3. OD NZKG Meerjarenbegroting 2026-2029.pdf
Tekst van het document
Meerjarenbegroting 2026-2029
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Meerjarenbegroting 2026-2029
Maart 2025
Ebbehout 31 1507 EA Zaandam
www.ODNZKG.nl
Pagina 2 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Inhoud Inleiding ...................................................................................................................................................... 5 2. Ontwikkelingen ........................................................................................................................................ 7 2.1 Speerpunten ......................................................................................................................................................... 7 2.2 Ontwikkeling omzet ........................................................................................................................................... 10 3.
Programmabegroting 2026 .............................................................................................................. 12
3.1 Producten ........................................................................................................................................................... 12 3.2 Capaciteit ........................................................................................................................................................... 13 3.3 Programma Bouw ............................................................................................................................................... 14 3.4 Programma Bodem ............................................................................................................................................ 16 3.5 Programma Milieu & Seveso ............................................................................................................................... 20 3.6 Tata Steel ........................................................................................................................................................... 23 3.7 Programma Randvoorwaardelijk ......................................................................................................................... 25 3.8 Programma Bedrijfsvoering ................................................................................................................................ 28 4.
Financiële begroting ........................................................................................................................ 32
4.1 Resultaatmodel .................................................................................................................................................. 32 4.2 Toelichting bij de meerjarenbegroting en financiële positie ................................................................................ 33 4.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ......................................................................................................... 34 4.4 Onderhoud kapitaalgoederen............................................................................................................................. 43 4.5 Financiering........................................................................................................................................................ 43 4.6 Bedrijfsvoering ................................................................................................................................................... 44 5.
Bijlagen .......................................................................................................................................... 46
5.1 Resultaatmodel per programma en taakveld de baten en lasten ......................................................................... 46 5.2 Uitvoeringsovereenkomsten per deelnemer ....................................................................................................... 47 5.3 Kosten per uur, Capaciteit in uren en FTE’s ......................................................................................................... 49 5.4 Meerjarig overzicht van de risico’s ...................................................................................................................... 50 5.5 Overzicht rente, afschrijvingen, EMU-saldo en Vennootschapsbelasting ............................................................ 51 5.6 Geprognotiseerde balans ................................................................................................................................... 52
Pagina 3 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
5.7 Verklaring kengetallen ........................................................................................................................................ 55 5.8 Financiële ontwikkelingen .................................................................................................................................. 56
Pagina 4 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Inleiding De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) staat voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Onze kernwaarden onafhankelijk en deskundig helpen ons deze missie uit te voeren in een dynamisch werkgebied met veel verschillende en soms tegenstrijdige belangen. We weten wat er speelt in ons werkgebied. We vertalen beleidsmatige opgaven van gemeenten en provincies naar de praktijk van de bedrijven, en voeden vice versa de beleidsmakers met onze ervaring in de uitvoeringspraktijk. Koers Handvat voor de koers van onze organisatie is de bestuurlijk vastgestelde en opgavegerichte regionale Uitvoeringsen Handhavingsstrategie 2024-2027, waarbij de doelen van de Omgevingswet als vertrekpunt dienen. Bij keuzes en prioritering in de uitvoering hebben we daarmee de focus gelegd op de klimaatopgave, milieu gerelateerde gezondheid en de ontwikkelingen in de komende jaren in de thema’s water en bodem. We prioriteren aan de hand van impactanalyses op zaken waar we het meest kunnen bereiken op de opgaven in de leefomgeving. De komende jaren blijft de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie het bestuurlijke handvat voor onze uitvoeringspraktijk en die van de andere omgevingsdiensten in Noord-Holland.
Arbeidsmarkt De veranderingen gaan snel bijvoorbeeld op het gebied van datagericht werken en/of kunstmatige intelligentie, dit soort ontwikkelingen vraagt ook het maken van keuzes en hoe hierop goed te anticiperen: waarop behouden we onze inzet op het bestaande kwaliteitsniveau, waar wordt ons gevraagd te intensiveren en innoveren, en wat kunnen we niet doen? De arbeids- en inhuurmarkt blijft vooralsnog krap in alle sectoren. De hoeveelheid werk zal de komende periode per saldo op hetzelfde niveau blijven, maar de ontwikkelingen vragen soms andere expertise en daarmee wendbaarheid van de OD NZKG. Omwille van autonome ontwikkelingen en beleidswensen van onze opdrachtgevers blijven we onverminderd middelen reserveren voor verhoogde inzet op werving en selectie naast het binden en boeien van huidige medewerkers en het toekomstbestendig houden van de organisatie. Afname groei in 2026 De komende jaren is de steile groei van de organisatie eruit. Onze arbeidsmarktcommunicatie richt zich nu meer op het versterken van ons werkgeversimago. Onze wervingsactiviteiten concentreren zich op het invullen van schaarse functies en spelen in op het gemiddelde vervangingspercentage van 8% per jaar.
Onze ambities voor 2026 moeten passen binnen het beschikbare budget dat is opgenomen in de bestuurlijk vastgestelde Meerjarenbegroting en binnen de mogelijkheden die er zijn in de huidige arbeids- en inhuurmarkt. We gaan in 2025 met onze opdrachtgevers het gesprek aan hoe we de ambities 2026 en verder gaan realiseren binnen de beschikbare middelen en capaciteit. Toekomstbestendige en robuuste OD NZKG In het in september 2024 afgesloten landelijke Interbestuurlijke Programma Versterking VTH-stelsel (IBP-VTH) werd in nauwe samenwerking met alle omgevingsdiensten in Nederland gewerkt aan structurele verbeteringen van de werking van het VTH-stelsel. De OD NZKG is als robuust beoordeeld door Ministerie I&W op thema’s als begroting, kwaliteitscriteria, opleidingsbudget, weerstandsvermogen, informatie gestuurd werken en het aansluiten bij de identiteit van ons werkgebied. VNG en IPO in samenwerking met ODNL werken met het ministerie van I&W aan nieuwe en structurele afspraken over het vervolg. Ook OD NZKG beziet op welke onderdelen we een goede basis hebben en waar investering nodig is middels een IBP VTH-quickscan. Bijvoorbeeld als het gaat over landelijk kennis delen, oftewel: de kennisinfrastructuur voor de uitvoeringskennis van het VTH-stelsel (KIS VTH). Met de KIS VTH gaan we er met elkaar voor zorgen dat alle uitvoeringskennis van de 28 omgevingsdiensten slim gedeeld wordt.
Tussen de verschillende omgevingsdiensten maar ook met bijvoorbeeld gemeentes, provincies of kennisinstituten.
Pagina 5 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
In de VTH-uitvoeringsopgave blijven we inzetten op efficiënter en meer risicogericht werken en we bundelen onze krachten zo veel als mogelijk met ketenpartners in de regio en het landelijke, met andere Seveso-omgevingsdiensten en binnen ODNL. Samenwerking in Noord-Holland In Noord-Holland voeren we met OD NHN, OD IJmond en OFGV actief het gesprek over wat nodig is om te komen tot adequate VTH-taakuitvoering in relatie tot de opgaven in de hele provincie Noord-Holland. Immers, de andere drie omgevingsdiensten in Noord-Holland bleken niet robuust te zijn volgens de toets van het ministerie van I&W. De verwachting is dat deze gezamenlijke verkenning input levert voor verdere samenwerking op het landelijke (via Omgevingsdienst NL) en regionale (samenwerkingsagenda) niveau. Hierin wordt ook het samenwerkingspotentieel onderzocht: concreet samenwerken op uitvoering, inhoudelijke opgaven en bedrijfsvoering, tussen twee of meer Omgevingsdiensten in Noord-Holland. Tata Steel De maatschappelijke aandacht voor Tata Steel neemt steeds verder toe en de vraag om inzet van de OD NZKG ook. Strenger wordende normen en verouderende installaties leiden tot meer nalevingsproblemen en daarmee meer toezicht en handhaving, zo blijkt. Het bedrijf en de rijksoverheid zetten in op een schonere staalproductie (‘Groen Staal’) en vragen van de OD NZKG complexe advisering en vergunningverlening.
