CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 2 bij brief Protocol Proces om te komen tot locatie en inpassing van onderstations

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 27 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Ontwikkelingskader 2.0 – Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035 (VN2025-015740)13.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Protocol Proces om te komen tot locatie en inpassing van onderstations

Taskforce Congestie Amsterdam – Protocol – Proces om te komen tot locatie en inpassing van onderstations Van locatiekeuze tot goedgekeurd omgevingsplan Versie 2.1 | 13 maart 2025

Versiegeschiedenis Nummer Wijzigingsdatum Gewijzigd door

Opmerkingen

1.0

21/11/2022

Siefko Julius

Definitieve versie (zonder participatie)

1.1

26/05/2023

Siefko Julius

Inclusief participatiehoofdstuk

1.2

18/12/2023

Siefko Julius

Verwerking van evaluaties uit pilots Inclusief eisen / wensen aanpak

1.3

12/03/2024

Siefko Julius

-

2.1

4/3/2025

Irene Kruijssen Bart Teulings Gijs Eikmans

-

-

-

-

-

Verwerking feedback op 1.2 Inclusief vernieuwde participatie paragraaf Inclusief eisen en wensen aanpak versie 05/02/2024 Inclusief EMV aanpak Inclusief Plek/Vlek besluit Aanpassing stap L1 over Locatiekeuze n.a.v. van op 12 februari 2025 in het KT vastgesteld memo Aanpassing producten en stappen in de inpassingsfase Opnemen dat zowel voor fase Locatiekeuze als voor inpassingsfase per project een project sheet wordt opgesteld en vastgesteld in het KT Opnemen van verhelderend schema voor escalatie mogelijk knelpunten naar KT Opnemen dat iedere partner in project waar zij bij betrokken is een trekker aanwijst Realistisch maken van doorlooptijd door uit te gaan van werkbare weken

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

2

Inhoudsopgave Versiegeschiedenis ................................................................................................................... 2 Afkortingen en begrippen ........................................................................................................ 4 1 Inleiding .................................................................................................................................. 6 1.1 Scope en algemene uitgangspunten .............................................................................. 6 1.2.1Versnellingen ten opzichte van het huidige proces ................................................... 7 1.2.2 Mogelijke extra versnellingsopties (nu nog niet verwerkt in protocol) .................... 8 1.2.3 Aanpassing protocol op basis van evaluatie Q1 2025 ............................................... 8 2 Planfases ................................................................................................................................ 9 2.1 Algemeen tijdpad .......................................................................................................... 10 2.2 Afwijken binnen het protocol ....................................................................................... 10 3 Producten en werkzaamheden per fase ..............................................................................

12 Fase 1: Locatiekeuze ........................................................................................................... 12 Fase 2: Inpassing ................................................................................................................. 14 Activiteiten ....................................................................................................................... 17 Fase 3: Basisontwerp .......................................................................................................... 19 Fase 4: Omgevingsplan....................................................................................................... 21 4 Organisatieontwerp ............................................................................................................. 22 4.1 Organisatie .................................................................................................................... 22 4.2 Besluitvorming en escalatie .......................................................................................... 23 5. Bijlagen ................................................................................................................................ 25 A Participatie ....................................................................................................................... 26 B.

EMV aanpak..................................................................................................................... 20 C. Plek / Vlek ........................................................................................................................ 21 D. Eisen & Wensen .............................................................................................................. 22 E. Standaard Format Bouwenvelop..................................................................................... 29 F. Sjabloon Erfpachtovereenkomst ..................................................................................... 30 G. Verbetervoorstellen ten aanzien proces bepalen voorkeurslocatie onderstations ....... 31

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

3

Afkortingen en begrippen AO: Een Anterieure Overeenkomst is een grondexploitatieovereenkomst die partijen sluiten voor de vaststelling van een exploitatieplan. In dit geval een privaatrechtelijke overeenkomst met afspraken over de bouw van onderstations. Deze is benodigd wanneer de gemeente geen grondpositie heeft. Hierin spreekt de gemeente met een ontwikkelaar af dat wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit. De investering kan van financiële aard zijn of van feitelijke aard. In ruil daarvoor heeft de overheid een inspanningsverplichting voor het planologisch inpassen. BO: Basisontwerp Bouwenvelop (BE): Een bouwenvelop is een pakket van eisen (wettelijke en overeengekomen eisen) en gehonoreerde wensen. Deze wijze waarop de bouwenvelop tot stand komt is beschreven in de bijlage 'Eisen & Wensen'. Voor dit protocol geldt dat de bouwenvelop een bijlage is bij een nieuwe erfpachtovereenkomst of anterieure overeenkomst. De bouwenvelop is de basis waarop een omgevingsplan wordt gewijzigd (indien van toepassing). De bouwenvelop is een product van de gemeente en wordt in gezamenlijkheid met de netbeheerder opgesteld. Haalbaarheidsstudie: product binnen TFCA waarin op wordt verkend en vastgelegd of de locatie geschikt is om een onderstation technisch te realiseren en in de omgeving in te passen. Op basis hiervan wordt het locatiebesluit genomen.

De netbeheerders hebben beide andere termen voor dit product, en deze studies bestaan ook weer uit verschillende deelproducten. Het gaat hier om een toets door netbeheerders op locaties uit de ruimtelijke verkenning. OP: Omgevingsplan Coördinatieteam: Een team per project samengesteld uit: projectleider gemeente/PoA, omgevingsmanager Liander, projectleider TenneT, procesmanager TFCA. Het coördinatieteam stelt in de vorm van een project sheet in gezamenlijkheid een procesgang vast. Het coördinatieteam overziet het project gedurende de gehele voorbereidingsfase. COK: Commissie Omgevings-Kwaliteit. Bestaat uit onafhankelijke deskundigen en adviseert de gemeente Amsterdam op basis van door de gemeente zelf vastgesteld welstandsbeleid ('Schoonheid van Amsterdam') over de integrale kwaliteit van de fysieke leefomgeving: stedenbouw, openbare ruimte, cultuurhistorie, welstand en monumenten. De leden van de COK worden benoemd door het college van Burgemeester en Wethouders. Het advies is de welstandstoets tijdens de aanvraagprocedure voor de omgevingsvergunning (niet in welstandsvrije gebieden). Het advies wordt meegewogen door de gemeenteraad bij besluitvorming over de omgevingsvergunning. Het bestuur kan een negatief advies van de COK naast zich neer leggen (contrair gaan).

Commissie “Groen, Water en Duurzaamheid”: Het coördinatieteam van het project spreekt in de fase van het maken van het procesontwerp af of een beoordeling van de commissie nodig is en zo ja wanneer. De beoordelingscommissie kan voorstellen PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

4

goedkeuren, afkeuren of met suggesties voor verbeteringen terug sturen. In principe zijn de uitspraken van de commissie voor partijen bindend, tenzij één van de partijen bij monde van een kernteamlid meent dat het voorstel of het oordeel van de commissie geëscaleerd moet worden naar het Kernteam. DO: Detail Ontwerp EO: Erfpachtovereenkomst Gebiedsontwikkeling: het aanpassen of uitbreiden van bestaande bebouwing en het treffen van voorbereidingen voor bewoning en bedrijvigheid in nieuwe gebieden. Generieke eisen: Eisen die gelden voor elk onderstation en die dus geen locatie specifiek karakter hebben. IV/Gate 1: Investeringsvoorstel (Liander) / Gate 1 (TenneT). Markeert het einde van de inpassingsfase, en het begin van de ontwerpfase. Locatie specifieke eisen: Dit zijn alleen eisen die een locatie specifiek karakter hebben. Het kan gaan om eisen van welstand en stedenbouw (specifiek voor de betreffende locatie), maar ook om bijvoorbeeld specifieke verkeerskundige eisen. NSV: Net Structuur Visie Project sheet: Document waarin de afspraken staan welke gemaakt zijn gedurende het Project Start Overleg.

