3. Ontwerp_Nota_Waterveiligheid_v3.pdf
Tekst van het document
ONTWERP NOTA WATERVEILIGHEID Visie en doelstellingen voor de waterkeringen
INHOUD 1. Inleiding............................................................................ 3 1.1 Een nieuwe nota waterveiligheid........................ 3 1.2 Doel van deze nota................................................. 3 1.3 Onze waterkeringen............................................... 3 1.4 Wat leest u in deze nota?...................................... 4 2. Onze visie en doelstellingen rond waterveiligheid 2021-2027........................................... 5 2.1 Visie en doelstellingen........................................... 5 2.2 Met welke acties bereiken we onze doelstellingen?......................................................... 5 3. De belangrijkste ontwikkelingen en aandachtspunten ........................................................... 7 3.1 Klimaatverandering................................................. 7 3.2 Ruimtelijke ontwikkeling........................................ 9 3.3 Duurzaamheid...................................................... 10 3.4 Digitalisering en digitale transformatie........... 11 4. Wij zorgen voor waterkeringen die voldoen aan de norm...................................................................11 4.1 Optimale stelsel regionale keringen................. 11 4.2 Toetsen en beoordelen....................................... 12 4.3 Versterken van de keringen...............................
12 4.4 Risico-gestuurd beheren en onderhouden ... 15
4.5 Naleven van het beleid en de regels................ 16 4.6 Actueel beleid....................................................... 16 4.7 Data op orde......................................................... 18 4.8 Rapporteren over zorgtaak................................ 19 4.9 Calamiteitenzorg.................................................. 19 5. We maken ons gebied weerbaar met goede ruimtelijke inrichting...................................................21 5.1 Medegebruik......................................................... 21 5.2 Multifunctionele keringen en omgeving ........ 21 5.3 Communiceren over overstromingsrisico’s..... 23 6. We sluiten aan op maatschappelijke ontwikkelingen.............................................................24 6.1 Toekomstbestendig keringen............................. 24 6.2 Circulaire aanpak.................................................. 24 7. Onze agenda in het kort..............................................26 7.1 Activiteiten en onderzoeken in de komende jaren...................................................... 26 7.2 Pilots op de agenda............................................. 28
Bijlage 1 Regionale keringen binnen beheergebied van Rijnland............................. 29 Bijlage 2 Van Waterwet naar Omgevingswet ............ 30 Bijlage 3 Klimaatscenario Wh ........................................ 31 Bijlage 4 : Hoe is de waterveiligheid geregeld? ........... 34 B4.1. Veiligheidscyclus............................................... 34 B4.2. Beheerinstrumenten........................................ 38 B4.3. Welke waterkeringen zijn er binnen Rijnland............................................................... 40
2 / 45
1. INLEIDING
1.1 Een nieuwe nota waterveiligheid Voor u ligt onze nieuwe nota Waterveiligheid. Deze nota vervangt de Nota Waterkeringen van 2010. In grote lijnen is het beleid uit de vorige nota nog steeds van toepassing. Maar na meer dan 10 jaar hebben er veranderingen plaats gevonden zodat het inmiddels tijd is voor een nieuwe nota maar met nieuwe een visie en doelstellingen op waterveiligheid. Zo zijn er een aantal nieuwe (maatschappelijke) ontwikkelingen in de volgende thema’s; klimaatverandering, energietransitie, circulariteit en biodiversiteit. Met de nieuwe nota sluiten we dan weer aan op alle ontwikkelingen van de afgelopen jaren en maken we ook een doorkijk naar de toekomstige ontwikkelingen. De ambities uit het huidige WBP5 en de aankomende WBP6 vertalen we door in deze nota naar praktische keuzes voor waterveiligheid. U krijgt hiermee inzicht in de keuzes die wij maken ten opzichte van het beheer, het onderhoud en het versterken van de waterkeringen. Hierbij staat de waterveiligheid altijd voorop, maar we hebben oog voor de maatschappelijke veranderingen. Met maatwerk proberen we deze veranderingen samen
met waterveiligheid op te pakken. Daarbij sluiten we aan op ons Water Beheer Plan 6 (WBP6). Dit plan is in ontwikkeling, Hierin staat ‘Water als meer sturend principe’ centraal. Omdat grotendeels van het beleid uit de oude nota nog van toepassing is, gaan we in deze nieuwe nota niet op in het beleid en regels die niet veranderen. In de volgende hoofdstukken worden expliciet de veranderingen in beleid en regels aangeduid. Het huidige beleid en de regels zijn te vinden in Bijlage 4 : Hoe is de waterveiligheid geregeld?. 1.2 Doel van deze nota In deze nota leest u de keuzes die wij maken voor het beheer van de waterkeringen in ons gebied. Het beheer van de keringen in het kustgebied hebben we vastgelegd in een aparte Kustnota. U leest wat we willen bereiken, hoe we dit aanpakken en welke afwegingen we daarbij maken. Zo weet u wat u van ons kunt verwachten. De nota is de basis voor het beheer, toezicht en de uitvoeringsprogramma’s van
WBP6 Nota Waterveiligheid
Nota Kust
Keur & Uitvoeringsregels
Legger
Figuur 1-1: De nota Waterveiligheid in verhouding tot andere beleidstukken binnen Rijnland
de waterkeringen in ons gebied. In de onderstaande figuur ziet u de positie van de nota Waterveiligheid ten opzichte van de andere beleidstukken. 1.3 Onze waterkeringen We beheren een divers en een groot aantal kilometers aan waterkeringen. Bij Gouda ligt 4 km primaire waterkering die het achterland beschermt tegen het water dat via de Hollandsche IJssel onze kant op komt.
3 / 45
1.4 Wat leest u in deze nota? We geven u graag een overzicht per hoofdstuk: - Hoofdstuk 2 Onze visie en doelstellingen voor waterveiligheid. - Hoofdstuk 3 De belangrijkste ontwikkelingen en aandachtspunten. Hiermee krijgt u snel inzicht in alle nieuwe relevante thema’s. - Hoofdstuk 4, 5 en 6 Per doelstelling beschrijven we de beleidskeuzes en veranderingen in de manier waarop we onze taken uitvoeren. Deze komen deels voort uit nieuwe ontwikkelingen en inzichten.
Figuur 1-2: Overzicht van de ligging van boezem- en polderkeringen binnen het beheergebied van Rijnland.
- Hoofdstuk 7 De agenda van de onderwerpen en thema’s die nog nader onderzoek vragen of waarvan de uitkomsten de komende jaren verwacht worden, en later als beleid kunnen worden verwerkt.
Van Wassenaar tot aan IJmuiden ligt ongeveer 42 km primaire kering langs de kust. Achter deze primaire keringen liggen regionale keringen van maar liefst 1200 km. Al deze keringen beschermen onze polders en laaggelegen streken tegen mogelijk hoog water uit ons eigen systeem van kanalen, plassen en sloten.
4 / 45
2. ONZE VISIE EN DOELSTELLINGEN ROND WATERVEILIGHEID 2021-2027 2.1 Visie en doelstellingen Waterveiligheid is een van de vier kerntaak van Rijnland. Onze visie voor waterveiligheid is:
We beschermen het leef gebied, de inwoners en bedrijven tegen over stromingen vanuit zee, de rivieren en het regionale watersysteem voor nu en in de toekomst. Rijnland heeft de wettelijke taak om de kans op overstromingen te verminderen en de gevolgen te beperken. Dit doen we aan de hand van de wettelijk vastgestelde normen. Onze huidig beleid en regels zijn terug te vinden in Bijlage 4 : Hoe is de waterveiligheid geregeld?
De omgeving heeft veel invloed op deze kerntaak. Waterveiligheid raakt iedereen in de samenleving. Daardoor beïnvloeden maatschappelijke veranderingen ons werk. Maar ook andere ontwikkelingen spelen een rol, zoals klimaatverandering en nieuwe technische inzichten. Met onze visie, doelstellingen en acties spelen wij in op de huidige en toekomstige ontwikkelingen. Om deze visie uit te voeren heeft Rijnland de volgende drie doelstellingen geformuleerd: 1. Wij zorgen voor waterkeringen die voldoen aan de norm We zorgen dat de keringen aan de norm voldoen door ze regelmatig te inspecteren, door te rekenen en te versterken als dat nodig is. 2. We maken ons gebied weerbaar met goede ruimtelijke inrichting Samen met onze omgeving zorgen we dat waterveiligheid een onderdeel is van de ruimtelijke inrichting.
