CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Erasmuspark- en Robert Scottbuurt_Toelichting-gecomprimeerd.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 24 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (ZD2021-013721)28.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

horeca 1, 3 en 4 vestigingen. Met het oog op het woon-en leefklimaat is uitbreiding van horeca in woongebieden niet toegestaan. Wel kan een bestaande horecazaak worden omgebouwd naar een lichtere vorm van horeca, zo kan een café (categorie 3) wel worden omgebouwd naar restaurant (categorie 4). Andersom (van restaurant naar café) kan op basis van de planregels van dit bestemmingsplan niet. Hetzelfde geldt voor fastfood (categorie 1), daar waar horeca categorie 1 is toegestaan, mag ook een restaurant (categorie 4). Andersom is niet mogelijk. Als zich een initiatief hiertoe aandient zal een aparte planologische procedure doorlopen moeten worden waarbij voor het specifieke geval de ruimtelijke impact kan worden onderzocht en een belangenafweging kan worden gemaakt. Coffeeshops Coffeeshops zijn horecazaken waar softdrugs wordt verkocht en verder non-alcoholische dranken worden geschonken. Coffeeshops zijn toegestaan op basis van een gedoogbeschikking die door de

Gemeente Amsterdam

blz. 62

burgemeester van Amsterdam wordt afgegeven en kan worden ingetrokken als daarvoor een aanleiding is. Er zijn in het plangebied geen coffeeshops aanwezig. Toko's en afhaalzaken Afhaalzaken en toko's waar geen gelegenheid wordt geboden om de ter plaatse bereide etenswaren in de zaak zelf op te eten, vallen bestemmingsplantechnisch niet onder de noemer horeca maar onder de noemer detailhandel. Daarmee wordt de lijn van het voorheen vigerende bestemmingsplan voortgezet. 3.5.2

Behoud kleinschalige bedrijvigheid

Beschrijving beleid Op 31 januari 2012 heeft de toenmalige stadsdeelraad van West de beleidsnotitie ‘Ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid in West’ vastgesteld. In het Amsterdams Ondernemingsprogramma (december 2015) heeft de gemeenteraad van Amsterdam dit beleid verlengd totdat er nieuw stedelijk beleid op dit punt wordt vastgesteld. Selectief behoud van kleinschalige bedrijfsruimten is het uitgangspunt. Op de volgende plekken wordt uitgegaan van het behouden van bedrijfsruimten op de begane grond: 1. Bedrijfspanden op zichtlocaties, zijnde: a. hoekpanden; b. langs winkelstraten; c. aan pleinen; d. langs stadsstraten. 2. Buiten deze zichtlocaties wordt ook in geval van een aaneengesloten bedrijfslint uitgegaan van behoud van de bedrijfsfuncties en het instandhouden van het lint. Daar staat tegenover dat behoud van de overige, vaak solitaire, kleinschalige bedrijfsruimten (in woonbuurten) niet langer de prioriteit van het stadsdeel heeft. Te denken valt aan een bedrijfsruimte die niet op een hoek zit, in een woonomgeving, waar geen loop in zit, en ook geen andere bedrijfsmatige activiteiten in de omgeving plaatsvinden. Hier is omzetting naar wonen mogelijk. Vertaling in het bestemmingsplan In het bestemmingsplan is dit vertaald door: a.

de bedrijfsfunctie in de panden langs winkelstraten, stadsstraten, op hoeken (ook in woonbuurten) te beschermen door ter plaatse op de begane grond geen wonen toe te staan, tenzij hiervoor een omgevingsvergunning is verleend; b. panden in woonstraten die onderdeel zijn van een bedrijvenlint en als zodanig aan de buitenkant herkenbaar zijn, te beschermen door ter plaatse op de begane grond geen wonen toe te staan, tenzij hiervoor een omgevingsvergunning is verleend; c. panden die in het voorheen geldende bestemmingsplan waren bestemd ten behoeve van een bedrijf, waar op grond van het beleid bescherming van de bedrijfsfunctie niet nodig is en waar in de huidige situatie ook geen bedrijfsfunctie meer aanwezig is, te bestemmen als Wonen. In het geldende bestemmingsplan was een aantal panden voorzien van de aanduiding "wonen", dit zijn ook hoekpanden en andere panden waar bescherming van de bedrijfsfunctie wenselijk is. Om enerzijds geen planologische rechten weg te nemen en anderzijds de omzetting naar een bedrijfsfunctie niet onmogelijk te maken, zijn deze panden in voorliggend bestemmingsplan voorzien van een gemengde bestemming met een aanduiding "wonen".

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 63

Legale gevallen omzetting bedrijfsruimten naar woningen In de loop der jaren is een aantal bedrijfsfuncties op de begane grond omgezet naar woningen met vergunning. Deze gevallen zijn in dit bestemmingsplan overgenomen door ter plaatse de woonfunctie toe te staan. Illegale situaties In het plangebied is op een aantal plekken in afwijking van het geldende bestemmingsplan een woning gerealiseerd zonder omgevingsvergunning. Het gaat dan bijvoorbeeld om de begane grond van hoekpanden in woonbuurten waar op grond van het vigerende bestemmingsplan uitsluitend een bedrijfsmatige functie op de begane grond is toegestaan, en geen woning. Door het zonder omgevingsvergunning omzetten naar wonen is er sprake van een illegale situatie. Gelet op het hiervoor beschreven beleid is het ongewenst om deze illegale situaties middels dit bestemmingsplan te legaliseren. Voor de betreffende panden is daarom de bestemmmingsplanregeling van het vigerende bestemmingsplan (2008) aangehouden in die zin dat het niet toegestaan is om de functie van de begane grond te wijzigen naar wonen. 3.5.3

Gebiedsplan 2018 Bos en Lommer

Het gebiedsplan voor Bos en Lommer 2018 is op 12 december 2017 vastgesteld door de bestuurscommissie van stadsdeel West. In het gebiedsplan zijn problemen en knelpunten per buurt gedefinieerd en is aangegeven op welke wijze passende maatregelen getroffen kunnen worden. In het gebiedsplan zijn fysieke maatregelen, beheermaatregelen en sociale maatregelen opgenomen om de leefbaarheid in de buurt verder te vergroten. Voor het bestemmingsplan zijn alleen de voorgestelde fysieke maatregelen relevant. Bij de expertmeeting binnentuinen in 2017 is gesproken over mogelijkheden om binnentuinen en daken klimaatbestendiger en groener te maken. Onderzocht is welke maatregelen in het nieuwe bestemmingsplan kunnen worden opgenomen voor het regenbestendig maken van binnentuinen. In dit bestemmingsplan is bij de bouw van nieuwe vergunningplichtige uitbouwen de verplichting opgenomen om een groen dak te realiseren. In het Gebiedsplan zijn enkele projecten genoemd. Hieronder is aangegeven op welke wijze dit is verwerkt in dit bestemmingsplan: 1. Een bewonersgroep heeft een voorstel ingediend voor de herinrichting van de Esmoreitstraat en de Sanderijnstraat.