Daarnaast staat hierin beschreven hoe het protocol toegepast wordt op het specifieke project (stappen en tijdslijnen) Supervisor: Bij projecten waar verschillende opdrachtgevers, ontwerpers, gemeentelijke diensten, financiers en bewoners bij betrokken zijn, wordt vaak een supervisor ingezet. Deze wordt meestal aangesteld door een stadsdeel of de gemeente als regievoerder of (hoofd)ontwerper. Een supervisor kan bijvoorbeeld aangesteld zijn om vooral te sturen op de inrichting van de openbare ruimte en/of de stedenbouw, of om juist een stempel te drukken op de architectuur van een plangebied. De supervisor is gebonden aan de criteria uit de welstandsnota en/of specifieke, op het project gerichte criteria die deel uitmaken van een stedenbouwkundig kader of beeldkwaliteitsplan. Dit vormt ook het kader waarop het welstandsadvies gebaseerd zal zijn. De supervisor informeert de COK regelmatig over zijn of haar werkzaamheden. De COK betrekt de schriftelijke bevindingen van de supervisor bij het welstandsadvies. TFCA: Task Force Congestie Amsterdam

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

5

1 Inleiding Op 9 maart 2022 is het Ontwikkelingskader Energie Voorziening Amsterdam (EVA) 2035 vastgesteld. Tot 2035 moeten er ongeveer dertig nieuwe onderstations worden gebouwd, ongeveer dertien bestaande onderstations uitgebreid en daarnaast nog meer dan 30 kabels worden gelegd. Deze verzwaring van het net moet ertoe leiden dat de netcongestie in Amsterdam wordt opgelost en nieuwe congestie -zo veel mogelijk- wordt voorkomen. Een complexe opgave, waar de netbeheerders, de gemeente Amsterdam en de haven van Amsterdam samen in optrekken. Het aanleggen van onderstations en kabels in de gemeente Amsterdam brengt veel inpassingsvraagstukken met zich mee. Het oplossen van deze inpassingsvraagstukken is tijdintensief, waardoor de noodzaak is ontstaan om de inpassing en de daaropvolgende omgevingsplanprocedure te versnellen. Deze versnelling moet ertoe leiden dat de congestie eerder wordt opgelost en nieuwe congestie zoveel mogelijk wordt voorkomen. In dit protocol is deze aanpak voor een versnelde ruimtelijke inpassing en samenhang met de omgevingsplanprocedure beschreven. Het is een handleiding en stapsgewijze weergave voor medewerkers van de gemeente Amsterdam, de netbeheerders TenneT en Liander en de haven van Amsterdam. Het document richt zich op inpassing van de stations. Voor de kabels wordt een separaat document ontwikkeld.

Het protocol dient versnelling en moet in die geest enkel en alleen zo gebruikt worden dat het de partijen, individueel en in samenwerking, helpt het proces en de te nemen besluiten te versnellen. Het dient niet als een mal om de exacte stappen en verantwoordelijkheden aan te ontlenen. Op basis van evaluatie van ervaringen uit de praktijk zal dit protocol ook verder worden doorontwikkeld. Het protocol is dus een levend document, wat wordt gevoed door ervaringen in de praktijk, gericht op het verbeteren van de samenwerking en versnelling van realisatie. Het protocol vereist een innige samenwerking tussen partijen en een sterke intentie om tot besluiten te komen. Het protocol zet in op een korter tijdspad met duidelijke stappen en beslismomenten. Dit heeft invloed op de uitvoering van huidige processen binnen de organisaties. Met deze aanpassingen verwachten de partijen dezelfde producten en stappen te kunnen nemen, maar dan in dit kortere tijdspad per locatie.

1.1 Scope en algemene uitgangspunten ▪

▪ ▪ ▪

Dit protocol start bij a) de locatiekeuze daar waar het een nieuwe locatie betreft of b) de stedenbouwkundige en ruimtelijke inpassing, daar waar het ombouw van een bestaand station betreft en er is aangetoond dat het kabeltracé naar en vanaf het onderstation haalbaar is. De bouw van onderstations en de voorbereiding van de uitvoering daarvan door de netbeheerders zijn géén onderdeel van dit protocol (BO, DO, realisatie en beheer). Werkzaamheden binnen dit protocol blijven waar mogelijk en nodig door de bestaande projectteams en medewerkers binnen de organisaties uitgevoerd worden. De project teams van de netbeheerder en de gemeente worden in het doorlopen van het gezamenlijke proces begeleid door een procesmanager. Deze procesmanager begeleidt een verzameling van projecten in een “cluster” binnen Amsterdam.

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

6

▪

▪

▪

▪ ▪

▪ ▪ ▪

▪

Er wordt gebouwd met bestaande modules, opstelling en samenhang. Voor de inpassing zal het “omhulsel” per locatie worden bepaald. Er bestaan op dit moment enkele standaarden die kunnen worden onderzocht voor locaties. Dit betekent dat netbeheerders starten met inpassing vanuit enkele standaardontwerpen en dat aan de hand van de welstandseisen bepaald wordt hoe er kan worden ingepast. Het protocol dient de projecten. Hiermee wordt de TFCA een verlengstuk van het project bij ruimtelijk inpassen. Onderdeel van het protocol is ook dat er wordt geëscaleerd naar het kernteam, wanneer er op projectniveau, i.s.m. de procesmanager, niet tijdig tot een oplossing kan worden gekomen. Hier zijn binnen het protocol momenten voor vastgesteld, maar kan op ieder moment, wanneer daar behoefte aan is. Wanneer overleg in het kernteam niet leidt tot een oplossing waar alle partijen achter staan en het knelpunt blijft bestaan wordt er geëscaleerd naar het bestuurlijk overleg. Alle eisen en wensen worden opgenomen in een concept bouwenvelop. In de bijlage 'Eisen & Wensen' is nu eenduidig vastgelegd hoe omgegaan wordt met kosten in het geval van eisen en wensen. Een notitie “Eisen en wensen” is in de bijlage toegevoegd om de aanpak met betrekking tot eisen en wensen helder uiteen te zetten.

Het protocol dient ertoe versneld tot die oplossing en uitwerking daarvan te komen welke technisch functioneel en veilig is en qua inpassing een zo groot mogelijke slagingskans heeft voor goedkeuring door de gemeenteraad (of gemandateerde). Dit besluit staat vervolgens tot met wederzijds goedvinden een aanpassing wordt gemaakt. Het protocol maakt het hierdoor ook mogelijk om versneld tot de conclusie te komen dat inpassing niet mogelijk is. Het protocol geeft een maximale doorlooptijd van de inpassing weer. Voorafgaand aan een project wordt beoordeeld of sneller doorlopen van de stappen mogelijk is. In een Project Start overleg wordt voorafgaand aan de haalbaarheidsstudie gezamenlijk bepaald hoe complex het project is en welk proces men dient te doorlopen. Hierbij geldt alsnog het protocol als basis, alleen worden de te nemen stappen gezamenlijk opnieuw bepaald en uitgezet in de tijd. Vertraging door bezwaar- en beroepsprocedures is niet opgenomen in dit protocol.

1.2.1Versnellingen ten opzichte van het huidige proces Een belangrijk element van het protocol is het benutten van versnellingsmogelijkheden. Deze kunnen er gezamenlijk voor zorgen dat vertraging voorkomen wordt en/of dat de duur vanaf de start van de ruimtelijke inpassingsfase tot en met einde van de omgevingsplanprocedure verkort wordt van 36 naar 21 maanden. De versnellingen betreffen: ▪ Gebruik maken van verschillende standaard formats (standaard format bouwenvelop en stedelijk(e) standaard ontwerp(en)) om consistentie te waarborgen, eerder duidelijk te krijgen wat de eisen en wensen zijn en er eerder te kunnen escaleren bij afwijking. ▪ Timeboxen van processtappen (maximale tijd voor een bepaalde stap stellen) en specificeren van detailproces van de inpassingsfase om te komen tot besluiten en vastlegging hiervan. ▪ Het protocol over individuele projecten heen laten begeleiden door een onafhankelijke proces manager om het protocol tijdig en efficiënt uit te voeren. Deze persoon werkt in opdracht van de TFCA.

