3. Nota van beantwoording zienswijzen en wijzigingen bestemmingsplan (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen en wijzigingen Bestemmingsplan Draka Terrein Hamerkwartier 13 mei 2022
1
Colofon Opdrachtgever Opdrachtnemer
Grond en ontwikkeling Ruimte en duurzaamheid
2
Algemeen Overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening heeft het ontwerpbestemmingsplan ‘Draka Terrein Hamerkwartier’ met de daarop betrekking hebbende stukken ter inzage gelegen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 27 januari 2022 gedurende zes weken (tot en met 9 maart 2022) voor eenieder ter inzage gelegen met de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Op de zienswijzen wordt hieronder inhoudelijk ingegaan. De zienswijzen zijn in samengevatte vorm weergegeven en zijn volledigheidshalve integraal als bijlage bij deze nota opgenomen. Aan het einde van deze nota is een overzicht gegeven van de wijzigingen (naar aanleiding van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen) in het bestemmingsplan, ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Behandeling zienswijzen 1.1 Formele aspecten: Van de volgende adressanten is een zienswijze ontvangen op het ontwerpbestemmingsplan:
nr. I
adressant VvE Vogeldorp (hierna: VvE Vogeldorp)
adres Per adres: Haarlem
II
bewoner Zamenhofstraat
Zamenhofstraat Amsterdam
III
Albemarle Catalysts Company Amsterdam BV, Site Amsterdam Noord, (hierna: Albemarle)
datum ontvangst 28-2-2022 (per post ontvangen 33-2022)
28-2-2022 (per post ontvangen 33-2022) 7-3- 2022 (per post ontvangen 83-2022)
Overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing, met dien verstande dat zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan door eenieder naar voren kunnen worden gebracht. De door de adressanten genoemd onder de nummers I tot en met III ingediende zienswijzen zijn tijdig ingediend.
3
1.2 Inhoudelijke behandeling zienswijzen
Adressant I:
Vereniging van Eigenaren Vogeldorp
Samenvatting zienswijze: 1. Vogeldorp is een tuindorp van 270 woningen dat direct aan het plangebied van het Hamerkwartier grenst op circa 500 meter van het Draka Terrein. 2. Eigenaren reageren in deze zienswijze gezamenlijk op de objectieve impact van Hamerkwartier op Vogeldorp, waarbij de constructieve veiligheid van Vogeldorp en het voorkomen van schade veroorzaakt door werkzaamheden centraal staat. 3. De VvE bestaat uit woningbouwvereniging De Key (51% aandeel) en de particulier eigenaren van koopwoningen (49% aandeel). 4. Vogeldorp is het oudste tuindorp in Amsterdam-Noord, de Zesde Vogelstraat vormt de directe scheiding met het gebied Hamerkwartier. Sinds 2000 is Vogeldorp een gemeentelijk monument en vanaf 2014 maakt het onderdeel uit van het rijksbeschermde stadsgezicht Amsterdam Noord. 5. De woningen in Vogeldorp zijn als noodwoningen gebouwd en niet onderheid, maar gebouwd op een ongewapende betonplaat op staal, dit maakt de woningen uiterst kwetsbaar voor verzakkingen, veranderingen in grondwaterstanden en trillingen van bouwwerkzaamheden en (bouw)verkeer. Dit blijkt uit meerdere objectieve onderzoeken. 6. Ondanks de kwetsbare constructie en de oorspronkelijke tijdelijke opzet heeft Vogeldorp in 2018 haar 100-jarig bestaan gevierd. 7.
Uit het oogpunt van constructieve veiligheid dienen gemeente, ontwikkelaar en aannemers alles in het werk te stellen om (het risico op) schade aan Vogeldorp te beperken. 8. Zij wijzen er op dat de eerdere inspraak van VvE Vogeldorp heeft geleid tot toevoeging van hoofdstuk 8.3 “hinder tijdens realisatie” aan het MER Hamerkwartier. Dit wordt gewaardeerd, maar gaat niet ver genoeg, met name ten aanzien van het voorkomen van trillingen. Gemeente zou trillingvrije bouwtechnieken bindend moeten voorschrijven. 9. Zij eisen dat er niet geheid wordt op de Draka-kavels en dat er trillingvrije bouwtechnieken worden toegepast. 10. Zij eisen dat de ontwikkelaar al de trillingen van de werkzaamheden op Vogeldorp gedurende de bouwperiode meet middels het plaatsen van trillingmeters. 11. Zij eisen dat de bouwwerkzaamheden de grondwaterstand in Vogeldorp niet beïnvloeden teneinde zettingen te voorkomen. 12. Zij eisen dat er geen bouwverkeer door Vogeldorp plaatsvindt, m.n. niet in de Zesde Vogelstraat, de Zamenhofstraat en de Vogelkade. 13. Zij eisen dat voor aanvang van bouwwerkzaamheden een nulmeting wordt uitgevoerd. 14. Zij eisen dat er geen sluipverkeer mogelijk wordt door Vogeldorp naar Hamerkwartier, zowel tijdens de bouw als in de eindsituatie. 15. Zij eisen dat het plantsoen tussen de rotonde en Vogeldorp niet als bouwterrein wordt gebruikt.
4
Reactie De gemaakte opmerkingen hebben betrekking op uitvoeringsaspecten van het bestemmingsplan. Deze aspecten vinden geen regeling in het bestemmingplan. In Amsterdam is veel aandacht voor bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie (BLVC) tijdens wegwerkzaamheden. Elk project geeft daarom aan hoe zij omgaat met BLVC tijdens de uitvoering; het BLVC-kader wordt aan alle aannemers en ontwikkelaars meegegeven. Hinder en overlast blijven daardoor zo laag mogelijk. Alle eisen vanuit het BLVC kader waaronder ook de aan- en afvoerroutes van het Bouwverkeer worden uitgewerkt in een goedgekeurd BLVC uitvoeringsplan. De gemeente toetst de BLVC-maatregelen. De methode van bouwen dient afgestemd te worden op de functies in de directe omgeving en dient te voldoen aan vigerende wet- en regelgeving of, indien strikter, Amsterdams beleid. De gemeente laat momenteel in het kader van het generieke BLVC-kader voor Hamerkwartier een verkennend (worst case) risico-onderzoek uitvoeren naar de invloed van te verwachten trillingen en zettingen veroorzaakt door bouwactiviteiten op de huidige en nog te bouwen gevoelige bestemmingen binnen en buiten het plangebied. Dit onderzoek zal worden gebruikt als startpunt voor het door de bouwende partij uit te voeren nadere onderzoek voor wat betreft trillingshinder.
In de toelichting van het bestemmingsplan is een aanvulling opgenomen met betrekking tot het onderwerp “ Hinder tijdens de bouw”. Wijziging bestemmingsplan: Er is een extra passage over dit onderwerp in de toelichting opgenomen.
5
Adressant II:
bewoner Zamenhofstraat
Samenvatting zienswijze: “Bij deze geef ik mijn persoonlijke zienswijze op het ontwerp bestemmingsplan voor het Draka Terrein. lk ben tevens als bestuurder verbonden aan WE Vogeldorp. Het bestuur van VVE Vogeldorp heeft namens de eigenaren een zienswijze ingediend. Voor de duidelijkheid: deze zienswijze betreft mijn persoonlijke mening, niet noodzakelijkerwijs de mening van het bestuur van VVE Vogeldorp of de overige eigenaren. 1. Over het algemeen ben ik enthousiast over de plannen voor het Draka Terrein. lk vind Hamerkwartier nou typisch een wijk waar Amsterdam lef toont en laat zien dat het de hoofdstad is. Van arm tot rijk: veel woningzoekenden hunkeren naar dit soort woningen in hoogstedelijk woonmilieus. Met name het oeverpark, de gelaagde opbouw vanaf het IJ, de getrapte opbouw vanaf de staat (setback van de torens), het LAB-gebouw en de woningmix vind ik aansprekend. Compliment. Daarentegen vind ik dat de volgende zaken beter kunnen of aandacht behoeven in de verdere uitwerking. Reactie: Dank voor uw waardering, u benoemt een aantal van de aandachtspunten die ook bij de planvorming gemeentelijke aandacht hadden en ook in de verdere uitwerking zullen hebben. 2. Het oeverpark vind ik nog erg versteend op de artist impressions. Het heeft op mij daarom meer de indruk van een plein dan een park.
