3 Bijlagen rapport Benchmark Begroting Amsterdam
Tekst van het document
Er zijn geen programma’s waar met relatief veel personeel weinig uitgegeven wordt, wat zou kunnen wijzen op een minder efficiënte uitvoering. Verschillen in personele lasten kunnen samenhangen met de hoeveelheid voorzieningen die de gemeente biedt, de beslissing om in- of uit te besteden of het meer of minder efficiënt uitvoeren van een taak. De keuzes die de gemeente hierin kan maken verschillen per taakgebied en vragen nadere analyse. Op de volgende pagina’s wordt nader ingezoomd op specifieke taakonderdelen van de centrale overhead.
Uitkomsten benchmark programma B: Bestuur en Organisatie
72
Relatief hogere uitgaven huisvesting in 2023 door groot aantal werkplekken verspreid over de stad hogere uitgaven 2023 deels verklaard door grotere omvang organisatie
referenties huisvesting
Amsterdam
gemiddeld
ref A
ref B
ref C
ref D
netto uitgaven per inwoner
70
53
40
49
58
64
waarvan personele lasten
8
9
2
4
10
19
waarvan kapitaallasten
20
21
22
33
22
7
waarvan goederen en diensten
31
20
15
3
21
39
waarvan overig
12
4
1
9
5
-0
waarvan huur
12
-3
-3
-5
-1
waarvan onderhoud
17
10
12
4
15
waarvan nutsvoorzieningen
6
5
3
8
4
aantal werkplekken per medewerker
0,77
0,69
0,84
0,47
0,90
0,56
aantal werkplekken per kantoorpand
130
289
300
124
69
661
oppervlakte per werkplek in m2
20
27
25
25
35
22
kengetallen om uitgaven te duiden
hogere uitgaven Amsterdam, vooral voor huur en onderhoud
Bij huisvesting zijn de uitgaven in belangrijke mate gerelateerd aan de omvang van de organisatie. Het restant van de hogere uitgaven wordt verklaard door het relatief grote aantal werkplekken dat bovendien is verspreid over veel panden in de stad. afnemende uitgaven in meerjarenbegroting Amsterdam
Voor de komende jaren begroot Amsterdam lagere uitgaven aan huisvesting (gemiddeld circa 9 euro per inwoner), terwijl de referenties gemiddeld hogere uitgaven begroten (circa 5 euro per inwoner). Hierdoor neemt het verschil met de referenties 14 euro per inwoner af. Van eerder begrote taakstellingen per 2024 is met de voorjaarsnota 2023 circa 6 euro per inwoner toegedeeld aan huisvesting. na bezuinigingen in meerjarenbegroting relatief lage uitgaven
Na realisatie van alle voorgenomen bezuinigingen op huisvesting (zowel begroot als de taakstelling uit de voorjaarsnota) komen de uitgaven aan huisvesting van Amsterdam lager uit dan het referentiegemiddelde, wanneer rekening wordt gehouden met de grotere omvang van de Amsterdamse organisatie.
De netto uitgaven voor huisvesting zijn in Amsterdam hoger dan in elk van de referenties. Dit verschil wordt vooral verklaard door hoger uitgaven aan goederen en diensten en dotaties aan onderhoudsvoorzieningen (overige uitgaven). In tegenstelling tot de referenties heeft Amsterdam per saldo uitgaven aan huur van panden en zijn de uitgaven aan onderhoud van panden duidelijk hoger dan het referentiegemiddelde. relatief veel, doch kleinere werkplekken verspreid over veel panden
In het onderste deel van de tabel is te zien dat Amsterdam relatief veel werkplekken per medewerker beschikbaar heeft, maar dat de oppervlakte per werkplek relatief klein is. Daarnaast zijn de werkplekken in Amsterdam verspreid over relatief veel kantoorpanden. Deze versnippering zal ook een kostenverhogend effect hebben bij andere onderdelen van de overhead, zoals facilitaire zaken en automatisering.
