CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Voorstudie Ecologische Omvormingen

RAAD 19 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: motie 656.23 Versterk ecologische inrichting, beheer en onderhoud van openbaar groen VN2026-00064112.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Voorstudie ecologische omvormingen

Status

Definitief

Opdrachtgever

Joost Witteborg, assetprogrammeur Groen

Team Adam

Melvin Stigter (coördinator Groen Stadswerken) en Florentijn Vos (ecoloog, Ruimte en Duurzaamheid) voor ontwikkeling ecologisch beheer en bepalen scenario’s. Inhoudelijke input van: Florinda Nieuwenhuis, Arthur van Pampus, Hans Ebbelaar, Bonne Keizer, Sylvain Scheers,

Rapport opgesteld door

DG Groep® bv Helsinkilaan 6b 3446 AH Woerden Tel. 0172 213460 internet www.dggroep.nl

Fotoverantwoording:

Eigen beeld van DG Groep en beeld van Florentijn Vos (Gemeente Amsterdam), tenzij anders vermeld.

Opdrachtnummer

400_103

Projectmanager

Marga Alferink

Projectteam

Helena. Klok, Mischa de Wit

Datum

6 november 2024

DG Groep b.v. is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van de DG Groep b.v.. Opdrachtgever vrijwaart de DG Groep b.v. voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © DG Groep® b.v. Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever hierboven aangegeven en is haar eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en de DG Groep b.v., noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

2

1.1 1.2 1.3 1.4

Doel Uitwerking Scope Context

2 2 2 3

2.

Waarom ecologisch beheer?

4

3.

Groenareaal

5

3.1 3.2 3.3 3.4

Huidige situatie ecologisch beheer Uitgangssituatie scenario’s Omvormingsmogelijkheden Ecologische werkpakketten

5 7 8 11

4.

Ecologische scenario’s

12

4.1 4.2 4.3 4.4

Scenario Bloemrijke wijken Scenario Levendige zomen Scenario Urban Jungle Ontwikkeling van de arealen

14 15 16 17

5.

Financiële uitwerking

18

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

0-scenario Bloemrijke wijken Levendige zomen Urban Jungle Vergelijking scenario’s. Capaciteit en aansturing

18 19 20 22 24 27

6.

Aandachtspunten bij ecologisch beheer

29

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

Beeldvorming Areaalsystematiek Omvormingen Rekenmodel versus uitvoering Bewoners Uitvoering

29 29 29 30 30 30

7.

Beantwoording vragen

32

Bronnen

34

Bijlagen

35

Bouwblokken ecologische omvorming Kansrijke locaties voor omvormingen – voorbeeld Nieuw West

35 35

2

1.

Inleiding

Gemeente Amsterdam is voornemens meer groen ecologisch te gaan beheren. Vanuit de raad van Amsterdam is gevraagd (motie nr 656): 

Te onderzoeken wat ecologisch beheer van zoveel mogelijk groen betekent in kosten en aansturing.

Dat te doen in langjarig perspectief, zelfonderhoudende ecosystemen meenemen.

Diverse vormen van ecologisch beheer meenemen

Bestaande reguliere beheer meer ecologisch uitvoeren, hierover ook bij de uitvoering de kennis te vergroten.

1.1 Doel Het doel van deze opdracht is om in beeld te krijgen welke gebieden in Amsterdam geschikt zijn voor meer ecologisch beheer, welke ecologische doelen daarmee bereikt kunnen worden en wat de wijziging in beheerkosten alsmede de kosten van herinrichting zullen zijn voor de gemeente. Tevens is het doel een scherp beeld te krijgen welke kennis en capaciteit nodig is binnen gemeente Amsterdam indien het areaal ecologisch beheer rigoureus wordt vergroot.

1.2 Uitwerking Om te onderzoeken wat de kosten zijn van ecologische omvormingen is gebruik gemaakt van het kostenmodel van de gemeente Amsterdam. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de update Kostenkengetallen Groen 2024 (80% versie). We rekenen in dit model met kosten voor Dagelijks Onderhoud (DO), Groot Onderhoud (GO), Vervanging (VV) en kosten voor Inspectie & Monitoring (IM). In dit model worden niet alleen de directe kosten, maar ook SKK kosten meegenomen.

1.3 Scope In deze voorstudie is er voor gekozen om de mogelijke omvorming via scenario’s uit te werken. In deze fase is het nog niet nodig om tot op detailniveau aan te geven wat waar omgevormd gaat worden. Deze uitwerking vindt plaats in het ecologisch onderzoek dat op dit moment wordt uitgevoerd door de dienst Ruimte en Duurzaamheid en in 2025 wordt opgeleverd. Door te denken vanuit mogelijke omvormingen per beheertype, kan makkelijk de vertaalslag gemaakt worden naar een concrete uitwerking per stadsdeel of kleiner gebied. We zien dit als een voorstudie naar de mogelijkheden van ecologische omvorming op schaal van de gehele stad. In de motie wordt gevraagd om onderzoek te doen naar ecologisch beheer van groen. Vanuit ecologisch oogpunt zou het wenselijk zijn om daarbij ook blauw (water) te betrekken. In het project is contact gezocht met Asset Water om te bespreken wat hiervoor de mogelijkheden zijn. Asset Water is bezig met eigen onderzoek en planvorming voor de ontwikkeling van Natuurvriendelijke Oevers. Ecologisch beheer beperkt zich in deze studie daarom alleen tot Asset groen.

2

Voorstudie ecologische omvormingen

1.4 Context Deze voorstudie heeft een relatie met de volgende onderwerpen en onderzoeken 

IHP Asset Groen. Jaarlijks wordt met behulp van een rekenmodel een raming gemaakt van de benodigde onderhoudsbudgetten. Het rekenmodel is gebaseerd op werkpakketten per beheertype. De ramingen in deze studie zijn gebaseerd op de Update van 2024 (80% versie). IHP Amsterdamse Bos. Het Amsterdamse Bos wordt nu al grotendeels ecologisch beheerd. Ecologische werkpakketten die in het Amsterdamse Bos worden toegepast, zijn opgenomen in het kosten-kengetallen model dat is gebruikt voor de ramingen. Er wordt bij de dienst Ruimte & Duurzaamheid een Plan Biodiversiteit ontwikkeld, dat in 2025 wordt opgeleverd. Dat plan benoemt de doelsoorten en de kwaliteiten van de Stadsnatuur gebieden en verbindingen die deze soorten nodig hebben. Dit document is een voorstudie die bij de uitvoering van Plan Biodiversiteit benut kan worden. Ecologische kaart Amsterdam Noord. Doelsoortenkaart geeft per biotoop de prioritaire doelsoorten weer. Bij de ecologische analyse is onderzocht welke biotopen voor Amsterdam- Noord relevant zijn en waar deze voorkomen. Biotopen zijn leefgebieden met één of meerdere vegetatietypen (Habitats). Hierbij is een kaart met legenda van soorten (groepen) opgeleverd. Deze is ook gebruikt voor de scenario’s. Natuurvriendelijke Oevers. Deze zijn onderwerp van onderzoek van Asset Water.

In deze voorstudie is wel het ecologisch beheer van bestaande grasoevers meegenomen, maar niet de omvorming van oevers naar Natuurvriendelijke Oevers, zoals vastgelegd in het PvE van Asset Water.

3

Voorstudie ecologische omvormingen

2.

Waarom ecologisch beheer?

De Groenvisie schetst een beeld van Amsterdam als groene stad en hoe deze zich tussen nu en 2050 verder kan ontwikkelen. De toekomstige stad is een stad in het groen. We zien een stad voor ons waar meer mensen wonen, werken en recreëren, waar we de openbare ruimte met steeds meer Amsterdammers en bezoekers delen en waar het prettig verblijven is voor iedereen. We zien voldoende mogelijkheden voor dieren en planten om te leven en voor mensen om daarvan te genieten. We zorgen ervoor dat het bestaande groen aantrekkelijker wordt voor meer mensen en dieren, door daar de waarde voor natuur, gezondheid, sociaal welzijn en klimaatadaptatie te vergroten. (Bron: Groenvisie Groenvisie 2020 – 2050, Een leefbare stad voor mens en dier. Vastgesteld dec 2020). Groen heeft meer positieve effecten op onze leefomgeving dan op gezondheid en welbevinden alleen. Groen is van groot belang voor de waterhuishouding en biodiversiteit in de bebouwde omgeving. Daarbij heeft groen een positief effect op de vastgoedwaarde van woningen en kantoren. De baten van groen zijn uitgewerkt in modellen als TEEB Stadstool en de Groene Baten Planner (Atlas Natuurlijk Kapitaal) om een goede kosten – baten afweging te kunnen maken bij de inrichting van de openbare ruimte. In deze modellen is nog niet de waarde van ecologisch beheerd groen meegenomen.

