingsdiensten. Met ons bestuur zijn afspraken gemaakt over de afrekenmethodiek tijdens de invoeringsperiode. Het risico is daardoor iets gedaald. De kans op dit risico is gedaald naar gemiddeld. Het risicobedrag is 0K voor 2023 en 250K voor 2024 en 2025. Vanaf 2026 daalt het risico naar 50K.
Algemene Verordening Gegevensbescherming Op 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking getreden. Niet naleven van de AVG kan leiden tot boetes en persoonlijke aansprakelijkheid. De boete kan 4% van de jaaromzet bedragen. Beheersmaatregelen: Er zijn enkele functionarissen aangesteld waaronder een functionaris gegevensverwerking en privacyfunctionaris. Zij zorgen voor de borging, het beleid en het ontwikkelen van bewustzijn binnen de organisatie. De kans op dit risico is zeer klein. Het risicobedrag is 37,5K vanaf 2023.
37
Klimaatadaptatie en Circulair Programma – nieuwe omschrijving vanaf 2022 Rondom de klimaat - en circulaire programma's ontstaan strategisch gezien in toenemende mate wetten die impact hebben op ons werk en op de bedrijven en burgers in onze leefomgeving. Deze landelijke en Europese regelgeving zorgt voor veranderingen in het werk van de OD. Voor de bedrijven kunnen de wetgeving instrumenten zoals bijvoorbeeld een CO2-heffing grote gevolgen hebben voor hun bedrijfsvoering. Meer kosten, investeringen, nieuwe vergunning aanvragen. Voor de OD ontstaat een grotere inspanningsverplichting. De veranderende wetgeving heeft impact op het bedrijvenbestand. Er ontstaan zowel nieuwe bedrijven als faillissementen in kapitaalintensieve industrie die de veranderende omstandigheden niet kunnen bolwerken. Daarnaast kan het toetsingskader voor de VTH processen niet toereikend of meer passend zijn. Het financiële risico is dat de toenemende inzet en expertise die gevraagd wordt, moeilijker leverbaar en financierbaar blijkt. Beheersmaatregelen: De OD NZKG biedt opdrachtgevers en bedrijven haar expertise aan om te voorkomen dat wet- en regelgeving een belemmering wordt voor de uitvoeringspraktijk. De kansen worden zo ook gesignaleerd. De OD blijft inzetten op passend contracteren voor haar taken bij de huidige opdrachtgevers in de gemeenschappelijke regeling.
Daarnaast is de verwachting dat de inzet in de komende jaren ook via het Rijk ontvangen kan worden. Anticiperen gaat zowel organisatorisch als door actieve deelname in de Rijksprogramma's. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag neemt toe van 37K in 2023 tot 149K in 2025 en verder.
Terugdringen Milieubelasting Het terugdringen van de milieu belasting om de milieu gerelateerde gezondheid te verbeteren zal de komende jaren steeds belangrijker worden. Er lopen vanuit het Rijk vele programma's die uiteindelijk gaan leiden tot strengere wetgeving. Enkele voorbeelden zijn de stikstof situatie (PAS), het schoon lucht programma, het oppervlakte water en de Zeer Zorgwekkende Stoffen. De verwachting is dat in de komende 5 jaar de inventariserende programma's zullen leiden tot daadwerkelijke wetgeving in 2027. Er ontstaan dan in hoofdlijn 2 grote effecten. De OD zal meer en andere werk ontvangen en kan zich voor een groter vergunning potentieel en meer toezicht zien staan. Aan de andere kant ontstaat er voor bedrijven economisch gezien een sterke verhoging van kosten voor een productieproces en hun beheersing van de milieu effecten. Faillissementen en bedrijfsverplaatsingen kunnen ontstaan. Het financiële risico is dat de veranderingen sneller gaan dan de financiering via contracteren met de opdrachtgevers. Ofwel de kosten voor de baten uitgaan. Beheersmaatregelen: Diverse opdrachtgevers, zoals PNH, Zaanstad en Amsterdam, hebben de OD NZKG gevraagd mee te denken bij het duiden van de opgave en het meedenken bij een regionale en lokale aanpak op basis van de wetgeving. De kans op dit risico is gemiddeld.
Het risicobedrag neemt toe van 37K in 2023 tot 149K in 2025 en verder.
