CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Omgevingsprogramma Riolering - Ontwerpversie.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit, Water (MLW) 20 januari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Het Ontwerp Omgevingsprogramma Riolering 2022 – 2027. (ZD2021-017135)20.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Registratie De Basisregistratie Ondergrond (BRO) is de centrale registratie met publieke gegevens over de Nederlandse ondergrond. Ook Amsterdam legt voor haar ondergrondse objecten betrouwbare, algemene gegevens vast. De levering van grondwatermonitoringgegevens is in fases verplicht gesteld. De startdatum was 1 januari 2018. Het aanpassen van de

36

Classificatie: Openbaar

database en de exports aan de wettelijke eisen en het realiseren van (geautomatiseerde) communicatie met de BRO zal nog enige jaren extra inspanning vereisen. 5.5.4

Onderzoek Om de huidige en toekomstige uitdagingen van grondwaterbeheer aan te gaan, is een onderzoekagenda opgesteld voor grondwater. Deze onderzoeken zijn gepland in de periode 2022-2027, maar kunnen op verschillende momenten worden gestart. Actief grondwaterbeheer Met actief grondwaterbeheer reguleert men het grondwaterpeil op lokaal niveau om de nadelige gevolgen van grondwateroverlast en/of -onderlast zoveel mogelijk te verminderen. Actief grondwaterbeheer is in deze zin het met voorzieningen als drainage of infiltratie relatief stabiel houden van de grondwaterstand. Het zorgt dat de extreme uitschieters naar een (te) hoge of lage grondstand zo veel mogelijk worden voorkomen. In de programmaperiode plant Amsterdam onderzoek naar lokale mogelijkheden voor het toepassen van actief grondwaterbeheer: waar is het gewenst?, waar is het mogelijk?, wat zijn de juridische gevolgen?, hoe kostenefficiënt is het?, hoeveel water vraagt dit? en is dat beschikbaar vanuit het regionaal watersysteem? Hiervoor is onder andere een pilot in Amsterdam-Zuid gepland. In de programmaperiode wordt onderzoek uitgevoerd naar hoe rekening gehouden kan worden met de waterhuishouding van groen en bomen. Ontwateringdiepte van 90 cm Grondwateroverlast kan beperkt worden door het maaiveld op een hoger niveau te leggen, meestal door middel van ophoging.

Met de Omgevingsvisie 2050 houdt Amsterdam een ontwateringsdiepte van 90 cm aan bij de ontwikkeling van nieuwe gebieden. Hoe dit wordt bewerkstelligd, werken we uit met een berekenings- en toetsingsstrategie. Daarin worden de effecten van klimaatverandering meegenomen op het niveau van minimaal de KNMI scenario’s WH2050 en wenselijk de KNMI scenario’s WH2085. Zo creëren we de juiste voorwaarden voor initiatieven en stimuleren we een robuust maaiveldniveau. Duurzaam draineren Om een volwaardig beheerprogramma op te stellen voor drainage en andere ontwateringsmiddelen, is onderzoek nodig naar de staat van drainagesystemen die sinds 2010 zijn aangelegd. Dit onderzoek start in gebieden met een verhoogd risico op overlast of onderlast. Zo zijn bewustere keuzes mogelijk bij het wel of niet aanleggen van drainage en de prioritering hiervan bij het aanlegprogramma van andere riolering. Grondwaterneutraal bouwen Ontwikkelingen in de stad met ondergrondse constructies zijn verplicht ‘grondwaterneutraal’ te worden gerealiseerd. Dit past bij het overkoepelende principe van klimaatadaptief bouwen en staat in het Paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders. Dit betekent dat door het bouwen van een kelder, de stand en stroming van het grondwater buiten het perceel niet of nauwelijks mag veranderen, waar mogelijk verbetert, en geen negatieve grondwatereffecten optreden.

