3. Roadmap publiek-civiele samenwerking energiegemeenschappen
Tekst van het document
De publiek-civiele weg naar een duurzame energietransitie
Roadmap energiegemeenschappen
juli 2025
Inhoud Voorwoord4 Inleiding5 Samenvatting6
1
Het vormgeven van de publiek-civiele samenwerking7
2
Publiek-civiele samenwerking per energiegebied
13
3
Tijdlijn tot 2030
22
I
Bijlagen Bijlage 1: Definities energie-initiatieven
25
Bijlage 2: Overzicht Amsterdamse energie-initiatieven
28
II
Voorwoord Voor u ligt de roadmap energiegemeenschappen. Deze roadmap is tot stand gekomen in samenwerking met gemeente Amsterdam en Amsterdamse energiegemeenschappen, verenigd in hun koepelorganisatie APEC. In het afgelopen jaar zijn belangrijke stappen gezet om de publiek-civiele samenwerking in de energietransitie verder vorm te geven. Hiermee is gewerkt aan de klimaatopgave en de democratisering van het energiesysteem. Vanuit APEC zijn voorstellen en ambities ingebracht die de basis vormen voor gezamenlijke verkenningen per energiegebied. Tegelijkertijd heeft de gemeente gewerkt aan beleidsmatige en juridische randvoorwaarden die deze samenwerking duurzaam kunnen ondersteunen.
In deze roadmap geven we een overzicht van lopende en aankomende processen die gezamenlijk worden opgepakt. Het document beschrijft niet alleen waar we nu staan, maar ook welke stappen nodig zijn om energie gemeenschappen een volwaardige en structurele rol te geven in de Amsterdamse energietransitie. Daarmee vormt deze roadmap een belangrijke bouwsteen in het invullen van het collegebesluit van 19 november 2024 en de voorbereiding op de besluitvorming in 2025 en verder. Deze roadmap is tot stand gekomen door intensieve samenwerking tussen gemeente Amsterdam en APEC.
Inleiding Gemeente Amsterdam wil dat Amsterdam in 2050 klimaatneutraal is. Om de energietransitie te laten slagen, is het nodig dat energiegemeenschappen hierin een volwaardige positie krijgen. Energiegemeenschappen – waarin bewoners, bedrijven en andere lokale partijen gezamenlijk energie opwekken, besparen of delen – dragen bij aan lokaal draagvlak, sociale meerwaarde en versnelling van de uitvoering van de energietransitie. Het versterken van de positie van energiegemeen schappen is dan ook niet alleen wenselijk, maar noodzakelijk. Het college heeft op 19 november 2024 besloten dat energiegemeenschappen een volwaar dige positie moeten krijgen. Dit komt overeen met Europees beleid dat lidstaten oproept om energie gemeenschappen actief te betrekken bij de verduur zaming van de energievoorziening. In lijn met deze koers én met de ambities uit het programma Onze Stad van Morgen en de Bestuurs opdracht Duurzame Toekomst Stad & Organisatie, is samen met partijen in de stad onderzocht hoe publiek-civiele samenwerking in de energietransitie vorm kan krijgen. Deze verkenning heeft geleid tot het adviesrapport Naar een volwaardige en volwassen positie van energiegemeenschappen in de energie transitie in Amsterdam.
Het college heeft besloten om de publiek-civiele samenwerking verder uit te werken in een concreet plan en een routekaart, en deze uiterlijk voor het zomerreces van 2025 aan het college voor te leggen. Daarbij zijn de volgende specifieke aandachtspunten meegegeven: A. inzichtelijk te maken wat energiegemeenschappen precies zijn en hoe zij binnen de uitvoering van de energietransitie een volwaardige plek krijgen, rekening houdend met de verschillende doelen. En dit op te nemen in de herijking van de koers van de warmtetransitie; B. bij de uitwerking ook invulling te geven aan de wijze waarop ongelijk investeren voor gelijke kansen een plek krijgt; C. de term lokaal eigenaarschap/eigendom uit te werken ten behoeve van zon, wind en warmte en andere vormen van energieopwekking; D. In het eerste kwartaal van 2025 financieel instrumentarium te ontwikkelen waarbij langjarige samenwerking (> 5 jaar) kan worden geborgd. Deze routekaart, gezamenlijk opgesteld door APEC en gemeente Amsterdam geeft invulling aan dat besluit en bevat een tijdlijn voor de komende jaren.
Samenvatting Deze routekaart beschrijft hoe gemeente Amsterdam en de Amsterdamse energiegemeenschappen, verenigd in koepelorganisatie APEC, de komende jaren structureel gaan samenwerken aan de energie transitie. De ambitie: een klimaatneutraal Amsterdam in 2050, waarin bewoners zelf mee kunnen bouwen aan een duurzaam en rechtvaardig energiesysteem.
Waarom deze routekaart? In november 2024 besloot het college dat energie gemeenschappen een volwaardige rol moeten krijgen in de energietransitie. Dit document geeft invulling aan dat besluit. Het bevat concrete plannen, uitgangs punten samenwerkingsafspraken en een tijdlijn tot 2030.
Wat zijn energiegemeenschappen? Energiegemeenschappen zijn samenwerkingen van bewoners (soms met bedrijven of overheden) die zich inzetten voor duurzame opwek, besparing, slim gebruik of opslag van energie. Ze zorgen voor lokaal eigenaarschap, meer zeggenschap én een eerlijke verdeling van baten.
Wat staat er in deze routekaart?
Belangrijkste mijlpalen richting 2030:
1. Publiek-civiele samenwerking: gemeente Amsterdam en APEC bouwen aan langdurige samenwerking. Juridische, financiële en organisato rische kaders worden vastgelegd. Denk aan een verordening voor lokaal eigendom en een passend financieringsmodel. 2. Energiegebieden: voor zon, wind, warmte, besparing en integratie is uitgewerkt hoe de samenwerking eruitziet, inclusief doelen, beleid, pilots en vervolgstappen. 3. Nieuwe organisaties: APEC wordt in juli 2025 formeel opgericht. Ook komt er een energie dienstenorganisatie (EDO) die bewonersinitiatieven ondersteunt met kennis en uitvoering. 4. Rechtvaardigheid: via het principe ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’ geven we kwets bare buurten extra aandacht en ondersteuning daar waar het nodig is. 5. Wetgeving en beleid: deze roadmap sluit aan bij Europese en landelijke ontwikkelingen, zoals de Energiewet (2026) en Wet collectieve warmte (Wcw).
• Vaststellen van juridische kaders en lokaal eigendom (2025-2026). • Formele start van de EDO (2026). • Oplevering en realisatie van tientallen lokale projecten. • Volwaardige deelname van bewoners aan warmte, zon- en windopwek. Deze routekaart laat zien dat de energietransitie niet alleen een technische of politieke opgave is, maar vooral een maatschappelijke. Samenwerking met bewoners is onmisbaar. Amsterdam kiest hiermee voor een duurzame én democratische aanpak van de toekomst voor energie.
Het vormgeven van de publiek-civiele samenwerking
1
Roadmap energiegemeenschappen deel I
1.1 Waar staan we nu? Amsterdamse energiegemeenschappen hebben in 2025 belangrijke stappen gezet richting professiona lisering en samenwerking. Binnen APEC, de nieuwe koepelorganisatie, werken ruim 20 energiecoöperaties samen met gemeente Amsterdam om hun rol in de energietransitie te versterken. Per energiegebied (zon, wind, warmte, besparing en integratie) zijn werkgroepen ingericht die hun ambities hebben uitgewerkt en gedeeld met de gemeente. Deze werk groepen geven richting aan de civiele kant van de publiek-civiele samenwerking. Aan de kant van de gemeente zijn verschillende trajecten gestart om beleidskaders en ondersteunings instrumenten te ontwikkelen. Hierbij wordt gewerkt aan het definiëren van een volwassen en volwaardige positie en thema’s zoals lokaal eigendom, de juridische (gemeenschaps-)route, gunningsvoorwaarden en ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’ worden uitgewerkt. Deze thema’s worden afgestemd met energiegemeenschappen en eind 2025 tot medio 2026 ingebed in beleid. De publiek-civiele samenwerking is dus volop in ontwikkeling, maar nog niet geheel geformaliseerd. Om die reden werken de gemeente en energie gemeenschappen gezamenlijk aan juridische, financiële en organisatorische voorwaarden voor structurele samenwerking.