Uitkomsten benchmark programma B: Bestuur en Organisatie
73
Relatief hogere uitgaven facilitaire zaken door groot aantal werkplekken verspreid over de stad referenties facilitaire zaken
Amsterdam
gemiddeld
ref A
ref B
ref C
ref D
netto uitgaven per inwoner
55
37
26
26
32
65
waarvan personele lasten
32
15
6
10
12
32
waarvan goederen en diensten
22
20
19
16
18
29
waarvan overig
-0
1
0
0
2
4
waarvan schoonmaak
7
5
6
5
5
waarvan catering
5
3
3
2
Ook na deze ontwikkelingen in de meerjarenbegroting en rekening houdend met de grotere omvang van de organisatie, blijft er in Amsterdam sprake van relatief hoge uitgaven aan facilitaire zaken.
hogere uitgaven zijn voornamelijk personele lasten
De netto uitgaven aan facilitaire zaken zijn in Amsterdam substantieel hoger dan het referentiegemiddelde. Dit hangt vooral samen met hogere personele lasten. In het onderste deel van de tabel is te zien dat de hogere uitgaven voor een beperkt deel betrekking hebben op schoonmaak en catering. hogere uitgaven deels verklaard door grotere omvang organisatie
De hogere uitgaven in Amsterdam aan facilitaire zaken worden deels verklaard door de grotere omvang van de organisatie. Wanneer hiermee rekening wordt gehouden, liggen de uitgaven voor facilitaire zaken in Amsterdam nog steeds duidelijk boven het referentiegemiddelde. Als verklaring voor deze relatief hogere uitgaven wordt met name gewezen op de keuzes met betrekking tot de huisvesting (verspreid over veel panden en relatief veel werkplekken per medewerker). De uitgaven aan facilitaire zaken zijn hier een afgeleide van. na bezuinigingen in meerjarenbegroting nog steeds relatief hoge uitgaven
Voor de komende jaren begroot Amsterdam iets lagere uitgaven aan facilitaire zaken (gemiddeld circa 4 euro per inwoner), terwijl het uitgavenniveau in de referenties gemiddeld gelijk blijft. Van eerder begrote taakstellingen per 2024 is met de voorjaarsnota 2023 circa 1 euro per inwoner toegedeeld aan facilitaire zaken.
Uitkomsten benchmark programma B: Bestuur en Organisatie
74
Relatief hogere uitgaven financiën door grotere personele capaciteit referenties financiën
Amsterdam
gemiddeld
ref A
ref B
ref C
ref D
netto uitgaven per inwoner
64
50
31
46
60
64
waarvan personele lasten
54
47
29
43
58
60
waarvan goederen en diensten
9
2
3
3
-2
3
waarvan overig
-0
1
-1
0
4
0
kengetallen om uitgaven te duiden aantal fte per 100.000 inwoners totaal financiën personele lasten per fte financiën
54
48
33
42
56
60
99.627
91.389
80.575
92.430
93.011
99.538
hogere uitgaven, met name voor personeel
Op het onderdeel financiën is in Amsterdam sprake van relatief hoge uitgaven. Deze uitgaven hebben voornamelijk betrekking op personele lasten en deels op inkoop van goederen en diensten. omvang organisatie verklaart deel hogere uitgaven
De uitgaven bij financiën zijn deels gerelateerd aan de omvang van de organisatie (bijvoorbeeld bij de salarisadministratie en planning en control). Dit verklaart een deel van de hogere uitgaven aan financiën in Amsterdam. Het restant van het uitgavenverschil laat zich voornamelijk verklaren door de combinatie van relatief veel fte’s (rekening houdend met de grotere omvang van de organisatie) en hogere personele lasten per fte. na investeringen in kwaliteit blijven uitgaven komende jaren stabiel
Net als bij de referenties zijn de uitgaven in Amsterdam de laatste jaren gestegen. In Amsterdam hangt dit onder andere samen met investeringen in systemen voor financieel management, inkoop en verbetering van de financiële functie. In alle gemeenten worden de komende jaren vergelijkbare uitgavenniveaus begroot. Van eerdere taakstellingen per 2024 is met de voorjaarsnota 2023 circa 2 euro per inwoner toegedeeld aan Financiën.