Financiële baten konden in deze voorstudie daarom niet meegenomen in de berekeningen. Baten van ecologisch beheer zijn er zeker en worden hier beschreven. Waar regulier beheer van het openbaar groen tot doel heeft een bepaalde verzorgingskwaliteit te realiseren, is ecologisch beheer gericht op het creëren van goede leefomstandigheden te voor planten, vogels, insecten, vlinders en amfibieën. Ecologisch beheer is daarmee van groot belang voor het versterken van de biodiversiteit. Biodiversiteit is essentieel voor het in stand houden van ecosystemen en daarmee een gezonde leefomgeving.

De natuur levert allerlei 'diensten' aan de mens. Deze diensten worden ecosysteem-diensten genoemd. Soms zijn ze heel zichtbaar, zoals de productie van voedsel en hout. Vaak ook minder zichtbaar, zoals de zuivering van oppervlaktewater door een rietmoeras, of de bestrijding van plagen Door meer ecologisch beheer toe te passen kan de waarde van de ecosysteem-diensten worden vergroot. Het ecologisch beheer versterkt vooral de regulerende diensten als: :

Afbeelding 1: Ecosysteemdiensten in NL (Bron: PBL, WUR, CICES 2014)

4

Bestuiving

Plaagonderdrukking

Bodemvruchtbaarheid

Reinigend vermogen bodem, water en lucht.

Voorstudie ecologische omvormingen

3.

Groenareaal

De gemeente Amsterdam is al enkele jaren bezig om het beheer meer ecologisch uit te voeren en werkt sinds 2018 met een SLA Ecologisch beheer voor het onderhoud van houtachtige gewassen (bosplantsoen, loofbos en naaldbos), bloemrijk gras, ruigte en oevers en watergangen. Het overige (wijk) groen wordt nog op de reguliere manier beheerd. Het verschil tussen regulier beheer en ecologisch beheer ligt in het doel van het beheer. Het doel van ecologisch beheer is om goede leefomstandigheden te creëren voor vogels, insecten, vlinders en amfibieën. Regulier beheer is er op gericht om een afgesproken kwaliteitsniveau te realiseren. In de SLA is per beheertype beschreven aan welke eisen het ecologisch beheer moet voldoen. Ecologisch beheer is iets anders dan extensief beheer. Bij extensief beheer is het beheer, net als bij ecologisch beheer, minder intensief maar worden geen aanvullende maatregelen getroffen om ongewenste verwildering en verruiging tegen te gaan, ook worden de doelsoorten niet gemonitord. Bij ecologisch beheer gebeurt dit wel. Gemeentes kiezen soms voor extensief beheer om te besparen op onderhoudskosten.

3.1 Huidige situatie ecologisch beheer In 2023 werd nog 52% van het totale groenareaal ecologisch beheerd, dat is nu toegenomen tot 57%. Onderstaande gegevens komen uit de gemeentelijke Update Kostenkengetallen Groen 2024 (80% versie). De stijging is wat vertekend, omdat de raming van 2023 is gemaakt met de arealen uit 2021. Deze 5% is dus in drie jaar gerealiseerd. In deze hoeveelheden is ook het areaal van het Amsterdamse Bos opgenomen. Dit wordt nu al grotendeels ecologisch beheerd waardoor het gemiddelde relatief hoog uitvalt. Beheertype Gras totaal Bloemrijk gras Gazon Grasveld (in gisib grassportveld) Gazon evenementen Ruw gras Gazon met bollen Houtachtige beplanting totaal Bodembedekkers Bosplantsoen Hagen totaal Botanische rozen Fijne sierheester Grove sierheester Heesterrozen Heesters overig Cultuurrozen totaal Loofbos totaal Naaldbos totaal Kruidachtige beplanting totaal Ruigte en oevers totaal Totaal groen

Regulier beheer 11.047.732 0 7.076.678 39.340 1.524.364 2.292.865 114.485 1.613.593 225.267 0 376.129 14.981 448.873 256.452 10.949 264.979 15.965 0 0 371.155 0 13.257.746

Eco Beheer 6.570.355 6.324.405 244.905 1.046 0 0 0 8.831.689 4.299 4.202.148 0 0 10.089 5.450 0 7.615 0 4.544.000 58.089 0 2.268.546 17.415.770

Totaal 17.618.087 6.324.405 7.321.583 40.386 1.524.364 2.292.865 114.485 10.445.283 229.566 4.202.148 376.129 14.981 458.962 261.902 10.949 272.594 15.965 4.544.000 58.089 371.155 2.268.546 30.673.516

% ECI 37% 100% 3% 3% 0% 0% 0% 85% 2% 100% 0% 0% 2% 2% 0% 3% 0% 100% 100% 0% 100% 57%

Tabel 1: Beheergroepen, % van totaal en % Eco

Het ecologisch areaal betreft vooral bosplantsoen, bos en ruigte. Gazon en ruw gras worden nauwelijks ecologisch beheerd. Hier liggen kansen. Deze worden in deze Voorstudie Ecologische omvormingen nader uitgewerkt.

5

Voorstudie ecologische omvormingen

Afbeelding 2: Ecologische passages en structuur (Bron: Maps.Amsterdam)

Afbeelding 3: Huidig ecologische beheer, zoals vastgelegd in beheersysteem gisib

6

Voorstudie ecologische omvormingen

3.2 Uitgangssituatie scenario’s Om goed te kunnen beoordelen wat de impact van de verschillende beheerscenario’s is, is hier de 0-situatie weer gegeven. Dit betreft de huidige mate van ecologisch beheer, exclusief de arealen van het Amsterdamse Bos. Het percentage dat ecologisch wordt beheerd ligt iets lager dan in H3.1, namelijk op 50%. Gazon, ruw gras en houtachtige beplanting zijn de grootste arealen en daarmee het meest interessant voor mogelijke omvormingen in ecologisch beheer. Evenementengazon betreft ook een groot areaal maar dit leent zich vanwege de gebruiksfunctie niet voor omvorming.

Regulier Bloemrijk gras Gazon Grasveld (in gisib grassportveld) Gazon evenementen Ruw gras Gazon met bollen Houtachtige beplanting Bosplantsoen Loofbos Kruidachtige beplanting totaal Ruigte Rietvegetatie Moerasvegetatie Totaal

0 6.889.282 39.340 1.198.784 2.230.375 109.718 1.607.439 0 0 371.155 0 0 0 12.446.093

ECO 5.407.200 243.361 1.046 0 0 0 22.247 4.172.743 826.631 0 982.081 492.251 254.354 12.401.914

Tabel 2. Beheergroepen, % van totaal en % Eco, exclusief A. Bos

Grafiek 1. Type beheer per beheergroep.

7

Totaal 5.407.200 7.132.643 40.386 1.198.784 2.230.375 109.718 1.629.686 4.172.743 826.631 371.155 982.081 492.251 254.354 24.848.007

% van totaal 22% 29% 0% 5% 9% 0% 7% 17% 3% 1% 4% 2% 1% 100%

% ECO 100% 3% 3% 0% 0% 0% 1% 100% 100% 0% 100% 100% 100% 49,9%

Voorstudie ecologische omvormingen

3.3 Omvormingsmogelijkheden Om tot scenario’s te kunnen komen is als eerste stap per beheertype besproken welke mogelijkheden er zijn voor ecologisch beheer. Gazon Dit is een vegetatie met een uniform grasmengsel dat wordt gebruikt voor recreatie, evenementen, sport en spel. Gazon heeft een lage ecologische waarde maar kan extensief beheerd worden, zodat meer kruidengroei ontstaat. Gazon kan ook omgevormd worden naar ecologische beheergroepen zoals bloemrijk grasland, ruigte, struweel of bosplantsoen.

Ruw gras Ruw gras is extensief gemaaid gras met enige kruidengroei. Vaak betreft dit bermen, die vanuit oogpunt van verkeersveiligheid geen hoge begroeiing mogen hebben. Ruw gras wordt nu geklepeld, de minst ecologische vorm van beheer. Meer ecologisch is het om waar het kan het gras om te vormen naar ecologische beheergroepen als bloemrijk grasland, ruigte, struweel of bosplantsoen. Waar toch laag gras nodig is, kan gekozen worden voor een maai-zuigcombinatie, dat is iets minder schadelijk dan klepelen. Heesters & Hagens Een houtig gewas dat zich onder of vanaf de grond vertakt, struikvormend is en een opgaand karakter heeft. Binnen deze beheergroep kan nog onderscheid gemaakt worden in: • • •

•

•

Bodembedekkende heesters. Deze heesters leveren nu schuilplaatsen voor fauna. Omvorming niet nodig. Fijne heesters / sierplantsoen. Hier is ecologisch beheer niet mogelijk hebben experimenten uit het verleden laten zien. Botanische rozen. Geen ecologisch beheer mogelijk. Deze heesters zijn tot ongewenste exoot verklaard. Bij vervanging wordt een andere beheergroep toegepast. Grove heesters. Het is meer ecologisch om het schoffelen van het vak te vervangen door het uitmaaien met een bosmaaier. Hagen. Het is meer ecologisch om het schoffelen van de haagvoet te vervangen door het uitmaaien met een bosmaaier na de knipbeurt. Geschoren hagen zouden vervangen kunnen worden door landschappelijke hagen als de inrichting van de OR dit toelaat.

