3 Omgevingsprogramma Riolering - Ontwerpversie.pdf
Tekst van het document
Doelmatig grondwaterpeil Dat doet Amsterdam onder andere door in te zetten op: Algemeen: Een gebiedsgerichte aanpak voor het grondwater, vanwege de locatieafhankelijke grondwatersituaties en problematiek; Ondergrond met een te hoge grondwaterstand zodanig inrichten dat het grondwater zonder drainagevoorzieningen wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater en niet naar de zuivering wordt getransporteerd; Uitleg geven aan de Amsterdammer dat de zorg voor grondwater een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van deels publieke en deels private partijen. Daarbij geven we private partijen advies over de maatregelen die zij kunnen nemen; Zorgen voor een toegankelijk grondwaterloket en effectieve informatievoorziening volgens de trits: ‘Informeren, Adviseren, Interpreteren en Doorverwijzen’; Ontwikkelen en implementeren van assetmanagement voor voorzieningen ten behoeve van de grondwatertaak. Doel is een efficiënte en effectieve inzet van de bodem en van ontwateringsmiddelen om grondwaterproblemen te voorkomen en water in de bodem te bergen; Toetsing op grondwateraspecten van alle ruimtelijke plannen en bouwaanvragen met ondergrondse constructies zoals kelders. In deze toetsing wordt het effect van klimaatverandering, bodemdaling en de bodemcondities voor bomen meegenomen.
Kelders moeten grondwaterneutraal worden aangebracht, dit betekent dat de grondwaterstanden en -stromen niet negatief worden beïnvloed; Bodemdaling? Bodemdaling is het zakken van het niveau van de bodem ten opzichte van een vast referentiepunt, bijvoorbeeld het Normaal Amsterdams Peil (NAP). Bodemdaling wordt veroorzaakt door meerdere processen. In Amsterdam zijn de belangrijkste oorzaken inklinking en zetting. Inklinking betreft verdroging van klei, veen en de oxidatie van organisch stof bij verlaging van het grondwaterpeil. Zetting ontstaat door de belasting van de bodem met bijvoorbeeld ophooglagen, bebouwing, infra of (landbouw)machines. Gevolgen van bodemdaling zijn hoofdzakelijk: 1. Hogere grondwaterstanden en lagere ontwateringsdiepten, met daardoor een afname van het waterbergend vermogen van de bodem en een groter risico op wateroverlast; 2. De noodzaak om regelmatig op te hogen; 3. Een korte onderhoudscyclus van wegen en riolering door verlies van draagkracht van wegen en kapotte rioolaansluitingen; 4. Schade aan fundering van woningen; 5. CO2 uitstoot. Onderzoek naar te lage en teveel fluctuerende grondwaterstanden bij droogte in Amsterdam en naar welke maatregelen helpen dit te voorkomen, zoals actief grondwaterbeheer.
Afstemming met waterschappen over afbakening en verantwoordelijkheden tussen het grondwaterpeil en het oppervlaktewaterpeil, ook in extreem natte en droge situaties; Zorgen dat nieuwe kades geen negatieve invloed hebben op de grondwaterstanden en -stromen. Nieuwbouw- en transformatiegebied Zorg dragen voor een ontwateringsdiepte die is afgestemd op de benodigde functies in het gebied, zoals wonen, transport en groen ten behoeve van een klimaatbestendige stad. Hierbij is een ontwateringdiepte van minimaal 90 cm de norm. Binnen gebiedsontwikkelingsplannen zal het onderzoek naar een goede ontwateringsdiepte plaatsvinden in fase 2 (haalbaarheid) van het Plaberum. Indien uit onderzoek blijkt dat een optimale ontwateringsdiepte niet haalbaar is, wordt dit onderbouwd in het Projectbesluit en is daarmee onderdeel van de besluitvorming door het College. Voor projecten die zich bij de vaststelling van dit programma in een vergevorderd stadium van uitvoering bevinden, dus voorbij fase 2 Plaberum, geldt deze norm niet als harde eis; De gewenste ontwateringsdiepte wordt in principe bereikt zonder aanleg van drainage; Uitbreiding van het grondwatermeetnet in gebieden met functies zoals wonen, transport en groen, om de grondwaterfluctuaties in deze gebieden accurater in beeld te krijgen. Eenzelfde dichtheid van het meetnet als in de bestaande stad wordt nagestreefd.
18
Classificatie: Openbaar
Ontwateringsdiepte? De ontwateringsdiepte is het verschil tussen het maaiveldniveau en de gemiddeld hoogste grondwaterstand. Zowel het maaiveldniveau als de grondwaterstand kunnen binnen een relatief korte afstand toch variëren. Vandaar dat de ontwateringsdiepte in praktijk ook van locatie tot locatie kan verschillen. Een voldoende ontwateringsdiepte is essentieel voor stedelijke functies zoals bebouwing, wegen, bomen en hemelwaterinfiltratie. Een belangrijk aspect daarbij is het voorkomen van (grond)wateroverlast, nu en in de toekomst anticiperend op klimaatverandering. Een ontwateringsdiepte van 90 cm wordt daarbij gezien als duurzame norm voor een robuuste maaiveldhoogte. Bestaand stedelijk gebied De ondergrond inzetten om de opgaven rond klimaatadaptatie te combineren met andere boven- en ondergrondse functies in het gebied, mits de omstandigheden dat toelaten. Uitgangspunt is een ontwateringdiepte van 90 cm, indien mogelijk. Het betreft hier een inspanningsverplichting; In gebieden met te hoge grondwaterstanden leggen we duurzame ontwateringsmiddelen aan in openbaar gebied om overtollig grondwater af te voeren en structurele grondwateroverlast te voorkomen.
Dit gebeurt alleen als deze aanleg doelmatig is, er geen andere maatregelen (bouwkundig, maaiveldverhoging) mogelijk zijn en als dit niet nadelig is voor nabij gelegen houten funderingen of een zettingsgevoelige bodem of objecten; In gebieden met te lage grondwaterstanden leggen we grondwater regulerende systemen aan in openbaar gebied, bijvoorbeeld om regenwater beter in de bodem te infiltreren of om oppervlaktewater tijdens droogte aan te voeren, om structurele grondwateronderlast te voorkomen. Dit gebeurt alleen als deze aanleg doelmatig is, er geen andere maatregelen mogelijk zijn en als dit niet nadelig is voor de omgeving. De gebieden waar gebouwen op houten funderingen staan en waar te lage grondwaterstanden voorkomen, hebben hierbij onze nadrukkelijke aandacht. Voor houten funderingen is het namelijk belangrijk dat deze permanent volledig onder water staan; De gemeente ontvangt en verwerkt water uit particuliere ontwateringsmiddelen enkel indien het water schoon genoeg is, de verwerking op eigen terrein niet mogelijk is en de gemeente dit doelmatig acht. Particulieren kunnen ook zelf maatregelen nemen om hinder weg te nemen, zoals bouwkundige maatregelen, het ophogen van de tuin of het aanleggen van ontwateringsmiddelen op eigen terrein.
