CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Nota van Beantwoording Hoogbouwbeleid Amsterdam 2024_juli 2024.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 3 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Hoogbouwbeleid Amsterdam 2024 (VN2024-007080)30.417 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Stadsdeel Noord

Stadsdeel Noord spreekt haar waardering uit voor de heldere hoofdopzet en de verdiepingsslag die is gemaakt ten opzichte van het huidige hoogbouwbeleid. Het sluit aan bij de Omgevingsvisie. a. Het DB adviseert, zoals door de stadsdeelcommissie is verwoord, om het belang van duurzaamheid in de hoogbouwontwikkeling stevig te verankeren door het invoeren van een vijfde principe/vuistregel over duurzaamheid. Onder deze vuistregel kunnen de ambities en voorwaarden die de gemeente stelt aan circulariteit, energieprestatie-eisen, klimaatbestendigheid en klimaatadaptatie en natuur-inclusief bouwen verder worden uitgewerkt. Het is raadzaam om in de uitwerking van deze toegevoegde vuistregel meerdere inventieve oplossingsrichtingen in beeld te brengen. Daarbij kan aan de reeds genoemde ‘powernest’ (p 40) ook gewezen worden op zonnepanelen (PV) in gevels. b. In het concept-beleid Hoogbouw is de Ringweg A10 Noord opgenomen als Infrastructureel element met kansen voor hoogbouw op enkele specifieke locaties. Een uitwerking hiervan ontbreekt echter. Het concept-beleid is daarmee niet duidelijk genoeg. Benadrukt moet worden dat het gaat om uitzonderingen. Per saldo moet het gaan om incidentele mogelijkheden voor hoogbouw op enkele specifieke locaties.

Wat betreft de maximaal te hanteren bouwhoogte zal die moeten worden gerelateerd aan de bestaande hoogbouwelementen in het gebied (1e en 2e lijn). c. Voor Noord is van belang om te weten of de voorgestelde verdichting langs de A10 gerealiseerd zal worden bij herontwikkeling van de post-AUP wijken (Markengouw-Zuid en midden en de Banne-Noordoost), of voorzien wordt als verdichting in de groene stroken en parken langs de A10. Het DB adviseert uitdrukkelijk om niet te verdichten in het aanwezige groen langs de Ring en de parken. d. Het DB adviseert om bij verdichting een gebalanceerd woningbouwprogramma te realiseren waarin het woningaanbod ook een oplossing biedt voor de woning- of verhuisbehoefte van de reeds aanwezige bewoners. Daarbij geeft het DB mee dat zij verdichting en hoogbouw alleen zien leiden tot een positieve woon- en leefomgeving wanneer deze samengaan met een rigoureuze vergroening van de openbare ruimte. e. Het DB wijst op de met bewoners opgestelde Ecologische Kaart die belangrijke informatie levert bij concrete planvorming aangaande het optimaal versterken van groenkwaliteit van de openbare ruimte bij verdichting. f. Het DB adviseert om het hoogbouwbeleid gepaard te laten gaan met een verkenning of aan hoogbouw eisen (normen) te stellen zijn op het gebied van windhinder.

In het concept-beleid moet duidelijk worden gemaakt hoe we kunnen omgaan met die omgevingsaspecten en de 60

