3. Nota van Beantwoording projectnota Buikslotermeerplein (anoniem).pdf
Tekst van het document
In het winkelcentrum is de openbare ruimte bovendien in erfpacht uitgegeven, waardoor de omvang van vergroening afhankelijk is van de keuzes van eigenaren. In de vervolgfase wil de gemeente samen met de eigenaren op zoek naar kansen voor vergroening van het winkelcentrum. In de cultuurhistorische verkenning die als bijlage bij de projectnota is opgenomen, staat een uitgebreide beschrijving van de stedenbouwkundige opzet, die bedacht is door architect Fledderus. Ook de latere aanpassingen aan het winkelcentrum staan daarin vermeld. De projectnota krijgt een verwijzing naar deze cultuurhistorische verkenning. De planvorming bevindt zich nog in een te vroeg stadium om uitspraken te doen over de luifel. De luifel is eigendom van de eigenaren van het winkelcentrum en het is aan deze eigenaren om tot transformatievoorstellen te komen waarin de luifel al dan niet is ingepast.
Conclusie: de projectnota krijgt een verwijzing naar de cultuurhistorische verkenning om recht te doen aan de voorgeschiedenis van het winkelcentrum.
8
VEBAN = Vereniging van Bedrijven in Amsterdam-Noord
23
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
2.4 Wonen Respondenten: 1, 8, 10, 13, 15, 23, 35, 40, 43, 44 Op het thema Wonen in de projectnota zijn verschillende reacties gekomen. Een aantal zienswijzen raakt aan de woningsegmentering voor sociaal, middelduur en vrije sector. Verschillende respondenten vragen hoe veel woningen er komen en wat voor soort woningen dit zullen zijn. Eén reactie wijst erop dat het sociaal woningaanbod op dit moment de overhand heeft. Om deze reden zou voor nieuwbouw een sterkere focus op middelduur (50%) en vrije sector (40%) logisch zijn voor de stadsontwikkeling. Hierbij zou middenkoop ook kunnen passen. Meerdere respondenten verzoeken om de variatie in doelgroepen voor het woonprogramma (senioren, jongeren, starters, specifieke beroepsgroepen) nader uit te werken. De woningcorporaties Ymere en Eigen Haard (met bezit in de omgeving) hebben een zienswijze ingediend. Een van hen onderschrijft het belang van het Buikslotermeerplein als centrale en verbindende locatie in Noord. De verdeling van woonmilieus over drie deelgebieden biedt mooie kansen. Deze corporatie doet zelf ook een voorstel: • het Centrumplein kan zich richten op compacte woningen voor doelgroepen die in een levendige omgeving willen wonen; • het winkelcentrum kan zich richten op de oudere bewoner die dichtbij winkels wil wonen; • het Olof Palmeplein kan zich richten op gezinnen.
Het principe van Ongedeelde wijk biedt kansen voor betere spreiding van kwetsbare groepen. De andere woningcorporatie voegt toe dat bij nadere uitwerking van de stadsontwikkeling aandacht mag zijn voor: doorstroming vanuit bestaande wijken, spreiden van kwetsbare doelgroepen, investeren in buurteconomie en maatschappelijk vastgoed dat bij deze doelgroepen past en het bevorderen van sociale cohesie en armoede-aanpak, bijvoorbeeld met werkgelegenheidsprojecten. De corporatie wil de analyse voor woonprogramma graag verdiepen met passende doelgroepen per deelgebied. De corporatie wil hierover graag verder in gesprek met de gemeente. Beide corporaties vragen daarbij of de gemeente regie wil voeren en partijen met elkaar in gesprek kan brengen. Eén respondent vindt het aantal geplande woningen te veel. Het wordt dan te druk op het Buikslotermeerplein. Een andere respondent geeft echter aan dat het gebied nog meer woningen kan hebben, richting de 3.000. Dat is volgens deze respondent mogelijk als boven alle nieuwe voorzieningen ook woningen komen. Ten slotte vraagt iemand of bestaande woningen rond het winkelcentrum gesloopt worden voor de nieuwbouw.
Antwoord Gemeente: De projectnota voor de deelgebieden Centrumplein en Olof Palmeplein sluit aan bij het gemeentelijke beleid voor een woningsegmentering van 40-40-20. Dit betekent dat het woonaanbod in de eindsituatie bestaat uit 40 procent sociale huurwoningen, 40 procent middeldure woningen en 20 procent vrijesectorwoningen. Dit geldende beleid levert een gevarieerd woonprogramma op en wordt gezien als passend en haalbaar voor het 24
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Buikslotermeerplein. De invulling van de woonsegmenten is maatwerk. Er zijn op dit moment geen redenen om hiervan af te wijken. Voor het transformatiegebied binnen het bestaande winkelcentrum geldt ook 40-40-20 als uitgangspunt. De transformatieplannen worden afgewogen op beleidsuitgangspunten in relatie tot haalbaarheid. Het toevoegen van een relatief groot aantal woningen op het Buikslotermeerplein sluit aan op de Amsterdamse ambitie tot verdichting binnen bestaande stedelijk gebied. Dat is ook belangrijk om de gewenste transformatie (van monofunctioneel winkelcentrum tot een gemengde wijk waar je ook kan winkelen) te realiseren. De bandbreedte voor het totale aantal nieuwe woningen is 1.850 tot 2.450 voor het totale plangebied. Dit is gebaseerd op een dichtheid die min of meer vergelijkbaar is met Westerdokseiland (gemiddelde blokdichtheid van 4,7 FSI). De dichtheid is aflopend, met 450 woningen op het Centrumplein en 250 woningen op het Olof Palmeplein. De verklaring voor de bandbreedte zit in het winkelcentrum omdat dit transformatiegebied is, met een voorspelde marge van 1.200 tot 1.800 woningen. Deze marge is afhankelijk van de mogelijkheid om de winkelfunctie om te zetten naar een woonfunctie. Of om dat juist niet te doen. Door het toevoegen van een woningprogramma wordt het inderdaad drukker op het Buikslotermeerplein.
Dat past bij de doelstelling om het gebied te verlevendigen. Het uitgangspunt van de projectnota is dat het Buikslotermeerplein een levendig centrumgebied wordt, waarbij een verdeling van 50% wonen en 50% voorzieningen haalbaar is. Dit percentage is gebaseerd op diverse ruimteclaims van de niet-woonfuncties en de ambitie een levendig stuk stad te creëren. Hier wordt zorgvuldig mee omgegaan binnen de kaders van de bouw wet- en regelgeving. Daarnaast gaat het toevoegen van woningen en voorzieningen gepaard met investeringen in de openbare ruimte. Ook moet aan bijhorende oplossingen voor bijvoorbeeld parkeren worden voldaan. Het uitganspunt is inderdaad dat boven voorzieningen meestal ruimte is om woningen te ontwikkelen. Een nadere uitwerking van specifieke doelgroepen zal volgen in de volgende planfase, bij de uitwerking van de drie deelgebieden. Hierbij onderzoeken we ook of specifieke vormen van segmentering passend zijn, bijvoorbeeld goedkoop, middelduur en duur in koop en huur. Bij deze nadere uitwerking is het ook belangrijk dat de juiste maatschappelijke voorzieningen een plek krijgen, passend bij de doelgroepen. De gemeente nodigt de woningcorporaties uit de omgeving op korte termijn uit om te spreken over de concretere invulling van het woningprogramma in de volgende planfasen. Het inventariseren van specifieke doelgroepen is daarbij ook een belangrijk onderwerp.
Er zijn geen plannen bekend om bestaande woningen rond het winkelcentrum te slopen. De gemeente stuurt hier niet op aan. Conclusie: de projectnota krijgt in het hoofdstuk Programma een uitgebreidere onderbouwing voor de dichtheid en het bijhorende aantal woningen.