Tot negatieve effecten worden in ieder geval gerekend risico’s op opbarsten van de deklaag, welvorming, grondwateroverlast en grondwateronderlast. Hieruit volgt dat er maatregelen moeten worden getroffen om een eventuele impact op het grondwater tegen te gaan of te mitigeren. We onderzoeken hoe we grondwaterneutrale maatregelen kunnen monitoren, onder andere aan de hand van een pilot. Bodemdaling in bestaand stedelijk gebied Bodemdaling is een fenomeen dat in heel Amsterdam speelt, maar met name in Amsterdam-Noord en in de stadsparken voor complicaties zorgt. In Amsterdam-Noord zijn enkele buurten met relatief veel op staal gefundeerde woningen. Deze woningen dalen mee met het maaiveld, waarmee de ontwateringsdiepte afneemt. We analyseren de bodemdaling in de meest kwetsbare wijken (gemiddeld, in de droge zomers van 2018 en 2019) en kijken naar mogelijke oplossingen. Voor de parken evalueren we onderzoeken die al eerder gedaan zijn naar bodemdaling om tot een goede strategie voor parken te komen. Vervangingsopgave bruggen en kademuren Amsterdam staat voor een grote opgave om oude kades en bruggen te vervangen. Bij deze vervangingen is het belangrijk dat de nieuwe bruggen en kades geen barrière vormen voor de grondwaterstroming.

Aan de hand van het uit te breiden grondwatermeetnet onderzoeken we wat de doorlatendheid is van de bestaande kades plus de omringende bodem en ontwikkelen methoden om de doorlatendheid van de voorgestelde nieuwe kades voor te schrijven en te toetsen. Ook monitoren we het effect van de nieuwe kademuren op de grondwaterstand in de omgeving met behulp van een verschuivend projectmeetnet.

37

Classificatie: Openbaar

Levensduur ontwateringsmiddelen Traditionele drainageleidingen kunnen net zo lang meegaan als de riolering, mits deze goed onderhouden worden. Bij veel drainagesystemen is het onderhoud slechts sporadisch uitgevoerd. We onderzoeken bij deze systemen wat de restlevensduurverwachting is en op welke wijze deze eventueel nog kan worden verlengd. Weesp Voor het grondgebied van Weesp zal uiteindelijke hetzelfde niveau van dienstverlening worden gegeven als in de rest van de gemeente Amsterdam. Onder het GRP Weesp 2020-2025 werd de grondwaterzorgplicht sober en doelmatig ingevuld door de gemeente Weesp. Daarom worden de knelpunten wat betreft grondwater in Weesp onderzocht, onder andere door bij te houden waar meldingen over overlast vandaan komen.

5.5.5

Voorlichting en communicatie Agenderen grondwater Grondwater vormt de basis van de waterhuishouding. Door klimaatverandering kunnen grondwaterstanden meer gaan schommelen, waardoor overlast en onderlast vaker voorkomen. Het is belangrijk goede informatie te verstrekken over de situatie, verantwoordelijkheden en mogelijkheden, om misverstanden en onverwachte tegenslagen bij bijvoorbeeld ruimtelijke ontwikkelingen te voorkomen. Deze programmaperiode is de bedoeling nog actiever bij ontwikkelingen en betrokken instanties te communiceren over grondwater, zodat ruimtelijke ontwikkelingen grondwaterneutraal en met een robuust maaiveldniveau worden ontworpen en de samenhang tussen grondwater (ondergrond) en de normen voor Rainproof (bovengrond) (h)erkend wordt. Ook de inwoners en bedrijven in Amsterdam moeten op de hoogte zijn van hun verantwoordelijkheden en mogelijkheden. Daarvoor sluiten we aan bij de communicatiekanalen van Amsterdam Rainproof en van het Programma Klimaatadaptatie om de rol van grondwater bij uitdagingen en oplossingen te benadrukken. Meldingen Bij meldingen van particulieren en bedrijven over grondwateroverlast of –onderlast wordt contact opgenomen met de melder. Eventueel vindt een locatiebezoek plaats om de situatie te beoordelen. Zo kan worden vastgesteld of er een grondwaterprobleem is en waar de oorzaak ligt .

Ook wordt advies gegeven hoe hier mee om te gaan.

