3. Aanvulling OER actualisatie Omgevingsvisie 2050 .pdf
Tekst van het document
Innovatiedistricten In de Strategie Innovatiedistricten Amsterdam worden innovatiedistricten genoemd als belangrijke plekken voor de stedelijke economie. Deze gebieden zijn divers, met een focus op onderwijs, wetenschap, onderzoek, ondernemerschap of start-ups. Centraal staat het stimuleren van interactie en kennisontwikkeling. De verdere ontwikkeling van innovatiedistricten vindt op drie manieren plaats: 1. Fysieke inrichting: Creëer een omgeving die interactie bevordert, met gemengde functies, goede bereikbaarheid en openbare ruimte voor experimenten. 2. Ruimte voor innovatie: Faciliteer innovatieve bedrijven en instellingen die elkaar versterken. 3. Netwerkvorming: Bouw aan samenwerkingen tussen bedrijven en instellingen om kennis en ideeën uit te wisselen.
Doordat deze vraag steeds meer gaat knellen, is er op middellange termijn nog beperkte groei van datacenters mogelijk, onder strenge voorwaarden. We verwijzen hierbij naar het
De gemeente Amsterdam staat ambigue tegenover datacenters. Enerzijds zijn ze een essentieel onderdeel van de huidige en toekomstige economie. Grote innovaties zijn te verwachten in de mobiliteit, energievoorziening, gezondheidszorg
De huidige kantorenmarkt is echter veranderd. De leegstand is op specifieke plekken weer toegenomen. Om die reden wordt een nieuw kantorenplan opgesteld, welke het huidige kantorenplan gaat vervangen.
Licht positief effect op economisch vitaal in 2030
blad 32 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam ‘Vestigingsbeleid datacenters 2020 – 2030: Amsterdam Duurzaam Digitaal’.
enzovoorts. Anderzijds zijn er het hoge elektriciteits- en watergebruik, en het beslag op schaarse onder- en bovengrondse ruimte. Daarom is het vestigingsbeleid aangescherpt. Aanvragen voor nieuwe datacenters worden afgewezen, bestaande aanvragen worden nog wel in behandeling genomen.
Tijdelijke vakantieverhuur van reguliere woningen heeft via grootschalige internationale vakantieverhuurplatforms in de jaren voorafgaand aan de COVID-19-crisis een zodanig hoge vlucht genomen dat beperkingen nodig waren. In drie Amsterdamse wijken is de toeristische draagkracht het meest in het geding gebleken: Burgwallen-Oude Zijde, BurgwallenNieuwe Zijde en Grachtengordel-Zuid. De overige wijken met relatief hoge toeristische druk bevinden zich in Centrum en Zuid. In de drie genoemde wijken is vakantieverhuur vanaf 2020 verboden er geldt er een vergunningplicht in de overige wijken. De vergunningplicht geldt ook voor bed-and-breakfastadressen. Vanaf 2021 treden er extra controlemogelijkheden in werking, zoals een registratieplicht van vakantieverhuurders.
Verhuur van woningen aan toeristen heeft via grootschalige internationale vakantieverhuurplatforms een zodanig hoge vlucht genomen dat beperkingen nodig waren. De wijken met hoge toeristische druk bevinden zich vooral in stadsdelen Centrum en Zuid. Om de bed & breakfast’s (B&B) en vakantieverhuur beter te reguleren zijn er extra voorwaarden gesteld. Verhuurders moeten zich voor zowel voor een B&B als voor vakantieverhuur registreren en een vergunning aanvragen. Voor vakantieverhuur geldt een maximum aantal nachten per jaar en een meldplicht bij verhuur. Voor wat betreft B&B’s is per wijk een maximum gesteld aan het aantal beschikbare vergunningen. De meest actuele regels over het verhuren van een woning aan toeristen zijn te vinden in de Huisvestingsverordening en webpagina’s over B&B’s en vakantieverhuur in Amsterdam.
… en meer samenhang in beleid, besluitvorming en regelgeving.
… en meer samenhang in beleid, besluitvorming en regelgeving. Om van Amsterdam een meerkernige stad te maken, zijn levendige en complete kernen nodig buiten de historische binnenstad. Naast wonen, werken en horeca zijn hierbij ook andere functies noodzakelijk waar mensen hun vrije tijd graag doorbrengen. Het vrijetijdsvoorzieningenbeleid zorgt voor een langetermijnvisie op dit soort functies in een meerkernig Amsterdam en een stimuleringskader om initiatiefnemers te laten kijken naar de nieuwe kernen van Amsterdam.
