3. Nota van Beantwoording Marktverordening geanonimiseerd
Tekst van het document
Inspraak Wijziging marktverordening
Nota van beantwoording
Gemeente Amsterdam Economische Zaken en Cultuur 5 juli 2022
Gemeente Amsterdam Nota van beantwoording Economische Zaken en Cultuur Inspraak Wijziging marktverordening
Inhoud 1 Inleiding ..................................................................................................................4 2 Verruiming van regels ten behoeve van bedrijfsmatig ondernemerschap ......................5 2.1 Binnengekomen inspraakreacties .............................................................................................5 2.2 Reactie college .........................................................................................................................8 3 Onderscheiden van verschillende soorten marktplaatsen naast de al bestaande reguliere plaatsen met een marktkraam en standwerkersplaatsen ...........................................10 3.1 Binnengekomen inspraakreacties ............................................................................................11 3.2 Reactie college ........................................................................................................................15 4 Vereenvoudiging van de voorschriften voor nadere regels voor markten op afstand, teneinde meer maatwerk te kunnen leveren, alsmede aanpassing van de overgangsregels voor deze markten, zodat deze aansluiten op de wijze waarop deze in het verleden zijn ingesteld.......................................................................................16 4.1 Binnengekomen inspraakreacties
...........................................................................................16 4.2 Reactie college ........................................................................................................................17 5 Introductie van de mogelijkheid om markten dagelijks digitaal (via internet) in te delen op de avond voorafgaande aan de marktdag, waardoor sollicitanten van tevoren weten op welke markt zij een dagvergunning kunnen krijgen...............................................18 5.1 Binnengekomen inspraakreacties............................................................................................18 5.2 Reactie college........................................................................................................................22 6 Opnieuw opnemen van het begrip loteling: iemand die niet op de marktlijst is ingeschreven en bij de dagelijkse indeling na de sollicitanten een dagvergunning kan verkrijgen indien er nog marktplaatsen beschikbaar zijn.
...........................................23 6.1 Binnengekomen inspraakreacties ...........................................................................................23 6.2 Reactie college:.......................................................................................................................23 7 Mogelijk maken dat tijdelijke vaste marktplaatsen zonder locatie worden vergund, waardoor vaste marktplaatshouders de mogelijkheid houden om bij de dagelijkse indeling als eerste te opteren voor gunstig gelegen vrije marktplaatsen. .....................23 7.1 Binnengekomen inspraakreactie .............................................................................................23 7.2 Reactie college ........................................................................................................................23 8 Introduceren van een bepaling dat een marktondernemer niet (opnieuw) op een marktlijst kan worden geplaatst als er nog marktgelden voor de betreffende markt verschuldigd zijn.....................................................................................................24
Gemeente Amsterdam Nota van beantwoording Economische Zaken en Cultuur Inspraak Wijziging marktverordening
9 Mogelijk maken dat bij een herindeling na de vaste en tijdelijk vaste vergunninghouders ook sollicitanten in aanmerking kunnen komen voor een vaste marktplaats................24 9.1 Binnengekomen inspraakreacties ...........................................................................................24 9.2 Reactie college .......................................................................................................................25 10 Mogelijk maken om het criterium economische binding (koppeling van marktplaats aan achtergelegen winkel) niet alleen toe te passen bij de herindeling van een markt, maar ook bij het toewijzen van tijdelijke vaste vergunningen.
............................................26 11 Vergroten van de mogelijkheden om tussen 2 herindelingen en bij de dagelijkse indeling van de markt marktplaatsen te vergroten of te verkleinen.............................26 11.1 Binnengekomen inspraakreactie ...........................................................................................26 11.2 Reactie college ......................................................................................................................27 12 Introduceren van een ontheffingsmogelijkheid, waardoor oudere marktondernemers zonder vervanger minder vaak op een (week)markt aanwezig hoeven te zijn...............27 12.1 Binnengekomen inspraakreacties ..........................................................................................27 12.2 Reactie college ......................................................................................................................32 13 Diverse aanpassingen vanwege onvolkomenheden in de verordening en de toelichting daarop.
..................................................................................................................32 14 Inwerkingtreding in eerste kwartaal 2022 ................................................................33 15 Zitgelegenheid op de markt ...................................................................................33 15.1 Binnengekomen inspraakreacties ..........................................................................................33 15.2 Reactie college ......................................................................................................................33 16 Rondetafelgesprekken ..........................................................................................33 16.1 Binnengekomen inspraakreacties ..........................................................................................33 16.2 Reactie college ......................................................................................................................37 17 Markt specifieke zaken ..........................................................................................37 17.1 Binnengekomen inspraakreacties ..........................................................................................37 17.2 Reactie college ......................................................................................................................40
Gemeente Amsterdam Nota van beantwoording Economische Zaken en Cultuur Inspraak Wijziging marktverordening
1 Inleiding Op 1 maart 2016 is de Marktverordening van kracht geworden. Sindsdien hebben zowel marktondernemers als het gemeentelijke Marktbureau diverse knelpunten gesignaleerd. In de tussentijdse wijziging van de Marktverordening worden de grootste knelpunten aangepakt. Naar verwachting volgt in 2023 een totale herziening van de marktverordening. Dan wordt de marktverordening onder andere in lijn gebracht met Europese wet- en regelgeving.
Belangrijke wijzigingen De tussentijdse wijziging van de Marktverordening neemt een aantal knelpunten weg. Daarnaast wordt tegemoet gekomen aan wensen en ideeën van marktondernemers die meer flexibiliteit in de regelgeving willen. Deze kwamen als inspraakreactie naar voren tijdens de inspraak op de conceptMarktvisie 2018-2026 en tijdens overleggen met het Marktbureau. De wijzigingen betreffen onder meer de mogelijkheid op meer markten tegelijk te staan en meer vervangers aan te stellen. De wijzigingen hebben betrekking op 13 verschillende onderwerpen. Lees meer over het proces van de inspraak en de voorgestelde wijzigingen.
Brief Indiener
Indiener
Onderwerp
1
Marktondernemer 1
1, 2, 10, 14, 15
2
Marktondernemer 2
1, 4, 5, 6, 8, 11
3
Marktondernemer 3
1
4
Marktondernemer 4
2
5
FNV Zelfstandigen
1,2,11,16
6
Ondernemersvereniging Albert Cuypmarkt
1, 2, 15,16
7
De Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel(CVAH)
8
Marktondernemer 5
1, 4, 8,15
9
Marktondernemer 6
4
10
Marktondernemer 7
11,4
11
Marktondernemer 8
11
12
Marktondernemer 9
11
13
Marktondernemer 10
11
14
Marktondernemer 11
11
15
Marktondernemer 12
11
16
Marktondernemer 13
11
17
Marktondernemer 14
11
18
Marktondernemer 15
8
19
Marktondernemer 16
16
20
Marktondernemer 17
15, 16
21
Exploitatie Albert Cuyp BV
2, 3
2, 15,16
4
Gemeente Amsterdam Nota van beantwoording Economische Zaken en Cultuur Inspraak Wijziging marktverordening
2 Verruiming van regels ten behoeve van bedrijfsmatig ondernemerschap
het laten vervallen van de beperking om op de marktlijst van maximaal 7 markten ingeschreven te staan; de mogelijkheid om op maximaal 3 markten tegelijk waren te verkopen; het verruimen van het aantal toegestane vervangers van een marktondernemer van 2 naar 4; het verlagen van de persoonlijke aanwezigheidsplicht op afzonderlijke markten van 50% naar 25%.
