CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlagenboek concept stedenbouwkundig plan K-midden lowres.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 30 oktober 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over het collegebesluit inzake vrijgave voor inspraak van de concept investeringsnota K-midden in Amsterdam Zuidoost (VN2025-011467)14.027 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

K-midden

bouwen en samen beter maken Bijlagen: verantwoording van het plan 25 juli 2025

2

1

Sociale paragraaf

5

2

Effecten van het plan

17

1.1

Mobiliteit

17

1.2

Klimaat

23

1.3

Bodem

32

1.4

Milieu (geluid en trilling)

32

1.5

Groen & ecologie 

32

1.6

Externe veiligheid

34

1.7

Geluid

34

1.8

Luchtkwaliteit

35

1.9

Archeologie en Cultuurhistorische waarde

37

3

1.10 Wateronderzoek en watercompensatie

37

1.11 Bomencompensatie

38

1.12 Hoogbouw effect rapportage

40

SP K-midden Bijlagenboek

Inhoud

Duurzaamheid61 3.1

Circulair gebouwde omgeving

61

3.2

Het Nieuwe Normaal

61

3.3

Circulair bouwen 

63

3.4

Carbon based design

64

3.5

Circulariteit in de openbare ruimte 

65

3.6

Talentontwikkeling van de buurt

66

3.6

Talentontwikkeling van de buurt

66

3.7

Duurzame energie en warmte

66

3.8

Natuurinclusief bouwen

67

3.9

Klimaatadaptatie

68

3.10 Uitstootvrije mobiliteit en schone lucht

70

3

Traject rijk aan deelname en deelnemers. Impressie van proces

4

In deze paragraaf worden de achtergrond, totstandkoming en uitgangspunten toegelicht. Bij de uitgangspunten is aangegeven welke in dit SP zijn geborgd en welke in een volgende fase opgepakt dienen te worden.

Waarom een Sociale Paragraaf? Bij de fysieke ontwikkeling van K-midden is het essentieel om sociale en andere leefbaarheidsaspecten mee te nemen. Het doel is niet alleen gebouwen te realiseren, maar ook een gemeenschap te creëren. De focus ligt op de mensen, en dan pas op de gebouwen, met de buurt in de lead. De sociale paragraaf helpt de ambitie van integrale ontwikkeling helder te maken en voegt de benodigde elementen toe om deze ontwikkeling daadwerkelijk te realiseren. Normaal gesproken richt een stedenbouwkundig plan (SP) zich op de fysieke randvoorwaarden voor sociale ontwikkeling, zonder uitspraken te doen over partijen of programmaonderdelen buiten het fysieke bereik. Dit SP gaat een stap verder, door sociale voorwaarden en instrumenten op te nemen die nodig zijn om bepaalde doelen te realiseren, middels het Sociaal Kavelpaspoort. Door deze sociale paragraaf te integreren in het stedenbouwkundig plan voor K-Midden, streven we naar een inclusieve en veerkrachtige gemeenschap waarin iedereen de kans krijgt om te gedijen en bij te dragen aan een bloeiende samenleving.Hoe is dit tot stand gekomen? Sinds 2017 experimenteert de K-buurt voor de stad met communitydriven wijkontwikkeling, zowel door bewonersinitiatieven als door bundeling, ondersteuning en samenwerking van die initiatieven in

1 een gezamenlijk platform Hart voor de K-buurt. Dit platform behartigt gezamenlijke belangen, biedt een infrastructuur om samen activiteiten te ondernemen, geeft de buurt een stem, die ook meervoudig kan zijn, en stimuleert een ‘kan wel’-mentaliteit. Met de participatiestaking van 2018 verschoof de focus van puur fysiek bouwen naar integrale buurtontwikkeling, met als doel een multifunctionele stadswijk die het sociale DNA behoudt. Bewoners maken zelf plannen, ondersteund door de gemeente, en nemen de uitvoering -waar mogelijk- zelf ter hand. In deze buurt en met dit SP is de uitdaging dat de overheid gaat leren participeren om de plannen van bewoners waar te maken, zogenaamde overheidsparticipatie.

SP K-midden Bijlagenboek

Sociale paragraaf

De wijk streeft ernaar een jongerenontwikkelbuurt te worden, zonder andere doelgroepen tekort te doen, en heeft het imago van Kraaiennest positief veranderd. Dankzij de ‘’metro 53 direct ‘’ actie heeft de buurt nog steeds een directe verbinding met de stad, wat ontwikkelingskansen en de komst van de OBA Next heeft gefaciliteerd. Er wordt gewerkt aan extra starterswoningen, met aandacht voor sociale verbetering. In de ontwikkelstrategie is dat oa beschreven als het toevoegen van een leefstart aan de woonstart, met een samenlevingsopbouwtraject voor jongeren talentontwikkeling en zelfredzaamheid, de World of Work. De nadruk ligt niet alleen op fysieke bouw, maar ook op het versterken van het sociale weefsel. K-buurt heeft de ambitie om een internationaal voorbeeld te worden van inclusieve wijkontwikkeling. Na de participatiestaking van 2018 en enkele jaren van onderzoek 5

en besluitvorming is een bijzonder experiment in co-creatie gestart tussen de buurt en de gemeente. Dit stedenbouwkundig plan, met een integraal ingestoken ontwikkelstrategie als tussenstap, is een uitkomst van dit proces. De ontwikkelstrategie ( www.bit.ly/ ontwikkelstrategiekmidden ) vormt, samen met het stedenbouwkundig plan, de kaders voor de uitvoeringsplannen van de buurt. De K-buurt heeft zelf gezorgd voor het behoud van de goede verbinding met de stad, het creëren van economische kansen en het tegengaan van eenzaamheid en armoede. Door participatie en co-creatie heeft de buurt een integrale ontwikkeling gerealiseerd. Hierdoor streeft de buurt, die voorheen zelden gezien of gehoord werd, nu naar de titel van beste buurt van Nederland. De komst van OBA Next, door bewoners en met name de jongeren zelf getrokken als vliegwiel voor wijkontwikkeling, is een voorbeeld van dit succes. Een buurt als K-buurt verdient een sociale paragraaf die recht doet aan het initiatief en de zelforganisatie van bewoners. Tegelijk kan dit alleen als WijkOntwikkelPartners dit ondersteunen en goed hierin samenwerken Dit kan door een WijkOntwikkelCombinatie (WOC) op te zetten, die de bewoners versterkt in hun participatie en initiatief en als Learning Lab fungeert voor de stad, zodat er geleerd kan worden van het sociale weefsel van de buurt in een door bewoners getrokken buurtontwikkeling.

Inclusieve Stedelijke Vernieuwing ‘’Het zijn vaak de gemeenschappen van mensen die institutioneel zijn achtergesteld die het minst profiteren van stedelijke vernieuwing. Inclusieve, gelijkwaardige en rechtvaardige stedelijke ontwikkeling vraagt om nauwe samenwerking met die gemeenschappen.’’ - Femke Kaulingfreks (lector Jeugd en Samenleving Hogeschool InHolland), in haar verkenning "Crafting Resilience" in de context van Masterplan Zuidoost.

6

Uitgangspunten Voor het goede en integrale functioneren van de buurt zijn belangrijke (sociale) uitgangspunten voorgesteld. Een deel van deze uitgangspunten, zoals fysieke onderdelen (bijvoorbeeld vierkante meters), is vastgelegd in het SP. Echter, veel sociale uitgangspunten vragen om verdere uitwerking en toepassing in een volgende fase. Ze worden hieronder beschreven om ervoor te zorgen dat deze uitgangspunten in latere fasen niet uit beeld verdwijnen: 1. Per uitgangspunt is de aanleiding en achtergrond toegelicht plus wat de wens is. Vervolgens is gekeken naar:Wat is er tot nu toe bereikt, en in het SP geborgd 2. Wat nog niet is geborgd, maar doel blijft 3. Welke partij(en) met -2- aan de slag dienen te gaan

DNA K-buurt en verrijken zonder verdringen De K-buurt kent sociale uitdagingen. Dit stedenbouwkundig plan wil verrijken zonder te verdringen. Het doel is niet om nieuwe, kapitaalkrachtige doelgroepen aan te trekken ten koste van de bestaande bewoners, maar om het sociale weefsel van de wijk te behouden en te versterken. Veel huidige bewoners zijn stille krachten die hun belangen moeilijker kunnen verdedigen, waardoor zij zich moeten aanpassen aan nieuwkomers – in plaats van andersom. Dit illustreert de keerzijde van gentrificatie: sociale én economische verdringing. Met dit stedenbouwkundige plan wordt dit fenomeen actief tegengegaan. De ontwikkeling van de wijk moet ten goede komen aan de huidige gemeenschap, en de "Iedereen is welkom, maar ga het niet voor ons verpesten!" kansen die ontstaan, moeten in de eerste plaats bij hen landen. www.bit.ly/verdringonsniet