Dat geeft de omgeving wel een stoer karakter dat past bij het Hamerkwartier, maar ik raad aan toch radicaler te vergroenen. Voeg nog meer bomen en plantenzones toe. Onthoud dat dit park aan de zonnige zijde van het IJ ligt en daardoor ook erg heet kan zijn in de zomer. Groen geeft dan verkoeling, de stenen versterken de hittestress juist. Reactie: Rigoureus vergroenen, vooral in het Oeverpark, is uitgangspunt waar mogelijk. Uw pleidooi wordt herkend en omarmd. Hittestress, maar ook windoverlast en groenbeleving zijn thema’s die pleiten voor meer bomen. Voor het ontwerp van het Oeverpark wordt een Programma van Eisen opgesteld en een prijsvraag georganiseerd. Verder is een klankbordgroep gestart die dit proces begeleidt. Wel is het park ook een harde kade aan het IJ. Civieltechnische, nautische maar ook cultuurhistorische inzichten en uitgangspunten, soms randvoorwaarden, bepleiten een harder karakter. In het vervolgproces zal daarin de meest wenselijke balans gevonden worden. 3. Behoud de oude kraan op de kop van het oeverpark bij de GVB haven als herinnering aan het verleden! lk zie die niet terugkomen in artist impressions. Verwijdering zou eeuwig zonde zijn. Op andere locaties waar dat wel gebeurd is, zijn bewoners jaren bezig geweest om 'de kraan' terug te krijgen. Zie bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.orawiki/Het Paard van Noord.
Ook de kranen op entrepotdok tegenover Artis zijn een mooie referentie. Reactie: Dank voor uw pleidooi. De gemeente deelt dit inzicht. Overigens wordt opgemerkt dat de kraan zich buiten het bestemmingsplangebied Draka Terrein Hamerkwartier bevindt. 4. De artist impressions van de gebouwen vind ik nog erg eenvormig en saai. Het komt allemaal erg bakstenig over. lk zou graag meer expressiviteit in de architectuur en het
6
materiaalgebruik zien. Wissel bakstenen gevels met houten en groene gevels af. lk zie ook weinig of kleine balkons. Mensen willen gewoon balkons. Geen frans balkon, maar een balkon waar je met 4 tot 6 personen aan een tafel kunt zitten om te eten. Dat geeft ook interactie met de straat en maakt de wijk levendiger (buzz op straat). In dat opzicht vind ik Overhoeks goed: veel balkons die voor interactie met de straat kunnen zorgen. Helaas heeft de straat daar geen verblijfsfuncties en trekkers en is het daardoor alsnog een dooie boel. Gelukkig heeft Hamerkwartier die functies wel, dus combineer dat met goede balkons. Reactie: Het Beeldkwaliteitsplan Hamerkwartier biedt veel ruimte voor privé buitenruimtes die ook bruikbaar zijn. In het supervisieteam wordt nadrukkelijk gestuurd op gebruikskwaliteit van deze ruimtes. Ook is er veel vrijheid in materialisatie van de gebouwen. Bovendien zal een aanzienlijk deel van de dakvlakken en gevels een groen karakter moeten krijgen. In die zin heeft u gelijk dat de artist impressions op dat vlak wat bescheiden en terughoudend zijn. Dank voor de aanmoediging voortaan wat meer expressie aan te durven. 5. In geval van dove gevels: maak daar ook iets moois van en versterk het contrast met de niet-dove gevels. Qua contrast vind ik ook hier het project Valley op de Zuidas een aansprekend voorbeeld.
Het hoeft natuurlijk niet zo extreem; het gaat om het contrast tussen de dove en niet dove gevel. Reactie: Iets moois (en bruikbaars) maken van dove gevels is een pleidooi dat de gemeente omarmt. Het vergroten van het contrast spreekt ons minder aan. Dit technische administratieve gegeven zien wij niet als ontwerpaanleiding. Alzijdige kwaliteit en samenhang heeft prioriteit. Het beeldkwaliteitsplan geeft hierin sturing. 6. Wat mij betreft mag er ook wel eens een niet vierkante toren in Hamerkwartier komen. In dat opzicht vind ik de Provast toren bij Amstelstation een mooie referentie. Van een afstand geeft dit een vierkant beeld, maar van dichtbij is hij prachtig ovaal en vrouwelijk. Allemaal vierkanten torens in Hamerkwartier is wel heel mannelijk. Gelukkig zijn de torens rank en geen mastodonten zoals de Rembrandtoren of Symphonietorens, maar het mag wat mij betreft wat gevarieerder en vrouwelijker. Reactie: Uw associaties bij torenvormen spreken aan en helpen voor te stellen wat u bepleit. Toch nemen we uw pleidooi niet over. In Hamerkwartier is bewust gekozen om samenhang te organiseren binnen het beeld van de torens. Torens met een bescheiden footprint, rechthoekig en haaks op het IJ/ De Van Hasseltzone. Omgeven door een raster waarbinnen (riante) balkons, groen en zonnepanelen zijn georganiseerd. In materialisatie en architectonische uitwerking is wel veel mogelijk.
Stoer en industrieel, zo karakteriseren we dat. Passend bij de Makers aan het IJ. Mannelijk én vrouwelijk én gender neutraal. 7. Gaaf dat er ook een special op het Draka Terrein ontwikkeld wordt. Geef die dan ook een afwijkende architectuur t.o.v. het dominante hamerblok. Reactie: Deze planvorming is gaande. We hopen dat u aangenaam verrast zult zijn. 8. Maak minstens 50% van de daktuinen openbaar en het Iiefst `doorwaadbaar' (toegankelijk van meerdere kanten). De (deels) openbare daktuinen van Project MIX in Amsterdam Osdorp, de Valley op de Zuid-as en Rapsody in de Kolenkitbuurt vind ik aansprekende referenties voor het Draka Terrein. 7
Reactie: Alle daktuinen op 9 meter worden collectief toegankelijk en bruikbaar voor aanwonenden. In incidentele gevallen, aan het IJ en in combinatie met een publieke voorziening zullen ze ook openbaar toegankelijk zijn. Uw voorstel is aansprekend en heeft voordelen en zeker kwaliteit. Maar is in de totale afweging van wat praktisch haalbaar is én in een balans van gradiënten van privé naar collectief naar openbaar niet het optimum gebleken. 9. Goed dat de 'buurt- en woonprofielen' autovrij zijn. Creëer hier kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte: shared en public spaces zoals in delen van de Houthavens goed is gelukt. Reactie: We delen uw pleidooi en geven dit aandacht in de uitwerking. Daarin is ook ruimte voor participatie. We hopen u aangenaam te verrassen. 10. Dus geen darkstores op begane grond niveau! Dat is killing voor de leefbaarheid. Die functies kunnen wel prima in de HUBS. Dat maakt de HUBS juist levendiger en het fietsverkeer kan dan specifiek ingepast worden in de aan en afvoerroutes naar en van de HUBS. Reactie: De gemeenteraad van Amsterdam heeft in zijn vergadering van 26 februari 2022 een voorbereidingsbesluit genomen met betrekking tot dark stores voor flitsbezorging. Nieuwe vestigingen van darkstores zijn niet mogelijk totdat een ‘paraplubestemmingsplan’ is opgesteld, met daarin het afwegingskader en voorwaarden voor vestiging. 11.
