3. Nota van Beantwoording De Venser (anoniem).pdf
Tekst van het document
Respondent stelt voor om de stenen muren langs het water aan de Anna Blamansingel te vervangen of aan te vullen met houten vlonders, banken en picknicktafels voor algemeen gebruik. Beantwoording: De Anna Blamansingel behoort niet tot het plangebied en blijft zoals deze nu is, ook op verzoek van de bewoners van de Anna Blamansingel. Aan de andere kant van het water komt in de openbare ruimte wel een vlonder en meer ruimte voor verblijven en ontmoeten.
35. Verplaatsen parkeerautomaat (IR 61, 62) Samenvatting reacties: Respondent vraagt of de parkeerautomaat op de hoek Brentanostraat/Boris Pasternakstraat verplaatst kan worden naar het midden van de Boris Pasternakstraat, omdat mensen nu met de auto op de hoek stil gaan staan, wat voor gevaarlijke situaties zorgt. Beantwoording: Aanvragen voor het verplaatsen van parkeerautomaten kunnen worden ingediend bij de directie Parkeren. Dit is geen onderdeel van de plannen voor De Venser.
36. Parkeren tijdens evenementen (IR 61, 62) Samenvatting reacties: Respondenten geven aan dat in het verleden de wijk bij evenementen in het Arenagebied helemaal werd afgesloten en alleen toegankelijk was met een blauwe kaart. Nu is volgens respondent één kant van de wijk wel open en komen sommige bewoners er toch niet in als ze een bewijs van hun adres laten zien. Respondenten vragen om een consequente aanpak. Beantwoording: De afsluiting gebeurt op last van de wegbeheerder en altijd alleen aan de zijde van de Burgemeester Stramanweg, vanwege de doorstromingsproblemen bij het in- en uitrijden van de Arenagarage. De ander ingang van de Venserpolder is altijd open en kan door bewoners worden gebruikt. Dit is indertijd met de bewoners gecommuniceerd. De keuze om de wijk niet meer aan beide kanten af te sluiten voor gebiedsvreemde parkeerders heeft te maken met de volgende redenen: -
Er ontstonden onveilige situaties bij de ingang, de beveiligers werden bedreigd. Er ontstonden verkeersopstoppingen bij de ingang vanwege het feit dat mensen die er niet in mochten bij de hefboom terug moesten keren en weer wegrijden. De Daalwijkdreef werd daardoor gestremd waardoor nood- en hulpdiensten en de bus veel onaanvaardbare vertraging opliepen.
26
-
Mede op verzoek van deze partijen en de wegbeheerder is de afsluiting opgeheven, ook omdat toen het betaald parkeren werd ingevoerd met parkeerduurbeperking. Buurtvreemde parkeerders werden met de parkeerduur beperking geweerd. Parkeerduur beperking is na enige tijd op eigen verzoek van de bewoners opgeheven.
37. Rolverdeling betrokken partijen en communicatie (IR 69) Samenvatting reactie: Respondent vraagt welke partijen betrokken zijn bij de ontwikkeling van het plan en wie welke rol heeft, met name de (afdelingen van de) gemeente Amsterdam. En of de gemeente Amsterdam vanuit deze rol achter de communicatie-uitingen staat. Volgens respondent wordt de indruk gewekt dat de gemeente Amsterdam instemt met het initiatief terwijl dat volgens respondent niet het geval is. Beantwoording: Bij de ontwikkelingen voor de Venser zijn Stadgenoot en de gemeente samen de betrokken partijen. Zij trekken samen op in de planvorming. Deze komt voort uit de wens van Stadgenoot om de Venser te slopen en uit de wens van de gemeente om extra woningen te bouwen. Ook op het gebied van communicatie trekken beide partijen zoveel mogelijk samen op (bijvoorbeeld door bewonersbrieven en informatiefolders te verspreiden en bijeenkomsten te organiseren). Voor de verschillende gezamenlijke uitingen en middelen is gekozen voor de huisstijl van Stadgenoot. Daarnaast hebben zowel Stadgenoot als de gemeente hun eigen communicatiekanalen. Waar het gaat om communicatie richting de huidige bewoners van de Venser is Stadgenoot het eerste aanspreekpunt. Zij hebben hiervoor een eigen website: www.stadgenoot.nl/Project/de-venser.