Voor de OD NZKG vertaalt deze toenemende vraag om inzet zich in een noodzakelijke groei van de capaciteit voor het Tata-programma met ongeveer 15% per jaar. Het Tata-programma omvat daardoor inmiddels zo'n 10% van de begroting van de OD NZKG en het werven van de benodigde specialisten vormt een serieuze uitdaging op de arbeidsmarkt. We blijven hier de komende jaren vol op inzetten. Financiële uitdagingen In de kaderbrief 2026 e.v. heeft de Omgevingsdienst een aantal ontwikkelingen geschetst waarvoor extra financiering van de opdrachtgevers wordt gevraagd. De ontwikkelingen betreffen deels autonome ontwikkeling zoals indexaties maar ook een aantal die deels voortkomen uit wetgeving. Denk aan intensiveringen voor de Europese kaderrichtlijn water maar ook het verwerken van klachten van burgers buiten kantooruren. Een aantal voorgestelde intensiveringen betreft individuele opdrachtgevers en andere voorgestelde intensiveringen vragen om financiering van alle opdrachtgevers (zie paragraaf 5.8). In de ambtelijke voorbereiding en bestuurlijke besluitvorming over de kaderbrief is aangegeven dat gezien de te verwachte korting op de begrotingen van onze opdrachtgevers zij terughoudend zijn op de voorgestelde intensiveringen zoals vermeld in de kaderbrief.
In overleg met opdrachtgevers zijn in de meerjarenbegroting alleen de autonome financiële ontwikkelingen verwerkt en de ontwikkelingen waar overeenstemming met de opdrachtgever over is. De overige (nieuwe maar ook onvermijdelijke) ontwikkelingen zijn inhoudelijk wel benoemd maar niet begroot, met de kanttekening dat later in het jaar bij het opstellen van de uitvoeringovereenkomsten bezien wordt of er ruimte is om alsnog de voorgestelde intensiveringen te financieren of niet. Onvermijdelijke (wettelijk ingegeven) ontwikkelingen die eraan komen moeten belegd bij de opdrachtgevers zelf wanneer deze taken niet worden afgenomen van OD NZKG. Tot slot We groeien naar een wendbare organisatie en we vernieuwen continu, sturen bij en agenderen waar nodig. In de indringende context van de grote druk op de beschikbare ruimte in combinatie met onder meer de klimaatopgave, de stikstofkwestie en de nodige issues op het gebied van externe veiligheid, bodem en bouw doet ons werk ertoe. Het vraagt om een dienst die deskundig en onafhankelijk haar werk kan doen in een in alle opzichten uitdagend werkveld. Dat is het werk waar we trots op zijn. Loes De Maat, Algemeen directeur Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Pagina 6 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
2. Ontwikkelingen 2.1 Speerpunten De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) werkt aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Wij voeren kerntaken uit zoals vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies (VTH&A) en dragen bij aan belangrijke maatschappelijke opgaven uit de college- en coalitieakkoorden zoals de energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie. De werkgebieden waar we actief zijn, zijn complex en vereisen innovatieve oplossingen en samenwerking. Het gebruik van data en slimme technologieën stelt ons in staat risico’s beter te voorspellen en onze impact te vergroten. Gedurende de periode 2025-2027 ligt de nadruk op drie inhoudelijke opgaven die cruciaal zijn voor het realiseren van een gezonde en duurzame leefomgeving, hiervan is water en bodem een nieuwe opgave t.o.v. de meerjarenbegroting 2025-2028: 1. 2. 3.
Milieu-gerelateerde gezondheid: verminderen van schadelijke emissies en het verbeteren van de lucht-, water- en bodemkwaliteit door gerichte inzet van regelgeving, toezicht, handhaving en advies (VTH&A). Klimaat en duurzaamheid: bijdragen aan reductie van CO₂ door het versnellen van de energietransitie, bevorderen van een circulaire economie en het stimuleren van energiebesparing bij bedrijven. Water en Bodem: het beschermen en verbeteren van water- en bodem door water en bodem sturend te maken binnen onze VTH&A-aanpak, met duidelijke rolafbakening, een versterkte informatiepositie over kwetsbare gebieden en bronnen, en intensieve samenwerking met ketenpartners en overheden.
Met deze speerpunten geven we uitvoering aan de bestuurlijk vastgestelde regionale Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027. Onze aanpak: versterking VTH&A-instrumentarium Om de genoemde opgaven effectief aan te pakken, zetten we drie speerpunten centraal als het gaat om verder versterken van ons VTH&A-instrumentarium en inzet hiervan gericht op realiseren van onze doelen. Hierin werken we nauw samen met andere omgevingsdiensten en de landelijke initiatieven gericht op verder versterken VTHstelsel (vervolg Interbestuurlijk Programma Versterking VTH). Onze speerpunten voor deze periode zijn: 1.
2.
3.
Opgavegerichte benadering versterken: de komende drie jaar zetten we in op opgavegericht werken om maatschappelijke vraagstukken zoals klimaat, gezondheid en duurzaamheid samen met interne en externe partners aan te pakken, met focus op risicogestuurd toezicht en inhoudelijke advisering. We stemmen onze VTH&A-processen af op milieudoelen, zoals CO₂-reductie en energie-efficiëntie, en werken programmatisch voor meer samenhang en flexibiliteit in het behalen van deze doelen. Naar een datagedreven werkwijze: we versterken onze datagestuurde werkwijze door slimme technologieën en data-analyse te benutten. Dit stelt ons in staat om risico’s vroegtijdig te identificeren en ons toezicht effectief te prioriteren. Innovatie in VTH&A-processen: we zetten in op innovatieve technologieën, zoals AI, drones en automatisering, om onze processen te versnellen, effectiever te maken en beter in te spelen op veranderingen in de omgeving.
Pagina 7 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Overige ontwikkelingen 2026 Omzetting inrichting naar milieubelastende activiteit Met de invoering van de Omgevingswet is de grondslag van de milieuregulering gewijzigd van de inrichting naar de milieubelastende activiteit (mba). Dit maakt allerlei aanpassingen nodig in de systemen, te beginnen met het opnemen van de relevante mba in het inrichtingen-bedrijvenbestand (met circa 20.000 inrichtingen) en uiteindelijk met het vaststellen van kengetallen voor de financiering. De omzetting van inrichting naar mba is projectmatig opgepakt. De uitgaven worden gedekt uit de reserve Omgevingswet. De verwachting is dat de werkzaamheden van dit project uiterlijk 2026 worden afgerond. Het is een wettelijke plicht voor het bevoegd gezag om nieuw beleid door te voeren in de vigerende omgevingsvergunningen Milieu. Inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 leidt in de jaren erna tot een nog grotere opgave met betrekking tot de actualisaties dan er al was. Zo moeten bijvoorbeeld binnen twee jaar na inwerkingtreding in bepaalde gevallen maatwerkvoorschriften worden opgesteld en zal een flink aantal vergunningen moeten worden aangepast aan de indeling in mba’s. Uit inventarisatie blijkt dat er nog veel inzet nodig is om omgevingsvergunningen in overeenstemming te brengen met de Omgevingswet.
