CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Meerjarenbegroting OD NKZG 2024-2027 def.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 22 juni 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Geen zienswijze indienen ten aanzien van de ontwerp meerjarenbegroting 2024-2027 van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) (VN2023-014011)25.441 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Meerjarenbegroting 2024 – 2027

14 maart 2023

1

Begroting 2024 - 2027 Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

2

Inhoud 1.

INLEIDING ....................................................................................................................................... 4

2.

ONTWIKKELINGEN ............................................................................................................................ 6 2.1 SPEERPUNTEN IN DE STRATEGISCHE AGENDA 2022-2024 ............................................................ 6 1. INHOUDELIJKE OPGAVEN: KLIMAAT, MILIEU-GERELATEERDE GEZONDHEID EN TRANSFORMATIE GEBIEDEN 7 2. VERSTERKING VAN HET INSTRUMENTARIUM OP HET VAKGEBIED VERGUNNING VERLENEN, TOEZICHT HOUDEN, HANDHAVEN EN ADVISEREN ...................................................................................................... 8 3. ORGANISATIEONTWIKKELING: DE OD NZKG VAN NU EN MORGEN ........................................................ 9 2.2 SPEERPUNTEN 2024 ................................................................................................................... 9 2.3 ONTWIKKELING OMZET............................................................................................................... 11

3.

PROGRAMMABEGROTING 2024 ........................................................................................................ 12 3.1 PRODUCTEN.............................................................................................................................. 13 3.2 CAPACITEIT ............................................................................................................................... 14 3.3 PROGRAMMA BOUW .................................................................................................................. 15 3.4 PROGRAMMA BODEM................................................................................................................. 17 3.5 PROGRAMMA MILIEU & BRZO ................................................................................................... 20 TATA STEEL......................................................................................................................................... 25 3.6 PROGRAMMA RANDVOORWAARDELIJK ........................................................................................ 27 3.7 PROGRAMMA BEDRIJFSVOERING ................................................................................................ 30

4.

FINANCIËLE BEGROTING .................................................................................................................. 34 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

5.

RESULTAATMODEL .................................................................................................................... 34 TOELICHTING BIJ DE MEERJARENBEGROTING EN FINANCIËLE POSITIE............................................ 35 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING........................................................................ 36 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN.............................................................................................. 44 FINANCIERING ........................................................................................................................... 44 BEDRIJFSVOERING .................................................................................................................... 44 BIJLAGEN...................................................................................................................................... 48

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

RESULTAATMODEL PER PROGRAMMA EN TAAKVELD DE BATEN EN LASTEN..................................... 48 UITVOERINGSOVEREENKOMSTEN PER DEELNEMER ...................................................................... 49 KOSTEN PER UUR, CAPACITEIT IN UREN EN FTE’S ....................................................................... 49 MEERJARIG OVERZICHT VAN DE RISICO’S .................................................................................... 50 OVERZICHT RENTE, AFSCHRIJVINGEN, EMU SALDO EN VENNOOTSCHAPSBELASTING .................... 51 GEPROGNOTISEERDE BALANS .................................................................................................... 53 VERKLARING KENGETALLEN ....................................................................................................... 54 FINANCIËLE ONTWIKKELINGEN .................................................................................................... 56

3

1.

Inleiding

De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) staat voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving: zo luidt onze missie. Onze kernwaarden onafhankelijkheid en deskundigheid helpen ons deze missie uit te kunnen voeren in een dynamisch werkgebied met veel verschillende en soms tegenstrijdige belangen. We weten wat er speelt in ons werkgebied. We vertalen beleidsmatige opgaven van gemeenten en provincies naar de praktijk van de bedrijven, en voeden vice versa de beleidsmakers met onze ervaring in de uitvoeringspraktijk.

Richting We richten onze organisatie nu ruim een jaar op onze bestuurlijk gedragen Strategische Agenda voor de OD NZKG. Bij keuzes en prioritering in de uitvoering hebben we daarmee een duidelijke focus op welke inhoudelijke doelen we als dienst bepaalde resultaten willen boeken.

Samenwerking Vanzelfsprekend is dat we het primaire proces rondom VTH dagelijks goed blijven uitvoeren. Hiermee blijven we als dienst de reguliere taken uitvoeren, en geven we de grote maatschappelijke opgaven richting. Parallel hieraan wordt onze inzet op specifieke doelen zichtbaar. Zoals bijvoorbeeld in 2023 het vaststellen van het algemene kader voor een regionale VTH-strategie die bestuurlijk gedragen wordt door de vier omgevingsdiensten in Noord-Holland. Hiermee illustreren we de samenwerking die de commissie Van Aartsen heeft aanbevolen, zoals ook de uitvoering van een bredere regionale samenwerkingsagenda 2022-2024 op inhoudelijke dossiers laat zien (bijvoorbeeld ketentoezicht, datagedreven werken, bodemtaken etc.).

Schaarste De schaarse capaciteit én snelheid waarmee veranderingen op ons blijven afkomen, vragen daarbij om scherpe keuzes: waarop behouden we onze inzet op het bestaande kwaliteitsniveau, waar willen wij onze inzet op intensiveren en innoveren, en wat kunnen we niet doen? Allereerst is daar de blijvende krappe arbeidsmarkt die zich in alle sectoren en dus ook de onze laat voelen. We doen hier alles wat we kunnen bedenken om effectief te kunnen werven en selecteren, en ook onze huidige medewerkers te binden en te boeien. Zodat we zo goed als mogelijk rust creëren op alle inhoudelijke uitdagingen die voor ons liggen.

Uitdaging Eén van de uitdagingen in het primaire proces is de toenemende vraaggestuurde vergunningverlening. Doorlooptijden van vergunningprocedures milieu lopen op en in sommige gevallen kunnen de (wettelijke) termijnen niet worden gehaald. Binnen onze huidige prioritering gaat het ‘vraag-gestuurd’ werk vóór overige activiteiten. Dit verdient een heroverweging. Want bijvoorbeeld actualisaties van vergunningen moeten ook gedaan. Daarom is aanscherping van de bestaande prioritering noodzakelijk voor de toekomst. Deze wordt nu uitgewerkt. Transparantie en commitment hierop geeft focus, richting en voorkomt verrassingen.

Samenlevingsgericht Het werk van onze dienst staat volop in de aandacht van bewoners, belangengroepen, politiek en media. De belangstelling gaat uit naar onze kennis over diverse milieuthema’s zoals de stikstofproblematiek, (opkomende of potentiële) zeer zorgwekkende stoffen, externe veiligheid en de energietransitie. Dit omvat ook de bedrijven waar veel om te doen is als het bijvoorbeeld gaat om overlast, externe veiligheid en milieu gerelateerde gezondheid. Vanuit de omgeving is er soms de kritiek dat wij als OD NZKG te soepel zouden zijn, vanuit bedrijven dat we te streng zouden zijn. Juist daarom is het belangrijk alle belanghebbenden goed te horen. Samenlevingsgericht wil zeggen dat we alle belangen die samen een samenleving maken,

4

meewegen in ons werk. We merken dat aan het aantal vragen van bewoners en belangengroepen en die van journalisten toeneemt.

Omgevingswet De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen wijzigen de inhoud en organisatie van ons werk ingrijpend. OD NZKG voert ter voorbereiding een implementatieprogramma uit, dat al enige jaren een behoorlijk beslag legt op onze interne capaciteit en ons opleidingsbudget. De voorbereidingen zoals het opleiden van collega’s en het aanpassen van werkprocessen lopen op schema. De inwerkingtreding is op 1 januari 2024. Dit zorgt voor doorlopende transitiekosten.