25
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
2.5 Cultuur en levendigheid Respondenten: 5, 7, 8, 11, 12, 15, 16, 17, 21, 23, 24, 26, 28, 31, 36, 40 Er is slechts één respondent die aangeeft dat het Buikslotermeerplein echt niet levendiger hoeft te worden dan het is. Ook is er één respondent die de hoop uitspreekt dat met “verlevendigen” niet bedoeld wordt dat er ruimte komt om festivals op het Buikslotermeerplein te organiseren. Een van deze respondenten geeft aan dat een groen plein met een boom en zitjes (waar mensen elkaar kunnen ontmoeten voor een spontaan gesprek) genoeg verlevendiging oplevert. Een andere respondent wil geen nietszeggende kunst in de openbare ruimte. Andere respondenten beschrijven uiteenlopende behoeften aan culturele activiteiten en andere levendigheid op het Buikslotermeerplein. Sommigen willen meer levendigheid door culturele, kunst-educatieve of sportieve activiteiten voor lokale bewoners. Anderen hebben behoefte aan grootstedelijke attractie, zodat het juist (regionale) toeristen naar het plein trekt. Dit cultuurgebouw moet volgens een respondent flexibel in te delen zijn. Weer anderen zien mogelijkheden voor straattheater en -muzikanten. Diverse respondenten beschrijven de behoefte aan (kwalitatieve) horeca en terrassen.
Opvallend is de behoefte van meerdere respondenten om uiteenlopende typen bewoners op het Buikslotermeerplein met elkaar te verbinden: jong en oud, rijk en arm, oude en nieuwe bewoners van Noord. Sommige respondenten zien hiervoor ook een rol voor gebouw De Bowling. Een culturele instelling geeft aan zich graag te willen vestigen op het Buikslotermeerplein om ook een bijdrage te leveren aan het verlevendigen van het Buikslotermeerplein. Antwoord Gemeente: De gemeente staat voor de uitdaging om vele uiteenlopende wensen en belangen met elkaar te verbinden in het gehele plangebied van het Buikslotermeerplein. De projectnota beschrijft hoe we dat willen doen: door een aaneenschakeling van verschillende pleinen met ieder een eigen uitstraling. De markt is ook een van de pleinen die daar onderdeel van uitmaakt. Sommige pleinen zijn levendig met veel (culturele) activiteiten en andere pleinen zijn rustiger en groener. Het doel is dat het Buikslotermeerplein een stadshart wordt van Amsterdam Noord: van alle inkomensklassen, culturele achtergronden en leeftijden. Cultuur is een verbindend element dat hier een belangrijk bijdrage aan kan leveren. De gemeente voert de regie op de komst van (laagdrempelige) culturele en maatschappelijke voorzieningen. Ook krijgt kunst een plek in de openbare ruimte. Of die kunst iets- of nietszeggend is mag iedere bezoeker voor zichzelf beoordelen.
Ook kan (en zal) de gemeente ruimte voor commerciële horeca mogelijk maken, maar de gemeente gaat niet over de branchering van winkels en horeca. Kleinschalige evenementen moeten mogelijk zijn op het nieuwe, groene Centrumplein. In de volgende fase ontwikkelt de gemeente met initiatiefnemers uit het culturele veld een cultuurconcept voor het plein. Conclusie: de projectnota blijft op dit punt ongewijzigd.
26
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
2.6 Placemaking Respondenten: 19, 24, 27, 37 Enkele respondenten hebben ideeën om het Buikslotermeerplein (tijdelijk) te verlevendigen: • Een open air cinema; • Renoveer het marktplein. Het plein moet ook aantrekkelijk zijn wanneer er geen markt is; • Geef mensen de mogelijkheid om hun eigen muziek af te spelen op de muziekinstallatie van het winkelcentrum of het centrumplein; • Behoud de cross- en skatebaan voor kinderen; • Maak een vlak plein met terrassen waar activiteiten kunnen worden georganiseerd. Antwoord Gemeente: Bovenstaande ideeën zijn bijna allemaal goed om het gebied te verlevendigen. Veelal zijn er vergelijkbare activiteiten al gaande. Zo komt in oktober het Cinekid Festival naar het Buikslotermeerplein. Een team van stadsdeel Noord is bezig om de renovatie van het marktplein op gang te brengen. De cross- en skatebaan liggen bij de bioscoop. Deze banen blijven voorlopig behouden. Ook in de definitieve inrichting van het Buikslotermeerplein zullen er sport- en spelmogelijkheden voor kinderen en jongeren zijn. In de projectnota wordt een nieuw Centrumplein uitgebreid beschreven. Op dit plein is ruimte voor terrassen en leuke activiteiten, zoals (kleinschalige) evenementen.
Als bewoners en/of ondernemers nu zelf (tijdelijke) activiteiten willen organiseren op het Buikslotermeerplein en met de gemeente af willen stemmen, dan kunnen ze een mail sturen aan buikslotermeerplein@amsterdam.nl. Ook is het via dit mailadres mogelijk om aan te sluiten bij het placemaking team van het Buikslotermeerplein, waarin verschillende geïnteresseerde bewoners en ondernemers ideeën delen en uitwerken. Het idee van het afspelen van eigen muziek via een centrale muziekinstallatie wordt niet uitgewerkt. We verwachten dat dit idee te veel onrust oplevert vanwege geluidsoverlast en uiteenlopende muzieksmaken. Conclusie: de projectnota blijft op dit punt ongewijzigd.
27
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
2.7 Gebouw De Bowling Respondenten behouden: 1, 5, 7, 1, 12, 13, 24, 25, 26, 28, 29, 41 Respondenten slopen: 6, 8, 9, 10, 15, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 26, 27, 30, 31, 37, 43
Hoe ziet u de toekomst van gebouw De Bowling? 24%
40%
36%
behouden
slopen
geen mening
Het voormalige bowlinggebouw op het Buikslotermeerplein, of kortweg “de bowling”, is voor veel van de respondenten een doorn in het oog. Terwijl anderen er juist kansen in zien om het een nieuwe bestemming te geven. Om daarmee het bestaande te waarderen. De tegenstanders vinden dat dit het behoud van dit gebouw zal blijven herinneren aan alles wat nu lelijk is aan het Buikslotermeerplein. Zij vinden dat dit gebouw daarom geen eerbetoon verdient. Zij vinden ook dat het gebouw onpraktisch is. Anderen vinden dat het Bowlinggebouw een blokkade vormt tussen het marktplein/winkelcentrum en het nieuwe Centrumplein en Stationsgebied. De voorstanders vinden dat De Bowling een cruciale rol heeft op het Centrumplein. Zij adviseren ook dat de aandacht van de ontwerpers vooral uitgaat naar het bowlinggebouw. Zij zien kansen voor het voortbestaan van het gebouw en dat moet ook blijken uit een sterk stedenbouwkundig verhaal. De voorstanders willen wel voorkomen dat het Buikslotermeerplein een ‘Vinex-uitstraling’ gaat krijgen. Zij zien en waarderen het ‘rafelige’ (rauwe) karakter van het gebouw. Zij geloven dat het gebouw zich gaat bewijzen als een icoon van nieuwe “couleur locale”. Daarnaast pleit iemand dat de kringloopwinkel (die nu in het Bowlinggebouw is gevestigd) behouden moet blijven voor de wijk. Antwoord Gemeente: De Bowling zorgt voor veel uiteenlopende reacties.
De gemeente wil het unieke gebouw een tweede kans geven door een nieuw (tijdelijk) gebruik met een aangepaste programmering inclusief een architectonische verbetering. Mocht deze tweede kans niet slagen, dan kan het gebouw alsnog worden gesloopt en vervangen door een gebouw of object dat vergelijkbaar is in maat en schaal. 28
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Uit een ruimtelijke verkenning blijkt dat een (klein) gebouw wenselijk is tussen het centrumplein en het marktplein. Om te kunnen spreken van twee pleinen met een eigen functie en karakter kan zo’n gebouw de pleinen markeren. Dit kan met de bestaande bowling of met nieuwbouw. Doel is om weer een centrale ontmoetingsplek te maken van het gebouw. Het opknappen van het gebouw biedt kansen om de looproutes onder en langs het gebouw aantrekkelijker te maken. Ontwikkeling van ‘t Warderschip en de A5-kavel dragen ook bij aan een aantrekkelijke route tussen het metrostation en winkelcentrum Boven ‘t Y. Vanwege van de bestaande (loop-)routes is het dus niet nodig om het gebouw te verwijderen. Of de kringloopwinkel in de bowling behouden kan blijven is afhankelijk van de bredere afweging over de toekomst voor dit gebouw. De uitgangspunten voor de bowling worden na vaststelling van de projectnota uitgewerkt. Conclusie: de projectnota krijgt een aanvulling met enkele conclusies uit de ruimtelijke verkenning over het behoud van het Bowlinggebouw.