Het gaat onder meer om het intrekken van vergunningen waar de vergunningplicht is vervallen, het eventueel opstellen van maatwerk voorschriften etc.. Wet Kwaliteitsborging Bouw De eerste fase van de WKB is de nieuwbouw vallend onder gevolgklasse 1 die is ingegaan op 1-1-2024. De tweede fase is verbouw vallend onder de gevolgklasse 1. Deze zou ingaan op 1-1-2025, maar is uitgesteld. De ingangsdatum is nog niet bekend. Daardoor is de impact op de uitvoering van de taken en personele consequenties (bij met name Constructieve veiligheid) in 2025 onzeker. Eventuele consequenties bij inwerkingtreding later in 2025 of 2026 zijn door middel van het verkleinen van de flexibele schil op te vangen. VTH Tata Steel Tata Steel IJmuiden staat regionaal en nationaal in de maatschappelijke, politieke en bestuurlijke belangstelling. De VTH-uitvoering speelt zich af in de context van politieke debatten, media-aandacht, juridische procedures en meerdere onderzoeksrapporten. De zorgen over de milieu- en gezondheidseffecten op de omgeving nemen toe, onder meer vanuit de conclusies van het RIVM en de Expertgroep Gezondheid IJmond. De route naar ‘Groen Staal’ vraagt veel aandacht. De gevolgen van de veroudering van bepaalde bestaande installaties worden steeds duidelijker terwijl de wet- en regelgeving op onderdelen strenger wordt. Dit alles leidt tot een toenemende inzet van de OD NZKG.
Vergunningen worden geactualiseerd en toezicht geïntensiveerd. Er is een groeiende vraag naar overleg met omwonenden, organisaties van belanghebbenden en deskundigen. Mediaverzoeken, kamer- en statenvragen, meldingen, handhavingsverzoeken en Woo-verzoeken blijven toenemen. Andere overheden zoals de ministeries van I&W en KGG, het Openbaar Ministerie, gemeenten en andere omgevingsdiensten (met name de OD NHN) vragen de OD NZKG steeds vaker om informatie en ondersteuning. De informatiepositie van de OD NZKG is versterkt door onderzoeken, ook door de dienst zelf, van bijvoorbeeld emissies naar met name bodem en lucht Deze aanpak vergt veel extra capaciteit van de organisatie, ook omdat de verkregen inzichten soms leiden tot nieuwe handhavingstrajecten. Deze ontwikkelingen leiden in combinatie tot een jaarlijkse toename in capaciteits- en budgetbehoefte. Tata Steel zet in op verduurzaming van de staalproductie met CO2-reductie en waterstoftransitie. De ambities liggen zeer hoog, evenals het gewenste tempo en de technische complexiteit. De daadwerkelijke voorbereiding, uitvoering
Pagina 8 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
en de bijbehorende regulering en het toezicht zullen lokaal en regionaal plaats moeten vinden met een grote rol voor de OD NZKG. Het realiseren van deze nationale doelen vraagt een extra inspanning van de OD NZKG waarvan de kosten zijn geraamd op € 5M per jaar tot 2030 (Groen Staal fase 1). Daarom heeft PNH met het Rijk afspraken gemaakt over Rijksfinanciering daarvoor. Interbestuurlijk Programma (IBP) Versterking VTH stelsel Het Interbestuurlijk Programma (IBP) Versterking VTH is in 2024 afgerond en heeft 58 resultaten opgeleverd. Alle betrokken partijen hebben zich middels het ondertekenen van een samenwerkingsovereenkomst gecommitteerd aan het implementeren van de resultaten van het IBP in de periode vanaf 2025. Als OD NZKG zetten we ons hier de komende jaren voor in. Als OD NZKG zijn we op het moment van schrijven één van de twee robuuste omgevingsdiensten in Nederland en zal implementatie van de resultaten ons verder versterken. We zetten ons de komende jaren onder andere in voor implementatie van de kennis informatiestructuur, verbetering van de samenwerking tussen bestuurs- en strafrecht, verdere implementatie van de regionale U&H strategie en doorontwikkeling van het digitale VTH stelsel. Ook heeft het IBP een landelijke financieringssystematiek opgeleverd, deze ontwikkeling wordt op de volgende pagina geschetst.
Arbeidsmarkt In 2023 en 2024 heeft OD NZKG succesvol ingezet op het binnenhalen van nieuw talent. De traineepool die in september 2024 startte, was met 18 trainees groot. De zij-instromers en trainees die we zelf opleiden en begeleiden voeren steeds meer op zelfstandige basis productieve werkzaamheden uit. In de komende periode stellen we als doel om elk jaar 7 tot 10 trainees aan ons te verbinden. De vacatureruimte neemt af, waardoor de beschikbare uitvoeringscapaciteit steeds beter in lijn komt met de begroting. De komende jaren is de steile groei van de organisatie eruit. Onze (deels landelijke ingezette) arbeidsmarktcommunicatie richt zich op het versterken van ons werkgeversimago en onze wervingsactiviteiten concentreren enerzijds op het invullen van schaarse functies en spelen anderzijds in op het gemiddelde vervangingspercentage van 8% per jaar. De OD NZKG zet daarnaast in op het boeien en binden van medewerkers, waarbij we belang hechten aan de ontwikkeling van een diverse personeelssamenstelling. Hierbij krijgt het ontwikkelen en systematisch borgen van kennis prioriteit.
Pagina 9 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
2.2 Ontwikkeling omzet De UVO 2025 vormt conform de kaderbrief de basis voor de omzet ontwikkeling 2026-2029. Conform Meerjarenbegroting 2024-2027 wordt de administratieve inzet voor de Omgevingswet afgebouwd. De omzet daalt hiermee met € 478K. In 2026 groeit de omzet verder vanwege aanvullende autonome ontwikkelingen of beleidswensen. Dit betreft inzet voor de meetdienst, TATA, en Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV). Het volledig overzicht is opgenomen in bijlage 5.8. De omzet stijgt hiermee met € 4.887K. De overige baten dalen met € 1.858K, dit heeft te maken met de verschuiving van de middelen voor Groen Staal. Conform kaderbrief 2026 zal er een herprioritering plaats vinden om qua groei binnen de meegekregen kaders van Amsterdam en Aalsmeer te blijven. Vanwege de herprioritering is de omzet in 2026 € 2.834K lager. Ook dit is opgenomen in bijlage 5.8. Er wordt niet verwacht deze groei in 2027 alsnog te realiseren. In 2025 ontvangt OD NZKG geen SPUK gelden meer voor het Interbestuurlijk Programma versterking VTH. De OD NZKG ontvangt in 2025 SPUK gelden voor de energiebesparingsplicht. Dit loopt tot en met 2026, waarna de SPUK voor zover nu bekend vervalt. Het restant budget 2022 van deze subsidie, dit is € 988K, wordt besteed in 2026. Vanuit EZK ontvangt OD NZKG vanaf 2024 een SPUK-uitkering voor Groen Staal. Deze subsidie bouwt af naar 0 in 2026.