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

7

▪

▪ ▪

▪ ▪

Vroegtijdig betrekken van de Commissie Omgevings-Kwaliteit (COK) en/of supervisor van gebiedsontwikkeling van de gemeente bij het inpassingsproces. Het Beeld Kwaliteit Plan en de schets al bespreken tussen COK lid en interne of externe architect. Vroegtijdig betrekken van een architect bij welstandsniveau gewoon of hoger. Aanbeveling van het COK is om een extern bureau aan te stellen in deze gevallen. Aanstellen van een drietal architectenbureaus welke kennis opbouwt en vertrouwd is en verder raakt met de bouwkundige en technische eisen die aan een onderstation worden gesteld. Het gezamenlijk toepassen van een gezamenlijk opgestelde participatieaanpak voor een project. Starten met het opstellen van een concept OP gelijktijdig met het opstellen van de bouwenvelop. Dit is mogelijk als de mate van bestemmen past bij de fases van schets uitwerking. Verdere uitleg over globaal bestemmen volgt in ‘Fase 4: Omgevingsplan’.

1.2.2 Mogelijke extra versnellingsopties (nu nog niet verwerkt in protocol) Er zijn nog enkele versnellingsmogelijkheden geïdentificeerd die later eventueel kunnen worden toegevoegd: ▪ Gecoördineerde procedure voor omgevingsplan en omgevingsvergunning. ▪ Het opstellen van de eerste concept bouwenvelop (zoals bedoeld in dit protocol) met eisen en wensen van de gemeente Amsterdam al voorbereiden tijdens de procedure van het B&W locatiebesluit (vliegende start).

1.2.3 Aanpassing protocol op basis van evaluatie Q1 2025 In januari 2025 is het protocol, na 2 jaar gebruik in de praktijk, geëvalueerd.1 Op basis van deze evaluatie is besloten dit protocol te voorzien van een update, op de volgende onderdelen: 1. Aanpassing stap L1 over Locatiekeuze n.a.v. van op 12 februari in het KT vastgesteld memo 2. Aanpassing producten en stappen in de inpassingsfase 3. Opnemen dat zowel voor fase Locatiekeuze als voor inpassingsfase per project een project sheet wordt opgesteld en vastgesteld in het KT 4. Opnemen van verhelderend schema voor escalatie mogelijk knelpunten naar KT 5. Opnemen dat iedere partner in project waar zij bij betrokken is een trekker aanwijst 6. Aanpassing van de doorlooptijd door uit te gaan van werkbare weken Deze aangepaste versie van het protocol wordt vastgesteld in het KT van 19 maart 2025 en het bestuurlijk overleg van 24 maart 2025.

1

De evaluatie heeft plaatsgevonden langs drie sporen, namelijk: een deelsessie op de TFCA samenwerkdag medio oktober 2024, een enquête verspreid onder alle medewerkers van de TFCA en drie diepte-evaluaties van verschillende onderstations (OS Rhijnspoor, OS Havenstad Liander en OS Gaasperdam).

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

8

2 Planfases De TFCA heeft een integraal processchema opgesteld voor de voorbereidingsfase van de realisatie van de onderstations. Iedere individuele partij volgt eigen procedures, waardoor de werkwijzen voor de ander onvoldoende transparant en inzichtelijk. Dit integraal opgestelde processchema biedt deze duidelijkheid wel en is gebruikt als basis voor dit protocol. Hieronder zijn de verschillende voorbereidingsfases benoemd. In dit protocol wordt er vervolgens toegespitst op fases waar de meeste tijdwinst te behalen valt: de locatiekeuze, de inpassing en het omgevingsplan.

Planfasen In het processchema zijn vijf (deels parallel lopende) fasen te onderscheiden. Hieronder een korte beschrijving inclusief verwijzing naar relevante bijlagen. Voor een gedetailleerdere beschrijving van de activiteiten in deze fasen volgt een nadere uitwerking. Fase

Link met de integrale planning

Product

1)

Locatiekeuze

Locatie en globale configuratie

2)

Inpassing

Stedenbouwkundig en ruimtelijk inpassen

3)

Basisontwerp

Basisontwerp + definitief ontwerp (Liander)

4)

Omgevingsplan

Basisontwerp (Tennet) Omgevingsplanprocedure doorlopen

5)

Omgevingsvergunning

Omgevingsvergunning verkrijgen

Project sheet (bij nieuw station) Ruimtelijke verkenning O&T scan Haalbaarheidsstudie Bestuurlijk besluit over locatie Project sheet (bij bestaand station) Bouwenvelop Realisatie-/anterieure overeenkomst IV/Gate 1 Basisontwerp Definitief ontwerp Basisontwerp BO (Tennet) BO (Liander) Concept BO t/m bouwkundig bestek (Liander) AO/EO Omgevingsplan Vergunning

Tabel 1: Fasen van het voorbereidingsproces

▪

▪

In fase 1 wordt de keuze van de locatie voor het onderstation binnen de gemeente bestuurlijk vastgesteld. Afhankelijk van of hier een wijziging van het Omgevingsplan voor nodig is, gebeurt dit door het stadsdeelbestuur of door de verantwoordelijk wethouder in het college van B&W. Nadat een locatie haalbaar lijkt, vormen de aandachtspunten gelijk input voor inpassing door de netbeheerder. Relevante bijlagen: o Bepalen voorkeurslocatie o Participatie o EMV o Plek / Vlek In fase 2 wordt er gezamenlijk gewerkt aan de ruimtelijke inpassing van het onderstation met als resultaat een, door de gemeente vastgestelde, bouwenvelop. Wanneer dit niet lukt zal men terug moeten, naar het vinden van een nieuwe locatie. Relevante bijlagen:

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

9

▪

▪ ▪

o Participatie o Eisen en Wensen o Standaard Format Bouwenvelop o Sjabloon Erfpachtovereenkomst In fase 3 wordt, door de netbeheerder een basisontwerp opgesteld. Deze stap wordt in principe genomen na een goedgekeurd IV/Gate 1 voorstel. Hiervoor dient in het geval van Tennet ook het kabelproject welke een afhankelijkheid/voorwaardelijkheid heeft met het station in de IV fase zijn. In het geval van Liander valt binnen deze fase ook het definitief ontwerp. TenneT begint pas na het verkrijgen van een omgevingsvergunning en Gate 2 besluit (incl akkoord op kabeltrace) met het detail ontwerp. In fase 4 wordt de omgevingsplanprocedure doorlopen. Dit gebeurt in dit protocol deels parallel aan de ruimtelijke inpassing en ontwerpfase. In fase 5 wordt de omgevingsvergunning aangevraagd en behandeld. De Omgevingsdienst zal van de gemeente opdracht krijgen om de vergunningaanvragen te behandelen. Na afgifte van de omgevingsvergunning wordt ook de eventuele gronduitgifte privaatrechtelijk vastgelegd in een erfpachtovereenkomst. Voor Tennet geldt dit wanneer met Reddyn gewerkt wordt. In het geval van Tennet UAV-GC contracten wordt deze stap pas genomen wanneer Gate 2 is afgerond.

Nadat deze vijf fasen zijn doorlopen kunnen de netbeheerders de voorbereiding van de uitvoering starten (geen onderdeel van dit protocol). Hierbij wordt de samenwerking minder intensief georganiseerd, maar zullen de uitvoeringsafdelingen van de netbeheerders de TFCA betrekken in het geval van: - Risico’s op vertraging (bespreken met proces manager van project) - Vertraging op IBN (bespreken met proces manager van project) In al deze fasen wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan participatie. De partijen trekken hier aan de hand van de participatieaanpak (zie bijlage) gedurende het gehele project gezamenlijk in op. Dit protocol spitst zich toe op fase 1, fase 2 en de parallel lopende delen van fase 3 en 4, aangezien hier de meeste winst te behalen is door middel van protocolleren en parallelliseren. De fasen worden apart behandeld, maar dit betekent niet dat ze volgordelijk zijn. De fasen lopen deels parallel.

