CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Magazine Met Zorg Aangepakt - tien jaar Top600.pdf

Raadscommissie Werk Inkomen en Onderwijs 8 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Meerjarige resultaten Top600 en Top400 (ZD2021-014141)25.677 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Hoe ze ons als PIW’ers tegen elkaar op probeerden te zetten… Dat hadden we nog nooit meege-

“Binnen kijken we wel al samen met de regisseur hoe we het naar buiten gaan van de jongens vormgeven, maar de overgang blijft soms groot.”

maakt. Tegelijkertijd zagen we dit als een mooie uitdaging.’ Na deze eerste fase werden de drie afdelingen samengevoegd tot twee en bleven er zestien PIW’ers over die wisten waar ze aan begonnen waren. In die tijd begonnen de eerste opleidingen voor het personeel. Dick: ‘We hadden de doelgroep eerst onderschat. Licht verstandelijke beperkingen (LVB), gedragsstoornissen, verslavingsproblematiek. De vraag was: hoe gaan we dit als team handelen? De Bascule en Erik Jongman hebben ons hierbij geholpen. Erik praat in de taal van de jongeren, hij sluit echt aan bij waar het team behoefte aan heeft.’ Marcel: ‘Van zijn trainingen laden we op, nog steeds.’

twee witte lakens en een hoeslaken en dan zie je de nieuwe jongens soms denken: “Wat moet ik daarmee?” En dat moet je dus voor doen, want uitleggen gaat hem niet worden.’

De eerste trainingen leidden tot meer structuur op de afdeling. Afspraak is afspraak en tijd is tijd. De bejegening van deze gedetineerden was juist flexibeler. Op een reguliere afdeling krijgt een gedetineerden voor het uitschelden van een PIW’er gelijk een rapport, op de Top600afdeling niet.

Simone: ‘We merken dat de gedetineerden dat heel erg waarderen. Sommigen bellen als ze vrij zijn en in de problemen zitten, zelfs naar de afdeling om naar Marcel te vragen. Aan de ene kant triest dat iemand zelf geen netwerk heeft, maar voor ons een teken dat we het goed doen.’

Marcel: ‘Wij gaan in gesprek: Waarom scheld je me uit? Wat is de reden? En een aantal jongens doen het vier dagen later weer, die zijn dat gesprek dan helemaal vergeten. Nieuwe PIW’ers denken dan: je neemt me in de maling! Maar sommigen vergeten dat soort dingen echt, die zijn heel beperkt in hun doen en laten en denken. Behoorlijk intensief.’

Dat raakt aan een punt waarop de Top600-afdeling nog zoekende is. Marcel vindt het jammer dat er tussen gevangenispersoneel en regisseurs beperkt contact is geweest tijdens de Covid-19 periode waardoor de regisseurs de ontwikkeling van de gedetineerden niet meer voldoende meekrijgen. ‘Hun beeld is hierdoor te vaak gebaseerd op wat een jongen in het verleden gedaan heeft. We zouden minimaal een keer per maand met elkaar moeten bellen om uit te wisselen hoe het nu met de persoon gaat. We gaan ervan uit dat dit in de toekomst weer beter gaat.’

Behalve in gesprek gaan, doen PIW’ers op de Top600-afdeling de gedetineerden dingen voor. Koken, hun cel schoonmaken en zelfs hun bed opmaken. Marcel: ‘Iedere week krijgen ze

66

10 jaar Top600

Professionals: Aan het woord

met de netwerkpartners klaar te stomen voor de maatschappij, maar wat als in die maatschappij geen plek voor ze is? Het lijkt wel of alles gericht is op hen buitensluiten. Het schoolsysteem, waar ze gelijk in een hokje niveau 1 wordt gestopt, alles dat nu digitaal gaat en onbegrijpelijk voor ze is, schoenen van duizend euro die ze willen hebben om erbij te horen…’ Dick deelt die mening en ziet dat nog sterker op de afdeling waar de gevangenen langer zitten. Daarnaast maakt hij zich zorgen over de stap naar buiten: ‘Die jongens gaan na jaren van de beschermde omgeving van de afdeling, terug naar hartje Amsterdam. Daar vallen ze nog te vaak in een gat. Moeten ze opeens naar loket X of digitaal iets regelen, van dat soort kleine dingen kunnen ze al in paniek raken. Binnen kijken we wel al samen met de regisseur hoe we het naar buiten gaan vormgeven, maar de overgang blijft soms groot.’ Volgens Simone is dat een nieuwe beweging die de afdeling maakt: ‘Eerst (tien jaar geleden, red.) haalden we alle partners naar binnen. Blaren op onze voeten van alle rondleidingen! Dat heeft toen mooie dingen opgeleverd, de reclassering die aansluit op het multidisciplinair overleg bijvoorbeeld, dat was uniek en dat is nu door andere inrichtingen overgenomen. Nu willen we de link naar buiten verder versterken, maar door corona is dat lastig.

