3. Nota van Beantwoording projectnota Buikslotermeerplein (anoniem).pdf
Tekst van het document
Nota van Beantwoording Projectnota Buikslotermeerplein
Vastgestelde versie
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Samenvatting Het Buikslotermeerplein bij metrostation Noord zal uitgroeien tot het hart van heel stadsdeel Noord. Het winkelcentrum verandert in een volwaardig stadscentrum met wonen, werken, winkels en voorzieningen. Het nieuwe centrum staat straks bekend om zijn levendigheid, groen en goede bereikbaarheid vanuit de stad en goede verbinding met de omliggende buurten. Er is ruimte voor nieuwe ideeën, bouwvormen en bijzondere (werk)functies. Het vergroenen en verlevendigen van het Buikslotermeerplein gaat stap voor stap. Zo kan het Buikslotermeerplein, als een puzzel, stukje voor stukje doorgroeien naar één buitengewoon stadshart. Dat duurt meerdere jaren. Er is daarom veel aandacht voor de leefbaarheid tijdens de bouw en tussen de bouwperiodes in. Aan de basis van dit nieuwe toekomstperspectief voor het Buikslotermeerplein ligt het ambitiedocument ‘Hart van Noord’ (december 2020), dat door eigenaren van het winkelcentrum Boven ‘t Y samen met Gemeente Amsterdam is opgesteld. Bij het bepalen van deze ambities hebben de belanghebbenden uit de omgeving hun ideeën geleverd. Na afronding van het ambitiedocument heeft de gemeente de projectnota Buikslotermeerplein opgesteld. De projectnota heeft vanaf 16 april 2021 tot en met 27 mei 2021 zes weken ter inzage gelegen, waarbij elke geïnteresseerde de mogelijkheid heeft gehad om een zienswijze in te dienen.
In totaal zijn er 49 zienswijzen ingediend. Veel mensen vinden het positief dat er nu eindelijk iets gaat gebeuren op het Buikslotermeerplein en zij vinden dat de projectnota een stap in de goede richting is. Over het algemeen vindt men dat er veel kansen liggen om het gebied beter te maken door nieuwe bebouwing en een andere inrichting van de openbare ruimte. Uiteraard zijn er ook vragen en kritische opmerkingen. De voornaamste opmerkingen kunnen we in twee groepen verdelen: • mensen willen weten wáár functies komen en hoeveel ruimte dit in beslag gaat nemen • mensen willen weten hoe het ontwikkeltraject er idealiter uit komt te zien. Op alle ontvangen zienswijzen formuleert deze Nota van Beantwoording (NvB) een reactie.
2
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
De inspraakreacties hebben geleid tot enkele aanvullingen of verbeteringen in de projectnota. De belangrijkste wijzigingen zijn: • •
• • • • •
• •
een aanvulling met de beleidsuitgangspunten uit het geldende hoogbouwbeleid en een toelichting over de toepassing op het Buikslotermeerplein, een bredere omschrijving van het thema ‘werken’. Hieronder verstaan we niet alleen kantoren, maar ook (kleinschalige) bedrijfsruimtes. De alinea over ‘Kantoren’ krijgt daarom een aanvullende tekst over bedrijfsfuncties; een verwijzing naar de cultuurhistorische verkenning. Hiermee willen we recht doen aan de voorgeschiedenis van winkelcentrum Boven ’t Y; een uitgebreidere argumentatie in het hoofdstuk ‘Programma’ over de dichtheid van bebouwing en het bijhorende aantal woningen; een aanvulling met enkele conclusies uit de ruimtelijke verkenning over het behoud van het Bowlinggebouw; een verduidelijking van de Plusnet en Hoofdnet fietsroutes in de huidige en definitieve situatie, en een beschrijving van de beleidsuitgangspunten voor deze twee routes. een aanvulling met een duidelijkere beschrijving over wat kwalitatief groen eigenlijk is en hoe dit de verbinding met het omliggende gebied versterkt. Door beeldmateriaal toe te voegen aan de projectnota willen we begrijpelijk maken hoe ‘gebruiksgroen’ en ‘ecologisch groen’ er ongeveer uit kunnen zien. een aanvulling en verduidelijking van de tekst over ‘de alles-in-één-school’. twee afbeeldingen in de projectnota worden aangepast: • een kleurcorrectie van afbeelding 4.2.1.
(p.24) • een correctie van afbeelding 4.4.1 (p.35)
3
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................. 5 1.1 Het plangebied en de deelgebieden .......................................................................................... 6 1.2 Participatie ................................................................................................................................ 7 1.3 Leeswijzer ................................................................................................................................. 9 Reacties op de projectnota ..................................................................................... 10 2.1 Stedenbouw & architectuur ..................................................................................................... 10 2.1.1 Stedenbouw en architectuur algemeen................................................................................. 10 2.1.2 Centrumplein ........................................................................................................................ 12 2.1.3 ‘t Warderschip ....................................................................................................................... 13 2.1.4 Olof Palmeplein ....................................................................................................................
14 2.2 Hoogbouw ............................................................................................................................... 14 2.3 Transformatie van het winkelcentrum ..................................................................................... 17 2.3.1 Winkelaanbod ....................................................................................................................... 17 2.3.2 Mengen: toevoegen van horeca, wonen en werken .............................................................. 18 2.3.3 Aanpak van de transformatie ............................................................................................... 20 2.3.4 Overige reacties .................................................................................................................... 23 2.4 Wonen .................................................................................................................................... 24 2.5 Cultuur en levendigheid .......................................................................................................... 26 2.6 Placemaking ............................................................................................................................ 27 2.7 Gebouw De Bowling ...............................................................................................................
28 2.8 Verkeer & bereikbaarheid ........................................................................................................30 2.8.1 Fietsroutes en fietsparkeren .................................................................................................30 2.8.2 Strategie voor het autoparkeren........................................................................................... 32 2.8.3 Bereikbaarheid en toename verkeersdrukte ......................................................................... 33 2.8.4 Reacties van de VRA en het GVB .......................................................................................... 35 2.9 Groen ...................................................................................................................................... 37 2.10 Schoon, Heel en Veilig .......................................................................................................... 39 2.11 Sport en Maatschappelijke voorzieningen............................................................................. 40 2.11.1 Sportvoorzieningen ............................................................................................................ 40 2.11.2 Maatschappelijke voorzieningen ........................................................................................
42 2.12 Overig ................................................................................................................................... 44 Conclusies............................................................................................................. 46
4
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Inleiding Het Buikslotermeerplein is één van de meest besproken plekken van Amsterdam Noord. Door de jaren heen verschenen talrijke plannen voor de ontwikkeling van dit bijzondere stuk Noord, die helaas niet of slechts gedeeltelijk zijn gerealiseerd. Het Buikslotermeerplein raakte door het uitblijven van investeringen achterop als centrum. Want wat in de jaren tachtig en negentig een ronkend ontmoetingspunt was van bewoners, winkeliers en bezoekers, verloor door de jaren heen haar aantrekkingskracht. Toch zijn er volop kansen voor het Buikslotermeerplein. Dat vindt niet alleen de gemeente. Ook bewoners en lokale ondernemers willen (weer) meer hart krijgen voor hun buurt. De gemeente Amsterdam heeft de afgelopen twee jaar uitgebreid gesproken met de bewoners, ondernemers, eigenaren, cultuurmakers, omwonenden, gebruikers en andere belanghebbenden van het Buikslotermeerplein. Iedereen wil een levendig en groen stadshart van Noord. Inmiddels is het Waddenwegviaduct gesloopt. Ook is gestart met een andere inrichting van het Centrumplein door het vergroenen en verbeteren van de fiets- en wandelroutes tussen het metrostation en het winkelcentrum. Eind 2020 heeft de gemeente samen met de eigenaren van het winkelcentrum en met ideeën vanuit de omgeving een nieuwe toekomstvisie geschreven voor het Buikslotermeerplein. Dit is het ambitiedocument ‘Hart van Noord’.