2.1 Algemeen tijdpad Figuur 1, te zien op de volgende pagina, geeft het algemene tijdpad van het realiseren van een onderstation weer. Hierin zijn de verschillende planfasen opgedeeld, deze worden weergegeven met grijze blokken.

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

10

Figuur 1: Hoofdstappen van het protocol, uitgezet in de tijd (maanden)

Toelichting figuur 1 ▪ Voor een aantal van de activiteiten in bovenstaand schema is nog geen doorlooptijd bepaald aangezien ze niet binnen de scope van het protocol vallen (tekenen AO/EO en ontwerpfases Liander en TenneT). Deze zullen per project worden bepaald. Wel is de indicatie dat deze activiteiten in de meerderheid van de situaties passen binnen de hier beschreven tijdslijnen en daarmee niet op het kritieke pad van het protocol liggen. ▪ Voor Tennet zijn twee varianten opgenomen. Een in samenwerking met Reddyn en een waarbij de UAV/GC constructie wordt toegepast. ▪ Per project waar zij bij betrokken zijn, wijst ieder van de partners een projecttrekker aan. Zij vormen per locatie een projectspecifiek coördinatieteam. Dit wordt gevormd door een relevante combinatie van projectleider gemeente/PoA, omgevingsmanager Liander en/of projectleider TenneT. Leden van het coördinatieteam zijn zelf verantwoordelijk voor de interne afstemming binnen hun eigen organisatie. Zij worden ondersteund bij en aangestuurd op het succesvol doorlopen van het protocol door een procesmanager. Daarnaast biedt het protocol heldere en tijdige beslis- en escalatiemomenten en mogelijkheden welke het mogelijk maken om de planning van het protocol te realiseren. ▪ In specifieke projecten kan het voorkomen dat enkele van bovenstaande fasen (deels) parallel worden uitgevoerd.

Als dit mogelijkheden biedt en een acceptabel risico heeft zijn partijen vrij om dit toe te passen. ▪ De rollen welke hierin nu beschreven staan zijn indicatief en kunnen aan verandering onderhevig zijn. In het protocol zelf wordt daarom gesproken over actoren/partijen per stap.

2.2 Afwijken binnen het protocol Voorafgaand aan het plannen van en starten met de voorbereiding van projecten wordt door het coördinatieteam, onder begeleiding van de procesmanager, bepaald of en hoe het protocol zal worden gebruikt. Dit gebeurt bij de start van de haalbaarheidsstudie (bij nieuwe locatie) en/of voorafgaand aan de inpassing (bij bestaande en nieuwe locatie). Tijdens de rit kan het coördinatieteam de wijze waarop het protocol wordt toegepast aanpassen Deze stap “nul” is een Project Start overleg waarin wordt besproken (naast o.a. team invulling, relevante externe partijen te betrekken): - Hoe complex het project is (indicatie eisen en wensen en doorlopen cruciale vragen (zie toelichting fase 1)) - Of en hoe het protocol (sneller) kan worden doorlopen - Of er door uitzonderingen eventueel meer tijd benodigd is - Of er activiteiten binnen het protocol zijn die niet van toepassing zijn op de locatie, waardoor een andere variant op het protocol nodig of mogelijk is Dit laatste kan het geval zijn bij: 1. Krappe locatie. Hierdoor zijn er beperkte bandbreedtes en marges mogelijk in het omgevingsplan. Hierdoor moet er sneller naar een basis ontwerp worden gewerkt en is het niet mogelijk om de omgevingsplan procedure parallel te ontwikkelen met de bouwenvelop. 2. Geen wijziging OP, maar in stedelijk gebied.

In deze gevallen zijn er minder inpassingsknelpunten om over af te stemmen te verwachten, maar moet er wel worden voldaan aan de welstandseisen.

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

3. Industriegebieden. In gebieden, zoals het havengebied, waar plannen wel binnen het bestaande OP passen, maar niet binnen het erfpachtcontract. Hierdoor kan de bouwenvelop eenvoudiger worden opgesteld.

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

11

3 Producten en werkzaamheden per fase In dit hoofdstuk worden de producten en werkzaamheden voor fasen 1 t/m 4 toegelicht. Met name de inpassingsfase (fase 2) is uitgewerkt omdat hier de meeste tijdswinst te behalen valt. De ontwerpfase (fase 3) is niet geprotocolleerd, maar heeft wel stappen die binnen de tijdsperiode van het protocol en de OP-procedure dienen te worden afgerond. Vandaar dat deze stappen wel meegenomen zijn in dit document en ook indirect vallen onder de procesbegeleiding en aansturing.

Fase 1: Locatiekeuze In deze fase wordt er gewerkt aan het vinden van een locatie, het onderzoeken van de haalbaarheid van deze locatie en het vervolgens bestuurlijk vastleggen van de locatie. In deze fase doorlopen de partners samen drie stappen: L1. Bepalen voorkeurslocatie L2. Haalbaarheidsstudie L3. Locatiebesluit Vanuit het protocol organiseert de procesmanager bij de start van de haalbaarheidsstudie, een Project Start – Haalbaarheid overleg, waarin het coördinatieteam van de verschillende organisaties bij elkaar komt en beoordeelt: - Hoe complex het project is. Aan de hand van de volgende, maar niet gelimiteerd tot, onderwerpen o Omgevingsplan wijziging ja/nee o Welke welstandseisen zijn van toepassing? Moeten die concreet vertaald worden? o Generieke eisen o Locatie specifieke eisen o Moet het ontwerp voor wat betreft de onderdelen ‘Groen, Water & Duurzaamheid’ voorgelegd worden aan de centrale commissie? Zo ja, wanneer? o Is er sprake van erfpacht of van eigen grond van de netbeheerder? o Zijn er grote discussies te voorzien over kosten? o Is er sprake van een voorziene discussie over EMV? o Zo ja dan: plek/vlek discussie onderdeel maken van haalbaarheidsstudie o Gaat de bouw van het station leiden tot maatschappelijke discussie en bij welke stakeholders? o Indien erfpacht, moet het erfpachtcontract worden aangepast? o Is er sprake van een bestaand stedenbouwkundig

plan, stedenbouwkundige visie of een gebiedsvisie? o Scan voor verbindingen en contact met bijbehorende stakeholders en afstemmen van dit PvA met het PvA van de verbindingen o Welke andere partijen moeten aan tafel (Waternet, Waterschappen, etc.) o Invulling aan participatie - Of en hoe het protocol (sneller) kan worden doorlopen - Of er door uitzonderingen of het niet werkbaar zijn van weken als gevolg van de zomer- of kerstvakantie eventueel meer tijd benodigd is

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

12

-

Of er activiteiten binnen het protocol zijn die niet van toepassing zijn op de locatie, waardoor een andere of snellere variant op het protocol nodig of mogelijk is

Doel is om in deze fase gelijk het gesprek te starten en: - te anticiperen op onderwerpen die aandacht en tijd nodig hebben en onderzocht moeten worden en hier afspraken over te maken - gezamenlijk te bepalen of er ook versneld kan worden en daar afspraken over te maken Deze afspraken worden door de proces manager in een project sheet uitgewerkt en ter akkoord aangeboden aan het kernteam. Deze project sheet wordt aangeboden aan het kernteam ter informatie of met als doel eventuele discussiepunten te beslechten. In de stap L1. wordt de voorkeurslocatie bepaald en onderbouwd waarom deze locatie de voorkeur heeft. In het memo verbetervoorstellen ten aanzien proces bepalen voorkeurslocatie onderstations is dit proces nader uitgewerkt. Dit is als bijlage bij dit protocol gevoegd. Indien er geen bestaande locatie beschikbaar is worden in deze periode vijf deelstappen gezet: a. Vaststellen zoekgebied en technische vereisten (netbeheerder) b. Verkennen zoekgebied (gemeente) c. Globale scan mogelijke locaties (gemeente en netbeheerder) d. Ruimtelijke verkenning (gemeente) e. Keuze op haalbaarheid te onderzoeken locatie (gemeente en netbeheerder) Voor deze stappen zijn zes maanden beschikbaar.