Wat zegt die stille stem

Diversiteit en Inclusiviteit De nieuwe stadswijk zal een afspiegeling zijn van de diverse gemeenschap van Amsterdam Zuidoost. Er wordt gestreefd naar een mix van woningtypen, variërend van sociale huur-, middenhuur- en koopwoningen in verschillende groottes en prijsklassen, om een diverse bewonerssamenstelling te bevorderen. Hierbij wordt bovenmatig voorrang gegeven aan mensen met binding met de buurt en Zuidoost. De wens van de buurt is om dit percentage op 50% te laten uitkomen. Er wordt ingezet de starterswoningen 100% in coöperatief beheer van de buurt te plaatsen, waarmee maximale buurtbinding is gewaarborgd. Voor ontwikkeling en toewijzing van kavel 4 wordt ingezet op relocatie van het G-buurt renovatieprogramma. Kavel 6 wordt extra ingezet om het ‘’van Groot naar Beter ‘- programma van senioren vanuit juist de K-buurt sterker te promoten en van toelatingscriteria te voorzien. 1. Wat is geborgd? In het SP is de verdeling voor woningbouw overgenomen: 500 sociale huurwoningen expliciet voor starters, 300 sociale woningen zonder label, 300 woningen in het middensegment (huur of koop), 150 woningen in het vrije sectorsegment (huur of koop). Hiermee wijkt K-midden af van stedelijk beleid waar sinds 2017 het uitgangspunt 40-40-20% voor nieuwbouwprojecten geldt.

De behoefte aan bovenmatige voorrang geven aan mensen met binding met de buurt en Zuidoost is voor een deel geborgd; in Zuidoost zijn afspraken gemaakt met (commerciële) verhuurders om 25% van de woningen in toekomstige projecten te reserveren

voor stadsdeelbewoners. Om in aanmerking te komen, moet de huurder voldoen aan de voorwaarden van de verhuurder, zoals inkomensgrenzen en borgbetaling. Wie de afgelopen 10 jaar minstens 6 jaar aaneengesloten in Zuidoost heeft gewoond krijgt voorrang boven anderen die aan deze voorwaarden voldoen. Voor het CPO bouwen kunnen groepen uit Zuidoost educatie, voorlichting en begeleiding krijgen om de organisatiekracht te ontwikkelen om gelijkwaardige kans te maken bij selectie van de kaartenbak De starterswoningen zullen door een beheercooperatie worden beheerd en uitgegeven 2. Wat dient nog geborgd te worden? • Een regeling zoals deze nu is opgesteld (de 25%-regeling) zal ten tijde van verhuur van de woningen geldig verklaard kunnen gaan worden; • Een hoger percentage dan stedelijk afgesproken (van 25 naar 50%); • De mogelijkheid voor Woonzorg om voorrang te verlenen aan doorstromende senioren uit de K-buurt.

SP K-midden Bijlagenboek

Beleidsmakers en mensen uit hogere sociale klassen hebben vaak moeite om deze situatie te begrijpen. Het is belangrijk om de stille stem van de bestaande bewoners extra gewicht te geven, omdat dit leidt tot een balans die recht doet aan de kansengelijkheid en het unieke DNA van de K-buurt. Wat die stille stem zegt, kan ongemakkelijk zijn voor de niet-zo-stille stem. Het leidt tot wrijving en een verschuiving van invloed. Uiteindelijk levert luisteren naar de stille stem een betere balans, die recht doet aan de kansengelijkheid en het DNA van Kraaiennest. www.bit.ly/diestillestem

3. Welke partij(en) aan de slag? Hiervoor zal tezijnertijd met partijen die gaan verhuren (zowel commerciële als corporaties) afspraken gemaakt dienen te worden.

7

Sociale huur en Gemeenschapsvoorzieningen

Naast de hardware ook de socialware

Het stedenbouwkundig plan omvat de integratie van diverse gemeenschapsvoorzieningen. Deze voorzieningen dienen niet alleen als centrale ontmoetingspunten voor bewoners, maar ook als katalysatoren voor sociale interactie en educatie, waardoor de gemeenschap banden worden versterkt en de levenskwaliteit wordt verbeterd. De buurt heeft geen enkele moeite met sociale huur, integendeel, als ook maar wordt voorzien in de voorzieningen die daarbij passen.

De politieke betrokkenheid van de buurt nam een vlucht met de strijd voor een goed plein. Niet als een vlakte stenen, maar een levend hart voor ontmoetingen. Daarnaast worden er programma's geïmplementeerd ter bevordering van sociale mobiliteit, de zogenaamde ‘opstapbuurt’ zoals educatieve en werkgelegenheidsinitiatieven, om de economische kansen voor alle bewoners te vergroten, vooral voor hen die hier altijd al woonden.

1. Wat is geborgd? In Amsterdam geldt voor (basis)voorzieningen de referentienorm. Deze is voor de voorzieningen in K-midden opgeplust, omdat binnen de Omgevingsvisie Amsterdam Zuidoost als een van de wijken wordt genoemd waar het voorzieningenniveau sterker op peil gebracht moet worden. 2. Wat is nog niet geborgd, maar blijft doel? De ruimte, die kavel B1 mogelijk maakt, om nietwoonvoorzieningen die zich in de toekomst voor gaan doen, op te nemen 3. Welke partij(en) dienen met -2- aan de slag te gaan? De ontwikkelaar van kavel B1 De ontwikkelaar van het Buurtgebouw

8

1. Wat is geborgd? Het stedenbouwkundig plan richt zich op het bevorderen van sociale veiligheid door het creëren van veilige en toegankelijke openbare ruimtes, het stimuleren van actieve mobiliteit, ook voor scootmobielen, het ondersteunen van lokale economische ontwikkeling en het verwelkomen van samen verblijven in de openbare ruimte, met name op het plein rondom het metrostation. 2. Wat is nog niet geborgd, maar blijft doel Doel blijft: programma’s ter bevordering van sociale mobiliteit, de zogenaamde ‘opstapbuurt’ uitwerken, implementeren en aanbieden 3. Welke partij(en) dienen met -2- aan de slag te gaan? De WOC in samenspraak met het Masterplan Zuidoost

Community (Wealth) Building en Jongeren Talent Ontwikkelbuurt Speciale aandacht wordt besteed aan het creëren van betaalbare huisvesting voor starters op de woningmarkt vanuit de buurt zelf, zodat zorg gemeenschappen in stand blijven. www.bit.ly/zorggemeenschappeninstandhouden 1. Wat is geborgd? in het SP is de woningverdeling met 500 ‘extra’ starterswoningen (huur, sociale sector) vastgelegd. 2. Wat is nog niet geborgd, maar blijft doel Het bouwen -en onderhouden- van zorggemeenschappen 3. Welke partij(en) dienen met -2- aan de slag te gaan? • WOC • OBA Next • Buurtgebouw team

World of Work De K-buurt wil een geïntegreerd plan waarbij naast een woonstart ook een leefstart wordt geboden. Dit gebeurt door het opzetten van een 'World-Of-Work' project, gericht op inkomen en zelfredzaamheid voor jongeren. Hiervoor is fysieke ruimte nodig in de buurtvoorzieningen, de starterswoningen of andere plekken in de buurt. Kraaiennext Campus is voorwaarde voor de buurt om in de Ontwikkelstrategie 500 extra woningen op te nemen en aan de stad te bieden als extra verdichtingsslag. Ook ligt de focus op talentontwikkeling, aangezien Zuidoost veel ongekend talent heeft. Dit talent moet ontdekt, getraind en

creëren die uitnodigen tot interactie en samenwerking. Daarnaast is er aandacht voor veiligheidsaspecten, zoals goed verlichte openbare ruimtes, buurtwachten en sociale programma's ter preventie van criminaliteit en overlast. En veilige speelplekken, met name in de ‘tuin van de buurt’ aan de achterkant van het buurtgebouw. www.bit.ly/wijwillenveiligespeelplekken

ontwikkeld worden tot vakmanschap. De buurt zal het centrum van internationale jongerenuitwisseling in Amsterdam worden, waarbij talent kan blijven wonen en rolmodellen kunnen blijven bijdragen aan een versterkend systeem voor talentontwikkeling. 1. Wat is geborgd? In het SP is in de plint van het gebouw dat door Lieven de Key ontwikkeld wordt, ruimte die geschikt is voor het World of Work project.

