3. Laadstrategie varen.pdf
Tekst van het document
• Laadstopcontact: De aansluiting voor een individuele stekker bij een walstroompunt.
• BHG-vignet: vignet waarmee kan worden vastgesteld of het verschuldigde binnenhavengeld is voldaan voor het pleziervaartuig waarop het is aangebracht;
• Walstroompunt: De elektrische aansluiting waar de stekker wordt aangesloten aanwezig op de wal of kade. Een walstroompunt kan meerdere laadstopcontacten hebben.
• Doorvaartvignet: vignet waarmee kan worden vastgesteld of vrijstelling is verleend om door te varen op het openbaar water of waarop kan worden aangegeven op welke dag of tot wanneer men gerechtigd is af te meren in het openbaar water voor het pleziervaartuig waarop het is aangebracht.
• Publieke laadinfrastructuur: Laadinfrastructuur voor een elektrisch vaartuig dat 24/7 openbaar toegankelijk is. • Semi-publieke laadinfrastructuur: Laadinfrastructuur die is opengesteld voor publiek op een private locatie, bijvoorbeeld bij een horecagelegenheid. Er kunnen barrières zijn, zoals beperkte toegangstijden. • Private laadinfrastructuur: Laadinfrastructuur op privaat terrein, zoals in een jachthaven, bij een woning of een appartementencomplex. • Ampère: De hoeveelheid ampère geeft aan hoeveel elektriciteit er door een aansluiting of apparaat loopt. Dit laatste hangt af van het apparaat dat is aangesloten. Laadinfrastructuur kent steeds een maximum hoeveelheid ampère. Hoe hoger het aantal ampères van een walstroompunt, hoe sneller geladen kan worden.
33
Laadstrategie Varen
Bijlage 2 Evaluaties van de pilots Pilot BlueBoat en realisatie voorzieningen de Entree De passagiersvaart in Amsterdam heeft de afgelopen jaren stappen gezet in het realiseren van laad voorzieningen. Op een tweetal locaties zijn vanuit de gemeente laadvoorzieningen gerealiseerd, dit betreft een aansluitingen bij de ligplaats van de rederij BlueBoat aan de Stadshouderskade en aansluitingen voor de ligplaatsen bij de Entree voor het Centraal Station.
zorg te dragen voor de facturatie. Onderzocht wordt om geen periodieke facturatiestroom te laten vloeien, maar een vast bedrag eenmalig te verrekenen. Er zijn kansen om de voorzieningen in te zetten voor derde gebruik. Mogelijkheid hierin kan zijn het beschikbaar stellen van de laadvoorzieningen voor transport over water.
Procesgang
Algemeen
Vanuit de kaders van een pilot is het plaatsen van de stroomvoorzieningen positief, echter verloopt het vervolg stroperig. Verantwoordelijkheden zijn niet vastgelegd en nu heeft de reder een wens voor uitbreiding van de laadvoorziening is het onduidelijk wie hierin het voortouw dient te nemen. De gemeente is in gesprek met de reder over de gewenste uitbreiding.
De laadvoorzieningen op de Stadshouderskade zijn in 2021 geplaatst door de gemeente Amsterdam voor de reder BlueBoat. De laadvoorzieningen zijn aangesloten op een tweetal grootverbruik aansluitingen van 250 ampère. Voor het gebruik is er een bruikleen overeenkomst afgesloten. De gemeente borgt hierin de instandhouding van de aansluiting met de daarbij behorende overeenkomsten (excl. energieleverings overeenkomst). De kosten worden doorbelast aan de gebruiker. Op de Entree worden laadvoorzieningen gerealiseerd tot max. 3x80 ampère. Hierbij levert de gemeente een gebruiksklare voorziening op in ondergrondse stroompunten.
De Entree De gemeente legt in de periode van oktober 2023 tot maart 2024 water- en elektra-aansluitingen aan. Deze aansluitingen worden verwerkt in ondergrondse putkasten. Nadat de werkzaamheden zijn afgerond, zijn alle op- en afstapplekken in de middenkom voorzien van water- en elektravoorzieningen. De gemeente doet dit voor de verduurzaming van de passagiersvaart.