Daarbij is het belangrijk dat de samenwerking zich ook weet te verhouden tot andere beleidsterreinen, zoals armoedebestrijding en woningkwaliteit, waar initiatieven actief zijn die niet primair energiegemeenschappen zijn.
Samenwerking Publiek
civiel
Privaat
• Inrichting programmateam energie gemeenschappen binnen de gemeente. • Oprichting koepelorganisatie APEC (1 juli 2025). • Samenwerking met de Kamer van Commons en het Commonsregister • Communicatie en aanjagen van startende energie gemeenschappen via netwerkpartner 02025.
Lopende projecten en pilots (selectie): Gezamenlijke infrastructuur Governance
Financiering & middelen
Juridische kaders
Sociale inbedding
Open technologie
Ruimte tussen de regels
Fundament Zoals: gezamenlijke doelen en waarden definiëren, gedeelde taal ontwikkelen, ruimte voor experiment creëren Figuur 1. Schematische weergave opbouwen van publiek civiele samenwerking uit handboek publiek civiele samenwerking Waag futurelab en STBY
Belangrijkste procesresultaten tot nu toe: • Start structureel overleg tussen gemeente en energiegemeenschappen. Zowel in vormgeven van de publiek-civiele samenwerking als voor de specifieke energiedomeinen. • Voorstel tot oprichting van een energiediensten organisatie (EDO). • Praktijkpilot EDO warmte, ondersteuning warmte coöperaties. • Start traject verordening lokaal eigendom.
• Warmteproject KetelhuisWG: begin 2025 is de uitvoering gestart. • Warmteproject MeerEnergie: in ontwikkelfase. • Warmteproject Warme Reus (Westelijke eilanden): verkenningsfase afgerond. • BorgerWarmte (Borgerbuurt): verkenningsfase afgerond. • Oostoevers Duurzaam (Sloterplas): verkenningsfase en haalbaarheidsonderzoek afgerond. • Duurzaam Slotervaart (Slotervaart Zuid): verkenningsfase afgerond. • Zon project: afspraken rond OER en overeen stemming over weg voorwaarts tussen gemeente en APEC. • Zon project: eerste Solar Carport wordt gerealiseerd. • Zon project: eerste paal Strandeiland. • Pilot Oostelijk Havengebied. Ontwikkeling wijkuitvoeringsplan aardgasvrij. • Pilot Life Project ArenA. Samenwerkingsverband tussen bedrijven, bewoners, overheden en kennisinstellingen om netcongestie aan te pakken. • Energiebesparing: partijen als Energiewending, Groene Hub, Weesp Duurzaam, Fixbrigade gaan energiearmoede tegen. • Casus daken gemeentelijk vastgoed in Klimaatwerk klas om doorbraak te vinden voor gebruik daken door Amsterdamse energiecoöperaties.
8
Roadmap energiegemeenschappen deel I
1.2 Inrichten gemeentelijke randvoorwaarden APEC en gemeente Amsterdam hebben verschillende randvoorwaarden geïdentificeerd die verduidelijkt moeten worden om tot gemeentelijke beleidskaders en publiek-civiele samenwerking te komen die energiegemeenschappen een volwaardige positie biedt. In deze paragraaf wordt beschreven welke gemeentelijke randvoorwaarden vorm moeten krijgen en hoe dat gebeurt.
1.2.1 Kaders voor gemeentelijke ondersteuning van energiegemeenschappen Voor zowel gemeente Amsterdam als energie gemeenschappen is het van belang dat er heldere voorwaarden komen voor gemeentelijke ondersteu ning bij energieprojecten. Dit betreft onder meer transparante procedures over wanneer en hoe de gemeente kiest voor samenwerking met energie gemeenschappen in lokale energieprojecten, welke juridische begrenzingen daarbij een rol spelen en welke rol APEC vervult bij (het verdelen onder haar leden van) de energieprojecten. Ook moet duidelijk zijn op welke locaties de gemeente ruimte ziet voor invulling door deze gemeenschappen en waar andere keuzes worden gemaakt. Het is belangrijk om deze kaders vooraf helder te hebben, omdat het voor bewonersinitiatieven anders niet duidelijk is of er perspectief is en ruimte wordt geboden door de gemeente. Het risico hiervan is dat betrokken bewoners hun werk als vergeefs ervaren, wat kan leiden tot een daling van vertrouwen en minder bereidheid om initiatief te nemen.
In mei 2025 startten juristen van de gemeente, samen met vertegenwoordigers van energiegemeen schappen, een verkenning naar uitvoerbare juridische kaders. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijkheden binnen de landelijke en Europese regelgeving om de volwaardige rol van energiegemeenschappen concreet vorm te geven. Daarnaast wordt samen met het gemeentelijk actieprogramma AmsterDOEN de mogelijkheid om een commonsregister voor energie gemeenschappen – naar voorbeeld van de kaartenbak voor wooncoöperaties – te ontwikkelen. Op basis van deze verkenning worden gemeentelijke criteria opgesteld, die eind 2025 ter besluitvorming worden voorgelegd. Planning: mei – december 2025.
1.2.2 Europese en landelijke wetgeving als kader Amsterdam beweegt zich binnen een complex veld van Europese en nationale regelgeving. Richtlijnen zoals Red II (Renewable Energy Directive) verplichten lidstaten om energiegemeenschappen juridisch te erkennen en actief te faciliteren. Nederland vertaalt dit in de nieuwe Energiewet, waarin energiegemeen schappen per 1 januari 2026 een aparte status krijgen als producent en leverancier. Deze wet vormt ook de basis voor een gemeentelijke verordening lokaal eigendom bij zon- en windprojecten. Voor warmte zijn de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en de aanstaande Wet collectieve warmte (Wcw) richtinggevend. De Wgiw geeft gemeenten meer bevoegdheden om regie te voeren in de wijk- of gebeidsgerichte aanpak van de
warmtetransitie. De Wcw introduceert een nieuw marktmodel waarbij gemeenten warmtegebieden (kavels) aanwijzen en per kavel een (publiek) warmtebedrijf selecteren dat het exclusieve recht en plichten op warmtelevering krijgt. Gemeenten krijgen daarmee een regierol bij de ontwikkeling van collectieve warmtesystemen. Warmtegemeenschappen kunnen – onder voorwaarden – als warmtebedrijf erkend worden en in aanmerking komen voor deze exclusieve rechten en plichten. Daarmee is er binnen de nieuwe regel geving ruimte om energiegemeenschappen warmte een rol te geven. In mei 2025 heeft gemeente Amsterdam een intentieovereenkomst gesloten met Alliander en EBN over de mogelijkheden voor het oprichten van een publiek Amsterdams warmte bedrijf. Samenwerking tussen dit publieke warmte bedrijf en warmtegemeenschappen dient een gezamenlijk belang. Daarom wordt dit verder uitgewerkt en meegenomen in de besluitvorming over de oprichting van een publiek warmtebedrijf.
1.2.3 Lokaal eigenaarschap en eigendom Gemeente Amsterdam werkt aan lokaal eigenaarschap als fundament voor een rechtvaardige en gedragen energietransitie. Daarbij draait het niet alleen om wát lokaal eigendom is, maar vooral om hóe het op een toegankelijke en sociaal inclusieve manier kan worden vormgegeven. Een manier waarbij alle bewoners die dat willen kunnen meedoen. Lokaal eigenaarschap gaat verder dan juridisch of financieel bezit: het omvat ook lokale betrokkenheid, zeggenschap en een eerlijke verdeling van de opbrengsten. Juist voor bewoners die daar nu lastig toegang toe hebben.
9
Roadmap energiegemeenschappen deel I
Voor zon- en windprojecten kiest de gemeente ervoor om lokaal eigendom juridisch te verankeren in een verordening. Voor warmte, energiebesparing en systeemintegratie is een vergelijkbare juridische basis momenteel niet mogelijk, vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag. Om lokaal eigendom in de praktijk te realiseren zijn ondersteunende randvoorwaarden essentieel. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om duidelijke definities, toegankelijke procedures, juridische en organisa torische ondersteuning, toegang tot financiering en expliciete erkenning van energiegemeenschappen in beleid en uitvoering. Daarom werkt gemeente Amsterdam samen met energiegemeenschappen niet alleen aan de juridische verordening zelf, maar ook aan de omliggende condities. Daarbij wordt participatief verkend wat onder lokaal eigendom wordt verstaan, welke vormen geschikt zijn voor verschillende typen opwek (zoals zon en wind) en wat nodig is om dit op buurtniveau mogelijk te maken. Planning: de resultaten van het participatieproces over de verordening en definities worden in november 2025 verwacht. De verordening zelf wordt eind 2025 of begin 2026 vastgesteld.
