3. Bijlagenboek concept stedenbouwkundig plan K-midden lowres.pdf
Tekst van het document
• De hoogbouw wordt als solitair gebouw gepositioneerd of als reeks of ensemble en nooit monumentaal, in het midden van de as van een lange zichtlijn. • In de winkelcentra zijn clusters van hoogbouw tot een hoogte van circa 70 meter toegestaan. 40
Kaart uit Hoogbouwbeleid Amsterdam
Ontwikkelingen De kavels 4, 5 en 6 zijn blokken die in hoogte zijn gevormd naar de oriëntatie van de bezonning. De zuidzijde, richting de laagbouwbuurten zijn laag en lopen op naar de noordzijde. In de noordoosthoek, aan de Karspeldreef, staat een hoogteaccent dat een nieuw ritme toevoegt op de bestaande K-torens. Schaduw van het hoogteaccent valt zo op de open ruimte van de Karspeldreef en de groene ruimte rondom de K-torens. De accenten van kavel 4 en 5 zijn 40 meter hoog en vallen dus onder hoogbouw, het accent van kavel 6 valt onderde 30 meter en wordt daarmee niet aangemerkt als hoogbouw. Kavel 4 markeert een kruising aan de Karspeldreef. Het hoogteaccent
SP K-midden Bijlagenboek
Hoogbouw in de plannen voor K-midden
van kavel 5 is onderdeel van het Stedelijke Hart van K-midden en markeert daarmee het centrum en OV-knooppunt Kraaiennest. De hoogste nieuwbouw, kavel 1.2, is een accent van 70 meter in het verlengde van de Kleiburg flat als markering van de oude Bijlmer en deel van het blok dat het nieuwe plein bij metrostation Kraaiennest vormgeeft. Daarmee is het een ontwikkeling die onderdeel is van het centrumgebied van K-midden. De hoogte van 70 meter is bewust gekozen om een nieuw landmark te maken. Het is als enige nieuwbouw hoger dan de K-torens zodat deze als eenheid herkenbaar blijven. De slagschaduw valt deels op de Kleiburgflat in de ochtend en draait op de dag verder over de kavels 2.1 en 2.2. Door de beperkte footprint van de toren is de slagschaduw steeds een moment opname en draait deze als een wijzer van de klok over de omgeving.
De impact van de nieuwbouw op de omgeving is vooral zichtbaar vanuit plekken die hoger gelegen zijn zoals de Gooiseweg, Brasapark of het hoge deel van de Karspeldreef. Ook vanuit de open gebieden zoals het Nelson Mandelapark zijn de nieuwe gebouwen zichtbaar. Vanuit het buitengebied is de nieuwe hoogbouw ook te zien maar wordt het grotendeels aan het zicht ontnomen door bomen in de omgeving.
41
Inpassing in het stedelijke landschap Het ontwikkelingsgebied van K-midden strekt zicht uit langs de lange lijn van de Karspeldreef. Dit gebied wordt nu gekenmerkt door hoogbouwelementen zoals de losse K-torens Kralenbeek, Kempering, Klieverink en Kouwenoord (allen ca 64 meter) en het hoogte accent van de Kameleon (ca 54 meter) en vult de achtergebleven lege ruimten van de gesloopte Bijlmergarages. De ontwikkelingen vinden dus niet plaats in buurten maar vormen juist schakels tussen buurten en verschillende schalen van bebouwing. De verdichting van K-midden met 1.250 woningen is in lijn met de omgevingsvisie om locaties rondom ov-stations gemengde woonmilieus te creëren. Samen met buurtorganisatie Hart voor de K-buurt is de ambitie gesteld om van K-midden een nieuwe en sterke stedelijke kern te maken in Zuidoost die gericht is op de ontwikkeling van jongeren. Hoogbouw draagt bij aan die ontwikkeling doordat het ruimte biedt aan woningen voor jongeren, met de verdichting draagvlak creëert voor bestaande en nieuwe voorzieningen en er ruimte wordt gemaakt voor een kwalitatieve inrichting van de publieke ruimte.
3
2
1 2 km
4
7
Het nieuwe K-midden wordt goed zichtbaar vanuit open lijnen in het landschap rondom het gebied. Voorbeelden hiervan zijn de lijnen langs de metrobaan vanuit het Bijlmermuseum of de groene ruimte tussen de Krombekstraat en de 3e Kekerstraat. Op grotere afstand, bijvoorbeeld langs de Gaasp, Gaasperplas of A9, zijn de K-torens nog altijd goed afleesbaar maar het accent van 70 meter op de kop van Kleiburg is een nieuw ijkpunt voor het centrum van K-midden. Fotomontages tonen de bestaande situatie (Nu) en het beeld na realisatie van de geplande hoogbouw (Straks).