3. We sluiten aan op maatschappelijke ontwikkelingen De nieuwe ontwikkelingen pakken we op samen met de waterveiligheidsopgaves. In alle drie de doelen staat ‘Water als meer sturend principe’ centraal. De uitdaging voor de komende periode ligt bij het combineren van de drie doelstellingen. 2.2 Met welke acties bereiken we onze doelstellingen? De drie doelstellingen uit onze visie vertalen we in concrete acties. U leest hieronder om welke acties het gaat. Als het nodig is, splitsen we acties voor de primaire en regionale keringen op. In Bijlage 4 : Hoe is de waterveiligheid geregeld? leest u hoe de waterveiligheid in ons gebied is geregeld en voor welke waterkeringen wij verantwoordelijk zijn. In de volgende hoofdstukken geven we weer wat we anders gaan doen, of als er veranderingen gaan plaats vinden.
5 / 45
Wij zorgen voor goede waterkeringen. We inspecteren ze regelmatig, we rekenen ze door en we versterken ze als dat nodig is. Hiervoor doen we het volgende: - Optimale stelsel regionale keringen: We herzien de normen en het stelsel van waterkeringen. - Toetsen en beoordelen: We toetsen en beoordelen de keringen volgens de norm en binnen de afgesproken periode. - Versterken van de keringen: We versterken de keringen als uit de toets of beoordeling blijkt dat dit nodig is. - Risico-gestuurd beheren en onderhouden: We beheren en onderhouden op basis van de risico’s. Zo zorgen we dat de keringen blijven voldoen aan de veiligheidseisen. - Naleving van het beleid en de regels: We controleren op naleving van het beleid en de regels. - Actueel beleid: We passen ons beleid aan, als de actuele situatie daarom vraagt. - Data op orde: We zorgen dat we onze data op orde krijgen en houden.
- Rapporteren over zorgtaak: We rapporteren over onze zorgtaak. - Calamiteitenzorg: We zijn goed voorbereid op calamiteiten. In hoofdstuk 4 leest u hoe wij deze acties aanpakken. We maken ons gebied weerbaar met goede ruimtelijke inrichting. Samen met onze omgeving zorgen we dat waterveiligheid een onderdeel is van de ruimtelijke inrichting. Hiervoor doen we het volgende: - Medegebruik: We maken risico-gestuurde keuzes bij het toelaten van medegebruik. - Multifunctionele keringen en omgeving: We combineren waterveiligheid met ruimtelijke ontwikkeling, ecologie, biodiversiteit en energietransitie. - Communicatie over overstromingsrisico’s: We communiceren actief over overstromingsrisico’s. Zo maken we de inwoners van ons gebied beter bewust van deze risico’s.
We sluiten aan op maatschappelijke ontwikkelingen1 De nieuwe ontwikkelingen pakken we op samen met de waterveiligheidsopgaves. Hiervoor doen we het volgende: - Toekomst bestendige keringen: We zorgen dat onze keringen toekomstbestendig zijn, ook bij klimaatverandering - Circulaire aanpak: We bekijken of we de waterveiligheid kunnen waarborgen op een circulaire aanpak. U leest in hoofdstuk 6 hoe wij dit aanpakken.
Over onze aanpak van deze acties leest u in hoofdstuk 5.
6 / 45
3. DE BELANGRIJKSTE ONTWIKKELINGEN EN AANDACHTSPUNTEN In ons beheergebied is ruimte altijd al schaars geweest. De druk wordt groter vanwege klimaatverandering en bodemdaling. We houden daar rekening mee in ons beleid, zodat onze waterkeringen ook in de toekomst het achterland veilig houden. In dit hoofdstuk leest u over de gevolgen van klimaatverandering en bodemdaling in ons gebied. En u leest meer over de andere ontwikkelingen die spelen in ons beheergebied: ruimtelijke ontwikkelingen, ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid en de digitale transformatie. In dit hoofdstuk beschrijven we alleen de ontwikkelingen en aandachtspunten en in de volgende hoofdstukken beschrijven we hoe we deze ontwikkelingen implementeren in onze visie op waterveiligheid. 3.1 Klimaatverandering 3.1.1 De zeespiegel stijgt Het klimaat verandert. Eén van de effecten van de klimaatverandering is de zeespiegelstijging. Zeespiegelstijging heeft gevolgen voor het hele
watersysteem: van waterveiligheid en peilbeheer tot de waterkwaliteit. We merken de gevolgen van zeespiegelstijging natuurlijk direct bij onze primaire keringen. Maar de stijging heeft ook gevolgen voor de bemaalcapaciteit – de hoeveelheid water die we kunnen afvoeren uit de boezems. Zo heeft de stijging dus direct effect op de waterstanden in de boezem. En op de belasting van de regionale keringen, zie Bijlage 3 Klimaatscenario Wh. Door hogere waterstanden moeten we sterkere keringen ontwerpen, mogelijk moeten de keringen ook breder en hoger worden. We houden bij het beheer van de primaire keringen rekening met zeespiegelstijging. We sluiten aan bij het landelijke Wh klimaatscenario van het KNMI. Dit scenario gaat uit van een zeespiegelstijging van maximaal 0,85 meter in 2100. Snellere stijging Wetenschappers geven signalen af dat de zeespiegel na 2050 mogelijk sneller stijgt dan tot nu toe werd
Figuur 3-1: Hoogwater en golven op de Westeinderplassen in Aalsmeer
aangenomen. Het signaal dat het KNMI afgeeft met het rapport Klimaatsignaal’21 geeft aan dat de urgentie groot is. Het is gebaseerd op het laatste IPCC-rapport van augustus 2021 en onderzoek van het KNMI. Het rapport spreekt over een zeespiegelstijging van 1.2 meter rond 2100 en in het meest extreme geval, als het smelten van de Antarctische IJskap op de Zuidpool versnelt, stijgt de zeespiegel tot 2100 met 2.0 meter. Kansen zitten hier niet aan gekoppeld, de voorspelling
7 / 45
zijn op basis van de meest extreme modellen. In 2023 brengt het KNMI nieuwe klimaatscenario’s uit. De KNMI-klimaatscenario’s laten met getallen zien welke klimaatveranderingen Nederland in 2050 en 2100 kan verwachten. Hiermee kunnen we pas echt beleid en onze strategieën op aan passen. Maar we bouwen wel flexibiliteit in onze strategieën, zodat we die kunnen aanpassen als dat nodig is. We willen daarnaast de tijd die er is, gebruiken om ons zorgvuldig voor te bereiden op mogelijke ontwikkelingen. Het Rijk is in 2019 gestart met het Kennisprogramma Zeespiegelstijging. Hierin staan de volgende vragen centraal: - Wat kunnen we verwachten en wat zijn de gevolgen hiervan voor de zeespiegelstijging in Nederland? - Tot hoeveel stijging volstaan de voorkeursstrategieën uit het Deltaprogramma en zijn aanpassingen mogelijk om ze langer vol te houden? - Hoe optimaliseren we de methodiek Meten-WetenHandelen om signalen op te pikken en tijdig de nodige maatregelen te kunnen nemen? - Wat is het handelingsperspectief: welke lange termijn oplossingsrichtingen zijn er voor als de huidige strategie niet meer houdbaar is? En hoe kunnen we daar nu al rekening mee houden? - Wat is er nodig om alle relevante partijen te betrekken bij het kennisprogramma en hoe kun je een eventuele verandering naar een andere aanpak voor elkaar krijgen?.
De nieuwe klimaatscenario’s van 2023 zullen hierin meegenomen worden. De uitkomsten van het Kennisprogramma worden rond 2026 verwacht. Daarom gaan we in deze nota uit van de meest recente landelijke Wh klimaatscenario van het KNMI uit 2014. Omdat we minstens een keer in de 5 jaar de nota gaan herzien verwachten we nieuwe inzichten op tijd te kunnen meenemen in ons beleid.