Uitkomsten benchmark programma B: Bestuur en Organisatie
75
Relatief hogere uitgaven bestuursondersteuning door bestuurlijk stelsel Amsterdam bestuursondersteuning is in Amsterdam deels belegd bij stadsdelen
referenties bestuursondersteuning
Amsterdam
gemiddeld
ref A
ref B
ref C
ref D
netto uitgaven per inwoner
46
30
15
29
37
40
waarvan personele lasten
35
25
16
25
25
32
waarvan goederen en diensten
8
7
4
3
12
8
waarvan overig
3
-1
-5
-0
0
0
waarvan bestuursadvisering
24
15
5
15
13
27
36
26
27
25
25
98.812
100.820
85.961
99.834
116.667
20
15
14
11
19
89.129
106.633
86.585
118.205
115.109
kengetallen om uitgaven te duiden bestuursondersteuning aantal fte per 100.000 inwoners personele lasten per fte bestuursadvisering aantal fte per 100.000 inwoners personele lasten per fte
hogere uitgaven, met name voor personeel
De netto uitgaven aan bestuursondersteuning zijn in Amsterdam duidelijk hoger dan het referentiegemiddelde. Dit verschil heeft vooral betrekking op personele lasten, die in Amsterdam deels bij de stadsdelen zijn ondergebracht. Een deel van het verschil met de referenties heeft betrekking op goederen en diensten en overige uitgaven*. Een groot deel van de uitgaven aan bestuursondersteuning heeft betrekking op bestuuradvisering. Dit betreft met name uitgaven aan bestuursadviseurs, public affairs en strategie (exclusief de staf van de gemeentesecretaris).
In Amsterdam is een belangrijk deel van de taken voor bestuursondersteuning belegd bij de stadsdelen. Samen met de centrale organisatie voeren zij vergelijkbare taken uit als de referentiegemeenten. Van de totale netto uitgaven van Amsterdam aan bestuursondersteuning heeft 21 euro per inwoner betrekking op de stadsdelen. hogere uitgaven door bestuurlijk stelsel Amsterdam
Voor het totale taakgebied bestuursondersteuning wordt in Amsterdam relatief – ten opzichte van het inwonertal – veel personeel ingezet. De gemiddelde personele lasten per fte zijn in Amsterdam lager dan het referentiegemiddelde. Per saldo zijn de netto uitgaven van Amsterdam voor bestuursondersteuning 16 euro per inwoner hoger dan het referentiegemiddelde. De belangrijkste verklaring hiervoor lijkt het bestuurlijke stelsel van Amsterdam, waarbij de taken zijn verdeeld over de centrale organisatie en stadsdelen. Per saldo leidt dit tot de inzet van relatief veel formatie op de verschillende taken van bestuursondersteuning. Uitgaven Amsterdam komende jaren stabiel
Voor de komende jaren begroot Amsterdam iets hogere uitgaven aan bestuursondersteuning (gemiddeld circa 1 euro per inwoner), terwijl de referenties gemiddeld een iets grotere toename begroten (circa 4 euro per inwoner). Van eerder begrote taakstellingen per 2024 is met de voorjaarsnota 2023 circa 2 euro per inwoner toegedeeld aan bestuursondersteuning.
Bij de referenties maken dergelijke taken ook deel uit van bestuursadvisering, maar zijn de uitgaven niet te specificeren.
* Dit betreft onder andere nominale compensatie, opleidingen en afschrijvingen MIP
Uitkomsten benchmark programma B: Bestuur en Organisatie
76
Gemiddelde uitgaven personeel en organisatie in 2023, gegeven grotere omvang organisatie wellicht ook schaalvoordelen grotere organisatie
referenties personeel en organisatie
Amsterdam
gemiddeld
ref A
netto uitgaven per inwoner
43
38
35
waarvan personele lasten
40
30
23
ref B
ref C
ref D
37
39
42
28
31
38
waarvan goederen en diensten
2
8
10
8
8
4
waarvan overig
-0
1
2
0
1
0
38
33
27
28
44
relatief lagere uitgaven na taakstelling voorjaarsnota
kengetallen om uitgaven te duiden aantal fte per 100.000 inwoners personele lasten per fte
In de tabel is te zien dat de personele lasten per fte duidelijk hoger zijn dan het referentiegemiddelde. Dit zou betekenen dat Amsterdam op personeel en organisatie minder personeel inzet dan verwacht mag worden door de grotere omvang van de organisatie. Wellicht spelen hier bepaalde schaalvoordelen van een grotere organisatie een rol.