Voorafgaand aan de coronapandemie werd de stad steeds drukker en was er grote vraag naar horeca, gebruik van openbare ruimte door terrassen en vervaging van de grenzen tussen horeca, detailhandel, cultuur en dienstverlening. Het vigerende horecabeleid bood onvoldoende mogelijkheden om hierin mee te gaan en tegelijk een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen. Na corona blijft horeca belangrijk voor onze stad, voor ontmoeting, ontspanning en – steeds vaker – als werkplek. We zoeken daarom naar een evenwicht tussen ruimte voor horecaondernemers, gastvrijheid, en een prettig leefklimaat voor bewoners.
Horeca is belangrijk voor onze stad. Het is een plek voor ontmoeting, ontspanning en – steeds vaker – een werkplek. Met de groeiende drukte in de stad neemt de vraag naar horecavoorzieningen toe, evenals het gebruik van openbare ruimte door terrassen. Tegelijkertijd vervagen de grenzen tussen horeca, detailhandel, cultuur en dienstverlening. We zoeken daarom naar een evenwicht tussen ruimte voor horecaondernemers, gastvrijheid, en een prettig leefklimaat voor bewoners. Het oude horecabeleid per stadsdeel schiet tekort in het bieden van voldoende mogelijkheden om deze ontwikkelingen in goede banen te leiden, terwijl het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat centraal blijft staan. Om die reden is er een nieuwe horecabeleid. . Dit kader speelt in op de nieuwste ontwikkelingen in de markt en legt verbindingen met aanverwante beleidsthema’s. Met het nieuwe stedelijke beleidskader voor horeca en terrassen streven we de volgende doelen na:
•
Horeca-initiatieven worden vooraf beoordeeld op hun impact op de omgeving.
•
Eenduidige regels voor horeca en terrassen die gelden voor de hele stad.
blad 33 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam
Nieuwe richtingen In de loop van 2021 stellen we een nieuw beleidskader horeca vast, dat inspeelt op vernieuwingen in de markt en een relatie legt met aanpalende beleidsthema’s. Het bestaat uit drie pijlers: 1. Beperking van overlast voor bewoners. 2. Eenduidige regels met herleidbare afwegingen voor ondernemers. 3. Uniforme regulering voor de stad.
•
Er is ruimte voor nieuwe trends en ontwikkelingen in de horeca.
•
Ondernemers kunnen een betere afweging maken van kansen en knelpunten bij het starten van een nieuwe horecaonderneming of het aanpassen van bestaande horeca.
•
Maatwerk leveren voor bewoners en ondernemers in het gebied.
•
Meer sturing van de gemeente op waar welke horeca zich vestigt.
Tekst geschrapt, reeds vastgesteld.
We stellen de volgende wijzigingen voor ten opzichte van het oude beleid: 1. Een nieuwe onderverdeling van horecacategorieen, beter toegepast op de hedendaagse praktijk, generiek toepasbaar voor heel Amsterdam. 2. Een duidelijker keuze uit instrumenten ter regulering van horeca, zoals de APV, het omgevingsplan, algemene regels, meldingsplicht, vergunningsplicht enzovoorts. 3. Een inhoudelijk kader dat antwoord geeft op de vraag waar welke vormen van horeca(activiteiten) wel of niet gewenst zijn. Daarnaast introduceert het stedelijk beleidskader handvatten om de stedelijke regels lokaal en maatwerkgericht toe te kunnen passen, met bijvoorbeeld gebiedstypologieen. Maatwerk vindt verder plaats in horecaambitieplannen. Daarin wordt per gebied, buurt of wijk beschreven welke functies er thuishoren en welke relevante ontwikkelingen het gebied de komende jaren doormaakt. Met een dergelijke analyse wordt het mogelijk om passende keuzes te maken, zodat iedere horecavestiging op een positieve wijze bijdraagt aan de buurt. In het nieuwe beleidskader horeca komt ook aandacht voor een gezondere voedselomgeving in Amsterdam. Evenementen Evenementen horen bij de stad en brengen Amsterdammers een rijk en breed aanbod, verbinden mensen, bieden kansen voor nieuw talent en maken deel uit van de identiteit van Amsterdam.