Alle betrokken partijen willen zich inzetten om het Buikslotermeerplein te verlevendigen en vergroenen. De ambitie is het Buikslotermeerplein te laten groeien naar een gemengd stadscentrum. Hier moet je niet alleen kunnen winkelen, maar ook wonen en werken. Daarbij horen ook (culturele) voorzieningen en een aantrekkelijke, groene openbare ruimte. Ook moet de verbinding met de omgeving verbeteren. Bovendien zijn er kansen om het gebied z’n eigenheid te laten behouden en versterken. Die eigenheid is terug te brengen tot een drietal diep verankerde overtuigingen: eerlijk, thuis en buitengewoon. Deze drie kernwaarden zijn belangrijk in het maken van keuzes voor het toekomstig Buikslotermeerplein. Het ambitiedocument Hart van Noord was voor gemeente Amsterdam de basis voor het opstellen van de projectnota. Met de projectnota wil de gemeente de uitgangspunten en kaders voor de toekomstplannen vastleggen. Normaal gesproken is het opstellen en vaststellen van een projectnota een ambtelijk proces. Om het Buikslotermeerplein door te laten groeien tot het stadshart van Noord is het belangrijk een grote variatie aan belanghebbenden te betrekken bij het maken van de toekomstplannen. Om die reden heeft de gemeente ervoor gekozen om deze projectnota vrij te geven voor inspraak. Net zoals bij andere publiekrechtelijke procedures in de bouw en gebiedsontwikkeling.
De projectnota heeft vanaf 16 april 2021 tot en met 27 mei 2021 zes weken ter inzage gelegen. Iedereen die zich betrokken voelt bij het Buikslotermeerplein kon daarop reageren. De gemeente heeft in totaal 49 zienswijzen ontvangen. Op al deze zienswijzen formuleert deze Nota van Beantwoording (NvB) een reactie. De projectnota wordt samen met de Nota van Beantwoording voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders. Als het College de projectnota eind 2021 heeft vastgesteld, werkt
5
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
de gemeente aan vervolgplannen voor de deelgebieden Centrumplein, Winkelcentrum en Olof Palmeplein. Deze volgende stap levert een investeringsnota op. In een investeringsnota staat niet alleen maar financiële informatie over de stadsontwikkeling. Het stedenbouwkundig plan is deel van de investeringsnota. In een stedenbouwkundig plan staat hoe een gemeente een gebied wil inrichten.
1.1 Het plangebied en de deelgebieden Het plangebied In de Projectnota en in deze Nota van Beantwoording spreken we vaak over ‘het Buikslotermeerplein’. Daarmee boedelen we het gebied binnen de grenzen van het project. Dat noemen we het plangebied. Het plangebied reikt grofweg van stadskantoor tot het Baanakkerpark. En aan de noordzijde is de IJdoornlaan de grens. Aan de zuidzijde vormt de weg ‘Buikslotermeerplein’ de grens. De IJdoornlaan zelf valt buiten het plangebied. De herinrichting van de weg ‘Buikslotermeerplein’ (tussen Loenermark en Jumbo) valt binnen het plangebied.
Afbeelding: het Buikslotermeerplein en de plangrens (rode arcering) van de gebiedsontwikkeling De deelgebieden In de projectnota benoemen we drie deelgebieden van het Buikslotermeerplein: Centrumplein, Winkelcentrum en Olof Palmeplein. De visie (Hart van Noord) zorgt ervoor dat er één groener en levendiger Buikslotermeerplein ontstaat. Binnen dat geheel zijn wel verschillende sferen merkbaar tussen de deelgebieden. Hieronder lees je daar meer over. Het Centrumplein Kenmerkend voor het deelgebied ‘Centrumplein’ is een groot, nieuw plein. Ongeveer zo groot als de Dam. Maar dan met water, gras, bomen en bloemen. Daaromheen komen gebouwen om te 6
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
wonen, werken of te recreëren. Denk aan sport, kunst & cultuur, horeca en ander amusement. Ook de gebouwen kunnen groener door de daken en de gevels te laten begroeien. Een ander kenmerk is het voormalige bowlinggebouw (‘de Bowling’). De gemeente onderzoekt nu of het gebouw (tijdelijk) kan blijven met een andere architectonische uitstraling en een nieuwe functie. Ook het flatgebouw ‘t Warderschip krijgt een andere uitstraling door een uitbreiding met nieuwe functies en nieuwe woningen. Aan de zijde van het winkelcentrum blijft natuurlijk de markt, want veel mensen genieten van deze aanvulling op het winkelcentrum. Het marktplein kan in de toekomst groener worden met bankjes en goede verlichting. Het parkeerdek P6 gaat plaats maken voor een gebouw met woningen en andere functies. En ook op parkeerterrein P1 (naast de bioscoop) kan op termijn worden gebouwd. Het Winkelcentrum Het winkelcentrum Boven ‘t Y kan binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur veranderen in een levendig stadscentrum met ruimte voor winkelen, maar óók voor wonen, werken, horeca, ontspanning en maatschappelijke functies. Parkeren doe je in de bestaande garages aan de randen van het Buikslotermeerplein of onder de gebouwen. Zo ontstaat ruimte om veilig te wandelen en te fietsen. Er komen nieuwe wandel- en fietsroutes.
Dat verbetert ook de verbinding met de omringende woonbuurten, zoals de Kleine Wereld en de Van Gool-buurt. Het Olof Palmeplein Het Olof Palmeplein is nu vooral bekend als het grote parkeerterrein bij de Albert Heijn. Het idee is dat dit plein zich kan ontwikkelen tot een groene, relaxte woonbuurt met maatschappelijke functies zoals een basisschool. Ook blijft dit de plek waar je op de bus stapt, die in de toekomst elektrisch gaat rijden.
1.2 Participatie Onder de vele direct en indirect betrokkenen bij het Buikslotermeerplein - eigenaren, winkeliers, bewoners, bezoekers - heerst teleurstelling over wat er de afgelopen vijftien jaar niet is gelukt. De gemeente heeft in 2019 nog altijd de wens om het Buikslotermeerplein te verlevendigen. Dan is er tijd en aandacht nodig om de uiteenlopende belanghebbenden weer bij het proces te betrekken en het vertrouwen te herstellen. De gemeente organiseert dan in 2019 twee bijeenkomsten. Er heerst teleurstelling onder de aanwezigen over het feit dat het scenario voor een regionaal winkelcentrum niet doorgaat. Tegelijkertijd sporen de aanwezigen de gemeente aan om de planvorming weer op te pakken. De meest gehoorde uiting is: “Er moet nu iets gebeuren met het Buikslotermeerplein”. De gemeente richt vervolgens de planvorming anders in. Door met zo veel mogelijk mensen van verschillende achtergronden en belangen in gesprek te gaan. Zo worden alle ideeën voor de toekomst van het Buikslotermeerplein verzameld. We noemen dit participatie. Enerzijds voert de
7
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
gemeente die gesprekken zo persoonlijk mogelijk. Zo is het mogelijk écht aandacht te besteden aan de standpunten, wensen en belangen. Anderzijds zijn stads(deel)brede dialogen georganiseerd waarin de belanghebbenden met elkaar in gesprek waren. Bewoners, ondernemers, eigenaren en gebruikers van het plein hebben zo ook inzicht in élkaars belangen gekregen 1. In deze gesprekken ontstaat daarnaast begrip voor de complexiteit van de opgave en zijn oplossingen bedacht die ieders belang kunnen dienen. Op pagina 56 van de projectnota is een uitgebreide verantwoording van de consultatie, participatie en communicatie van de afgelopen twee jaar opgenomen. Om de Amsterdammers te attenderen op de ambities voor het Buikslotermeerplein hebben we advertenties geplaatst in het Parool, het Noord-Amsterdams Nieuwsblad en op facebook. Hieronder leest u de bereikcijfers en andere resultaten uit de periode januari tot en met juni 2021: • • •
Parool Noord-Amsterdams Nieuwsblad Facebook
bereik: circa 179.000 lezers bereik: circa 30.500 lezers bereik: 78.349 advertentieweergaven unieke bezoekers: 19.461 2.184 klikken op bericht 86 likes
Het aantal unieke bezoekers van de publicatie van de projectnota op de website van de gemeente Amsterdam bedroeg 3.829 unieke bezoekers. De PDF van de projectnota werd 944 keer gedownload. Vanwege de corona-maatregelen was het helaas niet mogelijk mensen in het informatiecentrum InfoStek op het Buikslotermeerplein of het stadsdeelkantoor te ontvangen. We hebben daarom twee online vragenuren georganiseerd. Daarvoor hebben we in Teams 30 personen ontvangen en te woord gestaan over de projectnota.