verschillende vormen en gradaties van wind- en lichthinder. Daarbij is het van belang dat op projectniveau vanaf het eerste moment in het planproces voldoende onderzoek en verantwoording plaatsvindt. g. Het DB adviseert om het gebied Oranjewerf en Hamerstraatkwartier Oost (nu in gebruik door AlbeMarle) verder uit te werken en dit vooral te doen vanuit het startpunt om het gebied ecologisch te versterken. Antwoord: a. De hele stad heeft een opgave om te groeien, omdat er heel veel mensen een woning zoeken. Dat is een reden om de stad te verdichten. Met de Omgevingsvisie en het Hoogbouwbeleid wordt richting gegeven aan waar de ruimte voor die verdichting gegeven wordt (en waar niet) en in welke vorm. We realiseren in de stad verschillende bebouwingsvormen omdat er heel verschillende woonwensen zijn. Hoogbouw is één van die vormen. De stedenbouwkundige vorm die de verdichtingsopgave krijgt is altijd een afweging tussen verschillende opgaven en wensen, zoals duurzaamheid en woonkwaliteit en de beschikbare ruimte. We hanteren in het hoogbouwbeleid een brede definitie van duurzaamheid, waarbij we behalve energetische duurzaamheid en klimaatadaptatie ook aandacht besteden aan circulariteit, flexibiliteit en robuustheid. De energetische duurzaamheid en klimaatadaptatie van alle ontwikkelingen in Amsterdam (hoogbouw of niet) is al opgenomen in duurzaamheidsbeleid. b.

In de tussentijd heeft nadere afstemming met het gebiedsteam Noord van R&D plaatsgevonden. Dat heeft geleid tot het schrappen van de A10 in Noord als aanleiding voor hoogbouw. c. In de tussentijd heeft nadere afstemming met het gebiedsteam Noord van R&D plaatsgevonden. Dat heeft geleid tot het schrappen van de A10 in Noord als aanleiding voor hoogbouw. d. Het hoogbouwbeleid is slechts een van de beleidskaders die richting geven aan ruimtelijke ontwikkelingen in de stad. Het hoogbouwbeleid geeft aan waar op welke manier de verdichtingsopgave in de stad in de vorm van hoogbouw kan gebeuren. Onder andere de Omgevingsvisie Amsterdam 2050, het concept 'Bouwen aan buurten’ (ontwikkelstrategie 2035) en de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting sturen op vergroening en een gemengde programmering in gebiedsontwikkeling. e. Met het initiatief van de Ecologische kaart wordt handen en voeten gegeven aan e strategische keuzes ‘samen stadmaken’ en ‘rigoureus vergroenen’ uit de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Het hoogbouwbeleid doet geen uitspraak over de manier waarop dit soort initiatieven onderdeel kunnen zijn van de gebiedsontwikkeling. f. We nemen op dat er een inpassingsstudie in omgeving en stad moet worden gedaan. Met een voorgeschreven inpassingsstudie zal het effect op het stadslandschap, windhinder en schaduwwerking tijdig onderdeel van de planvorming zijn.

Ook nemen we op dat we aanbevelen plannen in het begin van het traject voor te leggen aan de openbare vergadering van de Commissie Omgevingskwaliteit. Een integraal advies kan behulpzaam zijn bij het versnellen van het ontwikkeltraject. g. De Ontwikkelstrategie die nu in besluitvorming is geeft aan dat deze twee gebieden pas na 2035 in ontwikkeling gebracht zullen worden. Dat betekent dat de precieze invulling van het gebied nu nog niet uitgewerkt wordt. Mocht op het moment van planvorming gekozen worden voor verdichting, dan geeft dit hoogbouwbeleid richting aan de vorm van die verdichting. Wijzigingen in het beleid:  De A10 is geschrapt als aanleiding voor hoogbouw.

61

5.8

In het beleid is opgenomen dat bij hoogbouwontwikkeling een inpassingsstudie in omgeving en stad moet worden gedaan door de projectgroep of stedenbouwkundige. Met een voorgeschreven inpassingsstudie zal het effect op het stadslandschap, windhinder, schaduwwerking en privacy tijdig onderdeel van de planvorming zijn. Ook nemen we op dat we aanbevelen plannen in het begin van het traject voor te leggen aan de openbare vergadering van de Commissie Omgevingskwaliteit. Een integraal advies kan behulpzaam zijn bij het versnellen van het ontwikkeltraject.