2.1 Binnengekomen inspraakreacties A. Marktondernemer 1 Jarenlang zijn ondernemers klein gehouden door de regelgeving op de markten, nu wordt het iets versoepeld maar niet in die mate dat ze daadwerkelijk zouden kunnen concurreren met de andere detailhandel door schaalgrootte. -Waarom slechts op 3 markten tegelijk kunnen verkopen? Dit om ketenvorming tegen te gaan? Markten worden al jarenlang door grote winkelketens bedreigd, maar het is blijkbaar niet de bedoeling dat de marktondernemer een vuist kan maken tegen de ketens. -Waarom slechts 1 plaats op een marktlijst? Waarom niet meerdere, zodat iemand meerdere plaatsen niet naast elkaar op één markt kan innemen. -Waarom slechts 4 vervangers? Vier vervangers is te kort als je 6 dagen in de week op 3 verschillende dagmarkten zou willen staan. -Waarom nog een persoonlijke aanwezigheidsplicht? Als reden wordt gegeven het persoonlijke contact met klanten. Dat blijkt dus niet voldoende om klanten te trekken, want de klandizie loopt volgens de cijfers al jaren terug. In de reguliere detailhandel hebben ze dit soort onzinnige regels niet en huurt een ondernemer mensen in die goed zijn met klanten als hijzelf niet over die kwaliteiten beschikt. Ook maakt de aanwezigheidsplicht het onmogelijk om voltijds op meerdere dagmarkten te staan.
(Neem aan dat dat de bedoeling is van de versoepeling om op meerdere markten tegelijk te staan, zodat de bezettingsgraad omhoog gaat) Als je op 3 dagmarkten staat moet je per 4 weken (24 dagen) per markt 6 dagen aanwezig zijn. Dat betekent dat 18 dagen van de 24 al voor je bepaald zijn door de marktverordening wat je moet doen als ondernemer. Laat staan wat er gebeurt in vakantieperiodes en bij ziekte van vervangers dan moet je al snel alle 24 dagen werken. Op deze wijze is het feitelijk onmogelijk om voltijds op meerdere markten te staan als onderneming en dus zal de bezettingsgraad door deze maatregel dus ook niet stijgen. Bovendien is de aanwezigheidsplicht in strijd met diverse Europese regels: -Artikel 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dagelijks wordt namelijk vastgelegd of de vergunninghouder zich op de markt bevindt of niet. Dit is een duidelijke inbreuk op zijn privacy. Echter niet alleen van de vergunninghouder worden de gegevens vastgelegd, ook van diegene die als vervanger optreedt. Degene die als vervanger aangemerkt wordt, heeft echter geen enkele relatie met de gemeente Amsterdam met betrekking tot de vergunning. Er wordt dus dagelijks van verschillende personen bijgehouden waar zij zich bevinden, op grond van regelgeving die in strijd is met Europese regelgeving.
5
Gemeente Amsterdam Nota van beantwoording Economische Zaken en Cultuur Inspraak Wijziging marktverordening
-Strijdigheid met ‘Vrijheid van ondernemerschap’ Daarnaast is het voorgenomen handhaven in strijd met artikel 16 Vrijheid van ondernemerschap van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Zoals in het eerdere genoemde voorbeeld heeft de regelgeving dus directe invloed op de personeelsplanning en vakantieroosters van de onderneming. Dit is een enorme inperking van de vrijheid en mogelijkheden van de onderneming. Slechts gebaseerd op een heel slecht onderbouwde grondslag: Het persoonlijke contact van de ondernemer met de klanten en binding met de markt. (Werkt blijkbaar voortreffelijk, zie achteruitgang markt) -Strijdigheid met de Europese Dienstenrichtlijn Overweging 65: De vrijheid van vestiging veronderstelt met name het beginsel van gelijke behandeling, dat niet alleen het discrimineren op grond van nationaliteit verbiedt, maar ook elke indirecte discriminatie op grond van andere criteria die in de praktijk tot hetzelfde resultaat kunnen leiden. De toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit in een lidstaat, als hoofd- of als nevenactiviteit, mag derhalve niet afhankelijk worden gesteld van criteria als de plaats van vestiging, de feitelijke of juridische verblijfplaats of de plaats waar de dienstenactiviteit voornamelijk wordt uitgeoefend.
Deze criteria omvatten echter geen eisen op grond waarvan de dienstverrichter, dan wel een van zijn werknemers of een vertegenwoordiger, aanwezig moet zijn bij de uitoefening van de activiteit wanneer dit door een dwingende reden van openbaar belang wordt gerechtvaardigd”. De persoonlijke aanwezigheidsverplichting zorgt er voor dat een ondernemer uit bijvoorbeeld Italië of Griekenland minder snel geneigd is om hier zijn onderneming op de markt te laten staan. Omdat je niet onbeperkt vervangen mag worden, is dit een extra drempel om hier een vergunning aan te vragen. In deze regelgeving is dus sprake van indirecte discriminatie. Sinds de afschaffing jaren geleden van de vestigingswet is er ook geen dwingende reden van openbaar belang te verzinnen, die de huidige eisen rechtvaardigt. 4. Blokkensysteem Reeds in 2015 is er aangegeven de “sta-verplichting” (dit is dus niet persoonlijke aanwezigheidsplicht) te veranderen om de bezettingsgraad omhoog te krijgen. In de nota van beantwoording Marktverordening 2016 staat daar het volgende over te lezen: Ook is de suggestie gedaan om de week in drie tijdvakken op te delen en te eisen dat een ondernemer in elk van die tijdvakken aanwezig moet zijn, om een betere spreiding over de week te krijgen. Dit zou moeten gelden voor zowel sollicitanten als vaste plaatshouders.
Op dit moment vindt het college het ongewenst om de aanwezigheidseisen verder aan te scherpen. Inmiddels vinden ook de mensen binnen het marktbureau dit een goed idee. Moet het dan tot na 2025 duren voor we dit invoeren? Tien jaar na de eerste suggestie.
B. Marktondernemer 2 Bij 1: de verruiming van de regels geeft ruimte voor corruptie: handelaren kunnen een plaats geven aan anderen met bv een hoge anciënniteit. Deze schrijven zich uit en hebben vervolgens een goede vaste plaats. Marktmeesters hebben altijd aangegeven de soort handel niet te kunnen controleren. Daarnaast is controle van 25% aanwezigheid onmogelijk. De marktmeesters lopen 1 ronde over de markt om te scannen en betalingen te innen. Nu al zie je de door hen verboden buitenkraamse tafeltjes, rekken e.d. onmiddellijk hierna tevoorschijn komen. Zonder enige controle en handhaving nemen de brutalere
6
Gemeente Amsterdam Nota van beantwoording Economische Zaken en Cultuur Inspraak Wijziging marktverordening
handelaren ruimte in ten koste van andere verkopers en het publiek.
C. Marktondernemer 3 Veel van de genoemde wijzigingen zijn een grote vooruitgang, zeker voor ondernemers (zoals wij) die graag op meerdere markten willen staan met goede materialen. Zeker de regels voor EVI en vervanging zijn natuurlijk zeer logisch in deze tijd; een kraam altijd zelf bezetten is gewoonweg niet mogelijk als je bedrijf groter word. Dank voor deze nieuwe regels. Graag zou ik vergunningen juist wél op naam van een bedrijf zetten, maar dan moet het bedrijf ook kunnen bewijzen dat het werkelijk werkt onder deze naam. Want ook nu worden plaatsen verpacht (o.a. op Lindengracht weet ik 2 plekken waar dit gebeurt) en wordt hier niks tegen gedaan omdat de vergunninghouder 5 minuten per dag aanwezig is tijdens het scannen. Dus dan kunnen we het net zo goed op naam van een bedrijf zetten, want dan is bedrijfsovername netter geregeld.
D. FNV Zelfstandigen Artikel 2.5 vervangerskaart: bij man/vrouw/kind is het onredelijk, als allebei een eigen marktvergunning hebben, om dan te bepalen dat een vervangerskaart niet mogelijk is. Vaak hebben zij samen 1 gezamenlijk bedrijf (VOF, BV) opgebouwd met meerdere vergunningen.