Stadhouderskade De pilot op de Stadhouderskade is geëvalueerd op de techniek, financiën en procesgang.
Normaliter dienen reders zelf laadinfrastructuur te verzorgen bij hun exclusieve op- en afstapplekken. In de middenkom van het Open Havenfront is echter ervoor gekozen dat de gemeente de realisatie ter hand neemt. Dit heeft twee redenen.
Techniek De gerealiseerde voorzieningen van 250 ampère zijn afdoende om alle boten volledig op te laden. Er worden momenteel 3 boten per aansluiting opgeladen. Vanwege de toepassing van loodzuurbatterijen kunnen er maximaal 4 vaartuigen per aansluiting tijdens de nacht worden geladen. Met het toepassen van lithiumbatterijen kunnen meer dan 4 vaartuigen op de 250 ampère netaansluiting worden aangesloten waardoor de het beschikbare vermogen efficiënter kan worden ingezet. Onder andere vanwege de hogere aanschafkosten is daar niet voor gekozen.
Financieel
De eerste is dat de gemeente hiermee grote, langdurige opbrekingen voorkomt op straat, aan de kades en op de steigers. De middenkom voor het Centraal Station is bovendien één van de drukste gebieden in het centrum. Het is wenselijk dat er een veilig en betrouwbare laadvoorziening is waarbij de gemeente de regie houdt over de werkzaamheden en het gehele gebied in één keer aanpakt. Na deze realisatie neemt de vergunninghouder deze aansluiting middels een overeenkomst over.
Na realisatie van de laadvoorziening met buitenkast is een overeenkomst voor instandhouding van de aansluiting overeenkomen met de rederij waarmee er een jaarlijkse facturatie vanuit de gemeente naar de reder gaat. Dit vraagt jaarlijks effort van de gemeente om
Ten tweede dient er een grote afstand overbrugd te worden tussen de laadvoorziening op de kade en de ligplaats in het water, de regie van de gemeente is hierin van belang om dit veilig te realiseren.
34
Laadstrategie Varen
Techniek
energieleverancier dit contract afgesloten wordt. In geval van een dubbele ligplaats zorgt de gemeente ervoor dat deze ligplaatsen op naam komt te staan van de reder zodat er één netaansluiting (3x80 ampère) beschikbaar wordt gesteld.
Voor de Entree worden/zijn kleinverbruik aansluitingen gerealiseerd tot maximaal 3x80 ampère. Bij een ligplaats voor twee vaartuigen komt een 3x80 ampère net aansluiting. Voordeel bij het toepassen van een kleinverbruik aansluiting betreft de mogelijkheid om deze in ondergrondse kasten te plaatsen zodat de inpassing in de openbare ruimte eenvoudiger is.
Algemene conclusies De realisatie van laadvoorzieningen voor passagiersvaart wordt uitgevoerd door de gemeente om tot een veilig en betrouwbaar netwerk te komen. De reders met een ligplaatsvergunninghouder krijgen deze in bruikleen door het sluiten van een bruikleenovereenkomst. Gedurende de looptijd van de vergunning kunnen zij een eigen energiecontract afsluiten en waar wenselijk een aanpassing maken in het gecontracteerde vermogen.
De hoofdaannemer levert de aansluitingen gebruiksklaar op. De steigers en de putkasten waar de water- en elektra-aansluitingen in verwerkt zitten, blijven in eigendom van de gemeente. Voor de ingebruikname wordt hiervoor een bruikleenovereenkomst opgesteld waarbij beheer- en gebruikskosten bij de gebruiker komen te liggen. De reder dient zelf een energiecontract af te sluiten en is vrij in de keuze met welke
Pilot publieke laadinfrastructuur pleziervaart In 2021 is er een pilot uitgevoerd om het opladen van elektrische pleziervaartuigen in openbare gebieden te faciliteren om inzicht te krijgen in de technologie en het gebruik ervan en om de zichtbaarheid onder alle Amsterdammers te vergroten. De pilot heeft waardevolle informatie opgeleverd over het gebruik, de techniek, de kosten en het plaatsingsproces.