KNMI Klimaatsignaal ‘21 Het KNMI rapporteert hoe het klimaat in Nederland steeds sneller verandert. De nieuwste inzichten over het veranderende Nederlandse klimaat zijn 25 oktober 2021 gepubliceerd in het KNMI Klimaatsignaal’21. Het is gebaseerd op het laatste IPCC-rapport - dat in augustus 2021 is verschenen - en eigen onderzoek van het KNMI. Het KNMI brengt om de circa zeven jaar nieuwe klimaatscenarios uit. De volgende publicatie wordt medio 2023 verwacht. Met het Klimaatsignaal’21 geeft het KNMI een tussentijdse stand van zaken.
3.1.2 Droogte Het veranderende klimaat leidt onder andere tot warmere zomers met langere periodes van droogte. Vooral de regionale keringen zijn hier kwetsbaar voor, want die zijn vaak voor een groot deel van veen gemaakt. De recente droge zomers maken dit probleem urgent. Tijdens de langdurig droge zomer van 2017 hebben we bijvoorbeeld regionale keringen extra intensief geïnspecteerd. Zo’n inspectie vraagt van onze hele organisatie een grote inspanning. Het is dus belangrijk dat we goed weten wat de effecten van droogte op regionale keringen zijn, zowel op de korte als lange termijn. Natuurlijk speelt deze vraag ook bij andere waterschappen. Daarom doen wij mee aan gezamenlijke onderzoeken.
Figuur 3-2: Scheurvorming in de dijk tijdens de droge periode van 2018 in Alphen aan den Rijn
8 / 45
Boezempeil in standhouden We houden onze keringen stabiel door het boezempeil in stand te houden. Extreme droogte en de lage afvoer op de rivieren maken dit lastig. Voor deze situatie is er de Klimaatbestendige Water Aanvoer (KWA). De KWA bestaat uit infrastructuur en afspraken tussen waterschappen en Rijkswaterstaat. Met de KWA zorgen we voor extra water. Zo houden we de boezems op peil en behouden we de waterveiligheid. Op dit moment breiden we de KWA uit om in de toekomst aan de grotere wateraanvraag te voldoen. 3.1.3 Extreme neerslag In onze modellen houden we rekening met extreme buien. We baseren dit op het Wh scenario van het KNMI. We zien dat dit soort buien niet veel invloed hebben op het peil van de boezem. Zeer lokaal kan bij clusterbuien zoveel neerslag vallen dat er wateroverlast op straat ontstaat. Maar dat is dus geen overstroming vanuit het watersysteem omdat er geen waterkering faalt. 3.1.4 Bodemdaling De bodem in onze veengebieden zakt met maximaal twee centimeter per jaar. Dat betekent dat we de keringen intensief moeten beheren en onderhouden om ze veilig te houden. In onze legger regionale keringen houden we rekening met de zakking van het maaiveld. Maar daarbij gaan we wel uit van de huidige polderpeilen. Veranderen deze peilen? Dan moeten
Figuur 3-4: Verzakking bij Gouda door bodemdaling Figuur 3-3: Wateroverlast in Bodegraven
3.2 Ruimtelijke ontwikkeling
keringen mogelijk groter worden. En dan is er meer ruimte nodig voor de kering.
Steeds meer mensen werken, wonen en recreëren in ons gebied. Hierdoor neemt de druk op de toch al schaarse ruimte toe. Tegelijkertijd nemen onze keringen ruimte in - en misschien is er zelfs meer ruimte nodig! Dat betekent dat we vaker en helder moeten uitleggen wat het belang van ons werk is.
Keuzes rond peilen Het beperken van bodemdaling is een actuele opgave in Nederland. Maar we kunnen er ook voor kiezen om te stoppen met het veranderen van peilen. Of we kunnen er zelfs voor kiezen om het peil te verhogen. Dit heeft dus direct gevolgen voor de keringen. Op dit moment loopt er een traject om te onderzoeken en te besluiten hoe we binnen Rijnland omgaan met bodemdaling. Als hier een besluit over is genomen, nemen we deze gevolgen mee in ons waterkeringsbeleid.
Samenwerking is noodzakelijk Er komen steeds meer mensen en bedrijven in het beheergebied van Rijnland. Daardoor wordt ons gebied steeds meer waard. Maar dat betekent ook dat de schade bij een overstroming groter wordt. Daarom is het noodzakelijk dat we goed samenwerken met alle betrokken partijen. In de volgende hoofdstukken beschrijven we hoe we dit implementeren ons beheertaak voor waterveiligheid.
9 / 45
Klimaat-adaptief bouwen Het Rijk en de Provincie zetten niet alleen in op het handhaven van het juiste beschermingsniveau. Ze zetten namelijk ook in op klimaat-adaptief bouwen. Zo verminderen we de gevolgen van een overstroming. Het Rijk spreekt in het Nationaal waterplan de ambitie uit dat Nederland in 2050 zo veel mogelijk klimaatbestendig en water-robuust is ingericht. Bij ontwikkelingen mag er dus geen extra risico op schade en slachtoffers ontstaan.
voldoen aan de bijkomende regelgeving en afspraken. In de nota Rijnland circulair, opgesteld in 2021, spreken we onze ambities uit om de landelijke doelstellingen te behalen. De komende jaren wordt er bekeken wat deze circulaire doelen precies betekenen voor het programma waterveiligheid. Er wordt in ieder geval onderzocht
Inpassen in de ruimte In de Nationale Omgevingsvisie (bijlage 2) wordt geadviseerd dat we de ruimte zo goed mogelijk gebruiken. Bijvoorbeeld door op keringen te bouwen of daar wegen aan te leggen. Daarnaast vraagt deze nota ook om ruimte voor biodiversiteit, recreatie en energieopwekking. Dit medegebruik kunnen we combineren met het versterken van de keringen. Dat betekent dat we duidelijk moeten maken welke keringen we moeten versterken. En welke voorwaarden er zijn voor medegebruik daarvan.
in hoeverre circulair materiaalgebruik en emissievrij werken mogelijk is. De uitkomsten van dit onderzoek (en wat nodig is om de doelen te behalen) landen in het uitvoeringsprogramma Rijnland Circulair in 2023. Energietransitie Met het onderteken van het klimaatakkoord wil Rijnland bijdragen aan het oplossen van de klimaatproblematiek. Om de emissies terug te dringen wordt er ingezet op de transitie naar duurzaam opgewekte energie in 2030. Om deze transitie te bereiken is er per regio een Regionale Energie Strategie (RES) opgesteld. Rijnland wil een actieve bijdrage leveren aan de energietransitie van de regio’s en vanaf 2030 energieneutraal werken.
3.3 Duurzaamheid
In de 4 RESsen waar Rijnland binnen valt, wordt de waterkering, mede door een gebrek aan ruimte, als mogelijke plek voor duurzame energieopwekking genoemd. De vraag om plaats te maken voor windmolens, zonnepanelen of aquathermie (hierbij worden gebouwen gekoeld of verwarmd met water) op de waterkering komt daarom steeds vaker voor.
Circulariteit
Biodiversiteit
Rijnland is, via de Unie van Waterschappen, mede ondertekenaar van akkoorden als het grondstoffenakkoord, klimaatakkoord en ‘Nederland Circulair in 2050’. Rijnland zal daarmee ook moeten
In 2020 is Rijnland partner geworden van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel1. Hiermee hebben we de belofte gedaan de biodiversiteit te versterken. Het Actieplan biodiversiteit biedt inzicht in de aanpak en werkwijze
Figuur 3-5 Bijenhotel op de kering om de biodiversiteit te bevorderen
1 H et Deltaplan Biodiversiteitsherstel is een initiatief van het Netherlands Ecological Research Network (NERN) in samenwerking met BoerenNatuur, Commonland, Duurzame Zuivelketen, Federatie Particulier Grondbezit, IUCN NL, LandschappenNL, LTO Nederland, Milieudefensie, Natuurmonumenten, Natuur- en Milieufederaties, Royal Agrifirm Group, Rabobank, Stichting Natuur en Milieu, Unilever, Soorten NL, Vogelbescherming Nederland, Wereld Natuur Fonds en Werkgroep Grauwe Kiekendief.