E. Ondernemersvereniging Albert Cuypmarkt 2. Verruiming van regels (zie punt 1) Maximaal op 3 markten tegelijk mogen verkopen Waarom zou een goede marktondernemer niet op meer markten tegelijk mogen verkopen. De markten hebben juist behoefte aan professionele marktondernemers. Waarom deze beperking opleggen? Verruimen van aantal vervangers naar 4 Ook hier wordt de marktondernemer klein gehouden. Waarom zouden dit er niet meer mogen zijn? In een winkel is dit ook oneindig. Vier vervangers zijn te weinig als men 6 dage in de week op 3 verschillende dagmarkten zou staan. Verlagen persoonlijke aanwezigheidsplicht Het verlagen van de persoonlijke aanwezigheidsplicht van 50% naar 25%. Waarom moeten ondernemers perse 25% zelf aanwezig zijn? Dit werkt goed ondernemerschap tegen. De eigenaar moet tenslotte ook naar de groothandel en/of andere winkels kunnen gaan. Ons advies is geen persoonlijke aanwezigheidsplicht in te stellen, dat is niet meer van deze tijd.
F. Marktondernemer 5 Inspraak over wijziging 1. Sinds de marktvisie van 2016 was er weer een machtiginssysteem. Dit machtiginssysteem was na het fraudeschandaal een twijfelachtig gegeven in verband met de fraudegevoeligheid ( het wordt op deze manier makkelijker plaatsen onderhands te ‘verpachten’ wat vóór en zelfs na 2016 en daarna, ook nu nog steeds voorkomt). Is dat ook de bedoeling of werkt men dan met officieel personeel? Natuurlijk is het begrijpelijk dat er aan ondernemers met een vaste plaats tegemoetgekomen wordt; ook al omdat
7
Gemeente Amsterdam Nota van beantwoording Economische Zaken en Cultuur Inspraak Wijziging marktverordening
zij de oudste rechten hebben. Echter lijkt mij dat niet gelden voor hun vervangers. Als zij op eén dag 3 plaatsen op verschillende markten mogen innemen gaat dit dan niet ten koste van de sollicitant die, zoals ik,15 jaar anciënniteit heeft, integenstelling tot de ‘vervanger’, die nul anciënniteit heeft? Het machtiginssysteem in coronatijd zorgde voor scheve ogen. Het was niet makkelijk mijn gewone collegialiteit te voelen voor de marktondernemers met een lagere anciënniteit die wel mochten staan en ik keer op keer naar huis werd gestuurd met m’n 15 jaar anciënniteit. Dit was een tijdelijk maatregel, maar ik kan me voorstellen dat hetzelfde effect zich voordoet als er een ‘nieuwe’ ‘vervanger’ op een mooie hoekplaats terechtkomt en er voor mij geen of een slechte plaats overblijft. Overigens is mijn ervaring dat er op de Noorderzaterdag en - maandagmarkt veelal weinig sprake is van genoeg plaatsen, zoals in wijziging 10 wordt gesteld. De markt en welke plaats mij wordt toebedeeld is ook voor mij bedrijfsmatig en van levensbelang, ook al ben ik ‘maar’ sollicitant. Voor de Lindengracht ben ik al vrij lang een tijdelijke vaste plaatshoudster en voor verschillende andere markten sta ik vrij hoog op de lijst, dus het zou zomaar kunnen dat ik binnenkort een vaste plaats aangeboden krijg.
Toch wil ik de positie van de trouwe sollicitant verdedigen omdat ik vind dat het eerlijk is als wij/zij ook kansen houden.
2.2 Reactie college De marktondernemers 1 en 3 en de Ondernemersvereniging Albert Cuypmarkt vragen om het aantal markten waarop tegelijk mag worden gestaan helemaal niet meer te beperken en om vergunningen op naam van een bedrijf mogelijk te maken. Het college heeft begrip voor deze in de inspraak naar voren gebrachte meningen. Het college is voornemens om een algehele (integrale) herziening van de Marktverordening voor te bereiden, waarbij deze inspraakreacties zullen worden betrokken, met inbegrip van de verwijzingen naar de Europese Dienstenrichtlijn. Op dit moment is sprake van een tussentijdse herziening van de verordening, waarbij knelpunten zoveel mogelijk worden weggenomen, zonder de fundamenten van de verordening aan te tasten. In de huidige verordening is de vergunning op naam van een natuurlijk persoon, die is ingeschreven in het register ambulante handel een van de fundamenten. Daarom heeft het college gezocht naar mogelijkheden voor verruiming van een aantal verplichtingen, zonder dit fundament aan te tasten. De ingebrachte reacties geven geen aanleiding om het voorstel op dit punt aan te passen. Dat betekent dat de persoonlijke vergunning blijft gehandhaafd. Het aantal markten waarop tegelijk kan worden gestaan en het aantal dagen waarop de marktplaats persoonlijk moet worden ingenomen is een samenhangend voorstel.
Wijziging van een van deze zou ook wijziging van andere bepaling vergen. Met name een minimale aanwezigheidsplicht van 25% van het aantal marktdagen is naar de mening van het college een ondergrens om nog te kunnen spreken van een stelsel waarbij de persoonlijke vergunning en daarmee de persoonlijke aanspreekbaarheid centraal staat. Het primaire doel van de voorgestelde wijziging is niet om het mogelijk te maken om op meerdere dagmarkten tegelijk te staan. Het is vooral bedoeld om het mogelijk te maken dat een ondernemer van een dagmarkt ook een plek kan krijgen op (gemeentelijke) weekmarkten. Daarmee worden deze weekmarkten meer in een gelijke positie gebracht als particuliere weekmarkten en weekmarkten in de omgeving van Amsterdam, waarvoor geen beperkingen bestaan. Het is aan de ondernemer om te bezien op hoeveel dagmarkten tegelijk verkopen binnen de aangegeven verruimingen mogelijk is. Marktondernemer 1 verwijst naar de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, in het bijzonder met betrekking tot de privacy. Het vastleggen of een vergunninghouder of zijn vervanger zich op de marktplaats bevindt is geen inbreuk op de privacy van
8
Gemeente Amsterdam Nota van beantwoording Economische Zaken en Cultuur Inspraak Wijziging marktverordening
deze personen. De gemeente houdt zich aan de regels voor bescherming van persoonsgegevens. Deze gegevens worden door de gemeente niet openbaar gemaakt. Het registreren van vervangers is nodig om te kunnen constateren of aan de regels voor aanwezigheid wordt voldaan, zoals die in de Marktverordening zijn opgenomen. Dit staat los van de controle op het hebben van een vergunning. Voorts is marktondernemer 1 van mening dat het voorgenomen handhaven in strijd is met artikel 16 van voorgenoemd Handvest, dat betrekking heeft op vrijheid van ondernemen. Handhaven van regels is niet in strijd met vrij ondernemerschap. Regels en vergunningen hebben geen zin als die niet gehandhaafd kunnen worden. Regels en vergunningvoorwaarden zijn noodzakelijk in verband met de openbare orde en de ordening van de ambulante handel op de markten. Omdat markten plaats vinden in de openbare ruimte is er bij deze gronden geen sprake van een ongerechtvaardigde rechtsongelijkheid ten opzichte van bijvoorbeeld winkeliers. Door marktondernemer 1 is gevraagd om het mogelijk te maken op meerdere marktplaatsen op dezelfde markt te staan. Ook dit is in strijd met het genoemde fundament onder de huidige Marktverordening. Daarnaast streeft het college naar markten met een divers aanbod, conform de Marktvisie Amsterdam 2018-2026. Op meerdere plekken op dezelfde markt verkopen staat daarmee op gespannen voet.
