CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Nota van Beantwoording.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 15 juni 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststelling van beleidskader ‘Ruimte voor de Voetganger’ door de gemeenteraad (VN2023-014073)14.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van Beantwoording Inspraak en Consultatie Beleidskader Ruimte voor de Voetganger

Pagina 2 van 50

Inhoud 1 Inleiding en leeswijzer ............................................................................................................................................................................................. 4 2 Hoofdlijnen inspraakreacties en adviezen ............................................................................................................................................................... 8 3 Reactie op hoofdlijnen na de inspraak en de stadsdeeladviezen ............................................................................................................................. 9 4 Inspraak gegroepeerd per thema ........................................................................................................................................................................... 11 Thema 1 - Ambitie versus (on)mogelijkheden ................................................................................................................................................... 11 Thema 2 - Steun ...............................................................................................................................................................................................

13 Thema 3 – Welk probleem lost deze norm eigenlijk op? ................................................................................................................................... 14 Thema 4 - Bied ruimte voor maatwerk ..............................................................................................................................................................15 Thema 5 – Gevolgen voor terrassen ................................................................................................................................................................. 16 Thema 6 - Inrichtingsklachten + wensen .......................................................................................................................................................... 18 Thema 7 - Uitwerking/toepassing na vaststelling ............................................................................................................................................. 19 Thema 8 - Aanvullende wensen/suggesties/vragen .......................................................................................................................................... 20 5 Reactie op adviezen stadsdelen per stadsdeel ......................................................................................................................................................

25 Inwinnen van advies bij de stadsdelen.............................................................................................................................................................. 25 Stadsdelen zijn overwegend positief................................................................................................................................................................ 25 STADSDEEL CENTRUM .................................................................................................................................................................................. 26 STADSDEEL NIEUW-WEST ............................................................................................................................................................................. 29 STADSDEEL NOORD ...................................................................................................................................................................................... 32 STADSDEEL OOST..........................................................................................................................................................................................

34 STADSDEEL WEST ........................................................................................................................................................................................... 37 STADSDEEL ZUID ........................................................................................................................................................................................... 41

Pagina 3 van 50

STADSDEEL ZUIDOOST ................................................................................................................................................................................. 48 Aangepast beleidskader (bijlage) ............................................................................................................................................................................ 50 Uitgebrachte adviezen stadsdelen (bijlage) ............................................................................................................................................................. 50 Inspraakreactie op verzoek integraal opgenomen (bijlage)...................................................................................................................................... 50

Pagina 4 van 50

1 Inleiding en leeswijzer Voor u ligt de Nota van Beantwoording op de ingediende inspraakreacties/adviezen op het beleidskader Ruimte voor de Voetganger. Dit beleidskader is voor consultatie gestuurd naar de stadsdelen en is vrijgegeven voor inspraak op 17 februari 2020. De terinzagelegging en de inspraakperiode zijn aangekondigd op de gemeentelijke website, via diverse (social) media en middels een persbericht. Het beleidskader was voor iedereen via de gemeentelijke website in te zien en te downloaden. Op verzoek is aan enkele personen een uitgeprinte versie van het beleidskader gestuurd. Inspraakreacties/adviezen konden schriftelijk en digitaal worden ingediend. In totaal zijn 133 inspraakreacties ontvangen, alsmede 7 adviezen van de stadsdelen. De inspraak was ruim halverwege toen de eerste ‘intelligente lockdown’ vanwege corona inging in maart 2020. Er is tijdens de inspraakperiode gekozen om met name met het oog op de horeca-ondernemingen de inspraakperiode te verlengen tot 17 april 2020. Het vervolg van het proces is daarna uitgesteld, daarover is op 2 juli een raadsinformatiebrief (link) naar de gemeenteraad gestuurd. Uiteindelijk heeft het vorige college ervoor gekozen om het beleidskader Ruimte voor de Voetganger niet meer ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad. Deze keuze is toegelicht in een tweede raadsinformatiebrief.

In deze Nota van Beantwoording (NvB) heeft het college van B&W de inspraakreacties en stadsdeeladviezen beantwoord. Vanwege de veelheid aan reacties en de grote overlap tussen reacties hebben we gekozen om de beantwoording in deze NvB thematisch te groeperen. Zie daarvoor hoofdstuk 3. De reactie van het college op de adviezen van de stadsdelen is per advies apart gegeven. Zie daarvoor hoofdstuk 4. Per (thematische) opmerking en per advies is een reactie gegeven gevolgd door een conclusie over hoe de inspraak verwerkt wordt in het beleidskader. Tevens is een aantal zaken naar aanleiding van de inspraak nader toegelicht. De reacties van bewoners en individuele bedrijven zijn anoniem gemaakt. De reacties van belangengroepen en bedrijfsinvesteringszones (BIZ) zijn wel te herleiden. Hierna staan de bewoners, bedrijven en belangengroepen vermeld die schriftelijk en of digitaal hebben gereageerd. Enkele insprekers verzochten om hun reactie integraal op te nemen in de NvB. Aan dat verzoek geven we gehoor in bijlage 3. De overige inspraakreacties zijn op aanvraag geanonimiseerd beschikbaar.

Pagina 5 van 50

Nummer

Naam

Ontvangen dd.

Soort

Nummer

Naam

Ontvangen dd.

