CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Investeringsnota Buikslotermeer.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 23 februari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met het onttrekken van € 1.374.365 aan het Klimaatfonds ten behoeve van een gebiedsgerichte aardgasarm subsidie voor delen van Buikslotermeer Noord en de Kleine Wereld en kennis te nemen van het collegebesluit. (VN2022-044845)14.763 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hiervoor wordt per woning een jaarlijks capaciteitstarief (netwerkkosten) van € 161,66 incl. BTW aan Liander betaald. Daarnaast betalen de bewoners vaste kosten en de kosten voor het individueel verbruikte kookgas aan de leverancier. Complex 2 De bewoners betalen een proportioneel deel van de kosten voor het verbruik van aardgas (warmte en koken), de collectieve warmte die vanuit de WKK is geleverd en het vastrecht voor de aansluiting van de collectieve ketel. De werkelijke kosten worden op basis van een verdeelsleutel verdeeld.

4 Voor complex 2 worden de BAK en de transportvergoeding naar rato van verbruik berekend, 2,5 studenteneenheid is gelijk aan 1 woning.

31

Complexen 3 tm 5 De bewoners betalen een proportioneel deel van de kosten voor het collectieve verbruik van aardgas, de warmte die vanuit de WKK is geleverd en het vastrecht voor de aansluiting van de collectieve ketel. De werkelijke kosten worden op basis van een verdeelsleutel verdeeld. Daarnaast hebben de bewoners (individueel per appartement) kosten voor kookgas. Hiervoor wordt per woning een jaarlijks capaciteitstarief (netwerkkosten) van € 161,66 incl. BTW aan Liander betaald. Daarnaast betalen de bewoners vaste kosten en de kosten voor het individueel verbruikte kookgas aan de leverancier. In complexen 1 en 3 tm 5 zijn er individuele bewoners overgestapt van koken op aardgas naar elektrisch koken. Het is niet bekend hoeveel dit er zijn. Toekomstige situatie Bij het aansluiten op het systeem van riothermie verandert de energierekening stap voor stap. In stap 1 worden de kosten voor verwarming gevormd door een jaarlijkse transportvergoeding voor het bronnet/riothermie, een proportioneel deel van de kosten voor elektriciteit voor de warmtepomp, idem qua kosten voor aardgas voor de piekketel en het vastrecht voor de aansluiting van de collectieve piekketel. In stap 2 vervallen de kosten voor aardgas voor de piekketel en het vastrecht voor de gasaansluiting. Bij de overgang van kookgas naar elektrisch koken vervallen de netwerkkosten en de kosten voor aardgas.

Hier komen kosten voor elektriciteit voor de elektrische kookplaat voor in de plaats. Voor de jaarlijkse kosten betekent dat deze wijzigen van € 199,40 naar circa €56 per jaar5. Betaalbaarheid voor de bewoners is uitgangspunt bij de overstap naar een duurzame warmtevoorziening. De kosten voor de bewoners dienen gelijk te blijven, zodat de overstap kostenneutraal is. Dit is ook een vereiste vanuit de subsidie-verlening. Er wordt geen subsidie verstrekt voor dalende woonlasten. Voor de verwachte prijsontwikkeling is aangesloten bij de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) die het Planbureau voor de Leefomgeving ieder jaar publiceert. Hierin wordt onder meer een verwachting gegeven van de prijsontwikkeling van de energiekosten6. In het rapport is aangegeven dat de prijsontwikkeling zeer onzeker is. De verwachting voor 2030 is dat de variabele elektriciteitsprijzen licht zullen dalen, van €0,19 in de periode 2019-2021 naar €0,18 in 2030 (consumentenprijzen, exclusief BTW, exclusief inflatie). De variabele kosten voor aardgas stijgen naar verwachting, van €0,63 in 2019 naar €0,80 in 2030 (consumentenprijzen, exclusief BTW, exclusief inflatie). Over de snelle prijsstijging van energie sinds eind 2021 wordt in het rapport opgemerkt dat de huidige (hoge) prijzen voor lange-termijn prijzen geen goede graadmeter zijn, omdat de prijzen sterk kunnen variëren over de tijd.

Het wordt dan ook niet reëel geacht om de prijs voor de overstap naar een duurzame warmtevoorziening op de huidige, uitzonderlijk hoge gasprijs te baseren.

€ 161,66 incl. BTW netwerkkosten plus aardgasverbruik = totaal € 199,40. Aardgasprijs €1,02 per m3. Verbruik kookgas 37 m3 / jaar (Milieucentraal). Electriciteitstarief €0,32 per kWh. Verbruik elektrisch koken 175 kWh per jaar (Milieucentraal). 6 Graciela Luteijn, Kasper Bik en Steven van Polen, 8 november 2021, Ontwikkelingen in de energierekening tot en met 2030, Achtergrondrapport bij de Klimaat- en Energieverkenning 2021. 5