1
U kunt dit teruglezen op https://www.amsterdam.nl/projecten/centrumgebied/overzichtprojecten/deelprojecten/buikslotermeerplein/ideeen-en-wensen-buikslotermeerplein/
8
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
1.3 Leeswijzer De ontvangen 49 reacties zijn even talrijk als gevarieerd. Om deze Nota van Beantwoording overzichtelijk te houden, hebben we de reacties verwerkt tot 12 thema’s. Elk thema is beantwoord in een aparte paragraaf. Daarbij is de opbouw van de projectnota aangehouden: Verrijken, Verbinden en Vergroenen. Per thema hebben we uit de ontvangen reacties de kern geformuleerd en een gemeentelijke reactie opgesteld. Sommige thema’s zijn verder verdeeld in specifieke onderwerpen. Op deze manier is het inzichtelijk over welke onderwerpen bewoners, organisaties zich uitspreken. En op welke wijze de gemeente hierop reageert. Tot slot sluit iedere paragraaf af met een conclusie. Hierbij staat of – en op welke wijze – het thema wijzigt in de definitieve projectnota. Een compleet overzicht van alle wijzigingen in de Projectnota is ook opgesomd in hoofdstuk 3 Conclusies van deze Nota van Beantwoording.
Verrijken • Stedenbouw & architectuur • Hoogbouw • Transformatie winkelcentrum • Wonen • Cultuur en levendigheid • Gebouw De Bowling • Placemaking
(paragraaf 2.1) (paragraaf 2.2) (paragraaf 2.3) (paragraaf 2.4) (paragraaf 2.5) (paragraaf 2.6) (paragraaf 2.7)
Verbinden • Verkeer & bereikbaarheid
(paragraaf 2.8)
Vergroenen • Groen (paragraaf 2.9) • Sport & Maatschappelijke voorzieningen (paragraaf 2.10) • Schoon, heel en veilig (paragraaf 2.11) Overig
(paragraaf 2.12)
De zienswijzen zijn in de beantwoording geanonimiseerd. In dat geval spreken we over respondenten. Namen van organisaties en bedrijven worden daarentegen wel genoemd. Een volledig overzicht van de respondenten is als bijlage bij deze Nota van Beantwoording opgenomen (zie ‘Bijlage 1’).
9
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Reacties op de projectnota Een groot deel van de respondenten vindt het positief dat de projectnota een basis vormt voor een overkoepelend plan voor het Buikslotermeerplein.
Verrijken 2.1 Stedenbouw & architectuur Zienswijzen nummers: 13, 26, 35, 36, 41, 42, 43, 48, 49
2.1.1 Stedenbouw en architectuur algemeen In een aantal zienswijzen wordt gereageerd op de hoeveelheid nieuwbouw in de projectnota. Deze respondenten zijn van mening dat minder bebouwing ook volstaat. Het Buikslotermeerplein mag niet te stenig worden, zoals het Waterlandplein. Respondenten vragen zich af waarom de gemeente zoveel woningen en andere voorzieningen mogelijk maakt op deze plek. Sommige respondenten zijn van mening dat er een einde komt aan de groei van de stad. Over de indeling in drie deelgebieden (Centrumplein, Winkelcentrum en Olof Palmeplein) bestaan uiteenlopende meningen. De CVvE vindt dat het indelen in deelgebieden niet strookt met de ambitie om het Buikslotermeerplein als één geheel te ontwikkelen. Ook zijn er reacties die juist pleiten voor een eigen identiteit per deelgebied, zelfs tot in de bestrating. Volgens deze respondenten zal het Buikslotermeerplein eerder profiteren van afwisseling in de vormgeving van gebouwen en openbare ruimte dan van één uitstraling voor het gehele gebied dat wordt opgelegd door een supervisor. Enkele reacties gaan over de architectonische uitstraling. Deze respondenten verzoeken de gemeente om hier te kiezen voor afwisseling in plaats van nog meer steen. Ook vragen zij om creatieve oplossingen om meer groen toe te passen. Verder vinden zij een goede samenhang tussen oud en nieuw belangrijk.
Qua architectuur mag het volgens een respondent spannender en ambitieuzer. De getoonde gebouwen in de Projectnota zijn tot dusver heel vierkant en stenig, vindt men. Er moet meer afgewisseld worden in vorm en materiaal. Volgens een andere reactie moet aandacht worden besteed aan het activeren en vergroenen van de daken. Denk bijvoorbeeld aan openbaar toegankelijke daktuinen of sportgelegenheden, die nu elders in de stad hun opmars maken. In enkele reacties wordt gepleit voor een architectonische samenhang tussen nieuwe woontorens en het bestaande winkelcentrum, zodat er geen bakstenen torens tussen aluminium en glazen winkelpuien gaan staan. Gevraagd wordt om een verduidelijking van de drie blokmodellen: Hof, Strip en Plint. Deze modellen lijken niet overal toepasbaar.
10
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Antwoord Gemeente: In 2004 heeft de gemeenteraad het Masterplan Centrumgebied Amsterdam Noord (CAN) vastgesteld. Hierin is de gemeentelijke ambitie opgenomen om van het CAN-gebied hét levendige centrum van Noord te maken; een kloppend hart voor Noord. Sindsdien zet de gemeente zich in voor een aanvulling op winkelcentrum Boven ’t Y met een mix van wonen, winkels en (culturele en maatschappelijke) voorzieningen in het plangebied Buikslotermeerplein. In de Structuurvisie 2040 is het Buikslotermeerplein benoemd als één van de belangrijke centrumgebieden in de stad. Het project Buikslotermeerplein sluit aan op beide thema’s uit deze structuurvisie; verdichten en transformeren waar mogelijk. Op 8 juli 2021 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld. Deze vervangt de Structuurvisie Amsterdam 2040 2. In de nieuwe Omgevingsvisie staat de herontwikkeling van het Buikslotermeerplein als stadscentrum beschreven, samen met twee andere stadsdeelcentra - Osdorpplein en Amsterdamse Poort - zodat Amsterdam evenwichtig kan blijven groeien als meerkernige stad. De groei van Amsterdam op plekken als het Buikslotermeerplein is belangrijk voor de stad, omdat er ruimte nodig is voor meer en betaalbare woningen. Daarbij horen ook voorzieningen, meer groen en aangename verblijfsplekken.
Zo versterkt óók de kwaliteit en eigenheid van het Buikslotermeerplein (en stadsdeel Noord). Eind 2020 heeft de gemeente samen met de eigenaren van het winkelcentrum een nieuwe toekomstvisie voor het Buikslotermeerplein geschreven, waarin de ideeën vanuit de omgeving zijn opgenomen. Dit is het ambitiedocument ‘Hart van Noord’. Deze gebiedsvisie vormt samen met de projectnota Buikslotermeerplein de basis voor verdere planvorming. Vanwege de eigendomssituatie is het plangebied Buikslotermeerplein in drie deelgebieden ingedeeld (Centrumgebied, Winkelcentrum, Olov Palmeplein). In de uitwerking van de deelgebieden zorgt de gemeente voor de samenhang tussen de overkoepelende thema’s. De projectnota is daarvoor de juiste kapstok. Het Buikslotermeerplein vormt stedenbouwkundig een geheel met verschillende accenten in de pleinen, bebouwing en dichtheid. In de volgende fase komt de vormgeving van de openbare ruimte en de architectuur aan bod. Een beeldkwaliteitsplan vormt het kader voor de architectuur. In het beeldkwaliteitsplan is aandacht voor punten die de respondenten noemen: • de relatie tussen bestaande gebouwen en nieuwbouw; • de relatie tussen de bebouwing en de publieke ruimte, inclusief de relatie tussen Buikslotermeerplein en omgeving; • het vergroenen van gebouwen. Dit past goed bij de ambitie uit de projectnota om meer groen toe te passen.