1

18-2-2020

67

16-4-2020

2

19-2-2020

68

16-4-2020

3

20-2-2020

69

16-4-2020

4

20-2-2020

70

16-4-2020

5

21-2-2020

71

16-4-2020

6

23-2-2020

72

16-4-2020

7

24-2-2020

73

16-4-2020

8

27-2-2020

74

16-4-2020

9

27-2-2020

75

16-4-2020

10

1-3-2020

76

16-4-2020

11

2-3-2020 16-4-2020

77

16-4-2020

78

16-4-2020

12

2-3-2020

79

16-4-2020

13

9-3-2020

80

16-4-2020

14

18-3-2020

81

16-4-2020

15

20-3-2020

82

16-4-2020

16

27-3-2020 1-4-2020

83

16-4-2020

84

16-4-2020

BIZ

17

30-3-2020

85

16-4-2020

18

31-3-2020

Wijkcentrum

86

16-4-2020

19

2-4-2020

87

16-4-2020

20

2-4-2020

88

16-4-2020

21

2-4-2020

89

16-4-2020

BIZ

Soort

Belangenvereniging

BIZ

BIZ

Pagina 6 van 50

22

2-4-2020

90

16-4-2020

23

3-4-2020

91

16-4-2020

24

3-4-2020

92

16-4-2020

25

7-4-2020

93

16-4-2020

26

94

16-4-2020

27

7-4-2020 9-4-2020 8-4-2020

95

16-4-2020

28

9-4-2020

96

16-4-2020

29

9-4-2020

97

17-4-2020

30

9-4-2020

98

17-4-2020

31

10-4-2020

99

17-4-2020

Belangenvereniging

32

10-4-2020

100

17-4-2020

Belangenvereniging

33

10-4-2020

101

17-4-2020

34

10-4-2020

102

17-4-2020

35

10-4-2020

103

17-4-2020

36

11-4-2020

104

17-4-2020

BIZ

37

12-4-2020

105

17-4-2020

BIZ

38

12-4-2020

106

17-4-2020

39

12-4-2020

107

17-4-2020

40

13-4-2020

108

17-4-2020

41

13-4-2020

109

17-4-2020

42

13-4-2020

110

17-4-2020

43

14-4-2020

111

17-4-2020

44

14-4-2020

112

17-4-2020

45

14-4-2020

113

17-4-2020

46

14-4-2020

114

17-4-2020

47

14-4-2020

115

17-4-2020

48

14-4-2020

116

17-4-2020

Belangenvereniging

BIZ Belangenvereniging

Belangenvereniging

Belangenvereniging

Belangenvereniging

Belangenvereniging

Pagina 7 van 50

49

14-4-2020

117

17-4-2020

50

14-4-2020

118

17-4-2020

51

14-4-2020

119

17-4-2020

52

15-4-2020

120

17-4-2020

53

15-4-2020

121

17-4-2020

54

15-4-2020

122

17-4-2020

55

15-4-2020

123

17-4-2020

56

15-4-2020

124

17-4-2020

57

15-4-2020

125

17-4-2020

58

15-4-2020

126

17-4-2020

59

15-4-2020

127

17-4-2020

BIZ

60

15-4-2020

128

17-4-2020

Belangenvereniging

61

15-4-2020

129

17-4-2020

62

15-4-2020

130

17-4-2020

63

15-4-2020

131

17-4-2020

64

15-4-2020

132

17-4-2020

65

15-4-2020

133

17-4-2020

66

15-4-2020

BIZ

Belangenvereniging

Pagina 8 van 50

2 Hoofdlijnen inspraakreacties en adviezen Inspraakreacties en adviezen stadsdelen 

In een 30-tal reacties, veelal van bewoners en belangengroepen, is men positief over het kader, maar wordt om meer ruimte of aandacht voor de voetganger gevraagd. Zij geven suggesties voor aanscherping en aanvulling van het voetgangersbeleid en pleiten bijvoorbeeld voor het maken van een uitvoeringsprogramma. Er zijn ongeveer 90 reacties van horecaondernemers (vaak met meerdere vestigingen), ondernemersverenigingen, bedrijfsinvesteringszones (BIZs) en ook enkele bewoners binnen gekomen waarin zij aangeven zich zorgen te maken over de gevolgen van het kader voor terrasruimte en daarmee voor de bedrijfsvoering van de horeca en de levendigheid op straat. Men pleit mede vanwege corona voor uitstel, en geeft daarbij vaak aan überhaupt geen noodzaak te zien voor dit beleidskader, of het onwenselijk te vinden om strengere normen voor voetgangersruimte vast te stellen. De adviezen van de stadsdelen zijn overwegend positief, waarbij de stadsdelen diverse praktische zaken benoemen voor nadere uitwerking.

Corona In beide groepen reacties werd vaak verwezen naar de situatie vanwege corona. Enerzijds om erop te wijzen dat méér ruimte voor de voetganger noodzakelijk is, anderzijds om erop te wijzen dat méér ruimte voor terrassen noodzakelijk is. Ook werd er veel geklaagd over de timing van de inspraak. Velen hoorden blijkbaar van het voorgenomen beleid ná ingang van de lockdown half maart. Er is toen gekozen om de inspraakperiode te verlengen. Tijdens de inspraak is gevraagd om ‘coronanormen’. Daarvoor was destijds een “Menukaart” met tijdelijke maatregelen vastgesteld. In het beleidskader Ruimte voor de Voetganger gaan we uit van de ‘normale’ situatie. Los van corona is er ruimte nodig voor voetgangers en voor andere functies. In het beleidskader Ruimte voor de Voetganger stellen we bewust geen speciale ‘coronanormen’ vast. Ook voor andere beleidskaders en normen hebben we dit niet gedaan. Wél houden we altijd de flexibiliteit om af te wijken van het vastgestelde beleid als de situatie daarom vraagt.

Pagina 9 van 50

3 Reactie op hoofdlijnen na de inspraak en de stadsdeeladviezen 3.1 Het beleidskader is een kaderstellend document In dit beleidskader Ruimte voor de Voetganger zijn normen vastgesteld voor de breedte van voetpaden. Het is geen uitvoeringsbesluit, maar een kaderstellend document dat gebruikt moet worden in projecten, net als diverse andere kaders. Voor de breedte van bijvoorbeeld fietspaden of rijbanen bestaan al landelijke richtlijnen, die door het CROW (www.crow.nl) zijn opgesteld. Voor voetpaden, net als voor bijvoorbeeld fietspaden staat het Amsterdamse vastgestelde beleid in het Beleidskader Verkeersnetten. Dit kader gaat echter niet concreet in op de breedte van voetpaden. Daarnaast zijn er uitvoeringsplannen om te zorgen voor meer ruimte voor de voetganger, die o.a. in de Agenda Amsterdam Autoluw staan, maar uitvoering vindt feitelijk plaats via alle projecten waarbij de openbare ruimte wordt verbeterd.

3.2 Beleid is deels van toepassing op bestaande situaties en op nieuwe situaties In de inspraakversie van Ruimte voor de Voetganger stond dat de maatvoeringen ook betrekking zouden hebben op bestaande situaties. Alle belangen afwegende is er gekozen om dit beleidskader te richten op nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt dat we bij de plaatsing van bestaande en nieuwe objecten van ondernemers en bewoners de regels voor de vrije doorloopruimte hanteren van de stadsdelen. Het gaat dan om regels voor terrassen, winkeluitstallingen, bloempotten en gevelbanken, etc. Voor de plaatsing van nieuwe gemeentelijke objecten zoals fietsenrekken geldt na vaststelling van het beleid in bestaande situaties wel een vrije doorloopruimte van 2,0 meter. Bij nieuwe situaties gaat het om herinrichtingen en integrale herverdelingen van ruimte in straten (integrale herverdelingsplannen). Bij dat laatste kan ook gedacht worden aan nieuwe terrassenplannen. In deze nieuwe situaties geldt een minimale vrije doorloopruimte van 2,0 meter. Bij drukke situaties geldt conform Ruimte voor de Voetganger dat meer vrije doorloopruimte nodig is.

3.3 We leggen met het beleidskader vast hoeveel ruimte de voetganger nodig heeft Conform de wens van de gemeenteraad (Agenda Amsterdam Autoluw, 2020) streven we overal naar 2 meter vrije doorloopruimte. Als het drukker is, is er meer ruimte gewenst. Zoals in de vorige paragraaf aangegeven geldt dit voor nieuwe situaties.

Pagina 10 van 50

3.4 Voor nieuwe situaties geldt een minimale vrije doorloopruimte van 2,0 meter De minimale maatvoering uit Ruimte voor de Voetganger is aangepast ten opzichte van de inspraakversie. Vanuit de inspraak werd duidelijk dat er veel ‘ruis op de lijn’ ontstaat door het hanteren van 2,0 meter als minimum voor objecten en 1,80 meter als een absolute ondergrens. Aangezien deze maatvoering in het beleid zoals dat nu voorligt hoofdzakelijk voor nieuwe situaties (herinrichtingen en integrale herverdelingsplannen) geldt, is het realiseren van 2,0 meter vrije doorloopruimte in veel gevallen mogelijk. Daarmee is 2,0 meter als ondergrens gesteld en is de norm van 1,80 meter komen te vervallen.

 In het beleidskader wijzigen we het volgende:  1) We veranderen de normen en de onderbouwing die in de inspraakversie waren opgenomen voor bestaande situaties en geven aan dat in nieuwe situatie altijd 2,0 meter vrije doorloopruimte wordt vereist in plaats van een absoluut minimum van 1,80.  2) We nemen expliciete verwijzingen op naar het Beleidskader Verkeersnetten en de Agenda Amsterdam Autoluw om de plek van het beleidskader te duiden.

3.5 Het beleidskader leidt op termijn tot meer ruimte voor de voetganger Met het beleidskader Ruimte voor de Voetganger streven we naar voldoende ruimte voor de voetganger. Juist herinrichtingen van straten zijn het uitgelezen moment om de voetganger meer ruimte te geven. De mogelijkheden voor herinrichtingen zijn de komende periode echter relatief beperkt gezien de budgetten voor de openbare ruimte. Daarmee zal het tijd kosten voordat er meer ruimte voor de voetganger zal komen. In bestaande situaties waar de voetgangersruimte nijpend is, kan daarom overwogen worden om samen met bewoners en ondernemers integrale herverdelingsplannen (waaronder terrassenplannen) te maken. Daarin kunnen objecten, straatmeubilair, modaliteiten of functies worden herschikt (zonder herinrichting), met als uitgangspunt 2,00 meter vrije doorloopruimte. Dergelijke plannen kunnen in opdracht van het DB worden opgesteld, en door het DB worden vastgesteld als lokale afwijking van de algemene regels van de stadsdelen voor terrassen en andere objecten.

