CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Duiding maatregelen mini-burgerberaad

Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid 10 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de afronding mini-burgerberaad (ZD2021-017126)10.461 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Duiding van de maatregelen uit het Mini-burgerberaad CONCEPT Voorafgaand Het college is verheugd dat het mini-burgerberaad een set van 26 maatregelen heeft opgeleverd waarvan 21 brede steun onder de deelnemers genieten. Het implementeren van de voorgestelde maatregelen kan een bijdrage leveren aan het verminderen van de CO2-uitstoot van Amsterdam. Het college draagt al deze maatregelen dan ook een warm hart toe. Tegelijkertijd realiseert het zich dat de verdere uitwerking van de meeste maatregelen aan het nieuwe college is. Het college kijkt uit naar de gedachtewisseling over de potentiële maatregelen met de leden van de raad. In dit document leest u de formulering van het idee zoals die in het eindrapport door het miniburgerberaad (MBB) is verwoord, de reactie van Berenschot over de impact die in het eindverslag is opgenomen en de reactie van het college van B&W.

1-

Maatregelen die bijdragen aan de reductie van de directe CO₂-emissie van Amsterdam

Van de 21 maatregelen zijn er 10 die een bijdrage kunnen leveren aan de reductie van CO₂-uitstoot in Amsterdam, en 4 die een invulling zijn van reeds gemaakte plannen in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. Het college wil deze maatregelen, die bijdragen aan het antwoord op de gestelde vraag voor dit mini-burgerberaad, dan ook verder brengen. Dit doet zij door ze op te nemen als nieuwe potentiële maatregelen in de Klimaatrapportage 2022. De maatregelen worden hierbij gemarkeerd zodat ze zowel te volgen zijn voor onze inwoners alsook voor uw raad. Na behandeling van de Klimaatrapportage 2022 in de raad kunnen de maatregelen worden opgenomen in de uitvoering van de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050, zoals we dat doen met alle nieuwe potentiële maatregelen, met in acht name van het eerder vermelde voorbehoud. P2 – Amsterdam kleurt diepgroen. (Diepe geothermie in Amsterdam), potentieel 22 kton CO₂-reductie Idee MBB Binnen de grenzen van groot Amsterdam staan heel veel woningen en ander vastgoed. Hoe ouder deze gebouwen zijn, hoe slechter deze vaak geïsoleerd zijn en hoe groter de uitdaging is om ze te verduurzamen. Aardwarmte biedt dan de ideale oplossing: je maakt de energiebron duurzaam. Op vier kilometer diepte is de aarde ca. 120-130 graden warm.

Deze warmte kan uit de diepte worden opgepompt via een doublet, twee vlak naast elkaar liggende diepboringen; één om warm water omhoog te pompen, de ander om afgekoeld water weer terug te brengen. Door middel van deze aardwarmte (ook wel geo- thermie) kunnen per doublet 7.000 huizen verwarmd worden zonder (geluids-) overlast of landschapsvervuiling voor direct omwonenden. Een doublet wordt gebouwd in een gebied met een oppervlakte van één hectare waarop vervolgens een mooi park aangelegd wordt (zie ook voorstel P1). De gemeente laat momenteel onderzoek uitvoeren naar de bodemgeschiktheid van Amsterdam voor ontwikkeling op de middellange termijn. Het burgerberaad stelt voor dat reeds lopend onderzoek naar geologische verkenningen in Amsterdam door Energie Beheer Nederland (EBN), versneld moet worden en waar mogelijk direct moet worden toegepast. Deze toepassing moet tot stand komen door middel van een nieuw op te richten gemeentelijk energiebedrijf, waarmee bewoners indirect of direct mede-eigenaar kunnen worden van de bron door middel van opties of aandelen in het project. Daarnaast moet de bron aangesloten worden op het bestaande warmtenet of het warmtenet van nieuw aan te leggen woonwijken en bedrijfspanden (zie ook voorstel P4).

Pagina 1 / 28

Impact-analyse Berenschot

Reactie college P2. Amsterdam kleurt diepgroen

Inschatting van de haalbaarheid en betaalbaarheid De maatregel bestaat uit verschillende onderdelen. Ten eerste om het exploratieprogramma voor geothermie te versnellen. Het gaat om het versneld komen tot locaties voor proefboringen en te zorgen dat de randvoorwaarden voor ontwikkeling van geothermiedoubletten gefaciliteerd worden. De gemeente kan enerzijds ondersteunen in zaken als financiering, locatiekeuze en vergunningsprocedures en anderzijds een compleet energiebedrijf oprichten waarin ook de ontwikkeling van de bronnen zelf plaatsvindt.

Het college ervaart dit voorstel als steun van het MBB voor een innovatieve en complexe techniek als geothermie en ziet kansen om deze steun te gebruiken om processen te versnellen.

Er zijn verschillende manieren waarop de gemeente hierin kan participeren of sturing kan geven. De invulling van deze participatie heeft invloed op de kosten voor de gemeente, haar invloed in het project en de bijbehorende (financiële) risico’s. De gemeente kan onderzoeken op welke wijze zij het beste invulling kan geven aan deze rol, met inachtneming van het achterliggende doel: versnellen van het leveren van duurzame geothermische stadswarmte. Tot slot is voorgesteld dat inwoners kunnen participeren in een ‘aandeel’ van het geothermieproject. Wij vinden dit een interessant idee, wat voor cofinanciering en acceptatie kan zorgen. Een geothermiedoublet kent echter een hoog risico tijdens de ontwikkeling en bij succesvolle realisatie een laag risico tijdens de exploitatie. Mogelijk dat gewerkt zou kunnen worden met een vorm van opties: certificaten die bij succesvolle ontwikkeling omgezet worden in aandelen. En bij onsuccesvolle ontwikkeling (een misboring) worden de kosten gerestitueerd aan de kopers.

Er wordt op dit moment onderzoek gedaan om vast te stellen welke potentie er in de Amsterdamse bodem zit. De eerste resultaten zijn eind Q2-2022 bekend. Kansen om te versnellen ziet het college bijvoorbeeld in - Faciliteren van onderzoek naar geothermie door Energie Beheer Nederland - Het aanvragen van een opsporingsvergunning voor geothermie in de regio Amsterdam (reeds aangevraagd) - Op voorhand potentiele locaties voor (proef)boringen in kaart te brengen - Ondersteuning bij benodigde vergunningen en afstemming met omgeving Net als bij windenergie is het een interessante optie om mede-eigenaarschap van geothermiebronnen door bewoners te verkennen. Vanwege benodigd extra onderzoek, wetenschappelijke boringen en vergunningen wordt ook bij een geschikte ondergrond waarschijnlijk niet voor 2028/2029 geothermie gewonnen in Amsterdam.

Wij benadrukken dat we op voorhand niet kunnen zeggen tot hoeveel resultaat dit zal leiden. Met andere woorden, hoeveel succesvolle geothermie doubletten als gevolg van deze inzet extra gerealiseerd zullen worden.

2

P3 – AETF-fonds voor huurwoningen. (Verduurzamingsfonds huurwoningen), potentieel 69 kton CO₂-reductie Idee MBB De gemeente richt een fonds op om verduurzaming van woningen en bedrijfspanden in Amsterdam te stimuleren. De gemeente betaalt alle kosten voor verduurzaming van woningen en bedrijfspanden. Deze lening wordt afgelost met de besparing in energiekosten na de verbouwing. Na de verbouwing verbruikt de woning of het pand minder energie, met als gevolg een lagere energierekening. Toch betaalt de bewoner dezelfde kosten als voor verbouwing voor energieverbruik. Het verschil gaat terug naar de gemeente om de lening af te lossen. Zo komt de kapitaalinjectie van de gemeente na enige tijd weer terug. Kortom het fonds krimpt niet. Maatregelen die uit het fonds betaald kunnen worden zijn isolatie, hybride warmtepompen, dubbel- of HR+++ glas, zonnepanelen en andere verduurzamingsmaatregelen. Het fonds richt zich in eerste instantie op de sociale en vrije huursector en daarna op koopwoningen en bedrijven. In het geval van huur staat de lening geregistreerd op de woning zelf. Mocht de bewoner dus verhuizen, dan betaalt de volgende bewoner de lening verder. Volgens experts duurt het ongeveer 15 jaar voor deze lening is terugverdiend, hierna kan de bewoner genieten van de lagere energiekosten.

