CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 11 april 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake de Uitbreidingsopgave Amsterdams elektriciteitsnet en het Ontwikkelperspectief Distributienet (VN2024-003379)16.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ONTWIKKELPERSPECTIEF

DISTRIBUTIENET AMSTERDAM

Opdrachtgever Kernteam Taskforce Congestie Amsterdam (TFCA), bestaande uit: Gemeente Amsterdam, Programma Elektriciteitsvoorzieningen Amsterdam, Liander Auteurs/redacteurs Gemeente Amsterdam: Nabil Tanouti Alliander: Aschwin Groep

Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 1

INHOUD 1 1.1 1.2 1.3 1.4 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 3

INLEIDING ACHTERGROND EN NOODZAAK DE DISTRIBUTIENETTEN DOEL VAN HET ONTWIKKELPERSPECTIEF DISTRIBUTIENET AMSTERDAM BETROKKEN ORGANISATIES DE OPGAVE VAN DE DISTRIBUTIENETTEN THEMASTUDIE ELEKTRICITEIT AMSTERDAM VERDIEPENDE STUDIE OP LAAGSPANNING IMPACT ELKE TWEE JAAR UPDATE TSA DE ONZEKERHEDEN EN AANNAMES OVER DE OPGAVE DE OPGAVE OP HET DISTRIBUTIENET DE RUIMTELIJKE UITDAGING DE ORGANISATORISCHE ONTWIKKELOPGAVE THEMATISCHE AANPAK

5 5 6 7 8 10 10 10 10 11 13 17 21 23

INLEIDING PROCES EN SAMENWERKING PROGRAMMEREN LOCATIEBEPALING VORMGEVING PARTICIPATIE

23 23 27 31 36 44

4 SAMENVATTING EN VERVOLG

48

4.1 PROGRAMMEREN VIA EEN BUURTGERICHTE AANPAK 4.2 WE DELEN VROEGTIJDIG PLANINFORMATIE MET ELKAAR 4.3 GEZAMENLIJK ZOEKEN, AFWEGEN EN BESLUITEN OVER LOCATIES 4.4 PARTICIPATIE BIJ EN ONDERZOEK NAAR EEN BETER INPASBARE VORMGEVING 4.5 DUIDELIJKHEID OVER WAAR EN HOE TE PARTICIPEREN 4.6. ORGANISATIE EN BEMENSING

48 48 48 48 48 48

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 2

BEGRIPPENLIJST Autoriteit Consument & Markt (ACM): De ACM laat markten goed werken voor mensen en bedrijven en vormt een onafhankelijke toezichthouder binnen de overheid. De ACM is belast met het toezicht op de mededinging, de telecommunicatie en het consumentenrecht. Bestaande stad: Bebouwing en structuren die zich al in het openbaar gebied bevinden. Distributienet: Het kabelnetwerk tussen onderstations en middenspanningsruimtes, de middenspanningsruimtes zelf en het kabelnetwerk tussen middenspanningsruimtes en laagspanningskasten en huisaansluitingen. Elektrisch midden: Een locatie waarin de gemiddelde afstand tot de vermogensvraag van de verschillende afnemers het laagst is, waarbij rekening wordt gehouden met de mate van belasting van het net. Elektromagnetisch Veld (EMV): Een veld rondom een elektrisch apparaat dat in bedrijf is. Energietransitie: De overgang van stroomopwekking uit fossiele brandstoffen, zoals gas, kernenergie en steenkolen, naar stroomopwekking uit volledig groene energiebronnen. Excessenregeling: Een regeling die van toepassing is op situaties waarbij er sprake is van een exces (ernstige overschrijding van welstandseisen). Gebiedslogica: Het ecosysteem van en de logische samenhang tussen functies, waarden en beperkingen die onderdeel zijn van de openbare buitenruimte.

Gebiedsontwikkeling: Een ruimtelijke ontwikkeling van een gebied die zowel de bestaande openbare ruimte als bouwkavels kan omvatten, maar in één overkoepelend plan wordt ontwikkeld. In Amsterdam is dat op basis van de Integrale Ontwerpmethode Openbare Ruimte (IOOR). Hoogspanningsnet: Het landelijke netwerk van transportkabels waarmee elektriciteit vanaf energiecentrales tot en met onderstations wordt verzorgd (50 kV en meer). Dit is in beheer bij zowel TenneT als Liander. Laagspanningsnet: De netwerkdelen vanaf middenspanningsruimtes tot en met huisaansluitingen (400V of anders gesteld 3 fase 230V). Laagharmonische Trilling (LHT): De bromtoon die vanuit een MSR hoorbaar is en voelbaar bij een inpandige ruimte. LS- en MS-kabels: De ondergrondse kabels die de elektriciteit geleiden tussen onderstations en middenspanningsruimtes (MS-kabels) en tussen middenspanningsruimtes en laagspanningskasten en huisaansluitingen (LS-kabels). Medegebruik: Het door meerdere netbeheerders gebruiken van fysieke structuren (zoals gebouwen en mantelbuizen) om de last op de openbare ruimte te verminderen. Middenspanningsnet: Het distributienetwerk vanaf het onderstation tot en met de middenspanningsruimtes waar het laagspanningsnet op aansluit (10 kV en 20 kV).

Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 3

Middenspanningsroutes: De routes, tracés en zones waar het middenspanningsnet tussen de onderstations en de MSRs in ligt. Middenspanningsruimte (MSR): Een transformatorstation dat de elektriciteit uit middenspanningskabels (10kV/20kV) omzet naar voeding voor het laagspanningsnet (400V), ook wel Algemeen ’Voedingpunt (AVP), transformatorhuisje of elektriciteitshuisje genoemd. Netcode: Voorschriften voor netbeheerders en netgebruikers op drie gebieden: het functioneren van de netten, het aansluiten van klanten op de netten en het transporteren van elektriciteit over de netten. Netcongestie: Het gebrek aan ruimte op het elektriciteitsnet om elektriciteit te transporteren met acceptabele risico’s. Nutsbedrijven of -partijen: ‘Organisaties van openbaar nut’: organisaties die producten en diensten leveren die van algemeen belang zijn, zoals leveranciers van gas, elektriciteit en water. Ondergrondse congestie: Het gebrek aan ruimte om alle benodigde kabels en leidingen in de ondergrond op een veilige en samenhangende wijze een plaats te geven. Ontmazingsopgave: Opknippen van het laagspanningsnet. Het laagspanningsnet is op dit moment een sterk verweven net, waardoor bij storing een groot deel van het net wordt geraakt. Door het distributienet op te knippen in kleinere op zichzelf staande delen, wordt voorkomen dat dit gebeurt.

Dit draagt bij aan de betrouwbaarheid van de elektriciteitsvoorziening. Ruimtelijke congestie: Het gebrek aan (openbare, inpandige) oppervlakte (ruimte) in een gebied om alle gewenste functies kwalitatief in te passen, in dit geval de Middenspanningsruimtes (MSR’s). Ruimtelijke kwaliteit: Het geheel aan waarden, kwaliteiten en functies dat inhoud en vormgeeft aan de openbare buitenruimte. Verrommeling van de openbare ruimte: het plaatsen van onnodige objecten in de openbare ruimte en het toepassen van te veel verschillende soorten materiaalgebruik. Voedingsgebied: Het gebied dat door een netbeheerder wordt voorzien van stroom Warmtetransitie: De overgang van het gebruik van aardgas naar duurzame alternatieven voor koken, het verwarmen van woningen en kraanwater. Welstandsnota: Nota waarin de gemeenteraad criteria vastlegt welke welstandseisen van toepassing zijn op een bepaald gebied. Werk met werk maken: Werk met werk maken houdt in dat de gemeente zo veel mogelijk wil proberen om werkzaamheden van verschillende nutspartijen tegelijkertijd te laten plaatsvinden, zodat de straat niet onnodig vaak open ligt. Zoekcirkel: Een cirkel met een door technische eisen bepaalde omvang, waarbinnen een te vestigen MSR geplaatst moet worden om te voldoen aan de opgave.

Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 4

1 INLEIDING 1.1.

ACHTERGROND EN NOODZAAK

1.1.1

Veranderend energielandschap

Het energielandschap van Nederland verandert. Verschillende ontwikkelingen zorgen voor extra druk op het elektriciteitsnet. Dit is ook merkbaar in Amsterdam. Hier neemt de elektriciteitsvraag toe door een groeiend inwonersaantal, nieuwe bedrijven en door verduurzaming. In plaats van aardgas gebruiken we bovendien steeds vaker elektriciteit om mee te verwarmen en rijden auto’s steeds vaker op stroom. Verder zorgen digitalisering en datacenters voor een toenemende energievraag. Een betrouwbaar energiesysteem is een randvoorwaarde voor nagenoeg alle andere ontwikkelingen, zoals bedrijfsuitbreidingen, woningbouw, realisatie van stedelijke voorzieningen en duurzame ambities als emissieloos vervoer. 1.1.2

Drie tot vier keer meer vraag naar elektriciteit

De vraag naar elektrisch vermogen in 2050 zal drie tot vier keer groter zijn dan nu. Dit blijkt uit onderzoek dat netbeheerder TenneT,1 en de gemeente Amsterdam gezamenlijk hebben uitgevoerd. Het huidige net is niet berekend op deze explosieve toename. Het distributienet moet worden verzwaard en er moeten nieuwe elektriciteitshuisjes ofwel MSR’s komen. Gezamenlijk wordt dit ook wel het distributienet genoemd. Het is het stroomnet op straat- en wijkniveau. Ook op het niveau van hoogspanning is een uitbreiding nodig, onder andere in de vorm van extra onderstations. Hieraan werkt een ander team op basis van het ‘Ontwikkelkader Onderstations’. 1.1.3

Twee keer meer bovengrondse infrastructuur nodig

In 2050 zijn er ongeveer twee keer zo veel MSR’s nodig om aan de elektriciteitsvraag te voldoen. Om die met elkaar te verbinden, wordt het distributienet 20 procent groter. Samengevat houdt dit het volgende in: ▪ ▪

het aantal MSR’s groeit van 2.300 naar circa 4.900; het kabelnetwerk moet worden verzwaard: er is onder andere 900 tot 1600 kilometer extra nodig.

Als er geen actie wordt ondernomen, kan het aantal overbelaste MSR’s de komende jaren flink oplopen, tot wel 60 procent in 2030. Onder de grond is er sprake van ruimtelijke congestie. De benodigde kabels concurreren op ruimte met bijvoorbeeld warmtenetten, gescheiden riolen en diep wortelende bomen. Dit speelt met name in de bestaande wijken van de gemeente Amsterdam.

1

Themastudies Elektriciteit Amsterdam.

Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 5

1.1.4

Eén keer slim organiseren – Het ontwikkelperspectief en de Taskforce Congestie Amsterdam

Alleen door intensief samen te werken in de strategische ruimtelijke planvorming kan de benodigde infrastructuur tijdig worden gerealiseerd. Dit doen Liander en de gemeente Amsterdam onder de noemer Taskforce Congestie Amsterdam (TFCA). De TFCA heeft opdracht gegeven voor het Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam. Hierin zetten de gemeente en Liander verdere stappen voor een gezamenlijke, slimme aanpak om het distributienet versneld te verzwaren en uit te breiden. Een toelichting op de doelen van het Ontwikkelperspectief Distributienetten volgt in paragraaf 1.3. In hoofdstuk 2 wordt de gezamenlijke opgave toegelicht en vastgelegd. In hoofdstuk 3 komt aan de orde vanuit welke kaders er nu aan de opgave wordt gewerkt, en wat daarin moet veranderen om de opgave haalbaar te maken. In hoofdstuk 4, tot slot, lichten we toe hoe Liander en de gemeente een vervolg geven aan de samenwerking op het distributienet.

1.2.

DE DISTRIBUTIENETTEN

Het energienet bestaat uit verschillende onderdelen die er samen voor zorgen dat er stroom uit het stopcontact komt. Vanaf plekken waar elektriciteit wordt opgewekt, wordt energie via het hoogspanningsnet (HS), ook wel transportnet, naar onderstations verdeeld. Onderstations zijn vaak grote installaties die stroom vanuit het landelijke hoofdnet van TenneT geschikt maken voor de verdeling in de stad. Het distributienet verdeelt de energie vervolgens verder. Dit gebeurt via het middenspanningsnet met een spanning van 10 of 20 kilovolt (kV), waarna de elektriciteit via een MSR gekoppeld wordt aan het laagspanningsnet van ongeveer 400 volt in de wijk (zie Figuur 1).

Figuur 1. Een versimpelde versie van het elektriciteitsnetwerk, waarbij het distributienet het netwerk is tussen het onderstation (OS) en de aansluitingen.

Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 6

Dit Ontwikkelperspectief gaat over de uitbreiding van het distributienet. Onder het distributienet vallen de middenspanningsroutes MSR’s en laagspanningskabels. Voor de opgave van het hoogspanningsnet is eerder dit jaar het Ontwikkelingskader Energievoorziening Amsterdam 2035 opgesteld.

1.3.

Doel van het Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam

De gemeente Amsterdam en Liander werken samen aan een tijdige en ruimtelijk inpasbare uitbreiding van het distributienet om ook in de toekomst aan de elektriciteitsvraag te kunnen voldoen. Beide partijen doen dit vanuit hun eigen rollen en verantwoordelijkheden. Een goede samenwerking is noodzakelijk om deze gezamenlijke doelen te bereiken en (wettelijke) taken uit te kunnen voeren. Het doel van het Ontwikkelperspectief Distributienet is dat de gemeente Amsterdam en Liander hun gezamenlijk belang in de verzwaring en uitbreiding van het distributienet onderkennen én vastleggen. Dit gebeurt op verschillende thema’s die relevant zijn voor kabels en MSR’s. Het is niet alleen een kwestie van het inpassen van de infrastructuur, maar ook het integreren en versnellen van werkzaamheden binnen de twee partijen. Om dit doel te halen, hebben we subdoelen geformuleerd, die we hierna toelichten: 1. het vastleggen van de gezamenlijke opgave voor het distributienet; 2. het formuleren van strategische randvoorwaarden op het gebied van beleid, middelen en organisatie; 3. het formuleren van verbetervoorstellen voor de toekomstige samenwerking tussen en binnen de organisaties Amsterdam en Liander. 1.3.1. Het vastleggen van de opgave Het is moeilijk om de precieze toename te voorspellen van de vermogensvraag en de daarvoor benodigde infrastructuur.

De vermogensvraag is sterk afhankelijk van gemeentelijk beleid en individuele keuzes van bewoners en bedrijven voor bijvoorbeeld warmteoplossingen. De ambities van de gemeente voor woningbouw, verduurzaming en uitstootvrije mobiliteit hebben een grote impact op het distributienet. Tegelijkertijd heeft Liander als netbeheerder, naast het verzwaren van het net door vermogensgroei, ook andere opgaven voor het distributienet om de veiligheid en betrouwbaarheid van het net te borgen. Voorbeelden hiervan zijn de ontmazings- en vervangingsopgave. Deze opgaven lichten we toe in paragraaf 2.1.3. Het is duidelijk dat er veel onvoorspelbare factoren zijn, dat de omvang van de opgave groot is en dat de tijdlijnen relatief kort zijn. Om hier grip op te houden en om te kunnen sturen, is het van belang om gezamenlijk een raming van de opgave vast te leggen. Het resultaat is een overzicht van het aantal benodigde MSR’s en kilometers kabel per stadsdeel voor verschillende scenario’s en tijdspannen, én een verzameling van kaarten met een raming van de opgave per gebied.

Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 7

1.3.2. Het formuleren van strategische randvoorwaarden op het gebied van beleid, middelen en organisatie In hoofdstuk 3 leggen we strategische randvoorwaarden vast voor een aantal thema’s. Dit zijn primaire keuzes en voorwaarden om de gestelde doelen te halen, en ze vormen de basis voor nadere afspraken. Ook kijken we naar welke organisatie en middelen er nodig worden geacht om de opgave voor het distributienet te realiseren. Gezien de omvang van deze opgave en het tempo waarin deze gerealiseerd moet worden, vindt zowel de gemeente als de netbeheerder het noodzakelijk om bestaande processen te verbeteren of te herijken. Beide partijen kiezen voor een pragmatische benadering van de opgave. Zo ontstaat in dit Ontwikkelperspectief een verzameling van strategische randvoorwaarden en voor specifieke thema’s een doorvertaling hiervan naar concrete werkafspraken. 1.3.3. Het formuleren van verbetervoorstellen voor de toekomstige samenwerking tussen en binnen de organisaties Amsterdam en Liander De impact van het uitbreiden van het distributienet op de stad is groot en raakt aan verschillende onderwerpen die van belang zijn voor de stad. De gemeente Amsterdam en Liander zijn stuurloos zonder helderheid over de opgave, duidelijke doelstellingen en randvoorwaarden voor de samenwerking.

