4. 20240522notavanbeantwoording-couperusbuurt-anoniem.pdf
Tekst van het document
Sociaal plan en relatie bewonerscommissie Het beeld dat inspreker B31 schetst van de manier waarop Stadgenoot met het sociaal plan en de bewonerscommissie zou omgaan, herkennen wij niet. In overleg met de bewonerscommissie heeft Stadgenoot een basis sociaal plan opgesteld voor de hele buurt. Na een achterbanraadpleging heeft de bewonerscommissie hierover een gekwalificeerd advies uitgebracht met een aantal knelpunten. Stadgenoot heeft de meeste van de wensen van de bewonerscommissie overgenomen met uitzondering van het ontbinden van de huurcontracten. Stadgenoot heeft dit toegelicht aan de bewonerscommissie. Heel recent heeft Stadgenoot besloten om bewoners in de te renoveren huurwoningen die in de sociale huur blijven, de mogelijkheid te beiden om terug te keren naar hun huidige woning met behoud van de huurovereenkomst. We herkennen ons ook niet in het beeld dat inspreker schetst over het op een zijspoor rangeren van de bewonerscommissie. De bewonerscommissie ziet op de hele buurt. Stadgenoot start nu met de concrete uitwerking van de eerste deelprojecten. Het is niet ongebruikelijk dat de direct betrokken bewoners in deze fase gevraagd worden om mee te denken. Dit proces is ook besproken met de bewonerscommissie en mede op hun advies is gekozen voor de vorm van “sub-bewonerscommissie”.
Ook leden van de bewonerscommissie kunnen deelnemen aan de subcommissie als ze in de betreffende fase wonen. Door Stadgenoot is een voorstel voor de procesgang opgesteld en geagendeerd voor het reguliere overleg met de bewonerscommissie. De bewonerscommissie is gevraagd om op het voorstel te reageren. Overig Inspreker B38 vraagt waarom er geen/onvoldoende rekening is gehouden met het gewijzigde Woningnet en stelt een aantal vragen over de woningtoewijzing, wisselwoningen en dergelijke. Belangrijk is dat bewoners een stadsvernieuwingsurgentie krijgen. Dit is een voorrangsregeling binnen Woningnet. Met deze urgentie kunnen bewoners met voorrang reageren op woningen in Woningnet. Er worden in Woningnet dus geen woningen gereserveerd, maar met de SV-urgentie krijgen bewoners voorrang bij de toewijzing. Als bewoners niet willen terugkeren in de buurt, kan men op Woningnet reageren op een woning elders in de stad. De vraag over hoe lang men in een wisselwoning moet blijven wonen voordat men terug kan keren naar de definitieve woning, kunnen we op dit moment nog niet beantwoorden. Dit zijn vragen die aan de orde kunnen komen in de 1 op 1-gesprekken die Stadgenoot gaat voeren met alle huurders. Dit hangt verder af van de wens van de bewoner. Wil de bewoner terug naar een nieuwbouw of te renoveren woning.
Zodra er een passende en geschikte woning beschikbaar is, kan de bewoner verhuizen vanuit de wisselwoning naar de nieuwe woning. 23
Inspreker B38 vraagt ook wat het effect is van dat er eerst gerenoveerd wordt en pas daarna sloop/nieuwbouw op de termijn van terugkeren naar de oorspronkelijke gerenoveerde woning dan wel een gelijkwaardige woning met tuin? Dit maakt in principe niets uit. Als een bewoner terug wil keren naar de eigen gerenoveerde woning, dan zal men altijd eerst naar een wisselwoning moeten verhuizen en na afronding van de renovatie terugkeren naar de eigen woning. Het enige effect is dat de renovatie eerder of later zal worden uitgevoerd. De opmerking waarom (dure) stadsverwarming verplicht wordt gesteld in een sociale huurwoning is een actuele discussie. Zowel lokaal als landelijk worden hierover gesprekken gevoerd.
6.3 Fasering
Inspreker B31 schrijft dat door Stadgenoot beloofd was dat er eerst gebouwd zou worden, dan gerenoveerd en tenslotte gesloopt zou worden. Terwijl Stadgenoot al op de hoogte was dat dat niet zou gebeuren, bleef Stadgenoot dat volgens inspreker wel naar bewoners communiceren waardoor bewoners op het verkeerde been zijn gezet. Inspreker B32 vindt dat er eerst gebouwd moet worden en daarna pas renoveren, zodat inspreker in een nieuwe woning in de buurt terug kan komen. Inspreker B29 is van dusdanige leeftijd dat terugkeer in de buurt niet mogelijk is. Volgens inspreker is de inspraak niet helemaal eerlijk verlopen. Er zou eerst gebouwd worden en pas daarna zouden woningen worden gesloopt Volgens inspreker B38 stelt dat er is afgeweken van het oorspronkelijke plan wat betekent dat er nu eerst wordt gerenoveerd i.p.v. eerst slopen en bouwen. Waarom is deze afweging gemaakt?
Beantwoording: Volgens een aantal bewoners is toegezegd dat er “eerst gebouwd zal worden en pas daarna gesloopt” zou worden, zodat mensen altijd in èèn keer naar hun definitieve woning kunnen doorverhuizen. En volgens inspreker B38 is toegezegd dat er eerst sloop/nieuwbouw zou plaats vinden en pas daarna renovatie. Vanuit de gemeente is dit echter nooit toegezegd omdat dit niet kan worden waargemaakt. Nieuwbouw zonder eerst te slopen is alleen mogelijk langs de Burgemeester Röellstraat bij het Nico van Suchtelenhof en Willem Paaphof. Om hier te kunnen bouwen, moet echter eerst een warmtetransportleiding worden verlegd en dat werk zal niet eerder gereed zijn dan op zijn vroegst in 2026. Dat betekent dat de eerste nieuwbouw op die locatie pas in 2028 kan worden opgeleverd en bewoners dus tot die tijd in hun woningen moeten blijven wonen. Dit sluit niet aan bij de wens van een grote groep bewoners om vooral vaart te maken met de vernieuwing. Stadgenoot heeft daarom voorgesteld om te starten met de renovatie van de woningen aan de noordkant van de buurt en de sloop van twee kleinere blokjes aan de Burgemeester Eliasstraat (18 woningen) en Burgemeester Rendorpstraat (18 woningen) omdat hier aanzienlijk meer woningen kunnen worden teruggebouwd waarmee de herhuisvesting op gang kan worden gebracht.