29
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Verbinden 2.8 Verkeer & bereikbaarheid Respondenten: 2, 4, 6, 13, 15, 18, 19, 20, 22, 26, 31, 33, 36, 37, 40, 43, 47, 48, 49 We verdelen de zienswijzen over het thema verkeer & bereikbaarheid in een aantal subthema’s: 1. 2. 3. 4.
Fietsroutes en fietsparkeren. Strategie voor autoparkeren. Bereikbaarheid en toename verkeersdrukte. Reacties van de VRA en het GVB.
Per thema lichten we de strekking van de zienswijzen toe en geven we de reacties van de gemeente.
2.8.1 Fietsroutes en fietsparkeren De meest uitgebreide zienswijze op dit thema is van de Fietsersbond. De bond kan zich goed vinden in de uitgangspunten van de projectnota voor fietsverkeer. Zoals het verbeteren van de verbindingen, een autoluw centrumgebied en oplossingen voor fiets- en scooterparkeren. De Fietsersbond bevestigd daarnaast de analyse dat de staat van de huidige Plus- en Hoofdnet fietsroutes momenteel niet voldoet aan de eisen die hiervoor gelden. De Fietsersbond ervaart de uitwerking van deze uitgangspunten wel als teleurstellend. De huidige fietsverbindingen via de weg Buikslotermeerplein (zuidzijde van het plangebied) worden door meerdere mensen als onveilig beschouwd bij druk autoverkeer. Men pleit voor een vrij liggend fietspad. De Fietsersbond vreest dat de uitwerking van de zuidelijke rijweg nog altijd niet veilig genoeg zal zijn als Plusnetfietsroute. Ondanks de inrichting van de straat als 30 km/uur-zone, omdat er geen vrijliggende fietspaden komen. Terwijl er ook nog auto’s langsparkeren, laad- en losverkeer en een busdienst over de weg Buikslotermeerplein rijden. Deze route is een van de belangrijkste corridors voor de fiets in Amsterdam Noord. Plusnetfietsroutes worden bij voorkeur vrij liggend en geasfalteerd aangelegd, aldus de Fietsersbond. De Fietsersbond is van mening dat dit ruimtelijk ook past tussen winkelcentrum en Plan van Gool.
De Bond roept de gemeente op om hier met vertegenwoordigers van fietsers en voetgangers een creatiever alternatief te zoeken bij de verdere uitwerking. Respondent 40 (bezoeker van het Buikslotermeerplein) bevestigt de wens voor een vrij liggend fietspad in lijn met het verlagen van de rotonde in het verlengde van de Waddenweg. De Fietsersbond vindt het onderwerp fietsparkeren in de projectnota nog te algemeen omschreven. De bond bepleit dat de locaties en capaciteit integraal met het bouwprogramma moeten worden bedacht. De Fietsersbond vreest dat anders te kleine, onaantrekkelijke oplossingen te laat worden ingepast. Daarnaast heeft de Fietsersbond nog twee aandachtspunten: • de wens voor een vrijliggende fietsroute langs de IJdoornlaan;
30
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
•
Definitief Oktober 2021
de wens om de bestaande fietsroute ten zuiden van het station Noord te voorzien van een vrijliggend fietspad.
De Coöperatieve Vereniging van Eigenaren (‘CVvE’) van winkelcentrum Boven ’t Y en andere respondenten stellen in hun zienswijze dat fietspaden dwars door het winkelcentrum onwenselijk zijn. Antwoord Gemeente: De projectnota formuleert de haalbare ambities voor de openbare ruimte en het programma voor het Buikslotermeerplein. Hierbij klopt het dat veel onderwerpen nog worden uitgewerkt in de planvorming. Specifiek de zuidelijke rijweg tussen winkelcentrum en Plan van Gool is onderdeel van deze nadere uitwerking. De noodzakelijke herprofilering van deze weg is in voorbereiding. Dit ontwerp wordt getoetst aan de geldende eisen vanuit beleid en regelgeving. In het ontwerp wordt rekening gehouden met inpassing van een Plusnet fietsroute. Plusnet routes zijn de belangrijkste doorgaande fietsverbindingen in de stad, die zeer intensief worden gebruikt. Voorwaarde is dus dat fietsers snel, veilig en comfortabel kunnen doorstromen. Hierbij zal een afweging worden gemaakt of een vrijliggend fietspad nodig is. En of het goed en veilig in te passen is. De gemeente zal het ontwerp afstemmen met belanghebbenden, zoals bijvoorbeeld de Fietsersbond, hulpdiensten en omwonenden. De projectnota krijgt een uitbreiding met de eisen voor Plus- en Hoofdnet fiets voor de zuidelijke fietsroute (weg Buikslotermeerplein).
Het benodigd aantal fietsparkeerplaatsen wordt beleidsmatig geborgd in de Nota Parkeernormen Fiets/Scooter. Het oplossen van fietsparkeren volgt in de volgende planfasen. We willen dit meenemen in de uitwerking van het Stedenbouwkundig Plan voor het deelgebied Centrumplein en de overige deelgebieden. De fietsparkeervraag is inderdaad afhankelijk van het bouwprogramma. Het voldoen aan de Nota Parkeernormen Fiets/Scooter wordt al in de ontwerpfase getoetst. Stadsdeel Noord heeft een quickscan uitgevoerd naar de mogelijkheden de IJdoornlaan deels te verlagen en het realiseren van doorgaande voetgangers- en fietsroutes langs de laan, beiden met als doel de huidige barrièrewerking te verminderen. De uitkomst was dat verlagen van de weg niet aan de orde is en doorgaande langzaam verkeersroutes op de korte en middellange termijn niet haalbaar zijn. Laatstgenoemde conclusie wordt onderschreven door het Mobiliteitsplan Noord. Deze studie vormt een overkoepelende aanpak voor de bereikbaarheid van Noord (voor langzaam en snelverkeer inclusief openbaar vervoer) in de periode 2020 – 2040, gebaseerd op een mogelijke verdubbeling van het inwoneraantal van Noord.
In het Mobiliteitsplan wordt de IJdoornlaan genoemd als een belangrijke parallelle oost-westverbinding in Noord, en is gecategoriseerd als een 50km.per uur gebiedsontsluitingsweg (gow), Plusnet OV met opwaardering naar HOV, zonder doorgaande infrastructuur voor fietsers en voetgangers. De openbare ruimte in het winkelcentrum zal (in samenwerking met eigenaren en ondernemers) veranderen. Het is geen expliciete wens van de gemeente dat er fietsroutes door het winkelcentrum worden aangelegd. Dit zullen in ieder geval geen hoofdroutes zijn.
31
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Conclusie: de eisen van Plus en Hoofdnet fiets en een afbeelding van huidige en toekomstige netten worden opgenomen in de Projectnota.
2.8.2 Strategie voor het autoparkeren De toekomstige strategie voor autoparkeren roept bij verschillende respondenten vragen op. De brede vraag is waar het parkeren op maaiveld naartoe wordt verplaatst? Een bewoner van het Olof Palmeplein vraagt of parkeren voor de deur behouden kan blijven. Enkele respondenten pleiten voor compensatie van parkeerplaatsen wanneer het Olof Palmeplein en Centrumplein bebouwd worden. Enkele respondenten vragen of er parkeren komt in het verlengde van de Waddenweg, zoals in het Uitwerkingsplan fase 2 (2006). Daarnaast geven twee respondenten aan dat ook bezoek aan het winkelcentrum aantrekkelijk moet blijven voor automobilisten. Zij vinden het Buikslotermeerplein juist aantrekkelijk, omdat je er goed kan parkeren. Een bewoner van het Stationsgebied vraagt of een goed en betaalbaar alternatief voor parkeren van voertuigen van bewoners kan worden gemaakt? Bijvoorbeeld door de bestaande garages hier beter voor te gebruiken. Een andere respondent vraagt of het parkeren weer gratis kan worden? Daarentegen benoemen drie respondenten het juist erg prettig te vinden dat het parkeren op het maaiveld verdwijnt, zodat hier kwalitatieve ruimte voor terug kan komen. Zij pleiten wel voor een goede parkeerregeling voor bewoners. En voor het ondergronds of inpandig parkeren.