32

De aansluiting op riothermie van complexen 1 en 2 vindt naar verwachting in 2023 plaats. Om gelijkblijvende kosten voor energie voor de bewoners te bieden is er inzicht nodig in de kosten voor aardgas (en hieraan gekoppelde kosten voor warmte) in 2023. De KEV biedt hiervoor het meeste houvast. De sterk gestegen prijs van aardgas en warmte in 2022 wordt, mede op basis van de KEV, als een uitzondering gezien. De in de KEV opgenomen prijsontwikkeling van aardgas geeft een verwachte stijging van gemiddeld 2% per jaar tot en met 2030 (bovenop de inflatie). De prijs voor elektriciteit blijft stabiel / is licht dalend (exclusief inflatie). Om de verwachte kosten in 2023 uit te rekenen wordt uitgegaan van het gemiddelde warmteverbruik over de periode 2015 tm 2021. De feitelijke gasprijs die in 2021 werd betaald was €0,74 (inclusief BTW). Voor 2023 wordt op basis van de prijsontwikkeling KEV een gasprijs van €0,80 (inclusief BTW) aangehouden. De kosten voor verwarming veranderen voor de bewoners als volgt (alle kosten inclusief BTW). Op basis van aardgas Gebouw Aardgasverbruik* Kosten op basis van aardgas 2023 Complex 1 205.731 € 163.815 Complex 2 279.227 € 222.337 *Gemiddelde op basis 2015 tm 2021

Op basis van riothermie Kosten Kosten aardgas Vergoeding elektra piekvoorziening riothermiewarmtepomp warmte € 47.318 € 63.801

€ 41.266 € 62.298

€ 75.231 € 96.237

De kosten per gebouw en daarmee voor de bewoners blijven gelijk ten opzichte van de situatie dat op basis van aardgas zou worden verwarmd. De berekeningen gaan uit van een kostenstijging vanaf het moment van aansluiten van jaarlijks 2% (inflatie). Na het isoleren van de gebouwen valt het aardgasverbruik weg. De kostenstijging voor de bewoners wordt dan dus bepaald door de inflatie en de prijsontwikkeling van elektriciteit. De verwachting is dat de prijs van aardgas sneller zal stijgen dan die van elektriciteit en van de inflatie. Daarmee is de overstap naar de toekomst toe voor de bewoners aantrekkelijk.

6.2

Financiering en subsidie

Het is voor de gebouweigenaren een opgave om de eenmalige kosten voor de overgang te dekken. Het concept vergt immers een forse voorinvestering. Mogelijke subsidiebronnen zijn SDE++ (een exploitatiesubsidie op de warmte vanuit riothermie) en regelingen die een investeringsbijdrage per woning doen. Het verkrijgen van SDE++ is onzeker. Een voorbeeld van een investeringssubsidie is een gebiedsgerichte bijdrage in relatie tot de WAM! van gemeente Amsterdam. Deze subsidie gaat uit van een maximum bijdrage van 50% van de meerkosten ten opzichte van aardgas tot €5.000,- per woning (voor volledig aardgasvrij). Daarnaast is mogelijk aanspraak te maken op de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) en/of zijn er subsidies voor isolatie te verkrijgen. 33

Er wordt voorgesteld om voor de wooncomplexen in fase 1 een gebiedsgerichte uitwerking vast te stellen van de subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij Amsterdam. Bij een positieve besluitvorming wordt uit het klimaatfonds een reservering gemaakt voor aardgasvrijsubsidie voor dit project. De gebiedsgerichte subsidie is maximaal € 5.000 voor 50% van de kosten aardgasvrij per woning. Om de (meer)kosten inzichtelijk te maken is onderstaande tabel opgesteld. Hierbij is de hiervoor gebruikelijke rekensystematiek aangehouden. complex 1

complex 2

Geraamde kosten Aanpassingen in de gebouwen Extra groep, perilex, leiding Leveren en plaatsen kookplaat BAK bronnet Warmtepomp Totaal excl. btw 21% btw Totaal meerkosten Forfaitair bedrag Cv-ketel Kosten riothermie Vermeden kosten Totaal meerkosten (incl. BTW) Subsidie (50%)

totaal per woning totaal € 64.000 € 500 € 280.000 € 94.720 € 740 € 55.500 € 64.000 € 500 € 37.500 € 255.360 € 1.995 € 382.242 € 677.350 € 5.292 € 1.191.400 € 1.155.430 € 9.027 € 1.946.642 € 242.640 € 1.896 € 408.795 € 1.398.070 € 10.922 € 2.355.437 € 192.000

€ 1.500

€ 313.000

€ 1.398.070 € 192.000 € 1.206.070 € 603.035

€ 10.922 € 1.500 € 9.422 € 4.711

€ 2.355.437 € 313.000 € 2.042.437 € 1.021.218

Per gebouw zijn de kosten voor de overgang naar een systeem op basis van een bronnet gevoed door riothermie en warmtepompen geraamd. Ook de kosten voor de overgang naar elektrisch koken zijn geraamd. De systematiek van de subsidie gaat er van uit dat er een vermindering van het subsidiabele bedrag plaatsvindt ter grootte van de kosten die anders gemaakt zouden moeten worden om op basis van aardgas te blijven stoken. Dit worden ‘vermeden kosten’ genoemd. De vermeden kosten worden gevormd door de kosten die een nieuwe ketel (inclusief vervanging van de rookgas-afvoer) zou kosten. Er is geen sprake van vermeden onderhoudskosten. De kosten voor onderhoud voor een gasketel vallen weliswaar weg, maar hier voor in de plaats komen de onderhoudskosten voor de warmtepomp. De kosten voor een gasketel worden als volgt geraamd: €50 per kW opgesteld vermogen, maal twee voor het installeren ervan, plus BTW. In gebouw 1 staat een ketel van 1.303 kW. Uitgaande van €50 per kW geeft dat een bedrag van afgerond €160.000. Voor de rookgasafvoer wordt een bedrag van €2.500 per verdieping aangehouden. Dit geeft een totaal bedrag (inclusief BTW) van (afgerond) €18.000. De totale kosten bedragen dus €178.000,-. Voor de toetsbaarheid wordt er met een bedrag aan vermeden kosten per woning gewerkt. Hiervoor is een bedrag van €1.500 per woning aangehouden.