Met de initiatiefnemers is afgesproken dat er wordt begonnen met een pakket ingrepen die op korte termijn kunnen worden uitgevoerd, en dat voor de meer ingrijpende projecten financiering wordt gezocht via het Meerjaren Investeringsplan Openbare Ruimte van de gemeente Amsterdam. Als de aanvraag wordt gehonoreerd, zullen de plannen in nauw overleg met de bewonersgroep worden uitgewerkt. De ingrepen waarmee we in 2018 beginnen, zijn: de aanleg van geveltuinen, het plaatsen van zes prullenbakken die door de bewoners zelf worden beheerd, het plaatsen van tien regentonnen, het creëren van grofvuilplekken op de kopse kant van de straten, het creëren van meer fietsparkeerruimte. Deze fysieke maatregelen worden in het voorliggende bestemmingsplan mogelijk gemaakt. 2. Samen met de Tijl Uilenspiegelschool en met inspraak van leerlingen, ouders en omwonenden, is het schoolplein heringericht. In overleg met de school en bewoners wordt in 2018 ook het deel tot aan basisschool Al Wafa aangepakt. Zo wordt het plein één geheel. 3. De veiligheid van de fietsoversteekplaats op het kruispunt Jan van Galenstraat-Orteliuskade-Robert Scottstraat wordt verbeterd. In het gebiedsplan de sloop/nieuwbouw van de Fridtjof Nansenhof tevens als concreet project benoemd. Gemeente Amsterdam

blz. 64

Voor deze sloopnieuwbouw is op 8 juni 2017 een bestemmingsplan vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. Aangezien dit bestemmingsplan recent is vastgesteld en er ook geen aanleiding is het bestemmingsplan ter herzien, wordt de Fridtjof Nansenhof buiten de grenzen van voorliggend bestemmingsplan gehouden. 3.5.4

Uitvoeringsvisie ligplaatsen bedrijfsvaartuigen West

Het Algemeen Bestuur (AB) van West heeft op 13 december 2016 de Uitvoeringsvisie ligplaatsen bedrijfsvaartuigen West vastgesteld. In Bos en Lommer is beperkt water aanwezig. De afmeerlocaties van de pleziervaartuigen bevinden zich voornamelijk in de Erasmusgracht, Rijpgracht en Admiralengracht. Alle pleziervaartuigen zijn parallel aan de kademuur afgemeerd. In 2006 is er in Bos en Lommer al een inventarisatie gemaakt naar de mogelijke afmeer locaties voor bedrijfsvaartuigen. De conclusie is dat de beschikbare ruimte schaars is. Erasmusgracht Als mogelijke locatie voor kleinschalige ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen wordt in de Watervisie de Erasmusgracht genoemd. In de ‘Notitie Afmeren pleziervaartuigen’ van Bos en Lommer, vastgesteld in februari 2008 (hierna: Notitie) wordt onder andere de Erasmusgracht genoemd, De zijde aan het Erasmuspark wordt niet gebruikt voor het afmeren van pleziervaartuigen. Dit is echter geen geschikte plek om ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen te faciliteren omdat de oever is gelegen in de Hoofdgroenstructuur. Het zicht op het Erasmuspark en de Erasmusgracht moet behouden blijven omdat het de recreatieve waarde voor de bewoners verhoogt. Het is mogelijk om elders in de Erasmusgracht, enkele plaatsen voor ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen te realiseren. Het moet gaan om een kleinschalig initiatief wat past bij de woonbuurt.

Admiralengracht Het gedeelte van de Admiralengracht wat in Bos en Lommer valt betreft het deel dat uitmondt in de Erasmusgracht. Dit gedeelte is ongeveer 200 meter lang. Er worden alleen pleziervaartuigen afgemeerd aan de zijde van het Joos Banckersplantsoen. Aan de zijde van het Erasmuspark liggen geen pleziervaartuigen afgemeerd. Deze locatie is echter niet geschikt voor pleziervaartuigen omdat het zicht op het Erasmuspark en de Erasmusgracht gewaarborgd moet blijven, vanwege de belangrijke recreatieve waarde voor bewoners. Het stadsdeel staat open voor een locatie voor kleinschalige ligplaatsen in de Admiralengracht. Het initiatief moet passen bij het buurtkarakter. Bij de locatie is het van belang dat deze in nauw overleg met de buurtbewoners tot stand komt.mogelijke locaties voor kleinschalige passagiersvaart. Gelet op het bepaalde in de Uitvoeringsvisie zijn in dit bestemmingsplan nog geen ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen toegestaan. Voor eventuele toekomstige ligplaatsen zal een aparte planologische procedure doorlopen moeten worden.

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 65

Hoofdstuk 4 4.1

Het ruimtelijk kader

Ruimtelijk-functionele aspecten

Uitgangspunt in voorliggend bestemmingsplan is het behouden van de bestaande functionele hoofdstructuur van de buurt, die bestaat uit woonstraten waar sprake is van enige functiemenging, stadsstraten met voornamelijk economische functies in de plint en structurerende elementen zoals de Erasmusgracht, het Erasmuspark en de Admiralengracht. 4.1.1

Winkelgebied

Conform het beleid van de gemeente Amsterdam is het beleid voor winkelstraten erop gericht om de bestaande winkelconcentratiegebieden te behouden. In het voorliggend bestemmingsplan behoort alleen de Bos en Lommerweg tot het kernwinkelgebied.

Afbeelding: winkelstrip aan de Bos en Lommerweg, met op de afbeelding een vestiging van de Openbare Bibliotheek Amsterdam In het bestemmingsplan is dit vertaald door de betreffende panden te bestemmen als "Gemengd - 1". Winkels, consumentverzorgende dienstverlening (zoals kappers en schoonheidssalons) en publieksgerichte zakelijke dienstverlening (zoals banken, uitzendbureaus) zijn in deze gebieden in alle panden op de begane grond toegestaan. Maatschappelijke dienstverlening (medische voorzieningen, onderwijs, kerken overheidsinstellingen, etc) hebben niet op voorhand een toegevoegde waarde voor het winkelgebied en voor deze functie zijn alleen de bestaande vestigingen toegestaan. Hetzelfde geldt voor zakelijke dienstverlening / kantoor (zonder baliefunctie) en bedrijven. Horeca kan voor het winkelgebied een toegevoegde waarde hebben, mits er niet zodanig veel horeca komt dat de winkelfunctie wordt verdrongen. Om die reden is in dit bestemmingsplan de horeca op de huidige locatie vastgelegd waarbij in beperkte mate een wisseling van soort horeca mogelijk is. Daarnaast is het mogelijk om in de winkel een beperkt deel van de winkel (20% tot maximaal 20 m2 bvo) aan te wenden voor ondersteunende horeca. Dit mag geen zelfstandige horeca betreffen, maar moet onderdeel zijn van de winkel.

Conform het horecabeleid uit 2011 is een beperkte uitbreiding van horeca mogelijk aan de winkelstraten, hiervoor zal per concrete aanvraag een aparte afweging moeten worden gemaakt en planologische procedure moeten worden dooropen. Zie voor een uitgebreidere beschrijving van dit beleid paragraaf 3.5.1.

Gemeente Amsterdam

blz. 66

4.1.2

Aanloopgebied

Conform de visie van de gemeente Amsterdam zoals verwoord in de Structuurvisie wordt voor een aantal straten gestreefd naar een versterking van de economische functies in het kader van de "uitrol" van het centrum. Langs deze stadsstraten zijn in dit bestemmingsplan detailhandel en winkelondersteunende voorzieningen in alle panden op de begane grond toegestaan. Het gaat in de Erasmuspark- en Robert Scottbuurt om de noordzijde van de Jan van Galenstraat. In het bestemmingsplan zijn de panden met een bedrijfsfunctie op de begane grond langs deze straat bestemd als Gemengd - 2. Op grond van de planregels zijn zowel winkels als diverse soorten dienstverlening (consumentverzorgend, zakelijk, maatschappelijk) en kantoren en bedrijven mogelijk. Winkels en winkelondersteunende functies waren in deze (delen van) straten op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan overigens al toegestaan. 4.1.3

Overige stadsstraten

De Hoofdweg heeft aan weerszijden van de straat enig mate van functiemenging op de begane grond. Een deel van de panden heeft daarbij een woonfunctie op de begane grond en een deel van de panden heeft een niet-woonfunctie op de begane grond. Gelet op de ligging aan de stadsstraat en het gewenste behoud van bedrijfsruimten zijn de huidige panden met een bedrijfsfunctie op de begane grond bestemd als Gemengd - 2. Naast kantoren, maatschappelijke, consumentverzorgende en publieksgerichte zakelijke dienstverlening en bedrijven zijn langs deze stadsstraat ook winkels toegestaan op de begane grond. 4.1.4

Beleid ten aanzien van specifieke functies

4.1.4.1 Supermarkten Supermarkten zijn in dit bestemmingsplan gedefinieerd als "een vorm van detailhandel waar in overwegende mate levensmiddelen worden verkocht waarbij de winkel een bruto vloeroppervlakte heeft van minimaal 500 m2." De ruimtelijke impact van supermarkten kan groot zijn door de grote verkeersaantrekkende werking, de grote parkeervraag (auto en fiets) en de ruimtelijke inpassing van laden en lossen. Gelet op het karakter van het gebied (grootstedelijk gebied met gemengd wonen-werken in hoge dichtheden) is het ongewenst om nieuwe supermarkten als recht toe te staan in winkelstraten en aanloopgebieden. Om die reden is de huidige supermarkt aan de Bos en Lommerweg in het bestemmingsplan opgenomen door middel van een aanduiding op de planverbeelding. Het maximum oppervlakte (BVO) per supermarkt bedraagt 1.000 m2. Nieuwe supermarkten kunnen hierdoor pas worden gerealiseerd als hiervoor een planologische procedure wordt doorlopen. In dat kader zal een afweging worden gemaakt of de supermarkt op de betreffende locatie ruimtelijk inpasbaar is. Daarbij zullen in ieder geval de hierboven beschreven verkeersaspecten worden betrokken in de afweging. 4.1.4.2 Evenementen Overeenkomst het stedelijk evenementenbeleid (zie paragraaf 3.4.10) is voor de verschillende evenemententerreinen in de stad een locatieprofiel vastgesteld.

