CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Jaarstukken 2020 OD NZKG incl. controleverklaring.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 30 juni 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: De raad te adviseren in te stemmen met de bijgevoegde raadsvoordracht inzake het kennisnemen van de jaarstukken en het instemmen met het niet indienen van een zienswijze op het voorstel van het Dagelijks Bestuur vd Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (Z18.768 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Risicobedrag 2021

Risicobedrag 2022

Risicobedrag 2023

Risicobedrag 2024

Wet- en regelgeving

3.927

248

398

468

677

677

497

Covid, conjuncturele ontwikkelingen en arbeidsmarkt

1.917

244

Bedrijfsvoering

PM

Prestatiegericht financieren

2.924

748

560

577

577

798

798

8.767

1.240

1.548

1.428

1.637

1.859

1.679

RISICO'S Reeds bekende risico’s

590 -

383 -

383 -

383 -

383 -

-

In bijlage 4 is een tabel opgenomen met een toelichting op de kans dat de strategische risico’s zich voordoen en de meerjarige effecten hiervan.

22 van 54

Toelichting risico’s Wet- en regelgeving (totaal geschat financieel effect 3.927K)

Omgevingswet De Eerste en Tweede Kamer hebben het Koninklijk besluit met de inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2022 niet-controversieel verklaard. Zij zullen voor de zomer een beslissing nemen omtrent de inwerkingtreding. Vooralsnog gaan we ervan uit dat de datum 1 januari 2022 blijft staan. De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft een grote impact op de taken, de werkprocessen en de inhoudelijke werkzaamheden van de OD NZKG. Het basistakenpakket is inmiddels vastgesteld, maar er zijn nog interpretatieverschillen. Bij veel taken verandert het bevoegd gezag en de nieuwe taakverdeling tussen de OD NZKG en de opdrachtgevers is nog niet vastgelegd. Ook voor de opdrachtgevers is nog veel onduidelijk, bijvoorbeeld rond de overdracht van bodemtaken van de provincies naar gemeenten, de grote wijzigingen m.b.t. het geluidsstelsel en de gevolgen van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), die gelijktijdig in werking treedt. Voor de werkprocessen is het Digitaal Stelsel Omgevingswet cruciaal. Dit staat nog in de kinderschoenen en voor een goede werking zijn we afhankelijk van zowel landelijke partijen als de opdrachtgevers. De inhoudelijke veranderingen kunnen een piekbelasting geven op de VTH-processen doordat bedrijven op basis van het nieuwe regime vergunningen gaan aanvragen.

Onze besluiten zullen vaker juridisch worden aangevochten, omdat er nog geen jurisprudentie over de Omgevingswet is. De omvang van deze effecten is nog niet goed in te schatten. Het uitblijven van een besluit m.b.t. de inwerkingtredingsdatum leidt mogelijk tot extra kosten. De implementatiekosten zullen ten dele doorlopen, omdat de implementatie niet in een keer geheel afgebouwd en later weer opgebouwd kan worden. Afhankelijk van de definitieve besluitvorming van de opdrachtgevers over de taken kan de OD NZKG meer of minder werk krijgen. De vele wijzigingen in de werkprocessen en de regelgeving kunnen, in elk geval tijdelijk, leiden tot productierisico’s, zeker als het Digitaal Stelsel Omgevingswet niet meteen optimaal functioneert. Als dit type problemen zich landelijk op eenzelfde manier voor gaat doen, zal de beschikbaarheid van de benodigde expertise op de arbeidsmarkt verder afnemen. Beheersmaatregelen: De OD NZKG heeft een projectorganisatie voor de implementatie van de Omgevingswet. Mede daardoor vervult de OD NZKG in de regio een centrale rol. Met de opdrachtgevers is afgesproken dat de overgang zo beleidsneutraal mogelijk zal verlopen en financiële rust zal worden bewaard in het overgangsjaar. De OD NZKG participeert in diverse regionale en landelijke overleggen, zoals over de legesheffing onder de Omgevingswet en over het Digitaal Stelsel Omgevingswet.

De medewerkers van de OD NZKG krijgen de opleidingen over de Omgevingswet van collega’s die zich daardoor verder ontwikkelen. Zo krijgen we een aanzienlijke groep specialisten in huis. Dit verstevigt onze positie zowel naar de opdrachtgevers als in onze taakuitoefening. De kans op dit risico is groot. Het risicobedrag is 360K vanaf 2021 en 180K vanaf 2024.

Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) De Wet kwaliteitsborging bouw zal gevolgen hebben voor de organisatie. Het risico is dat de formatie niet tijdig afgebouwd kan worden. Anders dan eerder verwacht gaan minder taken over naar de markt. De inschatting is dat het van invloed zal zijn op 15-20 fte. Bijkomend risico is dat door de gefaseerde invoering de OD NZKG

23 van 54

tijdens een overgangsperiode van circa zes jaar moet werken met twee systemen. De impact van dit risico is nog niet in te schatten. Beheersmaatregelen: Het formatierisico wordt in eerste instantie opgevangen door de afbouw van de flexibele schil. Vanaf 2025 zal de impact op de organisatie naar verwachting groter zijn. Via strategische personeelsplanning anticiperen we op dit risico. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is 209K vanaf 2022.

Algemene Verordening Gegevensbescherming Op 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking getreden. Niet naleven van de AVG kan leiden tot boetes en persoonlijke aansprakelijkheid. De boete kan 4% van de jaaromzet bedragen. Beheersmaatregelen: Er zijn enkele functionarissen aangesteld waaronder een functionaris gegevensverwerking en privacyfunctionaris. Zij zorgen voor de borging, het beleid en het ontwikkelen van bewustzijn binnen de organisatie. De kans op dit risico is zeer klein. Het risicobedrag is 108K vanaf 2021.

Klimaatakkoord Er wordt nog gewerkt aan een concrete uitwerking van het Klimaatakkoord op regionaal niveau. Het risico is dat de maatregelen interfereren met andere ontwikkelingen zoals de woningbouwopgave en huidige wet- en regelgeving. Hierdoor kunnen de VTH-processen vertragen. Daarnaast kan het tot gevolg hebben dat het toetsingskader voor de VTH-processen niet toereikend of passend is. Hierdoor is meer inzet en expertise nodig voor maatwerk. Het Klimaatakkoord kan ook impact hebben op het takenpakket door een veranderend bedrijvenbestand. Beheersmaatregelen: De OD NZKG biedt aan opdrachtgevers en bedrijven haar expertise aan om te voorkomen dat wet- en regelgeving een belemmering wordt voor de uitvoeringspraktijk. Daarnaast worden er impactanalyses uitgevoerd. Onderzoeksbureau CE Delft heeft in beeld gebracht welke ontwikkelingen in het kader van het klimaat op korte en middellange termijn bij de industriële sector kunnen worden verwacht. De eerste ontwikkelingen zijn in de VTH uitvoeringspraktijk zichtbaar en worden benut voor verdiepend inzicht op de benodigde voorbereidingen om tijdig in te spelen op de veranderingen die voortvloeien uit het klimaatakkoord. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is PM.

Stikstofreductie en natuurherstel (Voorheen Programma Aanpak Stikstof) Door de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 is het PAS buiten toepassing verklaard. Dit had verstrekkende gevolgen voor de vergunningverlening (bouw/milieu) door de OD NZKG. Op landelijk niveau heeft de uitspraak geleid tot de zogenoemde stikstofcrisis. Het Rijk en provincies zijn op regionaal en landelijk niveau met nieuwe maatregelen gekomen en de vergunningverlening is daarmee tijdelijk weer op gang gekomen. In december 2020 is de Wet Stikstofreductie en natuurherstel aangenomen door de Tweede Kamer en doorgestuurd naar de Eerste Kamer (bespreking naar verwachting eind februari 2021). Provincies zijn bezig met het uitwerken van provinciaal beleid, waaronder regionale stikstofregistratiesystemen. Daarnaast lopen er nog verschillende rechtszaken die na uitspraak van de rechter mogelijk ook gevolgen hebben voor de uitvoering. De natuurtaken zijn door de provincie Noord-Holland weliswaar ondergebracht bij de OD NHN, maar ook bij de tijdelijke vergunningverlening in 2020 was er al een aanzienlijke rol voor de ODNZKG, met name bij het verlenen van bouwvergunningen. Ook hebben diverse opdrachtgevers, zoals PNH, Zaanstad en Amsterdam, de OD NZKG gevraagd mee te denken bij het duiden van de opgaven in 2020 en het meedenken bij een regionale en lokale aanpak op basis van de wetgeving in 2021.