1.2.4 Financieel instrumentarium Energiegemeenschappen ontvangen nu vooral ad hoc en projectmatige ondersteuning. Om een structurele rol te kunnen spelen in de energietransitie is dit ontoe reikend en zijn bronnen vanuit het Rijk, de provincie en de private sector nodig. Bovendien sluiten reguliere aanbestedingsprocedures vaak slecht aan bij de aard en werkwijze van energiegemeenschappen.
Daarom onderzoekt de gemeente hoe een passend financieel-juridisch instrumentarium kan worden ontwikkeld dat aansluit bij de principes en realiteit van publiek-civiele samenwerking. Structurele financiering is momenteel niet beschikbaar op de gemeentelijke begroting. Wel is in het Bestedingsplan Energietransitie voor 2025 en 2026 jaarlijks 3 miljoen euro gereserveerd voor bewoners initiatieven. Hieruit wordt ook de samenwerking met energiegemeenschappen gefinancierd. Dit betreft vooral proceskosten, maar dekt nog niet de (capex) investeringen voor energieprojecten zelf. De gemeente onderzoekt welke (juridische en financiële) rol zij daarbij kan en mag spelen. Daarnaast is in het Bestedingsperspectief Klimaatfonds 2025 een bijdrage aan een energie dienstenorganisatie (EDO, zie volgend hoofdstuk) opgenomen, gebaseerd op het EDO scenario- onderzoek. Hieruit blijkt dat een EDO in de eerste jaren afhankelijk zal zijn van gemeentelijke steun. Om dit mogelijk te maken wordt een bestedings perspectief opgesteld. Planning: in 2025 wordt de publiek-civiele samen werking verder geconcretiseerd. Daarin wordt ook opgenomen hoe financiering van initiatieven en projectfinanciering gerealiseerd kan worden. Op basis daarvan wordt gewerkt aan een gezamenlijke begroting voor de jaren na 2026.
1.2.5 Register van Commons Om de bijzondere positie van energiegemeen schappen tussen markt en overheid beter zichtbaar te maken en ondersteunen, wordt momenteel
verkend of een gemeentelijk register (werktitel: de Kamer van Commons) hiervoor een geschikt instrument is. Deze verkenning, in samenwerking met het Actieprogramma AmsterDOEN, is geïnspireerd op onder meer het Amsterdamse wooncoöperatiebeleid en sluit aan bij landelijke en Europese ontwikkelingen rond collectieve energie-initiatieven. Het register kan dienen als toetsingskader voor initiatieven die aantoonbaar bijdragen aan publieke waarden zoals (duurzaam) lokaal eigenaarschap, democratische organisatie en maatschappelijke meerwaarde. Ook kijken we hoe dit register helpt om gemeentelijke randvoorwaarden voor gemeen schappen concreet en uitvoerbaar te maken. Planning: in Q4 vaststelling Commonsregister.
1.2.6 Ongelijk investeren voor gelijke kansen De energietransitie moet voor álle Amsterdammers toegankelijk zijn, ongeacht inkomen, achtergrond of woonsituatie. Niet iedereen kan nu even makkelijk deelnemen. Daarom hanteert gemeente Amsterdam het principe ongelijk investeren voor gelijke kansen: extra inzet waar die het hardst nodig is. Niet als uitzondering, maar als voorwaarde voor een recht vaardige aanpak. Dit principe wordt vertaald in beoordelings- en financieringskaders, zoals bij subsidies, toegang tot gemeentelijke gronden en samenwerkingsovereen komsten. Bij elk initiatief wordt getoetst: draagt dit bij aan gelijke kansen – ook voor wie nu buiten de boot valt? En wat kan een energiegemeenschap daaraan bijdragen?
10
Roadmap energiegemeenschappen deel I
Energiegemeenschappen maken lokaal eigendom mogelijk, waardoor (op democratische wijze) zeggenschap en opbrengsten in de buurt blijven. Tegelijkertijd zijn ze nog in ontwikkeling: pionierende projecten verkennen nieuwe vormen van samen werking, financiering en eigendom. De gemeente ondersteunt deze initiatieven. Niet alleen om hen te laten slagen, maar ook om lessen op te doen voor toepassing in andere wijken. Het doel is om deze leerervaringen stapsgewijs te vertalen naar breder toepasbaar beleid, met nadruk op inclusie, versterking van gemeenschappen en een heldere rolverdeling tussen gemeente en initiatieven.
1.3 Doorontwikkeling van de koepel van Amsterdamse energie-coöperaties (APEC) APEC is de Amsterdamse koepel die het merendeel van lokale energiegemeenschappen bundelt en vertegenwoordigt. De aangesloten initiatieven zijn binnen APEC actief in verschillende werkgebieden, zoals governance, communicatie, gemeenschappen en de energie categorieën zon, wind, warmte, energiebesparing, integratie en mogelijk in de toekomst opslag. Door samenwerking binnen APEC willen energiegemeenschappen de energietransitie versnellen en collectieve duurzame energieproductie versterken. Begin juli 2025 krijgt APEC een formele rechtsvorm, waarmee de koepelorganisatie officieel wordt opgericht. In 2024 en de eerste helft van 2025 is hieraan gewerkt met meer dan 20 Amsterdamse
Visie APEC: Een Amsterdam waarin lokale energie gemeenschappen een centrale rol spelen in een eerlijk en duurzaam energiesysteem, waarbij de opbrengsten en het zeggenschap (deels) in handen zijn van lokale gemeenschappen. Missie APEC: de koepel versterkt en verbindt energiegemeenschappen om samen een integrale en inclusieve energietransitie te versnellen en lokaal eigenaarschap van duurzame energie te bevorderen, zodat minder energie en fossielvrije energie nodig is. Doelen APEC: 1. De publiek-civiele samenwerking goed vorm geven: zorgen voor een effectieve samenwerk structuur tussen gemeente (en andere overheden) en energiegemeenschappen.
energiecoöperaties. Bij oprichting is dan ook vrijwel de gehele Amsterdamse beweging van bestaande energiecoöperaties vertegenwoordigd, met een gedeelde visie en intentie tot structurele samenwerking met de gemeente. APEC biedt ook ruimte aan energie-initiatieven met andere (juridische) vormen. Vanuit de koepel werken zij samen om alle leden te ondersteunen in hun ontwikkeling tot volwaardige energiegemeenschappen en om de oprichting van nieuwe energiegemeen schappen te stimuleren.
2. Belangenbehartiging. 3. Projectontwikkeling en verdeling: waar het logisch is dat op niveau van de koepel te organiseren. 4. Kennisdeling, versterking en ontwikkelruimte bieden: onder andere te realiseren met een energiedienstenorganisatie. 5. Groei en impact: opstellen van concrete meerjaren doelstellingen voor energieopwekking, met aantallen projecten, verwacht rendement (kWh) en CO2-reductie en vergroten van het draagvlak door ledenwerving voor de energie gemeenschappen te bevorderen.
1.4 Energiedienstenorganisatie (EDO) Een energiedienstenorganisatie (EDO) is bedoeld om Amsterdammers te ondersteunen bij projecten in hun buurt. Het idee is dat een EDO kennis bundelt, als netwerk fungeert en snellere en efficiëntere ondersteuning aan energiegemeenschappen biedt. Nu organiseren energiegemeenschappen dit zelf via subsidies en externe partijen, wat leidt tot kennis verlies en inefficiëntie.