Om onze inspanningen te kanaliseren en een handelingsperspectief te bieden, hebben we gekozen voor een thematische aanpak met een focus op de thema’s programmeren, locatiebepaling, vormgeving en participatie. Voor elk van de thema’s formuleren we doelstellingen waarvoor Liander en de gemeente samen acties uitzetten. Dit gebeurt in de vorm van concrete verbetervoorstellen. Deze voorstellen worden in 2023 en 2024 verder uitgewerkt en geformaliseerd.

1.4.

BETROKKEN ORGANISATIES

Het Ontwikkelperspectief Distributienetten is een product van de Taskforce Congestie Amsterdam (TFCA). De gemeente Amsterdam en Liander hebben hier gezamenlijk in opgetrokken. Netbeheerder TenneT heeft geen directe betrokkenheid bij het distributienet, maar heeft wel geadviseerd via het kernteamoverleg van de TFCA. De Port of Amsterdam is inhoudelijk betrokken geweest bij het vastleggen van de opgave. 1.4.1. Gemeente Amsterdam De gemeente Amsterdam is een grote organisatie die bestaat uit meerdere stadsdelen, directies en besturen, elk met eigen verantwoordelijkheden en mandatering. Tussen de stadsdelen en directies worden meerdere belangen afgewogen. Die belangenafweging kost tijd, maar is een van de kerntaken van de gemeente. De gemeente Amsterdam is wegbeheerder en eigenaar van de grond en infrastructuur in de openbare ruimte, zowel bovengronds als ondergronds. Vanuit deze rol stelt zij eisen aan wat er in de openbare ruimte mag. Daarnaast heeft de gemeente een regierol in de diverse gebiedsontwikkelingsprojecten in de stad. Ze stelt daarvoor gebiedsvisies op, maakt stedenbouwkundige plannen en zorgt voor de herinrichting van de openbare ruimte. De gemeente heeft veel grondposities binnen de gemeentegrenzen en geeft een deel van de grond (onder voorwaarden) in erfpacht uit. Verder heeft de gemeente de bevoegdheid om Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 8

bestemmingsplannen te wijzigen. De omgevingsvisie Amsterdam 2050 vormt daarbij de leidraad voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De gemeente is verantwoordelijk voor de ruimtelijke afweging voor de inpassing van objecten van derden. Dit wordt vastgelegd in het WIOR-proces (Werken In de Openbare Ruimte) of een ander instrument dat relevant is voor de gebiedsontwikkeling en de bestaande stad. De aard en omvang van een gebied – bestaand, herontwikkeling of gebiedsuitbreiding – bepaalt welk besluitvormingsproces gevolgd moet worden. 1.4.2. Liander Liander is de netbeheerder die verantwoordelijk is voor het leveren van elektriciteit en gas aan burgers en bedrijven via het laag- en middenspanningsnet van Amsterdam. Veiligheid staat daarbij voorop. Liander levert stroom en beheert het netwerk tegen de laagste maatschappelijke kosten. Liander is een gereguleerd netwerkbedrijf dat volledig overheidseigendom is, en kent diverse bedrijfsonderdelen waarbij de volgende een direct verband hebben met de opgave op het laagspannings- en middenspanningsnet (LS/MS): ▪

▪

▪ ▪

▪

Asset Product Management (APM): Deze afdeling is verantwoordelijk voor het in stand houden van de energienetten en het beheren van de bijbehorende netrisico’s. Andere taken zijn het beheren en optimaliseren van klantproducten, het ontwikkelen en beheren van de bouwstenen en het verstrekken, optimaliseren, prioriteren en beheersen van alle uit te voeren werkpakketten. Klant en ontwerp (K&O): Dit bedrijfsonderdeel maakt samen met klanten en belanghebbenden tijdig integrale plannen voor een toekomstbestendig en integraal energiesysteem. Een systeem dat betaalbaar en tijdig realiseerbaar is, en voor iedereen voldoende capaciteit realiseert. Hieronder valt onder meer de afdeling Ruimtelijke Inpassing die samen met gemeenten locaties zoekt voor de MSR’s. De realisatieketen Grootverbruik Realisaties en Netten (GV R&N): Deze afdeling heeft als taak de uitvoeringsontwerpen en de aanpassingen van het LS- en MS-net te realiseren. Grond en Recht (G&R) binnen GV R&N: Het bedrijfsonderdeel dat de grondverwerving en/of overeenkomsten met grondeigenaren regelt om de benodigde ruimteclaim duurzaam te verankeren. De realisatieketen Kleinverbruik (KV): Deze afdeling zorgt voor eventuele aanpassingen aan aansluitingen op het LS-net.

Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 9

2. DE OPGAVE VAN DE DISTRIBUTIENETTEN Voor een goede samenwerking is van belang dat de gemeente Amsterdam, Liander en Port of Amsterdam samen een raming van de opgave vastleggen. In dit hoofdstuk bespreken we de opgave voor het distributienet in Amsterdam (MSR’s, middenspannings- en laagspanningskabels). Verder wordt de impact van ontwikkelingen op deze opgave toegelicht. De opgave voor de distributienetten is gebaseerd op drie onderzoeken: de Themastudie Elektriciteit Amsterdam 1.0 en 2.0, en een verdiepend vervolgonderzoek uitgevoerd door Liander. Deze drie onderzoeken lichten we hieronder toe.

2.1.

THEMASTUDIE ELEKTRICITEIT AMSTERDAM

Deze themastudie bestaat uit de volgende twee deelstudies. 2.1.1. Themastudie 1.0 De Themastudie Elektriciteit Amsterdam (TSA 1.0) is in 2019 opgeleverd. Aan de hand van scenario’s is de impact op het elektriciteitsnet tot 2050 ingeschat. Deze inschatting is gebaseerd op de groei van de stad, de energietransitie, de vestiging van datacenters en andere onafhankelijke ontwikkelingen. Na de totstandkoming van de TSA 1.0 heeft de gemeente nieuw beleid vastgesteld, zoals de Regionale Energie Strategie, de Transitievisie Warmte en het Vestigingsbeleid Datacenters. 2.1.2. Themastudie 2.0 Dit nieuwe beleid heeft impact op de elektriciteitsvraag; daarom is in 2021 een nieuwe Themastudie (de TSA 2.0) uitgevoerd. Hierin heeft Liander de nieuwe gemeentelijke beleidsdoelstellingen doorgerekend in het ‘Amsterdam Ambitie’-scenario. Daarnaast heeft Liander aanvullende analyses gedaan voor onder andere airco’s en elektrisch koken in de horeca. Ook is onderzocht wat de impact kan zijn van de toepassing van waterstof in de gebouwde omgeving, industrie en mobiliteit. Verder is in de TSA 2.0 de impact op het middenspanningsnet berekend. Uit dit onderzoek bleek dat zonder verzwaring 25-60 procent van de MSR’s in 2030 overbelast raakt.

2.2.

VERDIEPENDE STUDIE OP LAAGSPANNING IMPACT

De TSA 2.0 geeft een goed beeld van de opgave op onderstations en een vrij grove raming van de opgave op middenspanningsniveau. Daarnaast ligt er ook een grote opgave op het laagspanningsnet. Met name de aardgasvrijambitie voor 2040 zorgt voor een stijgende vraag naar elektriciteitsnetten in de wijk. Daarbij komt ook de groei van elektrisch vervoer en zonnepanelen op het dak bij kleinverbruikaansluitingen. Daarom is er ook een verdiepend onderzoek gedaan naar de impact van de groeiende vraag van de bestaande kleinverbruikklanten op de bestaande elektriciteitsinfrastructuur. Het doel van dit onderzoek was om de consequenties van deze ambities en ontwikkelingen in kaart te brengen.

2.3.

ELKE TWEE JAAR UPDATE TSA

Door de uitkomsten van de drie analyses te combineren, ontstaat er een beter beeld van de opgave op de distributienetten in Amsterdam. Het blijft echter een grove raming met de nodige Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 10

onzekerheden. Maar in de loop van de jaren wordt deze raming steeds nauwkeuriger door aanvullende analyses, en meer concreetheid en zekerheid in de plannen. De gemeente Amsterdam en Liander hebben daarom afgesproken om elke twee jaar de TSA van een update te voorzien.

2.4.