vier laadstopcontacten per walstroompunt. Elk van deze laadstopcontacten is afgestemd op 16 ampère, 230 volt en compatibel met 3-pins CEE-stekkers. Hiermee kan een maximale laadsnelheid van 3,7 kW worden behaald. Binnenin elk laadpunt bevindt zich de Liander net aansluiting, aanvullende kWh-meters per laad stopcontact, zekeringen en een besturingsmodule. De laadpunten die tijdens de pilot zijn gebruikt, hebben een voor Amsterdam ontwikkeld esthetisch ontwerp dat goed past binnen het stedelijk landschap en in overeenstemming is met de stedelijke ontwerp normen van Puccini.
Algemeen In het voorjaar van 2021 zijn tien walstroompunten voor pleziervaartuigen strategisch geïnstalleerd in de openbare ruimte. Deze locaties zijn geselecteerd in samenspraak met stadsdelen, nautisch beheer en eigenaren van pleziervaartuigen. De walstroompunten zijn toegankelijk via de AanUit.net app. De pilotperiode heeft in totaal 74 unieke gebruikers aangetrokken. Er werd in totaal 3518 kWh geladen, met een gemiddelde van 8kWh per laadsessie en een maandelijkse afname van 40kWh per laadpunt tijdens het vaarseizoen. Het grootste aantal gebruikers werd waargenomen op de Keizersgracht en de Prinsengracht, terwijl de minste activiteit werd gemeten bij de Reggestraat en de Zeeburgerkade. Bij elk laadpunt was er een gereserveerde strook van 2x10m beschikbaar voor het aanmeren van elektrische vaartuigen. Bovendien werd duidelijk aangegeven dat er een maximale afmeertijd van 24 uur gold.
Om de veiligheid te verhogen, is er een stekkerdetectie systeem gebruikt. Er is echter geconstateerd dat de laadpunten soms uitschakelen doordat de aardlek beveiliging wordt aangesproken. Dit probleem vereist een handmatige reactivering, wat een arbeidsintensieve en daardoor kostbare taak is.
Plaatsing De evaluatie van het plaatsingsproces heeft met name uitgewezen dat de zoektocht naar en de selectie van passende locaties een uitdagende taak is. Deze uitdaging komt voort uit het feit dat het op voorhand onduidelijk was welke laadlocaties de voorkeur genoten van de eigenaren van elektrische pleziervaartuigen. Daarnaast vereiste het proces een aanzienlijke afstemming met diverse belanghebbenden, waaronder Liander voor een netaansluiting, de betreffende stadsdelen voor locatiekeuze en Nautisch Beheer voor een nautische beoordeling.
Techniek De geïnstalleerde walstroompunten zijn verbonden met een 3x25 ampère aansluiting van Liander, waarbij elke voorziening is voorzien van twee laadstopcontacten. Deze kunnen, indien nodig, worden uitgebreid tot
35
Laadstrategie Varen
Enquête
van de verkoop van stroom, wat een sluitende business case moeilijk maakt. Het proces van het plaatsen van de walstroompunten kan beter. Er waren gevallen waarin de walstroompunten op onjuiste locaties werden geïnstalleerd en de aansluiting op het netwerk heeft langer geduurd dan oorspronkelijk gepland.
Uit een enquête onder gebruikers kwamen feedback en verbeterpunten naar voren: • Walstroompunten worden te vaak geblokkeerd door vaartuigen die niet (meer) laden. Er is geen handhaving op de maximale ligtijd van 24 uur; • Er zijn te weinig laadplekken; • Gebruik voor andere doeleinden (door bijvoorbeeld voertuigen) van walstroompunten leidt tot irritatie; • Er is behoefte aan meer laadlocaties, zoals private/semi-publieke laadvoorzieningenen zoals bijvoorbeeld bij horecalocaties waar men voor korte perioden aanmeert.