Marktondernemer 1 en de Ondernemersvereniging Albert Cuypmarkt vragen om een verhoging van het aantal vervangers. Het college is van mening dat een groter aantal vervangers afbreuk doet aan het principe van de persoonlijke vergunning. Bij een groter aantal vervangers kan de situatie ontstaan dat in wezen sprak is van een vergunning voor een bedrijf. Of vergunningen op naam van een bedrijf mogelijk moeten worden wordt onderzocht voor de integrale herziening van de Marktverordening. Het aantal vervangers/werknemers wordt daarbij betrokken. Marktondernemer 1 geeft aan dat de huidige verordening op onderdelen in strijd zou zijn met de Europese Dienstenrichtlijn. De gemeente bevindt zich thans in een overgangsfase wat betreft het volledig in overeenstemming brengen van verordeningen met de Europese Dienstenrichtlijn en jurisprudentie over schaarse vergunningen. In 2016 is hier al zo goed mogelijk rekening mee gehouden bij de bepalingen over kramenzetvergunningen en vergunningen voor markten op afstand. Het college onderzoekt voorafgaand aan de integrale herziening van de marktverordening op welke wijze de verordening in alle opzichten in overeenstemming gebracht kan worden met de Europese Dienstenrichtlijn, in het bijzonder wat betreft de vergunningen voor marktondernemers op gemeentelijke markten. Dat is niet het doel van deze tussentijdse herziening.
Marktondernemer 1 vraagt om invoering van een blokkensysteem op dagmarkten om de aanwezigheid van vaste marktplaatshouders gedurende de gehele week te bevorderen. Het college neemt dit voorstel niet over, omdat het een beperking inhoudt ten opzichte van de huidige aanwezigheidsplicht van 3 dagen in de week waarbij de ondernemer zelf kan bepalen welke dagen de aanwezigheid het meest is gewenst en dat ook per week kan variëren. In de praktijk kan het voor veel ondernemers een verzwaring van de aanwezigheidsplicht betekenen, omdat het er voor hen op neer komt dat zij tenminste 4 dagen per week aanwezig moeten zijn om aan de aanwezigheidsplicht te voldoen en tevens op de dagen aanwezig te zijn waarop een behoorlijke omzet gerealiseerd kan worden. In meer algemene zin streeft het college naar volle en gevarieerde markten, die voldoen aan de behoefte van de consumenten (Marktvisie). Als de belangstelling van de consumenten op de eerste dagen van de week veel geringer is dan op de laatste dagen, dan zou dat eerder aanleiding moeten zijn om te bezien of de omvang van de (dag)markt op de verschillende dagen van de week moet variëren.
9
Gemeente Amsterdam Nota van beantwoording Economische Zaken en Cultuur Inspraak Wijziging marktverordening
Bij de integrale herziening van de Marktverordening zal worden bekeken op welke manier dit juridisch mogelijk gemaakt kan worden. Op dit moment is dit alleen mogelijk voor 2- en 3-daagse weekmarkten. Marktondernemers 2 en 3 en 5 wijzen op mogelijke risico’s van de voorgestelde verruimingen, met name wat betreft de controle van de aanwezigheidsverplichting. Vorig jaar is het Marktbureau gestart met het meerdere keren per dag scannen van de marktpassen. Hiermee is het risico op bijvoorbeeld verpachting verminderd. Het college acht daarom de voorgestelde verruiming verantwoord. FNV Zelfstandigen verzoekt om het mogelijk te maken om bij echtgenoten en ouders/kinderen wederzijdse vervanging mogelijk te maken, als beiden over een marktplaatsvergunning beschikken. Het college is van mening dat deze wens, hoe begrijpelijk ook, niet ingewilligd kan worden. De reden is dat dan in feite sprake is van twee vergunningen die elk op twee namen staan. Dat is in strijd met de persoonlijke vergunning. Bovendien zou op deze wijze een groep marktondernemers (echtgenoten en ouders/kinderen) in een bevoorrechte positie komen te verkeren ten opzichte van andere marktondernemers. Dit punt wordt verder betrokken bij de integrale herziening van de Marktverordening. Het college merkt hierbij op dat dit punt ook al is ingebracht bij de inspraak op de Marktverordening in 2015.
Toen was de reactie van het college dat de regel dat een vervanger niet zelf mag staan ingeschreven in het register van belang is om te voorkomen dat een vervanger die tevens marktondernemer is niet alleen de eigen markthandel, maar tegelijk ook de markthandel van een ander uitoefent. Dat is in strijd met het persoonlijk innemen van een marktplaats. Marktondernemer 5 wijst op de wenselijkheid om loyaliteit te stellen boven anciënniteit. Het college kan deze gedachtelijn volgen. Daarom adviseert het college de dagelijks besturen van de stadsdelen om bij het verlenen van tijdelijke vaste vergunningen de mogelijkheid om deze uit te geven op basis van loyaliteit serieus te overwegen. Het dagelijks bestuur van Zuid heeft hiertoe al besloten in de aanloop naar de herindeling van de Albert Cuypmarkt. De ingebrachte reacties geven derhalve geen aanleiding tot aanpassing van het voorstel.
3 Onderscheiden van verschillende soorten marktplaatsen naast de al bestaande reguliere plaatsen met een marktkraam en standwerkersplaatsen
Het betreft de volgende bijzondere marktplaatsen: grondplaatsen (zonder kraam of eigen verkoopinrichting), marktplaatsen met een opslagbox (Waterlooplein), bakplaatsen en plaatsen bedoeld voor het plaatsen van een eigen verkoopwagen, waarbij tevens wordt bepaald:
dat bij een herindeling bijzondere plaatsen als eerste worden vergund aan degenen die al beschikken over een vergunning voor een dergelijke plaats en vervolgens aan degenen die de plaats als zodanig in gebruik willen nemen; dat bijzondere marktplaatsen bij de dagelijkse indeling met voorrang worden toegekend aan gegadigden die de plaats als zodanig in gebruik willen nemen; indien een bijzondere marktplaats niet als zodanig wordt gebruikt de plaats met een kraam moet worden ingenomen, te huren van de vergunde kramenzetter;
10
Gemeente Amsterdam Nota van beantwoording Economische Zaken en Cultuur Inspraak Wijziging marktverordening
het laten vervallen van de vergunningplicht voor het gebruik van een eigen verkoopinrichting.
3.1 Binnengekomen inspraakreacties A. Marktondernemer 1 2.Afschaffing vergunning eigen verkoopinrichting. -Wat betekent dit voor mensen die om bv. arbo technische in de toekomst wellicht een eigen verkoopinrichting nodig hebben? Moet daarvoor dan weer het inrichtingsbesluit van betreffende markt verandert worden? -Winkels met economische binding net als opslagboxen de mogelijkheid geven eigen materiaal te laten gebruiken.
B. Marktondernemer 4 Inleiding: Ik maak me zorgen om de effecten van de reeds bestaande Marktverordening in de praktijk en vind dat daar aandacht aan besteed moet worden in de Tussentijdse Verordening. Verlies rechten: Allereerst maak ik me zorgen over de positie van de vaste marktkraamhouders tov de boxhouders mbt deze tussentijdse verandering van de marktverordening. Volgens de huidige nog bestaande verordening zijn de rechten van vaste marktkraamhouders en boxhouders hetzelfde wbt anciënniteitsrechten en andere rechten. Maar met de verandering van de positie van de boxhouders zou dat weleens ten koste kunnen gaan van de rechten van de vaste marktkraamhouders en andere vaste plaatshouders. Ik weet niet goed hoe je daar bij de inspraak op kan reageren en of er dan later bezwaar gemaakt kan worden, wanneer dat in de praktijk zo blijkt te zijn. Vertaling naar de praktijk: Verder valt het me op dat in de bestaande Marktverordening en de Tussentijdse Verordening niet is voorzien in de antwoorden die nu o.a. nodig zijn voor de praktische toepassingen voor het Waterlooplein. Er is bijvoorbeeld niet gekeken naar de financiële gevolgen voor de marktkooplui en evenmin naar hun rechten anderszins bijvoorbeeld bij de invulling van het thema en de haalbaarheid daarvan in de praktijk.