2. Wat is nog niet geborgd, maar blijft doel Het opstellen van buurtwachten en sociale programma's ter preventie van criminaliteit en overlast.

SP K-midden Bijlagenboek

Hille Simons van Leger des Heils

1. Wat is geborgd? In het SP is extra aandacht voor veiligheidsaspecten, zoals goed verlichte openbare ruimtes, goede doorkijkjes, bankjes om uit te rusten, net als veilige speelplekken. De ‘’tuin van de buurt’’ met sport spel en groen blijft behouden voor de buurt en wordt samen met de buurt vebeterd.

3. Welke partij(en) dienen met -2- aan de slag te gaan? WOC en de nog op te richten werkgroep openbare ruimte.

2. Wat is nog niet geborgd, maar blijft doel Concrete invulling van het begrip leefstart en World-of-Work-project en de financiering daarvan in samenwerking met de woningontwikkelaar, de WOC en eventuele andere partijen. 3. Welke partij(en) dienen met -2- aan de slag te gaan? Masterplan Zuidoost in samenwerking met Lieven de Key, de WOC en de buurt zelf, met name de buurt- en jongerenorganisatie.

Sociale Cohesie en Veiligheid Het bevorderen van sociale cohesie en veiligheid is een belangrijk element in het stedenbouwkundig plan. Er zullen maatregelen worden genomen om sociale isolatie tegen te gaan en gemeenschappen te

Kinderen willen veilig spelen

9

Geluid, nachtleven en sociaal contract in de buurt door de buurt Geluid vraagt speciale aandacht gezien de wens om cultureel buiten te verblijven wat hoort bij deze buurt. www.bit.ly/ cultureelverblijveninbuitenruimte Er is met de buurt afgesproken alle reuring en het merendeel van nieuwe horeca op het plein rond het metrostation te concentreren en rondom zo te bouwen dat het geluid deze ruimte nauwelijks verlaat, de zogenaamde akoestische bubbel. 1. Wat is geborgd? In het SP is extra aandacht geschonken aan het (ruimtelijk) creëren van een akoestische bubbel. Ook ligt de concentratie van (geluidgevoeldige) horeca rondom het plein en deze akoestische bubbel. op het plein zal ruimte worden geboden voor nachtcultuur. 2. Wat is nog niet geborgd, maar blijft doel Er zijn wettelijke geluidseisen voor horeca, maar deze voldoen in de praktijk niet altijd. Bij de uitvraag/tender wordt in het Sociaal Kavelpaspoort extra aandacht gevraagd voor het zo goed mogelijk borgen van de mogelijkheid om (extra) geluid te maken. De openingstijden zullen waar mogelijk naar later op de avond gaan om meer aan te sluiten bij het dagritme wat veel bewoners van de K-buurt hebben. Voor Stadsdeel Zuidoost worden horecagebied profielen opgesteld, waarbij dit onderdeel uitgangspunt zal zijn. 3. Welke partij(en) dienen met -2- aan de slag te gaan? Ontwikkelaars, Stadsdeel, De buurt organisatie.

10

Waarom wij veel buiten leven

De K-buurt heeft de ambitie om een stedelijke rol te spelen, met focus op bedrijfsactiviteit, community wealth building en sociaal kapitaal. De buurt heeft zelf het initiatief genomen om de locatiekeuze voor een OBA Next in K-midden te laten landen. Die keus heeft tot aanpassing van de Omgevingsvisie 2050 geleid, waarin de K-buurt wordt erkend als een ontwikkelkern met bovenlokale uitstraling. De komst van OBA Next biedt niet alleen een nieuwe stedelijke faciliteit, maar kan ook fungeren als vliegwiel voor wijkontwikkeling, zonder de buurtvoorzieningen te verzwakken maar juist te versterken. Het ontwikkelen van OBA Next in K-midden is een belangrijk element in het "Ongelijk investeren voor gelijke kansen”. Het is cruciaal dat OBA Next het sociaal weefsel van de buurt versterkt door ruimte te geven aan lokale initiatieven. OBA Next draagt bij aan werkgelegenheid, economische activiteit en aantrekkingskracht voor andere partijen, maar het is belangrijk dat de eigen buurtfaciliteiten behouden blijven om de gemeenschap te versterken en het DNA van de buurt te behouden. De partijen in de buurt die het initiatief hebben genomen om OBA Next naar Kraaiennest te krijgen in het kader van het bredere ontwikkelplan zullen aan tafel zitten bij de ontwikkeling van OBA Next en het inpassen van OBA Next in de buurtontwikkelplannen.

1. Wat is geborgd? De komst van OBA Next 2. Wat is nog niet geborgd, maar blijft doel Het aanbieden van zowel op en door de buurt opgezette programma’s in OBA Next, plus het aanbieden van stedelijke programma’s die de ‘trek’ vanuit de stad naar K-midden kunnen faciliteren 3. Welke partij(en) dienen met -2- aan de slag te gaan? OBA Next en buurt(organisatie(s))

SP K-midden Bijlagenboek

OBA Next: vliegwiel voor wijkontwikkeling

Het is van groot belang dat de komst van OBA Next de huidige buurtfaciliteiten niet afschaalt, maar deze buurtfuncties versterkt om het DNA van de buurt te behouden. OBA Next heeft immers gekozen voor de K-buurt vanwege het specifieke buurt-DNA. OBA Next brengt Zuidoost naar de stad en de stad en de wereld naar Zuidoost, De buurt en Zuidoost heeft zelf voldoende eigen faciliteiten nodig, op voldoende afstand van de stedelijke faciliteit, om de eigen community te verbinden en het sociaal weefsel sterk te houden. Zodat de mensen elkaar kennen en op elkaar letten en de buurt nog steeds hun ‘’thuis’’ is.

11

Sociaal Kavel Paspoort Een belangrijk instrument voor het behalen van (sociale) doelen is het Sociaal Kavelpaspoort (SKP). Net zoals een traditioneel kavelpaspoort fysieke randvoorwaarden stelt, legt het Sociaal Kavelpaspoort sociale randvoorwaarden vast. Hieronder worden de sociale uitgangspunten beschreven. Per uitgangspunt is opgeschreven wat de wens is. Een zeer groot deel van de uitvoering van deze wensen ligt in handen van de WOC. 1 op de 100 woningen een collectieve ruimte Doel is, om op elk te bebouwen kavel het ontmoeten en de sociale cohesie te stimuleren, te faciliteren en te bevorderen. Hiertoe wordt gesteld dat bij alle (woning)bouwprojecten de ambitie is om collectieve ruimte te realiseren; de collectieve ruimte beperkt zich niet tot louter sociale woningbouw. In het bestek zal daartoe de fysieke vormgeving van de collectieve ruimte worden opgenomen. Wens is om een aantal woningen ter beschikking te stellen als woningen ‘’in residence’’; woningen voor programma’s die de gemeenschap versterken. Dat kan met OBA Next, de Kunstenaars van Kruitberg of met de sportfaciliteiten die K-buurt gaat bieden zijn. Er hoeft niet exact een woning te worden vrijgemaakt, maar er dient wel ruimte te zijn voor gezamenlijkheid. Dit kan per kavel op verschillende manieren worden ingevuld.

Extra voorrang voor veiligheid-, school en zorgmedewerkers en talent De gemeente stelt elk jaar 300 huurwoningen van woningcorporaties beschikbaar voor onderwijzend personeel, werknemers in de zorg (ook jeugdzorg) en politiemedewerkers die werkzaam zijn in de Uitvoering. Wens is om deze voorrangsregeling uit te breiden naar veiligheidsmedewerkers, en naar ‘talenten’. De buurt heeft behoefte dat talenten, die eerder vertrokken naar buiten de K-buurt of Zuidoost, kunnen terugkeren. Hun terugkeer kan de rolmodelfunctie van hen versterken en de jongerentalentontwikkelbuurt helpen versterken. De WOC is de partij om deze wens nader te onderzoeken op haalbaarheid. 12

Geen flex-wooncontracten voor starterswoningen De huidige wetgeving staat toe dat jongerenwoningen worden verhuurd met een tijdelijk contract van vijf jaar. Hart voor de K-buurt wil dit niet: niemand wil dat jongeren na vijf jaar verplicht moeten verhuizen. Dat belemmert hun binding met de buurt. Sinds 1 juli 2024 zijn flexcontracten grotendeels afgeschaft, maar voor jongeren tussen de 18 en 28 jaar blijft het vijfjaarscontract voor jongerenwoningenog toegestaan. Verlenging is mogelijk met twee jaar, maar niet verplicht. Voor de nieuw te bouwen jongerenwoningen in K-midden is de wens om géén gebruik te maken van deze tijdelijke contracten. In het Sociaal Kavelpaspoort wordt daarom opgenomen dat vaste contracten de norm zijn. Samen met de woningcorporatie wordt onderzocht hoe doorstroming kan worden geregeld, zonder jongeren te dwingen hun woning na vijf jaar te verlaten. De starterswoningen zo bouwen dat ze op enig moment ook om te schakelen zijn voor vluchtelingen of senioren Deze wens heeft weinig tot geen effect op de fysieke verschijningsvorm van de woningen (in een starterswoning kan ook een vluchteling cq. senior wonen) maar heeft vooral betrekking op de manier van toewijzing. Verbreding naar ‘gezinnen’ biedt ruimte om aan deze wens invulling te geven.