Het beheren van openbare polderriolen; Uitleg geven aan eigenaren van percelen met particuliere polderriolen, dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor de werking en de constructie ervan en hen daarin desgewenst adviseren. Polderriolen? In sommige 19de-eeuwse uitbreidingswijken rond de grachtengordel komen polderriolen voor. Bij polderriolering worden vuilwater, hemel- en grondwater door één buis afgevoerd, en dat is ongewenst. Dit type riolering bevindt zich meestal in gebieden met een lager gelegen maaiveld en zijn ontstaan doordat deze gebieden bij de ontwikkeling van stadsuitbreidingen niet zijn opgehoogd, meestal vanwege reeds bestaande bebouwing van toen. De polderriolen liggen voor een groot deel in particuliere binnentuinen; hier is de gemeente in beginsel niet verantwoordelijk voor het beheer. 4.3.2
Multifunctioneel gebruik van de ondergrond Dat doet Amsterdam onder andere door in te zetten op: Algemeen Toepassen van een robuust en toekomstbestendig maaiveldniveau, waarbij er geen aanvullende voorzieningen nodig zijn voor ontwatering; Integraal ontwerpen en beoordelen van water op maaiveld en in de ondergrond, zodat in samenhang optimale keuzes worden gemaakt voor hemelwater en grondwater, waarin onderlinge invloed en uitwisseling zijn meegenomen; Integrale afstemming bij aanleg en beheer van voorzieningen (wadi's, waterdoorlatende verharding et cetera) in de openbare ruimte die invloed uitoefenen op het grondwaterpeil, zoals Rainproof voorzieningen. Nieuwbouwgebied Uitwerken van de normen voor een robuuste maaiveldhoogte, op basis van onderzoek naar kosten en maatschappelijke baten; Ontwerp en aanleg van ondergrondse constructies zoals kelders, parkeergarages, kades en damwanden zodat deze geen nadelige effecten hebben op de grondwaterstand en –stroming in de omgeving; In nieuwbouwsituaties zorgen we voor een klimaatbestendige inrichting. Wat is een klimaatbestendige inrichting van de ondergrond? Hierbij worden verschillende opgaves (hemelwater, droogte en hitte) boven- en
19
Classificatie: Openbaar
ondergronds met elkaar gecombineerd. Uitgangspunt is dat de bodem optimaal gebruikt wordt voor het tijdelijk bergen van (hemel)water in de grond. We beogen hiervoor een waterdoorlatend en robuust maaiveldniveau, met voldoende ontwateringsdiepte om alle functies toekomstbestendig te kunnen herbergen, zoals bebouwing, wegen, bomen. Een voldoende hoog maaiveld ten opzichte van de grondwaterstand geeft mogelijkheden om hemelwater te infiltreren en draagt zo bij aan klimaatadaptatie. Ook vormt het een betere basis voor groenontwikkeling, wat bijdraagt aan het beperken van hittestress. Transformatiegebied Maken van een bewuste afweging of ondergrondse barrières van de gesloopte bouw (zoals funderingen) moeten worden verwijderd voor een goede grondwaterstroming, of juist niet, om toename van kwel te voorkomen; Inrichten van een natuurlijke afwatering en ontwatering via de bodem en het oppervlaktewater, zodanig dat er zo min mogelijk aanvullende voorzieningen voor grondwater nodig zijn. Daarbij hanteren we de volgende voorkeursvolgorde van 1. Ophogen, 2. Aanleg van open water en in een uiterst geval 3. Robuuste ontwateringsmiddelen; Projectontwikkeling wordt zodanig uitgevoerd dat er geen nadelige effecten ontstaan door te hoge of te lage grondwaterstanden.
Dit houdt in dat tijdens de planvorming moet worden aangetoond dat funderingshout van panden in de omgeving niet droog komt te staan, dat er geen grondwateroverlast ontstaat in gebouwen en dat planten en bomen levensvatbaar blijven. Ook mag de grondwaterstroming niet nadelig worden beïnvloed door de projectontwikkeling. Bestaand stedelijk gebied Werken met een gebiedsgerichte aanpak, waarbij de opgaven en knelpunten voor grondwater in samenhang worden bekeken en opgelost met de opgaven en knelpunten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en de ruimtelijke inrichting.
20
Classificatie: Openbaar
5 Programma’s 5.1 Samenwerking in programmeren Er is meer nodig dan afstemmen Afstemming over programma’s, die in de stad worden uitgevoerd, vindt plaats via het coördinatieproces van de gemeente Amsterdam (de programmeertafel binnen het WIOR-Proces). Deze afstemming gaat over op welk moment waar welke werkzaamheden gepland worden, wie daarbij de leidende partij is en op welke manier regie wordt georganiseerd op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Uit het Programma Rioolstelsels verderop in dit hoofdstuk volgt dat in de komende jaren voor de riolering een forse intensivering van de vervanging nodig is. Deze opgave staat niet op zichzelf; er speelt ook een aantal andere stadsbrede opgaven zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en de vervanging van bruggen en kademuren. Deze uitdaging is te groot en te complex om binnen de individuele sectoren met de huidige werkwijze op te lossen. Ook om systeeminnovaties in de gemeentelijke watertaken te bewerkstelligen, is het nodig verder te gaan dan alleen afstemming met andere diensten. Nauwe samenwerking in een vroeg stadium is noodzakelijk voor de benutting van kansen om verbeteringen op systeemniveau door te voeren.
Nieuwe werkwijze programmeren: Samen kansen creëren Amsterdamse diensten (Waternet, R&D, G&O, V&OR, IB, Metro en Tram) en andere partijen met een grote opgave in de openbare ruimte, ontwikkelen een werkwijze die er voor moet zorgen dat al deze uitdagingen zo veel mogelijk in combinatie kunnen worden geprogrammeerd. Daar wordt aan gewerkt met de Integrale Ontwerpmethode Openbare Ruimte (IOOR), door samenwerking in het koppelkansentraject Amsterdam en door te participeren in de City Deal Openbare Ruimte. Ook de bestuursopdrachten ‘Regieslots’ en ‘Nutsvoorzieningen’, het programma Toekomstbestendige Assets en de pijler ‘kansrijke projecten’ van het programma Klimaatadaptatie dragen bij aan een nieuwe werkwijze. Bestuursopdracht Regieslots? In de bestuursopdracht ‘Regieslots’ wordt onderzocht in hoeverre schaalvergroting van gecombineerde projecten mogelijk is, waarbij het wegdek één keer open gaat en alle ondergrondse infrastructuur gelijktijdig wordt vernieuwd. Deze gebiedsgerichte aanpak is van cruciaal belang voor de vervangingsopgave van de riolering, omdat problemen met de afstroming van afvalwater (verstoppingen en zettingen) vaak alleen structureel zijn op te lossen door het hele achterliggende stelsel te vervangen. Tegelijkertijd bestaat de kans dat riolering die aan vervanging toe is in een ander gebied ligt dan waar andere infrastructurele werkzaamheden staan gepland.
Afstemming in de programmering is daarom van groot belang. Binnen het uitwerken van een nieuwe werkwijze, is het nodig te zoeken naar hoe de grote vervangingsopgave voor de riolering in de praktijk gerealiseerd kan worden. Mogelijk moet rioolvervanging vaker leidend zijn in de selectie van regieslots, of is het nodig om op voor rioleringsvervanging cruciale trajecten niet gecombineerd te werken, met bijbehorende hogere kosten. Daarnaast moet voldoende goed ingewerkt personeel zijn om deze projecten te kunnen begeleiden. Doel is om in 2022-2023 de nieuwe werkwijze te ontwikkelen. Na ontwikkeling van deze werkwijze is het mogelijk een aangepast programma voor de vervanging van riolering op te stellen, gebaseerd op integrale programmering en praktische uitvoerbaarheid.
5.2 Aandachtspunten uit GRPA 2016 – 2021 Uit een evaluatie van het GRPA 2016 -2021 komen onderstaande successen en aandachtspunten naar voren. Successen: Eind 2021 zijn nagenoeg alle ongezuiverde lozingen gesaneerd; De nieuwe werkwijze voor het beoordelen van rioolstelsels heeft geleid tot consistent inzicht in de toestand en het functioneren van de vrijverval riolering. Dit vormt een onmisbare basis voor het programmeren van rioolwerkzaamheden; Het programma Amsterdam Rainproof heeft het regenbestendig maken van de stad prominent op de kaart gezet en dient inmiddels als landelijk voorbeeld. De meest urgente regenwaterknelpunten waaronder Betondorp, Oosterparkbuurt, Bellamybuurt en Rivierenbuurt zijn inmiddels aangepakt; De aandacht voor grondwater is verbeterd door de particulier beter te informeren.
21
Classificatie: Openbaar
Aandachtspunten voor komende periode: Er is een toenemende noodzaak om riolering te vervangen, in relatie met de afhankelijkheid van andere partijen bij het programmeren van deze werkzaamheden: Door de afhankelijkheid van andere partijen binnen het coördinatiestelsel is het lastig om een gewenste hoeveelheid riolering te kunnen vervangen. Vaak zien we dat gecombineerde projecten in de tijd naar achteren worden verschoven, tot soms wel 20% tot 33% van het geplande werk. Zo kan het voorkomen, dat aan het begin van het jaar 40km aan rioolvervanging staat gepland, maar er minder dan 30km daadwerkelijk vervangen wordt. Vooraf meer inplannen is niet mogelijk gezien de kans op overschrijding in het geval deze werken wel ten uitvoer komen. Doordat riolering vaak volgend is in de programmering van andere assets (riolering ligt nu eenmaal onder de asset wegdek), is er vanuit de rioleringsopgave onvoldoende invloed om dit soort verschuivingen tegen te gaan.