Financiële uitdagingen We valideren onze kengetallen pas als we meer zicht en ervaring hebben op de gevolgen van de Omgevingswet op ons werk. I.v.m. verdere uitstel is een voorstel voor compensatie in de UVO’s 2023 voorgelegd aan onze opdrachtgevers. In deze meerjarenbegroting zijn – na het besluit over de kadernota 2024 – alle taken gekwantificeerd en als begrotingswijziging meegenomen. In de bijlagen van de begroting wordt duidelijk dat dit veel impact heeft voor onze opdrachtgevers. Hiermee zijn we richting onze opdrachtgevers transparant over wat er naar ons inzicht nodig is en om specifiek financiële mogelijkheden te onderzoeken in het begrotingsproces van de eigen gemeente of provincie. Daarnaast vormt het een basis om al voor de zomer 2023 onze gesprekken te starten met de opdrachtgevers voor een verdere vertaling in de afspraken voor de UVO’s 2024.

Tata Steel De dynamiek en de politieke aandacht in het Tata Steel dossier blijft onverminderd groot. Omdat Tata Steel een waterstofroute loopt (Groen Staal), zetten we als dienst vol in met een uitgebreid programma. Om deze ontwikkeling maximaal te faciliteren en extra inzet te plegen om vergunningsprocedures versneld te kunnen doorlopen. Middels een bijdrage van het Rijk wordt ongeveer 9 miljoen geïnvesteerd om dit mogelijk te maken met de juiste mensen en kennis die voorop loopt. Dit dossier voor de OD NZKG is begrotingstechnisch een serieuze uitdaging (15% van de totale begroting) en te maken keuzes zijn beeldbepalend. We zetten hier de komende jaren vol op in.

Tot slot, 10 jaar OD NZKG In 2023 bestaan we tien jaar als professionele organisatie in 2023. Dit laten we niet onopgemerkt voorbijgaan. In de (social) media zullen we onze bijdrage aan de missie herhaaldelijk tonen. We informeren bewoners, bedrijven en onze raden in de regio actief over hoe we de complexe uitdagingen aanpakken. We groeien en we vernieuwen continu, sturen bij en agenderen waar nodig. In de indringende context van onder meer de enorme klimaatopgave, de stikstofcrisis en de nodige issues op het gebied van externe veiligheid doet ons werk er meer toe dan ooit. Werk waar we trots op zijn.

Loes De Maat, Algemeen directeur Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

5

2.

Ontwikkelingen

Wat we doen ligt voor een groot deel vast in wet- en regelgeving en in de beleidsdoelen van onze opdrachtgevers. Daarop blijft onze inzet uiteraard gericht. De maatschappelijke trends, wettelijke ontwikkelingen, bestuurlijke ambities, risico’s en opgaven in ons werkgebied leiden ook tot verschuivingen in ons werk en onze focus. Dit vertaalt zich in onze opgave voor de komende jaren zoals opgenomen in deze meerjarenbegroting.

2.1

Speerpunten in de Strategische Agenda 2022-2024

Om focus te houden hebben we een strategische agenda 2022-2024 opgesteld. Deze agenda bestaat uit drie samenhangende en elkaar versterkende onderdelen: 1. 2. 3.

Inhoudelijke opgaven op het gebied van klimaat, milieu-gerelateerde gezondheid en transformatie gebieden Versterking van ons instrumentarium op het vakgebied vergunning verlenen, toezicht houden, handhaven en adviseren Organisatieontwikkeling: wat is er nodig binnen de OD NZKG om punt 1 en 2 te realiseren.

Op deze thema’s zal de OD NZKG haar inzet intensiveren en uitvoering innoveren. Het betreft thema’s waarop de opdrachtgevers ambities en uitdagingen hebben. Deze thema’s waren ook opgenomen in de meerjarenbegroting van vorig jaar, in deze meerjarenbegroting beschrijven we de laatste ontwikkelingen.

6

1. Inhoudelijke opgaven: klimaat, milieu-gerelateerde gezondheid en transformatie gebieden Klimaat: Er is veel aandacht voor het terugdringen van het energiegebruik en het gebruik van schaarse primaire grondstoffen, die onze aarde uitputten. Duurzame energie- en grondstofbronnen zijn voor ons klimaat de toekomst. De OD NZKG zet door scherp aan de wind te varen bij vergunningverlening en toezicht maximaal in om de wettelijke ruimte te benutten om te sturen op energiebesparing, het benutten van bronnen voor hernieuwbare energie, besparing op gebruik van primaire grondstoffen en hergebruik van grondstoffen in de keten en voorkomen van afval door bedrijven en (vastgoed-)ontwikkelaars, bijvoorbeeld door met het stellen van voorschriften aan te sturen op procesinnovatie bij industriële bedrijven. Daarbij brengen wij onze kennis en expertise in met onze adviezen en signaleren wij kansen en belemmeringen bij onze opdrachtgevers en netwerk- en samenwerkingsverbanden zoals de MRA en het programmabureau NZKG. Verbetering van milieu gerelateerde gezondheid: Bedrijven en bewoners zitten dicht bij elkaar in het werkgebied van de OD NZKG. De inzet is gericht op het verbeteren van milieu gerelateerde gezondheid door het verminderen van de negatieve effecten van bedrijfsactiviteiten op de gezondheid van inwoners.

Dit kan door bijvoorbeeld bij wettelijke normeringen met bandbreedtes te zorgen dat in de vergunning wordt vastgelegd dat de laagste (strengste) norm wordt gehanteerd en daarmee de leefomgeving maximaal wordt beschermd. De OD NZKG is scherp aan de wind gaan varen bij regulering en toezicht & handhaving op de effecten van industriële activiteiten die invloed hebben op de gezondheid van mensen in de omgeving. Thans voeren we pilots scherp vergunnen uit om scherper in beeld te brengen wat een realistisch ambitieniveau voor scherper vergunnen is en wat wij van het Rijk en regionale & lokale besturen nodig hebben in beleid en regelgeving om de leefomgeving op basis van de best beschikbare technieken te kunnen beschermen tegen afwentelingsrisico’s op mens en natuur. In brieven aan lokale en landelijke beleidsmakers hebben wij een aantal urgente knelpunten gesignaleerd waardoor wij met de huidige beschikbare technieken de leefomgeving niet maximaal kunnen beschermen bij de uitvoering van onze VTH taken. Scherper aan de wind varen betekent intensivering van de inzet op een aantal thema’s bij de uitvoering van VTH taken hetgeen implicaties heeft voor de kosten van de uitvoering. Transformatiegebieden: De opgaven op het gebied van klimaat en woningbouw brengen een forse transformatieopgave met zich mee.

De OD NZKG zet zich door scherper aan de wind te varen bij de VTH uitvoering in voor een bronaanpak, waarmee nieuwe ruimte ontstaat voor andere functies. Gebieden – waar voorheen vanuit het oogpunt van milieu geen woningen konden worden gerealiseerd - worden getransformeerd naar gemengde gebieden van bedrijven en woningen. Daarnaast ontstaan er door de aanleg van de infrastructuur voor de energietransitie en de transitie naar een CE en procesinnovaties bij (circulaire) bedrijven nieuwe milieu- en veiligheidscontouren die over bestaande woongebieden liggen. OD NZKG intensiveert de inzet van kennis en expertise bij keuzes in de ruimtelijke planvorming. Veiligheidsrisico’s en gezondheidsrisico’s worden vroegtijdig gesignaleerd bij keuzes in de benutting van de ruimte voor nieuwe/andere functies en waar nodig op de bestuurlijke tafel geagendeerd. Dit doen wij bij de advisering ruimtelijke planvormingsprocessen, maar ook door inbreng van onze kennis en expertise bij de ontwikkeling van de bouwstenen voor de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en programma NOVEX voor onze regio. Niet alles kan. Dit betekent dat vanuit de inhoudelijke doelen prioriteiten gesteld moeten worden bij de keuzes van de inzet van onze schaarse capaciteit voor de VTH-A uitvoering. Versnelde vergunningverlening voor projecten die nodig zijn voor de energietransitie kunnen botsen met het belang om de inzet in de

7

uitvoering scherper aan de wind varen met het oog op veiligheid en milieu. Door pilots uit te voeren wordt ingezet op meer inzicht in de gevolgen van keuzes in de uitvoering voor de inhoudelijke doelstellingen. Momenteel zet de OD NZKG in op multidisciplinaire projectgroepen langs de lijnen van de CES en de RESen (energiestrategieën). Op basis van de inzichten zal het gesprek met opdrachtgevers gevoerd worden over wat nodig is.