5.6 Indicatoren Voor de programma’s zijn drie indicatoren ontwikkeld om de voortgang op het gewenste resultaat te kunnen monitoren. De indicatoren zijn een afspiegeling van wat momenteel wordt gezien als de meest cruciale factor om op te kunnen sturen. De indicatoren worden toegepast en gemonitord via de jaarlijkse cyclus van begrotingen en resultaten. Voor zowel riolering, Rainproof en grondwater wordt nu één resultaat-indicator voorgesteld: Indicator riolering: • Restlevensduur riolering = Gemiddelde restlevensduur van alle leidingen [jaren] Met: • Restlevensduur = Verwachtte aantal jaar dat de leiding bij regulier onderhoud nog functioneert. o Wordt per gebied beïnvloed door gebiedsbeoordeling (huidige leeftijd, technische levensduur, zetting, vultijd, technische staat o.b.v. inspecties); o Wordt per leiding beïnvloed door objectbeoordelingen. • Een hogere restlevensduur duidt op een toekomstbestendiger stelsel; • Een dalende trend van de restlevensduur duidt op een gemiddelde verslechtering van het stelsel. • Met de restlevensduur kan ook een inschatting worden gemaakt van de onderhoudsstatus ‘top/verzorgd/sober’. Invulling hiervan volgt gedurende de programmaperiode.

Indicator Rainproof: • Aantal Rainproof knelpunten [aantal urgent, aantal zeer urgent, aantal extreem urgent] Met: • Urgent Rainproof knelpunt: op te lossen binnen 15 jaar; • Zeer urgent Rainproof knelpunt: op te lossen binnen 10 jaar; • Extreem urgent Rainproof knelpunt: op te lossen binnen 5 jaar. Indicator grondwater: • Aantal buurten met hoog risico op grondwateronderlast/-overlast Met:

38

Classificatie: Openbaar

•

Voor nadere invulling is het nog nodig een methodiek om het risicoprofiel van een buurt te bepalen, bijv. op basis GHG t.o.v. maaiveld, GLG t.o.v. maaiveld, aanwezige ontwateringsmiddelen/drainage

5.7 Risico’s In deze paragraaf zijn de risico’s benoemd die spelen rondom de ambities beschreven in voorliggend Omgevingsprogramma Riolering. Deze risico’s komen naar voren bij een generieke risico inventarisatie. 5.7.1

Consistentierisico’s Het beschreven beleid in hoofdstuk 4 heeft oorsprong in het voorgaande hoofdstuk en daarmee een basis in de Omgevingsvisie. Het programma in hoofdstuk 5 is een uitwerking van dit beleid. Op deze manier hebben beleid en programma’s een solide en verwijsbare basis en is het consistentierisico gemitigeerd.

5.7.2

Haalbaarheidsrisico’s Een tweede categorie risico’s zijn haalbaarheidsrisico’s. Dit zijn de risico’s ten gevolge van de beschikbaarheid van middelen om de beschreven ambities te behalen. Voorbeelden zijn een tekort aan budget, onvoldoende beschikbaarheid van expertise of onvoldoende betrouwbaarheid van assets, systemen of informatie. Tekort aan budget: De kosten voor activiteiten in het Omgevingsprogramma Riolering worden gedekt door de inkomsten uit de rioolheffing. Dit budget is specifiek gealloceerd en kan niet voor andere ambities worden ingezet. Wel bestaat het risico dat de opbrengsten van de rioolheffing onvoldoende zijn om alle activiteiten volledig uit te kunnen voeren. Dit is het geval wanneer de werkelijke kosten hoger liggen dan de hier ingeschatte kosten, wanneer de tarieven lager worden vastgesteld dan voorgesteld in dit Omgevingsprogramma en wanneer de groei van het aantal aansluitingen lager uitvalt dan geprognosticeerd. Daarnaast bestaat mogelijk een knelpunt wat betreft investeringen. Deze moeten haalbaar zijn en in verhouding met andere stedelijke opgaven. Een eventuele herprioritering van de investeringen kan gevolgen hebben voor de haalbaarheid van de uitvoering van de ambities. Onvoldoende beschikbaarheid van expertise: Waternet heeft voldoende expertise door de jarenlange ervaring in de uitvoering van de gemeentelijke watertaken.