42
5
11
8
9
10
6
Locaties fotomontages hoogbouw
2) 's Gravendijkdreef
3) Langs de Gaasp thv Bijlmerweide
Nu
Nu
Nu
Straks
Straks
Straks
SP K-midden Bijlagenboek
1) Bijlmermuseum
Reeks fotomontages van de inpassing van nieuwe bebouwing
43
4) Langs A9
5) Langs Gaasp
6) Zuidoever Gaasperplas
Nu
Nu
Nu
Straks
Straks
Straks
Reeks fotomontages van de inpassing van nieuwe bebouwing
44
8) Park langs Krombekstraat
9) Vanuit Brasapark
Nu
Nu
Nu
Straks
Straks
Straks
SP K-midden Bijlagenboek
7) Kromwijkdreef
Reeks fotomontages van de inpassing van nieuwe bebouwing
45
10) Vanuit Mandelapark
2) Vanaf Gooiseweg
Nu
Nu
Straks
Straks
Reeks fotomontages van de inpassing van nieuwe bebouwing
46
47
SP K-midden Bijlagenboek
Bezonning en daglichttoetreding
Bezonning 21 maart
Ook voor bezonning zijn onderzoeken uitgevoerd op basis van een voorbeeld van de bouwvolumes. Verschillende tijdstippen en data zijn getoetst. In dit hoofdstuk worden de beelden op representatieve tijdstippen getoond. De volgende data zijn hiervoor representatief: 21maart-21september is een gemiddelde bezonning voor het hele jaar, in het begin van het voorjaar en het najaar. Deze bezonning is relevant omdat het begin is van periodes wanneer nog buiten zitten en goed gebruik van de openbare ruimte mogelijk is. Deze zijn de slechte momenten, met een wat lage hoek van de zon. 21 juli laat het hoogte punt zien, wat betref bezonning, en is relevant omdat het om de beste periode is wanneer bewoners het vaakste gebruik maken van de openbare ruimte. 21 december is het slechte dag van het hele jaar. Het is daardoor niet representatief maar laat zien welke gebieden of delen van de bebouwing slechter daglichttoetreding.
Effect op de woningen De opzet van de bebouwing is zo vormgegeven dat de schaduw van de hoogste delen van het plan zoveel mogelijk over de openbare ruimte vallen. De accenten van bijvoorbeeld de kavels 4 en 5 staan op de noordoostelijke hoek. De schaduw hiervan valt grotendeels over de Karpseldreef heen. De toren van kavel 1.1 is het hoogste accent van K-midden. Te zien vanuit de omgeving markeert het het centrum van de buurt. De schaduw van deze toren draait als een wijzer over de dag rond en valt grotendeels op de openbare ruimte van het Bijlmermuseum. De relatief beperkte footprint en het verjongen van de toren naar boven toe beperkt de impact van de schaduw. Bij de analyse van zonuren per dag is te zien dat met name bij de meer gesloten blokken er zijden zijn die relatief weinig zonuren krijgen in 48
8.00 uur
13.00 uur
15.00 uur
17.00 uur
SP K-midden Bijlagenboek
11.00 uur
49
de wintermaanden. Over het algemeen zijn dit woningen met een tweezijdige oriëntatie. Bij het opstellen van de bouwenveloppen moet er extra aandacht voor zijn dat er rekening wordt gehouden met de woning typologie.
Bezonning 21 juni
Effect op de openbare ruimte Het effect van de schaduw op de openbare ruimte is gunstig. Het plein, waar de meest e horeca een plek gaat krijgen, ligt over de dag gunstig op de zon waardoor het geschikt is om terrassen te maken. Ook biedt het plan, mede door de hoeveelheid bomen, ook genoeg plek voor beschutting op hete dagen.
Effect op de omgeving Nieuwe bebouwing heeft altijd invloed op de omgeving. Bij de plannen voor K-midden is dat niet anders. De invloed van schaduw op bestaande woningen valt relatief mee omdat er al hoogbouw staat. Het effect is het grootst voor de woningen van Blok AB, de Kameleon en een stukje van Koornhorst omdat daar direct naast wordt ontwikkeld. De toren van kavel 1.1 heeft de grootste reikwijdte vanwege de lengte. In de wintermaanden, bij lage stand van de zon, valt op dat de schaduw ook de woningen aan de Lontarpalmstraat bereikt. 21 december komt de zon hier tussen 13 en 16 uur langs. De ranke vorm van de toren zorgt dat er geen aanhoudende schaduwhinder is.