De gemeente gebruikt voor communicatie o.a.: https://www.amsterdam.nl/devenser en algemeen emailadres: devenser@amsterdam.nl. Dit deel van de communicatie gaat over de ambtelijke afstemming. Ten aanzien van het bestuurlijk traject vindt uiteindelijk de formele instemming plaats via het College en de Gemeenteraad.
38. Locatie sociale huurwoningen (IR 69) Samenvatting reactie: Respondent is in de veronderstelling dat in de Noordwesthoek van het plan voornamelijk sociale woningen worden gebouwd vanwege de nabijheid van sociale voorzieningen. Volgens respondent ligt deze locatie juist het verst weg van sociale voorzieningen en vraagt daarom of deze locatie voor de sociale huurwoningen kan worden heroverwogen. Beantwoording: Het plan ten aanzien van de nieuwbouw van de Venser bestaat uit verschillende segmenten woningbouw (sociaal, middelduur en koop) die gefaseerd worden gebouwd. De nadruk ligt daarbij in eerste instantie op de huidige bewoners van de Venser. Deze woningen worden als eerste 27
gerealiseerd. Op de begane grond van dit kwadrant, centraal gelegen aan het plein, zitten ook de eerste (maatschappelijke) voorzieningen voor de hele buurt. Daarna volgen de andere fases van het plan. Met daarbij ook een aantal (commerciële) voorzieningen op de begane grond. Met de verschillende voorzieningen aan het plein is een goede nabijheid voor het hele woonprogramma een feit.
39. Huisvesting ex-verslaafden (IR 69) Samenvatting reactie: Volgens respondent hebben er in het verleden ex-verslaafden in De Venser gewoond, omdat de aanleunwoningen deels leeg stonden. Respondent vraagt of er nog steeds ex-verslaafden in De Venser wonen en zo ja, of er in de nieuwe plannen voorzien wordt in huisvesting voor deze groep. Beantwoording: De Venser is een verpleeghuis met aanleunwoningen. Mensen die daar wonen hebben of een zorgindicatie, of huren een sociale huurwoning. De woningen zijn in de huidige situatie niet toegewezen aan ex-verslaafden. Ook in de nieuwe situatie worden daar geen woningen voor ontwikkeld.
40. Ontwikkelbuurt Venserpolder (IR 69) Samenvatting reactie: Respondent is van mening dat dit deel van de Venserpolder geen opknapbeurt nodig heeft en dat problemen vooral in andere delen van de buurt spelen. Respondent vraagt welke bestaande problemen in de omliggende Venserpolder worden geadresseerd met dit plan en of de positieve uitwerking op de omliggende buurt onderbouwd kan worden. Respondent vraagt welke problemen er spelen in de Venserpolder en hoe deze over de buurt zijn verdeeld. Beantwoording: Op diverse plekken in de Venserpolder is er vanuit verschillende invalshoeken aandacht voor sociale, economische en fysieke aspecten van de buurt. Deze aandacht komt voort uit verschillende analyses waaruit blijkt dat de Venserpolder in sociaaleconomisch opzicht lager scoort dan andere delen van Zuidoost en Amsterdam. Door het initiatief van woningcorporatie Stadgenoot om over te gaan tot sloop- nieuwbouw van de Venser kunnen er nieuwe woninge nworden gebouwd en kan de openbare ruimte worden vernieuwd. De omgeving van de Venser wordt vergroend, krijgt daarmee een aangenamer karakter. Ook worden er op het terrein van de Venser verschillende voorzieningen gerealiseerd die een impuls geven aan de buurt. Deze ontwikkeling is echter locatiegebonden, omdat Stadgenoot
28
deze kavel in erfpacht heeft. Daarom wordt in dit deel van de Venserpolder aan deze herontwikkeling gewerkt, waarin ook het omliggende deel van de buurt wordt meegenomen.