10 / 45
die Rijnland voor ogen heeft om dit te bereiken (link naar het actieplan). Hierin is te lezen dat onze waterkeringen ook aantrekkelijker moeten worden als natuurlijk leefgebied. De wens voor natuurvriendelijke oevers, bloemrijke dijken en het plaatsen van, bijvoorbeeld, bijenhotels, zie Figuur 3-5, neemt daarom toe. 3.4 Digitalisering en digitale transformatie
Op het gebied van cyber security maken we grote stappen om te zorgen dat al onze assets veilig zijn en blijven. Alle systemen worden actief gemonitord en wekelijks worden er vulnerebility scans uitgevoerd. Daarnaast worden alle soft- en hardware vervangen en tegelijkertijd krijgen deze certificaat conform de Europese norm IEC 62443 3-3. Dit jaar wordt het Boezemgemaal Katwijk opgeleverd voorzien van een certificaat. Als eerste boezemgemaal in Nederland.
Hoewel digitalisering en de digitale transformatie vaak in adem worden genoemd, gaat het in wezen om twee verschillende zaken. Digitalisering is de overgang van analoge informatie naar digitale informatie en wordt daarom gekenmerkt door optimalisatie en automatisering. Digitale transformatie daarentegen, is de ontwikkeling die ziet op de manier waarop organisaties en processen binnen een organisatie zijn ingericht. Op basis van beide ontwikkeling proberen we het werk aan de waterkeringen beter, sneller, slimmer en goedkoper te organiseren. Deze ontwikkeling is nodig, omdat de wereld om ons heen in een razend tempo verandert. De digitalisering en de inzet van innovatieve technologieën werken daarbij als een katalysator en kunnen ons de kans bieden om wendbare organisaties te worden die efficiënt en effectief kan inspelen op de veranderingen om ons heen.
11 / 45
4. WIJ ZORGEN VOOR WATERKERINGEN DIE VOLDOEN AAN DE NORM U leest in dit hoofdstuk wat wij anders gaan doen om te werken aan goede waterkeringen die bijdrage aan de waterveiligheid binnen Rijnland. Het huidige beleid en regels zijn te vinden in bijlage 4. 4.1 Optimale stelsel regionale keringen We werken hard om de huidige regionale keringen op orde te brengen en te houden. Maar in ons gebied hebben er veel ontwikkelingen plaats gevonden en we verwachten nog meer ontwikkelingen in de komende jaren. Er zijn verschillende redenen om de norm en de stelsel voor de regionale keringen te herzien: - De economische waarde van het achterland verandert (een gebied wordt meer of minder waard). - Het overstromingsgebied is veranderd, bijvoorbeeld het is verkleind door de aanleg van een landscheiding. - Of nieuwe (technische) inzichten. De herziening gaan we doen aan de hand van een systeem beschrijving en analyse. Deze periode nemen we alle regionale keringen onder de loep om de meest optimale waterveiligheid te bieden in ons gebied.
Normen In 2004 zijn onze regionale keringen genormeerd op basis van de, door de provincie voorgeschreven richtlijnen. We hebben in de afgelopen jaren in enkele gevallen een norm aangepast, omdat de norm niet meer bij de situatie van nu past. Dat deden we samen met de provincies. Door de grootte hoeveelheid veranderingen in ons gebied in de ruimtelijke ordening gaan we de normen van alle keringen opnieuw berekenen. We doen dit binnen de kaders van de huidige systematiek. We bekijken per polder of dit nodig is.
Status van de kering? Voorbeelden van keringen die de status van regionale keringen kunnen krijgen, zijn de “overige keringen” en peilscheidingen. De “overige keringen” hebben nu nog geen norm, maar zijn wel beschermd via de Keur. Daarom zouden we deze de status kering kunnen geven. Het gaat hier overigens meestal om keringen waarbij het verschil tussen boezem- en polderpeil klein is of de economische waarde van het achterland laag. We zullen dus geen strenge norm vaststellen voor deze kering. Bij sommige peilscheidingen is het verschil tussen de hoogte van het water aan beide kanten groot. Dat betekent dat ze in feite dus ook een waterkerende functie vervullen. Het lijkt dan logisch om deze ook de status kering te geven.
12 / 45
Stelsel keringen
Regionale keringen
Naast de 1.200 km aan genormeerde regionale keringen hebben we binnen Rijnland zo’n 500 km extra aan keringen die niet genormeerd zijn en 12.000 kilometers oevers die niet opgenomen zijn in de legger. Door veranderingen in ons gebied kan uit de systeemanalyse naar voren komen dat we het stelsel regionale keringen moeten heroverwegen. Als het nodig is, wijzen we keringen aan om de waterveiligheid te verbeteren. En in sommige gevallen waarderen we keringen af die niet bijdragen aan de waterveiligheid. Hierdoor kunnen budgetten en onze energie op de beste manier ingezet worden.
In 2018 is een nieuwe toetsingsronde voor de regionale keringen gestart. Wij leveren voor 1 januari 2024 de resultaten daarvan aan de provincies. Nieuw in deze toetsingsronde is dat we niet alleen naar de grondlichamen kijken. We nemen nu ook andere soort waterkeringen en de objecten rond de waterkering mee. We verdelen deze in drie groepen: - Niet Waterkerende Objecten (NWO’en), zoals bomen, gebouwen en kabels en leidingen (K&L). - Kunstwerken (gemalen, sluizen, inlaten etc.) - Bijzonder Waterkerende Constructies (BWC’s), zoals damwanden en keerwanden.
4.2 Toetsen en beoordelen Primaire keringen We zijn begin 2017 gestart met de huidige beoordelingsronde. Deze ronde duurt nog tot 1 januari 2023. Daarvoor leveren we de resultaten van de vijf normtrajecten aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). In 2023 starten we dan met de nieuwe beoordelingsronde. Hierbij gaan we het aan de slag met het nieuwe Beoordelings- en Ontwerpinstrumentarium, BOI2023. Dit is een set afspraken en richtlijnen waarmee we keringen kunnen beoordelen op basis van de kans op overstroming. Uiterlijk in 2035 moeten we dan alle keringen beoordeeld hebben.
Hoeveel NWO’en gaan we beoordelen? In ieder geval: - ruim 74.000 gebouwen - 478.000 bomen - 80.500 km aan kabels en leidingen Keuren we bij het toetsen een dijktraject af? Dan nemen we dit traject op in ons verbeterprogramma. Continu inzicht dankzij digitalisering We kunnen steeds meer automatiseren in het toetsen van de keringen. In de huidige toetsingsronde verzamelen we veel gegevens rond de keringen. Met hulp van digitalisering kunnen we deze gegevens gebruiken om het veiligheidsoordeel van het dijkvak te
bepalen. Zo komen we steeds dichter bij een continu en actueel veiligheidsoverzicht van de kering. Bovendien kunnen we sneller reageren op nieuwe inzichten. Uiteindelijk willen we een continu actueel veiligheidsoverzicht kunnen geven – in plaats van een periodieke toetsing van eens in de 12 jaar. Dit gaan we komende periode afstemmen met onze partners. 4.3 Versterken van de keringen Primaire waterkeringen We zijn nog bezig met versterkingen aan de primaire kering die nodig bleken tijdens de vorige toetsingsronde. We zijn hard aan het werk om de laatste versterking primaire waterkeringen, Versterking IJsseldijk Gouda (project VIJG) af te ronden. Daarnaast versterken we de voormalige c-keringen bij Spaarndammerdijk. Zoals we nu inschatten, komen er uit de huidige beoordelingsronde waarschijnlijk een beperkte versterkingsopgave. Het doel is dat alle primaire waterkeringen in 2050 voldoen aan de norm. Dit doel gaan we ruimschoots halen. Regionale waterkeringen We hebben afgesproken met de provincies dat we in 2030 klaar zijn met het werk dat uit de vorige toetsingsronde kwam (2012). De provincies zijn toezichthouder van de regionale keringen. Op dit moment versterken we per jaar zo’n 20 kilometer en daarmee liggen we nu goed op schema voor de deadline van 2030.
