CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Erasmuspark- en Robert Scottbuurt_Toelichting-gecomprimeerd.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 24 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (ZD2021-013721)28.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Afbeelding: bebouwing met kenmerkende hoogteverschillen in voor- en achterzijde en karakteristieke overkragingen; dakterrassen op de hoeken verstoren dit waardevolle stedenbouwkundige beeld. Op de onderstaande afbeelding is aangegeven bij welke blokken in de Erasmusparkbuurt deze karakteristieke hoogteverschillen zijn en er dus geen dakterrassen op hoeken worden toegestaan.

Gemeente Amsterdam

blz. 90

Bij de overige blokken met kenmerkende hoogteverschillen zijn de koppen veelal anders vormgegeven waarbij het kenmerkende hoogteverschil op de kop niet zichtbaar is. Bij die koppen zijn dakterrassen wel mogelijk. In de bouwblokken aan de Blancefloorstraat tussen huisnummer 12 en 13, de Merlijnstraat tussen huisnummer 9 en 10 en de Lorreinenstraat tussen huisnummer 9 en 10 en een doorsteek gemaakt voor voetgangers. Daardoor is de kenmerkende dakvorm met verspringende dakhoogtes in het midden van het bouwblok zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Omdat de openbare ruimte ter plaatse (de doorsteek voor voetgangers) beperkt van omvang is en er veelal hoogopgaande beplanting en bomen zijn, is het zicht op de karakteristieke zijgevel beperkt. Dit heeft ertoe geleid dat in dit bestemmingsplan dakterrassen op deze hoeken wel toegestaan blijven, met inachtneming van de voorwaarden die in de planregels zijn gesteld (afstand tot de dakrand, etc). Op de luchtfoto is de situatie ter plaatse weergegeven.

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 91

Afbeelding: situatie tussen Blancefloorstraat 12 en 13

Afbeelding: situatie aan de Merlijnstraat / Lorreinenstraat In het langgerekte blok aan de Bos en Lommerweg zijn op twee plekken midden in het blok platte daken aan de straatzijde. Het is om stedenbouwkundige redenen ongewenst om op deze dakvlakken dakterrassen te realiseren omdat hiermee het kenmerkende stedenbouwkundige beeld van de Bos en Lommerweg wordt aangetast. Op de foto is aangegeven om welke daken het gaat.

Gemeente Amsterdam

blz. 92

Voor alle benoemde blokken geldt dat de bestaande gevallen (die rechtmatig zijn gerealiseerd) wel toegestaan blijven, deze worden niet wegbestemd. Bij de overige woningen in de Erasmusparkbuurt blijven dakterrassen toegetaan conform de richtlijnen die met het paraplubestemmingsplan in 2012 zijn vastgelegd en in het voorliggende bestemmingsplan zijn overgenomen. Robert Scottbuurt In de Robert Scottbuurt komen gebouwen met kenmerkende hoogteverschillen zoals hiervoor is aangegeven niet voor. Dakterrassen worden in deze buurt op de woningen toegestaan, waarbij de algemene voorwaarden (alleen op een plat dak, afstand tot de dakrand, etc) in acht moeten worden genomen. Daktoegangsgebouwen en andere opbouwen op het dak In de cultuurhistorische verkenning is aangegeven dat door de open verkaveling alles snel in het zicht is, en dan leidt verscheidenheid tot verrommeling en zelfs verloedering. Het behoud van de kwaliteit van de buurt, vraagt om regelgeving. Opbouwen op het dak zijn niet vergunningsvrij. Ook als het bestemmingsplan deze toestaat zijn deze bouwwerken op grond van het Besluit omgevingsrecht niet vergunningsvrij omdat ze niet vallen onder de categoriën zoals genoemd in bijlage II, artikel 3 van het Besluit omgevingsrecht. Naar aanleiding van de cultuurhistorische verkenning is e.a.a.