Pagina 11 van 50

 In het beleidskader hebben bovenstaande tot de volgende veranderingen geleid:  1). Het kader geldt voor nieuwe situaties en deels voor bestaande situaties (alleen voor nieuwe gemeentelijke objecten) 2,0 meter doorloopruimte. Voor particuliere objecten en die van ondernemers gelden de normen van het stadsdeel. Dit hebben we aangepast in paragraaf 3.1  2). In bestaande situaties met een veel krappe voetgangersruimte kan in samenwerking met bewoners en ondernemers de ruimte herverdeeld worden door objecten, straatmeubilair, modaliteiten of functies her te schikken (zonder herinrichting). Daarbij geldt 2,0 meter vrije doorloopruimte als uitgangspunt. Wij hebben dit verwerkt in paragraaf 3.3.

4 Inspraak gegroepeerd per thema Vooraf Zoals in de inleiding aangegeven, hebben we gekozen om niet alle reacties per geval te behandelen vanwege de grote mate van overlap tussen de gemaakte opmerkingen. In dit hoofdstuk hebben we 8 thema’s onderscheiden. Bij elk thema staat genoemd in welke inspraakreacties dit thema naar voren kwam. Omdat we niet de letterlijke tekst van iedereen overnemen, is bij de indeling en de formulering van de thema’s een zekere mate van interpretatievrijheid genomen.

Reactie per thema Thema 1 - Ambitie versus (on)mogelijkheden Inspraak In de reacties wordt gewezen op de onmogelijkheid om overal 2 meter of meer doorloopruimte voor voetgangers te realiseren. Daarbij wordt gewezen op locaties waar die ruimte fysiek niet aanwezig is, en op andere vastgestelde beleidsdoelen die strijdig zijn met de ambitie voor voetgangersruimte.

Pagina 12 van 50

Ook wordt gewezen op redenen waarom het nú vaak niet lukt om 1,5 meter afstand te houden, en op redenen waarom het problematisch is om prettig door de stad te lopen. Bijvoorbeeld vanwege geparkeerde fietsen, auto’s met ontheffing, gehandicaptenvoertuigen. Of, vanwege ruimte die bewoners gebruiken voor bankjes, bloempotten of geveltuintjes. Ook vinden insprekers dat de gemeente niet ambitieus genoeg is en dat er te weinig gehandhaafd wordt op zaken die ook nu al ongewenst of verboden zijn. Zij missen deze notie in het beleidskader. Tot slot vragen insprekers zich af waar de voetgangersruimte vandaan moet komen. Zij willen bijvoorbeeld niet dat dit ten koste gaat van de rijbaan of van ruimte voor terrassen (zie daarvoor verderop). Terug te vinden in 1; 3; 5; 6; 8; 9; 11; 12; 14; 17; 26; 29; 71; 103; 120; 124; 129 Reactie college Het klopt dat beleid gaat over wat we willen, vaak in afwijking van de huidige situatie. Dat betekent automatisch dat het beleid schuurt, zowel met de werkelijkheid als met andere beleidswensen. We geven in het kader aan welke keuzes we kunnen maken op het moment dat de ruimte beperkt is.

Daarbij bieden ook andere vastgestelde beleidsproducten handvatten om ruimteclaims onderling te wegen en te prioriteren, zoals het Beleidskader Verkeersnetten waarin de prioritering tussen modaliteiten per straat is aangegeven, en waarmee ruimte voor andere functies, zoals voor de voetganger, gemaakt wordt. Het klopt ook dat er niets over handhaving in het beleidskader staat. Het naleven van dit kader is aan onszelf in de concrete besluiten die we als gemeente nemen over vergunningaanvragen en projecten. Zoals eerder benoemd is het beleidskader bedoeld om een norm vast te leggen, maar niet om een uitvoeringsbesluit te nemen. Dit beleidskader maakt dus niet automatisch objecten illegaal als deze vergund of toegestaan zijn. Handhaving tegen illegaal geplaatste objecten op het trottoir, of tegen hinderlijk geparkeerde fietsen of motorvoertuigen met ontheffing, vindt plaats op basis van de APV of de wegen- en verkeerswet. De prioriteiten in de handhaving worden jaarlijks bepaald in samenwerking met de DB’s van de stadsdelen. De vraag waar de ruimte vandaan moet komen, wordt in algemene zin beantwoord in het kader. Daarbij maken we nogmaals de kanttekening dat het opschrijven, of zelfs het bestuurlijk vastleggen van de norm, niet automatisch leidt tot veranderingen op straat.

Uiteindelijk nemen we besluiten over verdeling van de ruimte in projecten en bijvoorbeeld bij het verlenen of weigeren van vergunningen.

Pagina 13 van 50

 In het beleidskader  3) We hebben een expliciete verwijzing opgenomen naar het Beleidskader Verkeersnetten en de Agenda Amsterdam Autoluw om de plek van het kader te duiden in paragraaf 3.6.

Thema 2 - Steun Inspraak Men onderschrijft het nut en de noodzaak van voldoende ruimte voor voetgangers in de stad. Men is blij dat wordt erkend dat 1,50 in principe niet voldoende is. Meerdere malen wordt gewezen op het STOP-principe waarbij de voetganger (‘stappen’ zoals lopen in Vlaanderen heet) het hoogst op de prioriteitenlijst zou moeten staan, vóór fietsen (trappen), openbaar vervoer en de personenauto. Terug te vinden in 3; 5; 8; 9; 12; 17; 27; 30; 38; 41; 49; 71; 99; 106; 120; 126; 128 Reactie college We zijn uiteraard blij met de steun. We wijzen er aanvullend op dat de prioritering tussen beleidsvelden in principe niet kan plaatsvinden in een beleidsstuk vanuit één beleidsveld. Opmerkingen over het belang van ruimte voor de voetganger onderschrijven we, deze staan in de inleiding van het beleidskader als belangrijke reden voor het schrijven ervan. De visie dat de voetganger prioriteit moet hebben in de stad onderschrijven we ook, maar deze staat verder uitgewerkt in (onder meer) de Agenda Amsterdam Autoluw.  In het beleidskader  3) We hebben een expliciete verwijzing opgenomen naar het Beleidskader Verkeersnetten en de Agenda Amsterdam Autoluw om de plek van het kader te duiden in paragraaf 3.6.

Pagina 14 van 50

Thema 3 – Welk probleem lost deze norm eigenlijk op? Inspraak Volgens insprekers hebben voetgangers op veel plekken geen 2 meter vrije doorloopruimte nodig. Men vindt dat er genoeg ruimte is voor voetgangers, zeker met het afnemende autoverkeer. “Bij ons voor de deur zien we nooit problemen.” Men vraagt zich af waarop de benodigde 90cm per voetganger eigenlijk gebaseerd is. Men vindt dat de gemeente de knelpunten beter moet onderbouwen en de impact van dit beleidskader beter in kaart moet brengen. Terug te vinden in 21; 22; 23; 28; 49; 70; 79; 32; 33; 34; 37; 39; 40; 42; 46; 47; 48; 49; 50; 51; 52; 55; 56; 59; 60; 61; 62; 67; 68; 69; 73; 75; 76; 77; 79; 80; 84; 88; 89; 90; 91; 92; 93; 98; 101; 102; 103; 104; 105; 107; 113; 114; 117; 118; 119; 121; 122; 123; 125; 130; 132; 133 Reactie college Het feit dat voetgangers zich nu zo goed mogelijk redden met de ruimte die er is, betekent niet dat er geen probleem is. De gemeente krijgt ook veel klachten over moeilijk begaanbare trottoirs, en zelfs hele straten die niet veilig toegankelijk zijn voor mensen die minder goed ter been zijn, die met een kinderwagen lopen, of gebruik maken van bijvoorbeeld een rolstoel of scootmobiel.