De middelen voor Groen Staal zijn deels opgenomen in de UVO 2025 met doorwerking naar 2026 en verder en deels zijn deze als extra claim opgenomen voor 2026 zodat het totale budget uitkomt op € 5,0M per jaar. De provincie Noord-Holland heeft in 2024 toegezegd de OD NZKG tot 2029 jaarlijks € 5,0M te betalen voor de werkzaamheden voor de maatwerkafspraken en het project Groen Staal fase 1. De provincie ontvangt daarvoor rijksgeld vanuit het Klimaatfonds (via het ministerie van KGG en het provinciefonds) en milieuleges. De totale omzet in 2026 is circa € 1,0M hoger dan in 2025. Dit komt door: • • • • • •
•
SPUK gelden THE: € 89K lagere baten SPUK gelden EZK: € 1,1M lagere baten SPUK gelden EZK: € 1,8M lagere baten (verschuiving naar autonome ontwikkelingen) Indexatie conform kaderbrief: € 2,1M hogere baten Autonome ontwikkelingen en beleidswensen: € 4,9M hogere baten Herprioritering: € 2,8M lagere baten Onttrekking reserve 2025: € 175K lagere baten
Pagina 10 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Grafiek 1: Ontwikkeling omzet OD NZKG (in mln. euro), vanaf 2027 exclusief indexatie
Pagina 11 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
3. Programmabegroting 2026 De programmabegroting 2026 en verder is opgesteld conform het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV). De programma’s binnen de OD NZKG komen overeen met de werkzaamheden, ingedeeld in werkvelden conform de uitvoeringsovereenkomsten. Per programma maken we inzichtelijk wat het aandeel in de omzet van de OD NZKG is, zie Tabel 1. Het programma bedrijfsvoering is een ondersteunend programma en is daarom niet opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 1: Omzetverdeling naar programma’s (inclusief maatwerk)
3.1 Producten Via de PGF-begrotingsmethodiek betaalt elke opdrachtgever voor zijn eigen producten. Per werkveld kennen we een categorie outputproducten en een categorie regieproducten. De outputproducten worden verrekend op basis van een vaste prijs, ongeacht het aantal werkelijke uren dat daaraan wordt besteed. De regie uren o.b.v. werkelijke uren. Als gevolg van werken onder de Omgevingswet bevat de PDC-outputproducten zonder in de praktijk getoetste kengetallen. Bestuurlijk is daarom in 2023 besloten om voor een periode van minimaal 2 jaren een aangepaste begrotings- en afrekening systematiek te hanteren. Dit betreft:
Pagina 12 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
In de uitvoeringsovereenkomsten die afgesproken zijn met de opdrachtgevers is een verdeling output- en regieproduct gemaakt. De verhouding van de producten wordt in de grafiek getoond en vervolgens per programma weergegeven. Daarnaast kennen we een randvoorwaardelijk pakket waarin randvoorwaardelijke producten zoals procesondersteuning en taken van algemeen nut zijn opgenomen, bijvoorbeeld de Consignatiedienst. De werkzaamheden op het product procesondersteuning zijn grotendeels direct te relateren aan de inzet op de werkpakketten. Voor de overige randvoorwaardelijke producten wordt per opdrachtgever een verdeelsleutel vastgesteld op basis van de ureninzet per pakket en de afname binnen deze pakketten Naast de inkomsten vanuit de uitvoeringsovereenkomsten heeft de OD NZKG overige inkomsten uit het maatwerk, dat bestaat uit werkzaamheden die gefinancierd worden uit subsidies (SPUK gelden) en op basis van offertes.
3.2 Capaciteit Vanuit de afspraken met opdrachtgevers wordt de ureninzet vertaald naar de mogelijke invulling door het eigen personeel en door inhuur. Voor 1 fte wordt 1.365 productieve uren gerekend. Vanuit de benodigde inzet zijn de kosten per programma weergegeven. Het streven is een flexibele schil van 10% met uitzondering voor Bouw waar een percentage van 33% voor geldt. De flexibele schil zorgt dat de OD NZKG wendbaar blijft. Dit is noodzakelijk om op de veranderende wetgeving en wijziging van de omvang van het takenpakket te kunnen anticiperen. Aandachtspunt hierbij is dat er een match moet zijn tussen de wijziging van taken en de flex-schil, zodat de nog benodigde kennis wel beschikbaar blijft. Naast de capaciteit zijn in de programma’s materiele kosten opgenomen.
Pagina 13 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
3.3 Programma Bouw Baten: € 17,7M Het programma Bouw heeft als doelstelling bij te dragen aan de grote bouwopgaven in de regio en proactief gemeenten te ondersteunen. Daarbij meer aan de voorkant te adviseren én het verlenen van omgevingsvergunningen, behandelen van meldingen, toezicht en handhaving bouw- en sloop, waarbij milieu, bodem en bouw meer met elkaar verweven zijn. Wij blijven expertise leveren op advisering zoals constructieve veiligheid. Wat gaan we daarvoor doen in 2026 De neerwaartse trend in het bouwwerkveld heeft zich gestabiliseerd. De Omgevingswet hebben wij ons eigen gemaakt. Echter, de invloed van bijvoorbeeld stikstof of andere belemmerende zaken binnen de bouwwereld kunnen zorgen voor verminderde aanvragen. Er is nog steeds een grote ambitie op het woningbouwprogramma. De verwachting is dat de hierboven genoemde factoren in 2025 invloed zullen hebben en het is ongewis of de woningbouwopgave dan ook op gang zal komen. Daarnaast blijft de inzet op complexe dossiers zoals datacenters in relatie tot de energietransitie groot en zetten wij ons in bij de infrastructurele werken. Dit maakt dat er vraag blijft naar de inzet van de OD NZKG op de bouwproducten zoals vergunningverlening, constructief advies en toezicht op de vele bouwwerken die in ons gebied gerealiseerd worden.
Ook zien wij een ontwikkeling naar meer complexe bouwprojecten en thema’s zoals Houtbouw, hetgeen van invloed is op de benodigde ervaring en gevraagde tijdsinspanning. Met de ingang van fase 1 van de WKB voor uitsluitend nieuwbouw zal het effect minimaal zijn voor de dossiers bij de OD NZKG. Daarmee schuift het te verwachten effect door naar 2026 mits op rijksniveau besloten wordt om de WKB verder in te voeren. De daadwerkelijk benodigde uren zijn afhankelijk van de uitwerking van de wet en met de producten die nu onder deze wet vallen doen wij ervaring op qua inzet. Op zijn vroegst in 2026 komt meer duidelijkheid over het geheel van wegvallende, gewijzigde en nieuwe taken door de invoering van de WKB Ook op het gebied van energieprestatie gebouwen is de wetgeving vernieuwd (EPBD, Label C) en onder het bouwbesluit gebracht. Voor beide regelgeving geldt dat de implementatiefase voorbij is en de OD NZKG zich heeft gericht op toezicht en handhaving. Dit zal ook in 2025 worden voortgezet met als doel dat de betrokken bedrijven eind 2025 voldoen aan de betreffende regelgeving. Doorlopende werkzaamheden zijn het programma bruggen en kades van Amsterdam, het programma Hoog Frequent Spoor in Amsterdam, het programma Aanpak Wegtunnels Amsterdam en de Metrolijnen in Amsterdam en SAA A9 Amstelveen.
Daarnaast is de OD NZKG betrokken bij diverse projecten zoals: - Schiphol - Markermeerdijken - Zuid-As-Dok - Oostlijn - Knooppunt Nieuwe meer - Werkzaamheden IJtunnel
Pagina 14 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Ontwikkelingen 2026, capaciteit en lasten Ten aanzien van het risicogericht kwaliteitsniveau zijn grote stappen gezet. Constructieve veiligheid is formatief op orde en kan het afgesproken kwaliteitsniveau leveren. De analyse van het kwaliteitsniveau van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging Bouw zal in 2025 opnieuw beoordeeld worden. Op basis daarvan kijken we of dat aanleiding geeft tot bespreking met onze opdrachtgevers.
Pagina 15 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
3.4 Programma Bodem Baten: € 7,6M Het doel van het programma Bodem is de bescherming van de leefomgeving, ten aanzien van bodemverontreiniging. Concreet betekent dit dat de OD NZKG toetst en erop toeziet of de uitvoering van bodemwerkzaamheden plaatsvindt binnen de kaders van wet- en regelgeving voor bodembescherming. Hierbij hoort ook de toetsing en controle aan standaardvereisten zoals MBA Graven en MBA Saneren onder de Omgevingswet. Ook is uitgebreid overgangsrecht Wet bodembescherming van toepassing. Door de komst van de Omgevingswet verandert er veel voor het programma Bodem. Naast een verschuiving van opdrachtgeverschap voor een deel van de productie zijn het beleid, het VTH-instrumentarium en de processen hierop aangepast. Wat gaan we daarvoor doen in 2026 In onze dynamische regio is sprake van veel activiteiten in (verontreinigde) bodem, zowel voor (nieuw)bouw/infrastructuur/funderingsherstel als wel in het kader van energietransitie voor het aanleggen van nieuwe kabels, leidingen en warmtenetten. Ook is er toenemende aandacht voor Water en Bodem Sturend en zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Dit maakt dat er veel vraag blijft naar onze inzet op bodem. Het leveren van kennis en expertise vanuit Bodem voor de Omgevingsverordening, de Omgevingsvisies en Omgevingsplannen van de opdrachtgevers zal ook de komende jaren veel aandacht vragen.