Vormgeven van het beheer van de ontwateringsmiddelen: Een gestructureerde aanpak voor het beheer van drainage (assetmanagement werkwijze) verdient extra aandacht om grondwaterproblemen te voorkomen; De inschatting van de kosten voor het Rainproof maken van de stad blijkt lastig doordat er nog weinig hemelwaterverwerkende voorzieningen zijn aangelegd en er dus onvoldoende praktijkvoorbeelden beschikbaar zijn; De pilots voor lokale zuivering in Strandeiland en Buiksloterham hebben veel inzicht en kennis opgeleverd, maar kennen ook diverse tegenslagen waardoor er nog geen onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.
5.3 Programma Rioolstelsels 5.3.1
Huidige situatie De riolering Amsterdam heeft een afvalwatersysteem waarmee al het afvalwater vanuit de circa 500.000 aansluitingen naar de verschillende rioolwaterzuiveringsinstallaties van waterschap Amstel, Gooi en Vecht wordt getransporteerd, te weten RWZI Amsterdam-West, RWZI Westpoort en RWZI Weesp. Het systeem bestaat onder andere uit stelsels van leidingen, putten en pompen. Figuur 4 geeft de plattegrond weer van het totale afvalwatersysteem van Amsterdam, waarbij de stelseltypen zijn aangegeven. In Amsterdam is ruim 3.900 km riolering aanwezig, exclusief de drainageleidingen, zie Tabel 1. Figuur 5 geeft de hoofdstructuur voor het transport van afvalwater weer. In deze figuur is ook het onderscheid in verantwoordelijkheid tussen gemeente en waterschap inzichtelijk. De stelsels in het oude centrum, in de omliggende wijken en in Weesp zijn gemengde stelsels, die vuilwater en hemelwater door dezelfde leiding afvoeren. In overige delen van de stad is de verwerking van vuilwater en hemelwater gescheiden. Over het algemeen is de toestand van de riolering goed te noemen. Als er aanleiding toe is, wordt het object gerepareerd/gerenoveerd of op de vervangingsplanning gezet.
Waar mogelijk zijn de afgelopen jaren verharde oppervlakken afgekoppeld van de gemengde riolering, zodat relatief schoon hemelwater direct terechtkomt op oppervlaktewater of in de bodem en zodoende niet meer naar de zuiveringsinstallatie wordt getransporteerd. Dat heeft een positieve invloed op het optreden van overstortingen en daarmee op de oppervlaktewaterkwaliteit.
22
Classificatie: Openbaar
Figuur 4. Typen stelsels in Amsterdam, inclusief Weesp Tabel 1: Overzicht areaal stedelijk afvalwater en hemelwater riolering Asset/voorziening Lengte/Aantal Riolering voor stedelijk afvalwater Vuilwaterleidingen 2.242 km Bergbezinkvoorzieningen 43 stuks Overstorten extern 338 stuks Rioolgemalen 1.165 stuks Nooduitlaten 380 stuks IBA’s (individuele behandeling van afvalwater) 113 stuks Riolering voor hemelwater Hemelwaterleidingen 1.674 km Hemelwateruitlaten 4.962 stuks
23
Classificatie: Openbaar
Figuur 5. Hoofdstructuur afvalwatertransportsysteem Aandachtspunten Zettingsgevoelig Riolering in Amsterdam is door de slappe bodem gevoelig voor zetting, omdat het niet-onderheide riool daardoor verzakt. Bij te veel verzakking kunnen aansluitingen kapotgaan of kan het afvalwater niet meer van hoog naar laag afstromen. Dan is vervanging nodig. Met het uitvoeren van z-metingen wordt de hoogteligging van riolering en het maaiveld iedere 5 tot 10 jaar gemonitord. Noodzaak voor robuustheid Door de riolering robuust aan te leggen, wordt voorkomen dat afvalwater bij calamiteiten over de weg (per as) moet worden afgevoerd. Met name in het dichtbevolkt gebied met veel afvalwater en weinig ruimte voor wegtransport is deze robuustheid essentieel. De groeiende stad maakt de noodzaak hiertoe alleen maar groter. Een robuuste riolering betekent hier dat er minimaal twee transportroutes zijn, die elkaar kunnen vervangen bij een calamiteit. Dit is bij nieuwe stelsels van belang, maar ook bij bestaande stelsels en vooral bij inbreiding, omdat de toename van afvalwater daar de bestaande stelsels belast. Ook bij toepassing van lokaal zuiveren is robuustheid een belangrijk aandachtspunt. Hier doen we in de programmaperiode onderzoek naar. Lozingen op oppervlaktewater Het functioneren van de riolering is van invloed op de waterkwaliteit door lozingen vanuit overstorten van de gemengde stelsels.
Ook komt er vervuild water op het oppervlaktewater wanneer vuilwaterriolen of afvalwateraansluitingen op hemelwaterriolen zijn aangesloten, de zogenaamde foutaansluitingen. Hoe kwetsbaarder het oppervlaktewater, hoe groter
24
Classificatie: Openbaar
dit probleem is. Momenteel is het vermoeden dat er rond de Sloterplas en de Gaasperplas sprake kan zijn van foutaansluitingen. Daarnaast trekken we samen met de waterkwaliteitsbeheerders op rondom de waterkwaliteitsopgave bij volkstuincomplexen. Onderlinge afhankelijkheden Voor aanleg en beheer van de riolering is Waternet primair aan zet, maar vaak afhankelijk van andere Amsterdamse diensten. Voorbeeld is het voorkomen van regenplassen op straat, waarbij Waternet het onderhoud van kolken doet, V&OR verantwoordelijk is voor de straatinrichting, Stadswerken het klein onderhoud van de straat verzorgt en Groen & Heel verantwoordelijk is voor het schoonvegen van de straat. Regenplassen op straat zijn te voorkomen door goede uitvoer van al deze taken, dus een goede samenwerking is hier gewenst. IBA’s Daar waar het afvalwater niet doelmatig kan worden ingezameld middels riolering, bijvoorbeeld vanwege een grote afstand tot het rioolstelsel, worden installaties voor individuele behandeling van afvalwater (IBA’s) toegepast. Deze zuiveren het afvalwater voordat het in oppervlaktewater of de bodem wordt geloosd. De gemiddelde jaarlijkse kosten blijken fors hoger dan eerder gedacht en bovendien functioneren de IBA’s niet altijd even goed. Daarnaast zijn vanwege veroudering van het areaal op grote schaal investeringen in onderdelen nodig.
Dit vraagt om een overweging of deze toepassingen voldoende toekomstbestendig zijn of dat naar alternatieven moet worden gezocht. Vet in het riool Er is veel aandacht nodig voor problemen doordat producten in de riolering worden gegooid of geloosd die hier niet horen, zoals vet, olie en vochtige doekjes. Door deze producten blokkeren pompen en raken leidingen verstopt. Dit is een breder probleem door heel Nederland. Bijvoorbeeld met het project “Vetstrijder” brengen we de problematiek rondom vet en olie onder de aandacht bij ondernemingen, en proberen zo het aantal lozingen van vet en olie terug te dringen. Vervanging Ten opzichte van de afgelopen jaren is een intensivering in de vervanging nodig doordat veel riolen het einde van hun levensduur naderen. Dit is met name een gevolg van de zetting van niet-onderheide riolen. Dit was al voorzien in het GRPA 2016-2021. De afgelopen jaren is de vervangingsinspanning weliswaar verhoogd, maar moet ook komende jaren verder worden geïntensiveerd om het risico van verstoppingen en ongezuiverde lozingen van afvalwater op oppervlaktewater acceptabel te houden, en zodanig het ‘verzorgde’ niveau te behouden (zie Figuur 6). Ook in Weesp lijkt intensivering van de vervanging noodzakelijk, maar goed inzicht in de toestand en het functioneren van de Weesper riolering ontbreekt op dit moment.