Wijziging beleid rijk of provincie voor Tata Steel Het risico dat, ten gevolge van gewijzigde politieke omstandigheden, het beleid ten aanzien van Tata Steel impactvol verandert. Bijvoorbeeld: het economische belang van het bedrijf wordt zwaarder gewogen dan milieu effecten waardoor de OD NZKG minder werkzaamheden kan uitvoeren dan voorheen. De gevolgen zijn afnemende werkzaamheden door andere beleidsprioriteiten. Minder taken op het vlak van toezicht en handhaving. Beheersmaatregelen: Bij afnemende taken en werkzaamheden moeten medewerkers op andere plekken inde organisatie worden ingezet.
38
De kans op dit risico is klein. Het risicobedrag is 87K vanaf 2024. Conjuncturele ontwikkelingen, arbeidsmarkt en Groen Staal (totaal geschat financieel effect 3.423k)
Omzetfluctuatie, Economische en conjuncturele ontwikkelingen - nieuwe omschrijving risico vanaf 2022 Door ontwikkelingen in de wereld als de enorme prijsstijgingen met economische effecten bij burgers en bedrijven heeft onze organisatie ook te maken met omzet fluctuaties. Voor de komende jaren wordt verwacht dat een groter deel van ons werk onzeker kan zijn. Enerzijds krijgen we meer taken toebedeeld, anderzijds zijn deze taken ook aan onzekerheden onderhevig. Ook de politieke inzet op bijvoorbeeld het stikstofdossier draagt bij aan deze gevolgen. Het risico is dat de organisatie niet tijdig kan anticiperen op de omzetfluctuaties. Er kunnen tekorten ontstaan bij omzetdalingen als de lasten van lopende contracten niet tijdig kunnen worden bijgesteld. Andersom kan het zijn dat de dat de economie snel weer aantrekt en dat er een sterke stijging is van initiatieven. Dit betekent ongepland werk voor de gehele VTH keten. Met betrekking tot het bedrijvenbestand lopen dan de kosten voor de baten uit. Beheersmaatregelen: De gevolgen voor de uitvoering worden afgestemd met de opdrachtgevers en als het nodig is samen met hen geprioriteerd. Het risico van omzetverlies wordt in eerste instantie zoveel als mogelijk opgevangen door de afbouw van de flexibele schil. De arbeidsmarkt is echter zo weerbarstig dat een volledige flexibiliteit in contracteren ook niet altijd mogelijk is.
De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag was 114K in 2022 en is 373,5K vanaf 2023.
Arbeidsmarkt en inhuur De krapte op de arbeidsmarkt en voor sommige functies beperkte beschikbaarheid van inhuurkrachten, kunnen gevolgen hebben voor het realiseren van de productie- en kwaliteitsafspraken. Dit wordt nog eens versterkt door de extra capaciteit en de specifieke expertise die nodig zijn voor onder andere de implementatie van de Omgevingswet en de uitvoering van het Klimaatakkoord. Het niet realiseren van productieafspraken leidt tot lagere inkomsten. Dat kan gevolgen hebben voor de dekkingsbijdrage van de overheadkosten. Beheersmaatregelen: De OD NZKG werkt met een flexibele schil van personeel die wordt afgebouwd als het nodig is. We zetten extra in op arbeidsmarktcommunicatie en werken samen met wervingsbureaus en de gemeente Amsterdam. Innovatie op het vlak van digitalisering en data-analyse wordt ingezet om zo efficiënt mogelijk te werken. Daarnaast wordt strategische personeelsplanning ingezet en worden medewerkers zelf opgeleid waaronder trainees, opleidingstrajecten voor zij instromers en training on the job constructies. De kans op dit risico is zeer klein. Het risicobedrag was 86K in 2022 en is 56K vanaf 2023.
Afbreukrisico Groen Staal – nieuw risico vanaf 2023 Er bestaat een kans dat Tata Steel beslist om van Groen Staat af te zien. De VTH-A werkzaamheden komen dan te vervallen. De medewerkers die op Groen Staal zijn ingezet, komen daarmee zonder werk te zitten. De medewerkers die op Groen Staal werkzaam zijn, moeten op andere projecten/ procedures worden ingezet. Beheersmaatregelen: Een groot deel van de medewerkers werken deeltijd op het project en houden binding met hun eigen team. Hiermee kan het wegvallen van het werk voor Groen Staal makkelijk worden opgevangen. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is 43,5K in 2023 en is 87K in 2024 en 2025.