50
7.00 uur
14.00 uur
17.00 uur
21.00 uur
SP K-midden Bijlagenboek
11.00 uur
51
Bezonning 21 september
8.00 uur
52
14.00 uur
16.00 uur
18.00 uur
SP K-midden Bijlagenboek
11.00 uur
53
Bezonning 21 december
10.00 uur
54
13.00 uur
14.00 uur
16.00 uur
SP K-midden Bijlagenboek
11.00 uur
55
56
57
SP K-midden Bijlagenboek
Algemene beoordeling windklimaat
Conclusie
In de geplande situatie is in het plangebied sprake van een overwegend goed windklimaat voor de activiteit doorlopen. Dit komt overeen met kwaliteitsklassen A t/m C en wordt in de afbeelding X.X weergegeven met de kleuren blauw, groen en geel. Met name rond de bestaande torens aan Karspeldreef, en rond de geplande toren ten noorden van Kraaiennest, is lokaal een matig windklimaat, kwaliteitsklasse D, vastgesteld. Dit is weergegeven met de kleur oranje.
De normstelling van de gemeente Amsterdam stelt dat het windklimaat moet worden beoordeeld als matig of goed voor de betreffende functie. Voor de activiteit doorlopen wordt in het plangebied voldaan aan het criterium van de gemeente. Bij de bestaande entrees, waar het criterium voor de activiteit slenteren wordt gehanteerd, wordt ook voldaan aan de normstelling van de gemeente. Bij de positionering van toekomstige windgevoelige functies kan aan de van de rekenresultaten rekening worden gehouden met het plaatselijke windklimaat, of kunnen wind afschermende maatregelen worden getroffen.
Het matige windklimaat rond de bestaande torens is een gevolg van de bestaande bebouwing. De geplande bouwdelen naast deze torens verplaatsen mogelijk de gebieden met hogere hinderkansen. Deze vaststelling is zonder het effect van toekomstige terreininrichting. Met een toekomstige terreininrichting kan het windklimaat mogelijk verbeteren. Met name (bladhoudende) begroeiing op de locaties met de hoogste hinderkansen zal een gunstig effect hebben. Aan de noordzijde van Kraaiennest is het plaatselijk matige windklimaat toe te schrijven aan de geplande bebouwing van circa 70 meter hoogte. Het windklimaat rond de geplande toren kan verbeteren door, net zoals aan de zuidzijde van de toren, ook aan de oostzijde een setback te maken.
Windgevoelige functies Voor toekomstige windgevoelige functies, zoals gebouwentrees en verblijfsgebieden wordt gestreefd naar een beoordeling goed volgens het criterium voor de activiteit slenteren. Dit komt overeen met de windklassen A en B, en wordt weergegeven met de kleuren blauw en groen. Geadviseerd wordt windgevoelige functies te plaatsen in gebieden met een goed windklimaat. Mocht dit niet mogelijk zijn is wellicht luwte bij deze functies te verkrijgen door plaatselijke afscherming, zoals een terugliggende entree. Het windklimaat op het plein is geschikt om terrassen te plaatsen en te verblijven. 58
O 16993 SP K-midden Amsterdam – resultaten variantonderzoek maart 2025 -windhinder
Karspeldreef
Visualisatie windklimaat
SP K-midden Bijlagenboek
Kraaiennest
Karspeldreef
1.1
59
Aanbouw van de Bijlmer – De Bijlmer is grotendeels gebouwd met een modulair, geprefabriceerd betonnen bouwsteem (foto: Bijlmermuseum)
60
Duurzaamheid Circulair gebouwde omgeving
De gemeente heeft als doelstelling om in 2030 50% minder nieuwe, niet-herwinbare grondstoffen (zoals metalen, mineralen en fossiele grondstoffen) te gebruiken en in 2050 een volledig circulaire economie te hebben. Deze belofte staat in de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 en in 2017 ondertekende de gemeente Amsterdam het Nationale Grondstoffenakkoord. In een circulaire economie zijn kringlopen gesloten, wordt er slim met afval omgegaan zodat er weer nieuwe materialen van gemaakt kunnen worden en komt energie van duurzame bronnen. Dit betekent dat we op een manier werken en leven die goed is voor het klimaat en eerlijk is voor iedereen, binnen de grenzen van wat de aarde aankan. Een circulaire economie: • Vermindert de uitstoot van broeikasgassen • Vermindert de negatieve impact op biodiversiteit • Verbetert de kwaliteit van de leefomgeving • Zorgt voor een zekere aanvoer van grondstoffen Bij gebiedsontwikkeling ligt de focus op circulair bouwen en een circulaire inrichting van de openbare ruimte. Daarnaast gaat het om bewust omgaan met materiaalstromen. Enerzijds door het zoveel mogelijk beperken van materiaalgebruik, anderzijds door afvalstromen (bijvoorbeeld huishoudelijk en bedrijfsafval) zoveel mogelijk onderdeel te laten zijn van circulaire waardeketens. Circulair bouwen kan mogelijk gemaakt worden door biobased
materialen of hergebruikte materialen te gebruiken. Het betekent ook dat materialen of bouwelementen makkelijk uit elkaar te halen en opnieuw te gebruiken zijn aan het eind van hun levensduur. Daarnaast richten we ons op flexibel en aanpasbaar bouwen, zodat makkelijk ingespeeld kan worden op toekomstige veranderingen.