Struweel Struweel is een vegetatievorm die voornamelijk bestaat uit struiken die minstens één meter maar meestal twee tot vijf meter hoog zijn. Struweel heeft meestal een dichte structuur waar veel doornige soorten in voorkomen. Struweel is vooral interessant voor vogels en andere dieren. Het komt nu nog niet zoveel voor als zelfstandig beheertype maar het is wenselijk dat het aandeel hiervan groeit. Dit beheertype kan ingezet worden om ecologische verbindingen te versterken.

8

Voorstudie ecologische omvormingen

Bosplantsoen Bosplantsoen is een vegetatievorm die bestaat uit bosachtige elementen, die grotendeels bestaan uit inheemse houtachtige soorten. Bosplantsoen bestaat uit zowel boomvormers als heestervormers en heeft als natuurlijk eindstadium loof- of naaldbos. De opbouw van buiten naar binnen is bij voorkeur als volgt: zoom (voornamelijk kruiden), mantel (voornamelijk heesters), kern (voornamelijk bomen). Veel bosplantsoen kent nog niet deze gewenste opbouw het is wenselijk dat dit wordt ontwikkeld. Vaste planten Dit betreft een kruidachtige beplanting van planten die langer dan twee jaar leven. In het voorjaar uitlopen, in de regel s’ zomers bloeien, in de herfst afsterven en in het voorjaar weer uitlopen. Deze kunnen extensiever beheerd worden door het schoffelen van het plantvak te vervangen door jaarlijks maaien en mulchen. Niet elk vaste plantenvak leent zich hiervoor. Bij renovatie kan voor een deel van de te vervangen vakken gekozen worden voor concept Griffioen of Lageschaar, waar deze werkwijze kan worden toegepast. Bij slechte vakken (circa 10%) kan het schoffelen worden vervangen door maaibeheer. Bomen Het onderhoud van bomen vindt plaats via een vaste beheercyclus. Het is niet mogelijk om hierin meer ecologisch te werk te gaan. Wel is het mogelijk om oude vrij uitgroeiende bomen eco-gefaseerd te laten aftakelen. Bomen in bosplantsoen hoeven niet te worden vervangen.

Afsterving en verjonging zijn natuurlijke processen in bosplantsoen. Knotbomen kunnen meer ecologisch beheerd worden, door ze om en om te snoeien en niet alle bomen in een rij in hetzelfde jaar. Bomen in verharding Bomen in verharding hebben een boomspiegel. Een deel (10%) van deze boomspiegels wordt beheerd door bewoners, die er vaak vaste planten in plaatsen. De rest van de boomspiegels wordt geschoffeld. Deze zouden meer ecologisch beheerd kunnen worden door de boomspiegels in te zaaien met een speciaal grasmengsel en dan de boomspiegel jaarlijks te maaien en het maaisel af te voeren. Bomen in gazon/gras Het is ecologisch om niet meer bij te maaien maar het gras onder de kroonprojectie jaarlijks slechts 1 x te maaien zodat hier ruigte ontstaat. Dit geldt niet voor jonge bomen, dan is het wenselijk om de boomspiegel vrij te houden, zodat jonge bomen geen concurrentie hebben. Niet meer bijmaaien is al de huidige praktijk in de Ecologische Sla.

9

Voorstudie ecologische omvormingen

Overgang randen gazon/gras met bosplantsoen Mantel- en zoomvegetaties zijn belangrijk voor hun bloemenrijkdom en structuur. Daar waar gras en bosplantsoen aan elkaar grenzen kan zoomvegetatie ontwikkeld worden. Dit verhoogt de ecologische waarde van het bosplantsoen.

Overgang gazon / gras met water De overgang van gras/gazon met water is ook een belangrijke ecologische kans. Door het gazon om te vormen naar een natuurlijke oever (ruigte) neemt de ecologische waarde toe.

Poelen Poelen kunnen dienen als leefgebied voor amfibieën, insecten en andere ongewervelden, maar ook als drinkplaats voor vogels en zoogdieren. Niet alleen de poel zelf maar ook de oever kan bij uitstek geschikt zijn voor bepaalde organismen. Poelen hebben een zeer grote biodiversiteit, typisch komen er tientallen en zelfs honderden soorten in voor.

Fauna-objecten Ecologisch beheer kan ondersteund worden door het aanbrengen van voorzieningen voor dieren, zodat deze een goede verblijfs- of rustplaats hebben. Denk dan aan vleermuistoren, insectenhotel, fauna-uittreedplaatsen e.d.

Water He beheer van het watergangen vindt plaats volgens de regels van de Keur Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Het is niet mogelijk om als gemeente voor eigen beheervormen te kiezen. In de Keur wordt ook al rekening gehouden met ecologie. Dit zijn de adviezen:  

Is het water sloot smaller dan 2,5 meter? Dan mag 10% van de waterplanten blijven staan. Is het water breder dan 2,5 meter? Dan zijn er 2 keuzes: o aan 1 kant van de sloot de helft van de planten weghalen. o in het midden van de sloot 2 meter planten weghalen.

Geef waterdieren de kans om te vluchten, begin aan de kant waar de sloot doodloopt. Vissen en insecten kunnen tussen de planten schuilen. Ook paren ze hier. De waterplanten dragen bij aan zuurstof in het water en een betere waterkwaliteit. Ook hoeft er minder vaak gebaggerd te worden.

10

Voorstudie ecologische omvormingen

3.4 Ecologische werkpakketten De normkosten van de gemeente zijn gebaseerd op werkpakketten per beheertype. In een werkpakket is beschreven welke maatregelen nodig zijn om het groen op de gewenste wijze te onderhouden. De kosten worden berekend door per maatregel de inzet van mensen, machines en materiaal te bepalen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van algemeen geldende normenboeken, zoals het Groene Boek van IMAG, Normenboek Gemeentelijke Groen, kostprijzen Natuur en Landschap en dergelijke en marktconforme prijzen. De invulling van het werkpakket is afhankelijk van het doel. Een werkpakket kan uitgewerkt zijn om de verschillende beeldkwaliteiten (sober, verzorgd of top) te bereiken of krijgt als doel ecologie. Bij sommige beheergroepen is er geen werkpakket voor een specifieke beeldkwaliteit maar krijgt de beheergroep alleen een ecologisch werkpakket. Zoals o.a. de werkpakketten bosplantsoen, bos, ruigte, rietvegetatie, moerasvegetatie. Met het projectteam zijn de bestaande ecologische werkpakketten besproken. Een ecologisch werkpakket bevat maatregelen met het specifieke doel de biodiversiteit te bevorderen. Denk daarbij aan: •

• • •

Ecologische monitoring. Dit betreft het in kaart brengen van voorkomende soorten flora en fauna. De omvormingen hebben tot doel om de soortenrijkdom te laten toenemen. Om dit te kunnen vaststellen moet dit periodiek gemeten worden. Verwijderen ongewenste verruiging. Indien dit niet gedaan wordt, belemmeren soorten als bramen en brandnetels de ontwikkelen van de gewenste soorten. Verwijderen boomvormers. Indien dit niet gedaan wordt, ontstaan bomen waar dit niet gewenst is. Inboeten met boomvormers die minimaal Milieukeur en/of Planetproof hebben en waar mogelijk van biologische kweek en genetisch inheems zijn.

Daarna zijn de werkpakketten vergeleken met de maatregelen die in de huidige SLA Ecologisch beheer zijn opgenomen om te toetsen of al het werk op de gewenste wijze is beschreven. Hoe de verschillende maatregelen in de uitvoering worden toegepast is afhankelijk van het beheertype en de huidige staat van de beplanting op een locatie. Het zal bijvoorbeeld niet overal nodig zijn om ecologische monitoring toe te passen, maar wel in de Ecologische Hoofdstructuur. In de werkpakketten is de gewenste werkwijze vastgelegd zodat hiermee gerekend kon worden in de scenario’s. Daarna zijn de reguliere werkpakketten van de overige beheergroepen (het wijkgroen) besproken. Welke mogelijkheden zijn er om deze meer ecologisch te maken? Er zijn voor de doorrekening aanpassingen gemaakt in de reguliere werkpakketten van: • • • •

Bomen: Boomspiegels in verharding | Bijmaaien bomen in gras Heesters: van 5x schoffelen/plukken naar 1 x bijmaaien. Hagen: van 5x schoffelen/plukken naar 2 x bijmaaien na het knippen Vaste planten: van 5x schoffelen/plukken naar 1x maaien en mulchen.