41. Planvorming tijdens maatschappelijke veranderingen (IR 69, 70) Samenvatting reacties: Respondent vraagt of het plan tijdens recente ontwikkelingen van Corona, woningnood en stijgende energieprijzen de tijdsgeest kon doorstaan of dat dit tot aanpassingen heeft geleid. Een groep respondenten vraagt zich af of het hoge kwaliteitsniveau van inrichting en bebouwing nog steeds haalbaar is sinds Corona en de stijging van bouwkosten en rente. Men is bang dat de haalbaarheid in het geding komt en vraagt of de bouw van het nieuwe verzorgingshuis onlosmakelijk verbonden blijft aan het aansluitend bouwen van de andere woningen. Beantwoording: Ja, het huidige stedenbouwkundig plan is nog steeds haalbaar. Uitgangspunt van Stadgenoot en de gemeente voor de ontwikkeling van De Venser is dat het hele plan wordt gerealiseerd. Dat gebeurt wel in verschillende fases.
42. Juridisch-planologische procedure (IR 69, 70) Samenvatting reacties: Respondent vraagt wat de procedure is voor het wijzigen van het bestemmingsplan en hoe bewoners daarover geïnformeerd worden. Respondent vraagt of er voor het project het voornemen bestaat om gebruik te maken van een voorlopige voorziening bouwvergunning en of het voornemen bestaat om met de uitvoering te beginnen voordat de vereiste toestemmingen zijn verkregen. Respondent vraagt hoe voorkomen kan worden dat er een tijdrovende en geldverslindende juridische procedure ontstaat tussen omwonenden en initiatiefnemer, waarbij omwonenden een voorlopige voorziening zullen vragen met het doel uitvoering tegen te houden totdat alle juridische hordes zijn genomen. Een groep respondenten vraagt in hoeverre het stedenbouwkundig plan vrijblijvend is. Zij vragen zich af of het enkel impressies zijn, of er door bewoners rechten aan ontleend kunnen worden, of dat het er in de praktijk heel anders uit kan komen te zien. Men vraag wat de relatie is tussen het stedenbouwkundig plan en het bestemmingsplan. De respondenten vinden het vreemd dat het huidige bestemmingsplan herzien wordt en veronderstellen dat dit enkel gebeurt voor de financiële belangen van Stadgenoot.
Men is bezorgd dat het plan middels aparte omgevingsvergunningen tot stand zal komen en is van mening dat het een onderdeel moet zijn van een integrale visie met een gezamenlijk bestemmingsplan of omgevingsplan. Men is van mening dat er anders een grotere onzekerheid ontstaat over het uiterlijk en de vormgeving.
29
Beantwoording: Het project de Venser past niet binnen het bestaande bestemmingsplan. Om het project juridischplanologisch mogelijk te maken zijn er twee opties: ten eerste het opstellen van een bestemmingsplan/omgevingsplan en ten tweede de afgifte van omgevingsvergunningen om af te wijken van het bestemmingsplan. Om dit project te realiseren zal in ieder geval voor een gedeelte gebruik gemaakt worden van de omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan. Tegen een afgegeven omgevingsvergunning staan dezelfde rechtsmiddelen open als tegen een bestemmingsplan. Bij de totstandkoming van dit project wordt uitgebreid gecommuniceerd met de omwonenden en is geprobeerd rekening te houden met de inspraakreacties uit de buurt. Als omwonenden uiteindelijk niet tevreden zijn met de verwerking van hun reacties in het plan is het aan de omwonenden om te bepalen welke juridische procedures zij willen gebruiken om hun bezwaren tegen het plan te laten horen. Een voorlopige voorziening behoort daarbij ook tot de mogelijkheden voor omwonenden. Het stedenbouwkundige kader (SP) is een bindend beleidskader dat wordt vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. Dit kader is niet vrijblijvend.