Carrièremogelijkheden voor jongeren In het kader van Social Return jongeren Zuidoost carrièremogelijkheden bieden in de bouw met deze bouwopdrachten, aanhakend op programma’s van bijvoorbeeld Zuidoostcity en Zuidoostwerkt. De wens is om de buurtzelforganisatie (WOC), een centrale participatieve rol te laten vervullen in het vormgeven en uitvoeren van dit programma, Aan opdrachtgevers en aannemers van bouwprojecten worden de pluspunten voor deelname aan het Social Return Programma van de K-buurt toegelicht.

Houtbouw een pré In de Green Deal Convenant Houtbouw die op MRA-niveau met bouwende en ontwikkelende partijen is afgesproken dat vanaf 2025 20% van de woningproductie van hout en andere biobased materialen zal zijn. Het valt te verwachten, dat het bouwen in hout zich verder door zal zetten. Niettemin zal deze wens hier genoemd worden. Integraal gelijkwaardige toegankelijkheid volgens NEN 9120 Voor de toegankelijkheid van buitenruimte, gebouwen en woningen is november 2001 het normblad NEN 9120 ontwikkeld. Het Bouwbesluit verwijst helaas niet naar de NEN 9120. Deze normering wordt pas van kracht op een bouwwerk wanneer betrokken partijen zelf de norm van toepassing verklaren. Wens: het ontwikkelen van een integraal gelijkwaardig toegankelijke buurt. Deze norm wordt daarom van kracht verklaard voor de openbare ruimte en gebouwen te ontwikkelen in het K-midden gebied. Bij elke kavelontwikkeling zal het PGZO (Platform Gehandicapten Zuidoost) worden ingehuurd als expert voor de toetsing op en begeleiding van de

toegakelijkheid. Dit zal in alle sociale kavelpaspoorten voor K-midden worden opgenomen. Beeldkwaliteitsplannen e.a. met bewoners uitwerken De wens is om de beeldkwaliteit verder met de buurt uit te werken. In dit SP is het beeldkwaliteitsplan omschreven. Er worden een tweetal kavels gereserveerd voor Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) De wens is om de nodige maatregelen te nemen om lokale gemeenschappen meer dan nu kans te laten maken om in aanmerking te komen voor het bouwen van deze woningen. Voorlichting en begeleiding in het voortraject, en bij de uitvraag opnemen van een extra selectiecriterium als buurtbinding, moeten dit mogelijk maken. 10% van alle woonsegmenten geschikt voor rolstoelgebonden gebruikers De wens is, om buiten de wettelijke verplichtingen en stedelijke taakstelling voor het bouwen van rolstoelgeschikte woningen ‘een schepje erbovenop’ te doen. Niet door iedere woning 100% rolstoelgeschikt te maken (vanuit kostenoverwegingen onhaalbaar) maar door wel meer aandacht te schenken aan een logische ruimtelijke indeling van de woningen. Daartoe zal bij elke kavelontwikkeling het PGZO (Platform Gehandicapten Zuidoost) worden ingehuurd als expert voor de toetsing op en begeleiding van de toegankelijkheid.

Medezeggenschap bewoners bij beoordeling tender Bewoners krijgen zeggenschap bij het beoordelen van inzendingen via een tender c.q. prijsvraag. Dat kan, afhankelijk van de gekozen type tender, in de vorm van puntentelling/beoordeling op percentages, waarbij bijvoorbeeld de mate van aansluiting bij het DNA van K-midden kan worden beoordeeld door de buurt. Participatie, co-creatie en initiatie vanuit de buurt Dit plan is voor een groot deel tot stand gekomen op en door initiatief vanuit de buurt. In de Sociale Kavel Paspoorten zal worden opgenomen dat ontwikkelingen tot stand komen in co-creatie met de buurt, een grote rol is voor initiatief uit de buurt, dat participatie niet [alleen] burgerparticipatie betreft, maar ook overheidsparticipatie daarin wordt opgenomen. Dat eventuele participatie door de buurt zelf ter hand zal worden genomen volgens het model van Inclusieve opbouw participatie. Dit is in lijn met het doel van Masterplan Zuidoost om community driven te gaan werken.

SP K-midden Bijlagenboek

Bouw je buurt Een aantal van de woningen in te zetten in een programma ‘’bouw je eigen woning/buurt’’ om jongeren die kiezen voor een carrière in de bouw daarmee van een eigen woning te voorzien en zo jongeren te bewegen te kiezen voor een carrière in de bouw. Ook deze wens zal in het programma van de WOC toegevoegd kunnen worden.

Elk participatieplan zal, naast de reeds genoemde punten zoals rol van de buurtzelforganisatie in het organiseren van de participatie, worden opgenomen • Er wordt voortgebouwd op wat eerder werd opgehaald. Daar zal ook naar verwezen worden zodat wie heeft geparticipeerd en inbreng deed dit terug ziet. Dit ter verhoging van de participatiebereidheid • Er worden geen parallelle sociale infrastructuren gebouwd in de buurt voor de participaties, de bestaande sociale infrastructuur wordt gebruikt en daarmee juist versterkt 13

Werkmethodiek: Transparantie, samenwerking via coöperatief ipv collaboratief werken Gebruik van de Wijk transitie Hub voor het uitdragen van ontwikkelingen De Wijk Transitie Hub K-buurt is gebouwd als centrale plek voor bewoners om alle ontwikkelingen van de K-buurt te kunnen zien en aan bij te dragen. Elke ontwikkelaar die in de wijk aan de slag gaat, wordt uitgenodigd om actief bij te dragen aan transparantie en betrokkenheid. Via de Wijk Transitie Hub K-buurt wordt relevante informatie tijdig, volledig en helder gedeeld met bewoners — van plannen tot kansen om mee te denken en mee te doen. Om dit goed te organiseren, wordt per ontwikkelende partij in overleg – eventueel met ondersteuning van het Masterplan Zuidoost – een passende samenwerkingsafspraak gemaakt. Gebruik van de Wijk Transitie Hub K-buurt als werkplek De beste manier om echt verbonden te zijn met de wijk, is door er middenin te werken. Ontwikkelaars worden daarom van harte aangemoedigd om volop gebruik te maken van de mogelijkheden die de Wijk Transitie Hub biedt – bijvoorbeeld voor overleg, ontmoetingen en het betrekken van sleutelfiguren uit de buurt. In overleg met het Masterplan Zuidoost wordt hiervoor per partij een passende samenwerkingsafspraak getroffen.