Schrijf ook voor dat supermarkten, fysiotherapeuten, tandartsen en huisartsen, de apotheek en detaillisten hun gevels niet dichtplakken. Dan heb je alsnog een dode gevel zonder interactie. Waarom wordt dat toch overal klakkeloos toegestaan. De uitzonderingen daargelaten (Albert Heijn op NDSM, Wibautstraat en Oosterparkstraat / de fysiotherapeut aan het Vogelplein in Vogeldorp). Reactie: Voor zover mogelijk wordt hierop gestuurd in bouwplanbegeleiding/supervisie. 12. lk heb de cultuurhistorische verkenning van het LAB-gebouw met plezier en waardering gelezen. Hulde aan de opstellers. lk wist niet dat dit 'onooglijke gebouw', zo'n parel is. Tof dat de constructie en de ramen in haar oude glorie hersteld worden. lk kijk uit naar 'het zien van de bekistingsplanken in het betonnen skelet' en de oude raamprofielen. Gebruik weer echt staal i.p.v. lelijke aluminium kozijnen. Volg de aanbeveling uit de cultuurhistorische verkenning op. Geef dit gebouw ook echt deels een publieke functie, bijvoorbeeld op de begane grond en dakterras. En graag voor een breed publiek, dus niet alleen voor de dikke portemonnee (cappuccino voor 5 euro), maar ook toegankelijk voor een deel van de mensen uit de ontwikkelbuurten. In dat kader kun je ook denken aan twee horeca gelegenheden met verschillende doelgroepen maar gebruikmakend van dezelfde publieke ruimte.
En niet via platte horeca zoals een McDonalds of KFC! Echt een plek voor een 'local heros' i.p.v. landelijke of internationale ketens. Verder zou ik er een Iicht gebouw van maken, met sheddaken of lichtstraten op het dak. Zo wordt het een oase van Iicht binnen, omringd door (de schaduw van) hoogbouw. Reactie: Uw pleidooi komt overeen met de gemeentelijke ambities voor de herontwikkeling van dit gebouw en vormt hierbij een extra motivatie.
8
Het beeldbepalende object (het LAB-gebouw) is in de bestemmingsplanregels voorzien van een aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 9', zodat is geborgd dat de bestaande hoofdvorm en de positie wordt gehandhaafd. Op- en overbouwen zijn daarbij toegestaan. 13. In de cultuurhistorische verkenning van het LAB-gebouw zie ik ook een prominente klok aan de gevel. Breng die terug als verwijzing naar het verleden (de klokkende arbeider) en in contrast met de huidige tijd (de digitale tijd op je mobiel of I-watch)! De prominente klok van de solid op lJburg vind ik wat dat betreft een mooie referentie. Hoewel het LAB-gebouw vraag om een klok haaks op de gevel (zie de cultuurhistorische verkenning) https://www.archined.n1/2013/09/solids-radicale-innovatie/. Reactie: Mooie suggestie voor nadere uitwerking, we reiken het de architect aan. 14. Gaaf ook dat de dakspanten van de Drakafabriek terugkomen op het Makersplein. Maak ze niet te clean en hip, maar houd ze juist rauw en blauw. Tip: kunnen de overige dakspanten ook gebruikt worden op de Hamerkop, bijvoorbeeld om de verlichting van de sportvelden aan op te hangen? lk wil maar aangeven: verpats de rest nog niet: ze zijn onlosmakelijk aan Hamerkwartier verbonden en repetitie op meerdere plekken versterkt mogelijk het karakter van het nieuwe Hamerkwartier.
Nu zijn het er maar 5 op het Makersplein; dat kan ook ervaren worden als 'wat doen die gekke dingen hier'. Als het op meerdere plekken terugkomt, krijgt het een hernieuwde context. Reactie: Alweer rake en waardevolle input waar we werk van maken. 15. Geef bewoners richtlijnen voor de margezones mee, zodat het niet een rotzooitje wordt. Reactie: Per ontwikkeling schakelt de ontwikkelaar ook een landschapsarchitect in. Samen met de openbare ruimte- ontwerpers van de gemeente heeft ook dit punt aandacht. 16. En tot slot een zeer belangrijk punt. Vogeldorp, maar ook andere omliggende buurten, zijn constructief kwetsbaar. Bouw daarom trillingvrij, Ieidt geen bouwverkeer door of langs deze buurten/woningen en zorg ervoor dat bronbemalingen de grondwaterstanden in de omliggende buurten niet beïnvloeden. Sluit het risico op schade op voorhand uit: voorkomen is immers beter dan genezen.” Samenvattende reactie: Dank voor de waardering die wordt uitgesproken over het (ontwerp)bestemmingsplan Draka Terrein Hamerkwartier. Overigens wordt opgemerkt dat de meeste ingebrachte punten betrekking hebben op beeldkwaliteit en architectuur en niet direct op de regeling in het bestemmingsplan. Op dit moment is er nog geen architectonische uitwerking van het Draka Terrein net zoals dat ook geldt voor het Oeverpark.
De artist impressions verbeelden niet een ontwerp van het park want dat moet nog gemaakt worden. De suggestie om sterk te vergroenen nemen we mee en het uitgangspunt is om zoveel als mogelijk oude relicten te behouden en in te passen. De ontwikkeling van het Draka Terrein zal moeten voldoen aan het beeldkwaliteitsplan, welke onderdeel vormt van de op 28 februari 2022 door de raad vastgestelde Investeringsnota Hamerkwartier.
9
De toets van bouwplannen op beeldkwaliteit is de verantwoordelijkheid en bevoegdheid van de onafhankelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). De supervisor en het supervisieteam begeleiden bouwplannen op basis van het beeldkwaliteitsplan en geven aan het CRK een onderbouwd advies. Ook de artist impressions van de gebouwen verbeelden nog geen ontwerpen. Er mogen met goedkeuring van de supervisor torens komen met een afwijkende vorm (die dus geen rechthoek of een vierkant zijn). Niet alle buurt- en woonstraten zijn geheel autovrij maar autoluw zijn ze wel. Dank voor de verdere tips en aanbevelingen, daar gaan we serieus naar kijken bij het uitwerken van de plannen. Voor wat betreft de constructieve kwetsbaarheid (punt 16) wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze nummer I. Wijziging bestemmingsplan: nee.
10
Adressant III:
Albemarle
Samenvatting zienswijze: “Hierbij brengt Albemarle Catalysts Company B.V. ('Albemarle') een zienswijze in. Een kopie van het uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel van Albemarle is bijgevoegd als bijlage 1. 1. ACHTERGROND Deze zienswijze is gericht tegen (i) het ontwerpbestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" (het "Ontwerpbestemmingsplan") en (ii) het aangepaste milieueffectrapport Hamerkwartier (het "MER") van 23 december 2021, dat ten grondslag ligt aan het Ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan en het MER liggen met ingang van 27 januari 2022 gedurende zes weken ter inzage. Het Ontwerpbestemmingsplan is het tweede ruimtelijke besluit als onderdeel van de grootschalige ontwikkeling van het Hamerkwartier. Het eerste ruimtelijke besluit betrof het ontwerpbestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier". Bij de bekendmaking van het ontwerpbestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier" is bepaald dat de MER-procedure procedureel is gekoppeld aan het bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier". Aan het ontwerpbestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier" lag een eerdere versie van het MER ten grondslag. Tegen het ontwerpbestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartoer" en deze eerdere versie van het MER heeft Albemarle op 7 juli 2021 een zienswijze ingediend. Deze zienswijze is bijgevoegd als bijlage 2.
Albemarle heeft daarnaast op 7 juli 2021 een zienswijze tegen het Ontwerpbesluit "Vaststelling hogere grenswaarden Wet Geluidhinder, bestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier" ingediend. Deze zienswijze is bijgevoegd als bijlage 3. Albemarle verzoekt om beide zienswijzen als herhaald en ingelast te beschouwen in deze procedure. Mede naar aanleiding van beide zienswijzen is het MER aangepast en dit aangepaste MER is nu bij het Ontwerpbestemmingsplan gevoegd. Albemarle kan zich niet met het Ontwerpbestemmingsplan en het aangepaste MER verenigen. Hoewel de MER-procedure procedureel aan het ontwerpbestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier" is gekoppeld, zal Albemarle zekerheidshalve en volledigheidshalve ook in deze zienswijze ten aanzien van het aangepaste MER alvast enkele bezwaren uiten — met name betreffende de aanpassingen in het MER die betrekking hebben op externe veiligheid en (veiligheids)beleving. Albemarle behoudt uitdrukkelijk het recht voor om deze bezwaren aan te vullen in deze procedure of in procedures tegen andere ontwerpbestemmingsplannen waaraan het MER ten grondslag ligt of zal liggen. Tezamen met het Ontwerpbestemmingsplan ligt ook het ontwerpbesluit "Vaststelling hogere grenswaarden Wet Geluidhinder, bestemmingsplan Draka Terrein Hamerkwartier" (het "Ontwerpbesluit" ter inzage.