Kortom: er zijn nog veel onduidelijkheden en nog beperkte concrete afspraken, maar de verwachting is wel dat de OD NZKG in de uitwerking en uitvoering al in 2021 een rol gaat spelen. De kans op risico blijft gemiddeld tot klein. Het risicobedrag is PM.

24 van 54

Wet open overheid (Woo) De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur. De Woo heeft tot doel om overheden transparanter te maken doordat overheidsinformatie beter vindbaar en uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Het wetsvoorstel maakt de toegang en het hergebruik van publieke informatie tot rechten van burgers. Daarnaast wordt de actieve openbaarheid versterkt door het verplicht stellen ervan voor bepaalde categorieën informatie. Overheidsorganen moeten online een register gaan bijhouden van documenten (zoals ingekomen en uitgaande post en belangrijke interne stukken) en van de datasets waarover zij beschikken. De wijzigingen kunnen - indien niet onderkend - tot een grote verstoring in de operatie van de OD NZKG leiden en daarmee tot extra organisatorische kosten. Beheersmaatregelen: In 2019 is het initiatiefwetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. Het voorstel is aangepast om tegemoet te komen aan kritiek over de uitvoerbaarheid en de kosten. De OD NZKG monitort de procedure tot invoering van de Woo. De verwachting is dat deze wet in 2022 inwerking zal treden. De kans op dit risico is gemiddeld tot klein. Het risicobedrag is PM. Conjuncturele ontwikkelingen, Covid-19 en arbeidsmarkt (totaal geschat financieel effect 1.917k)

Covid-19 en conjuncturele ontwikkelingen Naar mate de Covid pandemie langer duurt nemen de risico’s ten aanzien van de uitvoering toe. De personele gevolgen kunnen toenemen waaronder een toename van het ziekteverzuim en het als gevolg van landelijke maatregelen (gedeeltelijk) niet kunnen uitvoeren van werkzaamheden. De economische gevolgen voor bedrijven kunnen van invloed zijn op het naleven van de wet- en regelgeving. Daarnaast kan het bedrijvenbestand van de OD NZKG afnemen als gevolg van faillissementen. Dit heeft gevolgen voor de omzet van de OD. De omzet van de OD wordt ook beïnvloed door conjuncturele ontwikkelingen zoals in de bouw. Het risico is dat de organisatie niet tijdig kan anticiperen op de omzetfluctuaties. Er kunnen tekorten ontstaan bij omzetdalingen als de lasten van lopende contracten niet tijdig kunnen worden bijgesteld. Andersom kan het zijn dat de dat de economie snel weer aantrekt en dat er een sterke stijging is van initiatieven. Dit betekent ongepland werk voor de gehele VTH keten. Met betrekking tot het bedrijvenbestand lopen dan de kosten voor de baat uit. Beheersmaatregel: De OD maakt maatwerkafspraken met medewerkers m.b.t. hun arbeidsomstandigheden. De gevolgen voor de uitvoering worden afgestemd met de opdrachtgevers en als het nodig is samen met hen geprioriteerd.

Het risico van omzetverlies wordt in eerste instantie zoveel als mogelijk opgevangen door de afbouw van de flexibele schil. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is 221K vanaf 2021.

Arbeidsmarkt en inhuur De krapte op de arbeidsmarkt en voor sommige functies beperkte beschikbaarheid van inhuurkrachten, kunnen gevolgen hebben voor het realiseren van de productie- en kwaliteitsafspraken. Dit wordt nog eens versterkt door de extra capaciteit en de specifieke expertise die nodig zijn voor onder andere de implementatie van de Omgevingswet en de uitvoering van het Klimaatakkoord. Het niet realiseren van productieafspraken leidt tot lagere inkomsten. Dat kan gevolgen hebben voor de dekkingsbijdrage van de overheadkosten. Beheersmaatregelen: De OD NZKG werkt met een flexibele schil van personeel die wordt afgebouwd als het nodig is. We zetten extra in op arbeidsmarktcommunicatie en werken samen met wervingsbureaus en de gemeente Amsterdam. Innovatie op het vlak van digitalisering en data-analyse wordt ingezet om zo efficiënt mogelijk te werken. Daarnaast wordt strategische personeelsplanning ingezet en worden medewerkers zelf opgeleid waaronder trainees, opleidingstrajecten voor zij instromers en training on the job constructies. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is 162K vanaf 2021.

25 van 54

Bedrijfsvoering (totaal geschat financieel effect PM)

Afbouwrisico door vervallen termijn garantstelling aanvullend pakket Op basis van het dienstverleningshandvest 2017 zijn er afspraken gemaakt over het takenpakket van de OD NZKG. Voor de uitbreiding van taken geldt een minimumtermijn van vier jaar. Na deze periode kan de opdrachtgever stoppen met het afnemen van de taken. De eerste termijn van vier jaar loopt af in 2021. Het risico is dat de organisatie de formatie niet tijdig kan afbouwen. Beheersmaatregelen: De opzegtermijn bedraagt minstens één jaar en gaat gepaard met een redelijke frictievergoeding door de opdrachtgever. Hierdoor is het financiële risico klein. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is nihil.

Nieuw zaaksysteem In 2021/2022 vindt een aanbesteding voor het zaaksysteem plaats. Afhankelijk van de uitkomst van de aanbesteding gaat de OD al dan niet over naar een nieuw pakket. De conversie naar een nieuw pakket brengt implementatie en uitvoeringsrisico's met zich mee. Vooral als dit in combinatie met de implementatie het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) plaatsvindt. Het gevolg kan zijn problemen in de uitvoering waardoor er onvoldoende productie geleverd kan worden en wettelijke termijnen niet worden gehaald. Beheersmaatregelen: De aanbesteding wordt zorgvuldig voorbereid en opgezet. Indien nodig en mogelijk wordt het huidige contract desnoods verlengd. Daarnaast wordt er een projectorganisatie opgezet voor de implementatie. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is PM.

Prestatiegericht financieren (totaal geschat financieel effect 2.924K)

Afwijking ten opzichte van vastgesteld kengetal Op basis van de PGF-validatie heeft het algemeen bestuur besloten dat de PGF-systematiek om de vier jaar moet worden herijkt. Nieuwe wet- en regelgeving die impact heeft op de werkwijze, en mogelijk ook op de kengetallen, moet een standaardonderdeel zijn van het beheer en kan dan leiden tot een aanpassing. Dit risico is vanaf 2022/2023 van toepassing op de invoering van de Omgevingswet. De kengetallen in de PGF-systematiek voor de werkvelden Milieu en BRZO zijn gebaseerd op een tienjaars gemiddelde, waarvan nog maar drie jaar is verstreken. Daarnaast is bij Milieu en BRZO een nieuwe type C/B/Aindeling met een ketenkengetal voorgesteld. Het risico is dat de gevalideerde kengetallen op termijn niet robuust genoeg blijken te zijn. Beheersmaatregelen: De afwijking op de kengetallen wordt jaarlijks gemonitord. We vervangen afwijkingen tussen de kengetallen en de feitelijke ureninzet voor zover mogelijk binnen de bestaande begroting en/of op basis van de risico-inschatting binnen het weerstandsvermogen. Bij majeure afwijkingen treden we in overleg met het bestuur. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is € 221K voor 2021-2022 en € 443K vanaf 2023.

Asbesttaken De OD is met de gemeenten Amsterdam en Zaanstad in gesprek over middelen die nodig zijn voor het uitvoeren van de asbesttaken. Het risico is dat de middelen niet toereikend zijn om de taken naar behoren uit te voeren. Hierdoor kan er sprake zijn van maatschappelijke risico's en claims. Daarnaast er een risico m.b.t. de voorbereidingskosten die gemaakt worden om de uitvoering van de taken over te nemen.

26 van 54

Beheersmaatregelen: De OD voert gesprekken met de opdrachtgevers over de benodigde middelen en gaat een monitor opzetten voor de uitvoering van de taken. Indien nodig worden opdrachtgevers geïnformeerd over knelpunten. De kans op het risico is gemiddeld. Het risicobedrag is vooralsnog PM.