Effecten: De overstap van een warenmarkt naar een themamarkt leidt tot onvermoede effecten in de (rechts)positie van de marktkooplui en de financiële gevolgen daarvan voor de marktondernemers. Ook is er onvoldoende nagedacht over de positie van de klanten van de marktkooplui die hun vraag op het gebied van smaak en financiën niet meer beantwoord zullen zien. In de daarvoor benodigde inkoop is niet of nauwelijks te voorzien. De reeds opgezette strikte regels om te voldoen aan de thema-eisen maakt dat schier onmogelijk en getuigt van weinig realiteitszin. Vooral voor de oudere marktkooplieden is dit niet echt te doen. Aandacht voor uitstervingsbeleid zou dan ook terecht zijn en geldt trouwens ook bij de andere bedrijven in de binnenstad. Verbeteren:
11
Gemeente Amsterdam Nota van beantwoording Economische Zaken en Cultuur Inspraak Wijziging marktverordening
De Waterloopleinmarkt wordt er zo niet leuker en attractiever op. Er zijn te weinig bruikbare kaders en realistische benaderingen geregeld in de Verordeningen. De rechten van de betrokkenen worden niet geborgd. De bedoelingen van de gemeente zijn tegenstrijdig of onwerkbaar. Ook wordt er geen rekening gehouden met ook nog eens de gevolgen voor het inkomen van de marktondernemers ten gevolge van de Corona en de effecten van de verbouwing van de markt. C. Ondernemersvereniging Albert Cuypmarkt (OVAC) Vervallen van eigen materiaal vergunning (zie punt 2.4) Dit besluit lijkt niet doordacht te zijn gemaakt. Wanneer marktondernemers hun eigen materiaal mogen plaatsen heeft dit gevolgen voor de uitstraling maar bovenal voor de veiligheid van de markt. Het plaatsen van materiaal is een vak. Daarnaast is het onduidelijk hoeveel verkoopwagens erbij mogen komen. Extra wagens zorgt op de Albert Cuyp voor nog meer beweging en verkeer. Met de nodige overlast voor bewoners en ondernemers. D. De Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel(CVAH) Een van de wijzigingen is, dat de aparte vergunning voor het uitoefenen van de markthandel met een eigen verkoopinrichting vervalt. De gemeente Amsterdam wil alleen nog maar eigen materiaal toestaan op plaatsen bedoeld voor het plaatsen van een eigen verkoopwagen. Dat is naar onze mening nadelig voor de marktondernemers en in strijd met het recht.
Op het marktvergunningstelsel en de Marktverordening in Amsterdam is de bekende Dienstenrichtlijn van toepassing. Artikel 9 lid 1 Dienstenrichtlijn bepaalt dat: verboden zijn vergunningstelsels en vergunningsvoorwaarden die betrekking hebben op diensten, activiteiten of het uitoefenen van diensten activiteiten (detailhandel op markten valt daaronder), tenzij is voldaan aan de volgende criteria: a. non-discriminator: de eisen voor een vergunning maken geen direct of indirect onderscheid. b. noodzakelijk: voorwaarden of eisen aan vergunningverlening zijn gerechtvaardigd vanwege een dwingende reden van algemeen (niet-)economisch belang. c. evenredig: het nagestreefde doel met het vergunningstelsel kan niet door een minder beperkende maatregel worden bereikt, met name omdat een controle achteraf te laat zou komen om werkelijk doeltreffend te zijn. Dat het niet meer mogelijk is om, buiten de daarvoor aangewezen plaatsen, de markthandel met een eigen verkoopinrichting uit te oefenen, is naar onze mening in strijd met het genoemde de noodzakelijk- en evenredigheidseis. Welke dwingende reden van algemeen (niet-) economisch belang maakt deze wijziging, beter gezegd beperking, noodzakelijk? Als het gaat om het belang voor de gemeente bij de inpasbaarheid en veiligheid van het eigen verkoopmateriaal is de wijziging, beperking bovendien niet evenredig.
Het doel van inpasbaarheid en veiligheid van eigen materiaal kan namelijk ook met een minder beperkende maatregel worden bereikt, namelijk het stellen van voorwaarden aan en het verbinden van voorschriften aan het te gebruiken eigen materiaal. Dat gebeurt in de huidige situatie. Nu wordt de mogelijkheid van het gebruik van eigen verkoopmateriaal onnodig beperkt tot enkel de daarvoor aangegeven plaatsen. E. Exploitatie Albert Cuyp BV *Het uitgeven van grondplaatsen en EVI plaatsen tijdens de loting zal extra logistieke bewegingen op de markt gaan veroorzaken tijdens het op en afbouwen van de marktkramen. EAC BV spreekt dan specifiek over de Albert Cuypmarkt. Jaren is er gewerkt aan het beperken van de logistieke bewegingen. Dit vooral om overlast voor de buurt te beperken, met succes.
12
Gemeente Amsterdam Nota van beantwoording Economische Zaken en Cultuur Inspraak Wijziging marktverordening
Doordat er grond en / of EVI plaatsen kunnen worden uitgegeven zullen er kramen moeten worden geplaatst of juist moeten worden weggehaald. Dit op een markt waar de gemeente nu al geen handhaving beschikbaar heeft om bijvoorbeeld de problematiek van de koeriers diensten op elektrische fietsen een halt toe te roepen. Dagelijks is er nu al sprake van een grote verkeersonveiligheid. *Werknemers van EAC BV zijn nu werkzaam van 6.30 uur tot 8.30 uur in de morgen en vanaf 17.00 uur in de middag. Met het langer aanhouden van personeel in de morgen zal het onvermijdelijk zijn dat de prijzen voor kraamhuur flunk omhoog zullen gaan. Deze werknemers zijn nodig voor het plaatsen of verwijderen van marktkramen en worden voor hun werkwijze op goede wijze beloond. De prijsbepaling nu voor de huur van een marktkraam is gebaseerd op het aantal kramen wat EAC BV kan plaatsen en waarop destijds op is ingeschreven. Dit aantal zal met de wijzingen in de verordening terug lopen. *Door de hoogte en breedte van een EVI zullen er logistieke problemen ontstaan. Twee EVI’s van verschillende kanten kunnen elkaar niet passeren als er marktkramen zijn opgebouwd. Het gaat dan over de ruimte tussen de reeds opgebouwde marktkramen. Dit is een besproken punt als het gaat over het overnachten van EVI's op de Albert Cuypmarkt. Ook het manoeuvreren in de krappe zijstraatjes in de Noord Pijp is een groot probleem.
*EVI's zijn niet op hun plek te krijgen als er al marktkramen zijn geplaatst. Er is dan simpelweg te weinig ruimte om te kunnen manoeuvreren. De combinatie van een bestelbus met een EVI gekoppeld kan oplopen tot zestien meter. Niet alleen op de markt maar in de gehele Pijp een nauwelijks te handelen lengte. Het plaatsen van EVI's na de `toting' is nu al een probleem. *Tussen de manoeuvrerende EVI's door zal dan nog het materiaal van EAC BV extra logistieke bewegingen moeten gaan maken om marktkramen te plaatsen of juist weg te halen. Dit zal leiden tot overlast voor omwonenden. *Voornoemde problemen zullen zich ook gaan voordoen bij de uitgifte van `grondplaatsen' Wanneer een marktondernemer nu een plaats inloot staat daar een kraam die wordt afgenomen van EAC BV. Bij uitgifte van een grondplaats zal de daar aanwezige kramen moeten worden verwijderd. Hier is extra personeel voor nodig vanuit EAC BV. Daarnaast zal dit ook de eerder genoemde extra logistieke bewegingen gaan geven. *Op dit moment zijn er al problemen omdat het Marktbureau op eigen wijze de wet "van meten en persen" toepast. Er is een EVI plek vergund van 4 meter aan een EVI van 5 meter, dan komt men een meter tekort. Dit leidt tot stevige buren ruzie onder de kooplui. *Het uitgeven van grondplaatsen leidt tot een verarming van de markt. Een ieder kan plaatsen wat hij wit waardoor er een rommelige markt ontstaat.