Tegen dit besluit heeft Albemarle per gelijktijdige post op 7 maart 2022 separaat een zienswijze ingediend. Deze zienswijze is bijgevoegd als bijlage 4.
11
2. OPBOUW ZIENSWIJZE 3. Albemarle reageert in deze zienswijze op: (1) het Ontwerpbestemmingsplan (hoofdstuk 3); en (2) de aanpassingen die zijn doorgevoerd in het aangepaste MER met betrekking tot externe veiligheid en (veiligheids)beleving (hoofdstuk 4). 3. HET ONTWERPBESTEMMINGSPLAN 3.1 De categorie van Albemarle is onjuist 4. In het Ontwerpbestemmingsplan is beschreven dat Albemarle een Brzo-bedrijf met categorie 4.2 is. Dit is onjuist. Albemarle betreft immers een Brzo-bedrijf met categorie 5.2 In het MER is ook benoemd dat Albemarle een Brzo-bedrijf (onder de Omgevingswet een Seveso-inrichting) is. Het feit dat Albemarle een Brzo-bedrijf is, betekent dat zij onder categorie 5.2 valt. Albemarle verzoekt uw raad om in de toelichting van het uiteindelijke bestemmingsplan de categorie van Albemarle aan te passen naar de juiste. Reactie In het bestemmingsplan Nieuwendam Zuid II is de inrichting van Albemarle specifiek bestemd als een inrichting met SBI-code 2413.1 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten: dat wil zeggen een categorie 4.2 inrichting. Een deel van de inrichting is bestemd als categorie 3.1 bedrijf. Dit bestemmingsplan Nieuwendam- Zuid II (met het IMRO identificatienummer NL.IMRO.0363.N0902BPSTD-VG01) is door de deelraad van stadsdeel Noord op 19 juni 2013 vastgesteld, in werking getreden per 26 november 2013 en is onherroepelijk vanaf 21 augustus 2014.
In de toelichting van het bestemmingsplan Draka Terrein Hamerkwartier is dus sprake van een juiste weergave van de feitelijke bestemming. Bovendien zijn ten behoeve van de Milieueffectrapportage Hamerkwartier/ bestemmingsplan Draka Terrein Hamerkwartier gedetailleerd en op maat onderzoeken verricht met betrekking tot Albemarle. Zie ook de beantwoording onder punt 4.1. 3.2 De groepsrisicoverantwoording is onzorgvuldig 5. In het Ontwerpbestemmingsplan is ten aanzien van Albemarle de groepsrisicoverantwoording uitgewerkt. De groepsrisicoverantwoording is in strijd met artikel 12 en 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen ("Bevi"). In artikel 12 en 13 Bevi worden de elementen opgesomd die in de groepsrisicoverantwoording dienen te worden betrokken. Enkele aspecten ontbreken nog in de huidige groepsrisicoverantwoording, waaronder de berekening van het groepsrisico na de ontwikkeling. Reactie: Ingevolge artikel 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, moet voor het deel van een plangebied dat binnen het invloedsgebied van een Bevi-bedrijf ligt, het groepsrisico verantwoord worden. Dit verantwoorden omvat (samengevat): 1. Het kwantitatief berekenen van het groepsrisico in de bestaande en nieuwe situatie, conform de wettelijk voorgeschreven rekenwijze.
12
2. Het kwalitatief beschouwen van de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en mogelijke alternatieven. 3. De Veiligheidsregio moet in de gelegenheid worden gesteld om te adviseren. Naar aanleiding van de zienswijze is paragraaf 4.11 van de toelichting verduidelijkt. Artikel 12 van het Bevi is overigens niet van toepassing. De kortste afstand tussen het bestemmingsplan en het terrein van Albemarle bedraagt meer dan 450 meter. De 10-6/jaar plaatsgebonden risicocontouren van het bedrijf liggen, conform de vigerende omgevingsvergunning Milieu (Wm vergunning 2018) niet over potentiële bebouwingsclusters van het plangebied heen. Na de vergunningverlening is in 2019 bij Albemarle het inzicht ontstaan dat er stoffen behandeld worden die mogelijk een (aanzienlijk) groter externe veiligheidseffect kunnen hebben dan eerder werd aangenomen. Dit inzicht is gedeeld met de gemeente Amsterdam en de omgevingsdienst. Hierbij is relevant dat: • niet de inrichting is veranderd, maar de inzichten omtrent de aard van de stoffen. • een omgevingsvergunning activiteiten is vergund en geen contouren. Contouren zijn een afgeleide van de vergunde activiteit.
In samenspraak tussen de gemeente, de omgevingsdienst, Albemarle en het RIVM is geconstateerd dat de omvang van de nieuwe plaatsgebonden risicocontour(en) en de hoogte van het groepsrisico alleen op een juridisch correcte wijze bepaald kan worden als er nieuwe probitrelaties (ofwel nieuwe uitgangspunten omtrent de giftigheid) worden vastgesteld. Het vaststellen van nieuwe probitrelaties is echter een proces van jaren. De nieuwe inzichten zijn gesimuleerd in een QRA om tot een indicatief inzicht te komen. In een notitie van 13 mei 2020 (Tauw) – uitgevoerd in opdracht van de gemeente en Albemarle, en in samenwerking met de Omgevingsdienst - zijn op basis van aangenomen giftigheid en eigenschappen van de stoffen groepsrisicovarianten vergeleken. De berekening ziet op de gehele transformatie van het Hamerkwartier. De status van die berekeningen is echter indicatief, de gemeente Amsterdam en de Omgevingsdienst hebben destijds geen inzicht gehad in het achterliggende rekenmodel. Wel is duidelijk dat die berekeningen een overschatting geven, omdat het toekomstige programma voor Hamerkwartier inmiddels neerwaarts is bijgesteld (6.000-6.500 woningen) en de gehanteerde personen-dichtheid van 2,4 personen per woning, voor de geprojecteerde woningen een overschatting betekent.
Ook is het aantal aangenomen verladingen van NHC naar beneden bijgesteld in aanvraag Wm vergunning van Albemarle zoals het bedrijf deze medio 2020 heeft ingediend bij de Omgevingsdienst. De indicatieve berekeningen laten een overschrijding van de oriëntatiewaarde zien door een toename van de populatie in het Hamerkwartier. Dit geldt zowel voor de vergunde situatie als voor de situatie waarbij de aanvraag Wm vergunning uit 2020 vergund zou worden. De ontwikkeling van het voormalige Draka terrein levert daar een beperkte bijdrage aan. De oriëntatiewaarde is evenwel geen norm. Gelet op het grote belang van de ontwikkeling wordt een toename van het groepsrisico aanvaardbaar geacht. Naast een indicatieve berekening is een kwalitatieve analyse van groepsrisico uitgevoerd. Uit deze analyse wordt de conclusie getrokken dat, uitgaande van de nieuwe inzichten omtrent het risico van Albemarle, het groepsrisico zal toenemen, maar dat – in de lijn van de Omgevingswet – bij de verantwoording vooral gewicht toegekend moet worden aan het realiseren van beschermende maatregelen.
13
De paragraaf externe veiligheid geeft vervolgens inzicht in zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. De verschillende scenario’s vragen allen een ander aanvalsplan. De mate waarin uitvoering aan deze aanvalsstrategieën kan worden gegeven hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen). Voor de bereikbaarheid en de blusvoorzieningen wordt aangesloten bij de Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid van Brandweer Nederland 2019 en het Bouwbesluit 2012. De wijze waarop hier invulling aan wordt gegeven zal met de brandweer worden afgestemd. De Brandweer Amsterdam Amstelland heeft in het kader van het wettelijk vooroverleg geadviseerd over de verantwoording van het groepsrisico. In dit advies wordt de met het plan te realiseren beschermingsniveau onderschreven. De risicobronnen en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid en hulpverlening worden volgens de Brandweer, in de toelichting bij het plan voldoende besproken. De Brandweer is een onderdeel van de Veiligheidsregio. Met het oog op het beperken van het effect bij een calamiteit is in de planregels de voorwaardelijke verplichting opgenomen dat de mechanische ventilatie in woningen handmatig afgeschakeld moeten worden.