Sommige nieuwe ontwikkelingen stonden stil, er was minder structuur mogelijk door de maatregelen in het dagprogramma van de gedetineerden, we hebben echt een rottijd gehad. We zijn heel blij dat sommige

Covid-19 maatregelen nu zijn versoepeld.’ Juist het inspelen op wat de gedetineerden nodig hebben, is namelijk wat het zware werk op de afdeling zo mooi maakt, daar zijn Simone, Marcel en Dick het alle drie over eens. De gedetineerden helpen kleine successen te boeken. Met een cursus als ‘Omgaan met vrouwen’ met Minchenu Maduro, ‘Hangen of leven’ (van de Peter Faber stichting, red.) of yoga bijvoorbeeld, waarvoor de jongeren na afronding een certificaat krijgen (Simone: ‘Bij sommige jongens staan dan de tranen in hun ogen; hun eerste diploma!’). Maar ook de bejegening van de PIW’ers, hun geduld, gesprekken met de gedetineerden, het geven van verantwoordelijkheden, dat allemaal, aldus Dick, kan voor een gedragsverandering zorgen. Simone: ‘Onze bejegening is nog steeds uniek en ik denk dat onze samenwerking met het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ) heel hecht is. Daardoor zijn we meer op de hoogte van de jongeren die nieuw op de afdeling komen en kunnen wij de regisseurs later zoveel mogelijk relevante informatie voor “buiten” geven.’

Voor de eerste groep Top600personen lijkt de aanpak te werken, stellen Simone, Marcel en Dick, ‘veel van die jongens zien we gelukkig niet meer terug.’ Het afgelopen jaar lijkt echter een nieuwe generatie opgestaan. Marcel: ‘De rap-groep.’ Dick: ‘Op zich zijn bendes en gangs natuurlijk niet nieuw voor ons. De oude groep waren ook geen lieverdjes, maar we zien dat de nieuwe generatie jonger en meedogenlozer is. De delicten die ze plegen zijn heftiger. Dat merk je ook op de afdeling. Soms gaat een gesprek niet meer helpen. Hier zullen we onze bejegening en deskundigheid weer op aanpassen, maar daar gaat tijd overheen. Daar zijn we nu met Erik Jongman over in gesprek.’ Marcel: ‘Ik maak me vooral zorgen over deze jongeren zelf. Op zo’n jonge leeftijd, zulke ernstige delicten plegen; dat dragen ze hun hele leven met zich mee. Dat is een trauma.’ Dick: ‘Dat is op persoonlijk vlak, daarnaast heb je nog het hele circuit waar ze uit komen. Hoe veilig zijn ze nog buiten? Ook dat is iets wat ons als personeel bezighoud.’ Marcel: ‘En welke opties hebben ze daar? Wij proberen ze

67

10 jaar Top600

Dick: ‘De maatschappij wordt ook meedogenlozer. Die jongeren zijn een afspiegeling daarvan. Vroeger gingen ze met elkaar op de vuist, nu lopen ze

met messen en over tien jaar met pistolen. Het enige dat wij kunnen doen als ze vast zitten, is veel met hen praten, grenzen stellen en hen leren reflecteren. Dit doen we door middel van gesprekken en motivatieprojecten. Ook willen we de link naar buiten nog meer versterken. Voorkomen dat ze daar als ze vrijkomen in een gat vallen. Dat ze een buddy kunnen bellen als ze in de problemen zitten, niet ons! Het is verder mooi dat we nu na de versoepeling van de Covid-19 maatregelen weer gebruik kunnen maken van Prison Gate

Office (onderdeel van het Leger des Heils, red.), deze organisatie haalt de gedetineerden op als ze uit detentie komen, dit geeft de gedetineerden een veilig gevoel.’ Marcel: ‘En ik hoop dat we hun kansen op een baan iets kunnen vergroten door meer opleiding te bieden als ze vastzitten. Als schilder, automonteur, koffiebrander. Dat de samenleving niet meer om hen heen kan. Nu heeft maar vijftig procent van de personen die vrijkomt kans op een baan! Dat vind ik heel weinig.’