Risico onderhandwerk Bouw en Bodem Op basis van de PGF-systematiek wordt een deel van het toezicht en de handhaving voor Bouw en Bodem als outputproduct gefinancierd (op basis van vergunningaanvragen). Omdat toezicht en handhaving niet altijd in het lopende jaar plaatsvindt, is er een risico dat er geen dekking is voor onderhandenwerk als het aantal vergunningen in een jaar drastisch afneemt. Beheersmaatregelen: We maken jaarlijks een inschatting gemaakt van de verwachte aanvragen en maken op basis daarvan UVO/Vthup-afspraken met de opdrachtgevers. Als een drastische daling wordt verwacht en er een dekkingstekort is voor het onderhandenwerk wordt dit bij de halfjaarrapportage en meerjarenbegroting gemeld. De kans op dit risico is groot. Het risicobedrag is 335K vanaf 2021.

Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden van een organisatie om niet-begrote kosten die onverwacht en substantieel zijn te dekken. Het gaat dus om buffers in het eigen vermogen of middelen die in de exploitatie kunnen worden vrijgemaakt zonder dat dit gevolgen heeft voor het bestaande beleid en de uitvoering van taken. In 2020 hebben er geen mutaties plaatsgevonden. De hoogte van de weerstandscapaciteit is per 31-12-2020 2.018K.

Tabel: meerjarig beschikbare weerstandscapaciteit 2020

2021

2022

2023

2024

Reserve weerstandsvermogen

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

Beschikbare weerstandscapaciteit

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

Berekening en beoordeling van het weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit en de noodzakelijke weerstandscapaciteit worden tegen elkaar afgezet met de ratio weerstandsvermogen1. Het algemeen bestuur heeft in 2017 een ratio van 1 tot 1,5 vastgesteld. Deze ratio is naar verwachting toereikend. Uit onderstaand overzicht blijkt dat meerjarig de verhouding tussen noodzakelijke en beschikbare weerstandscapaciteit voldoet aan de ratio weerstandsvermogen (1 tot 1,5). Meerjarig is dit mede afhankelijk van onttrekkingen uit de algemene reserve.

Tabel: meerjarige ratio voor het weerstandsvermogen 2020

2021

2022

2023

2024

Beschikbare weerstandscapaciteit

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

€ 2.018

Noodzakelijke weerstandscapaciteit

€ 1.548

€ 1.428

€ 1.637

€ 1.859

€ 1.679

1,3

1,4

1,2

1,1

1,2

Ratio weerstandsvermogen

1

De normeringsystematiek is ontwikkeld door het Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) in samenwerking met de universiteit Twente.

27 van 54

Legenda Ratio

Waardering

>2

Uitstekend

1,5 - 2,0

Ruim Voldoende

1,0 - 1,5

Voldoende

0,8 - 1,0 0,6 - 0,8

Matig Onvoldoende

<0,6

Ruim onvoldoende

Financiële kengetallen In de volgende tabel staan de drie financiële kengetallen die van toepassing zijn op de OD NZKG. Voor de ratio’s zijn normen opgesteld op basis van input van de VNG en op eigen inzichten. De onderstaande beschrijving van de ratio’s bevat een verdere toelichting en beoordeling.

Tabel: financiële kengetallen

netto schuldquote solvabiliteitsratio structurele exploitatieruimte

Norm ≤ 0% ≥ 20% ≥ 0%

Rekening 2018 -9% 42% 1%

Begroting 2019 -8% 29% 0%

Rekening Begroting Rekening 2019 2020 2020 -6% -5% -6% 41% 31% 33% -2% 0% 1%

Netto schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De schuldpositie van de OD NZKG bestaat voornamelijk uit kortlopende verplichtingen. Daarom hanteren we een norm van 0% of lager. Om aan de norm te voldoen moeten de eigen middelen hoger zijn dan de schuldpositie. In afwijkende gevallen, bijvoorbeeld een grote investering waarvoor we geld wordt aangetrokken, zal het kengetal boven de 0% stijgen. Voor 2020 is het kengetal -/- 6%. Het voldoet daarmee ruim aan de gestelde norm.

Solvabiliteit Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. Het betreft het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen. De VNG geeft aan dat bij een ratio lager dan 20% de organisatie zich op glad ijs bevindt. De norm voor de OD NZKG is daarom minimaal 20%. Het kengetal valt vrij laag uit omdat we met voorschotten van de opdrachtgevers werken. De voorschotten hebben een negatief effect op de ratio maar zorgen niet voor een slechte financiële weerbaarheid. Het kengetal is gecorrigeerd met de voorschotten en komt daarmee uit op 33%. De ratio is daarmee voldoende.

Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt om te beoordelen welke structurele ruimte de OD NZKG heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Is dit cijfer negatief dan biedt het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte om de lasten te blijven dragen. De norm voor de OD NZKG is 0% of hoger. In 2020 is de ratio 1%.

Algeheel oordeel

28 van 54

Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) schrijft voor een beoordeling te geven van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De drie geldende kengetallen geven een goed beeld. Er is dus van een degelijke financiële positie. In bijlage 3 is de berekening van de kengetallen toegelicht.

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen die de OD NZKG in bezit heeft, bestaan uit apparatuur, automatisering, meubilair en de verbouwing van het gehuurde pand Ebbehout in Zaandam. Als afschrijvingstermijn wordt de economische levensduur als uitgangspunt genomen (conform de financiële verordening). In 2020 is door OD NZKG geen nieuwe investeringen gedaan. Wel zijn de reeds in 2019 gestarte investeringen afgerond. In het gehuurde kantoorpand zijn aanpassingen geweest op diverse etages waardoor er meer werkplekken zijn gecreëerd, er zijn hiermee ook maatregelen genomen om het pand Coronaproef te maken zoals een Coronarouting. Eind 2019 is een start gemaakt met de aanpassing van de Plaza, deze aanpassing is afgerond in het eerste kwartaal van 2020.

3.3 Financiering In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de OD NZKG. Dit zijn onder andere het risicobeheer (vooral rente- en kredietrisico) en de financieringspositie. Voor uitvoering van de financieringsfunctie gelden de kaders uit de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en de bijhorende ministeriële regelingen. In deze wet staan transparantie en risicobeheersing centraal. Er zijn voorschriften voor een verplicht financieringsstatuut (treasury-statuut) en een financieringsparagraaf in begroting en jaarrekening. De OD NZKG werkt volgens het treasury-statuut dat is vastgesteld op 9 december 2015. Een van de doelstellingen van dit statuut is het beschermen van vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals genoemd binnen de Wet fido: renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s.

Financierings- en schuldpositie De OD NZKG gaat uitsluitend leningen aan in de Europese geldeenheid (de euro). In 2013 is bij BNG Bank een lening afgesloten van 1.050K met een looptijd van vijf jaar en een rente van 1,45%. De lening is per 31-12-2018 volledig afgelost.

Kasbeheer De OD NZKG beperkt interne liquiditeitsrisico’s door treasury-activiteiten te baseren op een adequate liquiditeitsplanning. Doordat we overtollige liquide middelen moeten aanhouden in de schatkist (op een rekeningcourant bij het agentschap van het ministerie van Financiën) zijn er geen kredietrisico’s. Om het renterisico te beperken, is vastgelegd dat de kasgeldlimiet en de renterisiconorm niet worden overschreden. We stemmen stemt nieuwe leningen en uitzettingen af op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de lening of uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie. Binnen deze kaders streven we naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen.

