3. OD NZKG Meerjarenbegroting 2026-2029.pdf
Tekst van het document
Pagina 45 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
5. Bijlagen 5.1 Resultaatmodel per programma en taakveld de baten en lasten
Pagina 46 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
5.2 Uitvoeringsovereenkomsten per deelnemer Onze ambities voor 2026 e.v. moeten, voor de deelnemersbijdragen, passen binnen het beschikbare budget van de opdrachtgevers. De gemeenten verwachten in 2026 een korting op het gemeentefonds. OD NZKG heeft van de opdrachtgevers gemeente Amsterdam en Aalsmeer zienswijzen ontvangen over de beschikbare middelen in 2026. Gemeente Zaanstad heeft in een zienswijze op de meerjarenbegroting aangekondigd dat we in het kader van het financieel uitdagende jaar 2026 de optie verkennen om een generieke bezuiniging op te leggen aan alle gemeenschappelijke regelingen. Concreet betekent dit dat op verzoek van deze opdrachtgevers, behoudens Zaanstad, voor de UVO 2026 een herprioritering/ombuiging is verwerkt in deze meerjarenbegroting. We zullen met deze opdrachtgevers de mogelijkheden onderzoeken welke taken betrokken kunnen worden bij deze ombuigingen om zo verantwoorde keuzes te maken voor de UVO afspraak 2026. De deelnemersbijdrage van de andere gemeenten stijgen slechts zeer beperkt. Met uitzondering van gemeente Aalsmeer hier is sprake van een kleine daling. Voor deze gemeenten gaan wij in 2025 ook invulling geven aan een realistische UVO 2026. Intensiveringen 2026 In de kaderbrief 2026 e.v. heeft de Omgevingsdienst een aantal ontwikkelingen geschetst waarvoor extra financiering van de opdrachtgevers wordt gevraagd.
De ontwikkelingen betreffen deels autonome ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld indexaties maar ook een aantal die deels voortkomen uit wetgeving. Denk hierbij aan de Europese kaderrichtlijn Water en professionalisering van de organisatie zoals het verwerken van klachten van burgers na werktijd. Een aantal ontwikkelingen betreft alleen separate opdrachtgevers, maar andere ontwikkelingen vragen om financiering van alle opdrachtgevers. In de ambtelijke voorbereiding en bestuurlijke besluitvorming van de kaderbrief is aangegeven dat gezien de te verwachte korting op de begrotingen van onze opdrachtgevers zij terughoudend zullen zijn op de financiële intensiveringen zoals vermeld in de kaderbrief 2026. In overleg met opdrachtgevers zijn in de meerjarenbegroting alleen de autonome financiële ontwikkelingen verwerkt en de ontwikkelingen waar overeenstemming over is met de opdrachtgever. De overige (nieuwe maar ook onvermijdelijke) ontwikkelingen zijn in onderstaande tabel wel benoemd maar niet begroot, met de kanttekening dat later in het jaar bij het opstellen van de uitvoeringovereenkomsten er ruimte is om alsnog in te stemmen met de ontwikkelingen. Onvermijdelijke (wettelijk ingegeven) ontwikkelingen die eraan komen, moeten belegd worden bij de opdrachtgevers zelf wanneer deze taken niet worden afgenomen van OD NZKG.
Dit heeft geresulteerd in het trekken van één lijn omtrent de genoemde ontwikkelingen in het kader van overeenstemming: als één opdrachtgever voor een bepaalde ontwikkeling heeft aangegeven geen financiële ruimte te hebben, dan wel de ontwikkelingen inhoudelijk niet te steunen, dan voert de OD NZKG deze ontwikkelingen voor geen één opdrachtgever uit. In bijlage 5.9 is per ontwikkeling aangegeven of een opdrachtgever middelen beschikbaar heeft voor de intensivering. In het onderstaande overzicht is het deelnemersbedrag voor 2026 opgenomen (kolom G). Het overzicht van de detaillering van de ontwikkelingen 2026 is opgenomen in bijlage 5.8.
Pagina 47 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Deelnemer / Contractpartner
Gemeente Amsterdam Provincie Noord-Holland Gemeente Zaanstad Gemeente Haarlemmermeer Gemeente Aalsmeer Gemeente Amstelveen Gemeente Diemen Gemeente Ouder-Amstel Gemeente Uithoorn Provincie Flevoland Provincie Utrecht Totaal UVO
A. B. C. D. E. F. G. BEGROTING UVO 2025 Loon- Ontwikk Subtota Herpriori-Begrotin 2025 o.b.v. volume en eal tering/ g 2026 UVO 2024 afspraken prijsstijg lingen A t/m D Ombuigi en tarief ing 2026 2026 ngen 2025 meerjaren begroting 29.509 31.200 4.890 13.267 950 1.239 482 406 521 430 1.211 84.105
-1.225 1.687 -270 -853 -34 -15 -45 -24 -20 -22 -299 -1.120
703 818 115 309 23 30 11 9 12 10 23 2.063
-216 5.071 -35 -81 -6 -10 -5 -4 -4 49 126 4.887
28.772 38.775 4.700 12.641 933 1.245 444 388 510 467 1.061 89.935
-2.772 0
-63
-2.834
26.000 38.775 4.700 12.641 870 1.245 444 388 510 467 1.061 87.100
Het meerjarig beeld van de uitvoeringsovereenkomst ziet er als volgt uit.