In deze werkpakketten is het ook nodig om het toezicht op het groen iets te vergroten. Het ecologisch beheer mag niet tot gevolg hebben dat de levensduur van een beheergroep ernstig wordt verkort. Dit zou een nadelig effect hebben op de beheerkosten. Met de aangepaste en nieuwe werkpakketten zijn de kostenkengetallen per beheertype vastgesteld. Deze zijn gebruikt om de scenario’s door te rekenen. In de reguliere werkpakketten kunnen met ecologisch beheer kleine besparingen gerealiseerd worden. Dat betreft met name besparingen bij de beheertypen boomspiegels, grove heesters en hagen (haagvoet). Zie ook bijlage 1: bouwblokken ecologische omvorming.

11

4.

Ecologische scenario’s

Om het grootst mogelijk effect te krijgen bij de ecologische omvorming is er voor gekozen om: • •

In te zetten op beheergroepen met substantiële omvang In te zetten op beheergroepen waar veel ecologische winst te behalen valt.

Om invulling te geven aan deze uitgangspunten staat in de scenario’s de omvorming van gazon en ruw gras centraal. De scenario’s zijn zo uitgewerkt dat 50-70% van het gazon en 80% van het ruw gras omgevormd gaat worden naar meer ecologische beheergroepen, zoals bloemrijk gazon, bloemrijk gras, ruigte, struweel en bosplantsoen. In aanvulling hierop zal bij in andere beheergroepen waar mogelijk meer ecologisch beheer worden toegepast. De complete uitwerking van de scenario’s en ecologische bouwblokken is te vinden in bijlage 1.

De ecologische beheergroepen geven een ander beeld in de buitenruimte:

Er zijn drie scenario’s uitgewerkt, waarbij de ecologische waarde steeds hoger wordt. Bij grote ecologische omvormingen neemt ook de impact op de buitenruimte steeds verder toe. De buitenruimte wordt minder aangeharkt en krijgt een steeds meer natuurlijke uitstraling. We gebruiken de iconen van de Ecologische kaart Amsterdam Noord om aan te geven welke flora en fauna wordt aangetrokken.

12

Voorstudie ecologische omvormingen

Klepelen In de drie scenario’s wordt 80% van het klepelen vervangen door andere vormen van maaibeheer. Het blijft echter nodig om soms nog te klepelen (5%) of te maaien met een maaizuigcombinatie (15%). Bijvoorbeeld uit oogpunt van verkeersveiligheid of op moeilijk bereikbare plaatsen. Vanuit ecologisch oogpunt is het wenselijk om klepelen niet meer op te nemen in het maaibeheer. Een klepelmaaier hakselt de vegetatie fijn. Meestal blijven de verhakselde plantenresten liggen om ter plaatse te composteren. Dit leidt tot een toename van de voedselrijkdom van de bodem, waardoor er uiteindelijk alleen nog plek is voor grassen en ruigteplanten als Grote brandnetel en Fluitenkruid. Een tweede veelgebruikte techniek, de maaizuiger, is ook verre van optimaal. Hiermee wordt het plantmateriaal weliswaar afgevoerd, maar ook de plantenzaden en de insecten. Bij maaien en afvoeren met een cyclomaaier overleeft circa 40% van de rupsen van dagvlinders. Bij klepelbeheer is dit slechts 6% en bij gebruik van de maaizuigcombinatie 8%. Om die reden wordt de inzet van deze maaimethoden in de scenario’s zoveel mogelijk vermeden.

Er is ook een 0-scenario, waarmee de ecologische scenario’s vergeleken worden. Dat is de bestaande beheersituatie van het groen. In de huidige situatie wordt een deel van het groen beheerd op kwaliteitsniveau Sober en een deel van het groen krijgt al ecologisch beheer. In de kadernota Amsterdam Heel en Schoon is aangegeven dat het streven is om de stad in de toekomst op niveau Verzorgd te beheren. In de uitwerking zijn daarom de scenario’s vergeleken met de 0-situatie voor niveaus Sober en Verzorgd.

Ecologische kaart Amsterdam Noord Voor Amsterdam Noord is in september 2023 een Ecologische Prioritaire Doelsoortenkaart opgeleverd. Om te laten zien welke impact de ecologische omvormingen hebben op de aanwezige fauna, is gebruik gemaakt van de legenda van deze kaart. Een icoon moet gezien worden als indicator voor een groep soorten en niet als indicator voor één specifieke doelsoort. De rolklaver staat voor aanpassing maaibeheer en de wilde bij staat voor nectarhoudende soorten waar bestuivers (en dus vlinders) van profiteren. In het Biodiversiteitsplan van Ruimte en Duurzaamheid, dat in 2025 wordt opgeleverd, worden waarschijnlijk nieuwe doelsoorten geformuleerd. Deze zijn nu nog niet beschikbaar om te verwerken in deze voorstudie.

Bron: Natuurkansenkaart Amsterdam Noord

13

4.1 Scenario Bloemrijke wijken In dit scenario ligt de focus op het anders gaan beheren van de grote beheergroepen gazon en ruw gras. In dit scenario gaat 50% van de gazons ecologisch beheerd worden, er ontstaat dan bloemrijk gazon. De andere helft van het gazon blijft behouden, o.a. als recreatiegras in parken en gras voor evenemententerreinen. Ruw gras wordt voor 80% omgevormd tot bloemrijk gras, op een klein gedeelte na, dat vanuit beheeroogpunt wordt geklepeld (veiligheid). Het beheer van de overige beheergroepen blijft zoals het is. In dit scenario blijft het beeld in de buitenruimte redelijk gelijk aan het huidige beeld maar het wordt wel iets minder strak. De wijken worden kleurrijker en er wordt al ecologische winst behaald.

Natuurkansen:

14

Voorstudie ecologische omvormingen

4.2 Scenario Levendige zomen Dit scenario focust op het anders beheren van de gazons en ruw gras EN het deels omvormen naar bloemrijk gras en ruigte. Ook worden kansrijke overgangen tussen beheergroepen omgevormd tot een meer natuurlijke omgeving. Het gaat dan om de overgangen van gazon/ruw gras met bosplantsoen zodat zoomvegetatie ontstaat. Binnen de ecologische structuur ontbreekt nu nog in 40% van de situaties de zoom-mantel vegetatie, buiten de ecologische structuur is dat 100%. De overgangen van gazon/ruw gras met water worden omgevormd naar natuurlijke oevers. Boomspiegels worden deels ingezaaid met een ecologisch grasmengsel en gemaaid, in plaats van geschoffeld. Tot slot wordt het aantal faunavoorzieningen met 50% uitgebreid ten opzichte van scenario 0. Bij dit scenario gaat het beeld in de buitenruimte al behoorlijk veranderen. Gazon (max 10 cm) en ruw gras (max 40 cm) wordt ruigte (hoogte circa 70 cm). Dit scenario geeft de stad al een meer natuurlijk karakter. Het beeld buiten verandert op sommige plekken in grote mate. Dit vraagt om uitgebreide en zorgvuldige communicatie met bewoners om klachten zo veel mogelijk te voorkomen.

Natuurkansen:

15

Voorstudie ecologische omvormingen

4.3 Scenario Urban Jungle Dit scenario betreft de maximaal haalbare omvorming. 70% van het gazon en 80% van het ruw gras wordt omgevormd naar meer ecologische beheertypen. Kansrijke overgangen van gras met water en bosplantsoen worden omgevormd tot een meer natuurlijke omgeving, Boomspiegels worden ecologisch beheerd. Een deel van het areaal grove heesters en hagen krijgt een ecologisch beheerpakket. Een deel van de vaste planten die vervangen moeten worden, wordt vervangen via concept Griffioen of Lageschaar, die extensief beheerd kunnen worden. Tot slot worden faunavoorzieningen met 100% uitgebreid ten opzichte van scenario 0. Dit scenario geeft de stad een natuurlijk karakter. Het beeld zal aanzienlijk veranderen. Gazon komt alleen nog voor als evenementengazon of voor specifieke recreatieve doeleinden. De rest is veranderd in bloemrijk gras, grasland, ruigte of struweel. Dit vraagt om uitgebreide en zorgvuldige communicatie met bewoners.

Natuurkansen:

16

Voorstudie ecologische omvormingen

4.4 Ontwikkeling van de arealen In de huidige situatie worden de beheergroepen uit de scenario’s voor 56% Ecologisch beheerd. (NB Dit betreft niet alle beheertypen, daarom is het percentage anders dan in H 3.2). In de tabel is te zien hoe het aandeel ecologisch beheer zich ontwikkelt in de begeergroepen uit de scenario’s. In scenario Bloemrijke Wijken is het % dat ecologisch wordt beheerd al toegenomen tot 83%. In dit scenario is de diversiteit van de omvorming nog beperkt. Die neemt toe in de scenario’s Levendige zomen en Urban Jungle. In dit laatste scenario wordt 89% van de beheergroepen uit de scenario’s ecologisch beheerd. Tabel 3: Ontwikkeling van de arealen bij de verschillende scenario’s.