Dit geeft een totaal bedrag aan vermeden kosten van €192.000. Dit ligt in lijn met het hiervoor geraamde bedrag.

34

Wooncomplex 2 is een studentenflat met zelfstandige en onzelfstandige wooneenheden. Hiervoor is het niet mogelijk om maximaal €5.000,- per woning aan subsidie te hanteren. Ook het bepalen van de vermeden meerkosten voor een Cv-ketel is niet op basis van een bedrag per woning te doen. In overleg met de gemeente Amsterdam is er tot een systematiek voor het bepalen van de subsidie op basis van het aardgasverbruik gekomen. Het aardgasverbruik is op basis van facturen goed te verifiëren, en daarmee goed werkbaar. Er wordt (gemiddeld) 279.000 m3 aardgas verbruikt in dit wooncomplex. Per m3 aardgas is het subsidiebedrag op €4,50 gesteld. Dat geeft een totaal van €1.255.500,-. Voor de vermeden kosten voor een nieuwe Cv-ketel is €1 per m3 aardgas gehanteerd, totaal €279.000,-. De feitelijke kosten voor een nieuwe Cv-ketel liggen op circa € 250.000,-7. Dit sluit redelijk aan. Het subsidiebedrag komt hiermee op €976.500,-. Dat ligt in lijn met de berekening op basis van de geraamde meerkosten. De uitkomst is een subsidie van in totaal € 1.579.535. De subsidie helpt de woningeigenaar (Lieven de Key in fase 1) om de benodigde investeringen te doen. Er wordt uitgegaan van een onderverdeling van de subsidie per woning: €500 voor kookgas-mutatie, het restant voor de overgang van de verwarming. Er wordt verzocht om een termijn om de subsidie aan te kunnen wenden van 4 jaar.

Binnen die periode kunnen de complexen in fase 1 aansluiten. De omvorming van kookgas naar elektrisch koken moet binnen deze periode gebeuren om hiervoor de subsidie in te kunnen zetten. In wooncomplex 1 kan bij het omzetten van de kookvoorziening naar elektrisch koken de aansluiting op aardgas in de woning vervallen. In wooncomplex 2 kennen de individuele wooneenheden geen gasaansluiting. Daar gaat het om het vervangen van de gasstellen door elektrische kookplaten (/inductie). De gebouwen worden uiterlijk binnen drie jaar na installatie van de warmtepomp volledig aardgasvrij.

6.3

Risico’s en risicobeheersing

De belangrijkste risico’s voor de investerende partijen en de wijze waarop deze beheerst kunnen worden, zijn opgenomen in onderstaande tabel. Omschrijving risico Partij * (W, F, K) Financiële risico’s Vollooprisico (er sluiten W, F onvoldoende complexen aan voor een dekkende businesscase c.q. het aansluittempo is te laag)

Kosten realisatie zijn hoger dan geraamd

W, F, K

Beheersing Overleg voeren met betrokken eigenaren (Lieven de Key en VvE’s). Faseren. Voorafgaand aan realisatie contracteren met een ondergrens voor een rendabele businesscase. Uitwerken in DO; Offertes verkrijgen;

7

In wooncomplex 2 staat een opgesteld ketelvermogen van 2.042 kW. Dit geeft een bedrag van afgerond €250.000. Deze ketel staat op het dak. Het vervangen van een rookgasafvoer is hierdoor niet aan de orde.

35

Kosten beheer en onderhoud zijn hoger dan geraamd Lagere COP warmtepompen- / hogere elektrakosten

W, F, K

Stijging tarieven elektriciteit

F, K

Subsidie wordt niet verleend

K

Bodemverontreiniging en hinder van bestaande kabels en leidingen

W, F

Contracttermijn te lang of te kort

W, F, K

Technische risico’s Vermogen rioolwarmtewisselaar lager dan verwacht

W

K

Benodigde temperatuur voor verwarming complexen ligt ook na isoleren maatregelen te hoog

K

Inregelen- / werkend krijgen warmtepomp icm piekketel gas en tapwatervoorziening lastiger dan gedacht

K

Organisatorische risico’s Verkrijgen van 70% toestemming bij huurders

Verkrijgen van 70% instemming bij VvE-leden ten aanzien van nieuwe verwarmingsoptie