39
Bedrijfsvoering (totaal geschat financieel effect 923K)
Nieuw zaaksysteem In 2023 vindt een aanbesteding voor het VTH systeem plaats die per 2024 geïmplementeerd moet zijn. Afhankelijk van de uitkomst van de aanbesteding gaat de OD al dan niet over naar een nieuw pakket. De conversie naar een nieuw pakket brengt implementatie en uitvoeringsrisico's met zich mee. Vooral als dit in combinatie met de inwerkingtreding van de Omgevingswet plaatsvindt. De adoptie van het nieuwe VTH systeem heeft tijd nodig voor de gebruikersorganisatie. Het gevolg kan zijn problemen in de uitvoering waardoor er onvoldoende productie geleverd kan worden en wettelijke termijnen niet worden gehaald. Beheersmaatregelen: 1. De aanbesteding is zorgvuldig voorbereid en opgezet. Leerpunten van andere OD's zijn hierin nadrukkelijk meegenomen. 2. Sterke betrokkenheid van de gebruikersorganisatie bij aanbesteding en implementatie, waarborgt de aansluiting op het werkveld. 3. Projectorganisatie voor implementatie is vastgesteld door stuurgroep en directieraad. 4. Financiering van implementatiefase is geborgd met een directie besluit. 5. Opleidingsprogramma voor het gebruik van het nieuwe VTH systeem worden uitgewerkt binnen het project. 6. Uitgangspunten voor in gebruik name van het nieuwe VTH systeem i.r.t. de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn vastgesteld door de directieraad. De kans op dit risico is klein. Het risicobedrag is in 2024 62K.
Informatiebeveiliging De OD NZKG heeft flinke stappen gezet om de informatiebeveiliging op een hoger niveau te krijgen. Maar de dreiging tot informatiebeveiligingsincidenten blijft toe nemen. Het risico van een informatiebeveiligingsincident is dat de dienstverlening en bedrijfsvoering volledig kan stil komen te liggen. Daarnaast kunnen informatiebeveiligingsincidenten leiden tot fouten in de dienstverlening en kan vertrouwelijke informatie in verkeerde handen komen te vallen. De informatiebeveiligingsdienst (IBD) ziet op moment twee soorten dreiging meer ransomware en steeds meer en ernstige kwetsbaarheden en gevaren in software. De kosten zijn terug te voeren op het herstel van de systemen, onderzoek naar de aanval, alsmede het betalen van losgeld bij een ransomeware aanval. Het verschilt per aanval welke kosten gemoeid zijn. Beheersmaatregelen: Om de toename aan cybercriminaliteit het hoofd te bieden is een CISO aangesteld. Daarnaast is er een projectgroep opgestart om de beveiligingsmaatregeling van de BIO te implementeren. Voor het bewustzijn van de medewerkers worden er awareness trainingen gevolgd. Er is extra technische software aangeschaft als bescherming tegen hacken. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is 100K vanaf 2022.
Groen Staal niet volledig kunnen leveren – nieuw risico vanaf 2023 Om het Groen Staal traject goed uit te lopen, is 5 miljoen subsidie per jaar bij het rijk gevraagd (2023 2030). Dit bedrag is voor de eerste jaren mondeling toegezegd. Als dit doorgaat, ontstaat bij de OD een inspanningsverplichting wanneer alle aanvragen gaan binnenlopen. Er kan schade ontstaan op het vlak van imago (herstel) en schade claims van Tata bij onvoldoende tijdige vergunning levering. De OD kan aansprakelijk gesteld worden voor vertraging schade in de voortgang van het project. Het is in deze fase van het project moeilijk om het gevolg van het risico realistisch te kwantificeren.
40
Beheersmaatregelen: Vooruitlopend op het vrijkomen van het geld, zijn de werving, inhuur en opleidingen van medewerkers in voorbereiding. De aansprakelijkheid wordt opnieuw beoordeeld in relatie met de bedrijfsaansprakelijkheid verzekering. Daarnaast is de positie van de OD en het bevoegd gezag en de gemeenschappelijke regeling een issue dat bedrijfsjuridisch gezien, opnieuw beoordeeld wordt. Daarnaast is de communicatie met Tata over de project voortgang en afstemming is essentieel voor zowel OD als Tata. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risico vanaf 2023 als PM opgenomen Prestatiegericht financieren (totaal geschat financieel effect 2.661K)
Afwijking ten opzichte van vastgesteld kengetal Per 2019 zijn de kengetallen en daaraan gekoppelde (vaste) volumes voor een periode van 4 jaar ingevoerd. Eveneens is bestuurlijk afgesproken om na deze periode te evalueren en noodzakelijke wijzigingen per 2023 in te voeren, ervan uit gaande dat de Omgevingswet zou zijn ingevoerd. In 2022 is de implementatie van de omgevingswet weer uitgesteld naar 2023 en de implementatiedatum is nu 2024. De implementatie van de Omgevingswet heeft grote impact op ons werk en resulteert in een sterk gewijzigde product diensten catalogus (PDC) en daaraan gekoppelde kengetallen en financiering. Het evalueren van kengetallen kan pas plaatsvinden na implementatie van de omgevingswet. Tot die tijd werkt OD NZKG met de kengetallen uit 2019. Het risico is aanwezig dat de kengetallen die nu worden gehanteerd niet robuust genoeg blijken te zijn. Inzet op outputproducten is hoger dan het kengetal voorziet. Beheersmaatregelen: De afwijking op de kengetallen wordt jaarlijks gemonitord. We vervangen afwijkingen tussen de kengetallen en de feitelijke ureninzet voor zover mogelijk binnen de bestaande begroting en/of op basis van de risico-inschatting binnen het weerstandsvermogen. Bij majeure afwijkingen treden we in overleg met het bestuur. In de UVO's 2023 is een bedrag van € 1,9 mln. opgenomen om de extra inzet op de output producten op te vangen.