3.2
Het Nieuwe Normaal
In 2023 heeft de gemeente het manifest van Het Nieuwe Normaal ondertekend. Het Nieuwe Normaal (https://www.hetnieuwenormaal.nl/) werkt aan een duidelijke taal en een nieuwe standaard voor circulair bouwen en circulaire gebiedsontwikkeling. Het Nieuwe Normaal (HNN) kent een reeks circulaire bouwprincipes: • Bouw met een zo laag mogelijke milieu-impact (MPG) • Bouw met een zo laag mogelijke materiaalgebonden CO2-uitstoot (embodied carbon) • Bouw met een zo hoog mogelijke CO2-opslag in bouwmateriaal (embedded carbon) • Bouw met een zo hoog mogelijk aandeel hergebruikt of biobased materiaal • Ontwerp met een zo groot mogelijke hergebruikpotentie • Ontwerp met een zo hoog mogelijke losmaakbaarheid • Ontwerp met een zo groot mogelijke mate van adaptief vermogen • Bouw met zo veel mogelijk restmateriaal uit sloop • Bouw met zo weinig mogelijk restmateriaal als gevolg van de bouw • Bouw met zo weinig mogelijk toxische materialen • Het toepassen van deze principes in het ontwerp en de bouw
SP K-midden Bijlagenboek
3.1
3
61
leidt tot een meer duurzame gebiedsontwikkeling. Ontwikkelende partijen en ontwerpers van de openbare ruimte wordt tijdens het ontwerpproces gevraagd om een onderbouwing te geven op bovenstaande principes.
3.3
Circulair bouwen
Kenmerkend voor de Bijlmer zijn de lange flats in honingraatpatroon. Het prefab bouwsysteem dat is toegepast heeft mede bepaald hoe de wijk er uit is komen te zien. De typische lange, geknikte bouwblokken in 10 lagen hebben in samenwerking tussen de systeembouwers en de ontwerpers van de Bijlmermeer gestalte gekregen en zijn een afweging geweest tussen ruimtelijke kwaliteit en efficiënt bouwen. Betaalbaarheid en bouwsnelheid speelden destijds een belangrijke rol in de keuze voor een voornamelijk geprefabriceerd betonnen bouwsysteem. In K-midden bouwen we voort op deze geschiedenis. Tegenwoordig speelt naast betaalbaarheid en bouwsnelheid ook andere aspecten een rol bij de keuze van bouwmethodieken, zoals milieu-impact, grondstoffenschaarste en biobased bouwen. Door opnieuw in te zetten op modulair bouwen kunnen we de kenmerkende beeldkwaliteit van de Bijlmer versterken en efficiënte, duurzame en kwalitatief hoogwaardige gebouwen ontwikkelen. Modulaire bouwsystemen en prefab bouwen zorgen bovendien voor efficiënt materiaalgebruik en aanzienlijk minder bouwverkeer en minder bouwoverlast. Prefab bouwen houdt in dat delen van het gebouw in een fabriek worden samengesteld en vervolgens op locatie, soms met tussenkomst van een bouwhub, in elkaar worden gezet.