Bijlage 2 Uitvoeringsovereenkomsten per deelnemer (x €1.000)
Tabel Uitvoeringsovereenkomsten Deelnemer
Eerste Primitieve Jaarrekening begrotingsbegroting 2024 wijziging 2025 2025
2026
2027
2028
2029
Gemeente Amsterdam Provincie Noord-Holland Gemeente Zaanstad Gemeente Haarlemmermeer Gemeente Aalsmeer Gemeente Amstelveen Gemeente Diemen Gemeente Ouder-Amstel Gemeente Uithoorn Provincie Flevoland Provincie Utrecht Totaal UVO
26.260 30.479 3.632 12.247 566 944 342 309 359 304 846 76.287
29.509 31.200 4.890 13.267 950 1.239 482 406 521 430 1.211 84.105
28.284 32.887 4.620 12.413 915 1.224 437 382 501 408 912 82.985
26.000 38.775 4.700 12.641 870 1.245 444 388 510 467 1.061 87.100
25.827 38.822 4.674 12.569 866 1.239 441 386 507 465 1.054 86.851
25.654 38.644 4.649 12.498 863 1.233 438 384 505 462 1.047 86.376
25.654 38.644 4.649 12.498 863 1.233 438 384 505 462 1.047 86.376
Overige baten Mutaties reserves TOTAAL
6.008 324 82.619
5.392 89.497
6.091 175 89.250
3.166 90.266
2.178 89.028
2.178 88.554
2.178 88.554
Vanaf 2027 exclusief indexatie.
Pagina 48 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
5.3 Kosten per uur, Capaciteit in uren en FTE’s De tarieven in 2026 voor werkzaamheden binnen de UVO worden ten opzichte van het tarief 2025 aangepast naar aanleiding van de loon- en prijsontwikkeling. Het tarief bedraagt in 2026 € 124,91 Tarief ontwikkeling
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
124,91 124,91 162,37
124,91 124,91 162,37
124,91 124,91 162,37
Per uur voor UVO producten 104,57 112,40 116,22 121,73 124,91 Maatwerk door medewerker 104,57 112,40 116,22 121,73 124,91 Maatwerk door projectleider 135,94 146,12 151,08 158,24 162,37 * Maatwerkuren gaan buiten de UVO om. Opslag projectleider maatwerk bedraagt 30%.
In de begroting 2026 en voor de doorrekening van de tarieven is met de volgende hoeveelheid uren rekening gehouden. Capaciteit in uren UVO Maatwerk Herfasering en nieuwe claims Herprioritering Groei in capaciteit t.o.v. jaar eerder
Jaarrekening 2022
Jaarrekening Jaarrekening Begroting MJB 2026 2023 2024 2025 UVO
523.970 10.953
571.926 21.971
641.128 34.806
659.105 26.528
534.923
593.897 11,02%
675.934 13,81%
685.633 1,43%
659.105 17.709 39.124 -22.688 693.250 1,11%
Vanuit de benodigde capaciteit in uren wordt gerekend met een norm van 1.365 uur per Full Time Equivalent (FTE = volledig dienstverband). Met deze norm wordt de capaciteit in uren omgezet naar personeel in FTE’s. Met de formatie voor vaste dienstverbanden bij de OD NZKG wordt als saldo de inhuur berekend. Benodigd eigen Inhuur personeel Programma Bouw 65 29 Programma Bodem 46 5 Programma Milieu & Seveso 228 22 Programma Randvoorwaardelijk 85 8 Programma Bedrijfsvoering 159 * Totaal 583 64 * Inhuur programma Bedrijfsvoering is alleen vertaald in €'s, niet in FTE. Capaciteit in FTE's
Totaal 94 50 250 93 159 647
% 15% 8% 39% 14% 25% 100%
Pagina 49 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
5.4 Meerjarig overzicht van de risico’s In onderstaande tabel zijn de strategische bedrijfsrisico’s van de OD NZKG opgenomen in een meerjarig overzicht. Per risico is aangegeven wat het geschat financieel effect is, de kans dat het risico zich voordoet en in welk jaar zich dit kan voordoen.
De methode van het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit is gebaseerd op het Nederlands Instituut voor Risicomanagement (NAR). Alle risico’s krijgen een score van kans maal gevolg. Aan de hand daarvan wordt bepaald hoeveel weerstandscapaciteit nodig is. Kans
Klasse
Financieel gevolg
Risico matrix
Financieel gevolg
5 4 3 2 1
Kans
Frequentie
%
1 2 3 4 5
Zeer klein Klein Gemiddeld Groot Zeer groot
1x per 20 jaar 1x per 10 jaar 1x per 5 jaar 1x per 2 jaar 1x per jaar
5% 10% 20% 50% 100%
Klasse
min.
max.