Voor alle Amsterdammers, maar zeker voor deze groepen willen we een beter toegankelijke stad maken, en een vastgelegde minimumnorm voor vrije doorloopruimte is daarvoor volgens het college een noodzakelijke voorwaarde. De norm van 2,00 meter als absoluut minimum is naar de mening van het college in het beleidskader voldoende onderbouwd. Tegelijk blijft het mogelijk om onder voorwaarden van de norm af te wijken, zoals ook in het kader beschreven is in paragraaf 3.6 van het aangepaste kader. De impact van het kader hangt af van de mate waarin de normen worden gerespecteerd bij besluitvorming over (bijvoorbeeld) herinrichtingen. Omdat maatwerk mogelijk is (zie volgend thema), is niet van tevoren te zeggen hoeveel trottoirruimte zal worden toegevoegd, of hoeveel minder ruimte er voor andere functies beschikbaar is.  In het beleidskader  Geen aanpassingen naar aanleiding van dit thema

Pagina 15 van 50

Thema 4 - Bied ruimte voor maatwerk Inspraak  Men wijst erop dat er veel plekken zijn waar de norm niet gehaald kan worden, of waar het niet wenselijk is om de norm voor voetgangersruimte te halen, omdat andere belangen zwaarder zouden moeten wegen. Men wijst erop dat er daarom ruimte moet zijn voor maatwerk.  Hierbij noemt men specifieke locaties, zoals de Leidsebuurt, het Thorbeckeplein, de Reguliersdwarsstraat, de Jordaan, etc. Men vraagt om gebiedsgericht beleid. Men vraagt ook om een bevestiging dat bestaande terrassenplannen van kracht blijven.  Ook geeft men invulling aan hoe maatwerk eruit kan zien, bijvoorbeeld door het instellen van venstertijden, het weren van (auto)verkeer, of het toestaan van voetgangers op de rijbaan. Er zijn ook concrete voorbeelden genoemd van plekken waar met de nieuwe norm een terras niet meer mogelijk zou zijn, maar waar het verplaatsen van (bijvoorbeeld) parkeerplaatsen het terras weer wel mogelijk zou maken.  In paragraaf 3.5 van de inspraakversie staat: “…[bij] het opstellen van maatwerkplannen … [moet] de norm altijd in acht worden genomen.” Men wijst op het tegenstrijdige karakter van deze zin.  Men vindt de genoemde volgorde in paragraaf 3.5 (eerst kijken naar ‘objecten’ zoals terrassen; als dat niet mogelijk is kijken of andere functies kunnen worden gemengd of verwijderd (zoals autoparkeerplekken)) niet juist.

 Andersom zijn er ook insprekers die vinden dat ‘de zin over de vrijheid van het bestuur om van beleid af te wijken verwijderd [dient] te worden uit dit beleidskader’. Terug te vinden in 16; 18; 20; 24; 27; 28; 36; 37; 39; 40; 42; 46; 48; 49; 55; 56; 59; 60; 61; 62; 63; 66; 67; 68; 69; 70; 75; 79; 81; 83; 84; 86; 87; 88; 93; 100; 103; 105; 107; 108; 113; 114; 116; 117; 118; 119; 123; 124; 125; 127; 128; 131; 132 Reactie college Het college heeft het kader aangepast en primair van toepassing gemaakt op nieuwe situaties ((her)inrichtingen en integrale ververdelingsplannen). Het college is het er volledig mee eens dat er ruimte moet zijn voor maatwerk. In deze nieuwe situaties geldt de norm van minimaal 2,0 meter vrije doorloopruimte, maar is het onder voorwaarden ook mogelijk om hiervan af te wijken (zie paragraaf 3.6 van het aangepaste kader). Eén van de voorwaarden om af te wijken van de norm in het beleidskader, is het maken van een integrale ontwerptekening van het betreffende wegvak. Een integrale tekening kan ondermeer duidelijk maken waar parkeerplaatsen en andere functies wel en niet kunnen worden ingepast.

Pagina 16 van 50

Daarbij kan ook een terrassenplan worden gemaakt. Het ligt daarbij niet voor de hand om recente terrassenplannen te herzien. De zin over ‘in acht nemen van de norm’ hebben we herschreven (zie onder). De in paragraaf 3.6 beschreven volgorde bij het afwijken van de norm is niet bedoeld als prioritering. In nieuwe situaties, waarop dit kader hoofdzakelijk betrekking heeft, kan het heel goed zijn dat we eerst kijken naar het herpositioneren van een terras en daarna pas naar het eventueel opheffen van parkeerplaatsen. Iedere situatie is daarin uniek en vraagt om een lokale benadering.  In het beleidskader  4) In paragraaf 3.5 (paragraaf 3.6 van het aangepaste kader) hebben we de volgende zin herschreven: Herinrichtingen, het opstellen van maatwerkplannen voor terrassen of het verlenen van vergunningen voor het plaatsen van nieuwe objecten op het trottoir zijn momenten waarbij de norm altijd in acht moet worden genomen. Dit wordt: Op sommige plekken is het in de praktijk lastig om te voldoen aan de breedtenorm. Met name in de historische binnenstad, met krappe straten en grote aantallen bezoekers, kan dit zorgen voor lastige afwegingen.

Thema 5 – Gevolgen voor terrassen Inspraak Men constateert dat terrassen worden bedreigd door dit beleidskader. Dit heeft voor ondernemers grote financiële gevolgen, o.a. omzetdaling en nog niet afgeschreven investeringen. Een terras is ook als het ware een etalage van een horecazaak. Dat kan (zeker nu) leiden tot faillissementen en daarmee het compleet verdwijnen van terrassen. Men vindt het belachelijk dat de gemeente dit voorstel op dit moment doet. Dit tast de rechtszekerheid van ondernemers aan. Het is daarbij oneerlijk dat de stoepbreedte bepaalt of je wel of geen terras mag houden. Het is oneerlijk dat nu vanuit één beleidsterrein iets wordt vastgesteld dat invloed heeft op zaken die niets met dat beleidsterrein te maken hebben (i.c. terrassen). Het verdwijnen van terrassen leidt tot een minder leefbare stad. Terrassen hebben een belangrijke sociale functie, juist in buurten waar weinig openbare ruimte is en mensen in kleine huizen wonen. Uitgaansgebied(en) worden er niet aantrekkelijker op. Dit leidt tot verschraling van het aanbod Op brugvleugels zijn vaak terrassen vergund waardoor geen 2 meter doorloopruimte overblijft. Dit beleidskader heeft dus gevolgen voor het terrassenbeleid. Grotere terrassen = meer precario: de gemeente zou dus juist meer ruimte aan terrassen moeten gunnen.

Pagina 17 van 50

Terug te vinden in 16; 18; 20; 21; 23; 24; 28; 30; 31; 32; 33; 34; 35; 36; 37; 39; 42; 44; 45; 46; 47; 48; 49; 51; 52; 53; 54; 55; 56; 57; 58; 59; 60; 61; 62; 63; 64; 65; 67; 68; 69; 70; 72; 73; 74; 75; 76; 77; 78; 79; 80; 81; 82; 83; 84; 85; 86; 87; 88; 89; 90; 91; 92; 93; 94; 95; 96; 97; 98; 100; 101; 102; 103; 104; 105; 107; 108; 109; 110; 111; 112; 113; 114; 116; 117; 118; 119; 121; 122; 124; 125; 127; 130; 131; 132; 133 Reactie college Het klopt dat deze normen moeten leiden tot meer ruimte voor voetgangers. In de bestaande stad betekent dat minder ruimte voor andere functies. Daarvan is de terrasfunctie er één. Het college kiest er voor om de normen uit dit beleidskader betrekking te laten hebben op nieuwe situaties ((her)inrichtingen en integrale herverdelingsplannen). In de bestaande situatie blijven de stadsdeelnormen geldig en gelden de normen uit dit beleidskader niet. Dit geldt ook voor terrassen. In gebieden waar echter een zeer nijpend te kort is aan ruimte, kan gekozen worden voor verbetering van de situatie door een integraal herverdelingsplan te maken. Deze plannen kunnen samen met bewoners en ondernemers worden gemaakt. Daarin kunnen objecten, straatmeubilair, modaliteiten of functies worden herschikt (zonder herinrichting).

Zo'n integraal herverdelingsplan ziet het college als een 'nieuwe situatie' en geldt er daarom een norm voor de vrije doorloopruimte van minimaal 2,0 meter. In sommige situaties zou dat ook er toe kunnen leiden dat de omvang, of de locatie van het terras dient te worden aangepast. Verbetering van de situatie vergt vanuit alle belangen enige aanpassing. Dergelijke integrale herverdelingsplannen kunnen in opdracht van de dagelijks besturen van de stadsdelen worden opgesteld en vastgesteld. Dit gebeurt dan als lokale afwijking van de algemene regels die de stadsdelen hanteren voor terrassen en andere objecten. Dit soort maatwerksituaties, bijvoorbeeld in de vorm van terrassenplannen, komen ook nu al in de stad voor. Het argument, dat we als gemeente meer inkomsten hebben van terrassen dan van trottoirruimte (of andere functies), is wat het college betreft een onterechte omdraaiing. Alleen als er ruimte ‘over’ is, verlenen we een vergunning om die ruimte commercieel uit te baten. In hoofdstuk 3 van deze Nota van Beantwoording en in de begeleidende raadsbrief bij aanbieding van het beleidskader, gaan we nader in op de gevolgen voor terrassen.