In paragraaf 2.9 van deze Nota van Beantwoording gaan we dieper in op alle reacties over het vergroenen van gebouwen en de openbare ruimte. De verschillende bloktypen Hof, Strip en Plint, worden in de projectnota genoemd om aan te geven welke gebouwvormen in de basis mogelijk zijn. De blokvormen zijn zodanig gekozen dat er altijd wel één optie passend is.
2 De Omgevingsvisie is te bekijken via de website: https://amsterdam2050.nl
11
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Conclusie: Op dit punt blijft de projectnota ongewijzigd.
2.1.2 Centrumplein Een aantal zienswijzen gaat specifiek over het Centrumplein. Een aantal respondenten ziet een grote uitdaging: het samenspel tussen het nieuwe, centrale plein met het cultuurgebouw aan de ene kant van het stadskantoor en aan de andere kant het Warderschip, het marktplein, de Bowling en de overige nieuwbouw bij het winkelcentrum. Er zijn ook respondenten die kansen zien in het toevoegen van bebouwing en programmering van pleinen in de juiste maatvoering en verhouding. Dit kan gevoelsmatig de afstand tussen metro en winkels verkleinen, waardoor het verleidelijk is om het Buikslotermeerplein verder te ontdekken. Gepleit wordt voor pleinen met een gebruiksfunctie en een duidelijk karakter: een cultuurplein waar ook de kermis kan landen. En een marktplein omringd door gebouwen en uitgerust met faciliteiten voor de kramen; aansluitpunten in de tegels, een opslag en plek voor afvalinzameling. Een groot, leeg plein wordt gezien als een gemiste kans om een aangename plek te maken waar mensen zich welkom voelen. Een buurtbewoner heeft een eigen ontwerp voor het Centrumplein ingediend. In het plan staat terugbrengen van de Waddenwegverbinding centraal, dat gedeeltelijk wordt overkapt en gedeeltelijk overbouwd. De weg wordt lokaal verhoogd om een poort te vormen naar het winkelcentrum.
De Waddenwegverbinding is volgens de indiener nodig omwille van een goede verkeersontsluiting van de omliggende buurten en het voorstel is in overeenstemming op wat in de Omgevingsvisie is aangemerkt als ‘een netwerk van stadsstraten en stadslanen’. De indiener wijst de gemeente erop dat de (inmiddels gesloopte) Waddenweg in de Omgevingsvisie staat opgenomen als stadsstraat. Antwoord Gemeente: Het centrale nieuwe plein van het deelgebied Centrumplein krijgt verschillende gebruiksdoeleinden. Het is in eerste plaats een belangrijke verbinder tussen het stationsgebied en het winkelgebied. Daarnaast is het een verblijfsplek met zowel een groen als stenig karakter. Op een aantal plekken komt ruimte voor evenementen. Op korte termijn (herfst 2021) wordt al ervaring opgedaan met het Cinekid festival. Of er ook een kermis gaat komen is in deze fase van de planvorming nog niet te zeggen. De gemeente stelt de gedane moeite van de betrokken buurtbewoner om een eigen plan te maken (inclusief illustraties) zeer op prijs. Hoewel een overkluizing van de Waddenwegverbinding overduidelijk tot spectaculaire architectuur zal leiden, is het terugbrengen van de Waddenwegverbinding niet aan de orde. Het Waddenwegviaduct is in mei 2020 gesloopt. Dit is juist gedaan om de verblijfskwaliteit te vergroten en de routes voor voetgangers en fietsers te verbeteren.
Ook heeft de verbinding verkeerskundig gezien zijn functie verloren. Door het verkeersnetwerk van het CAN-gebied rijdt het autoverkeer niet meer dwars door Centrumgebied Amsterdam Noord, maar langs de randen van het centrumgebied (hierover leest u meer in paragraaf 2.8).
12
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
De openbare ruimte van het Centrumplein krijgt de kenmerken van een ‘stadsstraat’, zoals deze staat omschreven in de Omgevingsvisie: hier concentreren zich publieksvoorzieningen en is naast verkeer ruimte voor ontmoeting en groen. Het binnengebied wordt autoluw om ruimte te bieden aan voetgangers en fietsers.
2.1.3 ‘t Warderschip Eigen Haard is één van de eigenaren in het wooncomplex ‘t Warderschip en geeft enkele aanbevelingen en opmerkingen mee in reactie op de toekomstige ontwikkeling van dit gebouw. Eigen Haard pleit voor samenhang tussen de bestaande bouw en de nieuwbouw. De nieuwe woontoren die de gemeente direct naast het gebouw wil realiseren brengt volgens Eigen Haard ook een vernieuwingsopgave mee van de bestaande bouw. Het is weliswaar een aparte ontwikkeling, maar bouwtechnisch en esthetisch blijven bestaande bouw en nieuwbouw met elkaar verbonden. Een eventuele vernieuwing van de bestaande bouw ziet Eigen Haard op korte termijn niet van de grond komen. Eigen haard pleit voor het vooraf regelen van zaken als beheer en onderhoud zodat eigenaren hier niet later in over in een discussie terecht komen. Eigen Haard neemt als deelnemer van de VVE niet automatisch de bijbehorende kosten van maatregelen op zich. Ook vragen zij aandacht voor bezonning van hun woningen en om een gedegen windonderzoek. Zij zien de woontoren liever ergens anders gepositioneerd vanwege het gebouwbeheer en de mogelijkheid tot toekomstige uitbreiding van de bestaande bouw. Over het beoogde programma heeft Eigen Haard ook enkele opmerkingen.
Om ruimte te bieden aan de stijgende vraag voor kwetsbare doelgroepen verzoekt Eigen Haard ook een deel sociale huurwoningen te realiseren in plaats van 100% middenhuur. Daarnaast verzoekt Eigen Haard de gemeente om te kiezen voor publieksfuncties in de onderste lagen van het gebouw die geen overlast veroorzaken. Ze verzoekt de gemeente om nachthoreca uit te sluiten, omdat er in het gebouw wordt gewoond. Om leegstand, verkrotting, overlast en oneigenlijk gebruik te voorkomen verzoekt Eigen Haard de gemeente in de procedure te borgen dat de beoogde koper van de Punt en ontwikkelaar van de Punt een haalbaar en uitvoerbaar plan zal maken. Ook vraagt Eigen Haard aandacht voor goede bereikbaarheid en leefbaarheid tijdens en na de werkzaamheden. Eigen Haard raadt de gemeente aan de eigenaren goed bij de verdere planvorming van het gebouw te blijven betrekken. Antwoord Gemeente: De gemeente ziet met de herontwikkeling van het gebouw ‘t Warderschip kans om zowel het plangebied Buikslotermeerplein als het gebouw ’t Warderschip een flinke impuls te geven. De gemeente heeft enkele uitbreidingsmogelijkheden onderzocht. Vervolgens heeft de gemeente geconcludeerd dat de variant met een woontoren-uitbreiding het beste aansluit op de nieuwe stedenbouwkundige uitgangspunten, terwijl de overige gebouwdelen behouden blijven.