Gemiddeld
1 2 3 4 5
€0 € 50.000 € 100.000 € 250.000 € 500.000
€ 50.000 € 100.000 € 250.000 € 500.000 maximaal
€ 25.000 € 75.000 € 175.000 € 375.000 € 1.000.000
laag 5 4 3 2 1 1
10 8 6 4 2 2
Prioriteit 15 12 9 6 3 3 Kans
20 16 12 8 4 4
hoog 25 20 15 10 5 5
hoog
laag
Pagina 50 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
5.5 Overzicht rente, afschrijvingen, EMU-saldo en Vennootschapsbelasting Rente De OD NZKG heeft per balansdatum 31-12-2024 geen lening. Investeringen (bedragen x € 1.000) Investeringen
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Bedrijfsgebouwen
0
0
0
0
0
Installaties , laadpalen ( in 10 jaar)
50 0
0
0
0
Aanpassingen gebouw (in 10 jaar)
Machines, apparaten en installaties Verbouw Ebbehuis (in 10 jaar)
50 2.500
Aanschaf Laptops 3 jaar
552
608
Aanschaf Ipads 3 jaar
92
101
Aanschaf telefoons 3 jaar
390
429
Aanpassen Ebbehuis apparatuur + vergaderzalen
300
Warmte Camera (in 3 jaar)
80
Drone (in 3 jaar)
30
Overige materiele vaste activa
3.944
0
0
1.138
Totale Investeringen
3.994
0
0
1.138
0
Afschrijving De OD NZKG heeft voor een bedrag van € 582K aan materiële vaste activa (meubilair, laptops, Technische materialen en huisvestingsaanpassing) en geen immateriële vaste activa (ontwikkeling van software) in bezit per balansdatum 31 december 2024.
Pagina 51 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
EMU-saldo De berekening van het EMU-saldo bij de decentrale overheden (en de bijdrage daaraan door de OD NZKG) wordt gemaakt aan de hand van de onderstaande tabel. De categorieën die niet van invloed zijn op het EMU-saldo maar die bij de OD NZKG niet voorkomen, zijn niet in de tabel opgenomen. (bedragen x € 1.000) Berekening van het EMU saldo
2024
2025
2026
2027
2028
0
0
0
0
0
0
Afschrijvingen
430
379
793
793
783
771
Totale bijdrage aan EMU saldo
430
379
793
793
783
771
Exploitatiesaldo voor bestemming reserves
2029
Vennootschapsbelasting (Vpb) Overheidsorganisaties zijn sinds 1 januari 2016 belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb). In een samenwerking met Bureau Belastingplicht Overheidsondernemingen zijn specifieke afspraken gemaakt voor omgevingsdiensten en vastgelegd in een notitie. Eén van de resultaten is een lijst met activiteiten waarvoor geen Vpb-plicht geldt, het gaat dan om wettelijke taken en plustaken. Naast deze lijst zijn er een aantal commerciële activiteiten, bijvoorbeeld het detacheren van personeel. Als de opbrengsten van de commerciële activiteiten niet meer dan kostendekkend zijn, is er geen Vpb-plicht. De Vpb-plicht is in principe van toepassing bij structurele overschotten op alle taken. Echter er is geen plicht tot aangifte Vennootschapsbelasting, wanneer bij een overschot dit eerst wordt bestemd voor een eventuele benodigde aanvulling van het weerstandsvermogen of bestemmingsreserves en vervolgens voor terugbetaling aan de opdrachtgevers. Voor de OD NZKG geldt dat bijna alle taken wettelijke taken zijn. Het geringe deel aan commerciële activiteiten is maximaal kostendekkend. Voor 2026 en verder geldt dat de begroting sluitend wordt opgesteld en er geen overschotten zijn. Er wordt dan ook geen meerjarige Vpb-plicht verwacht over 2026 tot en met 2029.
5.6 Geprognotiseerde balans (bedragen x € 1.000) Meerjarenbalans ACTIVA Immateriële vaste activa Materiële vaste activa TOTAAL VASTE ACTIVA Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Liquide middelen (kas- en banksaldi) Overlopende activa TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
waarde bezittingen ontwikkeling software investering meubilair debiteuren (te ontvangen) bankrekening saldo vooruitbetaald
TOTAAL
Meerjarenbalans PASSIVA Eigen vermogen Jaarrekeningresultaat vorig boekjaar Bestemmingsreserves Voorzieningen Vaste schulden met rentetypische looptijd > één jaar TOTAAL VASTE PASSIVA Netto vlottende schulden met rentetypische looptijd < één jaar Overlopende passiva TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA TOTAAL
Eindbalans Eindbalans Eindbalans Eindbalans Eindbalans Eindbalans 2024 2025 2026 2027 2028 2029 0 0 0 0 0 0 582 4.198 3.404 2.611 2.966 2.195 582 4.198 3.404 2.611 2.966 2.195 48.188 48.087 47.586 47.586 47.586 47.586 184 184 184 184 184 184 745 745 745 745 745 745 49.116 49.015 48.514 48.514 48.514 48.514 49.698
financiering bronnen weerstandvermogen saldo vorig jaar WW, OW, wetg kalender, POB personeel, verlof en OHW lening bij BNG crediteuren (te betalen) vooruitontvangen
53.212
51.918
51.124
51.479
50.709