Pagina 18 van 50

 In het beleidskader  Het beleidskader is aangepast. In paragraaf 3.1 (van het aangepaste kader wordt het verschil tussen bestaande en nieuwe situaties uitgelegd en dat het beleidskader op nieuwe situaties betrekking heeft.  In paragraaf 3.5 van het aangepaste kader is de tekst opgenomen over de integrale herverdelingsplannen als manier om situaties te verbeteren waar de voetgangersruimte als nijpend wordt ervaren.

Thema 6 - Inrichtingsklachten + wensen Inspraak Er zijn diverse voorbeelden genoemd van plekken waar de voetganger ruimte te kort heeft op dit moment. Ook zijn er suggesties gedaan voor aanpassingen in de inrichting van straten om (beter) te voldoen aan de in het beleidskader voorgestelde normen. Terug te vinden in 2; 3; 4; 5; 8; 25; 115; 120; 131 Reactie college We zijn blij te merken dat er steun is voor de norm en dat men mee wil denken om op meer plekken aan de norm te voldoen. Het valt echter buiten het kader van dit normstellend document om in te gaan op specifieke locaties. Wij vragen de insprekers om zich te wenden tot de betreffende gebiedsteams en/of projecten.  In het beleidskader  Geen aanpassingen naar aanleiding van dit thema

Pagina 19 van 50

Thema 7 - Uitwerking/toepassing na vaststelling Inspraak Men wijst erop dat na vaststelling van het beleidskader vergunningen niet automatisch verlengd moeten worden maar dat de nieuwe normen moeten worden toegepast. Men suggereert om een uitvoeringsprogramma voetganger te maken naar analogie van bijvoorbeeld het Meerjarenprogramma Fiets met daarin bijvoorbeeld een doel om te komen tot een ‘Groen Stadswandelnetwerk’. Men vraagt om integraal te ontwerpen aan lopen, groen en verblijfskwaliteit. Men vraagt zich af hoe de afweging tussen verschillende beleidsbelangen in de praktijk zal gaan. Wat is ‘voldoende’ ruimte? Men verwijst daarbij naar de Visie Openbare Ruimte waarin bijvoorbeeld staat. “Je moet […] op een terras kunnen zitten”. Ook wordt vaak verwezen naar de afweging tussen ruimte voor de voetganger en ruimte voor de rijdende en geparkeerde fiets. Naleving van de normen in het kader vereist volgens insprekers ook impopulaire maatregelen, zoals het niet meer toestaan van uitstallingen en inperken van terrassen en soms een rem op bijvoorbeeld het plaatsen van bewonersbankjes en eigen plantenbakken in smalle straten, of (venstertijden voor) laden en lossen. Terug te vinden in 17; 41; 45; 49; 70; 104; 120; 126; 128; Reactie college Het college dankt de insprekers voor de suggesties.

Het maken van de lokale afwegingen tussen beleidsdoelen gebeurt echter net als nu in projecten. Daarbij is altijd overleg met de omgeving en gelegenheid om in te spreken en mee te denken. Gegeven dat het beleidskader van toepassing is op nieuwe situaties worden de normen uit het beleidskader Ruimte voor de Voetganger niet toegepast bij het verlengen van (terras)vergunningen in bestaande situaties.

 In het beleidskader  geen aanpassingen naar aanleiding van dit thema

Pagina 20 van 50

Thema 8 - Aanvullende wensen/suggesties/vragen Inspraak Veel insprekers hebben ‘losse’ opmerkingen gemaakt en/of een bredere beschouwing geschreven over voetgangersbeleid. Hieronder behandelen we deze, met steeds direct een korte reactie.   

Oversteken, doorsteken, VRI’s, kwaliteit van het wegdek (leidt ook tot puntvernauwing) ook normeren Voor elk van deze zaken zijn al richtlijnen elders opgenomen. Ruimte voor geleidelijnen opnemen Als er voldaan wordt aan de norm, is er automatisch ook ruimte voor geleidelijnen. De gewenste vormgeving daarvan is elders geregeld. Let op hoogteverschillen, ook bij verhogingen voor toegang winkels/woningen. Liefst het hele trottoir verhogen Het spreekt voor zich dat een trottoir vlak moet zijn. Een hoogteverschil zoals een traptrede of een hellingbaan met rand voor de ingang van een winkel is net zo goed een obstakel en telt dus niet mee bij de vrije doorloopruimte. Maak menskracht vrij om te kunnen toetsen op nieuw beleid bij het verlengen van vergunningen Extra menskracht is niet nodig aangezien het beleid alleen van toepassing op nieuwe situaties en niet op bestaande situaties. Voor de beoordeling van nieuwe situaties is voldoende capaciteit en expertise beschikbaar. Definieer looproutes op pleinen waar de minimale vrije doorloopruimte gewaarborgd wordt Op pleinen is er in principe voldoende vrije doorloopruimte. Het college onderschrijft echter de behoefte aan logische routes die niet worden onderbroken door objecten en die leiden tot slingeren (zie verderop). Dit geldt ook voor pleinen.

Geldt de norm alleen op de drukste momenten? Het drukste moment wordt gebruikt om te bepalen hoeveel ruimte er nodig is. Het betekent bijvoorbeeld dat objecten niet vergund kunnen worden, ook al is die ruimte bijvoorbeeld alleen op zaterdagmiddag nodig. Wat wél kan, is dat met venstertijden op rustige momenten een laad- en losplek gebruikt kan worden, maar dat die ruimte op drukke momenten beschikbaar is voor voetgangers. Wat betekent een losse (bak)fiets tegen de gevel voor de meting van de loopruimte? In de instructie voor het meten van vrije doorloopruimte staat dat een losse fiets in principe niet meetelt, maar dat als het aannemelijk is dat er altijd op die plek een fiets staat, deze ruimte niet als vrije doorloopruimte gerekend wordt. Als dit zou betekenen dat de vrije doorloopruimte onvoldoende is, betekent het dat de inrichting moet worden aangepast of dat er een fietsparkeerverbod buiten de voorzieningen moet worden ingesteld. De APV voorziet in die mogelijkheid. Daarbij wordt in bestaande situaties de norm voor de vrije doorloopruimte, die het stadsdeel hanteert, gebruikt bij de beoordeling of de vrije doorloopruimte (on)voldoende is. Delen van 60 cm of meer kunnen bij elkaar worden opgeteld, maar bij een puntvernauwing moet sowieso meer dan 90 cm zijn. Dit klopt niet met elkaar.

Pagina 21 van 50

Dit is inderdaad een verschrijving die op basis van de inspraak is aangepast. Ruimte naast een puntvernauwing telt alleen mee als deze meer dan 90 cm is. Met een obstakel midden op het trottoir kan de vrije doorloopruimte niet voldoen aan de norm van 2,0 meter als bijvoorbeeld aan de ene zijde 70 cm is en aan de andere zijde 130 cm. Als aan beide zijden 1 meter is, voldoet de straat op die locatie aan de minimumnorm. Wenselijk is een dergelijk obstakel natuurlijk niet. Het onderscheid tussen het absolute minimum van 1,80 m en de streefwaarde van 2,0 meter is verwarrend Het klopt dat deze twee maten verwarrend zijn. De maat van 1,80 meter is een inhoudelijk minimummaat om comfortabel te kunnen lopen bij niet te drukke situaties. We hebben daarom 2,00 meter opgenomen in het aangepaste beleidskader als een absoluut minimum voor nieuwe situaties. Bij vaststelling van de Agenda Amsterdam Autoluw (2020) is deze 1,80 meter met een amendement door de gemeenteraad veranderd in een minimum van 2,0 meter bij herinrichtingen. Het amendement gaat daarmee dus over nieuwe situaties. Het beleidskader is ook alleen van toepassing op nieuwe situaties (herinrichtingen maar ook integrale herverdelingsplannen). Daarmee wordt er gewerkt met één minimale maat van 2,0 meter vrije doorloopruimte.