Bij vervanging van riolering is het van belang om de werkzaamheden goed af te stemmen op andere werkzaamheden in de stad, zodat zoveel mogelijk gecombineerd gewerkt kan worden. Dit blijkt een belangrijk aandachtspunt voor komende programmaperiode aangezien het afgelopen jaren niet altijd mogelijk is om het moment van vervanging van de riolen af te stemmen op het moment dat het wegdek vervangen moet worden. Omdat riolering onder het wegdek ligt, is er bij de programmering van rioolvervanging een afhankelijkheid van het wegprogramma en is de rioolvervanging volgend op het wegprogramma. Hierdoor blijkt in de praktijk dat er onvoldoende regie gevoerd kan worden op de noodzakelijke vervanging van riolering en bestaat het risico dat we op termijn niet voldoende kunnen vervangen en de riolering niet meer op orde is. Om deze tendens te doorbreken, is een andere werkwijze nodig. Komende periode wordt hier samen met diverse diensten aan gewerkt, zoals aangekondigd in paragraaf 5.1. Verzorgde status riolering? De afgelopen jaren is door de oplopende vervangingsopgave de gemiddelde restlevensduur gedaald, en daarmee ook het onderhoudsniveau. Willen we voorkomen dat het onderhoudsniveau tot ‘sober’ daalt, is uitvoer van een gezamenlijk structureel vervangingsprogramma nodig.
Een gelijkblijvende lijn is alleen mogelijk wanneer de opgave voor riolering meer prioriteit krijgt binnen de werkzaamheden in de openbare ruimte. Voor een stijgende lijn moeten we daarnaast nog meer oude leidingen per jaar vervangen.
25
Classificatie: Openbaar
Figuur 6. Als de restlevensduur verder daalt ten gevolge van de oplopende vervangingsopgave, verandert de onderhoudsstatus naar ‘sober’.
5.3.2
Aanleg Grootschalige ontwikkelgebieden waar de komende jaren riolering moet worden aangelegd, zijn onder andere Strandeiland, Amstelstad, Schinkelkwartier, Buiksloterham, Klaprozenbuurt, Havenstad, Weespersluis en het Marineterrein. Bij het Marineterrein kan mogelijk het bestaande stelsel worden behouden omdat de riolering daar nog goed op orde is. Op Strandeiland wordt de toepassing van lokale afvalwaterverwerking en grondstoffenterugwinning onderzocht. Een aantal transformatiegebieden vergt extra aandacht rondom de ombouw van bedrijfspanden naar appartementen, omdat het bestaande rioolstelsel de extra hoeveelheid afvalwater moet kunnen verwerken. Nieuwe panden moeten op een juiste manier worden aangesloten op het rioolstelsel. Voor de technische uitvoering hiervan gelden de ‘Voorschriften voor aansluiting op het Amsterdamse riool’. De inschatting is dat er deze programmaperiode jaarlijks € 12 miljoen nodig is voor de (eerste) aanleg van riolering.
5.3.3
Beheer Het beheer van de riolering betreft al haar assets, zoals de kolken, de gemalen en de leidingen. Tabel 1 geeft overzicht van de omvang van de meest voorkomende objecten van de riolering. Kolken De ruim 150.000 kolken in Amsterdam worden jaarlijks door Waternet gereinigd. Kolken op risicovolle locaties worden frequenter gereinigd; zo worden de 6.000 kolken in de binnenstad driemaal per jaar gereinigd. De 6.200 kolken in Weesp werden voorheen tweemaal per jaar gereinigd, waarvan nu de frequentie op het Amsterdamse beleid wordt aangepast. Aanleg, reparatie, renovatie en vervanging van kolken wordt opgepakt door V&OR en Stadswerken, omdat we de kolk zien als onderdeel van het wegdek. Schoon & Heel is verantwoordelijk voor het schoonhouden van de bovengrondse afvoer tot de kolk. Gemalen Gemalen zijn een belangrijke schakel in het functioneren van de riolering en zorgen voor het transport van stedelijk afvalwater. Daarom vindt regelmatig reiniging plaats en wordt, de mechaniek, elektronica en de constructie periodiek gekeurd. Waar nodig worden reparaties of renovaties uitgevoerd. De komende jaren werken we verder aan het implementeren van het onderhoudsmanagementsysteem. De verwachting is dat er de komende periode jaarlijks € 5 miljoen nodig is voor vervanging van gemalen. Ook zorgen we voor het benodigde onderhoud van de circa 700 drukrioolgemalen.
Een groot deel van deze drukrioolgemalen nadert het einde van hun levensduur en moet de komende jaren vervangen worden. Hierbij is het mogelijk dat drukrioolgemalen in eigendom en beheer worden overgedragen. Leidingen Rioolstelsels worden beoordeeld op hun toestand en hun functioneren middels een vast format, in zogenaamde gebiedsbeoordelingen. Belangrijkste parameter hierbij is de afstroming als gevolg van zetting. Dit levert een uniforme
26
Classificatie: Openbaar
beoordeling op, waarmee belangrijke kennis is geborgd en een onderbouwing van maatregelen is vastgelegd. Om de toestand van specifieke leidingen te kunnen beoordelen, vindt inspectie plaats. Als de toestand of het functioneren niet blijkt te voldoen, worden maatregelen zoals onderhoud, reparatie of vervanging opgesteld om de riolering weer op orde te krijgen. Onderhoud wordt uitgevoerd om te zorgen dat voorzieningen blijven functioneren zoals bedoeld. Riolen worden gereinigd zodat het doorstroomprofiel op orde blijft. Bij de reinigingsfrequentie houden we rekening met de te verwachten hoeveelheid vervuiling en kijken naar de risico’s van het eventueel falen van het specifieke riool. Calamiteus functieherstel, ofwel reparatie, vindt plaats als een riool of ander object snel gerepareerd moet worden om het functioneren te waarborgen. De benodigde renovatie en vervanging van de riolering, volgend uit de gebiedsbeoordelingen en inspecties, wordt opgenomen in een strategische meerjarenvervangingsplanning. De uitvoering hiervan wordt meegenomen in de integrale gebiedsplannen en in de afstemming met andere partijen die in de openbare ruimte bezig zijn. Voor Weesp wordt in de programmaperiode beoordeeld welke maatregelen nodig zijn. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat tot 2027 5 km per jaar aan vervanging in Weesp nodig is.
140.000
70.000.000
120.000
60.000.000
100.000
50.000.000
80.000
40.000.000
60.000
30.000.000
40.000
20.000.000
20.000
10.000.000
-
-
Kosten (euro)
Lengte (m)
Gemiddelde lengte
Figuur 7. Strategische vervangingsplanning rioolstelsels, inclusief persleidingen .
27
Classificatie: Openbaar
Kosten (€)
Lengte (m)
Voor de vervanging van leidingen is een vervangingsplanning gemaakt voor de komende 60 jaar (Figuur 7). De spreiding van het zwaartepunt van deze vervanging is weergegeven in Figuur 8. Bij de ontwikkeling van deze planning is voor de jaren 2022 en 2023 uitgegaan van de reeds geprogrammeerde lengte van 48 km per jaar voor Amsterdam. Voor de jaren erna moet de te vervangen lengte stijgen tot circa 66 km per jaar, inclusief 5 km voor Weesp. Pas vanaf 2045 neemt de te vervangen lengte riolering af. In het laatste kwart van deze eeuw komen we dan weer voor grote uitdagingen te staan. De vervangingsplanning is tot stand gekomen op basis van een analyse van de toestand en het functioneren van de riolering en geeft aan wanneer de riolering idealiter vervangen moet worden. De daadwerkelijke programmering van vervanging moet samen met andere actoren plaats gaan vinden, zodat zoveel mogelijk in combinatie uitgevoerd kan worden. De vraag in hoeverre deze vervangingsplanning in de praktijk te realiseren is, moet nog worden uitgezocht. Deze toetsing en de programmering vindt plaats in 2022-2023, gezamenlijk met alle andere betrokken partijen, zoals geformuleerd in sectie 5.1. Daarmee wordt duidelijk wat een realiseerbare strategische vervangingsplanning is, waarmee de noodzakelijke versnelling kan worden waargemaakt.