Indien er al een bestaande locatie is voor het onderstation werkt de gemeente een onderbouwing van de locatie uit, waarin wordt aangegeven waarom er een onderstation moet worden vervangen, wat de kenmerken zijn van het realiseren onderstation en of het onderstation op de bestaande locatie gerealiseerd moet worden of dat er alternatieve locaties zijn voor dit onderstation in het zoekgebied. In de stap L2. voert de netbeheerder een haalbaarheidsstudie uit, waarin op hoofdlijnen wordt verkend of de locatie geschikt is om een onderstation technisch te realiseren en in de omgeving in te passen. De naam die in eigen organisatie wordt gebruikt voor de fase die we binnen de TFCA de haalbaarheidsstudie noemen, verschilt per netbeheerder. Voor deze stap zijn drie maanden beschikbaar. In de stap L3. wordt de locatie bestuurlijk vastgelegd door een locatiebesluit. Dit heeft geen formeel bestuursrechtelijke status, maar is een bestuurlijke uitspraak dat het gemeentebestuur zal meewerken aan de ruimtelijke planprocedures die noodzakelijk zijn om op deze locatie een onderstation te realiseren. Indien dat niet het geval is kan de verantwoordelijk wethouder namens het college van B&W dit besluit nemen. In deze fase is het van belang te onderbouwen waarom voor deze locatie wordt gekozen.

Neem daarom de volgende onderwerpen mee in de uitwerking: - Onderbouwing nut en noodzaak op basis van het ontwikkelingskader - Afweging alternatieve locaties op basis van locatiestudie

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

13

-

Technische haalbaarheid Uitspraak medewerking realisatie voedende kabel In het geval van gevoelige bestemming binnen globale EMV-contour: doorgerekende varianten als voorbeeld

Mogelijk is een plek/vlek discussie nodig. Dit moet in het geval van gevoelige bestemmingen binnen de globale EMV contour. Eventueel met behulp van een variantenstudie. Zie de bijlagen met betrekking tot EMV en Plek/vlek voor verdere toelichting. In deze fase worden ook de participatie-activiteiten voorbereid. Direct na het locatiebesluit worden de omwonenden door netbeheerder en gemeente gezamenlijk geïnformeerd. Zie de bijlage A Participatie voor verdere toelichting Doel: Locatie keuze Standaard tijdsduur: Input: Output: Besluit:

12 maanden Ontwikkelkader Bestuurlijk vastgestelde locatie Vaststelling locatie (Stadsdeelbestuur of B&W (Gemeente))

Organisatie:

Te nemen besluiten:

Door:

Taskforce

Sturing op afstemming en ondersteuning hierbij Project sheet, Project Start overleg

TenneT

Configuratie bepalen Haalbaarheidsstudie Configuratie bepalen Haalbaarheidsstudie Voorkeurslocatie bepalen

Coördinatieteam Proces manager Kernteam Tennet AM

Liander Gemeente Amsterdam

Locatie bestuurlijk vastleggen

PoA Waternet Omgevings Dienst NZK Geb. (evt. andere partijen)

n.v.t. (in vroeg stadium betrekken vanuit risico management)

Liander K&O Opdrachtgever gebiedsontwikkeli ng (directie G&O of stadsdeel) Stadsdeelbestuur of College van B&W Contactpersoon

Fase 2: Inpassing In deze fase wordt er gewerkt aan inpassing van een onderstation op de vastgestelde locatie. PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

14

Bij de start van deze fase wordt een Project Start – Inpassing overleg georganiseerd. In het geval van een nieuwe locatie wordt hierin met het coördinatieteam een vervolg gegeven aan het Project Start overleg gedurende de locatie keuze fase. In dit overleg worden dezelfde onderwerpen besproken (zie locatie keuze fase) en gezamenlijke afspraken over hoe het protocol toe te passen herbevestigd of gemaakt. Welke stappen neemt men en welke duur per stap. Deze afspraken worden door de proces manager in een project sheet uitgewerkt en ter akkoord aangeboden aan het kernteam. Wanneer er discussiepunten zijn worden deze ook aangeboden aan het kernteam met als doel deze te beslechten. In deze project sheet wordt ook een planning opgenomen voor het indelen van de 39 werkbare weken en het plannen van de te nemen stappen. Als op basis van deze planning door omstandigheden wordt geconstateerd dat de doorlooptijd van 39 niet gehaald kan worden, wordt dit ook vastgesteld in het KT. De triage binnen het coördinatieteam kan tot de conclusie leiden dat het project betrekkelijk eenvoudig is. In de procesgang kunnen dan stappen overgeslagen worden. Zo kan het bijvoorbeeld verstandig zijn dat de netbeheerder zelf rechtstreeks naar de COK stapt en dat ze op basis van dat gesprek en binnen het bestaande omgevingsplan meteen aan de slag gaat om vervolgens een vergunning aan te vragen bij de gemeente.

De verwachting is dat voor de binnenstedelijke locaties weinig of geen stappen overgeslagen kunnen worden. De meeste uitgebreide procesgang is: 1. Binnen het coördinatieteam wordt procesgang preciezer uitgewerkt, waaronder (indien nodig) ook het participatieproces. Ook wordt de afweging gemaakt of het verstandig is reeds vroeg de COK te consulteren. In het procesontwerp worden onderstaande stappen verwerkt, waarbij het protocol dient als richtsnoer. Dit slaat neer in een project sheet. 2. Afgewogen wordt of het nodig is om een bouwenvelop op te stellen. Als het antwoord daarop Ja is, gaan gemeente en netbeheerder gezamenlijk aan de slag met het maken van een bouwenvelop. De netbeheerder moet op dat moment ook afwegen of inschakeling van een architect verstandig is. Op veel plekken is het zeker verstandig om dit te doen en wordt de netbeheerder dit sterk aangeraden (ook aanbevolen door de COK). Vervolgens wordt door beide partijen een inventarisatie gemaakt. Dit betreft:  generieke eisen  vertaalslag van de welstandeisen die gelden voor de specifieke locatie  stedenbouw, van toepassing op de specifieke locatie In een eerste stap wordt eerst geïnventariseerd wat in bestaande documenten is opgenomen over de betreffende locatie.

Het kan dan gaan om: relevante passage uit welstandsnota ‘Mooi Amsterdam’, het bestaande omgevingsplan, mogelijk een bestaand SPVE, een stedenbouwkundige visie en/of een eerder opgesteld beeldkwaliteitsplan. 3. Gezamenlijk wordt gekeken of meerdere plekken binnen de vlek opties zijn die verder moeten worden uitgewerkt. Afhankelijk van die vraag wordt ook besproken of EMV onderzoek naar plek binnen de vlek in gang gezet moet worden

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

15

4. Indien gemeente en netbeheerder het niet eens worden over de bouwenvelop volgt escalatie naar KT. 5. Indien het KT het ook niet eens wordt over de bouwenvelop, wordt besproken of bestuurlijke opschaling nodig is, of dat de gemeente eenzijdig de bouwenvelop vaststelt. 6. Bij overeenstemming over bouwenvelop stappen gemeente en netbeheerder gezamenlijk naar de COK om bouwenvelop met hen te bespreken. . 7. Gemeente en netbeheerder passen mogelijk bouwenvelop aan op basis van gesprek met COK. 8. Indien gemeente en netbeheerder het niet eens worden over mogelijke aanpassing, volgt escalatie naar KT. 9. Indien het KT het ook niet eens wordt over mogelijke aanpassing van de bouwenvelop, wordt besproken of bestuurlijke opschaling nodig is, of dat de gemeente eenzijdig de aangepaste bouwenvelop vaststelt. 10. Wanneer bouwenenvelop definitief is vastgesteld (door de gemeente) gaat netbeheerder aan de slag. Wanneer een project enorm vertraagd (circa 5 jaar) en er sprake is van veranderde inzichten bij één van de stakeholders over Eisen & Wensen, kan geen van de stakeholders eenzijdig afspraken veranderen. In lijn met voortgaande proces is dan nieuw overleg nodig. Het uiteindelijke voorstel is een product waarin partijen oplossingen hebben gevonden (incl. trace), COK-advies is afgewogen en eventueel sturing is gegeven door het KT.