Als je moet slingeren, zorg dat dat niet haaks gebeurt Ook binnen de normen kan het zijn dat de minimale breedte voor voetgangers ‘verspringt’. Een voetganger die rechtdoor wil, moet dan ‘’slingeren”. Dit is niet wenselijk, maar soms onvermijdelijk omdat er bijvoorbeeld bomen aan de straatkant staan en verderop geveltuinen aan de huizenkant. Daarbij is in het beleidskader op basis van de inspraak opgenomen dat haakse bewegingen en scherpe bochten ongewenst zijn. Hiermee zorgen we meteen dat er ook over pleinen logische doorlopende routes worden gerealiseerd. Bij bijzondere bestemmingen zoals verpleeghuizen zou het soort voetganger maatgevend moeten zijn en niet het aantal We onderschrijven dat er op veel plekken meer ruimte wenselijk of zelfs noodzakelijk is voor de voetganger. Bij het ontwerpen van de openbare ruimte houden we altijd rekening met het verwachte gebruik. We kiezen er echter bewust voor om de norm niet tot op dit detailniveau uit te werken. Bij krapte moet er toch worden uitgeweken. Maak liever straten a-niveau met Amsterdammertjes dan hoge trottoirbanden Bij de doorontwikkeling van het Handboek Rood van de Puccinimethode en de ontwikkeling van autoluw in o.a. de grachtengordel nemen we deze suggestie mee. In het document Parkeervrije Hoofdgracht.

Inspiratiedocument voor een nieuwe kijk op de grachten zijn al mogelijke profielen op a-niveau uitgewerkt als inspiratie en verkenning van de mogelijkheden. Over geveltuinen zijn verschillende opmerkingen gemaakt. Enerzijds wijst men op de ruimte die geveltuinen innemen en dat dit belemmerend is. Anderzijds pleiten mensen om te voorkómen dat geveltuinen moeten sneuvelen om aan de norm te voldoen. De suggestie is gedaan om een extra categorie in te voeren voor heel rustige straten en daarvoor een minder strenge norm voor doorloopbreedte vast te stellen. We willen geveltuinen niet uitsluiten van de norm. We bepalen met dit kader dat de voetganger overal minimaal 2,00 meter vrije doorloopruimte nodig heeft, daarvoor maakt het niet uit wat zich naast die doorloopruimte bevindt. We hebben de volgende tekst opgenomen om toe te lichten hoe we met geveltuinen omgaan (paragraaf 3.6 van het aangepaste kader):

Pagina 22 van 50

 

“Ook langs geveltuinen moet de vrije doorloopruimte voldoen aan de norm. Echter, omdat het bij geveltuinen in principe rustige (woon)straten betreft, kan per locatie bestuurlijk besloten worden geveltuinen van maximaal 60 cm diep toe te staan in afwijking van het beleidskader. Dit gebeurt in samenspraak met de bewoners (die immers ook de belangrijkste gebruiker van de loopruimte zijn in dergelijke straten).” Ga uit van de optimale maat i.p.v. minimum bij vergunningen etc. Sta überhaupt niets toe van derden op trottoirs die smaller zijn dan 4 meter Hoewel het college hier sympathiek tegenover staat, kiezen we toch om juist het minimum vast te stellen. Het stellen van een ruimere absolute ondergrens is echter niet verstandig, omdat er in de praktijk situaties voorkomen waar méér dan 2,0 meter vrije doorloopruimte fysiek niet inpasbaar is. Bijvoorbeeld omdat het plaatsen van fietsenrekken op het trottoir noodzakelijk is, omdat anders de op het trottoir geparkeerde fietsen de doorloopruimte belemmeren. Daarmee zou er in de praktijk te vaak van de norm moeten worden afgeweken, waarmee de norm zijn ‘hardheid’ verliest. Dat is onwenselijk. Wel is er dus voor gekozen om in nieuwe situaties te kiezen voor een absolute ondergrens van 2,0 meter in plaats van 1,80 meter.

Maak onderscheid tussen noodzaak (verkeersbord, prullenbak) en luxe (reclamebord, terras, kunst) Het verschil is niet tussen gemeentelijke objecten en overige objecten, maar tussen noodzakelijke objecten (zoals een verkeersbord) en objecten die ook elders kunnen, (zoals een fietsenrek of een kunstwerk). We dit hebben dit aangepast in het beleidskader (zie paragraaf 3.6 van het aangepaste kader). Leg ook vrije ruimte op hoogte vast (2,3 meter) voor slechtzienden Het spreekt voor zich dat een trottoir waarover een obstakel ‘hangt’ zoals een boomtak of een autospiegel niet in de volle breedte bruikbaar is. We hebben een zin opgenomen om vast te leggen dat de norm ook tot een hoogte van 2,4 meter geldt (zie pagraaf 3.3 van het aangepaste kader) De minimumbreedte moet 2,10 zijn om te kunnen keren met je scootmobiel We houden het op 2 meter. Ga meten voor je beleid maakt Voor het stellen van een norm voor een wenselijke breedtemaat is het naar de mening van het college niet nodig om exact te weten waar die norm momenteel niet gehaald wordt. Van het Plusnet Voetganger zijn wel metingen beschikbaar van de vrije doorloopruimte in de afgelopen jaren.

Het voorbeeld Leliestraat is anders dan de rest wegens de optelling van de breedtes van de trottoirs Het klopt dat er bij de telling in de Leliestraat de voetgangers aan beide zijden zijn gecombineerd, waar het in andere straten om de voetgangers ‘per trottoir’ gaat. In de Leliestraat (en veel andere straten) is dat onderscheid echter niet goed te maken omdat voetgangers ook op straat lopen. In een dergelijke smalle en drukke straat is het niet handig om de twee trottoirs apart te bezien. De norm moet ook gelden bij een tweede voetpad aan de waterkant bij grachten

Pagina 23 van 50

 

 

De norm geldt voor alle voetpaden, maar we kunnen niet standaard eisen dat er bij grachten aan de huizen- én de waterzijde een volwaardig voetpad is, omdat de strook langs het water ook voor andere functies gebruikt wordt, waaronder in de eerste plaats de bomen. Fietsstraten zijn gevaarlijk, bomen nemen te veel ruimte in, fietsers rijden op het trottoir, shared space is geen goede oplossing, er zouden fietsluwe straten moeten komen Dit valt buiten de reikwijdte van dit beleidskader. Maak ‘goede’ integrale ontwerpen bij herinrichtingen. Betrek daarbij ook de invalshoeken van gezondheid, toerisme en het sociale aspect van wandelen Het college onderschrijft dit streven. De methode van meten is niet duidelijk. Telt de stoeprand nou wel of niet mee? Bij het bepalen van de vrije doorloopruimte tellen we de benodigde schampruimtes mee. Dat betekent dat we meten vanaf de gevel, ook al kun je fysiek niet tegen de gevel aan lopen, tot en met de stoepband, ook al kun je meestal niet veilig op de rand lopen. Als die afstand echter 2 meter is, is daarbinnen voldoende vrije doorloopruimte om de effectieve loopruimte voor 2 personen te waarborgen. Er zijn tijdelijke maatregelen nodig om meer ruimte te maken voor ondernemers tijdens de corona-crisis Er zijn diverse maatregelen uitgevoerd, waaronder het tijdelijk creëren van meer terrasruimte.

