CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. 't Warderschip_Toelichting.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 6 december 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘t Warderschip (VN2023-021930)25.878 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan 'T Warderschip

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan 't Warderschip

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.N2204BPGST-VG01

Datum print

27 September 2023

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk1

5 Inleiding

7

Aanleiding Doel bestemmingsplan Ligging en begrenzing plangebied Geldend planologisch kader Crisis- en herstelwet Bevoegdheden Leeswijzer

7 7 7 9 11 11 12

Het plankader

13

Beschrijving van het plangebied Ontwikkeling

13 15

Beleidskader

19

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

19 23 25 29

Milieu- en omgevingsaspecten

43

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Milieueffectrapport (MER) Bedrijven en milieuzonering Verkeer en vervoer Hoogbouweffectrapportage Geluid Luchtkwaliteit Water Natuur en landschap Bodemkwaliteit Externe veiligheid Archeologie en cultuurhistorie Luchthavenindelingsbesluit

43 44 45 47 52 52 54 58 62 63 65 68

Hoofdstuk5

Juridische planbeschrijving

71

Algemeen Artikelsgewijze toelichting

71 72

Hoofdstuk6

Economische uitvoerbaarheid

75

Hoofdstuk7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

77

Overleg met betrokken overheden (art. 3.1.1. Bro) Participatie

77 78

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 Hoofdstuk2 2.1 2.2 Hoofdstuk3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk4

5.1 5.2

7.1 7.2

Gemeente Amsterdam

blz. 4

bestemmingsplan_'t Warderschip (vastgesteld)

blz. 5

Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_'t Warderschip (vastgesteld)

blz. 7

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het gebouw 't Warderschip staat op het Buikslotermeerplein in Amsterdam Noord. In het bestaande gebouw bevindt zich een ondergrondse parkeerkelder, zijn de eerste twee bouwlagen ('de Plint') in gebruik voor commerciële voorzieningen (horeca en kantoren) en op de hoger gelegen verdiepingen bevinden zich appartementen. Aan de westkant van het gebouw is een uitbouw aanwezig ('De Punt') waarvan de eerste bouwlaag en de kelder in gebruik zijn geweest als nachtclub. Op de tweede bouwlaag bevonden zich kantoren. De Punt staat nu leeg. De thans nog aanwezige niet-woonfuncties zijn in de plaint zijn toe aan een opwaardering. In de Projectnota Buikslotermeerplein (College van B&W, oktober 2021) is 't Warderschip aangewezen als een van de zogenaamde aanjagers van de ontwikkeling van het Centrumplein (het gebied tussen stadsdeelkantoor en winkelcentrum). De gemeente heeft in een eerdere fase van de planvorming de plint van het gebouw en De Punt aangekocht ten behoeve van herontwikkeling. Voor 't Warderschip zijn in de projectnota al belangrijke ruimtelijke en programmatische kaders meegegeven, zo wordt de toren 70 meter hoog en is bepaald dat het programma uit 100% middeldure huur bestaat. Voor de eerste twee bouwlagen wordt de mogelijkheid geboden om deze te renoveren en opnieuw in te richten waarbij een ruimer volume wordt toegestaan dan in de huidige situatie aanwezig is.

Op de plek van de te slopen puntvormige uitbouw is ruimte voor het realiseren van twee bouwlagen ten behoeve van commerciële voorzieningen en daarbovenop een woontoren van maximaal 70 meter. Deze ontwikkeling past niet in het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

1.2

Doel bestemmingsplan

Het opstellen van dit postzegelbestemmingsplan heeft als doel om de ruimtelijke ontwikkeling van 't Warderschip juridisch-planologisch mogelijk te maken. De kaders en spelregels die in de projectnota zijn opgenomen worden toegepast en concreet vertaald in de planregeling van het voorliggende bestemmingsplan.

1.3

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied bevindt zich in het Centrumgebied Amsterdam Noord (CAN), aan de noordzijde van het marktplein.

Gemeente Amsterdam

blz. 8

Figuur 1.3.1 Ligging 't Warderschip in de stad

Figuur 1.3.2 Luchtfoto 't Warderschip op het Buikslotermeerplein

bestemmingsplan_'t Warderschip (vastgesteld)

blz. 9

Figuur 1.3.3 Luchtfoto 't Warderschip met de te slopen punt links onder Overige gronden van het Buikslotermeerplein vallen buiten het plangebied. Hiervoor zullen afzonderlijke plannen (afwijken middels omgevingsvergunning/ bestemmings- of omgevingsplan) worden opgesteld op het moment dat herontwikkeling op die gronden aan de orde is. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de digitale verbeelding.

1.4

Geldend planologisch kader

Binnen het plangebied zijn twee bestemmingsplannen van toepassing en twee voorbereidingsbesluiten. De vier plannen komen hieronder individueel aan de orde. Bestemmingsplan Boven 't Y Bestemmingsplan “Boven 't Y” is op 14 februari 2018 vastgesteld. Het plangebied heeft op basis van dit bestemmingsplan de enkelbestemmingen 'Gemengd - 2'. Ter plaatse van het projectgebied is een bouwvlak opgenomen, hierbinnen geldt een maximum bouwhoogte van 17 meter. Daarnaast is de functieaanduiding 'horeca uitgesloten' van kracht.

Gemeente Amsterdam

blz. 10

Figuur 1.4.1 Verbeelding vigerend bestemmingsplan 'Boven 't Y' De enkelbestemmingeb 'Gemengd - 2' en een kleine strook 'Verkeer - 4' zijn van kracht. De voor 'Gemengd - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor onder meer wonen, detailhandel, horeca, zakelijke dienstverlening en consumentverzorgende dienstverlening. Ter plaatse van de projectlocatie is door middel van een aanduiding expliciet aangegeven dat horeca is uitgesloten. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Ter plaatse van het Warderschip zijn op de verbeelding 4 verschillende hoogteaanduidingen opgenomen. Het hoofdvolume heeft een bouwhoogte van 26 meter. De voor- en achterzijde 5 meter en het westelijk gelegen deel (met de punt) 17 meter. Relatie tot het plangebied De voorgenomen ontwikkeling behelst de realisatie van circa 155 woningen (6.800 m2 BVO), circa 2.000 m2 BVO kantoren, circa 1.500 m2 BVO horeca, circa 300 m2 BVO cultuur en circa 300 m2 maatschappelijk. Ook wordt er ruimte geboden voor het vestigen van bedrijven in de laagste milieucategorieën. Het initiatief beoogd een bouwhoogte van de noord- en zuidgevel van circa 8 meter, de bestaande bouwhoogte van het hoofdvolume (26 meter) en een nieuw volume (op de plek van de te slopen punt) met een bouwhoogte van circa 70 meter.