Het is door de COK aanbevolen om bij alle locaties waar een welstandsniveau van gewoon of hoger geldt een externe architect in de arm te nemen om de route naar het COK en gemeenteraad te bespoedigen. Door deze aanpak wordt getrechterd van concept bouwenvelop richting een vastgestelde bouwenvelop die maakbaar en haalbaar is en de grootste kans heeft door de gemeenteraad geaccordeerd te worden. De bouwenvelop (o.a.) zal voor de netbeheerder dienen als basis voor een IV/Gate 1 besluit. In de inpassingsfase wordt dan ook toegewerkt in alle stappen naar het nemen van dit besluit. Het daadwerkelijke besluit valt in de fase daarna. Doel: Ruimtelijk en stedenbouwkundig inpassen Standaard tijdsduur: 9 maanden Input: Locatiekeuze vastgesteld door B&W Output: Vastgestelde bouwenvelop Schetsontwerp Variantenstudie (Liander) Besluit: Vaststelling BE Organisatie:

Te nemen besluiten:

Door:

Taskforce

Sturing op inpassingsknelpunten (incl. advies COK)

Coördinatieteam Kernteam Proces Manager

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

16

TenneT

Schetsontwerp

TenneT AM (input Gate 1) Liander K&O

Liander

Schetsontwerp

Gemeente Amsterdam

Vaststelling bouwenvelop

PoA Waternet Omgevings Dienst NoordZee KanaalGebied (en evt. andere partijen)

n.v.t. (in vroeg stadium betrekken vanuit risico management)

Opdrachtgever gebiedsontwikkeli ng (directie G&O of stadsdeel) Contactpersoon

Activiteiten In tabel 2 zijn de activiteiten in de inpassingsfase weergegeven en uitgezet op een tijdsschaal van weken. Daarnaast is de input, output en actor per stap geïdentificeerd. In deze fase worden tevens activiteiten ondernomen om de omgeving te betrekken (informeren en meedenken), hiervoor verwijzen we naar bijlage A. Participatie. Weken

Spoor 1 - Participatie

Spoor 2 – Bouwenvelop en schetsontwerp

0

Project Start overleg – inpassing Input: ▪ Afspraken Project Start overleg – haalbaarheid ▪ Documentatie besluit locatiekeuze

Spoor 3 – Variantenstudie (Liander)

Output: ▪ Afspraken Project Start overleg – Inpassing ▪ Gezamenlijke, integrale planning voor inpassingsfase a.d.h.v. (update) Projectsartup-sheet 1 2 3 4 5

I.1a. Informeren locatie, meedenken over inpassing Input: ▪ Locatiebesluit. Output: ▪ Participatieaanpak voor OS: gericht op informeren locatiekeuze en/of input ophalen inpassingsfase met stakeholders. ▪ Uitvoeren participatieaanpak.

I.2a.Opstellen concept bouwenvelop Input: ▪ Eisen en wensen. ▪ Uitgangspunten en technische randvoorwaarden netbeheerder. ▪ Welstandseisen uit welstandsnota. ▪ Standaard format bouwenvelop. Output: ▪ Concept bouwenvelop

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

I.3. Doorlopend: variantenstudie (Liander) Input: ▪ Locatiestudie Liander. ▪ O&T-scan. Output: ▪ Variantenstudie (Liander). ▪ Voorbereidende onderzoeken t.b.v. omgevingsplanwijziging. ▪ Afspraken grondoplevering en overdracht.

17

▪

6 7 8 9

10 11 12 13 14 15 16

Met de COK afgestemde richtlijnen voor architectonische uitwerking (verwerkt in een Mini Beeld Kwaliteit Plan als onderdeel van de concept bouwenvelop). I.2b. Bespreken concept Bouwenvelop Input: • Concept bouwenvelop. • Met de COK afgestemde richtlijnen voor architectonische uitwerking (verwerkt in een Mini Beeld Kwaliteit Plan als onderdeel van de concept bouwenvelop). Output: ▪ Punten van overeenstemming. ▪ (Inpassings)knelpunten. ▪ Met de COK afgestemde richtlijnen vertaald naar oplossingsrichtingen. ▪ Start contractering architect voor SO (indien van toepassing op OS). I.2c. Concept schetsontwerp opstellen Input: ▪ BE en BKP. ▪ Gecontracteerde architect (indien van toepassing). ▪ Openstaande ontwerpvragen BE en BKP.

17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31

Output: ▪ Kick-off ontwerpteam (architect, netbeheerder, gemeente) organiseren inclusief bespreking ontwerpvragen BE en BKP. ▪ 80% versie SO agenderen ter bespreking COK. ▪ Afwegen aandachtspunten COK en onderbouwen wel/niet verwerking in SO. ▪ 100% versie SO (desgewenst finale bespreking in COK afhankelijk van aard wijzigingen in SO).

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

18

32 33 34 35

36 37 38 39

I.1b.Participatieplan terugkoppelen Input: ▪ 100% versie SO. ▪ Indien participatie gepleegd bij inpassing: afgewogen verwerking input stakeholders.

I.2d. Definitief schetsontwerp Input: ▪ 100% versie SO met positief advies COK. Output: ▪ Aanbieding BE en 100% versie SO aan KT in TFCA ter info.

Output: ▪ Indien participatie gepleegd bij inpassing: terugkoppeling aan stakeholders. Hulpvraag of escalatie KT (buffer - in te zetten indien gewenst) Input: ▪ SCV of hulpvraag t.b.v. escalatie KT. Output: ▪ KT besluit. ▪ Wanneer noodzakelijk: escaleren naar Bestuurlijk Overleg.

Tabel 2: Hoofstappen van het protocol uitgezet in de tijd *Gebied/project team stadsdeel/G&O in samenwerking met projectteam EVA ** In het Project Start overleg kan worden afgesproken dat de netbeheerder actief betrokken wordt bij het opstellen van de concept bouwenvelop.

Fase 3: Basisontwerp Deze fase start met het goedkeuren van investeringsvoorstellen binnen de netbeheerders. Goedkeuring maakt budget beschikbaar om het basis ontwerp te maken (TenneT). Bij Liander wordt er in deze periode een concept DO en bouwkundig bestek opgesteld. Deze ontwerpen dienen klaar te zijn gelijktijdig aan dat het omgevingsplan is vastgesteld. Deze ontwerpstappen vallen niet binnen de versnelling die het protocol beschrijft, maar dienen wel afgerond te zijn binnen het tijdsbestek van het protocol. Doel: Basisontwerp/concept DO opleveren Standaard tijdsduur: 9-15 maanden Input: Vastgestelde Bouwenvelop Output: BO, Station incl. de verbinding (TenneT), Concept DO & Bouwkundig bestek (Liander) Gezamenlijk besluit: Geen gezamenlijk besluit in deze fase Organisatie: Te nemen besluiten:

Activiteit/product

TenneT

Budget voor BO organiseren VS1+2 voor aannemer Basisontwerp opstellen

Gate 1 Basisontwerp

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

19

Liander

Investeringsvoorstel (IV)

Gemeente Amsterdam

n.v.t.