Stadsgebied Weesp

Het concept Hoogbouwbeleid Amsterdam is opgesteld met als uitgangspunt de Omgevingsvisie Weesp 2050, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Weesp op 14 oktober 2021. Voor stadsgebied Weesp zijn specifieke richtlijnen in ‘regimes’ opgenomen, waarmee vanuit het Weesper en Driemonder perspectief gekeken is naar de (on)mogelijkheden voor hoogbouw in het stadsgebied. Ook sluit het concept Hoogbouwbeleid grotendeels aan bij de huidige projecten in het stadsgebied. De bestuurscommissie adviseert daarom positief op het Concept Hoogbouwbeleid Amsterdam. Wel wil de bestuurscommissie het college van B&W de volgende aandachtspunten meegeven: a. Bij nadere toetsing blijkt dat, hoewel de meeste projecten aansluiten op het concept Hoogbouwbeleid, dat niet voor alle projecten zo is. Daarbij zijn allerlei argumenten voor deze afwijkingen (zoals planologische rechten, eerdere besluiten, overeenkomsten) te benoemen. Het is open en transparant en het voorkomt onduidelijkheid als de ruimte voor deze afwijkingen expliciet in het beleid wordt opgenomen. Bijvoorbeeld met een regeling voor projecten die afwijken van het beleid, maar waarover al een vorm van besluitvorming heeft plaatsgevonden. b. Weesp is onderdeel van de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie en van de Stelling van Amsterdam. Deze gebieden zijn UNESCO Werelderfgoed.

In het concept Hoogbouwbeleid wordt de Amsterdamse Grachtengrondel specifiek als UNESCO Werelderfgoed benoemd en heeft dat ook invloed op de mogelijkheden voor hoogbouw in het omliggende gebied. De Nieuwe Hollandse Waterlinie en van de Stelling van Amsterdam – ook UNESCO Werelderfgoed – worden niet benoemd, waardoor niet duidelijk is of bij de gemaakte keuzes, zoals hoogbouw tot 20 meter in het stationsgebied daar voldoende rekening mee is gehouden. Antwoord: a. Alle lopende plannen zijn verwerkt in het nieuwe beleid. Op sommige punten voldoet hoogbouw die in de planning is, niet aan de vuistregels op gebouwniveau die in het nieuwe beleid geformuleerd zijn. De vuistregels zijn bedoeld om bij toekomstige ontwikkelingen beter op kwaliteit te kunnen sturen, niet om lopende projecten aan te passen. Om dat te verduidelijken en bestaande afspraken en besluiten na te komen, nemen we de volgende zin op in het beleid: “Projecten die reeds lopen ten tijde van de vaststelling van dit beleid, die niet voldoen aan de vuistregels op gebouwniveau, hoeven niet worden aangepast.” b. De beperkte hoogte van 20 meter (dat is maximaal 6 verdiepingen) levert geen schaalbreuk op met het UNESCO Werelderfgoed van Weesp. Met de Omgevingsvisie Weesp 2050 is vastgesteld dat rondom het station hogere bebouwing mogelijk is. In het buitengebied is überhaupt geen hoogbouw mogelijk.

Hier zijn dan ook geen juridische aanduiding van welke soort dan ook opgenomen. Het historische centrum van Weesp is wel als UNESCO-gebied opgenomen in de kaart.

62

Wijzigingen in het beleid:  Ter verduidelijking en om bestaande afspraken en besluiten na te komen, nemen we de volgende zin op in het beleid: “Projecten die reeds lopen ten tijde van de vaststelling van dit beleid, die niet voldoen aan de vuistregels op gebouwniveau, hoeven niet worden aangepast.”