De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de regels van de bestemming 'Gemengd - 2', daarnaast worden de bouwhoogtes overschreden. Vanwege de strijdigheden met het bestemmingsplan "Boven 't Y" is onderhavig bestemmingsplan opgesteld om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken. Bestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders Voor het gehele grondgebied van de gemeente Amsterdam geldt het 'paraplu' bestemmingsplan 'Grondwaterneutrale kelders' zoals vastgesteld op 7 oktober 2021. Dit plan heeft tot doel om het belang van grondwaterneutraal bouwen te beschermen. De regeling van het bestemmingsplan 'Grondwaterneutrale kelders' is rechtstreeks overgenomen in bestemmingsplan_'t Warderschip (vastgesteld)

blz. 11

voorliggende bestemmingsplan. Voorbereidingsbesluit Darkstores/flitsbezorgers Voor het gehele grondgebied van de gemeente Amsterdam geldt het voorbereidingsbesluit 'Darkstores/flitsbezorgers' zoals vastgesteld op 26 januari 2022. Op basis van het voorbereidingsbesluit is het tot aan de inwerkingtreding van het nieuwe paraplubestemmingsplan verboden is om het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen naar vormen van bedrijfsvoering die blijkens hun reclame-uiting, presentatie, assortiment of bedrijfsvoering zijn te kwalificeren als zogenoemde flitsbezorgdiensten vanuit darkstores. Waarbij darkstores en flitsbezorgdiensten bijzondere vormen van bedrijfsvoering zijn die niet zijn gericht op het klassieke winkelen, in de zin dat mensen ter plaatse komen om producten te vergelijken en uit te kiezen. Het verbod op darkstores/ flistbezorgers uit het voorbereidingsbesluit is rechtstreeks overgenomen in voorliggend bestemmingplan. Voorbereidingsbesluit hyperscale datacenters Voor het gehele grondgebied van de gemeente Amsterdam geldt het voorbereidingsbesluit 'hyperscale datacenters' zoals vastgesteld op 16 februari 2022. Dit plan beoogd in voorbereiding van een algemene maatregel van bestuur, de komst van nieuwe hypercale datacenters tegen te gaan.

Gelet op de omvang en het toegestaan gebruik waar het voorliggend bestemmingsplan betrekking op heeft is het vestigen van een hyperscale datacenter per definitie niet mogelijk.

1.5

Crisis- en herstelwet

De Crisis en herstelwet (Chw) beoogt een versnelling in de ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke projecten te bewerkstelligen ter bestrijding van de laatste economische crisis. De ontwikkeling van dit bestemmingsplan is aan te merken als een project als bedoeld in artikel 3.1 van bijlage 1 van de Chw. Dit brengt met zich mee dat bij een eventueel beroep alle beroepsgronden in het beroepschrift moeten worden opgenomen en deze na afloop van de beroepstermijn niet meer kunnen worden aangevuld. Verder verloopt de behandeling van het beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, versneld. Op 15 februari 2019 trad het Besluit tot wijziging en aanvulling van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (zeventiende tranche) in werking. Hiermee werden onder meer de Koers 2025 gebieden van de gemeente Amsterdam toegevoegd door een aanvulling op artikel 7c (bredere reikwijdte bestemmingsplan; hiermee kunnen aanvullende / vernieuwende regels worden gesteld in het bestemmingsplan. Het plangebied Buikslotermeerplein is als één van de Koers 2025 gebieden aangewezen in de 17e tranche van de Crisis- en herstelwet.

1.6

Bevoegdheden

Het gebied Buikslotermeerplein is aangewezen als grootstedelijk project/gebied en is daarmee een stedelijk project/gebied. Dit houdt in dat de voorbereiding van het bestemmingsplan stedelijk plaatsvindt en niet door het stadsdeel (Noord). Bij de vaststelling van bestemmingsplannen betrekt het stedelijk bestuur het betrokken stadsdeel.

Gemeente Amsterdam

blz. 12

1.7

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling. De verbeelding en de regels vormen samen de bestemmingsplanregeling zoals deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De toelichting geeft de achtergronden (relevant beleid, resultaten van uitgevoerde onderzoeken) bij de bestemmingsplanregeling weer. De toelichting van dit bestemmingsplan bestaat uit 7 hoofdstukken. Hier wordt in het kort de inhoud van deze hoofdstukken beschreven. Na dit eerste inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plankader. In dit hoofdstuk wordt onder andere ingegaan op de ontstaansgeschiedenis, een beschrijving van het plangebied en op de ruimtelijke en programmatische kaders voor de nieuwe ontwikkeling. In hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het relevante ruimtelijk beleid afkomstig van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente. In hoofdstuk 4 worden diverse milieu- en omgevingsaspecten beschreven. In hoofdstuk 5 wordt uitgelegd op welke wijze dit is vertaald in juridische zin. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en tot slot behandelt hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid (het overleg ex artikel 3.1.1 Bro).

Tot slot zijn de relevante rapporten als bijlage bij de toelichting gevoegd.

bestemmingsplan_'t Warderschip (vastgesteld)

blz. 13

Hoofdstuk 2

Het plankader

In dit hoofdstuk wordt het ruimtelijke en programmatische plankader voor het bestemmingsplan 'Warderschip' omschreven.

2.1

Beschrijving van het plangebied

2.1.1

Buikslotermeerplein

Het Buikslotermeerplein maakt deel uit van het project Centrum Amsterdam Noord (CAN). In december 2003 is het Masterplan vastgesteld voor het gehele gebied. Hierin zijn de programmatische en ruimtelijke uitgangspunten vastgelegd voor de gefaseerde uitvoering van de volgende deelgebieden: het stationsgebied rondom de eindhalte van de Noord/Zuidlijn de woonbuurten Noorderkwartier en Elzenhagen het Buikslotermeerplein en omgeving De planvorming is grotendeels afgerond; de diverse deelgebieden zijn in aanbouw of opgeleverd. Uitzondering is de beoogde transformatie van het Buikslotermeerplein. Het winkelcentrum Boven 't Y was ooit het kloppend hart van Amsterdam Noord. Het huidige winkelcentrum kampt door uiteenlopende omstandigheden al lange tijd met problemen die zorgen voor dalende omzetten en leegstand. Ook de omringende openbare ruimte functioneert niet goed. Het gebied heeft door achterstallig onderhoud en parkeerterreinen op maaiveld weinig tot geen verblijfskwaliteiten. Voor het Buikslotermeerplein zijn diverse plannen ontwikkeld die door omstandigheden nooit gerealiseerd zijn. Ambitiedocument Hart van Noord Vanaf begin 2020 wordt samen met eigenaren en ondernemers gewerkt aan een gezamenlijk ambitiedocument. Het document bevat een gezamenlijke toekomstvisie voor het Buikslotermeerplein.

