CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Nota van Beantwoording De Venser (anoniem).pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 10 januari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de investeringsnota De Venser in stadsdeel Zuidoost en het beschikbaar stellen van krediet (VN2023-025932)11.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van beantwoording De Venser Dit is de nota van beantwoording bij het stedenbouwkundig plan De Venser. Het college van B&W heeft het concept stedenbouwkundig plan in 2022 vrijgegeven voor inspraak. Het plan heeft ter inzage gelegen van 16 mei tot en met 26 juni 2022. In die periode konden bewoners, belanghebbenden en geïnteresseerden een inspraakreactie indienen. Alle binnengekomen reacties zijn in samengevatte vorm gebundeld in deze nota en voorzien van beantwoording vanuit het projectteam. Tijdens de inspraakperiode zijn 73 inspraakreacties ingediend. Sommige reacties zijn door meerdere mensen ondertekend. In de volgende paragrafen zijn de inspraakreacties per thema gebundeld en beantwoord.

1. Ontsluiting van de buurt via de Anna Blamansingel (Inspraakreactie 1, 4, 5, 7, 8, 11, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 22, 24, 27, 30, 32, 33, 35, 37, 38, 39, 40, 41, 61, 62, 67, 71) Samenvatting reacties: Respondenten vragen zich af waarom de toegangsweg vanaf de Burgemeester Stramanweg naar de buurt wordt verlegd van de Brentanostraat naar de Anna Blamansingel. Men is van mening dat de verkeersdrukte nu goed verdeeld is over de buurt en dat door deze wijziging de verkeersdrukte langs de flats aan de Anna Blamansingel toeneemt. Dat kan zorgen voor geluidsoverlast en verslechterde luchtkwaliteit door uitlaatgassen. Omdat de woningen uitsteken boven de begane grondverdieping - en dicht boven de Anna Blamansingel hangen – is dit effect extra groot. Ook zijn er zorgen over de verkeersveiligheid en is men bang dat de Anna Blamansingel straks niet meer gebruikt kan worden als wandelroute en speelplek. Men vindt dat de nieuwe route te smal is voor doorgaand verkeer en bestemmingsverkeer zoals glazenwassers en schilders. De weg wordt nu gebruikt voor bestemmingsverkeer, zoals bewoners die thuiskomen of weggaan, bezorgdiensten en bezoekers van de Arena. Intensiever gebruik kan tot opstoppingen leiden. Daarnaast moeten bewoners misschien langer wachten voor ze in of uit de parkeergarages kunnen rijden. Blok 1 wordt in dit ontwerp aan 3 kanten omsloten met autoverkeer.

Het nieuwbouwgedeelte wordt autoluw gemaakt, waardoor de verkeersdrukte deels bij bestaande woningen ligt. Bij de verkoop van woningen aan de Anna Blamansingel werd er gesproken over een autoluwe straat en stond er niks over deze plannen in het bestemmingsplan. Het is nu een voetgangerszone waar ook kinderen kunnen spelen, die door het nieuwe plan onveilig wordt. Men is bezorgd over de gevolgen van het toenemende verkeer voor de fysieke en mentale gezondheid. Men vindt het 1

onlogisch dat de ene weg wordt vervangen voor groen en dat er ergens anders een nieuwe weg komt. Doordat de ontsluiting kort na de stoplichten volgt, moeten auto’s snel afslaan, wat voor problemen kan zorgen bij remmende auto’s, die vaker stil moeten staan om fietsers en voetgangers voorrang te verlenen. De situatie wordt verergerd wanneer er extra verkeer is bij evenementen. Men vraagt zich af waar de afvalcontainer van de Anna Blamansingel naartoe moet en is van mening dat deze inrichting meer verkeer aantrekt van bezoekers van het evenementengebied. De straat is nu door de smalle weg, betonblokken, bomen en drempels juist ingericht voor weinig en langzaam verkeer. Er kunnen straks gevaarlijke situaties ontstaan op de brug van de Anna Blamansingel naar de Brentanostraat, omdat het niet duidelijk is of fietsers of auto’s daar voorrang hebben. Beantwoording: In het definitieve plan is de herinrichting van de Anna Blamansingel teruggedraaid. De inrichting van de Anna Blamansingel blijft zoals deze nu is.

2. Route autoverkeer van en naar de buurt (IR 2, 14, 15, 16, 61, 62) Samenvatting reacties: Men reageert op de nieuwe inrichting waarbij er eenrichtingsverkeer is, met een andere route voor het binnenrijden en het verlaten van de wijk (o.a. via de Boris Pasternakstraat). Dit zorgt voor onnodige extra reistijd, uitlaatgassen, fijnstof en minder spreiding van verkeersdrukte. Men geeft aan dat het in andere straten drukker wordt door omrijden, als de Boris Pasternakstraat eenrichtingsverkeer wordt. Beantwoording: De Boris Pasternakstraat blijft in het nieuwe ontwerp tweerichtingsverkeer. Wel is de Brentanostraat eenrichtingsverkeer voor auto’s in het ontwerp. Er wordt onderzoek gedaan naar de verkeersdrukte in het nieuwe ontwerp. Mocht blijken dat het autoverkeer op bepaalde locaties dermate toeneemt dat dit nadelig is voor omwonenden, dan kan het ontwerp in de vervolgfase geoptimaliseerd worden. Het stedenbouwkundig plan is pas de eerste stap van het ontwerp openbare ruimte. Daarna wordt er nog een voorlopig ontwerp en definitief ontwerp gemaakt, waarin verder doorgestudeerd wordt op het ontwerp.

3. Handhaven woonwagenlocatie (IR 2) Samenvatting reactie: Men vraagt zich af waarom de woonwagenlocatie blijft bestaan, terwijl daar veel woningen gebouwd zouden kunnen worden die bijdragen aan het oplossen van het woningtekort.

2

Beantwoording: In de stad is naast een tekort aan woningen ook een tekort aan woonwagenlocaties. In maart 2022 heeft B&W de directie Wonen opdracht gegeven om op korte termijn juist nieuwe standplaatsen voor woonwagens in Amsterdam te realiseren. Er ligt nu een voorstel voor nieuw woonwagenbeleid, dat in het najaar van 2023 in de raad zal worden besproken. In dit nieuwe voorstel werkt de gemeente samen met betrokken partijen. Tussen 2023 en 2025 wordt op en om de bestaande locaties onderzocht wat de mogelijkheden voor uitbreiding zijn. Ook komt er een zoekopdracht naar ruimte voor nieuwe woonwagenlocaties op de middellange (2026-2030) en lange termijn (2023-2035).

4. Woningaanbod (IR 2, 70) Samenvatting reacties: Men vraagt zich af waarom er in een ontwikkelbuurt wordt gekozen voor het bouwen van veel (40%) extra sociale huurwoningen en niet voor grotere/luxere koopwoningen. Men is van mening dat huurders in het algemeen voor meer overlast zorgen. Een andere respondent vraagt wat de achterliggende visie is op de woningvraag, gentrificatie en verdichting. Een groep respondenten is van mening dat kleinere woningen zorgen voor meer verhuizingen, wat voor problemen met het beheer zou kunnen zorgen. Beantwoording: In het nieuwe plan voor de Venser zijn er verschillende soorten woningen. Uitgangspunt hierbij is een 40-40-20 verhouding, waarbij 40% van de woningen in het sociale segment behoort, 40% tot het middensegment en de overige 20% in de vrije sector (huur of koop). Deze mix zorgt ervoor dat diverse groepen mensen kunnen wonen in de buurt. Naast de vervanging van het huidige aanbod (zowel zorg- als aanleunwoningen) wordt er een mix van woningen gebouwd. In alle segmenten (sociale huur, middeldure huur en koop) is er een tekort. In de Venserpolder zijn al veel sociale huurwoningen (ca. 60%). Door het bouwen van veel woningen in het middensegment wordt voorzien in een grote (lokale) behoefte. Veel (jong) volwassenen wonen (noodgedwongen) nog thuis bij hun ouders, terwijl zij behoefte hebben aan een eigen woning.