Marcel! – Marcel! – NICE! Binnen een paar seconden hangen tien jongens over de balustrade die op de leefruimte van de Top600-afdeling uitkijkt. Ze joelen en schreeu­ wen door elkaar alsof Michael Jordan net binnen is gelopen. Marcel is niet onder de indruk en wuift de complimenten met een grijns weg: ‘Ze hebben me nog nooit in normale kleren gezien.’ We lopen door de open ruimte waar een paar tafels staan, uit verschillende cellen klinkt muziek en luid gepraat. Een lange, brede jongen loopt met een dweil naar zijn kamer. Van een jongen van eind twintig die op een tafel in de leefruimte zit, mogen we in zijn cel kijken. Een kleine kamer zonder raam, met een stapelbed rechts tegen de muur en aan het voeteneind van elk bed een tv

(‘€1,50 per week’). Voor het bed een kleine bad­ kamer met wc en douche, met alleen een schot als deur (‘Ze hebben weinig privacy’). Links tegen de muur een plankje met de boodschappen die de jongen en zijn kamergenoot besteld hebben. Knakworsten, doperwten en bonen in glazen potten, flessen zonnebloemolie en zakjes snoep. Onder het plankje twee kettinkjes met kruisjes aan de muur en aan de muur vast twee stoelen en tafels, met op een van de tafels een volle asbak. Als we buiten komen praten we even met de jongen die nog steeds op de tafel zit. Hij zit al negen jaar vast en vindt deze afdeling beter dan andere. ‘Deze is meer speels, andere zijn te stil. Het personeel is menselijk. Dit is goed.’

68

10 jaar Top600

Professionals: In actie

10 jaar Top600

69

Woensdagmiddag half vijf, straatcoaches Gambier en Eddie van Amsterdam Zuid, beginnen vandaag op het Museumplein. Rood shirt, rood jasje en altijd in duo’s, daar kun je straat­ coaches aan herkennen. En, als je wat beter kijkt, aan hun houding: straatcoaches zijn streetwise, aldus Gambier, ‘als je niet weet wat de straat is, lachen die jongens je keihard uit.’

Het positieve pad laten zien

Gambier voert het woord en Eddie kijkt rond. Gambier vertelt dat de straatcoaches hun werkdag altijd beginnen met een briefing. Sinds 2016 heeft de Stichting Aanpak Overlast Amsterdam (SAOA, de organisatie waarvoor de straatcoaches werken, red.), een samenwerking met de Top600- en Top400-aanpak en sinds die tijd bespreken zij op de briefing, naast overlastlocaties en ontwikkelingen, ook de Top600- en Top400personen in het stadsdeel. Per stadsdeel kunnen de straatcoaches maximaal twintig personen van de Top600- en Top400aanpak in de gaten houden, ‘anders wordt het teveel’, en voor elke persoon formuleert de betrokken regisseur een specifieke opdracht voor de straatcoaches. Soms is de opdracht bijvoorbeeld contact te leggen en soms is de opdracht juist alleen zo precies mogelijk te observeren: hoe gedraagt deze persoon zich op straat? Leeft hij de opgelegde voorwaarden zoals een avondklok of gebiedsverbod na? Met wie gaat hij om? Gambier: ‘Ik rapporteer ook kleine dingen die van belang kunnen zijn.’ In het geval dat regisseurs de straatcoaches vragen om wel contact te leggen met een persoon, dan is bij jongeren de regel dat je niet te dicht op hun huid moet zitten of té nieuwsgierig moet zijn, legt Gambier uit: ‘Anders ga je teveel op hun ouders lijken. Je moet met die jongens mee-viben.

We praten een beetje over een leuke schoen, vakanties, uitgaan – we praten over alles wat zij belangrijk vinden om zo een band op te bouwen. Uit die gesprekken proberen we zoveel mogelijk het positieve te halen. We willen die jongens aanmoedigen om te focussen op waar ze goed in zijn. Kun je rappen? Ga dat doen. Hou je van sleutelen aan scooters? Doe dat.’ Het opbouwen van een band met de personen in de aanpak is wat lastiger dan gemiddeld, vertelt Gambier. Top600- en Top400-personen reage-

ren terughoudender. De kracht van de straatcoaches is dat ze aanhouden, aldus Gambier: ‘Open blijven staan, blijven groeten en meestal ontstaat er dan wel iets.’ Anders dan bij de andere jongeren op straat, weten de straatcoaches meer van de personen in de aanpak, maar daar zullen de straatcoaches nooit zelf over beginnen. Hun taak is om in het moment te zijn, erachter te komen wat de jongeren op straat bezighoudt en hen op hun gedrag aan te spreken als dat nodig is. Gambier: ‘Wij hebben een unieke positie. Die jongens weten dat ze ons te vriend moeten houden en dat ze beter doen wat we zeggen, omdat de volgende stap de politie is. Aan de andere kant kunnen ze rustig met ons praten en kijken sommige jongens wel tegen ons op. Alle straatcoaches zijn streetwise, als je niet weet wat de straat is, lachen ze je keihard uit. Soms zijn we lang in gesprek en vertelt een Top600- of Top400-persoon ons veel. Het hangt een beetje af van de opdracht die we voor een persoon hebben, wat we daarna rapporteren. Soms is dat iets over hoe iemand zich die week voelt en wat dat betekent voor hoe andere professionals hem het beste kunnen benaderen. Soms is dat iets over wat iemand in zijn vrije tijd leuk vindt om te doen. We rapporteren de info voor de regisseurs.