Mocht de gehele terugbetaling niet volledig volgens planning verlopen, door bijvoorbeeld extreem fluctuerende energieprijzen, dan zullen de bestaande fondsen (van het Rijk/de EU) voor verduurzaming hiervoor als vangnet fungeren. Om de klimaatdoelstellingen te kunnen halen zal de gemeente Amsterdam eerst de woningcorporaties in de sociale en vrije huursector verplichten om hun woningen te verduurzamen. De huurder en verhuurder zullen hiervan geen kosten maar alleen de baten voelen. Vervolgens zal de gemeente huiseigenaren en bedrijven verplichten om te verduurzamen. Ook zij zullen alleen de baten voelen, terwijl hun panden meer waard worden. Deze verplichtingen kunnen in een stappenplan, maar ook hier moet een bepaald gevoel van urgentie aan hangen. Alleen op deze manier kan Amsterdam de klimaatdoelstellingen halen. Mocht Amsterdam zelf niet beschikken over genoeg kapitaal voor dit fonds dan kan worden gekeken naar investeringsmogelijkheden voor banken en pensioenfondsen Impact-analyse Berenschot

Reactie college P3. AETF fonds

Inschatting van de haalbaarheid en betaalbaarheid Onder de maatregel ‘Versneld verduurzamen van de gebouwde omgeving’, wordt ook gesproken over de oprichting van een energiefonds (AETF). De hier besproken maatregel betreft een specifieke toepassing van dit fonds, namelijk het verduurzamen van huurwoningen.

Het college bedankt het MBB voor dit idee om verduurzaming van (huur)woningen en bedrijfspanden te versnellen.

Het concept bestaat uit een financieringsstructuur voor verduurzaming van huurwoningen. De lening moet bij verhuizing overgaan op een nieuwe huurder. Dit is een interessante oplossingsrichting om verder uit te werken. Het adresseert namelijk een groep die moeilijk te bereiken is met verduurzamingsmaatregelen.

Het college ziet kansen door financiële drempels zo laag mogelijk te maken bijvoorbeeld door leningen te blijven verstrekken voor (pakketten aan) verduurzamingsmaatregelen.

De verduurzamingsmaatregelen worden gefinancierd uit een (revolverend) fonds. Dit is een financieringsconstructie waarbij maatregelen zoals isolatie gefinancierd worden in de vorm van een lening. De lening wordt terugbetaald uit de lagere energielasten voor de huurder.

Dit voorstel gaat verder dan de huidige landelijke en gemeentelijke instrumenten omdat het zich richt op volledige ontzorging van bewoners en bedrijven.

Voor realisatie is veel budget nodig zoals ook Berenschot aangeeft en dat kan een beperking zijn. Onderzocht moet worden hoe de financiering hiervoor is te organiseren.

Pagina 3 / 28

De meeste isolatiemaatregelen hebben een te lange terugverdientijd voor een huurder om interessant te zijn. Door de lening te koppelen aan het gebouw of de verhuurder komen maatregelen met een lange terugverdientijd toch in beeld. Wat onder andere onderzocht moet worden is of en hoe juridisch gezien de lening overgedragen kan worden op de nieuwe huurder. Gebouwgebonden financiering lijkt geen optie (link), maar misschien zijn er andere mogelijkheden, zoals via het huurcontract. Er bestaan commerciële concepten die raakvlakken hebben aan dit idee en ook de gemeente biedt duurzaamheidsleningen aan met een lage rente (link). Meerwaarde van dit concept, is dat de gemeente toegang heeft tot goedkoop kapitaal (lage rente), een maatschappelijk of zelf negatief rendement kan accepteren en garant kan staan voor risico’s die de huurder loopt (indien de te verwachten energiebesparing tegenvalt of de huurder in gebreke blijft). Dit maakt dat een aantrekkelijker aanbod gedaan kan worden, dan via een private partij of een gewone lening. Daarmee worden naar verwachting meer mensen bereikt. Door financieel rendabele maatregelen (zoals zonnepanelen) te combineren met maatregelen die een langere terugverdientijd hebben (zoals vloerisolatie), kan mogelijk een pakket aangeboden worden, wat gezamenlijk toch nog voldoende rendeert.

Zo wordt voorkomen dat alleen de meest aantrekkelijke maatregelen uitgevoerd worden. De betaalbaarheid voor de gemeente van deze maatregel is sterk afhankelijk van de uitwerking en de precieze invulling daarvan. Dit kan onderdeel zijn van de nadere uitwerking.

4

P4 – Versneld verduurzamen gebouwde omgeving. (Warmtenet versnellen, hybride warmtepompen uitrollen), potentieel 56 kton CO₂-reductie Idee De aanleg van een warmtenet kost tijd. Om de verduurzaming te versnellen wordt er gedacht in twee sporen: a) per wijk voorzien in hybride warmtepompen en isolatie In buurten die pas laat of helemaal niet op een warmtenet kunnen overgaan ontvangt elke bewoner binnen 2 jaar een eigen verduurzamingsplan op maat, bestaand uit een combinatie van passende isolatiemaatregelen en een hybride warmtepomp. De gemeente gaat in een wijkgerichte aanpak langs alle deuren (met een klimaatcoach) voor persoonlijk advies. Bewoners kunnen hun interesse aangeven en worden vervolgens volledig ontzorgd: de gemeente regelt de uitvoering en realiseert een kostenvoordeel via collectieve inkoop (per wijk). Bekostiging van deze verduurzaming komt deels uit het Warmtenet-fonds (zie b, hieronder) en bestaande nationale subsidies. Mogelijk dat er door gebruik van PCM (Phase Change Materials) nog een kostenbesparing op de investeringen gerealiseerd kan worden. b) versneld het warmtenet implementeren In potentie kunnen ca. 300.000 Amsterdamse woningen op het warmtenet worden aangesloten. Tot nu toe zitten bijna alleen corporatiewoningen in de planning. Voor particuliere huisbezitters is de investering een bottleneck.

We richten een Warmtenet-fonds op om dit op te lossen en de transitie naar warmte flink te versnellen. Dit fonds wordt in eerste instantie gevuld met beschikbare Europese en nationale subsidies (eventueel samen door de G4 aan te vragen), ii) verder met verhoging van de OZB-heffing of een specifieke energiebelasting voor alle Amsterdammers – maar pas nadat iedereen de kans heeft gehad om aangesloten te worden dan wel een persoonlijk verduurzamingsaanbod heeft gehad (zie a, hierboven) – en iii) tot slot aangevuld met gemeentelijk geld. De gemeente kan goedkoop lenen en de aansluitingen op het warmtenet voorfinancieren. Voorwaarde om dit fonds goed te laten werken is dat de prijs van warmte laag genoeg is/wordt dat mensen ook daadwerkelijk een lagere energierekening krijgen en dat de OZB-stijging (of energiebelasting) minder hoog is dan dit voordeel, zodat het voor alle bewoners budget positief uitpakt. Eventueel moet hiervoor aanvullend aanbod van warmte gerealiseerd worden (zie andere voorstel P2: Geothermie), om de prijs van warmte omlaag te brengen. Omdat voor aansluiting op stadswarmte mensen soms tijdelijk hun huis uit moeten, is het zaak tijdig hierover te communiceren en wordt het werk zo veel mogelijk in de zomervakantie gepland of verzorgt de gemeente opvang in hotels. Impact-analyse Berenschot

Reactie college P4. Versneld verduurzamen van de gebouwde omgeving

Het pakket aan maatregelen bestaat uit vier verschillende onderdelen: 1. Energiescans en intensieve begeleiding bij nemen van verduurzamingsmaatregelen gericht op particulier bezit 2. Het aanvullend subsidiëren van verduurzamingsmaatregelen die aangedragen worden uit de energiescans 3. Het versneld uitrollen van het warmtenet middels extra financiering van de onrendabele top 4. Het oprichten van een Energiefonds voor het financieren van bovenstaande onderdelen

Het college constateert dat het MBB een versnelling van aansluiting van het warmtenet voorstaat. Een maatregel die ook het college als belangrijk ziet voor het halen van de doelen voor aardgasvrij 2040, maar soms weerstand oproept.