Omdat de wachtlijst voor sociale huurwoningen lang is, komen zij daar niet direct voor in aanmerking. Woningen in het middensegment kunnen dan uitkomst bieden. Hierdoor krijgen jongeren de kans om in het Stadsdeel Zuidoost te blijven wonen. We willen een deel van de nieuwe woningen met voorrang toewijzen aan bewoners van Zuidoost. De woninggroottes zijn zeer divers en er komen dus niet alleen kleine woningen. De gemeente onderzoekt de woonwensen en tekorten op de woningmarkt en gebruikt deze gegevens bij het opstellen van adviezen voor nieuwbouwplannen. Deze zijn ook gebruikt bij het 3

advies voor dit plan. De voorgestelde mix van typen woningen zorgt voor doorstroming uit de sociale sector. Toevoeging van middensegment woningen draagt bij aan versterking van de sociaal-economische positie van de buurt.

5. Locatie speelplaats (IR 2) Samenvatting reactie: Men vraagt zich af waarom er een speelplaats wordt gemaakt ter hoogte van de meest Oostelijke flat aan de Anna Blamansingel. Men is van mening dat hierdoor onnodig groen wordt opgeofferd en de speelplaats voor (geluids)overlast zorgt van kinderen en hangjongeren. Beantwoording: In overleg met het stadsdeel is bepaald dat er een locatie voor de doelgroep van 4-8 jaar nodig is in dit gebied. we moeten vanuit het project voldoen aan een sport- en speelnorm om bij te dragen aan een leefbare stad. Door het aanleggen van deze speellocatie gaat er alleen wat gazon verloren. Bestaande bomen blijven behouden en er worden meer bomen en heesters bijgeplant. Vanuit het oogpunt van de natuur wordt deze locatie dus juist verbeterd.

6. Hoogte nieuwe bebouwing (IR 3, 6, 9, 10, 12, 23, 29, 54, 56, 61, 62, 66, 69, 70) Samenvatting reacties: Men vraagt zich af waarom er gebouwen in het plan staan die veel hoger zijn dan het huidige bestemmingsplan toestaat. Men geeft aan de woning destijds gekocht te hebben vanwege het uitzicht en dat de verwachting was dat dit niet zou veranderen op basis van het toenmalige bestemmingsplan. Door de hoogte van de blokken kan er ook inkijk ontstaan en vermindert het zonlicht. De verwachting is dat het woongenot en de eigen woningwaarde hierdoor zal dalen. Een respondent vraagt of Blok E en F 1 laag verlaagd kunnen worden naar 7 en 8 woonlagen. Een andere respondent vraagt of het blok met 12 woonlagen verlaagd, of verder naar achter geplaatst kan worden. Een respondent is het niet eens met de aanpassing van het plan waarbij gebouwen D en E 2 lagen hoger worden om andere gebouwen te kunnen verlagen. De respondent vraagt of het oude plan gehandhaafd kan worden. Eventueel met een trapvormig ontwerp voor Blok D. Een respondent vindt dat de gebouwen te hoog worden en zo het uitzicht en woongenot ontnemen. De respondent vraagt of de gebouwen tot maximaal 6 lagen gehouden kunnen worden. Daarnaast is er de vraag waarom er eerst veel hoogbouw in de Bijlmermeer is gesloopt en er nu weer hoogbouw tussen de laagbouw terugkomt.

4

Een respondent vraagt of er een financiële compensatie komt voor schade/daling woningwaarde door de hoge gebouwen. Een respondent denk dat blok B, op de hoek van de Berthold Brechtstraat en het Abcouderpad deze hoogte krijgt omdat de bewoners van het zorgcentrum dan maar één keer hoeven te verhuizen en omdat hier gebouwd kan worden zonder eerst te slopen. De respondent vraagt of het verschil onderkent wordt tussen bewoners van het zorgcentrum en bewoners van de aanleunwoningen en of er onderscheid is gemaakt tussen deze twee groepen bewoners bij het formuleren van de wens voor één verhuizing. De respondent vraagt of er in het plan rekening is gehouden met de demografische opbouw, in het bijzonder de leeftijdsspreiding en fysieke gezondheid en mogelijkheden van de huidige bewoners van de aanleunwoningen. De respondent is in de veronderstelling dat de bewoners als homogeen worden gepresenteerd, maar heterogeen zijn en vraagt of dit leidt tot herziening van de hoogte van dit blok. De respondent vraagt of één verhuisbeweging voor relatief jonge en gezonde bewoners van de aanleunwoningen zo noodzakelijk is dat het woongenot van de bewoners van omliggende woningen aan de Bernard Shawsingel en Berthold Brechtstraat, naar mening van respondent, er ernstig door ingeperkt moet worden.

De respondent is in de veronderstelling dat niet gecommuniceerd is dat Blok B hoger is geworden in de nieuwe versie van de plannen en vraagt waarom blok B hoger wordt dan de andere blokken. De respondent vraagt of er berekeningen zijn gemaakt van verminderde lichtinval en zon voor de bewoners van de Bernard Shawsingel en Berthold Brechtstraat en of deze worden gebruikt voor een planschaderapport en of er al een planschaderapport is opgesteld. Zo niet, wanneer wordt dit gedaan? Beantwoording: Herontwikkeling van de Venser maakt een verdichting naar een hoog stedelijk milieu mogelijk. We kunnen hoger bouwen en zo meer woningen opleveren. Dit sluit aan bij de druk op de woningmarkt en de opgave van Amsterdam om meer (betaalbare) woningen te bouwen. Het stedenbouwkundig plan gaat uit van een dichtheid die overeenkomt met andere projecten in Amsterdam. Om deze verdichting te bereiken is het plan met middelhoogbouw vormgegeven, tussen 5-12 bouwlagen. De positionering van de blokken is zorgvuldig gekozen om daglicht- en zichtkwaliteit te garanderen. Op basis van de exacte inmeting van de bomen en gesprekken met de buurt is in het definitieve stedenbouwkundig plan een aantal bouwblokken aangepast. Het resultaat hiervan is dat sommige blokken hoger zijn geworden, andere blokken lager en de afstand tot de omliggende bebouwing is vergroot.

Hiermee is het plan in zicht, privacy en bezonning voor de omliggende bebouwing naar ons inzicht verbeterd. Door belanghebbenden kan een planschadeverzoek worden ingediend bij de gemeente om in aanmerking te komen voor een schadevergoeding, nadat het bestemmingsplan of andere ruimtelijke procedure is afgerond. In de uitgangspunten van het ontwerp is inderdaad meegenomen dat bestaande bewoners van De Venser slechts één keer hoeven te verhuizen. Dit geldt zowel voor de seniorenwoningen als voor het zorggebouw. Dit is uitvoerig met (afgevaardigden van) de bewoners overlegd in zowel workshops als plenaire presentaties waar vele bewoners aanwezig waren. Mede door dit 5

uitgangspunt en door de aanwezige ruimte langs het Abcouderpad is gekozen voor de bouwhoogte van de blokken B en C. De aanwezige ruimte geeft namelijk de minste schaduw op de omliggende bebouwing. Tijdens het ontwerpproces zijn bezonningstudies gemaakt om ook deze belangen te garanderen.

7. Groen en natuur (IR 3, 6, 10, 12, 55, 58, 61, 70) Samenvatting reacties: Respondenten zijn van mening dat het bouwproject te groot is voor de locatie en dat daardoor al het groen verloren gaat en dat dit nadelig is voor de biodiversiteit in het gebied. Een andere respondent wil dat de groene fietsader behouden blijft. Een respondent wil niet dat er bomen gekapt worden op het terrein van De Venser. Een andere respondent heeft de volgende vragen over het plan: - Wordt er gebruikgemaakt van circulair bio-based en natuurinclusief bouwen en worden daar objectieve toetsingscriteria voor opgesteld? Welke zijn dit? - Is er een 0-meting van de ecologische waarden van het gebied? - Kunnen de ecologische verbindingen en de status daarvan, inclusief de waardebepalingen, op kaarten beschreven worden? - Is er een grondwaterbalans opgesteld en welke effecten hebben de wijzigingen op de bestaande bomen en het groen qua ecologische- en natuurwaarden? - Is er een bomeneffectanalyse gedaan, waarin het effect van het bouwen op de bestaande bomen wordt beschreven? - Is er een kaart met huidige en toekomstige boomsoorten? Wat zijn de waarden van deze bomen en wat is de grond voor compensatie? Respondent is van mening dat de analyse van het verloren groen niet goed gedaan is omdat er alleen getallen worden genoemd, maar geen ecologische of natuurwaarden.