De minimale vrije doorloopruimte dient naar ons inzien ook te gelden voor gewone woonstraten die niet onder het ‘Hoofd- of Plusnet Voetganger’ vallen Dat is het geval. Stel het ‘plusnet’ en ‘hoofdnet’ voetgangers nu eens vast en maak een plan voor invoering daarvan. Plus- en hoofdnet voetganger zijn in 2017 reeds vastgesteld in het Beleidskader Verkeersnetten. Ondersteun de opzet van een Voetgangersbond Amsterdam (in samenwerking met Wandelnet en Clientenbelang) en geef deze een plek aan tafel bij de CVC. Er is een landelijke Voetgangersvereniging opgericht. Amsterdam heeft contact met deze Voetgangersvereniging NL (VVNL) en de lokale afdeling. Zij hebben een positie bij de advisering in projecten, die vergelijkbaar is met de Fietsersbond en Cliëntenbelang. Stel een duidelijke lijst van KPI’s op die doelmatig zijn om de uitvoering te monitoren (conform adviezen Rekenkamer). Doe een nieuwe nulmeting; de huidige data zijn mogelijk niet compleet en niet betrouwbaar. De KPI waar het Rekenkameronderzoek betrekking op heeft was het percentage van het plusnet voetganger dat voldoet aan de norm, die een begrotingsindicator vormde. Deze is na de nulmeting een aantal jaar gemeten. Het college heeft er voor gekozen deze indicator niet meer op te nemen in de begroting.

Bij elke ((her)inrichting en door middel van integrale herverdelingsplannen zet het college zich in om voldoende ruimte voor de voetganger te realiseren. Als er onvoldoende ruimte is voor de voetganger, dan zal onder voorwaarden worden afgeweken (zie paragraaf 3.6 van het aangepaste kader) en daarbij zoveel mogelijk ruimte voor de voetganger worden nagestreefd.

Pagina 24 van 50

Er hoeft niet gewacht te worden op een herinrichting om voetgangersbelemmerende terrasvergunningen, fietsparkeerplaatsen, etc. in te trekken. Het zijn maatregelen die weinig geld kosten omdat er geen infrastructuur hoeft te worden aangepast. Het klopt dat dergelijke maatregelen goedkoop zijn, in de zin dat er geen geld uitgegeven hoeft te worden aan fysieke (herinrichtings)werkzaamheden. Aan alle objecten op straat zijn echter belangen verbonden en soms ook bestaande rechten. Het zomaar verwijderen van objecten doet geen recht aan deze belangenafweging en is in de praktijk ook niet altijd mogelijk. Door ((her)inrichtingen en door de mogelijkheid te bieden aan stadsdelen om integrale herverderlingsplannen op te stellen in drukke situaties met weinig ruimte voor de voetganger, zet het college in op een verbetering van de vrije doorloopruimte.

Terug te vinden in 5; 6; 7; 8; 9; 10; 11; 13; 14; 15; 17; 19; 25; 26; 27; 30; 41; 43; 64; 65; 70; 79; 83; 85; 91; 99; 108; 115; 120; 124; 126; 128

 In het beleidskader  We hebben de volgende zin toegevoegd in paragraaf 3.4 van het aangepaste kader: Als de vrije doorloopruimte ‘verspringt’ en voetgangers dus moeten zigzaggen, zorgen we dat dit geleidelijk gebeurt en er geen haakse bewegingen gemaakt moeten worden. Dit betekent ook dat er op pleinen logische doorgaande routes moeten zijn.  We hebben ‘60’ door ‘90’ vervangen in deze zin in bijlage 2: “NB: als aan beide kanten van een object meer dan 60 90 cm vrije doorloopruimte is, kunnen de ruimtes bij elkaar worden opgeteld.”  We hebben de maatvoering aangepast door in paragraaf 3.3 van het aangepaste kader de volgende zin toe te voegen: “De absolute ondergrens voor vrije doorloopruimte op alle trottoirs is daarom 200 cm bij nieuwe situaties.” Daarbij hebben we ook een onderbouwing gegeven.

We hebben de volgende zin toegevoegd aan paragraaf 3.3 van het aangepaste kader: “Overigens geldt deze minimale norm van 200 cm niet alleen in het horizontale vlak (op de grond), maar ook in het verticale vlak (in de lucht). Het betekent bijvoorbeeld dat een geveltuin een bepaalde maximale afmeting mag hebben op de grond en 'in de lucht'. Dit geldt tot een hoogte van minimaal 240 cm.”

Pagina 25 van 50

5 Reactie op adviezen stadsdelen per stadsdeel Inwinnen van advies bij de stadsdelen Gelijk met de inspraak heeft het college van B en W het beleidskader Ruimte voor de Voetganger vrijgegeven voor het inwinnen van advies bij de stadsdelen. Tot 17 april 2020 konden stadsdelen hun advies uitbrengen op het beleidskader. Alle zeven stadsdelen hebben daar gebruik van gemaakt. Stadsdelen zijn overwegend positief De stadsdelen zijn overwegend positief over het beleidskader Ruimte voor de Voetganger. In onderstaande tabellen zijn de adviezen van de stadsdelen opgenomen. In de kolom daarna staat de reactie van het college van B en W hierop. In de laatste kolom is opgenomen wat er met het advies wordt gedaan. Een advies heeft wel of niet geleid tot een wijziging van het beleidskader dat voor inspraak was vrijgegeven. In de laatste kolom wordt dit toegelicht.

Pagina 26 van 50

STADSDEEL CENTRUM

Stadsdeel Centrum Nr.

Reactie

Reactie college van B en W

1.

Het kader geeft geen duidelijkheid over hoe het zich verhoudt naar beleidskaders en normen voor andere modaliteiten. Het dagelijks bestuur vraagt dan ook om bestuurlijk vast te leggen hoe de prioritering tussen voetganger, fietser, OV en auto gemaakt dient te worden in welke situaties.

2.

Verschil tussen maatvoering bij vergunnen van objecten (2,0) en gemeentelijke objecten (1,8). Het dagelijks bestuur adviseert om in alle gevallen 2.00m als harde minimumeis te stellen. Zelfs dan zal in het dagelijks gebruik van objecten en terrassen veelal slechts 1,80m aan vrije doorloopruimte overblijven. Bij vasthouden aan verschil, dit verduidelijken. Expliciet op nemen voor welke objecten welke maat geldt. Realiseren gewenste minimale ruimte voor de voetgangers ligt een grote uitdaging bij terrassen. Aanpassing vraagt om voldoende overgangstermijnen, duidelijke communicatie, maatwerk waar nodig. De consequenties voor de horeca spelen in de hele stad en het dagelijks bestuur vraagt dan ook om een goede stedelijk gecoördineerde aanpak voor beleidsaanpassing e nuitvoering rondom terrasmaatvoering en horecabeleid. Dit laatste om

Het beleidskader Ruimte voor de Voetganger bevat normen voor de voetgangersruimte en gaat niet over afwegingen tussen modaliteiten. Voor de andere modaliteiten hebben we al jaren richtlijnen. Bij het maken van afweging tussen de modaliteiten helpt het Beleidskader Verkeersnetten (2017) waarin de gevraagde prioritering is vastgelegd. Ook de Agenda Amsterdam Autoluw (2020) doet uitspraken over het prioriteren van functies en modaliteiten. De afweging/prioritering wordt bij herinrichtingen uitgewerkt in een Nota van Uitgangspunten die bestuurlijk wordt vastgesteld. Het klopt dat deze twee maten verwarrend zijn. We hebben daarom 2,00 meter opgenomen in het aangepaste beleidskader als een absoluut minimum voor nieuwe situaties.

3.

Het beleidskader is aangepast. De normen zijn alleen nog van toepassing voor nieuwe situaties: ((her)inrichtingen en integrale herverdelingsplannen. Het betekent dat er daarmee geen overgangstermijn meer nodig is, omdat er voor bestaande terrassen in bestaande situaties geen wijziging optreedt.

Wijziging ten opzichte van consultatieversie In paragraaf 3.6 van het aangepaste kader is een verwijzing opgenomen naar het Beleidskader Verkeersnetten en de Agenda Amsterdam Autoluw.

We hebben dit aangepast in het beleidskader (zie paragraaf 3.3 van het aangepaste kader).

In paragraaf 3.1 van het aangepaste kader wordt ingegaan op bestaande en nieuwe situaties en de norm.

Pagina 27 van 50

Stadsdeel Centrum Nr.

Reactie

4.

5.

6.

7.

eenduidigheid en duidelijkheid richting de ondernemers, die vaak in diverse stadsdelen gevestigd zijn, te kunnen borgen. Het dagelijks bestuur adviseert om in het kader op te nemen dat bij integrale herinrichtingen en bij het opstellen van een terrassenplan vooraf altijd een volwaardige passantentelling dient te worden gedaan.