Figuur 8. Ruimtelijke spreiding van de zwaartepunten van de vervangingsopgave, exclusief Weesp. Te zien zijn clusters van werkzaamheden die voor een deel zijn afgestemd tussen Waternet en V&OR, of binnenkort worden afgestemd. Dit is geen compleet overzicht van alle werkzaamheden en voor Weesp is nog onvoldoende inzicht voorhanden. Afkoppelen Amsterdam is in 1923 als eerste gemeente in Nederland gestopt met de aanleg van gemengde riolering. In alle uitbreidingsgebieden is vanaf dat moment een gescheiden rioolstelsel aangelegd, waarbij het afvalwater en hemelwater apart wordt ingezameld. Zo is inmiddels 76% van de Amsterdamse rioolstelsels gescheiden uitgevoerd, ten opzichte van gemiddeld circa 30 procent in andere gemeentes. Gescheiden rioolstelsels, zonder foutieve aansluitingen, kennen de problematiek van overstorten niet. Dit levert tot op de dag van vandaag grote voordelen op voor hemelwaterafvoer, waterkwaliteit en prestatie van de rioolwaterzuiveringsinstallaties van het waterschap. Komende periode zet Amsterdam in op het ombouwen van gemengde naar gescheiden stelsels, daar waar dit doelmatig wordt geacht. Zo is de verwachting dat grote delen van de gemengde riolering komende decennia worden omgebouwd als de riolering aan vervanging toe is. In Figuur 9 zijn deze delen paars gearceerd. Ook in Weesp zijn afkoppellocaties bepaald (zie Figuur 10).
Aandachtspunt in Weesp is dat er in het gebied weinig oppervlaktewater aanwezig is waarop kan worden geloosd. Dit wordt in de programmaperiode nader onderzocht. Voor de historische kern in Weesp wordt onderzocht in hoeverre afkoppelen daar gewenst is of dat daarvoor een zelfde uitzondering geldt als het gebied binnen de Singelgracht.
28
Classificatie: Openbaar
Figuur 9. Afkoppellocaties, paars gearceerd
Figuur 10. Afkoppellocaties gebied Weesp 5.3.4
Onderzoek In de programmaperiode vindt operationeel onderzoek plaats om de riolering effectief te kunnen beheren. Daarnaast vindt strategisch onderzoek plaats, dat zich richt op de implementatie van nieuwe veelbelovende technieken of nieuwe effectieve of efficiëntere werkwijzen. Operationeel onderzoek
29
Classificatie: Openbaar
-
-
-
-
-
-
-
Inspectie van de riolering om de kwaliteit te bewaken. De inspecties zijn risicogestuurd. Er is een meerjarenprogramma, waarbij inspecties veelal worden gecombineerd met reiniging. Onderzoek naar de continue actualisatie van de belasting van normbuien voor de berekening van hemelwaterafvoercapaciteit aan de hand van nieuwe klimaatinzichten van het KNMI; Specifieke aandacht voor lozingen vanuit de riolering in de buurt van locaties waar veel wordt gezwommen (zowel officiële als niet-officiële zwemlocaties) en op water met een hoge ecologische waarde. Hiertoe onderzoeken we wat de beste aanpak is per locatie. Onderzoek naar mogelijke alternatieve transportroutes voor het afvalwater wanneer dit de riolering voor grote gebieden robuust kan maken. Onder andere tussen de afvoergebieden van RWZI Amsterdam-West en RWZI Westpoort, ter hoogte van Nieuw-West, is het risico van het niet goed functioneren van de riolering groot en wordt een verbinding in het hoofdtransportsysteem onderzocht. Afstemming met Waterschap AGV is hierin noodzakelijk, gezien de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de het transport van het afvalwater. Onderzoek naar foutaansluitingen om ongewenste lozingen op oppervlaktewater te voorkomen. Speciale aandacht krijgen de rioolstelsels rond de Sloterplas en de Gaasperplas.
We zetten in op een proactieve aanpak, gericht op het voorkomen van foutaansluitingen door adequaat toezicht bij de aanleg. Hiermee voorkomen we dat we achteraf foutaansluitingen moeten opsporen en verhelpen. Dit geldt zowel voor de aansluiting van vuilwater op hemelwaterstelsels als van hemelwater op het vuilwaterriool. Als we een foutaansluiting opsporen, handelen we actief om de situatie te verbeteren. In openbaar terrein doen we dat zelf, op privaat terrein stemmen we af met de Omgevingsdienst en Bouw- en Woningtoezicht van de stadsdelen; Onderzoek naar de klimaatbestendigheid van de riolering. Ook de leidingen, pompen en andere assets van de riolering staan bloot aan de gevolgen van klimaatverandering zoals extremere weersomstandigheden en extra zetting. Doel is om te weten hoe groot deze invloed op de riolering is en wat er nodig is om de klimaatbestendigheid te vergroten; Wat is een klimaatbestendig rioolstelsel? De klimaatbestendigheid van de rioolstelsels is afhankelijk van de bestendigheid van haar objecten voor klimaateffecten zoals extremere weersinvloeden en snellere zetting. Het klimaatbestendig maken van de assets in de openbare ruimte zal een behoorlijke impact hebben op de benodigde budgetten, zoals blijkt uit de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Amsterdam.
Om te weten welk effect dit heeft op de rioolstelsels, is het nodig te starten met onderzoek naar de omvang van de opgave. Onderzoek naar de inzet van informatietechnologie om de monitoring van het functioneren van de voorzieningen te verbeteren, zodat emissies naar het oppervlaktewatersysteem worden voorkomen of beperkt en het systeem van riolering en zuivering optimaal functioneert; Omdat de kosten voor het beheer van de huidige IBA’s veel hoger zijn dan verwacht, wordt onderzocht of er alternatieven zijn. Gedacht kan worden aan vervanging door een ander type IBA waarbij het beheer overgedragen kan worden aan de lozers. Uiteraard wordt deze keuze in afstemming met de waterschappen AGV en HHNK gemaakt, omdat het gaat om een lozing op het oppervlaktewater.
Strategisch onderzoek Een belangrijk strategisch onderzoek voor de rioolstelsels is het onderzoek naar samenwerking in programmeren, zoals in sectie 5.1 beschreven. We zetten met name bij nieuwbouw- en transformatiegebieden in op kleinschalige pilots om de kennis over nieuwe sanitatie te vergroten. Met pilots doen we kennis en ervaring op om te bepalen in hoeverre verschillende vormen van nieuwe sanitatie op grotere schaal kunnen worden toegepast.
30
Classificatie: Openbaar
5.4 Programma Rainproof 5.4.1
Huidige situatie Netwerkprogramma Amsterdam Rainproof Amsterdam Rainproof is in 2014 begonnen als een netwerkprogramma dat zich ten doel stelt om naast de gemeente ook bewoners en bedrijven bij te laten dragen om de stad regenbestendig te maken. Want de stad kan alleen regenbestendig worden als iedereen meedoet. Sindsdien is Rainproof een term geworden die wordt gebruikt voor de regenbestendige inrichting van de stad. Amsterdam Rainproof richtte zich in het begin vooral op het integreren van regenbestendigheid in gemeentelijke ontwikkelingsprocessen en op het informeren van bewoners en andere geïnteresseerde en relevante partijen. Omdat integreren in gemeentelijke processen onderdeel is geworden van het Programma Klimaatadaptatie, verschuift de focus van het netwerkprogramma steeds meer richting het motiveren en faciliteren van private partijen in de stad om daadwerkelijk actie te ondernemen. Zo stelt de website zich nu ten doel om meer activerend te zijn, in plaats van informerend voorheen. Hierbij wordt klimaatadaptatie ook meer in de brede zin behandeld, inclusief hittestress, droogte en overstromingen als thema’s. Eén van de krachten van Amsterdam Rainproof is het grote en nog steeds groeiende netwerk van partners waarmee verschillende projecten zijn opgetuigd en waarmee zij constant in gesprek blijft.
Dit netwerk bestaat inmiddels uit meer dan 110 partners die zich committeren aan het actief uitdragen van de Rainproof-boodschap en het actief bijdragen aan Rainproof-oplossingen in de stad. Met acties zoals het ophalen van tegels wordt het door het Rainproof-netwerk bewoners makkelijk gemaakt om op hun eigen terrein maatregelen te treffen voor een regenbestendige stad. Amsterdam Rainproof richt zich in de komende jaren meer en meer op dit netwerk en het motiveren en faciliteren. Amsterdam Rainproof heeft mede aan de basis gestaan van de Bestuursopdracht Klimaatadaptatie en daarmee de start van het Programma Klimaatadaptatie in 2019. Sindsdien is intensief samengewerkt. Met het in werking treden van de Hemelwaterverordening wordt de Rainproof-norm niet alleen op publiek terrein van toepassing, maar ook voor bebouwing op privaat terrein, bij nieuwbouwprojecten en grote verbouwingen. De bestuurlijke besluitvorming over de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie en de Hemelwaterverordening in april 2021 markeert de start van een nieuwe fase. Hierin wordt de netwerkaanpak Rainproof gezamenlijk met het Programma Klimaatadaptatie uitgebouwd naar de andere klimaatthema’s: droogte, hitte en overstroming. De netwerkaanpak zal zich meer dan de afgelopen jaren focussen op de private netwerkpartners.