In de markt worden meerdere systemen aangeboden waarmee de mechanische ventilatie handmatig afschakelbaar kan worden uitgevoerd. Wat het meest effectieve systeem is, wordt mede bepaald door de woonvorm en de ter plaatse aanwezige ventilatie. Daarom is tevens in de planregels opgenomen dat in het kader van de omgevingsvergunning (activiteit bouwen) hierover advies moet worden ingewonnen bij de Brandweer. Geconcludeerd wordt dat de gemeente ten aanzien van het aspect externe veiligheid belangen heeft afgewogen waarbij gewicht is toegekend aan het grote belang van de transformatie van het plangebied en de meest effectieve maatregel is voorgeschreven. Aanpassing: ja De paragraaf externe veiligheid is verduidelijkt. Aan de bijlagen van de toelichting is de eerder uitgevoerde indicatieve berekening van het groepsrisico toegevoegd. 6. In de toelichting van het Ontwerpbestemmingsplan wordt geconcludeerd dat vanwege het feit dat het plangebied buiten de PR 10-6 risicocontouren van Albemarle gelegen is, de herontwikkeling van het Draka Terrein geen of nihil effect zal hebben op het groepsrisico. Zonder motivering, die ontbreekt, is deze stellige conclusie niet te trekken. Nu ten aanzien van het Draka Terrein geen groepsrisico is berekend, is het onduidelijk of deze conclusie juist is. Het is in ieder geval niet zorgvuldig om deze berekening in het geheel achterwege te laten.
Reactie De kortste afstand tussen het bestemmingsplan en het terrein van Albemarle bedraagt meer dan 450 meter. De 10-6/jaar plaatsgebonden risicocontouren van het bedrijf liggen, conform de vigerende omgevingsvergunning Milieu (Wm vergunning 2018) niet over potentiële bebouwingsclusters van het plangebied heen. Met de mogelijk gewijzigde inzichten van de door Albemarle gebruikte stof, geldt dat aanzien van het plangebied (Draka-terrein) pas een probleem ontstaat als de plaatsgebonden risicocontour kwetsbare functies in het plangebied geheel of gedeeltelijk overlapt. Dit betekent 14
dat een nieuwe plaatsgebonden risico-contour tenminste een straal zou moeten hebben die groter is dan 450 meter. Dit is, zeker voor toxische stoffen, een extreem grote contour en daarmee niet realistisch. Daarbij komt dat in de bestaande situatie binnen die afstand bestaande kwetsbare objecten aanwezig en/of zijn bestemd. De 10-6 plaatsgebonden risicocontour mag deze niet overlappen. Voor het bestemmingsplan “Draka Terrein Hamerkwartier” kan een mogelijk aangepaste plaatsgebonden risicocontour daarmee geen belemmering opleveren. Aanpassing: ja, aanvulling paragraaf externe veiligheid. 7. Voorts wordt in de groepsrisicoverantwoording in het kader van zelfredzaamheid opgemerkt dat bij een incident waarbij toxische stoffen vrijkomen (een gifwolk) de aanwezigen dienen te schuilen in een gebouw en de ramen en deuren gesloten dienen te houden. Om te voorkomen dat de toxische stoffen niet via de ventilatie naar binnen kunnen komen, dienen gebouwen te worden voorzien van een handmatig te bedienen mechanische ventilatie. Reactie Zie onder punt 8. 8. Uitsluitend een handmatig te bedienen mechanische ventilatie is onvoldoende om een veilig en gezond woon- en leefklimaat te waarborgen in geval van een toxisch scenario.
Nu de mechanische ventilatie handmatig door iemand dient te worden uitgeschakeld, is er een reële kans dat door menselijk falen toch toxische stoffen naar binnen kunnen komen. Daarnaast is de maatregel niet effectief. In geval van een toxisch scenario zijn de giftige stoffen allang binnen tegen de tijd dat de mechanische ventilatie handmatig is uitgeschakeld. Tot slot biedt deze maatregel enkel bescherming voor mensen die binnen zijn. De mensen die zich buiten op straat bevinden, worden geenszins beschermd in geval van een toxisch scenario. Zonder verdere motivering wordt gesteld in de toelichting van het Ontwerpbestemmingsplan dat mensen die buiten zijn, maar naar binnen moeten vluchten. De groepsrisicoverantwoording is hiermee onverantwoord en onzorgvuldig. Reactie Onder de Omgevingswet is het uitgangspunt dat het toepassen van goede thermische isolatie, het sluiten van ramen en deuren en het afschakelen van mechanische ventilatie redelijkerwijs de hoogste bescherming biedt. De in het bestemmingsplan voorgeschreven maatregel biedt daarmee de maximaal mogelijke bescherming. De maatregel is ook opgenomen in het toekomstige Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl); in het Bbl zijn generieke voorschriften voor nieuw te bouwen gebouwen opgenomen om onder andere de gevolgen van een gifwolkontsnapping te beperken.
In de Omgevingswet worden in het Bbl geen extra bouweisen opgenomen voor een toxisch aandachtsgebied. Vanwege energieverbruik moet nieuwbouw namelijk al bijna luchtdicht gebouwd worden, waardoor geen extra bouweisen nodig zijn om bewoners van nieuwe gebouwen te beschermen tegen een gifwolk. Wel is geregeld dat een mechanische ventilatievoorziening bij een externe calamiteit (zoals een gifwolk) handmatig moet kunnen worden uitgeschakeld. Het is juist dat het afschakelen mensenwerk is. Dat is echter onontkoombaar. Het handmatig afschakelen van de mechanische ventilatie is op verschillende manieren denkbaar; per individuele woning, per complex maar mogelijk ook op afstand door de Brandweer of door het bedrijf waar de calamiteit plaatsvindt. Dit vereist maatwerk en nadere afstemming, en ook goede informatie en communicatie naar toekomstige bewoners. 15
De mate waarin stoffen bij woningen komen is bij een toxisch scenario overigens afhankelijk van windrichting, windsnelheid, de ernst van de calamiteit, en de afstand tot de calamiteit. Maatregelen leiden echter in alle gevallen tot het vergroten van de overlevingskans. Mensen buiten gebouwen zijn niet beschermd op grond van wet- en regelgeving. Bescherming van mensen buiten is redelijkerwijs ook niet mogelijk. Daarom is in de nieuwe Omgevingswet gekozen voor bescherming op gebouwniveau. Aanpassing: ja, aanvulling voorwaarden voorwaardelijke verplichting in artikel 3.4. 9. Tot slot wordt in de groepsrisicoverantwoording vermeld dat de Veiligheidsregio protocollen heeft voor het bestrijden van de verschillende scenario's die worden beschreven. Het is echter onduidelijk of de Veiligheidsregio in verband met het groepsrisico een advies heeft uitgebracht over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van een inrichting, hetgeen verplicht is op grond van artikel 12 lid 3 Bevi. Albemarle verzoekt uw raad hier duidelijkheid over te verschaffen. Reactie De Brandweer Amsterdam Amstelland is als onderdeel van de Veiligheidsregio betrokken en heeft ook advies uitgebracht. De Brandweer heeft geen aanvullende opmerking over externe veiligheid.
Aangegeven wordt dat de risicobronnen en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid en hulpverlening in de toelichting bij het plan voldoende worden besproken. De door de Brandweer gegeven opmerking over toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen zijn eerder opgenomen in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. 10. De in deze paragraaf aangevoerde punten gelden overigens ook voor de groepsrisicoverantwoording ten aanzien van het vastgestelde bestemmingsplan "Exclusiva Hamerkwartier" en het MER dat daaraan ten grondslag ligt. Reactie Wij nemen hier kennis van in deze procedure. 3.3 De voorwaardelijke verplichting ten aanzien van de mechanische ventilatie is onbepaald 11. In het Ontwerpbestemmingsplan is in artikel 3.4.1 lid 5 sub a van de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen met betrekking tot gebouwen. In verband met het bereiken en het in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, mag een gebouw enkel gebouwd worden indien de aanvrager een plan aan het bevoegd gezag heeft overlegd (bedoeld zal zijn "overgelegd") waarin wordt voldaan aan het toepassen van handmatig te bedienen mechanische ventilatie in gebouwen in verband met externe veiligheid. Reactie Zie ook de reactie onder 8; de regeling is aangepast, waarbij advisering door de Brandweer is voorgeschreven.