Wij beoordelen het eerste onderdeel als haalbaar en kansrijk voor nadere uitwerking. Het helpt om mensen intensief te begeleiden bij het nemen van verduurzamingsmaatregelen om drempels weg te nemen.

Sommige maatregelen die het MBB voorstelt zijn al voor een deel in werking, zoals energiecoaches en aanvullende subsidies.

Net als het voorstel bij P3 kan een fonds helpen bij het verlagen van drempels. Het college wil kijken of een nieuw fonds hiervoor de beste oplossing is. Dit vraagt nader onderzoek naar o.a. de financiële ruimte hiervoor die beschikbaar is. Omdat de financiële gevolgen de gemeentebegroting mogelijk overstijgen kan worden gekeken of hiervoor Europese en nationale fondsen zijn aan te spreken.

Pagina 5 / 28

Het is uitvoerbaar om inwoners ook aanvullend te subsidiëren bij de te nemen verduurzamingsmaatregelen (onderdeel 2). Dit gaat echter om zeer grote bedragen, waardoor de betaalbaarheid voor de gemeente snel een belemmering wordt. Bij een kleine aanvullende subsidie vanuit de gemeente neemt de effectiviteit natuurlijk af. Het versneld uitrollen van het warmtenet middels een (grotere) financiering van de onrendabele top kan effectief zijn om sneller en meer aansluitingen op het warmtenet te realiseren (onderdeel 3). Deze maatregel is relatief eenvoudig te implementeren. De kosten zijn echter wel hoog, hoewel het ook tot een effectieve CO₂-reductie leidt. Dit maakt de betaalbaarheid (bij grote woningaantallen) een aandachtspunt.

In overleg met wijkteams en buurtinitiatieven willen we onderzoeken welke aanvullende opties het beste aansluiten bij de behoeftes. De fiscale maatregelen die het MBB op lokaal niveau niet uit de weg wil gaan ziet het college als een interessant voorstel met kansen. Om dit mogelijk te maken is nadere onderzoek nodig. Indien nodig trekken we hiervoor op met andere overheden.

De gemeente kan een energiefonds oprichten om bovenstaande voorstellen mee te financieren. Ook kan onderzocht worden of bestaande gemeentelijke energiefondsen uitgebreid kunnen worden voor deze taken (zie onder andere het Duurzaamheidsfonds). Er worden verschillende ideeën aangedragen om het fonds van kapitaal te voorzien, waaronder vanuit de EU en het Rijk. De gemeente zou onder andere bij kunnen dragen via (een verhoging van) de OZB-belasting. Mogelijkheden hiervoor kunnen nader onderzocht worden. Het beschikbare kapitaal in het fonds bepaalt in grote mate de betaalbaarheid van de maatregelen, en natuurlijk de effectiviteit en daarmee de hoeveelheid CO₂-reductie.

6

P7 – Duurzame bedrijven coalitie. (Warmteplan en zonnepanelen op carports), potentieel 47 kton CO₂-reductie Idee De gemeente stelt samen met grote verbruikers van warmte en bedrijven met ruimte op hun terrein een duurzame bedrijven coalitie op. De gemeente is hierbij in de lead om partijen bij elkaar te roepen en te coördineren. De bedrijvencoalitie bestaat uit drie onderdelen: samen een transitieplan op het gebied van duurzame warmte (warmteplan) opstellen, het opwekken van meer duurzame energie versnellen (de carport coalitie) en investeringen van marktpartijen aanwakkeren doordat de gemeente een garantiefonds in het leven roept. a) Warmteplan met grootverbruikers b) De carportcoalitie c) Gemeentelijk garantiefonds voor duurzame investeringen Impact-analyse Berenschot

Reactie college P7. Duurzame bedrijvencoalitie

Eerste beoordeling van de maatregel We beoordelen het opzetten van een duurzame bedrijvencoalitie als uitvoerbaar en haalbaar. Hierin is de gemeente natuurlijk ook afhankelijk van inzet van de betrokken bedrijven. De effectiviteit van de maatregelen is sterk afhankelijk van de mate waarin ook concrete afspraken worden gemaakt. Door de combinatie te maken met de Wet Milieubeheer denken we dat deze concreetheid goed gerealiseerd kan worden.

Het college ziet net als het MBB veel potentie in een specifieke aanpak voor grote energiegebruikers en bedrijven met ruimte. Dit sluit aan bij de reeds bestaande beleidsinzet met betrekking tot het verduurzamen van het Amsterdamse bedrijfsleven en industrie. Wij zullen de voorgestelde maatregelen onder de aandacht brengen van relevante programma’s: a. Warmteplan voor grootverbruikers: De afgelopen periode is de gemeente in gesprek geweest met de grootste CO2 uitstoters en met de meest energieintensieve bedrijven van de stad. Hierin is een concreter beeld naar voren gekomen over randvoorwaarden voor verduurzaming en benodigde infrastructuur. Verder uitwerking vindt in samenwerking plaats in het kader van o.a. de Cluster Energie Strategie 1.0 (CES) en de Roadmap Energietransitie Havenindustrie. b. De Carportcoalitie: in gesprekken en samenwerkingsverbanden met bedrijven(terreinen) wordt het investeren in overdekte parkeerplaatsen (met zonnepanelen i.c.m. laadinfrastructuur en energieopslag) integraal meegenomen. We zoeken daarnaast uit welke mogelijkheden er zijn voor het verplichten van zonne-energie op gebouwen met een industriële functie. c.

Gemeentelijk garantiefonds voor duurzame investeringen: de gemeente Amsterdam heeft al diverse financiële faciliteiten beschikbaar zoals een lage rente lening vanuit het duurzaamheidsfonds (vanaf 1,1%), het Amsterdams Klimaat en Energiefonds en het Klimaatfonds. Daarnaast is recent de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij (ROM) InWest opgericht. Mochten deze ontoereikend zijn dan kan nader onderzocht worden of aanpassingen nodig zijn op lokaal of landelijk niveau.

De Wet Milieubeheer richt zich voornamelijk op energiebesparing. Vanuit de gemeente kunnen de afspraken eventueel breder zijn, zoals over het verduurzamen van de energievraag, aansluiting op duurzame infrastructuur en inzetten van braakliggende grond, parkeerplaatsen en daken voor opwek met zonnepanelen kunnen bijdragen aan tastbare resultaten. Het opzetten van een coalitie kost vooral capaciteitsinzet van de gemeente en procesgeld. De kosten hiervan zijn overzichtelijk. Ook wordt gesproken over een garantiefonds. De inzet van aanvullende financiële middelen helpt om bedrijven aan te zetten tot duurzame maatregelen en een concrete reductie van de CO₂-uitstoot te behalen. Er zijn ook al fondsen met raakvlakken, die hiervoor mogelijk benut kunnen worden of uitgebreid, zoals het Warmtefonds. Een groter fonds levert meer effect op, maar is natuurlijk ook kostbaarder voor de gemeente. Slimme financieringsvoorwaarden kunnen helpen om een hefboom te creëren voor het maatschappelijk geld. De insteek van een eventueel fonds kan nader uitgewerkt worden.

Deze maatregel heeft samenhang met P8 alsmede V9 en V13.

Pagina 7 / 28

P8 – Duurzame opwek met zonnepanelen. (Gemeentelijke zonnepanelen-coöperatie), potentieel 2,5 kton CO₂-reductie Idee Bewoners zonder koophuis/eigen dak kunnen door middel van een gemeentelijke zonnepanelen-coöperatie toch participeren en profiteren van zonnepanelen. Zo kan ervoor gezorgd worden dat alle daarvoor geschikte Amsterdamse daken vol liggen met zonnepanelen en niet alleen de helft, wat de huidige ambitie van de gemeente is. De coöperatie zal kapitaal aantrekken van bewoners die zelf geen zeggenschap hebben over hun dak en spaargeld over hebben. Bewoners krijgen zo een aandeel in de portefeuille van zonnepanelen die gefinancierd zijn uit de coöperatie en ontvangen daarover rendement, waardoor zij ook financieel profiteren. Het idee is niet om te concurreren met bestaande particuliere initiatieven voor gezamenlijke inkoop, maar juist om krachten te bundelen waar dit kan, door de gemeente als beheerder van de coöperatie in te stellen en het aanhaken van particuliere initiatieven te faciliteren. De gemeente overweegt daarbij ook eigen kapitaal in te brengen om de financieringskosten te kunnen optimaliseren en een stabiliteit te kunnen bieden in de coöperatie. Gebieden en daken die al expliciet in beeld zijn: rand A10, openbare gebouwen, ziekenhuizen en scholen.