Ik heb weleens dat ik twijfel of het handig is om bepaalde informatie te rapporteren, je wilt het vertrouwen dat je met iemand opbouwt niet gelijk schaden. Over die twijfelgevallen hebben we het op de briefing.’

70

10 jaar Top600

Professionals: In actie

Als het vertrouwen er is, proberen de straatcoaches de personen in de aanpak voorzichtig de goede kant op te sturen, vertelt Gambier. In het ene geval betekent dat aanraden om werk te zoeken, in het andere geval om met iemand van Streetcornerwork te praten. Straatcoaches kennen de partijen in de wijk en denken met de jongeren mee over de opties. Of ze vragen een jongere met een grapje of het geen tijd is voor andere vrienden. Gambier: ‘Wij proberen ze het positieve pad te laten zien, maar of ze dat ook kiezen is aan hen.’ Dan moeten Gambier en Eddie door naar de Beethovenstraat, snel, voordat het gaat regenen en de jongeren zich verschuilen. Regisseur Johan over het werk van de straatcoaches: ‘Ik bekijk dagelijks de informatie die ik van de straatcoaches binnenkrijg. Hoe gedragen ze zich in een groep, met wie gaan ze om? Maar ook bijvoorbeeld: houdt een persoon zich aan de avondklok waaraan hij zich moet houden? Dat levert allemaal informatie op voor mij. Ik ben altijd op zoek naar het brede plaatje en vorm mijn beeld niet op basis van één melding. Zegt de politie bijvoorbeeld dat er sprake is van slecht gedrag op straat en zegt de straatcoach het omgekeerde, dan doe ik verder onderzoek. Als ze in gesprek zijn met de straatcoach is dat eigenlijk altijd positief. Daar complimenteer ik de jongeren mee en ik koppel het terug op een uitvoerdersoverleg.

Straatcoaches zijn onze ogen en oren op straat. Ondanks dat ze geen bevoegdheden hebben, lukt het ze om contact te maken met een zeer lastige doelgroep. Dit doen ze heel goed.’

Gambier (straatcoach)

10 jaar Top600

71

72

10 jaar Top600

Professionals: Aan het woord

10 jaar Top600

Een volledig beeld van de veelpleger Het Openbaar Ministerie is een belangrijke partner in de Top600-aanpak. Het Openbaar Ministerie (OM) is verantwoordelijk voor de opsporing en vervolging van mensen die strafbare feiten plegen en heeft zo met bijna alle Top600-personen te maken. Behandelt het OM deze personen nou anders? Wat levert dat op? En wat doet zij daarnaast binnen de Top600aanpak om de veiligheid in onze stad te verhogen? Een interview met officier van justitie Marloes ter Veer over breder kijken dan het delict en serieuze straffen om een signaal af te geven.

73

74

10 jaar Top600

Professionals: Aan het woord

Wanneer ben jij als officier van justitie bij de Top600 betrokken geraakt? ‘Vrij in het begin, halverwege 2012. We hadden toen een klein team met drie officieren, drie parketsecretarissen, drie regisseurs, een projectleider vanuit de politie en management ondersteuning. Alle Top600-zaken gingen via ons. In 2013 is de hele organisatie binnen het OM op de schop gegaan en is het Top600-clubje in het team Persoonsgerichte Aanpak opgegaan. Daar komen alle zaken binnen waarvan we vinden dat we verder moeten kijken dan het strafbare feit om tot een toepasselijke afdoening te komen, ook zwaardere jeugdzaken en huiselijk geweld bijvoorbeeld. In de zaken binnen het team Persoonsgerichte Aanpak verzoeken wij vaker om voorwaarden dan in reguliere strafzaken. Deze voorwaarden zijn een belangrijke stok achter de deur bij het Top600-plan van aanpak. We kijken dan: wat is nodig om iemand na de gevangenisstraf goed terug te laten keren in de maatschappij? In sommige gevallen hoeft iemand niet vast te zitten op voorwaarde dat hij of zij zich laat behandelen. Of kan iemand die vastzit eerder vrijkomen door medewerking aan een andere bijzondere voorwaarde. We vragen bij Top600-zaken bijna altijd om een reclasseringsadvies zodat de rechter over actuele en volledige informatie op de zitting beschikt. Bij strafzaken buiten het team Persoonsgerichte Aanpak is dat lang niet altijd het geval.