beoordeeld en is de planregeling zodanig aangepast dat daktoegangsgebouwen niet zijn toegestaan op hoekpanden waar de kenmerkende hoogteverschillen goed zichtbaar zijn. Daktoegangsgebouwen worden tevens uitsluitend toegestaan op de woningen waarbij het dak niet op een andere wijze bereikbaar is. In geval van gebouwen met verspringende dakhoogtes is het dakvlak bereikbaar vanaf de aangrenzende hoofdbebouwing. Daar mag dan geen daktoegangsgebouw worden gerealiseerd. Op deze wijze worden de kenmerkende hoogteverschillen beschermd. Dakuitbouwen Dakuitbouwen worden naar aanleiding van de cultuurhistorische verkenning niet toegestaan op de bouwblokken die zijn gebouwd conform de "strokenbouw" opzet. Deze panden zijn om die reden bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 93

voorzien van de "specifieke bouwaanduiding - 2" waarmee is geregeld dat dakuitbouwen ter plaatse niet zijn toegestaan. Niet alle blokken van de zogenaamde "strokenbouw" zijn voorzien van deze aanduiding omdat die blokken volledig plat zijn afgedekt zodat daar sowieso geen dakuitbouwen (vergrotingen van de bovenste verdieping) mogelijk zijn. Dakuitbouwen worden, net als dakterrassen, daarnaast ook niet toegestaan op enkele hoekpanden in de Erasmusparkbuurt. Zie het kopje "dakterrassen". Voor het overig gelden de randvoorwaarden die voor dakuitbouwen zijn gesteld. Zie paragraaf 4.2.3 van deze toelichting. Kappen Robert Scottbuurt In de Robert Scottbuurt zijn de zadeldaken beeldbepalend en een belangrijk verbindend element in de buurt. In de cultuurhistorische verkenning is geadviseerd om de minimale nok- en goothoogtes conform oorspronkelijke bebouwing vastleggen. In het geldende bestemmingsplan zijn alle blokken in de Robert Scottbuurt voorzien van één hoogte: de maximale nokhoogte van 17 meter. Er is geen onderscheid gemaakt tussen goot- en nokhoogte. Daarmee is het al die tijd mogelijk geweest om de kappen te vervangen door rechte bouwlagen. Dat is niet gebeurd. Gelet op het advies is in dit voorliggende bestemmingsplan bepaald dat de bestaande goot- en bouwhoogte tevens de maximale is.

Het vervangen van de kap door een rechte bebouwing tot een hoogte van 17 meter is daarmee niet langer mogelijk.

Afbeelding: bouwblokken met schuine daken In het gebied zijn ook enkele 20-40 blokken met specifieke bouwhoogtes en kapvormen, ook die als zodanig vastleggen. Dit advies is overgenomen door in de regels te bepalen dat de huidige goot- en bouwhoogte tevens de maximale is. 9.1.2

Groen en openbare ruimte

Open pleinruimtes Geadviseerd is om de open (plein)ruimtes rond bijzondere gebouwen vrij houden. Dit is gedaan door de bestaande open ruimten rond bijzondere gebouwen een openbare bestemming te geven waarbij alleen ondergeschikte bouwwerken ten behoeve van de bestemming (groen/verkeer/etc) zijn toegestaan. Er

Gemeente Amsterdam

blz. 94

worden geen nieuwe gebouwen toegestaan die de open ruimten kunnen opvullen. Groen Groen is van grote cultuurhistorische waarde als onlosmakelijk onderdeel van de stedenbouw en het ruimtelijke karakter. Dat vraagt daarom om een zorgvuldige verankering in het bestemmingsplan. Dit geldt voor de kenmerkende asymmetrische straatprofielen, en de openbare groenelementen zoals perken en groenstroken die aan de tuinen grenzen. Geadviseerd is om het groen als zodanig te bestemmen en koppelen aan bijvoorbeeld aanlegstelsel waarin cultuurhistorische waarden betrokken zijn. Dit punt is in het bestemmingsplan verwerkt door veel kenmerkend groen, waaronder mede begrepen perken en groenstroken te bestemmen als "Groen". De suggestie om een aanlegvergunningenstelsel op te nemen om daarmee bepaalde werkzaamheden (zoals het planten van bomen) te koppelen aan een omgevingsvergunning is niet overgenomen omdat dit leidt tot onnodige bestuurslast en het groen door toepassing van de bestemming "Groen" al in voldoende mate is beschermd. In de cultuurhistorische verkenning is geadviseerd om beeldbepalende doorlopende bomenstructuur te beschermen en te vesterken door deze te voorzien van een aanlegstelsel waaraan cultuurhistorische waarden gekoppeld zijn. Het bestemmingsplan is echter niet het geëigende middel om bomenstructuren te beschermen, hiervoor is de bomenverordening kader.