(bedragen x € 1.000) Eindbalans Eindbalans Eindbalans Eindbalans Eindbalans Eindbalans 2024 2025 2026 2027 2028 2029 3.082 3.082 3.082 3.082 3.082 3.082 4.487 0 0 0 0 0 1.788 1.288 787 787 787 787 3.034 3.434 3.434 3.434 3.434 3.434 0 0 0 0 0 0 12.392 7.804 7.303 7.303 7.303 7.303 6.731 6.731 6.731 6.731 6.731 6.731 30.575 38.678 37.884 37.091 37.446 36.675 37.306 45.409 44.615 43.822 44.177 43.406 49.698 53.212 51.918 51.124 51.479 50.709
Pagina 52 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Verloopoverzicht reserves en voorzieningen
Eigen Vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve WW & Re-integratie Bestemmingsreserve Omgevingswet Bestemmingsreserve PBDI Totaal reserves
(bedragen x € 1.000) Stand per Stand per Stand per Stand per Stand per Stand per 31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026 31-12-2027 31-12-2028 31-12-2029 3.082 3.082 3.082 3.082 3.082 3.082 115 115 115 115 115 115 1.002 501 0 0 0 0 672 672 672 672 672 672 4.871 4.370 3.869 3.869 3.869 3.869
Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten Baten: Onttrekking Algemene reserve Onttrekking WW & Reintegratie Onttrekking reserve Omgevingswet Onttrekking Persoonlijk ontwikkelbudget (PBDI Vrijval voorziening Personeel Totaal baten:
2024
Lasten: Toevoeging Weerstandsvermogen Toevoeging WW & Reintegratie Toevoeging Omgevingswet Toevoeging voorziening personeel Toevoeging voorziening Gekocht verlof Toevoeging reserve POB Totaal lasten:
1.858 0500 23 518 556 3.455
00168 155 389 712
2025
2026 -
501 501
501 501
-
-
-
-
-
400 400
(bedragen x € 1.000) 2028 2029
2027
-
Algemene reserve De Algemene reserve vormt het Weerstandsvermogen. Dit Weerstandsvermogen dekt het risico af zoals dit is omschreven in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Bestemmingsreserve Persoonlijk Budget voor Duurzame Inzetbaarheid PBDI Medewerkers hadden recht op een persoonlijk opleidingsbudget dat binnen 5 jaar ingezet kan worden. Vanaf 1 januari 2023 is opnieuw een budget voor 5 jaar toegekend onder de naam PBDI. Met ingang van 2024 is het budget verhoogd van € 5K naar € 6K. Dit budget kan elke medewerker op basis van een ontwikkelplan inzetten en bespreken in het goede gesprek voor input van de leidinggevende. Het kan worden gebruikt voor diverse doelen zoals: -
loopbaan en arbeidsmobiliteit; leren en ontwikkelen; balans werk & privé; gezondheid en vitaliteit.
Zo kunnen er extra vitaliteitsuren worden gekocht, bijvoorbeeld in het kader van benodigd herstel of mantelzorgtaken. In de cao zijn de kaders aangegeven ten aanzien van de diverse doelen. Voor Loopbaan en arbeidsmobiliteit en Leren en ontwikkelen kan de werknemer minimaal 40% per doel (minimaal 80% voor twee doelen) besteden. Voor de andere doelen (Balans werk en privé en Gezondheid en vitaliteit) kan de werknemer maximaal 20% (gezamenlijk) besteden.
Pagina 53 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Omgevingswet (€ 1.002K) In voorgaande jaren is een bestemmingsreserve voor de implementatie van de Omgevingswet gevormd. De implementatie van de Omgevingswet heeft inmiddels plaatsgevonden. Met het omzetten van de mba’s is een start gemaakt. De komende jaren is hier nog extra inzet op nodig om de vergunningen aan te passen en Omgevingswetproof te maken. We verwachten dit in twee jaar te kunnen doen. Het besluit hiervoor wordt gelijktijdig met deze jaarrekening als apart besluit aangeboden. WW & re-integratie De OD NZKG is eigen risicodrager voor werkloosheidskosten, re-integratie inspanningen bij ziekte, bemiddeling- en mobiliteitstrajecten, etc. Het is verplicht om voor dit reële bedrijfsrisico een reserve te vormen. Voorziening gekocht verlof Onder de CAO regeling kunnen de medewerkers verlof kopen. De voorziening gekocht verlof is het totaal wat tot en met een jaar is opgebouwd. We verwachten een toename van de voorziening in het jaar 2025 van € 400K.
Pagina 54 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
5.7 Verklaring kengetallen Hieronder is de berekening van de financiële kengetallen toegelicht. Zie hoofdstuk 4.5 voor de beoordeling en toelichting op de kengetallen.
De netto schuldquote wordt berekend door het saldo van de schulden en vorderingen te delen door de totale baten. (bedragen x €1.000) Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Solvabiliteitsratio Eigen vermogen
9.358
4.370
3.869
3.869
3.869
3.869
Balanstotaal*
27.388
14.535
14.034
14.034
14.034
14.034
Solvabiliteit
34%
30%
28%
28%
28%
28%
De verhouding tussen het eigen vermogen en totale vermogen geeft de ratio voor de solvabiliteit.