Toekomstige veranderingen kunnen nieuwe expertise vereisen, zoals mogelijk het meer omgevingsgericht benaderen van projecten en de implementatie van meer bovengrondse maatregelen ten behoeve van het programma Rainproof. In dergelijke gevallen kan Waternet een beroep doen op de aanwezige expertise bij de andere afdelingen van gemeente Amsterdam. Een gebrek aan voldoende personeel lijkt een groter risico. Met name de benodigde vervanging van riolering in de komende periode vereist veel uitvoerend werk. Beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel is een risico dat met inhuur of uitbesteding niet vanzelfsprekend kan worden weggenomen, gezien de huidige krappe arbeidsmarkt. Onvoldoende betrouwbaarheid van assets: Een verminderde betrouwbaarheid van het functioneren van de is een wezenlijk risico voor de gezondheid. De krapte in de ondergrond, hogere gebruiksintensiteit en blootstelling aan extremere weersomstandigheden kunnen leiden tot een verminderde betrouwbaarheid en vormen zodanig een risico. De hiervoor benodigde (innovatieve) oplossingen kunnen tot hogere kosten leiden. Ook de vervangingsopgave vormt een risico. De vervanging van de riolering wordt veelal gecombineerd met andere werkzaamheden waar de vervanging van het wegdek nodig is. Riolering ligt immers bijna altijd onder het wegdek.

Dat maakt dat de betrouwbaarheid van het functioneren van de riolering afhankelijk is van de vervangingsprogramma’s van wegen. Daarom worden de vervangingsprogramma’s van riolering en wegen in het vervolg integraal met elkaar ontwikkeld. Paragraaf 5.3.1 geeft een nadere toelichting op deze integratie. Onvoldoende beschikbaarheid systemen & informatie: Voor de riolering is eerder al ingezet om assetmanagement toe te passen, waardoor systemen en informatie voldoende op orde zijn om het beheer effectief en efficiënt uit te voeren. Voor het grondwaterbeheer en het Rainproof maken van de stad moet assetmanagement nog worden vormgegeven. Daarom krijgen deze onderwerpen aandacht in onder andere secties 5.4 en 5.5. Ook het pilotproject Strandeiland, waarbij een nieuwe vorm van sanitatie wordt toegepast, behelst een risico omdat kennis en ervaring in praktijk worden opgebouwd. Monitoring en flexibiliteit in op- en afschalen zijn hier belangrijk om het risico te beheersen.

5.7.3

Generieke en inherente risico’s Generieke risico’s en inherente risico’s voor de gemeente Amsterdam en Waternet als uitvoerende partij zijn geanalyseerd aan de hand van een risicolijst van de Inspectie Leefomgeving en Transport. Met name de digitale veiligheid valt hierin op, omdat Waternet in het recente verleden rondom dit thema onder de aandacht is geweest. Waternet heeft maatregelen getroffen, waaronder het aanstellen van een Chief Security Officer in de directie, die de opdracht heeft het risico in digitale veiligheid te verkleinen. Ook extreme weersomstandigheden verdienen aandacht, omdat de middelen om de watertaken uit te voeren gedeeltelijk weersafhankelijk zijn terwijl de kans op extreme weersomstandigheden vergroot. Hiervoor lopen

39

Classificatie: Openbaar

trajecten om de middelen klimaatbestendig te maken, met name rondom overstroming, droogte, extreme regenval en hitte. 5.7.4

Specifieke risico’s De risico’s specifiek voor de gemeente Amsterdam en Waternet als uitvoerende partij liggen met name in de governance structuur. Waternet is als Stichting werkzaam voor zowel de gemeente Amsterdam als voor waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Deze constructie is onder de aandacht vanwege het onderzoek van de Rekenkamer Metropool Amsterdam over de gemeentelijke rioolwatertaken (26 mei 2021) en de gezamenlijke bestuursopdracht van Amsterdam en AGV ‘Herijking Governance Watertaken (lopende eind 2021). Een eventuele verandering van de opdrachtgeverstructuur voor Waternet kan betekenen dat het mandaat van de gemeentelijke watertaken naar Waternet wijzigt. Daarbij zullen de uitvoerende taken en het in dit Omgevingsprogramma Riolering beschreven beleid gecontinueerd moeten worden. Aandachtspunt is dat deze continuering dan voorspoedig verloopt.