K

W, F

onderhandelen met hoofdaannemer(s) en installateur(s) Uitwerken in DO; onderhandelen met hoofdaannemer(s) en installateur(s) Inzetten bewezen techniek en uitgebreide kwantitatieve energiemonitoring van het systeem in de eerste 2-3 jaren na ingebruikstelling inclusief optimalisatie op basis van energiemonitoring Koppeling van prijsontwikkeling aan elektriciteitsprijzen Toekenning subsidie voorwaardelijk voor uitvoeringsbesluit Bodemonderzoek, klic-melding, proefsleuven en overleg met eigenaren kabels/leidingen; Afspraken maken over kosten Optimaliseren totdat recht wordt gedaan aan belangen van alle betrokkenen; passend bij businesscase

Inzetten bewezen techniek; Eerste fase aansluitingen niet op de maximale potentie dimensioneren. Handhaven piekketels totdat maatregelen uit MJOP zijn uitgevoerd en er minimaal een stookseizoen getest is met alleen de warmtepomp in bedrijf. Inzetten bewezen techniek; Uitvoeren buiten het stookseizoen

Zorgvuldige en tijdige communicatie o.a. over consequenties, comfort, (binnen)luchtkwaliteit, stabiliteit energielasten, etc.; ook eventuele financiële voordelen doorgeven aan bewoners Zorgvuldige en tijdige communicatie o.a. over consequenties, comfort, (binnen)luchtkwaliteit, stabiliteit energielasten, etc.; ook eventuele financiële voordelen doorgeven aan bewoners

36

Huurwet en/of Nieuwe “Besluit Servicekosten” bieden geen ruimte voor gewenste rol corporatie Partijen haken af / dragen hun rol over

Juridische risico’s Nieuwe warmtewet biedt niet de benodigde speelruimte

Partijen mogen op grond van hun ‘vigerende regels’ binnen hun respectieve sectoren niet optreden in de beoogde rollen

K

Beroep doen op Autoriteit Woningcorporaties (IL&T) en/of Ministerie BZK

W, F, K

Afspraken maken over onder welke voorwaarden partijen hun rol over mogen dragen.

W, F

Beroep doen op experimenteerruimte binnen de Warmtewet; Beroep doen op experimenteerruimte bij BZK, EZK of ACM; Rol onderling overdraagbaar maken (dus Waternet kan in de toekomst de WKO en bronnet overnemen of Firan de rioolwarmtewisselaar) Beroep doen op experimenteerruimte binnen de Warmtewet; Beroep doen op experimenteerruimte energietransitie bij BZK, EZK of ACM; Voor rol Waternet beroep doen op gemeente Amsterdam Gemeente betrekken in haar rol als “ruimtelijk regisseur”

W, F, K

Ruimtelijke W, F, K inpassingsproblematiek (vergunningen, toestemmingen) *W=Waternet namens gemeente Amsterdam; F=Firan; K=Lieven de Key

Naast risico’s zijn er ook kansen te benoemen. Er kunnen aanvullende subsidies worden verworven. Verder kunnen de investeringen en kosten voor beheer en onderhoud ook lager uitvallen dan verwacht. Een andere kans is dat de elektrakosten lager zijn dan geraamd (door minder verbruik en/of een lager tarief per kWh als gevolg van een gunstig collectief inkoopcontract). Tot slot zit er een duidelijke kans in de doorgroei van het systeem naar andere gebouwen in de buurt. Hier zijn weliswaar aanvullende investeringen voor nodig (WKO, uitrol bronnet), maar de investeringen die in fase 1 en 2 zijn gedaan renderen hierdoor beter, zoals gebruikelijk bij dit type collectieve voorzieningen. Naast de risico’s voor de investerende partijen is het ook van belang om de risico’s voor de bewoners in beeld te brengen. Hierbij zijn de belangrijkste vragen: “Hoe wordt er gegarandeerd dat de energielasten niet stijgen?” en “Hoe wordt er gegarandeerd dat het comfortabel warm blijft in de woningen?” De ontwikkeling van de energielasten is in paragraaf 6.2 in beeld gebracht. Hoe de prijzen voor aardgas en elektriciteit zich daadwerkelijk ontwikkelen is bepalend voor de energielasten. Als de aardgasprijs sterker stijgt dan elektriciteitsprijs is het aantrekkelijker om over te stappen op een warmtepomp dan wanneer dit andersom is. De ontwikkeling van de prijzen is onzeker. Het Planbureau voor de 37

Leefomgeving maakt jaarlijks een Klimaat- en Energieverkenning (KEV) waarin verwachtingen staan voor de prijsontwikkeling. Hierin zijn de gevolgen van de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord meegenomen. De in de KEV opgenomen prijsontwikkeling van aardgas geeft een verwachte stijging van gemiddeld 2% per jaar tot en met 2030 (bovenop de inflatie). De prijs voor elektriciteit blijft stabiel / is licht dalend (exclusief inflatie). Sinds eind 2021 zijn de (internationale) marktprijzen voor zowel aardgas als elektriciteit sterk gestegen. Met een overstap naar verwarming op basis van een warmtepomp en riothermie kom je als bewoner eerst grotendeels (als de piekketel er nog staat) en op termijn volledig los van aardgas. De prijs voor warmte is dan ook niet meer gekoppeld aan aardgas, maar uitsluitend aan de prijs van elektriciteit. De risico’s dat de warmtepomp veel meer elektriciteit verbruikt dan voorzien en/of het onderhoud duurder is dan verwacht zijn beschreven in bovenstaande tabel. Warmtepompen zijn een bewezen techniek, het verbruik en de kosten zijn goed te voorspellen. In de periode dat de gasketel nog in het gebouw staat garandeert deze dat het even warm wordt in de woning als in de huidige situatie.