2. Versterking van het instrumentarium op het vakgebied vergunning verlenen, toezicht houden, handhaven en adviseren De OD NZKG is de oren, ogen en neus van de regio. Onze kennis en informatie is onmisbaar voor bestuurders, beleidsmakers en inwoners. De kern van het werk is het beschermen en verbeteren van het milieu, de bodem en bouw. Vertrekpunt zijn de beleidskaders voor VTH en de inhoudelijke wet- en regelgeving. Een belangrijke uitdaging is om de uitvoering hier continue goed op aan te laten sluiten. In de Strategische Agenda hebben wij aangeven ons instrumentarium verder te versterken en door te ontwikkelen. Ten eerste verschuiven wij de focus naar opgavegericht werken in plaats van taakgericht uitvoeren. Kijkend naar de basistaken Milieu zijn vergunningverlening toezicht en handhaving op naleving van wet- en regelgeving van bedrijven de kern van ons werk. De Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking treedt, is het fundament voor een opgavegerichte werkwijze. Vraagstukken als de aanpak van milieucriminaliteit en ondermijning, maar ook opgaven als de energietransitie en verduurzaming maken een omslag naar het werken vanuit de opgave noodzakelijk. Dat vraagt om een andere werkwijze, programmering en samenwerking. Deze ontwikkeling zal extra inzet vergen.

We moeten in al onze werkstromen ook steeds meer naar de hele keten kijken, denk aan circulaire economie waar afvalstromen weer leiden tot grondstofstromen. Ten tweede zetten wij in op verbetering van de samenhang tussen beleid en uitvoering, met het oog op adequate bescherming van de leefomgeving. We werken nauw samen met onze omgeving. Leidraad voor de samenwerking met de overheden is de gesloten beleidscyclus, waarin allen hun rol, belang en bijdrage hebben. Het uitgangspunt hiervoor is één overheid. Uniformiteit of harmonisatie van beleid waar het kan en maatwerk waar het moet draagt bij aan een effectieve uitvoering en een gelijk speelveld voor bedrijven. Daarbij treedt de OD NZKG op als adviseur bij het maken van beleid en als vergunningverlener, toezichthouder en handhaver in de uitvoering van dat beleid. Ten derde zetten we in op het verbeteren van de informatiestroom ten behoeve van de probleemanalyse in de beleidscyclus, met oog op informatie gestuurde VTH inzet welke ook met de samenwerkende partners afgestemd is. Hiervoor ontwikkelen wij een opgavegerichte Informatiestrategie die naast informatie ten behoeve van onze VTH-producten (output) ook gericht is op effect (outcome).

Toewerken naar een VTH&A-strategie Noord-Holland Met de vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten (ODIJ, OFGV, OD NHN en OD NZKG) hebben wij afgesproken om samen een volgende stap te zetten in de totstandkoming en toepassing van een gezamenlijke VTH&A-strategie (Vergunningen, Toezicht, Handhaving en Advisering). Hiermee realiseren we een gelijk speelveld (level playing field) voor burgers en bedrijven, met een uniform uitvoeringsniveau. Dat betekent dat gelijke gevallen op gelijke wijze worden behandeld, langs dezelfde strategie voor het toepassen van VTH door ieder bevoegd gezag in het hele gebied. Daar waar dit gezamenlijk kan, zullen we de VTH-strategie gezamenlijk opstellen en waar maatwerk nodig is, bijvoorbeeld strategie gericht op enkel de eigen deelnemers, doen we dit individueel. Uiteraard in afstemming met de eigen deelnemers van de regionale Gemeenschappelijke Regeling (GR) en gericht op de aard van de inrichtingen. De gezamenlijke VTH&A-strategie zullen wij medio 2023 ter vaststelling voorleggen aan de colleges van onze deelnemers.

8

3. Organisatieontwikkeling: De OD NZKG van nu en morgen De strategische agenda geeft duidelijke accenten aan voor de organisatie ontwikkeling. Het opgavegericht en samenlevingsgericht werken is daarbij richtinggevend voor de komende jaren. Dit vraagt professioneel handelen, kennisontwikkeling, samenleving gericht werken en innovatie. Daarom gaan we ons in het ontwikkelen van onze organisatie hier op focussen. Dit doen we in het programma “De OD van Nu en Morgen”. De OD van nu en morgen is een programma van en voor alle medewerkers. Het programma gaat over het professioneel handelen van iedereen, het vakmanschap in elke functie en over een professionele inrichting van de organisatie. Met een OD-school geven we een duidelijkere vorm aan onze professionele ontwikkeling. Zo binden en boeien we mensen en zijn we een wendbare organisatie die mee beweegt op de actualiteit. Dit doen we samen met andere omgevingsdiensten. OD NZKG blijft “up to standard” op bijvoorbeeld nieuwe technologische ontwikkelingen en op inhoudelijke ontwikkelingen als bijvoorbeeld groene waterstof.

2.2

Speerpunten 2024

Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet is op 1 januari 2024. De nieuwe regels hebben ingrijpende gevolgen voor bijna alle taken en werkprocessen van de omgevingsdiensten. In de jaren 2024 e.v. zal blijken hoe de nieuwe regels in de praktijk uitpakken en zullen onduidelijkheden langzamerhand via jurisprudentie worden opgehelderd. Een zorgpunt is het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), dat op een minimaal niveau van start zal gaan en in de loop der jaren verder moet worden ontwikkeld. Voor een goed verloop van het primaire proces is de OD NZKG afhankelijk van een goed functionerend DSO. Ook over de financiering blijft veel onzeker: denk aan de bekostiging van de gemeenten voor de te decentraliseren bodemtaken en aan de door de VNG geclaimde omvangrijke bijdragen van het Rijk in de oplopende transitiekosten van de decentrale overheden en hun uitvoeringsorganisaties. Verder uitstel van de Omgevingswet betekent dat de voorbereidingskosten van de OmgevingsDiensten steeds verder toenemen zonder compensatie. Door continue uitstel zijn er beperkte middelen beschikbaar uit reserves waaruit de implementatie kan worden gefinancierd. Dat trekt een enorme wissel op onze opleidingsbudgetten en op onze mensen - VTH’ers, experts, informatiseerders, (account)managers, financials. Dat gaat onvermijdelijk ten koste van onze primaire taken.

De invoeringskosten bij de omgevingsdiensten zijn landelijk zwaar onderschat – tot ODNL Cebeon in 2022 een onderzoek heeft laten doen en die niet €4 à €8 mln. bleken te zijn maar minimaal €99 à €143 mln. – en dat was nog voor dit laatste uitstel. De eerste tranche aan compensatie van het Rijk (€150 mln. in de voorjaarsnota 2022) is geheel naar de gemeenten gegaan, waarvan €8,4 mln. naar de gemeenten in onze regio. Wij bepleiten dat een deel van deze uitkeringen voor een passend gedeelte worden doorgeleid naar de Omgevingsdienst. Hiervoor is een claim opgenomen in deze meerjarenbegroting voor de jaren 2024. e.v.

Wet Kwaliteitsborging bouw Volgens planning treedt Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) voor de 1e fase gelijktijdig met de Omgevingswet in werking. De impact wordt voor de OD NZKG in kaart gebracht. De wijziging in de uitvoering van taken heeft in ieder geval personele consequenties. Vooralsnog gaan we ervan uit dat dit opgevangen kan worden door de flexibele schil.