11
Roadmap energiegemeenschappen deel I
Op verzoek van wethouder Duurzaamheid en Volkshuisvesting, Zita Pels, is onderzocht hoe EDO opgericht kan worden en betere ondersteuning kan bieden aan energiegemeenschappen. Het eind rapport beschrijft de scope en mogelijke governan ce-opties. In het onderzoek zijn 4 scenario’s van een potentiële EDO organisatie onderzocht. We constateren het volgende: • Betrokkenen (publiek en civiel) vinden het opzetten van een EDO haalbaar en wenselijk. • Het scenario waarbij de EDO onderdeel van de gemeente is valt af. En de inrichting moet dus binnen de 3 overgebleven scenario’s vallen: - EDO is van de Koepel en de gemeente heeft invloed via subsidie en publiek civiele samenwerking, - In de governance van de EDO is de samenwerking tussen Koepel en gemeente formeel geborgd. De EDO is zelfstandig. • Er zijn zowel aan publieke als civiele kant gedeelde wensen waaronder een EDO kan slagen, met betrekking tot randvoorwaarden. Bijvoorbeeld of de betrokkenheid van de gemeente goed geborgd wordt en of EDO voldoende operationele ruimte heeft om effectief te handelen. Voor de EDO wordt in de eerste 5 jaar 5,8 miljoen euro aan subsidie van de gemeente Amsterdam begroot. De inschatting is dat de bekostiging daarvan in het eerste jaar voor 80% afhankelijk is van een directe bijdrage van de gemeente Amsterdam, aflopend naar 36% vijf jaar later. De dekking hiervoor komt uit het Klimaatfonds.
Op basis hiervan wordt het onderzoeksrapport in juli 2025 ter kennisname voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders. Tot aan het collegebesluit na de zomer worden in de publiek-civiele samenwerking de volgende punten met betrekking tot een EDO nader uitgewerkt: 1. Organisatieplan EDO. 2. Samenwerkingsafspraken tussen EDO, energie gemeenschappen en gemeente. 3. Bestedingsvoorstel voor financiering uit het Klimaatfonds. Planning: • Juni 2025: college van B en W neemt kennis van het onderzoek naar de scope en governance van de EDO. • Juli – september 2025: APEC werkt organisatieplan EDO uit met de gemeente. • September/Oktober 2025: collegebesluit over governance structuur en ondersteuning EDO en bestedingsvoorstel wordt aan de Raad voorgelegd. • Oktober/November: raad besluit over Klimaatfonds-financiering. • Nov 2025 - Q1 2026: formele oprichting en inrichting EDO. • Q1/Q2 2026: EDO start met ondersteuning van energie gemeenschappen in Amsterdam.
1.5 Overige ondersteuning ten behoeve van de publiek-civiele samenwerking 1.5.1 Stappenplan energiegemeenschappen warmte Gemeente Amsterdam ontwikkelt een stappenplan waarmee beginnende én gevorderde bewoners initiatieven die aardgasvrij willen worden inzicht krijgen in de stappen die zij moeten doorlopen en welke ondersteuning gemeente Amsterdam kan bieden. Het doel hiervan is om duidelijkheid te scheppen over de eisen waaraan energiegemeen schappen en -initiatieven in de warmtetransitie moeten voldoen om in aanmerking te komen voor praktische en financiële gemeentelijke ondersteu ning. Energiegemeenschappen worden betrokken bij de totstandkoming hiervan. Dit stappenplan wordt gepubliceerd op de website duurzaamwonen. amsterdam. Planning: begin juli wordt het stappenplan gepubliceerd.
1.5.2 Aanjagen en communicatie richting energiegemeenschappen Netwerkorganisatie 02025 heeft subsidie ontvangen om in 2025 het netwerk van energiegemeenschappen en de kennis daarbinnen te vergroten en verstevigen. Dit doen ze doormiddel van een campagne die de zichtbaarheid van energiegemeenschappen vergroot en erkent. In hun activiteiten focussen zij ook op kwetsbare wijken in het kader van ongelijk investeren voor gelijke kansen. Planning: doorlopend in 2025.
12
Publiek-civiele samenwerking per energiegebied
2
Roadmap energiegemeenschappen deel I
Inleiding De publiek-civiele samenwerking krijgt naast algemene afspraken ook invulling binnen energie gebieden zon, wind, warmte, energiebesparing en integratie. Elk energiegebied bevindt zich in een andere fase van ontwikkeling, wat invloed heeft op de rol en positionering van energiegemeenschappen. Dit hoofdstuk beschrijft per domein: • aanleiding en context • de gezamenlijke ambitie • gemeentelijk beleid • voorgestelde samenwerking • onderwerpen van verkenning • planning en vervolg
2.1 Warmte Aanleiding en context Gemeente Amsterdam werkt aan een duurzame warmtevoorziening als alternatief voor aardgas. De gemeente heeft een wettelijk vastgelegde regierol in deze transitie. Warmtegemeenschappen spelen een belangrijke rol om de energievoorziening vanuit bewoners lokaal te realiseren en verankeren. Zij dragen daarmee bij aan een versnelde transitie met draagvlak onder bewoners. In de komende jaren worden keuzes en uitgangspunten voor de warmte transitie in Amsterdam geconcretiseerd binnen de kaders van de nieuwe wet- en regelgeving (waar onder de Wet collectieve warmte en de Wet gemeen telijke instrumenten warmtetransitie). Deze ontwikke lingen bieden kansen om samen met partners zoals APEC uit te werken hoe warmtegemeenschappen kunnen bijdragen aan een betaalbare, betrouwbare
en rechtvaardige warmtetransitie. Op deze wijze kunnen deze energiegemeenschappen een volwaar dige positie vervullen in de energietransitie. Wat concreet onder een volwaardige positie verstaan wordt, wordt door gemeente en APEC dit najaar nader uitgewerkt.
APEC heeft de ambitie om in de periode tot 2030 in 15 tot 20 wijken warmtegemeenschappen op te starten. Per 2030 is het streven: 2 wijken in exploitatie, 4 in realisatie en 8 in ontwikkeling, met gemiddeld 2.000 woningequivalenten per wijk.
Tegelijkertijd zijn er veel onzekerheden. De gemeente en APEC zijn afhankelijk van de Rijksoverheid en moeten bestuurlijke keuzes maken. Denk aan de mogelijke oprichting van een publiek warmtebedrijf, waarover recent een intentieovereenkomst tussen gemeente Amsterdam, Alliander en EBN is gesloten, en de manier waarop dat bedrijf vervolgens gaat samenwerken met warmtegemeenschappen. Ook moet er worden bepaald welke voorkeurstechnieken voor duurzame warmte er per deelgebied zijn in de stad en is er nog geen duidelijkheid over de financiering van de warmtetransitie en de manier waarop betaal baarheid voor bewoners wordt gegarandeerd.
Gemeente Amsterdam herziet haar aanpak van de warmtetransitie en verlegt de focus naar maximale CO₂-reductie op korte termijn. De inzet verschuift van buurtgerichte naar gebouwgerichte maatregelen, zoals versnelde uitrol van (hybride) warmtepompen, isolatie en slimmer instellen van installaties. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan randvoorwaarden voor de middellange termijn, zoals betaalbare warmtenetten, versterking van bewonersinitiatieven en deelname aan een publiek warmtebedrijf. Het volledig aardgasvrij maken van woningen in 2040 blijkt in het huidige tempo van realisatie niet haalbaar. Door flexibeler inspelen op wat nu mogelijk is, kunnen we meer CO₂-reductie realiseren en tegelijkertijd blijven werken aan een klimaatneutrale stad in 2050.
Gezamenlijke ambitie APEC en gemeente Amsterdam delen de ambitie om de warmtetransitie te versnellen en daarbij warmte gemeenschappen een volwaardige rol te geven. Daarbij staat centraal: • Het versterken van lokaal eigendom, eigenaarschap en/of zeggenschap over warmtevoorzieningen. • Het realiseren van betaalbare en duurzame warmteoplossingen met maatschappelijke meerwaarde. • Het ontwikkelen van robuuste samenwerkings vormen tussen publieke en civiele partijen.
Gemeentelijk beleid
In 2025 werkt de gemeente aan een nieuw Warmteprogramma. Dit is de opvolger van de Transitievisie Warmte. In het Warmteprogramma worden duidelijke uitgangspunten en technische keuzes per buurt gegeven. Warmtegemeenschappen worden hierbij betrokken. Ook bereidt gemeente Amsterdam zich voor op de komst van de Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw) en de Wgiw. Daarbij onderzoekt de gemeente hoe het afsluitrecht verantwoord kan worden ingezet en worden nieuwe afspraken voorbereid over de samenwerking met het publiek warmtebedrijf. Besluitvorming over het oprichten van een publiek warmtebedrijf volgt in 2026.