106.666
93.034
93.565
100.070
85.466
instroom in % medewerkers
12%
14%
9%
17%
14%
14%
uitstroom in % medewerkers
9%
9%
4%
12%
8%
11%
ziekteverzuim totaal organisatie
7,6%
7,0%
7,7%
6,1%
6,9%
7,2%
hogere uitgaven aan personeel
De netto uitgaven van Amsterdam op het onderdeel personeel en organisatie zijn hoger dan in elk van de referenties. Dit betreft met name personele lasten. Aan goederen en diensten wordt iets minder uitgegeven dan in de referenties.
Het uitgavenniveau in de meerjarenbegroting is vergelijkbaar met 2023, zowel bij Amsterdam als de referenties. Van eerder begrote taakstellingen per 2024 is met de voorjaarsnota 2023 circa 6 euro per inwoner toegedeeld aan personeel en organisatie. Rekening houdend met de omvang van de Amsterdamse organisatie komen de uitgaven van Amsterdam na deze taakstelling iets lager uit dan het gemiddelde van de referentiegemeenten, ervan uitgaande dat er bij de referenties geen aanvullende taakstellingen aan de orde zijn.
vergelijkbare caseload, wel hoger ziekteverzuim
Als belangrijke indicatie voor de caseload is informatie verzameld over de in- en uitstroom van personeel. In de tabel is te zien dat het verloop van personeel in Amsterdam vrijwel gelijk is aan het referentiegemiddelde. Het ziekteverzuim ligt hoger dan het referentiegemiddelde. Ten opzichte van de referenties verantwoordt Amsterdam relatief veel uitgaven aan advies en vitaliteit. hogere uitgaven geheel verklaard door grotere omvang organisatie
De omvang van personeel en organisatie hangt in belangrijke mate* samen met de omvang van de gehele organisatie. Dit vormt de belangrijkste verklaring voor de grotere omvang en navenant hogere uitgaven aan personeel en organisatie. * Met uitzondering van bepaalde taken, zoals op het gebied van vitaliteit, Arbo en organisatieadvies. We gaan er van uit dat circa driekwart van de uitgaven aan personeel en organisatie samenhangt met de omvang van de organisatie.
Uitkomsten benchmark programma B: Bestuur en Organisatie
77
Relatief lagere uitgaven automatisering in 2023, gegeven grotere omvang organisatie referenties automatisering
Amsterdam
gemiddeld
ref A
ref B
ref C
ref D
netto uitgaven per inwoner
157
144
123
133
159
160
waarvan personele lasten
70
70
52
49
90
89
waarvan kapitaallasten
12
14
16
2
15
22
waarvan goederen en diensten
75
64
55
82
53
67
waarvan overig
1
-4
0
1
1
-18
waarvan uitgaven digitale voorzieningen
99
93
68
106
91
109
waarvan uitgaven digitalisering en data
54
50
55
27
68
51
kengetallen om uitgaven te duiden aantal accounts per medewerker
1,19
1,37
1,14
1,65
1,32
uitgaven digitale voorzieningen per account
4.083
5.099
6.088
4.245
4.966
hogere uitgaven, vooral aan ingekochte goederen en diensten
De netto uitgaven aan automatisering liggen in Amsterdam aan de bovenkant van de bandbreedte die we bij de referenties zien. Dit verschil hangt samen met uitgaven aan goederen en diensten. Het niveau van de personele lasten en kapitaallasten is in Amsterdam vergelijkbaar met het referentiegemiddelde.