Hierin komt het woord “overlegd” niet meer voor.
16
12. Naast de algemene bezwaren tegen de handmatig te bedienen mechanische ventilatie die Albemarle reeds heeft uiteengezet onder 2.1, acht Albemarle deze voorwaardelijke verplichting te onbepaald. Het is niet duidelijk hoe de mechanische ventilatie dient te worden vormgegeven, dan wel, hoe wordt getoetst en verzekerd dat de mechanische ventilatie adequaat functioneert zodat het groepsrisico adequaat is verantwoord. Reactie: In het kader van de zelfredzaamheid is bij een (dreigend) incident waarbij toxische stoffen vrijkomen, van belang dat aanwezigen naar binnen kunnen vluchten en de ramen en deur kunnen sluiten zodat de toxische stoffen niet naar binnen kunnen komen. De geschiktheid als schuillocatie wordt verhoogd wanneer mechanische ventilatie handmatig kan worden uitgeschakeld. Met de regeling in het bestemmingsplan is zoals hierboven aangegeven beoogd aan te sluiten bij het toekomstige Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In artikel 4.124 lid 2 van het Bbl is aangegeven dat de mechanische toevoer van ventilatielucht, bijvoorbeeld bij een balansventilatiesysteem, een dichtstand moet hebben. Bijvoorbeeld door de stroomtoevoer of de ventilatiemotor uit te schakelen. Om die reden moet een mechanische ventilatievoorziening bij een externe calamiteit handmatig kunnen worden uitgeschakeld (artikel 4.124 lid 4 Bbl).
De planregel in artikel 3.4.1 onder 5 is naar aanleiding van de zienswijze aangepast. De regeling is inhoudelijk afgestemd op de regeling uit het Bbl; een mechanisch ventilatiesysteem heeft een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld bij een externe calamiteit die kan leiden tot een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht. Tevens is toegevoegd dat advies van de Brandweer moet worden gevraagd en de voorziening in stand moet worden gehouden. De regeling gaat gepaard met instructies aan de bewoners van de gebouwen. Bij een calamiteit geldt in zijn algemeenheid dat men ramen en deuren moet sluiten. 3.4 Het akoestisch onderzoek is onzorgvuldig 13. In het akoestisch onderzoek zijn geen alternatieve indelingen van het Draka Terrein onderzocht om te onderzoeken of de geluidbelasting geminimaliseerd kan worden. Albemarle verwijst ter onderbouwing van dit punt naar paragraaf 3.2 van haar zienswijze tegen het Ontwerpbesluit. 14. Het akoestisch onderzoek is hiermee onzorgvuldig. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is ter plaatse niet verzekerd. In Hamerkwartier is gekozen voor een specifieke stedenbouwkundige opzet, namelijk ‘het Hamerblok’.
Dit samengestelde blok met verschillende gebouwtypen en een gevarieerde opbouw in hoogte biedt veel voordelen ten opzichte van het traditionele gesloten bouwblok, zoals meer doorzichten op het IJ (ook vanuit bestaande buurten), lichttoetreding en bezonning, de combinatie van slanke torens met bedrijfsloodsen. Dit stedenbouwkundige principe geldt ook voor het Draka Terrein en ligt ten grondslag aan het onderhavige bestemmingsplan als onderdeel van het Stedenbouwkundig Plan Hamerkwartier, zoals opgenomen in de Investeringsnota Hamerkwartier zoals door de gemeenteraad vastgesteld.
17
Voordat een hogere waarde wordt vastgesteld, moet eerst zijn onderzocht of maatregelen kunnen worden getroffen om een lagere geluidbelasting te realiseren. Volgens het bepaalde in artikel 110a, vijfde lid, Wgh, mag alleen een hogere waarde worden verleend als toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is, of overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundig of financiële aard. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden in het kader van het MER Hamerkwartier, dit ontwerpbestemmingsplan en het bijbehorende ontwerpbesluit Hogere waarden industrielawaai. In het onderzoek worden voor wat betreft industrielawaai drie mogelijkheden ten aanzien van maatregelen aangedragen. Dit betreffen: Maatregelen bij de bron: het toepassen van geluidreducerende maatregelen bij de bedrijven op het gezoneerde industrieterrein Johan van Hasseltkanaal Oost. Aangezien de hoogst toelaatbare geluidbelasting van 55 dB (A) in voorliggende situatie niet wordt overschreden en bestaande bedrijven hiermee niet verder beperkt worden in hun bedrijfsvoering, worden dergelijke maatregelen niet nader beschouwd.
Daarbij komt dat in het MER Hamerkwartier wordt geconcludeerd dat bronmaatregelen bij Albemarle in beginsel niet doelmatig zijn, gezien de vele afzonderlijke bronnen (en het bedrijf werkt al conform Beste Beschikbare Technieken.) Maatregelen in de overdracht: dit kan bijvoorbeeld bestaan uit het plaatsen van schermen of wallen. Rekening houdend met de ligging van het plangebied ten opzichte van het industrieterrein, kan worden geconcludeerd dat het treffen van een maatregel in het overdrachtsgebied niet effectief is. Ook uit het MER Hamerkwartier volgt dat bron- en overdrachtsmaatregelen (zoals een geluidsscherm) voor het gezoneerde industrieterrein niet doelmatig zijn. Maatregelen bij de ontvanger: conform het gemeentelijke geluidbeleid dienen nieuwbouwwoningen in eerste aanleg over een stille zijde te beschikken. Wanneer gemotiveerd kan worden dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om maatregelen te treffen om de geluidsbelasting te verlagen, is een geringe overschrijding van de voorkeursgrenswaarde (bij de stille zijde) van 3 dB acceptabel en wordt geacht sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In voorliggende situatie beschikt een groot aantal woningen reeds over een stille zijde, of is sprake van een geringe overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Op deze posities zijn maatregelen nodig om een stille zijde te realiseren.
Opgemerkt wordt dat voor een deel van de gevels van de beoogde woningen sprake is van een geluidbelasting van hogere dan 55 dB(A). Hier zullen dove gevels toegepast worden. Het binnenmilieu wordt beschermd door de eisen opgelegd vanuit het Bouwbesluit. De geluidwering van de gevel dient zodanig te zijn, dat het resterende geluidniveau in de woning niet meer bedraagt dan 33 dB. Bij deze berekening wordt de cumulatieve geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer gebruikt. De woningen waarbij sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde als gevolg van het gezoneerd industrieterrein 'Johan van Hasseltkanaal Oost' zullen worden voorzien van een stille zijde. Hiermee wordt voldaan aan het gemeentelijke geluidbeleid. Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
18
3.5 De planregels voor bouwen van gebouwen zijn in strijd met de Wet geluidhinder 15. Planregel 3.2.2 van het Ontwerpbestemmingsplan bevat regels voor het bouwen van gebouwen. Planregel 3.2.2 onder v bepaalt dat ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding — dove gevel 3" geluidgevoelige functies vanaf een bouwhoogte van 25 meter slechts zijn toegestaan voor zover deze gevel is voorzien van een dove gevel of geluidwerend vlies. Op een hoogte van 22,5 meter (punt E14_B, zie bijlage 2 van het rapport `Nieuwbouwproject Draka te Amsterdam Noord, onderzoek industrielawaai, scheepvaartlawaai en beschouwing bedrijven en milieuzonering' d.d. 21 december 2021) wordt echter al een geluidbelasting berekend van 55,5 dB(A), afgerond 56 dB(A). Er is aldus vanaf een lagere hoogte, namelijk 22,5 meter, al een dove gevel nodig. 16. Daarnaast bepaalt artikel 3.2.2 onder w, dat ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding — dove gevel 4" geluidgevoelige functies vanaf een bouwhoogte van 60 meter slechts zijn toegestaan voor zover deze gevel is voorzien van een dove gevel of geluidwerend vlies. Op een hoogte van 58,5 meter (punten G33_A en G34_A, zie bijlage 2 van het rapport `Nieuwbouwproject Draka te Amsterdam Noord, onderzoek industrielawaai, scheepvaartlawaai en beschouwing bedrijven en milieuzonering' d.d.