DE ONZEKERHEDEN EN AANNAMES OVER DE OPGAVE

Het ontwikkelperspectief is gebaseerd op de huidige inzichten over de opgave omtrent de benodigde uitbreiding en verzwaring van het Amsterdamse distributienet en de voorgenomen verbeterinitiatieven om die opgave te realiseren. Verschillende factoren bepalen hoe de opgave eruitziet. Sommige daarvan laten zich lastig voorspellen. Denk aan autonome groei (elektrificatie), het aantal woningen dat daadwerkelijk gebouwd gaat worden, op welke manier zij worden verwarmd, en bijvoorbeeld hoe snel mensen overstappen op elektrisch rijden. Ook ontwikkelingen binnen Liander kunnen invloed hebben op de opgave. Grip houden op de opgave betekent ook voortschrijdend inzicht in de ontwikkelingen die in dit hoofdstuk beschreven staan. 2.4.1. De woningbouw en warmteopgave van de stad In de TSA 2.0 zijn meerdere scenario’s doorgerekend, waaronder: ▪ ▪

een laag, midden en hoog scenario; het Amsterdam Ambitie-scenario, waarin de impact van de beleidsdoelstellingen is bepaald.

Uit die doorberekening blijken de marges waarbinnen de toekomstige netimpact onzeker is.

Figuur 2. Scenario’s in TSA 2.0 Figuur 2 geeft een beeld van de onzekerheid rondom de woningbouwopgave en de toe te passen warmtesystemen. Het is belangrijk om te bepalen waar, in welke mate en met welk warmtesysteem Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 11

de ontwikkelingen plaatsvinden. Die ontwikkelingen bepalen namelijk hoe we kunnen voldoen aan de vermogensvraag in de wijken en wat dat betekent voor het elektriciteitsnetwerk. Voor deze berekening in de TSA zijn de woningbouwplannen van de gemeente Amsterdam, Plabeka en het Amsterdamse bronnenboek gebruikt. Uit het bovenstaande blijkt dat de bandbreedte in deze warmteopgave aanzienlijk is en daarmee ook de opgave voor het elektriciteitsnetwerk. 2.4.2. De opgave voor elektrificatie van de mobiliteitssector Een andere onzekere factor is de toekomstige mate van elektrificatie in de mobiliteitssector. Amsterdam wil een bereikbare en schone stad zijn. Dit wil zij doen door in te zetten op hoogwaardig openbaar vervoer en een uitstootvrije stad in 2030. Deze ambities beïnvloeden elkaar; bijvoorbeeld hoeveel auto’s er toegelaten worden in de stad (autoluw) en op welke plek daarvoor voorzieningen moeten komen. Veel vervoersmiddelen (behalve trams en treinen) rijden nu nog op fossiele brandstoffen. Maar in 2030 moeten ze aangedreven worden met elektriciteit. Daarvoor zijn veel laadvoorzieningen nodig. De gemeente heeft laten onderzoeken hoeveel van die laadvoorzieningen er tot 2050 bij moeten komen in de stad en waar en wanneer die nodig zijn. Dat onderzoek was nodig om de impact op het net in kaart te brengen.

De aannames in de verschillende scenario’s variëren van 13 procent elektrische auto’s in 2030 (laag scenario) tot 100 procent in 2030 (ambitiescenario). Vergelijkbare marges bestaan ook voor railverkeer, snelladers, bussen en watervervoer. Raadpleeg voor meer details over de aannames de TSA 2.0. 2.4.3. Overige opgaves voor Liander Naast een werkpakket door vermogensgroei staan hieronder ook andere aanleidingen voor Liander om aan de distributienetten te werken: Werkzaamheden door klantaanvragen In de eerdergenoemde analyses wordt een inschatting gemaakt over hoeveel kabels en ruimtes er nodig zijn vanwege vermogensgroei. Er zijn echter ook nog andere typen werkzaamheden die Liander moet uitvoeren door individuele klantaanvragen. Denk aan het aansluiten van een klant op een middenspanningskabel, die nu nog op laagspanning is aangesloten. Deze werkzaamheden laten zich moeilijker voorspellen dan grootschaligere netuitbreidingen. Het veilig maken en houden van het net met thema’s zoals aanraakveiligheid Op aanwijzing van ACM moet het laagspanningsnet eind 2028 aanraakveilig zijn. Het ontmazen van het bestaande elektrische systeem De doelstelling is het MS-netwerk niet alleen aan te passen, maar tegelijkertijd ook geleidelijk te ontmazen. Dat vergroot de veiligheid, capaciteit en beheersbaarheid van het net.

Per buurt wordt hiernaar gekeken als onderdeel van de capaciteitsuitbreiding. Aanpak medegebruikruimtes In de stad maakt Liander op diverse locaties mede gebruik van klantinstallaties om delen van de stad van elektriciteit te voorzien. Als een klant een dergelijk medegebruik wil opheffen, dan ontstaat er Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 12

een opgave om een nieuwe locatie te vinden voor een MSR. Deze opgave wordt uitsluitend meegenomen wanneer een eigenaar van de locatie daarom vraagt. Het in stand houden van het bestaande elektrische systeem Onder het in stand houden van bestaande elektrische systemen vallen bijvoorbeeld beheersactiviteiten, onderhoud en revitalisatie, maar ook het vervangen van bepaalde ondergrondse kabels en leidingen. Verouderde installaties moeten vervangen worden door nieuwe, die mogelijk groter zijn. Ook worden de netten steeds slimmer gemaakt met digitale meet- en regelapparatuur. Op strategische locaties in het net vervangt Liander bestaande ruimtes door ruimtes met digitale meeten regelapparatuur, de zogenoemde intelligente ruimtes. 2.4.4. Uitdagingen bij de realisatie van de opgave Niet alleen het maatschappelijk belang en de kosten maken deze de opgave moeilijk te realiseren. Ook zijn er nog een aantal hiermee samenhangende opgaves die effect hebben op de uitvoerbaarheid, prioritering, planning en haalbaarheid. Deze uitdagingen raken zowel de stadsontwikkeling als het elektrische systeem. Daarom moeten we deze uitdagingen gezamenlijk oppakken. Het gaat om: Integraal werken: de overige ruimtelijke opgaves in de stad Bijvoorbeeld grondwerkzaamheden van gemeente en andere nutsbedrijven maken reconstructies nodig.

Het gaat hierbij vooral om haalbaarheidsafwegingen en planningsconsequenties. Maar op locaties misschien ook bij wat het eerst nodig is. Beschikbare ruimte en kwalitatief goede inpassing in het straatbeeld Denk bijvoorbeeld aan de juiste wijze van locatiebepaling, vormgeving en inpassing van de vele ruimtes die geplaatst moeten worden. Maar ook de bulkleverantie van zo veel mogelijk uniforme MSR-ruimtes speelt bij deze opgave een belangrijke rol. Daarbij gaat het om kosten, beheerimpact, inkoopbaarheid, levertermijnen en planningsconsequentie ten gevolge van de ontwerpbehoefte. Zo is locatiebepaling voor MSR’s in de stad ingewikkeld, omdat de beschikbare ruimte boven- en ondergronds beperkt is. Om dit op te lossen is in het verleden speciaal voor Amsterdam ‘de peperbus’ ontworpen. Maar de afmetingen van deze oude transformatorzuil voldoen niet meer aan de technische eisen van Liander. Andere uitvoeringen van de MSR liggen vaak niet in lijn met de Amsterdamse norm voor ruimtelijke kwaliteit. Participatie De mate waarin participatie gevraagd wordt en gewenst is én de gevolgen van de nieuwe omgevingswet.

2.5.

DE OPGAVE OP HET DISTRIBUTIENET

Uit de verschillende scenario’s blijkt dat in 2050 de belasting (de vermogensvraag ten opzichte van de distributievraag) 3 tot 4.5 keer zo hoog is als de belasting in 2022. De belangrijkste factor voor de behoefte aan netcapaciteit is de vraag naar elektrisch vermogen en niet het aanbod (bijvoorbeeld door zon en/of wind). In het ‘Amsterdam Ambitie’-scenario hebben datacenters (19 procent), Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 13

nieuwbouw (16 procent) en mobiliteit (12 procent) de meeste impact in 2050. Datacenters hebben echter geen effect op de distributienetten, omdat deze op hogere netvlakken worden aangesloten. Het onderzoek resulteert in een beeld van waar en wanneer welke maatregelen nodig zijn om een toekomstbestendige elektriciteitsvoorziening te realiseren. Als we niets doen, is 25 tot 60 procent van de MSR’s in 2030 overbelast. 2.5.1. Bovengrondse opgave: MSR’s Voor een betrouwbaar energiesysteem moeten het ondergrondse kabelnetwerk en de bijbehorende (bovengrondse) MSR’s opgewassen zijn tegen de vermogensvraag aan elektriciteit per wijk en buurt. We lichten de hoeveelheid benodigde MSR’s in Amsterdam toe per stadsdeel2. Hierbij gelden de volgende kanttekeningen. De opgave is een schatting De opgave is een schatting vanwege de grote mate van onzekerheid over toekomstige ontwikkelingen. Onderscheid aantal MSR’s in bestaande en nieuwe stad Het aantal MSR’s dat nodig is, verschilt voor de bestaande en nieuwe stad. Zo worden MSR’s in de nieuwe stad vaak in een pand geplaatst. Daardoor hebben ze minder impact op de openbare ruimte. In de bestaande stad is dat meestal lastiger en komen de MSR’s dus vaak buiten te staan. Daardoor is de impact op de openbare ruimte groter. Binnen de bestaande analysemethodes kunnen we het onderscheid tussen bestaande en nieuwe stad alleen procentueel inschatten.