Om te garanderen dat dit ook na het vervallen van de gasketel (nadat de isolerende maatregelen zijn uitgevoerd) zo is wordt aanbevolen om een(of twee) stookseizoen(en) te verwarmen (en te monitoren) met de gasketel als back-up. Zo kan in de praktijk worden getest. Daarna kan de gasketel vervallen.

38

7 Organisatie 7.1

Projectorganisatie

De initiatiefnemers hebben een samenwerkingsovereenkomst (en een addendum hierop) gesloten waarin afspraken met betrekking tot rollen, taken en verantwoordelijkheden zijn opgenomen. Transparantie is een belangrijke basis voor de samenwerking. De samenwerkingsovereenkomst ziet op de fase tot de investeringsbesluiten. Voor de overgang naar de realisatiefase is besluitvorming door de directies van Lieven de Key, Waternet en Firan nodig. Duidelijkheid over het kunnen verkrijgen van de subsidie die op basis van deze Investeringsnota wordt aangevraagd is nodig voor besluitvorming door de initiatiefnemers. Andere voorwaarden die moeten worden ingevuld zijn om tot investerings-/ uitvoeringsbesluiten te komen zijn: • Gemeenteraad: toekenning van middelen aan Waternet en instemming met de rolneming door Waternet als beheerder van de bypass en warmtewisselaar namens de gemeente. • Het sluiten van transport- uitkoppel- en aansluitingsovereenkomsten tussen Lieven de Key, Firan en Waternet (gemeente Amsterdam). • Verlening van vergunningen en toestemmingen voor werkzaamheden in de openbare ruimte door de gemeente. • Offertes van aannemers en leveranciers binnen de bandbreedte van de opgestelde kostenramingen. • Instemming van de huurders (70% instemming bij complexgewijze renovatie). Onderdeel van de te nemen investeringsbesluiten is een aanvullende afspraak over de samenwerking.

Voor de VvE’s in fase 2 is de situatie als volgt. Hier heeft nog geen besluitvorming over het project plaatsgevonden. Wel is er overleg en wordt er over en weer informatie uitgewisseld. Vanuit het project is voorgesteld gezamenlijk te werken aan een intentieovereenkomst. Na realisatie van het systeem en aansluiting van de gebouwen in fase 1 kan de goede werking van het systeem gedurende 2 stookseizoenen worden aangetoond. Op dat moment is ook de haalbaarheid en betaalbaarheid voor de gebouweigenaren/bewoners in fase 2 goed in beeld en kan er een afgewogen besluit door de (Algemene Leden Vergadering van) de VvE’s worden genomen. Overigens zijn er ook andere gebouwen in de directe omgeving die naast of in plaats van de gebouwen die nu in fase 2 zijn voorzien zouden kunnen worden aangesloten. De initiatiefnemers hebben een extern projectleider aangesteld en werken aan de hand van een stuurgroep, projectgroep en werkgroepen (Bewonersparticipatie en communicatie, Techniek en businesscase, Organisatie / Governance). De stuurgroep omvat vertegenwoordigers van de initiatiefnemers (Firan, Waternet en Lieven de Key) en een vertegenwoordiging vanuit gemeente Amsterdam. De stuurgroep neemt aan het einde van elke fase een go- / no go besluit.

7.2

Organisatie van de warmteketen

Een van de aspecten die in beeld wordt gebracht is de governance van de warmteketen. Hierbij zijn de bron (de riolering met aan te leggen bypass en hierin aan te brengen warmtewisselaar), het netwerk (bronnet), de warmtepompen in de gebouwen en de individuele appartementen met warmteafgifte (c.q. de huurders en eigenaren van de betrokken woningen) te onderscheiden. Er dient te worden

39

bepaald welke partij welke onderdelen gaat realiseren en exploiteren, en hiermee welke rol(len) zij in de warmteketen gaat spelen. Lieven de Key, Waternet en Firan hebben voor de gewenste governance van de warmteketen in Buikslotermeer de volgende uitgangspunten geformuleerd. 1. Om transactiekosten, complexiteit en het inprijzen van risico’s te minimaliseren heeft het de voorkeur geen vierde partij betrekken maar de warmteketen met de drie betrokken partijen in te vullen. 2. De specifieke expertise en kracht van elk van de partijen wordt benut. 3. Firan realiseert en exploiteert ten minste het bronnet. 4. Waternet houdt zeggenschap over de riolering en aanpassingen hieraan. 5. Lieven de Key respectievelijk de VvE’s blijven net als in de huidige situatie de warmteleverancier aan de afnemers van de warmte (de huurders en eigenaren van de betrokken woningen). 6. Het governance model voor de warmteketen past binnen de huidige wet- en regelgeving en kan ‘meebewegen’ bij wijzigingen hierin. Relevante wet- en regelgeving is op dit moment aan verandering onderhevig. Het Rijk bereidt de Warmtewet 2.0 voor. Waternet is met gemeente Amsterdam en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht in gesprek over de rol die zij kan vervullen in het benutten van de mogelijkheden van water in de energietransitie.