De toren is zo gepositioneerd dat het gestalte geeft aan het centrumplein en het marktplein. Het markeert de plek en vormt een nieuw oriëntatiepunt op het Buikslotermeerplein. In de verdere planvorming van het gebouw volgen onderzoeken naar de effecten van wind en schaduw. Uiteraard worden de resultaten van deze onderzoeken besproken met de belanghebbenden. Ook voor de functies in op de begane grond (ookwel de plint genoemd) geldt het uitgangspunt dat deze goed moeten aansluiten op de omgeving (centrumplein en marktplein) en de bestaande
13
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
woningen in het gebouw. De gemeente vindt het in dit stadium nog te vroeg om een bepaald type horeca op voorhand uit te sluiten. Toch neemt de gemeente het advies om kritisch te kijken naar de toepassing van nachthoreca wel ter harte vanwege de mogelijke overlast op de woningen. Ook blijft de gemeente in overleg treden met de eigenaren en belanghebbenden over de toekomstige functies, voordat een definitieve keuze in de plannen voor ’t Warderschip wordt gemaakt. Momenteel werkt de gemeente aan de meest geschikte procedure om de herontwikkeling vorm te geven. De gemeente oriënteert zich op verkoop van het eigendom in het Warderschip. De precieze voorwaarden richting potentiële kopers worden nog uitgewerkt. De gemeente neemt het advies van Eigen Haard op dit vlak voor kennisgeving aan omdat dit niet onderdeel is van de voorliggende projectnota. Wel kan de gemeente toezeggen dat zij in de verdere planvorming de VVE en belanghebbenden nauw blijft betrekken.
2.1.4 Olof Palmeplein Een adressant wil weten welk deel van het Olof Palmeplein gaat worden bebouwd. Daarnaast pleit een adressant tot het beperken van de woningbouw op het Olof Palmeplein tot maximaal vier verdiepingen, vanwege de rust en het daglicht van de bestaande woningen. Antwoord Gemeente: In hoofdstuk 4 van de projectnota staan de plannen voor het Olof Palmeplein beschreven. In dit deelgebied wordt ingezet op woningbouw en maatschappelijke voorzieningen, parkeervoorzieningen en een nieuwe bijbehorende openbare ruimte. Het moet een gebied worden met hoofdzakelijk wonen, met maatschappelijke voorzieningen binnen handbereik. Het gebied zal daarom een andere dynamiek krijgen dan het drukkere Centrumplein en het Winkelcentrum. Afbeelding 4.1.2 in de Projectnota (pagina 24) laat de dichtheden zien op het Olof Palmeplein. De dichtheid is aangeduid met Floor Space Index (FSI) van 4 of lager. Dit betekent dat de bouwblokken gemiddeld vier lagen kunnen krijgen. De dichtheid in het deelgebied Olof Palmeplein ligt dus lager dan de overige deelgebieden (winkelcentrum & Centrumplein). Het Olof Palmeplein is óók aangemerkt als zoekgebied voor hoogbouw. Het gaat dan om hoogbouwaccenten van hoger dan 30 meter in een blok. Of hoogbouw mogelijk is op deze plek wil de gemeente in de vervolgfase (bij de uitwerking van het stedenbouwkundig plan) voor het Olof Palmeplein nader uitwerken.
Conclusie: Op dit punt blijft de projectnota ongewijzigd.
2.2 Hoogbouw Respondenten: 1, 5, 13, 15, 26, 34, 36, 37, 43, 46 Verschillende zienswijzen raken aan het thema hoogbouw. Deze lopen sterk uiteen. Enkele respondenten vinden dat hoogbouw het Buikslotermeerplein een opvallende skyline geeft. Het idee wordt geopperd om de skyline zo te ontwerpen dat deze vanaf OV-knooppunt Het Schouw (regio Waterland) zichtbaar is. Hierbij zouden torens van meer dan 100 meter (iemand noemt zelfs 145 meter) passend kunnen zijn, mits goed gepositioneerd. De vraag wordt dan ook
14
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
gesteld waarom het uitgangspunt van 70 meter hier als passend wordt gezien, waarom niet hoger? Volgens deze respondenten kan het Buikslotermeerplein wel een duidelijk herkenbaar icoon gebruiken. Bovendien biedt hoogbouw de mogelijkheid tot verdichting 3. Er bestaan twijfels of in het winkelcentrum met de huidige bouwstructuur het toevoegen van woontorens wel mogelijk is. Hiervoor zou in de ogen van enkelen een blok geheel moeten worden gesloopt voor nieuwbouw, om ook parkeergelegenheid mogelijk te maken. Een deel van de respondenten bevestigt dat hoogbouw ambitieus mag zijn in uitstraling en architectuur. Zorg ervoor dat er ruimte is om nieuwe oriëntatiepunten (landmarks) te ontwikkelen. Zij waarschuwen wel voor het plaatsen van massieve torens. Verder adviseren zij om balkons en daktuinen te maken. Eén respondent doet de suggestie van een EVA-toren als reactie op de ADAM-toren aan het IJ. De CVvE van winkelcentrum Boven ’t Y bepleit om elk type bebouwing mogelijk te maken en hoogbouw niet op bepaalde punten in het winkelcentrum uit te sluiten. Een ander deel van de respondenten heeft ook vragen en zelfs zorgen over het idee van hoogbouw. Verschillende reacties geven aan dat zij de hoogbouw graag zien aansluiten op de hoogte van de omgeving. Een omwonende geeft mee dat dit bij voorkeur niet hoger is dan vier lagen.
Te hoge gebouwen langs de randen van het plangebied (zoals bij kavel A1 en A5) zou het effect kunnen hebben van vestingmuren. Die geven dan juist het gevoel de omliggende buurten buiten te sluiten. De bestaande straten (die toch al stenig zijn) zouden te donker kunnen worden. Een deel van de omwonenden maakt zich bij hoogbouw ook zorgen over minder daglicht in hun woning. Ook zijn er zorgen over het uitzicht vanuit hun woning. De CVvE vindt dat elke type bebouwing (in het bijzonder hoogbouw) mogelijk moet zijn in het deelgebied Winkelcentrum. Deze partij wil niet dat de gemeente op voorhand locaties vaststelt waar hoogbouw is toegestaan of juist wordt uitgesloten. Vreeburg cs pleit voor ruimere bouwhoogtes dan 70 meter in het winkelcentrum. Volgens hen is het anders niet mogelijk om de beoogde 3.000 woningen uit het Ambitiedocument te bouwen. Antwoord Gemeente: De verschillende zienswijzen over het thema hoogbouw zijn typerend voor belangrijke afwegingen die de gemeente moet maken over de toekomst van het Buikslotermeerplein. Op dit moment is het nog niet duidelijk hoe de stadsontwikkeling precies gaat verlopen. Door de beschikbare ruimte op het Buikslotermeerplein te verrijken met stedelijke voorzieningen en woningen is de consequentie dat de ruimte intensiever wordt gebruikt.
In het winkelcentrum is ruimte om tussen de 1.200 en 1.800 woningen (met bijbehorende voorzieningen) bij te bouwen. Hoogbouw ligt dan voor de hand. Daarom is het gehele winkelcentrum aangewezen als zoekgebied voor hoogbouw. Verder is naast ’t Warderschip een locatie aangewezen voor een nieuwe woontoren. Een kaart met het zoekgebied is in de projectnota opgenomen op pagina 26.
3 Verdichten van de stad: binnen de beschikbare ruimte van de stad bouwen om die ruimte beter of
intensiever te gebruiken.
15
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Het geldende hoogbouwbeleid van Amsterdam is de Hoogbouwvisie 2011. Hierin was hoogbouw in het Centrumgebied Amsterdam Noord (CAN) nog niet voorzien. Volgens dit beleid is hoogbouw rond ov-knooppunten (30-60m) goed inpasbaar. Het Stationsgebied in CAN is daarom wel volgens de Hoogbouwvisie 2011 gerealiseerd. Bij belangrijke OV-knooppunten mag het zelfs hoger om een karakteristieke plek te marken vanwege de gewenste levendigheid. Ook voor het Buikslotermeerplein is er de wens om te verdichten en een herkenbare, dynamische stedelijke plek te markeren en het gebied te verlevendigen. In de Omgevingsvisie 2050 is hiervoor wel een richting opgenomen. Daar staat dat onder meer het Buikslotermeerplein als stedelijk centrum met hoogbouw kan bijdragen aan de verdichtingsopgave. Daarom is het Buikslotermeerplein (in lijn met hoogbouwbeleid) een geschikte locatie voor hoogbouw. Daar zijn wel voorwaarden aan verbonden. De belangrijkste uitgangspunten voor nieuw Amsterdams hoogbouwbeleid zijn, in lijn met het geldende beleid: • We spreken van hoogbouw bij gebouwen hoger dan 30 meter. • Bij elke bouwvorm staat de kwaliteit van de openbare ruimte en het leven op straat voorop. • We willen flink verdichten op plekken met hoge dynamiek en ontwikkeldruk. Dit zijn locaties direct grenzend aan het centrum en rondom de grote ov-stations. Hoogbouw kan een geschikte gebouwvorm zijn om te verdichten.