14

Bijdragen aan de ontwikkeling van de Digitale Twin Het is de wens van de jongeren om via 3D modeling met augmented reality aan ontwikkeling en deelnamen door jongeren bij te dragen. Daarmee zal dit K-midden traject bij dragen aan innovatie in participatie. Voor elk deel van de K-midden ontwikkeling wordt naast de on en offline deelname van bewoners ook een 3D augmented reality model gemaakt. Elk van de ontwikkelaars draagt voor hun kavel dat deel van de opdracht/ontwikkeling. Alle opdrachten samen maken een Digitale Twin die ook na de ontwikkeling beschikbaar blijft voor het beheer van de buurt. Onderstaande uitgangspunten geven de werkwijze van samenwerken weer. Deze dienen voor de vervolgwerkzaamheden eveneens als uitgangspunt: • ABCD: Asset Based Community Development: uitgaan van wat de buurt biedt aan kansen, talenten, relaties, mensen en daarop en daaraan bouwen; • Co-creatie: Niet 'bewoners mogen meedenken' maar gelijkwaardige rol, ook om het initiatief te mogen nemen (community driven) en daarin ondersteund te worden; • Inculsieve opbouw participatie: in plaats van 'betrekken': breed luisteren, diep luisteren, zelf-organiserend vermogen verhogen, transparantie

SP K-midden Bijlagenboek

Standaard participatie vs. inclusieve opbouw participatie

Gangbare wijkaanpak vs. Asset Based Community Development

15

Voorstel herinrichting verkeersstromen

16

Effecten van het plan Mobiliteit

De herontwikkeling van K-midden leidt tot extra verkeer op de omliggende bestaande wegen. Er is verkeersonderzoek nodig om te zien of de toename van verkeer opgevangen kan worden op het bestaande wegennet en of de huidige kruispunten in de directe omgeving het extra verkeer kunnen afwikkelen. Door V&OR van de gemeente is een verkeersonderzoek uitgevoerd (rapportnummer O230081, d.d. februari 2023, zie bijlage). Uit het rapport blijkt dat het plan bijna 1.100 extra (gemotoriseerde) verkeersbewegingen op etmaalbasis veroorzaakt, tot een totaal van circa 3.340 verkeersbewegingen per etmaal. De toename vindt voornamelijk plaats van/naar de A9 en Gooiseweg. Een kleiner deel zal kiezen voor de Groesbeekdreef. De toename op de Karspeldreef is enkele honderden voertuigen per etmaal (bijna 1.000). Gezien de absolute intensiteiten van circa 10.000 15 000 motorvoertuigen per etmaal is het een percentuele toename van circa 8 10% op de Karspeldreef. De toename op de Kromwijkdreef is circa 400 op 9 500 voertuigen per etmaal. Dat is circa 4%. Door de toename aan verkeer is het nodig om na te gaan of de huidige kruispunten het toekomstige verkeer, inclusief het extra verkeer als gevolg van K-Midden, kunnen afwikkelen.

Door R&D van de gemeente is onderzoek gedaan naar de doorstroming van het verkeer in 2040 op het traject gelegen tussen het kruispunt Karspeldreef – Groesbeekdreef en Karspeldreef - Kromwijkdreef. Daarbij is rekening gehouden met verbeteringsvoorstellen voor deze weg.

In het algemeen kan worden gesteld dat het voorgestelde ontwerp niet zorgt voor een vastlopend verkeersnetwerk. Het voorstel om de verkeerscirculatie (eenrichtingsverkeer) in te voeren op de ventweg aan de noordzijde van de Karspeldreef heeft positieve effecten voor de doorstroming voor verkeer komend vanaf de Karspeldreef in de richting van de Kikkensteinstraat. Anderzijds zorgt de toename van het verkeersaanbod en het samenkomen van de verkeersstromen op het kruispunt Karspeldreef – Kikkensteinstraat / Krombekstraat voor een druk ongeregeld kruispunt. De zijrichtingen hebben op dit punt zowel in de ochtend- als de avondspits op momenten moeite om de Karspeldreef op te rijden. Ook heeft het geregelde kruispunt Karspeldreef – Groesbeekdreef met de toename van het verkeersaanbod weinig tot geen restruimte meer om onvoorziene hogere belastingen te kunnen verwerken.

SP K-midden

2.1

2

Verkeer Er gaat veel autoverkeer over de Karspeldreef. Vooral tussen de Gooiseweg en de Kromwijkdreef; beide ontsluitingen van de Bijlmermeer op autosnelweg A9. Ondanks dat de verkeerslichtinstallaties op de kruisingen de capaciteit van de Karspeldreef reguleren ervaart de buurt met regelmaat opstoppingen. Deze zijn aan meerdere oorzaken toe te schrijven. Vooral de piekmomenten rondom de Kameleon en een slechte verkeersafwikkeling richting Gooiseweg zorgen ervoor dat verkeer soms vaststaat. 17

De buurt wenst hiervoor een oplossing en denkt aan rotondes of verkeerspleinen. Het is nog niet duidelijk of dit een oplossing biedt. Op rotondes hebben fietsers bijvoorbeeld voorrang waardoor autoverkeer moet wachten. Met een kruising met verkeerslichtinstallatie kan in ieder geval elke richting binnen een bepaalde tijd stromen. Daarnaast dragen rotondes in een binnenstedelijke omgeving niet bij aan ruimtelijke kwaliteit. Verkeersonderzoeken naar een goede oplossing lopen nog. In het ontwerp voor het SP wordt een aantal voorstellen gedaan ter verbetering van de verkeersstructuur: • De Krombekstraat wordt verlegd naar de andere zijde van de nieuwbouwkavel om zo, samen met de Kikkensteinstraat, een helder kruispunt te maken. Het voordeel is dat bewoners van Laag Kralenbeek linksaf richting Gooiseweg kunnen; • De ventweg voor de Kameleon wordt éénrichting vanuit de Kikkensteinstraat. Dat is nodig om hier ook de fietser de ruimte te geven. Daarnaast zorgt éénrichting voor duidelijkheid in de verkeersstroom; • De Kikkensteinstraat krijgt een andere inrichting, waardoor uitgaand verkeer vanuit de garage altijd rechtsaf moet slaan, om zo de doorstroming van de Kikkensteinstraat te bevorderen; • De Kruitbergstraat gaat niet meer voor de Kameleon langs. Zo wordt het plein vergroot tot de Kameleon en ontstaat er een aanééngesloten voetgangersgebied.

Herinrichting van de Kruitberghof is hiervoor voorwaardelijk en wordt momenteel onderzocht.

18

Parkeren Voor de Karspeldreef wordt een nieuw profiel ontworpen. Daarbij verdwijnen er zoveel mogelijk ventwegen om zo een aangenamere straat te maken waarbij de fietser en voetganger meer ruimte krijgt en waarbij de oversteekbaarheid voor voetgangers beter wordt. Dit leidt tot veel aanpassingen voor automobilisten. Langs de Karspeldreef kan parallel worden geparkeerd. Tussen de vier K-torens en de nieuwe bouwblokken komen parkeerhoven. Er wordt parkeren geïntroduceerd aan de zuidkant van het Kelbergenpad. Daarmee lossen we het parkeren zoveel mogelijk op in de directe nabijheid van de nieuwe kavels.

Buurt- en wijkhub In Amsterdam zijn we op zoek naar slimme oplossingen voor verkeer en vervoer. Daarom worden in veel buurten Buurthubs ontwikkeld. Deelvervoer in de vorm van auto's, fietsen, bakfietsen en scooters kunnen bij een Buurthub gehuurd worden. Allemaal schoon en elektrisch. Binnen dit plangebied zijn er voornemens om een buurthub te plaatsen nabij de ingang van metrostation Kraaiennest. In de buurthub zullen fietsen, bakfietsen en scooters gestald worden.

SP K-midden Bijlagenboek

Rapportage doorstromingsanalyse Karspeldreef Midden Boven: Ochtendspits Onder: ook ochtendspits

19

Bestaande situatie parkeren

20

Parkeerbalans

21

SP K-midden Bijlagenboek

Verkennend onderzoek locatie buurthub

22

Klimaat

Groen & ecologie De bewoners van de K-buurt zijn ontzettend begaan met het groen in hun buurt. Er is een moestuin, en zo mogelijk wordt deze uitgebreid met een voedselbos. In de Kreekzone wordt ingezet op een sterke ecologische groen- en waterverbinding. Door een goed ecosysteem op te bouwen met voldoende diversiteit wordt de ecologische waarde in de buurt verankerd. Door bestaande groengebieden met elkaar te verbinden draagt dit stuk veel bij op het schaalniveau van de wijk. Zo worden de groengebieden rondom verbonden via het Avonturenpark en via K-midden verlengd met het Bijlmermuseum die weer in contact staat met de Bijlmerweide. In het ontwerp worden ecopassages opgenomen die zorgen voor een betere bereikbaarheid voor allerlei beesten die in de natuurgebieden rondom de stad leven. Door klimaatverandering worden de zomers steeds warmer en wordt de behoefte aan schaduw groter. Om ervoor te zorgen dat de openbare ruimte ook midden in de zomer toegankelijk is, zijn schaduwrijke recreatiegebieden en schaduwpassages nodig. Binnen

dit project worden een aantal bestaande boomstructuren versterkt op plekken waar veel voetganger en fietsers passeren. Door meer bomen toe te voegen wordt het klimaat op straat aangenamer en blijven belangrijke functies in de wijk voor iedereen toegankelijker. Een deel binnen dit project behoort tot het groen van het Bijlmermuseum. Hier worden bestaande ecosysteem verrijkt en verbeterd. Door het toevoegen van diverse beplanting maar vooral door toevoegen van bomen worden schaduwrijke recreatie en speelplekken toegevoegd.