14
Roadmap energiegemeenschappen deel I
Voorgestelde samenwerking binnen de warmtetransitie Gemeente Amsterdam en APEC verkennen gezamen lijk de mogelijkheden voor samenwerking per onderdeel binnen de warmtetransitie. De vorm en intensiteit van samenwerking kan per onderdeel verschillen, afhankelijk van de technische en financiële haalbaarheid, eigendomsverhoudingen en het organiserend vermogen van de gemeenschap. De warmtetransitie is op dit moment niet mogelijk zonder significante publieke bijdragen om onrenda bele toppen in de businesscase te dekken. Dit geldt voor private en publieke warmtebedrijven, maar ook voor warmtegemeenschappen. Iedereen heeft te maken met forse investeringen die niet altijd terug verdiend kunnen worden op wijkniveau. Tegelijkertijd bevinden warmtegemeenschappen zich in verschil lende stadia van volwassenheid, waarbij professionali sering vaak noodzakelijk is. Dat brengt niet alleen financiële uitdagingen met zich mee, maar ook vragen over organisatie en risicobeheersing. Kapitaal moet worden aangetrokken, risico’s gedeeld en de rolverdeling tussen overheid, initiatiefnemers en gebouweigenaren moet helder zijn. De EDO kan een rol spelen bij het oprichten en professionaliseren van een warmtegemeenschap, maar ook bij de onder steuning in het opzetten en beheren van een warmtebedrijf.
Het is daarbij van belang te verkennen welke (financiële) ondersteuning verwacht mag worden vanuit gemeenten, het Rijk of Europese fondsen. Voor de gemeente Amsterdam zal de inzet van middelen voor warmtegemeenschappen afgewogen moeten worden tegen inzet op andere onderdelen van de warmtetransitie.
In alle gevallen staat centraal hoe warmtegemeen schappen kunnen bijdragen aan een duurzame warmtevoorziening met lokaal eigenaarschap en met aandacht voor ongelijk investeren voor gelijke kansen. Dit zijn onderwerpen van gezamenlijke verkenning De komende periode verkennen gemeente Amsterdam en APEC samen de volgende thema’s: • Relatie met publiek warmtebedrijf: welke samen werkingsmodellen zijn mogelijk binnen het wettelijke kader? Zijn er standaarden mogelijk? Welke zijn wenselijk? En verschilt dit per buurt? • Eigenaarschap en eigendom: op welke manier is lokaal eigenaarschap en eigendom in een warmtenet mogelijk? Wat is nodig voor een goed functionerende warmtegemeenschap en wat zijn vóór en nadelen van verschillende opties? • Keuzeproces voor de voorkeurstechniek per buurt: waar is een rol voor warmtegemeenschappen passend in de uitvoering? Op welke manier kan input worden gegeven voor het warmteprogramma dat de gemeente in 2026 wil vaststellen? • Bekostiging van warmteprojecten: hoe kunnen onrendabele toppen worden afgedekt? Welke rol kan de gemeente hierin spelen en wat is nodig van het Rijk? • Gemeentelijke ondersteuning: onder welke voorwaarden en in welke mate komen warmtegemeenschappen in aanmerking voor beleidsmatige of financiële ondersteuning? • Definitie en vormgeving van warmtegemeenschappen: hoe verhouden varianten van participatie zich tot het juridische
begrip ‹warmtegemeenschap› en de ambities? • Onderzoeken herhaalbaarheid van KetelhuisWG model: wat zijn financiële condities voor
mogelijkheden en herhaalbaarheid van dit model. Hoe kunnen de ontwikkelings- en stichtingskosten worden geoptimaliseerd en welke financieringsvormen/-bronnen zijn daarvoor mogelijk? • Ongelijk investeren voor gelijke kansen: hoe kunnen we ongelijk investeren voor gelijke kansen, zodat ook bewoners of buurten met minder financiële draagkracht kunnen deelnemen en profiteren van collectieve warmtevoorziening?
Planning en vervolg • 2025/2026: warmtegemeenschappen worden betrokken bij de ontwikkeling van het gemeentelijk warmteprogramma. • Vanaf Q2 2025: gesprekken met warmte gemeenschappen over de mogelijke samenwerking met het publieke warmtebedrijf in oprichting. • Vanaf Q2 2025: uitwerking van de financiële rolverdeling tussen overheid, initiatiefnemers en gebouweigenaren. • Eind 2025: meer duidelijkheid over ruimte voor en verantwoordelijkheden van warmtegemeen schappen binnen de warmtetransitie in Amsterdam.
2.2 Wind Aanleiding en context Gemeente Amsterdam werkt aan de realisatie van windenergie in de stad, zoals vastgelegd in het Programma Windenergie Amsterdam 2030 (PWA). In dit programma is bepaald in welke gebieden grootschalige opwek van elektriciteit met windturbines mogelijk is, onder welke voorwaarden ze geplaatst mogen worden, en welke partijen hierbij betrokken worden.
15
Roadmap energiegemeenschappen deel I
Gemeente Amsterdam en APEC verkennen gezamen lijk de mogelijkheden voor samenwerking rond deze windprojecten, met als doel energiegemeenschappen een volwaardige rol te geven in de ontwikkeling en exploitatie van windenergie. Van belang is om hierbij het juridisch kader in acht te nemen en te onderzoeken in hoeverre het lokaal eigendom geborgd kan worden in een verordening lokaal eigendom. Uiterlijk eind 2026 hoopt gemeente Amsterdam duidelijkheid te bieden over of de aangewezen zoekgebieden in Zuidoost en Weesp benut zullen worden en of de volledige windambitie kan worden gerealiseerd in het havengebied. Tot die tijd worden geen onomkeerbare besluiten genomen.
Gezamenlijke ambitie Gemeente Amsterdam en APEC delen de ambitie om energiegemeenschappen structureel te betrekken bij windprojecten. Daarbij staat centraal: • Het versterken van lokaal eigendom en eigenaarschap. • Het ontwikkelen van robuuste gebiedscoalities waarin energiecoöperaties een heldere rol en serieuze positie hebben, die recht doet aan de doelstelling om maatschappelijk draagvlak te vergroten en lokaal eigendom en opbrengst voor de lokale omgeving te borgen.
Gemeentelijk beleid Op 25 februari 2025 heeft het college van B&W het Programma Windenergie Amsterdam 2030 vastgesteld. Hierin worden de volgende dingen bepaald: • Locatie en onder welke voorwaarden windmolens kunnen worden gerealiseerd binnen de gemeentegrenzen.
• Energiegemeenschappen spelen een centrale rol spelen, daar waar de gemeente invloed heeft op gunning. • De gemeente onderzoekt in de verkenningsfase hoe lokaal eigendom gerealiseerd kan worden, ook in gebieden buiten gemeentelijk eigendom of onder erfpacht. • Per gebied wordt gekeken naar passende samen werkingsvormen, rekening houdend met eigen domsstructuren en lokale omstandigheden. De uitvoeringsfasen zijn: verkenning, ontwerp, vergunningverlening, bouw, exploitatie, ontmanteling.
Voorgestelde samenwerking Afhankelijk van de context (bijvoorbeeld eigendoms structuur of type stakeholders) kan de samenwerking op verschillende manieren vorm krijgen. In alle gevallen wordt de rol van energiegemeenschappen zo vroeg mogelijk verkend, met aandacht voor lokaal eigendom, andere vormen van (financiële) participatie en hun maatschappelijke meerwaarde. Bijvoorbeeld: in het havengebied – met veel bedrijven en particuliere grondeigenaren – kunnen andere vormen van eigendom en samenwerking nodig zijn dan in de andere aangewezen gebieden.
Onderwerpen van gezamenlijke verkenning De komende periode onderzoeken gemeente Amsterdam en APEC samen onder andere de mogelijkheden van: • Juridische (on)mogelijkheden via ontwikkelrecht. • Verordening lokaal eigendom. • Rolverdeling tussen producenten, koepelorganisatie en lokale energiegemeenschappen en overheden en grondeigenaren.