Respondent is van mening dat het toevoegen van groen buiten de kavel ten koste gaat van de natuur en ecologie. -

Waarom is de compensatie niet specifiek aangegeven en gegarandeerd?

Respondent is van mening dat groen in straatprofielen of bomen in verharding niet als compensatie kunnen worden aangemerkt. Respondent vraagt zicht af of het programma niet te groot is voor de kavel, en of het mogelijk is ergens anders woningen te bouwen, zodat groen en ecologie op deze locatie gehandhaafd blijven. -

Welke verzachtende maatregelen zijn er geland in verband met de wet Natuurbescherming? Wat is de toegevoegde waarde van de natuurvriendelijke oevers ten opzichte van de huidige oevers? Respondent is van mening dat deze nu al natuurvriendelijk zijn en er dus geen natuurvriendelijke oevers hoeven worden toegevoegd. 6

-

Waarom is er geen inrichtingsplan van landschapsarchitecten in het SP, waarin doelstellingen voor natuur en ecologie worden verwerkt? Welk landschapsbureau heeft aan het plan gewerkt? Kan er worden ingegaan op de suggesties uit het eerder aangeleverde verbeterplan De Venser van 19 mei 2021 van respondent?

Een andere respondent is van mening dat het toevoegen van menselijke activiteit door het plaatsen van steigers aan het water de dieren zullen verjagen en dat het openen van horeca in blok J zal zorgen voor zwerfafval en voedsel in het water. Respondent vraagt om de steigers uit het plan te halen. Ook zouden de betonblokken bij de trapjes aan het water het mogelijk maken voor mensen om uit het zicht hun behoefte in het water te doen. Respondent stelt voor om een laan van bomen te maken met een looproute van de Brentanostraat naar Blok J, met voldoende schuilplaatsen voor vogels, ook tegen de wind. Beantwoording: Respondenten zijn van mening dat het bouwproject te groot is voor de locatie en dat daardoor al het groen verloren gaat en dat dit nadelig is voor de biodiversiteit in het gebied. Een andere respondent wil dat de groene fietsader behouden blijft. Een respondent wil niet dat er bomen gekapt worden op het terrein van De Venser. Het klopt dat er door de sloop en de bouw van extra woningen bomen en struiken verdwijnen van het terrein. Omdat er een tekort is aan woningen in de stad worden plaatsen waar extra woningen gebouwd kunnen worden daarvoor gebruikt. Deze ruimte is schaars. Het beleid van de gemeente zegt echter dat bomen en ander groen gecompenseerd moeten worden, zodat er per saldo evenveel groen blijft bestaan.

Deze nieuwe bomen en ander groen passen niet allemaal op dezelfde kavel. Er worden ook nieuwe bomen en groen toegevoegd aan de omliggende buurt Venserpolder, waar de straten nu erg stenig zijn. Zo wordt de leefbaarheid van het omliggende gebied ook verbeterd. Om bomen te mogen kappen moet nog wel een kapvergunning worden aangevraagd. 

Wordt er gebruik gemaakt van circulair bio-based en natuurinclusief bouwen en worden daar objectieve toetsingscriteria voor opgesteld? Welke zijn dit?

Voor het circulair bouwen moeten de plannen binnen het stedenbouwkundig plan aan de MPG-eis van het geldende bouwbesluit voldoen, en dient er een materialenpaspoort opgesteld te worden. Bio-based en losmaakbaar materiaalgebruik wordt als overkoepelende ambitie meegegeven, hier zijn geen harde toetsingscriteria voor opgenomen. Voor de natuurinclusiviteit worden door de gemeente eisen gesteld aan nieuwbouwopgaven. Er moeten minimaal 30 punten aan maatregelen volgens het puntensysteem natuurinclusief bouwen worden gerealiseerd. 

Is er een 0-meting van de ecologische waarden van het gebied?

7

Er is een 0-meting van de bomen in het gebied. Daarnaast is er een Quickscan Flora en Fauna uitgevoerd. 

Kunnen de ecologische verbindingen en de status daarvan, inclusief de waardebepalingen, op kaarten beschreven worden?

Er zijn kansen- en verbindingen kaarten opgesteld voor Zuidoost. Ook voor de groenverbindingen. Er loopt een groenverbinding langs de Venser. Deze wordt versterkt met een parkstrook langs het water. Deze strook zorgt voor een verbetering van de ecologische verbinding tussen de spoorzone en de Dolingadreef. Er is geen status of waardebepaling aan deze verbinding toegekent. Wel loopt de hoofdbomenstructuur langs het Abcouderpad. Deze structuur van bomen heeft een status en blijft in de plannen behouden. 

Is er een grondwaterbalans opgesteld en welke effecten hebben de wijzigingen op de bestaande bomen en het groen qua ecologische- en natuurwaarden?

We weten pas het effect op bestaande bomen als er een ophoogadvies is. Mocht er een verandering in de grondwaterspiegel nodig zijn dan wordt dit stapsgewijs gedaan, zodat bomen hieraan kunnen wennen. Daarnaast moet de ontwikkelaar maatregelen nemen om bomen die blijven staan tijdens de bouw te beschermen. 

Is er een bomeneffectanalyse gedaan, waarin het effect van het bouwen op de bestaande bomen wordt beschreven?

Er is inderdaad een bomeneffectanalyse uitgevoerd. Bomen die blijven staan moeten beschermd worden tijdens werkzaamheden. Daar zijn regels en richtlijnen voor. Deze zijn beschreven in de bomenposter van de gemeente. Daarnaast moet er voor de bomen van de hoofdbomenstructuur een boombeschermingsplan worden opgesteld door de ontwikkelaar. In het geval er ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch nog bomen verloren gaan, moeten die alsnog gecompenseerd worden. Daar worden afspraken over gemaakt tussen gemeente en ontwikkelaar. 

Is er een kaart met huidige en toekomstige boomsoorten? Wat zijn de waarden van deze bomen en wat is de grond voor compensatie?

In de bomeneffectanalyse en het bomencompensatieplan is geïnventariseerd welke bomen er staan in de huidige situatie. De toekomstige soorten zijn nog niet bepaald. Dit gebeurt later. Voor het compenseren van bomen bestaat vast beleid bij de gemeente, waaraan de ontwikkelaar moet voldoen. Dit is te vinden in de bomenverordening. Respondent is van mening dat de analyse van het verloren groen niet goed gedaan is omdat er alleen getallen worden genoemd, maar geen ecologische of natuurwaarden. Respondent is van mening dat het toevoegen van groen buiten de kavel ten koste gaat van de natuur en ecologie.

8

Waarom is de compensatie niet specifiek aangegeven en gegarandeerd?

In het concept stedenbouwkundig plan stonden enkel uitgangspunten en beleidseisen opgenomen. Parallel daaraan wordt gewerkt aan een bomencompensatieplan, dat nodig is bij een aanvraag voor een kapvergunning. Daarin wordt beschreven hoe de te kappen bomen gewaardeerd worden en hoe en waar deze gecompenseerd worden. Daarnaast moet er ook worden voldaan aan de groennorm. Wanneer er verharding wordt toegevoegd, moet er ook groen worden aangelegd. De precieze uitwerking daarvan is onderdeel van een gedetailleerdere planvorming, die na de fase van het stedenbouwkundig plan plaatsvindt. Respondent is van mening dat groen in straatprofielen of bomen in verharding niet als compensatie kunnen worden aangemerkt. Respondent vraagt zich af of het programma niet te groot is voor de kavel, en of het mogelijk is elders woningen te bouwen, zodat groen en ecologie op deze locatie gehandhaafd kunnen worden. Vanuit de groennorm van de gemeente Amsterdam volgt dat er op deze locatie vanwege de bouw van 550 extra woningen er 3.300 m² ecosysteemgroen en 8.800 m² openbaar groen gerealiseerd moet worden. Voor het project De Venser geldt dat 11.346 m2 gebruiksgroen op maaiveld wordt gerealiseerd en 3.659 m2 dakgroen gerealiseerd wordt. Groen in het straatprofiel en bomen in verharding geplaatst kunnen hier in meegeteld worden.