De gemeenten Haarlemmermeer, Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn zijn nu ook bevoegd gezag voor de bodemtaken. De financiering vanuit het Rijk van deze nieuwe bevoegd gezag taken roept nog steeds vragen op. De provincie is alleen nog bevoegd gezag voor bodemsituaties op overgangsrecht situaties, Seveso-locaties en grote grondwaterverontreinigingen. De gemeenten Amsterdam en Zaanstad waren zelf al bevoegd voor deze taken. Ook is het basistakenpakket gewijzigd, waardoor bepaalde reguleringstaken bodem bij de omgevingsdiensten zijn belegd. Deze worden nu ook voor Zaanstad uitgevoerd. De Omgevingswet vereist een integrale aanpak voor de inrichting en het beheer van de fysieke leefomgeving. Dat betekent dat de OD NZKG nu intensiever samenwerkt met zijn opdrachtgevers in het verbinden van het beleid met de uitvoering. Dit heeft geleid tot grotere geïntegreerde, en daarmee complexere adviesvragen voor de uitwerking en uitvoering van de nieuwe omgevingsvisies, omgevingsplannen en omgevingsverordeningen en de monitoring/evaluatie van de beleidsrealisatie van onze deelnemers. Dit zorgt nu al voor een stijging van het volume van de adviestaken op het gebied van bodem en de verwachting is dat dit zo zal blijven. Afhankelijk van de ambities zal de adviesvraag per deelnemer fluctueren.
Grote beleidswijzigingen in een omgevingsplan vergen meer tijd dan een beleid neutrale aanpak. Door de keuze van het Rijk voor een wijziging in de beleidsfasering (van saneren naar beheren) en de warme overdracht van bevoegdheden van de provincie naar gemeenten is voor de bodemadviestaken vooralsnog geen sprake van beleidsneutraliteit. Voor de inbedding van de nieuwe opzet zijn samenwerkingsafspraken gemaakt, onder andere voor het bodembeleid, toevalvondsten, Pfas en zeer zorgwekkende stoffen. Afstemming hierover heeft geleid tot een (tijds)intensievere samenwerking. Door regionaleen landelijke samenwerking is efficiëntie gerealiseerd.
Pagina 16 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Ontwikkelingen 2026, capaciteit en lasten Zoals in 2025 al geschetst, was er bij de warme overdracht van bodemtaken geen sprake van volledige beleidsneutraliteit. Bij de Provincie Noord-Holland blijft beleidsadvies van belang voor onder meer de resterende taken, als grondwaterkwaliteit (Pfas, ZZS), werkgroepen IPO, overgangsrecht Wbb en spoedlocaties. Voor de zes nieuw bevoegde gezagen zal de komende tijd verder worden gebouwd en invulling worden gegeven aan de rol van het bevoegd gezag (netwerk met gemeente), toevalvondsten, VNG-WEB, OD.nl, beleidsvraagstukken bodemverontreiniging (waaronder diffuus lood, Pfas, ZZS). Onder de Omgevingswet wordt het bodeminformatiesysteem NAZCA (BIS) op een andere manier gebruikt dan onder de Wet Bodembescherming. Hiervoor is een uitgebreide aanpassing nodig van het BIS waarvoor in 2021 een 'Visie BIS onder de OW' is opgesteld met als doel om de beschikbare informatie in het BIS te verbeteren zodat een locatiebeoordeling eenvoudiger tot stand kan komen (met een verwachtingenkaart). In 2024 is met externe projectfinanciering van onze opdrachtgevers fase 1A en 1B met succes afgerond en is tevens gewerkt aan het verbeteren van de kwaliteit van de bodemdata.Het project is uitgevoerd door een team invoerders die samen ruim 20% van alle locaties in het BIS doornamen.
Daarbij is belangrijke informatie aangevuld en verbeterd, honderden contouren zijn ingetekend en aan ruim 4.500 onderzoeken is bodeminformatie (pdf) gekoppeld. Een conceptevaluatie van fase 1B is gedeeld en besproken. De definitieve evaluatie zal begin 2025 zijn afgerond en besproken zodat kan worden gestart met fase 2, die loopt van 2025 t/m 2032. Vanaf 2024 is de organisatie van de kwaliteitscontrole op de BIS-data in NAZCA operationeel en is met opdrachtgevers afgesproken dat data centraal door de OD NZKG wordt ingevoerd en gecontroleerd. Vanaf 2025 is de verplichting dat de bodemdata (milieu-hygiënische bodem- en grond(water)onderzoeken) wordt opgenomen in de Basisregistratie Ondergrond en is de bronhouder verantwoordelijk voor de kwaliteit van de bodemdata. Hierover zijn in 2025 afspraken gemaakt en testen van aanlevering uitgevoerd. Om te borgen dat nieuwe bodeminformatie correct en volledig wordt ingevoerd en zichtbaar is op de verwachtingenkaart, actualiseert de OD NZKG periodiek het invoerprotocol op basis van ontwikkelingen en inzichten. De invoer wordt uitgevoerd met het vier ogen principe (collegiale toetsen) en er vindt een kwaliteitscontrole plaats via een maandelijkse softwarematig controle en er wordt ook steekproefsgewijs gecontroleerd. De OD NZKG verzorgde de backoffice voor het Regionaal Schakelpunt (RSP).
Voor 2024 heeft de provincie de financiering hiervan nog op zich genomen. In een bestuurlijke besluitvorming over de structurele voortzetting van het RSP Bodem diende de financiering hiervan voor de komende jaren te worden
Pagina 17 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
meegenomen. Door krapte in de bemensing en het niet (kunnen) regelen van de financiering vanuit de Provincie Noord-Holland, het Rijk en de gemeenten is het Regionaal Schakelpunt (tijdelijk) gestopt. In 2025 zal worden onderzocht of er nog weer voldoende draagvlak kan worden gevonden voor het RSP, waardoor in 2026 een doorstart kan worden gemaakt. Ook landelijk zijn er ontwikkelingen gaande om te komen tot landelijke kennisnetwerken als opvolging vanuit het IBP-VTH. Aan de implementatie van de Omgevingswet is veel tijd en aandacht besteed. Bij de uitvoering zijn we tegen een aantal complexe onvolkomenheden/onduidelijkheden in de wetgeving aangelopen en dat zal de komende jaren nog wel zo blijven. In 2024 hebben we aan een belangrijke onvolkomenheid/onduidelijkheid, namelijk het overgangsrecht de juiste invulling/uitleg kunnen geven. Hiervoor is een notitie gemaakt die landelijk is 'omarmd' en ervoor zorgt dat nieuwe activiteiten plaatsvinden onder de Omgevingswet en slechts in uitzonderingsgevallen onder het overgangsrecht. Deze uitwerking is in lijn met de wettekst en de gedachte achter het overgangsrecht bodem zoals die blijkt uit de Memorie van Toelichting. Effect van de gekozen lijn was wel dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden in opdrachtgeverschap met effecten voor de begrotingen in de Uitvoeringsovereenkomsten. Dit is voor 2025 grotendeels hersteld.