Een respondent vraagt waarom niet alle parkeergelegenheid van het winkelcentrum ondergronds gemaakt kan worden, zodat de straten veiliger zijn. Twee reacties gaan over de locaties waar bijzondere parkeerplekken komen, bijvoorbeeld voor mindervaliden of mensen die slecht ter been zijn. De CVvE benadrukt dat voor het behoud van de kwaliteit van het winkelgebied het noodzakelijk is oplossingen te vinden voor de bereikbaarheid. Denk daarbij aan parkeeroplossingen voor auto’s, fietsen en andere typen van mobiliteit. Ook valt te denken aan oplossingen voor het laden en lossen van vrachtwagens bij het winkelcentrum. Het winkelcentrum heeft daarom geschikte parkeervoorzieningen in de directe omgeving nodig. Bovendien geeft de CVvE van winkelcentrum Boven ’t Y aan dat de overeenkomst met de gemeente over het aantal parkeerplaatsen op het Buikslotermeerplein het uitgangspunt blijft. De winkelfunctie van het winkelgebied blijft immers van belang. Hierbij passen volgens de CVvE goede parkeervoorzieningen. Het centrum moet ook tijdens de stadsontwikkeling operationeel en bereikbaar blijven. Antwoord Gemeente: Veel reacties gaan over de plekken van het toekomstig parkeren. Het uitgangspunt van de projectnota is dat het autoparkeren in de openbare ruimte zoveel mogelijk wordt verplaatst naar inpandige en eventueel ondergrondse voorzieningen met dubbelgebruik.
Op de nieuwbouwlocaties in de deelgebieden Centrumplein en Olof Palmeplein komen gebouwen met parkeerruimtes. Hiermee sluit de projectnota aan op het parkeerbeleid (Nota Parkeren) en de Agenda Autoluw. Een beperkt aantal plekken blijft in de openbare ruimte beschikbaar voor bijvoorbeeld mindervaliden plekken. Bewoners van het Olof Palmeplein zijn al in bezit van een vergunning. Die kunnen zij blijven gebruiken. Het exacte aantal parkeerplaatsen en de locaties daarvan bepalen we in de volgende fase. De projectnota toont aan wat de bandbreedte is van de 32
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
parkeervraag voor het nieuw programma en wat de oplossingsrichtingen zijn. In de volgende fase moeten we de oplossingsrichtingen verder uitwerken. De bereikbaarheid van het Buikslotermeerplein en Noord is een belangrijk aandachtspunt vanwege de ontwikkeling van stadsdeel Noord. De drukte neemt ook toe wanneer het Buikslotermeerplein succesvoller wordt als stadshart. Over het algemeen weten bezoekers en bewoners het Buikslotermeerplein goed te vinden met de auto. Het vergt een inspanning van zowel de gemeente als de partners in het winkelcentrum om bezoekers óók te enthousiasmeren voor het OV en de fiets. Dan houden we de bereikbaarheid op peil. Nu én in de toekomst. De gemeente start daarom samen met de CVvE van winkelcentrum Boven ’t Y een mobiliteitsonderzoek waarin alle mobiliteitsvormen aan bod zullen komen. Ook toekomstgerichte parkeeroplossingen zijn onderwerp van dit onderzoek. Bereikbaarheid van het winkelcentrum en andere voorzieningen moeten namelijk passend zijn bij het centrumgebied van Noord. Ook tijdens de stadsontwikkeling op weg naar de nieuwe toekomst. Op dit moment is er betaald parkeren op het Buikslotermeerplein. Dat is in lijn met het parkeerbeleid van Amsterdam. De gemeente gelooft dat betaald parkeren bijdraagt aan een bewuste afweging voor een vervoersmiddel.
Wanneer mensen dan vaker kiezen voor het openbeer vervoer, de fiets of lopen houdt dat de stad bereikbaar en leefbaar. Ook in de nieuwe garages en in de bestaande garages blijft betaald parkeren het uitgangspunt. Conclusie: de projectnota blijft op dit punt ongewijzigd.
2.8.3 Bereikbaarheid en toename verkeersdrukte Een viertal respondenten stelt vragen bij de toename van drukte op wegen rond het Buikslotermeerplein. Ze richten zich daarbij op verschillende tijdvakken: de huidige situatie sinds de sloop van het Waddenwegviaduct, maar ook op de toekomstige ontwikkelingen. Sommige respondenten ervaren dat de verkeersstromen rond het Buikslotermeerplein zijn toegenomen na de sloop van het Waddenwegviaduct. Dit leidt tot geluids- en verkeershinder. In enkele reacties wordt voorgesteld om de Waddenwegverbinding te herstellen en dit idee op te nemen in de nieuwe planvorming voor het Centrumplein. Een andere respondent benoemt dat na de sloop er nog geen helder plan ligt voor de rest van de weg rond het Buikslotermeerplein. Een bewoner van het Olof Palmeplein vraagt om veiligere wegen en goede handhaving wanneer de 30 km/u zone wordt ingevoerd. Een andere respondent vraagt hierbij aansluitend hoe de bereikbaarheid kan verbeteren en de verkeershinder beperkt blijft met de komst van veel nieuwe bewoners op het Buikslotermeerplein. De IJdoornlaan zou volgens enkele respondenten in zijn geheel moeten worden verlaagd. Alleen zo kan een levendige stadstraat worden gecreëerd. Zij vinden het verstandig om de noordflank van deze hoofdweg te reserveren voor onbekende latere ontwikkeling, bijvoorbeeld voor de aanleg van hoogwaardig openbaar vervoer (HOV).
Zij adviseren er voorlopig groen en bomen te laten groeien.
33
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Het creëren van verbindingen tussen buurten vanwege de ideeën van een ‘ongedeelde wijk’ doet volgens enkelen geen recht aan de stedenbouwkundige aard en geschiedenis van Noord. Antwoord Gemeente: Om de ontwikkelingen in het CAN-gebied mogelijk te maken is er in het Masterplan Centrumgebied Amsterdam Noord (2004) een nieuwe verkeersstructuur ontworpen. Belangrijke aanpassingen zijn: de realisatie van de ‘Botonde’ (aansluiting op de Nieuwe Leeuwarderweg), de aanleg van de Elzenhagensingel en de ontwikkeling van het Stationsgebied met het metrostation. De (inmiddels uitgevoerde) sloop van het Waddenwegviaduct is ook onderdeel van het nieuwe verkeersnetwerk voor het CAN-gebied. In het nieuwe raamwerk wordt het verkeer om het centrumgebied geleid. Het terugbrengen van de Waddenwegverbinding, dwars door het Buikslotermeerplein, past niet in de ambities om van het stadscentrum één geheel te maken en een aantrekkelijk verblijfsklimaat te creëren. Het centrumgebied blijft bereikbaar met de auto, maar parkeren gebeurt aan de randen van het gebied en in parkeergarages (inpandig of ondergronds). Vanwege de sterke groei die stadsdeel Noord nu en in de toekomst doormaakt, is de bereikbaarheid van dit stadsdeel onderzocht in het Mobiliteitsplan Noord (2021). De verwachting is dat Noord drukker wordt door de verschillende gebiedsontwikkelingen. Dat zal te merken zijn aan het verkeer.