Groennormen Volgens de Amsterdamse referentienormen dient iets meer dan 7.500m2 ecologisch groen en 20.00m2 gebruiksgroen gerealiseerd te worden. In de quickscan wordt aangetoont dat deze wordt behaald.

SP K-midden Bijlagenboek

2.2

23

Kansen voor versterken en verbinden van groen

24

Bomen

SP K-midden Bijlagenboek

Naar aanleiding van de bomen effect analyse (BEA) wordt bepaald hoeveel bomen gerooid worden en welke bomen mogelijk verplant worden. Met de waardebepaling van de te kappen bomen wordt het aantal te compenseren bomen bepaald. Dit aantal is op dit moment nog niet bekend. In dit plan wordt voorgesorteerd op de herplant van bomen. Deze worden met zoekgebieden aangegeven. Er zijn veel mogelijkheden. In dit plan is beoogd om veel bomen bij te planten. Een deel daarvan kan worden ingezet ter compensatie. Verderop in het proces wordt op een hoger detailniveau uitgewerkt hoeveel en welke bomen waar geplant gaan worden ten gunste van de compensatie.

Ingang

Ingang toekomst Ingang garage

Ingang

Zoekgebieden voor te compenseren bomen

25

Norm

Toegevoegd

Groen OR

20.000m2

20.230m2

Ecosysteem groen

7.500m2

11.670m2

Totaal

27.500m2

31.900m2

18050m2

3620m2

Ingang

Ingang toekomst

3200m2

Ingang garage

Ingang

2180m2

Quickscan referentienorm ecologisch groen en gebruiksgroen

26

4850m2

SP K-midden Bijlagenboek

Quickscan groennormering bestaand en toe te voegen ecologisch en recreatief groen in de buurt.

27

Behoud platanen Karspeldreef Technische oplossing

17 m

Bebouwing Kavel 4 5 verdiepingen

4m

Active plint

15 m

5

3.1

Middenberm

Karspeldreef

2,3

2,3

Schaal 1:100 Datum 15 mei 2024

28

2,5

Parkeren Groenvak + Bomenzand / extra beluchting Groeiplaats verbetering met UrbanSand

0.8

3

6

Fietspad

Voetpad

2.2

Stimulering Groeiplaats verbetering wortelgroei met UrbanSand met wortelsleuf

Om in drogere tijden water beter vast te houden voegen we oppervlaktewater toe door middel van een nieuwe watergang. Deze watergang in het oostelijk deel van K-midden wordt zo ingericht, dat het een groot deel van het regenwater kan bergen. De oevers worden groen ingericht om ecologische routes te versterken. Op een aantal locaties wordt bestaand groen versterkt of nieuw kwalitatief groen toegevoegd om de openbare ruimte beter bestand te maken tegen grote regenbuien. Bijvoorbeeld door meer beplanting met bladgroen toe te voegen die water op kunnen nemen en op een later moment laten verdampen. Deze plekken worden waterbergend met langzame infiltratie en dragen bij een het vergroten van de ecologische waarde van de openbare ruimte.

Door het verrijken van de ecosystemen wordt ook de grond gezonder. Meer en diversere beplanting en bomen zorgen voor een dikker wortelpakket. Door het vallen van bladeren wordt met de tijd een dikkere voedingslaag gecreëerd. Dit gezondere grondpakket heeft de eigenschap om meer water te bergen en dit langer vast te houden. De waterbergende groenstukken met langzame infiltratie gaan bijdragen aan vochtigere omgeving. Met deze maatregelen wordt alvast voorgesorteerd op de uitkomsten van lopende onderzoeken.

Rainproof In het ontwerp openbare ruimte is in aanloop van het hydrologischen grondwateronderzoek alvast voorgesorteerd op waterbergende functies. Vanuit het ontwerpprincipe ‘groen, tenzij’ ontstaan er naast verharding veel groenstroken. Deze worden op dusdanige manier vormgegeven dat ze waterbergend vermogen hebben met langzame infiltratie. Op een aantal locaties wordt een nieuw ecosysteem aangelegd. Bestaande groenzones worden op ecologisch gebied verrijkt en verbeterd. Hiermee wordt bijgedragen aan een rainproof inrichting. Door veel meer bladgroen toe te voegen vindt veel meer opname van water plaats en verdamping via de planten. De meest ingrijpende ingreep is het toevoegen van oppervlaktewater. De beoogde watergang in het oostelijk deel wordt zo ingericht dat dit een groot deel van het regenwater kan opvangen

SP K-midden Bijlagenboek

Water en droogte

Hemelwater knelpuntenkaart uit de Quickscan klimaatadeptief

29

Waterparagraaf Bij nieuwbouw of bij verharding van de openbare ruimte blijft minder grondoppervlak over voor het opnemen van regenwater. 10% van de extra verhardingsoppervlakte zal als extra oppervlaktewater moeten worden aangelegd in hetzelfde waterpeilgebied, overeenkomstig de Keur van het Waterschap (AGV).

Kansen voor een nieuwe waterverbinding

30

Hittestress

Waar veel voetgangers, fietsers en scootmobielers passeren worden bestaande bomenstructuren versterkt en waar nodig toegevoegd, om de openbare ruimte aantrekkelijker te maken. Bestaande ecosystemen worden verrijkt en versterkt en verbonden met de omgeving, waaronder het Bijlmermuseum. Zo worden schaduwrijke recreatie en speelplekken toegevoegd aan de wijk.

SP K-midden Bijlagenboek

Door klimaatverandering worden de zomers steeds warmer en wordt de behoefte aan schaduw groter. Om ook midden in de zomer ervoor te zorgen dat de openbare ruimte toegankelijk is, zijn schaduwrijke recreatiegebieden en schaduwpassages nodig. Door meer bomen en groen toe te voegen wordt het klimaat op straat aangenamer en blijven belangrijke functies in de wijk voor iedereen toegankelijker.

Hittestress knelpuntenkaart uit de Quickscan klimaatadeptief

Bomen geven schaduw. Beeld uit De Morgen

31

2.3

Bodem

Bij herontwikkeling dient de bodem geschikt te zijn voor het beoogde gebruik. Voor de herontwikkeling van K-Midden zijn voor diverse locaties bodemonderzoeken uitgevoerd. Uit deze al uitgevoerde onderzoeken blijkt dat er geen sprake is van relevante verontreiniging van de bodem.

2.4

Milieu (geluid en trilling)

Voor nieuwe geluidsgevoelige functies als wonen geldt dat akoestisch onderzoek verplicht is indien de gevel van een woning is gelegen binnen een geluidsaandachtsgebied van een stedelijke weg/snelweg, spoorlijn en/of industrieterrein (zie ook paragraaf 8.3). Voor K-midden zal akoestisch onderzoek op bouwplanniveau worden uitgevoerd om na te gaan wat de geluidsbelastingen op de gevels van een bouwplan zijn. Ook zal er moeten worden nagegaan of alle woningen in een bouwplan kunnen worden voorzien van een geluidsluwe zijde (stille zijde). Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek zijn maatregelen nodig om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen. De nieuwe geluidsgevoelige functies in de blokken kunnen ook geluidseffecten ondervinden van horeca, moskee Taibah, de Lighthouse Chapel en/of de nieuwe kerk. Deze geluidseffecten zullen in het akoestisch onderzoek van een bouwplan worden meegenomen indien een bouwplan in de nabijheid van deze bestaande functies is gelegen. Voor nieuwe woningen nabij de metrobaan verdient het aanbeveling om in het kader van de betreffende bouwplannen na te gaan of er trillinghinder kan gaan optreden en welke maatregelen er eventueel kunnen worden getroffen om trillinghinder te voorkomen.

32

2.5

Groen & ecologie

In het oostelijk deelgebied wordt in dit project ingezet op een sterke ecologische groen- en waterverbinding. Door een goed ecosysteem op te bouwen met voldoende diversiteit wordt de ecologische waarde in de buurt verankerd. Door bestaande groengebieden met elkaar te verbinden draagt dit stuk veel bij op het schaalniveau van de wijk. Zo worden de groengebieden rondom verbonden via het Avonturenpark en via K-midden verlengd met het Bijlmermuseum die weer in contact staat met de Bijlmerweide. In het ontwerp worden ecopassages opgenomen die zorgen voor een betere bereikbaarheid voor allerlei beesten die in de natuurgebieden rondom de stad leven. Los van het voorgaande kan de herontwikkeling van K-midden gevolgen hebben voor beschermde plant- en diersoorten. Hiervoor dient in ieder geval een ecologische quick scan te worden verricht. Daarnaast is ook onderzoek naar stikstofdepositie nodig om te kijken wat de effecten zijn op Natura 2000-gebieden rondom Amsterdam.