De reclassering haalt input op bij de Top600-regisseur voor het advies.’ Waarin verschilt de aanpak van een Top600-zaak van andere zaken? ‘De Top600-regisseur verstrekt informatie in het gezamenlijke cliëntvolgsysteem die we kunnen betrekken in de afdoeningsbeslissing wanneer de persoon is aangehouden. Daarom is het zo belangrijk dat de regisseurs deze informatie up to date houden. Zware zaken, moord en ernstige zedendelicten bijvoorbeeld, en recidivisten komen sowieso voor de rechter. Voor zaken van minder zware ernst kijken we: wat is de beste afdoening? Dan kan het feit dat een persoon net een huis of een baan heeft, soms de doorslag geven om ons bijvoorbeeld niet te verzetten tegen een schorsing van de voorlopige hechtenis onder voorwaarden. We kunnen er ook voor kiezen om niet voor te geleiden bij de rechter-commissaris. Dat betekent niet dat iemand ermee wegkomt, maar alleen dat diegene in vrijheid het proces mag afwachten. Andersom komt het ook voor dat een regisseur ons lik op stuk aanraadt, omdat zijn of

10 jaar Top600

Weegt die extra informatie over de Top600persoon zwaar in de beslissing? ‘Eerlijk is eerlijk, die informatie is belangrijk, maar niet altijd doorslaggevend. Soms zijn zaken te ernstig, of zijn er andere redenen waarom wij het hoe dan ook belangrijk vinden dat een persoon in ieder geval wordt voorgeleid bij de rechter-commissaris. Maar ook als de informatie niet doorslaggevend is, is het belangrijk om te weten hoe het met de Top600-persoon gaat. Soms blijkt het ook in regie niet goed te gaan en als het juist wel goed gaat in regie, moeten wij ons achter onze oren krabben: hoe kan het dan dat iemand van zo’n nieuw strafbaar feit wordt verdacht? Hebben we als netwerkpartners iets gemist? Dit ook om onze samenwerking verder te verbeteren.’ Waarvoor zoeken regisseurs het OM op? Wat kunnen jullie voor hen betekenen? ‘Soms komt er weleens een regisseur op de lijn die zegt: “Goh, ik heb deze persoon in regie en die heeft vijf openstaande zaken. Hoe staat het daar nu mee?” Als zaken nog openstaan en er geen enkel dwangmiddel of kader is, dan kan de regisseur veel minder. Ook kan het, als het lang duurt voordat iemand op zitting komt, zo zijn dat de indruk ontstaat dat iemand met zijn daden wegkomt. Lik-op-stukbeleid is een belangrijk onderdeel van de Top600-aanpak, we willen consequent straffen en het liefst zo snel mogelijk, dus die indruk willen we voorkomen.

Wij kijken dan of we beweging in een of meerdere van die zaken kunnen krijgen.’

Marloes ter Veer (officier van justitie)

haar ervaring is dat met deze persoon niets werkt of dat het goed is als iemand tijdelijk in detentie raakt. Dit laatste kan bijvoorbeeld goed zijn om de persoon de consequenties van zijn handelen te laten ervaren of dat het vanuit de Top600-aanpak de mogelijkheid biedt om bepaalde zaken in gang te zetten. Sommige personen lijken te ‘kiezen’ voor een criminele carrière. In zo’n geval zal onze eis doorgaans een onvoorwaardelijke straf zijn.’

Voor het lik-op-stukbeleid heeft het OM toch ook een fast lane opgericht? ‘Klopt, als Top600-personen in hoger beroep gingen duurde het wat ons betreft te lang voordat er een onherroepelijke uitspraak in de zaak van deze persoon kwam. Dat vonden wij niet wenselijk. Top600-personen komen nu in de fast lane (versnelde behandeling in hoger beroep, red.) als zij hoger beroep aantekenen. De laatste tijd is hier echter een beetje de klad in geraakt, onder andere door achterstanden opgelopen door Covid-19. Een collega onderzoekt nu met de rechtbank en gerechtshof welke verbetering mogelijk is.’ We hebben het nu vooral over vervolging gehad, hoe zet het OM in op opsporing rondom Top600-zaken? ‘Dat is wel een lastig punt. In het begin van de aanpak hadden we aparte teams binnen de