In de Erasmuspark- en Robert Scottbuurt gaat het uitsluitend om het Erasmuspark. Op 11 oktober 2016 heeft het Algemeen Bestuur van stadsdeel West ingestemd met het locatieprofiel. In het locatieprofiel is het Eramuspark als volgt omschreven: "Het Erasmuspark is een stadspark en ligt in Bos en Lommer en grenst ook aan De Baarsjes. Het Erasmuspark ligt aan de Jan van Galenstraat, bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 67

tussen de Admiralengracht en de Mercatorstraat. Aan een aantal kanten van het park zijn er woningen. Er zijn wandelpaden, een voetbalveld en een speeltuin. In het park is er één horecavoorziening (Terrasmus). Het park bestaat grotendeels uit grasvelden en voor een klein deel uit asfalt voor de wandelpaden. Het Erasmuspark is een locatie waar het stadsdeel actief een culturele programmering bevordert, gericht op de buurt en op gezinnen. Evenementen zijn mogelijk in verschillende delen van het park, zoals het grote veld, in het Eikenbosje en bij Terrasmus. In alle gevallen neemt het evenemententerrein minder dan 25% van het totale park in". De soorten evenementen die in het park worden toegelaten zijn activiteiten voor de cultureel diverse buurt, met een accent op familieactiviteiten en talentontwikkeling, zoals kindervoorstellingen, concerten met muziek uit verschillende werelddelen, dans- en theatervoorstellingen voor families en evenementen met een culinair tintje. De evenementen richten zich hoofdzakelijk op de buurt en gezinnen. Het maximum aantal evenementen per jaar bedraagt: a. groot (meer dan 2000 bezoekers): geen b. middelgroot (500-2000 bezoekers): max. 6 evenementen + max. 2000 bezoekers tegelijk, maximaal drie dagen en geluidsnormen 67 dB(A) en 77 dB(C) aan de gevel c. Klein (minder dan 500): max. 8 evenementen + max.

500 bezoekers, maximaal twee dagen en 67 dB(A) en 77 dB(C) aan de gevel d. In totaal maximaal 30 evenementdagen. Daarnaast gelden de volgende uitgangspunten a. Maximum duur van op- en afbouwen: één dag opbouwen en één dag afbouwen. b. Alle evenementen moeten openbaar toegankelijk zijn. c. Geluidsnormen: versterkte muziek is mogelijk, vooral overdag. In het voorliggend bestemmingsplan is het Erasmuspork, het gedeelte binnen de waterpartij die rond het park ligt, voorzien van een aanduiding "evenemententerrein". In de planregels is bepaald dat het aantal en soort evenementen is toegestaan dat in het locatieprofiel is vastgelegd. 4.1.4.3 Horeca Conform de horecanota zijn in Erasmuspark- en Robert Scottbuurt geen horecaconcentratiegebieden. Voor de winkelstraten zoals de Bos en Lommerweg geldt als uitgangspunt dat de winkelfunctie wordt beschermd en de horeca alleen op de bestaande locaties wordt toegestaan. Uitbreiding van het aantal vestigingen is niet mogelijk. Hetzelfde uitgangspunt geldt voor de woongebieden waar een uitbreiding van horeca vanwege het te beschermen woon- en leefklimaat niet zondermeer gewenst is. Als zich een initiatief voor een nieuwe horecazaak aandient zal een aparte planologische procedure doorlopen moeten worden waarbij voor het specifieke geval de ruimtelijke impact kan worden onderzocht en een belangenafweging kan worden gemaakt.

Binnen een winkel kan een beperkt gedeelte van de winkel worden gebruikt voor ondergeschikte horeca (20% tot een maximum van 20 m2). Ook is het mogelijk om een bestaande horecazaak om te bouwen naar een lichtere vorm van horeca, zo kan een café (categorie 3) of fastfoodzaak (categorie 1) wel worden omgebouwd naar restaurant (categorie 4). Andersom (van restaurant naar café of fastfood) kan op basis van de planregels van dit bestemmingsplan niet. Conform het horecabeleid is in het bestemmingsplan de volgende horeca indeling aangehouden: horeca van categorie 1: Fastfood (cafetaria, snackbar, automatiek loketverkoop, shoarmazaak en Gemeente Amsterdam

blz. 68

naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven) horeca van categorie 2: Nachtzaak (dancing/discotheek, zaalaccommodatie, nachtcafé, sociëteit, (dans)club en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven; horeca van categorie 3: Café (café, bar, cocktailclub en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven) horeca van categorie 4: Restaurant (restaurant, lunchroom, koffie-/theehuis, ijssalon, juicebar en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven) horeca van categorie 5: Hotel (hotel, motel, jeugdherberg en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven, alsmede het bieden van vergaderaccommodatie). In het geldende bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt was in de gemengde bestemmingen een maximum gezamenlijk aantal horecazaken mogelijk gemaakt voor de verschillende horeca categoriën. Deze planregeling is in het voorliggende bestemmingsplan aangepast in de zin dat de bestaande (conform vergunning) gerealiseerde horecazaken op de planverbeelding zijn aangeduid met een aanduiding die aangeeft welke horecacategorie het betreft. Uitbreiding van het huidige aantal horecazaken is daarmee niet zondermeer toegestaan, althans niet als recht. Dit betekent niet dat er geen enkele horecazaak meer bij kan komen.

Voor nieuwe initiatieven moet een aparte planologische procedure worden gevolgd, waarbij per geval kan worden beoordeeld of de betreffende horecazaak gelet op de ligging in de omgeving en de kenmerken van de horecazaak ruimtelijk inpasbaar is. Op deze wijze kan in voldoende mate rekening worden gehouden met het behouden van een goed woon- en leefklimaat. 4.1.4.4 Kinderopvangvoorzieningen Kinderopvangvoorzieningen zijn een gewenste functie in een woongebied. Gelet op het geluid dat kinderen produceren en de (mogelijke) overlast die daaruit voortvloeit is het onbeperkt toestaan van kinderopvangvoorzieningen niet wenselijk. De bestemmingsplanregeling van de voorheen vigerende bestemmingsplannen is met het paraplubestemmingsplan (Paraplubestemmingsplan Stadsdeel West, Amsterdam deel 1 (2012)) gewijzigd, waarbij per bouwblok maximaal één kinderopvangvoorziening wordt toegestaan. Bestaande gevallen waarbij er 2 of meer kinderopvangvoorzieningen zijn gerealiseerd worden gerespecteerd. Daartoe is in het bestemmingsplan een definitie toegevoegd van een bouwblok. Kinderopvangvoorzieningen zijn toegestaan in gebouwen met een maatschappelijke bestemming zonder beperking in vestigingsgrootte. In andere bestemmingen waar maatschappelijke voorzieningen mogelijk zijn, is het maximum oppervlakte per vestiging beperkt tot 250 m2.