aan automatisering. Wanneer rekening wordt gehouden met dit verschil in omvang van de organisatie, verklaart dit circa 16 euro per inwoner van het verschil met het referentiegemiddelde. Daarmee komen de totale uitgaven aan automatisering van Amsterdam in 2023 iets lager uit dan het referentiegemiddelde. Dit past bij het beeld dat zowel het aantal accounts als de kosten daarvan per medewerker in Amsterdam relatief laag zijn. toekomstige uitgaven Amsterdam blijven achter bij referenties
Net als bij de referenties zijn de uitgaven aan automatisering in Amsterdam de afgelopen jaren sterk toegenomen. Daarbij is onder andere geïnvesteerd in digitale veiligheid, bescherming persoonsgegevens en informatiebeheer. Voor de komende jaren worden in Amsterdam gelijkblijvende uitgaven begroot, terwijl deze in de referenties verder doorstijgen. Deze stijging betreft met name uitgaven aan digitalisering en data. Daardoor komen de uitgaven van Amsterdam in de meerjarenbegroting lager uit dan het referentiegemiddelde. Van eerder begrote taakstellingen per 2024 is met de voorjaarsnota 2023 circa 2 euro per inwoner toegedeeld aan automatisering.
uitgaven software relatief laag per medewerker
Op verzoek van de organisatie zijn de uitgaven aan digitale voorzieningen en digitalisering en data in beeld gebracht. Beide zijn iets hoger dan het referentiegemiddelde. Wanneer de uitgaven aan digitale voorzieningen worden gerelateerd aan het aantal accounts, is dat in Amsterdam juist relatief laag. Dit kan samenhangen met schaalvoordelen, maar ook met andere factoren zoals de prijs van voorzieningen of meer uitvoerend personeel waarvoor geen accounts nodig zijn. Ook is het aantal accounts gerelateerd aan het aantal medewerkers relatief laag. Dit kan samenhangen met contractafspraken. relatief lagere uitgaven 2023 gegeven grotere omvang organisatie
Bij automatisering zijn met name de uitgaven aan digitale voorzieningen gerelateerd aan de omvang van de organisatie. Dit betreft circa 2/3 van de totale netto uitgaven
Uitkomsten benchmark programma B: Bestuur en Organisatie
78
Programma B: toelichting inhoud taakonderdelen programmaonderdeel code omschrijving
taakonderdeel
toelichting
B.1
Burgerzaken
Verstrekkingen reisdocumenten (paspoorten, identiteitskaarten, zakenpaspoorten, e.d.), rijbewijzen, uittreksels en verklaringen (uittreksel geboorteregister en verklaringen omtrent gedrag (VOG). Het gaat zowel om kosten als opbrengsten (leges, inclusief afdracht aan Rijk). Aanvragen van Nederlandse nationaliteit, naturalisatieceremonies, overige taken burgerzaken waaronder straatnaamgeving en huisnummering, Donorwet, gevonden voorwerpen.
Basisregistratie personen
Ook onderzoeken naar de juistheid van BRP. Loket Register Niet-Ingezetene (RNI) voor personen die een korte periode in Nederland verblijven. CRIB Centraal Registratie- en Informatiebureau van mens en dier.
Verkiezingen
Organiseren van verkiezingen en referenda
Burgerlijke stand
Het afsluiten van huwelijken (inclusief vergoeding Babs), aangifte geboorten/overlijden en echtscheidingen, naamswijzigingen
College B&W
Kosten voor vergoeding en tegemoetkomingen aan het college van burgemeester en wethouder, salarissen en overige personele kosten van het college van burgemeester en wethouders (vergoedingen, bezoldigingen etc), representatiekosten van college van B&W-leden (o.a. directe loonkosten, reis- en verblijfskosten, ambtswoning, de huistelefoon etc.), opleidingen, verzekeringen, ICT-voorzieningen. Overige lasten aan bestuur waaronder de gemeentelijke ombudsman, wijkraden.
Gemeenteraad
Kosten voor vergoeding en tegemoetkomingen aan de gemeenteraad, vergoedingen en overige personele kosten van de gemeenteraad (inclusief vergoeding voor commissieleden, niet zijnde raadsleden), representatiekosten van raadsleden, vergoedingen en overige personele kosten van de leden (niet zijnde raadsleden) van commissies ex artikel 96, fractie-ondersteuning en ambtelijke ondersteuning van de raad.