Zowel het aanjagen en ondersteunen van integratie van regenbestendigheid in gemeentelijke processen als de borging in beleid en regelgeving gaat verder vanuit het Programma Klimaatadaptatie. Inzichten & verbeteringen Het is onmogelijk om in een korte tijd de stad volledig regenbestendig te maken vanuit fysiek-ruimtelijke en financiële overwegingen. Dit beogen wij wel in 2050 te hebben bereikt. Door bij alle wijzigingen in de openbare ruimte regenbestendigheid mee te nemen, bereiken we dit doel stap voor stap. Periodiek bekijken we in hoeverre de aanpak aangepast moet worden op nieuwe inzichten in de mate van klimaatverandering. Uit een analyse van wateroverlast in de stad aan de hand van gemodelleerde regenbuien van 60 mm in één uur en heviger, kwamen bijna honderd knelpunten naar voren met een verhoogde kans op schade, afwisselend in urgentie en daaraan gekoppeld de beoogde periode waarbinnen ze zouden worden aangepakt. Zie Figuur 11. De rode, ‘extreem urgente’ knelpunten zouden daarbij wenselijk binnen 5 jaar worden aangepakt, de oranje (zeer urgente) en gele (urgente) knelpunten respectievelijk binnen 10 en 15 jaar. Op het moment van schrijven waren 5 van de 12 rode knelpunten nog niet geprogrammeerd. Voor de oranje en gele knelpunten is nog geen inzicht in de programmering. Het regulier beheer van de Rainproof voorzieningen is nog in ontwikkeling.
Tot nu toe is vooral aandacht geweest voor de aanleg van de voorzieningen. In 2019 is een eerste stap gemaakt door duidelijke afspraken te maken tussen V&OR, Stadswerken en Waternet, over bij wie het beheer van welke voorziening ligt. Amsterdam heeft een meet- en monitorsysteem aangelegd bij enkele voorzieningen om bijna real-time de daadwerkelijke hemelwaterverwerkende prestaties van een voorziening te volgen. Op basis hiervan wordt de aanpak steeds verder verbeterd.
31
Classificatie: Openbaar
Figuur 11. Regenwaterknelpuntenkaart Amsterdam. Rode knelpunten: extreem urgent, oranje knelpunten: zeer urgent, gele knelpunten: urgent. Aandachtspunten Programmeren en oplossen rode en oranje regenwaterknelpunten Enkele rode knelpunten van de regenwaterknelpuntenkaart moeten nog worden geprogrammeerd. Deze programmering stemmen we af met de programmering van onderhoud en herinrichting, omdat Rainproof altijd wordt gekoppeld aan andere opgaven. Hierbij is er behoefte aan coördinatie rondom de knelpunten, omdat projecten vaak slechts een deel van een knelpunt aanpakken. ‘Oplossing’ van het knelpunt is meestal pas mogelijk als alle delen van een knelpunt (en soms ook omringende gebieden) zijn aangepakt. Op oranje en gele knelpunten moeten we nog een beter overzicht krijgen, wat de urgentie van coördinatie van knelpunten onderstreept. Beheer van hemelwaterverwerkende voorzieningen Op dit moment bestaat nog geen volledig overzicht van de verschillende hemelwaterverwerkende voorzieningen die worden aangelegd in de stad en inzicht in het praktisch functioneren van deze voorzieningen, zoals de werkelijke capaciteit en de capaciteitsafname in de tijd. Meer inzicht in het functioneren van de hemelwaterverwerkende voorzieningen is nodig om de huidige situatie te toetsen en de voorzieningen goed te kunnen beheren.
Op objectniveau is in theorie bekend wat de ontwerpcapaciteit van hemelwaterverwerkende voorzieningen is, echter deze ontwerpcapaciteit wordt niet op een centrale plek geregistreerd. Daarnaast blijkt in de praktijk dat aangelegde voorzieningen vaak minder goed presteren dan bij oplevering wordt aangegeven. Met goede registratie en monitoring kan het verschil tussen theoretische en praktische werking worden aangepakt en kan rekening worden gehouden met de afname in capaciteit en ledigingstijd tijdens de levensduur. Integreren structurele hemelwaterverwerkende toets in planvorming Hemelwaterverwerkende voorzieningen moeten ervoor zorgen dat een straat of buurt voldoet aan de norm van 70 mm. Dit kan worden gewaarborgd met een Rainproof-toets, die nu nog niet structureel wordt toegepast. Met name projecten in of nabij regenwaterknelpunten worden wel getoetst, maar er bestaat nog geen centrale registratie van deze toetsing en dus ook geen centraal toezicht op de naleving van de norm. Het komt nog voor dat de norm pas later in een proces wordt aangehaald, waardoor het zeer lastig wordt om de strenge eis van geen schade bij 70 mm (voorheen 60 mm) te halen, of zelfs dat er pas kort voor de uitvoering van een project gedacht wordt aan Rainproof.
Er ligt dus een opgave om de Rainproof-norm verder te integreren in algemene gemeentelijke (ontwerp)processen ten behoeve van de ontwikkeling van de openbare ruimte. Ook moet duidelijk worden wie deze toetsing uitvoert.
32
Classificatie: Openbaar
5.4.2
Aanleg Ontwerp Het meenemen van Rainproof maatregelen in het ontwerpproces wordt gefaciliteerd door vroeg in het proces te adviseren en door oplossingenkaarten op te stellen. Hierin worden de verschillende voorkeursopties (oplossingen) voor een buurt om met regen om te gaan op een kaart uiteengezet, waardoor het makkelijker wordt deze mee te nemen in het ruimtelijk ontwerp. Dit wordt per buurt gedaan in samenwerking met direct betrokkenen bij de ontwikkeling van deze buurten. De oplossingen voor Rainproof gaan gelijk op met de eisen rondom het klimaatbestendig ontwerpen, waarin ook rekening gehouden wordt met hittestress, droogte en overstromingen. Daarom worden de oplossingenkaarten ook uitgebreid om factoren zoals grondwater, hitte en droogte en groen mee te nemen. Toetsing Voor inzicht en handhaving of projecten daadwerkelijk voldoen aan de norm, is het nodig dat de projecten waarvoor deze norm geldt, worden getoetst. Eén van de belangrijke opgaven voor Rainproof is dan ook om een structureel en vroegtijdig Rainproof-toetsproces op te zetten dat ieder project dat iets verandert of vervangt in de openbare ruimte moet doorlopen. Alhoewel een dergelijke toets al wordt uitgevoerd door het IB of door Waternet bij bijvoorbeeld projecten in regenwaterknelpunten, is dit nog geen standaard werkwijze.
Deze toetsing wordt verder uitgewerkt in de programmaperiode, met input vanuit onder andere het programma Klimaatadaptatie, V&OR, Waternet en het IB. Hierin zijn ook afspraken nodig over wie de toetsing en advisering erover uitvoert. In deze toetsing zullen stapsgewijs ook de klimaatadaptatiethema's hittestress, droogte, overstromingen worden verwerkt als factoren om ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen. Hierbij is het van belang dat er rekening gehouden wordt met grondwater. Zonder de lokale grondwatersituatie mee te nemen in de overweging, bestaat het risico dat beoogde Rainproof-maatregelen ineffectief zijn. Zo zijn infiltratiemaatregelen bij een hoge grondwaterstand weinig doelmatig. Door grondwater in de standaardprocedure van een Rainproof-toets mee te nemen, wordt de samenhang tussen regenbestendigheid en doelmatig grondwaterbeheer in de stad vergroot. Knelpunten verbeteren De stad kent rode, oranje en gele knelpunten. Aan de hand van hydrodynamische modellen wordt uiteengezet welke maatregelen mogelijk zijn binnen een knelpunt en worden plannen opgesteld die ontwerpers gebruiken als ze binnen een knelpunt aan een project werken. Dit gebeurt in een iteratief proces waarin andere opgaven in de openbare ruimte worden meegenomen en waarin de ontwerpers meedenken over de uitwerking van geschikte maatregelen in het ontwerp.