63

6

Overzicht van wijzigingen

Wijzigingen in de opzet van het document - Het document is aangescherpt ten behoeve van leesbaarheid, juiste toon en consistentie. - Onregelmatigheden zijn uit de kaart gehaald. - Achterin het document is een begrippenlijst toegevoegd. Wijzigingen in Hoofdstuk 1: Hoogbouw in Amsterdam - In 1.1 is een zin toegevoegd waarin wordt benadrukt dat hoogbouw niet móet als het volgens het beleid is toegestaan. - In 1.2 is een alinea opgenomen uit hoofdstuk 3 waarin het belang van zorgvuldige inpassing wordt benadrukt. - In 1.6 is verduidelijkt op welke bebouwing dit hoogbouwbeleid van toepassing is. Het richt zich niet op bebouwing lager dan 15 meter. - In 1.7 is de procedure voor hoogbouwontwikkeling aangepast. Hier is toegevoegd dat bij hoogbouwontwikkeling een inpassingsstudie in omgeving en stad moet worden gedaan door de projectgroep of stedenbouwkundige. Met een voorgeschreven inpassingsstudie zal het effect op het stadslandschap, windhinder, schaduwwerking en privacy tijdig onderdeel van de planvorming zijn. Ook nemen we op dat bij afwijking van de vuistregels advies van de Subcommissie Integrale Omgevingskwaliteit (SIOK) moet worden gevraag. En dat we aanbevelen om plannen altijd in het begin van het traject voor te leggen aan de openbare vergadering van de Commissie Omgevingskwaliteit. Een integraal advies kan behulpzaam zijn bij het versnellen van het ontwikkeltraject.

- In 1.7 is het proces van kwaliteitsborging op gebouwniveau verder verduidelijkt met een beschrijving van de rol van de gemeentelijke organisatie en de SIOK. Wijzigingen in Hoofdstuk 2: Stad - In 2.1 is onder het kopje “Beperkend” de tekst aangepast over het bindend advies van de LNVL van “regelmatig positief” naar “negatief”. - In 2.1 wordt het Hoogbouwkader Zuidas expliciet benoemd als formeel onderdeel van het LIB. - In 2.2 is een passage opgenomen bij regime 1 dat bij de positionering van eventuele hoogbouw in Haven-Stad rekening dient te worden gehouden met transportroutes voor gevaarlijke stoffen - In 2.2 is een passage opgenomen bij regime 1 dat bij de positionering van eventuele hoogbouw aan de IJ-oevers rekening dient te worden gehouden met de veiligheid van scheepvaart met betrekking tot zichtlijnen en radardekking - In 2.2 is een passage toegevoegd waarin we benadrukken dat hoewel in dit beleid per regime maximale hoogtes worden aangegeven, dat in een uitwerking op buurt- en gebiedsniveau mogelijk uiteindelijk minder hoge bouwhoogtes worden toegestaan (wegens bezonning, ruimtelijke kwaliteit, windhinder en het LIB). - In 2.2 is opgenomen dat de maximale hoogtes gelden voor verdiepingen met een gebruiksfunctie. Technische installaties kunnen boven deze hoogtes uitkomen.

- In 2.2 is bij de beschrijving van regime 3 als richtlijn opgenomen dat binnen de 2 kilometerzone nieuwe bebouwing het historisch gelaagde stadsbeeld niet mag aantasten. - In 2.2 is bij de beschrijving van regime 3 explicieter in het beleid vermeld dat hoogbouw geen afbreuk mag doen aan de ruimtelijke samenhang en de bescheiden schaal van bestaande buurten. - In 2.2 zijn bij de beschrijving van regime 3 maximale hoogtes aangegeven voor de uitzonderingsgebieden. Dat is 20 tot 40 meter. Daarbij is ook toegevoegd: “afhankelijk van 64

-

de zichtbaarheid vanuit het UNESCO-gebied". Hoogbouw tot 60 meter is in dit regime in principe niet mogelijk, alleen als uitzondering. Dat geldt ook voor de uitzonderingsgebieden. We nemen ook Kattenburg en Wittenburg op als uitzonderingsgebied. In 2.2 is bij de beschrijving van regime 3 en 4 de Rembrandttoren opgenomen als voorbeeld voor bebouwing die perspectivisch vanuit het UNESCO-gebied niet hoger mag lijken dan de overwegende hoogte van de bebouwing in het UNESCO-gebied. In 2.2 is bij de beschrijving van regime 1, 3 en 4 de toelichting op <<geen visual impact>> en op << dat veranderingen in dit historisch gelaagde stadsbeeld door nieuwe bebouwing in de 2 kilometerzone rondom het Singelgrachtgebied niet mag worden aangetast>> aangepast en het woord “grotendeels” geschrapt.