Impact-analyse Berenschot Inschatting van de haalbaarheid en betaalbaarheid Wij beschouwen deze maatregel als interessant om verder uit te werken. Het is voor de gemeente mogelijk om duurzame opwek zelf te ontwikkelen of indirect te faciliteren. Via een energiecoöperatie kan de energie geleverd worden aan inwoners die deelnemen. Een andere opzet kan zijn de ontwikkeling van een entiteit (zoals een stichting), die aandelen of certificaten uitgeeft die gekocht kunnen worden door inwoners. Zo kunnen inwoners meefinancieren in lokale energieopwekking en meeprofiteren met de baten. Gezien het landelijke subsidie-instrumentarium is mogelijk een splitsing nodig tussen grotere projecten die middels een SDE++ subsidie ontwikkeld worden en kleinere projecten die via lokale energie coöperaties doorgang vinden (Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking). De precieze invulling van de maatregelen moet verder uitgewerkt worden, maar we beschouwen deze in eerste instantie als kansrijk en betaalbaar

De ambitie van dit college is dat in 2050 alle daarvoor geschikte daken benut zijn voor de opwek van zonne-energie . Het college ziet kansen in de ideeën van het MBB om het bereiken van deze doelstelling te versnellen. Amsterdamse energiecoöperaties bieden reeds mogelijkheden voor Amsterdammers om te participeren in coöperatieve projecten. Om opwek met zonnepanelen binnen de gemeentegrenzen verder te versnellen zijn nog meer goede en beschikbare locaties nodig. Dit is reeds onderdeel van de aanpak van dit college en kan worden doorgezet en kan waar mogelijk geïntensiveerd worden en/of nader onderzoek verricht worden door het volgende college Het college ziet kansen voor uitwerking van het voorstel van het MBB in/bij/door:  door Amsterdammers te wijzen op de mogelijkheden te participeren in een coöperatief project  door dak eigenaren te wijzen op de mogelijkheden tot het beschikbaar stellen van het dak aan energie coöperaties.  Door een podium te bieden aan goede voorbeelden, kennisdeling en het bij elkaar brengen van vraag en aanbod middels het platform Zon Zonder Zorgen  Te lobbyen voor passende landelijk stimulering van coöperatieve projecten zoals de vernieuwde postcoderegeling (SCE)  In opdracht van dit college zijn A9/A5 opgenomen in het programma Opwek energie op Rijks vastgoed.

Onderzocht kan worden of ook hier sprake kan zijn van coöperatieve initiatiefnemers bij toekomstige realisatie. Deze maatregel heeft samenhang met P7 alsmede V9 en V13.

8

V1 – Airco van de stad. (25% meer bomen, vermindering gebruik airco’s), potentieel 5 kton CO₂-reductie door bomen + de potentiele reductie van verminderd airco gebruik Idee Om het hitte-eiland effect tegen te gaan en de biodiversiteit te stimuleren, wordt de bebouwde omgeving tot 2030 met 25% vergroend (beplant). De maatregelen worden deels door de gemeente direct uitgevoerd en deels indirect door inwoners te faciliteren om bij te dragen aan de vergroening van de stad. De financiering hiervoor vindt (deels) plaats via een ecotax – die niet alleen (naar rato van draagkracht) betaald wordt door bewoners, maar ook door bedrijven, toeristenbranche etc. omdat ook zij baat hebben bij een gezondere, aantrekkelijke, groene stad. De directe maatregelen die de gemeente moet nemen zijn: • Vergroening (beplanting) van daken en gevels van gemeentegebouwen, scholen, tram- en bushaltes, datacenters, flats, kantoorgebouwen, etc. • Vergroening (beplanting) en fonteinen op alle pleinen, dus ook op de Dam,Leidseplein etc. • 25% van alle watermassa worden openbare drijvende tuinen. • Nieuwe bouwvergunningen krijgen een 25% groen quotum: die vergroening (beplanting) mag zowel horizontaal (omgevingsgroen) als verticaal (het gebouw) plaatsvinden. • Via wijzigingen van bestemmingsplannen toestaan dat lege kantoorpanden gebruikt kunnen worden voor urban farming.

• Het systeem van ecolinten versterken om veel meer CO₂ te kunnen opnemen. In plaats van ‘losse’ bomen en plukjes groen aanleggen, moet de gemeente ervoor zorgen dat alles zo veel mogelijk met elkaar in verbinding staat. Dat geldt zowel voor bestaande natuur in de stad als nieuwe natuur. • Parkeerplaatsen die beschikbaar komen omzetten in biodiversiteitsplekke en/of wilde natuur. De indirecte, faciliterende maatregelen die de gemeente moet nemen zijn: • Urban farming stimuleren via subsidies, vergunningen en bestemmingsplannen. • Ondersteuning van burgerinitiatieven die zich inzetten voor vergroening d.m.v. hulp en informatie bij aanleg en bijdragen aan de levering van materiaal. • Oprichten van 25 ecopunten in de stad: een soort publieke tuincentra met informatie en voorbeelden, maar ook plek waar mensen (biologische) aarde, gewassen, zaaigoed, etc. kunnen halen, zodat ze meteen aan de slag kunnen. Impact-analyse Berenschot

Reactie college V1. Airco van de stad

Inschatting van de haalbaarheid en betaalbaarheid Puur vanuit CO₂-reductie bezien, is dit een kostbare maatregel. Het inpassen van stadsgroen, afstemmen met omwonenden en planten van de bomen is arbeidsintensief. De kosten voor meer groen bij nieuwbouw en in bestemmingsplannen komen terecht bij de ontwikkelaars en kopers van de gebouwen. Een groenere stad kent echter veel andere voordelen, zoals een verlaging van stress bij mensen, minder hitte, meer woongeluk, minder wateroverlast, toename van biodiversiteit, betere luchtkwaliteit, enzovoort. De beoordeling van kosten en baten moet daarom gebeuren vanuit een breder kader. Het vergroenen van de stad wordt gezien als een technisch uitvoerbare en haalbare maatregel. De inspanning om de stad te vergroenen neemt toe naarmate het aandeel groen stijgt (de makkelijkste stukken zijn dan al ontwikkeld tot groengebied). Tot hoeveel extra groen het voorgestelde pakket aan maatregelen in de praktijk leidt, is op voorhand niet te zeggen.

Het college is enthousiast over de suggesties van het MBB en ziet mogelijkheden om reeds bestaande plannen en initiatieven waar mogelijk te versnellen en versterken. In de Omgevingsvisie 2050 van Amsterdam is Rigoreus Vergroenen een van de vijf strategische keuzes. Ook in de Groenvisie 2020-2050 is de ambitie om Amsterdam een groene stad te laten zijn. Het college ziet naast haar eigen rol mogelijkheden om door middel van bijvoorbeeld crowd funding of door de inzet van fiscale instrumenten de vergroening van de stad nog meer te stimuleren door particulieren, bedrijven en instanties. Aan de hand van nader te selecteren initiatieven uit de lijst kan dit verder worden uitgewerkt. Dit kan dan dienen als voorbeeld om te laten zien hoe het werkt om het daarna verder op te schalen of te kopiëren.