Deze aanpak vermindert niet alleen de bouwtijd en de kosten, maar verhoogt ook de kwaliteit omdat de onderdelen onder gecontroleerde omstandigheden worden geproduceerd. Biobased modulaire en prefab bouwsystemen maken het kansrijker om te werken met schoner 62
bouwmaterieel, zoals kranen die op elektriciteit werken, omdat biobased bouwelementen vaak veel lichter zijn dan conventionele bouwelementen. Bij het ontwerp en de bouw van de kavels worden ontwikkelende partijen verplicht gebruik te maken van digitale vastlegging in een materialenpaspoort en deze over te dragen aan de eigenaar. Daarmee is de eigenaar in staat duurzaam en circulair onderhoud te plegen. Daarnaast zijn partijen verplicht een berekening aan te leveren op tenminste de onderstaande indicatoren van Het Nieuwe Normaal: • Milieuprestatie Gebouw (MPG) • Materiaalgebonden CO2-uitstoot (kg CO2-eq/m² BVO) Materiaalgebonden CO2-opslag (ton CO2-eq) • Herkomst materialen (% massa biobased, hergebruikt, gerecycled) • Losmaakbaarheid (%) Voor de berekeningen dient gebruik gemaakt te worden van gevalideerde rekeninstrumenten (BCI Gebouw, GPR Gebouw, Madaster o.g.) Amsterdam zet daarnaast in op biobased bouwen om het gebruik van nieuwe, niet-herwinbare grondstoffen te verminderen. De doelstelling is om in 2025 ten minste 20% van de nieuwbouwwoningen in houtbouw uit te voeren (zie: Convenant Green Deal Houtbouw). Voor K-midden betekent dit dat ongeveer 250 woningen met houten draagconstructie moeten worden gerealiseerd. Uit de studie Hoog Hout Haalbaar uit 2023 (LINK) blijkt dat bouwen tot circa 10 lagen in hout financieel concurrerend is met traditionele bouwsystemen.
De basisbouwhoogte van de bouwblokken is 4 tot 7 lagen en daarmee erg geschikt voor houtbouw. We vragen ontwikkelende partijen dan ook om tenminste de laagbouw volledig in houtbouw uit te voeren. Voor de hoogbouw lijken voorlopig hybride systemen (deels hout, deels beton) het meest haalbaar.
3.4
Carbon based design
Prefab bouwen bij Stepstone – Complete gevelementen worden met een kraan op de bouw gemonteerd (Bron: LEVS architecten)
Modulaire houtbouw in hotel Jakarta (SEARCH architecten)
In K-midden ontwikkelen we de kavels CO2-neutraal. Dat wil zeggen dat de materiaalgebonden en operationele CO2-emissies tot 2040 gecompenseerd worden door CO2-opslag in de toegepaste biobased materialen. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat de CO2 die vrijkomt bij de productie van cement voor betonnen funderingen gecompenseerd wordt door de CO2 die gebonden is in toegepaste houten draagconstructie, timmerwerk of biobased isolatiemateriaal. Uit een studie carbon based design van kavels 1-3 blijkt dat het haalbaar is om CO2-neutraal te bouwen als alleen al in de lagere delen (tot circa 8 lagen) ingezet wordt op biobased bouwen en voor de hoogbouw op het toepassen van houten binnenspouwbladen, binnenwanden, isolatiemateriaal en afwerking van binnen en buitenwanden. Naast biobased bouwen zullen innovaties in beton, zoals circulair beton met andere bindmiddelen dan cement en het toepassen van hergebruikte materialen verder bijdragen aan het reduceren van de milieu-impact van de gebiedsontwikkeling.
SP K-midden Bijlagenboek
Nederland heeft te maken met een combinatie van woningtekort, verdichtingsopgave en klimaatcrisis. De maatschappelijke uitdagingen van onze tijd zijn complex en kunnen niet los van elkaar worden opgelost. Dat geldt ook voor woningtekort en klimaatcrisis. Zo snel mogelijk woningen bouwen met een grote CO2 uitstoot ondermijnt op termijn de leefbaarheid van Nederland, terwijl een bouwstop omwille van het klimaat het veel mensen onmogelijk zou maken een betaalbare woning te vinden.
Het Paris Proof uitvragen van kavelontwikkelingen versnelt het proces. Het betekent realistisch en meetbaar aansturen op een gebouwde omgeving in lijn met de doelen van het klimaatakkoord van Parijs. Uit eerdere studies blijkt dat Paris Proof verdichten in steden goed mogelijk is tot circa 6-8 lagen. In K-midden stellen we een monitoringsplan op voor de bebouwing en de openbare ruimte zodat 63
het goed inzichtelijk is wat de milieuprestatie is en waar eventueel bijgestuurd moet worden. Voor K-midden is door LEVS architecten een studie uitgevoerd met als primaire doel het verschaffen van inzicht en haalbare richtlijnen voor CO2-reductie. De vragen die hierin centraal stonden: • Wat is de impact van materialisering op de carbon footprint? • Wat is de impact van vorm-efficiëntie op de carbon footprint? • Wat is de invloed van bouwhoogte op CO2 en haalbaarheid? Uit de studie blijkt dat biobased bouwen significant bijdraagt aan het reduceren van de CO2-uitstoot en dat de grootste winst de komende jaren te behalen is bij de gebouwen tot circa 7 lagen. Daarnaast is het van belang om ontwikkelaars, architecten en bouwers voldoende ruimte te geven in de kavelontwikkelingen zodat optimale, compacte volumes kunnen worden ontworpen die aansluiten bij duurzame bouwmethodieken. Ook is het van belang ruimte te bieden aan modulaire bouwsystemen door bijvoorbeeld zo veel mogelijk te werken met margestroken in plaats van vaste rooilijnen.