9

VTH Tata Steel De OD NZKG staat voor een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Daarbij hebben wij een zeer grote opgave in de IJmond, waar de druk op de milieu gerelateerde gezondheid zeer groot is. In de laatste jaren leven in de omgeving van het bedrijfsterrein van Tata Steel toenemende zorgen over de milieu- en gezondheidseffecten van de staalproductie, onder andere door de uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) als zware metalen en PAKs (Polyclische aromatische koolwaterstoffen). Deze zorgen zijn in de afgelopen jaren vergoot door de uitkomsten van gezondheidsonderzoeken en ze klinken steeds luider en op steeds meer plaatsen. Landelijk kwam er in dezelfde periode veel meer aandacht voor en is er een maatschappelijk debat over stikstofemissies. Uitgangspunten van de uitvoering van de VTH-taken wat betreft Tata Steel zijn ‘zo scherp mogelijk vergunnen’ en ‘de omgeving zo goed mogelijk betrekken’. PNH en OD NZKG hebben aanvullend op de reguliere inzet een programma opgezet gericht op het verbeteren van het milieu en gezondheid in de regio. De inzet voor TATA steel wordt voor 2023 ruim verdubbeld ten opzichte van 2021. De OD NZKG heeft sinds een paar jaar een vestiging in Wijk aan Zee, scherpt vergunningen aan, intensiveert het toezicht en is er regelmatig overleg tussen de belangenorganisaties, de omgeving en de OD NZKG.

De OD NZKG ontvangt maandelijks meerdere handhavingsverzoeken en steeds omvangrijkere verzoeken om het openbaar maken van informatie op grond van de Woo. Bijna dagelijks verschijnen kranten- en social berichten over de gevolgen van de staalproductie. Vanaf 2023 wordt een nieuw Uitvoeringsprogramma VTH Tata Steel van kracht bij de OD NZKG. Dit programma, dat loopt tot en met 2025, bevat de onderwerpen die bovenop het reguliere VTH-werk extra aandacht krijgen bij Tata Steel. Zo zal de omgeving veel aandacht krijgen door het organiseren van periodieke overleggen, inloopspreekuren en bewonersbijeenkomsten op het kantoor in Wijk aan Zee. Bevorderen van een gezonde leefomgeving is en blijft het vertrekpunt van onze inzet. Opvolging aanbevelingen onderzoeken De aanbevelingen van de commissie Van Aartsen en de rapporten van de Algemene Rekenkamer hebben een breed gevoeld besef van urgentie laten ontstaan bij het Rijk (IenW/ILT, JenV/OM en BZK), IPO, VNG en Omgevingsdienst NL dat het VTH-stelsel nú versterkt moet worden. Deze partijen gaan samen aan de slag in het interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP). Het programma heeft een looptijd van 2 jaar (2022-2024). Grofweg geldt dat het eerste jaar vooral bedoeld is voor het scherpen van de wijze van uitvoering en concretisering van de 10 aanbevelingen van de commissie van Aartsen.

Het tweede jaar wordt benut voor de daadwerkelijke implementatie. Voor verbetering van het VTH-stelsel is structureel geld beschikbaar. T/m 2023 is een specifieke uitkering van €675.000 beschikbaar voor de OD NZKG. De wijze van financiering vanaf 2024 en de daarbij gevraagde inzet van de OD NZKG zijn nog onduidelijk. De verwachting is dat resultaten uit het IBP in 2023 een doorwerking op de OD NZKG zullen hebben in 2024, bijvoorbeeld op het punt van landelijke normfinanciering maar ook meer inhoudelijke thema’s als ketentoezicht.

Water en Bodem In Kamerbrieven uit november 2022 komt naar voren dat er structurerende keuzes door het Rijk zijn gemaakt om Water en Bodem leidend te laten zijn voor onze ruimtelijke ordening. In ons gebied ervaren we al dat wij tegen de grenzen van ons bodem- en waterstelsel aanlopen. Dit betreft o.a. de kwaliteit van het oppervlakte water en de beschikbaarheid van drinkwater naast kwaliteit van de bodem in brede zin. Dit betreft de chemische kwaliteit maar ook de ecologische waarde en draagkrachtfunctie.

10

Bij de ruimtelijke keuzes in het kader van de energie- en grondstoffentransitie en de woningbouwopgave zal het bodem en waterstelsel meer sturend worden. Het Rijk is daarbij o.a. verplichtingen aangegaan om strategieën te ontwikkelen. Ook vanuit Europa komen er nieuwe verplichtingen op deze gebieden. Evident is dat deze structurerende keuzes ook implicaties zullen hebben voor de uitvoering van VTH taken die bij de Omgevingsdienst NZKG zijn belegd. De verwachting is dat de inzet op bodem en watertaken geïntensiveerd zal moeten worden. Taken in relatie tot het domein water zijn in de uitvoeringsafspraken thans laag geprioriteerd en het ontbreekt nog aan adequaat beleid en financiering. Voor het behoud van een vitale en efficiënt geordende bodem kan de OD NZKG bij grote maatschappelijke opgaven, zoals woningbouw, infrastructuur en energietransitie een belangrijke rol spelen, mits er continuïteit in de taakuitvoering is. Belangrijke voorwaarde daarbij is dat de financiën voor deze taakuitvoering goed geregeld zijn voordat de Omgevingswet in werking treedt per 1 januari 2024. Een onvoldoende functionerend bodemsysteem leidt tot economische schade.

Voor wat betreft het thema water is het belangrijk dat opdrachtgevers gaan investeren in regionale afspraken met gezamenlijke financiering om de uitvoering van de VTH taken op het domein water door de Omgevingsdienst NZKG robuuster te kunnen gaan invullen. De beleidslijn van het Rijk “water en bodem sturend” maakt het noodzakelijk dat Rijk, provincies en gemeenten – meer dan nu het geval is - in goede samenwerking met de Omgevingsdienst NZKG als één overheid voortvarend invulling geven aan deze beleidslijn

2.3

Ontwikkeling omzet

De UVO 2023 vormt conform de kaderbrief de basis voor de omzet ontwikkeling 2024-2027. Met de opdrachtgevers is financiële rust afgesproken bij implementatie van de omgevingswet. Alleen voor de werkvelden Bouw en Bodem is wederom een eerste inschatting van de impact van invoering van de omgevingswet gemaakt. Voor beide werkvelden geldt dat de daadwerkelijke effecten pas duidelijk worden in de loop van 2023. In 2024 wordt de omzet ontwikkeling beïnvloed door de wet Kwaliteitsborging bouw. Ten opzichte van de UVO 2023 is de verwachting dat de omzet van het werkveld bouw als gevolg van fase 1 van de wet Kwaliteitsborging bouw daalt met 408k (75%) oplopend naar 544K (100%) in 2025 ev.. De verwachting is het eerste jaar lager vanwege de uitvoering van werkzaamheden die nog onder de oude wetgeving vallen. In het bodem werkveld is sprake van een overdracht van provinciale bodemtaken naar gemeenten. In de begroting wordt ervan uitgegaan dat het effect voor de OD NZKG naar verwachting nihil is. Op basis van de Meerjarenbegroting 2023-2026 zijn er in de UVO’s 2023 verschillende volume/kengetal vraagstukken, autonome ontwikkelingen en beleidswensen opgenomen die een meerjarig effect hebben. Deze zijn niet als aanvullende claim opgenomen in deze meerjarenbegroting omdat deze posten al onderdeel uitmaken van onze begroting 2023.

Wel zijn er aanvullende autonome ontwikkelingen of beleidswensen waardoor onze omzet vanaf 2024 groeit. Dit betreft o.a. inzet voor Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV), inzet voor Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) en het omzetten van inrichting naar MBA’s. Zie voor een volledig overzicht bijlage 5.8. De omzet stijgt hier mee met 7,2 miljoen. In 2023 ontvangt OD NZKG SPUK gelden voor het Interbestuurlijk Programma versterking VTH. De wijze van financiering (en de vraag of er financiering is) vanaf 2024 e.v. is onduidelijk. Vanaf 2024 dalen daarom onze baten met 675K. Daarnaast ontvangt OD NZKG in 2023 SPUK gelden van 1.057K voor de energiebesparingsplicht. Vanwege herfasering van gebruik van de SPUK gelden stijgen de baten in 2024 met 234K t.o.v. 2023 maar dalen vanaf 2025 met 381K.