De huidige werkwijze is daarmee voldoende robuust en duidelijk om ook vorm te kunnen geven aan nieuwe kengetallen voor onze outputproducten in 2026 en 2027. De Omgevingsdienst ziet het belang van de circulaire economie en staat achter de ambities. Hergebruik van grond via de grondbank is een goed voorbeeld daarvan. Toch is er ook een risico: het toepassen van circulaire bouwstoffen of andere producten, secundaire bouwstoffen zoals staalslakken, op of in de bodem leidt soms tot achteruitgang van de bodemkwaliteit. Een goed voorbeeld daarvan is de problematiek rond de opslag en toepassing van staalslakken in relatie tot de bodem. Deze staalslakken komen vrij bij het productieproces van staal. Uit lokale grondwatermonitoring is gebleken dat op meerdere plekken waar de bodem bedekt is met staalslakken, of een daarvan afgeleid product zoals Duomix, zonder goede beschermende voorzieningen (boven- en/of onderafdichting) het grondwater verontreinigd is geraakt. Tevens is vaak de pH-waarde van het grondwater verhoogd, wat gevolgen heeft voor het leven in en boven de grond. Dit wordt ondersteund door wetenschappelijke literatuur waaruit blijkt dat de grondwaterkwaliteit grote risico’s loopt bij verkeerde toepassing en/of opslag van staalslakken. De Omgevingsdienst heeft veel tijd besteed aan de aanpak van deze problematiek.
Dit heeft geleid tot nieuwe of geactualiseerde inzichten over de 'juiste' toepassing en de inzet van bodembeschermende maatregelen. Op ons advies is in de omgevingsplannen van al onze regiogemeenten een meldingsplicht voor beoogde toepassingen van staalslakken opgenomen. De komende jaren zal de aanpak van bestaande toepassingen van staalslakken en andere secundaire bouwstoffen verder worden geïntensiveerd en gezocht worden naar betere toepassingsmogelijkheden. De gemeente Amsterdam heeft ambities die samenkomen in de Omgevingsvisie (OVA2050) en vragen om een sterk fundament: een gezonde bodem. Amsterdam heeft in samenwerking met OD NZKG een nota opgesteld over het belang van een gezonde bodem en beschrijft de stappen die genomen moeten worden richting de toekomst om invulling te geven aan Europese en landelijke ontwikkelingen en richtlijnen, die bijdragen aan de ambities in de OVA2050 en zo een verhoogde kwaliteit van de stedelijke leefomgeving te bewerkstelligen. De stedelijke bodem is de afgelopen decennia vooral gezien als schadepost vanwege historische bodemverontreinigingen. Inmiddels zijn we ons bewust van de essentiële rol van een gezond bodemleven en de fysische aspecten van de bodem in het behalen van klimaatdoelen, herstel van (bodem)biodiversiteit, circulariteit, de bouwopgave en verduurzaming van (stads)landbouw.
Het integrale karakter van deze maatschappelijke opgaven maakt het noodzakelijk bodemkwaliteit breder te beoordelen dan alleen de milieuhygiënische kwaliteit. In 2025 wordt de verkenning naar een integrale aanpak van bodemgezondheid afgerond. In 2026 zal de transitie naar een verbreed bodemadvies starten en de OD NZKG heeft hier ook een rol in.
Pagina 18 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Dit verbreed bodemadvies sluit goed aan bij het feit dat bodem en ondergrond een belangrijk aandeel vormen in de integrale aanpak van actuele vraagstukken. 'Rekening houden met water en bodem' is de lijn in de zogeheten Nota Ruimte die de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan het uitwerken is. Daarin staat hoe Nederland op de lange termijn moet worden ingericht. De praktijk is dat de meeste thema’s in water en bodem sturend niet nieuw zijn. Er is al een uitgebreid wetgevingshuis met regels en gedragsadviezen aanwezig, waarbij taken sectoraal bij verschillende (decentrale) overheden zijn belegd. De Omgevingswet stimuleert een meer integrale aanpak. Samen met Amsterdam is hier dus al een start mee gemaakt, maar met onze andere opdrachtgevers moeten we de vele kansen hierin nog benutten. In de huidige werkwijzen worden de effecten op het bodem- en watersysteem namelijk nog onvoldoende meegenomen. Daarom is de OD gestart met de verkenning van een nieuwe aanpak voor integrale advisering over de bodem (inclusief gezonde bodem) bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betreft het introduceren van systeemdenken over het natuurlijke bodem- en watersysteem waarbij verschillende thema’s met betrekking tot water, bodem en natuur integraal (en in samenhang) worden benaderd. Dit moet leiden tot afspraken met onze partners over hoe dit te implementeren.
Om daar een goede invulling aan te geven is ook de expertise binnen Regulering Bodem verbreed met een geohydroloog, fysisch geografen en data-specialisten om de staat van het natuurlijke ondergrondse landschap in beeld te brengen en daarover te kunnen adviseren in een verbreed bodemadvies. Daarnaast is het bodemwerkveld aangesloten bij de bestaande ZZS-aanpak voor water en lucht. Op veel locaties op het terrein van Tata Steel zijn bekende maar ook nog onbekende verontreinigingen aanwezig. Het in beeld brengen van de gehele bodem- en grondwaterverontreiniging op het Tata Steel terrein en de aanpak van deze complexe verontreinigingssituatie (o.a. veroorzaakt door de opslag van staalslakken) vraagt steeds meer capaciteit van de bodemadviseurs en toezichthouders en ook specifieke kennis (van complexe verontreiniging met o.a. ZZS, ecologisch risico’s, geohydrologisch situatie en modellen). Ook is er veel aandacht vanuit de Provincie, Tweede Kamer en burgers voor de bodemsituatie. Om grip te krijgen op de verontreinigingssituatie (zowel inhoudelijk als qua voortgang) is capaciteit en expertise met ruime werkervaring noodzakelijk.
Pagina 19 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
3.5 Programma Milieu & Seveso Baten: € 53,8M
Doel van het programma Milieu & Seveso is het waarborgen van een schoon, veilig, gezond & leefbaar en duurzaam Noordzeekanaalgebied. De OD NZKG voert ook VTH-taken uit voor de meest risicovolle bedrijven in de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland. Deze bedrijven vallen onder de Seveso-Richtlijn en/of de Richtlijn Industriële Emissies (RIE-4) en onder de Omgevingswet. We houden per opdrachtgever rekening met de gewenste verdere ontwikkeling van de (complexe) bedrijvigheid, infrastructuur en woningbouw bij een steeds intensiever gebruik van de ruimte. Hiervoor zetten we alle gebruikelijke VTH-instrumenten in: vergunningverlening, toezicht en handhaving, behandelen van meldingen en klachten, het uitvoeren van projecten en programma’s en het leveren van specialistische inhoudelijke en juridische adviezen. De analyses op basis van basisbeelden (per bedrijf) of brancheplannen geven zicht op waar extra inzet noodzakelijk is. Wij inspecteren de Seveso-bedrijven met regelmaat op naleving van deze wetgeving. Voor de Seveso-bedrijven hebben wij een intensieve samenwerkingsrelatie opgebouwd met de andere Seveso-OD’s en inspectiepartners als Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Veiligheidsregio’s. Bij de uitvoering komt meer aandacht voor samenlevingsgericht werken. Op basis van de uitgangspunten van het programma actualiseren zetten wij in op actuele vergunningen.