De referentienormen voor Groen zijn terug te vinden in het beleidsstuk ‘Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen’. In dit beleidsstuk wordt ook het een en ander gezegd over de kwaliteit van het groen: ‘Om er voor te zorgen dat het groen ook kwalitatief hoogwaardig groen stimuleert is de norm opgebouwd uit 3 aspecten: een norm voor gebruiksgroen, een norm voor ecosysteem groen en afstandsnormen. De norm voor gebruiksgroen zorgt voor stedelijk attractief groen waarin men kan verblijven en recreëren. De oppervlakte dient minimaal een 0,5 ha aaneengesloten te zijn en dient voor 60% te bestaan uit levend groen. De resterende oppervlakte is bedoeld voor paden, water en andere voorzieningen als sport en spel. De norm voor Ecosysteemgroen heeft als belangrijkste doel de buurt klimaatadaptief te maken, maar draagt ook bij aan de beleving en gezondheid van de Amsterdammer. Het groen draagt bij aan het programma Rainproof en natuurinclusief maken van de buurt. Ook het gebruiksgroen draagt bij aan deze doelen. Van deze norm mag maximaal 25% op de kavel of het dak worden gerealiseerd. Het gebruiksgroen kent ook een afstandsnorm. Zowel buurtgroen als stadsparken dienen te voet binnen circa 10 minuten te bereiken te zijn. Voor buurtgroen is een norm gesteld van 250 meter. Stadsparken kennen een afstandsnorm van 750 meter.

Bij zowel het gebruiksgroen als het ecosysteem groen gaat het om oppervlakte groen. Bij gebruiksgroen gaat het om plantsoenen, moestuinen, buurt- en wijkparken, etc. Ecosysteem groen betreft groen in de straat en kavel als plantvakken, hagen, wadi’s en groene daken’. 

Welke verzachtende maatregelen zijn er geland in verband met de wet Natuurbescherming? 9

Als de verbodsbepalingen uit de wet Natuurbescherming worden overtreden dan kunnen mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Er is voor dit project een flora- en fauna onderzoek uitgezet en een specifiek vleermuisonderzoek. Deze onderzoeken schrijven de volgende voorzorgsmaatregelen en mitigerende maatregelen voor:

-

-

Vleermuizen Foerageergebied  Werkzaamheden zoveel mogelijk uitvoeren buiten de actieve periode (april t/m oktober);  Gefaseerd werken, zodat niet beide foerageerplekken tegelijk ongeschikt zijn Algemeen In het inrichtingsplan rekening houden met kunstmatige verlichting om verstoring te minimaliseren, bijvoorbeeld door:  Het beperken van het aantal lampen;  Geen verlichting plaatsen bij gebieden die kunnen dienen als foerageerlocatie/vliegroute;  Verlichting gebruiken die naar beneden is gericht, om verstrooiing tegen te gaan.

-

Vogels met jaarrond beschermde nesten (cat. 1 t/m 5) Nader onderzoek uitvoeren om aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten vast te stellen

-

Algemene broedvogels Werken buiten broedseizoen (15 maart tot 31 augustus). Opstellen van een ecologisch werkprotocol. Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden een broedvogelcheck laten uitvoeren door een deskundig ecoloog.

Algemeen vrijgestelde soorten (Egel, bruine kikker etc.) Voldoen aan de zorgplicht: Opstellen van een ecologisch werkprotocol. Overwinteringsplaatsen van egels ontzien tijdens winterslaapperiode. Grootschalige overwinteringsplaatsen van amfibieën ontzien in de winter. Bij start van werkzaamheden voorzichtig en in een richting werken. Bij het aantreffen van een exemplaar deze de gelegenheid te geven om te vluchten. Wat is de toegevoegde waarde van de natuurvriendelijke oevers ten opzichte van de huidige oevers? Respondent is van mening dat deze nu al natuurvriendelijk zijn en er dus geen natuurvriendelijke oevers worden toegevoegd.

10

Natuurvriendelijke oevers hebben een damwand onder water, zodat er een hellende zonde ontstaan tussen water en land. Dit is het deel waar de ecologische waarde in zit. De huidige oever heeft een damwand boven water. Dit wordt aangepast naar een damwand onder water. 

Waarom is er geen inrichttingsplan van landschapsarchitecten in het SP, waarin doelstellingen voor natuur en ecologie worden verwerkt?

In het SP wordt gewerkt met zoneringen voor groen, het beplantingsplan worden later in het traject uitgewerkt. 

Welk landschapsbureau heeft aan het plan gewerkt?

Ontwerper openbare ruimte van de Gemeente Amsterdam 

Kan er worden ingegaan op de suggesties uit het eerder aangeleverde verbeterplan De Venser van 19 mei 2021 van respondent?

Dit verbeterplan is door de gemeente en Stadgenoot bekeken. Daarna zijn gemeente en Stadgenoot ook langs geweest bij de bewoners van blok 4. Naar aanleiding van deze input is blok J aangepast: - Van 12 naar 9 bouwlagen - Van 30m afstand naar 35m afstand van de bestaande blokken - Door deze verschuiving is er meer groen dat behouden kan blijven - Blok J staat aan de Noordoostzijde tot op de oeverrand. Hier wordt water voor toegevoegd ter compensatie. Aan de Anna Blamansingel wordt het water verbreed en de gehele oever natuurvriendelijk gemaakt Zie ook de wijzigingen van rood naar blauw in deze afbeelding die bij het participatiehoofdstuk in het SP staat:

11

Een andere respondent is van mening dat het toevoegen van menselijke activiteit door het plaatsen van steigers aan het water de dieren zullen verjagen en dat het openen van horeca in blok J zal zorgen voor zwerfafval en voedsel in het water. Respondent vraagt om de steigers uit het plan te halen. Ook zouden de betonblokken bij de trapjes aan het water het mogelijk maken voor mensen om uit het zicht hun behoefte in het water te doen. Respondent stelt voor om een laan van bomen te maken met een looproute van de Brentanostraat naar Blok J, met voldoende schuilplaatsen voor vogels, ook tegen de wind. Het wordt een dicht bevolkt gebied met veel mensen. De steiger geeft ruimte voor recreatie en wordt uitgevoerd op een manier waarop dieren er onderdoor kunnen. Het weghalen van de steiger zou weinig invloed op de fauna hebben, terwijl de steiger wel veel kwaliteit biedt voor de leefomgeving. Dat is een afweging die we maken. De inrichting van de Anna Blamansingel valt niet onder in dit project. Een looproute naar blok J is in het plan opgenomen.

8. Belichting (IR 3, 6, 10, 12) Samenvatting reacties: Respondenten zijn van mening dat door de dichtheid en hoogte van de bebouwing er te weinig natuurlijk licht en te veel kunstlicht aanwezig zal zijn in de nieuwe situatie. Beantwoording: Het stedenbouwkundig plan gaat uit van een dichtheid die overeenkomt met andere nieuwe bouwprojecten in Amsterdam. De positionering van de blokken ten opzichte van elkaar en de 12

omgeving is zo ontworpen dat overal een goede daglichtkwaliteit wordt behaald. Daar is ook onderzoek gedaan middels een bezonningsstudie.

9. Locatie voor toevoegen van groen (IR 4, 5) Samenvatting reactie: De argumentatie om de aanvoerroute te verplaatsen van de Brentanostraat naar de Anna Blamansingel is vanwege het kunnen toevoegen van groen op de Brentanostraat. Respondent vraagt zich af of er niet voldoende groen kan worden toegevoegd als de route langs de Brentanostraat gehandhaafd blijft en de parkeerplaatsen daar worden opgeheven. Ook omdat de appartementen aan de Brentanostraat, Boris Pasternakstraat en Berthold Brechtstraat ook een binnentuin hebben. Beantwoording: Er is opnieuw naar de plannen gekeken en besloten de Ana Blamansingel buiten het projectgebied te plaatsen. Deze behoud dus de inrichting die hij nu heeft. Om aan de groennorm te voldoen is meer nodig dan alleen de parkeerplaatsen opheffen en daarnaast is deze straat vrij stenig. Daarom is er in de plannen voor gekozen om een rijbaan te laten vervallen. In de nieuwe plannen is dit verwerkt. De knip uit de Boris Pasternakstraat is uit het plan gehaald, zodat het verkeer ook via die route kan rijden.