29 van 54

3.4 Bedrijfsvoering Verplichte beleidsindicatoren: Vanuit het BBV is het verplicht te verantwoorden op ongeveer veertig beleidsindicatoren. De indicatoren zijn vooral voor gemeenten opgesteld en daarom grotendeels niet van toepassing op de OD NZKG. De indicatoren die wel van toepassing zijn, passen allemaal binnen het programma Bedrijfsvoering. Ze zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Tabel: verplichte BBV-beleidsindicatoren Naam indicator Formatie

Berekening Fte per 1.000 inwoners

Realisatie 2020 Toelichting Nvt Niet te berekenen per inwoner. De formatie bedraagt 389,23 FTE (excl. inhuur) per 31-12-2020

Bezetting

Fte per 1.000 inwoners

Nvt Niet te berekenen per inwoner. De bezetting bedraagt 374,08 FTE (excl. inhuur) per 31-12-2020

Apparaatskosten

Kosten per inwoner

Externe Inhuur

Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur extern % van de totale lasten % van de totale lasten

Personele overhead Materiële overhead

Nvt Niet te berekenen per inwoner. De apparaatskosten bedraagt € 51.772K. 28,3% 16,3% 16,6%

Formatie 2020

Tabel : Overzicht formatie / bezetting d.d. 31-12-2020 in fte (excl. inhuur) Directie

Formatie 58,82

Bedrijfsvoering Accountmanagement, Staf en Directeur

17,22

Regulering & Expertise

167,47

Toezicht & Handhaving

145,72

Totaal

389,23

Bezetting

54,39 22,44 161,33 135,92 374,08

Verschil 4,43 -5,22 6,14 9,80 15,15

Tabel : Verhouding man / vrouw Man Vrouw Totaal

Aantal 233 165 398

Percentage 59 % 41 % 100 %

Tabel : Aantal parttime / fulltime naar man en vrouw Man Vrouw

Fulltime 184 65

Parttime 49 100

Totaal 233 165

Nieuwe CAO Provincies 2020 Per 1 januari 2020 stegen de salarissen met 2% en per 1 juli 2020 met 1%. De toelagen, vergoedingen en tegemoetkomingen die gekoppeld zijn aan de algemene salarisverhogingen, zijn als gevolg van de afgesproken loonsverhogingen aangepast.

30 van 54

Boter bij de Vis De jaarlijkse input beloning, ook wel bekend als gratificatie, is met de CAO 2017-2018 komen te vervallen. Daarvoor in de plaats is de flexibele beloning ‘Boter bij de vis’ gekomen. Het kan hierbij gaan om cadeaus, cadeaubonnen, geld (de gratificatie), geheel of gedeeltelijke vergoeding van opleidingskosten etc. Zowel op individueel- als teamniveau. Diverse medewerkers hebben in 2020 op basis van bijzondere geleverde prestaties een dergelijke gratificatie ontvangen. Verzuim Corona heeft in 2020 zeker invloed gehad op het verzuim. Het OD brede verzuim is van 5.8% in 2019 met 1,4% gedaald tot 4.4% in 2020. De meldingsfrequentie is van 1.4 in 2019 afgenomen tot 0.88. Geconstateerd wordt dat door de coronaperikelen er een toename is van de psychische belasting, werkdruk en de balans werk/privé. Met name in de leeftijdscategorie 45-54 jaar is een toename aan psychische klachten te zien. Verder een lichte toename van het aantal langdurig zieken. Ook is een lichte stijging waarneembaar van stress door zorgtaken. Dit heeft te maken met een toename van ziekte van een partner, kind of een ouder. Alle dossiers zijn goed in beeld en krijgen de nodige begeleiding. Voor 2021 zijn diverse acties benoemd ter verder sturing op (voorkoming van) verzuim.

Met aandacht voor de thuiswerkende medewerker vanuit de Visie op het Nieuwe Werken en frequenter overleg met bedrijfsarts, teammanagers en HR, om ook meer preventief interventies te kunnen inzetten.

Verbijzonderde interne controle 2020 Met ingang van 2020 heeft de OD NZKG de verbijzonderde interne controle (VIC) uitbesteed. Dit is onderdeel geweest van de doorontwikkeling van de VIC in het kader van de aanstaande wetswijziging Rechtmatigheid. De OD NZKG kan door de uitbesteding van de VIC de onafhankelijke rol beter borgen, de eigen organisatie is hiervoor te klein. Andere reden is dat de OD m.i.v. 2020 de financiële en personeelsadministratie volledig in eigen beheer heeft genomen. Het belang van het toetsen van de opzet, bestaan en werking van de financiële en personeelsprocessen werd daardoor groter. In 2020 zijn de volgende processen ge-audit: - UVO beheerproces - Debiteurenproces - Personeelsproces – instroom/doorstroom/uitstroom - Inkoop- en crediteurenproces De keuze voor deze processen is bepaald o.b.v. de financiële materialiteit. De uitkomst van de audits is dat de opzet, bestaan en werking van de processen op orde is. In 2020 zijn ook kwaliteitscontroles uitgevoerd op het bouwlegesproces en het nieuwe last onder dwangsom proces. Met betrekking tot het bouwlegesproces is de juistheid en volledig vastgesteld. De OD heeft de uit de audit voortvloeiende aanbevelingen met betrekking tot het intensiveren van de uitvoering en vastlegging van de 4ogen controle overgenomen.

Dit geldt ook voor de aanbeveling met betrekking tot de vastlegging in het zaaksysteem van de stappen die zijn ondernomen indien de toetsing met behulp van het bouwkostenkompas niet toereikend is. De audit voor het nieuwe last onder dwangsomproces krijgt in 2021 een vervolg. Reden is dat het proces medio 2020 is aangepast. Als gevolg hiervan waren er ten tijde van de audit nog onvoldoende dossiers beschikbaar voor een volledige controle op het bestaan en de werking van het proces. Belangrijkste aanbeveling vooralsnog

31 van 54

is om de vastlegging in het zaaksysteem eenduidiger te maken, zodat informatie beter en makkelijker ontsloten kan worden. Deze aanbeveling is door de OD overgenomen.

32 van 54

4 Financiële jaarrekening 4.1 Overzicht baten en lasten Het financiële resultaat van de OD NZKG over 2020 is 194K positief. Er was een resultaat van 11K nadelig begroot.

Totaal

Gewijzigde begroting

Realisatie

(bedragen x € 1.000) Verschil BegrotingRealisatie

Lasten

51.112

51.789

677

Baten

-852

-51.181

-52.033

Mutatie reserves

80

49

-31

Saldo

11

-194

-205

Ten opzichte van de gewijzigde begroting zijn er afwijkingen bij de lasten en de baten, per saldo 205K voordelig. Op hoofdlijnen betreft het onderstaande afwijkingen ten opzichte van de begroting.

Het totaal van de baten is 852K hoger dan begroot door: -

691K hogere UVO baten Milieu/Brzo met name voor de producten Brzo regie en milieu Advies. 240K hogere UVO baten op het Randvoorwaardelijke pakket waaronder voor de werkzaamheden in het kader van de Label C certificering van bedrijven en het product bezwaar- en beroepzaken. 101K hogere UVO baten voor Bouw waaronder door een toename van het aantal vergunningaanvragen en voor constructieve veiligheid. 179K lagere UVO baten outputproducten Bodem. Overig 1K lagere baat

Het totaal van de lasten is 677K hoger dan begroot door: -

-

-

128K hogere inhuurkosten voor bouwtoezicht en lagere materiele lasten voor Wabo 187K doordat het budget per abuis bij de halfjaarrapportage opgenomen is in het programma Bouw. Het budget was reeds opgenomen bij het programma Randvoorwaardelijk. 109K lagere capaciteitskosten Bodem door vacatureruimte. 390K hogere inhuurkosten en materiele kosten 167K Milieu/BRZO in het kader van de uitvoering van de UVO. 196K hogere inhuurkosten Randvoorwaardelijk voor bezwaar- en beroepzaken. Daarnaast is er sprake van 61K hogere personele kosten die gedekt worden uit het programma Milieu/Brzo. 176K hogere kosten waaronder voor tijdelijk extra capaciteitsinzet op cruciale functies bij accountmanagement. 145K hogere kosten bedrijfsvoering, waaronder 501K lagere kosten als gevolg van corona voor met name opleidingen en woon-werkverkeer. Daarnaast is de post onvoorzien niet gebruikt ad 146K. Tegenover de lagere kosten staan hogere kosten voor inhuur 502K als gevolg van langdurige ziekte en moeilijk vervulbare (management)functies.

Lagere toevoeging aan reserve 31K: Per saldo is er 31K minder toegevoegd aan de reserve persoonlijk ontwikkelbudget. Exclusief deze lagere toevoeging aan de reserve is het resultaat 174K ten opzichte van de begroting. Zie voor meer informatie over de afwijkingen per programma de toelichting in de programmaverantwoording.