40

Classificatie: Openbaar

6 Financiën In voorgaande hoofdstukken zijn de ambities van dit Omgevingsprogramma verwoord en zijn de daarbij uit te voeren activiteiten beschreven. De kosten van deze activiteiten zijn in dit hoofdstuk in beeld gebracht voor de programmaperiode. Daarnaast is in beeld gebracht hoe de rioolheffing zich op lange termijn ontwikkelt aan de hand van een kostendoorkijk voor na het jaar 2027 en een kostendekkingsberekening. De hier geschetste middelen en ontwikkeling van de rioolheffing zijn slechts indicatief, omdat daadwerkelijke vaststelling van budgetten en de rioolheffing jaarlijks plaatsvindt bij de begroting.

6.1 Kosten en investeringen periode 2022 – 2027 Kosten gemeentelijke watertaken 2022 – 2027 De kosten voor de programmaperiode zijn opgebouwd uit beheerkosten voor afvalwater en hemelwater (inclusief het programma Rainproof), de kosten voor grondwaterzorg en de kapitaallasten van in het verleden gedane investeringen. Ook zijn de perceptiekosten van de afdeling Belastingen en de kosten voor baggerwerkzaamheden opgenomen. Deze exploitatiekosten zijn in Tabel 3 inclusief BTW opgenomen omdat de BTW wordt meegenomen in de rioolheffing. In deze tabel is een jaarlijkse gemiddelde stijging van 3,2% van de exploitatiekosten te zien over de programmaperiode. Hierbij wordt uitgegaan van prijspeil 2021 en is nog geen inflatiecorrectie toegepast. De post 'Beheer’ laat een stijgende trend zien. Deze toename van beheerkosten is een gevolg van een jaarlijkse geprognosticeerde areaaluitbreiding. In deze post zijn vanaf 2023 ook de te verwachten kosten voor het in beheer nemen van Rainproof voorzieningen meegenomen en de kosten voor onderzoek naar het functioneren van hemelwaterverwerkende voorzieningen. Binnen de post grondwaterzorg zijn de niet structurele kosten voor het opzetten van assetmanagement voor ontwateringsmiddelen opgenomen. De stijging in kapitaallasten wordt voor een groot deel verklaard door de toegenomen investeringen voor vervanging van de riolering (zie Tabel 4).

Ten opzichte van de prognose uit het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016 – 2021 zijn de kapitaallasten slechts beperkt gestegen. Dit is te verklaren door de huidige lage rentestand. Inzet budget voor toekomstbestendigheid De gemeente Amsterdam heeft begin 2021 besloten om 10% van het budget stedelijk beheer te reserveren voor het toekomstbestendig maken van de assets van de gemeente. De achterliggende gedachte van dit besluit is dat dit structureel onderdeel is van het werk, ook al zijn er nog onzekerheden. Dit budget wordt onder andere ingezet voor innovaties, Living Labs en andere mogelijkheden om oplossingen in de praktijk te testen en de uitvoering op te schalen. In lijn met dit besluit wordt ook in beheer van de taken voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater structureel budget ingezet voor het klimaatbestendig maken van de assets. Dit maakt het mogelijk om relevante positieve onderzoeksresultaten zo snel mogelijk structureel mee te nemen in uitvoeringsprojecten of, waar relevant, actief deel te nemen in door andere assetmanagers van de gemeente geïnitieerde Living Labs om deze te testen in de Amsterdamse praktijk. Risicobeheersing Uit de risicoanalyse van sectie 5.7 blijkt dat de kosten mogelijk hoger uitvallen dan nu berekend, als gevolg van de haalbaarheidsrisico’s.