Gemiddelde van 630KVA per MSR gebruikt bij berekening Om het aantal benodigde MSR’s voor de vermogensvraag te berekenen, is gebruikgemaakt van een gemiddelde van 630KVA per MSR. Wordt er gekozen voor een grotere MSR (1000kVA), dan zal het aantal benodigde MSR’s lager uitvallen. En in het geval van een kleinere MSR is het aantal hoger. Toekomstvast net maximaal 80 procent belast Als we een berekening per buurt maken, gaan we uit van een maximale belasting van 80 procent voor een toekomstvast net. Hierdoor kan het aantal benodigde MSR’s in buurten met weinig restruimte in de praktijk hoger uitvallen.

2

Met uitzondering van Weesp. De opgave in het Ontwikkelperspectief is gebaseerd op de Themastudie Elektriciteitsinfrastructuur Amsterdam (TSA). Toen dat onderzoek is uitgevoerd, was Weesp nog geen onderdeel van de gemeente Amsterdam. In de TSA 3.0 worden de aantallen voor Weesp bekend.

Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 14

Grote bandbreedte havengebied De bandbreedte in het havengebied is groot. Dat komt doordat het onzeker is hoeveel nieuwbouw er in het gebied komt. Opgave aantal MSR’s verdubbelt ongeveer Tabel 1 en Tabel 2 en geven per stadsdeel de schatting van het aantal benodigde MSR’s weer voor het einddoel van 2050. Tabel 1. Raming van aantal benodigde MSR’s in hoog scenario 2030

2040

2050

Nieuwe stad

Bestaande Nieuwe stad stad

Bestaande Nieuwe stad stad

Bestaande stad

Centrum

5

62

16

124

17

127

Westpoort

9

89

44

102

109

123

Nieuw-West

80

133

166

209

204

219

Noord

110

86

230

120

265

127

Oost

132

73

291

142

340

149

West

32

63

68

139

72

142

Zuid

51

94

67

178

102

186

Zuidoost

135

74

287

129

297

133

Eindtotaal

554

674

1169

1143

1406

1206

Stadsdeel

1.228

2.312

2.612

Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 15

Tabel 2. Raming van aantal benodigde MSR’s in laag scenario 2030

2040

2050

Nieuwe stad

Bestaande Nieuwe stad stad

Bestaande Nieuwe stad stad

Bestaande stad

Centrum

5

15

6

25

6

25

Westpoort

4

22

5

26

5

26

Nieuw-West

63

43

111

86

112

89

Noord

105

32

140

41

143

43

Oost

73

18

125

45

125

48

West

15

9

24

41

24

44

Zuid

48

24

59

61

71

66

Zuidoost

67

17

117

33

117

35

Eindtotaal

380

180

587

358

603

376

Stadsdeel

561

945

979

2.5.2. Ondergrondse opgave: LS- en MS-kabels De hoeveelheid data die beschikbaar is over de ondergrondse opgave is beperkt en vele ontwerpkeuzes kunnen deze opgave groter of kleiner maken. Op basis van analyses zijn inschattingen gemaakt die per stadsdeel de opgave in beeld brengen (zie Tabel 3). Disclaimer bij deze analyse is wel dat het om zeer grove schattingen en dus ook uitkomsten gaat. Er is verder ontwerp per buurt nodig is om tot preciezere resultaten te komen. MS-kabels Voor het MS-net hebben we de benodigde uitbreiding van de hoofdstructuur ingeschat. Uitgangspunt hierbij is de vermogensgroei die bepaald is in TSA 2.0. Hierbij hebben we gekeken naar delen van het voedingsgebied van een onderstation. We hebben het aantal MS-kabeltracés dat door een gebied moet lopen, ingeschat en ook de lengte van een tracé. Op die manier is per gebied een totale lengte ingeschat voor de nieuw te leggen MS-hoofdstructuur. Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 16

LS-kabels Voor het LS-net is, als vervolg op de TSA 2.0, op buurtniveau de verwachte vermogensgroei geanalyseerd. Op basis van deze analyse hebben we het aantal extra te plaatsen MSR’s en bijbehorende extra LS-kabels bepaald. De rekenmethode voor het bepalen van de lengte van de nieuw te leggen LS-kabels is eenvoudig en heeft daardoor een grote onzekerheidsmarge. Voor een realistische inschatting moet een netontwerp gemaakt worden. Dat gebeurt in het voortraject naar uitvoering. Tabel 3. Indicatie benodigde aanpassingen kabels 2050 (km)* Stadsdeel Centrum Westpoort Nieuw-West Noord Oost West Zuid Zuidoost Eindtotaal

MS-kabels 30-40 km 10-40 km 40-100 km 40-100 km 50-90 km 40-60 km 30-60 km 30-80 km 270-570 km

LS-kabels 90-120 km 5-15 km 90 – 120 km 100 – 130 km 110 – 140 km 80-110 km 70-90 km 90-120 km 635-845km

*DISCLAIMER: Het gaat hier om een inschatting op basis van zeer grove analyses met beperkte datakwaliteit.

2.6.

DE RUIMTELIJKE UITDAGING

De opgave is niet gelijk voor elk stadsdeel. In deze paragraaf leest u wat er per stadsdeel en -gebied nodig is om aan de groeiende energiebehoefte te kunnen voldoen. Daarna leggen we uit hoe het komt dat die vraag naar energie toeneemt. Voor de ramingen is het hoog scenario het uitgangspunt. 2.6.1. Stadsdeel Noord Tot 2050 zijn er in Noord ongeveer 400 MSR’s extra nodig, waarvan circa 130 in de bestaande stad. Het middenspanningsnet wordt met 40 tot 100 km uitgebreid, en het laagspanningsnet met 100 tot 130 km. De situatie nu Stadsdeel Noord is een overwegend luw en groen stadsdeel, dat bestaat uit buurten en tuindorpen met een eigen karakter. De dijken, polders en het Noordhollandsch Kanaal geven Noord een uitgesproken landschappelijk karakter. Maar met de ontwikkeling van de IJ-oevers komen er langs het water steeds meer woningen en bedrijven. Ook worden er steeds meer verbindingen met de overige stadsdelen aangelegd. Toekomstige projecten Grote projecten aan het IJ zijn het Hamerkwartier, Overhoeks, Buiksloterham en NDSM. Ook het Cornelis Douwes-terrein wordt vanaf 2027 omgevormd tot stedelijk gebied en maakt straks deel uit Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 17

van een nieuwe ‘stad in de stad’: Havenstad-Noord. Daarnaast gaan in de Buikslotermeer de projecten Buikslotermeerplein, Centrumgebied Noord en Elzenhage door, net als de vernieuwing van Banne Buiksloot. Gevolg: groeiende elektriciteitsvraag Stadsdeel Noord heeft in de toekomst twee keer zoveel inwoners, een fors aantal nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Dit alles samen met de energietransitie leidt tot een sterk groeiende elektriciteitsvraag in Amsterdam-Noord. 2.6.2. Stadsdeel Zuidoost Tot 2050 zijn er in Zuidoost ongeveer 430 extra MSR’s nodig. Het middenspanningsnet wordt met 30 tot 80 km uitgebreid, en het laagspanningsnet met 90 tot 120 km. Toekomstige projecten In het stadsdeel Zuidoost vinden een aantal grote stedelijke vernieuwingen en omvormingen plaats. De transformatie en verdichting van de ArenAPoort en Amstel III (en de Nieuwe Kern in de buurgemeente Ouder-Amstel) aan de westzijde van de spoorlijn Amsterdam-Utrecht. In het westelijk deel, de bedrijvenstrook van Amstel III, breiden een aantal bestaande datacenters uit, en zijn nog enkele nieuw datacenters mogelijk. Daarnaast worden de vernieuwingen in de G-buurt en K-buurt in de Bijlmer afgerond. De vernieuwing van de D-buurt is voorlopig uitgesteld tot na 2030. In Gaasperdam wordt met name het centrumgebied Reigersbos doorontwikkeld en worden de Gaasperplas en het Gaasperpark verbeterd.