Dit maakt niet alleen het klimaatbestendig ontwerpen makkelijker, het zorgt er ook voor dat de uiteindelijke toetsing van de projecten binnen deze knelpunten makkelijker wordt. Voor ongeveer 45 rode en oranje knelpunten wordt in de programmaperiode een dergelijk maatregelenplan opgesteld. Het programmeren en coördineren van deze knelpunten verloopt via de zogeheten ‘programmeertafels’, een overlegorgaan waarin verschillende afdelingen van de gemeente en Waternet hun programma’s op elkaar afstemmen. Het grondgebied van Weesp wordt per 2022 meegenomen in updates van stresstesten en de regenwaterknelpuntenkaart. De opgaven die we hier voor Amsterdam beschrijven, gelden dan ook voor Weesp: De aanleg en herinrichting van bestaande en nieuwe openbare ruimte zal Rainproof gedaan moeten worden. Projecten in de openbare ruimte Ieder gemeentelijk project in de openbare ruimte moet voldoen aan de norm van 70 mm bij oplevering om de stad Rainproof te krijgen. Een inschatting van de bijbehorende aanlegkosten is gebaseerd op de ervaringen van betrokkenen bij de uitvoering van projecten in de openbare ruimte met daarin Rainproof-maatregelen verwerkt. In overleg met meerdere experts kwamen we nu tot een schatting van 2,5% meerkosten om projecten Rainproof aan te leggen.
Dit percentage vermenigvuldigd met de jaarlijkse begrotingen van Verhardingen, Groen en het Stedelijk Mobiliteitsfonds komt in eerste instantie uit op € 4 miljoen aan aanlegkosten voor hemelwaterverwerkende voorzieningen. Het benodigde budget voor de jaren daarna wordt in de programmaperiode inzichtelijk gemaakt.
5.4.3
Beheer Regulier beheer Zodra hemelwaterverwerkende voorzieningen zijn aangelegd, moeten deze ook in beheer worden genomen om hun werking te waarborgen. De meeste hemelwaterverwerkende voorzieningen zijn kort geleden gerealiseerd, waardoor nog weinig bekend is over de kosten voor beheer Bij de begroting van 2022 is er voor het eerst ‘symbolisch’ een bedrag aangevraagd voor het beheer van één hemelwaterverwerkende voorziening. Bedoeling is dat dit budget de komende jaren verhoogd gaat worden naarmate meer hemelwaterverwerkende voorzieningen worden gerealiseerd.
33
Classificatie: Openbaar
Registratie Registratie van alle hemelwaterverwerkende voorzieningen is nodig voor regulier beheer. Zowel de geografische locatie als de ontwerpcapaciteit, de werkelijke capaciteit, de capaciteitsafname, de ledigingstijd en het effect op grondwater. Op die manier kan de functionaliteit wat betreft de hemelwaterverwerking worden gemonitord en behouden. Deze registratie van hemelwaterverwerkende voorzieningen kan worden geregeld via de oplevering van projecten. Hiermee wordt de registratie gestandaardiseerd. Up to date inzicht Het is belangrijk om bij te houden hoe regen- en klimaatbestendig de stad is. De gemeente heeft stresstesten uitgevoerd voor de vier klimaatadaptatiethema's en zal deze uiterlijk iedere zes jaar updaten. Voor inzicht in de regenbestendigheid worden updates van het stedelijke model uitgevoerd iedere keer nadat een nieuwe gedetailleerde hoogtekaart (AHN) beschikbaar is. Door het opnemen van de kenmerken van alle bestaande hemelwaterverwerkende voorzieningen in dit model is het mogelijk om de werkelijke voortgang te volgen van het Rainproof maken van de stad. 5.4.4
Onderzoek Uit de aandachtspunten van de huidige situatie komen de onderstaande benodigde onderzoeken voort: Full-scale tests hemelwaterverwerkende voorzieningen Door het uitvoeren van praktijktesten bij hemelwaterverwerkende voorzieningen krijgen we inzicht in de daadwerkelijke werking van deze voorziening. Dit kan zowel bij oplevering van de voorziening als na een bepaalde periode worden gemeten, om de oplevercapaciteit en de capaciteit na verloop van tijd te bepalen. Hiermee krijgen we ook een beter inzicht in de mogelijke (toekomstige) beheerkosten van deze voorzieningen. We doen 15 ‘full-scale’ tests in de periode 2022-2027. Waterbalans van de stad: transpiratie stadsbomen In de planperiode 2016-2021 zijn we gestart met een onderzoek naar hoeveel water stadsbomen verbruiken. Door meer inzicht in het waterverbruik van bomen weten we ook beter wat hun invloed is op grondwaterstanden en hun potentiële rol bij hemelwaterverwerking. Zo kunnen we beter bepalen wat de invloed is van bomen op de waterbalans van de stad en wat hun rol is of kan zijn bij een klimaatbestendige inrichting van de stad. In samenwerking met de Universiteit van Gent geven we in deze programmaperiode hier een vervolg aan.
Effectiviteit en haalbaarheid Rainproof-maatregelen privaat terrein Eerder hebben we al onderzoeken gedaan naar de haalbaarheid van Rainproof-maatregelen op privaat terrein, zoals de toepassing van groenblauwe daken. Op privaat terrein is er nog veel potentie om meer hemelwater op te vangen en te verwerken, maar in welke mate dragen maatregelen op privaat terrein bij aan het oplossen van een knelpunt? Wat is ervoor nodig om zulke maatregelen toe te passen en op een juiste manier te beheren (en te handhaven), zodat hun hemelwaterverwerkende capaciteit ook voor de langere termijn gewaarborgd is? Door dit te onderzoeken, kan de stad gerichter maatregelen treffen en het private terrein hiervoor inzetten. Meten nieuwe klimaatbestendige voorzieningen in tijdsspanne We passen steeds meer innovatieve voorzieningen toe om de stad klimaatbestendig te maken, waaronder nog niet eerder in Amsterdam toegepaste Rainproof-maatregelen. Bij deze nieuwe voorzieningen leggen we meetsystemen aan om hun werking en effectiviteit in de tijd te monitoren. Deze meetsystemen sluiten we aan op een centraal systeem via ‘NB-IoT’technologie (Narrowband Internet of Things). Naast dat we de capaciteit en eventuele afname daarin van een voorziening kunnen registreren, krijgen we ook een beter inzicht in de invloed van deze voorzieningen op hun omgeving.
Integraal hydraulisch model Waternet werkt in samenwerking met het IB met een integraal hydraulisch model, om de afstroming van water over het maaiveld en via riolering te analyseren. Door gegevens over de riolering in Amsterdam te gebruiken als input, in plaats van een standaard riolering, kunnen we accurater modelleren hoe het (hemel)water afstroomt, hoe het wordt verwerkt en waar water blijft staan. Zo krijgen we een beter beeld van waar de problemen met onder andere hemelwater zich kunnen voordoen in de stad. Dit combineren we met de meest actueel beschikbare hoogtekaart om tot een nieuwe stresstest te komen voor de stad en gebiedsontwikkelingen te toetsen. Financieel stimuleren van verwerking van hemelwater op eigen terrein Om de verwerking van hemelwater op eigen terrein een impuls te geven, wordt in de programmaperiode onderzocht hoe de perceeleigenaar hiertoe financieel kan worden gestimuleerd. Er wordt onderzocht wat de voor- en nadelen zijn van een subsidieregeling en een variabele hemelwaterheffing. Voor de subsidieregeling wordt informatie opgehaald bij gemeenten die hier al mee werken. Voor de variabele hemelwaterheffing wordt afgestemd met Dienst Belastingen.