De regeling uit het paraplubestemmingsplan is daarmee ongewijzigd overgenomen in dit nieuwe bestemmingsplan. Kinderopvangvoorzieningen worden niet toegestaan in panden met de bestemming Gemengd - 1 omdat voor deze straten (Bos & Lommerweg) zoveel mogelijk ruimte wordt gegeven aan de winkelfunctie. 4.1.4.5 Sportscholen, fitness De afgelopen jaren schieten commerciële fitnesscentra met toestellen in Amsterdam als paddestoelen uit de grond. Een sportschool/fitness is een commerciële sportvoorziening die in dit bestemmingsplan niet valt onder de noemer "maatschappelijke voorzieningen". Sportscholen kunnen gelet op de verkeersaantrekkende werking en de bedrijfsvoering (veelal een workout met muziek) leiden tot overlast voor omwonenden en daarmee een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. Om die reden is in dit bestemmingsplan als uitgangspunt gehanteerd dat alleen de bestaande legaal (conform vergunning) gerealiseerde sportscholen worden toegestaan. Nieuwe vestigingen kunnen alleen met een aparte procedure worden toegestaan, waarbij per geval kan worden afgewogen of de sportschool of fitness op de betreffende locatie ruimtelijke inpasbaar is.

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 69

In het bestemmingsplan is daarom bepaald dat uitsluitend de bestaande rechtmatig gevestigde sportscholen zijn toegestaan. De bestaande sportscholen zijn op de planverbeelding aangeduid. 4.1.4.6 Massagesalons Met de bestuursopdracht "Aanpak massagesalons" (2012) is beoogd de nieuwvestiging van dubieuze massagesalons te voorkomen. Daarnaast worden de bestaande massagesalons aangeschreven en gecontroleerd op illegale praktijken. In de bestemmingsplannen van stadsdeel West zijn massagesalons conform het in 2013 vastgestelde paraplubestemmingsplan (zie Paraplubestemmingsplan verbod massagesalons (2013)) daartoe aangemerkt als verboden gebruik. De uitstraling van massagesalons in West hebben een negatieve uitstraling voor de betreffende winkel- en woonstraten en zijn daarmee van invloed op de openbare ruimte. In het voorliggende bestemmingsplan zijn geen massagesalons gevestigd en ook niet mogelijk gemaakt. 4.1.4.7 Kiosken Het Paraplubestemmingsplan Stadsdeel West, Amsterdam deel 1 (2012) maakte kiosken in de openbare ruimte mogelijk. Na de vaststelling van het paraplubestemmingsplan is gebleken dat deze regeling tot ongewenste (bouw)ontwikkelingen heeft geleid. Daarom is in juli 2016 een paraplubestemmingsplan "Kiosken" ter visie gelegd waarin de bouw van kiosken als recht niet langer wordt toegestaan. Alleen de bestaande kiosken worden toegestaan.

Voor nieuwe kiosken zal een aparte planologische procedure moeten worden doorlopen. In voorliggend bestemmingsplan is als uitgangspunt aangehouden dat alleen de bestaande kiosken worden toegestaan. Voor de bestaande kiosken is de maatvoering vastgelegd zoals in het paraplubestemmingsplan is aangegeven: oppervlakte maximaal 15 m2, bouwhoogte maximaal 3 meter. Daarnaast mogen de kiosken uitsluitend worden gebruikt voor de functies die conform het paraplubestemmimngsplan zijn toegestaan: detailhandel en horeca van categorie 4. 4.1.4.8 Woonvormen In dit bestemmingsplan is een definitie voor wonen opgenomen: Een complex van ruimten, bedoeld voor de permanente huisvesting van één huishouden inclusief ruimten ten behoeve van praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis / bedrijf aan huis. Voor specifieke woonvormen zoals short stay, woongroepen en kamergewijze verhuur is in Amsterdam apart beleid ontwikkeld. Voor short stay geldt dat op basis van het overnachtingsbeleid (zie paragraaf 3.4.3) er geen nieuwe vergunningen worden afgegeven. Short stay is daarom niet opgenomen in de begripsbepaling van het begrip woning. Hetzelfde geldt voor woongroepen en kamergewijze verhuur. Voor deze woonvormen is een vergunning op basis van de Huisvestingswet en de gemeentelijke Huisvestingsverordening 2016 nodig.

In het bestemmingsplan dient te worden beoordeeld of het toestaan van deze woonvormen vanuit ruimtelijk oogpunt gewenst is. Hieruit volgt dat de woonvormen op zich niet ongewenst zijn, omdat er sprake blijft van wonen. Door de opzet van een woongroep en kamergewijze verhuur kan er echter sprake zijn van een andere bevolkingssamenstelling dan bij een regulier huishouden. Het karakter van de buurt of straat kan wijzigen als (in theorie) alle woningen zouden worden omgezet naar kamergewijze verhuur of ruimten voor woongroepen. Dit kan ook gevolgen hebben voor de parkeerdruk op straat. Het is om die reden niet gewenst om in dit bestemmingsplan deze en vergelijkbare woonvormen zonder beperking toe te staan. Om die reden zijn deze bijzondere woonvormen opgenomen in de definitie van woning en daarin is bepaald dat alleen de bestaande legale bijzondere woonvormen zijn toegestaan.

Gemeente Amsterdam

blz. 70

Voor elke aanvraag voor een woongroep, kamergewijze verhuur of vergelijkbare woonvormen zal gelet op het voorgaande naast een vergunning op basis van de Huisvestingswet een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan nodig zijn. Hiervoor kan de reguliere (korte) kruimelgevallenprocedure worden gebruikt. Per geval kan dan worden beoordeeld of de woongroep / kamergewijze verhuur of vergelijkbare woonvormen ruimtelijk inpasbaar zijn. Daarbij zal worden getoetst op ruimtelijke aspecten, zoals verkeer en parkeren en aantasting van het woon- en leefklimaat van andere bewoners. 4.1.5

Vestigingsgroottes

Voorheen vigerend bestemmingsplan In het voorheen vigerende bestemmingsplan (Erasmuspark- en Robert Scottbuurt 2008) waren voor de verschillende bestemmingen maximale vestigingsgroottes opgenomen. In de onderstaande tabel is dit weergegeven. Daarbij zijn de bestemmingsnamen van het voorheen geldende bestemmingsplan aangehouden. Daar waar geen metrage is aangegeven, was de betreffende functie niet toegestaan of niet beperkt in omvang. Gemengd I

Gemengd II

Detailhandel

geen max.

250 m 2

Consumentverzorgende dienstverlening

geen max.

250 m 2

Publieksgerichte zakelijke dienstverlening

geen max.

250 m 2

Maatschappelijke dienstverlening

geen max.

250 m 2

Kinderopvangvoorziening

250 m 2

250 m 2

Horeca categorie 1

250 m 2

250 m 2

Horeca categorie 2

-

-

Horeca categorie 3

250 m 2

250 m 2

Horeca categorie 4

250 m 2

250 m 2

Kantoor

-

250 m 2

Bedrijf

-

250 m 2

Panden met de bestemming "Gemengd I" zijn in het voorliggende bestemmingsplan bestemd als "Gemengd-1". Panden met de bestemming "Gemengd II" zijn in dit bestemmingsplan bestemd als Gemengd - 2, Gemengd - 3, afhankelijk van de locatie. Panden langs de stadsstraten Hoofdweg of Jan van Galenstraat zijn bestemd als "Gemengd - 2", panden langs woonstraten zijn bestemd als Gemengd - 3. Voorliggend bestemmingsplan Voor het voorliggende bestemmingsplan zijn ten aanzien van de verschillende functies de volgende uitgangspunten aangehouden.