Voor kavel 4 zijn in samenspraak met de woningcorporatie, de modulaire bouwer en architect van Hoogover | Down to Earth de randvoorwaarden van de kavel ontwikkeld.
Figuur 5: De Carbon Cost Tracker van LEVS architecten toegepast op Kavel 1-3.
64
3.5
Circulariteit in de openbare ruimte
In K-midden wordt afval scheiden makkelijk en efficiënt. Ondergrondse containers voor restafval, glas, papier/karton en textiel staan op logische plekken in de openbare ruimte. Waar dit niet past, kan afval inpandig worden verzameld. Voor niet-woonfuncties geldt dat zij afvalscheiding op eigen terrein organiseren. Daarnaast zetten we in op voedselrestenvermalers in keukens om groente-, fruitafval en etensresten beter te scheiden. Dit kan tot 90% van het afval herbruikbaar maken, tegenover de huidige 20%. Ook stimuleren we wormenhotels waar groente-, fruit- en klein tuinafval gecomposteerd kan worden.
Uitvoeringsprogramma Afval en grondstoffen 2020-2025
SP K-midden Bijlagenboek
Voor de openbare ruimte geldt het principe 'duurzaam tenzij'. De inrichting wordt zoveel mogelijk groen om de biodiversiteit te verbeteren, waterberging te faciliteren en hittestress te voorkomen. Waar verharding nodig is, wordt eerst gekeken naar het hergebruiken van beschikbare materialen. Als herbruikbare materialen niet beschikbaar zijn, worden duurzame materialen gekozen met een zo laag mogelijke milieu-impact en CO2-uitstoot. Voor de tijdelijke opslag van materialen zetten we in op een bouwhub in, of zo dicht mogelijk bij, K-midden.
Circulaire bedrijvigheid in de buurt wordt aangemoedigd. Denk daarbij aan een repaircafé of circulair ambachtscentrum, tweedehands winkels en horeca met lokale producten. Dit verkleint de hoeveelheid afval, komt ten goede aan de portemonnee van de inwoners en maakt K-midden klaar voor een toekomst waarin afval zoveel mogelijk wordt voorkomen.
Voorbeeld van een wormenhotel – Wormenhotels worden bij voorkeur in de buurt van ondergrondse afvalcontainers geplaatst
65
3.6
Talentontwikkeling van de buurt
Het werken met lokale bouwbedrijven biedt (jongeren) in de K-buurt uitstekende kansen voor talentontwikkeling. Dit creëert opleidingsmogelijkheden en geeft jongeren de kans om werkervaring op te doen in hun eigen omgeving. Daarnaast bevordert het de betrokkenheid van de buurt bij het bouwproces, omdat bewoners actief kunnen deelnemen aan het maken van hun wijk.
3.7
Duurzame energie en warmte
Stadsdeel Zuidoost heeft de ambitie om in 2040 energieneutraal te zijn. Het stadsdeel spant zich de komende jaren in voor een sociale energietransitie. Betaalbaarheid voor de eindgebruiker is een belangrijke afweging in de keuze van een energiesysteem. Het doel is om in het stadsdeel slimme warmte- en koudevoorziening en hernieuwbare energie op te wekken door zoveel mogelijk in lokaal beheer te geven. In Zuidoost zetten we in op een integrale verduurzaming van het energiesysteem. Waar mogelijk wordt ingezet om verduurzaming van de bestaande bouw te koppelen aan de nieuwbouw. De nieuwbouw voldoet minimaal aan de BENG eisen (Bijna Energie Neutrale gebouwen). De ambitie is om verder te gaan en de nieuwbouw energieneutraal of energieleverend te realiseren. Uitgangspunt is passieve maatregelen toe te passen en de bebouwing dusdanig vorm te geven dat de warmte- en koudevraag beperkt wordt en zo min mogelijk (kostbare) installaties nodig zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan compacte bouwvolumes om verliesoppervlakte te beperken, het maken van luifels en overstekken ten behoeve van schaduw en het toepassen van zomernachtventilatie.