districtsrecherche van de politie die zich volledig bezig hielden met projectmatige Top600onderzoeken. Dat zijn onderzoeken die we starten als we het vermoeden hebben dat iemand strafbare feiten pleegt. Hiervoor kan de input van de regisseur heel belangrijk zijn, een regisseur ziet dat zijn of haar Top600-persoon opeens dure schoenen draagt of een nieuw, duur horloge heeft, zonder dat deze persoon een legale bron van inkomsten heeft. Als we veel van dit soort informatie hebben, kunnen we een onderzoek starten, maar daar gaat vervolgens heel veel politiecapaciteit inzitten. Omdat de opsporing op Top600-personen nu anders is ingericht en er geen team meer is dat zich alleen nog bezig houdt met Top600-zaken, is het in de praktijk op dit moment lastig om capaciteit voor projectmatige onderzoeken vrij te houden. Dat is een punt van aandacht.’ Waarom zijn deze projectmatige onderzoeken zo belangrijk? ‘Omdat het vaak gaat om criminaliteit waar geen aangifte van wordt gedaan. Van handel in drugs doet niemand aangifte. Van geweld doen mensen in bepaalde milieus ook niet snel aangifte. Tegelijkertijd hebben juist handel in verdovende middelen en geweld veel impact op de samenleving. Die hebben een negatieve invloed op het gevoel van veiligheid op straat.

Geweld en schietpartijen op straat zien we de laatste tijd helaas steeds vaker.’ In juli 2019 hebben de partners besloten om drugs- en geweldscriteria aan de Top600aanpak toe te voegen. Wat merken we daar al van? ‘Het is nog vroeg om hier iets over te zeggen. Wel ben ik van mening dat de toevoeging van drugsen geweldscriteria waardevol is. Dit is namelijk een groep die anders uit beeld was gebleven of juist was uitgestroomd en zo juist uit beeld was verdwenen. En dat is niet wenselijk.’ Andere partners geven aan dat jongeren in Amsterdam verharden. Op jongere leeftijd plegen zij ernstiger delicten. Zie jij dat ook zo? ‘Ja, ik schrik ervan hoeveel wapens in omloop zijn en hoe makkelijk die door jonge jongeren getrokken worden. Wapengeweld heeft vanuit het OM absoluut de aandacht. Daar staan serieuze straffen op om een signaal af te geven: dit is heel ernstig en willen we niet in onze samenleving.’

75

76

10 jaar Top600

Maar als een jongere van de Top600 een wapen op zak heeft? ‘Dan is het heel belangrijk om met de partners te kijken welke interventies al ingezet worden, hoe dat gaat en welk beeld we van die persoon hadden. Als dat een positief beeld is, moeten we dus kritisch naar onszelf kijken. Wat gaan we doen om te voorkomen dat we volgend keer opnieuw een verkeerd beeld hebben? Daarbij zijn wij er als OM niet voor om zo’n persoon weer te snel naar werk of school te laten gaan. Wij willen dan eerst meer zicht op zo’n persoon en onderzoeken welke voorwaarden en interventies nodig zijn om te voorkomen dat eenzelfde weer gebeurt.’ Wat zie jij als de meerwaarde van de Top600-aanpak? ‘Los van dat de samenwerking op onderdelen natuurlijk altijd nog beter kan, vind ik die met de Top600 al veel verbeterd. Hiervoor deed iedereen meer zijn eigen ding en had iedereen een eigen perceptie en zaten we elkaar soms in de weg, terwijl dat niet nodig was. Nu ontmoeten we elkaar vaker en de lijnen zijn korter en dat is belangrijk om zo’n volledig mogelijk plaatje van veelplegers te vormen. Met de aanpak is een aantal waardevolle overlegstructuren opgezet, onder andere de IVG (Informatieverzamelgroep1, red.), het ITAT (Interventie Toets en Advies Team2, red.) en het PTO (Programmateamoverleg, red.) waaraan ik zelf deelneem.

Binnen het PTO brengt elke netwerkpartner haar eigen expertise in en bespreken we bijvoorbeeld of de criteria nog goed zijn, of er nieuwe interventies mogelijk zijn en hoe het staat met de veiligheid van de professionals.’

Professionals: Aan het woord

10 jaar Top600

Heeft de rechtbank eigenlijk ook een rol in de Top600-aanpak? ‘De rechtbank is geïnteresseerd in de aanpak. Een paar maanden geleden hebben we nog een digitale bespreking vanuit de Top600 gehad met het AcVZ, Reclassering Nederland, de Raad voor de Kinderbescherming en rechters. De rechtspraak is natuurlijk onafhankelijk, maar het is wel heel belangrijk dat rechters bij het opleggen van een straf of bijzondere voorwaarden goed op de hoogte zijn van de doelen en veranderingen in de aanpak. Dat willen rechters zelf ook. Het is weleens voorgekomen dat de rechtbank “medewerking aan de Top600-aanpak” als bijzondere voorwaarde op heeft gelegd en dat is niet de bedoeling. Dan krijgt een regisseur een soort toezichthoudende rol terwijl die juist voorbehouden is aan de reclassering.’