11

Vanuit EZK ontvangt OD NZKG in 2023 een SPUK uitkering voor groenstaal van 3.000K. Voor 2024 e.v. is nog geen formele toezegging voor deze financiering en is daarom niet opgenomen in deze meerjarenbegroting. De totale omzet 2024 is circa 5,8 miljoen hoger dan 2023. Dit komt door: • • • • • • •

WKB, Bodem omgevingswet en Wbb: 131K lagere baten SPUK gelden IBP: 675K lagere baten SPUK gelden Energiebesparingsplicht: 234K hogere baten Indexatie conform kaderbrief: 2.274K hogere baten Autonome ontwikkelingen en beleidswensen: 7.230K hogere baten Onttrekking reserves: 107K lagere baten. EZK: 3.000K lagere baten

Grafiek: Ontwikkeling omzet OD NZKG (in mln euro)

3.

Programmabegroting 2024

De programmabegroting 2024 en verder is opgesteld conform het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV). De programma’s binnen de OD NZKG komen overeen met de werkzaamheden, ingedeeld in werkvelden conform de uitvoeringsovereenkomsten. Per programma maken we inzichtelijk wat het aandeel in de omzet van de OD NZKG is. Het programma bedrijfsvoering is een ondersteunend programma en daarom niet opgenomen in onderstaand tabel.

12

Tabel: Omzetverdeling naar programma’s (inclusief maatwerk) Programma's Bouw

Uren 2024 Aandeel 142.758

21%

Bodem

85.352

12%

Milieu & BRZO

359.145

53%

Randvoorwaardelijk

96.207

14%

Totaal

683.463

100%

Inclusief maatw erkuren

Exclusief SPUK IBP (wel energie bij Milieu), exclusief claims 2024

3.1

Producten

Via de PGF-begrotingsmethodiek betaalt elke opdrachtgever voor zijn eigen producten. Per werkveld kennen we een categorie outputproducten en een categorie regieproducten. In de uitvoeringsovereenkomsten die afgesproken zijn met de opdrachtgevers is een verdeling output- en regieproduct gemaakt. De verhouding van de producten wordt in de grafiek getoond en vervolgens per programma weegegeven. Daarnaast kennen we een randvoorwaardelijk pakket waarin randvoowaardelijke producten zoals procesondersteuning en taken van algemeen nut zijn opgenomen, bijvoorbeeld de Consignatiedienst. De werkzaamheden op het product procesondersteuning zijn grotendeels direct te relateren aan de inzet op de werkpakketten. Voor de overige Randvoorwaardelijk producten wordt per opdrachtgever een verdeelsleutel vastgesteld op basis van de ureninzet per pakket en de afname binnen deze pakketten Naast de inkomsten vanuit de uitvoeringsovereenkomsten heeft de OD NZKG overige inkomsten uit het maatwerk, dat bestaat uit werkzaamheden die gefinancierd worden uit subsidies (SPUK gelden) en op basis van offertes.

13

3.2

Capaciteit

Vanuit de afspraken met opdrachtgevers wordt de ureninzet vertaald naar de mogelijke invulling door het eigen personeel en door inhuur. Voor 1 fte worden 1.365 productieve uren gerekend. Vanuit de benodigde inzet zijn de kosten per programma weergegeven. Het streven is een flexibele schil van 10% met uitzondering voor Bouw waar een percentage van 33% voor geldt. De flexibele schil zorgt dat de OD NZKG wendbaar blijft. Dit is noodzakelijk om op de veranderende wetgeving en wijziging van de omvang van het takenpakket te kunnen anticiperen. Aandachtspunt hierbij is dat er een match moet zijn tussen de wijziging van taken en de flex-schil, zodat de nog benodigde kennis wel beschikbaar blijft. Naast de capaciteit zijn in de programma’s materiele kosten opgenomen.

14

3.3

Programma Bouw

Baten: 17,7 mln Het programma bouw heeft als doelstelling bij te dragen aan de grote bouwopgaven in de regio en onaanvaardbare risico’s af te vangen, vooral op het gebied van veiligheid en gezondheid. Voor het verlenen van omgevingsvergunningen, behandelen van meldingen, toezicht en handhaving op bouw en sloop in realisatie- en gebruiksfase is per bouwactiviteit een toetsingsniveau vastgesteld met een oplopende intensiteit per categorie. Wat gaan we daarvoor doen in 2024 De neerwaartse trend in het bouwwerkveld in 2023 is een gevolg van internationale en landelijke ontwikkelingen en heeft duidelijk een relatie met de stikstofproblematiek, schaarste van bouwmaterialen (onder meer door de oorlog in Oekraïne en Corona), arbeidsmarktproblematiek, energiecongestie en de sterk oplopende inflatie. De effecten van deze ontwikkelingen zijn ook merkbaar in het werkgebied van de OD NZKG door de terugloop aan vergunningaanvragen. In de ons werkgebied is nog steeds een grote ambitie op het woningbouwprogramma. Plannen die niet in 2022 zijn gestart schuiven door naar 2023 of 2024. Daarnaast blijft de inzet op complexe dossiers zoals datacenters in relatie tot de energietransitie. De verwachting is dat de invloed op de bouw door de hierboven genoemde factoren minder invloed heeft vanaf 2024 en de woningbouwopgaaf dan zal starten.

Dit maakt dat er vraag blijft naar de inzet van de OD NZKG op de bouwproducten zoals vergunningverlening, constructief advies en toezicht op de vele bouwwerken die in ons gebied gerealiseerd worden. Ook zien wij een ontwikkeling naar meer complexe bouwprojecten en thema’s zoals Houtbouw, hetgeen van invloed is op de benodigde ervaring en gevraagde tijdsinspanning. Onzekerheid bestaat over het moment van invoering van de Wet Kwaliteitsborging Bouw (WKB) en de Omgevingswet. Vooralsnog is in deze meerjarenbegroting een eerste inschatting opgenomen voor het effect van de invoering van fase 1 van de WKB per 2024. De daadwerkelijk benodigde uren zijn afhankelijk van de uitwerking van de wet. Op zijn vroegst in 2024 komt meer duidelijkheid over het geheel van wegvallende, gewijzigde en nieuwe taken door de invoering van de WKB. Ook houden we rekening met een toename van het aantal aanvragen voorafgaand aan de invoering van de Omgevingswet om nog onder het bestaande regime te worden beoordeeld. 2023 is het eerste jaar dat wij de volledige asbesttaken uitvoeren voor de opdrachtgevers op Zaanstad na. Op basis van de ervaringen met deze nieuwe taken in 2023 kan een nauwkeurigere raming van de benodigde ureninzet voor 2024 worden gemaakt. Ook op het gebied van energieprestatie gebouwen is de wetgeving vernieuwd (EPBD, Label C) en onder het bouwbesluit gebracht.

Voor beide regelgeving geldt dat de implementatiefase voorbij is en de OD NZKG zich vanaf 2023 heeft gericht op het toezicht en handhaving. Dit zal ook in 2024 en 2025 worden voortgezet met als doel dat de betrokken bedrijven eind 2025 voldoen aan de betreffende regelgeving. Doorlopend werkzaamheden zijn het programma bruggen en kades van Amsterdam, het programma Hoog Frequent Spoor in Amsterdam, het programma Aanpak Wegtunnels Amsterdam en de Metrolijnen in Amsterdam en SAA A9 Amstelveen. Daarnaast is de OD NZKG betrokken bij diverse projecten zoals: -

Schiphol Markermeerdijken Zuid-As-Dok

15

-

HOV ’t Gooi Uithoornlijn Oostlijn

Ontwikkelingen 2024, capaciteit en lasten Ten aanzien van het risicogericht kwaliteitsniveau zijn grote stappen gezet. Alleen voor het onderdeel constructieve veiligheid werken wij nog op het aangepaste risico gestuurde niveau en is het nog onzeker of dit, als gevolg van blijvende krapte op de arbeidsmarkt per 2024 behaald kan worden. De analyse van het kwaliteitsniveau zal direct na de komst en implementatie van de Omgevingswet en de wet Kwaliteitsborging bouw opnieuw beoordeeld worden. Op basis daarvan kijken we of dat aanleiding geeft tot bespreking met onze opdrachtgevers. Analoog aan de invoering van de Omgevingswet waar een ‘inwerkjaar’ is overeengekomen, is het belangrijk dit ook voor de invoering van de Wkb vast te stellen en de ervaringen in dat jaar mee te nemen naar de begroting 2025.De verwachting is dat het eerste halfjaar er nog sprake zal zijn van de afronding van werkzaamheden die vallen onder de oude wetgeving. De directe lasten bouw en de overhead (programma bedrijfsvoering) zijn bijgesteld op deze omzetdaling. Voor zover mogelijk wordt daarvoor eerst de flexibele schil teruggebracht.