• We beschermen gebieden en landschappen van bijzondere waarde. • Elke stedenbouwkundige opzet vraagt om een specifieke inpassing van hoogbouw. Om richting te geven aan het schaalniveau van het Buikslotermeerplein bieden een aantal principes houvast: • Hoogbouw levert een bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte. • Hoogbouw maakt op een mooie manier deel uit van het stadssilhouet. • Er is een aangenaam verblijfsklimaat in de openbare ruimte rondom hoogbouw. • Het is fijn wonen en werken in hoogbouw. • Hoogbouw draagt bij aan een klimaatneutrale en circulaire stad. De projectnota heeft als voorlopig uitgangspunt dat hoogbouw tot 70 meter passend is op het Centrumplein. Het uitgangspunt is dat de hoogte vanaf het Stationsgebied afloopt richting het oosten (Olof Palmeplein). Hierbij is in het winkelcentrum een hoogte van 55 tot 70 meter voorstelbaar en op het Olof Palmeplein zelf een maximale hoogte van 40 meter. Bij het opstellen van het Stedenbouwkundig Plan stelt de gemeente specifiekere eisen op over de bouwhoogtes. Uitgangspunten zijn gekoppeld aan de passende dichtheden. Uitzonderingen zijn niet onmogelijk, maar moeten in de volgende fase goed onderzocht worden. Om hoogbouw op het Buikslotermeerplein te realiseren, is het noodzakelijk om rekening te houden met de bestaande bebouwing.
Er zijn nog verschillende onderzoeken nodig, voordat verdere stedenbouwkundige keuzes worden gemaakt. Denk aan wind- en bezonningsstudies. Ook hecht de gemeente aan een dialoog met de omgeving en belanghebbenden. De onderzoeken zullen uitwijzen waar hoogbouw mogelijk is. De gesprekken zijn belangrijk om te bepalen waar hoogbouw meer of minder wenselijk is.
16
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Conclusie: De projectnota krijgt een aanvulling met de beleidsuitgangspunten uit het geldende hoogbouwbeleid met een toelichting over de toepassing op het Buikslotermeerplein.
2.3 Transformatie van het winkelcentrum Respondenten: 6, 9, 13, 14, 16, 17, 18, 26, 28, 30, 31, 37, 40, 41, 43, 44, 45, 46, 48, 49 We verdelen de zienswijzen over het thema Transformatie van het winkelcentrum in een aantal deelonderwerpen: 1. 2. 3. 4.
Winkelaanbod Mengen: toevoegen van horeca, wonen en werken Aanpak van de transformatie Overige reacties
2.3.1 Winkelaanbod Meerdere reacties gaan over het verbeteren van het winkelaanbod. Dit moet een aantrekkelijker en levendiger gebied creëren. Er bestaan verschillende ideeën over het verbeteren van de winkelfunctie op het Buikslotermeerplein: • er moeten meer grote, toonaangevende winkels komen; • de kwaliteit van de winkels moet omhoog; • er moet meer variatie aan winkels komen, zowel in grootte als in type winkels Daarnaast moet er ook worden gekeken naar de omliggende gebieden. Over de grootte van het aantal winkelmeters lopen de meningen uiteen. Dat geldt ook voor de schaal en locatie van het winkelgebied. Sommige respondenten vinden dat het winkelgebied moet krimpen om te kunnen overleven. Anderen menen dat er juist ruimte moet zijn voor groei. Er gaan stemmen op om gebiedsgrenzen vast te leggen waarbinnen winkels wel mogen komen en waar niet. Een respondent oppert om het winkelgebied een stuk op te schuiven richting metrostation en het oostelijke deel van het winkelcentrum te transformeren naar woningen. Iemand anders vindt het juist goed dat detailhandel niet wordt doorgetrokken richting het station. De CVvE vindt dat het verminderen van winkels geen doel op zich moet zijn, maar het kan een gevolg van de stadsontwikkeling zijn. Het is voor de CVvE belangrijk dat de grenzen van het huidige winkelgebied worden vastgelegd en behouden.
Zo kan de kwaliteit van de winkels in stand blijven. Enkele respondenten vragen zich af of de gemeente al overeenstemming heeft bereikt met vastgoedeigenaren over verminderen van winkels om daarvoor in de plaats woningen en voorzieningen te ontwikkelen. Ook zijn er respondenten die het jammer zouden vinden als de kiosken verdwijnen. Zij vinden deze kleinschaligheid juist passen bij Amsterdam en goed voor de reuring op de pleinen.
Antwoord Gemeente: 17
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
De gemeente heeft met ondernemers en eigenaren van het winkelcentrum een intensief samenwerkingstraject doorlopen om tot het ambitiedocument ‘Hart van Noord’ te komen, met bijhorende afspraken voor het vervolg. Daarmee zetten we gezamenlijk de stip op de horizon voor de transformatie van winkelcentrum Boven ’t Y. De gemeente gaat echter niet over het winkelaanbod. Dat is aan de eigenaren en ondernemers van Boven ‘t Y. Wel biedt de gemeente ruimte voor verandering van het winkelcentrum door het opstellen van passende ruimtelijke kaders. Ook moet de gemeente de juiste procedures inrichten en begeleiden. De gemeente erkent de wens om de kwaliteit van, en afwisseling in het winkelcentrumgebied te verbeteren tot een gezonde mix van functies. Dit is ook een wens vanuit de partners van het ambitiedocument. Daarom heeft de gemeente met deze partners afgesproken om de winkelfunctie 4 nader te onderzoeken. Op pagina 33 van de projectnota staat deze afspraak vermeld. Zo moet duidelijk worden welke handvatten de eigenaren, ondernemers en gemeente gaan gebruiken om tot verbetering van het winkelaanbod (en kiosken) te komen en de leegstand tegen te gaan. De CVvE van winkelcentrum Boven ’t Y levert hierbij ideeën vanuit de eigenaren en winkeliers over het toekomstige winkelprogramma en de branchering van het winkelcentrum.
Omdat we deze stap nog met elkaar moeten zetten, is in de projectnota nog ruimte gelaten voor de oplossingsrichting voor de winkels. Over de schaal en de locatie van het winkelgebied heeft de gemeente samen met de eigenaren in het winkelcentrum enkele uitgangspunten in het ambitiedocument vastgelegd. Het uitgangspunt is dat er geen nieuw winkelprogramma buiten het deelgebied Winkelcentrum kan komen. Voor de verandering van het winkelcentrum wordt eerder uitgegaan van krimp dan van behoud van het aantal winkelmeters. Deze uitgangspunten zijn overgenomen in de projectnota. De huidige kiosken zijn onderdeel van het winkelcentrum. Zij zijn dus ook deel van het onderzoek naar het toekomstige winkelprogramma. Deze objecten zijn in erfpacht uitgegeven. Daarom gelden hiervoor dezelfde principes als de overige bebouwing. De gemeente faciliteert desgewenst een verandering in het winkelaanbod en helpt leegstand te voorkomen. Conclusie: de projectnota blijft op dit punt ongewijzigd.
2.3.2 Mengen: toevoegen van horeca, wonen en werken Over het algemeen wordt er positief gereageerd op de ambitie om meer functies toe te voegen aan het winkelgebied. Naast winkelen kan je er dan ook wonen, werken en vermaak vinden. Respondenten missen nog horeca in het winkelgebied. Ook ontbreekt het aan variatie in cafés, restaurants of leuke terrassen. Er zijn ook kritische opmerkingen. Het uitsluiten van de hotelfunctie wordt als niet wenselijk beschouwd. Sommige respondenten zijn van mening dat een hotel de stadsontwikkeling kan versterken en kan bijdragen aan de sociale veiligheid van een plek.