Op het dak van de nieuwe Gaasperdammertunnel komt een park. Aan de randen daarvan kunnen in de toekomst nog een aantal bouwvelden worden ontwikkeld. Gevolg groeiende elektriciteitsvraag De stedelijke verdichting, groei van het cluster datacenters in Amstel III en de energietransitie leiden tot een sterk groeiende elektriciteitsvraag in Amsterdam-Zuidoost. De benodigde uitbreiding van het elektriciteitsnet is in Zuidoost extra groot vergeleken met de andere stadsdelen. Dat komt onder meer door de groei van het datacentercluster. 2.6.3. Stadsdeel Nieuw-West Tot 2050 zijn er in Nieuw-West ongeveer 420 extra MSR’s nodig. Het middenspanningsnet wordt met 40 tot 100 km uitgebreid, en het laagspanningsnet met 90 tot 120 km. Toekomstige projecten In stadsdeel Nieuw-West gaan de vergroening en verduurzaming hand in hand met de stedelijke ontwikkelingen in het centrumgebied-Osdorpplein, Sloterdijk Centrum, omgeving station Amsterdam Lelylaan, en de metrostations Burgemeester Roëllstraat en Johan Huizingalaan. In het verlengde van de omvorming van het Schinkelkwartier komt ook de zone A4 - Oude Haagseweg op termijn tot ontwikkeling. Daarnaast biedt de ontwikkeling van de werkgebieden Sloterdijk II en III en het Business

Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 18

Park Amsterdam Osdorp ruimte voor nieuwe bedrijvigheid in dit stadsdeel. Gevolg: groeiende elektriciteitsvraag De stedelijke ontwikkeling en de energietransitieambities leiden samen tot een sterk groeiende elektriciteitsvraag in Amsterdam Nieuw-West. 2.6.4. Havengebied Tot 2050 zijn er in het havengebied ongeveer 230 extra MSR’s nodig. Het middenspanningsnet wordt met 10 tot 40 km uitgebreid, en het laagspanningsnet met 5 tot 15 km. De situatie nu De Amsterdamse haven is een bulkhaven die deel uitmaakt van het Noordzeekanaalgebied (NZKG). In overslagvolume aan lading is het de vierde haven in Noordwest-Europa en de tweede in Nederland. In de Gemeentelijke Visie Haven 2020-2040 (vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam in december 2020) is de gemeentelijke visie op de ontwikkeling van de haven van Amsterdam vastgelegd. De rode draad in deze visie is de schaarse ruimte. Toekomstige projecten Om recht te doen aan de publieke belangen sturen stad en haven op compact en efficiënt gebruik van de ruimte en op verduurzaming van de haven. Er moet zo veel mogelijk worden verdicht en geïntensiveerd. Samenvattend worden in de Gemeentelijke Visie Haven vijf publieke belangen onderkend: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

duurzaamheid: klimaatneutraal en circulair de haven als nautisch logistiek knooppunt de haven als industrieterrein verstedelijking: hoogstedelijke woonwerkmilieus veilig gebruik van de nautische ruimte

2.6.5. Haven-Stad (Zuid) Gemeente Amsterdam en het Havenbedrijf hebben beide de opgave om, samen met de bedrijven in de haven, de transformatie van Haven-Stad mogelijk te maken. In Haven-Stad (grofweg het havengebied binnen de Ringweg A10) ontstaat de komende decennia een gemengd hoogstedelijk gebied. Daarin komen woningen voor ongeveer 100.000 inwoners, werklocaties voor bedrijven, en kantoren met plek voor ongeveer 45.000 arbeidsplaatsen. Daarmee is Haven-Stad momenteel de grootste binnenstedelijke herontwikkelingslocatie van Nederland. Oorzaken groeiende elektriciteitsvraag havengebied De Gemeentelijke Visie Haven benadrukt dat de haven ook een belangrijke rol vervult als vestigingslocatie voor nutsbedrijven. De sterke groei van de elektriciteitsvraag in het havengebied heeft vijf oorzaken: ▪ ▪

stedelijke verdichting; energietransitie van de bedrijvigheid;

Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 19

▪ ▪ ▪

industrie in het Amsterdamse westelijk havengebied; de ontwikkeling van de gemengde stadswijk Havenstad ten oosten van de Ringweg A10; de ontwikkeling van nog enkele datacenters in het havengebied.

Uitbreiding elektriciteitsnetwerk noodzakelijk In de haven (inclusief Haven-Stad) moet ruimte gereserveerd worden voor de noodzakelijke forse uitbreiding van de elektriciteitsinfrastructuur. Het grondverwervingsproces verloopt hier goed; ook houdt dit gebied proactief rekening met netuitbreiding. 2.6.6. Stadsdeel Centrum Tot 2050 zijn er in Centrum ongeveer 140 extra MSR’s nodig. In Centrum vindt bijna geen gebiedsontwikkeling plaats en komen vrijwel alle extra MSR’s in de bestaande stad. Het middenspanningsnet wordt met 30 tot 40 km uitgebreid, en het laagspanningsnet met 9 tot 120 km. Toekomstige projecten In stadsdeel Centrum zijn de herontwikkeling van Oostenburg en het Marineterrein de grootste stedelijke gebiedsontwikkelingen van de komende decennia. In het centrum spelen de energietransitie en verduurzaming van de mobiliteit een grote rol bij de sterk stijgende vraag naar elektriciteit. Een specifieke factor die daaraan bijdraagt, is de verduurzaming van de zee- en riviercruise. Deze ligt aan de IJ-oever en bij de Passengers Terminal Amsterdam aan de IJhaven. Maar dit geldt ook voor de passagiersvaart (rondvaart & kleinschalige passagiersvaart). Netuitbreiding centrum is een uitdaging In het centrum van Amsterdam is het extra lastig om het net uit te breiden.

Dat komt door de vele ondergrondse kabels en leidingen, beperkte ruimte, slechte staat van de kademuren en het gebrek aan ruimte voor transport en werkverkeer. 2.6.7. Stadsdeel Oost Tot 2050 zijn er in Oost ongeveer 490 extra MSR’s nodig. Het middenspanningsnet wordt met 50 tot 90 km uitgebreid, en het laagspanningsnet met 110 tot 140 km. Toekomstige projecten In stadsdeel Oost vindt een aantal grote stedelijke ontwikkelingen plaats. Het betreft de doorontwikkeling van nieuwe stadswijken: het Zeeburgereiland, IJburg fase 2, Science Park en het Amstelkwartier, Overamstel en de Weespertrekvaartbuurten. Gevolg: groeiende elektriciteitsvraag De forse groei van het aantal woningen, werkfuncties en voorzieningen in stadsdeel Oost, aangevuld met de energietransitie leidt tot een sterk groeiende elektriciteitsvraag. 2.6.8. Stadsdeel Zuid Tot 2050 zijn er in Zuid ongeveer 290 extra MSR’s nodig. Het middenspanningsnet wordt met 30 tot 60 km uitgebreid, en het laagspanningsnet met 70 tot 90 km. Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 20

Toekomstige projecten In stadsdeel Zuid gaat de ontwikkeling van de Zuidas en een deel van het Schinkelkwartier de komende decennia door. Deze forse stedelijke verdichting en de energietransitie leiden tot een sterk groeiende elektriciteitsvraag in Amsterdam Zuid. 2.6.9. Stadsdeel West Tot 2050 zijn er in West ongeveer 210 extra MSR’s nodig. Het middenspanningsnet wordt met 40 tot 60 km uitgebreid, en het laagspanningsnet met 80 tot 110 km. Toekomstige projecten In het compacte stadsdeel West gaat de ontwikkeling van Houthavens door en transformeert het Markhallenterrein naar een nieuwe gemengde stadsbuurt. De stedelijke ontwikkeling en de energietransitie leiden tot een sterk groeiende elektriciteitsvraag in stadsdeel West. 2.6.10. Stadsgebied Weesp In de TSA 2.0 zijn geen data opgenomen voor stadsgebied Weesp, omdat Weesp pas sinds 2022 onderdeel is van de gemeente Amsterdam. Verwacht wordt dat ook de infrastructuurbehoefte in Weesp verdubbelt. Toekomstige projecten In Weesp wordt de groeiende vermogensvraag grotendeels gestuurd door de grootschalige nieuwbouwwijk Weespersluis. Hier worden energieneutrale woningen gebouwd, die uitsluitend met elektra worden verwarmd. In de bestaande wijken direct ten noordwesten van het centrum wordt gedacht aan de aanleg van een warmtenet. Over het type warmtenet wordt nog nagedacht.