Wij verkennen de mogelijkheden om op basis van de meest actuele inzichten over de best beschikbare technieken scherper te vergunnen. Wat gaan we daarvoor doen in 2026 De doelstelling is om de VTH-werkzaamheden uit te voeren conform het uniforme uitvoeringsniveau voor al onze opdrachtgevers (gelijk speelveld in het gehele verzorgingsgebied van de OD NZKG) en een gelijk speelveld voor Seveso-bedrijven in Nederland. De vastgestelde Uitvoering en Handhavingstrategie OD NZKG 2025-2027 biedt hiervoor het strategisch kader. De strategie draagt bij aan een uniforme werkwijze in het werkgebied en geeft richting aan de uitvoering van onze taken. De strategie kent een ontwikkelagenda waaraan uitvoering wordt gegeven. Ontwikkeling expertisewerkzaamheden De OD NZKG ziet een toenemende vraag vanuit de opdrachtgevers naar integrale adviezen. De verduurzaming van de industrie en milieuactiviteiten vraagt om het opbouwen van nieuwe kennis en opschaling van specifieke bestaande kennis en expertise. Dit geldt in het bijzonder voor activiteiten, die leiden tot vermindering van grondstofgebruik en het opnieuw benutten daarvan om de grondstofketen te sluiten. Het vraagt ook om visievorming hoe om te gaan met de beoordelingsruimte in de uitvoering. Inzet op het terugdringen van de CO2 uitstoot kunnen leiden tot afwentelingsrisico’s voor een veilige en gezonde leefomgeving.
Dit vraagt om complexe afwegingen in het kader van vergunningverlening. Daarnaast is een belangrijk vraagstuk om te komen tot uitwerking van Omgevingsplannen voor de gebieden waar deze nog niet zijn. De komende jaren moeten de bruidschatregels immers opgenomen worden in Omgevingsplannen. De OD NZKG heeft vanuit haar wettelijke VTH-taken veel kennis zowel op de thema geluid, lucht, veiligheid, afval, energie, water en natuur/stikstof. Inbreng van deze kennis in de planvorming helpt deze toekomstbestendiger te maken door rekening te houden met te voorziene knelpunten. Deze ruimtelijke, opgavegerichte vragen vereisen een integrale benadering en een betere organisatorische inbedding.
Pagina 20 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
De inrichting van een herkenbaar loket voor deze strategische vragen, het ontwikkelen van gemeenschappelijke kaders evenals het inzetten/opleiden van omgevingsadviseurs heeft daarom de komende jaren prioriteit. Daarnaast wordt onverkort ingezet op specifieke maatschappelijke opgaves als de energietransitie, milieu gerelateerde gezondheid (bv. lucht- geluid en waterkwaliteit) en circulaire economie. Kennisontwikkeling op nieuwe energiedragers (denk aan waterstof, batterijopslag, electrolyzers e.d.), het in kaart brengen, registreren en digitaliseren van alle emissiepunten met hun bronkenmerken zijn belangrijke speerpunten. Daarnaast lopen trajecten dan wel programma’s op de voorbereidingen om te komen tot een regionale meetdienst voor ons werkgebied, de inpassing van circulaire initiatieven in vergunningen en het in samenwerking met ODNL ontwikkelen van een (landelijke) kennisinfrastructuur We zetten in opbouwen van multidisciplinaire koplopersgroepen met gespecialiseerde kennis op specifieke opgaven zoals de opgave ZZS, wind op land, waterstofeconomie en verzwaring van het elektriciteitsnet. Daardoor kunnen wij in een vroeg stadium een bijdrage leveren aan regionale samenwerkingsverbanden, waarin afspraken worden gemaakt over de strategieën en prioritaire projecten.
Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) De aankomende jaren zal de inspanning van de OD NZKG gericht zijn op het verkrijgen van meer inzicht in de aanwezigheid en in emissies van ZZS bij bedrijven. De wettelijke instrumenten hiervoor zijn de informatieplicht en voor vergunningplichtige bedrijven ook het vermijdings- en reductieprogramma (VRP). Ook voor de gemeentelijke vergunningplichtige bedrijven geldt de informatieplicht op basis van de Omgevingswet voor specifieke Milieubelastende activiteiten (MBA). De OD NZKG vraagt bij circa 50 bedrijven per jaar uit. Daarnaast zal de OD NZKG in 2025 uitzoeken op welke manier we data vanuit de uitvraag zo goed mogelijk kunnen registreren in het kader van datagedreven werken in de toekomst, ook in relatie tot inzicht in outcome. In Q1 2025 zullen we starten met de uitvraag van de gemeentelijke afvalbedrijven. Onzekere factoren bij de uitvraag zijn onder andere de inschatting van benodigde capaciteit, de aanwezigheid van capaciteit, de consequenties op de vergunningplicht onder de Omgevingswet (MBA), wijziging in stoffenlijst en de medewerking van de bedrijven bij het aanleveren van de juiste informatie. Per 1-1-2025 is er tevens een nieuwe verplichting voor alle bedrijven bijgekomen en geborgd in wetgeving om hun emissies te registreren in een landelijke openbare database (https://www.e-mjv.nl/zzs).
Doel van de database is inzicht in welke ZZS in de leefomgeving terechtkomen, waarbij gegevens op een uniforme manier worden geregistreerd. Energiebesparing Sinds 2023 is het team energiebesparing operationeel en zijn we naast de intensivering van toezicht op de energiebesparingsplicht aan de slag gegaan met VTH&A taken voor het Energielabel C bij kantoorgebouwen. In 2025 en 2026 plegen we op basis van het Provinciaal energiebesparingsakkoord, de SPUK THE gelden (Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht) en de afspraken met opdrachtgevers meer inzet op energiebesparende maatregelen bij industrie en kantoorgebouwen. Door inzet op het Provinciaal energiebesparingsakkoord, waar alle OD’s binnen Noord-Holland bij betrokken zijn, wordt gestreefd naar een (regionaal) eenduidige inzet van het VTH instrumentarium bij de naleving van wetgeving op het gebied van energiebesparende maatregelen. Na 2026 komt de SPUK THE, voor zover nu bekend is, te vervallen en wordt deze omgezet in een structurele Rijksbijdrage voor de uitvoering van de energiebesparingstaak door omgevingsdiensten. Het is de bedoeling dat de huidige intensivering van het toezicht op energiebesparende maatregelen op hetzelfde niveau blijft.
Pagina 21 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Ketentoezicht In de aanpak van milieuovertredingen en -criminaliteit maakt ketentoezicht inzichtelijk welke wegen product-/grond- of afvalstromen hebben doorlopen. Door dit verloop in samenhang te beschouwen, worden veelplegers en ondermijnende activiteiten zichtbaar. De aanpak van ketentoezicht bestaat uit een structurele uitvoering van bepaalde afvalstromen en gerichte pilots op nieuwe afvalstromen. Vanuit het IBP VTH is een tevens een Handreiking ketentoezicht opgesteld als hulpmiddel voor een meer uniforme en programmatische aanpak van ketentoezicht met een landelijke en regionale borging. Deze handreiking zal als basis dienen voor de uitvoering van ketentoezicht in 2025. We zetten in op verdere inzet en ontwikkeling van de strafrechtelijke handhavingsinstrumenten in afstemming en in combinatie met bestuursrechtelijke handhaving. De landelijke handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO) is hierbij het uitgangspunt. Seveso-samenwerking De OD NZKG zal als één van de zes Seveso-omgevingsdiensten in afstemming met de provincies/IPO zich inzetten voor uitvoering van de Meerjarenprogramma Seveso 2024-2027. Dit programma zal zicht richten op de volgende vijf onderdelen in de VTH-uitvoering en de Seveso-inspecties bij de provinciale bedrijven: 1. Programma Samenwerken als één op het gebied van Toezicht en Handhaving. 2.