16

3.4

Programma Bodem

Baten: 9,8 mln Het doel van het programma bodem is de bescherming van de leefomgeving, ten aanzien van bodemverontreiniging. Concreet betekent dit dat de OD NZKG toetst en erop toeziet of de uitvoering van bodemwerkzaamheden plaatsvindt binnen de kaders van wet- en regelgeving voor bodembescherming. Hierbij hoort ook de toetsing en controle aan standaardvereisten zoals Bus-saneringen (Besluit uniforme saneringen) en de door bevoegde gezagen opgestelde beschikking op een saneringsplan. Door de komst van de Omgevingswet verandert er veel voor het programma bodem. Naast een verschuiving van opdrachtgeverschap voor een deel van de productie dienen het beleid, het VTHinstrumentarium en processen hierop te worden aangepast. Wat gaan we daarvoor doen in 2024 In onze dynamische regio is sprake van veel activiteiten in (verontreinigde) bodem, zowel voor (nieuw)bouw/infrastructuur/funderingsherstel als wel in het kader van energietransitie voor het aanleggen van nieuwe kabels, leidingen en warmtenetten. Dit maakt dat er veel vraag blijft naar onze inzet op bodem. Het leveren van kennis en expertise vanuit Bodem voor de Omgevingsverordening, de Omgevingsvisies en Omgevingsplannen van de opdrachtgevers zal ook in 2024 veel aandacht vragen. Daarnaast is er, als de OW doorgaat per januari 2024, sprake van de ‘warme overdracht’.

Bepaalde Wet bodembescherming bevoegdheden die nu nog belegd zijn bij de Provincie Noord-Holland worden overgedragen aan de gemeenten Haarlemmermeer, Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn. De financiering van deze taken vanuit het Rijk roept tot op heden nog vragen op. De gemeenten Amsterdam en Zaanstad waren zelf al bevoegd voor deze taken. Ook wijzigt het basistakenpakket, waardoor bepaalde reguleringstaken bodem bij de omgevingsdiensten worden belegd, en deze dan ook voor Zaanstad zullen worden gaan uitgevoerd. De Omgevingswet vereist een integrale aanpak voor de inrichting en het beheer van de fysieke leefomgeving. Dat betekent dat de OD NZKG intensiever zal samenwerken met zijn opdrachtgevers in het verbinden van het beleid met de uitvoering. Dit zal leiden tot een grotere geïntegreerde, en daarmee complexere, adviesvraag voor de uitwerking en uitvoering van de nieuwe omgevingsvisies, omgevingsplannen en omgevingsverordeningen en de monitoring/ evaluatie van de beleidsrealisatie van onze deelnemers. Wij verwachten overall een stijging van 15% van het volume van de adviestaken op het gebied van bodem. Afhankelijk van de ambities zal de adviesvraag per deelnemer fluctueren. Grote beleidswijzigingen in een omgevingsplan vergen meer tijd dan een beleid neutrale aanpak.

Door de keuze van het Rijk voor een wijziging in de beleidsfasering (van saneren naar beheren) en de warme overdracht van bevoegdheden van de provincie naar gemeenten is voor de bodemadviestaken vooralsnog geen sprake van beleidsneutraliteit. Voor de inbedding van de nieuwe opzet zijn nieuwe samenwerkingsafspraken nodig, onder andere voor het te formuleren bodembeleid, toevalvondsten, PFAS en Zeer Zorgwekkende Stoffen. Afstemming hierover, nu nog met drie bevoegde gezagen met veel ervaring, wordt omgebouwd naar afstemming met acht bevoegde gezagen, waarvan vijf nog zonder ervaring. Die ombouw leidt tot een

17

tijdsintensievere samenwerking. Door regionale samenwerking kunnen we hierin gezamenlijk efficiëntie realiseren. De verwachte stijging van de uren voor de adviestaken kan voor een substantieel deel worden gedekt uit de afname van de benodigde uren voor de voorbereidingen op de invoering van het Omgevingswetstelsel.

Ontwikkelingen 2024, capaciteit en lasten Zoals hierboven geschetst, zal bij de warme overdracht van taken vooralsnog geen sprake kunnen zijn van volledige beleidsneutraliteit. Bij de Provincie Noord-Holland blijft beleidsadvies van belang voor onder meer de resterende taken, als grondwaterkwaliteit (PFAS, ZZS), werkgroepen IPO, overgangsrecht Wbb en spoedlocaties. Voor de vijf bevoegd gezagen geldt - naast de inzet voor een zorgvuldige warme overdracht - eveneens de opbouw en invulling van de rol van het bevoegd gezag (netwerk met gemeente), toevalvondsten, VNG-WEB, beleidsvraagstukken bodemverontreiniging (waaronder diffuus lood, PFAS, ZZS). Voor Zaanstad speelt dat het basistakenpakket uitbreidt, waardoor ook beleidsadvisering toeneemt. In 2023 wordt het bodembeleidskader onder de OW, als opvolger van de gemeentelijke nota bodembeheer, definitief gemaakt en aangeboden aan gemeenten om vast te stellen door B&W voor de start van de Omgevingswet. Ook wordt hierbij een lijst met noodzakelijke aanpassingen bodemregels Omgevingsplan bijgevoegd, zodat gemeenten deze regels kunnen meenemen in het traject van de eerste aanpassing van het Omgevingsplan. Voor het bodeminformatiesysteem NAZCA is in 2021 een Visie BIS onder de OW opgesteld. In 2022 is met externe projectfinanciering van onze opdrachtgevers fase 1a uitgewerkt.

Hierin is een strategie uitgewerkt hoe de visie verder volledig kan worden gerealiseerd. Tevens is een invoerprotocol gemaakt , voorbereidingen getroffen voor de aanpassing van de Nazca rapportagemodule en het door ontwikkelen van de signaalkaart bodem. In 2023 wordt doorgewerkt aan fase 1b. Om dit goed te kunnen doen is het noodzakelijk om het BIS zo compleet mogelijk met kwalitatief juiste bodemdata gevuld te hebben. In 2023 wordt daar bodemdata zo veel als mogelijk “verrijkt”, maar ook de kwaliteit van de data aangepakt. Op dit moment zijn er echter meerdere partijen die bodemdata invoeren in het Bodeminformatiesysteem (NAZCA). De controle op de data-invoer is beperkt en niet structureel. Dit moet worden geprofessionaliseerd om er voor te zorgen dat er met betrouwbare en gevalideerde bodemdata wordt gewerkt. Met de verplichting in 2024 om de bodemdata op te nemen in de Basisregistratie Ondergrond is de “bronhouder” verantwoordelijk voor de kwaliteit van de bodemdata. Er is contact gezocht met een externe partij met jarenlange ervaring op het gebied van data-analyse en foutcontrole op BIS-datasets. Een eerste scan is gedaan. Er zijn vervolgafspraken gemaakt over de verdere professionalisering van de data-controle. Om dit structureel aan te pakken is centrale invoer echter noodzakelijk.

