3. Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam.pdf
Tekst van het document
Deze heeft als doel om tijdig op de juiste plekken investeringen te doen om de aanpassingen van en uitbreidingen aan het elektriciteitsnetwerk te realiseren. Daarbij wordt rekening gehouden met de beperkte beschikbaarheid van materialen en mensen. Daarnaast biedt een buurtgerichte aanpak de kans om hinder voor de omgeving te minimaliseren en onnodig hoge kosten te voorkomen. Door proactief te werken, worden de kansen om mee te gaan in gezamenlijke werkzaamheden vergroot. De criteria voor de wensplanning van Liander zijn: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
planning van de realisatie van de gekozen warmteoplossing voor een buurt; planning van de realisatie van betrokken elektriciteitsstations; de beschikbare mensen en middelen in een bepaald tijdvak; knelpunten in het huidige distributienet (zowel in het MS- als in het LS-net); planning van woningbouw en industrie; balans in werkpakket (energietransitie versus overige Liander opgaven, zoals veiligheid en vernieuwen van gasleidingen).
In de wensplanning wordt op buurtniveau de specificatie van het werk (verwachte aantallen MSR’s en geschatte benodigde kilometers kabel) in de tijd weergeven.
Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 28
Vroegtijdig combineren van planningen Naast de bovengenoemde criteria voor het opstellen van de wensplanning worden gezamenlijk criteria vastgesteld. We onderzoeken samen voor gebieden waar uitzonderlijke eisen gesteld worden aan ruimtelijke kwaliteit, zoals beschermd stadsgezicht en UNESCO werelderfgoed, of en hoe we de prioritering in tijd kunnen beïnvloeden. Een nieuw ontwerp van een MSR (zie paragraaf 3.5.4: Gezamenlijk onderzoek naar nieuwe ontwerpopties) kan namelijk kansen bieden voor betere ruimtelijke inpassing in dit soort gebieden. Een ander belangrijk criterium is de planningen van andere opgaven in de openbare ruimte met veel impact. Dit zijn bijvoorbeeld vervanging van het riool, herinrichtingen van wegen, het aanleggen van warmtenetten en onderhoud van bruggen en kademuren. De gemeente heeft niet alleen belang bij tijdige aanpassingen en uitbreidingen aan het elektriciteitsnetwerk. Ook heeft zij een groot belang bij het combineren van werkzaamheden, zowel in ruimte als in tijd, om overlast op de omgeving en ruimtegebruik van nutspartijen te minimaliseren. Door dit onderdeel te maken van een gezamenlijke prioritering wordt het distributienet effectiever uitgebreid met behoud van kwaliteit van de leefomgeving. De wensplanning wordt vervolgens ingebracht in het stedelijk programmeerproces van de gemeente.
De gemeente inventariseert de plannen voor werkzaamheden in de openbare ruimte in de verre toekomst (5-20 jaar vooruit). Wanneer Liander wensplanningen oplevert voor buurten, dan kan dit in de toekomst mogelijk tot een vertrekpunt leiden om werken gecombineerd uit te voeren in de stad. Liander moet dan als ‘leidende’ opgave naast planningszekerheid ook bereid zijn grotere opgaves te trekken. De buurtaanpak kan er dan op de volgende wijze uit zien: telkens wordt een groepje buurten ingebracht en uitgewerkt tot een programmeervoorstel en vervolgens tot investeringsvoorstellen bij Liander. Na goedkeuring wordt voor de volgende set buurten bekeken wanneer deze geprogrammeerd kunnen worden. Liander K&O met Intake en Werkuitgifte wil samen met Stadsregie verkennen of deze werkwijze geïmplementeerd kan worden in het al bestaande programmeerproces van Stadsregie. Informatie met elkaar delen in een digitale omgevingEr wordt een gezamenlijke digitale omgeving (met name in kaartlagen) ontwikkeld om completer en sneller (plan)informatie te delen. Hoe eerder de grotere werkzaamheden van Liander voor de gemeente en andere nutsbedrijven duidelijk zijn en andersom, hoe makkelijker het wordt om werk in de tijd vast te zetten. Digitaliseren helpt daarbij. Doel van zo’n gedeelde digitale omgeving is tweeledig: ▪ ▪
vroegtijdig de ruimtelijke impact in beeld krijgen; kansen vergroten om werkzaamheden in de openbare ruimte te combineren.
Op basis van een inventarisatie van werkzaamheden in de openbare ruime in de verre toekomst (5 20 jaar) onderzoekt de gemeente welke opgaves gecombineerd kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast is het voor gebiedsontwikkelingsgebieden nodig om vroegtijdig op een hoger detailniveau te kunnen inschatten hoeveel, waar en wanneer er midden- en laagspanningstracés moeten komen. Om een indicatief netontwerp te maken heeft Liander planinformatie nodig over het ruimtelijke programma, warmteconcept, grootverbruik aansluitingen en laadinfrastructuur. Gemeente en Liander ontwikkelen omgeving voor informatie-uitwisseling
Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 29
Onderdeel van het ontwikkelen van de digitale omgeving is dat gemeente Amsterdam en Liander afspraken maken. Beide leveren een uitvoeringsplan op waarin staat vastgelegd welke informatie uitgewisseld wordt, en op welke manier en wanneer ze verwachten dit te realiseren. Het gaat om informatie die nodig is voor het programmeren voor 5 tot 20 jaar vooruit, zoals: ▪ ▪ ▪
het geplande aantal MSR’s en de lengte van de kabels per buurt; de tracés van het uit te breiden of te verzwaren middenspanningsnet; de wensplanning van de buurtgerichte aanpak.
Ook gaat het om informatie nodig om op tactisch niveau een netontwerp te maken voor gebiedsontwikkelingsgebieden, zoals: ▪ ▪ ▪ ▪
het ruimtelijk programma gebiedsontwikkeling; de benodigde laadinfrastructuur per buurt; het warmteconcept per buurt; de voorzieningen die een grote aansluiting (AC6) nodig hebben.
Informatie-uitwisseling over het warmteconcept per buurt Zoals eerder in deze paragraaf is aangegeven, is een van de criteria voor de wensplanning de gekozen warmteoplossing voor een buurt. De investeringen voor het distributienet baseert Liander onder andere op de warmteoplossing zoals aangegeven in de Transitievisie Warmte (TVW). De TVW is een visiedocument en geeft richting aan de keuze voor een energiesysteem in een specifieke buurt. Het document biedt echter geen zekerheid wanneer en of deze warmteoplossing er uiteindelijk ook komt. Onderzocht wordt voor welke buurten het mogelijk is om meer zekerheid te bieden over de planning en het systeem dat in die buurt gerealiseerd wordt. Voor de overige buurten zoeken gemeente en Liander samen naar een manier om meer zekerheid te kunnen bieden over de planning en keuze voor het warmtesysteem. Hierdoor zorgen we ervoor dat Liander op de tijd middelen inzet in de buurten waar vanwege de energietransitie een verzwaring van het elektriciteitsnetwerk nodig is. Verdieping binnen Themastudie Elektriciteit Amsterdam 3.0 Liander heeft verschillende opgaven voor werk aan het distributienet: ▪ ▪
opgaven vanuit de gemeente en andere nutsbedrijven; eigen opgaven zoals klantaansluitingen realiseren en het in stand houden van een betrouwbaar net.