10. Sociale veiligheid (IR 4, 5) Samenvatting reacties: Respondent is bang voor de aantrekkende werking van een nieuwe groenzone en dat dit zorgt voor (geluids)overlast, afval en achteruitgang van de sociale veiligheid. Beantwoording: Dit is een afweging die gemaakt wordt tussen meerdere aspecten die invloed hebben op de openbare ruimte. Het aanbrengen van groen kan nadelen met zich meebrengen. Zo kan een te dichte beplanting een onveilig gevoel geven. Daar kan op ingespeeld worden met de inrichting. Bijvoorbeeld door te kiezen voor lage beplanting en bomen op een hoge stam. Dit biedt overzicht en dus veiligheid. Aan de andere kant kan een versteende omgeving zorgen voor hittestress en wateroverlast in de omgeving. Meer groen helpt dan bij het aangenamer maken van de buurt. Er is geprobeerd om de juiste balans te vinden tussen groen en andere typen inrichting van de openbare ruimte.

13

11. Arena-park (IR 4, 5) Samenvatting reacties: Respondent is in de veronderstelling dat de huidige Anna Blamansingel qua stedenbouwkundige opzet onderdeel is van Arena-park. Volgens respondent gaat deze stedenbouwkundige opzet deels verloren als de wandelboulevard een doorgaande weg wordt. Ook zou dit volgens respondent niet passen in het streven om de wijk diverser te maken en te upgraden. Beantwoording: De Anna Blamansingel is buiten het projectgebied geplaatst en blijft gehandhaafd in de huidige situatie.

12. Toegangsweg parkeergarage nieuwbouw (IR 9, 60, 63, 64, 70, 72) Samenvatting reactie: Respondenten zijn van mening dat door de toegangsweg naar de parkeergarage de rust in de Brentanostraat wordt verstoord. De oorspronkelijke route tussen Brentanostraat 55 en het water, een ondergrondse toegang of route via het nieuwe stuk Barbusselaan is volgens respondenten logischer. Een respondent vraagt zich af waarom de entree van de parkeergarage niet meer aan de rand van de wijk wordt geplaatst. Naast het extra verkeer door de wijk komt er volgens respondent een onoverzichtelijke en onveilige kruising in het midden van de straat te liggen. Respondent vraagt zich af of het mogelijk is om het plan helemaal autoluw en zonder parkeergarage aan te leggen. Een andere respondent geeft aan door deze inrichting last te krijgen van hinderlijke koplampen en uitlaatgassen en stikstof. Een groep respondenten geeft aan tegen de toegangsweg naar de parkeergarage te zijn, vanwege de geluid- en stankoverlast en de ruimte die de weg inneemt. Volgens deze respondenten is eerder aangegeven dat hier slechts een voetpad zou komen en geen autoweg. Een andere groep respondenten is van mening dat de route naar de parkeergarage voor overlast zal zorgen, met name voor naastgelegen woningen en woonwagens.

Volgens hen zou het beter zijn om de route over het water naar de Anna Blamansingel en dan naar de Boris Pasternakstraat te creëren. Beantwoording: De toegang tot de parkeergarage is in het aangepaste plan verplaatst. Deze loopt niet meer vanaf de Brentanostraat naar het plangebied van de nieuwe Venser, maar vanaf de Berthold Brechtstraat, waar de entree tot het gebied gelegen is in het ontwerp. De route tussen de woonwagens en eengezinswoningen wordt in het nieuwe plan teruggedraaid naar een voetpad. 14

13. Aantal parkeerplaatsen (IR 14, 15, 16, 32, 61, 62, 68, 70) Samenvatting reacties: Volgens respondenten zal het verminderen van de parkeerplaatsen voor parkeerproblemen zorgen voor de bewoners en bezoekers van de buurt. Zij moeten daardoor wellicht verder weg parkeren, wat samen met het eenrichtingsverkeer volgens hen zorgt voor extra vervuiling en lawaai. Volgens een andere respondent moeten er volgens het bestemmingsplan 1,2 parkeerplaatsen per woning aanwezig zijn en mogen deze alleen worden opgeheven als er onderzoek is gedaan naar de gevolgen. Een respondent geeft aan dat er in de wijk veel mensen uit de essentiële sector werken met onregelmatige werktijden en nachtdiensten. Zij zijn afhankelijk van hun auto en hebben straks veel last van het opheffen van parkeerplaatsen. Respondent vraagt om daar rekening mee te houden. Volgens respondent zou als reden voor het opheffen van parkeerplaatsen en aanpassingen in de verkeerssituatie gegeven zijn dat er klachten waren over te hard rijden. Respondent geeft aan dat bewoners maar één dergelijk incident kennen en er verder niet te hard gereden wordt. Volgens respondent kan te hard rijden ook beter tegengegaan worden met drempels of andere maatregelen. Een andere respondent vraagt waarom de Berthold Brechtstraat autoluw wordt gemaakt in de plannen.

Respondent vraagt of dit voor gehele Berthold Brechtstraat geldt, en zo niet, waarom dit voor slechts een deel van de straat wordt aangepast. Respondent vraagt hoe de consequenties van deze inrichting worden ingeschat voor het verkeer en hoe het zich verhoudt tot de toegang van spoedeisende hulp. Respondent is in de veronderstelling dat de parkeerders van de nieuwe woningen op straat zullen parkeren en daardoor de parkeerdruk zal toenemen. Respondent vraagt hoe het probleem van parkeerdruk en overloop uit het evenementengebied wordt opgelost. Een groep respondenten vraagt of het mogelijk is om een gebied aan te wijzen waar alleen vergunningshouders mogen parkeren. Beantwoording: De keuze om parkeerplaatsen op te heffen heeft verschillende redenen. Ten eerste is de Venserpolder op veel plaatsen erg stenig, met veel stoepen en parkeerplaatsen en weinig groen. Tegelijkertijd zijn er op de meeste momenten veel parkeerplaatsen leeg. Daarnaast heeft Amsterdam het beleid om de stad autoluwer te maken. Dat heeft positieve gevolgen voor het leefklimaat en de uitstraling van de openbare ruimte. Door parkeerplaatsen op te heffen en groen toe te voegen wordt de lucht schoner en wordt het minder heet in de zomer. Ook is er onderzocht wat de parkeerdruk is en of er na opheffen niet te weinig parkeerplaatsen overblijven.

Uit deze onderzoeken is gebleken dat er bijna altijd overcapaciteit van parkeerplaatsen is in de huidige situatie en opheffen van parkeerplaatsen niet voor problemen zorgt. Het parkeerbeleid staat het

15

verlagen van de parkeernorm toe. De parkeernorm is nu veel lager dan dat deze was toen deze wijk werd aangelegd. Bij sommige evenementen neemt de druk in een klein deel van de Venserpolder toe, door mensen die daar parkeren in plaats van in één van de parkeergarages. Het beleid van de gemeente richt zich erop om deze bezoekers zoveel mogelijk in de parkeergarages te laten parkeren en de overlast voor bewoners van omliggende wijken zoveel mogelijk te beperken. Het is echter juridisch niet mogelijk om parkeerbelasting te differentiëren naar buurt- en niet buurtgebonden bezoekers (parkeerbelasting is een zogenaamde ‘objectieve belasting’). Ook kiest het college van B en W er vooralsnog niet voor om een hoger uurtarief in te voeren in Zuidoost, niet in de laatste plaats vanwege de sociaaleconomische omstandigheden voor sommige bewoners en de zorgen die er zijn voor sociaal isolement. Ook is onzeker of een hoger tarief direct veel gevolgen heeft voor het evenementenverkeer. De piekmomenten van evenementen vallen meestal niet samen met mensen die ‘s nachts hun auto willen parkeren. Op dat moment is er voldoende plek. Er wordt altijd gezorgd voor wat marge tussen hoeveel parkeerplaatsen er blijven en hoeveel er volgens de parkeerdrukmetingen nodig zijn, zodat mensen minder lang en ver hoeven te zoeken naar een parkeerplek.

Het opheffen van parkeerplaatsen en herinrichten van straten heeft niets te maken met of er wel of niet te hard gereden wordt, maar met de kwaliteit van de openbare ruimte en het leefklimaat voor bewoners. Ook blijft de wijk te allen tijde toegankelijk voor hulpverlenende instanties. De bewoners van de nieuwe woningen van de Venser zullen geen vergunning krijgen. Zij kunnen dus niet zomaar op straat parkeren. Een deel krijgt een plek in een eigen parkeergarage onder de woningen. Er worden parkeerplaatsen aangelegd in de nieuwe buurt voor bezoekers van De Venser.