Pagina 9 / 28

10

V2 – OV aantrekkelijker maken dan bezit auto. (Maatregelenpakket om autogebruik met 15% te verminderen in Amsterdam), potentieel 19 kton CO₂-reductie Idee Met een pakket aan maatregelen stimuleert de gemeente bewoners en bezoekers om het ov meer te gebruiken en autobezit te reduceren met als doel minimaal 15% reductie in gereden autokilometers per jaar in Amsterdam. Dit doet de gemeente met de volgende maatregelen. 1. Duurdere parkeervergunningen, met name voor 2e auto’s 2. Huishoudens die hun auto opgeven belonen met gratis of goedkoper openbaar vervoer 3. Korting op WOZ voor huishoudens zonder auto 4. Jaarkaarten i.p.v. trajectkaarten in het ov (met extra voordelen voor lagere inkomens en gezinnen) 5. De prijzen in het openbaar vervoer reduceren 6. Parkeren buiten de stad verplichten voor bezoekers en bewoners met auto’s die rijden op benzine 7. Het opstarten van een lobby voor het landelijk afschaffen van trajectkaarten en het invoeren van rekeningrijden 8. De gemeente realiseert een stadsbreed deelfietsensysteem, waar bewoners flexibel gebruik van kunnen maken. De fietsen kunnen op elk punt worden ingeleverd voor transparante tarieven en met korting voor stadspasbezitters. Maatregel 1 kan de financiering voor de andere maatregelen ondersteunen. Impact-analyse Berenschot

Reactie college V2. ov aantrekkelijker maken dan het bezit van een auto

Inschatting van de haalbaarheid en betaalbaarheid Een pakket maatregelen om het ov aantrekkelijker te maken dan de auto zien wij als haalbaar en uitvoerbaar. De precieze invulling van het pakket aan maatregelen kan nader uitgewerkt worden. De meeste genoemde zaken achten wij mogelijk. De (juridische) mogelijkheden en effectiviteit voor een korting op de OZB-belasting moet nader uitgezocht worden. De maatregelen schatten wij ook in als relatief betaalbaar. Een deel kan gefinancierd worden uit de hogere parkeertarieven. Het algeheel goedkoper maken van het ov is natuurlijk wel een kostbare maatregel.

Het OV aantrekkelijker maken dan de auto sluit aan bij het beleid van het college. Met de Agenda Amsterdam Autoluw streeft Amsterdam naar minder ruimte voor de auto. Deze agenda bevat 27 maatregelen, waaronder nieuwe openbaar vervoerverbindingen, hogere parkeertarieven en minder parkeervergunningen. Het college ziet dit voorstel als een aanmoediging om het huidige beleid te continueren en intensiveren. Dit is wat de gemeente momenteel al op de 8 voorgestelde maatregelen onderneemt: In 2020 zijn de tarieven voor parkeervergunningen, vooral voor 2e auto’s, reeds flink verhoogd (1). Daarnaast komen huishoudens in grote delen van de stad niet in aanmerking voor een tweede parkeervergunning.

Een belangrijke randvoorwaarde is de capaciteit van het ov. Indien gebruik van het ov gestimuleerd wordt, moet er ook voldoende passagiers capaciteit zijn. Om deze verschuiving van transportkilometers mogelijk te maken, moet er mogelijk ook geïnvesteerd worden in het ov zelf.

Het belonen van huishoudens die hun auto opgeven (2) is in de vorm van een pilot ‘Praktijkproef Amsterdam’ onderzocht, maar heeft niet tot een wenselijke maatregel geleid. Het belonen van huishoudens die hun auto opgeven met goedkoper of gratis OV en/of het verlenen van korting op de WOZ (3) is juridisch complex, heeft een beperkte doelmatigheid en leidt tot rechtsongelijkheid (bijvoorbeeld voor huishoudens die een woning huren of huishoudens die nooit een auto hebben gehad). De Vervoerregio Amsterdam onderzoekt aantrekkelijke ov-tarieven (4) en de mogelijkheden die nieuwe betaalwijzen in het ov daarvoor bieden, zoals OVPay. Pagina 11 / 28

Het verplichten van bezoekers en bewoners met een benzineauto om hun auto buiten de stad te parkeren (6) is juridisch, fysiek, financieel en infrastructureel zeer complex. Benadrukt dient te worden dat voor bewoners de langparkeerregeling beschikbaar is (subsidie voor het parkeren buiten het centrumgebied) en voor bezoekers aantrekkelijk geprijsde P+R locaties. Voor de aankomende periode worden voorstellen gedaan voor de realisatie van hubs. Het college vraagt het Rijk om ‘Betalen Naar Gebruik’ mogelijk te maken in de steden (7). In 2021 is gestart met experimenten met deelfietsen (8). V4 – Afvangen CO₂-uitstoot Afval- en Energie Bedrijf (AEB), potentieel 450 kton CO₂ reductie, reeds onderdeel van de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. Idee De gemeente zet zich in om een consortium te vormen van partijen die - als alternatief voor het eerdere plan dat hiervoor is opgesteld (genaamd Athos) - een oplossing realiseert voor het afvangen en opslaan/gebruiken van de CO₂-emissies van de verbranding van afval door het AEB (Afval- en Energiebedrijf). De CO₂ afgevangen middels deze Carbon Capture and Storage techniek (CCS) wordt door een aan te leggen CO₂-leiding naar een leeg gasveld bij Den Helder vervoerd via HVC Alkmaar (waar ook CO₂ ingevoerd kan worden). Deze CO₂ kan gebruikt worden voor een Urban Farming gebouw of bij het kweken van algen.

Vooral algen kunnen veel CO₂ omzetten naar zuurstof, waarbij ook energie vrijkomt en van algen kunnen diverse producten gemaakt worden op het gebied van brandstoffen en eiwitten. CO₂ kan op verschillende manieren afgevangen worden, van CO₂ filteren uit schoorstenen van fabrieken tot het uit de lucht zuigen van CO₂ met een speciale installatie die op veel verschillende plaatsen geplaatst kan worden (ook in te zetten bij A10). Het burgerberaad vindt het bij deze maatregel belangrijk dat de context en langetermijnvisie op het gebied van afval en circulariteit worden meegenomen in dit plan: De afvalverbrandingsinstallatie in Amsterdam verbrandt ook veel geïmporteerd afval. Op middellange termijn is CCS een goed idee om CO₂ af te vangen. De energie is tevens nodig voor Amsterdamse huishoudens. Echter op langere termijn moet de centrale dicht. Het is een vorm van energieopwekking die niet gewenst is in een circulaire economie en niet zou moeten concurreren met duurzame energiewinning. De gemeente kan dit project realiseren met duurzaamheidssubsidies voor bedrijven vanuit de EU en het Rijk. Impact-analyse Berenschot

Reactie college V4. Afvangen CO₂-uitstoot Afval- en Energiebedrijf (AEB)

Inschatting van de haalbaarheid en betaalbaarheid Inzet van de gemeente om het CO₂-opslagproject een doorstart te laten maken is haalbaar en uitvoerbaar. Het kan nader uitgewerkt worden op welke wijze een doorstart het beste plaats kan vinden en hoe de gemeente hierin optimaal kan ondersteunen. De wijze van inzet van de gemeente bepaalt ook in welke mate dit betaalbaar is. Zo vallen het aanjagen, leveren van procesondersteuning en het (mede-)financieren van voorbereidende onderzoeken zeker binnen de middelen van de gemeente.

Het MBB doet voorstellen voor CCS, een techniek waar het college ook voorstander van is. In het voorstel wordt gesuggereerd dat de afgevangen CO2 via HVC Alkmaar kan worden ingezet in een Urban Farming gebouw voor het kweken van algen. Dit betreft echter geen CCS, maar Carbon Capture and Utilisation (CCU). De afgevangen CO2 zal dan vermoedelijk niet helemaal meetellen als CO2-reductie in Amsterdam. Dit laat onverlet dat afvangen veel potentie heeft.

12

Het is aan de nieuwe eigenaar AVR om te bepalen op welke vorm van CCS(U) uiteindelijk wordt ingezet. De gemeente zal hierbij vanuit haar nieuwe rol dit zoveel mogelijk stimuleren en faciliteren.

Pagina 13 / 28

V6 – OZB-korting. (Versnelling verduurzaming bedrijven door OZB-korting als zij duurzamer zijn dan gemiddeld), potentieel 47 kton CO₂-reductie Idee Bedrijven die minder CO₂ uitstoten dan het gemiddelde bedrijf in hun sector krijgen korting op hun OZB-belasting uit een OZB-compensatiefonds. Zo worden zij gestimuleerd om te verduurzamen. De benchmark van CO₂-uitstoot wordt ieder jaar lager. De gemeente zal moeten lobbyen in Den Haag om aanpassing van de OZB met een CO₂-component te realiseren. Impact-analyse Berenschot

Reactie college V6. OZB-korting

Deze maatregel heeft een soortgelijk effect als de maatregel Duurzame bedrijvencoalitie en stimuleert hetzelfde type maatregelen.