Het Mobiliteitsplan Noord benadrukt dat lopen, fietsen en het OV het stadsdeel bereikbaar houden. Ook benoemt het Mobiliteitsplan maatregelen om het autogebruik te verminderen. De projectnota volgt het Mobiliteitsplan (2021) door de verbindingen met station Noord en ook de fiets- en voetpaden te verbeteren. De bereikbaarheid en doorstroming voor het autoverkeer is onderzocht. Het verkeersonderzoek (dat als bijlage bij de projectnota is opgenomen) laat zien dat het wegennetwerk de toekomstige uitbreidingen kan verwerken. De drukte valt binnen de geldende marges voor verkeerscapaciteit van deze wegen. De herprofilering van de weg Buikslotermeerplein aan de zuidzijde van het plangebied geeft een veiligere situatie voor alle weggebruikers. Ook de Th. Weeversweg zal op termijn worden vernieuwd. Deze verbindingen krijgen ook een nieuwe maximumsnelheid: 30 km/u. De verwachting is dat de verkeersveiligheid door deze maatregel flink verbetert vanwege de balans tussen verblijven en doorstromen. Ná het doorvoeren van het verkeersbesluit gaat de gemeente laten handhaven op verkeersovertredingen. Net als in de andere delen van de stad. Zie voor een andere toelichting over de IJdoornlaan het gemeentelijk antwoord bij 2.8.1. van de NvB. Vanwege de bereikbaarheid is het noodzakelijk dat er goede looproutes en fietsverbindingen zijn tussen het centrum en de omliggende wijken.
Om deze kwaliteitsslag te maken hoeft de stedenbouwkundige structuur niet te worden aangetast. Het Mobiliteitsonderzoek laat wel zien dat het noodzakelijk is om meer gebruik te maken van het openbaar vervoer, de fiets en wandelen om de bereikbaarheid en leefbaarheid de komende jaren op peil te houden. Conclusie: de projectnota blijft op dit punt ongewijzigd.
34
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
2.8.4 Reacties van de VRA en het GVB De Vervoersregio Amsterdam (VRA) en het Gemeentelijk Vervoersbedrijf (GVB) hebben beiden een zienswijze op de projectnota Buikslotermeerplein ingediend. Deze partijen werken samen met de gemeente Amsterdam aan het Mobiliteitsplan Noord (de overkoepelende aanpak voor de bereikbaarheid van Noord 2022 - 2040). Zij willen vanuit dit kader een aantal aandachtspunten meegeven over OV-verbindingen en –voorzieningen, fiets(parkeren) en veiligheid. Het GVB stelt dat een hoogwaardig OV-netwerk van belang is om in de pas te blijven lopen met de ontwikkelingen in heel Noord. De ambities uit de projectnota Buikslotermeerplein benadrukken het belang van goede bereikbaarheid des te meer. De VRA ondersteunt de ambitie om de auto uit het publieke domein te weren. VRA doet de suggestie om vrijkomende parkeerplekken voor auto’s in de openbare ruimte in de richten voor fietsparkeren. De VRA stelt daarbij de vraag op welke specifieke knelpunten de plusnetfietsroute langs de zuidzijde wordt verbeterd. De VRA wil in het vervolgproces graag meedenken over strategische plekken voor fietsparkeren. Voor de wijziging van de rijwegen naar een 30 km/u regime vraagt de VRA rekening te houden met het OV dat in de exploitatie uitgaat van 50 km/u. Ook hier blijven de GVB en VRA graag over in gesprek met de gemeente.
De VRA- en het GVB-kaarten ook de busvoorziening op het Olof Palmeplein aan. Nu is dit een halte voor twee buslijnen, een bufferplek en een eindstation. Het is voor deze respondenten cruciaal deze voorziening te handhaven bij de stadsontwikkeling. Daarnaast speelt de ambitie om deze busvoorziening uit te breiden met elektrische laadvoorzieningen en bijhorende laadzones in het kader van Zero Emissie Bus. Verder moet de locatie beter toegankelijk worden voor mindervaliden. Niet alleen de voorziening zelf, maar ook de looproutes ernaartoe vragen verbetering. Beide partijen willen graag met de gemeente onderzoeken hoe de veiligheid en toegankelijkheid van de busvoorziening kan worden uitgebreid. Antwoord Gemeente: De gemeente bevestigt dat thema’s in de zienswijzen van de VRA en het GVB relevant zijn voor de stadsontwikkeling van het Buikslotermeerplein. We hebben aandacht voor deze thema’s en de gemeente blijft daarover graag afstemmen met belanghebbenden. Op een aantal aandachtspunten geven we hieronder een toelichting. De verkeersstudie Buikslotermeerplein (onderdeel van de projectnota) sluit aan op het Mobiliteitsplan Noord. De twee onderzoeken gebruiken dezelfde VMA-basis (Verkeers Model Amsterdam) en gemeentelijke data. Het GVB en de VRA zijn nauw betrokken geweest bij het ontstaan van het Mobiliteitsplan.
Ook bij de vervolgstappen voor de stadsontwikkeling blijft afstemming tussen de gemeente en GVB & VRA belangrijk. De gehele zuidelijke rijweg van het Buikslotermeerplein krijgt een nieuw profiel vanaf de geplande verlaging van de rotonde bij de Waddenweg tot en met de hoogte van het Olof Palmeplein. Daardoor verbetert de gehele route langs het Buikslotermeerplein. Er wordt nog een vervolgstudie gemaakt naar het nieuwe profiel. Het Olof Palmeplein is deel van de stadsontwikkeling van het Buikslotermeerplein. Dit idee is al terug te vinden in het Masterplan CAN uit 2004. Het Olof Palmeplein krijgt van de drie deelgebieden de laagste dichtheid, waardoor de geplande volumes beter aansluiten op de
35
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
bestaande bebouwing. Het accent van de stadsontwikkeling ligt op woningbouw, maatschappelijke en buurtvoorzieningen. Binnen een van de bouwblokken is een nieuwe basisschool met buurtvoorzieningen voorzien. Dit bouwblok grenst aan een nieuw groen buurtplein. Het karakter van de blokken is gericht op de relatie met de openbare ruimte. Er komt ruimte voor groen-, zit- en speelplekken, kleine buurtgerichte functies en een nieuw ingerichte, autoluwe openbare ruimte. De zuidzijde van het Olof Palmeplein heeft een eindhalte voor bussen. De halte voldoet niet aan de eisen voor toegankelijkheid. Daarom moeten we deze ontwikkelen tot een verbeterde versie. De halte functioneert als buffer/wachtruimte voor bussen. Het idee is om deze halte in de toekomst uit te breiden met elektrische oplaadpunten voor bussen. Dit past ook in de Amsterdamse 2024-ambitie, waarbij het openbaar vervoer emissievrij is en overgaat op meer elektrisch rijden. De recente ruimteclaim vanuit het GVB en de VRA voor een grotere eindhalte voor de bus met elektrische laadvoorzieningen vanwege Zero Emissie Bus vraagt om een zorgvuldige inpassing. De gemeente wil met het GVB en de VRA onderzoeken hoe de grotere halte fysiek past binnen de stadsontwikkeling. Ook het verbeteren van de veiligheid en toegankelijkheid in relatie tot de Buikslotermeerplein weg (zuidzijde) is deel van het onderzoek.
Hierbij zal de beleidsnota ‘Inclusieve Mobiliteit’ worden betrokken. Conclusie: de projectnota blijft op dit punt ongewijzigd.
36
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Vergroenen 2.9 Groen Respondenten: 5, 6, 7, 8, 9, 11, 13, 14, 15, 16, 17, 19, 20, 21, 23, 24, 26, 27, 28, 30, 31, 36, 41, 48, 49 Er is slechts één persoon die aangeeft dat vergroenen niet hoeft: “stenen kunnen ook mooi zijn”. Alle overige respondenten vinden het vergroenen van het Buikslotermeerplein niet alleen belangrijk, maar ook nodig. Respondenten denken bij een groener Buikslotermeerplein aan uiteenlopende woorden. Voor de één betekent het rust. Een ander denkt aan een gezonde leefomgeving of aan biodiversiteit. Ook geeft iemand aan dat een groenere omgeving het veiligheidsgevoel vergroot. Meerdere respondenten geven aan dat zij het belangrijk vinden dat zo veel mogelijk bomen op het Olof Palmeplein behouden blijven. In een paar reacties wordt gevreesd dat het verlagen van de rotonde ten koste zal gaan van bomen. Volgens enkele respondenten gaat de komst van meer woningen niet goed samen met de ambitie om te vergroenen, omdat woningen automatisch zorgen voor veel meer stenen. En hoogbouw maakt het gebied misschien wel ongeschikt voor groen; donker en tochtig. Er is dan ook een zorg dat het niet gezelliger wordt op het toekomstige Buikslotermeerplein.