Uitkeringen voormalige bestuurders
Uitkeringen aan bestuurders/raadsleden of hun nabestaanden zoals wachtgelden, pensioenen en sociale uitkeringen in natura.
Griffie en rekenkamer
Kosten van de griffier/notubiz, kosten voor huisvesting en overige ondersteuning van de griffie(r), budget voor het uitvoeren van wettelijke taak van de gemeentelijke rekenkamerfunctie, inclusief ambtelijke ondersteuning en huisvesting.
Bestuurlijke samenwerking
Gemeentelijke/regionale, landelijke en internationale bestuurlijke samenwerking, lidmaatschap VNG, stedenbanden/zustersteden, ontwikkelingssamenwerking, dienstreizen naar buitenlandse steden
Accountantscontrole
Betreft zowel de uitbestede kosten van de accountant als ambtelijke inzet dat hiermee is gemoeid
Financiën
Planning en control (opstellen begroting, jaarrekening, voorjaarsnota), financiële administratie (debiteuren, crediteuren), salarisadministratie (PSA), concernfinanciën.
P&O
Arbeidsvoorwaardenbeleid, arbo-diensten, duurzaam vitaal (& gezondheid), organisatieontwikkeling, WKR, werving en selectie, loopbaanbegeleiding.
Communicatie
Concern communicatie, gemeentewebsite (internet/intranet), gemeentepagina in lokale media, (bestuurs)voorlichting. Exclusief communicatie primaire dienstverlening
Automatisering
Concernbreed automatisering/ICT (hardware, werkplekken, netwerk/infrastructuur, software/licenties), informatiemanagement, telefonie.
Huisvesting
Aankoop/huur, instandhouding en onderhoud van centrale huisvesting (stadhuis, gemeentehuis, stadskantoor), nutsvoorzieningen, heffingen, verzekeringen
Facilitaire zaken
Schoonmaak, catering (restaurant, koffievoorziening), kantoorkosten, inventaris/interieur
Juridische zaken
Concern juridische zaken, commissie bezwaarschriften, klachtenafhandeling.
Bestuursondersteuning
Gemeentesecretaris en de ondersteuning daarvan, directie stadsdelen en de ondersteuning daarvan, bestuurssecretariaat, ondernemingsraad, (strategische) ondersteuning en advies college en bestuur stadsdelen.
Overige centrale overhead
Post en repro, archief documentaire informatievoorziening (DIV), receptie/bodes, inkoop, onderzoek & statistiek, beveiliging, representatie, nieuwjaarsreceptie, bedrijfshulpverlening/EHBO, balie.
B.4
B.5
Dienstverlening
Bestuur
Centrale overhead
Uitkomsten benchmark programma B: Bestuur en Organisatie
79
Programma B: correctiefactoren voor verschillen in taakzwaarte Amsterdam en referenties
in % totaal
Rotterdam
Den Haag
Utrecht
Groningen
Haarlem
Leiden
inwoners
structuurkenmerken per inwoner Adam=100
75,8%
100
100
100
100
100
100
omgevingsadressendichtheid
21,7%
63
77
51
58
54
62
suppletie herijking (tijdelijk)
1,3%
166
623
126
-548
80
-44
schaalbedrag
1,1%
138
382
250
385
555
722
woonruimten TOTAAL bestuur en burgerzaken
structuurkenmerken per inwoner Adam=100 aantal inwoners
0,1%
94
93
88
104
90
98
100,0%
93
105
91
86
95
97
in % totaal
Rotterdam
Den Haag
Utrecht
Groningen
Haarlem
Leiden
59,2%
100
100
100
100
100
100
schaalfactor taakomvang
25,4%
95
87
76
81
72
75
aantal woonruimten
14,6%
94
93
88
104
90
98
0,8%
166
623
126
-548
80
-44
100,0%
98
99
91
90
90
91
suppletie herijking (tijdelijk) TOTAAL overhead
Uitkomsten benchmark programma B: Bestuur en Organisatie
80
Uitkomsten bruto stromen tariefdiensten
Bijlage A - Uitkomsten benchmark per programma
81
Bruto stromen tariefdiensten uitgaven / inkomsten € per inwoner bruto uitgaven riolering inkomsten riolering
referenties Amsterdam
gemiddeld