De berekening voor structurele exploitatieruimte is het saldo van structurele baten en lasten en structurele toevoegingen en onttrekkingen van reserves. Het resultaat hiervan wordt gedeeld door de totale baten.
netto schuldquote solvabiliteitsratio structurele exploitatieruimte
Norm ≤ 0% ≥ 20% ≥ 0%
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029 -14% -4% -4% -5% -5% -6% 34% 30% 28% 28% 28% 28% 7% 0% 0% 0% 0% 0%
Pagina 55 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
5.8 Financiële ontwikkelingen Ontwikkelingen 1 t/m 7 zijn opties voor nieuwe ontwikkelingen die de OD NZKG op zich af ziet komen voor 2026 en verder. De verwachting is dat voor deze ontwikkelingen ook in de jaren na 2026 dezelfde middelen nodig zijn. Deze zijn dan ook opgenomen in de begroting voor 2027 tot en met 2029. Nummer 8 betreft volumegroei en uitbreiding van bestaande taken. Nummer 9 gaat over de verschuiving van SPUK EZK/ overige baten naar de UVO PNH.
1.
Water en Bodem sturend: deel water (onvermijdelijk – geen middelen voor beschikbaar)
De deadline voor de Europese kaderrichtlijn Water in 2027 en de afnemende waterkwaliteit, dagen de OD NZKG uit tot actie. Naast zorgen over onvoldoende beschikbaarheid en kwaliteit voor drinkwater, natuur, landbouw en bedrijven, betekent een teveel aan water een noodzaak voor beveiliging en berging. De erkenning van de urgentie van deze vraagstukken, resulteert in een toenemend beroep op de waterkennis van de OD NZKG voor advies op de VTH-taken, strategische adviezen en capaciteit op de juridische kaders met betrekking tot water. Risico niet uitvoeren Het werkgebied van de OD NZKG kent een urgente opgave met betrekking tot waterkwaliteit en -kwantiteit. Naast zorgen over voldoende beschikbaarheid en kwaliteit voor drinkwater, natuur, landbouw en bedrijven, betekent een teveel aan water de noodzaak voor berging en beveiliging tegen overstromingsgevaar. Dit vraagt om duidelijk keuzes in waterhuishouding en ruimtelijke inrichting. Ambities op gebied van woningbouw, economische ontwikkeling en energietransitie (zoals waterstof) zullen hier in toenemende mate door worden bepaald. De Europese Kaderrichtlijn Water geeft aan wat de eisen in 2027 zijn. Het risico van niet intensiveren is dat de doelstellingen voor waterkwaliteit en kwantiteit niet worden gehaald.
Er wordt immers onvoldoende capaciteit en kennis opgebouwd voor het toenemend aantal VTH-adviezen, ontwikkeling Waterstof en integrale aanpak water-bodemstel.
2.
Water en Bodem sturend: deel bodem (onvermijdelijk - geen middelen voor beschikbaar)
In de huidige werkwijzen worden de effecten op het bodem- en watersysteem onvoldoende meegenomen. De nieuwe aanpak gaat over integrale advisering over de bodem bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, vanaf de eerste overleggen en visies daarover. Dit vertaalt zich in advies op beleid en dossier en beïnvloeding. Daarnaast wordt voor bodem aangesloten bij de bestaande ZZS-aanpak voor water en lucht. Door onderzoek ontstaat inzicht in verspreiding van bodembedreigende stoffen. Deze kan worden aangepakt, bijvoorbeeld door scherper vergunnen. Risico’s niet uitvoeren Het Rijk vraagt rekening te houden met de robuustheid en duurzaamheid van het natuurlijke bodem- en watersysteem rekening te houden met de robuustheid en duurzaamheid van het natuurlijke bodem- en watersysteem. De grote maatschappelijke opgaven van de komende jaren geven een grotere druk op het bodem- en watersysteem. Daardoor treedt nog meer stapeling van functies op en de noodzaak plekken te gebruiken, die niet veilig/gezond/duurzaam is. Veel taken van de OD NZKG raken aan WBS. Voor twee focuspunten is een aanvullende inzet nodig: Integrale benadering van de ondergrond en De lekkende kraan dicht. De risico’s van niet intensiveren zijn: minder brede adviezen, onvoldoende schoon water beschikbaar, minder beperken ZZS, minder inzicht in de bodem.
3. Energietransitie (onvermijdelijk – geen middelen voor beschikbaar) De energietransitie speelt een belangrijke rol binnen de thema’s Klimaat, Milieu gerelateerde gezondheid, Water en Bodem en Transformatiegebieden. In alle drie de provincies is een toename van initiatieven rond energietransitie te zien. Dit leidt tot extra werk op het gebied van advisering, bijvoorbeeld op het gebied van waterstof. Daarvoor is verdere verbreding van de expertise van de OD NZKG noodzakelijk. Daarnaast vraagt het om intensieve beleidsafstemming met de provincies en de betrokken omgevingsdiensten.