Het is echter nog onzeker of deze bijdrage volledig wordt toegekend. De kans op dit risico is klein voor 2023 en 2024 met een risicobedrag van € 199K. Voor het jaar 2025 en verder gaan we uit van gevalideerde kengetallen waardoor het risicobedrag verwaarloosbaar is.
Risico onderhandwerk Bouw en Bodem Op basis van de PGF-systematiek wordt een deel van het toezicht en de handhaving voor Bouw en Bodem als outputproduct gefinancierd (op basis van vergunningaanvragen). Omdat toezicht en handhaving niet altijd in het lopende jaar plaatsvindt, is er een risico dat er geen dekking is voor onderhandenwerk als het aantal vergunningen in een jaar drastisch afneemt. Beheersmaatregelen: We maken jaarlijks een inschatting van de verwachte aanvragen en maken op basis daarvan UVO/Vthup-afspraken met de opdrachtgevers. Als een drastische daling wordt verwacht en er een dekkingstekort is voor het onderhandenwerk wordt dit bij de halfjaarrapportage en meerjarenbegroting gemeld. De kans op dit risico is groot. Het risicobedrag was 339K in 2022 en is 337K vanaf 2023.
Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden van een organisatie om niet-begrote kosten die onverwacht en substantieel zijn te dekken. Het gaat dus om buffers in het eigen vermogen of middelen die in de exploitatie kunnen worden vrijgemaakt zonder dat dit gevolgen heeft voor het bestaande beleid en de uitvoering van taken. In 2022 wordt voor het verlies een voorstel gedaan tot
41
onttrekking aan de algemene reserve van 794K. Na besluit is wordt de hoogte van de weerstandscapaciteit per 31-12-2023 1.224K.
Tabel: meerjarig beschikbare weerstandscapaciteit bedragen x 1.000
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Reserve weerstandsvermogen
€ 2.018
€ 2.018
€ 1.224
€ 1.224
€ 1.224
€ 1.224
€ 1.224
€ 1.224
€ 1.224
€ 1.224
Voorstel tot besluit bij jaarrekening 2022 Beschikbare weerstandscapaciteit
-€ 794 € 2.018
€ 1.224
Berekening en beoordeling van het weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit en de noodzakelijke weerstandscapaciteit worden tegen elkaar afgezet met de ratio weerstandsvermogen1. Het algemeen bestuur heeft in 2017 een ratio van 1 tot 1,5 vastgesteld. Deze ratio is naar verwachting voor het jaar 2023 toereikend. Uit onderstaand overzicht blijkt dat meerjarig de verhouding tussen noodzakelijke en beschikbare weerstandscapaciteit voldoet aan de ratio weerstandsvermogen (1 tot 1,5), mits de reserve gelijk blijft aan zijn huidige omvang. Bij een besluit tot eenmalige onttrekking aan de reserve ter dekking van het negatieve resultaat van 2022 ontstaat een iets ander beeld. Het kan zijn dat in 2024 en 2025 de omvang van het vermogen als “matig” wordt beschouwd. De OD zal zich inspannen om voor 2024 en 2025 dit weer richting voldoende te kunnen laten bewegen.