Om rekening te houden met dit risico, zijn de uitvoeringskosten met 1,5% verhoogd, gebaseerd op de lijn van eerder aangevraagde onvoorziene verhogingen. Tabel 3. Exploitatiekosten Gemeentelijke Watertaken (2022 - 2027), inclusief BTW (bedragen x € 1 mln., prijspeil 1 januari 2021)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Beheer

55,5

58,3

58,8

59,3

59,8

60,3

Baggeren t.b.v. riolering

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

Grondwaterzorg

2,8

3,1

2,7

2,6

2,6

2,6

Kapitaallasten

23,4

25,2

27,1

29,9

30,6

33,4

Kosten afdeling Belastingen

2,4

2,5

2,5

2,5

2,5

2,5

Totaal jaarlijkse uitgaven

84,7

89,6

91,6

94,7

96,0

99,3

De exploitatiekosten opgenomen in het OPR wijken af van de vastgestelde begroting 2022. Voor het jaar 2022 zijn de cijfers bijgesteld vanwege de tariefstijging die nog niet volledig verwerkt is in begroting 2022, en bijgesteld vanwege de toevoeging van de begroting van Weesp. Voor de doorkijk vanaf 2023 wijken de cijfers af vanwege de uitwerking van extra ambitie in het OPR en vanwege de fusie met Weesp.

Investeringen 2022 - 2027 De te verwachten investeringen in de programmaperiode zijn weergegeven in Tabel 4. Het onderscheid in de verschillende posten is als volgt:

41

Classificatie: Openbaar

-

Eerste aanleg riolering (categorie ‘Stad maken’) Dit krediet wordt ingezet voor de eerste aanleg van riolering bij nieuwe ontwikkelingen. De hoogte van dit krediet is afgestemd op hoeveelheid woningen die komende periode wordt bijgebouwd, voortvloeiend uit de woningbouwambitie. De kosten voor aanleg van riolering in de Bloemendalerpolder zijn voor rekening van de ontwikkelaar en zijn daarmee niet in deze post meegenomen. Dit is vastgelegd in het Bestuursakkoord Bloemendalerpolder van 2011 (status: vertrouwelijk);

-

Rainproof maatregelen (categorie ‘Stad verbeteren’) Dit krediet is voor de aanleg van hemelwaterverwerkende voorzieningen, waarmee de stad hemelwaterbestendig gemaakt kan worden. Omdat er nog weinig hemelwaterverwerkende voorzieningen zijn aangelegd, is de hoogte van dit krediet gebaseerd op een best mogelijke schatting. In de loop van de programmaperiode worden de aanlegkosten van dit type voorzieningen beter inzichtelijk;

-

Strandeiland (categorie ‘Stad maken’) Krediet voor de aanleg van een innovatief rioolstelsel op Strandeiland, met als doel om in hoge mate grondstoffen te kunnen terugwinnen en energie te produceren uit afvalwater. Kosten voor eventuele andere pilots voor nieuwe sanitatie zijn hierin niet opgenomen, omdat er nog onvoldoende zicht is op welke pilot waar kan worden gerealiseerd;

-

Aanleg drainage (categorie ‘Stad verbeteren’) Dit is een nieuw krediet, bedoeld om infiltratie- of ontwateringsmiddelen aan te kunnen leggen in gebieden met een te lage of te hoge grondwaterstand. Voorheen werd slechts incidenteel drainage aangelegd. De kosten daarvan drukten op de exploitatie. Nu de aanleg van drainage structureler van aard wordt en de inwoners decennia lang profijt hebben van deze voorzieningen, wordt voor deze aanleg een krediet aangevraagd;

-

Renovatie riolen (categorie ‘Stad zijn’) Met dit krediet worden riolen vervangen of gerenoveerd, wanneer de toestand en of het functioneren niet meer voldoende is. Voor de jaren 2022 en 2023 wordt een aanzienlijk lager bedrag verwacht dan voor de jaren na 2023. Dit heeft te maken met het in 2022 en 2023 uit te voeren onderzoek naar samenwerking in programmering. In deze post zijn ook de kosten voor vervanging van Weesper riolering meegenomen. Daarnaast is jaarlijks een bedrag van € 600.000,- opgenomen voor vervanging van drukriolering en IBA’s. Het huidige meerjarenkrediet voor Middenmeer is niet afzonderlijk inzichtelijk gemaakt in Tabel 4, maar met deze post samengevoegd;

-

Rioolgemalen (categorie ‘Stad zijn’) Dit krediet is bedoeld voor de vervanging van rioolgemalen.