24
In het concept sociaal plan zoals Stadgenoot dat in 2021 met bewoners heeft gedeeld staat “Om de herhuisvesting zo prettig mogelijk te laten verlopen zoeken we naar mogelijkheden om woningen te bouwen, zonder dat er eerst (veel) woningen moeten worden gesloopt. Doel is om bewoners die in de buurt willen blijven wonen zoveel mogelijk in één keer naar een nieuwe of gerenoveerde woning te laten verhuizen. Garantie hiervoor kunnen Stadgenoot en de gemeente echter niet geven.” En in de nieuwsbrief die Stadgenoot in december 2021 heeft verspreid (samen met het sociaal plan) staat opgenomen dat nog niet bekend is met welk blok begonnen zal worden en dat dat later bepaald gaat worden. Begin 2023 is een voorlopige planning gedeeld met de bewoners waarbij fase 1 bestaat uit renovatie van de noordelijke hoven en sloop/nieuwbouw langs de Burgemeester Rendorpstraat en Burgemeester Eliasstraat.
6.4 Waarom slopen en verdichten Inspreker B18 is tegen sloop van woningen in het algemeen. Ook inspreker B19 vindt de plannen zoals ze nu zijn waardeloos. Er wordt te weinig aan de mensen gedacht die het financieel niet kunnen tegen houden en worden weggepest. Op de gracht komen straks yuppen te wonen en wij moeten weg. Inspreker B21 is overal op tegen en heeft het idee dat het allemaal om geld gaat. Als de buurt wordt behouden, dan blijft het laagdrempelig. Met de vernieuwing vreest inspreker voor een Bijlmer-effect. Inspreker B22 vindt de woningen nog in goede staat en afbreken of renoveren is niet nodig. De hofjes, hoogbouw, groen en inrichting niet mijn smaak en doen afbreuk aan wat er nu is. Ik heb daar grote bezwaren tegen. ProWest (B24) is tegen de sloop van de woningen in de zuidstrook. Volgens ProWest gaat door de hoogstedelijke hoogbouw de gewaardeerde stedenbouwkundige verkaveling van deze buurt volledig te niet. ProWest pleit voor renovatie van alle woningen. Ook inspreker B28 is tegen de voorgenomen sloop. Ook is volgens hem geen renovatie nodig. Om te voldoen aan het energielabel kan volgens hem volstaan worden met spouwmuur- en vloerisolatie. Inspreker B36 vindt het een leuke buurt zoals het nu is. Inspreker B25 maakt op uit de tekst van de investeringsnota dat het klein zijn van een woning iets negatiefs is.
Inspreker woont zelf in zo’n woning en vindt helemaal niet dat de woning klein is en woont al vele jaren met veel plezier in deze “kleine” woning. Klein in een verouderde woning is kennelijk iets anders dan klein in een nieuwe of gerenoveerde woning. Inspreker vindt dat meten met twee maten en ziet liever dat echte redenen worden gebruikt. Volgens inspreker B2/B5 zou bij de vernieuwing het karakter van het huidige dorp behouden blijven. En inspreker B9 vindt het verhaal over een stadslaan een fake-verhaal. Het zou groener moeten worden, maar dat kan niet met de voorgestelde verdichting. De bebouwing wordt langs de Burgemeester Röellstraat te dicht op elkaar gezet en inspreker noemt dit een getto. Er is geen veilig overzicht meer. De blokken worden in een gesloten opstelling gebouw en inspreker veronderstelt dat de moeilijke hoeken bestemd zullen worden voor sociale huurwoningen.
25
Inspreker B15 is tegen hoogbouw aan de Röellstraat. Laat het beter laagbouw tot 3-hoog worden. Ook inspreker B33 vindt 7-laagse bebouwing te hoog want leidt tot drukte in de buurt. Inspreker B25 constateert ook dat in het afwegingskader renovatie of sloop/nieuwbouw staat dat de gemeente alleen meewerkt aan een weloverwogen en noodzakelijk gebleken sloopvoornemen van de eigenaren. Tevens wordt aangegeven dat renovatie een betere optie is vanwege de geringe milieubelasting en kosten. De helft van de wijk zal gerenoveerd gaan worden. Die optie is dus een reële optie. Maar omdat de gemeente wil verdichten verloochent ze deze zelf opgestelde regels. Inspreker B30 vindt dat de plannen getuigen van een gebrek aan historisch besef over de Couperusbuurt. De karakteristieke laagbouw met hofjes structuren en veel groen. De saamhorigheid in de buurt. En de parkeergelegenheden die op dit moment in deze buurt zijn en niet gaan terugkeren. De hoogbouw zorgt ervoor dat er een geheel andere buurt zal ontstaan. Welke in niets meer vergelijkbaar is met de huidige situatie. Inspreker B31 is van mening dat de woningen aan de zuidkant niet gesloopt hoeven te worden en dat er ook geen verdichting nodig is, omdat in de Dichtersbuurt al de benodigde verdichting wordt gerealiseerd.