Het college constateert dat het MBB net als bij voorstel P4 het inzetten van lokale fiscale instrumenten ten behoeve van verduurzaming niet uit de weg gaat. Het college vindt dit een interessante optie.

Voor de grote bedrijven die deelnemen aan de duurzame bedrijven coalitie, verwachten wij geen aanvullende CO₂-reductie. De OZB-korting zou eventueel een aanvullend instrument kunnen zijn om deze reductie te helpen bewerkstelligen. Voor de kleinere bedrijven kan de OZB-korting wel energiebesparing stimuleren. Stel dat de deze maatregel stimuleert dat kleinste bedrijven, samen verantwoordelijk voor 50% van de CO₂-uitstoot van bedrijven, sneller energiebesparende maatregelen gaan toepassen die vallen onder de energiebesparingsverplichting, dan levert dit circa 47 kton extra CO₂-reductie op. Hierbij wordt dezelfde redenering aangehouden als bij de maatregel Duurzame bedrijvencoalitie¸ alleen deze wordt nu toegepast op de kleinere bedrijven die verantwoordelijk zijn van 50% van de CO₂-uitstoot voor bedrijven. De juridische mogelijkheden om een OZB-korting toe te passen moet wel uitgezocht worden.

Eigenaren van panden dienen onroerendezaakbelastingen (OZB) te betalen. De hoogte van het tarief is momenteel alleen afhankelijk van de WOZ-waarde en niet van de CO2-uitstoot van het bedrijf. Het college wijs erop dat inzet van (lokale) fiscale stimulering van verduurzaming via bijvoorbeeld de OZB diverse uitvoeringsvraagstukken met zich meebrengt,. Onderzocht moet worden of de financiële prikkels voldoende zijn om het gewenste resultaat te bereiken en wat de juridische randvoorwaarden zijn. Binnen VNG verband wordt op dit moment tevens de mogelijkheid verkend van een ‘groene heffingskorting’ als substituut voor een belastingvrijstelling via de OZB of WOZ. Onderzocht kan worden hoe dit instrument zich verhoudt tot het stimuleren van verduurzaming via subsidies of leningen, bijvoorbeeld via het bestaande Duurzaamheidsfonds.

14

V8- Goede OV-verbinding Nieuw-West. (Beter OV, waardoor inwoners vaker OV nemen – benchmark gemiddeld OV-gebruik Amsterdammer), potentieel 5 kton CO₂reductie Idee Door een nieuwe metroverbinding te maken naar Nieuw-West wordt het gebruik van taxi’s, Uber en bussen naar dit deel van de stad gereduceerd. Daarnaast kent dit deel van de stad het hoogste aandeel autobezit en parkeerplekken, wat door een betere verbinding ook wordt verminderd. Een mooie sociale bijkomstigheid is dat Amsterdam NieuwWest zo meer onderdeel van de stad Amsterdam gaat uitmaken. Impact-analyse Berenschot

Reactie college V8. Goede ov-verbinding Nieuw-West

Toelichting en onzekerheden Voor elke Amsterdammer die gebruik maakt van het ov, zijn 1,24 Amsterdammers die de auto pakken. In Nieuw-West zijn dat er 1,78. Het relatieve autogebruik ligt in NieuwWest dus hoger, zoals het Burgerberaad ook al aangeeft. Bij de berekening is aangenomen dat een betere ov-verbinding naar Nieuw-West ertoe leidt dat bewoners van dit stadsdeel hun reisgedrag aanpassen naar dat van de gemiddelde Amsterdammer.

Een goede OV verbinding Nieuw West sluit aan bij het beleid van de gemeente. Deze maatregel heeft samenhang met V2 en V16. In onze groeiende stad en regio staan we voor een regionale ov-schaalsprong. Het college streeft op lange termijn naar een oost-westverbinding van metrokwaliteit. Dit is ook onderdeel van de Omgevingsvisie 2050 (pagina 96). Dergelijke plannen zijn naar alle waarschijnlijkheid niet haalbaar voor 2030. Op kortere termijn zetten we in op hoogwaardig ov per bus en tram, dit wordt beschreven in het Mobiliteitsplan Nieuw West.

Deze maatregel hangt samen met het voorgestelde pakket maatregelen om ov te stimuleren en het bezit van een auto te ontmoedigen en kan een bijdrage leveren aan de beoogde 15% minder autokilometers die daar beoogd zijn.

Pagina 15 / 28

V9 – Duurzame Coöperaties (collectief samenwerken en investeren in zonnepalen en wind), potentieel 52 kton CO₂-reductie, waarvan 2,5 op balans Amsterdam, concrete invulling van bestaande plannen Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. Idee In dit initiatief (geïnitieerd en gefaciliteerd door de gemeente) voor publieke collectieve samenwerking, worden deelnemers die daken beschikbaar maken/hebben gekoppeld aan deelnemers die willen investeren in bijvoorbeeld een groen dak, windmolens op het dak of zonnepanelen. De opbrengst wordt verdeeld over de deelnemers. De gemeente initieert de coöperatie en faciliteert de opstart, waarbij zij de regie behoudt. Impact-analyse Berenschot

Reactie college V9. Duurzame coöperaties

Dit voorstel kan bijdragen aan het realiseren van de ambitie van de gemeente om in 2030 op 50% van alle daken zonnepanelen geïnstalleerd te hebben. Zoals bij maatregel 8 (duurzame opwek zon) reeds besproken levert elke 10% van de Amsterdamse daken die gevuld is met zonnepanelen 62 kton CO₂-reductie op, waarvan 2,5 kton meegeteld kan worden in de ‘Amsterdamse CO₂-boekhouding’ van de Klimaatrapportage.

Het college deelt de inschatting van het MBB dat collectieve samenwerkingen rondom beschikbare ruimte potentie hebben..

Wij zien deze maatregel vooral als een concrete invulling van de Amsterdamse ambitie om dit doel te behalen.

Om opwek met zonnepanelen binnen de gemeentegrenzen door coöperaties verder te versnellen zijn nog meer goede en beschikbare locaties nodig. Het college ziet kansen voor uitwerking van het voorstel van het MBB door onder andere:  dakeigenaren te wijzen op de mogelijkheden daken ter beschikking te stellen aan energie coöperaties  binnen haar mogelijkheden de financiering mogelijk te maken  participatie door particulieren en huurders (middels de corporaties) te stimuleren

Windmolens op dak zijn momenteel (nog) onvoldoende rendabel (de terugverdientijd van deze molens is langer dan de technische levensduur). De directe CO₂-opname van groene daken is zeer beperkt. Daarom tellen wij deze onderdelen niet mee in de CO₂-reductie.

Het is aan het aanstaande college om bestaande coöperaties te blijven ondersteunen om de juiste schaalgrootte te krijgen die nodig is voor goede initiatieven waarop deelnemers kunnen inschrijven.

Deze maatregel heeft samenhang met vooral P8 alsmede P7 en V13.

16

V11 – Alle cruiseschepen op groene walstroom. (Vanaf 2025 enkel schepen die gebruik maken van groene walstroom welkom in Amsterdam), potentieel 6 kton CO₂reductie, concrete invulling van bestaande plannen Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. Idee Vanaf 2025 mogen enkel cruiseschepen die gebruikmaken van groene walstroom aanleggen in Amsterdam. Impact-analyse Berenschot

Reactie college V11. Alle cruiseschepen op groene walstroom

Toelichting en onzekerheden Bij deze berekening is ervan uit gegaan dat het aantal cruiseschepen dat jaarlijks aanlegt stijgt tot 250 schepen in 2030. Daarnaast wordt ervan uit gegaan dat het deel van de tijd dat schepen aan wal liggen niet veranderd. Het niet meer stoken van scheepsbrandstof levert een CO₂-reductie van 11,2 kton op Daar staat een toename van 5,4 kiloton CO₂-uitstoot tegenover, door het extra gebruik van elektriciteit (gerekend met de elektriciteitsmix van 2030).

Het college vindt het voorstel van het MBB om het beleid van het college verder aan te scherpen interessant. Recent is de regionale beleidsnota ‘Zeecruise op koers; Zeecruise in het Noordzeekanaalgebied’ aangeboden aan de gemeenteraad. Hierin wordt o.a. beschreven dat de PTA walstroom faciliteert vanaf 2025. Het is aan een volgend college om dit beleid verder aan te jagen en te versnellen door bijvoorbeeld maatregelen voor te stellen die ertoe bijdragen dat walstroom een randvoorwaarde wordt voor cruiseschepen om überhaupt aan te meren.