Het ambitiedocument is op 8 maart 2021 getekend door de coalitie, bestaande uit de CVvE (Coöperatieve Vereniging Winkelcentrum Amsterdam-Noord), enkele vastgoedeigenaren met initiatieven in het winkelcentrum en de gemeente Amsterdam. In het ambitiedocument is onder andere opgenomen dat het Hart van Noord één plangebied is en in de toekomst één geheel vormt in programmamix en kwaliteit van de openbare ruimte. Hierbij wordt gestreefd naar een hoge kwaliteit van de openbare ruimte en een gemixt centrum van stedelijkheid met wonen, werken, voorzieningen, winkels, leisure, cultuur en prettige pleinen en parken. De ontwikkeling draagt bij aan het versterken van stadsdeel Noord en Amsterdam als geheel. Het voegt ook nieuwe functies toe, zoals woningen, en trekt nieuwe doelgroepen aan. Er wordt ingezet op woningen in het middensegment omdat deze categorie in Amsterdam Noord beperkt aanwezig is. Projectnota Buikslotermeerplein Na de afronding van het ambitiedocument heeft de gemeente de projectnota Buikslotermeerplein voorbereid waarin de belangrijkste kaders en randvoorwaarden van het project Buikslotermeerplein worden geschetst. De nota is dus een belangrijke bestuurlijke stap om de uitwerking van de plannen mogelijk te maken. Met een goedgekeurde projectnota wordt de transformatie van het winkelgebied verder uitgewerkt en kan de gemeente met een stedenbouwkundig plan en bijbehorend

Gemeente Amsterdam

blz. 14

investeringsbesluit een vervolgstap maken in de ontwikkelgebieden Centrumplein en Olof Palmeplein. Als nieuwe uitgangspunten zijn genoemd: creëren van een hart voor Amsterdam Noord met een levendig plein leggen van verbindingen tussen het winkelcentrum en het station van de Noord/Zuidlijn, en tussen het winkelcentrum en de omliggende buurten groen en water verbinden met het centrum creëren van een gemengd en levendig centrummilieu - winkels, werken, wonen, horeca, uitgaan met hoogwaardige openbare ruimte een autovrij centrumgebied met hoogwaardige oplossingen voor parkeren, fietsen en expeditie realiseren van een groot aantal woningen in het centrumgebied ruimte bieden aan functies voor cultuur en ontspanning duurzaam transformeren van het bestaande winkelgebied Boven 't Y principes van de ongedeelde wijk: bewoners van de omliggende woonwijken hebben ook baat bij de geplande veranderingen. 2.1.2

't Warderschip

In de projectnota Buikslotermeerplein is 't Warderschip benoemd als aanjager van de gebiedsontwikkeling. Dat houdt in dat dit deelproject voortvarend wordt ontwikkeld, en daarmee een positieve impuls kan geven aan een stapsgewijze transformatie van het Buikslotermeerplein, die over meerdere jaren zal gaan plaatsvinden. 't Warderschip op het Buikslotermeerplein is gerealiseerd in 1993, naar een ontwerp van Jan Brouwer Associates. Rond die tijd kreeg het bestaande winkelcentrum een grote opknapbeurt waarbij onder meer een deel van de winkelpromenades werd overdekt. Om het gebied te verlevendigen, en ook woningen toe te voegen, werden 't Warderschip en de naastgelegen Bowling gebouwd. 't Warderschip bestaat uit 8 bouwlagen; een ondergrondse parkeerkelder, een plint van 2 lagen met kantoren, horeca en maatschappelijke voorzieningen en een vijftal woonlagen met in totaal 35 appartementen. Kenmerkend voor het gebouw is de driehoekige beëindiging van het gebouw, de Punt, die doet denken aan de voorkant van een schip. Momenteel wordt de plint tijdelijk gebruikt door horeca, een kapperszaak en een aantal maatschappelijke voorzieningen zoals de Modestraat en de DAT-school. De eerste verdieping staat grotendeels leeg. De maatschappelijke voorzieningen worden deels gerund door vrijwilligers en leveren een belangrijke bijdrage aan de sociale cohesie in de buurt.

't Warderschip is met name georiënteerd op de zuidzijde, het marktplein. Aan de noordzijde bevindt zich een (kleine) horecaonderneming, de ontsluiting van de appartementen en verhoudingsgewijs veel doods geveloppervlak. Dit laatste geldt ook voor de oost- en westgevel. De eerste verdieping van het gebouw draagt weinig bij aan een aantrekkelijk straatbeeld, mede omdat deze aan de noord- en zuidzijde terug ligt ten opzichte van de begane grond en daardoor nauwelijks zichtbaar is.

bestemmingsplan_'t Warderschip (vastgesteld)

blz. 15

Figuur 2.1.2 't Warderschip met zicht op het Buikslotermeerplein De directe omgeving van 't Warderschip is aan het veranderen. In 2019 is het metrostation van de Noord/Zuidlijn in gebruik genomen waarmee de verbinding met het centrum van Amsterdam aanmerkelijk verbeterd is. Tussen de stationsomgeving en het winkelcentrum bevond zich het Waddenwegviaduct dat een ruimtelijke en visuele barrière vormde. Het viaduct is in 2020 gesloopt. Eveneens in 2020 is de Pathé-bioscoop geopend, gelegen direct naast 't Warderschip. Ten westen van 't Warderschip zijn parkeerplaatsen op maaiveld vervangen door een groene, tijdelijk ingerichte, ruimte met diverse sportvoorzieningen. Naast de bioscoop is een vlindertuin aangelegd. Deze voorzieningen zijn het zichtbare resultaat van een uitgebreid placemakingsproces. De planvorming voor het opknappen en vergroenen van het marktplein, ten zuiden van 't Warderschip, verkeert in de afrondende fase.

2.2

Ontwikkeling

In de toekomst ligt 't Warderschip op een strategische locatie tussen meerdere pleinen. Dit vereist een gebouw met voorkanten, georiënteerd op de pleinen en een attractieve plint gericht op interactie met de omringende openbare ruimte. Deze ambitie wordt ondersteund door het vastgestelde programma; een mix van horeca, kantoren, culturele en maatschappelijke voorzieningen. bijdraagt aan de levendigheid en bedrijvigheid van de plint, ook in de avonduren. De voorziene planvorming betreft het rondom uitbreiden, het architectonisch verbijzonderen en opnieuw programmeren van de plint. De punt wordt gesloopt. Hier komt een nieuwe woontoren van maximaal zeventig meter met honderd procent middensegment woningen en voorzieningen in de plint. Stedenbouwkundig markeert deze woontoren de belangrijke schakelfunctie tussen de twee pleinen. De vorm van de toren is dusdanig gekozen dat de impact wat betreft bezonning en uitzicht op de bestaande woningen in het Warderschip minimaal is.

Gemeente Amsterdam

blz. 16

De plint (de onderste twee lagen) wordt rondom geheel vernieuwd en uitgebreid waardoor er een nieuwere en sterkere relatie tussen het te vernieuwen marktplein en gebouw kan ontstaan. De inzet is om de plint als flexibel indeelbaar robuust casco neer te zetten, waardoor het meerdere functies kan borgen. Op het dak van de plint is ook een groen ingerichte dak bedacht, passend bij de duurzame ambities van het project. Programma Plint Het plintprogramma van 't Warderschip is afhankelijk van de mogelijke uitbreiding van de begane grond en de eerste verdieping. Het minimale programma is 4.240 m2 BVO, gebaseerd op de huidige contouren van zowel de begane grond als de eerste verdieping en de nieuwbouw ter plaatse van De Punt. Indien gekozen wordt voor de maximaal toegestane uitbreiding van begane grond en eerste verdieping neemt het BVO toe tot 5.355 m2. Dit is inclusief eventueel benodigde technische ruimtes, ruimte voor fietsparkeren, afvalinzameling etc. De invulling van het programma is vastgelegd in het bestemmingsplan en bestaat uit: Horeca:

maximaal 1.500 m2 BVO

Kantoren:

maximaal 2.000 m2 BVO

Voor de overige toegestane functies -cultuur, maatschappelijke voorzieningen en leisure- is geen maximumaantal m2 vastgelegd. De functie 'horeca' is enkel op de begane grond toegestaan om eventuele geluidsoverlast voor de bestaande bewoners te beperken. Voornoemde aantallen hebben betrekking op de gehele plint van 't Warderschip inclusief de Punt. De initiatiefnemer mag het programma naar eigen inzichten verdelen over de plint.