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

Budget organiseren Basis Ontwerp opstellen Concept DO opstellen Bouwkundig bestek opstellen Toetsing ontwerpproducten netbeheerder

20

Fase 4: Omgevingsplan In deze fase laat de netbeheerder, op basis van de informatie die gedurende de inpassingsfase, iteratief, wordt verzameld, een concept omgevingsplan opstellen. Zoals in paragraaf 1.2.1 benoemd, kan met het gelijktijdig starten van het opstellen van het OP en de bouwenvelop versnelling behaald worden, omdat dan beide processen parallel plaatsvinden. Dit is de meest wenselijke procedure maar deze vereist nauwgezette afstemming tussen gemeente en netbeheerder. Van geval tot geval zal aan het begin van het proces gezamenlijk bepaald worden of de aanpak met een voorontwerp-omgevingsplan met tamelijk ruime mogelijkheden, dat in de omgevingsplanprocedure tot en met de vaststelling vervolgens ingeperkt wordt, haalbaar is. Als ingeschat wordt dat dat niet haalbaar is, omdat de wijzigingen niet meer van ondergeschikte aard zullen zijn, wordt zo nodig teruggevallen op de procedure omgevingsvergunning afwijkend gebruik om onnodige vertraging in de omgevingsplanprocedure te voorkomen. Tennet doorloopt voor alle opgaves een omgevingsplanwijziging. Dit concept omgevingsplan, met daarin alle informatie uit de vastgestelde bouwenvelop verwerkt, kan vervolgens gebruikt worden voor toetsing. De gemeente voert deze toetsing uit, en begeleidt het vervolgens parallel aan de ontwerpfase, door de omgevingsplanprocedure.

Tijdens de ontwerpfase en de omgevingsplanprocedure is een nauwe informatie-uitwisseling nodig. Wanneer er geen mogelijkheid is tot binnenplans afwijken kan ook de uitgebreide voorbereidingsprocedure worden gebruikt. Gezamenlijk doel: Vaststelling omgevingsplan Standaard tijdsduur: 21 maanden (inclusief concept OP) Input: Punten van overeenstemming en inpassings-knelpunten (t.b.v. onderzoeken voor concept OP) Oplossingsschets (t.b.v. toetsing omgevingsplan) Vastgestelde bouwenvelop (t.b.v. toetsing omgevingsplan) Output: Vastgesteld omgevingsplan

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

21

4 Organisatieontwerp Het protocol dient als hulpstuk voor de bestaande projectteams vanuit de partijen. Uitvoering van de stappen vindt plaats binnen de projecten en door dezelfde mensen die nu ook deze rol invullen. De projectteams hebben nu echter in de vorm van de taskforce een middel om met elkaar aan het realiseren van tijdslijnen te werken en hebben een manier om discussies en producten eerder te beslechten. Het protocol is er op gericht inpassing transparanter, beter afgewogen en sneller af te ronden.

4.1 Organisatie De organisatie blijft gelijk aan de huidige organisatie van de projectteams. Dat betekent dat de volgende partijen in hoofdlijnen de volgende rollen op het protocol inzetten (buiten de benodigde locatie specifieke expertise). Verdere gedetailleerde toelichting op de niet-TFCA rollen wordt hier niet beschreven, omdat dit bestaande rollen met rolbeschrijvingen zijn binnen de eigen organisaties en deze ook aan verandering onderhevig kunnen zijn. Organisatie:

Rollen:

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ Liander ▪ ▪ ▪ ▪ Gemeente ▪ Amsterdam ▪ ▪ ▪ Onafhankelijk ▪ TenneT

Programma Manager Amsterdam ROM-strateeg Projectontwikkelaar Architect bouwkundige engineering Communicatie adviseur Omgevingsmanager Tactisch asset manager Architect bouwkundige engineering Communicatie adviseur Projectmanager gebiedsontwikkeling / stadsdeel Stedenbouwkundige gebiedsontwikkeling / stadsdeel Supervisor / kwaliteitsteam Communicatie adviseur COK (lid)

Om de tijdslijnen van het protocol te bewaken en de projectteams te helpen en ontlasten met het nemen van beslissingen wordt er in de vorm van een proces manager een onafhankelijke rol toegevoegd vanuit de TFCA. Daarnaast wordt er een coördinatieteam benoemd welke voorafgaand aan projecten afstemt en afspraken maakt, maar ook samen met de procesmanager eigenaarschap en coördinatie over de uitvoering van het protocol op zich neemt . Organisatie:

Rollen:

TFCA

▪

Proces manager, verantwoordelijk voor: o Beoordeling waar het protocol in welke vorm wordt toegepast

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

22

▪

▪

o Sturing op en faciliteren van uitvoering van het protocol over de locaties/projecten heen in samenwerking met het coördinatieteam o Adviserend aan projectteams over het protocol o Adviserend aan Taskforce over de vraagstukken binnen locaties o Tijdig besluiten organiseren binnen tijdslijnen protocol o Escaleren richting Taskforce wanneer tijdslijnen (dreigen te) worden gemist o Rapporterend aan het kernteam Coördinatie team o Samenstelling: projectleider gemeente / PoA, omgevingsmanager Liander, projectleider TenneT, procesmanager TFCA o Het coördinatieteam overziet het project. Zo nodig consulteert het team gericht één of meerdere mensen die in de loop van het project betrokken raken. Vervolgens stelt het coördinatieteam in de vorm van een project sheet in gezamenlijkheid een procesgang vast. o Elk van de leden is zelf verantwoordelijk voor de interne afstemming binnen de eigen organisatie Commissie ‘Groen. Water en Duurzaamheid’ o Zie bijlage “Eisen en Wensen”

4.2 Besluitvorming en escalatie Om besluitvorming gestructureerd en snel plaats te laten vinden zijn er besluit- en escalatielijnen ingericht voor ondersteuning van de projectteams, zie figuur 2.

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

23

Bestuurlijk Overleg

Kernteam

2

3

Regie / Projecten overleg 2

2 1

Coordinatieteam

(aangedreven door Proces manager) 1

Projectteams Figuur 2: Besluit en escalatielijnen 1. Projectteams gebruiken de procesmanager en het coördinatieteam om besluitvorming te organiseren. De proces manager kan helpen tot een besluit te komen zonder gebruik van het kernteam. Als een project team wil dat iets behandeld wordt in het kernteam faciliteert de proces manager dit. Dit kan in de volgende gevallen: a. Wanneer organisaties de eigen processtappen binnen het protocol niet binnen de tijdslijnen van het protocol afronden b. Wanneer discussies niet binnen de tijdslijnen van het protocol beslecht worden c. Wanneer besluiten volgens het protocol door de TFCA genomen moeten worden d. Wanneer er behoefte is om vroegtijdig en laagdrempelig dilemma’s op tafel van het kernteam te leggen 2. De Procesmanager gebruikt het kernteam en het werkstroom voor besluitvorming in de volgende gevallen: a. Rapporteren en beweging creëren ten behoeve van processtappen die niet binnen de tijdslijnen van het protocol worden afgerond b. Wanneer de procesmanager het coördinatieteam en projectteam niet kan helpen om de discussies te beslechten binnen de tijdlijnen van het protocol c. Bij besluiten die volgens het protocol door de TFCA genomen moeten worden 3. Het kernteam organiseert besluitvorming en implementatie binnen de eigen organisaties en gebruikt het Bestuurlijk Overleg wanneer: a.

Rapporteren en beweging creëren ten behoeve van processtappen die niet binnen de tijdslijnen van het protocol worden afgerond b. Wanneer het kernteam niet het mandaat heeft of niet tot overeenstemming komt over een te nemen besluit

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

24

5. Bijlagen A. Participatie B. EMV aanpak C. Plek / Vlek D. Eisen & Wensen E. Standaard Format Bouwenvelop F. Sjabloon Erfpachtovereenkomst G. Verbetervoorstellen ten aanzien proces bepalen voorkeurslocatie onderstations

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

25

A Participatie Inleiding De stappen in dit protocol versnellen de ruimtelijke inpassing van elektriciteitsstations in Amsterdam. Daarmee verandert echter niets aan de grote impact op de openbare ruimte en de leefwereld van Amsterdammers. Iedereen in Amsterdam gaat hier iets van merken én vinden: van de bouwwerkzaamheden, wegomleidingen en tijdelijke overlast tot de nieuwe elektriciteitsstations en kabels in de straat, of misschien zelfs voor de deur.