Ook is het slopen van de woningen volgens inspreker niet nodig om de gewenste stadslaan te realiseren, omdat de Röellstraat wordt versmald zodat er voldoende ruimte is om de stadslaan te realiseren. Inspreker B34 vindt het niet ethisch dat er een grote flat komt tegenover de moskee. Volgens inspreker is het voor de school naast de moskee ook niet prettig en gevaarlijk voor kinderen. Beantwoording: De voorgestelde vernieuwing van de Couperusbuurt betekent een forse verandering. De buurt wordt nu gekenmerkt door laagbouw. In de nieuwe situatie varieert de bouwhoogte tussen de Couperusstraat en Burgemeester Röellstraat tussen 3 en 7 bouwlagen. Dit heeft zondermeer effect op de beleving en het uitzicht op de buurt. Amsterdam heeft echter een zeer grote woningvraag en Amsterdam kiest er daarbij voor om deze extra woningen zoveel mogelijk binnen de bestaande stad te realiseren. Hiermee worden kwetsbare buitengebieden gespaard. Het beleid voor de verdichting van de stad is vastgelegd in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. In deze Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is voor de Couperusbuurt als opgave geformuleerd om het huidige laagbouwmilieu te transformeren naar een gemengde stadsbuurt met een stedelijke dichtheid. Juist de ligging langs de Burgemeester Röellstraat en de nabijheid van Plein 40-45 met zijn winkels en voorzieningen maakt dit een stedenbouwkundig verantwoorde keuze.
In tegenstelling tot wat inspreker B25 veronderstelt, staat in het afwegingskader expliciet aangegeven: “Op een hoger schaalniveau (wijk, stadsdeel of stad) spelen beleidsdoelstellingen zoals doelgroepen, samenstelling van de woningvoorraad en de stedenbouwkundige opzet mee. Sloop/nieuwbouw kan bijvoorbeeld effectief zijn als woningen moeten worden toegevoegd die niet in de bestaande voorraad gerealiseerd kunnen worden of de bestaande stedenbouwkundige structuur verbetert⁴. In het College-akkoord 2022 – 2026 is verder aangegeven dat sloop/nieuwbouw mogelijk is als dit leidt tot verbetering van de woonsituatie voor mensen, toevoeging van extra woningen, en/of duurzaamheidswinst geeft. Bij het herbouwen dient eerst naar de behoefte van huidige bewoners te worden gekeken. De voorgestelde plannen passen binnen het afwegingskader. Tegenover de moskee is een woongebouw van 5 verdiepingen gepland. Dat is een gebruikelijke hoogte in de stad en ook de afstand tussen de nieuwbouw en de moskee blijft ruim. We zien niet wat hier niet ethisch aan zou zijn en denken juist dat met meer ogen op het plein de situatie eerder veiliger dan onveiliger zal worden.
26
6.5 Woonprogramma Inspreker B20 heeft behoefte aan meer concrete informatie. Ze zou graag een woning in een buurtgroep (gezamenlijk wonen) willen krijgen, maar heeft het idee dat die vorm niet door Stadgenoot wordt aangeboden. En als dat niet kan, een woning tussen 1 tot 3 hoog met balkon en mogelijkheid om de fiets binnen te stallen. Ook inspreker B23 wil graag meer duidelijkheid krijgen over waar de ouderenwoningen komen. Inspreker B7 valt het op dat seniorenwoningen gebouwd worden tegenover een moskee, een school of een drukke weg. Volgens inspreker willen ouderen juist een rustige omgeving. Inspreker B38 vindt dat er onvoldoende tot geen rekening gehouden wordt met 55+ woningen en toekomstbestendige woningen in zowel het Sociaal plan als de concept-investeringsnota. Er zijn meerdere projecten in Amsterdam, zie 'Bouwen aan buurten van de toekomst (ontwikkelstrategie 2035)' waarbij verdichting de hoofdrol speelt en hoogbouw (stapelen van woningen) de boventoon voert. Waar zijn de begane-grond huur woningen met een tuin te vinden binnen deze projecten (voor 55+, senioren, etc.)? Inspreker B25 leest in de investeringsnota dat er minimaal één project is gepland voor woningen voor ouderen. Op pag. 84 wordt hier nog eens op teruggekomen. In de eerste fase worden nieuwe ouderenwoningen gebouwd. In de plannen die zijn aangeboden is niet terug te vinden waar dit zal zijn.
Is dit een zoethoudertje? Inspreker B25 schrijft: 5. Op pag. 23 staat dat de buurt een grote diversiteit kent aan bewoners en huishoudens. De helft van de woningen (van het gedeelte dat gerenoveerd en gesloopt gaat worden!) wordt momenteel bewoond door een jongere. Dit kan ook niet anders, want de woningen zijn gelabeld voor jongeren t/m 27 jaar. Ook op pag. 51 komt deze bewoning weer terug. Er wonen relatief veel huurders met 5-jaren contracten. Dit proces is een tiental jaar geleden in gang gezet. Er komen vrijwel geen reguliere bewoners meer in de buurt. Dit heeft grote gevolgen gehad voor de leefbaarheid, die door dit beleid is veroorzaakt en moedwillig verslechterd. Maar in tegenstelling tot de zoals zelf aangegeven grote diversiteit, wordt in de plannen steeds aangegeven dat de diversiteit moet verbeteren. Er wordt bedoeld: bewoners voor koopwoningen en middensegment. Draai er niet om heen, maar zeg dit dan ook transparant.
Inspreker B37 constateert dat de huidige woningcrisis kenmerkt zich door een ernstig tekort aan woningen, onvoldoende snelheid van bijbouwen en onvoldoende vakmensen om het uit te voeren. Volgens de inspreker staan er in de huidige situatie een voorraad woningen die weliswaar qua ruimte energielabel etc. matig scoren maar waar bewoners / aspirant bewoners gelukkig mee zijn / zouden zijn gezien ook schaarste. Volgens de inspreker doet de investeringsnota een te groot beroep op momenteel te weinig beschikbare vakmensen, materialen etc. en geeft daardoor slechts een beperkte toename beschikbare huurwoningen. Volgens inspreker is het huidige beleid van nadruk op plaatsing van studenten en tijdelijke starterscontracten dan ook rendabeler en getuigd van meer gezonde visie dan de in de investeringsnota beschreven concept. Beantwoording Een aantal insprekers heeft vragen over de bouw van ouderenwoningen. Vanzelfsprekend hebben alle nieuwe appartementen een lift en zijn daarmee beter toegankelijk voor ouderen. Daarnaast heeft Stadgenoot aangegeven dat er 60 ouderenwoningen gebouwd worden. De opmerking van een van de insprekers dat ouderen juist een rustige omgeving willen, geldt zeker voor een deel van de ouderen. Andere ouderen vinden het juist fijn als er enige levendigheid is.