33 van 54

Tabel: overzicht baten en lasten per programma Resultaten per programma Primair begroting Primair Primair 2020 begroting begroting lasten 2020 baten 2020 saldo

(bedragen x €1.000) Gewijz. begroting Gewijz. Gewijz. 2020 begroting begroting Realisatie Realisatie lasten 2020 baten 2020 saldo 2020 lasten 2020 baten Realisatie 2020 saldo

Bouw

8.142

-13.292

-5.150

9.241

-13.482

-4.242

9.182

-13.584

-4.402

Bodem

4.392

-6.567

-2.175

4.699

-7.395

-2.696

4.590

-7.215

-2.626

Milieu / BRZO

15.264

-22.616

-7.352

16.458

-23.758

-7.300

17.015

-24.449

-7.434

Randvoorwaardelijk

4.635

-6.100

-1.465

5.623

-6.435

-812

6.057

-6.675

-618

Bedrijfsvoering:

16.193

-

16.193

15.091

-111

14.980

14.946

-109

14.837

- Kosten overhead

16.067

-

16.067

14.965

-

14.965

14.946

-

14.946

- Onvoorzien

126

-

126

126

-

126

-23

-

-23

- Venootschapsbelasting

-

-

-

-

-

-

-

-

-69

51.789

-52.033

-243

49

Saldo voor mutaties reserves

-

48.626

-48.575

51

51.112

-51.181

Mutaties reserves

-

-51

-51

110

-30

80

79

-30

Toevoegingen

-

-

-

110

-

110

79

-

79

Onttrekkingen

-

-51

-51

-

-30

-30

-

-30

-30

48.626

-48.626

51.222

-51.211

11

51.868

-52.063

-194

Saldo na mutaties reserves

-

(-/- = voordeel, + = nadeel)

4.2 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Deze voorschriften zijn verder uitgewerkt in de financiële verordening van de OD NZKG.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde. Voor zover het BBV niet anders voorschrijft, zijn de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. ACTIVA Vaste activa

Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs en worden lineair afgeschreven in vijf jaar.

Materiële vaste activa met economisch nut De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs en worden lineair afgeschreven.

34 van 54

15 jaar:

technische installaties in bedrijfsgebouwen

10 jaar:

veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen en kantoormeubilair

3 tot 5 jaar:

software, automatiseringsapparatuur, telefooninstallaties

1 tot 10 jaar:

verbouwingen, termijn afhankelijk van looptijd huurcontract, inclusief optietermijn verlenging

Afschrijving start op jaarbasis in het jaar nadat de investering gereed is gekomen of is verworven. Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 25K per stuk hoeven niet te worden geactiveerd. Deze activa worden in het jaar van aanschaf ten laste van de exploitatie gebracht.

Vlottende activa

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Aangezien de debiteuren alleen publieke en geen private partijen zijn, is de kans op oninbaarheid klein. Er is dan ook geen voorziening dubieuze debiteuren gevormd. De uitzettingen omvat ook het rekeningcourantsaldo in de schatkist bij het ministerie van Financiën.

Liquide middelen De liquide middelen zijn tegen de nominale waarde opgenomen.

Overlopende activa Dit zijn de transitoria tegen nominale waarde waarmee lasten en baten in het juiste jaar worden verantwoord. PASSIVA Vaste passiva

Algemene reserve De algemene reserve wordt gebruikt voor de vorming van een weerstandsvermogen om risico’s op te kunnen vangen.

Bestemmingsreserve Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan het Algemeen bestuur een bepaalde bestemming heeft gegeven.

Gerealiseerd resultaat Het gerealiseerde rekeningresultaat is het resultaat in het boekjaar. Dit wordt ter bestemming voorgelegd aan het algemeen bestuur.

Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting of het voorzienbare verlies.

Vaste schulden Langlopende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. Deze schulden hebben een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer. Vlottende passiva

35 van 54

Netto-vlottende schulden De netto-vlottende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde en hebben een looptijd van minder dan 1 jaar.

Overlopende passiva Dit zijn de transitoria tegen nominale waarde waarmee lasten en baten in het juiste jaar worden verantwoord.

4.3 Toelichting baten en lasten In deze paragraaf staat een toelichting op de afwijkingen tussen de begroting en realisatie in 2020 voor zowel de baten als de lasten. Afwijkingen zijn in ieder geval per programma toegelicht. De richtlijn voor toelichtingen op afwijkingen is gesteld op 100K. Baten

852K voordeel

De baten zijn ten opzichte van de begroting op verschillende onderdelen 852K hoger uitgevallen. Bouw (101K voordeel) De baten zijn 101K hoger doordat de verwachte daling van de omzet bij de halfjaarrapportage voor de outputprodukten minder groot was dan verwacht. Eind 2020 kwamen er alsnog meer vergunningaanvragen binnen. Daarnaast is een hogere omzet gerealiseerd op constructieve veiligheid. Bodem (179K nadeel) Bij de halfjaarrapportage is de begroting naar boven bijgesteld. De verwachte stijging in de UVO blijkt niet geheel gerealiseerd te zijn. Hierdoor is er ten opzichte van de begroting sprake van 179K lagere baten op de output producten waaronder o.a. de waterwet gerelateerde producten. Milieu/BRZO (691K voordeel) De hogere baten hebben met name betrekking op de regie producten ad 596K waaronder BRZO regie en milieu advies. De baten op de output producten zijn 120K lager dan begroot. Daarnaast zij er hogere opbrengsten dan begroot voor de doorbelasting van de gerealiseerde materiele kosten voor luchtmeetnetten aan een opdrachtgever ad 241K. Overig posten 26K. Randvoorwaardelijk (240K voordeel) De hogere baten 240K is op de post Randvoorwaardelijk als gevolg van een extra afrekening voor uitgevoerde werkzaamheden voor Label C (79K) en een aantal complexe dossiers die leiden tot een toename van het regieproduct voor bezwaar- en beroepszaken (161K). Overige baten (1K nadeel)

Lasten

677k nadeel

Ten opzichte van de begroting zijn de lasten 677K hoger uitgevallen. Bouw (59K voordeel) Het benodigde budget voor de lasten is bij de halfjaarrapportage te hoog ingeschat. Het materiele budget voor WABO publicaties is per abuis zowel bij Bouw als bij Randvoorwaardelijk opgenomen. Gecorrigeerd voor het te

36 van 54

hoge budget zijn de lasten 128K hoger. De hogere lasten hebben betrekking op inhuur voor de hogere inzet en productie op bouwtoezicht. Bodem (109K voordeel) De lasten voor bodem zijn lager dan begroot (109K) door incidenteel lagere capaciteitslasten. Milieu en BRZO (557K nadeel) Hogere inhuurkosten (390K) met name voor mileu en industrie. Hogere materiele kosten (167K), welke voornamelijk veroorzaakt wordt een toegenomen vraag op VTH thema’s waar uitbesteed werk voor nodig is geweest. Tevens is er ook sprake van een deel materieel budget wat bij programma Bouw begroot is, maar waar programma Milieu & Brzo de kosten draagt. Randvoorwaardelijk (433K nadeel) De lasten zijn 433K hoger dan begroot. Enerzijds door hogere personeelskosten (237K) waarvan 61K hogere kosten die gedekt worden uit het programma Milieu/BRZO. 160K hogere kosten voor tijdelijk extra capaciteitsinzet op cruciale functies bij accountmanagement en overig 16K. Anderzijds per saldo hogere juridische inhuurkosten (196K). Bedrijfsvoering (145K voordeel)

Opleidingskosten (146K voordeel) Als gevolg van corona zijn diverse opleidingen niet doorgegaan. Per saldo zijn daardoor de opleidingskosten 146K lager dan begroot.

Woon-werkverkeer (335k voordeel) Door het thuiswerken als gevolg van de landelijke corona maatregelen zijn de kosten voor woon-werkverkeer 335K lager dan begroot.

Post onvoorzien (146K voordeel) De post onvoorzien is niet benut in 2020.

Inhuurkosten (505K nadeel) De inhuurkosten zijn per saldo 502K hoger door inhuur i.v.m. langdurig zieken en tijdelijk inhuren voor moeilijk in te vullen van o.a. managementfuncties. Overig 3K.