In onderstaande tabel is te zien wat de impact van de scenario’s op het aandeel ecologisch beheer in het totaal van het groenareaal. In H 3.2 was te zien dat het huidige aandeel ecologisch beheer circa 50% bedraagt. In alle scenario’s stijgt dit aandeel aanzienlijk omdat grote hoeveelheden gazon (344 – 482 ha) en ruigte (178,3 ha) worden omgevormd naar ecologische beheergroepen. Tabel 4: Aandeel ecologisch beheer bij de verschillende scenario’s Arealen excl A. Bos

Bloemrijke wijken Regulier

Bloemrijk gras

Levendige zomen

ECO

Regulier

Urban Jungle

ECO

Regulier

ECO

0,0

719,1

0,0

692,8

0,0

686,8

Gazon

344,5

368,8

314,6

196,5

176,8

145,0

Gazon evenementen

119,9

0,0

119,9

0,0

119,9

0,0

Ruw gras

11,2

33,5

11,2

33,5

11,2

33,5

Gazon met bollen

11,0

0,0

11,0

0,0

11,0

0,0

Houtachtige beplanting

160,7

2,2

160,7

2,2

160,7

2,2

Bosplantsoen

0,0

489,0

0,0

494,5

0,0

711,7

Loofbos

0,0

82,7

0,0

82,7

0,0

82,7

Kruidachtige beplanting totaal

37,1

0,0

37,1

0,0

37,1

0,0

Ruigte

0,0

98,2

0,0

274,0

0,0

252,0

Rietvegetatie

0,0

49,2

0,0

49,2

0,0

49,2

Moerasvegetatie

0,0

25,4

0,0

73,0

0,0

73,0

Totaal (in ha)

684,4

1868,2

654,5

1898,4

516,7

2036,2

% Eco in totaal

73,2%

17

74,4%

80%

Voorstudie ecologische omvormingen

5.

Financiële uitwerking

Om inzicht te geven in de financiële impact van de scenario’s zijn de beheerkosten opgedeeld in drie groepen: 

Ecologisch beheer

Regulier beheer (verschillende kwaliteitsniveaus mogelijk)

Bomen (verschillende kwaliteitsniveaus mogelijk)

In dit hoofdstuk vergelijken we de kosten van het huidige beheer (Sober en Verzorgd) met de kosten van het betreffende scenario. In de scenario’s wordt een deel van het groen ecologisch beheerd, het resterende deel betreft wijkgroen, dit wordt beheerd op een bepaald kwaliteitsniveau. De scenario’s kennen daardoor steeds 2 varianten: 

Ecologisch beheer + overig beheer op kwaliteitsniveau Sober

Ecologisch beheer + overig beheer op kwaliteitsniveau Verzorgd

Om in de scenario’s de verschillen in beheer wat duidelijker zichtbaar te maken, worden de beheerkosten van ecologisch beheer en regulier beheer vergeleken. De beheerkosten voor bomen zijn te zien bij het 0-scenario maar blijven de verdere vergelijkingen buiten beschouwing. Het beheer van bomen volgt vaste richtlijnen, hierin is slechts beperkt ecologische winst te behalen (Zie bijlage 1: ecologische bouwblokken).

5.1 0-scenario Jaarlijks wordt berekend wat het onderhoud van het asset Groen gaat kosten. Er wordt gebruik gemaakt van kostenkengetallen gebaseerd op werkpakketten (H3.4). Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de het IHP Groen 2025 – 80%. De berekeningen zijn gemaakt met arealen uit gisib van september 2024. De kostenkengetallen zijn geïndexeerd met 1,5% ten opzichte van 2023. Alle kosten zijn inclusief SKK, exclusief BTW. De totale beheerkosten voor scenario Sober zijn 80,1 miljoen en voor scenario Verzorgd 90,2 miljoen. De kosten voor ecologisch beheer zijn in beide situaties gelijk, omdat binnen ecologisch beheer geen verschillende niveaus worden onderscheiden.

Grafiek 2. Beheerkosten per beheerniveau Sober en Verzorgd

18

Voorstudie ecologische omvormingen

5.2 Bloemrijke wijken 5.2.1

Omvorming

In principe kunnen via natuurlijke successie alle omvormingen zonder extra kosten worden gerealiseerd, maar om sneller tot het gewenste beeld te komen kunnen er extra maatregelen genomen worden. Om dit scenario te realiseren is omvormingsbeheer nodig in het maaien. De volgende omvorming is doorgerekend voor een periode van 3 jaar. Daarna kan het nieuwe ecologische werkpakket worden toegepast. 

Omvorming van gazon naar bloemrijk gazon: 50%

Omvorming van ruw gras naar bloemrijk gras: 80%

Omvormingsbeheer

DO

GO

Gazon naar bloemrijk gazon

€ 2.241.000

€ 194.000

Ruw gras naar bloemrijk gras

€ 1.233.000

(Sub)totaal omvormingsbeheer

€ 3.474.000

€ 194.000

Correctie regulier beheer gazon

-€ 2.303.000

-€ 104.000

Correctie regulier beheer ruw gras

-€ 455.000

-€ 1.800

Maatwerk advies Eco op locatie (1%)

Totalen

35.000

Totaal omvormingsbeheer (1 jaar)

€ 751.000

€ 88.000

€ 804.000

Totaal omvormingsbeheer (3 jaar)

€ 2.253.000

€ 264.000

€ 2.517.000

Tabel 5: kosten omvormingsbeheer Bloemrijke Wijken

De totale omvormingskosten worden geraamd op circa 2.5 miljoen euro. Dit betreft met name de hogere maaikosten gedurende drie jaar. Deze zijn gecorrigeerd met de kosten van het reguliere beheer in die drie jaar. De ervaring laat zien dat het werkelijk beheer afhankelijk van de specifieke situatie. Er zal advies en overleg nodig zijn tussen groenbeheerders, ecologen en aannemer om tot de beste aanpak te komen. Er zijn kosten opgenomen voor dit advieswerk.

5.2.2

Potentiële besparingen

In dit scenario worden besparingen gerealiseerd door aanpassingen in het maaibeleid en het niet opnemen van vervangingskosten bij ecologische beheergroepen. Deze zijn verwerkt in de grafiek – afbeelding 6.

5.2.3 Nieuwe beheerkosten In grafiek 3 vergelijken we de kosten van het huidige beheer (Sober en Verzorgd) met de kosten van het Scenario Bloemrijke Wijken. In dit scenario nemen de totale beheerkosten wat af, de kosten voor ecologisch beheer nemen iets toe. Ten opzichte van beheerniveau Sober is de afname 0,2 miljoen, ten opzichte van beheerniveau Verzorgd is deze afname wat groter, namelijk 3,7 miljoen. 

De totale beheerkosten van gras nemen af door een aanpassing in het maaibeleid en lagere vervangingskosten.

De beheerkosten van houtachtige beplanting zijn wat hoger geworden ten opzichte van de huidige situatie omdat de werkpakketten van het ecologisch beheer wat zijn uitgebreid.

19

Voorstudie ecologische omvormingen

Grafiek 3. Vergelijking beheerkosten huidige situatie met scenario Bloemrijke Wijken

5.3 Levendige zomen 5.3.1

Omvorming

In principe kunnen via natuurlijke successie alle omvormingen zonder extra kosten worden gerealiseerd, maar om sneller tot het gewenste beeld te komen kunnen er extra maatregelen genomen worden. Om dit scenario te realiseren zijn naast het omvormingsbeheer in het maaien eenmalige maatregelen nodig voor de omvorming van gras naar ruigte en randen gazon/gras naar natuurlijke oever en zoomvegetatie. 