In de Themastudie Elektra Amsterdam 2.0 is voor verschillende scenario’s inzichtelijk gemaakt wat de opgave wordt voor het distributienet. De verschillende scenario’s geven een onder- en bovengrens voor de opgave en een bijbehorend tijdspad. Dit geeft een indicatie van het benodigde tempo. We gebruiken de bandbreedte van het tempo als vertrekpunt voor vervolggesprekken over de huidige en de benodigde snelheid van de uitbreiding van het distributienet. In de TSA 2.0 is de opgave voor het aantal benodigde MSR’s geduid. De benodigde uitbreidingen van het MS- en LS-kabelnetwerk zijn daarbij echter niet doorberekend. Momenteel wordt gewerkt aan een update van de TSA. Vanuit de informatie die volgt uit de TSA 3.0 maken we per buurt inzichtelijk wanneer en hoeveel extra MS-kabels nodig zijn. Voor de extra benodigde LS-kabels maken we Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 30
vooralsnog inschattingen. Deze informatie wordt gebruikt om ook het tempo van de benodigde uitbreidingen van het MS- en LS-kabelnetwerk te duiden.
3.4.
LOCATIEBEPALING
3.4.1. Introductie en noodzaak De komende jaren moeten er veel meer en sneller MSR’s dan gangbaar worden geplaatst om aan de stijgende elektriciteitsvraag te kunnen voldoen. Dit terwijl de boven- en ondergrondse ruimte schaars is in Amsterdam. Bij het vinden van locaties in deze schaarse ruimte spelen meerdere factoren een rol. Eisen en wensen van verschillende belanghebbenden We moeten een afweging maken tussen de eisen en wensen van verschillende belanghebbenden die gebruik willen maken van de schaarse openbare buitenruimte. Belanghebbenden zijn bijvoorbeeld omwonenden, verkeersdeelnemers, horecagelegenheden en winkels. De combinatie van eisen, wensen en belanghebbenden maakt het proces van locatiebepaling voor MSR’s complex. Schaarste technisch personeel Om deze opgave op tijd te volbrengen is veel technisch personeel nodig. Dit personeel is schaars. Daarom moeten we samen goede afwegingen en afspraken maken, zodat we dit personeel zo efficiënt mogelijk kunnen inzetten. In deze paragraaf lichten we toe hoe Liander en de gemeente Amsterdam dit proces van locatiebepaling van MSR’s hebben verbeterd en nog verder gaan verbeteren, zodat we samen aan de omvang van deze opgave kunnen voldoen. Dit doen we aan de hand van: ▪ ▪ ▪
intensievere en transparante samenwerking verbeterde informatievoorziening formuleren van en afwegen tegen heldere criteria
3.4.2. Huidige werkwijze gemeente Amsterdam De gemeente Amsterdam heeft vanuit haar beleid over objecten in de openbare ruimte een aantal uitgangspunten die relevant zijn voor de locatiebepaling bij nieuw te plaatsen MSR’s. Doel van dit beleid is om een goede leefomgeving te waarborgen voor inwoners door optimale ruimtelijke inpassing van objecten. Wet- en regelgeving Nutsobjecten tot een oppervlakte van 15 vierkante meter en tot 3 meter hoogte zijn omgevingsvergunningsvrij, maar worden wel getoetst op inpassing door middel van de WIORvergunning. Ruimtelijke inpassing wordt onder meer geborgd in een BLVC-plan (bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie). Dit is nodig om een WIOR-vergunning te krijgen. De gemeente beoordeelt plaatsing van objecten in de openbare ruimte op: ▪
het nut, de noodzaak van plaatsing, maatschappelijk en algemeen belang;
Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 31
▪ ▪
de effecten van plaatsing op de verblijfskwaliteit van de burger; het functioneren van de ruimte rondom de MSR; zo wordt ervoor gezorgd dat vluchtruimte overblijft bij eventuele calamiteiten en dat er voldoende ruimte is om de deuren op een veilige manier te openen.
Waarborgen van de kwaliteit van de openbare ruimte De gemeente Amsterdam geeft de voorkeur aan het plaatsen van objecten zonder dat daar extra openbare ruimte voor nodig is. Dat betekent bijvoorbeeld dat objecten inpandig worden geplaatst of dat zij een gecombineerde functie hebben binnen of samen met een ander (nieuw of bestaand) object. Daarnaast wil de gemeente voorkomen dat een object op een onwenselijke locatie wordt geplaatst of dat dit onnodig groot of kwalitatief ondermaats is. De gemeente is terughoudend met het plaatsen van vaststaande objecten (zoals MSR’s) in de openbare ruimte. Voorkomen van dubbel werk We willen voorkomen dat MSR’s worden geplaatst op locaties waar op korte termijn ook een andere ruimteclaim is, tenzij deze functies gecombineerd kunnen worden. Het plaatsen van MSR’s is een van de vele opgaven binnen de openbare ruimte in gemeente Amsterdam. De gemeente stemt en weegt deze belangen af. De MSR’s en ondergrondse kabels zijn daarom onderdeel van de stedelijke programmering: gebiedsplannen en integrale gebiedsplannen (IGP’s). 3.4.3. Huidige werkwijze Liander De aanleiding voor het plaatsen van een nieuwe MSR is altijd een technische noodzaak. Denk bijvoorbeeld aan een nieuwe (maatschappelijke) vermogensvraag of een bestaande kwalitatieve beperking in het elektriciteitsnetwerk.
Liander heeft onder meer voor woningen en kleine bedrijven een aansluitplicht en moet voldoen aan de binnen de Netcode gestelde kaders van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) voor de leveringskwaliteit. Startpunt van locatiebepaling: de vermogensvraag Het aantal en het toe te passen type (formaat) middenspanningsinstallaties (400 kVA, 630 kVA of 1000 kVA) wordt gebaseerd op zowel de huidige vermogensvraag als de geschatte vermogensvraag over 30 tot 40 jaar (zie hoofdstuk 2 voor de afgesproken opgave). Die wordt bepaald door de netarchitecten van Liander en Lianderbeleidskaders. Liander moet garanderen dat de kwaliteit van levering gewaarborgd is en dat spanningsverliezen zo laag mogelijk zijn. Een MSR moet daarom zo dicht mogelijk bij de huisaansluitingen en andere afnemers van die ruimte worden geplaatst. Van vermogensvraag tot zoekcirkel De locaties van de aan te sluiten afnemers bepalen waar het ‘elektrisch midden’ ligt waar een MSR moet worden geplaatst. Liander voert hiervoor berekeningen uit. Vanuit het elektrisch midden ontstaat een ‘zoekcirkel’ voor een locatie waar nog een marge van 50 meter op zit.
Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 32
Van zoekcirkel tot concrete plaatsingsmogelijkheden Het type MSR bepaalt de benodigde ruimte waarvoor een locatie moet worden gevonden. Binnen de zoekcirkel kijken de gemeente en Liander samen vervolgens naar geschikte locaties voor de MSR waar nog voldoende ruimte in de ondergrond is voor de kabels. Hierbij houden we onder meer rekening met de volgende eisen en afwegingen: ▪ de veiligheid van de installatie en omwonenden; ▪ de bereikbaarheid van de installatie (ongehinderde toegang bij calamiteiten), de levering van onderdelen en het kunnen plaatsen van een eventuele noodinstallatie; ▪ de beheer(s)baarheid van de installatie; ▪ de beschikbare ruimte voor de benodigde tracés van en naar de MSR; ▪ het effect van de plaatsing op de ruimtelijke kwaliteit rekening houdend met de bestaande en te verwachten toekomstige omgevingssituatie. Locaties waar MSR’s geplaatst kunnen worden, zijn bijvoorbeeld parkeerplaatsen, pleinen, groenstroken, kademuren, brede stoepen, (openbaar) terrein zonder functie en inpandige ruimtes (binnen een bestaand gebouw of object). De gevonden locaties worden met de gemeente besproken, (juridisch) vastgelegd en door de gemeente vergund (WIOR), waarna het werk kan beginnen. 3.4.4. Verbetervoorstellen Met deze huidige werkwijze is het niet mogelijk om snel genoeg locaties te vinden voor de benodigde MSR’s.
De gemeente geeft de voorkeur aan inpandige locaties, omdat deze zo min mogelijk beslag leggen op de openbare buitenruimte. Voor Liander is dit niet per se een probleem, maar inpandige ruimtes hebben wel nadelen vergeleken met de openbare buitenruimte. Zo betekent het gebruik van inpandige ruimtes onder meer een lastige zoektocht naar locaties, hogere financiële kosten en een complexere beheer(s)baarheid. Daarnaast zijn er tweeënhalf keer meer arbeidsuren nodig voor de installatie van een inpandige ruimte, terwijl technisch personeel schaars is. Doel: een versneld, verbeterd en transparant gezamenlijk proces Het doel is om sneller tot weloverwogen locatiebesluiten te komen. De gemeente en Liander hebben daarom de bestaande werkwijzen naast elkaar gelegd en uitgewerkt in een gezamenlijk, transparant, integraal en meer datagedreven proces. In dit proces maken beide partijen voor elke locatiebepaling een gezamenlijke afweging en nemen een besluit op basis van afgestemde criteria in een afwegingskader. Zo zorgen we ervoor dat de verschillende belangen goed worden meegewogen en dat de besluitvorming minder tijd kost. Verbeterd gezamenlijk proces De werkwijzen per organisatie en de voorgestelde verbeterinitiatieven rondom het proces voor locatiebepaling van MSR’s komen samen in Figuur 4.
Daarin is te zien hoe dit verbeterde proces voor locatiebepaling in de toekomst zal verlopen en wat daarin de plaats is van de afwegingen.
Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 33
Figuur 4. Verbeterd proces voor locatiebepaling De rolverdeling bij het in kaart brengen van de opgave en mogelijkheden voor locaties De gemeente krijgt een actievere rol in het proces. Zo is bij het bepalen van de opgave (stap 1) is de rolverdeling als volgt: ▪ ▪ ▪
De gemeente brengt de warmteoplossingen voor en verwachtingen over elektrisch vervoer in het gebied in kaart. Liander bepaalt aan de hand daarvan de verwachte maximale vermogensvraag. De gemeente en Liander stellen samen de vermogensvraag vast die voor de buurt gehanteerd wordt.
Liander bepaalt aan de hand van deze vermogensvraag het aantal benodigde MSR’s en zoekcirkels (stap 2). Liander en gemeente zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het vinden van geschikte locaties. De gemeente faciliteert proactief de zoektocht van Liander naar inpandige ruimtes en betrekt belangenorganisaties bij het in kaart brengen van potentieel geschikte inpandige locaties. De gemeente wil als beheerder van de openbare ruimte namelijk voorkomen dat de kwaliteit van de openbare ruimte aangetast wordt door MSR’s onnodig in de openbare buitenruimte te plaatsen. De samenwerking bij stap 3 ziet er zo uit:
Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 34
▪ ▪ ▪
De gemeente en Liander brengen data van de huidige (net)situatie en ontwikkelingen in de buurt bij elkaar en zoekt daarbinnen naar mogelijkheden. De gemeente en Liander zoeken gezamenlijk actief naar mogelijke inpandige locaties. Hierbij brengen we in kaart welke inpandige locaties geschikt kunnen zijn voor MSR’s. In een gezamenlijke digitale omgeving worden de mogelijke locaties binnen de zoekcirkel in beeld gebracht.
Liander en de gemeente passen deze manier van samenwerken toe op komende projecten en ontwikkelen dit proces nog verder. Hiertoe behoort bijvoorbeeld verdere optimalisatie in gebiedsontwikkeling. De gemeente maakt inzichtelijk hoe het huidige proces rondom inpandige ruimtereserveringen in gebiedsontwikkeling verloopt. Het resultaat wordt in de vorm van een memo gedeeld met Liander. Daarbij zullen specifieke gebiedsontwikkelingsprojecten uitgelicht worden om van te leren. Digitale en datagedreven ondersteuning Voor de ondersteuning van het proces en de te maken keuzes is veel informatie nodig. Hiervoor richten Liander en de gemeente Amsterdam het volgende in: ▪ ▪ ▪
een gezamenlijk informatieteam voor inrichten van een datamodel en borging van datakwaliteit; een digitaal informatieplatform waarin de benodigde informatie bij elkaar wordt gebracht om het keuzeproces tussen locaties datagedreven te ondersteunen; tools om automatische bepaling van benodigde MSR’s uit te voeren, zoals geautomatiseerde waardering van openbare buitenruimte en automatische locatieadviezen.
Heldere afwegingscriteria Bij de zoektocht naar de mogelijke locaties binnen een zoekcirkel moet allereerst worden voldaan aan de geldende eisen voor het (veilig) functioneren van de MSR. Ook moet de kwaliteit van de openbare ruimte zo veel mogelijk worden gewaarborgd. Van deze eisen kan niet tot nauwelijks worden afgeweken. Veel daarvan zijn geborgd in bestaande werkwijzen en protocollen binnen gemeente Amsterdam en Liander. Niet alle nieuwe MSR’s kunnen inpandig worden geplaatst vanwege veiligheid en technische eisen, hogere kosten, het aantal extra manuren voor aanleg en beheer, en het gebrek aan inpandige ruimtes in de bestaande stad. Belanghebbenden hebben vele wensen voor de functionaliteit en ruimtelijke inpassing in de buurt. Liander en de gemeente vinden het van groot belang om deze wensen mee te nemen in de afweging. Hiertoe behoren bijvoorbeeld ook bijzondere eisen met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit in UNESCO werelderfgoed en beschermd stadsgezicht. Daarom stellen Liander en de gemeente Amsterdam een gezamenlijk ‘afwegingskader’ op. Het doel van dit afwegingskader is het komen tot een locatie die zo veel mogelijk aansluit bij geldend gemeentelijk beleid en beleid van Liander (stap 4). Ook worden hierin belangen van derden zoveel als mogelijk gewaarborgd.
Criteria die onderdeel zijn van dit kader, zijn bijvoorbeeld de meerkosten van verschillende alternatieven en de waarde van de openbare ruimte. Het doel van dit afwegingskader is drievoudig: Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 35
▪ ▪ ▪
het creëren van een gezamenlijk, gestandaardiseerd en sneller proces voor locatiebepaling; het borgen van de relevante belangen in het besluitvormingsproces; het bieden van transparantie over de gemaakte afwegingen in het besluitvormingsproces.