Overig (23K voordeel) Lagere toevoeging reserve (31K voordeel) Per saldo is er 31K minder dan begroot toegevoegd aan de reserve persoonlijk ontwikkelbudget. De inzet van het budget was iets hogere dan begroot waardoor er minder toegevoegd hoeft te worden aan de reserve.

37 van 54

Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten

(Bedragen x € 1.000)

Baten: Onttrekking WW & Reintegratie

5

Onttrekking reserve Omgevingswet

25

Vrijval voorziening Personeel

76

Totaal baten:

106

Lasten: Kosten Reintegratie Kosten Omgevingswet

33 13

Toevoeging voorziening Gekocht verlof

160

Toevoeging reserve POB

79

Totaal lasten:

285

Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Er zijn geen structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Informatie Wet normering bezoldiging topfunctionarissen Op grond van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) moeten we in het financieel verslaggevingsdocument verschillende gegevens van topfunctionarissen en niettopfunctionarissen publiceren, als de maximale bezoldiging wordt overschreden. Dit geldt ook voor (eventueel onbezoldigde) bestuursleden.

Topfunctionarissen In 2020 is er één functionaris die valt onder de WNT. Dit betreft de functie van algemeen directeur, die gedurende het gehele jaar is vervuld door mw. E.M.J. Meijers. De gegevens staan in onderstaande tabel. De bezoldiging is lager dan de vastgestelde norm 2020 van 201K. De norm 2019 was 194K.

Tabel: inkomens topfunctionarissen Naam

Mw E.M.J. Meijers

Functie

Algemeen directeur

Duur dienstverband in 2020

01.01 - 31-12

Omvang dienstverband (fte)

1

Gewezen topfunctionaris

Nee

Dienstbetrekking

Ja

Bezoldiging Beloning

€

Belastbare onkostenvergoeding

€

37

Beloning betaalbaar op termijn (aanspraken)

€

-7.381

Totale bezoldiging

€

137.616

38 van 54

144.960

Naam

Mw E.M.J. Meijers

Functie

Algemeen directeur

Duur dienstverband in 2019

01.01 - 31-12

Omvang dienstverband (fte)

1

Gewezen topfunctionaris

Nee

Dienstbetrekking

Ja

Bezoldiging Beloning

€

113.572

Belastbare onkostenvergoeding

€

53

Beloning betaalbaar op termijn (aanspraken)

€

19.922

Totale bezoldiging

€

133.547

Niet-topfunctionarissen De OD NZKG had in 2020 geen niet-topfunctionarissen in dienst van wie de bezoldiging het maximum heeft overschreden.

Bestuursleden De leden van het algemeen bestuur van de OD NZKG zijn onbezoldigd. Uit hoofde van hun functie als bestuurder bij deelnemende gemeenten/provincie zijn zij lid van het AB. Naam Marianne Schuurmans-Wijdeven Jurgen Nobel Hans Krieger Jeroen Olthof Edward Stigter Wilma Alink Herbert Raat Victor Everhardt Marieke van Doorninck Joyce Langenacker Erik Boog Pieter Heiliegers Emmy Meijers

Functie burgemeester gemeente Haarlemmermeer (voorzitter) wethouder gemeente Haarlemmermeer wethouder gemeente Zaanstad (vice voorzitter) gedeputeerde provincie Noord-Holland gedeputeerde provincie Noord-Holland wethouder gemeente Aalsmeer wethouder gemeente Amstelveen wethouder gemeente Amsterdam wethouder gemeente Amsterdam burgemeester gemeente Ouder-Amstel burgemeester gemeente Diemen burgemeester gemeente Uithoorn directeur Omgevingsdienst NZKG (secretaris)

Directie Vanwege het bereiken van de pensioenleeftijd van twee directieleden vinden wisselingen plaats binnen het directieteam. De functie van adjunct-directeur Regulering & Expertise is in 2020 vacant gesteld. Voor deze functie is in het voorjaar van 2020 succesvol geworven. Mevrouw Colinda Geertsma is per 1 mei 2020 in dienst getreden als adjunct-directeur Regulering & Expertise. Zij is in haar nieuwe functie verantwoordelijk voor vergunningverlening, inhoudelijke expertise & advisering. Per 1 maart 2021 zou de functie algemeen directeur vacant komen. De werving voor een nieuwe algemeen directeur is in de zomer 2020 gestart en in december afgerond met de benoeming per 1 maart van Loes de Maat.

39 van 54

4.4 Balans Activa Vaste activa Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Totaal immateriële activa Investeringen met een economisch nut Totaal materiële activa Totaal vaste activa Vlottende activa Omzetbelasting

Totaal vorderingen op openbare lichamen Totaal uitzettingen in ’s Rijks schatkist

(bedragen x € 1.000) 31-12-2020 31-12-2019 0 0

250 250

1.094 1.094 1.094

1.271 1.271 1.521

0

0

0

0

12.515

8.477

Debiteuren

6.714

8.264

Totaal overige vorderingen

6.714

8.264

19.229

16.740

5 5

10 10

Vooruitbetaalde bedragen Nog te ontvangen bedragen Totaal overlopende activa Totaal vlottende activa Totaal activa Passiva Vaste passiva Algemene reserve Bestemmingsreserves Saldo van Rekening Totaal eigen vermogen

330 1.269 1.599 20.832 21.926

227 1.178 1.405 18.155 19.676

-2.018 -1.042 -194 -3.254

-2.018 -993 -429 -3.440

Voorziening personeel Voorziening gekocht verlof Totaal voorzieningen

-6 -1.016 -1.021

-82 -856 -939

Langlopende Lening Totaal vaste schulden Totaal vaste passiva Vlottende passiva Crediteuren Af te dragen loonheffing en premies ABP Omzetbelasting Totaal netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar

0 0 -4.276

0 0 -4.379

-316 -1.983 -1.571 -3.870

-1.944 0 0 -1.944

Nog te betalen bedragen Vooruitontvangen bedragen Totaal overlopende passiva Totaal vlottende passiva Totaal passiva

-1.706 -12.074 -13.781 -17.651 -21.926

-2.015 -11.339 -13.354 -15.298 -19.676

Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar ABN-Amro Totaal liquide middelen

40 van 54

Tabel: Niet uit de balans blijkende verplichtingen Looptijd

(bedragen x € 1.000) Jaarlijkse lasten

Leverancier

Omschrijving

Gemeente Zaanstad

Facilitaire diensten

t/m 31-07-2023

620

Gemeente Zaanstad Leaseplan

Huur pand / parkeerplaatsen Lease auto's

t/m 31-12-2023 t/m 31-12-2023

1.105 230

Reisbalans

Reiskosten openbaar vervoer woon-werkveer

t/m 31-12-2021

250

Comparex

Licenties Microsoft

t/m 01-03-2021

207

Comparex

TM7 CARP-E Anonymizer/Metadata

t/m 01-07-2021

92

Duvak

ICT Support en beheer

t/m 01-07-2021

225

Mozard

Zaaksysteem

t/m 31-12-2021

209

Afas

Fin. En HR systeem

t/m 31-12-2021

114

GGD

Meetnetten NZKG

t/m 31-12-2021

387

ABOVO Common Invent

Publicaties Geur NZKG en amsterdamrijnkanaal

t/m 01-07-2021 t/m 01-05-2021

138 30

Toelichting op de balans Activa Vaste activa

Immateriële vaste activa

0k

In 2015 is de investering van het eigen zaaksysteem afgerond. In 2016 is gestart met afschrijven, de afschrijving zal gedurende vijf jaar plaatsvinden t/m 2020.

Tabel: verloopoverzicht immateriële vaste activa (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Ontwikkelingskosten software

Boekwaarde 31-12-2019

Investeringen / desinvestering Afschrijvingen Rentekosten en 2020 2020 2020

250 250

Afwaardering en 2020

Boekwaarde 31-12-2020

250 -

Materiële vaste activa

250

-0 -

-

-0

1.094k

In 2020 hebben twee investeringen plaatsgevonden in de materiële vaste activa. In begin van het jaar is de interne verhuizing afgerond. Omdat er te weinig werkplekken in het gebouw waren is een herverdeling van de werkplekken geweest met de daarbij mogelijke uitbreiding. De revitalisering is begeleid door een extern bureau, verder zijn er bureaus aangeschaft met de daarbij behorende ICT faciliteiten. De investering bedroeg in 2020 92K. In totaliteit bedraagt de investering van 357k, die in 10 jaar wordt afgeschreven. Na de aanpassingen van de balie en hal is ook de plaza onderhanden genomen en verbouwd. De werkzaamheden zijn begonnen in december 2019 en afgerond in 2020, de investeringskosten t/m 2019 bedragen 176k, in 2020 is nog een investering gedaan van 95k waardoor de totale investering op 271k komt, dit wordt afgeschreven in 10 jaar.