In lijn met de ambitie van het college om door opheffen van autoparkeerplaatsen op straat meer ruimte te creëren voor de voetganger adviseert het dagelijks bestuur het opheffen van autoparkeerplaatsen onder de eerste ‘bullit’ van hoofdstuk 3.5 te plaatsen. Zeker bij integrale herinrichtingen kan daarmee veel ruimte worden gewonnen, zonder dat persé eerst andere functionele objecten voor fietsers en voetgangers verwijderd of beperkt moeten worden. Het kader zal leiden tot een grote capaciteitsvraag voor toetsen en vergunnen van aanvragen voor terrassen en objecten. Voor het goed en efficiënt kunnen uitvoeren van de aangepaste kaders zal de aanwezige capaciteit binnen het vergunningverlening proces nader moeten worden bekeken. Tot slot wil het dagelijks bestuur er op wijzen dat bij het opstellen van het concept-kader weinig tot geen participatie heeft plaatsgevonden op het niveau van bewoners en ondernemers, terwijl dit juist een

Reactie college van B en W

Wijziging ten opzichte van consultatieversie

Het concept kader is hier bewust vrij in. Het verplicht stellen van een volwaardige passantentelling is in de ogen van het college niet nodig. Voor de meeste plekken is het zonder telling prima in te schatten in welk van de drie categorieën ze vallen doordat er in het kader voorbeeldstraten opgenomen met een bijbehorende intensiteit. Bij twijfel kan geteld worden.

Geen wijziging

De beschreven volgorde waar we eerst naar kijken en waarnaar daarna is niet bedoeld als prioritering. Het kan heel goed zijn dat we eerst kijken naar het herpositioneren van een terras, en als dat niet lukt alsnog een parkeerplek opheffen. Het college is het eens met de stelling dat het opheffen van autoparkeerplekken een logische manier is om veel ruimte te winnen. De Agenda Amsterdam Autoluw (2020) biedt hier kaders voor.

Geen wijziging

Het kader is een nieuw toetsingscriterium in een bestaand proces. Zal niet tot extra werk leiden. Bovendien is het aangepaste kader straks alleen van toepassing op nieuwe situaties. Voor de huidige terrasvergunningen in bestaande situaties zal er daardoor niets veranderen.

geen wijziging

De ruimte die een voetganger (minimaal) nodig heeft om comfortabel te kunnen lopen is een gegeven, waarbij de theoretische onderbouwing hiervan in het kader is opgenomen.

geen wijziging

Pagina 28 van 50

Stadsdeel Centrum Nr.

Reactie

Reactie college van B en W

onderwerp is waar iedere Amsterdammer mee te maken heeft. Het dagelijks bestuur adviseert om expliciet in het kader op te nemen dat een sterke mate van participatie voorwaarde is bij de implementatie van kader op straat.

Het opstellen van deze normen leent zich niet voor participatie op het niveau van bewoners en ondernemers, zoals overigens ook niet geparticipeerd wordt met bewoners en ondernemers over (landelijke) normen met betrekking tot de breedte van rijbanen, trambanen, parkeervakken of fietspaden. Het toepassen van deze normen bij het (her)inrichten van straten is uiteraard wel aan participatie onderhevig. Daarbij wordt op projectniveau bepaald welke functies ruimte moeten inleveren om meer ruimte voor de voetganger te maken. Het belang van participatie in projecten is uitgewerkt in het PBI en het stedelijk participatiebeleid.

Wijziging ten opzichte van consultatieversie

Pagina 29 van 50

STADSDEEL NIEUW-WEST

Stadsdeel Nieuw-West Nr. 8.

Reactie

Reactie college van B en W

Urgentie voor uitvoeringsprogramma. Het beleidskader stelt normen vast, maar bevat (nog) geen uitvoeringsprogramma. In een beperkt aantal straten in Nieuw-West is de urgentie hoog om de normen uit het beleidskader uit te laten voeren. Bijvoorbeeld op delen van de Pieter Calandlaan zijn er knelpunten in de openbare ruimte waar er weinig ruimte is voor de voetganger. Ook aan de Meer en Vaart ten hoogte van het Osdorpplein komen meerdere plus- en hoofdnetten aan infrastructuur samen, maar is de prioriteit voor ruimte voor de voetganger laag. Wij adviseren daarom om na het vaststellen van het beleidskader snel over te gaan in een uitvoeringsprogramma

Als een van de maatregelen van de Agenda Amsterdam Autoluw worden voetgangersknelpunten in 15 straten aangepakt. De Dagelijks Besturen van de stadsdelen kunnen ook zelf bestaande situaties aanpakken door opdracht te geven tot het maken van integrale herverdelingsplannen, daar waar ernstige knelpunten voor de voetganger aanwezig zijn. Aan het beleidskader Ruimte voor de Voetganger wordt geen apart uitvoeringsprogramma verbonden.

Wijziging ten opzichte van consultatieversie geen wijzigingen

Pagina 30 van 50

Stadsdeel Nieuw-West Nr. 9.

Reactie

Reactie college van B en W

Aandacht voor (extra) handhaving: De ervaring leert ons dat in straten met verkeersremmende maatregelen en een brede stoep met oprit er vaak door scooters en snorfietsers over de stoep wordt gereden. Dit terwijl de brede stoep met oprit is bedoeld voor Amsterdammers die slecht ter been zijn en gebruik maken van een rollator, rolstoel of scootmobiel. Het rijden op de stoep belemmert de doorloopruimte en de veiligheid van de voetganger. Bij het vaststellen van een norm voor de doorloopruimte voor de voetganger is het van belang dat de bredere stoepen geen overlast veroorzaakt voor anderen. Het instellen van een norm op papier hoeft nog niet te betekenen dat het in de praktijk wordt nageleefd. Ook de nieuwe terrasnormen en het instellen van venstertijden/dubbelgebruik bij andere functies (bijvoorbeeld laden en lossen) vragen om extra handhavingscapaciteit.

Handhaving van de geldende verkeersregels valt buiten de scope van dit beleidskader.

Wijziging ten opzichte van consultatieversie geen wijzigingen

Pagina 31 van 50

Stadsdeel Nieuw-West Nr. 10.

Reactie

Reactie college van B en W

Opheffen parkeren alleen bij parkeerregulering. In Nieuw-West wordt de openbare ruimte vaak in beslag genomen door terrassen, winkeluitstallingen of geparkeerde fietsen. Een gereguleerde norm biedt hierin verlichting. Daarbij is wel van belang dat bij het opheffen van fietsparkeervakken of autoparkeervakken dit het probleem niet naar elders verplaatst. In een ruim deel van Nieuw-West geldt nog geen betaald parkeren, en is de parkeerdruk hoog. Bij het verkennen van de mogelijkheden in de openbare ruimte om meer ruimte te creëren voor de voetganger is het belangrijk dat dit niet de parkeerdruk verder verhoogt. Wij adviseren om wanneer er autoparkeerplaatsen worden opgeheven om meer ruimte voor de voetganger te creëren deze vergezeld dient te zijn met parkeerregulering (zoals een fiscaal parkeerregime) om zo de parkeerdruk niet verder te verhogen.

Ruimte voor voetgangers versus verhoging van de parkeerdruk door opheffen van parkeerplaatsen is altijd een lokale afweging.

Wijziging ten opzichte van consultatieversie geen wijzigingen

Pagina 32 van 50

STADSDEEL NOORD

Stadsdeel Noord Nr.

Reactie 11. Hoe draagt het college zorg voor een afgewogen inrichting van de openbare ruimte waarin alle benodigde functies een afgewogen ruimteclaim in de openbare ruimte krijgen? Het dagelijks bestuur adviseert het college tot een afwegingssystematiek te komen waarbij alle functies in de openbare ruimte een plek krijgen.

12. Op veel locaties wordt de vrije loopruimte beperkt door obstakels. Een kleine toename in de loopruimte kan wat ons betreft al een positief effect hebben op de voetgangers. Ons advies is dan ook om hiermee actief aan de slag te gaan en niet te wachten tot de straat opnieuw moet worden ingericht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12823234/1