Beschermde plant- en diersoorten (ecologie) Door Idverde Advies is in 2023 een quick scan natuur uitgevoerd (projectnummer 725230035, d.d. 21 maart 2023, zie bijlage). Uit de quick scan blijkt dat de voorgenomen ingrepen mogelijk verstorend kunnen zijn voor vleermuizen, algemene broedvogels en algemeen vrijgestelde soorten (zoals egel, bruine kikker, etc.). Voor algemene broedvogels en algemeen vrijgestelde soorten is het voldoende indien wordt gewerkt volgens de Gedragscode soortenbescherming gemeenten (Stadswerk 2021), de Amsterdamse gedragscode flora & fauna (gemeente Amsterdam, 2022) en indien er voorzorgsmaatregelen en mitigerende maatregelen worden getroffen, zoals werken buiten het broedseizoen (15 maart-31 augustus) en het opstellen van een ecologisch werkprotocol. Afhankelijk van de omvang van de betreffende werkzaamheden en de effecten daarvan op groenstructuren is voor vleermuizen aanvullend onderzoek nodig.

Door de zeer beperkte aantallen waarmee vleermuizen zijn waargenomen en de aanwezigheid van geschikte foerageergebieden in de directe omgeving kan worden aangenomen dat het plangebied geen functie heeft als essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Van overtreding van de verbodsbepalingen is Afbeelding: foerageergebieden van ruige- en gewone dwergvleermuizen binnen het daarom geen sprake. onderzoeksgebied (bron: windklimaatonderzoek) Wel dient er tijdens de aanleg- en realisatiefase rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van vleermuizen door het nemen van voorzorgsmaatregelen ter voorkoming van verstoring door licht en geluid. Daarnaast zal er bij de inrichting van

het gebied rekening mee moeten worden gehouden dat er in beginsel geen extra verlichting mag worden aangebracht op het bestaande parkje ten zuid(oost)en van het onderzoeksgebied. Wanneer verlichting hier toch noodzakelijk is, moet gebruikgemaakt worden van vleermuisvriendelijke verlichting (zonder wit, blauw en UV licht, maar juist met een amberkleur). Voor overige straatlantaarns in het onderzoeksgebied is de wens om de felheid van de verlichting zo laag mogelijk af te stellen waardoor vleermuizen er minder last van hebben, maar mensen nog wel kunnen zien (de zogenoemde human/ bat response ratio die lager moet zijn dan 45). Ook is wenselijk om verlichting te gebruiken zonder wit, blauw en UV licht, maar juist met een amberkleur.

Natura 2000-gebieden (stikstofdepositie) K-midden bevindt zich op circa 4 km van het Natura 2000-gebied ‘Markermeer & IJmeer’, op circa 6,5 kilometer van het Natura 2000-gebied en het Natura 2000-gebied ‘Oostelijke Vechtplassen en op circa 7,5 km van het Natura 2000-gebied ‘Naardermeer’. Het Natura 2000-gebied ‘Markermeer & IJmeer’ is niet stikstofgevoelig maar de andere Natura 2000-gebieden zijn dat wel. De aanlegfase en/of de gebruiksfase kunnen mogelijk wel tot stikstofdepositie leiden. Door MBH Consult b.v. is onderzocht of de herontwikkeling van K-Midden leidt tot stikstofdepositie in een Natura 2000-gebied (d.d. 6 maart 2024, zie bijlage). Uit de berekeningen blijkt dat zowel tijdens de aanlegfase als in de gebruiksfase sprake is van projecteffect dat op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/j bedraagt. Er treden geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebied waardoor er geen belemmeringen zijn voor de herontwikkeling.

SP K-midden Bijlagenboek

Volledigheidshalve is door Idverde Advies aanvullend onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd (kenmerk Al 116, d.d. 5 oktober 2023, zie bijlage). Daaruit blijkt dat binnen het onderzoeksgebied foeragerende en langsvliegende gewone dwergvleermuizen voorkomen. Ook zijn verschillende malen ruige dwergvleermuis waargenomen en is de laatvlieger eenmalig waargenomen als overvliegende soort. Er zijn in het onderzoeksgebied geen essentiële vliegroutes aanwezig. Negatieve effecten op vliegroutes voor vleermuizen door de werkzaamheden kunnen daarom worden uitgesloten.Het onderzoeksgebied wordt gelet op de onderzoeksresultaten deels gebruikt als foerageergebied (zie geel omcirkelde locaties in de navolgende afbeelding).

Na de uitvoering van het onderzoek is door het Rijk een nieuwe versie van de Aerius-calculator uitgebracht. De verwachting is dat toepassing van deze versie van de Aerius-calculator niet tot andere uitkomsten zal leiden. 33

2.6

Externe veiligheid

K-midden bevindt zich op ruime meter afstand van een route waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd (rijksweg A9 en de spoorlijn Amsterdam-Utrecht). Ook vindt er in of nabij K-midden geen opslag van gevaarlijke stoffen plaats en de dichtstbijzijnde buisleiding bevindt zich op meer dan 500 meter. Er hoeft daarom geen rekening te worden gehouden met externe veiligheid.

2.7

Geluid

Voor nieuwe geluidsgevoelige functies als wonen geldt dat akoestisch onderzoek verplicht is indien de gevel van de geluidsgevoelige functie is gelegen binnen een geluidaandachtsgebied van een stedelijke weg/snelweg, spoorlijn en/of industrieterrein. De nieuwe woningen in de beoogde nieuwbouw zijn niet gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van een spoorlijn of industrieterrein. De geluidsgevoelige functies zullen echter wel zijn gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van de Karspeldreef. Afhankelijk van de positie van het nieuwe bouwblok is mogelijk ook sprake van ligging binnen het geluidsaandachtsgebied van de (deels ondertunnelde) rijksweg A9, de stedelijke wegen Gooiseweg, Groesbeekdreef, Kromwijkdreef en ’s-Gravendijkdreef en de metrolijn van/naar Gaasperplas. Door middel van akoestisch onderzoek dient te worden nagegaan wat de geluidsbelastingen van deze verschillende bronnen op de nieuwe gevels zullen zijn. Dit kan er mogelijk toe leiden dat maatregelen nodig zijn om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen. De nieuwe geluidsgevoelige functies in de blokken kunnen ook geluidseffecten ondervinden van horeca, moskee Taibah, de Lighthouse Chapel en/of de nieuwe kerk

34

Luchtkwaliteit

Vanwege de beoogde toevoeging aan programma dient voor K-midden te worden nagegaan of de herontwikkeling leidt tot een relevante verslechtering van de luchtkwaliteit. Aan de hand van de verwachte toename aan gemotoriseerde verkeersbewegingen (bijna 1.100 per etmaal, zie hoofdstuk 10) is via de NIBM-tool nagegaan of de toename “niet-in-betekenende-mate” is. Indien een project op basis van de te verwachte verkeerstoename “niet-in-betekenende-mate” is dan is er geen nader onderzoek nodig. Uit toepassing van de NIBM-tool blijkt dat de bijdrage van bijna 1.100 extra gemotoriseerde verkeersbewegingen, inclusief een aandeel vrachtverkeer van 5%, lager is dan de grens van 1,2 µg/m³. De herontwikkeling van K-midden is daarmee “niet-in-betekenende-mate”. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet nodig.

richtlijn gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit 2024). Deze richtlijn houdt in dat er geen nieuwe gevoelige bestemmingen mogen worden gerealiseerd in de eerstelijnsbebouwing bij stedelijke wegen met meer dan 10.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal binnen een afstand van 25 meter van de rand van de weg. Het gaat hier om de grotere drukke wegen. Gelet op de Amsterdamse verkeersprognoses mag er geen gevoelige maatschappelijke bestemming komen in de eerstelijnsbebouwing langs de Karspeldreef (tussen Groesbeekdreef en Kromwijkdreef).