Omvorming van gazon naar bloemrijk gazon: 50%

Omvorming van ruw gras naar bloemrijk grasland: 40%

Omvorming van ruw gras naar ruigte: 40%

Randen gazon / gras grenzend aan water naar natuurlijke oever: 40% van kansrijk areaal

Randen gazon / gras grenzend aan bosplantsoen naar zoomvegetatie: 50% van kansrijk areaal

Het omvormingsbeheer is doorgerekend voor een periode van 3 jaar. Daarna kan het nieuwe ecologisch beheer worden toegepast. Omvormingsbeheer

DO

Gazon naar bloemrijk gazon

€ 1.034.000

Gazon naar bloemrijk gazon

€ 634.000

Ruw gras naar bloemrijk gras

€ 777.000

(Sub)totaal omvormingsbeheer

€ 2.445.000

Correctie regulier beheer gazon

-€ 1.053.000

Correctie regulier beheer gazon

-€ 527.000

Correctie regulier beheer ruw gras

-€ 198.000

GO

Totalen

€ 89.000

€ 89.000

Maatwerk Eco op locatie (1%)

€ 25.000

Totaal omvormingsbeheer (1 jaar)

€ 682.000

€ 36.000

Totaal omvormingsbeheer (3 jaar)

€ 2.046.000

€ 108.000

€ 2.154.000

Eenmalige maatregelen Gazon naar bosplantsoen (randen)

€ 1.422.000

Gazon naar ruigte (oever)

€ 132.000

20

Voorstudie ecologische omvormingen Ruw gras naar bosplant. (randen)

€ 40.000

Ruw gras naar ruigte (oever)

€ 920.000

Gazon naar ruigte

€ 1.690.000

Ruw gras naar ruigte

€ 2.192.000

Flora en faunavoorzieningen +50%

€ 500.000

Maatwerk Eco op locatie (2%)

€ 140.000

Subtotaal eenmalige maatregelen Totaal

€ 2.001.0000

€ 108.000

€ 7.036.000

7.036.000

€ 7.036.000

€ 9.190.000

Tabel 6: kosten omvorming Levendige Zomen

De totale omvormingskosten worden geraamd op circa 9 miljoen euro. Dit betreft de hogere maaikosten gedurende drie jaar en de eenmalige maatregelen die nodig zijn om de gewenste omvormingen te realiseren. De ervaring laat zien dat de werkelijk aanpak afhankelijk is van de specifieke situatie. Er zal advies en overleg nodig zijn tussen groenbeheerders, ecologen en aannemer om tot de beste aanpak te komen. Er zijn kosten opgenomen voor dit advieswerk.

5.3.2

Potentiële besparingen

In dit scenario worden besparingen gerealiseerd door aanpassingen in het maaibeleid, omvorming van beheergroepen en het niet opnemen van vervangingskosten bij ecologische beheergroepen. Deze zijn verwerkt in bovenstaande grafiek. Als de reguliere werkpakketten meer ecologisch worden uitgevoerd kan in theorie circa 0,78 miljoen aan besparingen gerealiseerd worden op niveau sober, deze zullen op niveau Verzorgd wat hoger zijn. De werkelijke besparing is afhankelijk van de werkwijze zoals die nu in de praktijk plaatsvindt. De besparing zal beperkt zijn omdat het wat kleinere arealen betreft en het ecologisch beheer ook niet op het volledige areaal kan worden toegepast. 

Boomspiegel jaarlijks 2 x uitmaaien in plaats van schoffelen. Circa : € 300.000, bij een huidige frequentie van 4x (sober). Bij 70% van de boomspiegels in verharding, niet in de grachtengordel.

Grove Heesters: 25% van het areaal. Heestervakken uitmaaien met bosmaaier 1x per jaar ipv schoffelen 5x per jaar (sober). Snoeiafval op takkenrillen. Circa € 135.000

Hagen: 30% van het areaal. Haagvoet 2x per jaar uitmaaien met bosmaaier na het knippen in plaats van schoffelen haagvoet 5x per jaar (sober). Bij 30% van het areaal. Circa € 325.000.

Extensief beheer vaste planten. 25% van de te vervangen vakken (aanname 5%) wordt omgezet van regulier beheer naar extensief beheer (Griffioen / Lageschaar). Circa € 20.000

5.3.3

Nieuwe beheerkosten

In dit scenario nemen de totale beheerkosten het meeste af. Zowel de kosten voor ecologisch beheer als reguliere beheer zijn lager dan in het 0-scneario. Ten opzichte van beheerniveau Sober is deze afname 1 miljoen, ten opzichte van beheerniveau Verzorgd is deze afname wat groter, namelijk 4,6 miljoen. 

De totale beheerkosten van gras nemen af doordat gazon wordt omgevormd naar ruigte. Deze beheergroep heeft lagere beheerkosten. Verder is er een aanpassing in het maaibeleid en zijn de vervangingskosten lager.

De beheerkosten van houtachtige beplanting zijn, net als in het voorgaande scenario wat hoger geworden ten opzichte van de huidige situatie omdat de werkpakketten wat zijn uitgebreid. Ook zit in dit scenario de omvorming van gazon en ruw gras naar bosplantsoen.

21

Voorstudie ecologische omvormingen

Grafiek 4. Vergelijking beheerkosten huidige situatie met scenario Levendige Zomen

5.4 Urban Jungle 5.4.1

Omvorming

In principe kunnen via natuurlijke successie alle omvormingen zonder extra kosten worden gerealiseerd, maar om sneller tot het gewenste beeld te komen kunnen er extra maatregelen genomen worden. Om dit scenario te realiseren zijn naast het omvormingsbeheer in het maaien eenmalige maatregelen nodig voor de omvorming van gras naar ruigte en randen gazon/gras naar natuurlijke oever en zoomvegetatie. 

Omvorming van gazon naar ecologische beheergroepen: 70% (zie tabel in H4.4)

Omvorming van ruw gras naar ecologische beheergroepen 80% (zie tabel in H4.4)

Randen gazon / gras grenzend aan water naar natuurlijke oever: 80% van kansrijk areaal

Randen gazon / gras grenzend aan bosplantsoen naar zoomvegetatie: 100% van kansrijk areaal

Het omvormingsbeheer is doorgerekend voor een periode van 3 jaar. Daarna kan het nieuwe ecologisch beheer worden toegepast. Omvormingsbeheer

DO

GO

Gazon naar bloemrijk gazon

€ 738.000

€ 64.000

Gazon naar bloemrijk gazon

€ 905.000

Ruw gras naar bloemrijk gras

€ 301.000

(Sub)totaal omvormingsbeheer

€ 1.944.000

€ 64.000

Correctie regulier beheer gazon

-€ 758.000

€ 40.000

Correctie regulier beheer gazon

-€ 758.000

Correctie regulier beheer ruw gras

-€ 110.000

Totalen

Maatwerk Eco op locatie (1%)

€ 20.000

Totaal omvormingsbeheer (1 jaar)

€ 338.000

€ 24.000

€ 362.000

Totaal omvormingsbeheer (3 jaar)

€ 1.014.000

€ 72.0000

€ 1.086.000

Eenmalige maatregelen

Aanleg

Gazon naar bosplantsoen (randen)

€ 1.43.000

Gazon naar ruigte (oever)

€ 1.322.000

22

Totalen

Voorstudie ecologische omvormingen Ruw gras naar bosplant. (randen)

€ 294.000

Ruw gras naar ruigte (oever)

€ 920.000

Gazon naar ruigte

€ 2.421.000

Ruw gras naar ruigte

€ 563.000

Gazon naar struweel

€17.824.000

Ruw gras naar struweel

€ 5.918.000

Ruw gras naar bosplantsoen

€5.918.000

Flora en faunavoorzieningen +50%

€ 1.000.000

Maatwerk Eco op locatie (2%)

€ 725.000

Subtotaal eenmalige maatregelen Totaal

€ 36.903.000 € 954.000

€ 72.000

€ 36.903.000

€ 37.929.000

Tabel 7: kosten omvorming Urban Jungle

De hoge kosten van de eenmalige maatregelen komen vooral voor rekening van de omvorming van gazon en ruw gras naar bosplantsoen en struweel. Deze omvorming is nu uitgewerkt door bosplantsoen aan te planten en dit niet via natuurlijke ontwikkeling te laten verlopen.

Bos Natuurlijk bos ontstaat spontaan. Maar de ontwikkeling kost tientallen jaren. Door zelf bosplantsoen aan te planten gaat de ontwikkeling wat sneller in de beginfase. Maar uiteindelijk is ook een aangeplant bos pas na vele tientallen tot honderden jaren volgroeid. Bij een aangeplant bos wordt de keuze van de boom- en struiksoorten bewust gemaakt. Bij spontane bosontwikkeling is het afwachten wat er komt, maar wát er komt is wel geselecteerd en vanaf het begin gehard door de natuur; bomen staan ook niet in keurige rijtjes. De aanlegkosten van een aangeplant bosplantsoen zijn aanzienlijk hoger dan natuurlijke ontwikkeling. De reden om toch te kiezen voor aanplant is dat er naar verwachting een sterker ontwikkeld bosplantsoen tot stand komt, waardoor eerder de gewenste biodiversiteit wordt gerealiseerd.

5.4.2

Potentiële besparingen

In dit scenario worden besparingen gerealiseerd door aanpassingen in het maaibeleid, omvorming van beheergroepen en het niet opnemen van vervangingskosten bij ecologische beheergroepen. Deze zijn verwerkt in bovenstaande grafiek. Als de reguliere werkpakketten meer ecologisch worden uitgevoerd kan in theorie circa 0,87 miljoen aan besparingen gerealiseerd worden op niveau sober, deze zullen op niveau Verzorgd wat hoger zijn. De werkelijke besparing is afhankelijk van de werkwijze zoals die nu in de praktijk plaatsvindt. De besparing zal beperkt zijn omdat het wat kleinere arealen betreft en het ecologisch beheer ook niet op het volledige areaal kan worden toegepast. 