Tuinen Tuinen (voor en achter, prive en gemeenschappelijke) leveren visueel een cruciale bijdrage aan de openbare ruimte en het wijkbeeld. Geadviseerd is om regels te stellen aan erfafscheidingen. De tuinen in het plangebied zijn bestemd als "Tuin". In deze tuinen zijn alleen de bouwwerken (inclusief aanbouwen en erfafscheidingen) toegestaan die op grond wettelijke bepalingen uit het Besluit omgevingsrecht al zijn toegestaan zonder omgevingsvergunning. De tuinen dragen ook als aaneengesloten onbebouwde groene massa bij aan de kwaliteit van de wijken en het straatbeeld. Het is daarom wenselijk om het vergroten van woonruimte onder voorwaarden alleen direct aan de achtergevels toe te staan. Bijbouwen niet vergunningsvrij toe staan anders dan binnen de contouren van de oorspronkelijke bergingen. Het bestemmingsplan staat geen bijbehorende bouwwerken of erfafscheidingen toe anders dan op grond wettelijke bepalingen uit het Besluit omgevingsrecht al zijn toegestaan zonder omgevingsvergunning. 9.1.3

Monumenten en orde-gebouwen

Monumenten Cultuurhistorische elementen zoals Rijks- en gemeentelijke monumenten worden deels beschermd door de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de fysieke leefomgeving wordt opgenomen in de nieuwe Omgevingswet en is vooruitlopend op de inwerkingtreding ondergebracht in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven tot de Omgevingswet van kracht is. Op de onderstaande afbeelding is aangegeven welke panden monument zijn (stand van zaken per juni 2018). (bron: http://maps.amsterdam.nl/monumenten/)

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 95

Afbeelding: Rijks- en gemeentelijke monumenten (stand juni 2018) De Rijksmonumenten en de gemeentelijke monumenten zijn in dit bestemmingsplan niet voorzien van een passende aanduiding, omdat de monumenten al op andere wijze worden beschermd. Orde 1 en orde 2 In het plangebied zijn conform de ordekaart van de gemeente Amsterdam een flink aantal panden/blokken en ook bruggen voorzien van een orde-waardering. Zie de ordekaart van Amsterdam. Op de onderstaande afbeelding is de ordekaart weergegeven (stand op 21 juni 2018).

Afbeelding: waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit (bron: www.maps.amsterdam.nl).

Gemeente Amsterdam

blz. 96

Alle orde 1 en 2 panden en objecten, alsmede orde 3 panden aan een hoge stedenbouwkundige zone een cultuurhistorische dubbelbestemming geven waaraan een sloopregeling gekoppeld is die de architectonische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden betrekt. Dit advies is overgenomen door de sloopvergunningenregeling zowel van toepassing te verklaren op orde-1 en orde-2 panden. Dit geldt ook voor orde-3 panden die op de tussenwaarderingskaart C zijn voorzien van een hoge waardering, zijnde 4 of 5 punten. Deze kaarten zijn online te raadplegen: https://maps.amsterdam.nl/ordekaart_aup/. Een screenshot van de kaart is hieronder weergegeven (opnamedatum september 2018).

Afbeeldingl tussenwaarderingskaart C (waardering verkaveling), van https://maps.amsterdam.nl/ordekaart_aup/ Daarbij is niet gekozen voor het instrument dubbelbestemming, maar voor regeling in de planregels met een dynamische verwijzing naar de waarderingskaart, zodat in geval van nieuwe aanwijzingen altijd naar de meest actuele stand van zaken wordt verwezen. Bruggen Bruggen, inclusief toegangen tot Erasmuspark, voor zover niet al een monument, dan met een dubbelbestemming en een daarbij passende sloopregeling met cultuurhistorische afweging opnemen. Conform de "Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit" (zie deze link) van de gemeente Amsterdam zijn drie bruggen in het plangebied aangewezen als orde-1 of orde-2. Deze bruggen zijn in dit bestemmingsplan beschermd door het opnemen van een sloopvergunningenstelsel voor orde-1 en orde-2 bouwwerken waaronder mede begrepen bruggen. Er is niet gekozen voor het instrument dubbelbestemming, maar voor regeling in de planregels met een dynamische verwijzing naar de waarderingskaart, zodat in geval van nieuwe aanwijzingen altijd naar de meest actuele stand van zaken wordt verwezen.