4 Een overzicht van de gemaakte afspraken is opgenomen als bijlage bij de projectnota, ‘Visie afspraken Hart van Noord’ (bijlage 1a).
18
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Opgemerkt wordt dat wonen en werkfunctie geen levendigheid toevoegen aan het gebied. Daarnaast wordt opgemerkt dat de hoeveelheid kantoren te hoog is ingeschat. Ook wordt gevraagd om een bredere invulling van het begrip ‘werken’. Er moeten andere vormen van werken worden opgenomen in het plan. Denk daarbij aan ambachten en de maakindustrie. Ook moeten de wensen vanuit de buurt een plek krijgen in de plannen. Bijvoorbeeld flexibele, creatieve werkruimtes in combinatie met horeca of een bazaar. De CVvE en Vreeburg cs vragen om een hogere dichtheid in het winkelcentrum dan nu in de projectnota is opgenomen. In het winkelcentrum zou een Floor Space Index (FSI) van minstens 6 mogelijk moeten zijn 5 - die ook verruilbaar is met omliggende panden. Voor deze partijen moeten er meer mogelijkheden voor hoogbouw zijn. Antwoord Gemeente: Horeca Op het Centrumplein zal veel ruimte zijn voor horeca, cultuur en vrijetijdsbesteding. In het Stedenbouwkundig Plan voor het Centrumplein krijgen die functies een duidelijke plek. In het huidige bestemmingsplan voor het bestaande winkelcentrum is al veel mogelijk. Bijvoorbeeld het mengen van functies met horeca. Ook de projectnota geeft de ruimte om horeca toe te voegen binnen het winkelcentrum. Hotels De projectnota volgt het vastgestelde Overnachtingsbeleid voor deze plek.
Vanwege het centrumstedelijk karakter en de gewenste functiemenging geldt op deze locatie een ‘Nee, tenzij’-regel voor de komst van een hotel. Hierbij kan worden overwogen medewerking te verlenen aan nieuwbouw, transformatie of uitbreiding. Dit gebeurt enkel wanneer het hotel een aantoonbaar exceptionele bijdrage levert aan zowel het innovatieve aanbod van verblijfsaccommodaties in Amsterdam, als aan het bijzondere aspect van het maatschappelijke, culturele of economische klimaat. Dit wordt getoetst met stappenplannen en criteria (buurtbetrokkenheid, duurzaamheid, sociaal ondernemen). Ook moet medewerking worden goedgekeurd door de adviesraad, voordat een vergunning aan kan worden gevraagd. Kantoren/werkfunctie Het Buikslotermeerplein is een aantrekkelijke plek voor kantoren en andere werkfuncties. Het ligt dichtbij een ov-knooppunt en is ook daardoor goed bereikbaar. De gemeente heeft in 2017 de Kantorenstrategie, en in 2019 het Kantorenplan 2019-2026 opgesteld. De hoeveelheid kantoren voor het Buikslotermeerplein heeft een maximum en is in lijn met het kantorenbeleid. Belangrijkste reden om een aanzienlijk kantorenprogramma in de projectnota op te nemen is dat er nog weinig kantoren zijn in Noord. Bovendien is het Buikslotermeerplein zeer geschikt voor een werkfunctie. Dit kan ook bijdragen aan de afwisseling en levendigheid op het Buikslotermeerplein.
Wonen en werken brengen activiteiten met zich mee, die nu nog niet veel aanwezig zijn in het gebied/winkelcentrum. Zij voegen levendigheid toe aan het gebied. Ook op momenten dat de winkels gesloten zijn. De gemeente erkent dat andere vormen van werken (in plaats van kantoor alleen) in relatie tot stadsdeel Noord een plek verdienen op het Buikslotermeerplein. De projectnota wordt daarom op dit punt aangevuld. 5
Dit betekent dat de bouwblokken gemiddeld zes lagen kunnen krijgen
19
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Naast de kantoorfunctie dichtbij het metrostation biedt het Buikslotermeerplein ook kansen voor nieuwe vormen van werken, zoals werken gecombineerd met wonen, winkelverkoop, het geven van educatie, maakindustrie en werken in (maatschappelijke) voorzieningen. Hiermee biedt de gemeente ruimte aan bedrijven met een sociaal-maatschappelijke insteek. Zo kan ook worden ingespeeld op de wensen in de directe omgeving. Dichtheden De dichtheid wordt in de projectnota uitgedrukt in Floors Space Index (FSI), oftewel ‘blokdichtheid’. Het getal drukt de verhouding uit tussen de totale oppervlakte in een gebouw (alle verdiepingen meegerekend) en het kaveloppervlak. Voor het winkelcentrum wordt een blokdichtheid van tussen de 4 en 6 aangehouden. De keuze voor een FSI van 4 tot 6 is gebaseerd op de referentiemilieus uit Koers 2025, zie ook 4.3 Programma. Er is een bewuste keuze gemaakt om: -
de hoogste dichtheid te concentreren rondom het Centrumplein (FSI 6), aansluitend op de dichtheden van de Stationsomgeving; - de dichtheid af te laten lopen naar het Olof Palmeplein vanwege de aansluiting op de omgeving. De reden om de dichtheid af te laten lopen is een gewenste subtiele overgang naar de bestaande bebouwing van het Olof Palmeplein. Wanneer een gelijke dichtheid van het Centrumplein en het winkelcentrum wordt toegepast, dan valt (stedenbouwkundig gezien) het Buikslotermeerplein uiteen in twee delen: Centrumplein & winkelcentrum en ‘de rest’ (Olof Palmeplein + bestaande bebouwing). Met de ambitie om het Buikslotermeerplein als één geheel te ontwikkelen, is een gelijke dichtheid onwenselijk. De breedte van de straatprofielen (variërend van 8 tot circa 15 meter) is een andere reden voor de keuze van de dichtheid van het winkelcentrum. Een te hoge blokdichtheid belemmert de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte. Het gewenste programma uit de projectnota kan met deze dichtheden worden bereikt. Hoogbouw is mogelijk bij ontwikkeling van het winkelcentrum. Zie paragraaf 2.2 Hoogbouw. Hier is opgenomen dat het gehele winkelcentrum zoekgebied is voor hoogbouw. Conclusie: de projectnota krijgt een bredere omschrijving van het thema ‘werken’. Hieronder verstaan we niet alleen kantoren, maar ook (kleinschalige) bedrijfsruimtes.
De alinea over ‘Kantoren’ krijgt daarom aanvullende tekst over bedrijfsfuncties. Op de onderwerpen Hotels en Dichtheden blijft de projectnota ongewijzigd.
2.3.3 Aanpak van de transformatie De zienswijzen over de stadsontwikkeling (transformatie) van het winkelcentrum komen vooral vanuit de eigenaren van het winkelcentrum. De CVvE, Jumbo en Vreeburg CS behoren tot de partijen die ook hebben meegewerkt aan het ambitiedocument. Zij plaatsen opmerkingen bij de projectnota over het gezamenlijke planproces en het toekomstige programma. Vreeburg CS en
20
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Jumbo/Eigen Haard dienen samen met hun zienswijze ook een initiatiefvoorstel in voor herontwikkeling op hun eigen kavels. De CVvE merkt op dat er duidelijke stedenbouwkundige kaders nodig zijn voor de ontwikkeling van het winkelcentrum. De gemeente moet deze kaders opstellen. Het ruimtelijk stedenbouwkundige kader dient te gelden als basis voor de transformatievoorstellen. Hierbij is de wens om zo veel mogelijk aan te sluiten bij bestaande eigendomssituaties. Ontwikkelingen kunnen ook buiten eventuele bepaalde contouren en afgebakende gebieden plaatsvinden indien daarmee de transformatie van het winkelcentrumgebied versneld en versterkt kan worden. De CVvE vindt de projectnota op dit onderdeel nog niet duidelijk genoeg en vindt het daarom te vroeg om de projectnota vast te stellen. De CVvE wil graag dat het Buikslotermeerplein als één geheel wordt ontwikkeld. Daarom vraagt deze partij om te vermijden dat er prioriteit wordt gegeven in de stadsontwikkeling aan een van de deelgebieden (Centrumplein, Winkelcentrum, Olov Palmeplein). De CVvE verwijst daarbij naar de afspraken in het ambitiedocument. De transformatie van het winkelcentrum en ontwikkeling van Centrumplein (waar de gemeente zelf op stuurt) zouden in dezelfde snelheid moeten verlopen. Er is volgens de CVvE al een aanbesteding gestart voor het Warderschip.