Figuur 2.2.1 Indicatieve schets nieuwbouw (rood) en bestaand te behouden (wit) Programma wonen

bestemmingsplan_'t Warderschip (vastgesteld)

blz. 17

Vanaf de tweede verdieping in het bestaande gebouw zijn 35 appartementen aanwezig waarvan 17 koopappartementen en 18 sociale huurwoningen. Het woonprogramma in De Punt bestaat uit minimaal 8.100 m2 BVO en maximaal 9.000 m2 BVO in de middeldure huursector. Dit is gebaseerd op maximaal 20 woonlagen, bovenop de plint, en een bruto-verdiepingshoogte hoogte van 3 m. Uitgaande van een minimale woninggrootte van 40 m2 GBO zijn maximaal 155 woningen mogelijk. De voorkeur gaat uit naar een mix van grote en kleine woningen, ongeveer 125 woningen in totaal.

Gemeente Amsterdam

blz. 18

bestemmingsplan_'t Warderschip (vastgesteld)

blz. 19

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.

Figuur 3.1.1 Afwegen met de NOVI. Bron: Nationale Omgevingsvisie. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's Gemeente Amsterdam

blz. 20

4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen Warderschip Uit de uitwerking van prioriteit 3 volgt dat steden zich duurzaam dienen te ontwikkelen, dat het woningaanbod moet aansluiten bij de vraag en dat de voorkeur uitgaat naar verstedelijking binnen bestaand stedelijk gebied.

Daarnaast is één van de beleidskeuzes (beleidskeuze 3.3.) onder prioriteit 3 “Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio, toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op ruimte- en mobiliteitsefficiënte wijze ingepast. Het woningaanbod in de regio's sluit daarbij aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse”. Verder worden in de Nationale omgevingsvisie onder meer de volgende nationale belangen benoemt: 4. Waarborgen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. De opgave bij Nationaal belang 5 is het vergroten van de woningvoorraad in een fijne leefomgeving om te voorzien in de huidige behoefte aan woningen. Het Warderschip is gelegen aan het Buikslotermeerplein te Amsterdam. Het gehele Buikslotermeerplein wordt getransformeerd naar een gemengd stedelijk gebied met ondermeer winkels en woningen. De herontwikkeling van het Warderschip voorziet onder meer in de realisatie van circa 155 woningen, kantoren, horeca en voorzieningen. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de woonbehoefte binnen de gemeente Amsterdam en wordt tevens binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Het woningaanbod binnen Draka is divers, waardoor voorzien wordt in de behoefte van verschillende woonsegmenten.

Daarnaast worden overige functies zoals kantoren, scholen en voorzieningen gerealiseerd, waardoor een goede fysieke leefomgeving wordt gewaarborgd en de inwoners in het gebied in de nabijheid gebruik kunnen maken van diverse functies. Aangezien het gehele Buikslotermeerplein getransformeerd wordt van terrein waar meerdere bedrijven zijn gevestigd naar woon-werkgebied, is voor het hele gebied sprake van een verbetering in de fysieke leefomgeving. Verder wordt aandacht besteed aan de ruimtelijke aspecten en inpassing van het plan zodat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (fysieke leefomgeving) gerealiseerd wordt, zie hiervoor hoofdstuk 4. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' en diverse nationale belangen met bijbehorende opgave(n). Conclusie De ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Nationale omgevingsvisie

bestemmingsplan_'t Warderschip (vastgesteld)

blz. 21

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is de juridisch bindende vertaling van de Omgevingsvisie naar lagere overheden. Onder de vlag van de Omgevingswet zal dit Besluit vervangen worden door zogenoemde instructieregels, maar vooralsnog geldt het Barro. Hiermee wordt de visie, waarmee op Rijksniveau een toekomstperspectief wordt geschetst, vertaald in bindende regels waar lagere overheden zich bij het opstellen en vergunnen van plannen aan te houden hebben. Voorbeelden van zaken die geregeld zijn in het Barro zijn rijksvaarwegen, hoofdwegen, het 380 kV-netwerk en buisleidingen van nationaal belang. Relatie tot het Warderschip De projectlocatie ligt niet binnen zones waar op basis van het Barro beperkingen of voorwaarden van toepassing zijn. Gelet op bovenstaande, staat het Barro de uitvoering van het project niet in de weg. 3.1.3

Luchthavenindelingsbesluit (LIB)

Het rijksbeleid voor Schiphol is geformuleerd in de Wet tot wijziging van de Wet luchtvaart ('Wijzigingswet', 2003). De ruimtelijke consequenties van de Wijzigingswet staan in het Luchthavenindelingbesluit (LIB). In dit besluit is een beperkingengebied opgenomen waarbinnen beperkingen worden gesteld ten aanzien van het gebruik en de bestemming van de grond voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op veiligheid en geluidsbelasting. Het plangebied ligt binnen de zone van het LIB Schiphol. Dit betekent dat nieuwbouw getoetst moet worden aan het Luchthavenindelingbesluit (LIB).

Figuur 3.1.3 Uitsnede kaart LIB. Binnen de projectlocatie wordt een bouwhoogte toegestaan van maximaal 70 meter. Dit blijft ruim binnen de maximaal toegestane toetshoogte van 80 meter zoals opgenomen in het LIB.

Gemeente Amsterdam

blz. 22

3.1.4

Ladder voor duurzame verstedelijking

Op grond van artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt op grond van het Bro verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Wat tot het bestaand stedelijk gebied moet worden gerekend, volgt uit artikel 1.1.1, eerste lid, onder h, van het Bro: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Het doel van deze bepaling in de Bro, die ook wel 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt genoemd, is om zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en een goede ruimtelijke ordening te bewerkstelligen. Onder meer door optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering.

De ladder is gericht op het tegengaan van leegstand. De behoefte dient te worden onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en de omvang van de ontwikkeling zijn daarbij bepalend voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving. Het gaat daarbij niet alleen om de kwantitatieve behoefte, maar ook om de kwalitatieve behoefte, zijnde de behoefte aan het specifieke karakter van de voorziene stedelijke ontwikkeling. Indien sprake is van reeds planologisch geregeld programma is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Handreiking Ladder voor Duurzame Verstedelijking Stadsregio Amsterdam Gemeenten zijn verplicht om bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwplannen de ladder voor duurzame verstedelijking toe te passen, om te toetsen of het plan voorziet in een actuele behoefte binnen de regio. De Stadsregio Amsterdam (thans Vervoerregio Amsterdam) heeft op 18 oktober 2016 de Handreiking Ladder voor Duurzame Verstedelijking Stadsregio Amsterdam opgesteld. Deze handreiking is een aanvulling op de bestaande, landelijke handreikingen, toegespitst op de situatie in de stadsregio Amsterdam. Het doel van de ladder is zorgvuldig ruimtegebruik en het voorkomen van leegstand en overprogrammering uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening.