Dat kan zijn een eigen marktkraam, partytent, parasol of helemaal niets. De uniformiteit van de markt is weg. Het vreemde is dat juist op een markt waar dit altijd het geval was gaan de marktondernemers in boxen met zeilen eraan om uniformiteit te bereiken, het gaat dan over de Waterlooplein markt. Ook hier, het Waterlooplein, krijgen kramenzetters het nakijken. De zeilen zijn aan de containers bevestigd en de kramenzetter is daar bijna niet meer nodig. De gemeente gaat optreden als kramenzetter en daarmee op de stoel van de kramenzetter zitten. Ondernemen is niet bedoeld voor overheden.
13
Gemeente Amsterdam Nota van beantwoording Economische Zaken en Cultuur Inspraak Wijziging marktverordening
*Waar er op het Waterlooplein naar eenheid wordt gestreefd gaat de Albert Cuypmarkt juist worden los gelaten en daardoor een `nieuw' Waterloopleinachtige vlooienmarkt gaan worden. Gezien de status van de Albert Cuypmarkt, een kwaliteitsmarkt, onwenselijke en niet passend bij het concept Albert Cuypmarkt en de buurt. Handel op de straatstenen zal het gevolg zijn. Dat brengt uitgifte van grondplaatsen met zich mee. Wat dan weer opgelost gaat worden met nog meer regelgeving. Onwenselijk. *Diverse marktondernemers hebben al aangegeven afscheid te zullen nemen van EAC BV als kramenzetter als de mogelijkheid van grondplaatsen gaat worden geboden. Een logisch gevolg op de voorgenomen herziening. *Er zijn al ondernemers, verhuur bedrijven, die aanbieden om de eigen materialen van de marktondernemers op te slaan en in de morgen terug te plaatsen Onder het mom opslag. Dit worden verkapte kramenzet bedrijven zonder vergunning die zeer veel extra logistieke bewegingen zullen veroorzaken. Geen van heeft is gevestigd op de Albert Cuypstraat , zoals EAC BV, maar in belendende straatjes. Meer overlast voor de buurt. *Mochten de herzieningen wat betreft EVI's en grondplaatsen worden doorgedrukt kan dat leiden tot inkrimping van het werknemers bestand van EAC BV.
Zoals aangegeven zijn de werknemers alien lang in dienst en zullen de kosten voor ontslag, de transitie vergoeding, onaanvaardbaar hoog worden. Dit met alle gevolgen van dien. EAC BV wordt door voornoemde maatregelen in zijn broodwinning aangetast. EAC BV zal bij doorgang van de herziening onderzoeken of hier een claim voor kan worden neergelegd. *EAC BV verhuurd tot op de dag van vandaag, door een goede bedrijfsvoering, de meest voordelige marktkramen van het land, dat moet zo blijven. Uw college heeft bekend gemaakt dat er veel wijzigingen van de Marktverordening zullen worden doorgevoerd. Een van de gevolgen zal zijn dat: er onder omstandigheden, geen verplichting zal zijn om een kraam of te nemen van de vergunde kramenzetter. De heer Burger is, namens EAC BV, kramenzetter op de Albert Cuyp. Het moge duidelijk zijn dat als deze wijziging wordt doorgevoerd, hij daar last van zal krijgen. De heer Burger heeft mij verteld dat hij nimmer op de hoogte is gebracht van deze wijzigingen en dat er ook geen inspraak is geweest. Hij is lid van de marktadviescommissie, maar de marktadviescommissie is vanaf 2019 niet bij elkaar geweest. Het is dan ook de vraag hoe dit nu kan? Is de competente adviescommissie gepasseerd? Wellicht is sprake van misverstand? F.
FNV Zelfstandigen Algemeen: De anciënniteit bij een volledige herindeling moet worden toegepast binnen de groep rondplaatsen/stalplaatsen en de boxhouders. Dit is overigens door de M. Baars van de Gemeente Amsterdam al in 2018 toegezegd nav expliciete vraag van de heer D. Lurks (marktondernemer Waterlooplein) in de Gemeenteraad. Voor de anciënniteit bij een volledige herindeling gelden alle marktkooplieden dus als 1 groep. Echter de vaste boxhouders houden altijd recht op een box. Maar bij een volledige herindeling (als er nog boxen niet zijn uitgegeven) geldt dat de anciënniteit van alle marktkooplieden wordt meegenomen mbt de keuze voor een box. De marktkooplieden die eerder een grond/stalplaats hadden en bij de
14
Gemeente Amsterdam Nota van beantwoording Economische Zaken en Cultuur Inspraak Wijziging marktverordening
herindeling een box willen en de boxhouders kunnen op basis van anciënniteit een box kiezen waarbij er dus voor de vaste boxhouders altijd voldoende boxen moeten overblijven.
3.2 Reactie college Marktondernemer 1 wijst op de mogelijke belemmering om tussen twee inrichtingsbesluiten in van een kraam over te gaan op een verkoopwagen. Het college is van mening dat het van belang is dat de situering van eigen verkoopinrichtingen (verkoopwagens) op de markt mede bepalend is voor het uiterlijk van de markt en vaak ook niet gewenst is vanwege winkels achter de kramen. Daarom is het inrichtingsbesluit het juiste instrument om te bepalen waar verkoopwagens zijn toegestaan. Bij de inspraak over inrichtingsbesluiten kunnen marktondernemers kenbaar maken of zij het wenselijk vinden om op hun vaste marktplaats(en) verkoopwagens mogelijk te maken. Het is aan het dagelijks bestuur om een afweging te maken tussen het belang van de betreffende ondernemer, het algemeen belang van de markt en de belangen van derden. In het verlengde hiervan is de CVAH van mening dat deze bepaling in strijd is met artikel 9 lid 1 van de Europese Dienstenrichtlijn. Het college is van mening dat deze richtlijn geen belemmering is voor de voorgestelde bepalingen in de herziene Marktverordening. Het brengt wel de plicht mee om steeds in concrete gevallen een bewuste afweging te maken tussen het algemene belang en de (mogelijke) gevolgen daarvan voor de vrijheid van ondernemen van marktondernemers.
Dit brengt met zich mee dat dagelijks besturen bij het vaststellen van inrichtingsbesluiten zorgvuldig te werk moeten gaan. Juist door het vervallen van de vergunningeis wordt de Marktverordening meer in overeenstemming gebracht met het Europese recht. Daarmee is het al dan niet kunnen plaatsen van een verkoopwagen niet langer afhankelijk van het hebben van een vergunning, maar van de bepalingen in het inrichtingsbesluit. Die zijn niet verbonden aan de ondernemer, maar aan de kenmerken van de marktplaats. Daarbij neemt de gemeente de criteria noodzakelijkheid en evenredigheid in acht. Marktondernemer 1 verzoekt om het mogelijk te maken dat marktplaatsen met economische binding aan de achtergelegen winkels eigen materiaal plaatsen, in plaats van de kraam van de kramenzetter. Het college heeft hier geen principieel bezwaar tegen. De verordening regelt dit ook niet. Het dagelijks bestuur van het betreffende stadsdeel kan voor markten in het inrichtingsbesluit bepalen of de marktplaatsen met economische binding worden aangemerkt als kraamplaats of als grondplaats. Daarbij kunnen meerdere aspecten een rol spelen, waaronder de uitstraling van de markt. Het college wijst er daarbij op dat de marktplaats gebruikt moet worden voor het uitoefenen van markthandel en derhalve niet uitsluitend gebruikt mag worden als doorgang of uitstalling.