13 / 45
Nieuwe toetsingsronde
Aandacht voor prioriteiten
Gezamenlijke uitgangspunten
Ondertussen zijn we met een nieuwe toetsingsronde voor de regionale keringen gestart. De resultaten hiervan rapporteren we in 2024. Ook uit deze ronde komt werk aan de keringen. Voor een deel omdat keringen in 12 jaar achteruit zijn gegaan. Maar ook omdat we nu uitgebreider toetsen en volgens nieuwe inzichten. Na 2024 proberen we het werk van de twee rondes zoveel mogelijk te combineren.
We prioriteren versterkingen nu vaak op basis van urgentie. Hoe groter de kans dat een dijk kan falen en hoe groter het gevolg, des te eerder gaan we ermee aan het werk. Het gevolg is wel dat laag geprioriteerde keringen op deze manier altijd onderaan de lijst komen. Tijdens de komende beleidsperiode onderzoeken we of deze prioriteiten nog steeds kloppen. Dit is in lijn met de strategisch assetmanagement plan (SAMP).
Wij versterken dijken het liefst met extra grond. Daarmee maken we dijk hoger of breder. Groot voordeel hiervan is dat het relatief makkelijk is om met extra grond de dijk aan te passen als we nieuwe inzichten krijgen. Grond is ook goedkoper dan andere oplossingen. Daar komt bij dat het inspecteren van de versterking veel makkelijker is. We werken bij versterkingen met grond zoveel mogelijk met grond uit het gebied, zodat we minder transport nodig hebben. Waarom een damwand een minder goede oplossing is We overwegen damwanden alleen als er geen ruimte in de grond is om de dijk te versterken. Een damwand is namelijk echt iets anders dan een ‘normale’ dijk. Hierdoor is een aansluitconstructie nodig en dat betekent dat beheer van de kering lastiger wordt. Bovendien kunnen we de damwand maar beperkt aanpassen als we nieuwe inzichten krijgen. Een damwand kun je vaak niet versterken. Marge vanwege klimaatverandering
Figuur 2-1: Versterking regionale kering
Het Nederlandse klimaat verandert. Een van de gevolgen is de versnelde zeespiegelstijging. Daarnaast krijgen we
14 / 45
extremer weer: hogere of lagere temperaturen, hevige neerslag of juist droogte. We houden hier nu ook al rekening mee als we keringen ontwerpen, doordat we bouwen met een extra veiligheidsmarge. Maar dit is wel een belangrijk vraagstuk voor ons: bij een versnelling van de zeespiegelstijging, gaan we dan hogere dijken aanleggen, of verhogen we juist de capaciteit van onze pompen en piekbergingen? Voorlopig houden we vast aan de vastgestelde boezem- en polderpeilen. Daardoor blijft de belasting op de keringen grotendeels gelijk. Kleinere footprint Om klimaatverandering tegen te gaan willen we onze carbon footprint, de CO2-uitstoot, verminderen. Emissievrij werken is daarnaast ook een ambitie binnen de circulariteitsopgave van Rijnland. We letten daarom goed op de materialen die we gebruiken als we dijken versterken, bijvoorbeeld door elektrische machines te gebruiken, vervoer per boot in plaats van per vrachtwagen te laten plaatsvinden en door meer in te zetten op ‘werk met werk’ maken. ‘Werk met werk’ maken, houdt in dat we samen met andere partijen optrekken en tegelijkertijd werkzaamheden rondom de kering oppakken. Een gemeente die een weg moet opknappen op een kering die wij moeten versterken, kunnen het beste tegelijkertijd op gepakt worden. Daardoor kunnen we de CO2-uitstoot flink reduceren.
Een ander voordeel hiervan is dat de omgeving niet meerdere keren last onder vindt van de werkzaamheden.
Klimaat-neutrale grondwerkzaamheden We willen in 2030 al onze grond- weg en waterbouw volledig klimaatneutraal laten zijn. Bijvoorbeeld door fossiel- of uitstootvrij aan te besteden. Biodiversiteit Als we een dijk versterken, zorgen we ervoor dat we de biodiversiteit in stand houden of verbeteren. U kunt hierbij denken aan het zaaien met andere grassen, het gebruik van een kruidenrijk of bloemrijk grasmengsel en het aanleggen van een natuurvriendelijke oever. Het is dan van belang dat ook het maaibeleid hier op af wordt gestemd. Het maaien doen we meestal niet zelf, maar wordt gedaan door de perceeleigenaren of pachters van de grond. We kunnen hier wel afspraken over maken. Daarnaast kunnen we natuurlijke restmaterialen gebruiken als we een dijk versterken. Dit raakt ook aan de circulariteitsopgave. Onderzoek naar het gebruik van deze materialen is alleen wel nodig. Voor een dijkversterking zijn er nu eenmaal grondstoffen nodig van goede kwaliteit. 4.4 Risico-gestuurd beheren en onderhouden Assetmanagement Als we versterkingen en onderhoud plannen, gebruiken we daarvoor de methode van assetmanagement. Dit betekent dat we kijken naar de balans tussen
functie, kosten en risico’s. Hiervoor gebruiken we als hulpmiddel de bedrijfswaarden en de risicomatrix die voor heel Rijnland zijn vastgesteld. Hierin wegen we verschillende waarden af ten opzichte van elkaar, zoals bijvoorbeeld veiligheid, milieu en leefbaarheid. Een gevolg van deze methode is dat we voortaan plannen op basis van de risico’s, dus risico-gestuurd. Preventief onderhoud Een tweede belangrijke ontwikkeling is dat we overstappen naar preventief onderhoud. We gaan dus versterken of onderhouden vóórdat de dijk niet meer aan de norm voldoet. Hierbij gebruiken we ook assetmanagement. Een voorbeeld hiervan is ons Lange Termijn Assetmanagement Planning (LTAP). De LTAP wordt breed ingezet binnen onze organisatie voor alle programma’s, niet alleen voor waterveiligheid. Hierin maken we het werk en de investering inzichtelijk. Onderhoudsverplichtingen aan keringen Op dit moment bekijken we de verschillende soorten schade aan keringen en oevers en wie er verantwoordelijk voor deze schade is. Hiervoor doorlopen we een traject van Beeldvorming, Opinievorming en Besluitvorming (BOB). Mogelijk volgt er uit het BOB-traject dat we ons beleid moeten aanpassen, omdat de onderhoudsverplichting voor het dagelijks onderhoud verandert. Daarnaast is niet altijd duidelijk wie verantwoordelijk is voor onderhoud van oeverconstructies zoals damwanden en kademuren.
15 / 45
De oeverconstructies nemen we op in de legger ondersteunende kunstwerken. Hierin beschrijven we wie de onderhoudsverplichtingen heeft. Exoten In sloten, rivieren en plassen zijn steeds vaker planten en dieren te zien die van nature niet in Nederland thuishoren. Ze verstoren het natuurlijk evenwicht en de waterhuishouding door hun snelle groei en ze zijn soms ook een gevaar voor de waterveiligheid. Voor sommige van deze invasieve exoten hebben we beleid en duidelijk samenwerkingsafspraken gemaakt. Muskusratten Sinds 2011 zijn we ook verantwoordelijk voor de bestrijding van muskusratten. Hiervoor is een overkoepelende organisatie opgesteld die de bestrijding namens Rijnland uitvoert. Zij voeren de bestrijding uit in ons hele beheergebied. Voor deze specifieke taak is een eigen beleidsvisie opgesteld. Het doel van ons en de andere waterschappen is om de muskusratten terug te dringen tot de landsgrens. Inwoners hoeven ze niet zelf te bestrijden. Maar als ze muskusratten zien, of schade door muskusratten, kunnen ze dat melden bij de organisatie. Rivierkreeften Niet voor alle exoten is er al beleid of een samenwerking opgezet. Een voorbeeld hiervan is de rivierkreeft. De rivierkreeft is de laatste jaren steeds
prominenter in het nieuws en op de agenda gekomen. De rivierkreeft zou een negatief effect kunnen hebben op de waterkwaliteit maar ook op de waterveiligheid en baggeraanwas. Het ministerie van LNV is verantwoordelijk is voor de aanpak van uitheemse rivierkreeften en heeft ervoor gekozen om de uitheemse rivierkreeften te beheersen door middel van commerciële vangst door beroepsvissers. Als Rijnland kunnen we alleen inspecteren naar eventuele schade en deze (laten) herstellen. De huidige wet- en regelgeving zit volgens velen de bestrijding in de weg, maar ook over de meest effectieve methode van bestrijding staat nog volop in discussie. Op dit moment lopen er een aantal onderzoeken naar de populatie van de rivierkreeft en de effect van die populatie op de waterkeringen. Eerste onderzoeken laten zien dat de populatie zich snel verspreidt in verschillende gebieden en voornamelijk in de Randstad. Maar het is lastig te voorspellen in welke wateren de rivierkreeft het wel goed doet en waar niet. Rivierkreeften vormen mogelijk ook een gevaar voor de kering. Daarom onderzoeken we in de komende periode hoeveel rivierkreeften er in ons gebied zijn en wat daarvan de gevolgen voor de veiligheid zijn. Dat doen we niet alleen. We werken samen met het kenniscentrum voor waterschappen (STOWA) en andere waterschappen.