ref A
ref B
ref C
ref D
ref E
ref F
88
83
62
63
64
76
90
142
-100
-103
-94
-80
-79
-88
-116
-162
netto uitgaven riolering
-12
-21
-33
-17
-15
-12
-26
-21
tarief eenpersoonshuishouden
160
184
120
156
155
177
237
259
tarief meerpersoonshuishouden
160
201
223
156
155
177
237
259
uitgaven / inkomsten € per inwoner
referenties Amsterdam
gemiddeld
ref A
ref B
ref C
ref D
ref E
ref F
bruto uitgaven afval
178
152
137
140
150
160
160
167
inkomsten afval
-223
-191
-178
-180
-185
-207
-191
-207
netto uitgaven afval
-44
-39
-42
-40
-35
-47
-31
-40
tarief eenpersoonshuishouden
344
295
239
315
279
374
296
264
tarief meerpersoonshuishouden
459
410
449
366
426
460
384
375
Het Rijk veronderstelt in het gemeentefonds 100% kostendekkende heffingen. Het BBV schrijft voor dat de heffingen voor de hele begroting niet meer dan 100% kostendekkend mogen zijn. Amsterdam heeft gekozen voor 105% kostendekking in de openbare ruimte. Daar tegenover staan lagere percentages kostendekking elders in de begroting, zoals bij burgerzaken. Desalniettemin verantwoorden de meeste gemeenten in hun exploitatie meer inkomsten dan uitgaven voor riolering en reiniging (afval). Dit komt doordat gemeenten ook kosten in hun heffing mogen opnemen die niet in de exploitatie tot uiting komen, zoals extracomptabel toegerekende overhead en compensabele BTW. Daarnaast zijn er verschillen tussen gemeenten in de mate waarin in de heffing kosten worden opgenomen in verband met overhead, straatreiniging en kwijtschelding. Bij riolering is te zien dat Amsterdam iets lagere tarieven hanteert dan gemiddeld in de referenties, met name bij meerpersoonshuishoudens. Door de combinatie van hogere uitgaven en lagere inkomsten is het positieve saldo bij riolering in Amsterdam lager dan het referentiegemiddelde. Dit betekent dat de bijdrage aan de algemene middelen vanuit riolering in Amsterdam relatief laag is.* Bij afval is te zien dat Amsterdam de hoogste uitgaven heeft (zie ook verdieping programma 2).
Doordat ook de heffing in Amsterdam hoog is, is het positieve saldo bij afval groter dan gemiddeld bij de referenties. Met name voor eenpersoonshuishoudens is de afvalstoffenheffing in Amsterdam substantieel hoger dan in de referentiegemeenten.
* Bij riolering mogen ook kosten worden meegenomen van beheer oppervlaktewater en grondwatermetingen.
Uitkomsten bruto stromen tariefdiensten
82
Bijlage B Toelichting methodiek benchmark
Bijlage B - Toelichting methodiek benchmark
83
Toelichting methodiek scope van de benchmark
De scope van de benchmark is in overleg met de opdrachtgever afgestemd op de programma-indeling van Amsterdam. In aansluiting op fase 1 zijn alle uitgaven en inkomsten die betrekking hebben op het betreffende takenpakket voor de periode 2017-2026 eenduidig gerubriceerd, inclusief een uniforme toedeling van decentrale overhead uit programma B (management en ondersteuning). In overleg met de organisatie zijn binnen het takenpakket een aantal vergelijkbare taakonderdelen onderscheiden. Voor de referentiegemeenten zijn de uitgaven en inkomsten op vergelijkbare gerubriceerd. Vervolgens zijn de netto uitgaven (uitgaven minus inkomsten) van de referentiegemeenten gecorrigeerd voor kostenbepalende structuurverschillen, zodat ze vergelijkbaar zijn met Amsterdam. mogelijke verklaringen voor verschillen in uitgaven tussen gemeenten