27
Inspreker B25 gaat in op de beoogde diversiteit. Inspreker constateert dat in de investeringsnota staat dat de buurt nu al een grote diversiteit kent en tegelijk zegt de nota dat de diversiteit moet verbeteren. Volgens inspreker wordt hiermee bedoeld dat er ook middensegment en vrije sectorwoningen moeten komen. Inspreker vraagt om dit dan ook zo expliciet te benoemen. In de investeringsnota is bij de beschrijving van de opgave opgenomen dat “het streven is om de diversiteit in woningtypen en prijsklassen te vergroten”. We zullen dit verduidelijken door hier toe te voegen dat er middensegmenten vrije sectorwoningen worden bijgebouwd.
6.6 Garages Adriaan van Oordthof B5 vraagt wat het plan betekent voor de garages aan het Adriaan van Oordthof en als de garages een andere invulling krijgen of men dan een andere garage krijgt aangeboden. Beantwoording: In de concept investeringsnota wordt aangegeven dat de garages mogelijk een andere invulling zouden kunnen krijgen, bijvoorbeeld als bedrijfsruimte. Dit is echter nog niet concreet ingevuld. Dit zal nader worden onderzocht en afgewogen bij het opstellen van het renovatieplan voor de woon- en bedrijfsruimten van het Adriaan van Oordthof. De renovatie is voorzien als laatste fase van de vernieuwing van de Couperusbuurt en zal naar verwachting niet starten voor 2030. Tot de renovatie zullen de garages in ieder geval hun functie behouden.
6.7 Verkoop sociale huurwoningen Inspreker B6 vindt het schandalig dat er sociale huurwoningen worden verkocht, terwijl er zoveel behoefte is aan sociale huurwoningen. Ook B13 verbaast zich erover dat er sociale huurwoningen worden verkocht, terwijl er zoveel behoefte aan is. Inspreker B9 stelt dat voor iedere nieuwe gebouwde sociale huurwoningen er ook twee worden verkocht. Inspreker vindt dit geen goede situatie. Beantwoording: In de samenwerkingsafspraken die gemeente, corporaties en huurdersorganisaties hebben afgesloten is afgesproken dat in een aantal gebieden corporaties de mogelijkheid hebben om woningen te verkopen. De Couperusbuurt valt binnen het gebied waar verkoop mogelijk is. De gemeente wil op zich terughoudend zijn in verkoop van sociale huurwoningen, maar heeft er ook begrip voor dat corporaties de inkomsten nodig hebben om hun vernieuwingsopgave uit te kunnen voeren. Er zijn straks, net als nu het geval is, ca.696 sociale huurwoningen in de Couperusbuurt. Deze woningen zijn gasloos, gerenoveerd (ca 168) en nieuw (ca 528). In de nieuwbouw worden ook grotere sociale huurwoningen aangeboden zodat meer doelgroepen kunnen worden bediend.
6.8 Parkeren Inspreker B14 is slecht ter been en kan niet goed lopen en wil een parkeerplaats hebben nabij de woning en niet ergens in de buurt. Inspreker B15 en B33 veronderstellen dat wanneer de huurcontracten worden ontbonden, men ook geen recht meer heeft op een parkeervergunning op straat. 28
Inspreker B15 is het niet eens met het gemeentelijk parkeerbeleid waarbij bewoners in nieuwbouw niet meer in aanmerking komen voor een parkeervergunning op straat. Inspreker vindt dat de politiek te weinig oog heeft voor de belangen voor bewoners. Inspreker B31 constateert dat de gemeente Amsterdam een ontmoedigingsbeleid voert voor de auto. In de plannen worden er te weinig straatparkeerplaatsen gerealiseerd en zijn er te weinig parkeervergunningen beschikbaar. Stadgenoot heeft een streven om parkeerplaatsen te huur aan te bieden. Dit is weer een extra kostenpost voor de bewoners. En een extra inkomstenbron over de rug van deze bewoners.
Beantwoording: De ruimte in de stad is schaars en het gemeentebestuur wil de beschikbare ruimte liever gebruiken voor groen en spelen dan voor parkeren. Door de gemeenteraad is in 2018 daarom besloten dat bewoners van een nieuwbouwwoning geen vergunning of ontheffing meer krijgen om op straat te parkeren. Alleen de huidige huurders die nu al over een vergunning of ontheffing beschikken, behouden die vergunning als ze terug keren naar de nieuwbouw en in de nieuwbouw niet over een parkeerplaats op eigen terrein kunnen beschikken. Het maakt in deze niet uit of een huurcontract wel of niet wordt ontbonden. In de openbare ruimte worden voldoende parkeerplaatsen aangelegd conform het gemeentelijk beleid. Dat wil zeggen dat er parkeerplaatsen worden aangelegd voor bezoekersparkeren, voor bewoners met een vergunning die na de vernieuwing terugkeren in de wijk en voor de bewoners in de te handhaven bebouwing. Bewoners die in bezit zijn van een gehandicaptenparkeerkaart kunnen ook in de nieuwe situatie een aanvraag indienen voor een gehandicaptenparkeerplaats. De corporaties informeren de nieuwe bewoners dat ze geen parkeervergunning krijgen, zodat deze huurders een bewuste keuze kunnen maken of ze hier willen komen wonen (zonder auto) of toch liever elders gaan wonen. Voor de goede orde: in Amsterdam hebben slechts ca.
4 op de 10 huishoudens een auto (voor heel Nederland is dat ongeveer 9 van de 10 huishoudens).