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 71

Detailhandel Op basis van het voorheen vigerende bestemmingsplan (2008) waren binnen alle panden met de "Gemengd I" winkels met een onbeperkt oppervlakte toegestaan. In de bestemming "Gemengd II" gold voor winkels een maximum vloeroppervlakte van 250 m2. Winkels met een onbeperkte omvang hebben een (potentieel) grote verkeersaantrekkende werking en veel laad- en losbewegingen. Gelet op het karakter van de buurt (grootstedelijk gebied, hoge dichtheden, relatief krap bemeten openbare ruimte) is het toestaan van dergelijke grote winkels (met onbeperkt oppervlakte per vestiging) ongewenst. In het nu voorliggende bestemmingsplan zijn daarom winkels beperkt tot maximaal 350 m2 per vestiging. Grotere winkels die er rechtmatig zijn, mogen blijven. Voor de panden met de bestemming "Gemengd II" uit het voormalige bestemmingsplan is het maximum bruto vloeroppervlakte per vestiging aangehouden: 250 m2. Er is geen aanleiding om de vestigingsgrootte van deze winkels te verruimen. Voor supermarkten is in het voorliggende bestemmingsplan een maximum vestigingsgrootte van 1.000 m2 vastgelegd, waarmee wordt aangesloten op de maximum vestigingsgrootte uit omliggende bestemmingsplan. De bestaande supermarkt aan de Bos en Lommerweg is op de planverbeelding vastgelegd en bij recht toegestaan.

Voor nieuwe supermarkten of nieuwe grotere winkels (groter dan 250/350 m2) moet gelet op de ruimtelijke impact die dergelijke grote winkels hebben heeft (verkeer, laden en lossen, etc) een aparte planologische procedure worden gevolgd. In dat kader kan worden afgewogen of een supermarkt/grote winkel op de betreffende locatie ruimtelijk inpasbaar is. Consumentverzorgende dienstverlening en publieksgerichte zakelijke dienstverlening Deze functies zijn veelal in winkelstraten gevestigd in panden die in dezelfde straat ook door winkels kunnen worden benut. Het ligt daarom voor de hand om voor deze functies een zelfde maximum vestigingsgrootte als voor winkels aan te houden: 350 m2 voor de Bos en Lommerweg en 250 m2 voor de overige straten. Maatschappelijke dienstverlening In het vigerende bestemmingsplan zijn maatschappelijke functies toegestaan tot een maximum vestigingsgrootte van 250 m2 in de bestemming "Gemengd II". Voor de panden met de bestemming "Gemengd I" was het oppervlakte maatschappelijke per vestiging onbegrensd. Met het vaststellen van het paraplubestemmingsplan in 2012 zijn maatschappelijke functies in de vorm kinderopvangvoorzieningen toegestaan tot een maximum van 250 m2 per vestiging, met dien verstande dat er één per bouwblok is toegestaan.

Uitgangspunt voor dit bestemmingsplan is het aanhouden van een maximale vestigingsgrootte uit het vigerende bestemmingsplan, aangevuld met het toevoegen van een vestigingsgrootte voor de Bos en Lommerweg (bestemming Gemengd I). Dat betekent dat voor maatschappelijke dienstverlening de volgende vestigingsgroottes worden aangehouden: 1. kinderopvangvoorzieningen: 250 m2 2. overige maatschappelijke voorzieningen: 250 m2 (alleen in de bestemming Gemengd - 1 is een maximum van 350 m2 aangehouden). Horeca In het voorheen vigerende bestemmingsplan was horeca categorie 1, 3 en 4 toegestaan tot een Gemeente Amsterdam

blz. 72

vestigingsgrootte van 250 m2. Dit maximum is in voorliggend bestemmingsplan overgenomen. Horeca categorie 2 (nachtzaken) zijn in dit plangebied niet toegestaan of met een omgevingsvergunning gerealiseerd. Kantoren In het voorheen vigerende bestemmingsplan zijn kantoren alleen toegestaan in de bestemming Gemengd II, dus buiten het winkelgebied Bos en Lommerweg met een vestigingsgrootte van 250 m2. Dit is overgenomen door kantoren alleen toe te staan in de bestemmingen Gemengd - 2 en Gemengd - 3 tot het maximum bvo per vestiging dat in het geldende bestemmingsplan al was opgenomen: 250 m2. Bedrijven In het voorheen vigerende bestemmingsplan zijn bedrijven alleen toegestaan in de bestemming Gemengd II, dus buiten het winkelgebied Bos en Lommerweg met een vestigingsgrootte van 250 m2. Dit is overgenomen door bedrijven alleen toe te staan in de bestemmingen Gemengd - 2 en Gemengd - 3 tot het maximum bvo per vestiging dat in het geldende bestemmingsplan al was opgenomen: 250 m2. Het gaat hierbij alleen om bedrijven van categorie I en II, dat zijn bedrijven met een beperkte milieuhinder die goed inpasbaar zijn in een gebouw waar ook wordt gewoond. Garagebedrijven zijn conform het voorgaande bestemmingsplan uitgezonderd. Vestigingsgroottes in voorliggend bestemmingsplan Samengevat zijn in voorliggend bestemmingsplan de volgende vestigingsgroottes aangehouden. Gemengd-1

Gemengd-2

Gemengd-3

Detailhandel

350 m 2

250 m 2

-

Supermarkt

1.000 m 2

-

-

Consumentverzorgende dienstverlening

350 m 2

250 m 2

250 m 2

Publieksgerichte zakelijke dienstverlening

350 m 2

250 m 2

250 m 2

Maatschappelijke dienstverlening

350 m 2

250 m 2

250 m 2

Kinderopvangvoorziening

250 m 2

250 m 2

250 m 2

Horeca categorie 1

250 m 2

250 m 2

250 m 2

Horeca categorie 2

-

-

-

Horeca categorie 3

250 m 2

250 m 2

250 m 2

Horeca categorie 4

250 m 2

250 m 2

250 m 2

Kantoor

-

250 m 2

250 m 2

Bedrijf

-

250 m 2

250 m 2

N.B. in deze tabel zijn de vestigingsgroottes opgenomen voor de verschillende functies. Deze tabel dient

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 73

in samenhang met de planregels en planverbeelding te worden gelezen. Zo is niet in alle panden met de bestemming "Gemengd-1" een supermarkt van 1.000 m2 toegestaan. Een supermarkt, maar ook vormen van horeca zijn alleen toegestaan op de plekken waar dit op de planverbeelding is aangegeven.

4.2

Stedenbouwkundige aspecten

4.2.1

Goot- en bouwhoogten

In het geldende bestemmingsplan zijn de gebouwen voorzien van een maximale goot- en bouwhoogte. Deze hoogtes zijn op de planverbeelding aangeduid. Conform het voorheen geldende bestemmingsplan wordt in het nu voorliggende bestemmingsplan uitgegaan van het behouden van deze bestaande gooten bouwhoogte van de verschillende delen van een gebouw. In de planregels is bepaald dat goot- en bouwhoogte die op de planverbeelding is aangegeven, de maximaal toelaatbare hoogte is. Uitgezonderd zijn de afwijkende hoogtes die krachtens een verleende omgevingsvergunning zijn of mogen worden gerealiseerd. 4.2.2

Aanbouwen en uitbouwen

Uitbouwen in achtertuinen - vergunningvrije bijbehorende bouwwerken Uitgangspunt is dat in achtertuinen alleen de bijbehorende bouwwerken (aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen) worden toegestaan die conform het Besluit omgevingsrecht (bor)kunnen worden gebouwd zonder omgevingsvergunning. Uitbouwen achter winkelstraten In het vigerende bestemmingsplan zijn de winkels aan de Bos en Lommerweg aan de achterzijde voorzien van een uitbouw over één laag die tevens een gemengde bestemming heeft en waar een hoogte van 3 meter is aangegeven. Bij vrijwel alle winkels is aan de achterzijde een volledige uitbouw gerealiseerd, sporadisch is nog een tuin aanwezig. In het bestemmingsplan is geregeld dat voor nieuwe niet-vergunningsvrije bouwwerken (die wel op basis van het geldende bestemmingsplan zijn toegestaan) alleen gebouwd mogen worden als deze worden voorzien van een groen dak. Op deze manier kan de hoeveelheid groen in de stad worden vergroot en wordt bijgedragen aan de doelstellingen van het project Amsterdam Rainproof. 4.2.3