Marktondernemer 4 en FNV Zelfstandigen wijzen op de specifieke situatie op de Waterloopleinmarkt. Het college heeft slechts op advies van het dagelijks bestuur van Centrum in de herziening van de verordening opgenomen dat het niet verplicht moet zijn om voor de box een kraam te plaatsen. Dit in afwijking van de regels voor de markt met de oude boxen. Hiervoor zijn twee redenen. Ten eerste het feit dat de nieuwe boxen zijn voorzien van een (uitschuifbare) luifel met meegeleverde zeilen, waaronder de koopwaar met eigen materiaal kan worden uitgestald. Dit is aan de gemeenteraad reeds kenbaar gemaakt in het aanvullende kredietvoorstel voor de marktboxen. Het niet hoeven afnemen van een kraam compenseert ook financieel voor de ondernemer de hogere kosten van
15
Gemeente Amsterdam Nota van beantwoording Economische Zaken en Cultuur Inspraak Wijziging marktverordening
een marktbox met uitklapbare voorgevel. Zowel de rechthebbenden op een marktbox als de kramenzetter zijn hiervan tijdig op de hoogte gesteld. Ten tweede wordt op de nieuwe Waterloopleinmarkt een grotere variëteit beoogd in de presentatie van de koopwaar binnen de kaders van de marktplaats. Daartoe is er geen verplichting van een kraam meer bij boxplaatsen en is ook het aantal grondplaatsen (zonder kraam of box) vergroot. Marktondernemer 4 maakt opmerkingen met betrekking tot de instelling van de nieuwe Waterloopleinmarkt als themamarkt. Het college wijst erop dat reeds in de Marktvisie Amsterdam 2018-2026 de Waterloopleinmarkt als themamarkt is aangeduid. Het dagelijks bestuur van Centrum heeft hier verder uitwerking aan gegeven. Voor een inhoudelijke reactie verwijst het college naar de nota van beantwoording van het dagelijks bestuur op de inspraak over de uitgangspunten van de nieuwe Waterloopleinmarkt. Marktondernemer 4 en FNV Zelfstandigen geven aan zorgen te hebben over de toepassing van anciënniteit bij het vergunnen van marktplaatsen met een opslagbox. Het dagelijks bestuur van Centrum heeft regels vastgesteld voor de indeling van de nieuwe Waterloopleinmarkt. Daarbij is het uitgangspunt gehanteerd dat iedereen op de nieuwe markt een gelijksoortige marktplaats kan krijgen als de ondernemer op de oude markt had.
Binnen dat kader wordt het anciënniteitsprincipe toegepast, zowel bij het toewijzen van vrije marktplaatsen, als bij het vergroten van marktplaatsen. De ondernemersvereniging Albert Cuypmarkt wijst op de nadelen van eigen verkoopinrichtingen op het uiterlijk van de markt. Het is aan het dagelijks bestuur van een stadsdeel om hierin een afweging te maken. Exploitatie Albert Cuyp BV wijst op diverse mogelijke consequenties van het toestaan van meer verkoopwagens op de Albert Cuypmarkt. Het dagelijks bestuur van Zuid heeft deze reactie ook ontvangen bij de inspraak voor het inrichtingsbesluit Albert Cuypmarkt. Het college is van mening dat het aan dit dagelijks bestuur is om af te wegen of de bezwaren moeten leiden tot aanpassingen in het inrichtingsbesluit. Daarom wordt verwezen naar de nota van beantwoording op die inspraak. De ingebrachte reacties geven derhalve geen aanleiding tot aanpassing van het voorstel.
4 Vereenvoudiging van de voorschriften voor nadere regels
voor markten op afstand, teneinde meer maatwerk te kunnen leveren, alsmede aanpassing van de overgangsregels voor deze markten, zodat deze aansluiten op de wijze waarop deze in het verleden zijn ingesteld. 4.1 Binnengekomen inspraakreacties A. De Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel(CVAH) De gemeente stelt de Vergunningsduur voor een Markt op afstand op maximaal zeven jaar. Dit
16
Gemeente Amsterdam Nota van beantwoording Economische Zaken en Cultuur Inspraak Wijziging marktverordening
vinden wij te kort. De gemeente geeft als enige onderbouwing aan dat een looptijd van zeven jaar opgenomen is overeenkomstig de geschatte terugverdientijd van de investeringen voor het organiseren en beheren van een markt op afstand. Voor zover wij kunnen nagaan heeft de gemeente zelf geen onderzoek verricht met betrekking tot de termijn van vergunningverlening. Er is door u naar onze mening dan ook niet deugdelijk gemotiveerd waarom er voor een termijn van zeven jaar is gekozen. Omdat de vergunningsduur van een Markt op afstand directe werking heeft op de overeenkomsten tussen de marktondernemers en de desbetreffende organisator van de Markt op afstand willen wij voorkomen dat de ambulant ondernemers in de knel komen door deze verkorte vergunningsduur van zeven jaar. Wij zien dan ook geen enkel bezwaar om de vergunningen voor de Markt op afstand op 15 jaar te zetten. Mocht u bij uw standpunt blijven dan blijven wij van mening dat de gemeente onvoldoende onderzocht heeft en onderbouwd heeft waarom de vergunningen voor zeven jaar worden verleent.
4.2 Reactie college De inbreng van de CVAH is voor het college aanleiding geweest om te bezien of de in de Marktverordening opgenomen maximale vergunningduur voor markten op afstand van 7 jaar in het licht van nieuwe inzichten nog voldoet. Naar het oordeel van het college is het niet zo dat, zoals de CVAH stelt, de resultaten van het onderzoek van SEO direct door zou moeten werken naar de vergunningduur voor organisatoren van markten op afstand. In het SEO-rapport is dat ook expliciet aangegeven. Voor de vergunningduur is in de eerste plaats van belang hoeveel tijd de organisator van de markt zelf nodig heeft om investeringen af te kunnen schrijven. Daarnaast kan ook de gemeente belang hebben bij een bepaalde vergunningduur. In dit licht moet onderscheid gemaakt worden tussen twee soorten particuliere markten. Aan de ene kant zijn dat de themamarkten, zoals kunst-, boeken-, antiek- en platenmarkten, alsmede markten als Sundaymarket en Pure markt. Dit zijn periodieke markten. Deze worden of gedurende slechts enkele maanden wekelijks gehouden, of niet vaker dan eens in de maand of slechts enkele keren per jaar. Voor deze markten ziet het college vooralsnog geen aanleiding om vergunningen te verlenen voor een periode langer dan 7 jaar. De vergunningduur moet worden afgestemd op de investeringen en de daarbij behorende afschrijvingstermijnen van de organisator.
De verkopers op deze markten hebben in het algemeen diverse afzetkanalen en zijn voor de afschrijving van hun investeringen dus niet in belangrijke mate afhankelijk van de omzet op deze markten. Bij het bepalen van de werkelijke vergunningduur moet daarom een balans gezocht worden tussen het belang van de organisator, het belang van de gemeente en het belang van voldoende mogelijkheden voor mededinging, conform de Dienstenrichtlijn. In nader overleg heeft de CVAH te kennen gegeven zich hierin te kunnen vinden. Daarnaast zijn er particuliere markten die functioneren als wekelijkse wijkmarkt of als kleine voedselmarkt. Daarvan zijn er op dit moment 5 en op grond van de Marktvisie en de reactie van het college op het initiatiefvoorstel Markten op afstand van D66 kunnen dat er in de toekomst meer worden. Het is aan de dagelijks besturen van de stadsdelen om per markt de afweging te maken of een markt ingesteld moet worden als gemeentelijke markt of als markt op afstand. Als de gemeente een
17
Gemeente Amsterdam Nota van beantwoording Economische Zaken en Cultuur Inspraak Wijziging marktverordening
dergelijke markt instelt, dan heeft de gemeente er groot belang bij dat de markt kan functioneren zoals beoogd. Het is immers een wezenlijke voorziening voor het betreffende verzorgingsgebied. Dat betekent dat de organisator van een dergelijke markt in staat gesteld moet worden om voor die markt goede marktondernemers aan te trekken. De gemeente beschouwt dit als een dwingende reden van algemeen belang. Onderzoeksbureau SEO van de Universiteit van Amsterdam heeft onderzoek gedaan naar de investeringen en benodigde afschrijvingstermijnen van dergelijke marktondernemers. Dat was met het oog op vergunningverlening op gemeentelijke algemene warenmarkten. Maar er is geen reden om aan te nemen dat er in dit opzicht een verschil is tussen marktondernemers die hun omzet realiseren op gemeentelijke of op particuliere markten. Het advies van SEO is om rekening te houden met een terugverdientijd van 9 tot 12 jaar. Bij een kortere terugverdientijd zijn grote aantallen marktondernemers niet in staat om hun investeringen terug te verdienen. Op grond hiervan acht het college het wenselijk om het mogelijk te maken om organisatoren van particuliere wijk- en voedselmarkten vergunningen voor een markt op afstand te kunnen verlenen van 10 jaar. In het licht van de gewenste mogelijkheden voor voldoende mededinging acht het college de door de CVAH gesuggereerde vergunningduur van 15 jaar te lang.