6.9 Cultuurhistorie Inspreker B25 constateert dat in de investeringsnota veelvuldig wordt ingegaan op de principes van het AUP en dat deze principes de buurt bijzonder maken. En vanuit de eerder vastgestelde principenota is aangegeven dat zorgvuldig met de erfgoedwaarden omgegaan moet worden. Het is voor de inspreker frappant dat in de plannen deze bijzondere buurt geheel overhoop wordt gegooid met een hele andere structuur. Opeens is dit kennelijk niet meer belangrijk omdat de gemeente besloten heeft dat er verdicht moet worden. ProWest (B24) pleit voor behoud en renovatie van de hele buurt en is van mening door de sloop van de woningen aan de zuidkant de gewaardeerde stedenbouwkundige verkaveling verloren gaat. ProWest is van mening dat de buurt gerenoveerd moet worden en daarmee respect wordt getoond waardevolle tuinstedelijke hovenstructuur en de bevinding van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed dat deze buurt onderdeel is van een van de wederopbouwgebieden van nationaal belang. De Erfgoedvereniging Heemschut (B26) is van mening dat de keuze om voor de nieuwbouw langs de Burgemeester Röellstraat uit te gaan van een “kamstructuur” geen goede keuze is. Volgens Heemschut wordt de Couperusbuurt juist gekenmerkt door de hovenstructuur. Heemschut pleit er 29
voor om de oorspronkelijke structuur bij de vernieuwing leidend te laten zijn. Heemschut is daarnaast blij dat de noordelijke hoven behouden blijven en worden gerenoveerd. Indien renovatie en ‘ontduplexing’ zoals ooit bedoeld van de woningen aan de zuidzijde financieel niet haalbaar is, kan sloop-nieuwbouw volgens Heemschut een goed alternatief zijn. Dat daarbij langs de brede, toekomstige stadslaan de mogelijkheid van verdichting ten behoeve van de nodige extra woningen wordt aangegrepen, begrijpt Heemschut goed. Heemschut pleit er voor om deze politiek gewenste verdichting hand in hand te laten gaan met versterking van het tuinstedelijk karakter van de buurt op basis van de bestaande typologie. Voor Heemschut zijn de volgende uitgangspunten hierbij van belang: 1. Behoud van de doorzichten haaks op de Burgemeester Röellstraat, dus behoud van de uitwendige maat van de hovenstructuur als maximaal bebouwingsoppervlak (in feite de huidige zes straten haaks op de Burgemeester Röellstraat) zodat geen forse gesloten wand langs de Burgemeester Röellstraat ontstaat; 2. Handhaaf daarbij het principe van de hoven en voorkom de sfeer van gesloten of ‘semigesloten’ bouwblokken.
De op pagina 60 van de Investeringsnota voorgestelde bebouwing ten oosten van de Burgemeester Röellstraat levert een onduidelijk en onoverzichtelijk binnengebied en een lastig, in de plattegronden niet goed op te lossen verkaveling. Respecteer ook hier de oorspronkelijke verkaveling. 3. Behoud de groene hoven op maaiveldniveau; dus geen parkeeroplossingen binnen de hoven die doorgang en doorzicht belemmeren; 4. Bepaal de plaats en de hoogte van de nieuwe bebouwing aan de hand van een bezonningsstudie, zodat zowel de Couperusstraat als de nieuwe hoven voldoende kwaliteit zullen hebben. 5. Leg het stedenbouwkundig en architectonisch ontwerp in handen van één architectenbureau om te voorkomen dat de vernieuwing tussen De Hoeksteen en de gerenoveerde Nico van Suchtelenhof rommelig wordt. De Erfgoedvereniging wijst er op dat de zuidstrook langs de Burgemeester Röellstraat de overgang vormt van de Couperusbuurt naar de hoogbouw aan de Burgemeester Hogguerstraat en daarmee de verbinding tussen de beschermde stadsgezichten Van Eesteenmuseum en Sloterplas. Dat vraagt volgens Heemschut om een zeer zorgvuldige inpassing met respect voor de oorspronkelijke hovenstructuur van Jacoba Mulder. Zorg dat de verdichting leidt tot versterking van de kwaliteiten van dit deel van de tuinstad Nieuw-west.
Antwoord: De Couperusbuurt is onderdeel van het Rijkswederopbouwgebied Slotermeer dat kenmerkend is voor de vroeg na-oorlogse stedenbouw. Het gebied is waardevol. Bij de planvorming heeft de erfgoedwaarde een rol gespeeld. In het eerdere plan voor de vernieuwing van de buurt (2009) werd nog uitgegaan van sloop van het hele gebied. Vanwege juist de erfgoedwaarde is besloten om ongeveer de helft van de woningen (noordkant van de buurt) te renoveren en het zuidelijk deel te slopen en te gebruiken voor verdichting. De Couperusbuurt ligt op een plek waar ook een aanzienlijke verdichting mogelijk is. Bij het opstellen van het nieuwe stedenbouwkundig plan is geprobeerd om een aantal belangrijke kenmerken van de huidige wijk te behouden en te vertalen in de nieuwbouw. Zo blijft in het noordelijk deel de typerende hofverkaveling in stand en is mede op advies van Monumenten & Archeologie gekozen voor een afwisselende hoogte langs de Burgemeester Röellstraat (kamstructuur). Hiermee is een nieuwe vertaling gemaakt van het uitgangspunt van licht, lucht en ruimte binnen de verdichtingsopgave van de stad.