Uitbouwen op het dak

Uitgangspunt in het bestemmingsplan dat de maximale bouwhoogte van de te onderscheiden delen van het hoofdgebouw mag worden overschreden voor "uitbouwen". Hierbij gaat het om de bovenste bouwlaag van een hoofdgebouw, dat niet over de volledige diepte is gebouwd. Op basis van de planregels mag deze bovenste bouwlaag worden vergroot waarbij er een aantal randvoorwaarden geldt: a. dakuitbouwen zijn niet toegestaan bij panden die zijn aangewezen als orde-1 of orde-2 pand. Daarbij zijn de ordekaarten van toepassing die op het moment van de aanvraag omgevingsvergunning van toepassing zijn (zie http://maps.amsterdam.nl/ordekaart/); b. dakuitbouwen mogen uitsluitend worden gebruikt ter vergroting van het woonoppervlak, dus niet ter vergroting van andere functies dan wonen; c. een dakuitbouw mag alleen aan de achterzijde van de woning worden gerealiseerd; d. het moet gaan om een éénlaagse uitbouw, met een maximale bouwhoogte die gelijk is aan de bouwhoogte van het direct aangrenzende deel van het gebouw, tot een maximum van 3 meter; e. in geval van een kap aan de straatzijde, moet de uitbouw minimaal 0,5 meter lager zijn dan de

Gemeente Amsterdam

blz. 74

f.

nokhoogte van de aangrenzende kap; de afstand tot de achtergevel moet minimaal gelijk zijn aan de hoogte van de uitbouw, de zogenaamde 45 graden regel. Hiermee wordt een onevenredige beperking van uitzicht en bezonning voorkomen. Daarbij moet worden gemeten vanaf de dakrand.

Dakterrassen op dakuitbouwen zijn toegestaan als dat op basis van de regels (minimale afstand tot gevels etc) is toegestaan. Op de onderstaande afbeeldingen is één en ander uitgewerkt.

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 75

Dakuitbouwen zijn op grond van cultuurhistorische argumenten niet toegestaan op enkele hoekpanden in de Erasmusparkbuurt. Ook worden dakuitbouwen niet toegestaan op enkele blokken die gebouwd zijn in de "strokenbouw". Bij deze woningen is zowel aan de voor- als achterzijde een openbare straat. Het realiseren van een dakuitbouw heeft door de opzet in stroken effect op het stedenbouwkundig beeld vanaf de straat, anders dan bij gesloten bouwblokken. Voor de strokenbouw worden om die redenen dakuitbouwen niet toegestaan. Zie in dat kader paragraaf 9.1.1 van deze toelichting. 4.2.4

Dakterrassen en daktoegangen

Dakterrassen Conform het Paraplubestemmingsplan Stadsdeel West, Amsterdam deel 1 (2012) zijn op woningen dakterrassen toegestaan, onder de volgende voorwaarden: voor dakterrassen minimaal 2,0 meter afstand wordt aangehouden van de dakrand van het platte dak dat grenst aan lager gelegen openbare ruimte en minimaal 1,0 afstand van de dakrand van het platte dak dat grenst aan lager gelegen privé buitenruimten of gemeenschappelijke binnentuinen, met dien verstande dat deze bepaling niet geldt voor aanbouwen, daar zijn dakterrassen tot de dakrand toegestaan; de totale hoogte vanaf het dakvlak tot bovenkant terrasvloer maximaal 50 centimeter bedraagt; de hoogte van de toegangsopbouw niet meer is dan 2,8 meter gemeten vanaf de bestaande dakhoogte; de afstand van de toegangsopbouw tot de dakrand minimaal de hoogte van de toegangsopbouw bedraagt; dakterrassen en toegangsopbouwen niet zijn toegestaan op orde-1 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke (ontwerp)ordekaarten; toegangsopbouwen niet zijn toegestaan op orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke (ontwerp)ordekaarten. De planregeling van het paraplubestemmingsplan (2012) is overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.

Naast dakterrassen op de hoofdgebouwen zijn ook dakterrassen toegestaan op aanen uitbouwen die op grond van het Besluit omgevingsrecht zijn toegestaan zonder omgevingsvergunning. Dakterrassen zijn op grond van cultuurhistorische argumenten niet toegestaan op enkele hoekpanden in de Erasmusparkbuurt. Zie in dat kader paragraaf 9.1.1 van deze toelichting.

Gemeente Amsterdam

blz. 76

Daktoegangen Om het dakterras te bereiken is het mogelijk om een toegangsvoorziening op het dak te maken. Dit kan in de vorm van een opbouw van beperkte omvang (alleen een trappenhuis), of een dakluik. Daktoegangsgebouwen zijn niet toegestaan op orde-1 en orde-2 panden. De maximale omvang van toegangsgebouwen is 6 m2, de maximale bouwhoogte is 2,80. De afstand tot aan de dakrand moet minimaal gelijk zijn aan de hoogte van de opbouw, de zogenaamde 45 graden regel. Dakluiken zijn ook toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 0,50 meter, gemeten vanaf het dak. Een daktoegangsvoorziening is alleen toegestaan als het dakvlak waar het dakterras mogelijk is niet bereikbaar is vanaf de al bestaande bebouwing. Op de afbeelding is dit principe weergegeven.

Daktoegangsgebouwen zijn op grond van cultuurhistorische argumenten niet toegestaan op enkele hoekpanden in de Erasmusparkbuurt. Zie in dat kader paragraaf 9.1.1 van deze toelichting. Dakluiken hebben vrijwel geen invloed op het stedenbouwkundig beeld en zouden dus wel kunnen, waar het niet dat dakterrassen niet zijn toegestaan op deze hoekpanden en dakluiken daarmee de facto ook niet zijn toegestaan. 4.2.5

Kelders

Op basis van het voorheen vigerende bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt was door de formulering "op en onder de in lid 1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de daar beschreven doeleinden" bebouwing zowel bovengronds als ondergronds toegestaan. Aanleiding voor het nader tegen het licht houden van deze regeling is de wateroverlast in sommige delen van West en een toenemend aantal vergunningsaanvragen voor kelders. Deze kelders zijn niet vergunningvrij op basis van het Besluit omgevingsrecht. Er dient dus altijd een omgevingsvergunning voor het bouwen te worden aangevraagd.

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 77

Het is wenselijk om een regeling op te nemen voor ondergrondse gebouwen onder de hoofdbebouwing. Kelders/souterrains onder bijbehorende bouwwerken, zijnde aanbouwen, bijgebouwen en uitbouwen (al dan niet vergunningsvrij) worden niet toegestaan. Met Waternet is overleg gevoerd over de wijze waarop hier een passende regeling kan worden opgenomen, waarbij tevens aandacht is geweest voor de zogenaamde "grondwateraandachtsgebieden". Dit overleg heeft geresulteerd in een planregeling voor nieuwe kelders en souterrains. Zie in dit kader paragraaf 13.3 van de plantoelichting. 4.2.6

Overige uitbreidingen aan gebouwen

Voor overige uitbreidingen aan gebouwen zoals balkons, galerijen, erkers, luifels en andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen zijn de algemene afwijkingsregels (zie Artikel 26 Algemene afwijkingsregels) van toepassing. De bestemmingsgrenzen en/of bouwgrenzen mogen voor dergelijke bouwwerken tot maximaal 2 meter worden overschreden. In de algemene afwijkingsregels zijn daarnaast bepalingen opgenomen om via een afwijking de maximale bouwhoogte te overschrijden voor ondergeschikte bouwdelen, zoals liftopbouwen, dakopbouwen ten behoeve van technische ruimten en schoorstenen.

4.3

Projecten

Het bestemmingsplan is in overwegende mate gericht op beheer. Op enkele plekken in het plangebied zijn initiatieven om bestaande gebouwen te transformeren. Een omgevingsvergunning om te kunnen transformeren of gebouwen uit te breiden kan worden verleend als (a) het bestemmingsplan hiertoe wordt aangepast of (b) er een aparte planologische procedure wordt doorlopen. Bij voorliggend bestemmingsplan is als uitgangspunt aangehouden dat alleen de vergunde initiatieven worden meegenomen in het bestemmingsplan. Dat betekent niet dat andere initiatieven ongewenst zijn, maar daar is dit bestemmingsplan niet het kader voor, hiervoor zal een aparte planologische procedure doorlopen moeten worden.