Wijzigingen in Hoofdstuk 3: Gebouw - In 3.2 is toegevoegd dat ook voor collectieve daken windoverlast voorkomen moet worden en dat dit bij de stedenbouwkundige planvorming en de bouwplanontwikkeling moet worden onderzocht. - In 3.2 is ter verduidelijking en om bestaande afspraken en besluiten na te komen de volgende zin opgenomen: “Projecten die reeds lopen ten tijde van de vaststelling van dit beleid, die niet voldoen aan de vuistregels op gebouwniveau, hoeven niet worden aangepast.” - In 3.2 is bij gebouwregel 1 het beleid aangescherpt naar aanleiding van de vragen over het proces van sturen op een aanvaardbaar windklimaat en de formulering van dat doel. Daarmee is het proces beter geborgd. Daarnaast hanteren we een andere formulering van het doel: we behouden “een aanvaardbaar windklimaat”, maar schrappen “zonder overmatige windhinder of windgevaar”. Het woord ‘overmatig’, legt de lat juridisch zo hoog, dat het reële kwaliteitseisen overstijgt. - In 3.2 zijn bij gebouwregel 4 de maximale diagonalen aangepast om meer ontwerpruimte te bieden. De maximale diagonaal bij een kernontsluiting is vergroot tot 42 meter. Bij torens hoger dan 100 meter mag deze diagonaal maximaal 45 meter zijn. De corridor diagonaal mag maximaal 48 meter bedragen en de galerij diagonaal wordt maximaal 50 meter.

- In 3.5 zijn de Havenverordening, het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en het Basisnet Water als relevante kaders opgenomen in het beleid. Wijzigingen op de kaarten - De blauwe pijlen zijn uit de totaalkaart verwijderd om verwarring te voorkomen. - Het landschappelijke deel van de Plesmanlaan en de lijn door het Kasterleepark is uit de kaart gehaald. Hoogbouw is hier daarmee niet mogelijk. - Het UNESCO-gebied van Weesp is opgenomen in de kaarten met de daarbij passende bescherming. - De A10 Noord als infrastructureel element is in het beleid uit de kaart gehaald. - De ‘lange lijnen’ zijn aangescherpt. Het grootste deel van de Plesmanlaan, de Anderlechtlaan en de lijn door het Kasterleepark zijn uit de kaart gehaald. - Het oranje veld dat de hoogbouw in de Ringzone aangeeft is uitgebreid. - De Ookmeerlaan is nu als 'lange lijn’ opgenomen. Hoogbouw in het beschermde stadsgezicht zou een te grote schaalbreuk opleveren met de 2 à 5-laagse bebouwing. Langs het westelijke deel van de Burgemeester de Vlugtlaan wordt wel ruimte geboden voor hoogbouw. - Sportpark Ookmeer is als stadsgroen aangegeven op de Totaalkaart. - De Osdorperban is als ‘lange lijn’ opgenomen. - Het infrastructurele element van het spoor in stadsdeel Zuidoost, als aanleiding voor hoogbouw, is ingekort tot daar waar hij aan beide kanten wordt geflankeerd door bestaande buurten.

- Het dorpje Sloterdijk is het regime 3 “in principe nee, hoogbouw is een uitzondering” toe gewezen in plaats van regime 1 “ja, gebieden geschikt voor hoogbouw”. 65

66

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14302093/1