Tabel 4. Investeringen Gemeentelijke Watertaken (2022-2027), exclusief BTW (bedragen x € 1 mln., prijspeil 1 januari 2021)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Aanleg

12,0

12,0

12,0

12,0

12,0

12,0

Rainproof

3,0

4,0

4,0

4,0

4,0

4,0

Strandeiland

3,0

3,0

12,7

-

1,2

1,3

1,3

1,3

1,3

32,9

34,3

42,2

42,2

42,2

40,2

Grondwaterzorg Vervanging Rioolgemalen

5,0

5,0

5,0

5,0

5,0

5,0

Totaal

55,9

59,5

77,2

64,5

64,5

62,4

De investeringen opgenomen in het OPR voor het jaar 2022 baseren zich op de vastgestelde begrotingen 2022 van Amsterdam en Weesp.

Weesp De begroting 2022 van Weesp is als uitgangspunt gebruikt voor de exploitatiekosten van dit Omgevingsprogramma Riolering. Deze kosten zijn bij de Amsterdamse exploitatiekosten opgeteld. De kapitaallasten van Amsterdam en Weesp zijn hiermee ook samengevoegd, net als de kredieten. Zo ontstaat een compleet beeld van de kosten voor de gemeentelijke watertaken na de fusie.

6.2 Ontwikkeling van de rioolheffing De rioolheffing is ten dele gebaseerd op het principe ‘de vervuiler betaalt’ door een onderscheid in een eigenaren- en gebruikersdeel. Het gebruikersdeel geldt voor grootverbruikers die meer dan 300 m3 water per jaar verbruiken, opgedeeld in 7 staffels. Tabel 5 geeft de opbouw weer van de tarieven van de rioolheffing in 2021. Het voorgesteld tarief voor

42

Classificatie: Openbaar

gebruikers (de 7 staffels) is gebaseerd op een schatting. Op moment van schrijven is de evaluatie van de invoering van de gedifferentieerde rioolheffing nog niet gereed. Mogelijk leidt dit in de toekomst tot een bijstelling van de tarieven voor gebruikers.

Tabel 5. Opbouw rioolheffing 2021 Soort gebruiker Huiseigenaar/eigenaar bedrijfspand Grootverbruiker 1: van 301 m³ tot en met 1.000 m³ per jaar Grootverbruiker 2: van 1.001 m³ tot en met 5.000 m³ per jaar Grootverbruiker 3: van 5.001 m³ tot en met 10.000 m³ per jaar Grootverbruiker 4: van 10.001 m³ tot en met 50.000 m³ per jaar Grootverbruiker 5: van 50.001 m³ tot en met 100.000 m³ per jaar Grootverbruiker 6: van 100.001 m³ tot en met 500.000 m³ per jaar Grootverbruiker 7: vanaf 500.001 m³ per jaar

Tarief 2021 € 144,00 € 422,04 € 1.597,05 € 5.285,47 € 13.369,47 € 54.884,53 € 102.171,92 € 134.579,29