In veel gevallen vervullen evenementen ook een functie voor de regio en ver daarbuiten. Evenementen in de openbare ruimte kunnen ook overlast geven. Hoewel in de afgelopen jaren veel is geïnvesteerd in overlastbeperkende maatregelen, neemt in de openbare ruimte de spanning tussen behoefte aan rust en de overlast van evenementen eerder toe dan af. Dit is het gevolg van de verdere verdichting van de stad en daarmee toenemende concurrentie in het gebruik van de openbare ruimte. Dit maakt dat we voor
Evenementen Amsterdam heeft een sterk gevarieerd aanbod aan evenementen en festivals. Zowel voor Amsterdammers als voor bezoekers uit binnen en buitenland is er in de hoofdstad volop keuze in festivals en evenementen. Onze evenementen kunnen traditiegetrouw rekenen op grote publieke belangstelling en hoge waardering van de bezoekers. Festivals en evenementen kunnen bijdragen aan een tolerante, inclusieve stad. Ze kunnen verschillende uitingen van cultuur of kunst met elkaar verbinden en vormen interessante plekken voor bezoekers van alle leeftijden, aard en geslacht, van verschillende culturele of sociaaleconomische achtergronden, en met
blad 34 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam evenementen de komende jaren een delicate middenkoers moeten bewandelen, met oog voor beide kanten van de zaak. Bij vernieuwing van het evenementenbeleid zal deels worden aangesloten op de strategische keuze voor meerkernige ontwikkeling in deze omgevingsvisie. Dat wil zeggen dat vergunningverlening en spreiding van evenementen vaker op het niveau van de hele metropoolregio zal worden bezien.
verschillende opvattingen en interesses. Veel Amsterdammers ontdekken via festivals bovendien delen van de stad waar zij anders zelden of nooit komen. Ze vormen een veilige plek om op je eigen manier te genieten van de programmering en je alleen of samen met anderen onder te dompelen in een onalledaagse ervaring.
n/a
Evenementen In 2024 legde Amsterdam vast waarom festivals en evenementen belangrijk zijn en waarom we die een plek geven in onze stad in Visie Festivals en Evenementen 2025-2035. Deze toekomstbeeld geeft richting aan de beleidskeuzes die gemaakt worden de komende jaren. Dit houdt in het vernieuwen van het evenementenbeleid omdat er nieuwe regels nodig zijn bij het toewijzen van locaties voor evenementen en nieuw beleid voor vergunningen en subsidies, hoe we tot een aanbod komen dat zoveel mogelijk Amsterdammers aanspreekt, en via een participatietraject locatieprofielen aan passen waar dat gewenst is.
Opsomming vastgesteld beleid
Toevoegen aan opsomming: Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit 2023-2026 Schoner Parkeren Regeling
1. Van fossiel naar uitstootvrij: de ambitie van Amsterdam is om in 2030 alleen nog uitstootvrije mobiliteit te hebben.
1.Van fossiel naar uitstootvrij: Amsterdam streeft naar volledig uitstootvrije mobiliteit.
Mobiliteit voor iedereen Mobiliteit is voor iedereen in de stad belangrijk om mee te kunnen doen. Uitgangspunt is dat iedereen zich moet kunnen verplaatsen: mensen met een beperking, mensen met een kleine portemonnee, kinderen, ouderen. Dat uitgangspunt hoort bij een inclusieve stad, maar het levert soms ook dilemma’s op. Meer ruimte op de stoep betekent dat we minder ruimte geven aan een andere functie, vaak de auto. Maar dat kan weer betekenen dat mensen die afhankelijk zijn van de auto zich minder goed kunnen verplaatsen. Meer hoogwaardige ovlijnen maken de regio beter bereikbaar, maar kan het openbaar vervoer in bepaalde wijken minder fijnmazig maken. Sommige keuzes veroorzaken ongewild vervoersarmoede bij mensen. Daarom formuleren we hier als uitgangspunt dat alle burgers tegen redelijke kosten – in termen van geld, tijd en moeite – de vervoersbewegingen moeten kunnen maken die nodig zijn voor volwaardig meedoen in de samenleving. Naast aantrekkelijk openbaar vervoer helpt een goed, sociaal veilig ontwerp van de openbare ruimte hierbij, evenals aandacht voor betaalbaarheid.