In paragraaf Participatie (3.6) staat beschreven hoe alle belanghebbenden kunnen participeren in het proces van locatiebepaling. Transparante besluit- en escalatieroutes Binnen een zoekcirkel kan niet altijd niet aan alle afwegingscriteria worden voldaan. In die situaties vindt besluitvorming plaats in een nader te bepalen ‘escalatieteam’ met mandaathouders van Liander en gemeente Amsterdam. Zij besluiten op basis van een variantenafweging hoe op een alternatieve, verantwoorde manier zo goed mogelijk invulling kan worden gegeven aan de uitgangspunten om zo toch snel, transparant en weloverwogen tot een locatie te komen. Ook wanneer er geen geschikte locatie gevonden kan worden kan een beroep worden gedaan op dit ‘escalatieteam’ om snel tot alternatieven te komen. Als ook het escalatieteam niet tot resultaten komt, dan kan worden geëscaleerd naar bestuurlijk niveau. Strategisch netwerkplan In hoofdstuk 2 is de ondergrondse opgave geduid. Deze zal een grote impact hebben: niet alleen op de beschikbaarheid van ondergrondse ruimte, maar ook op de mate waarin bovengrondse ruimte beschikbaar is. De gemeente Amsterdam ziet dat verschillende ambities en opgaven meer ruimte vragen in de openbare ruimte, zowel bovengronds als ondergronds. Er zijn gebieden waar het een complexe opgave is om ruimte te bieden aan al deze ambities en opgaven.
Op deze plekken zal er een transparante en integrale afweging gemaakt moeten worden voor het toekennen van ruimte. Om dit goed te kunnen doen is het nodig dat tijdig hoofdstructuren van opgaven die een bovengrondse en ondergrondse relatie hebben - zoals groenstructuren (o.a. bomen), blauwstructuren en netwerken van energie- en nutsvoorzieningen - door de gemeente worden uitgewerkt in samenspraak met de verschillende nutspartijen. We zien de noodzaak om tot een strategisch netwerkplan te komen. Dit bestaat uit het identificeren van complexe gebieden én het formuleren van uitgangspunten over hoe om te gaan met de ruimtelijke inpassing van elektrakabels. Gezien de urgentie van de elektra opgave en vanuit ons samenwerkingsverband initiëren we dit voor elektra en trekt de gemeente dit door naar overige ondergrondse opgaven. Voor gebieden waar dit minder complex is, is het uitlegschema in de WIOR het uitgangspunt voor de ligging van ondergrondse infrastructuur. Hierin is de relatie tot bovengrondse ruimteclaims reeds onderdeel van de werkwijze.
3.5.
VORMGEVING
3.5.1. Introductie en noodzaak Amsterdam kent veertien ruimtelijke systemen en is wereldwijd beroemd vanwege de hoogwaardige architectuur en stedenbouw uit verschillende periodes - van de historische binnenstad, tot kleine Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 36
landelijke dorpen, 19e-eeuwse wijken, Amsterdamse schoolbuurten, naoorlogse strokenbouw en bloemkoolwijken. In de komende jaren moeten er grote aantallen MSR’s in de schaarse openbare buitenruimte van gemeente Amsterdam worden geplaatst. Daarom hechten we er veel waarde aan dat deze MSR’s zo goed mogelijk worden ingepast in hun omgeving. Goede inpassing van MSR´s is belangrijk Welk type MSR op een specifieke locatie nodig is, hangt af van verschillende factoren. Het benodigde vermogen is daarbij primair bepalend. In het algemeen geldt: des te groter het benodigd vermogen, des te groter de MSR. Ook is de beschikbare ruimte een bepalende factor; we willen de openbare ruimte goed inrichten. Daarom is het belangrijk om goed na te denken over hoe een MSR er aan de buitenkant uitziet: van omvang en vorm tot aan kleur en type materialen die gebruikt worden voor de behuizing. MSR’s zijn er in verschillende vormen en maten (small/medium en medium/large). Een MSR bestaat uit verschillende elektrotechnische componenten die op een bepaalde manier ‘gestapeld’ worden om te voldoen aan zowel de technische eisen als de veiligheidseisen die gesteld worden. Om deze componenten heen wordt een buitenschil aangebracht. Binnen deze context heeft het begrip vormgeving betrekking op zowel de esthetische als de technische kenmerken van een MSR3.
MSR moet functioneel en kosteneffectief zijn Netbeheerders kiezen in het algemeen vaak voor een functionele en kosteneffectieve uitvoering als zij zelf de keuze hebben. Dit komt onder andere door wettelijke kaders en omdat er sprake is van gereguleerde tarieven. Zo schrijft de elektriciteitswet bijvoorbeeld voor dat investeringen ‘doelmatig’ moeten zijn in relatie tot de taak van de netbeheerder. Hierdoor worstelen netbeheerders met meerkosten voor andere uitvoeringsvormen (Strategische verkenning bovengrondse nuts, 2020). In deze paragraaf gaan we in op zowel de huidige opties en werkwijzen voor de vormgeving van MSR’s, als op hoe deze werkwijzen op de korte en lange termijn worden verbeterd. 3.5.2. Huidige werkwijze gemeente Amsterdam In de ‘Strategische verkenning bovengrondse nutsvoorzieningen’ (2020) is uitgewerkt in welke mate de gemeente kan sturen op de vormgeving van MSR’s. Voor nutsobjecten kleiner dan 15 m2 en lager dan 3 meter – en dus voor MSR’s– is geen omgevingsvergunning nodig (Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Daarom hoeven MSR´s ook niet te voldoen aan de eisen voor uiterlijk (‘welstandseisen’) die daarin worden gesteld en heeft de gemeente daar beperkt invloed op. De excessenregeling in de Welstandsnota kan een instrument zijn om de absolute ondergrens van esthetiek te handhaven.
Overleg met nutspartijen blijft erg belangrijk, omdat het vanuit de Wabo niet
3
Betreft alleen de configuratie van technische componenten die van invloed zijn op omvang en vorm.
Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 37
is toegestaan om eisen te stellen aan de beeldkwaliteit van bouwwerken waarvoor geen vergunning nodig is. Amsterdamse Verordening Werken In de Openbare Ruimte (WIOR) geldt voor MSR’s In het algemeen is in Amsterdam de Amsterdamse Verordening Werken In de Openbare Ruimte (WIOR) van toepassing op MSR´s. De WIOR is in zijn huidige vorm vanaf 2009 van kracht. Binnen de WIOR moet voor alle nieuw te plaatsen bovengrondse nutsvoorzieningen een vergunning afgegeven zijn, voordat werkzaamheden beginnen. Dus hoewel een omgevingsvergunning in de basis niet van toepassing is op een MSR, is een WIOR-vergunning nog wel altijd vereist. In de WIOR staan kwalitatieve voorwaarden voor het uiterlijk en worden handvatten geboden om vanuit de gemeente actiever regie te voeren. De grenzen van de WIOR zijn echter niet volledig helder: voor nutsobjecten kleiner dan 15 m2 kunnen geen welstandseisen opgelegd worden. Desondanks spreekt WIOR wel over het borgen van ruimtelijke kwaliteit en de mogelijkheid om geen vergunning te verstrekken of voorwaarden mee te geven. Tot op heden gebeurt dit in de meeste gevallen niet of nauwelijks. Verdere toelichting op relevante punten uit de WIOR is te vinden in bijlage 8.1 van de WIOR. Historische ervaring met vormgeving nutsobjecten Gemeente Amsterdam heeft ervaring met het vormgeven van nutsobjecten.