18

Gemiddeld worden ca. 1250 nieuwe onderzoeken en ca. 2400 mutaties door externe partijen in het BIS opgenomen. Dit is ca. 3700 uur per jaar. (1250 x 2 uur = 2500 uur en 2400 x 0,5 uur = 1200 uur) Voor de structurele kwaliteitscontrole is 500 uur per jaar benodigd. Vanaf 2024 en verder is ca. 4200 uur per jaar nodig voor centrale invoer en structurele kwaliteitscontrole. Daarnaast zijn extra middelen benodigd voor het Regionaal Schakel Punt (RSP) Bodem, waarvoor de OD NZKG gezamenlijk met de provincie Noord-Holland de projectleiding verzorgt. In de bestuurlijke besluitvorming over de structurele voortzetting van het kennisschakelpunt Bodem dient de financiering hiervan voor de komende jaren te worden meegenomen. De voortzetting van het RSP bestaat onder andere uit het organiseren van het Bodemberaad, het organiseren van webinars, afstemming met OD’s en klankbordgroepen en het koppelen van kennisorganisaties aan overheden. In deze meerjarenbegroting is hiervoor een bedrag opgenomen. Dit is gebaseerd op een inzet van ca. 800 uur per jaar vanaf 2024. Financieel is de overdracht van de bodemtaken vooralsnog budgettair neutraal opgenomen, met uitzondering van Zaanstad en Provincie Noord-Holland, waarvoor extra taken richting OD NZKG komen. In de loop van 2024 zal dit geactualiseerd worden op basis van de UVO afspraken voor de bodemtaken onder de Omgevingswet.

Voor de Provincie Noord-Holland zal vanaf 2024 het toezicht op spoedlocaties en het toezicht op BRZO locaties worden uitgevoerd. Hiervoor is een extra inzet van ca. 700 uur op jaarbasis begroot. Zaanstad draagt ca. 1,5-2 fte over voor het uitvoeren van bodemtaken. Met de invoering van de Omgevingswet wordt de uitvoering van de regulerings- en toezicht/handhavingstaken van gesloten bodemenergiesystemen (GBES) een basistaak voor Omgevingsdiensten. Dit houdt in dat de opdrachtgevers de uitvoering van deze taken door de OD NZKG in mandaat laat uitvoeren. Voor Haarlemmermeer zit deze taak vanaf 2023 al in de UVO. Op basis van een inventarisatie van uit te voeren taken, een inschatting van de hiervoor benodigde uren en de aantallen systemen is een raming gemaakt van kosten en capaciteit. Voor deze nieuwe taak is een jaarlijkse (structurele) extra inzet begroot van ± 3.400 uur vanaf 2024. In 2024 zal op basis van de uitvoeringspraktijk een nauwkeuriger beeld verkregen worden van de benodigde capaciteit.

19

3.5

Programma Milieu & BRZO

Baten: 44,7 mln Doel van het programma Milieu & BRZO is het waarborgen van een schoon, veilig, gezond & leefbaar en duurzaam Noordzeekanaalgebied. De OD NZKG voert ook VTH-taken uit voor de meest risicovolle bedrijven in de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland. Deze bedrijven vallen onder het Besluit risico's zware ongevallen (Brzo) en/of de Richtlijn Industriële Emissies (RIE-4) en onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). We houden per opdrachtgever rekening met de gewenste verdere ontwikkeling van de (complexe) bedrijvigheid, infrastructuur en woningbouw bij een steeds intensiever gebruik van de ruimte. Hiervoor zetten we alle gebruikelijke VTH-instrumenten in: vergunningverlening, toezicht en handhaving, behandelen van meldingen en klachten, het uitvoeren van projecten en programma’s en het leveren van specialistische inhoudelijke en juridische adviezen. De analyses op basis van basisbeelden (per bedrijf) of brancheplannen geven zicht op waar extra inzet noodzakelijk is. Wij inspecteren de Brzo-bedrijven met regelmaat op naleving van deze wetgeving. Voor de Brzo-bedrijven hebben wij een intensieve samenwerkingsrelatie opgebouwd met de andere Brzo-OD’s en inspectiepartners als Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Veiligheidsregio’s. Bij de uitvoering komt meer aandacht voor samenlevingsgericht werken.

Op basis van de uitgangspunten van het programma actualiseren zetten wij in op actuele vergunningen. Wij verkennen de mogelijkheden om op basis van de meest actuele inzichten over de best beschikbare technieken scherper te vergunnen. Wat gaan we daarvoor doen in 2024 De doelstelling is om de VTH-werkzaamheden uit te voeren conform het uniforme uitvoeringsniveau voor al onze opdrachtgevers (gelijk speelveld in het gehele verzorgingsgebied van de OD NZKG) en een gelijk speelveld voor BRZO-bedrijven in Nederland. Het op 21 december 2018 vastgestelde ‘Bestuurlijk referentiekader voor de regionale strategie voor VTH, OD NZKG 2019 t/m 2022 speelt een belangrijke rol hierin. Per 1 januari 2023 liep het huidige Regionaal Uniform Toezicht- en Handhavingsbeleid 2019-2022 af. Gemeenten en de provincies zijn verzocht om de looptijd van het Regionaal Uniform Toezicht- en Handhavingsbeleid 2019-2022 Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied te verlengen tot het moment van vaststellen van de nieuwe uniforme strategie voor vergunningen, toezicht, handhaving en advisering ODNZKG.

Gezamenlijke VTH-strategie voor 2023 -2026 In de Samenwerkingsagenda 2022-2024 van de vier Noord-Hollandse Omgevingsdiensten is afgesproken om toe te werken naar een gezamenlijke VTH-strategie voor 2023 -2026. Waar dit kan wordt het gezamenlijk gedaan. Waar maatwerk nodig is, bijvoorbeeld strategie gericht op enkel de eigen deelnemers, wordt dit individueel gedaan. In het Algemene Kader ‘Naar een gezamenlijke VTH&A-strategie NoordHolland’ hebben de vier OD’s in Noord-Holland de kaders voor het gezamenlijke proces vastgelegd. In de afgelopen periode is samen met de andere drie Omgevingsdiensten in Noord-Holland gewerkt aan de uitwerking van het kader. Er is een start gemaakt van het actualiseren van het Regionaal Uniform Toezicht-

20

en Handhavingsbeleid ODNZKG. Definitieve vaststelling van de nieuwe VTH-strategie 2023 – 2026 vindt plaats in juli 2023 door het Algemeen Bestuur en na de zomer 2023 door de Colleges. Vanaf 2023 zullen de nog te maken afspraken over doorontwikkeling van de regionale VTH-strategie een plek moeten gaan krijgen in de VTH-uitvoering. Grote beleidswijzigingen in een omgevingsplan of verordening vergen meer tijd dan een beleid neutrale aanpak.

Intensieve samenwerking opdrachtgevers De Omgevingswet en de milieuopgaven maken een integrale aanpak voor de inrichting en het beheer van de fysieke leefomgeving noodzakelijk. Dat betekent dat de OD NZKG intensiever zal samenwerken met zijn opdrachtgevers in het verbinden van het beleid met de uitvoering, wat zal leiden tot een grotere geïntegreerde en daarmee complexere adviesvraag voor de uitwerking en uitvoering van de nieuwe omgevingsvisies, omgevingsplannen en omgevingsverordeningen en de monitoring en evaluatie van de beleidsrealisatie van onze deelnemers.

Stijging adviestaken milieu De komst van de Omgevingswet beoogt decentralisatie van bevoegdheden en een grotere rol voor omwonenden en de private sector. Gelijktijdig zien wij vanuit het Rijk de beweging naar meer centrale sturing vanuit uitvoeringsprogramma’s op basis van ambitieuze milieudoelen. De vertaling naar regionaal en lokaal beleid en de uitvoering hiervan leidt tot een toename naar de vraag om inzet van kennis en expertise en het delen daarvan. De woningbouwopgave levert in combinatie met de duurzaamheidsopgaven ingewikkelde vraagstukken op ten aanzien van het gebruik van de ruimte boven en onder de grond waarbij in toenemende mate milieuexpertise nodig is voor het maken van een afweging. Wij verwachten een algemene stijging van het volume van de adviestaken op het gebied van milieu. Afhankelijk van de ambities zal de adviesvraag per deelnemer fluctueren.