Vanuit de uitgangspunten is het volgende governance model op dit moment het voorkeursmodel (zie figuur 7). Figuur 7: Voorkeursmodel governance warmteketen

In het voorkeursmodel is de rol van Waternet beperkt tot het namens de gemeente realiseren van een bypass in het riool en het aanbrengen van een rioolwarmtewisselaar hierin. Mede om nadelige fiscale gevolgen te voorkomen is de oprichting door Waternet (gemeente) van een aparte BV (‘Riothermie 40

Amsterdam BV’) nodig. Firan realiseert en exploiteert het bronnet. Daarmee distribueert Firan de lage temperatuur bronwarmte. Lieven de Key/de VvE realiseren en exploiteren de benodigde warmtepompen. Lieven de Key fungeert als opdrachtgever / vragende partij richting Waternet (gemeente) en Firan. Hierdoor wordt in lijn met het aanbestedingsrecht gewerkt. Er is maar één warmteleverancier aan de eindgebruikers, dat is net als in de huidige situatie Lieven de Key respectievelijk de VvE. De rest van het systeem richt zich op de uitkoppeling en distributie van lage temperatuur bronwarmte. Basisafspraken gericht op investeringszekerheid zijn van belang. Deze dienen zich voor een periode van 30 jaar in ieder geval te richten op de toegang tot de rioolbypass en daarmee tot de warmte uit het riool, de distributie van warmte tussen de rioolwarmtewisselaar en de warmtepompen in de wooncomplexen en ook de beschikbaarheid van bronwarmte of eventuele alternatieven daarvoor voor Lieven de Key en de VvE’s. De rolneming van Firan in relatie tot de bestaande Warmtewet en tot de limitatieve lijst (art. 17c) uit de Wet op Onafhankelijk Netbeheer (WON) is een aandachtspunt. De rol van Firan is als zusteronderneming van de aangewezen netbeheerder beperkt tot de aanleg en het beheer van infrastructuur voor warmte. Firan mag geen warmtebronnen exploiteren of warmte leveren.

In de situatie van Buikslotermeer is er sprake van het uitkoppelen van lage temperatuur warmte (vanuit de rioolwarmtewisselaar van Waternet), het transporteren hiervan en het weer terugbrengen van afgekoeld water in de rioolwarmtewisselaar. Voor Lieven de Key (en de VvE’s in fase 2) zijn afspraken over minimale prestaties (hoeveel water van welke temperatuur wordt er op welk moment geleverd) van belang. Waternet garandeert de presentaties van de rioolwarmtewisselaar, Firan van het systeembeheer. Het is vanzelfsprekend dat partijen pas definitief kunnen beslissen over het governance-model en hun rolneming daarin als de businesscase definitief is en er precies duidelijk is tegen welke voorwaarden en met welke garanties het systeem zal werken.

41

8 Communicatie- en participatieplan Na het afronden van de onderzoeken met daaruit de voorkeursoptie voor riothermie zetten Lieven de Key, Firan en Waternet de volgende stap om 871 woningen te verwarmen door warmte uit afvalwater. Na een akkoord op de Investeringsnota en hierop volgende investerings- en uitvoeringsbesluiten volgt de volgende stap: de uitvoering van warmtelevering naar de twee woongebouwen van Lieven de Key. Dit is een belangrijke stap richting communicatie en participatie met de stakeholders in en om Buikslotermeer. Doelgroepen Primaire doelgroepen: • • • •

Huurdersvertegenwoordigers in Lieven de Key-complexen Huurders in Lieven de Key-complexen VvE-besturen (deze trekken gezamenlijk op) van de VvE woongebouwen Eigenaren en huurders in VvE woongebouwen/ de algemene ledenvergadering (ALV) in overleg met VvE-bestuur

Secundaire doelgroepen: • • • • •

Diverse gemeentelijke partijen Omwonenden en bedrijven van de 5 complexen Scholen en toekomstige (multifunctionele) gebouwen rondom het projectgebied Aanpalende projecten Media

Participatie tot nu toe De bewoners van de twee huurcomplexen van Lieven de Key zijn geïnformeerd over de onderzoeken om gas te vervangen door riothermie en de benodigde isolatie. De besturen van de drie woongebouwen met een VvE zijn en worden tijdens overleggen geïnformeerd over de plannen, onderzoeken en mogelijkheden. De bewoners van deze vijf gebouwen hebben nieuwsbrieven ontvangen over de plannen en voortgang. Tevens hebben er in april 2022 bewonersbijeenkomsten plaatsgevonden voor de verschillende gebouwen. Ons proces van communiceren was in het heden en voor de toekomst als volgt: Als projectgroep werken we op een constructieve wijze samen. De VvE levert informatie aan, werkt mee aan de schouwen en reageert op rapportages. Vanuit de VvE besturen wordt er informatie over het onderzoek doorgezet naar de ALV’s. Gedurende het onderzoek gaat het van verkenning naar haalbaarheid naar de voorliggende fase van ontwerp. Hiermee verandert ook de samenwerking. Er is afgesproken om tot een projectorganisatie te komen, waarin de rol van de ALV en van bij de VvE betrokken andere organisaties (zoals de installateur en VvE-beheer) een plek krijgen.