Leegstand en overprogrammering zijn voor wat betreft wonen in de regio Amsterdam echter niet zozeer van toepassing. Er is een enorme vraag naar woonruimte binnen de regio en vooralsnog zijn er voor de komende tien jaar nog niet genoeg (harde) plannen die in deze behoefte kunnen voorzien. De onderbouwing van de woningbehoefte binnen de regio kan zowel kwantitatief als kwalitatief zijn. Met kwantitatieve behoefte wordt bedoeld: de vraag naar woningen binnen de regio, uitgedrukt in cijfers, afgezet tegen het aanbod van woningen binnen de regio, uitgedrukt in cijfers. Met kwalitatieve behoefte wordt bedoeld: de vraag naar woningen binnen de regio, onderscheiden naar type woningen, woonmilieu en/of segment, afgezet tegen het aanbod van woningen binnen de regio, onderscheiden naar type woningen, woonmilieu en/of segment. Bij het aanbod van woningen worden zowel de reeds bestaande woningen als de in uitvoering zijnde of geplande bouw van woningen binnen de regio meegewogen. Relatie tot het Warderschip bestemmingsplan_'t Warderschip (vastgesteld)

blz. 23

Binnen het toekomstige Buikslotermeerplein (transformatie op basis van het projectbesluit Buikslotermeerplein 2018/Investeringsnota Buikslotermeerplein 2022) zal worden voorzien in een intensief programma aan woon- en niet-woonfuncties. Doelstelling is het tot stand brengen van een aantrekkelijke gemengde woon-werkwijk. De ontwikkeling zal in de komende decennia worden mogelijk gemaakt middels verschillende ruimtelijke besluiten voor deelprojecten, op basis van zelfrealisatie. Het bestemmingsplan Warderschip maakt onder meer de ontwikkeling van woningen, bedrijven, kantoren, een basisschool en voorzieningen zoals horeca en leisure mogelijk. De onderbouwing vanuit de ladder beperkt zich dan ook tot de functies die binnen het plangebied worden gerealiseerd. In paragraaf 3.3 wordt ingegaan op regionaal beleid en de (regionale) behoefte aan woningbouw. Daarnaast wordt in paragraaf 3.3 en 3.4 eveneens ingegaan op de overige functies die zijn toegestaan op grond van dit bestemmingsplan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat zowel in kwantitatief als kwalitiatief opzicht ruimte bestaat voor realisatie van het woonprogramma in dit bestemmingsplan.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie NH 2050

De Omgevingsvisie NH2050 is vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Holland op 19 november 2018. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. De Omgevingsvisie richt zich op lange termijn ambities en doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig wil koesteren en die proberen in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De visie spreekt zich uit over het Waarom en deels over het Wat. Onder de hoofdambitie “Balans tussen economische groei en leefbaarheid” zijn samenhangende ambities geformuleerd. De ambities zijn uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. In die bewegingen worden meerde ontwikkelprincipes gehanteerd. Alle ontwikkelprincipes hangen met elkaar samen. De bijbehorende deelambities zijn: 1. Leefomgeving: een gezonde en veilige basiskwaliteit van de leefomgeving, met als doel: a. een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland; b. het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; c. het vergroten van de biodiversiteit in Noord-Holland. 2. Gebruik van de leefomgeving: ruimtelijke ontwikkelingen faciliteren, met als doel: a. een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor; b. vraag en aanbod van woon- en werklocaties beter met elkaar in overeenstemming brengen; c.

dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden; d. het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. 3. Energietransitie: Noord-Holland als samenleving in 2050 klimaatneutraal en gebaseerd op hernieuwbare energie. Relatie tot het Warderschip Onder de deelambitie 'leefomgeving' is het onderwerp 'gezondheid en veiligheid' opgenomen, waaronder een verbetering van de kwaliteit van bodem, water, lucht, externe veiligheid en geluidsbelasting worden nagestreefd. Ter plaatse van het Warderschip is in de huidige situatie met name bedrijvigheid mogelijk. Beoogd wordt om een woon- werkgebied te realiseren. Dit leidt tot een gezondere en veiligere omgeving. Het initiatief levert een bijdrage aan de ambitie 'leefomgeving' door het verbeteren van de fysieke Gemeente Amsterdam

blz. 24

leefomgeving. Daarnaast worden onder meer groene daken gerealiseerd en zonnepanelen geplaatst, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de ambitie 'energietransitie'. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan is in lijn met de ambities uit de provinciale Omgevingsvisie. 3.2.2

Omgevingsverordening Noord-Holland

Op 22 oktober 2020 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020. In deze verordening zijn regels opgenomen die de provinciale belangen beschermen. De verordening vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. In hoofdstuk 6 van de omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen. Dit zijn regels die door decentrale overheden in acht moeten worden genomen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De instructieregels zien onder meer op nieuwe stedelijke ontwikkelingen, bijzonder landschap, verblijfsrecreatie en detailhandel. Relatie tot het Warderschip In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels opgenomen die gelden binnen het gehele grondgebied van de provincie Noord-Holland en regels die gebiedsspecifieke zijn. Hieronder zijn de van toepassing zijnde artikelen opgenomen. Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen 1. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken; 2. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid.

De artikelen uit de Omgevingsverordening NH2050 zullen de beoogde ontwikkeling niet in de weg staan. Zie hiervoor paragraaf 3.3, waar wordt ingegaan op het regionale beleid. Conclusie In de Omgevingsverordening NH2020 zijn geen regels opgenomen die aan voorliggend bestemmingsplan in de weg staan. 3.2.3

Provinciale Watervisie 2021 'Buiten de oevers'

De Provinciale Watervisie 2021 'Buiten de Oevers' is vastgesteld op 15 september 2015 door Provinciale Staten. De watervisie is afgestemd met de Stroomgebiedbeheerplannen uit de Kaderrichtlijn Water. De Watervisie beschrijft de ambitie en kaders voor het regionale waterbeheer in Noord-Holland richting 2021 met doorkijk naar 2040. De Watervisie is integraal onderdeel van het strategisch omgevingsbeleid en heeft een directe relatie met de provinciale structuurvisie. In de Watervisie richt de provincie zich op de thema's veilig, schoon en voldoende water en werkt die uit in doelstellingen voor onder andere veilige dijken en duinen, robuuste inrichting van het achterland, rampenbeheersing bij overstromingen, kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater, zoetwatervoorziening en het tegengaan van wateroverlast. Relatie tot het Warderschip In paragraaf 4.7 wordt beschreven hoe in het plangebied met de waterhuishouding wordt omgegaan.

bestemmingsplan_'t Warderschip (vastgesteld)

blz. 25

Conclusie De provinciale watervisie staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Metropoolregio Amsterdam

De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en Raden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. Wonen De woningbehoefte in de MRA is groot en het tekort is toegenomen, ondanks de versnelling van de woningproductie naar rond de 16.000 woningen per jaar in de afgelopen twee jaar.