“Zware zaken, moord en ernstige zedendelicten bijvoorbeeld, en recidivisten komen sowieso voor de rechter. Voor zaken van minder zware ernst kijken we: Wat is de beste afdoening?”

En wat moeten we met personen die bewust lijken te kiezen voor een criminele carrière en waar je geen effect op bereikt? Gaan die op een gegeven moment van de lijst af? ‘Met het programmateam zijn we daar over in gesprek. Het is in ieder geval belangrijk dat de in- en uitstroom van personen aan de hand van duidelijke criteria gebeurt. Het mag namelijk nooit willekeur worden wie er in de aanpak zit en wie er uit gaat.’

 1 De IVG vult de dossiers en adviseert over regietoewijzing. 2 Het ITAT toetst het plan van aanpak dat de regisseur maakt voor en met de persoon.

77

78

10 jaar Top600

Professionals: In actie

Jongeren bereikbaar maken

Marwan (straathoekwerker van de stichting PerMens)

10 jaar Top600

Uithoorn, de zuidelijkste Amstelland-gemeente en het werkgebied van Marwan, straathoekwerker van de Stichting PerMens. Sportief en hip gekleed - hij heeft geen uniform nodig om herkend te worden als straathoekwerker (‘ik ken alle jongeren en zij mij’). Met ongekend veel energie, hoog volume en een doordringende blik, vertelt hij over de Top600jongens die hij bereikbaar maakt, het bieden van de begeleiding die hij vroeger miste en discriminatie op de arbeidsmarkt.

79

80

Het is donderdagmiddag 3 uur wanneer Marwan start met zijn ronde door de wijk Europarei in Uithoorn. Hij identificeert zich met de inwoners uit deze buurt. Marwan: ‘Veel mensen zien dit als een wijk waar de harde kern zit en die voor veel overlast zorgt, maar voor mij is dit de gezelligste buurt. Ik voel deze jongens. Ze leven het leven dat ik geleefd heb.’ Hij groeide op in een achterstandswijk in Alphen aan den Rijn en was ‘een boze jongen’, aldus Marwan. Als oudste van het gezin en een groot verantwoordelijkheidsgevoel om voor zijn broertjes en zusjes te zorgen. Er was weinig geld, hij werd vaak zomaar staande gehouden en aan werk kwam hij niet: ‘Voor mij was criminaliteit de enige uitweg. Ik miste begeleiding in deze periode, niemand zei tegen mij: ‘Kijk naar je toekomst, hier ben je goed in, dus maak er wat van.’ Later won een straathoekwerker mijn vertrouwen en hij stimuleerde mij om een opleiding te doen. Het veranderde mijn leven voorgoed. Ik ben toen de opleiding Sociaal Maatschappelijke Dienstverlening gaan doen. De begeleiding die bij mij in mijn jeugd ontbrak, wilde ik andere jongeren bieden.

Iedereen heeft talent.’ Het werk van straathoekwerkers van stichting PerMens (drie jaar geleden ontstaan vanuit een fusie tussen Streetcornerwork en de Volksbond), bestaat voor de ene helft uit werken op straat en de andere helft uit hulp en dienstverlening vanuit een laagdrempelig kantoor. Op de momenten en de plekken waar de jongeren zijn (‘soms tot in de nachtelijke uren’), proberen ze

10 jaar Top600

Professionals: In actie

laagdrempelig met de jongeren in contact te komen. Marwan: ‘Je moet een band opbouwen, 9 van de 10 keer begin ik over voetbal. Na een tijdje kennen ze me, is er een vertrouwensband en geef ik aan wat ik nog meer voor hen kan betekenen.’

op zak lopen, ik stap op ze af en ga met hen in gesprek: ‘Het is echt niet cool om met een mes te lopen’, of: ‘Wat zouden je vader en moeder ervan vinden als ze niet kunnen slapen door overlast van jongeren die aan het lachgas zitten?’