14. Te veel groen toevoegen (IR 19) Samenvatting reactie: In het plan wordt groen toegevoegd langs de waterpartij tussen de Brentanostraat en Anna Blamansingel. Respondent geeft aan hier geen behoefte aan te hebben en dit gedeelte als voetgangersgebied te willen behouden. Respondent is van mening dat zo het probleem van groencompensatie van de nieuwbouw bij bewoners van de bestaande buurt wordt neergelegd. Beantwoording: De groengebieden blijven toegankelijk voor voetgangers. De groennorm die hoort bij de nieuwbouw wordt deels aangelegd in het plangebied van De Venser. Een ander deel wordt ingezet om de buurt te verbeteren en te vergroenen. Dit is een kans om iets te doen aan de stenige omgeving van de Venserpolder en deze openbare ruimte te verbeteren. Groen draagt ook bij aan schonere lucht en minder hitte. 16

15. Venserpolder buiten het plangebied (IR 26, 44) Samenvatting reacties: Respondenten vragen zich af waarom er niks aan de rest van de Venserpolder wordt gedaan. De bestaande woningen daar zijn volgens respondent erg gehorig en slecht geïsoleerd. Een andere respondent geeft aan dat er dealers rondhangen rond het winkelcentrum en dat de openbare ruimte en binnentuinen verbeterd kunnen worden. Beantwoording: Afgelopen jaren is het nodige gedaan in de Venserpolder, zoals het opknappen van het schoolplein bij de Schakel, het plaatsen van extra bomen langs de Dolingadreef en het verbeteren van speelplaatsen in de binnentuinen. Ook komende jaren zal er, onder andere vanuit het Masterplan Zuidoost, extra aandacht zijn voor de Venserpolder. Op verschillende plaatsen is in de Venserpolder door corporaties en VvE’s gewerkt aan verbetering van de woningen. Dit zal ook komende jaren nog doorgaan. Als het gaat om individuele klachten met betrekking tot woningen kan er contact worden opgenomen met de betrokken eigenaar/corporatie. Ook Stichting Woon kan begeleiding bieden bij klachten of achterstallig onderhoud. Zie ook: www.wooninfo.nl en het antwoord op onderstaande inspraakreactie 16.

16. Veiligheid openbare ruimte (IR 26, 61) Samenvatting reacties: Respondenten vragen zich af wat er wordt gedaan om de veiligheid in de buurt te verbeteren. Er vinden veel geweldsincidenten en drugsgerelateerde criminaliteit plaats in de buurt en respondent krijgt de indruk dat er meer geld is voor fysieke ingrepen dan voor sociale onveiligheid en vraagt of dit geld niet ingezet kan worden voor boa’s op straat en activiteiten als huiswerkbegeleiding, naschoolse opvang, werkervaringsplekken etc. Respondent is van mening dat het toevoegen van groen en het invoeren van eenrichtingsverkeer voor een hoger gevoel van onveiligheid zorgt. Beantwoording: Eind 2022 is het wijkactieteam (WAT) Venserpolder gestart. Het WAT heeft als doel de veiligheidsproblemen in de buurt op te zoeken én op te lossen. Het wijkactieteam is een samenwerking van gemeente, politie en alle corporaties. Samen zijn ze er voor al uw vragen, hulp bij het oplossen van problemen en advies op het gebied van veiligheid zoals: Overlast, vervuiling en agressie thuis in uw portiek of op straat, Intimidatie in de buurt, Overlast door jongeren, Zorgen over kinderen/jongeren thuis, in de buurt of op straat, Problemen door drugs/alcohol, Angst voor uw veiligheid of dat van anderen, Alle andere zaken waar u zich zorgen over maakt, 17

Contact: mail: WAT-Venserpolder@amsterdam.nl of bel of app: 06 – 28 92 80 72 Ook bij de insteek van extra groen in de bestaande buurt, onder andere om de stenige Venserpolder een mooiere uitstraling en betere leefkwaliteit te geven, wordt rekening gehouden met (brede) veiligheidsaspecten.

17. Stedenbouwkundige aansluiting Venserpolder (IR 28, 69) Samenvatting reacties: Respondent geeft aan het jammer te vinden dat de stedenbouwkundige opzet van de rest van de Venserpolder, met de ruim opgezette binnentuinen, maar op heel minimale schaal terugkomt in het nieuwe plangebied. Volgens respondent gaat daardoor hetgeen wat de Venserpolder leefbaar en uniek maakt verloren en wordt het plan uniform en nietszeggend. Een andere respondent is van mening dat het aansluiten op het bestaande Noord-Zuid, Oost-West stratenplan geen sterk argument is voor de gekozen inrichting. Respondent vraagt of is overwogen om een betere verbinding te realiseren tussen Arenapoort en Venserpolder d.m.v. een natuurlijke overgang in bouwhoogte van hoog bij Arenapoort naar laag bij Venserpolder. Respondent vraagt hoe onderbouwt wordt dat blok B bijdraagt aan eenheid. Volgens respondent benadrukt dit blok juist het verschil tussen het nieuwe plan en de omliggende buurt. Respondent vraagt waarom er niet is gekozen voor een op een piramidelijkende invulling, met het hoogste punt van de bebouwing in het midden van het gebied. Volgens respondent wordt op die manier goed aangesloten op bestaande bouw en wordt dan het bestaande woongenot minimaal aangetast. Beantwoording: Het huidige perceel van De Venser is afgesloten en een eigen terrein.

Het nieuwe stedenbouwkundige plan sluit beter aan op de huidige structuur van de Venserpolder. De Barbusselaan wordt het gebied ingetrokken en van de Bentanostraat naar het Abcouderpad wordt een voetgangersverbinding gemaakt. Hiermee ontstaat een doorwaadbaar gebied. De schaal van de bebouwing is fijnmaziger dan de bestaande blokken waardoor diverse routes door het plangebied ontstaan. De hoogteverdeling van het stedenbouwkundige plan loopt van west naar oost. Hiermee is de hoogste bebouwing geplaatst op de plek waar de meeste ruimte aanwezig is en waar meer afstand is tot de omliggende bebouwing.

18. Autos over fietsstraat (IR 28) Samenvatting reactie: Respondent vraagt zich af of er niet te veel auto’s over de fietsstraat moeten rijden. In dat geval zou volgens respondent de functie van een fietsstraat voor fietsers verloren gaan. Een andere

18

respondent geeft aan dat door de knip in de Boris Pasternakstraat er meer verkeer via de Brentanostraat zal kruisen met de fietsstraat. Beantwoording: De Berthold Brechtstraat maakt onderdeel uit van het Plusnet fietspaden van Amsterdam. Het is een belangrijke fietsroute. Door een fietsstraat te introduceren wordt autogebruik op de Bertold Brechtstraat onaantrekkelijker en krijgt de fiets meer de ruimte. Daarnaast worden er parkeerplaatsen opgeheven langs de Berthold Brechtstraat, waardoor de veiligheid voor fietsers toeneemt. De knip in de Boris Pasternakstraat is uit het definitieve plan gelaten. De inrichting van de straat wordt nog wel verder onderzocht. Na het vaststellen van het stedenbouwkundig plan moet er nog een voorlopig ontwerp en definitief ontwerp gemaakt worden voor de openbare ruimte. Daarvoor wordt er gekeken of er genoeg fietsbewegingen en niet teveel autobewegingen zijn. In het geval het geen officiële fietsstraat kan worden, wordt het wel een fietsvriendelijke straat, waarbij we veiligheid en doorstroming van fietsers zoveel mogelijk bevorderen boven het autoverkeer.