Programma Samenwerken als één op het gebied van Vergunningverlening. 3. Cluster Samenwerking, Coördinatie en bijdrage Seveso+. 4. Cluster Kwaliteit, Opleiding en Kennisontwikkeling. 5. Cluster Communicatie. Deze vijf clusters en programma’s werken allemaal aan de totstandkoming van een excellente uitvoering van de VTH-taken bij Seveso- en RIE4-bedrijven en de ontwikkeling van een gezamenlijk landelijk speelveld. De samenwerking tussen de zes Seveso-OD’s heeft dan ook als doel te werken alsof zij één dienst zijn. Meer meten De verduurzaming van de industrie brengt ingrijpende wijzigingen van bedrijfsprocessen met zich mee, daarbij zich onzekerheden gaan voordoen over de effecten op de omgeving. Maatschappelijk en politiek is er een toenemende vraag om intensiever en onafhankelijker te meten. Dit is expliciet aan de orde in de Tweede Kamer. De OD NZKG verkent het opzetten van een meetdienst op landelijk niveau, dan wel een regionale meetdienst met landelijke coördinatie en samenwerking. In 2025 voert de OD NZKG een verkenning uit naar de inrichting van een meetdienst met mogelijke gevolgen voor 2026 en verder.
Pagina 22 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Ontwikkelingen 2026, capaciteit en lasten De regio blijft onverminderd aantrekkelijk om te wonen en te werken met als gevolg een blijvende hoge druk op de beschikbare (milieu)ruimte. Het wordt steeds ingewikkelder om tegemoet te komen aan de vraag naar woningbouw, bedrijvigheid en infrastructurele voorzieningen. We informeren onze opdrachtgevers tijdig over risicovolle situaties bij bedrijven en zullen ook actiever gaan inspelen op de behoefte die leeft in de samenleving en bij omwonenden. De aandacht voor verdere professionalisering, zoals branche-gerichte aanpak, innovatie en informatiegericht werken blijft. Daarnaast zorgen beleidsmatige ontwikkelingen en veranderingen in wet- en regelgeving voor extra druk op de capaciteit en daarmee lasten. Denk bijvoorbeeld aan de Energietransitie, Milieueffectrapportages (MER) in het kader van de Omgevingswet, of Gezondheidseffectrapportages (GER), of meer meten. De hierboven genoemde ontwikkelingen, thema’s, en opgaven zullen zorgen voor een toenemende impact op de VTH-uitvoering waarbij wet en regelgeving per definitie achterlopen op het kunnen faciliteren van de gewenste innovatie. Dit vraagt om meer inzet op het beïnvloeden van wet en regelgeving en uitvoerbare beleidskaders.
De capaciteit om vergunningen te actualiseren blijft onder druk staan door de toenemende hoeveelheid en complexiteit van aanvragen in combinatie met de beleidsambities. Deze druk zal komende jaren verder toenemen. De overgang naar nieuwe producten van de Omgevingswet geven – evenals de vertaling van de beleidsopgaven naar de uitvoering – bepaalde onzekerheden over de capaciteit en lasten. Het ligt in de rede te verwachten dat de beleidsopgaven vragen om een hoger kwaliteitsniveau in de VTH-uitvoering inclusief de daarvoor benodigde middelen. De materiële lasten bestaan voornamelijk uit de kosten voor luchtmeetnet en kosten voor wettelijk verplichte bouwadviezen. Hierbij rijst ook de vraag of de huidige materiële lasten, gezien de hierboven genoemde en de in bijlage 5.8 genoemde ontwikkelingen, voldoende zullen zijn om in de toekomst de lading te kunnen dekken.
3.6 Tata Steel Ten opzichte van 2024 is de programmabegroting Tata Steel in 2025 met 6% gestegen, waar 15% gevraagd was. De middelen houden hiermee deels gelijke trend met de opgave. Deze trend is geschetst in de inleiding. In het nieuwe Uitvoeringsprogramma Tata Steel 2025-2027 worden alle VTH-activiteiten in samenhang gebracht met de doelstellingen van het bevoegd gezag en de middelen zoals voorzien in de meerjarenbegroting 2025-2028. Een aantal speerpunten van het programma:
•
•
•
•
In 2025 en 2026 zullen onze meetinspanningen aanzienlijk intensiveren. De OD NZKG heeft de taak om na te gaan of het staalbedrijf aan de emissiegrenswaarden voldoet. In combinatie met het achterblijvende naleefgedrag van het bedrijf en de toenemende juridificering betekent dat meer controlemetingen, meer handhaving (waarschuwen, lasten onder dwangsom opstellen) en meer bezwaar- en beroepsprocedures. De meetgegevens kunnen ook leiden tot aanscherping van de vergunningen. Het verscherpt toezicht op de kooksgasfabrieken loopt nog door. Inmiddels is het bedrijf aangezegd dat als het bedrijf de emissies ervan niet in overeenstemming brengt met de wet- en regelgeving, we zullen overwegen de vergunning ervoor in te trekken. Het project HeraCless/Groen Staal fase 1 is op gang gekomen. Tata Steel heeft - met aanzienlijke vertraging ten opzichte van de eerdere planning - concepten ingediend voor het benodigde milieueffectrapport (MER). Daarover is in 2025 het vooroverleg gestart. Onveranderd is daarentegen het doel dat in 2030 de nieuwe fabrieken moeten draaien. Dit vraagt ook van de OD NZKG enorme inspanningen. Het Rijk en het bedrijf spreken over staatssteun (de ‘maatwerkafspraken’), waarbij de landelijke politiek voorwaarden meegeeft over de bescherming van de gezondheid van de omwonenden, onder meer middels
Pagina 23 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
•
een nog te ontwikkelen gezondheids-effectrapportage (GER). Daarbij wordt een groot beroep gedaan op de expertise van de OD NZKG. In 2025 werken we aan financiële-zekerheidsstelling door het bedrijf. Dit is een nieuw instrument onder de Omgevingswet, bedoeld om te voorkomen dat de overheid de kosten moet dragen van onverhoopte milieuschade door bedrijfsactiviteiten. De oppervlakte, de historie en de hoeveelheden potentieel schadelijke stoffen bij het bedrijf maken dit een complexe opgave.
Deze punten komen boven op de reguliere VTH-taken: het periodiek inspecteren van de installaties, het behandelen van vergunningaanvragen, het communiceren met de omwonenden en andere overheden, advisering. Ook deze spelen zich af onder de vergrootglazen van media-aandacht en rechtszaken. Meerjarenraming 2026-2029 In de jaren 2026 en 2027 verwachten we opnieuw dat een toename van 15% van het budget nodig is om de extra werkzaamheden te financieren. Voor de jaren daarna is dat moeilijker te voorspellen. Het zal mede afhangen van de voortgang van de transitie naar Groen Staal, van de resultaten van de lopende inspanningen om de bedrijfsinstallaties duurzaam te laten voldoen aan wet- en regelgeving en uiteindelijk vooral van het naleefgedrag van het bedrijf.
Pagina 24 van 63
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
3.7 Programma Randvoorwaardelijk Baten: € 10,3M In dit programma zit een aantal randvoorwaardelijke producten die voor elke opdrachtgever noodzakelijk zijn. Zoals bijvoorbeeld procesondersteuning, accountmanagement, consignatiedienst, bestuursondersteuning en juridische expertise. Voor een deel van deze producten is bij de prestatiegerichte financiering een vast budget afgesproken met de afspraak om dit te valideren als de Omgevingswet is ingevoerd. De programma-overstijgende producten worden op regiebasis in rekening gebracht. Wat gaan we daarvoor doen in 2026 Transparantie overheid start met actieve openbaarmaking Gedurende 2024 zijn er wederom meer middelen vrij gemaakt voor de implementatie van de Woo. De nieuwe wet vereist van bestuursorganen de actieve openbaarmaking van een aantal bij wet aangewezen categorieën en spreekt van een inspanningsverplichting om naast deze verplichte categorieën te onderzoeken welke aanvullende informatiecategorieën eveneens gepubliceerd zouden kunnen worden. Deze inspanningsverplichting veronderstelt dat de overheid zich bij elk document actief de vraag moet stellen waarom het niet openbaar gemaakt zou moeten worden, ‘openbaar, tenzij’. De samenleving heeft immers het recht te weten wat er in de leefomgeving speelt.