Pagina 56 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Risico’s niet uitvoeren Om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn, heeft het vorige kabinet het doel voor 2030 tot tenminste 55% CO2reductie aangescherpt. Tot op heden is van een significante daling in CO2-uitstoot bij de ca. 8.000 energierelevante bedrijven in het werkgebied van OD NZKG nog geen sprake. Naast de oorzaak netcongestie, wat de elektrificering van bedrijven belemmert, komt dat door de onzekerheid in de andere technische en ruimtelijke mogelijkheden die bedrijven zien voor verduurzaming. Dit vraagt van de OD op het gebied van advisering om steeds nieuwe en verbredende kennis, op een veelvoud van onderwerpen. Of het nu gaat om de beste manier om waterstof te produceren, te vervoeren en op te slaan, of dat alternatieven zoals methanol of toepassing van energieopslagsystemen betere mogelijkheden zijn, zijn vragen die steeds vaker gesteld worden. Ook de (on)mogelijkheden van CO2-opslag en -gebruik komen steeds nadrukkelijker naar voren. Het bijhouden en uitbreiden van deze kennis kost steeds meer tijd. Actuele kennis is ook essentieel om richting bedrijven een serieuze gesprekspartner te zijn, en tegenwicht te kunnen bieden wanneer de OD NZKG betere alternatieven ziet.
Wanneer vergunningaanvragen worden ingediend is deze kennis vervolgens nodig om te zorgen voor een zo spoedig mogelijke vergunningverlening; dit helpt het tempo van de energietransitie en is positief voor de beeldvorming over de overheid. De kennis wordt ingezet om de leefbaarheid en veiligheid te borgen en om niet alleen de energietransitie, maar ook de transformatie van gebieden en het verbeteren van de milieu-gerelateerde gezondheid te realiseren. Risico’s van niet intensiveren zijn: het in onvoldoende mate onderhouden en verder opbouwen van de kennis leidt tot een vertraging van de energietransitie, een slechtere onderhandelingspositie richting bedrijven en minder impact op de leefomgeving. Het betreft hier één van de strategische prioriteiten van de Uitvoering en Handhavingsstrategie.
4. ZZS (onvermijdelijk – geen middelen voor beschikbaar) Milieu gerelateerde gezondheid is één van de focuspunten uit de U&H-strategie van de OD NZKG, zeer zorgwekkende stoffen vallen onder deze categorie. Om de wettelijke verplichtingen op het gehele bedrijvenbestand op voldoende niveau uit te voeren, is vergroting van de capaciteit nodig. Dit betreft zowel het toezicht als de advisering. Risico’s niet uitvoeren De verspreiding van gevaarlijke stoffen in de leefomgeving neemt de laatste jaren onvoldoende af: de daling van concentraties in water en lucht stagneert en persistente stoffen in de bodem leiden tot langdurige problemen met de bodemkwaliteit. Er is nog geen volledig beeld van de bedrijven die werken met ZZS in de emissies naar lucht en water (indirecte lozingen). Het in kaart brengen is complex wegens o.a. de ondeugdelijke kaders, ZZS is een verzameling van meer dan 300o stoffen en recent is daar ook de PFAS-groep bijgekomen. ZZS niet-afvalbedrijven De provinciale niet- afvalbedrijven moeten voor 2026 opnieuw voldoen aan de informatieplicht voor ZZS-emissies naar lucht en water en het VRP moet worden geactualiseerd. Voor de informatieplicht moeten bedrijven de gegevens invoeren in de per 2025 verplicht gestelde ZZS-emissiedatabase. Er zijn meer uren nodig dat in de UVO’s zijn begroot.
Daarvoor zij drie oorzaken: • De database zowel voor de bedrijven als de OD NZKG een nieuw instrument; • De beoordelingen zullen grotendeels plaats vinden in 2026 • Het aantal ZZS-stoffen is groter dan in de vorige cyclus.
Pagina 57 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Voor de eerste beoordeling voor 1-1-2021 was aanvullend budget nodig en toegekend, dit is voor 2026 ook nodig om de informatieplicht en VRP’s te kunnen beoordelen binnen een redelijke termijn. Het betreft ongeveer 70 nietafvalbedrijven. ZZS-Afvalbedrijven Voor de afvalbedrijven gelden in eerste aanleg dezelfde overwegingen als voor de overige bedrijven, maar de situatie is complexer. Afvalbedrijven zijn zeer complex zijn vanwege de verschillende afvalstromen met ZZS, daarnaast wordt het Besluit melden afvalstoffen door het ministerie van IenW telkens uitgesteld. Het betreft ongeveer 60 afvalbedrijven. Voor afvalbedrijven wordt daarnaast op dit moment niet voldaan aan de ZZS-verplichting vanuit de wet- en regelgeving, hoewel de verplichting ook voor deze branche al geldt vanaf 2016. Risico: De controle van de gegevens en de vervolgstappen in het VTH-proces vinden vertraagd plaats. Aanpak van ZZS is één van de strategische speerpunten uit de U&H-strategie. Dit is een bestuurlijk risico.
5.