19. Timing planten bomen (IR 36) Samenvatting reactie: Respondent vraagt of het mogelijk is de nieuwe bomen direct aan het begin van de ontwikkeling te planten, zodat deze eerder volgroeid zullen zijn. Beantwoording: Nieuwe bomen kunnen alleen tijdens het planseizoen worden geplant. Dat is in het najaar en voorjaar. Dan slaat de boom het beste aan op de nieuwe plek. Voor het planten van nieuwe bomen zijn locaties nodig die beschikbaar zijn voor plantgatverbetering. Dit is om te zorgen dat de bomen een goede groeiplaats krijgt waar hij goed en gezond kan groeien. Daar is nu nog geen sprake van. Op het moment dat er een locatie beschikbaar is voor nieuwe aanplant kan er in het eerstvolgende planseizoen een boom geplant worden. Bij het verplaatsen van bomen is het ook belangrijk dat de boom voldoende voorbereid moet worden voor de verplaatsing. Dat is minimaal 1 jaar voorbereidingstijd, idealiter 2 jaar. Op dit moment lijkt het plantseizoen van 2025/2026 het meest aannemelijke en vroegste moment te zijn voor de aanplant van nieuwe bomen of verplaatsing van bestaande bomen. Een aantal bomen kan pas geplant worden als de openbare ruimte op bepaalde locaties vernieuwd wordt. Dit is pas na de bouwwerkzaamheden, die gefaseerd plaatsvinden . Als deze bomen al eerder geplant worden bestaat de kans dat ze schade oplopen tijdens de bouwwerkzaamheden.

20. Afbakening bomen binnen plangebied (IR 36) Samenvatting reactie: 19

Respondent vraagt waarom de bomen aan de oostkant van het Abcouderpad tot het projectgebied worden gerekend. Dit beïnvloedt de verhouding tussen de te kappen en te behouden bomen. Beantwoording: Met name het gebied waarin de bomen staan wordt meegerekend. We nemen het Abcouderpad mee in de plannen omdat dit een belangrijke fietsroute is waar aandacht voor nodig is. De hoeveelheid bestaande bomen in een gebied heeft geen invloed op de bomen die gekapt worden. Dit aantal blijft hetzelfde en moet gecompenseerd worden.

21. Afval (IR 36) Samenvatting reactie: Respondent vraagt op welke manier voorkomen kan worden dat afval in de openbare ruimte terechtkomt en de leefbaarheid beïnvloedt. Respondent vraagt of er met borden, boetes en tijdelijk extra capaciteit voor karton/papier bij verhuizingen gewerkt kan worden. Beantwoording: Het voorkomen of opruimen van zwerfvuil is een taak van beheer en handhaving van de gemeente. Vanuit het project wordt er aandacht aan besteed om de openbare ruimte op zo’n manier in te richten dat het bijdraagt aan de leefbaarheid en ook de zorg en eigenaarschap vanuit de buurt kan verhogen. Mogelijk levert dit ook minder afval op straat op. Bij het bouwen van nieuwe woningen worden ook ondergrondse containers geplaatst om het afval te verwerken. Deze staan op minimale loopafstanden van de nieuwe entree’s. Daarnaast wordt bij ieder bankje dat geplaatst wordt ook een afvalbak geplaatst waarmee we zwerfafval zoveel als mogelijk tegengaan.

22. Parkeren deelauto’s (IR 36) Samenvatting reactie: Respondent vraagt of er gereserveerde parkeerplaatsen met elektrische oplaadpunten kunnen komen voor deelautoconcepten, waardoor het gebruik van deelauto’s bevorderd wordt. Beantwoording: In de Venserpolder zijn al verschillende laadpalen te vinden. Nieuwe laadpalen kunnen worden aangevraagd via https://www.amsterdam.nl/parkeren/elektrische-oplaadpunten-amsterdam/ Deze laadpalen zijn voor iedereen toegankelijk en kunnen niet gereserveerd worden voor privégebruik of enkel voor deelauto’s. Iedereen met een elektrische auto heeft recht om op openbaar toegankelijke parkeerplaatsen zijn auto op te laden.

20

23. Veiligheid speellocatie (IR 44) Samenvatting reactie: Respondent maakt zich zorgen of de geplande speellocatie op de hoek Abcouderpad/Anna Blamansingel wel goed genoeg beveiligd wordt, zodat kinderen niet bij het water kunnen komen. Beantwoording: Er komt een verhoogde zitrand om de speellocatie heen en er is een kademuur. Dit zorgt voor een veilige situatie om te spelen.

24. Overlast bouw (IR 49, 55, 70) Samenvatting reacties: Respondent geeft aan zich zorgen te maken over de gevolgen van de bouw voor de woonwagens qua trilling en geluidsoverlast. Respondent vraagt zich af of de gemeente een andere standplaats aan kan bieden. Een andere respondent vraagt aandacht voor een goede ontsluiting tijdens de bouwfase. Een groep respondenten geeft aan dat de lange fasering voor extra overlast zorgt voor omwonenden. Beantwoording: Bouwwerkzaamheden gaan gepaard met overlast. Vooraf en tijdens het bouwproces wordt geprobeerd om overlast tot een minimum te beperken. Er bestaan kaders en regels (bouwbesluit) die daarbij gevolgd moeten worden. Ook wordt er een BLVC-plan opgesteld. BLVC staat voor bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie en gaat in op maatregelen, verantwoordelijkheden en afspraken rondom bouwprojecten. In het plan staat beschreven hoe de overlast op de omgeving kan worden beperkt en wie het aanspreekpunt is. Het heeft altijd de voorkeur van de gemeente als een ontwikkelaar tijdens deze periode zoveel mogelijk de lokale kennis en expertise van omwonenden en ondernemers gebruikt. Dit streven kan worden meegegeven aan de ontwikkelaar bij het opstellen van het BLVC-plan. Tijdens de verlenging van omgevingsvergunningen voor het bouwen worden hierover nadere afspraken gemaakt met de ontwikkelaar.

Na afronding van de bouwwerkzaamheden gaat deze beheerverantwoordelijkheid over naar de gemeentelijke afdeling voor Verkeer en Openbare Ruimte.

25. Openbare ruimte Brentanostraat (IR 54, 70) Samenvatting reacties: Respondent vraagt zich af of de openbare ruimte van de Brentanostraat net zo ontworpen kan worden als hoe de Berthold Brechtlaan in het plan staat.

21

Een groep respondenten geeft aan dat het niet duidelijk is waarom de Brentanostraat qua bestrating en inrichting niet wordt aangepast en andere straten wel. Beantwoording: In de nieuwe plannen is ook een nieuwe inrichting voor de Brentanostraat meegenomen.

26. Stedenbouwkundige opzet De Venser (IR 55, 69) Samenvatting reacties: Respondent stelt voor om de nieuwe Venser zoveel mogelijk aan de Bernard Shawsingel te bouwen, voor meer zon en licht en zicht op het fietspad. Respondent stelt eveneens voor de rooilijn van de Bernard Shawsingel door te trekken en de bouwblokken niet naar voren te plaatsen. Respondent is in de veronderstelling dat de groene zone aan de Noordkant van het gebied, langs de Berthold Brechtstraat niet wordt behouden, terwijl dat aan de Oost- en Westkant wel gebeurt en vraagt waarom dat zo is. Respondent vraagt waarom het plan alleen is aangepast op punten waar door omwonenden over is geklaagd. Respondent is van mening dat het behoud van de bomen aan de Oostzijde het uitzicht van de nieuwe bewoners zal schaden. Beantwoording: De bebouwing wordt gerealiseerd binnen de bestaande perceelsgrenzen van De Venser. Het doortrekken van de Bernard Shawsingel is hierbij geen doel. De bomenstructuur aan de oostzijde langs het Abcouderpad wordt gehandhaafd. Langs de Anna Blamansingel en richting de Brentanostraat worden zoveel als mogelijk de bomen behouden. Bomen die gekapt worden moeten worden gecompenseerd. Aan de Berthold Brechtstraat worden de bestaande bomen verbeterd door de herprofilering en het maken van een groenstrook waar de bomen in staan.

De bebouwing zal tot de straatzijde komen, gelijkwaardig aan de overzijde van de straat. In de participatie en inspraak is naar alle opmerkingen van omwonenden geluisterd en zijn de ideeën waar mogelijk meegenomen in de verbeteringen van het plan.