Algemene conclusies De pilot voor het opladen van elektrische boten in openbare gebieden in Amsterdam in 2021 heeft waardevolle inzichten opgeleverd, maar ook uitdagingen onthuld. De technische implementatie was over het algemeen succesvol. De plaatsing van de laad voorzieningen was uitdagend en feedback van gebruikers toont aan dat er behoefte is aan meer walstroompunten en betere sturing op de afmeertijden. Daarnaast hebben de hoge kosten van de laad infrastructuur en de complexe locatieselectie aangetoond dat er een beter gestructureerd en economisch duurzaam model wenselijk is voor grootschalige uitrol van meer publieke laadvoorzieningen.
Lessen uit de pilot Voorkomen moet worden dat vaartuigen langer dan nodig een laadpunt bezet houden.Gebruikers houden zich vaak niet aan de maximale afmeertijd van 24 uur. Dit kan voorkomen worden door intensievere handhaving, maar ook door in te zetten op betaling van de laadduur. Storingen zouden sneller opgepakt moeten worden en betere communicatie naar gebruikers over het melden van storingen is nodig. De kosten voor instand houding van de laadvoorzieningen zijn hoog ten opzichte
36
Laadstrategie Varen
Bijlage 3 Verantwoording prognose publieke walstroompunten voor pleziervaartuigen In het jaar 2023 waren er in totaal 14.000 pleziervaartuigen actief op het water in Amsterdam. Om de benodigde walstroompunten in de publieke ruimte vast te stellen, zijn verschillende bronnen geraadpleegd:
Gezien het geringe aantal vaarmomenten per jaar (10 tot 12 keer), zal de laadbehoefte van plezier vaartuigen zich vaak gelijktijdig (tijdens zonnige, zomerse dagen) voordoen. In deze prognose gaan we uit van een laaddichtheid van 70% ten opzichte van het aantal vaartuigen. We zetten dus in op 2.500 publieke toegankelijke laadstopcontacten.
• Gesprekken met de afdeling Varen • Stakeholdersessies met HISWA en het Watersportverbond • Gesprekken met diverse jachthavens • De Grachtenmonitor van 2022 en 2023 • Fysieke inspecties langs de grachten en kaartmateriaal
Niet alle publiek toegankelijke laadstopcontacten zullen nieuwe publieke aansluitingen betreffen. Laadstopcontacten kunnen gedeeltelijk worden gerealiseerd via privaat verlengde laadstopcontacten, zoals passantenplekken in jachthavens of bij horeca voorzieningen. Op basis van een scan van aanwezige netaansluitingen langs de kades wordt verwacht dat met het toestaan van privaat verlengde laad stopcontacten 300 laadstopcontacten in het centrum en 150 laadstopcontacten buiten het centrum gerealiseerd kunnen worden.
Op basis van deze bronnen zijn de volgende cijfers verzameld (peildatum 2023): • 3.500 vaartuigen hebben een ligplaats in Amsterdamse jachthavens. • Sinds de uitbraak van COVID-19 is er sprake van een totale toename van 12% van het aantal pleziervaartuigen. • Naar verwachting kan 30% van de vaartuigen worden geëlektrificeerd met behulp van een uitneembaar accusysteem. De vaartuigen met een uitneembaar accusysteem bevinden zich voornamelijk in het publieke water. • Van de 3.000 woonboten in Amsterdam beschikt ongeveer 33% over een pleziervaartuig dat kan worden geladen vanaf een privé laadstopcontact.
Daarnaast kunnen er meerdere laadstopcontacten gerealiseerd worden via verlengde aansluitingen. Het combineren van bestaande netaansluitingen kan tot 700 laadstopcontacten in het centrum en 100 buiten het centrum opleveren.
Op basis van deze gegevens verwachten we een laadbehoefte in de publieke ruimte van circa 3.600 vaartuigen.
37
Laadstrategie Varen
Colofon Uitgave Gemeente Amsterdam Directie Ruimte en Duurzaamheid Team Uitstootvrije Mobiliteit april 2024
Contact oplaadpunten@amsterdam.nl
Redactie Ontwerp Ontwerpwerk
ONT2024053
KWINK groep