Gebiedsontwikkeling als kans voor jongerenontwikkeling
66
Nieuwbouw wordt aardgasvrij gerealiseerd en zonder toepassing van drycoolers in verband met netcongestie of (tijdelijke) biomassagestookte installaties. Nieuwbouw is geschikt voor lage temperatuur verwarming en wordt gerealiseerd met een duurzaam lage temperatuur (LT) energiesysteem. Specifiek voor dit gebied bieden bodemergiesystemen (bijvoorbeeld WKO) kansen. Bij de keuze van het energiesysteem voor verwarming en koeling dient uitgegaan te worden van het principe ‘comply or explain’; warmte is laagtemperatuur en duurzaam, tenzij daar om zwaarwegende redenen van wordt afgeweken.
3.8
Natuurinclusief bouwen
Natuurinclusief bouwen stimuleert biodiversiteit door nestkasten, groene gevels en daken te integreren, eventueel gecombineerd met retentiesystemen of zonnepanelen. Lager gelegen daken worden in principe ingezet voor groen en verblijf, terwijl hogere daken ruimte bieden voor installaties zoals pv-panelen. Uit de quickscan natuur in het projectgebied zijn de volgende kansen voor natuurinclusief bouwen gesignaleerd en vertaald in het plan: • Gebouwen worden zo veel mogelijk voorzien van groene gevels en met verblijfsplekken voor vleermuizen en vogels. • Binnentuinen van bouwblokken worden groen ingericht • Natuurdaken op meerdere lagen bieden insecten steppingstones naar omliggende groenstructuren en dienen als foerageerlocatie voor vogels. Bovendien verbeteren ze waterberging en zorgen ze voor natuurlijke koeling van het gebouw • De buitenruimte wordt gevarieerd ingericht, met kleine ‘biodiversiteitshotspots’ die kruiden en struwelen bevatten. Deze bieden voedsel voor insecten en schuilplekken voor kleine zoogdieren en amfibieën. • Minder groenbeheer en meer ecologische waarde staan centraal, met afwisselend open en gesloten beplanting • ls watergangen worden toegepast, is het waardevol om kades in te richten als natuurvriendelijke oevers met een flauw talud en oeverplanten.
Dit creëert een natuurlijke overgang van land naar water, wat gunstig is voor amfibieën en insecten zoals libellen en juffers.
SP K-midden Bijlagenboek
Amsterdam is een groene stad die rust, ontmoeting en beweging biedt. In de K-buurt zorgen groene gebieden bovendien voor verkoeling en schaduw. Met de groeiende seniorenpopulatie en meer bewoners is het essentieel om bij woningen voldoende koele, schaduwrijke plekken te creëren, wat zowel comfort als levendigheid bevordert.
67
3.9
Klimaatadaptatie
Klimaatverandering verandert de stad. Weersextremen als wateroverlast, hitte en droogte komen steeds vaker voor. Om hierop in te spelen moet de stad anders ingericht worden dan tot nu toe gedaan is, met onder andere meer ruimte voor water en meer groen.
Voorbeeld van een daktuin
Wateroverlast In het Omgevingsprogramma Riolering 2022-2027 is opgenomen dat voor een gezonde bodem een ontwateringsdiepte van minimaal 90 cm vereist is. In het projectgebied is de grondwaterstand te hoog en bestaat er daarom een overstromingsrisico . Om dit te voorkomen wordt de meerlaagse veiligheid (MLV 2009) toegepast. Voor een goede waterhuishouding is het wenselijk om het water op te vangen op de hoger gelegen delen en het maaiveld op te hogen waar mogelijk, zodat er zo min mogelijk water afstroomt naar de lager gelegen delen.
Voorbeeld van een regentuin
Hitte, droogte, wateroverlast, overstroming worden integraal aangepakt. (Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie, Gemeente Amsterdam 2021)
68
Voorbeeld van een groen ingerichte binnentuin
Het Funen Amsterdam – Voorbeeld van groene gevel met beplanting in de volle grond
We richten K-midden regenbestendig in met groene daken en regentuinen. Groene daken en regentuinen zorgen samen voor een regenbestendige wijk zonder extra belasting van de openbare ruimte. Groene daken bieden ook voordelen zoals meer biodiversiteit, geluidsreductie en het binden van fijnstof. Daarnaast is het afstromende water schoner. Met een goede maaiveldhoogte kan regenwater gecontroleerd naar oppervlaktewater of bergingsvoorzieningen stromen. Drempels voorkomen overstroming van lagergelegen gebieden bij hevige regen. Actieve infiltratie is in dit gebied minder geschikt door de geringe ontwateringsdiepte.