Planning en vervolg • 2025: start gebiedsverkenningen in de aangewezen gebieden. • 2025: APEC werkt aan strategische voorbereiding rond gunning. • Elk half jaar: voortgangsrapportage aan de gemeenteraad over windenergie. • Uiterlijk eind 2026: duidelijkheid over haalbaarheid havengebied en of aangewezen gebieden Zuidoost en Weesp nodig zijn om winddoelstelling te behalen.
2.3 Zon Aanleiding en context De energietransitie in Amsterdam vraagt om een forse opschaling van zonnestroom. De gemeente heeft zich gecommitteerd aan een groei naar 550 MW geïnstalleerd vermogen in 2030, waarvan 400 MW op grote daken. Coöperatieve energieopwek is een essentieel onderdeel van deze opgave. APEC en gemeente Amsterdam werken daarom samen aan het versterken van de positie van energiecoöperaties in de zonopgave. Hoewel er inmiddels 11 coöperaties actief zijn met samen zo’n 20.000 zonnepanelen, blijft hun aandeel in de totale zonopwek in de stad beperkt tot circa 3 procent. De ambitie van APEC is om dit aandeel op te schalen naar 15 procent in 2030. Tegelijkertijd staat de businesscase onder druk door verminderde terugleververgoedingen en dalende SCE-subsidies. Dat zorgt ervoor dat de businesscase niet eenvoudig te maken is, met name bij kleinere projecten. In de publiek-civiele samenwerking wordt ook onderzocht op welke manieren dit opgelost kan worden.
16
Roadmap energiegemeenschappen deel I
Gezamenlijke ambitie
Voorgestelde samenwerking (projecten)
Gemeente Amsterdam en APEC willen samen bouwen aan een stevig coöperatief fundament onder de zonopgave in Amsterdam. Dit vraagt om: • Het vergroten van lokaal eigenaarschap en zeggenschap over zonne-energieproductie. • Het realiseren van coöperatieve projecten met maatschappelijke meerwaarde. • Het versterken van de professionele en organisato rische slagkracht van coöperaties. • Het actief creëren van ruimte voor coöperatieve invulling binnen gemeentelijk beleid. De gezamenlijke ambitie reikt verder dan 15 procent coöperatief vermogen in 2030. We streven naar structurele samenwerking waarin coöperaties toegang hebben tot geschikte daken en voor zover mogelijk zonnevelden, kunnen rekenen op stabiele beleids kaders, en waarbij bewoners (ook huurders) daad werkelijk profiteren van duurzame opwek in hun buurt.
Binnen het Programma Zon krijgt de publiek-civiele samenwerking vorm binnen een aantal projecten gericht op opwek. Daarnaast loopt er vanuit het Programma Energiegemeenschappen (zoals in hoofdstuk 1 beschreven) een traject om de voor waarden voor lokaal eigendom en financiële participatie verder uit te werken.
Gemeentelijk beleid Gemeente Amsterdam legt in 2025 haar beleids ambities voor zonne-energie vast volgens de Omgevingswet in een Programma Zon. Dit biedt een geïntegreerd kader om doelstellingen voor zonne-opwek te vertalen naar uitvoeringsrichtlijnen en regelgeving. Het programma combineert kwantitatieve doelen (opgesteld vermogen) met kwalitatieve ambities zoals het stimuleren van circulaire zonnepanelen en coöperatieve projecten met lokaal eigendom. Doelstellingen: • 2025: 350 MWp opgesteld vermogen. • 2030: 550 MWp (50 procent van alle geschikte daken benut). • 2040: 1.100 MWp (100 procent dakpotentie benut).
Projecten • Zonneweide Strandeiland In juni 2025 wordt de coöperatieve zonneweide strandeiland opgeleverd in 100 procent lokaal eigendom. Opbrengsten van de zonneweide worden geïnvesteerd in projecten die (energie) armoede tegengaan. De bestemming wordt bepaald door de leden. Alle Amsterdammers kunnen lid worden. • Coöperatieve Zonnecarport(s) Samen met enkele APEC energiecoöperaties worden coöperatieve zonne-carport(s) gereali seerd. Een coöperatief model wordt in 2025 getoetst. Ook wordt een proeflocatie voorbereid in Amsterdam Noord (Buiksloterbanne). • Opwek Energie op Rijksvastgoed (OER) projecten - OER 1. Energieroute Noord-Holland is in de planfase (realisatie gepland in 2027) met ongeveer 35 Ha in Amsterdam. Binnen de OER-projecten werkt gemeente Amsterdam samen met Rijkswaterstaat en 12 gemeenten aan het benutten van ruimte langs Rijkswegen voor zonne-energie. Het gaat om Rijksgronden gedeeltelijk op Amsterdams grondgebied. We gaan uit minimaal 50 procent lokaal eigen dom zoals vastgesteld in de RES. Er is een uitvraag gedaan vanuit Rijkswaterstaat (namens de projectpartners binnen OER) aan Energie
Samen Noord-Holland om samen met energie coöperaties (en APEC) met een geselecteerde marktpartij vorm te geven aan het lokale eigendom van minimaal 50 procent. Doordat de koepel als uitgangspunt wordt genomen hoeft deze niet in concurrentie met de markt om een positie te verkrijgen in de projecten. - OER 2. Ring A10 is in de afronding van de voorverkenning en de scope wordt vastgesteld. Ook voor dit project wordt gekeken hoe in samenwerking met APEC invulling gegeven kan worden aan lokaal eigendom. Omdat het hier om de A10 gaat is de gemeente de enige betrokken gemeente bij dit OER-project. In 2025 zal de verkenningsfase worden afgerond om verder te kunnen met de planfase waarin ook de voor waarden van lokaal eigendom worden vastgelegd. • Gemeentelijke geluidsschermen In Q1/Q2 2025 wordt onderzocht welke mogelijk heden voor opwek van zonne-energie er zijn op gemeentelijke geluidsschermen. In mei 2025 wordt het onderzoek naar de potentie hiervan afgerond. Daarna wordt gekeken welk vervolg hieraan gegeven kan worden en of er projecten voor opwek worden gestart. • Daken op gemeentelijk vastgoed Sinds 2017 stelt de gemeente Amsterdam geschikte daken beschikbaar voor coöperatieve zonne-energieprojecten. Momenteel zijn er op 15 gemeentelijke daken ruim 5.500 zonnepanelen geïnstalleerd, die samen jaarlijks 1,7 MW aan groene stroom opwekken.
Daarnaast zijn 5 daken aangeboden aan energiecoöperaties, maar nog niet in gebruik genomen, en wordt de mogelijkheid voor toewijzing van 4 daken onderzocht voor directe toewijzing aan leden van APEC. De overige,
17
Roadmap energiegemeenschappen deel I
vaak kleinere daken, worden binnen integrale verduurzamingsplannen op een duurzame manier ingevuld.
Onderwerpen van gezamenlijke verkenning • Verordening lokaal eigendom. Voor zon- en windprojecten kiest de gemeente ervoor om lokaal eigendom juridisch te verankeren in een verordening. Voor warmte, energiebesparing en systeem integratie is een vergelijkbare juridische basis momenteel niet mogelijk, vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag. De gemeente werkt met de energiegemeenschappen aan de juridische verordening en aan de omliggende condities. Daarbij wordt verkend wat onder lokaal eigendom wordt verstaan, welke vormen geschikt zijn voor verschillende typen opwek (zoals zon en wind), en wat nodig is om dit op buurtniveau mogelijk te maken. • Doelgroepgerichte participatiemodellen: hoe kunnen ook bewoners zonder investeringsruimte profiteren? Wat is een eerlijke verdeling van rendement (liddividend, fonds, tariefkorting)? • Toegang tot daken en gronden: hoe realiseren we structurele toegang tot daken van corporaties, bedrijven en gemeentelijk vastgoed? • Verbinding zon en warmte: welke technische en organisatorische kansen biedt integratie van opwek met PV(T)-panelen of slimme energievoorzieningen? • Kwaliteit en duurzaamheid: bevorderen gebruik van circulaire, lichte of tweedehands panelen en combineren met bijvoorbeeld groene daken. • Afstemming met netbeheerder: samenwerking met Liander voor prioriteit op aansluitingen en congestiemanagement.