Deels is dit nog uit de periode dat de gemeente elektriciteit leverde (voor de liberalisatie rond het jaar 2000). Deels past ook Liander deze manier van vormgeven nu nog toe in het centrum: de peperbus (zie Figuur 5) is een actueel voorbeeld van vormgeving die past binnen de hoogstedelijke context van Amsterdam en die specifiek ontworpen is om het beschermd stadsgezicht te behouden. Door de hoogte van 5 meter is een omgevingsvergunning nodig. Het toetsen op ruimtelijke kwaliteit is onderdeel van de vergunningverlening. De peperbus is echter niet meer nieuw leverbaar. Dit komt doordat elektrotechnische componenten niet meer voldoen aan de huidige standaarden. Bovendien voldoet het relatief kleine transformatorvermogen niet aan de verwachte groei.
Figuur 5. De ‘peperbus’ in Amsterdam. Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 38
3.5.3. Huidige werkwijze Liander Naast onderhoud aan het net werkt Liander ook continu aan het uitbreiden en verzwaren daarvan. Daarbij plaatst Liander MSR’s in zijn hele voedingsgebied voor een toekomstvast net. Hieronder volgt een korte beschrijving van de huidige werkwijze die Liander daarbij hanteert in relatie tot vormgeving. Eisen voor het plaatsen van MSR’s De afgelopen tientallen jaren hebben Liander en zijn voorgangers in Amsterdam MSR’s in allerlei vormen en maten geplaatst. Het is belangrijk om te beseffen dat er veiligheidseisen en technische eisen komen kijken bij het ontwerpen en beheren van een MSR. MSR’s worden bijvoorbeeld niet ondergronds geplaatst en er zijn strenge eisen aan inpandige plaatsing. Een moderne MSR, soms ook compactstation genoemd, is zeer efficiënt gevuld met verschillende technische componenten. Bij het ontwerpen wordt niet alleen over het bovengrondse deel nagedacht, maar ook over hoe de inkomende en uitgaande kabels ondergronds worden aangesloten. Standaardisatie MSR’s als uitgangspunt Liander zet sterk in op standaardisatie. Alleen al in Amsterdam moeten er namelijk duizenden van deze ruimtes komen die worden betaald met maatschappelijk geld. Standaardisatie, oftewel zo min mogelijk verschillende onderdelen opnemen in het elektriciteitsnetwerk, helpt bovendien bij het onderhouden en beheren ervan.
Eind november 2021 is met een Europees aanbestedingstraject bepaald dat Alberts & Kluft (AKA) de nieuwe leverancier is voor MSR’s in (onder andere) Amsterdam. In dit aanbestedingstraject is onder meer beoordeeld op compactheid, kosten en inpasbaarheid. De AKA-stations zijn er in twee formaten: compactstation small en medium/large, waarvan de afmetingen te zien zijn in Figuur 6.
Figuur 6. Afmetingen van compact station small
Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 39
Figuur 7. Afmetingen van compactstation medium/large
Naast de fysieke voetafdruk moet er bij plaatsing ook rekening gehouden worden met de vrije ruimte die nodig is rondom de MSR; die is te zien in Figuur 8. De MSR moet vanaf meerdere kanten toegankelijk zijn om de verschillende componenten te kunnen benaderen. Bovendien moet een monteur altijd voldoende vluchtruimte hebben in geval van een incident.
Figuur 8. De benodigde ruimte rondom een medium/large MSR Vanwege de recente aanbesteding en de hiervoor benoemde behoefte aan standaardisatie, is het op korte termijn niet mogelijk om af te wijken van bovenstaande maatvoering. De nieuwe toekomstvaste componenten van een MSR zijn te groot om in te passen in de ‘peperbus’. De componenten die oorspronkelijk voor de peperbus werden gebruikt, worden niet langer geproduceerd, waardoor het ook niet wenselijk is om nieuwe peperbussen te plaatsen. Maatvoering ligt vast, variaties in kleur en aankleding wanden wel mogelijk Ondanks dat de maatvoering vast staat, zijn enkele visuele variaties wel mogelijk (tegen meerkosten). De MSR’s worden standaard in de kleuren grijs (RAL7032) en dennengroen (RAL6009) geleverd. Andere kleuren zoals antraciet (RAL7022) zijn mogelijk op basis van maatwerk (tegen meerprijs). Afwijkende kleuren hebben impact op de levertijd (+ 3 maanden). Signaalkleuren zijn niet mogelijk. Verder zijn ook aanpassingen als aankleding van de wanden mogelijk (bakstenen steenstrips en bewerkt beton). Dit soort aanpassingen zijn niet mogelijk op de deuren. Standaard wordt er gebruik Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 40
gemaakt van grijze betontegels als verharding rondom de MSR. De toepassing van grijze betontegels hangt samen met bedrijfszekerheid (zoals onkruid en vochtwering), veiligheid (vluchtroutes bij calamiteiten), toegankelijkheid, en beheersbaarheid en onderhoudsgemak van de MSR. In uitzonderlijke gevallen kan er ook afgeweken worden van de standaardinpassing. Denk aan het plaatsen van een heg of gras in plaats van tegels. Ook is het, binnen een aantal richtlijnen, mogelijk om kunst te plaatsen op MSR’s. Liander lanceerde daarvoor onlangs het initiatief: Dat kan mooier: pimp een elektriciteitshuisje in uw buurt! 3.5.4. Verbetervoorstellen In de samenwerking constateren we dat er enkele aandachtspunten zijn voor de vormgeving die we gaan verbeteren. Deze aandachtspunten komen enerzijds voort uit de impact op openbare ruimte die volgt uit explosieve groei van het aantal MSR’s en anderzijds uit de huidige inrichting van processen en werkwijzen die hier niet op ontworpen zijn. Dit benadrukt de noodzaak om gezamenlijk tot een nieuwe werkwijze te komen voor de uitbreiding van het distributienet in Amsterdam. Vanuit onze taken, rollen en beleid zien we een gemeenschappelijke basis die als vertrekpunt dient.
Nut en noodzaak van de infrastructuur en bijbehorende ruimteclaim staan niet ter discussie De gemeente Amsterdam is terughoudend met statische functies in de openbare ruimte en wil het liefst inpandige MSR’s. Desondanks is er het besef dat de MSR’s die nodig zijn om o.a. de duurzaamheidsambities van de stad te behalen voor een significant deel in de openbare ruimte terecht zullen komen. De set aan functionele en technische eisen, veiligheidseisen (voortkomend uit wet- en regelgeving), normen en Liandervoorschriften maken echter in veel gevallen inpandige MSR’s in bestaande stad onmogelijk. De gemeente Amsterdam weigert weliswaar geen MSR’s in de openbare ruimte, maar is wel kritisch op de inpassing ervan. Daarbij zoekt ze naar een balans tussen enerzijds het behouden van de hoogwaardige kwaliteit van openbare ruimte en anderzijds het behouden van een betrouwbaar, functioneel en toekomstvast elektriciteitsnet. Passender vormgeving leidt tot een soepeler inpassingsproces, minder weerstand en behoud van ruimtelijke kwaliteit De verwachting is dat er steeds vaker geprotesteerd zal worden tegen nieuw te plaatsen MSR’s. Naast goede locatiebepaling en participatie speelt daarom ook de vormgeving van de MSR een rol. Niet alleen een beter passende uiterlijke vormgeving, maar ook een kleiner formaat kan het inpassingsproces versoepelen en daarmee een kostendrukkend effect hebben.