41 van 54

Tabel: verloopoverzicht materiële vaste activa (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Boekwaarde 31-12-2019

Investeringen / desinvestering Afschrijvingen Rentekosten en 2020 2020 2020

Afwaardering en 2020

Boekwaarde 31-12-2020

Gevelaanpassing (tochtsluis) Bedrijfsgebouwen

85 85

-

11 11

-

-

74 74

Installaties (o.a. oplaadpalen) Machines, apparaten en installaties

39 39

-

6 6

-

-

32 32

Inventaris/meubilair Kantoorautomatisering (laptops) Kantoorautomatisering (telefoons/tablets) Werkpleksensoren Aanpassing Plaza + meubilair Aanpassing Revitalisering huisvesting Overige materiële vaste activa

391 127 167 21 176 265 1.147

95 92 186

95 127 83 5 9 27 346

-

-

296 83 16 262 330 987

1.271

186

363

-

-

1.094

-

Vlottende activa

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen

19.229k 0k

Uitzettingen in ’s Rijks schatkist 12.515k De OD NZKG is verplicht de overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist bij het Ministerie van Financiën, genaamd het schatkistbankieren. Per 31 december 2020 bedraagt het uitstaand bedrag € 12.515k. Dit bedrag is toegenomen ten opzichte van 2019 met 4.038k. Dit is veroorzaakt doordat we de ontvangsten van het 1e kwartaal 2021 reeds in december 2020 hebben ontvangen. In 2020 is dit inclusief BTW in rekening gebracht en in 2019 gebeurde dit nog zonder BTW. De afdracht van de BTW is eind januari 2021, het saldo is tijdelijk overgeboekt naar de schatkist. Het saldo van de ABN-AMRO vertoont hierdoor een bedrag van € 5k. Debiteuren Het saldo van de vorderingen per 31-12-2020 bedraagt 6.714k. De debiteuren groter dan 100k zijn: Gemeente Amsterdam 6.303k Provincie Zuid-Holland 187k

6.714k

UVO 1e kwartaal 2021 subsidies IOV 2020

In januari 2020 is reeds 6.504k van deze vorderingen ontvangen.

Liquide middelen

5K

ABN-AMRO Bank 5K Het saldo op de ABN-AMRO rekening per 31 december 2020 is 5k. De ABN-AMRO rekening wordt alleen gebruikt als betaalrekening. Met ingang van 1 januari 2016 mag het saldo van deze rekening niet hoger zijn 0,75 % van de totale begroting (in 2020 een bedrag van € 367k) gemiddeld per kwartaal. Hiervoor vindt “Saldo regulering” plaats via de schatkist rekeningcourant bij het ministerie van Financiën. Het saldo is per 31-12 € 5k omdat de saldoregulering eind december heeft plaatsgevonden (zie vorderingen schatkist).

42 van 54

Overlopende activa

1.599k

Vooruitbetaalde bedragen 330k De facturen die vooruitbetaald zijn hebben betrekking op licentiekosten Oracle. Verder zijn tijdens de migratie van de kantoorautomatisering bij Comparex licenties aangeschaft deze hebben allemaal een looptijd van 12 maanden echter ze beginnen op diversen datums in het jaar (bv. 1 maart en 1 juli). Nog te ontvangen bedragen 1.269k Voor de uitvoeringsovereenkomsten hebben opdrachtgevers voorschotten betaald. Op basis van de realisatie in 2020 is een voorlopige afrekening per opdrachtgever gemaakt. Een deel van de opdrachtgevers ontvangt geld terug, zie daarvoor de balanspost ‘Nog te betalen bedragen’. En een deel moet bij betalen wat in deze balanspost is verantwoord: Provincie Noord-Holland (429k), Gemeente Amsterdam (151k), Gemeente Zaanstad (177k) Gemeente Aalsmeer (7k) en de provincie Utrecht (146k). Daarnaast zijn de nog in rekening te brengen uren van de offertes (118k) en de projecten (149k) voor het 4e kwartaal als nog te ontvangen opgenomen, deze zijn in januari 2021 in rekening gebracht. Aan Rijkswaterstaat moet nog een bedrag (12k) voor een detachering in rekening worden gebracht. Van de Provincie Zuid Holland (26k) en de Provincie Noord-Holland (53K) zijn de subsidies IOV nog te ontvangen. Als laatste is een te verrekenen post (1k) uit de 13e salarisrun op deze rekening geboekt. Passiva Vaste passiva

Eigen vermogen

Reserves Algemene reserve Bestemmingsreserve WW & Reintegratie Bestemmingsreserve Omgevingswet Bestemmingsreserve Wetgevingskalender Bestemmingsreserve Persoonlijk ontwikkelbudget Gerealiseerde resultaat 2019 en 2020 Totaal reserves

3.254k (bedragen x € 1.000) Stand per Toevoegingen Onttrekkingen Stand per 31-12-2019 2020 2020 31-12-2020 2.018 2.018 235 5 230 192 25 167 152 152 415 79 494 429 194 429 194 3.440 273 459 3.254

Tabel: verloopoverzicht eigen vermogen Algemene reserve In 2020 is geen onttrekking en ook geen storting begroot uit de algemene reserve. Per 31 december 2020 is de reserve 2.018k, dit is voldoende om de risico’s af te dekken.

2.018k

WW & re-integratie 230k De reserve WW & re-integratie is bedoeld voor kosten van re-integratie inspanningen. Voor de re-integratie van een medewerker is in 2020 voor een bedrag van 5k kosten gemaakt, deze hebben we onttrokken aan de reserve. Omgevingswet 167k De reserve is ingesteld op de extra kosten die voortvloeien uit de invoering van de Omgevingswet te kunnen dekken. In 2020 is een onttrekking uit de reserve gedaan van 25k om de kosten voor de inhuur van een communicatiemedewerker ten behoeve van de Omgevingswet te kunnen dekken. Het restant van de reserve zal gebruikt worden om de werkzaamheden die gaan plaatsvinden in 2021/2022 te dekken.

Wetgevingskalender

152k

43 van 54

Voor de extra inspanning in het kader van de wetgevingskalender is een reserve beschikbaar van 152k. In 2020 heeft er geen onttrekking aan de reserve plaatsgevonden. De reserve is voor extra implementatiekosten van toekomstige wijzigingen in wetgeving. Persoonlijk ontwikkelbudget 494k Medewerkers hebben recht op een persoonlijk opleidingsbudget dat binnen 5 jaar ingezet kan worden (2018 tot en met 2023). Om de persoonlijke opleidingen te kunnen garanderen (nieuwe cao-verplichting vanaf 2018) is de ruimte in het budget persoonlijke opleidingen toegevoegd aan de reserve. De maximale inzet over totaal 5 jaar kan oplopen tot 1,8 mln. op basis van de huidige formatie. Gerealiseerde resultaat 194k Het gerealiseerde resultaat 2019 ad 429K in conform AB besluit d.d. 3 juli bestemd. Aan de founding fathers is 310K inrichtingskosten terugbetaald en zijn de gemeenten Haarlemmermeer en Uithoorn incidenteel gecompenseerd voor de stijging van het bedrijvenbestand, ad 105K en 14K. Het gerealiseerde saldo van baten en lasten over 2020 betreft een resultaat 2020 van 194k.