• Rol gemeente in ondersteuning: verkenning van financiële en organisatorische ondersteuning vanuit
de gemeente of EDO. Ook in het licht van de eerder genoemde uitdaging in het rondkrijgen van de businesscase. • Verkenning samenwerking: met Stichting !WOON en woningcorporaties (AFWC). Die reeds in samenwerking met de gemeente bezig zijn met energiebesparing • Verkennen van belemmeringen exclusieve contracten: Hoe kan de gemeente langlopende en exclusieve (energie)contracten in lijn brengen met de doelstelling om energiegemeenschappen een volwaardige positie te geven. Binnen de nieuwe Energiewet kunnen energiegemeenschappen bijvoorbeeld geen zonnestroom (opwek) leveren aan laadpunten in de stad (zonder afspraken met de contractant van gemeente). Daarnaast is het moeilijk om een sluitende business case voor projecten te realiseren. Ook kan de gemeente geen directe afnemer zijn van projecten van energiegemeenschappen door exclusiviteit in stroomcontract.
Planning en vervolg • 2024–2025: gezamenlijke werkagenda van APEC en de gemeente voor coöperatieve zonne-energieopwek. • 2025: start pilotprojecten met woningcorporaties en Solar Carports. • 2026: evaluatie van integratiemogelijkheden met warmte en mobiliteit. • Eind 2026: tussentijdse evaluatie voortgang richting 2030-doelstelling 15 procent. • Q3 2025 (college): projectbesluit OER1 > Energieroute Noord Holland. • Q4 2025 -Q1 2026 (college): vastelling Omgevingsprogramma Zon. • Juni 2025: oplevering Strandeiland.
• Voor eind 2025: proefcase Coöperatieve zonnecarports. • Voor eind 2025: afronden verkenningsfase OER2. • Mei 2025: afronding onderzoek potentie gemeen telijke geluidsschermen. • 2027: realisatie OER1 en Energieroute Noord-Holland.
2.4 Energiebesparing Aanleiding en context Energiebesparing speelt een sleutelrol in de energie transitie van Amsterdam. Niet alleen draagt het direct bij aan het terugdringen van CO₂-uitstoot, het verlaagt ook structureel de energielasten voor bewoners en verhoogt wooncomfort. Gemeente Amsterdam zet hier stevig op in via het Isolatieoffensief. Deze heeft als doel om tot 2030 circa 123.000 woningen te isoleren. Tegelijkertijd vervult energiebesparing een verbindende functie: het raakt aan thema’s als armoedebestrijding, gezondheid, woonkwaliteit en bewustwording rondom energieverbruik. Lokale energie-initiatieven (waaronder energie gemeenschappen) spelen hierin een steeds grotere rol. Door hun nabijheid tot bewoners en hun sterke netwerk, bereiken ze doelgroepen die voor formele instanties vaak moeilijk bereikbaar zijn. Ook zijn ze in staat om energiebesparing te koppelen aan eigenaar schap, gemeenschapsopbouw en betrokkenheid in de energietransitie.
Gezamenlijke ambitie APEC en gemeente Amsterdam delen de ambitie om Amsterdammers te ondersteunen om energie te besparen. We streven beiden naar:
18
Roadmap energiegemeenschappen deel I
• Het bereiken van bewoners met hoge energielasten en/of een slecht geïsoleerde woning. • Het ondersteunen van lokale initiatieven om hun impact te vergroten en te verduurzamen. • Het realiseren van structurele samenwerking tussen energie-initiatieven, woningcorporaties en maatschappelijke organisaties. • Het operationaliseren van het principe ongelijk investeren voor gelijke kansen, zodat energie besparing voor iedereen bereikbaar wordt. Ongeacht inkomen of eigendomssituatie. Energiegemeenschappen verwachten dat zij jaarlijks circa 9.000 woningen kunnen voorzien van energie besparende maatregelen. De beoogde financiering gaat hierbij uit van 60 procent gemeentelijke bijdrage en 40 procent door woningcorporaties. De haalbaar heid hiervan hangt af van hoe de gemeente de financiering van energiebesparing vormgeeft, en welke rol energiegemeenschappen krijgen.
Voorgestelde samenwerking per thema Er bestaat al een publiek-civiele samenwerking tussen de gemeente en energie-initiatieven op het vlak van energiearmoede APEC en de gemeente Amsterdam willen verder verkennen hoe ze de publiek-civiele samenwerking op het thema energiearmoede in de toekomst vorm kunnen geven. Daarnaast wordt er onderzocht welke kansen er zijn om de samenwerking op het thema energiebesparing te verbreden buiten energiearmoede. En tenslotte wordt er gekeken welke rol er voor de energiegemeenschappen kan zijn om de publiek-civiele samenwerking op energie besparing vorm te geven.
Gemeente Amsterdam ziet kansen voor verdere en bredere publiek-civiele samenwerking op het gebied van energiebesparing. De vraag staat echter nog open of en in hoeverre dit georganiseerd kan worden vanuit energiegemeenschappen en de APEC. Dit komt doordat het huidige beleid op energiebesparing niet is ingestoken vanuit de energietransitie, maar aansluit bij thema’s zoals armoede en woningkwaliteit. Daarnaast werkt de gemeente ook aan energie besparing met partijen die niet onder de APEC vallen en waarvan het niet logisch is dat zij in de toekomst een energiegemeenschap of energie-initiatief worden. Denk hierbij aan stichting !WOON en de buurtteams. De samenwerking richt zich daarom in eerste instantie op de verschillende sporen: 1. Energiebesparing via lokale netwerken: energie-initiatieven bieden energiecoaching en kleine energiebesparende maatregelen aan bewoners. Deze worden gekoppeld aan gemeente lijke ondersteuning (zoals een voucher of de witgoedregeling). 2. Rol in armoedebestrijding en sociaal beleid: energiecoaching via buurtteams en initiatieven zoals stichting !WOON wordt gekoppeld aan bredere ondersteuning (budgetadvies, schuldenhulp). 3. Innovatieve benaderingen en bundeling van krachten: zoals de koppeling van energiebesparing aan energieopwek (bijv. via de Energiebank Zon), PVT-systemen.
Gemeentelijk beleid Gemeente Amsterdam ziet energiebesparing als een belangrijk middel om zowel energiekosten voor bewoners te verlagen als bij te dragen aan de klimaatdoelen. Energiebesparing wordt integraal benaderd, als onderdeel van het verbeteren van woonkwaliteit en het ondersteunen van bewoners in sociaaleconomisch kwetsbare posities. Hierbij wordt samengewerkt met energie-initiatieven én organisaties die actief zijn op het gebied van woonkwaliteit en armoedebestrijding. Het Isolatieoffensief is het centrale programma en heeft als doel om tot 2030 circa 123.000 woningen te isoleren, met een focus op 169 buurten waar de nood het hoogst is. Gemeente Amsterdam investeert ongelijk om gelijke kansen te bevorderen, met als doel gezonde, toekomstbestendige en betaalbare woningen voor iedereen. Kernacties: • Gemeentelijke ondersteuning voor eigenaar- bewoners, vve’s en particuliere verhuurders via subsidies, leningen en uitvoeringshulp. • Samenwerking met woningcorporaties om tot 2027 minstens 30.000 woningen te verbeteren. • Versnellen van vergunningverlening. • Ontwikkelen van nieuwe partnerschappen met marktpartijen om vraag te bundelen en belemme ringen weg te nemen. • Extra inzet (2024–2026) op locaties met het grootste risico op energiearmoede.
19
Roadmap energiegemeenschappen deel I
Onderwerpen van gezamenlijke verkenning De komende periode verkennen gemeente Amsterdam en APEC samen: • Rolverdeling in besparingsdiensten: hoe werken gemeente Amsterdam, energieinitatieven en -gemeenschappen samen aan energiearmoede? Welke partnerschappen zijn nodig? Welke financieringsmogelijkheden zijn er? • Borging van continuïteit: hoe zorgen we dat succesvolle initiatieven langdurig en professioneel kunnen blijven opereren? Welke rol speelt gemeen telijke financiering hierin? • Toegang tot bewoners en vertrouwen: hoe benutten we het bereik van lokale netwerken voor maximale impact? • Integratie met andere programma’s: zoals het Isolatieoffensief, Armoedebeleid en woning kwaliteit en de VvE-aanpak. • Ongelijk investeren voor gelijke kansen: hoe zorgen we dat bewoners die het het hardst nodig hebben, ook echt bereikt worden? Wat betekent dat voor verdeling van middelen en inzet?