Dit stedenbouwkundig kader zorgt ervoor dat, ook als het project de Venser ontwikkeld wordt met omgevingsvergunningen, er een vastgestelde, toetsbare integrale ruimtelijke visie is waaraan de afgifte van de omgevingsvergunningen kan worden getoetst. Daarnaast moet ook bij een omgevingsvergunning voor een deel van het plan in de ruimtelijke onderbouwing altijd voldoende aandacht zijn voor de samenhang van het hele plan. Daar wordt bij de beoordeling van de vergunningaanvraag ook op beoordeeld. Als er een bestemmingsplan/omgevingsplan opgesteld wordt, dan zal dit bestemmingsplan/omgevingsplan ook een juridisch-planologische verwerking dienen te zijn van het stedenbouwkundig kader. Het stedenbouwkundig plan is tot stand gekomen om te voldoen aan de woningbehoefte en andere ambities van de gemeente Amsterdam, niet om aan de financiële belangen van Stadgenoot te voldoen. Het project is wel een initiatief van Stadgenoot, die op de kavel die zij al in erfpacht hebben mogen herontwikkelen, zolang zij daarbij aan beleid en juridische kaders voldoen.
43. Communicatie (IR 69) Samenvatting reactie: Respondent geeft aan dat er technische problemen waren bij een online bijeenkomst en dat naar overtuiging van de respondent de beloofde nieuwe bijeenkomst nooit heeft plaatsgevonden. Respondent vraagt waarom er geen nieuwe sessie is georganiseerd. Respondent vraagt of betrokkenen op tijd en volledig geïnformeerd zullen worden over de ontwikkelingen van het project die van belang zijn voor betrokkenen en hoe zij zelf op de hoogte kunnen blijven. 30
Beantwoording: Er is de afgelopen jaren veelvuldig gecommuniceerd met de buurt over de ontwikkeling van de plannen. Al vanaf een heel vroeg stadium is de buurt hierin meegenomen. Dit heeft al op meerdere momenten tot significante aanpassingen geleid in de plannen. Eén van de communicatiemiddelen was een online bijeenkomst via een livestream. Deze was op 21 april 2021. Tijdens de bijeenkomst werden conceptplannen gepresenteerd en konden mensen vragen stellen. Helaas waren er op dat moment technische problemen met de verbinding, waardoor de bijeenkomst vroegtijdig gestaakt werd. Er is daarna daarom een vervangende online bijeenkomst georganiseerd op 26 mei 2021. Alle omwonenden zijn hiervan via een uitnodiging per brief op de hoogte gesteld. Deze is huis-aan-huis verspreid in de hele wijk. Ook is er is een bericht geplaatst op de Facebookpagina en in de digitale nieuwsbrief van stadsdeel Zuidoost. Vanuit het projectteam wordt de buurt geïnformeerd via verschillende kanalen bij belangrijke momenten in het proces. Zo zij er nog verschillende bijeenkomsten geweest bij de Venser en is er een brochure gemaakt waarin te lezen is wat we hebben aangepast n.a.v. verschillende reacties op de plannen. Alle recente documenten zijn ook te vinden op www.amsterdam.nl/devenser.
44. Anticiperen op ongestelde vragen (IR 69) Samenvatting reactie: Respondent vraagt of er informatie beschikbaar is die nog niet met betrokkenen is gedeeld en waarover betrokkenen wellicht wel vragen zouden kunnen hebben. Respondent vraagt of deze informatie gedeeld kan worden. Beantwoording: Stadgenoot en de gemeente doen hun uiterste best om de buurt zo goed mogelijk te informeren en zoveel als mogelijk is te betrekken bij de planvorming. Al vanaf een vroeg stadium. Dit heeft ook tot significante wijzigingen geleid in het plan. Verder moeten plannen altijd goedgekeurd worden door het College van Burgemeester en Wethouders en de Gemeenteraad. Waar nodig moeten juridisch-planologische procedures worden gevolgd voordat een plan uitgevoerd kan worden. Er is geen intentie of belang om informatie bewust achter te houden. Alle actuele documenten zijn te vinden op www.amsterdam.nl/devenser.