De groei van de woningbehoefte is vooral toe te schrijven aan de grote instroom uit het buitenland naar deze regio en met name naar Amsterdam. Deze instroom is veel groter dan voorzien in de prognoses. In alle zeven deelregio’s van de MRA willen bovendien meer mensen verhuizen dan in 2017. 3.3.1.1 Plabeka Het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka) is in 2005 opgericht en focust zich op het reduceren van de structurele leegstand van werklocaties in de MRA. In dit regionale samenwerkingsverband stemmen de provincies Noord-Holland en Flevoland samen met de Stadsregio Amsterdam en de gemeenten vraag en aanbod van bedrijfslocaties zo goed mogelijk op elkaar af. In Plabeka vindt de regionale afstemming plaats over de kwantiteit en kwaliteit van werklocaties. Het doel van Plabeka luidt als volgt: Het creëren van voldoende ruimte en kwaliteit van werklocaties (kantoren, bedrijventerreinen, zeehaventerreinen) voor een evenwichtige economische ontwikkeling om daarmee een bijdrage te leveren aan de versterking van de (internationale) concurrentiepositie van de Metropoolregio en het verbeteren van het regionale vestigingsklimaat voor het bedrijfsleven. Uitvoeringsstrategie 2010-2040 Het regionale werklocatiebeleid is vastgelegd in de Uitvoeringstrategie Plabeka 2010-2040 'Snoeien om te kunnen bloeien'.

Dit document is door de betrokken bestuurders uit de Metropoolregio Amsterdam (MRA) op 23 juni 2011 vastgesteld. Ondanks de ingrepen, zoals afgesproken in de eerste Uitvoeringsstrategie 2007-2030, bleek uit de monitor dat er op de kantorenmarkt in de MRA nog steeds geen evenwichtige balans tussen vraag en aanbod gerealiseerd was. De leegstand bleef onverminderd hoog en de vraag naar kantoorruimte bleef achter bij de prognoses. Ook de uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen bleek lager dan voorzien. Hierdoor

Gemeente Amsterdam

blz. 26

is besloten de Uitvoeringsstrategie de actualiseren. Overschotten aan de aanbodzijde leidden in 2007 reeds tot het schrappen en faseren van 3,5 miljoen m² aan niet op de vraag afgestemde kantoorplannen. Door transformatie vond onttrekking van 0,5 miljoen m² kantoorgebouwen van de kantorenmarkt plaats. Deze ingrepen op de kantorenmarkt waren echter niet genoeg om het tij te keren. In de Uitvoeringsstrategie 2010-2040 zijn opnieuw afspraken gemaakt om in het planaanbod van kantoren en bedrijventerreinen te schrappen en worden verouderde bedrijventerreinen geherstructureerd en bestaande kantoren herontwikkeld tot duurzame kantoorconcepten of voor andere functies. Het resultaat van deze Uitvoeringsstrategie is dat in de MRA in totaal voor 1,9 miljoen m² planaanbod kantoren en 514 hectare planaanbod bedrijventerreinen worden geschrapt of uitgefaseerd tot na 2040. Relatie tot het Warderschip Binnen het Warderschip worden diverse functies gerealiseerd, waaronder woningen, kantoren, horeca en maatschappelijke voorzieningen. Door diverse functies te realiseren draagt de ontwikkeling bij aan de levendigheid op het Buikslotermeerplein. De gehele herontwikkeling van het Buikslotermeerplein zorgt ervoor dat de planlocatie een aantrekkelijk vestigingsklimaat heeft. Conclusie Het beleid van de metropoolregio Amsterdam staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg. 3.3.2

Stadsregio Amsterdam

De Stadsregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van zestien gemeenten. De stadsregio werkt onder meer aan verbetering van de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de economische ontwikkeling en heeft in dat kader een aantal beleidsnota's opgesteld. 3.3.2.1 Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 - 2020 (inclusief oplegger) Stadsregio Amsterdam De provincie Noord-Holland heeft de gemeenten binnen de Stadsregio Amsterdam (thans Vervoerregio Amsterdam) gevraagd gezamenlijk een Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) op te stellen voor de periode 2016 tot en met 2020. Dit komt voort uit de provinciale Woonvisie uit 2010, waarin als doelstelling is opgenomen dat in 2020 de inwoners van Noord-Holland beschikken over voldoende woningen met een passende kwaliteit en in een aantrekkelijk woonmilieu. De gemeenten die deel uitmaken van de Vervoerregio Amsterdam werken nauw samen om de woningbehoefte voor de gehele regio adequaat op te vullen. Hiertoe is in het regionale portefeuillehouders-overleg Ruimte en Wonen van 30 juni 2016 de Samenwerkingsagenda Regionale Woningmarkt 2016-2020 vastgesteld. De thema's in deze samenwerkingsagenda zijn woningbouwproductie, betaalbare voorraad en woonruimteverdeling, om de kwantitatieve behoefte aan woningen, maar vooral ook de kwalitatieve behoefte aan woningen in kaart te brengen.

Het RAP brengt de regionale vraag naar woningen in beeld en zet deze vraag af tegen het (geplande) aanbod van woningen. De woningmarkt in de regio Amsterdam kent een sterke samenhang en een gedeeld gezamenlijk belang. De regio is internationaal gezien zeer sterk met veel groeipotentieel en een goede concurrentiepositie. Deze sterke positie van de regio is ontstaan dankzij een veelheid aan factoren, waarbij de hoge kwaliteit van leven een belangrijke rol speelt. Een aantrekkelijke en diverse woningmarkt maakt hier deel van uit. Veel mensen willen dan ook graag in de regio wonen. Dat biedt tegelijkertijd kansen en uitdagingen. De vraag naar woningen is in alle segmenten groter dan het aanbod. Bij het aanbod van woningen worden zowel de reeds bestaande woningen als de in uitvoering zijnde of

bestemmingsplan_'t Warderschip (vastgesteld)

blz. 27

geplande bouw van woningen binnen de regio meegewogen. Voor plannen in Amsterdam is de gehele stadsregio te beschouwen als marktregio. Onder actuele woningbehoefte wordt de behoefte voor de komende tien jaar verstaan. Dit sluit aan bij de jurisprudentie die over dit begrip is ontstaan bij de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Wat betreft de kwantitatieve behoefte wordt voor de gehele regio de groei van de woningbehoefte in de periode 2017 - 2027 geraamd op 79.500 woningen. Hier staat een harde plancapaciteit van bijna 62.500 woningen tegenover, waardoor een tekort aan harde plannen van 17.000 woningen bestaat. In onderstaand figuur worden woningbehoefte en plancapaciteit tegen elkaar afgezet, uitgedrukt in het aantal woningen.