4.5 Naleven van het beleid en de regels We hebben vaak te maken met anderen die een kering ook gebruiken. Wij zijn vaak niet de eigenaar van de kering. Tegelijkertijd willen we bijdragen aan minder regeldruk en minder vergunningaanvragen. Daarom hebben we het principe ‘Ja, mits’ geïntroduceerd. Anderen mogen de kering ook gebruiken op voorwaarde dat ze zich aan de regels houden. Duidelijke regels Er zijn allerlei belangen rond de waterkeringen. Dus moeten we duidelijke regels vastleggen in onze legger. Bovendien moeten we de regels goed kunnen uitleggen. Zo behouden we goede waterkeringen en zorgen we dat het veilig blijft in ons gebied. Daarom controleren we de regels en de legger continu en passen we deze aan als we een knelpunt ontdekken. Daarnaast kijken we naar de effecten van ons beleid. Bereiken we wat we willen? Zo kunnen we bijsturen als dat nodig is. 4.6 Actueel beleid U leest hieronder op welke punten we in de komende periode ons beleid aanpassen. Voor de onderstaande onderwerpen lopen er een aantal onderzoeken of willen we deze starten voordat we hier nieuw beleid op vaststellen.
16 / 45
Schade aan keringen U heeft in paragraaf 4.4 kunnen lezen dat we een traject van Beeldvorming, Opinievorming en Besluitvorming (BOB) doorlopen voor de schade aan
keringen. Het gevolg hiervan kan dus een aanpassing van ons beleid zijn, omdat de onderhoudsverplichting voor het dagelijks onderhoud verandert.
Beleid voor bomen In de Keur is vastgelegd wat wel en niet mag qua bomen. Hierin staat onder andere dat bomen hoger dan vijf meter niet in de kernzone mogen staan. Met de kernzone bedoelen we de dijk zelf. Bovenop een dijk mag een boom zelfs niet hoger zijn dan twee meter. Nieuwe bomen planten staan we dan ook niet langer toe op en rondom een kering. Maar in de praktijk staan er nu al ongeveer een half miljoen bomen op de dijken. Een flink deel daarvan is hoger dan vijf meter. Als zo’n boom een risico vormt voor de waterveiligheid moet in het huidige beleid de boom verwijderd worden. Waterveiligheid is te allen tijde leidend. Wanneer bomen een risico vormen voor de waterveiligheid moet dit risico beperkt worden. Dit doen we met maatwerk. Dit kan door het kappen van de boom, maar ook andere maatregelen kunnen toegepast worden als Rijnland maar niet opdraait voor deze kosten. Als Rijnland bekijken we nu elke boom individueel.
Figuur 2-2: Boom op kering in Voorschoten
Maar we hebben niet alleen met onze eigen regels te maken. Voor veel bomen is een kapvergunning van de gemeente nodig. En de gemeente kijkt ook naar andere belangen dan waterveiligheid. We moeten dus in overleg met gemeenten om afspraken te maken over risicovolle bomen. Naast de gemeente stuiten we vaak op veel weerstand vanuit de omgeving. Hier moeten
17 / 45
we naast beleid ook in vroeg stadium communicatie middelen inzetten om met de omgeving in gesprek te gaan.
opgesteld. In de toekomst willen we frequentie van de nota herziening vergroten. We willen naar herziening of update van minimaal één keer in de vijf jaar.
Ons doel is om de waterveiligheid te waarborgen. Als dat op een andere manier kan, dan het verwijderen van een risicovolle boom, staan wij daarvoor open en we denken mee. Eventuele extra kosten, die hiermee gemoeid gaan, zijn voor de aanvrager. Aan het eind van toetsing van de regionale keringen in 2024 hebben we een beter beeld welke bomen grote risico vormen voor de waterveiligheid. Samen met de gemeenten kunnen we dan een plan maken hoe we gezamenlijk met deze risico’s omgaan. Dit kan mogelijk leiden tot beleidswijzigingen.
4.7 Data op orde Met de stappen die we hebben gezet voor digitaliseren en digitale transformatie, is het steeds makkelijker om gegevens over waterkeringen te verzamelen en te analyseren. De inzichten die we hierdoor krijgen, kunnen we op verschillende plekken toepassen. Daarnaast toetsen we de regionale keringen nog uitgebreider, daardoor weten we steeds meer over de ondergrond en de objecten op of rond de kering. Het toetsen van de keringen zal in de toekomst gemakkelijker gaan omdat we over steeds meer gegevens beschikken.
Legger regionale keringen
Data beschikbaar voor anderen
In de legger regionale keringen staan alleen de grondlichamen. Daarnaast zijn er soms ook andere constructies die bijdragen aan de waterveiligheid: bijzonder waterkerende constructies (bwc’s) zoals damwanden en keermuren. Ook deze constructies moeten we goed beheren. Daarom willen we de bwc’s die invloed hebben op de waterveiligheid opnemen in de legger regionale kunstwerken.
Samen met alle andere waterschappen hebben we een standaardformat afgesproken om data uit te wisselen. Zo kunnen andere gebruikers onze data makkelijker vinden en gebruiken. Vanaf 2030 werken we volgens dit format. Overigens delen we nu al data met anderen, als die erom vragen. Maar op dit moment heeft elk waterschap zijn eigen format. We beginnen ermee om data éénduidig op één locatie voor alle waterschappen beschikbaar te maken.
Frequentie nota waterveiligheid De vorige nota Waterveiligheid is in 2010 vastgesteld. Meer dan 10 jaar later hebben we nu een nieuwe nota
Data op orde om continue toetsen mogelijk te maken We willen onze keringen graag continu toetsen. Hierover las u al in paragraaf 4.2. Dat maakt het noodzakelijk dat onze data actueel en op orde is. Is er bijvoorbeeld een nieuw bestand met hoogtes beschikbaar? Dan moeten we die gegevens direct kunnen gebruiken om de veiligheid te toetsen. Zo zijn we altijd op de hoogte van de actuele staat van onze regionale keringen. Op dit moment zijn we gestart met de eerste stappen voor een continue toets. Maar data op orde is een continue taak die Dashboard regionale keringen Daarnaast hebben we het dashboard regionale keringen ontwikkeld. Binnen het dashboard zijn de regionale keringen opgesplitst in segmenten van 100 meter. Aan deze segmenten kunnen we bepaalde data koppelen. Dat geeft inzicht in onze activiteiten. Bijvoorbeeld hoeveel kilometers we hebben versterkt in een bepaald jaar. In de komende periode kijken we met welke informatie het dashboard nog aangevuld kan worden. Kijken vanuit de ruimte Met satellietmonitoring kunnen we sneller en op grote schaal gegevens in winnen. Onze software maakt het mogelijk om gegevens rond keringen beter vast te leggen en te benaderen. Hierdoor kunnen we onze (beleids)keuzes beter onderbouwen. Bovendien beschikken we zo over een actueel overzicht van de sterkte van de waterkering.