Duurzaamheid Er liggen grote opgaven op het gebied van duurzaamheid. De duurzaamheidsopgaven, die zich richten op het tegengaan van de klimaatveranderingen, het herstellen en verbeteren van de biodiversiteit en het behoud van een gezonde veilige leefomgeving zijn groot. We lopen tegen de grenzen aan van ons bodemen waterstelsel en we hebben te maken met toenemende schaarste aan grondstoffen, gas en elektriciteit. De samenleving is steeds kritischer en vraagt actie en transparantie van de overheid en bedrijven met betrekking tot de inzet op de duurzaamheidsopgaven. We bereiden ons voor op de gevolgen van de vele milieu en beleidsprogramma’s, waaronder de afspraken uit het klimaat- en grondstoffenakkoord, het schone lucht akkoord, het programma Delta aanpak waterkwaliteit, het impulsprogramma Chemische Stoffen, programma Stikstofreductie en Natuurverbetering en de daaruit voortvloeiende regionale programma’s waaronder de Cluster Energiestrategieën en de Regionale Energiestrategieën. Op basis van de afspraken met opdrachtgevers leggen wij in de uitvoering meer focus op het leveren van een bijdrage aan de energietransitie, transitie naar een circulaire economie en het terugdringen van afwenteling milieueffecten van bedrijfsactiviteiten op het milieu en gezondheid.

Het terugdringen van CO 2 uitstoot en emissies van stoffen naar lucht, water en bodem en het terugdringen van Zeer Zorgwekkende Stoffen is – naast de inzet op externe veiligheid - een steeds grotere rol in de uitvoering gaan spelen. Landelijke programma’s vragen in toenemende mate met betrekking tot deze onderwerpen nieuwe data voor sturing en monitoring, hetgeen leidt tot een toename van de administratieve last. In 2023 zijn we gestart met het project ontwikkelen routekaarten voor industriële bedrijven naar verduurzaming bezien vanuit de bredere duurzaamheidsopgaven.

21

Met de PNH en de gemeente Amsterdam werken wij samen aan het versterken van de inzet op de transitie naar een Circulaire Economie bij de uitvoering van onze VTH taken. Dit doen wij onder meer door een ketengerichte aanpak en het ontwikkelen van nieuwe voorschriften voor vergunningverlening om meer inzicht en grip te krijgen op het gebruik van grondstoffen in de productieprocessen en de mogelijkheden voor een veilig hergebruik in de keten. Dit vraagt een veel grotere inspanning bij vergunningverlening en toezicht dan thans het geval is. Met de provincie Noord-Holland wordt ingespeeld op de stikstofproblematiek door onder meer het inzetten van gespecialiseerde kennis natuur en stikstof in de uitvoering en het versterken van de VTH-uitvoering op het gebied van waterkwaliteit door inzet van gespecialiseerde kennis water. Naar verwachting zal ook de uitvoering van de taken op het gebied van waterwetgeving komende jaren een significant grotere rol in de uitvoering gaan krijgen. Vanaf 2023 is het team energiebesparing operationeel en zijn we aan de slag gegaan met VTH&A taken voor het Energielabel C bij kantoorgebouwen. De komende jaren gaan we op basis van het regionaal energieakkoord, de SPUK The gelden en de afspraken met opdrachtgevers meer inzet plegen op energiebesparende maatregelen bij industrie en kantoorgebouwen.

Door inzet op een regionaal energieakkoord wordt gestreefd naar een (regionaal) eenduidige inzet van het VTH instrumentarium bij de naleving van wetgeving op het gebied van energiebesparende maatregelen. Met het vierjarige energiebesparingsakkoord van de provincie Noord-Holland kan het toezicht op energiebesparende maatregelen geïntensiveerd worden. De gevraagde inspanning aan de OD NZKG zal groot zijn en toenemen in relatie tot de huidige werkzaamheden. De verduurzamingsopgaven zullen ook een toename aan Mer-procedures met zich mee brengen. Dat zien we nu al gebeuren bij projecten voor het opwekken van hernieuwbare energie zoals de windmolenparken. We verwachten dat de vraag nog meer zal toenemen gezien de opgaven genoemd in de CES en RES en de gemeentelijke en provinciale projecten die daaruit voortkomen. Voor de VTH-uitvoering van milieutaken worden komende jaren majeure veranderingen verwacht, waarbij de uitvoering complex zal zijn. De opgaven zorgen reeds voor een vergrote druk op het werkveld waarbij de OD NZKG inzet op scherp vergunnen en hiermee o.a. de emissies probeert te verminderen bij industriële bedrijven en inzet op het terugdringen van het gebruik van primaire grondstoffen, ZZS-en, energie en het benutten van nieuwe technologieën die een bijdrage leveren aan de genoemde duurzaamheidsopgaven.

Samen met PNH houden wij pilots om het effect van het aangescherpte beleid t.a.v. emissies naar de lucht te evalueren met als doel een scherper beeld te vormen op realistische doelen en noodzakelijke acties om die te behalen. De innovatieve ontwikkelingen waarbij meerdere inrichtingen vanuit de keten betrokken zijn om een andere wijze van werken dan bij de vergunningaanvraag van 1 bedrijf. Dit vraagt onder meer door het projectmatig aanpakken van ontwikkelingen bij bedrijven vanuit een breder perspectief en onderling gerelateerde processen. In de aanpak van milieuovertredingen en -criminaliteit maakt ketentoezicht inzichtelijk welke wegen product-/grond- of afvalstromen hebben doorlopen. Door dit verloop in samenhang te beschouwen worden veelplegers en ondermijnende activiteiten zichtbaar. De aanpak van ketentoezicht bestaat uit gerichte pilots op de aanpak van bepaalde stromen (zoals asbest, E-waste, grondstromen). De pilots zijn verankerd in de samenwerkingsagenda van de 4 OD-s en de aanpak conform het dreigingsbeeld Milieucriminaliteit. Door koppeling van de aanpak veelplegers, Ondermijning, Ketentoezicht en strafrecht is het mogelijk om hier

22

meer grip op te krijgen. Dit vraagt om intensivering van de samenwerking tussen opsporingsdiensten en adequate opvolging in de strafrechtketen naast de inzet bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten. We zetten in opbouwen van multidisciplinaire koplopersgroepen met gespecialiseerde kennis op specifieke opgaven zoals de opgave ZZS, wind op land, waterstofeconomie en verzwaring van het elektriciteitsnet. Daardoor kunnen wij in een vroeg stadium een bijdrage leveren aan regionale samenwerkingsverbanden, waarin afspraken worden gemaakt over de strategieën en prioritaire projecten. De verduurzaming van de industrie en milieuactiviteiten vraagt om het opbouwen van nieuwe kennis en opschaling van specifieke bestaande kennis en expertise. Dit geldt in het bijzonder voor activiteiten, die leiden tot vermindering van grondstofgebruik en het opnieuw benutten daarvan om de grondstofketen te sluiten. Het vraagt ook om visievorming hoe om te gaan met de beoordelingsruimte in de uitvoering. Inzet op het terugdringen van de CO2 uitstoot kunnen leiden tot afwentelingsrisico’s voor een veilige en gezonde leefomgeving. Dit vraagt om complexe afwegingen in het kader van vergunningverlening. Het verlenen van complexe vergunningen vraagt tijd, terwijl voor het behalen van de klimaatdoelstellingen een versnelling van de realisatie van projecten nodig is.

Vergunningverlening is daarbij veelal het sluitstuk. Dit betekent een toenemende druk om geprioriteerd en versneld vergunningen te verlenen en of te actualiseren voor projecten die van grote betekenis zijn voor het behalen van de klimaatdoelstellingen. In 2023 start de OD NZKG een pilot versneld vergunningverlening om scherper in beeld te brengen welke randvoorwaarden nodig zijn om vertraging door bij vergunningverleningsprocessen met significante betekenis voor de Circulaire en Energietransitie te voorkomen zonder daarbij de belangen van natuurherstel en een gezond en veilige leefomgeving uit het oog te verliezen. Bij het project zal ook gekeken worden naar randvoorwaarden in de fase voorafgaand een vergunning-traject .

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12856085/1