Pagina 17 / 28

V13 – Maximaal oppervlakte daken (stimuleringsregeling om woningeigenaren maximaal dakoppervlak met zonnepanelen vol te leggen), potentieel 7 kton CO₂-reductie Idee Stimuleringsregeling voor particuliere huiseigenaren om het maximaal dakoppervlakte van hun dak te benutten voor zonnepanelen, in plaats van alleen het aantal zonnepanelen te plaatsen dat voldoende is om eigen consumptie te dekken. Dit kan door een hoger bedrag voor saldering, gemeentelijke subsidie op extra panelen en/of korting op WOZ. Impact-analyse Berenschot

Reactie college V13. Maximaal oppervlakte daken

Vanwege de landelijke salderingsregeling leggen bewoners meestal evenveel zonnepanelen op hun dak, als hun eigen gebruik. Hierdoor wordt niet al het dakpotentieel benut.

Het college draagt graag bij aan het idee van het MBB om particuliere huiseigenaren hun maximale potentiële ruimte in te laten zetten voor zonnepanelen.

Een gemiddelde Nederlandse woning heeft een bruikbaar dakoppervlak ca. 25m2 (bepaald o.b.v. 1, 2) dat geschikt is voor zonnepanelen, terwijl een huishouden maar 20 m2 (o.b.v. 3, 4) nodig heeft om de eigen elektriciteitsvraag te voorzien. Deze maatregel stimuleert woningeigenaren dus om 25% extra zonnepanelen neer te leggen wat bijdraagt aan het realiseren van de beoogde 150 MW zon op kleine daken in de gemeente. Stel dat deze maatregel niet ingevoerd zou worden en op de woningen waarop zonnepanelen worden geïnstalleerd gemiddeld deze 25% onbenut laten, dan zou de daaraan gerelateerde niet-benutte CO₂-reductie 14 kton zijn. Dit is dus grofweg de maximale CO₂-reductie die de maatregel kan bewerkstelligen. Stel dat de maatregel ertoe leidt dat de helft van dit onbenutte potentieel wel gebruikt wordt, dan is de CO₂-reductie dus 7 kton. Wij zien deze maatregel als een concrete invulling van de Amsterdamse ambitie om in 2030 50% van het dakoppervlak te benutten en in 2050 zelf 100%. De hiermee behaalde CO₂-reductie is echter niet additioneel ten opzichte van de huidige Klimaatrapportage.

Goede en beschikbare ruimte is immers van groot belang om de opwek met zon te kunnen vergroten en versnellen. De gemeente zet praktische instrumenten in die het voor particulieren huiseigenaren interessant en vooral laagdrempelig maken om dit te doen. Om het maximale benutting van daken van particulieren te bevorderen is een alternatief voor de aflopende salderingsregeling essentieel. Mogelijk dat het subsidiëren van opslag (door Rijk of Gemeente) van zonne-energie daarnaast ook zinvol is, mede met het oog op actuele uitdagingen op gebied van het elektriciteitsnetwerk. Het is aan het volgende college om dit te onderzoeken en implementeren. Deze maatregel heeft samenhang met P8, P7 en V9.

18

V15 – Versnellen en stimuleren van elektrisch rijden (pakket maatregelen om versneld elektrisch rijden in Amsterdam te realiseren), concrete invulling van bestaande plannen Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. Idee De gemeente stimuleert elektrisch rijden om het streven van 2030 (vrijwel al het verkeer elektrisch) eerder te bereiken. Dit doet zij door elektrisch rijden aantrekkelijker te maken voor zowel het bezitten van een elektrische auto als het gebruik van een elektrische deelauto voor bewoners. Het pakket bestaat uit kortingen op parkeren voor elektrische auto’s, goedkoper laden en subsidie op aanschaf van een laadpaal én door gebruik van een elektrische deelauto te vergemakkelijken (groter servicegebied en meer type auto’s). Het gebruik van deelauto’s kan verder nog worden aangespoord met een ‘stadspas’ die korting moet geven op het gebruik van de deelauto’s. Impact-analyse Berenschot

Reactie college V15. Het versnellen van het stimuleren van elektrisch rijden

Voor de CO₂-reductie in 2030 maakt deze maatregel strikt genomen geen verschil ten opzichte van de huidige beleidsvoornemens. Echter bevat de maatregel wel een aantal voorstellen die een bijdrage leveren aan het realiseren van de ambities van de gemeente omtrent elektrisch vervoer. Deze maatregel is in onze ogen dus ondersteunend en niet additioneel.

Het versnellen van het stimuleren van elektrisch rijden sluit aan bij het beleid van dit college. Het college heeft met het Actieplan Schone Lucht (ASL) een hoge ambitie neergelegd door in 2030 te streven naar volledig emissievrij verkeer in de stad. Om dit te kunnen realiseren is een groot aantal acties en maatregelen nodig waaraan momenteel wordt gewerkt. Deze ambitie eerder dan 2030 bereiken ziet het college niet als realistisch, waarbij er wel continu wordt gezocht naar mogelijkheden van versnelling. Het is op dit moment juridisch nog niet mogelijk om parkeertarieven te differentiëren op uitstootklasse. Er wordt aan een wijziging van de Gemeentewet gewerkt waarmee dit in de toekomst wel mogelijk zou kunnen worden. Het effect van verlaagde parkeertarieven op de vergroening van het wagenpark is echter beperkt. Dit blijkt uit een studie van CE Delft. Zij concludeerden ‘dat de invoering van enkel een korting op de parkeertarieven een onvoldoende grote financiële prikkel geeft om mensen ertoe aan te zetten om een emissie-loos voertuig aan te schaffen’. Korting op autodelen door middel van de stadspas maakt momenteel nog geen onderdeel uit van het autodeelbeleid van de stad. Het is interessant om de diverse maatregelen nader te onderzoeken op hun haalbaarheid en concrete impact.

Pagina 19 / 28

2. Maatregelen die randvoorwaardelijk zijn in de duurzame transities volgens het mini-burgerberaad

Van de 21 maatregelen vallen er 5 in de categorie randvoorwaardelijk voor de duurzame transities volgens het mini-burgerberaad. Het college is blij met de suggesties en maatregelen die het mini-burgerberaad voorstelt om de duurzame transities sneller, beter en met meer betrokkenheid en eigenaarschap van de stad plaats te laten vinden. Deze maatregelen behoeven, zoals het mini-burgerberaad zelf ook aan geeft, verdere uitwerking. Het college stelt voor dat deze maatregelen, daar waar nodig samen met deelnemers aan het mini-burgerberaad, in de loop van 2022 verder worden uitgewerkt binnen de vastgestelde beleidskaders en gegeven mandaat. P5 - Ga Groen! (Het instellen van een klimaatburgemeester, klimaatraad, klimaatcoaches en kli-maatjes) Idee Dit initiatief richt zich op het creëren van sociale energie voor de energietransitie onder bewoners van de gemeente en het bieden van ondersteuning voor mensen die zelf in hun eigen omgeving willen verduurzamen. a) Klimaatburgermeester Allereerst wordt een klimaatburgemeester ingesteld die wordt gekozen door de gemeenteraad. De klimaatburgemeester functioneert als een aansprekende ambassadeur voor de doelstellingen en plannen van de gemeente op het gebied van CO₂-emissiereductie (bijv. Floortje Dessing), die bewoners kan meenemen in de noodzaak en status; ook voor mensen die nu nog niet of nauwelijks betrokken zijn.

b) Klimaatraad Ten tweede wordt een gelote Klimaatraad van bewoners in het leven geroepen, waar deelnemers een vergoeding voor ontvangen. Deze Klimaatraad fungeert als een meer structurele variant van het Burgerberaad en voorziet de gemeente van gevraagd en ongevraagd advies op het gebied van (aanvullende) CO₂- emissiereductieplannen en de randvoorwaarden en/of zorgen van bewoners hierover. c) Klimaatcoaches en ‘kli-maatjes Daarnaast worden vanuit dit initiatief klimaatcoaches ingezet op wijkniveau, die helpen om de klimaatdoelen van de Klimaatraad te realiseren door te informeren, verbinden/motiveren, signaleren, monitoren en mensen helpen om duurzamer te leven. Naast inhoudelijk worden de klimaatcoaches ook betrokken bij motiverende campagnes en acties met bewoners, zoals het vormen van “kli-maatjes” tussen bewoners, leerlingen op school en/of collega’s. Tot slot lanceert de gemeente een klimaatmeter om de voortgang te meten en deze breed te communiceren met bewoners (frequentie nader te bepalen). Impact-analyse Berenschot

Reactie college P5. Ga Groen!