30
De erfgoedvereniging Heemschut pleit er in zijn reactie voor om ook ingeval van nieuwbouw in het zuidelijk deel uit te gaan van de hofstructuur en af te zien van de voorgestelde kamstructuur. We vinden dit advies lastig aangezien we juist mede op advies van M&A hebben gekozen voor de kamstructuur omdat deze structuur beter past bij Nieuw-West dan een doorlopende hoge wand (ala de Pieter Calandlaan). Hierbij is het overigens goed om te benoemen dat in de huidige situatie de zuidstrook niet alleen uit hofverkavelingen bestaat maar ook voor een deel uit langsstroken. De erfgoedvereniging doet 5 concrete aanbevelingen: 1. Behoud van de doorzichten haaks op de Burgemeester Röellstraat, dus behoud van de uitwendige maat van de hovenstructuur als maximaal bebouwingsoppervlak (in feite de huidige zes straten haaks op de Burgemeester Röellstraat) zodat geen forse gesloten wand langs de Burgemeester Röellstraat ontstaat; Reactie: In het nieuwe verkavelingsplan wordt uitgegaan van behoud van de dwarsstraten op de Burgemeester Röellstraat op ongeveer dezelfde plek, zodat er inderdaad geen forse gesloten wand ontstaat maar voldoende doorzicht behouden blijft. 2. Handhaaf daarbij het principe van de hoven en voorkom de sfeer van gesloten of ‘semigesloten’ bouwblokken.
De op pagina 60 van de Investeringsnota voorgestelde bebouwing ten oosten van de Burgemeester Röellstraat levert een onduidelijk en onoverzichtelijk binnengebied en een lastig, in de plattegronden niet goed op te lossen verkaveling. Respecteer ook hier de oorspronkelijke verkaveling. Reactie: Gezien de schaal van de hoven is in het verkavelingsplan gekozen voor semi gesloten bouwblokken. De maat van de hoven leent zich niet om te kiezen voor openbaar toegankelijke hoven. Dat was oorspronkelijk wel de bedoeling maar bleek bij verdere bestudering niet tot goede (sociaalveilige) oplossingen te leiden. 3. Behoud de groene hoven op maaiveldniveau; dus geen parkeeroplossingen binnen de hoven die doorgang en doorzicht belemmeren; Reactie: Drie van de 4 nieuwe blokken krijgen een groene inrichting. Conform het gemeentelijk parkeerbeleid moeten er echter parkeerplaatsen op eigen terrein worden gemaakt. Voorgesteld wordt om dat te concentreren in het blok 8. De parkeerplaatsen worden op maaiveld gerealiseerd en voorzien van een dek. Op het dek komen de privé-tuinen van de woningen en een zo groen mogelijk ingericht collectief binnenhof. 4. Bepaal de plaats en de hoogte van de nieuwe bebouwing aan de hand van een bezonningsstudie, zodat zowel de Couperusstraat als de nieuwe hoven voldoende kwaliteit zullen hebben.
Reactie: Bij het opstellen van het verkavelingsplan is inderdaad gebruik gemaakt van bezonningsstudies. Dit heeft onder andere geleid tot een wat lagere bouwhoogte in de dwarsstraten en aan de Couperusstraat. Bij de verdere uitwerking is het zeker zinvol gebruik te maken van verdere bezonningsstudies om de blokken verder te verfijnen. 5. Leg het stedenbouwkundig en architectonisch ontwerp in handen van één architectenbureau om te voorkomen dat de vernieuwing tussen De Hoeksteen en de gerenoveerde Nico van Suchtelenhof rommelig wordt. Reactie: De nieuwe bebouwing langs de Burgemeester Röellstraat dient een samenhangend geheel te vormen. De kwaliteit hiervan wordt bewaakt door de supervisor en de Commissie Omgevingskwaliteit. In de investeringsnota is opgenomen dat bij voorkeur 1 architect de gebouwen binnen een ruimtelijke 31
typologie (architectonische eenheid) ontwerpt. De nieuwbouw langs de Burgemeester Röellstraat vormt een architectonische eenheid waarvoor dus bij voorkeur 1 architect wordt aangesteld.
6.10 Groen Inspreker B12 wil dat er bij het plan rekening wordt gehouden met de natuur. Inspreker B20 constateert dat de buurt nu prachtig groen is en in de plannen veel minder groen is opgenomen dan er nu staat. Terwijl in de plannen staat dat het groener wordt. Inspreker B30 vindt, dat de plannen voor groen voor het grootste deel gericht zijn op groen tussen de panden, terwijl er in de plannen weinig tot geen doorkijk is en groen dus in het niet valt. Beantwoording: De opgave in de Couperusbuurt is om een aanzienlijke verdichting te realiseren en tegelijkertijd de buurt zo groen mogelijk te houden. In de huidige situatie heeft het groen in de hoven vooral een kijkfunctie en wordt er door de bewoners relatief weinig gebruik van gemaakt. In de nieuwe situatie kan het groen veel meer gebruiksgroen worden. Over de precieze inrichting gaan we in de volgende fase ook in gesprek met bewoners. De hoven in het noordelijk deel blijven groen en openbaar. In het nieuwbouwdeel krijgen de binnenterreinen ook een zoveel mogelijk groene invulling, maar zullen deze met name toegankelijk zijn voor de aanwonenden. Een deel van de bomen in de buurt blijkt in matige staat te verkeren. De groeiomstandigheden zijn matig. In de nieuwe situatie krijgen de bomen betere groeiomstandigheden en wordt de hoeveelheid verharding in de straten zoveel mogelijk beperkt.
Om parkeren op eigen terrein mogelijk te maken komt er een parkeergarage in veld 8 langs de Burgemeester Röellstraat. De parkeergarage krijgt deels een groen dak en wordt ingericht als verblijfsgebied voor de bewoners. De groenstrook bij de Herman de Manstraat blijft, evenals het park tussen de Burgemeester Eliasstraat en de A.M. de Jongstraat. Ook de nieuwe Burgemeester Röellstraat krijgt een zo groen mogelijke inrichting met bomen en plantvakken. De buurt verandert, maar we blijven streven naar een zo groen mogelijk buurt.