Voorzieningen

Voorzieningen Voorziening Personeel Voorziening Restant verlof Totaal voorzieningen

1021k (bedragen x € 1.000) Stand per Toevoegingen Onttrekkingen Stand per 31-12-2019 2020 / vrijval 31-12-2020 2020 82 856 939

160 160

76 76

6 1.016 1.022

Tabel: verloopoverzicht voorzieningen (afrondingsverschil 1k t.o.v. de balans) Voorziening Personeel 6k De OD NZKG is eigenrisicodrager voor WW kosten. In 2020 is voor 76k aan WW kosten gemaakt en ten laste van deze voorziening gebracht. Door een foutieve doorberekening van het UWV, OD belast i.p.v. PNH, komt in 2021 een correctie van 4k. Voor toekomstige jaren is voor een oud medewerkers een verwachte verplichting van 10k. Om deze kosten te dekken is de voorziening op peil. Voorziening Restant verlof 1.016k Deze voorziening is getroffen om capaciteitskosten te compenseren wanneer medewerkers gespaard verlof voor een langere periode in één keer opnemen. Dit heeft te maken met wijzigingen in de cao per 1 januari 2018. Daarin is besloten dat de huidige maximale spaarperiode van vijf jaar vervalt voor (aangekocht) bovenwettelijk verlof en daarmee ongelimiteerd is. In 2020 is het aankopen van verlof toegenomen daarmee is het saldo verlof in 2020 gegroeid. Om toekomstige kosten van langdurig verlof en vervroegd pensioen op te vangen is daarom een toevoeging gedaan van 160k.

Vlottende passiva

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korten dan één jaar

3.870k

Crediteuren

316k

Het saldo van crediteuren bestaat uit facturen die in de laatste week van december zijn ontvangen, deze facturen zijn binnen de termijn van 30 dagen betaald.

Af te dragen loonheffing en premies ABP

1.983k

44 van 54

De loonheffing voor december voor 1.966k is in januari afgedragen aan de Belastingdienst na afronding van de salarisbetalingen voor 2020. In februari 2021 is 13e correctie gedraaid voor de salarissen hier is een loonheffing van 0,5k en een pensioenpremie van 16k uit gekomen, deze worden in februari 2021 afgedragen. Af te dragen omzetbelasting 1.571k Met ingang van 1 januari 2020 wordt de Omgevingsdienst aangemerkt als onderneming voor de Omzetbelasting. Dit betekent dat op alle werkzaamheden de volledige de 21% BTW wordt doorberekent op de facturen. De betaalde BTW op crediteuren facturen wordt in de vooraftrek daarop in mindering gebracht. Per saldo is de berekende afdracht voor het 4e kwartaal 2020 1.571k.

Overlopende passiva

13.781k

Nog te betalen bedragen 1.706k Per balansdatum is een bedrag van 1.706k opgenomen als nog te betalen. Een gedeelte van dit bedrag, namelijk 342k, wordt gevormd door de voorlopige afrekening van de uitvoeringsovereenkomsten over 2020 met opdrachtgevers. De definitieve afrekening zal, na overleg met de opdrachtgevers, in 2021 aan de betreffende opdrachtgevers betaald worden. Het betreft gemeente Haarlemmermeer (252k), gemeente Ouder-Amstel (3k), gemeente Uithoorn (25k), gemeente Aalsmeer (26k), gemeente Amstelveen (12k) gemeente Diemen (15k) en provincie Flevoland (9k). Het restant is in twee posten te splitsen, 821k wordt veroorzaakt door te betalen facturen voor de inhuurkosten van december 2020 welke in rekening wordt gebracht in januari. En 543k bestaat uit facturen voor overige materiele kosten en waarvoor de prestatie reeds in 2020 is geleverd, de grootste facturen hiervan zijn de kosten voor de milieucontroles (117k), de kosten voor de keuringen van de Veiligheidsregio (60k), een reservering voor de kosten van het varend ontgassen (60k), een detachering vanuit Amsterdam hebben we nog geen factuur voor ontvangen (58K) en het restant zijn nog te betalen facturen minder dan 15k.

Vooruitontvangen bedragen 12.074k Het bedrag vooruitontvangen bedragen betreft de bijdragen van de founding fathers voor het eerste kwartaal 2021 voor een totaalbedrag van 12.034k en een vooruitontvangen betaling van het Ministerie I en W voor het varend ontgassen.

45 van 54

Bijlage 1 Overzicht taakvelden per programma (bedragen x € 1.000)

Taakveld, programma, kostensoort Programma Bouw Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Taakveld 8.3 Wonen en bouwen Totaal programma Bouw

Gewijzigde begroting 2020 lasten

4.799 3.977 465 9.241 9.241

Programma Bodem Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Taakveld 7.4 Milieubeheer Totaal programma Bodem

4.437 262 4.699 4.699

Programma Milieu Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Taakveld 7.4 Milieubeheer Totaal programma Milieu / BRZO

11.786 3.292 1.379 16.458 16.458

Programma Randvoorwaardelijk Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Taakveld 7.4 Milieubeheer Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Taakveld 8.3 Wonen en bouwen Totaal programma Randvoorwaardelijk

Realisatie 2020 lasten

-13.482

-13.482 4.799 3.977 465 -4.242 -4.242

4.051 4.884 247 9.182 9.182

-7.395 4.437 262 -2.696 -2.696

3.821 766 3 4.590 4.590

-23.758 11.786 3.292 1.379 -7.300 -7.300

11.914 3.561 1.540 17.015 17.015

-13.482 -13.482

-7.395 -7.395

-23.758

-23.758 -23.758

-4.312 2.966 582 220 3.768 1.461 286 108 1.856 5.623

8.043 1.078 5.846 14.967 124 124 15.091

Saldo voor mutaties reserves

Saldo na mutaties reserves

Gewijzigde begroting 2020 saldo

-7.395

Programma Bedrijfsvoering Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Taakveld 0.4 Overhead Onvoorzien Taakveld 0.8 Overige baten en lasten Taakveld 0.9 Vennootschapsbelasting Totaal programma Bedrijfsvoering

Programma Bedrijfsvoering Taakveld 0.10 Mutaties reserves Totaal programma Bedrijfsvoering

Gewijzigde begroting 2020 baten

-4.312 -2.124

-2.124 -6.435

-111

-4.312 2.966 582 220 -544 -2.124 1.461 286 108 -268 -812

-13.584

-13.584 4.051 4.884 247 -4.402 -4.402

-13.584 -13.584

-7.215 -7.215

-24.449

-24.449 -24.449

-4.472 2.943 881 234 4.058 1.450 434 115 1.999 6.057

-111

6.727 1.584 6.658 14.969 -23 -23 14.946

51.112

-51.181

-69

110 110

-30 -30

51.222

-51.211

46 van 54

Realisatie 2020 saldo

-7.215

-111 8.043 1.078 5.846 14.857 124 124 14.980

-111

Realisatie 2020 baten

-4.472 -2.203

-2.203 -6.675

-109

-7.215 3.821 766 3 -2.626 -2.626

-24.449 11.914 3.561 1.540 -7.434 -7.434

-4.472 2.943 881 234 -414 -2.203 1.450 434 115 -204 -618

-109

-109 6.727 1.584 6.658 14.860 -23 -23 14.837

51.789

-52.033

-243

80 80

79 79

-30 -30

49 49

11

51.868

-52.063

-194

-109

Bijlage 2 Bijdrage per deelnemer (bedragen x € 1.000)

(bedragen x € 1.000)

UVO 2020

Gewijzigde begroting OD NZKG 2020

Realisatie 2020

Afwijking 2020

20.315 15.544 2.679 8.371 249 232 292 191 257 311 916 49.359

19.945 15.672 2.762 8.141 241 241 335 178 249 298 1.108 49.170

20.466 15.973 2.856 8.119 223 220 277 189 232 302 1.062 49.920

521 301 94 -22 -18 -20 -59 11 -17 4 -46 749

Projecten + Offertes Subsidies Externe detachering Overige Onttrekking reserves Overig baten

1.128 514 323 46 30 2.041

1.125 543 358 87 30 2.143

-3 29 35 41 102

Totale baten

51.211

52.063

851

Deelnemer Gemeente Amsterdam Provincie Noord-Holland Gemeente Zaanstad Gemeente Haarlemmermeer Gemeente Aalsmeer Gemeente Amstelveen Gemeente Diemen Gemeente Ouder-Amstel Gemeente Uithoorn Provincie Flevoland Provincie Utrecht

Totaal UVO baten

47 van 54

Bijlage 3 Berekening financiële kengetallen Hieronder volgt de berekening van de financiële kengetallen en toelichting daarop. Zie paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing voor de beoordeling van en toelichting op de kengetallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10293401/1