De opgave van kosten uit paragraaf 6.1 mag voor maximaal 100% worden gedekt uit de rioolheffing. In Amsterdam wordt een veiligheidsmarge van 1% gehanteerd, zodat we winst op de rioolheffing voorkomen, voldoen aan onze verordening rioolheffing en procedures tegen de toerekening van kosten aan de rioolheffing voorkomen. Daarmee wordt 99% van de kosten gedekt uit de rioolheffing en 1% door de algemene middelen. Om ongewenste schommelingen in de rioolheffing op te kunnen vangen, kan de Voorziening Rioolrecht worden ingezet. Regel is dat deze voorziening geen negatief saldo mag hebben. Tabel 6 laat zien hoe de rioolheffing en de voorziening rioolrecht zich ontwikkelen op basis van de opgave van kosten uit paragraaf 6.1. De opbrengst rioolheffing is een opsomming van de opbrengsten voor zowel het eigenaren- als het gebruikersdeel. Om de tabel overzichtelijk te houden, is alleen het voorgesteld tarief voor eigenaren gepresenteerd. Het tarief voor grootverbruikers stijgt met hetzelfde percentage als de tariefstijging voor de eigenaren. Tabel 6. Indicatie tarief eigenaren met effect op voorziening rioolrecht 2022 - 2027 (Prijspeil 2021, exclusief inflatie na 2022) (bedragen x € 1 mln tenzij anders vermeld) Totale jaarlijkse uitgaven

2022

2023

2024

2025

2026

2027

A

84,7

89,6

91,6

94,7

96,0

99,3

Stijging jaarlijkse uitgaven

B

5,8%

2,2%

3,4%

1,3%

3,4%

Dekking algemene middelen (1%)

C

0,8

0,9

0,9

0,9

1,0

1,0

Prognose aantal eigenaren (x 1.000)

D

488

505

510

516

521

526

Indicatie tariefstijging

E

5,9%

3,0%

1,8%

1,8%

1,8%

1,8%

Indicatie tarief eigenaren

F

€ 152,50

€ 157,07

€ 159,90

€ 162,78

€ 165,71

€ 168,69

Raming opbrengst rioolheffing

G

85,5

88,5

90,9

93,4

96,0

98,7

Totaal inkomsten (C+G)

H

86,3

89,4

91,8

94,4

97,0

99,6

Saldo Inkomsten - uitgaven (H-A)

I

1,6

-0,2

0,3

-0,3

1,0

0,4

Voorziening rioolrecht per 1/1

J

4,6

6,2

6,0

6,3

5,9

7,0

Voorziening rioolrecht per 31/12 (H+J)

K

6,2

6,0

6,3

5,9

7,0

7,3

De prognose van het aantal eigenaren is gebaseerd op een toename van het aantal op te leveren nieuwe woningen. Hierbij is uitgegaan van de prognose tot 2050 van afdeling Onderzoek, Informatie en Statistiek, afgegeven op februari 2021. Voor Weesp worden de komende jaren jaarlijks 400 extra woningen verwacht, met name in de Bloemendalerpolder. Weesp int in 2022 zelf de rioolheffing. Vanaf 2023 geldt er één rioolheffing voor de gefuseerde gemeente. In Tabel 6 is daarom in 2023 een eenmalige extra toename te zien in het aantal eigenaren. De indicatie van de tariefstijging neemt af van 5,9% tot 1,8%, zie Tabel 6. Voor 2022 is rekening gehouden met de inflatiecorrectie, daarna is de stijging exclusief inflatiecorrectie. Ten opzichte van de stijging van de exploitatiekosten, is de tariefontwikkeling beperkt. Dit is een gevolg van de woningbouwambitie: de hoeveelheid extra aansluitingen zorgt dat de kosten over een groter aantal eigenaren verdeeld kan worden, terwijl de stijging van extra uitgaven door areaaluitbreiding beperkt is. Figuur 12 laat het investeringsvolume, het verloop van de voorziening en de kapitaallasten zien.

43

Classificatie: Openbaar

Figuur 12. Overzicht financiën gemeentelijke watertaken tot 2051.

6.3 Huisaansluitingen Het realiseren van aansluitingen op de riolering wordt bekostigd door het tarief voor huisaansluitingen. Deze activiteit wordt dus niet gedekt door de rioolheffing. De jaarlijkse kosten voor de periode 2022 – 2027 worden geraamd op € 3,2 miljoen. Het tarief om deze kosten te dekken wordt beschreven in de Tariefbepalingen aanleg en beheer huisaansluitingen drink- en afvalwater.

44

Classificatie: Openbaar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10968403/1