Dan komt de hulp en dienstverlening om de hoek kijken. De verschillende leefgebieden, denk aan werk, schulden en school, brengt Marwan in kaart en hij denkt met de regisseur mee hoe hij hierin kan ondersteunen. ‘Wij zijn bij de stichting PerMens altijd heel duidelijk: we lossen je problemen niet op, we ondersteunen je, we zijn het duwtje in je rug. Samen met de regisseur en andere partners bereiken we veel op de leefgebieden. Ik ken Top600jongens die nu naar school gaan en niet meer in aanraking komen met politie. Of dat ze opeens naar me toekomen met de vraag of ik kan helpen bij het vinden van dagbesteding, je had ze twee jaar ervoor eens moeten zien.’

De Top600-personen uit Uithoorn zijn op één hand te tellen en bij bijna allemaal vindt begeleiding vanuit PerMens plaats. De benadering op straat en de hulpverlening bij deze personen is niet anders dan bij de andere jongeren. Waar wel een verschil zit, is het contact met de netwerkpartners om de Top600-persoon heen en met name met de regisseur: ‘De samenwerking met de regisseurs in Uithoorn is heel goed, we versterken elkaar. We sluiten aan bij de uitvoerdersoverleggen, gaan aan de slag met problemen op de leefgebieden en spelen een belangrijke rol wanneer de jongeren uit beeld zijn bij de regisseur of andere partners. In zo’n geval komt de regisseur bij mij op de lijn, zoek ik de jongen op en motiveer ik hem om weer in gesprek te gaan met de regisseur. Ik maak de jongeren weer bereikbaar. ’

Door de goede vertrouwensband met de jongeren kan Marwan ze ook aanspreken op negatief gedrag. ‘Ik praat tegen ze als een oudere broer. Ik werk out of the box. Als ik bijvoorbeeld tijdens een uitvoerdersoverleg hoor dat de jongere niet naar school gaat, trek ik ’m bijna letterlijk aan zijn oor mee naar school. Dan sta ik daar ’s ochtends op de stoep, buiten mijn werktijden om.’ Wat de problematiek ook is, de benadering van Marwan is altijd hetzelfde: bewustwording creëren.’ Of jongeren nou zorgen voor overlast of als ik het vermoeden heb dat ze met een mes

Ook tussen andere instanties en de Top600-jongeren, proberen de straathoekwerkers het contact goed te houden. Marwan: ‘Laatst had ik een Top600-persoon die voor zijn gevoel zomaar staande was gehouden door de wijkagent en hij zei dat hij de agent nooit meer wilde zien. Ik heb daarna met de agent gepraat en vervolgens een bemiddelingsgesprek georganiseerd. Mijn doel is dat de jongere en de wijkagent weer verder kunnen. “We hebben elkaar nodig”,

81

10 jaar Top600

zeg ik altijd, mijn doel is dat de jongeren en agenten in de toekomst zelf met elkaar in gesprek gaan.’ Bijna alle jongeren die Marwan begeleidt, Top600 of niet, lijden volgens hem onder discriminatie op de arbeidsmarkt. ‘Je moest eens weten hoeveel verschillende motivatiebrieven ik hier per persoon heb liggen. Ze willen echt wel hoor, maar als ze telkens een afwijzing krijgen dan is 1+1 natuurlijk 2, en is de criminaliteit een makkelijke uitweg. Als ik dit zie schakel ik altijd de regisseur in en die kan hier veel in betekenen. Maar toch, we zeggen als maatschappij dat ze moeten participeren en vervolgens worden ze soms geweigerd op basis van hun achternaam? Ik word hier boos om.’

Zorgen zijn er nu vooral om de broertjes en zusjes van de personen die al in begeleiding zijn en andere jongeren. Zo komen er de laatste tijd geregeld meldingen binnen van diefstal van mobiele telefoons gepleegd door een relatief jonge jeugdgroep. ‘We organiseren samen met jongerenwerk nu voor deze jonge jongens veel activiteiten, voor ons is dat een vindplaats, en we moeten er zo vroeg mogelijk bij zijn. Maar van de meeste jongens kennen we de broers en soms ook de ouders al. We maken hier goed gebruik van. Via de broers oefenen we invloed uit, daar luisteren ze echt naar.’

“De begeleiding die bij mij in mijn jeugd ontbrak, wilde ik andere jongeren bieden. Iedereen heeft talent.”

82

10 jaar Top600

Onze kernpartners

10 jaar Top600

Onze kernpartners De partners van de Top600 en Top400 die regisseurs leveren zijn naast de gemeente Amsterdam (de directies Openbare Orde en Veiligheid (OOV), Onderwijs, Jeugd en Zorg (OJZ), Werk, Participatie en Inkomen (WPI), de GGD en de stadsdelen)

Gem

De Amstellandgemeenten Amstelveen, Aalsmeer, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn

e e n te U i t h o o r

n

83

Amsterdam-Amstelland

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10832544/1