Tabel: meerjarige ratio voor het weerstandsvermogen bedragen x 1.000
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Beschikbare weerstandscapaciteit
€ 2.018
€ 2.018
€ 2.018
€ 2.018
€ 2.018
€ 2.018
Noodzakelijke weerstandscapaciteit
€ 1.661
€ 1.181
€ 1.624
€ 1.438
€ 1.300
€ 1.300
Ratio weerstandsvermogen
1,2
1,7
1,2
1,4
1,6
1,6
bij een besluit tot onttrekking
€ 794
Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen na verrekening negatief resultaat
€ 1.224
€ 1.224
€ 1.224
€ 1.224
€ 1.224
€ 1.224
0,7
1,0
0,8
0,9
0,9
0,9
Legenda Ratio
Waardering
>2
Uitstekend
1,5 - 2,0
Ruim Voldoende
1,0 - 1,5
Voldoende
0,8 - 1,0 0,6 - 0,8
Matig Onvoldoende
<0,6
Ruim onvoldoende
1 De normeringsystematiek is ontwikkeld door het Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) in samenwerking
met de universiteit Twente.
42
Financiële kengetallen In de volgende tabel staan de drie financiële kengetallen die van toepassing zijn op de OD NZKG. Voor de ratio’s zijn normen opgesteld op basis van input van de VNG en op eigen inzichten. De onderstaande beschrijving van de ratio’s bevat een verdere toelichting en beoordeling.
Tabel: financiële kengetallen netto schuldquote solvabiliteitsratio structurele exploitatieruimte
Norm ≤ 0% ≥ 20% ≥ 0%
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027 -6% -5% -5% -5% -5% -5% 38% 29% 30% 30% 31% 31% -1% 0% 0% 0% 0% 0%
Netto schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De schuldpositie van de OD NZKG bestaat voornamelijk uit kortlopende verplichtingen. Daarom hanteren we een norm van 0% of lager. Om aan de norm te voldoen moeten de eigen middelen hoger zijn dan de schuldpositie. In afwijkende gevallen, bijvoorbeeld een grote investering waarvoor we geld wordt aangetrokken, zal het kengetal boven de 0% stijgen. Voor 2024 is het kengetal -/- 5%. Het voldoet daarmee aan de gestelde norm.
Solvabiliteit Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. Het betreft het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen. De VNG geeft aan dat bij een ratio lager dan 20% de organisatie zich op glad ijs bevindt. De norm voor de OD NZKG is daarom minimaal 20%. Het kengetal valt vrij laag uit omdat we met voorschotten van de opdrachtgevers werken. De voorschotten hebben een negatief effect op de ratio maar zorgen niet voor een slechte financiële weerbaarheid. Het kengetal is gecorrigeerd met de voorschotten en komt daarmee uit op 30% in 2024. De ratio is daarmee voldoende.
Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt om te beoordelen welke structurele ruimte de OD NZKG heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Is dit cijfer negatief dan biedt het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte om de lasten te blijven dragen. De norm voor de OD NZKG is 0% of hoger. In 2024 is de ratio 0%.
43
4.4
Onderhoud kapitaalgoederen
De kapitaalgoederen die de OD NZKG in bezit heeft bestaan uit apparatuur, automatisering, meubilair en de verbouwing van het gehuurde pand Ebbehout in Zaandam. Als afschrijvingstermijn wordt de economische levensduur als uitgangspunt genomen (conform de financiële verordening). Hybride werken Eind 2023 is het meubilair volledig afgeschreven. Afgelopen jaar is hard gewerkt om het kantoor aan het Ebbehout aan te passen aan het hybride werken. De komende jaren zullen er extra investeringen nodig zijn om het pand klaar te maken voor de toekomst. Dit betekent niet alleen investeringen om er een fijnere en gezondere werkomgeving van te maken, maar ook investeringen om er een veiliger werkomgeving van te maken. De verwachting is dat deze werkzaamheden in 2024 zullen worden afgerond.
4.5
Financiering
In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de OD NZKG. Dit zijn onder andere het risicobeheer (vooral rente- en kredietrisico), de financieringspositie en het kasbeheer. Beleidskader De uitvoering van de financieringsfunctie dient plaats te vinden binnen de kaders zoals gesteld in de wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de daarbij behorende ministeriële regelingen. In deze wet staan transparantie en risicobeheersing centraal. De transparantie komt daarbij tot uitdrukking in voorschriften voor een verplicht Financierings- (treasury-)statuut evenals een financieringsparagraaf in begroting en rekening. De OD NZKG werkt volgens het aangepaste Treasurystatuut dat is vastgesteld op 9 december 2015. Eén van de doelstellingen van dit statuut is het beschermen van vermogens- en (rente-) resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s. Financierings- en schuldpositie Per balansdatum 31-12-2022 heeft de OD NZKG geen leningen. Voor 2024-2027 zijn geen leningen opgenomen in deze begroting. Kasbeheer De OD NZKG beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasury activiteiten te baseren op een adequate liquiditeitsplanning. Doordat overtollige liquide middelen moeten worden aangehouden in de schatkist zijn er geen kredietrisico’s.