Inschatting van de haalbaarheid en betaalbaarheid Het instellen van een klimaatraad en klimaatburgemeester lijkt uitvoerbaar en betaalbaar. Wij zien dit als een adviesorgaan richting college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. Oprichting hiervan vergt voornamelijk proceskosten en een jaarlijks budget. Wij gaan ervan uit dat de deelnemers hiervoor geen vast salaris ontvangen of alleen een kleine vergoeding. Hiermee beschouwen we de maatregel als betaalbaar.

Het college waardeert het zeer dat het MBB haar eigen ervaringen met betrokkenheid bij het klimaatbeleid dit college heeft vertaald naar dit voorstel. Een klimaatraad ziet het college als een interessante doorontwikkeling van het MBB. Alle evaluaties en feedback op het MBB kunnen hiervoor gebruikt worden. Een mogelijke invulling zou kunnen zijn een permanente klimaatraad waarvan de deelnemers jaarlijks geloot worden. Aandachtspunten bij de nadere uitwerking zijn o.a. het mandaat van deze raad en hoe de deelnemers een afspiegeling kunnen vormen van de stad.

20

Ook het uitbreiden van het netwerk van klimaatcoaches in de wijk beschouwen wij als haalbaar en uitvoerbaar. Hierbij zijn verschillende mogelijkheden, zoals inzet door vrijwilligers tot professionals. De kosten zijn hier natuurlijk aan gerelateerd. Het voorstel over de klimaatkamers zou dit netwerk verder kunnen versterken (zie later in de tekst). We zien ook een duidelijke synergie met de maatregelen onder ‘Versneld verduurzamen van de gebouwde omgeving’. Daarin is sprake van energiescans en intensieve begeleiding bij het nemen van verduurzamingsmaatregelen. Hierin kunnen de klimaatcoaches een belangrijke rol spelen.

Een klimaatburgemeester of -ambassadeur zien wij als een zeer relevante rol om de verduurzaming in de stad een persoonlijk en herkenbaar gezicht te geven. Een mogelijkheid is om middels een jaarlijkse verkiezing van deze ambassadeur meer aandacht voor het thema duurzaamheid te generen. Het volgende college moet aangeven of en hoe zij deze onderdelen verder invulling wil geven. Op wijkniveau willen we activiteiten ontplooien en ondersteunen die aansluiten bij maatschappelijke initiatieven en persoonlijke vragen. Dat gebeurt nu al bij huidige wijze van participatie bij het aardgasvrij maken van buurten en in de vorm van bijvoorbeeld energiecoaches, een Fix brigade en duurzaamheidscoördinatoren. Ook de kinderraad heeft een verzoek ingediend voor lokale, groene hubs. We gebruiken succesvolle voorbeelden uit de buurten als model om op diverse plekken in de stad, dichtbij de Amsterdammer, de verduurzaming te stimuleren.

Pagina 21 / 28

V3 - Klimaatkamers (15 klimaatkamers om verspilling tegen te gaan) Idee De gemeente creëert en faciliteert 15 klimaatkamers, die niet ten koste gaan van de bestaande buurtcentra, in de verschillende wijken waar initiatieven die verspilling tegengaan worden gecreëerd en gebundeld. Denk hierbij aan uitleenbalies voor gereedschappen en dergelijke, weggeefwinkels waar voedsel en producten naartoe gebracht kunnen worden die niet meer gebruikt worden en repair café’s. Het doel is laagdrempelig maken van reduce, reuse, recycle en tevens voorlichting bieden over de klimaatcrisis en bijbehorende maatregelen door de inzet van klimaat coaches en een informatiecentrum. De klimaatkamers fungeren ook als middel om sociale betrokkenheid en vroegtijdige signalering van zorgen of problemen van bewoners binnen het thema te borgen. De gemeente neemt hierin de rol als facilitator en zorgt daarbij voor zowel ruimte als personeel om de klimaatkamers beschikbaar te maken. Daarnaast biedt de gemeente ruimte voor stagiaires om de begeleiding op zich te nemen. Impactanalyse Berenschot Reactie college V3. Klimaatkamers Inschatting van de haalbaarheid en betaalbaarheid Het oprichten van 15 klimaatkamers als ontmoetingsplaats waar mensen en duurzame initiatieven ontplooit kunnen worden, beoordelen wij als haalbaar en uitvoerbaar.

De kosten van de maatregel zijn te overzien, daarmee beoordelen wij dit als betaalbaar.

Klimaatkamers sluiten aan bij het beleid van de gemeente Amsterdam Circulair 20202025. Hierin is aandacht voor het makkelijker, bereikbaarder en betaalbaarder maken van deelgebruik en reparatie. Er zijn op dit moment al enkele plekken in de stad die vergelijkbare functies vervullen.. Deze voorbeelden kunnen gebruikt worden als model om te ervaren hoe een klimaatkamer kan werken voor de buurt om vandaaruit te kijken hoe we hiervoor een stadsbrede dekking kunnen realiseren. Van belang hierbij is aan te sluiten bij lokale initiatieven, stadsdelen energie uit buurt. De inzet van klimaatkamers kan nauw samengaan met de uitwerking van de klimaatjes en klimaatcoaches van P5 Ga groen.

22

V5 - Verhogen toeristenbelasting (toeristenbelasting op basis van het vervoersmiddel waarmee toeristen naar Amsterdam komen) Idee De gemeente verhoogt de toeristenbelasting, gekoppeld aan het vervoer waarmee toeristen naar Amsterdam komen, zodat milieubelastend vervoer minder aantrekkelijk wordt. Hierbij stelt de gemeente bijvoorbeeld de volgende prijzen op: • Toeristenbelasting voor treintoeristen: € 3,- per nacht • Toeristenbelasting Cruise-toeristen: € 17,55 per nacht • Toeristenbelasting vliegtuig-toeristen: € 25,-per nacht De vervuilende toerist betaalt en die extra inkomsten kunnen worden gebruikt voor de financiering van verduurzaming van de gemeente Amsterdam. Deze inkomsten kunnen bijvoorbeeld in de eerdergenoemde AETF worden gestopt. Impact-analyse Berenschot

Reactie college V5. Verhogen toeristenbelasting

Onze inschatting is dat het effect van het verhogen van de toeristenbelasting beperkt invloed heeft op de uitstoot van broeikasgassen. Er zijn echter twee redenen om deze maatregel wel in te voeren:

Het college waardeert het dat het MBB de toeristenbelasting wil inzetten als instrument voor verduurzaming. Het college constateert dat het MBB voorstander is van de inzet van lokale fiscale instrumenten voor verduurzaming. Het college vindt dit een interessante optie die nader onderzocht kan worden.

● Het geeft een duidelijk signaal af, dat Amsterdam werkt aan een klimaatneutrale stad ● De maatregel brengt inkomsten op, waarmee andere klimaatmaatregelen gefinancierd kunnen worden. Wij zien alleen als aandachtspunt hoe vastgesteld moet worden op welke wijze toeristen de stad binnen zijn gekomen

Op dit moment is de hoogte van de toeristenbelasting in Amsterdam hetzelfde, ongeacht de vervoerswijze waarmee toeristen naar Amsterdam reizen. Het verhogen en differentiëren van de toeristenbelasting afhankelijk van de vervoerswijze is interessant om verder te verkennen maar op dit moment juridisch niet toegestaan. Hiervoor is een aanpassing van de Gemeentewet vereist. Amsterdam heeft in het verleden al lobby gevoerd voor substitutie door bijvoorbeeld de trein voor korte afstanden en het beprijzen van luchtvaart. Een nieuw college kan deze lobby voortzetten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11093667/2