Ook geven enkele respondenten aan dat zij het belangrijk vinden dat er veel aandacht is voor de klimatologische uitdagingen van dit moment: zorg ervoor dat het Buikslotermeerplein goed bestand is tegen extreme regenbuien en hittestress. Zorg voor een grote variatie in biodiversiteit en trek een variatie van insecten aan door bomen, heesters, planten, kruiden en bloemen veel af te wisselen. Een van de respondenten vindt het vergroenen van daken en gevels een goed idee. Deze persoon ziet rietplanten op de daken wel zitten: “Als een knipoog naar regio Waterland”. Enkele respondenten zien het Buikslotermeerplein als de ideale plek om wat gekapte bomen uit Elzenhagen Zuid te compenseren binnen Centrumgebied Amsterdam Noord. Ook vragen enkele respondenten om een fontein of waterelement op het Buikslotermeerplein. Twee reacties pleiten voor meer stedelijk water in het gebied. In het verleden zijn kenmerkende watergangen gedempt. Gezien de kwaliteit van de openbare ruimte zouden deze waterlopen weer terug moeten worden gebracht. Ook wordt de fontein gemist op het horecaplein. Veel respondenten geven aan zich zorgen te maken over de kwaliteit van het nieuwe groen. Zullen het niet enkel wat bomen in plantenbakken worden vanwege het gewenste stedelijke karakter? Zij vragen zich af hoe de gemeente haar groene ambities uit gaat voeren.
Antwoord Gemeente: De gemeente wil dat er een gebalanceerd centrumgebied ontstaat op het Buikslotermeerplein. Dat wil zeggen dat plekken vol levendigheid en rust elkaar afwisselen. En dat gebouwen en openbare ruimte, met pleinen en parken met elkaar in evenwicht zijn. Waar mogelijk wil de gemeente groen behouden. Soms kunnen we groen verplaatsen. Soms planten we nieuw groen op
37
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
een andere plek. Niet alle planten of bomen overleven namelijk een verplaatsing. De gemeente wil in ieder geval dat er meer groen op het Buikslotermeerplein komt dan nu het geval is. Het idee is om in ieder geval een groen Centrumplein te maken waar uiteraard ook zitgelegenheden zijn. Het moet een combinatie worden van ‘gebruiksgroen’ en ‘ecologisch groen’. In ‘gebruiksgroen’ kunnen bewoners zitten, sporten en spelen. ‘Ecologisch groen’ is meer om te ervaren, zoals bijvoorbeeld groene gevels op gebouwen, groenstroken en plantvakken langs voeten fietspaden en bermen langs de weg. Verblijfs- en gebruiksgroen is er in vele soorten en maten. We kennen voorbeelden van een parkachtige inrichting met gras en bomen, een buurttuin met stadslandbouw, een speelveldje voor kinderen of een groene ontmoetingsplek voor mensen die van de rust willen genieten. Deze voorbeelden zijn niet vanzelfsprekend een goede combinatie met bijvoorbeeld een sportieve activiteiten of een druk, stedelijk plein met terrassen en diverse activiteiten. Van essentieel belang is dat de verschillende vormen van groen terugkeren in het ontwerp en op een goede, logische manier met elkaar zijn verbonden. Door woningen in hoogbouw onder te brengen blijft er ruimte voor kwaliteitsgroen. Dat kwaliteitsgroen draagt bij aan de gezellige sfeer op het Buikslotermeerplein.
Door nieuwe functies en betere verbinding tussen de pleinen en de omgeving van het Buikslotermeerplein verwachten we dat de levendigheid van het gebied toeneemt. Het uitgangspunt is dat het toekomstige Buikslotermeerplein prettige straten heeft en levendige pleinen, die zo groen mogelijk zijn. Het windklimaat is deel van toekomstige onderzoeken. De groene gevels en daken zijn opgenomen in de projectnota. Riet is wellicht minder geschikt om op daken te laten groeien. Hoe we ook de daken kunnen vergroenen met een variatie van planten (niet alleen sedum) maakt deel uit van toekomstige onderzoeken. De gebiedsontwikkeling biedt kansen om ook bestaande gebouwen en daken te verduurzamen. Dit duurzaamheidsaspect maakt zeker deel uit van de voorwaarden voor nieuwbouw. Dit moet wel passen met andere functies van daken. Op een dak met zonnepanelen is bijvoorbeeld minder variatie in begroeiing mogelijk. Een water-spel-element (fontein) met groenvakken is op dit moment in aanbouw op het plein van tussen metro- en busstation Noord en het Stadsloket Noord. De gemeente Amsterdam wil de bestaande groenstructuur van Noord verbinden met het plangebied Buikslotermeerplein. Hoe het kwalitatief groen er ongeveer uit kan komen te zien zal duidelijker worden verwoord en in beeld worden gebracht in de projectnota.
Conclusie: de projectnota wordt aangevuld met een duidelijkere beschrijving over wat kwalitatief groen eigenlijk is en hoe dit de verbinding met het omliggende gebied versterkt. Ook wordt de projectnota uitgebreid met beeldmateriaal om inzichtelijk te maken hoe gebruiksgroen en ecologisch groen er ongeveer uit zou kunnen zien. De thema’s waterberging, het tegengaan van hittestress en het creëren van biodiversiteit worden in het vervolg van planvorming meegenomen.
38
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
2.10 Schoon, Heel en Veilig Respondenten: 8, 10, 17, 28, 37, 41 Een aantal zienswijzen is te clusteren onder het thema Schoon, Heel en Veilig. Dit gaat enerzijds over het beperken van overlast tijdens (bouw-)werkzaamheden en anderzijds over hoe het gebied nu wordt ervaren door bewoners en bezoekers. Verschillende respondenten geven aan blij te zijn met het nieuwe groene plein. De ruimte geeft een veiliger gevoel. Wel is er een aantal aandachtspunten voor het beheer van de openbare ruimte. Het water bij het Stadskantoor is vaak erg vies, er zijn weinig vuilnisbakken en er mist een openbaar toilet. Het nieuwe gras zou verboden moeten zijn voor honden. Ook het marktplein kan verbeteren, door te handhaven op dump van afval in het riool en goede participatie met de ondernemers van de markt. Ook plaatst een respondent de kanttekening dat de verbeterde zichtlijnen met de sloop van de Bowling kunnen worden doorgetrokken, zodat het hier ’s avonds minder onveilig voelt. Ten slotte stelt een respondent dat mooie opgeknapte bestrating enorm zou bijdragen aan de beleving. Een respondent vraagt hoe de gemeente omgaat met bouwhinder; wat betekenen al de bouwplannen voor de mensen die al rond het winkelcentrum wonen? Antwoord Gemeente: De gemeente is blij om aan de reacties te merken dat de herinrichting in algemene zin door bewoners en bezoekers wordt gewaardeerd.
Aandachtspunten over de huidige staat van de openbare ruimte worden opgepakt door de collega’s van het beheer van de openbare ruimte. De ondernemers van de markt zijn belangrijke belanghebbenden voor het gebied, die inderdaad bij de inrichting van de openbare ruimte worden betrokken. In de definitieve inrichting van de openbare ruimte zal de gemeente zorgen voor betere zichtlijnen en een betere verbinding tussen station en winkelcentrum. De verwachting is dat de sociale veiligheid verbetert door het plein te verlevendigen met voorzieningen die ook in de avond toegankelijk zijn. Ook draagt goede verlichting bij aan het verbeteren van het veiligheidsgevoel. Binnen richtlijnen voor de openbare ruimte van de gemeente Amsterdam (Puccini) is het Buikslotermeerplein aangewezen als een bijzondere plek. Dit betekent dat in de definitieve inrichting wordt gewerkt met hoogwaardige bestrating die ook best bijzonder mag zijn. Voor alle (toekomstige) werkzaamheden in het gebied geldt dat deze een zorgvuldige planning en voorbereiding vragen. De bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie (BLVC) worden getoetst door de gemeente. Een aannemer moet in de aanvraag voor de WIORvergunning (Werken in de Openbare Ruimte) niet alleen zijn werkzaamheden beschrijven. Aannemers moeten toelichten hoe zij de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid waarborgen.