Boomspiegel jaarlijks 2 x uitmaaien in plaats van schoffelen. Circa : € 300.000, bij een huidige frequentie van 4x (sober). Bij 70% van de boomspiegels.

Grove Heesters: 50% van het areaal. Heestervakken uitmaaien met bosmaaier 1x per jaar ipv schoffelen 5x per jaar (sober). Snoeiafval op takkenrillen. Circa € 135.000

Hagen: 30% van het areaal. Haagvoet 2x per jaar uitmaaien met bosmaaier na het knippen in plaats van schoffelen haagvoet 5x per jaar (sober). Bij 30% van het areaal. Circa € 375.000.

Extensief beheer vaste planten. 50% van de te vervangen vakken (aanname 5%) wordt omgezet van regulier beheer naar extensief beheer (Griffioen / Lageschaar). Circa € 57.000

23

Voorstudie ecologische omvormingen

5.4.3

Nieuwe beheerkosten

In dit scenario nemen de totale beheerkosten ten opzichte van niveau Sober licht toe, met 0,1 miljoen. Ten opzichte van beheerniveau Verzorgd nemen de totale beheerkosten af met 4,3 miljoen. De kosten voor ecologisch beheer liggen in dit scenario het hoogst met 1,7 miljoen, maar de omvorming is ook het grootst, 70% van het gazon wordt omgevormd naar ecologische beheergroepen. 

De totale beheerkosten van gras nemen af doordat een deel van het gazon wordt omgevormd naar ruigte. Deze beheergroep heeft lagere beheerkosten. Verder is er een aanpassing in het maaibeleid en zijn de vervangingskosten lager.

De beheerkosten van houtachtige beplanting zijn hoger geworden ten opzichte van de huidige situaties omdat in dit scenario zowel gazon als ruw gras worden omgevormd naar struweel en bosplantsoen.

Grafiek 5. Vergelijking beheerkosten huidige situatie met scenario Urban Jungle

5.5 Vergelijking scenario’s. De totale beheerkosten voor het openbaar groen vallen uiteen in drie onderdelen: -

Beheerkosten bomen, circa 50% Beheerkosten beplanting en gras, circa 50% o Beheerkosten regulier, circa 30% in de huidige situatie o Beheerkosten ecologisch, circa 20% in de huidige situatie

De scenario’s betreffen de omvorming van de twee grote arealen gazon en ruw gras naar meer ecologische beheergroepen. Sommige beheergroepen zijn goedkoper dan gazon, andere duurder. Alle beheergroepen zijn duurder dan ruw gras, dat nu geklepeld wordt. Daarnaast zijn ook wat kleineren ecologische bouwblokken meegenomen in de scenario’s Levendige Zomen en Urban Jungle. De kosten van het ecologisch beheer variëren per scenario en komen naar verwachting uit tussen de 15,7 en 17,7 miljoen (exclusief omvormingskosten). De totale beheerkosten voor beplanting (wijkgroen en ecologisch groen, exclusief bomen) liggen tussen de 40 en 50 miljoen. De werkelijke beheerkosten zijn afhankelijk van het gewenste kwaliteitsniveau per beheertype en/of de gewenste zonering voor Sober en Verzorgd. Het grootste deel van de reguliere beheerkosten komt van de arealen evenementengazon (152 ha) en heesters (161 ha) , dit zijn twee grote beheergroepen. De ecologische omvormingen hebben hier geen/nauwelijks invloed.

24

Voorstudie ecologische omvormingen

Grafiek 6. Vergelijking totale beheerkosten in de verschillende scenario’s

In onderstaande grafiek worden de huidige beheerkosten van de arealen gazon en ruw gras op niveau Verzorgd en Sober vergeleken met de beheerkosten van hetzelfde areaal na omvorming. In de scenario’s wordt 50 – 70% van het gazon omgevormd en 80% van het ruwe gras. Nadat het omvormingsbeheer en eenmalige maatregelen zijn doorgevoerd leiden de verschillende omvormingen leiden tot lagere beheerkosten ten opzichte van kwaliteitsniveau Verzorgd en hogere beheerkosten ten opzichte van kwaliteitsniveau Sober.

Grafiek 7. Vergelijking beheerkosten gazon en ruw gras na omvorming.

25

Voorstudie ecologische omvormingen

Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de ontwikkeling van de beheerkosten, de benodigde investeringen en de mogelijke besparingen in het reguliere onderhoud.

Kosten in mln Scenario 0

Aandeel Totale Totale ecologisch beheerkosten beheerkosten beheer beplanting B beplanting C

Omvormings beheer (3 jaar)

Mogelijke besparingen (regulier)

Eenmalige maatregelen

€ 16,3

€ 50,5

€ 41,4

-

-

-

Bloemrijke wijken

€ 16,8

€ 46,9

€ 41,2

€ 2,5

€0

-

Levendige zomen

€ 15,7

€ 45,9

€ 40,4

€ 2,1

€ 7,0

€ 0,78

Urban Jungle

€ 17,7

€ 46,3

€ 41,5

€ 1,0

€ 37,0

€ 0,87

Tabel 7: Overzicht beheerkosten, omvormingskosten en besparingen

De impact van de omvormingen op het areaal is groot. Na omvormingen kan het aandeel ecologisch beheer uitkomen op 73% - 80%. De impact op de totale beheerkosten is minder groot. De kosten voor bomen en houtachtige beplanting, die circa 80% van de beheerkosten uitmaken veranderen nauwelijks. In de beheerkosten voor gras zitten ook kosten van evenementengazon en sportgazon, deze veranderen niet in de ecologische omvormingen. De impact van de ecologische omvorming op de totale beheerbeheerkosten is daardoor beperkt. In dit overzicht zijn niet meegenomen de kosten voor scholing van de eigen dienst en de hogere loonkosten als gevolg daarvan. In dit overzicht zijn niet opgenomen de baten die ecologisch beheer opleveren voor de stad. De baten zijn beschreven in hoofdstuk 2.

26

Voorstudie ecologische omvormingen

5.6 Capaciteit en aansturing 5.6.1

Stadswerken

Het onderhoud van het groen in Amsterdam wordt uitgevoerd door aannemers en Dienst Stadswerken. Afdeling Groen, Flora en Fauna (166 fte) is verantwoordelijk voor het dagelijks onderhoud en beheer van parken en het boom- en groenonderhoud in de openbare ruimte in Amsterdam. De afdeling Groen Flora en Fauna bestaat uit de teams: Uitvoering, Bomen, Parkconciërges, Directievoering & Toezicht, 

De uitvoeringsteams werken gebiedsgericht. Zij zorgen voor het dagelijks onderhoud van de locaties die de gemeente in eigen beheer heeft (het 'Groene Goud'). Dit zijn locaties met een hoge gebruiksdruk, kwetsbare ecologische zones of plaatsen met een bijzondere betekenis, zoals monumenten.

Het team Bomen verzorgt het beheer van de bomen in het centrum en een aantal monumentale bomen in de stad. Ook maken zij deel uit van de calamiteitendienst.

De Parkconciërges zijn het aanspreekpunt voor parkbezoekers en voor de partijen die met het park te maken hebben. Ze voeren de regie over het dagelijks onderhoud.

Het team Directievoering & Toezicht houdt toezicht op de afspraken met de aannemers die het groenareaal beheren dat niet in eigen beheer is van de gemeente.

Om het ecologisch beheer tot een succes te maken moet de kennis van ecologisch beheer bij de medewerkers op alle onderdelen in het proces op het gewenste niveau worden gebracht. In de ecologische SLA is vastgelegd aan welke specifieke eisen het uit te voeren werk moet voldoen. De aansturing van het werk wordt het complexer omdat continu rekening moet worden gehouden met weersomstandigheden en ontwikkelingsstadia van doelsoorten. Voorbeelden hiervan zijn: -

Maaibeleid moet zijn afgestemd op de graslandfase. Bloemrijk gras moet in de eerste snede selectief worden gemaaid. In bosplantsoen en struweel moet een specifieke opbouw en soortendiversiteit worden gerealiseerd. Etc.

Aannemers hebben tegenwoordig vaak al ecologen in dienst om hen te adviseren in het werk. Het is wenselijk dat deze specifieke kennis ook aanwezig is bij (een deel van) de medewerkers van de gemeente. Om de overgang naar meer ecologisch beheer goed te kunnen maken wordt aangeraden om in team Groen. Flora en Fauna: 

Ecologische geschoolde groenmedewerkers aan te trekken of de huidige medewerkers op te leiden. Het uurtarief van een eco groenmedewerker ligt wat hoger dan voor een groenmedewerker, dus de gemiddelde loonkosten zullen stijgen. Een groen medewerker wordt circa € 7500 per jaar duurder als deze ecologisch is geschoold. Als 30% van het onderhoudswerk door de eigen dienst wordt uitgevoerd en de helft van de medewerkers in de uitvoeringsteams een ecologische scholing krijgt, zullen de loonkosten ongeveer €235.000 - € 390.000 euro stijgen, afhankelijk van het scenario. Om de werkelijke kosten inzichtelijk te krijgen, zal per maatregel bekeken moeten worden wie deze uitvoert. Deze analyse valt buiten de scope van dit onderzoek.