SP K-midden Bijlagenboek
Er moet daarnaast ook voldoende water opgevangen worden in en om gebouwen, ook als waterbuffer voor droge periodes. Bij het ontwerpen van de gebouwen moet het vasthouden en vertragen van hemelwater worden meegenomen. De eisen voor bebouwing zijn opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Amsterdam.
Hitte en droogte Het is belangrijk dat bewoners verkoeling kunnen vinden in de openbare ruimte. Volgens de Coolkit-richtlijn (HvA) mag de gevoelstemperatuur op een koele plek niet boven de 35°C PET komen en moet zo’n plek binnen 300 meter bereikbaar zijn. Hoewel er in de huidige situatie wel enkele koele plekken zijn, blijven de gevoelstemperaturen op hete dagen hoog. Meer schaduw en minder verharding kunnen dit verbeteren. Bestaande koele plekken moeten behouden en waar mogelijk uitgebreid worden, met extra focus op hoofd wandel- en fietsroutes.
Binnentuin op De Kameleon (NL Architects 2012) – Slimme combinatie van groen, waterberging en verblijfskwaliteit
We voorkomen zoveel mogelijk droogte door het planten van droogtebestendige planten en bomen. Ook wordt er ingezet op het toevoegen van oppervlaktewater en regenwater slim te bufferen op groene daken en in de openbare ruimte.
69
3.10
Uitstootvrije mobiliteit en schone lucht
We zetten maximaal in op gezond bewegen en schone lucht. Voldoende beweging en schone lucht leiden tot verlenging van het aantal gezonde levensjaren, fysieke en mentale fitheid, lagere zorgkosten en hogere productiviteit. Fietsers en voetgangers krijgen ruim baan en de openbare ruimte wordt overzichtelijk en met logische loop- en fietsroutes ingericht. De inzet is om het autogebruik zoveel mogelijk te beperken door een lage autoparkeernorm. Het parkeren van auto’s gebeurt in principe op de eigen kavel. Door het toepassen van deelauto-concepten is het in sommige gevallen mogelijk om te werken met een nog lagere parkeernorm. Er zijn vele aanleidingen om de openbare ruimte zodanig in te richten dat lopen, fietsen en sport en spel bewust en onbewust gestimuleerd worden. Het vergroten van de sociale veiligheid op de fiets- en wandelroutes stimuleert fietsen en wandelen. Door deze routes schaduwrijk te maken zorgen we voor comfortabele paden, ook in de zomer. De bereikbaarheid per fiets wordt vergroot door te investeren in aantrekkelijke en veilige fietsverbindingen plus goede fietsparkeermogelijkheden (goed toegankelijk, overzichtelijk, ruim en veilig) in zowel de bouwblokken als de openbare ruimte. Om vanuit K-midden de rest van de stad snel te kunnen bereiken, is een goede en blijvende ontsluiting van het gebied met openbaar vervoer belangrijk.
Hiervoor ligt K-midden op een uitstekende plek met metrohalte Kraaiennest en diverse bushaltes op maximaal 10 minuten loopafstand van de nieuwe ontwikkelingen. Om elektrisch vervoer in K-midden mogelijk te maken, is het van belang dat er voldoende duurzame laadinfrastructuur aanwezig is. Het gaat daarbij om voldoende oplaadfaciliteiten in de openbare ruimte en in de (privé)garages op eigen terrein. Ook worden (schone) deelconcepten voor o.a. auto’s, fietsen en scooters gestimuleerd. 70
Duurzame bouwlogistiek en schone werktuigen Bouwlogistiek is de grootste logistieke stroom in de stad en heeft ook de meeste impact (stikstof, luchtvervuiling, verkeersveiligheid, etc.) op de leefbaarheid. De gemeente speelt een belangrijke rol bij veel bouwprojecten, als vergunningverlener of als opdrachtgever. De gemeente stimuleert uitstootvrije bouwwerktuigen of bouwwerktuigen met een schone emissienorm. Het uitgangspunt is elektrisch aangedreven mobiele werktuigen en als dit niet haalbaar is geldt de nationale wetgeving. Inzet op modulair en prefab bouwmethodieken verkleint het aantal bouwlogistieke bewegingen en voorkomt daarmee uitstoot van schadelijke stoffen. Houtbouw is vele malen lichter dan betonbouw en vergroot daarmee de kansen op het inzetten van elektrisch materieel.