Gemeente Amsterdam

blz. 78

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 79

Hoofdstuk 5 5.1

MER / MER(beoordelings)plicht

MER beoordelingsplicht

Op 7 juli 2017 is een wetswijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat vanaf 16 mei 2017 een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig is. Dit is een extra stap in de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het nut van deze notitie is dat al in een vroeg stadium beoordeeld wordt of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. De beslissing van het bevoegd gezag of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld, vindt plaats op basis van deze notitie en vindt in een zo'n vroeg mogelijk stadium van besluitvorming plaats. In dit kader vindt ingevolge de gewijzigde wet- en regelgeving het besluit of een milieueffectrapportage moet worden vastgesteld plaats. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: 1. belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; 2. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De diepgang van de vormvrije m.e.r.-beoordeling hangt af van: a. de aard van de voorgenomen activiteit; b. de (gevoeligheid van de) omgeving waarin de activiteit is gesitueerd; c. de maatschappelijke aandacht voor de activiteit;4.

mate van beschikbaarheid van informatie, bijvoorbeeld over de gevoeligheid van gebieden.

5.2

Vormvrije MER-beoordeling

Het bestemmingsplan is gericht op behoud van de bestaande bebouwing en functies. Het bestemmingsplan staat in zeer beperkte mate een functiewijziging van (delen van) panden mogelijk. Dit is geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. en leidt niet tot significante nieuwe emissies of nieuwe verkeersaantrekkende werking. Het bestemmingsplan is getoetst op eventuele effecten op alle relevante milieueffecten. Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu worden niet verwacht. Het bestemmingsplan geeft daarom geen aanleiding tot het uitvoeren van een m.e.r.

Gemeente Amsterdam

blz. 80

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 81

Hoofdstuk 6 6.1

Geluid

Verkeerslawaai

Op grond van de Wet geluidhinder is akoestisch onderzoek verplicht voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen die worden gerealiseerd binnen de geluidzone van wegen die op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder zijn gezoneerd. Dit betreft wegen waar een maximum snelheid van meer dan 30 kilometer per uur geldt. Straten waar een maximum snelheid van 30 kilometer per uur of minder geldt zijn niet gezoneerd. De geluidbelasting ten gevolge van een zoneplichtige weg mag ter plaatse van de gevel van een woonfunctie of andere geluidgevoelige bestemmingen conform artikel 82 van de Wgh ten hoogste 48 dB bedragen (voorkeursgrenswaarde). Indien de geluidbelasting ten gevolge van één van de wegen afzonderlijk hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, kan er een hogere grenswaarde aangevraagd worden per weg. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk. Uitgangspunt is behoud van de bestaande woningen en geluidgevoelige maatschappelijke voorzieningen. De gebouwen waar nu een niet-geluidgevoelige maatschappelijke voorziening is gevestigd (zoals een kerk) zijn in dit bestemmingsplan bestemd als Maatschappelijk - 2, op grond waarvan geluidgevoelige maatschappelijke voorzieningen niet zijn toegestaan. Hierdoor is het niet nodig om akoestisch onderzoek te doen en/of een hogere waarde vast te stellen.

6.2

Industrielawaai

Ten noorden van het plangebied ligt de geluidscontour van het industrieterrein Westpoort. Met de vaststelling van het bestemmingsplan "Aanpassing geluidzone Westpoort en Hoogtij" (2015) is de geluidscontour verkleind. Hierdoor ligt vrijwel het gehele plangebied buiten de geluidscontour. Slechts een kleine strook in het noordoostelijke puntje van het plangebied valt nog binnen de contour. Binnen deze zone is geen geluidsgevoelige bebouwing aanwezig. Op de onderstaande afbeelding is dit weergegeven, waarbij de nieuwe geluidszone rood is aangegeven (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl). De blauwe lijnen geven de grenzen aan van het nieuwe bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt.

Gemeente Amsterdam

blz. 82

Afbeelding: ligging geluidscontour industrielawaai (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Het bestemmingsplan gaat uit van het behouden van de bestaande geluidgevoelige functies (woningen en geluidgevoelige maatschappelijke voorzieningen. Er worden geen nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk gemaakt. Akoestisch onderzoek industrielawaai is daarmee niet nodig voor dit bestemmingsplan.

6.3

Spoorweglawaai

Het plangebied ligt volledig buiten de geluidcontour van spoorwegen. Akoestisch onderzoek is voor dit bestemmingsplan niet nodig. Op de afbeelding is dit weergegeven (bron: Atlas Amsterdam). De blauwe lijnen geven de grenzen aan van het nieuwe bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt.

Afbeelding: ligging geluidscontour spoorweg- en metrolawaai (bron: www.maps.amsterdam.nl)

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 83

Hoofdstuk 7 7.1

Luchtkwaliteit

Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen)

Voor luchtkwaliteit is titel 5.2 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) kader. Daarin is bepaald dat bij het vaststellen van een bestemmingsplan moet worden voldaan aan grenswaarden voor onder andere stikstofdioxide en fijn stof. In het "Besluit niet in betekenende mate bijdragen" is bepaald dat indien een project kan worden beschouwd als "niet in betekenende mate" er geen toetsing aan de grenswaarden hoeft plaats te vinden. Deze grens is in het Besluit gesteld op 3%, wat betekent dat de concentratie stikstofdioxide of fijn stof met maximaal 3% mag toenemen als gevolg van de nieuwe ontwikkelingen die een bestemmingsplan toestaat. Als het meer is dan 3% moet worden getoetst aan de grenswaarden. In de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen" is voor een aantal specifieke projecten een berekening gemaakt bij welk bouwprogramma er nog sprake is van "niet in betekenende mate". Dit is als het project betrekking heeft op maximaal 1.500 woningen of 100.000 m² kantoren (bij één ontsluitingsweg) of een combinatie van beiden. Voor de laatste categorie projecten is in de regeling een verdeelsleutel woningen-kantoren opgenomen. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe woningen, grootschalige kantoorcomplexen of andere nieuwe voorzieningen mogelijk die kunnen leiden tot een substantiële toename van het aantal verkeersbewegingen.

De grenswaarden uit de Wet milieubeheer zullen als gevolg van het vaststellen van dit bestemmingsplan niet worden overschreden.

7.2

Besluit gevoelige bestemmingen

Sinds 15 januari 2009 is het Besluit gevoelige bestemmingen van kracht. Op grond van het Besluit is het niet toegestaan om kwetsbare functies (zoals ziekenhuizen en verzorgingshuizen) te realiseren op minder dan 100 meter van een Rijksweg en op minder dan 50 meter van een provinciale weg, als ter plaatse de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof worden overschreden. Het nu voorliggende bestemmingsplan gaat niet uit van de bouw van nieuwe in het besluit genoemde gevoelige functies, zodat wordt voldaan aan de bepalingen uit het Besluit gevoelige bestemmingen.

7.3

Beleid gemeente Amsterdam

Ten aanzien van gevoelige functies heeft de gemeenteraad van Amsterdam op 17 december 2009 een richtlijn vastgesteld. Daarbij is het uitgangspunt dat binnen de zone van 300 meter gemeten van de rand van een snelweg en 50 meter gemeten van de rand van een provinciale weg, geen gevoelige bestemmingen worden geprojecteerd. Dit is een aanvulling op het landelijke Besluit gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit en geldt los van de vraag of sprake is van een (dreigende) overschrijding. Een tweede uitgangspunt is dat bij stedelijke wegen met meer dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal binnen een afstand van 50 meter gemeten van de rand van de weg geen gevoelige bestemmingen in de eerste lijnsbebouwing worden geprojecteerd. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe gevoelige functies mogelijk langs stedelijke wegen, zodat het bestemmingsplan in overeenstemming is met het beleid.