6.11 Voorzieningen Inspreker B17 geeft aan wel input te hebben mogen geven op het plan, maar heeft het gevoel dat er niets mee is gedaan. Wat hebben we aan nog meer restaurantjes en winkeltjes. Daar zijn er nu genoeg van. Volgens inspreker is er vooral behoefte aan meer woonruimte. Inspreker B38 vraagt Er wordt geen uitleg gegeven of een verwachting geschetst van de druk die gaat worden gelegd op de Sociale Voorzieningen en winkels na de realisatie van zowel de nieuwbouw van de Dichtersbuurt als ook de Couperusbuurt ten behoeve van het grote toename van de hoeveelheid mensen. Is hier een onderzoek van beschikbaar (denk aan leef- en woongenot, woonplezier als men zo dicht op elkaar leeft)?
32
Beantwoording: Bij de plannen voor de vernieuwing van een buurt wordt niet alleen gekeken naar woningbouw, maar wordt vanuit verschillende kanten bekeken wat een toename van bewoners betekent voor het voorzieningenniveau. Als gemeente hanteren we als uitgangspunt dat als er extra woningen worden gebouwd er ook extra bedrijfsruimte wordt toegevoegd, zodat er ook voor werkgelegenheid en (maatschappelijke) functies voldoende ruimte blijft. Amsterdam heeft hiervoor de “Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen” ontwikkeld. Op basis van deze referentienormen is nagegaan welke voorzieningen uitgebreid moeten worden. Zo is gebleken dat er behoefte is aan kinderopvang en mogelijk ook gezondheidszorg. Dit laatste moet bekeken worden in samenhang met de ontwikkelingen in de Dichtersbuurt. We vinden het vervelend dat inspreker B17 het gevoel heeft dat er niks is gedaan met zijn input. Want we hebben tijdens de participatiebijeenkomsten juist vragen over voorzieningen voorgelegd om een goed beeld te krijgen van de behoeften in de buurt. Zo is aandacht gevraagd voor voldoende zorgfuncties, kleinschalige ambachtelijke bedrijven en vooral buurtgerichte voorzieningen. Deze input hebben we gebruikt bij het opstellen van het plan voor de vernieuwing van de buurt.
Aangezien de vernieuwing over een lange periode wordt gerealiseerd is het nu nog niet mogelijk om precies aan te geven welke voorzieningen waar gaan komen. Dit wordt bij de verdere invulling van de nieuwbouwplannen geconcretiseerd. De buurt wordt hierbij betrokken.
6.12 Buurttoets Inspreker B38 schrijft dat de cijfers van de buurttoets bepalend zijn geweest voor de beoogde plannen. In tegenstelling tot louter een buurttoets te houden onder de direct betrokken bewoners van de 700 woningen die gerenoveerd worden zijn er 500 randwoningen/huishoudens uit de omgeving medebepalend geweest voor de uitkomst. Inspreker is van mening dat wanneer er louter een buurttoets onder de 700 huishoudens gehouden zou zijn, dat dan 490 huishoudens toestemming zou moeten hebben gegeven voor renovatie. Hoe verhouden deze aantallen zich met de respondenten van 304 bewoners/huishoudens die de buurttoets hebben ingevuld? Kunt u uitleggen waarom deze uitkomst representatief is? Is er rekening gehouden met de 70% regeling? Zo nee, waarom niet? Kunt u inzicht geven in de cijfers?
Beantwoording: De manier waarop de vernieuwing van de Couperusbuurt wordt vorm gegeven, is van belang voor zowel de huurders van de te renoveren of te slopen woningen als voor de omwonenden, omdat hun omgeving gaat veranderen. Het is daarom gebruikelijk bij onderzoeken naar het draagvlak van plannen zowel de betrokken huurders als de omwonenden te bevragen. Het onderzoek is zodanig uitgevoerd dat een respons is bereikt van 25% voor het hele plangebied. Dit betekent dat de uitslag representatief is voor de buurt en daarmee dus een goed beeld geeft hoe de buurtbewoners de plannen waarderen. Om een nauwkeuriger beeld te krijgen van de mening van de betrokken huurders zijn extra belronden gehouden waarmee de respons onder de huurders verhoogd is naar 46%. Van alle respondenten(zowel huurders van de te slopen of te renoveren woningen en de omwonenden) is 56% positief over het plan voor de vernieuwing van de Couperusbuurt en 20% is negatief. De overige respondenten zijn neutraal (18%) of weten het niet (6%).Van de huurders met een vast regulier contract waarvan de woning wordt gerenoveerd of gesloopt is 51% positief en 30% is negatief. De overige respondenten zijn neutraal of weten het niet. 33
Inspreker wijst verder op de 70%-regel. Deze regel wordt vaak door de rechter gehanteerd om ingeval van renovatie met behoud van huurovereenkomst te bepalen of er voldoende draagvlak is voor een ingreep met bijbehorende financiële consequenties. Het Burgerlijk Wetboek (7:220 lid 2 BW) schrijft voor dat de huurder bij een ‘renovatie’ -met behoud van huurovereenkomst- een redelijk voorstel moet ontvangen. Als de huurder niet instemt met het voorstel kan de verhuurder de rechter vragen het voorstel op zijn redelijkheid te beoordelen. Als de rechter op verzoek van de verhuurder oordeelt dat het voorstel redelijk is, dan is de huurder verplicht zijn medewerking te geven aan de uitvoering van de renovatiewerkzaamheden. Bij de beoordeling van de redelijkheid van een voorstel kijkt de rechter onder meer naar de duur en impact van de werkzaamheden, de hoogte van een eventuele huurverhoging en persoonlijke omstandigheden van de huurder. Bij complexgewijze renovatie kan de verhuurder ervoor kiezen een draagvlakmeting onder de huurders te houden. De wet bepaalt namelijk dat als ten minste 70 procent van de huurders binnen een ‘bouwkundige eenheid’ van minimaal tien woningen vrijwillig instemt met het renovatievoorstel het voorstel geacht wordt redelijk te zijn. De 70%-regel is dus van belang in de relatie tussen huurder en verhuurder.
Voor een onderzoek naar het draagvlak voor een integraal vernieuwingsplan is deze 70% niet als uitgangspunt vastgesteld. Voor de gemeente is het van belang om bij de besluitvorming door de gemeenteraad de belangen en de meningen van betrokkenen voldoende in beeld te hebben.