Doel van participatie Participatie draagt bij aan de doelstelling van het beleid: het tijdig en ruimtelijk inpasbaar uitbreiden of bouwen van elektriciteitsstations. In deze opgave richt participatie, die gemeente en netbeheerders samen organiseren, zich op het maken van betere plannen, het betrekken van bewoners en ondernemers en het vergroten van de legitimiteit van het handelen van (semi)publieke instellingen in de openbare ruimte.

Participatieplan elektriciteitsstations Hoe de participatie per planfase wordt vormgegeven, staat beschreven in het ‘Participatieplan elektriciteitsstations.’ Dit plan is gebaseerd op de participatieverordening van gemeente Amsterdam en bevat o.a. gezamenlijke afspraken tussen gemeente en netbeheerders over de participatie per planfase. Het participatieplan is openbaar en wordt in april 2025 gepubliceerd op Open Amsterdam - Open Overheid

Standaard waar kan, maatwerk waar moet Per project wordt een participatie en communicatie-aanpak op maat gemaakt. Deze is onder andere gebaseerd op de omgevingsdynamiek en -kenmerken. Een goede gezamenlijke bewonersbrief en een online informatiepagina op de website van de netbeheerder zijn, buiten het Westelijk Havengebied, altijd nodig. Daarnaast bepaalt het projectteam welke aanvullende middelen nodig zijn.

Werkwijze • • •

• •

Het coördinatieteam (procesmanager, projectleider gemeente en omgevingsmanager netbeheerder) van een project maakt bij aanvang van het project een startdocument, waarvan de participatie-aanpak onderdeel is. In het projectteam is structureel aandacht voor participatie en communicatie als essentieel onderdeel van het proces en voor het realiseren van versnelling. De participatieniveaus in het ‘Participatieplan elektriciteitsstations’ geven houvast. Bij aanvang van het project wordt een omgevingsscan/stakeholderanalyse gemaakt waarin o.a. de omgeving, de stakeholders en actuele issues en ontwikkelingen in beeld worden gebracht. Op basis van de omgevingsscan/stakeholderanalyse wordt, voor intern gebruik, een participatie -aanpak op maat opgesteld voor de eerste fase(s) van het project. Gedurende het project wordt de aanpak aangevuld met vervolgstappen. Voor het maken van de participatie-aanpak maakt het projectteam gebruik van expertise op strategisch niveau om de juiste keuzes te maken.

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

26

• • • • •

Voor de uitvoering worden onderdelen van de activiteiten op operationeel niveau georganiseerd. De participatie-aanpak wordt continu geëvalueerd en herijkt door het projectteam. Het projectteam bepaalt op basis van informatie uit de buurt of het project of aanvullende acties nodig zijn.’ Voor elk elektriciteitsstation wordt een projectpagina gepubliceerd op de website van de netbeheerder. Op deze projectpagina wordt de omgeving over het project en de participatiemomenten geïnformeerd. Naar buiten treden gaat altijd ná overleg tussen de partners. De participatie- activiteiten worden in het coördinatieteam geëvalueerd en de geleerde lessen worden meegenomen in het vervolg van het project en gedeeld met andere projectteams.

Toolkit Op basis van de behoeftes van de projectteams zijn standaard formats voor participatieproducten ontwikkeld. Deze zijn te vinden in de toolkit participatie in de gemeenschappelijke TFCA-teams-werkomgeving. De documenten in deze toolbox worden periodiek geactualiseerd op basis van nieuwe inzichten en leerervaringen. Nieuwe formats worden samen door de experts van de gemeente en netbeheerders gemaakt. Deze worden na vaststelling toegevoegd aan de toolkit op de gemeenschappelijke TFCA werkomgeving. Zo wordt participatie georganiseerd op een manier waar alle partijen achter staan en borgen we de kwaliteit van de verschillende formats. In de toolkit zijn o.a. de volgende producten te vinden: bewonersbrieven, informatiepanelen voor bijeenkomsten, buurtonderzoek en opzet voor bewonersbijeenkomsten.

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

27

B. EMV aanpak

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

20

C. Plek / Vlek Uitgangspunten ➢ We houden vast aan reeds genomen bestuurlijke besluitvorming. In het bijzonder: o Ontwikkelingskader elektriciteitsnetwerk Amsterdam o Protocol inpassing onderstations TFCA incl participatieparagraaf o Afspraken Amsterdamse werkwijze EMV ➢ T.b.v. het locatiebesluit is niet eerder gedefinieerd op welk detailniveau EMV meegenomen wordt. Besluit 1. Protocol zo preciseren dat - indien gevoelige bestemmingen binnen afgesproken richtafstanden voor globale EMV-contour vallen – bij locatiebesluit (besluit over vlek) al indicatief enkele voorbeelden zijn uitgewerkt op niveau van ‘plek binnen vlek’. 2. Bij locatiebesluit zitten: o onderbouwing nut en noodzaak o.b.v.. Themastudie elektriciteitsnet, o Verkenning en weging alternatieve locaties (vlekken) binnen zoekcirkel, o Inzicht in EMV-contouren van indicatieve voorbeelden plek o.b.v. met Amsterdamse rekenmethodiek (of op basis van EMV informatie vergelijkebare situatie) 3. Direct na het locatiebesluit wordt omgeving in participatie geïnformeerd over vlek en uitgenodigd mee te denken over plek binnen vlek (en andere aspecten inpassing) aan de hand van varianten en met mogelijkheid nieuwe varianten in te brengen. Hierbij zal ook stilgestaan worden bij het onderwerp EMV. 4. Bij inpassingsfase de stappen van de Amsterdamse werkwijze volgen: ontwerp optimaliseren a.d.h.v. van o.a.

participatietraject en indien dan nog nodig maatwerkafspraak met omgeving maken door gemeente.

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASK FORCE CONGESTIE AMSTERDAM

21

D. Eisen & Wensen Aanleiding Gemeente, Port of Amsterdam (PoA) en netbeheerders werken samen om onder meer de transportcapaciteit van het net zo snel mogelijk te verhogen. Als onderdeel van deze opgave moeten 42 onderstations gerealiseerd worden (nieuw plus uitbreidingen van bestaande stations). Hierbij zijn partijen onderling sterk van elkaar afhankelijk. De netbeheerders bouwen de stations en beslissen over de investeringen. Ze zijn hierbij gehouden aan regels van de ACM. De gemeente en PoA gaan over de ruimtelijke inpassing. De gemeente is hierbij bevoegd voor mogelijke aanpassingen van het omgevingsplan en is verantwoordelijk voor het welstandsbeleid. In geval van grond van de gemeente zijn gemeente en PoA verantwoordelijk voor uitgifte van mogelijk nieuwe erfpachtrechten of aanpassing van bestaande rechten. Om het proces van realisatie van onderstations goed te laten verlopen en zo mogelijk te versnellen, is afstemming tussen gemeente, PoA en netbeheerders nodig over welke eisen worden gesteld aan de bouw van de stations. Deze eisen kunnen betrekking hebben op een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de stations in een stedelijke omgeving (welstand en stedenbouw), op de technische vereisten (grootte van het gebouw, bereikbaarheid, op- en afgaande kabels) en op de kwaliteit van het gebouw zelf (duurzaamheid, natuur inclusief).

Deze set van afspraken over Eisen & Wensen is bedoeld om discussie binnen projecten hierover te beperken en helder te protocolleren. Op die manier willen we versnelling realiseren en vertraging voor komen. Eens in de zo veel tijd wordt gekeken of de afspraken inderdaad dit doel dienen. Zo nodig worden afspraken aangepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16273693/1