Gemeente Amsterdam

blz. 84

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 85

Hoofdstuk 8

Bodem

Op grond van de Regeling omgevingsrecht dient bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning een onderzoeksrapport betreffende verontreiniging van de bodem te worden ingediend, dat gebaseerd is op onderzoek dat is uitgevoerd door een persoon of een instelling die daartoe is erkend op grond van het Besluit bodemkwaliteit. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen of bebouwingsmogelijkheden mogelijk, uitgangspunt is het behouden van bestaande bebouwings- en gebruiksmogelijkheden. Er is daardoor geen aanleiding om in het kader van dit bestemmingsplan een bodemonderzoek uit te voeren.

Gemeente Amsterdam

blz. 86

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 87

Hoofdstuk 9 9.1

Cultuurhistorie en archeologie

Cultuurhistorie

Door Monumenten en Archeologie (M&A) van de gemeente Amsterdam is een cultuurhistorische verkenning uitgevoerd. Aan de hand van een beschrijving van het beleidskader een historisch stedenbouwkundige analyse is een advies opgesteld voor het opnemen van regels in het bestemmingsplan ten behoeve van de bescherming van bovengrondse waardevolle cultuurhistorische elementen. Naar aanleiding van de Modernisering van de Monumentenwet en de wijziging van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, d.d.17 juni 2011, staatsblad 5 juli 2011, nr 339) dient per 1 januari 2012 bij het maken van bestemmingsplannen een beschrijving te worden opgenomen “van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden”. In de toelichting van de Bro staat dat dit betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden en daar conclusies aan verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. Dit vermindert de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten omdat aan het belang van de cultuurhistorie dan waarde wordt toegekend via het proces van de ruimtelijke ordening.

Voor Amsterdam komt het verankeren van de cultuurhistorie in het proces van ruimtelijke ordening en transformatieopgaven ook aan bod in de Beleidsnota ‘Ruimte voor Geschiedenis’ (vastgesteld 13 april 2005), ‘Spiegel van de Stad, visie op het erfgoed van Amsterdam’ (vastgesteld 14 november 2011) en in ‘Erfgoed voor de stad, agenda voor het erfgoed in een groeiend Amsterdam’ (vastgesteld 5 juli 2016) . De Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland is een geografische uitwerking van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (besluit d.d.21 juni 2010). De kaart geeft in zijn algemeenheid informatie over landschapstypen, aardkundige waarden, cultuurhistorische objecten/monumenten, archeologische verwachtingen en structuurdragers als militaire structuren en historische dijken. Deze informatiekaart is voor wat betreft bovengrondse cultuurhistorische waarden vooral gericht op gemeenteoverschrijdende zaken. Het is daarom niet gericht op de specifiek Amsterdamse waarden, en het geeft daar dan ook geen beeld van. Voor verschillende onderwerpen zijn aanbevelingen gedaan. In de onderstaande tekst is aangegeven op welke wijze dit is vertaald in voorliggend bestemmingsplan. 9.1.1

Bebouwing Erasmuspark- en Robert Scottbuurt

In de cultuurhistorische verkenning is aangegeven dat zowel in de Erasmusparkbuurt als de Robert Scottbuurt de open verkaveling, bouwhoogtes en roolijnen voor en achter zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Daarnaast zijn de minimum en maximum bouwhoogtes bepaald met afgemeten onderlinge minimale gevelafstanden in verband met de lichttoetreding in woningen. Daarom zijn in de cultuurhistorische verkenning diverse aanbevelingen gedaan. Per onderwerp is aangegeven op welke wijze dit is verwerkt in dit bestemmingsplan. Rooilijnen Geadviseerd is om rooilijnen van de bestaande bebouwing rondom vast te leggen en als bouwvlakte te bestemmen. Bij monumentale/monumentwaardige gebouwen contouren en hoogtes conform bestaande

Gemeente Amsterdam

blz. 88

vastleggen. Dit is gedaan door de bestaande bebouwing te voorzien van een bestemmingsvlak of bouwvlak waarmee de huidige plek is vastgelegd. Installaties op éénlaagse uitbouwen Installaties en dergelijke op de lage daken aan de achterzijde van de winkelstrook aan de Bos en Lommerweg vragen om nadere sturing omdat hier het straatbeeld sterk verloedert. Daarom is geadviseerd om ventilatie- en koelunits, luchtpijpen e.d. niet onder standaard afwijkingsbevoegdheid te laten vallen, maar om hiervoor een maatwerkregeling op te nemen. Hierbij moet een belangenafweging worden gemaakt tussen enerzijds de cultuurhistorische waarden en anderzijds de gebruiksmogelijkheden van de winkelpanden die een belangrijke functie vervullen in de voorzieningenstructuur van de stad. In de algemene afwijkingsregels is bepaald dat dergelijke voorzieningen een maximale hoogte van 1 meter mogen hebben ten opzichte van het dak. Gelet op deze beperkte hoogte, het feit dat het een achterkant betreft en gelet op het belang om de panden te kunnen gebruiken voor diverse stedelijke functies de planregeling op dit punt niet aangepast. Wel wordt naar aanleiding van het advies in de algemene afwijkingsregels bepaald dat de grotere opbouwen (dakopbouwen voor centrale verwarmingsinstallaties etc tot een hoogte van 4 meter) niet zijn toegestaan op éénlaagse uitbouwen.

Uitbouwen in tuinen Uitbouwen in de tuinen hebben door de open strokenbouwopzet een grote impact op het open ruimtelijke weefsel. Daarom is het wenselijk daar aanvullende regels/criteria voor op te nemen die gericht zijn op maat, locatie en manifestatie aan de straatzijde teneinde deze kwaliteit te behouden en versterken. In het advies wordt voorgesteld om het vergunningsvrije bouwen in te perken in dit bestemmingsplan. Hiervoor wordt binnen de gemeente Amsterdam een pilot uitgevoerd in het bestemmingsplan De Pijp. Uitgangspunt is dat eerst de uitkomsten van de pilot in de Pijp worden afgewacht voordat wordt besloten om die regeling ook in andere bestemmingsplannen toe te passen. Daarbij zal ook per gebied worden bepaald of er voldoende aanleiding is om de regeling toe te passen. Voorlopig wordt voor dit bestemmingsplan daarom uitgegaan van het toestaan van vergunningsvrije bouwwerken. Platte daken en overkragende daklijsten In de Erasmusparkbuurt is een eenduidig en (met name over de lange zichtlijnen beeldbepalend) karakter dankzij de platte daken en het motief van de overkragende daklijsten die in de hele buurt voorkomen. De overkragende daklijsten zijn in dit bestemmingsplan toegestaan, net als in het voorgaande bestemmingsplan.

Tot 1 meter zijn deze delen van gebouwen toegestaan als recht, een overschrijding van de bestemmingsgrens met 2 meter is toegestaan met toepassing van een binnenplanse afwijking. Dakterrassen Erasmusparkbuurt In de Cultuurhistorische Verkenning is geadviseerd om regels op te nemen met betrekking tot dakterrassen en (on)zichtbaarheid vanaf openbare ruimte en uniformiteit.

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 89

In het paraplubestemmingsplan uit 2012 zijn al uniforme regels opgenomen voor dakterrassen, onder andere met betrekking tot zichtbaarheid vanaf de openbare weg. Zo moet aan de straatzijde minimaal 2 meter tot aan de dakrand worden aangehouden vanwege de zichtbaarheid. Conform het paraplubestemmingsplan uit 2012 zijn dakterrassen ook toegestaan op de hoekpanden, als er maar wordt voldaan aan de minimale afstanden tot aan de dakrand. Naar aanleiding van de cultuurhistorische verkenning is de planregeling zodanig aangepast dat bij panden op hoeken waarbij er goed zicht is op de karakteristieke gevels met hoogteverschillen geen dakterrassen worden toegestaan. Dit geldt alleen voor de hoeken, op de overige panden in het blok zijn wel dakterrassen toegestaan. De dakterrassen met bijbehorende hekwerken op de hoeken verstoren het waardevolle stedenbouwkundige beeld en zijn daarom voor die hoekpanden niet wenselijk. Bestaande gevallen worden uitgezonderd. Op de foto is aangegeven op welke gevels met kenmerkende hoogteverschillen het gaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10779289/1