Planning en vervolg Gemeente Amsterdam • Q3 2025 – Q3 2027: heropening van de subsidie regeling gebiedsgerichte bestrijding energie armoede, om succesvolle initiatieven zoals Stichting Energiehelden en het Buurt Bespaar Fonds voort te zetten en nieuwe ideeën mogelijk te maken. • 2025: - Verwijzing naar het gemeentelijke financiële vangnet ter voorkoming van energieafsluiting en schulden te voorkomen en aansluiting op het terugkerende landelijke Noodfonds Energie te bevorderen.
- Voortzetting van directe besparing via energie vouchers en energiezuinig witgoed met blijvende inzet van Buurtteams voor signalering en ondersteuning. - Uitbreiding van energiedisplays en slimme meters via !WOON, inclusief subsidieregeling. - Onderzoek naar opname van waterzijdig inregelen (5-15 procent besparing) in het ondersteuningsaanbod. • 2025-2026: koppeling met de nieuwe Energiebank Zon. • 2026–2027: structurele inzet van energiecoaching door onder andere stichting !WOON met prioriteit voor stadspashouders en inzet op vroegsignalering. Gemeente Amsterdam en APEC • Q4 2026: oplevering van verder uitgewerkte publiek-civiele samenwerking op het thema energiebesparing, samen met energie-initiatieven en lokale partijen.
2.5 Integratie Aanleiding en context De energietransitie vraagt om meer dan het opschalen van hernieuwbare opwek: het vraagt om een slimme, integrale inrichting van het energiesysteem. Een integrale inrichting betekent het combineren van opwek, opslag, warmtevraag, netcapaciteit en gebruiksprofielen. In Amsterdam – en breder in Nederland – staat de ontwikkeling van geïntegreerde energiesystemen nog in de kinderschoenen. Er zijn enkele kleinschalige en innovatieve projecten, maar schaalbare modellen en structurele samenwerking
ontbreken nog. Tegelijkertijd ontstaan er binnen energiegemeenschappen steeds meer vragen over hoe integratie praktisch, juridisch en financieel mogelijk gemaakt kan worden. Gemeente Amsterdam en APEC willen daarom samen meer ervaring opdoen met integratie. Hiervoor worden pilotprojecten ontwikkeld die gericht zijn op het combineren van technologieën en energiestromen, en beleids ontwikkeling wordt ondersteund met praktijk inzichten. De Muziekwijk in Nieuw-West is een mogelijke locatie voor een van deze pilots.
Gezamenlijke ambitie Gemeente Amsterdam en APEC delen de ambitie om vanuit praktijkervaring en publiek-civiele samen werking tot herhaalbare, toekomstbestendige en schaalbare integratiemodellen te komen. Daarbij streven we naar: • CO₂-reductie door optimalisatie van lokaal gebruik van duurzame energie. • Efficiënt gebruik van ruimte en netinfrastructuur. • Versterking van sociale cohesie en zeggenschap via energiegemeenschappen. • Toename van lokale economische activiteit en energiebewustzijn (coaching). • Rechtvaardige verdeling van kosten en baten, met nadruk op het principe van ongelijk investeren voor gelijke kansen. De komende periode zal in de samenwerking duidelijk moeten worden hoe bovenstaande punten zich tot elkaar verhouden en of er prioritering in aangebracht kan worden. Het kan tijdens de verdere implementatie blijken dat bepaalde ambities haaks staan op elkaar of kunnen interfereren.
20
Roadmap energiegemeenschappen deel I
Gemeentelijke beleidskaders en uitgangspunten Gemeente Amsterdam volgt een aantal aanbevelingen uit recent onderzoek van CE Delft. CE Delft concludeert dat batterijen en groepscontracten onder huidige omstandigheden netcongestie kunnen verergeren. Ze benutten pieken en dalen in elektriciteitsverbruik, wat kan leiden tot nieuwe vraagpieken en extra belasting op het overvolle net. Gemeentelijke rol: • Regulerend: ontwikkel plaatsingsbeleid voor batterijen en onderzoek samen met netbeheerders waar systeembatterijen wenselijk zijn. • Regisserend: breng in kaart hoe de gemeente stuurt op verdeling van schaarse netcapaciteit en houd oog voor oplossingen over meerdere energiedragers. • Stimulerend & Faciliterend: stimuleer slimme oplossingen bij bedrijven door advies te onder steunen, maar financier de oplossingen niet zelf. Acties voor het college van burgemeester en wethouders: • Sluit aan bij provinciale stimuleringsregelingen voor energiehubs en neem elders geen actieve rol. • Stimuleer geen thuis- en buurtbatterijen vanuit het elektriciteitsnet. Verken de rol van opslag in toekomstige gebiedsontwikkelingen. • Beoordeel opslag- en hubinitiatieven vanuit de democratiseringsopgave en energie gemeenschappen met een andere invalshoek. • Volg de marktvoorwaarden nauwgezet en voer waar nodig aanvullende gesprekken voor betere veiligheidsvoorschriften en marktordening.
• Informeer batterij-eigenaren over congestie managementdiensten en registratieplicht en onderzoek financiële prikkels voor registratie.
Voorgestelde samenwerking De verdere uitwerking van het thema ‘integratie’ binnen energiegemeenschappen verloopt gefaseerd. De eerste stap is het in kaart brengen van de lessen uit bestaande en lopende pilots in Amsterdam, waaronder FLEXPower, Atelier, Schoon Schip, het LIFE-project bij de Johan Cruijff ArenA en Sporenburg. Op basis daarvan wordt bekeken of nieuwe pilots nodig zijn om verdiepende vragen te beantwoorden. Daarbij ligt de focus op de samenhang tussen het fysieke energiesysteem (zoals netbelasting) en het financiële systeem waarin energiegemeenschappen opereren, met bijzondere aandacht voor aspecten als de salderingsregeling. De volgende stap richt zich op het concreet uitwerken van eerdere plannen en aanbevelingen. Dit is echter complex omdat integratie van balancering, opwek, opslag en energie- en capaciteitdeling om een diepere analyse en afstemming vraagt. Extra tijd en budget zijn nodig om deze eerste aanzetten om te zetten in haalbare en realistische plannen. Hiervoor wordt ondersteuning vanuit de gemeente gevraagd.
Onderwerpen van gezamenlijke verkenning De komende periode werken gemeente Amsterdam en APEC aan de volgende vragen: • Welke lessen zijn geleerd uit eerdere integratie projecten en welke vragen dienen nog beantwoord te worden? • Wat zijn de technische en financiële voorwaarden voor succesvolle integratie?
• Hoe kunnen partijen bijdragen aan de voor financiering als baten pas later terugkomen? • Welke rol kunnen energiegemeenschappen spelen in aansturing, eigenaarschap of organisatie van geïntegreerde systemen? Hier dient ook de relatie en rolverdeling met overige bestaande producenten beschreven te worden. • Welke vormen van integratie (fysiek/administratief) zijn wenselijk en mogelijk binnen het bestaande elektriciteitsnet en huidige wetgeving? • Hoe voorkomen we dat integratieoplossingen zoals thuis- of buurtbatterijen juist congestie verergeren? • Hoe maken we binnen integratie ruimte voor ongelijk investeren voor gelijke kansen, zodat iedereen mee kan doen ongeacht financiële positie?
Planning en vervolg Binnen de publiek-civiele samenwerking wordt dit als volgt opgepakt: • 2025: structureel overleg tussen werkgroep integratie van APEC en gemeentelijke teams. • 2025: inventarisatie lessen uit bestaande integratie- initiatieven in Amsterdam (FLEXPower, Atelier, Schoon Schip, LIFE-project bij Johan Cruijf ArenA, Sporenburg). • 2026 en verder: ontwikkelen van beleid en instrumenten voor structurele integratie, mede op basis van praktijkervaring. • Eind 2025 – begin 2026: mogelijke ontwikkeling van nieuwe pilots om vervolgvragen te onder zoeken. Waarbij specifiek wordt gekeken naar de wisselwerking tussen het fysieke energiesysteem (zoals netimpact) en het financiële systeem waarin energiegemeenschappen opereren – met onder meer aandacht voor de gevolgen van de salderingsregeling.