Daarnaast heeft Weesp een gunstig vestigingsklimaat dat nieuwe bedrijven trekt. Voor de bedrijventerreinen is een lokaal bronnet een mogelijkheid (zeer lage temperatuur). Ook deze bedrijvigheid hier zou leiden tot een toenemende vraag naar elektriciteit. Netuitbreiding centrum is een uitdaging Weesp kampt met dezelfde ruimteconcurrentie als Amsterdam. Zo is er weinig plaats over in de openbare ruimte: ondergrondse containers, gescheiden riolen, warmtenetten, bomen en warmteoverdrachtstations moeten hier hun plek vinden.

2.7.

DE ORGANISATORISCHE ONTWIKKELOPGAVE

Bovengenoemde inhoudelijke opgave is alleen realiseerbaar als Liander en de gemeente Amsterdam zich organisatorisch committeren en inrichten op het te behalen inhoudelijke tempo. De nadere uitwerking hiervan leest u in de volgende hoofdstukken. In deze paragraaf wordt alleen die ondergrondse en bovengrondse ontwikkelopgave uitgelegd. 2.7.1. Ondergrondse ruimte is beperkt De ruimte in de Amsterdamse ondergrond is op veel plekken schaars. Niet alleen Liander doet een extra claim op die ondergrond. Zo is er bijvoorbeeld ook veel extra ruimte nodig voor nieuwe Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 21

warmtenetten. Naast bestaande en nieuwe infrastructuur, beïnvloeden (diep wortelende) bomen ook wat er ondergronds mogelijk is. De verwachting is dan ook dat er een verbeterde samenwerking tussen verschillende afdelingen binnen de gemeente Amsterdam en (NUTS) partijen nodig is om alle opgaves ingepast te krijgen in de ondergrond. 2.7.2. Bovengrondse ruimte is beperkt Vaak draait het om locaties vinden in buurten waar de ruimte heel beperkt is. Daarom moeten we sneller locaties kiezen en afwegingen maken binnen de openbare buitenruimte. Ook moeten we sneller beslissen hoe we alles inpassen. We moeten de omgeving beter betrekken bij de inrichting van het elektriciteitsnetwerk. We hebben een gezamenlijk proces ontworpen waarmee we sneller en in samenspraak afwegingen kunnen maken. 2.7.3. Realisatiecapaciteit is beperkt Tijdens het schrijven van dit Ontwikkelperspectief was voor de hele realisatie in Amsterdam een capaciteit ingezet van rond de 70-100 MSR’s per jaar (2019-2022). Dit is een grof getal gebaseerd op zichtbare realisatie en voorzien van de nodige aannames daarbinnen. Dit getal is ook de optelsom van vervanging, vergroting en gedeeltelijk nieuwe realisatie van extra MSR’s in de stad. Slechts een beperkt deel van deze ontwerp- en realisatiecapaciteit kan echt ingezet worden voor de opgave waar we voor staan.

Het bestaande netwerk moet beheerd en onderhouden worden en dat vraagt ook capaciteit. Het scenario is dat we in 2030 ruim 1250 nieuwe ruimtes gerealiseerd moeten hebben. Deze toegenomen vraag zal in een tijd waar het hele dekkingsgebied van Liander om verhoogde ontwerp- en realisatiecapaciteit vraagt, ruimschoots verdubbeld moeten worden. Die verdubbeling geldt ook voor alle ontwerpende, toetsende, begeleidende en ondersteunende capaciteit. Liander spant zich in om de benodigde capaciteit te organiseren.

Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 22

3. THEMATISCHE AANPAK INLEIDING

3.1.

Liander en de gemeente Amsterdam werken van oudsher al samen bij de instandhouding en uitbreiding van het elektriciteitsnet. Het realiseren van de middenspanningsopgave is niet alleen een grote maar ook een complexe uitdaging voor zowel Liander als de gemeente Amsterdam. Dit komt door de beoogde snelheid en schaal, en de vele meewegende belangen. Daarnaast moeten er veel keuzes gemaakt worden voorafgaand aan de plaatsing van elke nieuwe MSR. Om deze opgave te kunnen realiseren is het doel om gestructureerd en efficiënt samen te werken, transparante afwegingen te maken en snel tot besluiten te komen. In de huidige samenwerking zien we daar verschillende kansen voor. Tijdens samenwerksessies tussen de gemeente en Liander zijn kansen voor verbeteringen en aandachtspunten opgehaald. Deze zijn gecategoriseerd naar de volgende thema’s: programmeren, locatiebepaling, vormgeving en participatie. In paragraaf 3.2 geven we een procesbeschrijving waarin geduid wordt hoe deze verschillende verbetervoorstellen zich tot elkaar verhouden. Het doel van dit proces is om de opgave zoals in hoofdstuk 2 beschreven staat efficiënt te realiseren. De kern van dit verbeterd proces is meervoudig: ▪ ▪ ▪

We lossen het ruimtelijk inpassingsvraagstuk gezamenlijk op als voorbereiding op vergunningsaanvragen. We delen meer informatie eerder met elkaar zodat we de opgave effectief kunnen realiseren. We betrekken de omgeving bij de uitbreiding van het distributienet.

In paragraaf 3.3, 3.4, 3.5 en 3.6 lichten we per thema toe welke oplossingsrichtingen en verbetervoorstellen we geïdentificeerd hebben. We maken hiervoor per thema inzichtelijk wat de noodzaak is, hoe we op de specifieke thema’s nu al samenwerken en welke verbetervoorstellen we uit willen voeren. Momenteel wordt binnen de reguliere vergunningsaanvraag voor een MSR het ruimtelijk inpassingsvraagstuk onvoldoende en ad hoc opgelost. We verbeteren het proces door het ruimtelijk inpassingsvraagstuk te verleggen naar de voorbereiding voorafgaand aan een vergunningsaanvraag. Daarnaast bieden de verschillende opgaven waar de gemeente en Liander afzonderlijk voor staan ook kansen om effectiever te werk te gaan. Zo delen we meer en eerder informatie met elkaar over de te realiseren werkzaamheden en voorkomen daarmee dat de omgeving onnodig vaak open moet. Er moet in alle gevallen nog wel een reguliere vergunningsaanvraag ingediend worden. Hiervoor hebben we in paragraaf 3.2 verbetervoorstellen geformuleerd.

3.2.

PROCES EN SAMENWERKING

De gemeente Amsterdam en Liander werken nauwer samen om structurele procesverbeteringen te realiseren. Voor het Ontwikkelperspectief hebben expertteams van beide organisaties in kaart gebracht wat de huidige werkwijzen zijn. Ook hebben ze gekeken naar wat er verbeterd moet worden om de doelstellingen te behalen. Per thema heeft dit geleid tot verschillende verbetervoorstellen. Figuur 3 geeft een procesbeschrijving weer waarin de verschillende voorstellen benoemd worden. Deze procesbeschrijving laat van links naar rechts zien hoe we via de verschillende Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 23

verbetervoorstellen van opgave tot realisatie komen, De verbetervoorstellen zijn richtinggevend en zullen als vervolg op het Ontwikkelperspectief nader geconcretiseerd en uitgewerkt worden. Per processtap staat in Figuur 3 welke organisatie hierbij betrokken moet worden. De benodigde capaciteit per organisatie (mensen en middelen) is hiervoor binnen het Ontwikkelperspectief niet gereserveerd. Ook dit wordt nader uitgewerkt in het vervolg. Hieronder noemen we de punten waarop we het proces gaan verbeteren. 3.2.1. Opgave: extra MSR’s voor meer capaciteit In de Themastudie Elektriciteit Amsterdam (TSA) 2.0 hebben we inzichtelijk gemaakt hoe de groeiende vraag naar elektriciteit zich verhoudt tot het bestaande elektriciteitsnetwerk. Daaruit blijkt dat het distributienet verzwaard moet worden. Hoeveel extra MSR’s er waar en wanneer nodig zijn, is daarbij inzichtelijk gemaakt. We maken een verdiepingsslag door ook inzichtelijk te maken welke verzwaring er van het MS- en LS-kabelnetwerk nodig is per buurt. Het resultaat is een overzicht van de totale distributienetopgave per buurt. 3.2.2. Programmeren Naast de globale opgave die voortkomt uit de TSA 2.0 zijn er ook andere aanleidingen voor Liander om werkzaamheden uit te voeren (zie 2.4.3). Daarnaast zijn er andere partijen met een opgave in de stad.