Hoe groot dit effect is op de kosten, is lastig te bepalen, maar Liander en de gemeente zijn zich ervan bewust dat er niet alleen naar de bouwkosten van een MSR gekeken moet worden. In deze paragraaf lichten we nader toe hoe we hier invulling aan willen geven. Daarbij maken we onderscheid tussen maatregelen voor de korte en de lange termijn. Korte termijn Inzicht in bestaande ontwerpvrijheden (productcatalogus) De nieuwe MSR’s van Liander sluiten echter met de huidige uiterlijke vormgeving niet aan bij de gemeentelijke normen voor ruimtelijke kwaliteit. Dat komt doordat deze MSR’s voortkomen uit een Europese aanbesteding waarbij is beoordeeld op onder andere compactheid, kosten en
Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 41
inpasbaarheid. Ze worden door het hele voedingsgebied van Liander geplaatst zowel in landelijke gebieden als in hoogstedelijke context. Het is op korte termijn niet mogelijk om tot geheel nieuw ontworpen middenspanningsruimtes te komen, gezien de doorlooptijd van ca. 3-5 jaar van een dergelijk ontwerp- en aanbestedingsproces. Wel is er op korte termijn al winst te behalen binnen de mogelijkheden die er nu al zijn. Liander werkt aan een overzichtelijke productcatalogus met alle huidige opties op het gebied van vormgeving; kleuren, type aankleding, cannelures, beschikbare MSR’s en aangrenzende mogelijkheden zoals groenstructuren. Ontwikkeling standaard werkwijzen Er mist nog een gezamenlijke standaard werkwijze waarin duidelijke afspraken omtrent vormgeving van MSR’s zijn vastgelegd. Daarom maken gemeente en Liander heldere afspraken over het toepassen van reclame, kunst, groen en/of andere extra’s op de MSR’s. We maken gezamenlijk een werkwijze waarin staat welke vormgevingsopties in Amsterdam toegepast worden, welke meerkosten daarbij horen en hoe deze gedekt worden op basis van een brede afweging. Daarbij houden we rekening met elkaars beleid: ▪
▪
Het beleid van Liander schrijft voor dat kunst of reclame niet over waarschuwingsborden, ventilatieroosters of deuren aangebracht mag worden. Verder mag het imago van Liander niet aangetast worden en zijn kosten voor beheer, onderhoud of exploitatie van de MSR voor de partij die reclame of kunst aanbrengt. Het beleid van de gemeente Amsterdam is gericht op het verminderen van reclame in de stad en het verbeteren van de kwaliteit ervan. Reclame, informatie en andere boodschappen in de openbare ruimte worden op basis van een aantal redenen gefaciliteerd. Reclame kan ingezet worden voor ondernemers, communicatiebehoeften van de gemeenten en het openbaren van gedachten en gevoelens. Daarnaast wordt onderhoud deels gedekt uit de inkomsten die reclame op een MSR genereert.
De gemeente Amsterdam wil verrommeling voorkomen. Daarom gaan Liander en de gemeente heldere afspraken maken over het toepassen van vormgeving. Die kan variëren per ruimtelijk systeem of groep van ruimtelijke systemen. Amsterdam streeft naar één herkenbare familie van straatmeubilair, zonder daarbij de functionaliteit en gebruiksvriendelijkheid per object tekort te doen. Amsterdam stelt in sommige gevallen aanvullende en/of verscherpte eisen om beschermd stadsgezicht te behouden. Meerkosten kunnen hier een gevolg van zijn. Liander moet eventuele meerkosten ieder moment kunnen verantwoorden aan zijn andere aandeelhouders (gemeentes en provincies). Het is daarom belangrijk dat we ook duidelijke afspraken gaan maken over het verdelen van eventuele meerkosten. Hierbij is een brede afweging op de volgende onderdelen nodig: ▪ ▪ ▪ ▪
uitvoeringskosten en proceskosten; doorlooptijd; de waarde van de beschikbaarheid van openbare ruimte; de kwaliteit van openbare ruimte.
Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 42
Ruimtelijke inpassing als onderdeel van de voorbereiding op WIOR-vergunningsaanvragen De voetafdruk van de MSR’s van Liander hebben een grote impact op de openbare ruimte en bemoeilijken het inpassingsproces. De nieuwe compact stations van Liander hebben een groter formaat dan voorgaande versies. Het formaat wordt niet alleen bepaald door de fysieke omvang en hoogte, maar ook door de ruimte voor openstaande deuren en vluchtroutes waarbij nog om die deuren heen bewogen kan worden. In de hoogstedelijke context van Amsterdam wordt vrijwel elke vierkante meter in de openbare ruimte gebruikt en is er dan ook behoefte aan stations van kleiner formaat. De ontwerpvrijheid in het creëren hiervan is echter beperkt, vanwege de set aan eisen, normen en voorschriften. Op de korte termijn zijn alleen de huidige MSR’s en bijbehorende aankledingsmogelijkheden beschikbaar. We bereiden ons beter voor op WIOR-vergunningsaanvragen door in de voorbereiding te komen tot een voorlopig ontwerp dat is afgestemd met de gemeente en de omgeving. Hiervoor organiseren we afstemmingsmomenten, voordat er een vergunning aangevraagd wordt. De eerdergenoemde productcatalogus en werkwijze zijn instrumenten die we gebruiken om het ruimtelijk inpassingsvraagstuk beter op te kunnen lossen.
Escalatietraject om knelpunten versneld op te lossen Knelpunten over vormgeving kunnen om maatwerk vragen en veroorzaken vertraging van een project. Binnen het escalatietraject pakken we bestaande knelpunten op en bekijken we samen hoe we met de beschikbare vormgevingsopties het knelpunt versneld kunnen oplossen. Daar waar dit niet lukt, escaleren we naar mandaathouders om tot een besluit te komen. Uitvoering met behoud van ruimtelijke kwaliteit staat hierbij centraal. Lange termijn Gezamenlijk onderzoek naar nieuwe ontwerpopties Liander investeert tegen laagst maatschappelijke kosten en plaatst in het hele voedingsgebied seriematig objecten. Maatwerk op het gebied van vormgeving past hier niet bij. De kosten van het gebruiken van de openbare ruimte en eventuele afbreuk van de kwaliteit daarvan is nu geen onderdeel van de afweging om tegen laagst maatschappelijke kosten te investeren. De nieuwe MSR’s van Liander voldoen niet aan de kwaliteitseisen die Amsterdam aan vormgeving stelt. De esthetiek en het relatief groot formaat (omvang en hoogte) maakt dat deze moeilijk in te passen zijn in de hoogstedelijke context van Amsterdam. Voor de langere termijn werken we daarom intensief samen aan het gezamenlijke doel om de acceptatie van MSR’s te vergroten en de kwaliteit van de openbare ruimte te behouden tegen acceptabele kosten.