De CVvE vreest dat de gemeente hiermee een ongelijke voorrangspositie creëert (ook financieel) omdat de herziening van de erfpacht hoger zal uitpakken. Een oplossing ziet de CVvE in een uniform ijkmoment voor de bepaling van de erfpachtcanon. De partijen, die ook plannen hebben ingediend tijdens het opstellen van het ambitiedocument, vinden hun plannen niet één op één terug in de projectnota. Zij vragen zich af waarom de gemeente deze initiatieven niet heeft opgenomen in de nota en waarom deze initiatieven niet eerder zijn opgepakt. De CVvE vindt dat de gemeente mee moet werken aan initiatieven die afwijken van het gemeentelijke beleid, wanneer deze initiatieven bijdragen aan de transformatie van het winkelcentrum. Vanwege de economische haalbaarheid wil de CVvE ook onderzoek doen naar eventueel wijzigen van erfpachtcontracten. De CVvE en Vreeburg cs zijn geen voorstander van eisen op blokniveau met blokpaspoorten6. Volgens de CVvE maken deze de transformatie complex. Verder doen ze geen recht aan de eigendomssituaties op de kavels. Vreeburg cs is van mening dat het slechts mogelijk maken van ontwikkelingen op blokniveau onnodige beperkingen met zich meebrengt. De CVvE pleit daarom voor spelregels op kavelniveau. Die spelregels geven handvatten over de manier waarop functies kunnen worden toegevoegd aan het winkelcentrum.
Bewonersvereniging ANGSAW geeft het idee mee dat de transformatie van het winkelcentrum een 'bottom up' karakter zou kunnen krijgen door begeleiding van een commissie met lokale ondernemers, buurtbewoners en andere belanghebbenden. Hun idee is dat zo’n commissie goed kan functioneren met steun van de gemeente en een onafhankelijke gespreksleider. 6
Blokpaspoort: dit document beschrijft de gemeentelijke ambities, randvoorwaarden en uitgangspunten van het stedenbouwkundig plan. Dit geeft houvast aan eigenaren en projectontwikkelaars. Zij weten dan wat er binnen ieder bouwblok kan worden gebouwd en onder welke voorwaarden..
21
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
Antwoord Gemeente: Zoals eerder benoemd hebben de gemeente en eigenaren een intensieve samenwerking doorlopen om tot het ambitiedocument te komen. Vervolgens is de projectnota zo opgesteld dat de haalbaarheid van de stadsontwikkeling wordt aangetoond. De gewenste functies en bandbreedtes (de ‘wat’-vraag) passen in het plangebied Buikslotermeerplein. De gemeente constateert dat de concreet ingediende initiatieven nog te vroeg in het proces komen, omdat het ‘hoe’-vraag van de stadsontwikkeling nog niet is uitgewerkt. Het uitgangspunt voor ontwikkeling is: ‘Samen wat samen moet, alleen wat alleen kan’. Dit betekent dat de ontwikkeling van het Centrumplein doorgaat. Tegelijkertijd kan door worden gewerkt aan de transformatie van het winkelcentrum in het tempo dat de partners gezamenlijk weten te bereiken. Voor de hoe-vraag moeten Gemeente en eigenaren nog een traject doorlopen. De gemeente deelt de mening van de CVvE dat er voor de transformatie aanvullende spelregels en stedenbouwkundige randvoorwaarden nodig zijn. Zonder kader is het voor de gemeente niet mogelijk om in te gaan op individuele voorstellen, omdat het geldende bestemmingsplan dat niet toestaat. Voor de gemeente is dit een volgende stap na vaststelling van de projectnota. De projectnota geeft de grove kaders aan waarbinnen de stadsontwikkeling kan plaatsvinden. De projectnota is daarom noodzakelijk als basis.
De gemeente bereidt zich ondertussen voor op het vervolgtraject. Daarom wil de gemeente graag samen met de CVvE op korte termijn starten met de gezamenlijke onderzoeken. Te beginnen met het mobiliteitsonderzoek, waar ook het parkeervraagstuk deel vanuit maakt. De projectnota en het ambitiedocument vormen de gezamenlijke basis waarop deelgebieden worden uitgewerkt. De deelgebieden krijgen elk hun eigen planproduct. Daarbij zorgt de gemeente voor samenhang tussen de uitwerkingsplannen. Bijvoorbeeld door de toetsende rol van het team supervisors. Binnen deze deelplannen kunnen de gebieden in hun eigen tempo worden ontwikkeld. De functionaliteit van het winkelgebied tijdens de transformatie ziet de gemeente als grote uitdaging. Dat werkt de gemeente graag met de CVvE uit in de vervolgfase. Voor de transformatie van het winkelcentrum zijn de algemene beleidsregels voor transformatie en erfpachtwijzigingen geldig, zoals die ook in andere gebieden van Amsterdam gelden 7. De gemeente herkent het idee van een ongelijke voorrangspositie niet. Het erfpachtbeleid is uniform en marktconform. Wat er in theoretische zin zou kunnen gebeuren, is dat de marktwaarde van alle panden stijgt. De erfpachtwaarde zou dan als afgeleide ook stijgen, maar dat creëert geen ongelijke positie. De gemeente is sterk voorstander van een bloksgewijze aanpak vanwege een samenhangende transformatie.
De projectnota houdt naast transformatie op blokniveau ook rekening met transformatie op individuele kavels of een geschakeld plot. (Zie Projectnota p.63 ‘Ontwikkelstrategie’).
7
Deze regels staan op https://www.amsterdam.nl/ondernemen/vastgoedprofessionals/woningbouwtransformatie/
22
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling
Definitief Oktober 2021
De suggestie om de buurt te betrekken in de vorm van een begeleidingscommissie vindt de gemeente een interessant idee. We overwegen dit bij het opstellen van een participatie-aanpak voor de vervolgfase van de planvorming. Conclusie: de projectnota blijft op dit punt ongewijzigd.
2.3.4 Overige reacties Bewonersvereniging ANGSAW vindt dat de transformatie kansen biedt om leegstaande gebouwen te vervangen door groene beplanting. ANGSAW vindt ook dat de analyse van het winkelcentrum onvoldoende ingaat op de voorgeschiedenis van winkelcentrum Boven ‘t Y: de rol van de heer Doorman (VEBAN 8) en van architect Fledderus (die een stedenbouwkundige opzet bedacht met binnenhoven en een middenstraat voor de voetgangers. En de latere toevoegingen zoals de luifel, merktekens en torens). Door de voorgeschiedenis op te nemen in de projectnota kunnen alle ontwikkelingen beter in de tijdsgeest worden geplaatst. De projectnota haakt bijvoorbeeld niet in op de luifel, die het mogelijk maakt om ontspannen regenvrij te winkelen in de buitenlucht. De glazen luifel en de zitjes passen bij het winkelcentrum en bij Noord. Deze moeten in de transformatie behouden blijven, aldus twee respondenten. Antwoord Gemeente: De gemeente zal bij eigenaren in het winkelcentrum aandringen op vergroening bij de transformatie. De gemeente ziet hiervoor meerdere opties. Te denken valt aan groen op daken, gevels en in de openbare ruimte. De toepassing van groennormen bij transformaties, zoals die van het winkelcentrum, is lastig. De verhouding tussen bebouwing en openbare ruimte ligt al vast.