21 december 2021) wordt echter al een geluidbelasting berekend van 55,5 dB(A), afgerond 56 dB(A). Er is aldus vanaf een lagere hoogte, te weten 58,5 meter, al een dove gevel nodig. 17. De planregels in het Ontwerpbestemmingsplan zijn hiermee in strijd met artikel 45 van de Wet geluidhinder ("Wgh"). Reactie Bovenstaande constatering is juist, er is inderdaad op een lagere bouwhoogte reeds een dove gevel of geluidwerend vlies nodig voor de bouw van geluidgevoelige functies. Dit is aangepast in de betreffende planregels. 18. Voorts acht Albemarle planregel 3.6 sub j onduidelijk geformuleerd. Albemarle verwijst voor de onderbouwing hiervoor naar paragraaf 3.4 van haar zienswijze tegen het Ontwerpbesluit. Reactie De bedoelde planregel luidt als volgt: “3.6 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag is bevoegd om omgevingsvergunning te verlenen voor: j. het afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 onder t tot en met x, indien is aangetoond dat wordt voldaan aan maximaal toelaatbare geluidsnormen zoals deze zijn vastgesteld bij het ten behoeve van dit bestemmingsplan op grond van de Wet geluidhinder vastgestelde besluit hogere waarden industrielawaai of de voorkeursgrenswaarden van de Wet geluidhinder.”
Albemarle onderbouwt in haar zienswijze niet wat onduidelijk zou zijn aan deze bepaling. Ter verduidelijking is aanvullend de vetgedrukte passage “ indien is aangetoond dat als gevolg van gewijzigde omstandigheden wordt voldaan aan..” in de planregel opgenomen. In hoofdstuk 5 “Juridische planbeschrijving” een nadere toelichting opgenomen op deze planregel: “Van de (dove gevel)verplichting kan slechts onder voorwaarden worden afgeweken: namelijk indien (met een nader akoestisch onderzoek) is aangetoond dat als gevolg van gewijzigde omstandigheden wordt voldaan aan de maximaal toelaatbare geluidsnormen zoals deze zijn vastgesteld bij het ten behoeve van dit bestemmingsplan op 19
grond van de Wet geluidhinder vastgestelde besluit hogere waarden industrielawaai of de voorkeursgrenswaarden van de Wet geluidhinder.” Bij gewijzigde omstandigheden kan bijvoorbeeld worden gedacht aan extra afscherming of aan bronmaatregelen ter beperking van het industrielawaai. Het enkele feit dat deze nu niet mogelijk zijn, zegt niets over de te toekomst. Om die reden wordt wel vastgehouden aan de betreffende planregel. 4. HET AANGEPASTE MER 4.1 Het MER is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel opgesteld 19. In paragraaf 4.1 van haar eerdere zienswijze d.d. 7 juli 2021 heeft Albemarle reeds aangestipt dat Albemarle meent dat het MER in strijd met de vereiste zorgvuldigheid is opgesteld, onder meer omdat het MER gebaseerd is op standaardmodellen, terwijl het hier een unieke situatie betreft waar juist maatwerk geboden is. 20. In haar eerdere zienswijze gaf Albemarle als voorbeeld hiervan het ontbreken van een specifieke probitrelatie voor de stof nikkelhydroxycarbonaat ("NHC"). In de Nota van Beantwoording is gesteld dat een berekening met een generieke probitrelatie zou volstaan. Daarbij werd aangevoerd dat in geval van een toxisch scenario een handmatig te bedienen mechanische ventilatie de (toekomstige) bewoners zal beschermen. 21.
Albemarle heeft van het RIVM begrepen dat het nog steeds bezig is met het berekenen van een specifieke probitrelatie voor NHC en herhaalt haar eerdere stelling dat deze specifieke probitrelatie moet worden afgewacht om de risicocontouren van Albemarle zorgvuldig te kunnen bepalen. Albemarle verwijst ten aanzien van de handmatig te bedienen mechanische ventilatie naar hetgeen zij hier in paragraaf 3.2 gemotiveerd over heeft uiteengezet. 22. Albemarle handhaaft dan ook haar eerdere conclusie dat het MER in strijd is met artikel 3:2 Awb en niet ten grondslag gelegd had mogen worden aan het ontwerpbestemmingsplan "Exclusiva" en het onderhavige ontwerpbestemmingsplan "Draka Terrein". Reactie Ten aanzien van de nummers 19-22 merken wij het volgende op. Wij delen de conclusie van Albemarle niet dat in het MER gebruik is gemaakt van standaardmodellen en dat het MER in strijd is met de zorgvuldigheid is opgesteld. Zo is met het bedrijf niet alleen de vergunde situatie maar ook de mogelijke (maximale) toekomstige geluidsituatie in beeld gebracht, en is – in aanvulling op de Wm vergunning en op basis van door Albemarle aangeleverde emissies – gedetailleerd en op maat onderzoek gedaan naar luchtkwaliteit en emissie van stoffen, rekening houdend met de concrete aanvraag Wm vergunning (mei 2020). Daarbij is ook de geluidbelasting en emissie op grotere hoogte beschouwd.
Tenslotte wijzen wij ook nog op het verkregen toetsingsadvies van de commissie voor de mer van augustus 2021. In art. 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen is bepaald hoe bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet worden omgegaan met het groepsrisico. Hieruit volgt dat wordt uitgegaan van een oriëntatiewaarde, waarmee rekening moet worden gehouden. Als een overschrijding van het groepsrisico wordt berekend, dan moet de raad verantwoorden waarom die overschrijding acceptabel wordt geacht. De verantwoording van het groepsrisico kent dus 20
twee stappen, namelijk a) het bepalen van de ligging van de risicocontour en de toename van het groepsrisico ten opzichte van de nulsituatie (de uitgangssituatie) en b) het beoordelen van de aanvaardbaarheid van de uitgangssituatie, waarin de mate van toename van het groepsrisico wordt afgezet tegen de aanvaarbaarheidscriteria, waaronder de mogelijkheden voor zelfredzaamheid en het nut en de noodzaak van de ontwikkeling. Het gaat nadrukkelijk om een hoofdzakelijk kwalitatieve (en dus niet: kwantitatieve) beoordeling. Albemarle stelt zich op het standpunt dat de verantwoording van de overschrijding van de oriëntatiewaarde niet gegeven kan worden, omdat voor NHC een probit-relatie ontbreekt waarmee de toename van het groepsrisico meer exact berekend kan worden. Bij de voorbereiding van het ontwerpbestemmingsplan zou onzorgvuldig gehandeld zijn door bij de berekening uit te gaan van een voorbeeld stof. De raad stelt zich op het standpunt dat bij de verantwoording van het groepsrisico wel degelijk zorgvuldig gehandeld is en dat is voldaan aan art. 3:2 Awb. Juist omdat een probit-relatie ontbreekt, is bij het bepalen van de uitgangssituatie uitgegaan van een voorbeeld stof. De raad wijst erop dat Albemarle dit zelf ook heeft gedaan bij de omgevingsvergunning voor haar bedrijfsvoering.
In het door Albemarle opgestelde addendum QRA van 6 mei 2019 is over de probit het volgende beschreven: “Vanwege de toxiciteit is er een probitfunctie nodig om de effecten te kunnen bepalen. Voor NHC is deze niet voorhanden. Daarom is er voor gekozen om de standaard voorbeeldstof voor ADR 6.1 Vg II zoals deze binnen het rekenpakket SafetiNL 6.54 beschikbaar is, te gebruiken.” De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied heeft dit addendum voorgelegd aan het RIVM (beheerder van het rekenmodel voor de QRA) en dat constateerde dat het ongevalsscenario met NHC correct was gemodelleerd. De rekenmethodiek is ook toegepast in de door adviesbureau Tauw (in opdracht van Albemarle en de gemeente Amsterdam - uitgevoerde conceptberekeningen voor het GR bij ontwikkeling van het gehele Hamerkwartier (met als variant een uitbreiding van Albemarle zoals aangevraagd bij het bevoegd gezag in mei 2020). De enkele omstandigheid dat geen probitrelatie voorhanden is, betekent dus niet dat het vaststellen van de uitgangssituatie gebrekkig is geweest, in de zin dat de verantwoording van het groepsrisico daar in redelijkheid niet op gebaseerd had mogen worden. De potentiële calamiteit die bij Albemarle kan plaatsvinden is een toxisch scenario. Als er iets mis gaat, kan hier een gifwolk ontstaan.