MER (onvermijdelijk – geen middelen voor beschikbaar)
De MER spelt onder de Omgevingswet een steeds grotere rol. Daarnaast zijn er ontwikkelingen op het gebied van de digitale MER. Deze biedt nieuwe mogelijkheden op het gebied van verzamelen, monitoren en analyseren van kwantitatieve gegevens. Dit vraagt om nieuwe expertise en voldoende capaciteit. Het type bedrijven, dat voor het gebruik van dit instrument in aanmerking komt, ligt in/valt onder de provincies en de gemeenten Zaanstad en Amsterdam. Risico’s niet uitvoeren Dit onderwerp omvat een aantal ontwikkelingen en nieuwe producten. lan-MER: Met de komst van de Omgevingswet wordt de OD NZKG vaker gevraagd om te adviseren op MERprocedures bij Ruimtelijke Ontwikkelingen. Behalve dat het aantal adviesverzoeken hoger ligt alsook het gewenste detailniveau waarop we adviseren. Ook is er een nieuw instrument (het OER). Dit vraag om nieuwe kennisontwikkeling en structureel extra tijd. Project-MER: Een project-MER wordt uitgevoerd bij initiatieven van bedrijven die een grote impact hebben op de leefomgeving. In de meeste gevallen zijn dit bedrijven onder bevoegd gezag PNH. Met een MER-beoordelingsnotitie wordt bepaald of een project-MER noodzakelijk is. Nieuw is de wens om naast een MER ook een GER (Gezondheidseffectrapportage) uit te laten voeren. Het GER is een nieuw instrument en heeft draagvlak bij politiek en omwonenden, maar moet nog ontwikkeld worden.
Wat betreft de MER-beoordelingsnotities en MER-procedures. Monitoring: Het is wettelijk verplicht om de effecten van MER-procedures te monitoren. Een dergelijk monitoringsysteem is waardevol om zicht te krijgen op welke acties wel of niet tot resultaat leiden, maar moet nog worden ingericht. Dit systeem zal helpen bij het maken van toekomstige keuzes. Risico’s van niet intensiveren zijn: in de eerste plaats blijft de kennis achter, waardoor nieuwe instrumenten niet of later en minder kunnen worden ingezet. In de tweede plaats wordt minder geleerd van het evalueren van afgeronde procedures
6. Meer meten (nieuw - opgenomen) De verduurzaming van de industrie brengt ingrijpende wijzigingen van bedrijfsprocessen met zich mee, daarbij zich onzekerheden gaan voordoen over de effecten op de omgeving. Maatschappelijk en politiek is een toenemende vraag om intensiever en onafhankelijker te meten. Dit is expliciet aan de orde in de Tweede Kamer en in de Provinciale Staten (motie 107-2024). De OD NZKG verkent het opzetten van een meetdienst op landelijk niveau, dan wel een regionale meetdienst met landelijke coördinatie en samenwerking. In 2025 investeert de OD reeds in intensiever meten. Dit aanvullende budget is bedoeld om, vooruitlopend op de definitieve keuze voor de plaatsing van een meetdienst, wel alvast te starten met het opzetten van de meetdienst, investeringen, huur en materiële kosten. Gedurende de verkenning die hiertoe wordt uitgevoerd in 2025 worden opdrachtgevers op de hoogte gehouden van ontwikkelingen.
Pagina 58 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
7.
24 uurs openstelling (nieuw – geen middelen voor beschikbaar)
Op 1 januari 2023 is bij de OD NZKG een frontoffice gestart, met eigen toezichthouders. Hiermee is invulling gegeven aan het rapport van de Randstedelijke Rekenkamer, getiteld ‘Stof tot nadenken’, om meer samenlevingsgericht te werken. In 2025 wordt de avondopenstelling geëffectueerd. In 2026 wordt de overstap naar 24-uurs openstelling gemaakt. Dit past bij een robuuste omgevingsdienst. Risico’s niet uitvoeren In 2025 wordt de avondopenstelling ingevoerd. Het voorgestelde plan omvat verschillende taken. Een centraal team voor overlastmeldingen en ongewone voorvallen zorgt voor een snelle en effectieve afhandeling van meldingen. Snelle en persoonlijke reacties op meldingen verhogen de klanttevredenheid. Proactieve communicatie en transparantie richting de samenleving zijn essentieel. Daarnaast wordt de coördinatie van e-noses ingezet voor betere monitoring en handhaving. Deze intensivering gaat over de late avond en de nacht en betreft het met name een verbetering van bereikbaarheid en consignatiedienst. Ongeveer 46% van de overlastmeldingen wordt buiten kantoortijden ingediend. Risico’s van niet intensiveren zijn: als deze taken niet worden uitgevoerd neemt de responstijd toe, de kwaliteit van de dienstverlening neemt af, de klant is en voelt zich minder gehoord, wat leidt tot een lagere klanttevredenheid.
8. Uitbreiding bestaande taken (volumegroei – deels middelen voor beschikbaar) Dit betreft diverse posten die een aanpassing zijn van bestaande en/of volumegroei en/of eerder waren opgenomen in de Meerjarenbegroting 2025-2028. Deze zijn samengevoegd en opgenomen in één kolom. Het betreft o.a. groei TATA, Actualiseren van vergunningen, ketentoezicht en Circulaire Economie en lagere inzet t.b.v. administratieve inzet Omgevingswet (samen € 2,3M). De groei van Tata Steel met jaarlijks 15% loopt door tot en met 2027, hierna blijft het bedrag gelijk. De afbouw van de administratieve inzet Omgevingswet loopt door tot en met 2027. In 2028 is het bedrag 0. De overige onderwerpen lopen door en zijn ook opgenomen in de begroting 2027 tot en met 2029. 9. Groen Staal (voorheen SPUK EZK - opgenomen) De transitie Groen Staal bij Tata Steel IJmuiden blijft onverminderd aanwezig als onderwerp in ons VTH-stelsel. In het verleden is er een beroep gedaan op een bedrag van € 5,0M om deze opgave te realiseren. Dit bedrag is inmiddels meer dan alleen een inschatting, aangezien in 2023 en 2024 al (voorbereidend) werk is verricht voor het dossier Groen Staal. Als organisatie is er nu meer zicht op hetgeen wat qua werklast kan ontstaan en de benodigde inzet om dat op te vangen.