Liander en de gemeente Amsterdam starten hiervoor een onderzoek naar wat er nodig is om toe te werken naar een beter in te passen MSR. Gedurende dit proces worden onder andere onderstaande punten onderzocht: ▪
Hoe komen we binnen de technische, functionele en veiligheidseisen van Liander tot een MSR met een kleiner formaat en/of fraaiere vormgeving die aansluit bij de hoogstedelijke context van Amsterdam?
Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 43
▪
▪
Wat is de haalbaarheid van een nieuwe standaard voor Amsterdam versus een nieuwe standaard die in het gehele verzorgingsgebied van Liander toegepast kan worden? Hoe komen we gezamenlijk tot een brede afweging voor een financiële verdeelsleutel? Wie moeten er betrokken worden bij het ontwerpproces om daadwerkelijk de acceptatie te vergroten? Welke opties hebben we om de omgeving te betrekken bij een gezamenlijk ontwerp?
Dit onderzoek maakt inzichtelijk welke opties er zijn voor een nieuw ontwerp en wat daarvoor nodig is. Voor een nieuw type ontwerp is van tevoren al bekend dat een nieuwe aanbesteding nodig is. De informatie uit dit onderzoek vormt input om gezamenlijk een keuze te maken.
3.6.
PARTICIPATIE
3.6.1. Introductie en noodzaak Gezien het grote aantal MSR’s dat geplaatst moet worden voor deze opgave, ontkomen we er niet aan ook een deel van de MSR’s in de openbare buitenruimte te plaatsen. Iedereen in Amsterdam zal iets gaan merken en vinden van de plaatsing van deze ruimtes. Dan gaat het bijvoorbeeld om bouwwerkzaamheden, wegomleidingen, tijdelijke overlast en natuurlijk de MSR’s die een dominantere plaats gaan innemen binnen het Amsterdamse straatbeeld. Het is daarom belangrijk dat we als Liander en gemeente Amsterdam goed nadenken hoe we alle personen die wat gaan merken van deze opgave, kunnen betrekken bij de plannen. Voor nieuw beleid en plannen voor participatie hanteert de gemeente Amsterdam als uitgangspunt dat zij deze zo veel mogelijk samen met de stad maakt. Ook de netbeheerders vinden het belangrijk om de bewoners in de buurten van hun verzorgingsgebied te betrekken. Participatie speelt daarbij een cruciale rol. In deze paragraaf leggen we uit wat participatie inhoudt en wat de gezamenlijk overeengekomen participatieaanpak is voor deze opgave. 3.6.2. Vier niveaus van participatie Participatie betekent in feite het betrekken van bewoners en organisaties bij plannen. De mate van betrokkenheid kan variëren van informeren tot aan meewerken aan plannen. Het ‘Beleidskader Participatie’ van de gemeente Amsterdam onderscheidt verschillende niveaus van participatie.
In dit perspectief wordt de terminologie uit dat beleidskader gebruikt. Dit kader onderscheidt de volgende vier niveaus van participatie: ▪ meeweten (informeren) We informeren Amsterdammers over nieuw beleid, een nieuw plan of nieuwe regelingen. Amsterdammers krijgen inzage in de (openbare) informatie waar ze naar vragen. ▪ meedenken (raadplegen en adviseren) De gemeente vraagt betrokkenen om advies. Amsterdammers kunnen de gemeente ideeën of suggesties meegeven. ▪ meebepalen (meebeslissen) Amsterdammers beslissen mee over het beleid of het project. ▪ meewerken (cocreatie) Amsterdammers werken mee aan het beleid of project. Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 44
Het participatiebeleid van de gemeente Amsterdam schrijft voor dat participatieplannen gepubliceerd worden na ondertekening door de bestuurder. De participatieplannen voor het distributienet en de MSR’s worden per buurt gemaakt. De participatieaanpak in deze paragraaf is dus kaderstellend en nog geen uitgewerkt participatieplan. 3.6.3. Participatieaanpak Wij hebben de ambitie om waar mogelijk bewoners en organisaties niet alleen te informeren, maar ook mee te laten beslissen. Dit klinkt misschien als een open deur, maar goede participatie bij zo’n complex, omvangrijk en langdurig traject met nutspartijen en de gemeente, is zeer uitdagend. Dat komt doordat de mogelijkheden voor uitgebreide participatie op veel vlakken vrij beperkt zijn. Bij de aanleg van distributienetten en de bouw van MSR’s liggen veel zaken namelijk al vast. We lichten in deze paragraaf per onderwerp toe in welke mate we participatie toe kunnen passen. Dit voorstel betreft alleen MSR’s die in de openbare ruimte worden geplaatst. Zodra een MSR op of in het eigendom van een derde partij wordt geplaatst, wordt er contact opgenomen met deze eigenaar en vindt er een apart proces plaats dat maatwerk vergt. In dat proces speelt de gemeente geen rol.
Informatieplatform op de website Op de site van Liander en van de gemeente Amsterdam komt een pagina met informatie over het beleid en de uitvoeringsplannen over de opgave. Ook staat daar een mailadres en/of telefoonnummer dat mensen kunnen gebruiken om hun vragen te stellen. Uitleg over nut en noodzaak ▪ ▪
schaalniveau: participatieniveau:
gemeentelijk meeweten (informeren)
We informeren bewoners van Amsterdam over de noodzaak en het doel van de uitbreiding van het distributienet. Onderdeel hiervan is toelichting op de opgave (omvang en impact) en toelichting op onze gezamenlijke werkwijze volgend uit het Ontwikkelperspectief. Informeren op projectniveau bij start uitvoering kan leiden tot veel dezelfde vragen en de informatievoorziening kan als vrij laat aanvoelen in het proces. We informeren de stad via verschillende centraal stedelijke communicatiekanalen hierover. Daarbij stellen we vanuit de gemeente per stadsdeel een centraal aanspreekpunt voor die hier naar toe kan verwijzen. Het doel en impact van de elektra- en warmteopgave zijn vergelijkbaar van aard. De gemeente werkt samen met netbeheerder Liander en warmtebedrijven aan algemene communicatie rondom deze opgaven op distributieniveau. Beleidsdocumenten voortkomend uit Ontwikkelperspectief ▪ ▪
schaalniveau: participatieniveau:
gemeentelijk (desgewenst op stadsdeelniveau) meedenken (raadplegen)
Dit ontwikkelperspectief is in een consultatieronde besproken met diverse belangengroepen. Hierin zijn de uitgangspunten van het huidige en toekomstige beleid besproken. Bij de uitwerking van dit perspectief worden nog diverse kaderstellende beleidsnotities, zoals het afwegingskader locatiebepaling gemaakt. Ook deze documenten worden op stedelijk niveau besproken met diverse Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 45
belanghebbenden (geselecteerd op basis van een stakeholderanalyse). Bij deze consultaties moet een zorgvuldige verslaglegging ervoor zorgen dat alle reacties van zowel de organisaties uit het maatschappelijk middenveld als van de bewoners en bedrijven worden meegenomen. Per punt wordt in een nota van beantwoording op de websites van Liander en de gemeente Amsterdam gemotiveerd aangegeven wat wordt overgenomen en wat niet. Locaties van de nieuwe MSR’s ▪ ▪