Tabel 3.3.2 Woningbehoefte versus plancapaciteit in de drie deelregio's uitgedrukt in woningen (bron: RAP 2016 t/m 2020 Amstelland-Meerlanden, Amsterdam, Zaanstreek-Waterland) Wat betreft de kwalitatieve behoefte geldt voor de marktregio Amsterdam (de gehele stadsregio) het volgende: De woningbehoefte is zo groot, dat in vrijwel alle marktsegmenten tekorten zijn. De grootste tekorten doen zich voor bij eengezinswoningen, betaalbare huurwoningen en betaalbare en middeldure koopwoningen. Alleen bij de marktsegmenten meergezinswoningen in een stedelijk milieu - een segment dat ruim geprogrammeerd staat - en dure huurwoningen is de plancapaciteit een fractie groter dan de vraag. Relatie tot het Warderschip Binnen het Warderschip worden circa 155 woningen gerealiseerd. Daarnaast wordt voorzien in diverse commerciële en maatschappelijke functies. De circa 155 woningen leveren een directe bijdrage aan de kwantitatieve woningbehoefte van 17.000 woningen. Daarnaast geeft het programma invulling aan de kwalitatieve behoefte. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de stadsregionale behoefte. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de behoefte aan woningen, zoals opgenomen in het RAP

Gemeente Amsterdam

blz. 28

3.3.2.2 Regionaal Verkeer & Vervoerplan Stadsregio Amsterdam Het Regionaal Verkeer en Vervoerplan (RVVP) is in december 2004 vastgesteld door de Regioraad en opgesteld in samenwerking met de zestien gemeenten van de Vervoerregio Amsterdam. De gezamenlijke ambitie is een gezonde en gedifferentieerde economie met internationale concurrentiekracht, het bieden van een goed sociaal klimaat voor inwoners en het zorgen voor een duurzame leefomgeving. De mobiliteitsgroei is hierbij een gegeven. Deze groei moet wel worden opgevangen om voldoende recht te doen aan de geformuleerde ambities maar mag niet leiden tot onbereikbaarheid en aantasting van de leefbaarheid. Beleid is noodzakelijk om niet alleen de bereikbaarheidsproblemen op te lossen maar ook om de veiligheid en leefbaarheid te waarborgen. Het RVVP gaat uit van een samenhangende aanpak van de bereikbaarheidsproblemen. Er wordt ingezet op het benutten van de sterke kanten van het bestaande aanbod van openbaar vervoer (OV) en wegcapaciteit, maar het kan niet zonder uitbreiding van deze capaciteit en verdere beïnvloeding van de vraag naar mobiliteit. Goed samenspel tussen ruimtelijke ontwikkelingen en verkeer en vervoer is noodzakelijk. Jaarlijks wordt voor het RVVP een uitvoeringsprogramma opgesteld en iedere twee jaar wordt het beleidskader geëvalueerd.

Relatie tot het Warderschip Met de uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd is in het bestemmingsplan rekening gehouden. In paragraaf wordt verder ingegaan op het aspect verkeer en vervoer. Conclusie Het regionaal Verkeer & Vervoerplan voor de stadsregio Amsterdam staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg. 3.3.3

Woonakkoord 2021-2025gemeente Amsterdam - Provincie Noord-Holland

Het woonakkoord bevat de gedeelde ambities en gezamenlijke inzet van het woonbeleid van de gemeente Amsterdam en de provincie Noord-Holland. Het woonakkoord is de opvolger van het Regionale actieprogramma Wonen (RAP) en onderdeel van de “regionale afspraken” als bedoeld in artikel 6.3 van de Omgevingsverordening NH2020. In de Omgevingsverordening NH2020 is bepaald dat “een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken.” In het woonakkoord van Amsterdam met de provincie wordt daarnaast ook aan de blijvende en vernieuwde samenwerking met Amstelland-Meerlanden en Zaanstreek-Waterland voor de woonruimteverdeling van sociale huurwoningen en de intensieve samenwerking binnen de Metropoolregio Amsterdam voor het woningbouwprogramma een plaats gegeven. De doelen van de gemeente en de provincie komen overeen, de prioriteit ligt bij het vergroten van de woningvoorraad (bouwen). Gezien de grote vraagdruk op de woningmarkt, op het behouden en creëren van betaalbare woningen voor lage- en middeninkomens en op het versterken van de kwaliteit van het wonen in zowel nieuwbouw als bestaande woningvoorraad. Het akkoord bevat een overzicht en herbevestiging van beleid en acties waar provincie en Amsterdam, al dan niet via de MRA, al gezamenlijk aan werken.

Daarna volgt een overzicht van acties die in de samenwerking tussen de provincie Noord-Holland en gemeente Amsterdam via het woonakkoord worden bekrachtigd. De afspraken en acties uit het woonprogramma zijn onderverdeeld onder de volgende thema's: woningbouwprogramma en regionale afstemming;

bestemmingsplan_'t Warderschip (vastgesteld)

blz. 29

verdeling van sociale huurwoningen in Amsterdam en omliggende gemeenten; flexwoningen; bouwprogramma's in landelijk gebied duurzame woningen, duurzaam bouwen en circulaire economie; gezonde leefomgeving; groen in en om de stad; geluidsoverlast rondom woonwijken beweegvriendelijke stad (gezonde mobiliteit) Relatie tot het Warderschip Onder het thema 'woningbouwprogramma en regionale afstemming' is opgenomen dat een divers en betaalbaar woningaanbod met voldoende instroom- en doorstroomkansen voor diverse groepen een uitgangspunt is. Een ander uitgangspunt onder dit thema is de productie van 15.000 woningen per jaar. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in woningen in het midden segment. De toevoeging van circa 155 woningen levert daarbij een bijdrage een de ambitie om jaarlijks 15.000 woningen te realiseren. Verder wordt onder het thema duurzaam ingegaan of het verminderen van co2 uitstoot, aardgasvrij bouwen en circulariteit. Conclusie De ontwikkeling sluit aan bij het woonakkoord 2021-2025.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Amsterdam

Het stadsbestuur zet in de Omgevingsvisie de lijnen uit naar 2050 (juli 2021). Hoe richten we de stad in ten behoeve van welvaart, welzijn en geluk van de Amsterdammers, regiobewoners en bezoekers? Waar gaan we wonen en werken, hoe komen we van A naar B, hoe zien de publieke ruimtes eruit en welke plek is er straks voor groen? De verwachting is dat de groei van de stad zal doorzetten. Die groei moet opgevangen worden en vooral gelijker verdeeld. Ook over de regio. Er zijn flinke investeringen nodig in infrastructuur, voorzieningen en stedelijk en landelijk groen. De grootste uitdaging is de overstap naar meer duurzaamheid, met andere energiebronnen en een minder verspillende manier van leven. De inrichting van stad en regio gaat wezenlijk veranderen. Een deel van de plannen staat al op de rol, een ander deel is nieuw. In de omgevingsvisie staat vooral de samenhang centraal en het kiezen van een koers naar 2050. Gezien de ambities en de schaarste van ruimte en financiën maakt het bestuur vijf strategische keuzes: Meerkernige ontwikkeling; Meerkernige ontwikkeling Van uitrol centrumgebied naar een meerkernige en meer diverse verstedelijking Regionale spreiding stedelijke voorzieningen en werkgelegenheid. Onderscheidende ontwikkeling Nieuw-West, Zuidoost en Noord.