18 / 45
Op dit moment zijn we bezig met de pilot om droogtemonitoring te kunnen uitvoeren aan de hand satellietdata. Samen met STOWA en TU Delft en Delfland doen we onderzoek naar hoe boezemkades verdrogen bij langdurige droogte. Met satellietbeelden proberen we zo goed mogelijk inzicht te krijgen in verdroging van de veenkades. Hiermee willen we beter inschatten wanneer droogte slecht is voor de kering en kunnen we in de toekomst gerichter en efficiënter inspecteren. Satelliet-droogtepilot 4.8 Rapporteren over zorgtaak De zorgtaak of ook wel zorgplicht genoemd voor de waterkeringen in de eeuwenoude taak van de waterschappen die is vastgelegd in de Waterwet. Dit houdt in dat zij de wettelijke taak hebben om de keringen aan de veiligheidseisen te laten voldoen en voor het noodzakelijke preventieve beheer en onderhoud te zorgen. Voor de primaire keringen houdt het Rijk toezicht en voor de regionale keringen zijn het de provincies. Primaire waterkeringen Vanaf 2022 stellen we elk jaar een veiligheidsrapportage op. Daarin nemen we ook de stand van zaken over de beoordeling mee. Zo geven we een breed beeld over onze zorgtaak: de veiligheid van de primaire waterkeringen ons gebied. Deze actie is onderdeel van ons verbeterplan dat we hebben opgesteld naar aanleiding van een audit. De Inspectie
Leefomgeving en Transport (ILT) heeft deze audit in 2017 afgenomen. Samen werken aan kwaliteit We hebben met alle waterschappen afgesproken dat we gaan samenwerken om onszelf te verbeteren. Hiervoor organiseren we samen met drie andere waterschappen peer-reviews. Door bij elkaar een ‘kijkje in de keuken’ te nemen en daarbij sterke- en verbeterpunten te noemen, helpen we elkaar vooruit. Audits voortaan zelf organiseren
4.9 Calamiteitenzorg We passen onze calamiteitenbestrijdingsplannen continu aan de actuele situatie aan. Bovendien oefenen we regelmatig. Daarnaast werken wij met overstromingsmodellen. Deze modellen laten zien wat de mogelijke gevolgen zijn van overstromingen. We laten deze modellen ´draaien´ als er een dijkdoorbraak dreigt. De informatie die we daardoor krijgen, helpt ons bij het nemen van beslissingen, over maatregelen en over de communicatie met de omgeving.
De ILT geeft ons ruimte om audits zelf te organiseren. Als wij dit met de waterschappen goed organiseren, betekent dit dat ILT als toezichthouder alleen maar de vinger aan de pols hoeft te houden. Regionale keringen Voor de regionale keringen vinden we de methode voor de primaire keringen te zwaar. Daarom willen we samen met andere waterschappen kijken hoe we onze zorgplicht invullen voor de regionale keringen. We willen goed definiëren wat we onder een zorgtaak verstaan, hoe we daarop sturen en wat dat betekent voor het toezichthouden. Het doel hiervan is dat we duidelijke afspraken maken met de toezichthouder over hoe wij onze zorgtaak uitvoeren en hoe het toezicht is geregeld.
19 / 45
Figuur 2-2-3: Calamiteiten oefening sluiten van compartimenteringswerk op de Stommeerweg in Aalsmeer
20 / 45
5. WE MAKEN ONS GEBIED WEERBAAR MET GOEDE RUIMTELIJKE INRICHTING Er is weinig ruimte in de Randstad. Daarom kijken we goed naar de mogelijkheden om onze keringen niet alleen voor waterveiligheid te gebruiken. Hierbij is het uitgangspunt dat het medegebruik natuurlijk niet ten koste mag gaan van de veiligheid. U leest in de paragrafen hieronder hoe we dit aanpakken. 5.1 Medegebruik Er is veel vraag naar mogelijkheden om keringen anders te gebruiken, of andere functies te combineren met de kering: - Niet waterkerende objecten (nwo’en) op of rond een kering, zoals huizen, bomen of leidingen. - Andere functies combineren met de waterveiligheid. Bijvoorbeeld een jachthaven, een weg of fietspad op de kering, of een parkeergarage in de kering of een natuurvriendelijke oever. Bij beide vragen moeten we de kering veilig houden, nu en in de toekomst. Daarom gelden er voor
medegebruik beperkingen. Deze regels zijn opgenomen in de Keur en uitvoeringsregels. Andere risico´s Soms zijn er andere risico´s bij medegebruik. De veiligheid is dan niet in gevaar, maar het mede gebruik leidt bijvoorbeeld tot hogere beheer- en onderhoudskosten. Of inspecteren is lastiger of zelfs niet mogelijk. Al deze risico´s dragen wij vanzelf sprekend niet alleen. Daarom is het noodzakelijk om de financiële consequenties in kaart te brengen. En om duidelijke afspraken te maken bij wie de verantwoordelijkheid ligt voor de extra kosten. In de komende periode passen we de regels hierop aan, zodat we onze beslissingen kunnen nemen op basis van alle eventuele risico’s. 5.2 Multifunctionele keringen en omgeving Medegebruik van de keringen kan ook kansen bieden. Het kan bijdragen aan maatschappelijke uitdagingen zoals de ecologie, de biodiversiteit en de energie transitie. Zoals is opgenomen in de vier Regionale
Energie Strategieën 1.0 RES ligt het zwaarte punt voornamelijk in het ruimtelijk domein. We willen als Rijnland een betrouwbare partner zijn in deze regio’s. Regionale Energie Strategieën 1.0 In het klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over hernieuwbare energieopwekking op land, energieopslag en de infrastructuur voor warmte en elektriciteit. Decentrale overheden hebben in 2018 in het Interbestuurlijke Programma voorgesteld om een meerjarige programmatische nationale aanpak uit te werken met landsdekkende Regionale Energie Strategieën (RESsen). Rijnland valt in vier van de 30 RESsen Link naar RES 1.0 per regio Rijnland streeft naar energieneutraliteit in 2025. Dit betekent dat vanaf 2025 jaarlijks de hoeveelheid (duurzame) energieopwekking minimaal even groot is als het totale energieverbruik. Het energieverbruik bestaat uit alle elektriciteit, gas, brandstoffen en warmte die Rijnland verbruikt en de energie die
21 / 45
partijen die namens Rijnland reguliere werkzaamheden verrichten verbruiken. Daarom willen we komende periode uitzoeken of we onze keringen kunnen gebruiken om deze opgaves te realiseren, zonder dat de waterveiligheid in gevaar komt. De kaders waarin maatregelen ten behoeve van de energietransitie zijn toegestaan op en rondom keringen is alleen wanneer deze maatregelen geen gevaar zijn voor de waterveiligheid. Maar ook behoren deze maatregelen, de beheerstaken zoals inspecties en onderhoud, niet te belemmeren. We streven hier naar maatwerk.
Biodiversiteit De biodiversiteit is essentieel voor het in stand houden van ecosystemen en daarmee een gezonde leefomgeving. Dit belang onderschrijft het hoogheemraadschap van Rijnland en ook natuurorganisaties, boeren, wetenschappers, bedrijven en andere waterschappen onderschrijven
dit. Zij hebben daarom de handen ineen geslagen om samen te werken aan het Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Het Actieplan biedt inzicht in de aanpak en werkwijze die Rijnland voor ogen heeft. Link naar Actieplan Biodiversiteit
Kansen bij versterking Bij een dijkversterking kunnen we zelf onze werkwijze aanpassen om de biodiversiteits- en circulaire doelstellingen te behalen. Alleen bij een dijkversterking kunnen we verduurzaming stimuleren. De meeste keringen zijn namelijk niet in ons eigendom. Daarom moeten we afspraken maken over het maaibeleid met de perceeleigenaren of pachters. En kunnen we, als het gaat om duurzame energieopwekking op een waterkering en het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, alleen plannen van anderen faciliteren. Dit door bijvoorbeeld het geven van subsidies van natuurvriendelijke oevers.
Figuur 2-5: Bloemrijke dijk
22 / 45
5.3 Communiceren over overstromingsrisico’s Provincies, gemeenten en projectontwikkelaars maken voortdurend plannen voor ruimtelijke ontwikkelingen, zoals nieuwbouwprojecten. Wij laten hen zien wat de gevolgen van een dijkdoorbaak zijn met overstromingsbeelden bij deze nieuwe ruimtelijke inpassingen. Dit soort beelden helpen als we maatregelen voorstellen om de gevolgen van een overstroming te beperken. Bijvoorbeeld het selecteren van locaties met minder risico of het hoger aanleggen van wegen en bebouwing (klimaat-adaptief bouwen).