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 97

9.2

Archeologie

Door Bureau Monumenten en Archeologie is een archeologisch bureau onderzoek uitgevoerd (mei 2018). In het onderzoek is geconcludeerd dat verreweg het grootste gedeelte van het plangebied is vrijgesteld van nader archeologisch onderzoek vanwege het ontbreken van een archeologische verwachting. Alleen rond het Wachtersliedplantsoen is er sprake van een archeologische verwachting. Voor de betreffende zones is een dubbelbestemming "Waarde - archeologie" opgenomen, waarbij de in het archeologisch bureau onderzoek verwoorde beleid is vertaald in een planregel.

Voor de verschillende beleidszones is het volgende beleid aangehouden:

Gemeente Amsterdam

blz. 98

Voor het gehele plangebied geldt dat ook in geval geen archeologisch veldonderzoek vereist is en er toch archeologische overblijfselen ouder dan vijftig jaar bij bouwwerkzaamheden aangetroffen worden, deze bij Bureau Monumenten en Archeologie gemeld worden, zodat in overleg met de opdrachtgever maatregelen getroffen worden tot documentatie en berging van de vondsten.

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 99

Hoofdstuk 10 10.1

Externe veiligheid

Inrichtingen

Het ”Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen” (BEVI) is op 27 oktober 2004 in werking getreden.Het besluit legt veiligheidsnormen op aan inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd of opgeslagen (waaronder LPG-tankstations), die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. In het BEVI is bepaald dat bij het opstellen van ruimtelijke plannen, zoals een bestemmingsplan, met zoneringen externe veiligheid rekening gehouden moet worden. Het BEVI is alleen van toepassing op ruimtelijke besluiten indien het plangebied binnen het invloedsgebied van een BEVI-inrichting ligt (art.2, lid 2a). Het invloedsgebied is het gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. Dit houdt in dat onderzocht moet worden of er inrichtingen aanwezig zijn waarvan het invloedsgebied van een ongeval met gevaarlijke stoffen reikt tot in het plangebied. Indien hiervan sprake is zal vastgesteld moeten worden of voor het plan wordt voldaan aan de risiconormen uit het BEVI. Het plangebied van dit bestemmingsplan valt niet binnen het invloedsgebied van een inrichting zoals bedoeld in het BEVI. Nader onderzoek is niet nodig.

10.2

Transport

Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, spoor en water is het "Besluit externe veiligheid transportroutes" kader, dat op 1 april 2015 in werking is getreden. Binnen de zogenaamde basisnetafstand (waar het plaatsgebonden risico maximaal 10-6 per jaar mag zijn) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten worden toestaan. Binnen de basisnetafstand mogen in principe geen nieuwe beperkt kwetsbare objecten worden toegestaan, tenzij hiervoor zwaarwegende redenen zijn. Bij transportroutes die geen onderdeel uitmaken van het basisnet geldt een grenswaarde van PR 10-6 voor kwetsbare objecten en een richtwaarde PR 10-6 voor beperkt kwetsbare objecten. Binnen 200 meter van een transportroute geldt een uitgebreide verantwoordingsplicht voor het groepsrisico, zoals aangegeven in artikel 8 van het Bevt. Binnen het invloedsgebied, maar buiten de 200 meter afstand geldt er een lichte verantwoordingsplicht. Hierbij dient het bevoegd gezag alleen in te gaan op de aspecten rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Het bevoegd gezag kan ook binnen de 200 meter afstand volstaan met een lichte verantwoording in een aantal gevallen, ondermeer indien het groepsrisico kleiner is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde.

Gemeente Amsterdam

blz. 100

Afbeelding: ligging risicozone weg (bron: www.maps.amsterdam.nl) Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt voor een deel binnen de 200 meter zone rond de Rijksweg A10 waar gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het bestemmingsplan staat binnen deze zone geen nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare bestemmingen toe. Uitgangspunt is behoud van de bestaande situatie. Uit onderzoek externe veiligheid dat is gedaan in het kader van het bestemmingsplan Bos en Lommerplein 2013 blijkt dat de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico (10-6) op 0 meter van de snelweg ligt. Het plaatsgebonden risico wordt bij de bestaande woningen daarmee niet overschreden. Er is daarmee geen aanleiding om de bestaande situatie te saneren.

10.3

Buisleidingen

In en rond het plangebied liggen geen buisleidingen die vallen onder de werking van het Besluit externe veiligheid buisleidingen.

10.4

Vuurwerk

In het plangebied zijn geen plekken waar vuurwerk mag worden opgeslagen. In het voorliggende bestemmingsplan is de verkoop van vuurwerk niet toegestaan.

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10779289/1