Ook moeten zij uitleggen hoe de omgeving wordt geïnformeerd. Uitgangspunt is dat de overlast zo veel mogelijk wordt beperkt. Dat neemt niet weg dat bouwwerkzaamheden hinder kunnen veroorzaken voor ondernemers, bewoners en bezoekers. Als u in de openbare ruimte constateert dat iets niet schoon, heel of veilig is (bijvoorbeeld waaivuil in het water, een volle afvalbak of een andere ongewenste situatie), dan verzoeken wij u een melding te maken op de website www.meldingen.amsterdam.nl. De juiste beheerorganisatie gaat
39
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
er dan mee aan de slag om de situatie te verbeteren. Als u uw emailadres en/of telefoonnummer vermeld wordt u op de hoogte gehouden van de voortgang van uw melding. Conclusie: de projectnota blijft op dit punt ongewijzigd.
2.11 Sport en Maatschappelijke voorzieningen Respondenten: 3, 25, 39 We verdelen de zienswijzen over het thema sport & maatschappelijke voorzieningen in een tweetal subthema’s: 1. Sportvoorzieningen 2. Maatschappelijke voorzieningen
2.11.1 Sportvoorzieningen De Sportraad van Amsterdam vraagt hoeveel woningen en in welk woonmilieu worden gebouwd. Ook wil de Sportraad weten: • Hoeveel vierkante meters binnen- en buitensport moet worden gerealiseerd volgens de sportnorm • Wanneer de oplevering van deze voorzieningen is voorzien en of er inschatting gemaakt van de (financiële) onzekerheden • Of intensivering van de bestaande sportvelden in de omgeving ook als alternatief wordt aangewend om aan de sportnorm te voldoen • Hoe wordt voorkomen dat de ruimte voor (anders) georganiseerde sport uiteindelijk aan de randen van de stad beland? • Kan de gemeente op basis van de sport-animocijfers aangeven welke toename kan worden verwacht in het aantal sporten? En waar deze sporters straks terecht kunnen? • Van welk soort nieuwe sportparkontwikkeling gaat het plan uit? Hoeveel banen en voor welke sportaanbieder(s) is het park bedoeld? Tot slot wil de sportraad weten welke sportaanbieders in de omgeving aanwezig zijn en of deze al zijn betrokken bij het ontstaan van de projectnota. En wat betekent de projectnota voor deze accommodaties? In een andere zienswijze wordt het idee geopperd om een sportveld met kunstgras in het plangebied op te nemen.
Antwoord Gemeente: In hoofdstuk 4 ‘Programma’ van de Projectnota staat het aantal woningen beschreven en bij het kopje ‘Maatschappelijke voorzieningen’ is een tabel opgenomen met een overzicht van de maatschappelijke functies, waaronder de sportvoorzieningen en het ruimtebeslag (afbeelding 4.3.4 op bladzijde 33). Om de sportopgave te berekenen is uitgegaan van 2.450 woningen in een centrum stedelijk woonmilieu. Dit resulteert in een opgave van 4.900 m2 sportterrein voor de georganiseerde buitensport. Het uitgangspunt is om tenminste 50% (2.450 m2) binnen het plangebied op te nemen. De sportvoorziening(en) op het Buikslotermeerplein moeten passen in een centrum stedelijk milieu. De sportvoorziening(en) zijn belangrijk als buurtfunctie. Daarbij
40
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
moeten ze ook geschikt zijn voor de gebruikers van de kantoren en jongvolwassenen. Een sportvoorziening op het Buikslotermeerplein moet passen bij de vraag naar ongeorganiseerde vormen van bewegen (urban sports) op het moment dat je het zelf kiest (on demand). Voor de overige meters investeert het project in sportvoorzieningen buiten het plangebied. Het project kan een financiële bijdrage leveren aan intensivering of uitbreiding van bestaande sportvoorzieningen in de buurt of aan de ontwikkeling van een nieuw sportpark. Bewoners van het plangebied Buikslotermeerplein kunnen dus ook sporten bij nieuwe of bestaande (uitgebreidere) sportaccommodaties in de buurt. Deze accommodaties in de omgeving hebben in veel gevallen nog ruimte en capaciteit voor intensiever gebruik. Van oudsher liggen sommige accommodaties aan de randen van de stad. Het plangebied Buikslotermeerplein heeft zo over het geheel een breed aanbod aan nabije sportmogelijkheden. In de volgende fase werkt de gemeente aan een Investeringsbesluit Centrumplein en het Stedenbouwkundig Plan. Hierin komt de invulling van sportvoorzieningen (binnen en buiten het plangebied) zeker aan bod. Zowel voor de binnensport als de buitensport. De gemeente werkt dan ook aan een ontwikkelstrategie om aan te tonen hoe deze binnen- en buitensportvoorzieningen worden gerealiseerd.
Voor de binnensport kan een combinatie met andere (maatschappelijke) voorzieningen in het plangebied mogelijk zijn. Voor de alles-in-één-school (die past bij het Olof Palmeplein) is het uitgangspunt is dat de gymzaal naschools ook te gebruiken is voor sport. In Centrumgebied Amsterdam Noord (CAN) verrijst in Elzenhagen Zuid een sporthal met drie zaaldelen en een gymzaal. Dus net buiten het plangebied Buikslotermeerplein, maar binnen CAN, ontstaat een aanzienlijke ruimte om de behoefte aan binnensport te vervullen. Een kaart van de sportaanbieders in Amsterdam is beschikbaar via https://kaart.amsterdam.nl/sport. De gemeente gaat in de vervolgfase de georganiseerde buitensport uitwerken. Overleg met de sportaanbieders in de omgeving over de toekomstige ontwikkeling van deze accommodaties is daarbij essentieel. Om in pas te blijven met de woningbouwontwikkelingen in de stad heeft de gemeente het Strategisch Huisvestingsplan Sport 2020-2023 opgesteld, kortweg ‘SHP’. In het SHP staat beschreven waar de komende jaren wordt geïnvesteerd in sportvoorzieningen. Deels worden bestaande sportparken verbeterd en deels worden nieuwe voorzieningen gerealiseerd. Het SHP wordt telkens geactualiseerd en aangepast op de voortgang van de woningbouwontwikkeling enerzijds en de vernieuwing/uitbreiding van sportparken anderzijds.
In de Stedenbouwkundig Plan wordt duidelijk waar en in welke vorm het sporten in de openbare ruimte een plek krijgen. Denk daarbij ook aan de buurtgerichte en wijkgerichte speelplekken. De samenhang tussen groen, pleinen, beweegaanleidingen in de openbare ruimte en sportvoorzieningen vormen samen een beweegstructuur. Net zo belangrijk hierin is de veilige en beweegvriendelijke verbinding van en naar de grote recreatieve plekken buiten Buikslotermeerplein, zoals het Baanakkerspark, het nieuwe Krijtmolenpark en het Noordhollandsch kanaal.
41
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Op dit moment zijn er twee bestaande, tijdelijk sportvoorzieningen op het Centrumplein: skatebaan ‘De Flipperkast’ en de BMX-pumptrack ‘de Oase’. Deze twee goed gebruikte plekken tonen nu al de waarde voor het gebied. De definitieve inrichting van het plein biedt een kans om voort te borduren op deze succesvolle initiatieven. Conclusie: De projectnota blijft op dit punt ongewijzigd.
2.11.2 Maatschappelijke voorzieningen Een van de respondenten vraagt zich af hoeveel scholen worden gerealiseerd, hoeveel leerlingen komen er per school en hoeveel buitenruimte komt er per school? Amstelring woonzorgcentrum Het Schouw pleit voor een goede verbinding van woonzorgcentrum met de omgeving, door • het gezamenlijk ontwikkelen van parkeerplaats P3; • woonzorgcentrum Het Schouw met het Olof Palmplein te verbinden; • een open verbinding van woonzorgcentrum Het Schouw met de aangrenzende buurt De Kleine Wereld. Tevens ziet Amstelring kansen om de welzijn- en zorgfunctie van het woonzorgcentrum te verstevigen in nieuwbouw. Amstelring wil voor senioren meer woonvormen aanbieden. Bijvoorbeeld met levensloopbestendige woningen. Samen met de gemeente wil Amstelring een moderne invulling geven aan het Huis van de Buurt. Zowel jongeren als ouderen van alle nationaliteiten en culturele achtergronden moeten hier terecht kunnen om deel te nemen aan activiteiten. Vanwege de groeiende vraag naar zorg voor demente ouderen wil Amstelring de huidige verpleeghuiszorg uitbreiden met extra plekken. Niet alleen in de vorm van een verpleeghuiszorg, maar ook daarbuiten in de directe omgeving en bij de mensen thuis.