Nader overleg met de CVAH heeft tot de conclusie geleid dat de gemeente en de CVAH een maximale vergunningduur van 10 jaar op grond van het bovenstaande in overeenstemming achten met het evenredigheidsbeginsel van transparante mededinging. Op grond hiervan wordt voorgesteld om de in de Marktverordening opgenomen maximale vergunningduur te stellen op 10 jaar in plaats van 7 jaar. Dit betekent uitdrukkelijk niet dat alle markten op afstand ook een vergunning voor 10 jaar kan en zal worden verleend. Naast de aard van de markt kunnen ook andere omstandigheden aanleiding zijn om te kiezen voor een kortere looptijd van de vergunning. Daarbij valt te denken aan de beschikbaarheid van het marktterrein in verband met ruimtelijke ontwikkelingen of voorgenomen wijzigingen in het stelsel van markten op grond van het marktbeleid.
5 Introductie van de mogelijkheid om markten dagelijks
digitaal (via internet) in te delen op de avond voorafgaande aan de marktdag, waardoor sollicitanten van tevoren weten op welke markt zij een dagvergunning kunnen krijgen. 5.1 Binnengekomen inspraakreacties
A. Marktondernemer 2 Bij 4: “Om ervoor te zorgen dat vaste plaatshouders afwezig te zijn zonder zich in het digitale systeem te hebben afgemeld...” Waarom zou je dit willen? Ze zijn er niet, hebben zich niet afgemeld dus hun plekken blijven leeg? Overigens vind ik de digitale indeling zorgwekkend. Nu kan ik tijdens de loting
18
Gemeente Amsterdam Nota van beantwoording Economische Zaken en Cultuur Inspraak Wijziging marktverordening
zien welke kramen voor mij beschikbaar zijn en daaruit de beste kiezen. Hoe gaat het als er digitaal wordt ingedeeld? Hoe kan ik dan zien wat voor mij de beste keuze is? B. Marktondernemer 5 Vaak bepaalt het weer of ik wel/ dan niet die bepaalde dag op de markt zal staan. Niets is natuurlijk zo veranderlijk als het weer en dat bepaalt ook hoe goed of slecht de verkopen zullen verlopen. Ik kan me voorstellen dat het voor de marktbezetting gunstig is om de ondernemers te stimuleren zich de avond van te voren al te verplichten. Ook neem ik aan dat het voor de gemeente lucratiever is. Zelf ervaar ik het als een inperking van mijn ondernemersvrijheid; een belangrijke reden waarom ik heb gekozen voor het marktvak. Helaas is mijn vrijheid hierin een stuk beperkter dan ik had kunnen bedenken. Er worden mij steeds meer beperkingen gesteld. Deze inspraak doe ik dan ook met het besef dat het besluit in deze allang is genomen. Misschien meer een uitspraak dan maar. Verder heb ik geen internetbankrekening, dus ik hoop dat ik nog steeds met Pin kan blijven betalen, tenminste...... C. Marktondernemer 6 REACTIE WIJZIGING : DIGITALE INDELING INVOEREN OP NOORDERMARKT ZATERDAG. Op elke vergardering van de gemeente die ik bijgewoond heb over veranderingen van de marktverordening, was "Maatwerk" een sleutelconcept, en de eerste genoemde concept.
Ik neem aan dat de gemeente dit noch steeds heel serieus neemt. Dus mijn reactie gaat uitsluitend over Noordermarkt zaterdag, niet over andere markten. Mijn mening is : Digitale indeling op de Noordermarkt Zaterdag onnodig en zelfs schadelijk is voor de markt. Het betreft 2 gebieden; 1. Belangrijke omstandigheden die nooit voorzien kunnen worden de avond vantevoren en dus nooit kunnen worden opgenomen in de algorithm zelf. 2. Belangrijke designfouten in de algorithm zelf . Gebied 1 : Ik weet zeker dat deze bestaan. Gebied 2 : Ik vermoed heel sterk dat deze bestaan maar wil eerst mijn vermoedens delen met ontwerpers van de algorithm. Misschien kunnen ze mij uitleggen dat ik iets niet goed heb begrepen. Mijn mening is dat Gebied 1. al genoeg is om digitale indeling op Noordermarkt zaterdag af te schaffen. Noordermarkt zaterdag is een aparte markt. Het is heel klein en elke week heel anders bezet en ingedeeld. Een minderheid van de vasteplaatshouders staat altijd op de echte vasteplaats. Er word veel "geschoven" elke week door vasteplaatshouders die nooit op hun echte vasteplaats of zelfs niet op de zelfde niet-vaste-plaats willen staan. Het is duidelijk dat Digitale Indeling ontworpen is voor statische markten waar veel ondernemers altijd op de zelfde plaats staan. Dus Noordermarkt is niet geschikt voor digiale indelen. (Maatwerk). Gebeid : 1.
BELANGRIJKE OMSTANDIGHEDEN DIE NOOIT VOORZIEN KUNNEN ZIJN DE AVOND VANTEVOREN. 1. Parkeergelegenheid. Noordermarkt zaterdag heeft zeer weinig kramen waar een auto achter kan.
19
Gemeente Amsterdam Nota van beantwoording Economische Zaken en Cultuur Inspraak Wijziging marktverordening
Er is alleen vrij parkeren voor de markt op ongeveer 10 parkeer vakken langs de Prinsengracht. Langs de Noordermarkt straat zijn er geen. Alle parkeerplekken zijn voor bewoners. Dus plek keuze is zeer beinvloed door parkeer plek, en dit is elke week anders. 2. Weeromstandigheden. Het weerbericht van de avond voor de markt, geeft niet goed door hoe de actuele weeromstandigheden zijn om kwart voor 9. op de werkdag zelf. Dan kan men veel beter inschatten hoe het weer gaat worden. Een top plek als het droog is kan een vloedplek worden met regen of heel gevaarlijk met wind. In beide gevallen kan er geen omzetten worden gehaald. 3. Buren Wie de buren zullen zijn kan niet ingeschat worden de avond vantevoren. Omdat zoals al uitgelegd de Noordermarkt zaterdag zeer verandelijk en fluide is. Wie de buren zullen zijn is alleen goed te zien bij een echte indeling op de markt. Wie de buren zijn is van belang omdat : a. Het is beter niet naast de directe concurrentie te staan. b. Er zijn buren die tegen de regels handelen en altijd hun kraam uitbouwen/ dichtbouwen/ inbouwen/dichthangen. Vooral als men maar Een kraam heeft is het funest om tussen of naast zulke kramen te staan. In het praktijk blijken de regels tegen zulke gedrag al jaren onhandhaafbaar, dus alleen door een actuele indeling kan men een niet ingebouwde plek kiezen. c.