Mobiliteit voor iedereen Uitgangspunt is dat iedereen zich zelfstandig moet kunnen verplaatsen: mensen met een beperking, mensen met een kleine portemonnee, met kinderwagens of met zware boodschappen, kinderen, ouderen. Alle tram- en bushaltes moeten daarom toegankelijk worden, met verbeterde, inclusieve informatievoorziening. Inclusieve uitgangspunten leveren soms ook dilemma’s op. Meer ruimte voor ov-haltes of voor de stoep betekent dat we minder ruimte geven aan een andere functie, vaak de auto. Maar dat kan weer betekenen dat mensen die afhankelijk zijn van de auto zich minder goed kunnen verplaatsen. Sommige keuzes veroorzaken ongewild vervoersarmoede bij mensen. Daarom formuleren we als uitgangspunt dat alle burgers tegen redelijke kosten – in termen van geld, tijd en moeite – de vervoersbewegingen moeten kunnen maken die nodig zijn voor volwaardig meedoen in de samenleving. Naast aantrekkelijk openbaar vervoer helpt een goed, sociaal veilig ontwerp van de openbare ruimte hierbij.
Transport over water bedraagt nu nog maar 1% van de vaarbewegingen op het water. Wat ons
Transport over water vindt al volop plaats voor waterbouwkundige doeleinden, zoals
Het aantal geschikte plekken voor grootschalige evenementen in de buitenruimte neemt om allerlei redenen af, met name vanwege de grote woningbouwopgave. Daarom moet een afweging gemaakt worden welke evenementen een plek op de evenementenkalender krijgen en welke niet. Amsterdam werkt om die reden aan nieuw evenementenbeleid. Hier zal worden ingezet op een zo gevarieerd mogelijk aanbod, binding van evenementen met de stad en de buurt, ruimte voor experiment en een goede spreiding van evenementen en festivals over de stad.
Licht negatief effect op geluid en luchtkwaliteit
blad 35 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam betreft neemt dat de komende jaren toe. Het moet als vervoerwijze volwaardig gaan meedoen bij afwegingen over mobiliteitsoplossingen in de stad. Maar ook op het water is het druk en moeten er keuzes worden gemaakt. Overslag van kade naar water en vice versa kost ruimte. Logistieke processen moeten hierop worden aangepast, onder andere door de bouw van goederenhubs. Niet elk water is hiervoor geschikt, omdat watertransport vaak niet samengaat met ecologische doelstellingen. Zie het hoofdstuk ‘Water’ elders in deze beleidsagenda. Ter stimulering van transport over water gaan we de komende jaren het volgende doen: • Uitbreiding van laad- en loslocaties, zowel nieuwe locaties als medegebruik van op- en afstaplocaties van de passagiersvaart. • Invoeren venstertijden en aanpassen ligtijden, zodat er vooral gevaren wordt als andere gebruikers (passagiersvaart en pleziervaart) minder actief zijn.
werkzaamheden aan kademuren en bruggen, maar is verder nog beperkt. Water moet volwaardig gaan meedoen bij afwegingen over mobiliteitsoplossingen in de stad. Maar ook op het water is het druk en moeten er keuzes worden gemaakt. Overslag van kade naar water en vice versa kost ruimte op het water en op de wal. Logistieke processen moeten hierop worden aangepast, onder andere door de bouw van goederenhubs. Niet elk water is hiervoor geschikt, omdat watertransport vaak niet samengaat met ecologische doelstellingen. Zie het hoofdstuk ‘Water’ elders in deze beleidsagenda. Ter stimulering van transport over water gaan we de komende jaren (verder) werken aan: • Uitbreiding van laad- en loslocaties, zowel nieuwe locaties als medegebruik van op- en afstaplocaties van de passagiersvaart.
Parkeren In de openbare ruimte van Amsterdam liggen ongeveer 250.000 autoparkeerplaatsen. Met de Agenda Amsterdam Autoluw kiezen we ervoor om tot 2025 in drukke gebieden 10.000 parkeerplaatsen weg te halen, om ruimte te scheppen voor voetgangers, fietsers, openbaar vervoer, groen en laad- en losvoorzieningen. Aangezien we de mobiliteitstransitie willen blijven stimuleren voor meer leefbaarheid in de stad, gaan we ook na 2025 door met het verminderen van autoparkeerplaatsen. Dat betekent dat we minder parkeervergunningen gaan afgeven, gecombineerd met prijsbeleid en het stimuleren van deelmobiliteit.
Met de Agenda Amsterdam Autoluw en de koers Amsterdam maakt Ruimte kiezen we ervoor om jaarlijks parkeervakken te herbestemmen. Dat doen we om meer ruimte te geven aan andere functies in de openbare ruimte zoals ruimte voor voetgangers, fietsers, groen en verblijven. Tussen 2019 en 2025 zijn een kleine 10.000 parkeervakken herbestemd. Tussen 2026 en 2030 continueren we dit beleid, waarbij de nadruk ligt op het herbestemmen van parkeervakken op de drukste plekken in de stad. Dit doen we met prijsbeleid en het verminderen van het aantal parkeervergunningen in combinatie met flankerend beleid zoals het stimuleren van deelmobiliteit.