Aan de hand van het totaal van deze opgaven wordt door programmeren (paragraaf 3.2.2) een werkvolgorde bepaald voor de verschillende buurten. Daarin wordt zo veel mogelijk ‘werk met werk’ gemaakt en speelt ook de urgentie een belangrijke rol. Werk met werk maken houdt in dat de gemeente zo veel mogelijk wil proberen om werkzaamheden van verschillende nutspartijen tegelijkertijd te laten plaatsvinden, zodat de straat niet onnodig vaak open ligt. 3.2.3. Locatiebepaling Voor de geprioriteerde buurten wordt de grove raming uit de TSA door middel van meer gedetailleerde berekeningen omgezet in een hoogoverontwerp per buurt. Dit ontwerp benadert de benodigde aantallen en types MSR’s waar een plek voor gevonden moet worden, nauwkeuriger dan in de TSA is geschat. Die benadering is inclusief de globale locatie in het net (zoekcirkels). Vervolgens wordt de buurt ruimtelijk geanalyseerd en zoeken we naar locaties. Op basis van een afwegingskader wordt een locatie gekozen (paragraaf 3.4). 3.2.4. Vormgeving Er worden afspraken gemaakt over de vormgeving van de MSR’s die in de openbare ruimte geplaatst worden. In paragraaf 3.5 leest u dat de gemeente en Liander meer structuur gaan aanbrengen in de vormgevingskeuzes. 3.2.5. Participatie Parallel aan deze hoofdstappen zal de participatievisie overeenkomstig paragraaf 3.6 op basis van een nog uit te werken participatieplan worden uitgevoerd.

Doel is belanghebbenden tijdig te informeren en waar nodig te betrekken.

Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 24

3.2.6. Vergunningsaanvraag Voor de bulkopgave wordt het geheel vastgelegd in een buurtrealisatieplan waarin de locatie, vormgeving en inpassing per buurt, inclusief benodigde kabels, wordt vastgelegd. Voor het resultaat wordt de WIOR-vergunningsprocedure doorlopen, begeleid vanuit het gezamenlijke team. Het is noodzakelijk om enkelvoudig werk snel uit te voeren om het juiste tempo van de opgave te bereiken. Daarom wordt voor enkelvoudig werk wel dezelfde voorbereidende informatie aangeleverd, maar wordt deze versneld individueel in de vergunningsprocedure ingebracht. De locaties worden vervolgens verworven, gepacht of door opstalrecht duurzaam vastgelegd tussen gemeente, Liander en/of derden. Zodra de WIOR- (en overige) vergunningen zijn afgerond, kunnen we het werk voorbereiden (zoals het bestellen van materialen) en starten met de werkzaamheden. Eén aanspreekpunt per stadsdeel en een nieuw gezamenlijk team We verbeteren de samenwerking door in het WIOR-proces te werken met één aanspreekpunt per stadsdeel (coördinator) bij zowel de gemeente als Liander. Deze betrekt ook alle interne belanghebbenden. We moeten binnen de vergunningsprocedure met redelijke reactietermijnen werken en hierop monitoren. Dat is nodig om tijdig uit te kunnen breiden. We werken dit gezamenlijk verder uit.

We richten een gezamenlijk team op dat de complexere vraagstukken oppakt en ook de ontwikkeling en implementatie van de verbeteringen bewaakt. Ook bewaakt dit team de voortgang van lopende casussen. Om goed geïnformeerd en onderbouwd besluiten te nemen over locatie en vormgeving leggen we de verschillende overwegingen vast. Om dit proces mogelijk te maken moeten er een aantal relevante producten nader uitgewerkt worden. Deze staan in Figuur 3 en worden toegelicht in paragraaf 3.3 tot en met 3.6.

Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 25

Figuur 3. Overkoepelend proces distributienet

Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 26

3.3.

PROGRAMMEREN

3.3.1. Introductie en noodzaak De gemeente en Liander willen bestaande werkprocessen voor het programmeren van werkzaamheden aan het distributienetwerk verbeteren. Reden daarvoor is dat er niet genoeg mensen, materiaal en financiële middelen zijn om alle werkzaamheden gelijktijdig uit te voeren. Bovendien is de opgave nog niet voldoende vertaald naar waar en wanneer concrete werkzaamheden aan het distributienetwerk uitgevoerd moeten worden. Daarnaast streven we ernaar om zo veel mogelijk werkzaamheden in de openbare ruimte te combineren. Ons doel is om hinder tijdens de werkzaamheden voor de omgeving te minimaliseren en maatschappelijke kosten laag te houden. Deze paragraaf beschrijft de huidige werkwijze en daaruit volgende verbetermogelijkheden. Vervolgens zijn gezamenlijk verbeterinitiatieven op de bestaande werkwijze gedefinieerd. Deze verbeterinitiatieven bieden kansen om op het juiste moment en kostenefficiënt in het distributienetwerk te investeren en de hinder voor de omgeving te minimaliseren. 3.3.2. Huidige werkwijze Liander en gemeente Amsterdam De opgave zoals is omschreven in hoofdstuk 2, is met de beschikbare middelen (mensen, materiaal, geld) niet realiseerbaar. Daarom worden prioriteiten gesteld om tot een realiseerbaar 10-jarenplan te komen dat zekerstelt dat Liander ook capaciteit inzet op het creëren van extra netcapaciteit.

Liander doseert daarvoor de overige werkzaamheden, zoals het betrouwbaar houden van het net en zorgen voor aansluitingen voor grootverbruikers. Werkzaamheden combineren De programmering van werkzaamheden aan het elektriciteitsnetwerk in de bestaande stad gebeurt primair op basis van de verwachte vermogensgroei voor bestaande bouw en nieuwbouw, de planning van de onderstations, reconstructies. Daarnaast is het uitgangspunt om zo veel mogelijk werkzaamheden in de openbare ruimte te combineren en gelijktijdig uit te voeren. Waar dit niet kan, wordt enkelvoudig gewerkt volgens het reguliere proces. Op deze manier proberen we zo veel mogelijk hinder voor de omgeving en (maatschappelijke) kosten te beperken. De planning van opgaves in de openbare ruimte met veel impact zijn binnen de gemeente het vertrekpunt voor het combineren van de verschillende opgaves. Denk daarbij aan vervanging van het riool, (groot) onderhoud, het aanleggen van warmtenetten en onderhoud van bruggen en kademuren. Het uitgangspunt van Liander is om zo veel mogelijk mee te gaan met dit soort werkzaamheden en aanpassingen en uitbreidingen aan het elektriciteitsnetwerk gelijktijdig uit te voeren. Op dit moment gebeurt dat nog niet.

Aanleg van een toekomstvast net Bij noodzakelijke vervangingen aan het bestaande net wordt het net toekomstvast aangelegd om zo veel mogelijk te voorkomen dat er werkzaamheden aan dit deel van het netwerk in de toekomst nodig zijn. Het werk in de bestaande stad wordt in de meeste gevallen ofwel via een reguliere vergunningsaanvraag ingebracht bij de gemeente, of het wordt gecombineerd uitgevoerd met werk

Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Pagina | 27

van de gemeente en/of energie- en nutsvoorzieningenpartijen. Ook hiervoor moet Liander over een reguliere vergunning beschikken. Voor de gebiedsontwikkeling wordt de vermogenstoename ingeschat op basis van gesprekken met ontwikkelende partijen en het ruimtelijk programma van het gebied. Deze inschatting is het uitgangspunt voor het ontwikkelen van een plan met daarin het aantal benodigde MSR’s en (middenspannings- en laagspannings)kabels. Stedelijke programmering De gemeente Amsterdam houdt regie op de stedelijke programmering met een stedelijk programmeerproces (‘Stadsregie’, waarover meer in de volgende paragraaf). De gemeente inventariseert de plannen voor werkzaamheden in de openbare ruimte in de verre toekomst (5-20 jaar) en de nabije toekomst (2– 5 jaar). Op basis van deze plannen wordt er gekeken welke opgaves gecombineerd uitgevoerd kunnen worden. 3.3.3. Verbetervoorstellen In deze paragraaf worden een aantal verbeterinitiatieven beschreven voor het verbeteren van de werkwijze voor het programmeren van werkzaamheden aan het elektriciteitsnetwerk. Proactief en buurtgericht werken Er wordt een buurtaanpak ontwikkeld, zodat de grootschalige opgave buurt voor buurt kan worden uitgevoerd. Per buurt geeft Liander aan wanneer welke aanpassingen en uitbreidingen aan het elektriciteitsnetwerk nodig zijn en uitgevoerd moeten worden: een zogenoemde wensplanning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13972512/1