Twee vaste IJ-oeververbindingen en een regionaal fietsnetwerk.-Uitbreiding HOV en metronet en ontwikkeling stationskwartieren. Groeien binnen grenzen Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling Ruimte voor 150.000 woningen erbij in complete buurten. Verduurzamen bestaande buurten en woningen. Gemeente Amsterdam

blz. 30

Ruimte voor schone energie en duurzame initiatieven Verduurzaming van de haven. Duurzaam en gezond bewegen Heel Amsterdam een wandel- en fietsstad Een openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeting en bewegen. Meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Auto's zijn te gast. Verkeerswegen (Gooiseweg, Lelylaan, Burg. Roëllstraat) worden groene stadslanen begeleid door bebouwing. Rigoureus vergroenen Een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving voor mens en dier Openbare ruimte zo groen mogelijk inrichten. Ontwikkeling parken (Oeverlanden, Hondsrugpark, Gaasperdakpark, Zuidasdokpark en NDSM-Oost).-Groene routes en ecologische verbindingen. Investeren in het landschap: natuurontwikkeling, kringlooplandbouw, en ruimte voor sporten en bewegen. Samen stadmaken Richting geven op hoofdlijnen en ruimte bieden aan initiatief Gelijkwaardige (digitale) informatiepositie bij planvorming. Buurtbatenovereenkomsten en buurtomgevingsvisies. Grotere rol Amsterdammers bij beheer en ontwikkeling. Ruim baan voor wooncoöperaties: naar 10% van de woningvoorraad in 2040. Vrije ruimte als vast onderdeel van de planvorming.

bestemmingsplan_'t Warderschip (vastgesteld)

blz. 31

Figuur 3.4.1 Uitsnede visiekaart Omgevingsvisie 2050 met Buikslotermeerplein Hoogbouw Amsterdam groeit binnen zijn grenzen en daarmee werken we aan een compacte stad. Dat vraagt op sommige plekken om buurten met hoge dichtheden. De Omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen richting aan verdichting, concentratie en functiemenging. Hoogbouw kan worden gebruikt om zeer hoge dichtheden te realiseren op plekken waar de druk op de ruimte hoog is en die goed zijn ontsloten door openbaar vervoer en fiets, terwijl er ook ruimte blijft voor groene plekken in een buurt. Langs het IJ en in Haven-Stad is hoogbouw tot circa 70 meter mogelijk. Daarnaast geven hogere clusters en accenten van hoogbouw samen met de open ruimte van het water en de toekomstige bruggen het stadsbeeld vorm. De beperkingen vanuit Schiphol kunnen op sommige plekken de toegestane hoogte beperken. In andere delen van de stad gaan we terughoudender om met hoogbouw. In Noord, Nieuw-West en Zuidoost is hoogbouw tot circa 70 meter mogelijk langs de lange doorgaande straten en lanen en aan grote parken, mits goed ingepast in de stedenbouwkundige structuur. Ten slotte blijven we terughoudend op plekken van bijzondere waarde waar met hoogbouw een grote schaalbreuk zou ontstaan. De bestaande kwaliteiten van de stad zijn uitgangspunt voor de ontwikkeling van de stad.

Op het schaalniveau van het gebouw en de buurt hanteren we vijf principes: 1. 2. 3. 4. 5.

Hoogbouw levert een bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Hoogbouw maakt op een mooie manier deel uit van het stadssilhouet. Er is een aangenaam verblijfsklimaat op het maaiveld rondom hoogbouw. Het is fijn wonen en werken in hoogbouw. Hoogbouw draagt bij aan een klimaatneutrale en circulaire stad.

Bovenstaande uitgangspunten en principes dienen te worden uitgewerkt in vernieuwd hoogbouwbeleid. Relatie tot het Warderschip Het Buikslotermeerplein is aangegeven als stedelijk centrum. In de stedelijke centra concentreren zich lokale en stedelijke voorzieningen. Ze hebben een verzorgende rol voor omliggende buurten en het stadsdeel (boodschappen, dienstverlening en ontmoeting). Het Buikslotermeerplein groeit uit tot stedelijk centrum dankzij verdichting met woningen en (grootstedelijke) voorzieningen. Conclusie Het bestemmingsplan voor 't Warderschip sluit aan bij de Omgevingsvisie 2050. 3.4.2

Koers 2025

De 'Structuurvisie Amsterdam 2040' (2011) schetst in grote lijnen hoe de vraag naar bouwlocaties opgevangen kan worden. Hierin staat de ambitie woningen toe te willen voegen door 'verdichting' en 'transformatie'. Amsterdam groeit elk jaar met gemiddeld 11.000 inwoners. Om deze groei mogelijk maken en de druk op de woningmarkt te verlichten is in het actieplan Woningbouw de ambitie geformuleerd om tot 2025 de bouw van 50.000 woningen binnen de stadsgrenzen mogelijk te maken, grotendeels door nieuwbouw en voor een gedeelte door transformatie. Koers 2025 is vastgesteld door college van B&W in juni 2016 en operationaliseert de Structuurvisie en het actieplan Woningbouw in een ontwikkelstrategie voor de stad tot 2025. Koers 2025 gaat in op welke locaties en onder welke condities en voorwaarden gebiedsontwikkeling en woningbouw wenselijk zijn.

Gemeente Amsterdam

blz. 32

Om de beoogde groei met 50.000 woningen tot 2025 mogelijk te maken, is in Koers 2025 een stadsbrede inventarisatie gemaakt van mogelijke woningbouwlocaties. Buikslotermeerplein In 2016 heeft de gemeenteraad Koers 2025 Ruimte voor de Stad, aangenomen. Koers 2025 operationaliseert de Structuurvisie en de ambitie om 50.000 woningen te bouwen tot 2025. Koers 2025 omvat een strategie waarmee in de komende jaren keuzes kunnen worden gemaakt in de ontwikkeling van de stad. De doelstelling is niet alleen de groei te accommoderen, maar ook om kwaliteit aan de stad toe te voegen. Daarbij spelen meerdere uitdagingen. Het aantal inwoners stijgt en daarmee ook de vraag naar woningen en nieuwe woonmilieus. Ook het aantal bezoekers en toeristen groeit snel. De snel groeiende bedrijvigheid verandert van karakter. De kennisintensieve en creatieve economie nestelt zich bij voorkeur in het hart van de stad, tussen de bewoners en de uitgaansgelegenheden. De klassieke scheiding tussen wonen en bedrijvigheid is steeds minder makkelijk te maken. Daarnaast staan steden voor een enorme duurzaamheidsopgave.

Figuur 3.4.2 Uitsnede kaart Koers 2025 Gemengde stedelijke milieus, functioneel en qua bevolkingssamenstelling, zijn het best in staat aan deze ontwikkelingen ruimte te bieden. In Koers 2025 is een aantal versnellingslocaties opgenomen, gebieden die zich lenen voor een versnelde woningbouwontwikkeling. Het Buikslotermeerplein is een van deze versnellingslocaties. Met dit bestemmingsplan wordt bijgedragen aan bovenstaande beleidsopgave, zoals een versnelde woningbouwontwikkeling en het tot stand brengen van het gewenste voorzieningenniveau.

bestemmingsplan_'t Warderschip (vastgesteld)

blz. 33

Relatie tot 't Warderschip Het Buikslotermeerplein, waarbinnen de locatie 't Warderschip is gelegen, is opgenomen als versnellingslocatie. Dit betekent dat het plangebied zich leent voor versnelde woningbouwontwikkeling. De herontwikkeling van 't Warderschip met onder meer de realisatie van circa 155 woningen levert een directe bijdrage aan de ambitie om 50.000 woningen te bouwen tot 2025. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de Koers 2025. 3.4.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13512838/1