SP K-midden

2.8

In geval van gevoelige maatschappelijke bestemmingen, zoals scholen en kinderdagverblijven, moet daarnaast worden getoetst aan het Beleid gevoelige bestemmingen gemeente Amsterdam (Amsterdamse

35

Visiekaarten uit Groenvisie Bijlmermuseum ('21)

36

Archeologie en Cultuurhistorische waarde

Uitgangspunten voor de inrichting van de openbare ruimte Voor de inrichting van de openbare ruimte ten noorden van de Oliepalmstraat, in het Beschermd Gezicht, gelden de volgende uitgangspunten vanuit cultuurhistorie: • Beschouw het gebied van het Bijlmermuseum als stedenbouwkundige eenheid: hieraan ligt een ontwerp ten grondslag waarin de bebouwing en de aanleg van de openbare ruimte heel nauw met elkaar werden afgestemd. • Maak de randen van het Bijlmermuseum beter herkenbaar door (het planten van) grote boomgroepen of geschoren hagen ten westen van de Lontarpalmstraat en ten noorden van de Oliepalmstraat, zoals in de Groenvisie geadviseerd wordt. Het mag duidelijk zijn dat we een bijzondere omgeving betreden, een ‘bewoond park’. Indien mogelijk, verklein hetparkeerterrein ten oosten van de flat Kleiburg ten gunste van deze groene buitenrand. • Houd het groenontwerp zoveel mogelijk intact, inclusief heuvels en fiets- en voetpaden. • Maak liever geen nieuwe parkeerplaatsen langs de Oliepalmstraat; parkeren op maaiveld en/of langs de straat past niet in de stedenbouwkundige gedachtegoed van het Bijlmermuseum. • Gebruik de nieuwe sloot ten oosten van de flat Kleiburg als verbindend element tussen K-midden en het Bijlmermuseum.

Uitgangspunten voor de nieuwbouw ten zuiden van de Oliepalmstraat

• In de directe omgeving van het Bijlmermuseum adviseren wij om nieuwbouwmassa’s en/ofwoningtypologieën (Startersblok en Kreek West) zorgvuldig aan te sluiten aan de karakteristieke open verkaveling en uniforme bouwhoogtes van het Beschermd Gezicht. Indien meerdere bouwhoogtes worden toegevoegd, is het wenselijk de variatie daarin te beperken. • Let op de kenmerkende hiërarchie van bouwhoogten in het Bijlmermuseum - hoge woningbouw en veel lagere parkeergarages

en andere vrijstaande voorzieningen - voor het bouwen van het Cultureel Verzamel Gebouw op kavel A; we adviseren daarom en maximale bouwhoogte van 3-4 bouwlagen voor dit gebouw. • Besteed aandacht aan de architectonische samenhang (kleuren en/of materiaalkeuze) met de omliggende, oorspronkelijke jaren ’60-bebouwing van het Bijlmermuseum. Op basis van archeologisch bureauonderzoek (BO 16-001, Monumenten en Archeologie 2016) geldt voor K-midden een lage archeologische verwachting. Het plangebied is daarom uitgezonderd van archeologisch onderzoek bij alle bodemingrepen. Wel geldt volgens de Erfgoedwet een vondstmeldingsplicht. Als tijdens de werkzaamheden vondsten of structuren zichtbaar worden van archeologisch belang, dan dient dit gemeld te worden bij Monumenten en Archeologie om afspraken te maken over documentatie en berging.

2.10

Wateronderzoek en watercompensatie

SP K-midden Bijlagenboek

2.9

In het ontwerp openbare ruimte is in aanloop van het hydrologischen grondwateronderzoek alvast voorgesorteerd op waterbergende functies. Vanuit het ontwerp groen tenzij ontstaan er veel groenstroken naast verharding. Deze worden op dusdanige manier vormgegeven dat ze waterbergend vermogen hebben met langzame infiltratie. Op een aantal locaties in het gebied wordt een nieuw ecosysteem aangelegd en bestaande groenzones worden op ecologisch gebied verrijkt en verbeterd. Hiermee wordt ook bijgedragen aan een rainproof inrichting. Door veel meer bladgroen toe te voegen aan het gebied vindt er veel meer opname van water plaats en verdamping via de planten. De meest ingrijpende ingreep in het gebied is het toevoegen van oppervlaktewater. De beoogde watergang in het oostelijk deel wordt zo ingericht dat dit een groot deel van het regenwater kan opvangen. Indien er een kelder is voorzien dan dient door middel van geohydrologisch onderzoek te worden aangetoond dat deze kelder 37

17 december 2024 Er wordt gemeten op 130cm De omtrek van de stam is GROTER Dit is een BOOM! Indien deze hoogte t.o.v. het maaiveld dan 31cm of de diameter is gekapt wordt, moet deze ook Er wordt gemeten op 130cm De omtrek van de stam is GROTER GROTER Dit is dan10cm. een BOOM! Indien deze gecompenseerd worden. Boom: een houtachtig, opgaand gewas, zowel levend als afgestorven, met een omtrek van de stam van minimaal 31 centimeter (diameter 10cm) op hoogte t.o.v. het maaiveld dan 31cm of de diameter is gekapt wordt, moet deze ook 130 centimeter hoogte boven het maaiveld; in geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam. GROTER dan10cm. gecompenseerd worden. grondwaterneutraal kan worden gebouwd. Er is sprake van een kelder

B om e nve ro rde ni ng

indien de onderkant van de vloer dieper dan 0,5 meter onder peil is Er wordt gemeten op 130cm gelegen.

B om e n p la n

hoogte t.o.v. het maaiveld

2.11

Bomencompensatie

Naar aanleiding van de Bea wordt bepaald hoeveel bomen gerood worden en welke mogelijk verplant worden. Met de waarde bepaling van de te kappen bomen wordt het aantal te compenseren bomen bepaalt. Dit aantal is op dit moment nog niet bekend. In dit plan wordt voorgesoorteerd op de herplant van bomen. Deze worden met zoekgebieden aangegeven. Er zijn veel mogelijkheden. In dit plan is beoogd om veel bomen bij te planten en een deel daarvan kan worden ingezet ter compensatie. Verderop in het proces wordt op een hoger detail niveau uitgewerkt hoeveel en welke bomen waar geplant gaan worden ten gunste van de compensatie.

B om e n pl a n

De omtrek van de stam is GROTER dan 31cm of de diameter is GROTER dan10cm.

Dit is een BOOM! Indien deze gekapt wordt, moet deze ook gecompenseerd worden.

B o m e n p la n Er wordt gemeten op 130cm hoogte t.o.v. het maaiveld

De omtrek van de stam is KLEINER dan 31cm of de diameter is KLEINER dan10cm.

Dit is GEEN BOOM! Hiervoor geldt geen compensatie indien gekapt.

Er wordt gemeten op 130cm hoogte t.o.v. het maaiveld

De omtrek van de stam is GROTER dan 31cm of de diameter is GROTER dan10cm.

Dit is een BOOM! Indien deze gekapt wordt, moet deze ook gecompenseerd worden.

B om e npl an 0 Overzicht van te kappen, te behouden en nieuwe te planten bomen Bomenplan gehele projectgebied K-midden (concept)

Bomenplan gehele projectgebied K-midden (concept) 38

0

200m 0

200m

200

39

SP K-midden Bijlagenboek

2.12 Hoogbouw effect rapportage Ruimtelijk beleid Hoogbouw Visie Het projectgebied K-midden valt in het ruimtelijk welstandssysteem van ‘Woongebieden na 1985’ met als specifieke aanduiding Transformatiegebied. En het ligt op de grens met het systeem ‘PostAUP-wijken’ waar het Bijlmermuseum onder valt. Daarin worden de torens langs de Karspeldreef specifiek genoemd (terwijl deze dus onder het eerder genoemde systeem vallen): Soms zijn er een of meer hogere torens toegevoegd als stedenbouwkundig accent …. als een reeks in een apart bouwveld (Bijlmermeer, Karspeldreef). Voor Kmidden geldt regime 2 uit de Hoogbouwvisie: Soms, gebieden met hoogbouw op specifieke plekken. De al aanwezige hoogbouw bestaat uit reeksen of ensembles van schijven of torens en slechts zeer zelden als een solitair gebouw. Samengevat stelt het Hoogbouwbeleid dat: • Nieuwbouw, en dus ook hoogbouw, moet zich op een logische manier voegen in de stedenbouwkundige opbouw van deze gebieden. Daarmee wordt bedoeld dat hoogbouw gekoppeld moet worden aan ruimtelijke elementen die qua schaal passen bij de grotere schaal van hoogbouw. Dat zijn de lange doorgaande straten, de winkelcentra en -pleinen en de infrastructurele elementen zoals dijklichamen. • Het betekent ook dat hoogbouw ín de buurten niet mogelijk is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16101262/1