Zodoende is er met voortschrijdend inzicht en met vaste afstemmingsmomenten tot een beter onderbouwd inzicht gekomen, die uitkomt op de genoemde 5 miljoen euro. Natuurlijk blijft hier gelden dat voortschrijdende inzichten of bijvoorbeeld beleidswijzigingen kunnen leiden tot een bijstelling van deze raming - naar boven of naar beneden. Dit zal vooral afhankelijk zijn van de planning van TSIJ voor het project Groen Staal. Dit zal terugkomen in de afspraken over budgetverantwoording, ijkingen en rapportagemomenten. De geraamde € 5,0M per jaar die oorspronkelijk eind 2021 was ingeschat, was nodig om het projectteam zodanig in te richten dat de OD NZKG het hoge tempo van de transitie naar Groen Staal kan bijbenen. Inmiddels heeft dat projectteam grotendeels gestalte gekregen en dient het gevraagde budget ook ten behoeve van het in stand houden van dit team en ook nog voor het opvullen van het gat tot de gewenste inzet. Dit budget heeft sinds 2023 vorm gekregen d.m.v. een opbouw uit twee verschillende soorten budget: 1) Dekking vanuit de uitvoeringsovereenkomst met PNH (± € 2,0M à € 2,5M per jaar) 2) Aanvullende financiering vanuit het Rijk d.m.v. een Specifieke Uitkering (SPUK)
Pagina 59 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
De genoemde SPUK bij punt 2 was halverwege 2023 oorspronkelijk toegekend voor de periode 1 mei 2023 tot en met december 2024 voor een bedrag van € 3,0M. Op jaarbasis telt dit op naar de geraamde € 5,0M per jaar, maar met de kennis dat deze SPUK meerjarig is, ontstond er het risico dat er wellicht te weinig budget beschikbaar zou zijn. Door het uitstellen van de planning en bijbehorende werkzaamheden vanuit TSIJ voor het project Groen Staal heeft dit gelukkig niet tot een groot risico geleid. Vanwege het uitstellen hebben de OD NZKG en PNH een zogenaamde wijzigingsbeschikking ingediend bij het Rijk waarin eigenlijk verzocht wordt om de einddatum van de SPUK te verlengen. Met de verwachting dat de genoemde SPUK in 2025 naar alle waarschijnlijkheid volledig uitgeput zal worden, zal er (weer) een beroep gemaakt moeten worden op aanvullend budget. Vooralsnog is het niet duidelijk in welke vorm(en) dat zal gebeuren (i.e. volledig bedrag in de uitvoeringsovereenkomst, of uitvoeringsovereenkomst aangevuld met een nieuwe SPUK, of een zogenaamde Decentralisatie Uitkering (DU)). In deze kaderbrief is het aanvullende budget van € 2,8M opgenomen voor 2026, waarmee de totale bijdrage voor Groen Staal € 5,0M bedraagt.
Pagina 60 van 63
Detaillering aanpassing bestaande taken en volume groei
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Intensiveringen per opdrachtgever Zoals in hoofdstuk 5.2 is aangegeven hanteert OD NZKG één lijn omtrent de genoemde ontwikkelingen in het kader van overeenstemming: als één opdrachtgever voor een bepaalde ontwikkeling heeft aangegeven geen financiële ruimte te hebben, dan wel de ontwikkelingen inhoudelijk niet te steunen, dan voert de OD NZKG deze ontwikkelingen voor geen één opdrachtgever uit. In het onderstaande overzicht is dit voor alle ontwikkelingen inzichtelijk gemaakt. Ter verduidelijking van dit overzicht volgt hieronder een voorbeeld. Voor opdrachtgever Aalsmeer is voor € 24K intensiveringen opgenomen in de kaderbrief 2026. De opdrachtgever heeft voor al deze ontwikkelingen aangegeven hier middelen beschikbaar voor te hebben in 2026. De cellen zijn daarom bij kolom 2 blauw gemaakt. Er zijn echter andere opdrachtgevers die geen middelen beschikbaar hebben voor deze ontwikkelingen. Ofwel er is geen overeenstemming tussen de opdrachtgevers. Daarom is er voor deze ontwikkelingen geen bedrag verwerkt in de meerjarenbegroting voor gemeente Aalsmeer. In totaliteit was er in de kaderbrief 2026 voor € 8.0 mln. aan ontwikkelingen opgenomen. Doordat niet voor alle ontwikkelingen middelen beschikbaar zijn gesteld door de opdrachtgevers in 2026 is dit in deze Meerjarenbegroting € 3,1 mln. Lager.
Pagina 62 van 63