5.4.5
Voorlichting en communicatie Klimaatadaptatie, met name in relatie tot hittestress en droogte, is een relatief nieuw onderwerp waar een breed scala aan partijen nog ervaring mee moet opdoen. Dat betekent dat er een belangrijke opgave ligt om de uitwerking van
34
Classificatie: Openbaar
klimaatadaptatie in de plannen van deze partijen, zoals woningcorporaties en nutsbedrijven, te faciliteren. Om het netwerkprogramma Amsterdam Rainproof van structurele meerwaarde te laten zijn voor deze opgave, richt het netwerkprogramma zich de komende jaren op: Versterken, verdiepen en verder ontwikkelen van de netwerkaanpak van Rainproof met een focus op het private netwerk; Versterken van eigen acties en campagnes, zoals het NK Tegelwippen, en meer aanhaken op campagnes van partners; Faciliteren en adviseren van bewoners, initiatieven en bedrijven door middel van coaching; Monitoring van de voortgang van Rainproof en verdere ontwikkeling van slimme microwatermanagementsystemen; Sterkere verbinding en samenwerking met het gemeentelijke programma klimaatadaptatie; Uitbreiden van netwerk met partners in grondgebied van Weesp, om te beginnen met Steenbreek Weesp. Hiervoor is een uitbreiding van de capaciteit van Rainproof nodig. Zonder uitbreiding is het niet mogelijk voor het netwerkprogramma om een betekenisvolle rol te spelen in deze facilitering voor woningcorporaties, bedrijven en bewoners en daarmee fysieke verandering te bereiken op het private terrein, naast de rol die het heeft in de integratie van Rainproof denken binnen alle onderdelen van de gemeente.
5.5 Programma Grondwater 5.5.1
Huidige situatie De voorzieningen die de gemeente heeft en beheert om het grondwater te monitoren en beïnvloeden bestaan uit drainageen infiltratievoorzieningen, het grondwatermeetnet en openbare polderriolen. Deze voorzieningen liggen in de openbare ruimte, onder wegen, in groenvoorzieningen en in parken. Tabel 2 geeft een overzicht van de nu beschikbare voorzieningen. Naast het inzetten van de grondwatervoorzieningen, voert de gemeente andere activiteiten voor haar grondwatertaak: Het bieden van geohydrologisch advies bijvoorbeeld bij ruimtelijke ontwikkelingen, onderzoek naar de geohydrologische situatie bij de vervanging van riolering, het leveren van gegevens aan de Basisregistratie Ondergrond en de aanleg van nieuwe ontwaterings- en drainagemiddelen in de publieke omgeving. Uit de uitwerking van de Omgevingsvisie blijkt dat op het gebied van grondwater een hogere ambitie ligt dan tot nu toe. Het beleid en de beschreven activiteiten in hoofdstuk 4 zijn grotendeels nieuw. Voor wat betreft grondwater is het daarom nodig een flinke stap te zetten om het grondwaterbeheer op een hoger niveau te tillen. Met name in beheer en onderzoek is nu veel te verbeteren. Tabel 2.
Lijst van huidige voorzieningen voor beheer van het grondwaterpeil Asset/voorziening Lengte/Aantal Drainage- en infiltratievoorzieningen Drainage 255 km DIT-riolen 2 km Grondwatermeetnet Ondiepe peilbuizen (actief bemeten) 2500 Diepe peilbuizen (actief bemeten) 250 Dataloggers (in ondiepe peilbuizen) 300 Polderriolen (openbaar) Leidingen 31 km Weesp Drainage 0 Ondiepe peilbuizen 70 Dataloggers 70 Bruggen en Kades Peilbuizen 45
5.5.2
Aanleg De aanleg van ontwaterings- en drainagemiddelen blijft grotendeels afhankelijk van de programmering van Riolering. Op termijn is de bedoeling om meer te kunnen sturen op urgentie wat betreft grondwaterbeheer. Dit wordt mogelijk met het
35
Classificatie: Openbaar
opzetten van assetmanagement voor ontwateringsmiddelen en meetvoorzieningen (i.c. peilbuizen). Voor aanleg van ontwateringsmiddelen wordt vanaf 2023 een structureel krediet voorzien van € 1,2 miljoen, oplopend naar € 1,3 miljoen. 5.5.3
Beheer Opzetten assetmanagement voor ontwateringsmiddelen Om de efficiëntie en effectiviteit van de ontwateringsmiddelen voor de grondwatertaak te verbeteren, wordt het beheer van ontwateringsmiddelen ontwikkeld van reactief richting een doelmatige en proactieve inzet. Zo ontstaat meer duidelijkheid over de prestaties, risico’s en kosten van deze assets gedurende de gehele levenscyclus. Begin 2021 is daartoe gestart met het opstellen van een Assetmanagementplan Ontwateringsmiddelen. Dit plan wordt in de periode tot 2025 uitgebouwd en aangescherpt, zodat in 2025 ook daadwerkelijk sprake is van een doelmatig en doeltreffend assetbeheer van ontwateringsmiddelen in de praktijk ten behoeve van een actief grondwaterbeheer. Voor de opzet van assetmanagement voor ontwateringsmiddelen worden in de eerste drie jaar extra kosten voorzien. Dit wordt veroorzaakt door de extra inspanning om de basis op orde te krijgen en de kaders/richtlijnen en gebiedsbeoordelingen op te zetten. Daarna kan de uitvoering van het beheer efficiënter en doelmatiger en worden de kosten in de toekomst ook lager. In de jaren daarna worden vooral uitvoeringskosten voorzien om de ontwateringsmiddelen beter te beheren en onderhouden. Beheer ontwateringsmiddelen In de programmaperiode zetten we capaciteit in om het inzicht in de staat en werking van de ontwateringsmiddelen te verbeteren.
Na de aanleg van drainage werden er tot nu toe geen afspraken gemaakt over het beheer van de assets en een meerjarenprogramma Onderhoud ontbreekt. Door in de programmaperiode structureel te investeren in het beheer van de assets stijgt de functionele levensduur en in de toekomst levert dit winst op door een afname van investeringen in nieuwe ontwateringsmiddelen. Een eerste stap in dit deel van beheer is om te onderzoeken wat de staat is van de aanwezige ontwateringsmiddelen in gebieden met een verhoogd risico op overlast of onderlast. Zowel Waternet als de dienst V&OR zijn verantwoordelijk voor het beheer van ontwateringsmiddelen, respectievelijk voor de grondwaterzorgtaak in openbaar gebied en in groenvoorzieningen en parken. In de komende programmaperiode optimaliseren Waternet en V&OR het beheer van alle ontwateringsmiddelen gezamenlijk. Deze optimalisatie baseert zich op: Ervaringen tussen V&OR en Waternet uitwisselen door middel van drie pilots, te weten: nieuw aangelegd Gaasperdammerpark, actief grondwaterbeheer Rivierenbuurt en bestaand verlaagd park; Inventariseren bestaande drainage (waar en wanneer heeft de gemeente drainage aangelegd en wat is de onderhoudsstaat); Uniforme vastleggen van gegevens ontwateringsassets; Communiceren proces naar betrokkenen; Afspraken maken en vastleggen in een handboek Ontwateringsmiddelen; Verder onderzoek doen naar asset Grondwater.
Uitbreiding van de zorgplicht voor grondgebied Weesp In Weesp zijn momenteel geen drainagevoorzieningen aanwezig. Wellicht is dit in de toekomst wel nodig, als meer inzicht ontstaat in de situatie en het Amsterdamse beleid dat vereist. Tot 2021 handelde de gemeente Weesp reactief en trof alleen maatregelen na meldingen of waarnemingen op basis van eigen beleidsregels. Monitoring Amsterdam heeft een uitgebreid meetnet voor grondwater. Het reguliere werk om het meetnet te beheren, wordt gecontinueerd. Daarnaast wordt het meetnet continu verbeterd door betere werkafspraken te maken bij werkzaamheden in de ondergrond. Hierdoor blijven peilbuizen vaker behouden en kan een kostenbesparing op het onderhoud worden gerealiseerd. Ook wordt een afwegingskader opgesteld voor de uitbreiding van het meetnet, bijvoorbeeld in transformatiegebieden. Daarnaast wordt de grondwatermonitoring uitgebreid voor het programma Bruggen en Kademuren. De huidige kades zijn waterdoorlatend: in de winter moet geïnfiltreerd regenwater naar de gracht kunnen stromen en in de zomer moet grachtenwater terug kunnen stromen. Het risico is dat de kades na vervanging onvoldoende waterdoorlatend zijn. Om te bepalen hoe waterdoorlatend de kades moeten zijn, wordt een meetnet (gefaseerd) ingericht van circa 450 peilbuizen die 3 jaar voor de vervanging tot 3 jaar na de vervanging bemeten worden met loggers.