6.13 Fouten en onzorgvuldigheden in concept nota Inspreker B23 heeft naast een inhoudelijke reactie ook gereageerd op (tekstuele) onduidelijkheden en taalkundige fouten in de concept investeringsnota. Inspreker B9 vindt de concept investeringsnota slecht leesbaar, waarbij de uitgewerkte demografie onvolledig is en gestuurd door Stadgenoot. Inspreker B25 constateert dat in de concept nota’s veel afbeeldingen/foto’s worden gebruikt die niet reëel zijn voor de buurt niet bijdragen aan de plannen voor de buurt. Tevens constateert de inspreker dat er de concept nota slordig overkomt met allerlei fouten, ontbrekende foto’s en stukken tekst. Alsof de nota in grote haast in elkaar is gezet en niet zorgvuldig overdacht. Aan zo’n investeringsnota kan geen goedkeuring worden gegeven door een gemeenteraad die zichzelf respecteert. Verder wijst ze op het feit dat de woningen langs de Röellstraat hun woonkamer naar de straat hebben gericht (geen achterkant) en dat de tekst over wel/niet toestaan van dakkapellen in het renovatiedeel tegenstrijdig en onduidelijk is. Beantwoording: De concept investeringsnota bevat inderdaad een aantal tekstuele fouten en onzorgvuldigheden. De opmerkingen van de insprekers hebben we met dank gebruikt om de tekst en afbeeldingen aan te passen en te verduidelijken.
6.14 Overig Inspreker B17 constateert dat de buurt zal gaan veranderen. De samenstelling is nu gemêleerd (GGZ, ex-gedetineerden, werklui, hoog- en lager opgeleiden, etc.). Inspreker vreest dat de buurt straks minder gemêleerd zal zijn. 34
Volgens inspreker B31 geeft Stadgenoot aan dat de buurt vernieuwd moet worden omdat deze verloedert. Volgens inspreker heeft Stadgenoot echter zelf verantwoordelijkheid voor deze verloedering door het toepassen van jongeren-contracten, achterstallig onderhoud, vervangen gaskachel door Cv-ketels waardoor schimmel in de woningen is ontstaan, het niet oplossen van overlast gevende huurders, het verhogen van de huren zonder dat hier iets tegenover staat en het niet luisteren naar de bewoners. Deze zaken veroorzaken volgens inspreker dat de bewoners zich niet meer verbonden voelen met de buurt. In alle opzichten laten de plannen van Stadgenoot en de manier waarop Stadgenoot en gemeente de bewoners een loer durven draaien voor het eigen prestige, volgens de inspreker, zien dat er een onbetrouwbare overheid is ontstaan. Deze plannen zouden in een goed functionerende samenwerking en vertrouwen tussen verhuurder, overheden en bewoners nooit mogen en kunnen ontstaan.
Beantwoording: Door de vernieuwing zal de samenstelling van de buurt gaan veranderen. Door het toevoegen van middensegment- en vrije sectorwoningen kunnen ook huishoudens met een hoger inkomen in de buurt komen wonen. Het aantal sociale huurwoningen blijft gelijk. Momenteel is ongeveer de helft van de sociale huurwoningen verhuurd aan jongeren met een 5-jaren contract. Dat zal in de toekomst minder zijn. Door het behoud van het aantal sociale huurwoningen en het toevoegen van middensegment en vrije sector woningen zal de samenstelling van de buurt straks ook gemêleerd zijn. Wij herkennen ons niet in het beeld dat inspreker B31 schetst over het in zijn ogen kennelijk bewust verwaarlozen van de buurt door Stadgenoot en dat de voorliggende plannen volgens inspreker nooit tot stand zouden zijn gekomen in een goed functionerende samenwerking tussen verhuurders, huurders en overheid. Uit de inspraakreactie blijkt dat inspreker het niet eens is met de plannen. Dit betekent echter niet dat de plannen op een verkeerde manier tot stand zijn gekomen. We wijzen er hierbij op dat bewoners actief zijn gevraagd om mee te denken en input te leveren voor de plannen. Ook blijkt uit de uitgevoerde buurttoets dat een meerderheid van de bewoners positief is over de plannen.
35
7 Conclusie
Naar aanleiding van de reacties is de investeringsnota op de volgende onderdelen aangepast. Onderwerp
Aanpassing
Ontbinden huurcontracten
Naar aanleiding van de verschillende adviezen en reacties over dit onderwerp heeft Stadgenoot besloten om de huurders in de te renoveren woningen -die niet fundamenteel wijzigen- de mogelijkheid te bieden om terug te keren naar deze gerenoveerde woning met behoud van de huurovereenkomst. Wij zijn blij met deze stap van Stadgenoot, waarmee tegemoet wordt gekomen aan de wens van het stadsdeel en de zorgen bij bewoners uit de Couperusbuurt. Uit de reacties blijkt dat veel bewoners graag meer duidelijkheid willen hebben over hoe de herhuisvesting er uit gaat zien. Veelal gaat het om persoonlijke situatie van bewoners en kan daar in zijn algemeenheid onvoldoende over gezegd worden. Zodra de peildatum is verleend, zal Stadgenoot bij alle huurders die SV-urgent zijn langs gaan en een toelichting geven. Dit valt op zich buiten de investeringsnota, maar is wel van belang om te benoemen voor de bewoners die hierover opmerkingen hebben gemaakt. In de investeringsnota is opgenomen dat de garageboxen vooralsnog niet wijzigen en dat pas bij het op te stellen renovatieplan een definitief besluit genomen zal worden of deze garageboxen behouden blijven of een andere functie krijgen. Naar aanleiding van een aantal opmerkingen dat de concept-nota onduidelijkheden bevat en tekstuele fouten, is de tekst aangepast en verhelderd.
Herhuisvesting
Garageboxen Adriaan van Oordthof Tekstueel
36