De kans op deze een calamiteit is zeer gering, mede gelet op de door Albemarle in acht te nemen voorwaarden voor het gebruik van de stof NHC. De gifwolk is niet direct binnen het plangebied aanwezig, maar wordt meegevoerd met de wind. Afhankelijk van de omvang van de calamiteit, windrichting en de weersomstandigheden kan de gifwolk over het Hamerkwartier (en daarbuiten) heen te komen liggen. De heersende windrichting is vanuit het westen, dus de kans hierop is klein. Zoals ook hiervoor aangegeven is het afschakelen van mechanische ventilatie de maximale maatregel om de effecten bij een calamiteit te beperken. Zij zullen dan niet met een gifwolk in aanraking komen. Ook dat maakt de exacte toxiciteit van NHC die is vastgelegd in de probit-relatie minder relevant. Het belang van woningbouw in Hamerkwartier is bijzonder groot. Tegenover het belang bij woningbouw staat het belang van Albemarle bij de voortzetting van haar bedrijfsactiviteiten. Dat belang wordt echter niet geraakt, omdat de verantwoording van het groepsrisico de vergunde bedrijfsactiviteiten niet belemmert.
21
4.2 De beschrijving van de doelstellingen is gebrekkig 23. In hoofdstuk 5 van haar eerdere zienswijze d.d. 7 juli 2021 heeft Albemarle reeds uitvoerig uiteengezet dat de beschrijving van de doelstellingen van het MER gebrekkig is, omdat in de beschrijving van de doelstelling 'leefbaarheid' ten onrechte het aspect (veiligheids)beleving ontbreekt. 24. In het aangepaste MER is naar aanleiding van deze zienswijze toegevoegd dat de gemeente op de hoogte is van de pilot die het RIVM in 2018 heeft uitgevoerd om de beleving van veiligheid te onderzoeken door middel van een belevingsthermometer. In de pilot is onderzocht welke factoren samenhangen met de veiligheidsbeleving van omwonenden van activiteiten met gevaarlijke stoffen, zoals het vertrouwen in risicobeheersing of het vertrouwen in zelfredzaamheid. Gedurende de ontwikkeling van het Hamerkwartier wordt gemonitord of nog steeds aan de doelstellingen wordt voldaan. Aan het aangepaste MER is daarnaast toegevoegd dat gezien de ligging van het Hamerkwartier naast een chemische fabriek, de veiligheidsbeleving van de nieuwe bewoners van het Hamerkwartier wordt gemonitord, waarbij de samenwerking met de GGD zal worden gezocht. 25. Albemarle benadrukt dat het aspect (veiligheids)beleving nog altijd erg onderbelicht is in het MER.
Er wordt slechts voorzien in monitoring van de (veiligheids)beleving van de bewoners achteraf, op het moment dat deze er al wonen. Er zou juist vooraf geanticipeerd moeten worden op de (veiligheids)beleving van toekomstige bewoners. 26. Albemarle heeft begrepen dat het RIVM capaciteit heeft vrijgehouden in de tweede helft van het jaar voor een belevingsonderzoek ten aanzien van de herontwikkeling van het Hamerkwartier. Dit onderzoek zal volgens Albemarle afgewacht moeten worden alvorens de ontwerpbestemmingsplannen en het MER definitief vast te stellen. 27. Albemarle handhaaft dan ook haar eerdere conclusie dat het MER in strijd is met artikel 7.23 lid 1 sub a Wm en met het advies van de Commissie m.e.r. en zodoende niet ten grondslag had mogen worden gelegd aan het ontwerpbestemmingsplan "Exclusiva" en het ontwerpbestemmingsplan "Draka Terrein". Reactie De mening dat het MER in strijd is met artikel 7.23 lid 1 onder a en het eindadvies van de commissie voor de mer (d.d. 10 augustus 2021) delen wij nadrukkelijk niet. In het MER is ten aanzien van de ambitie ‘leefbaarheid’ beoordeeld of de effecten van de gebiedsontwikkeling leiden tot een positieve of negatieve bijdrage op de milieuhinder in en rondom het gebied. In het MER is uitvoerig ingegaan op het aspect externe veiligheid (zie ook de reacties hierboven).
In het MER is geen onderzoek gedaan naar de veiligheidsbeleving van de toekomstige bewoners van het Hamerkwartier. Een dergelijk onderzoek is ook niet voorgeschreven op basis van wet- en regelgeving. Zoals hierboven al is toegelicht, gaat het om een levend MER. Dit betekent dat gedurende de ontwikkeling van het Hamerkwartier wordt gemonitord of nog steeds voldaan wordt aan de doelstellingen die zijn geformuleerd in het MER. In het MER is opgenomen dat ook de veiligheidsbeleving van de nieuwe bewoners van het Hamerkwartier moet worden gemonitord. Daarbij is inmiddels samenwerking met het RIVM en de GGD gezocht. Tevens is in het MER als aanbeveling opgenomen dat er goede voorlichting moet zijn aan toekomstige bewoners. De gemeente zal erop toezien dat dat bij de uitvoering van het Hamerkwartier ook gebeurt. 22
4.3 De beschrijving van de referentiesituatie is gebrekkig 28. In hoofdstuk 6 van haar eerdere zienswijze d.d. 7 juli 2021 heeft Albemarle reeds uitvoerig uiteengezet dat de beschrijving van de referentiesituatie gebrekkig is. 29. Albemarle wenst nogmaals nadrukkelijk naar voren te brengen dat de ontwikkelingen in het kader van de energietransitie ten onrechte niet zijn meegenomen in de referentiesituatie. Deze kwalificeren volgens Albemarle wel degelijk als autonome ontwikkelingen. Zie ter onderbouwing van dit standpunt paragraaf 6.2 van haar eerdere zienswijze d.d. 7 juli 2021. 30. Daarnaast wordt door Albemarle graag nogmaals benadrukt dat, hoewel de risicocontouren naar aanleiding van een toekomstige wijziging van de HPC-3 fabriek zijn berekend, deze berekening onzorgvuldig is zo lang er geen specifieke probitrelatie van NHC beschikbaar is (zie paragraaf 4.1). 31. Albemarle handhaaft dan ook haar eerdere conclusie dat het MER in strijd is met artikel 7.23 lid 1 sub b Wm en zodoende niet ten grondslag had mogen worden gelegd aan het ontwerpbestemmingsplan "Exclusiva" en het ontwerpbestemmingsplan "Draka Terrein". Reactie Ten aanzien van de punten 28-31 wordt het volgende opgemerkt.
Naar aanleiding van de eerdere zienswijze van Albemarle op het MER is de referentiesituatie in het MER verduidelijkt in de zin dat is aangegeven dat de door Albemarle genoemde noodzakelijke aanpassingen in het kader van de klimaatdoelstelling onvoldoende concreet zijn om al als autonome ontwikkeling mee te worden genomen in het MER. Zoals eerder uiteen is gezet bij de beantwoording van de zienswijze op het MER, is de referentiesituatie van Albemarle in het MER bepaald door de autonome situatie die is afgeleid uit alle verleende vergunningen en meldingen, en de voldoende concreet uitgewerkte beoogde uitbreidingen als representatieve invulling van de maximale planologische ruimte die het bestemmingsplan Nieuwendam Zuid II en het bestemmingsplan Hamerstraatgebied aan Albemarle geven. Daarmee biedt het MER een volledig overzicht van de waarschijnlijke belangrijke gevolgen die activiteiten van Albemarle voor het milieu kunnen hebben, waartegen de plannen voor woningbouw in het Hamerkwartier worden afgezet. Van strijd met het bepaalde in artikel 7.23, lid 1, onder b van de Wm is geen sprake. 4.4 De beschrijving van de milieueffecten in het MER is gebrekkig 32. In hoofdstuk 8 van haar eerdere zienswijze d.d.