De capaciteit voor toezicht uit te breiden. Om te voorkomen dat het ecologisch beheer leidt tot ongewenste verruiging of verwildering is het wenselijk om het toezicht in de buitenruimte te intensiveren. Op die manier kan tijdig worden ingegrepen wanneer het beeld in de buitenruimte beneden de ondergrens dreigt te zakken.

De aanblik en ruigere kwaliteit van het groen in de stad zorgen zullen naar verwachting leiden tot extra klachten en meldingen van bewoners. Structurele en duidelijke communicatie richting de bewoners over het ecologisch beheer is nodig om dit te beperken.

27

Voorstudie ecologische omvormingen

5.6.2

V&OR en Ingenieursbureau

Het Ingenieursbureau stelt de bestekken op voor het regulier en ecologisch onderhoud. het contract voor regulier onderhoud wordt op dit moment opnieuw aanbesteed. In dit contract is al enige ruimte gemaakt om het beheer op onderdelen meer ecologisch uit te voeren. Het beheer van ruw gras zal in de toekomst ondergebracht worden in de ecologische SLA. Het realiseren van de benodigde omvormingen kunnen door V&OR worden aangestuurd door middel van intern opdrachtgeverschap. Het Ingenieursbureau kan het werk in een meerjarig programma projectmatig uitvoeren door inzet van aannemers of de eigen dienst. De benodigde capaciteit verschilt per scenario. 5.6.3

Impact op capaciteit

Met behulp van het kostenmodel Amsterdam is een inschatting gemaakt van de impact van de scenario’s op de capaciteit van de organisatie. De 0-situatie bij kwaliteitsniveau Sober is de huidige situatie. Ter vergelijking is ook toegevoegd wat er gebeurd me de capaciteit als de gemeente overstapt naar niveau Verzorgd. De impact op de organisatie is het grootst bij het scenario Urban Jungle, waarbij 70% van het gazon en 80% van het ruw gras wordt omgevormd. In totaal gaat het dan om de omvorming van circa 660 ha regulier groen, dat is 53% van het totale areaal regulier groen.

Impact op capaciteit

Uitvoering

Toezicht

IB

0-situatie - sober

Huidig

Huidig

Huidig

0-situatie - verzorgd

29%

29%

26%

Bloemrijke wijken

6%

-2%

8%

Levendige zomen

7%

33%

18%

-22%

76%

34%

Urban Jungle

Tabel 8: Impact van scenario’s op capaciteit

De impact is geschat voor de totale uitvoering van het werk, dus zowel door Stadswerken als aannemers. Om de werkelijke impact op de teams van Stadswerken te kunnen ramen, is het nodig om per beheergroep per maatregel en per gebied te weten door wie het werk wordt uitgevoerd. In 2018 is door DG groep samen met Dienst Stadswerken vastgelegd welk werk door de eigen dienst wordt uitgevoerd en welk werk door aannemers. Dit betrof opdracht 405.004 Beheerplannen gebieden eigen dienst. Deze informatie is echter niet meer representatief1 en kon daardoor voor deze opdracht niet gebruikt worden.

1 Sinds 2018 zijn er aanzienlijke wijzigingen geweest in de groenarealen. Er is een ecologische SLA in de markt gezet. En er is

al veel groen omgevormd naar meer ecologisch groen.

28

Voorstudie ecologische omvormingen

6.

Aandachtspunten bij ecologisch beheer

6.1 Beeldvorming Vaak wordt gedacht dat ecologisch beheer goedkoper is dan regulier beheer. Of dat zo is, is afhankelijk van het huidige beheerniveau en de maatregelen die zijn opgenomen in de ecologische werkpakketten. Veel gemeenten beheren hun groen op kwaliteitsniveau B (Verzorgd), dan is de overstap naar ecologisch beheer in veel gevallen goedkoper. De kosten van ecologisch beheer liggen voor veel beheergroepen tussen B en C in. Hoe de totale beheerkosten zich ontwikkelen is mede afhankelijk van het kwaliteitsniveau dat voor de overige beheergroepen is gewenst. In de praktijk is vaak sprake van een gedifferentieerde beheeraanpak. Een deel op B, een deel op C en een deel ECO. In de kadernota Amsterdam Heel en Schoon is aangegeven dat het streven is om de stad in de toekomst op niveau Verzorgd te beheren. In de scenario’s vergelijken we zowel de combinatie ECO + de rest op Verzorgd (B) als ECO en de rest op Sober (C). In 2019 heeft het college in de besluitvorming van de rapportage Stadsbehoud besloten om het ambitieniveau aan te laten sluiten bij het bestaande (lagere) beheerniveau C (Sober). Tegelijk werd daarbij geconstateerd dat de benodigde financiën niet toereikend waren/zijn om dit verlaagde niveau C te kunnen realiseren. (Bron: Inzicht in dagelijks beheer groen, aanvullende informatie.

Om vanuit deze situatie de overstap naar ecologisch beheer te kunnen maken, is het wenselijk dat de huidige beheerkosten worden verhoogd. Welke stijging nodig is, is afhankelijk van het gekozen scenario.

6.2 Areaalsystematiek Idealiter zijn de beheerkosten gekoppeld aan de arealen en wordt het onderhoudsbudget aangepast als de arealen wijzigen. Op dit moment is het groenbudget nog niet gekoppeld aan de arealen zoals deze zijn vastgelegd in het gemeentelijk beheersysteem gisib. Areaalwijzingen kunnen zijn: 

Uitbreiding van het groenareaal, bijvoorbeeld door nieuwe woonwijken zoals de Sloterdijken, of toevoeging van natuurgebieden, zoals bijvoorbeeld de Bretten, Volgermeerpolder, Geuzenbos.

Omvorming van het ene naar het andere beheertype. Als wordt omgevormd van een goedkoop beheertype (bv ruw gras) naar een duurder beheertype (bosplantsoen) heeft dat consequenties voor de beheerkosten. Kleine omvormingen kunnen vaak wel opgevangen uit het lopende budget. Bij grote omvormingen, zoals in de scenario’s, zal aanvullend budget nodig zijn.

Als het budget niet is afgestemd op de afwezige arealen en beheertypen, zal de groenbeheerder met een gegeven budget het aanwezige groen beheren. In de praktijk zal dit er toe leiden dat een deel van het groen niet op het gewenste kwaliteitsniveau wordt beheerd.

6.3 Omvormingen In principe kunnen via natuurlijke successie de ecologische omvormingen zonder extra kosten worden gerealiseerd. Om sneller tot het gewenste beeld te komen kunnen extra maatregelen genomen worden. In de scenario’s is hiervoor gekozen. Een deel van de omvormingen kan verlopen via omvormingsbeheer gedurende enkele jaren. Voor andere omvormingen zijn eenmalige maatregelen nodig. Zoals bijvoorbeeld afplaggen van een toplaag om de grond te verschralen, of het aanleggen van bosplantsoen. De nieuwe (hogere of lagere) beheerkosten zijn van toepassing als de omvorming is doorgevoerd.

29

Voorstudie ecologische omvormingen

Voor het maken van de scenario’s is gebruik gemaakt van de volgende werkpakketten voor omvormingsbeheer. 

Gazon naar bloemrijk gazon

Gazon / ruw gras naar bloemrijk gras

Gazon / ruw gras naar ruigte

Gazon / ruw gas naar struweel/bosplantsoen

Dit is een vereenvoudigde voorstelling van het omvormen. In werkelijkheid is de omvorming afhankelijk van de specifieke situatie ter plekke. De omvorming van bijvoorbeeld bloemrijk gras naar ruigte is een relatief goedkope omvorming. In bloemrijk gras zitten geen tot weinig storingskruiden, de omvorming vraagt weinig extra investering en na de omvorming is het beheer relatief goedkoop. Als ruw gras wordt omgevormd naar ruigte, is dit aanzienlijk kostbaarder omdat in ruw gras nog veel storingskruiden aanwezig zijn. Amsterdam heeft een voedselrijke bodem. Pas na jaren omvormingsbeheer zal de gewenste vegetatie zijn ontstaan. In de kostenraming zijn nu advieskosten opgenomen. Per locatie zal bepaald worden door groenbeheerders, ecologen en aannemer wat de beste aanpak is. De omvorming van gazon en ruw gras naar struweel en bosplantsoen is nu uitgewerkt door bosplantsoen aan te planten en niet de natuur zelf te laten ontwikkelen. De aanlegkosten hiervan zijn hoger maar het beheer is naar verwachting goedkoper. De verwachting is dat op deze wijze een sterker ontwikkeld bosplantsoen tot stand komt, waardoor eerder de gewenste biodiversiteit wordt gerealiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16619649/1