Antwoord Gemeente: Volgens de gemeentelijke referentienorm moet in deze stadsontwikkeling rekening gehouden worden met één alles-in-één-school (gecombineerde opvang en onderwijs) van ca. 3.600m2 bvo, waarvan ca. 2.300m2 basisschool. De capaciteit van de basisschool zal in een later stadium worden bepaald. De totale buitenruimte bedraagt ca. 1.500m2 (exclusief fietsenstalling). Uitgangspunt is een school met 17 groepen, geschikt voor circa 400 leerlingen. Daarnaast hebben scholen in omliggende wijken nog ruimte voor extra leerlingen. In de vervolgfase van de planvorming is aandacht voor de verbinding van de bestaande en toekomstige maatschappelijke voorzieningen met de omliggende buurten. De parkeerplaatsen op P3 zijn voorlopig nodig vanwege de parkeervraag van het Buikslotermeerplein. Het woonprogramma zal ook in de volgende fase worden uitgewerkt, waarbij gezocht wordt naar aansluiting op de omliggende wijken en voorzieningen. Voor het Buikslotermeerplein is één (extra) buurtkamer nodig met een oppervlak van in totaal 120 m2 BVO. Deze buurtkamer moet een rol
42
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
vervullen bij de verbinding tussen ontwikkelgebied Buikslotermeerplein en omliggende buurten. De gemeente zal de invulling afstemmen op het bestaande Huis van de Buurt het Schouw. Conclusie: in de projectnota wordt de tekst over de alles-in-één-school aangevuld en verduidelijkt.
43
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
2.12 Overig Een aantal vragen ter verduidelijking en correcties: Vraag:
Antwoord:
Vraag: Antwoord: Vraag:
Antwoord:
Reactie:
Antwoord:
Vraag: Antwoord:
Vraag:
Antwoord:
Kan de Wieden bij de kenmerkende plekken en gebouwen in de projectnota op worden genomen? De Wieden speelt namelijk een belangrijke rol in de verbinding van met de noordelijke buurten met het Buikslotermeerplein. Er zijn kansen door het versterken van de water/groenstructuur en de langzaam verkeerroute. De gemeente vindt ook dat De Wieden een belangrijke rol speelt in de verbinding van de noordelijke buurten met het Buikslotermeerplein. De Wieden is echter al opgenomen onder ‘Kenmerkende plekken en gebouwen in de omgeving’ op pagina 13 van de projectnota, nummer 4. De legenda bij afbeelding 4.2.1. (p.24) over dichtheden is niet juist, het lijkt erop dat kleuren zijn omgewisseld. Klopt dat? De kleuren zijn inderdaad verwisseld. Dit wordt aangepast in de projectnota. Kan de naamgeving van de straten worden aangepast: de verlengde Werengouw en de achterstraat enigszins evenwijdig aan de IJdoornlaan? Kan de gemeente deze straten een eigen naam en postcode geven in plaats van het Buikslotermeerplein. De geplande woontorens aan deze straten vragen ook om een helder adres. Ook de middenstraat van het winkelcentrum leent zich voor een eigen straatnaam en nummering. Het hele gebied blijft wel Buikslotermeerplein heten. De gemeente wil de plannen eerst nog verder uitwerken, voordat straatnamen wijzigen.
In de volgende planfase, bij het maken van een stedenbouwkundig plan, worden de straten en bouwblokken bepaald. Daarna wordt gekeken naar het functioneren van de huidige straatnamen. De analyse van de projectnota over de omliggende buurten (de Kleine Wereld en Plan van Gool) gaat niet in op de voorzieningen die hier aanwezig zijn noch op de ontwikkelingen die in deze buurten zijn geweest. De projectnota bevat een bondige beschrijving van de omliggende buurten. Hoewel niet alle voorzieningen zijn omschreven, zijn deze wel in beeld bij de gemeente en meegewogen in het advies maatschappelijke voorzieningen (zoals de school). De afslag naar het benzinestation en naar de achterstraat Noordzijde moet behouden blijven en op het kaartje vermeld staan (pagina 35, afbeelding 4.4.1). De ontsluitingsweg ter hoogte van het tankstation, tussen IJdoornlaan en Buikslotermeerplein (noordzijde), blijft voorlopig behouden. De afbeelding is gecorrigeerd in de projectnota. Heeft de coöperatie als erfpachter van de openbare ruimte ook onderhoudsplicht? Zijn er afdoende afvalbakken geplaatst en wordt er geleegd? Is daar een organisatie voor? Het beheer in het winkelcentrum is in handen van de CVvE als erfpachter.
44
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Conclusie: waar nodig wordt de projectnota gewijzigd en/of verduidelijkt.
45
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Conclusies 3.1 Overzicht aanvullingen projectnota Hieronder staan de conclusies per thema nog eens opgesomd: Stedenbouw & architectuur: Op dit punt blijft de projectnota ongewijzigd. Hoogbouw: De projectnota krijgt een aanvulling met de beleidsuitgangspunten uit het geldende hoogbouwbeleid met een toelichting over de toepassing op het Buikslotermeerplein. Transformatie winkelcentrum: De projectnota krijgt een bredere omschrijving van het thema ‘werken’. Hieronder verstaan we niet alleen kantoren, maar ook (kleinschalige) bedrijfsruimtes. De alinea over ‘Kantoren’ krijgt daarom aanvullende tekst over bedrijfsfuncties. De projectnota krijgt een verwijzing naar de cultuurhistorische verkenning. Hiermee willen we recht doen aan de voorgeschiedenis van winkelcentrum Boven ‘t Y. Wonen De projectnota krijgt een uitgebreidere argumentatie in het hoofdstuk ‘Programma’ over de dichtheid van bebouwing en het bijhorende aantal woningen. Cultuur en levendigheid De projectnota blijft op dit punt ongewijzigd. Placemaking De projectnota blijft op dit punt ongewijzigd. Gebouw De Bowling De projectnota krijgt een aanvulling met enkele conclusies uit de ruimtelijke verkenning over het behoud van het Bowlinggebouw. Verkeer & bereikbaarheid De eisen van Plus en Hoofdnet fiets en een afbeelding van huidige en toekomstige netten worden opgenomen in de Projectnota.
Groen De projectnota krijgt een aanvulling met een duidelijkere beschrijving over wat kwalitatief groen eigenlijk is en hoe dit de verbinding met het omliggende gebied versterkt. Door beeldmateriaal toe te voegen aan de projectnota willen we begrijpelijk maken hoe ‘gebruiksgroen’ en ‘ecologisch groen’ er ongeveer uit kunnen zien. De thema’s waterberging, het tegengaan van hittestress en het creëren van biodiversiteit worden in het vervolg van planvorming meegenomen.
46
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Schoon, heel en veilig De projectnota blijft op dit punt ongewijzigd. Sport & Maatschappelijke voorzieningen De projectnota krijgt een aanvulling en verduidelijking van de tekst over ‘de alles-in-één-school’. Overig Twee afbeeldingen in de projectnota worden aangepast: • een kleurcorrectie van afbeelding 4.2.1. (p.24) • Een correctie van afbeelding 4.4.1 (p.35)
3.2 Planprocedure na vaststelling van de projectnota In de volgende planfase stelt de gemeente een stedenbouwkundig plan op voor de deelgebieden Centrumplein en Olof Palmeplein. Ook in deze fase zal de gemeente een participatietraject organiseren. De stedenbouwkundige plannen worden samen met een Investeringsnota voorgelegd aan de gemeenteraad. Parallel hieraan werkt de gemeente aan spelregels voor de Transformatie van het winkelcentrum. Ook werkt de gemeente door aan de herontwikkeling van de aanjagers, zoals ’t Warderschip en A1 kavel. Voor deze kavels zal eerst een afwijkingsprocedure worden doorlopen.