45. Fasering planvorming (IR 70) Samenvatting reactie: Een groep respondenten is tegen het gefaseerd uitvoeren van de plannen omdat zij in de veronderstelling zijn dat een deel van het plan dan al gebouwd is voordat het nieuwe bestemmingsplan is vastgesteld. Zij zijn bang dat hun bezwaren tegen dat bestemmingsplan daardoor kansloos zijn. Beantwoording: 31
Er zullen naar verwachting meerdere ruimtelijke procedures worden doorlopen voor de ontwikkeling van de Venser: fase 1 heeft betrekking op het zorggebouw en de aanleunwoningen (gebouw A, B en C), fase 2 behelst de rest van het plan. Bij elke ruimtelijke procedure is opnieuw bezwaar en/of beroep mogelijk. Daarnaast zal bij de eerste procedure al een doorkijk worden gegeven naar de rest van de ontwikkeling. In de ruimtelijke onderbouwing wordt daarbij met verschillende onderzoeken al gekeken naar het gehele plan.
46. Bezonningsstudie (IR 58) Samenvatting reactie: Respondent is van mening dat bij deze hoogtes en tussenruimten een volwaardig bezonningsdiagram noodzakelijk is om de bezonningskwaliteit te beoordelen. Beantwoording: Er is een zonlichtstudie verricht. Deze is in het SP opgenomen. Uit deze studie blijkt dat het zonlichtklimaat voor de omliggende woningen door het project De Venser niet of nauwelijks veranderd. De afmetingen van de bouwblokken en onderlinge afstand zijn afgestemd met de bezonning van de openbare ruimte en de woningen. Zo geven de hogere blokken langs de Dolingadreef schaduw op onbebouwd terrein en worden de aangrenzende bouwblokken minimaal gehinderd. Ook op de minst gunstige dag, 21 december, voldoet het plan aan de lichte norm van TNO. Volgens deze norm moet er minimaal 2 uur zon per dag op de gevel schijnen. Op 21 december is er direct zonlicht tussen ongeveer 11:00 en 16:00 uur.
47 Windstudie (IR 58) Samenvatting reactie: Er zijn volgens respondent windtunnelstudies noodzakelijk vanwege eventuele gevolgen op het buitenklimaat van De Venser en omliggende blokken. Beantwoording: Er is bij de totstandkoming van het SP een windhinderonderzoek verricht. Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van de NEN 8100 normering (‘Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving’). Volgens deze normering kan een windhinderonderzoek worden uitgevoerd met een schaalmodel in een windtunnel of met behulp van computersimulaties (CFD, Computational Fluid Dynamics). Dit onderzoek maakt gebruik van deze laatst methode (CFD). De nieuwe situatie zal het windklimaat op verschillende manieren beïnvloeden: 1. Het windklimaat buiten het plangebied, in de directe omgeving verbetert door de introductie van nieuwe hogere gebouwen die wind tegenhouden. 2. Het windklimaat in het plangebied zal lokaal verslechteren. Er ontstaan enkele kleine gebieden met klimaatklasse D. 32
3. De kans op windgevaar in de nieuwe situatie is vergelijkbaar met de huidige situatie. Voor de verslechtering binnen het plangebied van De Venser geldt dat nader onderzocht zal worden hoe het windklimaat op een aanvaardbaar niveau kan worden gebracht. Hiervoor zijn in de windstudie verschillende aanbevelingen gedaan. Dit nadere onderzoek is onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning of het opstellen van het omgevingsplan. Uitgangspunt is dat ook binnen het plangebied overal sprake moet zijn van een aanvaardbaar windhinderklimaat.
33