schaalniveau: participatieniveau:
stadsdeel meeweten
Discussie over locatiekeuze leidt soms tot een sociaal dilemma. Natuurlijk willen bewoners geen MSR voor hun huis, maar als je hem opschuift, staat hij voor het huis van iemand anders. Tegelijkertijd zijn de MSR’s hard nodig voor de energietransitie. Om te voorkomen dat de energietransitie in gevaar komt, en vanwege de beperkte vrijheid in locatiekeuze wordt er ingezet op het niveau van meeweten. Daarbij kunnen vragen worden gesteld in reactie op de beschikbare informatie. Op stadsdeelniveau wordt een kaart gedeeld met de gekozen locaties voor de MSR’s met daarbij per locatie de redenen voor deze plek. Dat kunnen technische en functionele redenen zijn, maar de locatiekeuze kan ook gemotiveerd zijn door het behoud van groen of het in standhouden van monumenten. De volgorde van prioritering en het vinden van locaties wordt buurt voor buurt gedaan. Periodiek kunnen per stadsdeel de kaarten van de buurten waar werkzaamheden gaan plaatsvinden, worden gedeeld om iedereen goed te informeren. De buurten die het betreft, krijgen hierover informatie voordat de kaart gepubliceerd wordt. Vormgeving ▪ ▪
schaalniveau: participatieniveau:
buurt meebeslissen
Voor bewoners en bedrijven is het uiterlijk van een MSR een belangrijk onderdeel waar ze invloed op willen uitoefenen. We maken dat als gemeente Amsterdam en Liander graag mogelijk door bewoners een keuze voor te leggen. Voor de korte termijn is deze keuze beperkt tot de huidig beschikbare typen MSR’s en aankledingsmogelijkheden. Voor de lange termijn werken we uit of het mogelijk is om tot (een) beter in te passen type(n) MSR(‘s) te komen in een vervolgaanbesteding. Als vervolg op het Ontwikkelperspectief wordt uitgewerkt hoe bewoners, ondernemers en belangenorganisaties worden geselecteerd en uitgenodigd voor de cocreatiesessies over de ontwerpmogelijkheden. Uitvoering ▪ ▪
schaalniveau: participatieniveau:
buurt meeweten (informeren)
Een aantal dagen voor de start van werkzaamheden ontvangen omwonenden een informatiebrief van Liander. Daarnaast wordt de informatie over de uitvoering ook beschikbaar gemaakt via een website. Verder komt er een bord bij de aan te leggen MSR’s waarop contactgegevens van een aanspreekpunt binnen Liander staan voor vragen en klachten bij overlast. Het uitvoeringsteam krijgt een belangrijke, Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 46
maar duidelijk afgebakende rol bij de communicatie met bewoners over de aanleg van de MSR en het distributienet.
Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 47
4. Samenvatting en vervolg Dit Ontwikkelperspectief vormt het ruimtelijk kader voor de uitbreiding en verzwaring van het distributienet in Amsterdam. Voor de hele opgave wordt per MSR en de bijbehorende ondergrondse opgave het hele proces van programmeren tot aan uitvoering doorlopen. Om dit proces te versnellen en deze omvangrijke opgave gerealiseerd te krijgen, pakken de partijen de volgende aspecten in het vervolgtraject op. 4.1. Programmeren via een buurtgerichte aanpak Liander gaat proactief werken met een buurtgerichte aanpak. Per buurt geeft Liander aan wanneer welke aanpassingen en uitbreidingen aan het elektriciteitsnetwerk nodig zijn en uitgevoerd moeten worden. Dat resulteert in een wensplanning van Liander die de gemeente gebruikt als input voor het aanwijzen van (kans)gebieden waar werkzaamheden gecombineerd worden uitgevoerd. Hierdoor kan het distributienet doelgerichter en kostenefficiënter aangepast worden met minder overlast voor de buurt. 4.2. We delen vroegtijdig planinformatie met elkaar We bepalen gezamenlijk het te volgen tempo en werken nauw samen om elkaar te informeren over ontwikkelingen en planningen. Doel hiervan is om op het juiste moment te investeren daar waar het nodig is. 4.3. Gezamenlijk zoeken, afwegen en besluiten over locaties Liander en gemeente Amsterdam gaan nauwer samenwerken bij het zoeken naar geschikte locaties.
We ontwikkelen digitale hulpmiddelen om dit snel en effectief te kunnen doen. Daarnaast werken partijen in een vastomlijnd proces met heldere afwegingscriteria in een afwegingskader toe naar snelle, transparante besluitvorming. 4.4. Participatie bij en onderzoek naar een beter inpasbare vormgeving We streven gezamenlijk naar een inpassing waarbij de wensen van andere belanghebbenden zo goed mogelijk zijn meegenomen en afgewogen. Daarom worden belanghebbenden actief bij het vormgevingsproces betrokken en gaan partijen onderzoeken of er op de langere termijn beter inpasbaar vormgegeven MSR’s mogelijk zijn. 4.5. Duidelijkheid over waar en hoe te participeren We hebben een participatiestrategie ontwikkeld om helderheid te creëren naar de omgeving over op welke vlakken, wanneer en hoe kan worden geparticipeerd. Waar nodig vindt in goed overleg maatwerk plaats. 4.6. Organisatie en bemensing Er is een verstevigde organisatiestructuur nodig om de samenwerking en procesverbeteringen mogelijk te maken en daarmee deze omvangrijke opgave te realiseren. Dat vraagt om extra capaciteit bij zowel Liander als bij gemeente Amsterdam. Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 48
Infra Groot-Amsterdam Het samenwerkingsverband Infra Groot-Amsterdam wordt met de gemeente Amsterdam momenteel ingericht door Alliander, Waternet, PWN en ketenpartners. Op die manier versterken we de regionale samenwerking op de arbeidsmarkt. Het doel van Infra Groot-Amsterdam is instroom en behoud van technici zeker te stellen. Hierbij worden vanuit de pijlers kiezen, leren en werken, projecten ingericht voor instroom, opleiden en behoud van personeel. Hiervoor zijn vier programmalijnen gedefinieerd: ▪ ▪ ▪ ▪
kiezen voor de techniek: interesseren en oriënteren kiezen voor de techniek: oprichten en inrichten Infra Loket leren in de techniek: oprichten en inrichten Infra-academie Amsterdam werken in de techniek: in kaart brengen en faciliteren sectorale carrièrepaden.
Taskforce Congestie Amsterdam (TFCA) Verder blijven we werken vanuit de reeds opgerichte samenwerkingsvorm TaskForce Congestie Amsterdam (TFCA). Hierbinnen werken we al aan de uitdagingen die gelden voor het hoogspanningsnet vanuit gedeelde uitgangspunten, verwachtingen en gedeeld vertrouwen. De Taskforce kan de realisatiekracht en het tempo bieden die nodig zijn om lopende projecten voor MSR’s te versnellen. Ook ondersteunt de Taskforce bij het uitwerken en implementeren van de in dit Ontwikkelperspectief beschreven verbeterinitiatieven voor de uitbreiding en verzwaring van het distributienet.
Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 49