Daarbij gaan we ook in op de uitgangspunten: wat is de wens van de VvE’s met betrekking tot verduurzaming? Wat is de ambitie met betrekking tot isolatie? En de ambitie tot aardgasvrij? In het geval van besluitvorming door de VvE’s is instemming door de Algemene Leden Vergadering (ALV)

42

benodigd. Hier gaat het zowel om het perspectief van de bewoner (die de energielasten draagt) als dat van de eigenaar (die de benodigde investeringen moet doen). Communicatie en informatie De dialoog met de samenleving wordt van binnen naar buiten gevoerd. Dat betekent, dat de interne organisatie als eerste geïnformeerd moet worden over het proces en de uitgangspunten, zowel op bestuurlijk, politiek als op projectgroep niveau. Alleen zo kunnen we de dialoog goed aangaan. Verder is communicatie het meest effectief als we de boodschap persoonlijk overbrengen. Daarom staat persoonlijk contact centraal in onze aanpak, zowel intern als extern. Gedegen, betrouwbare en persoonlijke communicatie vergroot de kans op vertrouwen, draagvlak en enthousiasme en beperkt de kans op negatieve sentimenten. Door de doelgroepen consequent, tijdig, eerlijk en zo persoonlijk mogelijk te informeren hebben we de meeste kans op succes. Het opbouwen van een goede relatie met alle doelgroepen is in zichzelf al een investering voor de toekomst. Uiteraard is persoonlijk contact tijdrovend en arbeidsintensief. Toch zullen we naast diverse online- en offlinemiddelen inzetten ook inloopavonden organiseren om de belangrijkste informatie over te brengen over nut, noodzaak en planning.

De inzet van alle communicatiemiddelen is erop gericht dat bewoners en belanghebbenden het project positief benaderen en het belang ervan inzien. Centraal motto: De woongebouwen van Buikslotermeer worden duurzaam! Hou het simpel! In beleidsstukken en in de wandelgangen worden diverse termen door elkaar heen gebruikt als het om communicatie en participatie gaat. Hierdoor lopen we het risico, dat verschillende mensen hier hele verschillende verwachtingen bij hebben. Daarom is het advies om ons in de communicatie te beperken tot een paar simpele Nederlandse woorden, zoals ‘we gaan in gesprek met onze bewoners’, we werken ‘in goed onderling overleg’ samen en we ‘zoeken draagvlak’. Achter de schermen kunnen we wel een aantal metacommunicatietermen gebruiken, maar dan wel zo consistent mogelijk, waarbij we vooraf vaststellen wat we eronder verstaan. • • • •

participatie/participeren = deelnemen, meedoen, meepraten, meedenken dialoog/brainstorm co-creatie tweerichtingsverkeer goede onderlinge afstemming stakeholders lange termijnperspectief (faseringen)

Middelenmatrix 1. Informeren van de buurtbewoners (factsheet naar bewoners, VvE’s en particuliere eigenaren, inloopavonden organiseren over nut, noodzaak en planning); 2. Positieve mening vormen door content (op social media, lokale kranten, webtekst op website, updates per e-mail); 3. Informatiepakket VvE’s/particuliere eigenaren: vorm afhankelijk van de doelgroep. 4. Inzetten van (buurt)ambassadeurs/influencers; 5. De communicatie-aanpak in de buurt versterkt de participatie-aanpak. De participatieaanpak betrekt alle doelgroepen uit de gebouwen bij het gesprek en de besluitvorming over een nieuwe energievoorziening voor de woningen; 43

6. De VvE-bestuurders adviseren en ondersteunen in hun ledencommunicatie. We beginnen met een overzicht van alle communicatiemiddelen, onderverdeeld in online en offline media. Later zullen we deze middelen verder uitwerken naar interne en externe doelgroepen, in een middelenmatrix. In de communicatie maken we zoveel mogelijk gebruik van de bestaande communicatiemiddelen en -kanalen van Waternet, Firan, woningcorporatie Lieven de Key en de gemeente. Participatie Participatie is meedenken en meemaken. We zorgen ervoor dat de samenleving actief mee kan doen. Dat is nodig om tot breed gedragen plan te komen in het kader van aanleg bronnet en/of isoleren. Dat kan voor de tweede fase door mee te denken. Nadat ons subsidieplan is vastgesteld door de gemeente kan dat zowel door mee te denken als door mee te maken. We vinden deze uitgangspunten belangrijk bij meedenken en meemaken: • Iedereen krijgt gelijke kansen om mee te doen. We gaan uit van kwaliteit en meerwaarde. • Bij meedoen hoort wederkerigheid. • Een ja van een bewoner zorgt ook voor deelname van anderen bij het project zodat het project breed gedragen wordt. Kernboodschap Riothermie kan in de komende jaren 871 woningen in Buikslotermeer verwarmen. Waarom dit project? Nederland wordt aardgasvrij. Lieven de Key, Firan en Waternet onderzoeken nieuwe manieren om woningen in Amsterdam duurzaam te verwarmen.