Plannen en informatie delen We willen nog beter samenwerken met bijvoorbeeld gemeenten en provincies. Soms is er zowel een versterking nodig als onderhoud aan de weg. Idealiter voeren we deze werkzaamheden tegelijkertijd uit, ‘werk met werk’ maken. Daarom gaan we in de komende periode een lange termijn planning opstellen. Dat doen we samen met andere organisaties, zoals gemeenten. Bovendien gaan we ook steeds meer informatie delen: in 2030 is onze data beschikbaar voor anderen. Hierover las u al in paragraaf 4.7.
Normen en stelsel aanpassen In onze huidige normen komen niet alle ruimtelijke ontwikkelingen evengoed naar voren. U kunt hierbij denken aan een stijging van het aantal inwoners of de economische waarde van de afgelopen jaren. Daarom willen we in de komende periode het stelsel en de normen voor de regionale keringen evalueren in een systeemanalyse, zie ook paragraaf 4.1. Dit doen we samen met de provincies in goed overleg omdat de provincies zowel de norm als het stelsel officieel vastleggen. Toekomstige ontwikkelingen nemen we dan alvast mee in deze exercitie. Zo hebben wijzelf maar ook de gemeenten en provincies een beter beeld hoe toekomstige ontwikkelingen invloed hebben op de waterveiligheidsrisico’s.
23 / 45
6. WE SLUITEN AAN OP MAATSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGEN Onze keringen moeten ook in de toekomst ons gebied veilig houden. Afgezien van de directe veiligheid zijn er meer ontwikkelingen waar we rekening mee houden. In de volgende paragrafen leest u hoe wij dit doen.
maatregelen die we moeten nemen en spelen we alvast daarop in ons beheer van de waterkeringen en strategie voor waterveiligheid. Dit houdt in dat we “no-regret” beleid voeren.
6.1 Toekomstbestendig keringen Om ons gebied te beschermen tegen overstromingen moeten we nu al rekening houden met klimaatverandering (zie bijlage 3). We moeten bij het ontwerpen rekening houden met hogere waterstanden en bodemdaling. Dat betekent dat we de keringen sterker moeten ontwerpen waardoor deze mogelijk breder en hoger moeten worden.
Beschermingszones
Kosten voor zeespiegelstijging Nieuwe inzichten uit de IPCC rapporten kunnen leiden tot nieuwe maatregelen, beleidswijzigingen of versneld uitvoeren van geplande maatregelen. Op dit moment is het nog niet noodzakelijk om voor zeespiegelstijging extra geld te reserveren omdat we nog niet concreet weten wat de nieuwe inzichten betekenen voor Nederland en dus ook niet voor Rijnland. Wel zorgen we ervoor dat we voorbereid zijn op eventuele
We willen voor een aantal locaties de beschermingszones vergroten om zo ruimte te reserveren die in de toekomst nodig is om dijkversterkingen uit te voeren. Daarnaast kijken we naar andere activiteiten of gebruik in die zones. Als die de veiligheid verlagen, willen we deze beperken. Eigen keringen? Een mogelijk knelpunt is dat de meeste keringen niet van ons zijn. Dat kan het minder makkelijk maken om de beschermingszones te vergroten of de dijken te versterken. Ook het bijdragen aan de maatschappelijke uitdagingen rondom biodiversiteit en de energietransitie is makkelijker als we de keringen bezitten. Daarom willen we onderzoeken of het strategisch is dat we een aantal keringen in bezit nemen. Dit is in lijn met onze Nota verkoopbeleid.
Hierin wordt gesteld dat we percelen niet verkopen die nodig zijn voor het (toekomstige) watersysteem of energietransitie. Het eigenaarschap is niet een doel op zich, het gaat erom of het voordeel oplevert en haalbaar is. Bijvoorbeeld een lang, lijnvormig element zoals de Spaarndammerdijk kan dan een waardevolle borging worden voor versterking van de biodiversiteit. Eigendom biedt daarbij ook de mogelijkheid om pacht te vragen en zo inkomsten te genereren. 6.2 Circulaire aanpak Wat de circulariteitsopgave precies betekent voor de waterkeringen is nog niet duidelijk. De ambities die zijn uitgesproken, waaronder circulair materiaalgebruik en emissievrij werken, worden tot 2023 onderzocht. Wel is besloten dat we daar waar mogelijk duurzaam en circulair werken en dat we duurzame varianten verkennen bij aanbestedingen. Het materiaal wat nodig is bij keringen is nu nog lastig om volledig circulair te maken. Voor dijkversterkingen
24 / 45
hebben we nu eenmaal grondstoffen van goede kwaliteit nodig. Er lopen (landelijk) pilots om te onderzoeken in hoeverre we grondstoffen circulair kunnen winnen. Een voorbeeld hiervan is dat we nu onderzoeken of bagger uit de watergang geschikt is als ophoogmateriaal voor de waterkeringen (project meegroeidijk).
Wat betreft emissievrij werken, kunnen we naar de machines kijken die er gebruikt worden bij het onderhoud. Meer invloed kan hierover uitgeoefend worden als we ook bij een aanbesteding zorgen dat duurzaamheid een leidend principe is.
De meegroeidijk Wij zijn partner van het project “De meegroeidijk”: we onderzoeken of het mogelijk is om de waterkering te versterken met bagger uit de daarnaast liggende watergang. Als we eens in de twee jaar de dijk verrijken met een laagje bagger bereiken we het volgende: - We gaan de natuurlijke afname van de hoogte door bodemdaling tegen, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de grasmat. - Daardoor kunnen we dijkversterking uitstellen, of dijkversterking is helemaal overbodig. Met dit project zetten we een grote stap in het circulair inrichten van een dijkversterking.
25 / 45
7. ONZE AGENDA IN HET KORT
In deze nota heeft u over een aantal onderwerpen en thema’s gelezen die nader onderzoek vragen. Daarnaast lopen er een aantal zaken waarvan we de uitkomsten in de komende jaren verwachten en zijn we bezig met een aantal pilots. In dit hoofdstuk beschrijven we samenvattend de onderwerpen die in de voorgaande hoofdstukken aangewezen zijn als nader te onderzoeken, wat kan leiden tot beleidswijzigingen. 7.1 Activiteiten en onderzoeken in de komende jaren In deze paragraaf benoemen we kort de onderwerpen, die nader onderzoek vragen en in de vorige hoofdstukken besproken zijn, nogmaals kort toe. 7.1.1 Systeem beschrijving en analyse Met de systeem beschrijving en analyse gaan we ons huidige stelsel aan keringen en kunstwerken beschrijven die bijdraagt aan de waterveiligheid binnen ons beheergebied. Hiermee krijgen we antwoorden op; welke assets dragen bij aan de waterveiligheid, op welke manier en hoeveel draagt een asset bij aan de waterveiligheid. Deze beschrijving gebruiken we vervolgens om een optimaal systeem voor
waterveiligheid aan te wijzen. We gaan de normen en het hele stelsel van regionale waterkeringen binnen Rijnland herzien. Hierbij kijken we ook naar de (toekomstige) ruimtelijke ontwikkelingen en met welke keringen we de beste waterveiligheid kunnen bieden in ons gebied. Dit kan resulteren in het afstoten van assets maar ook het aanwijzen van nieuwe assets. 7.1.2 Beoordelen en toetsen op de normen In 2023 ronden we de beoordeling van de primaire keringen af met een rapportage naar de minister van I&W. Als er primaire waterkeringen zijn die niet voldoen, dan melden we die aan bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) voor subsidie om de waterkeringen te versterken. Het jaar erop, in 2024, ronden we de toetsing voor de regionale keringen af. Hierbij worden voor het eerst de kunstwerken, niet waterkerende objecten (NWO) en bijzonder waterkerende constructies (BWC) meegenomen. Eventuele trajecten van de regionale keringen die niet voldoen aan de norm, komen in de nieuwe versterkingsopgave. Samen met de huidige