Verschillen in netto uitgaven tussen gemeenten kunnen 3 verklaringen hebben: • Verschillen in kostenbepalende structuurkenmerken van gemeenten • Keuzes ten aanzien van het voorzieningenniveau (aantal en/of kwaliteit) • Keuzes ten aanzien van de uitvoering, waardoor taken meer of minder efficiënt worden uitgevoerd
kostenbepalende kenmerken van een gemeente. Om daar wel rekening mee te houden, gebruiken we structuurkenmerken die ten grondslag liggen aan het gemeentefonds. Voor deze kenmerken geldt dat als een gemeente er zwaarder op scoort, ze meer uitgaven moet doen om dezelfde voorzieningen te kunnen bieden, uitgaande van een vergelijkbaar efficiënte uitvoering. Stel dat referentiegemeente A op de voor het taakgebied relevante kenmerken 70 scoort versus Amsterdam 100 per inwoner. Dit betekent dat als referentie A dezelfde kenmerken zou hebben als Amsterdam, deze referentie niet 10 euro maar 100/70*10=14 euro per inwoner had uitgegeven. Om de uitgaven van referentie A zinvol te kunnen vergelijken met Amsterdam, zijn de uitgaven voor het betreffende taakgebied opgehoogd met ruim 40%. Voor elk taakgebied is een andere combinatie en weging van structuurkenmerken bepalend voor de kosten die gemeenten moeten maken. Dit betekent dat de correctiefactor om de uitgaven van de referentiegemeenten op Amsterdams niveau te krijgen per taakgebied verschilt.
Wanneer in de vergelijking tussen gemeenten rekening wordt gehouden met kostenbepalende structuurverschillen (1) en resterende verschillen niet samenhangen met incidentele factoren, kunnen deze worden verklaard uit keuzes ten aanzien van het voorzieningenniveau (2) en/of de uitvoering (3). In samenspraak met de organisatie maken we deze keuzes inzichtelijk aan de hand van kengetallen. algemene toelichting werkwijze
De toegepaste werkwijze om de uitgaven van de referentiegemeenten op Amsterdams niveau te brengen, lichten we nader toe aan de hand van een fictief voorbeeld. Stel referentiegemeente A geeft 1,5 miljoen uit aan een taak en heeft 150.000 inwoners. De uitgaven bedragen dan 10 euro per inwoner. De vergelijking van uitgaven per inwoner houdt alleen rekening met de omvang, niet met de verschillende Bijlage B - Toelichting methodiek benchmark
84
Hoe werkt dat objectiveren? structuurkenmerken per inwoner Adam=100
Amsterdam
Den Haag
900.000 inwoners
550.000 inwoners
65 miljoen uitgaven
33 miljoen uitgaven
€ 72 per inwoner
€ 60 per inwoner
x 1,33 € 80 per inwoner
in % totaal
Den Haag
Utrecht
Groningen
omgevingsadressendichtheid
50,1%
77
51
58
Haarlem 54
oppervlakte bebouwing woonkernen * bodem
14,3%
92
109
142
120
aantal woonruimten * bodem
12,1%
77
73
91
76
oeverlengte * dichtheid * bodem
11,2%
37
30
24
33
aantal bedrijfsvestigingen
4,6%
76
74
59
76
schaalbedrag
3,9%
0
0
0
0
oppervlakte historische kern
1,3%
50
78
101
140
suppletie herijking (tijdelijk)
0,8%
623
126
-548
80
aantal woonruimten
0,5%
93
88
104
90
oppervlakte bebouwing buitengebied * bodem
0,5%
10
80
135
12 54
oeverlengte * bodem
0,3%
51
70
180
oppervlakte land * bodem
0,3%
59
104
331
73
oppervlakte binnenwater
0,2%
18
41
148
49
oppervlakte buitenwater
0,0%
88
0
0
0
TOTAAL openbare ruimte
100,0%
75
60
66
64
Wanneer Den Haag dezelfde kenmerken als Amsterdam zou hebben gehad, dan waren de uitgaven van Den Haag 100/75 = 1,33x zo hoog geweest
• meestal worden de uitgaven van de referenties opgehoogd naar ‘Amsterdams niveau’ • na correctie voor externe factoren presenteren we uitkomsten in euro’s per inwoner voor de hele begroting
Bijlage B - Toelichting methodiek benchmark
85