27. Voetpaden (IR 59) Samenvatting reactie: Respondent vraagt aandacht voor de veiligheid van voetgangers in het nieuwe ontwerp. Respondent geeft aan dat nu vaak bewoners en bezorgdiensten met (brom)fietsen op het voetpad rijden en dit voor gevaarlijke situaties zorgt, en vraagt of op de voetpaden in het nieuwe ontwerp duidelijk aangegeven kan worden dat (brom)fietsers daar niet toegestaan zijn. Beantwoording: In het nieuwe plan wordt er veel groen toegevoegd, zodat de stoep oprijden moeilijk wordt gemaakt. Een heldere functiescheiding helpt hierbij. De mogelijkheid om borden te plaatsen 22

wordt meegenomen in een verder stadium. In principe zijn de verkeersregels helder hierover en ben je in overtreding met een scooter op de stoep. Het is dan een taak voor handhaving.

28. Locatie parkeerplaatsen kavel De Venser (IR 60) Samenvatting reactie: Een groep respondenten geeft aan dat het situeren van parkeerplaatsen aan de rand van de kavel van De Venser kan zorgen voor stank- en geluidsoverlast en inschijnende koplampen bij omwonenden. Beantwoording: Per saldo verdwijnen er parkeerplaatsen in het gebied. De omgeving zal daardoor op dit punt eerder verbeteren dan verslechteren. Daarnaast blijven er bomen staan tussen deze parkeerplaatsen en de woningen, zodat inschijnend licht voorkomen wordt en stank en geluid gefilterd worden.

29. Inrichting Boris Pasternakstraat (IR 61, 62, 64) Samenvatting reacties: Respondent vraagt of het mogelijk is de knip in de Boris Pasternakstraat te verleggen naar de Berthold Brechtstraat, zodat alle parkeerders aan de Arenakant in- en uitrijden. Volgens respondent wordt de wijk dan minder belast met autoverkeer en creëert het een veiligere fietsroute, doordat auto’s uit de Berthold Brechtstraat dan alleen rechtsaf naar de Boris Pasternakstraat kunnen. Volgens respondent zou het nog beter zijn om een deel van de Boris Pasternakstraat autovrij te maken en parkeerruimte te plaatsen bij de Brentanostraat. Een andere respondent stelt voor om de gewonnen ruimte door het opheffen van parkeerplaatsen te gebruiken voor de aanleg van een fietspad als verbinding tussen metrostation Strandvliet naar bijvoorbeeld de hogeschool, zodat fietsers niet hoeven over te steken bij de kruising Boris Pasternakstraat/Bentrantostraat. Volgens respondent is er genoeg ruimte bij de Boris Pasternakstraat/Burgemeester Stramanweg om daar een tweede stoplicht te maken voor dat nieuwe fietspad. De parkeerplaatsen zouden parallel aan de rijweg gemaakt kunnen worden om meer ruimte te creëren voor een breed fietspad. Beantwoording: In het nieuwe plan is de knip is uit de Boris pasternakstraat gehaald.

De gewonnen ruimte die ontstaat door het opheffen van parkeerplaatsen is nodig voor het aanleggen van groen en het planten van bomen. Doordat er voor het plan bomen gekapt worden, moeten er elders bomen worden gecompenseerd. Ook moet het plan voldoen aan de groennorm. Dat gebeurt deels op de kavel, maar ook daar vlak omheen in de bestaande buurt.

23

30. Rechten omwonenden (IR 65) Samenvatting reactie: Respondent is van mening dat de rechten van omwonenden worden aangetast door de nieuwbouw van de Venser, op het gebied van woongenot en belevingswaarden. Beantwoording: Bij de totstandkoming van dit plan is een belangenafweging gemaakt waarbij de belangen van de omwonenden zijn afgewogen tegen het realiseren van de nieuwbouw de Venser, waarbij wordt voorzien in de grote woningbehoefte in Amsterdam. Bij de totstandkoming van dit plan is zoveel als mogelijk rekening gehouden met de belangen van de omwonenden. Er is een zonlichtstudie gedaan, een windhinderstudie en een parkeeronderzoek. Uit deze studies blijkt dat we het nieuwbouwproject goed in de bestaande omgeving kunnen inpassen. Ook is er geluisterd naar omwonenden en zijn er in verschillende fasen aanpassingen aan het plan gedaan om omwonenden tegemoet te komen.

31. Duurzaamheid (IR 65, 69) Samenvatting reacties: Respondent is van mening dat bij het plan voor De Venser afgeweken wordt van het duurzaamheidsbeleid van de gemeente. Respondent geeft aan dat in het gebouw Overhoeks met panelen is gewerkt die wind omzetten in energie. Ook geeft respondent aan dat volgens specialisten bouwen met hout duurzamer is dan met beton. Respondent vraagt waarom bij dit gebouw geen gebruik wordt gemaakt van milieuvriendelijke bouwtoepassingen, zoals windenergie, houtbouw, zonnepanelen en een vergister. Een andere respondent vraagt welke maatregelen uit het plan bijdragen aan de energietransitie. Beantwoording: Het stedenbouwkundig plan is in overeenstemming met de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente ontworpen. Dat betekent dat er voldaan moet worden aan de BENG-norm. De nieuwe Venser wordt volledig gasloos en er komen zonnepanelen op de daken. Daarnaast stelt de gemeente eisen aan onder andere natuurinclusief, klimaatadaptief en circulair bouwen. Hier zal rekening mee worden gehouden bij de ontwikkeling van de gebouwen. In dit project is stedenbouwkundig niet voorgeschreven dat alle gebouwen in hout moeten worden gebouwd, dat betekent echter niet dat dit het niet mogelijk is om hout (deels) toe te passen.

32. Voorzieningen voor de buurt (IR 65, 68) Samenvatting reacties: 24

Respondent geeft aan dat ze graag een gemeenschappelijke ruimte in de nieuwe Venser zou zien die ook door de buurt gebruikt kan worden voor bijvoorbeeld workshops, werkruimte voor zzp’ers en creatievelingen, recreatie en ontmoeting, zoals Casa400 of het dorpshuis van Duivendrecht. Een andere respondent geeft aan graag een indoor fitnessruimte te willen in de nieuwbouw, waar ook buurtbewoners van de Venserpolder gebruik van kunnen maken. Ook zou deze respondent graag een supermarkt in het nieuwe gebied zien. Beantwoording: Rond het nieuwe buurtplein en in het verlengde van de Barbusselaan worden op de begane grond ruimtes voor commerciële en maatschappelijke voorzieningen gemaakt. In het zorgcentrum is ruimte gereserveerd voor kleinschalige maatschappelijke activiteiten zoals bijvoorbeeld een kleine supermarkt en een kapper. Deze voorzieningen horen deels bij het zorgcentrum, maar hebben ook een buurtfunctie. Deze voorziening zijn niet alleen toegankelijk vanuit het zorgcentrum, maar zijn ook voorzien van toegangsdeuren aan de gevel. Het beoogde café-restaurant op de zuidwesthoek van het zorggebouw heeft een terras op het centrale buurtplein. De invulling van de commerciële functies op de begane grond van de woongebouwen zal voornamelijk kleinschalige buurtvoorzieningen en werkfuncties bevatten. De invulling van deze voorzieningen is nog niet bekend.

33. Renovatie (IR 65) Samenvatting reactie: Respondent is van mening dat behoud en renovatie van De Venser een beter en goedkoper alternatief zou zijn, waarbij de bestaande Venser als ruimte voor de buurt, specifiek jongeren, kan worden gebruikt. Volgens de respondent zouden jongeren dan in de opgeknapte aanleunwoningen betaalbaar kunnen wonen. Het verpleeggedeelte zou dan aan de andere kant van het spoor gebouwd kunnen worden om aan de moderne eisen van zorg te kunnen voldoen. Volgens respondent zorgt de keuze voor sloop/nieuwbouw voor gentrificatie. Beantwoording: Renovatie van het huidige complex is ingewikkeld en kostbaar. Bovendien maakt sloop/nieuwbouw een verdichting naar een hoog stedelijk milieu mogelijk. We kunnen dus meer woningen bouwen omdat we hogere gebouwen maken. Dit sluit aan bij de druk op de woningmarkt en de opgave van Amsterdam om invulling te geven aan de vraag naar (betaalbare) woningen. Omdat de ontwikkeling een initiatief is van Stadgenoot en zij deze kavel in erfpacht hebben, wordt het nieuwe plan op deze kavel gebouwd.

34. Inrichting openbare ruimte langs het water (IR 73) Samenvatting reactie: 25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13622194/1