Riothermie kan bewoners duurzame en betaalbare energie opleveren. Hoe gaan we dat doen? De komende tijd werken Waternet, Firan en Lieven de Key samen aan de voorbereidingen. Ons doel is in 2023 te starten met de aanleg van het bronnet. Hierbij gebruiken we warmte uit het riool voor verwarming van woningen en andere gebouwen. Wat is het effect? Op deze manier is minder aardgas nodig en wordt minder CO2 uitgestoten. Zo dragen we samen bij aan de nationale klimaatdoelstellingen en aan duurzame toekomstbestendige Amsterdamse woningen.

44

Planning (doelgroep en tijd) Fase 1 Twee huurcomplexen Lieven de Key

Factsheet maart 2022 Inloopavond april 2022 Periodieke update per e-mail Persoonlijke gesprekken

Fase 2 Drie VvE-complexen

Factsheet maart 2022 Inloopavond april 2022 Periodieke update per e-mail Persoonlijke gesprekken

Fase 3 Toekomstige gebouwen zoals nieuwbouw Korthagenhuis (Eigen Haard) en nieuwbouw school en woningen Kampina) Factsheet eind 2022 In de communicatie herhalen we de kernboodschap steeds, op verschillende momenten en met diverse middelen die elkaar ondersteunen. Naast herhaling is het ook belangrijk om de kernboodschap waar te maken en in te vullen. Met andere woorden: mensen moeten merken, voelen en beleven dat er met hart en ziel wordt gewerkt aan de verduurzaming van de woongebouwen. Om de verschillende belanghebbenden te bereiken bepalen we per doelgroep de meest effectieve aanpak en de bijbehorende middelen. Daarbij is het ook belangrijk om ervoor te zorgen dat we niet alleen zenden, maar vooral ook goed luisteren en vervolgens snel en accuraat antwoorden. Dialoog vereist twee partijen, -, vraag en antwoord. Alle betrokkenen bij het project hanteren dezelfde consistente boodschap. Periodieke afstemming tussen betrokken communicatieadviseurs en projectleiders is daarvoor essentieel. Zowel in het project als in de communicatie staat de integrale benadering centraal. In de communicatie herhalen we de kernboodschap met de voordelen van riothermie en benadrukken we altijd de meerwaarde voor behaaglijk wonen, leefcomfort, toekomstbestendige woningen en het loskomen van de prijs van aardgas.

Door belanghebbenden op een positieve, eigentijdse en constructieve manier te betrekken bij het project, geven we zowel het project Riothermie Buikslotermeer als de gemeente een positief gevoel mee. Dit betekent, dat we proberen om mensen telkens positief te verrassen en hun verwachtingen telkens net iets te overtreffen. Zelfs eventuele fouten en klachten proberen we zo om te buigen in een kans op beleving en positieve ervaring. Bestuurlijke beslismomenten en de fasering in het project vormen de centrale mijlpalen in de communicatie en participatie. We adviseren de tevredenheid van bewoners over de communicatie en participatie in de loop van de jaren te monitoren door bijvoorbeeld periodiek een (digitale) enquête te houden. 45

9 Planning en vervolg In het kort is de planning als volgt. • • • • • • • • • • •

Raadsbesluit subsidie Q4 2022 Raadsbesluit toekenning middelen en rolneming Waternet Q4 2022 Investeringsbesluiten Q4 2022 Definitieve ontwerpen Q4 2022 Vergunningen Q4 2022 Uitvoeringsbesluiten / contracten Q4 2022 Start realisatie Q2 2023 Start levering Q3 2023 Levering (en monitoring) gedurende 2 stookseizoenen 2023-2025 Besluitvorming VvE’s/ andere gebouweigenaren in de omgeving 2025 Realisatie en start levering fase 2 2026

De planning van met name de fase van vergunningen en voorbereiding van realisatie is krap. Mogelijk is hiervoor meer tijd benodigd. Dit kan er toe leiden dat de gebouwen niet in 2023 maar in 2024 op basis van riothermie met warmtepompen worden verwarmd. De vergunbaarheid van de verschillende onderdelen van het systeem wordt nader uitgewerkt, inclusief een beeld van de doorlooptijden hiervan. Er vindt, mede op basis van een juridische toets, besluitvorming plaats over de organisatie van de warmteketen. Een belangrijk onderdeel blijft verder werken aan draagvlak, commitment en de samenwerking met de VvE’s verder vormgeven. Hierbij is ook het aspect van het instemmingsrecht van de huurders (70% instemming bij complexgewijze renovatie) van belang. Dit is in het najaar van 2022 voorzien. Er wordt toegewerkt naar het beschikbaar krijgen van voldoende informatie om voor Lieven de Key als gebouweigenaar een afgewogen besluit te kunnen nemen. Op deze wijze ontstaat de benodigde informatie voor de betrokken partijen om tot investeringsbesluiten te kunnen komen. Deze besluiten vormen een basis voor de uitwerking van Definitieve Ontwerpen en het aanvragen van vergunningen en offertes. Op basis hiervan kunnen uitvoeringsbesluiten worden genomen en zal tot realisatie kunnen worden overgegaan.

Na realisatie vindt er gedurende twee stookseizoenen monitoring van het functioneren van het systeem plaats. Op basis van de uitkomsten hiervan kunnen de VvE’s binnen fase 2 (en eventueel andere gebouweigenaren in de omgeving) besluitvorming doorlopen om aan te sluiten.

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12410408/1