… is soms ruimte voor parkeeroplossingen op maat.
… is soms ruimte voor parkeeroplossingen op maat. Deze denkrichtingen zullen landen in onder meer aan een nieuwe nota parkeernormen auto en fiets.
De toekomst van de Amsterdamse haven is geschetst in de Gemeentelijke Visie Haven (GVH), waarbij deze omgevingsvisie aansluit.
De toekomst van de Amsterdamse haven is geschetst in de Gemeentelijke Visie Haven (GVH) en het daarna verschenen bredere Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied, waarbij deze omgevingsvisie aansluit.
Het Havenbedrijf moet in 2030 10 MW extra windenergie gerealiseerd hebben.
Het Havenbedrijf moet in 2030 10 MW extra windenergie gerealiseerd hebben en denkt mee of meer opwek in de haven mogelijk is.
Bedrijvigheid met de grootste risicocontouren gaat in beginsel zoveel mogelijk naar de Amerika- en Afrikahaven. In de visie Noordzeekanaalgebied 2040 is een eventuele uitbreiding van het havenarsenaal voorzien in de Noordelijke Houtrakpolder.
Voor bedrijvigheid met de grootste risicocontouren is met name aan de westkant van het havengebied meer ruimte voor zwaardere milieucategorieën nodig. Tevens moet strategisch rekening worden gehouden met minimaal 10 miljoen m3 waterberging. Een optie daarvoor is de Houtrakpolder, zoals is benoemd in het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied.
De (commerciële) pleziervaart, watersportindustrie en jachthavens zijn de afgelopen decennia fors gegroeid. De groei van watertoerisme is een internationale ontwikkeling. Amsterdam is een populaire bestemming. Sinds de ingebruikname van de PTA in 2000 is er elk jaar – tot aan de coronacrisis – een vrijwel doorlopend stijgende lijn in het aantal bezoekende zeecruiseschepen. Meer drukte op het water kan zorgen voor een grotere kans op ongelukken. Dat betekent dat
De cruisevaart, (commerciële) pleziervaart, watersport-industrie en jachthavens zijn de afgelopen decennia fors gegroeid. Meer drukte op het water geeft een grotere kans op ongelukken. Dat betekent dat een goede afstemming nodig is tussen veel partijen met verschillende belangen. De komende jaren wordt uitvoering gegeven aan het besluit om de zeecruise te verminderen en de riviercruise te halveren. Tevens wordt onderzocht of de PTA op termijn kan verplaatsen naar een locatie buiten het centrum.
blad 36 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam een goede afstemming nodig is tussen veel partijen met verschillende belangen. Schiphol draagt bij aan de internationale verbondenheid van Amsterdam. Het is een multimodaal knooppunt met een uitgebreid netwerk van (inter)continentale bestemmingen. Met name dit netwerk is van groot belang voor de internationale positionering van de Metropoolregio Amsterdam. Het zorgt voor veel werkgelegenheid en is belangrijk voor de economische ontwikkeling van de metropool. Door geluidsoverlast en de uitstoot van schadelijke stoffen zoals CO2 conflicteert het vliegverkeer echter steeds sterker met het belang van een gezonde leefomgeving, klimaatbeleid en ruimtelijke claims.
Schiphol vormt een belangrijk knooppunt in de internationale handelseconomie van Nederland en in het bijzonder van de Amsterdamse regio. Schiphol faciliteert iedere dag grote aantallen passagiers en werknemers. Voor Amsterdam is het van belang dat er op en rond dit knooppunt sprake is van een gezonde, schone en veilige leef- en werkomgeving. Op dit moment is dat onvoldoende het geval en is de balans ernstig verstoord. Vliegverkeer veroorzaakt met de uitstoot van fijnstof en stikstof een ongezonde leef- en werkomgeving voor mens en natuur. Vliegtuiggeluid creëert veel overlast en gezondheidsproblemen. Reductie van geluid, broeikasgassen en andere emissies, zoals ultrafijnstof, komt ten goede aan een gezondere leef- en werkomgeving voor huidige en toekomstige werknemers en omwonenden.
Een stop voor internationale treinen op Schiphol versterkt de internationale hubfunctie en de internationale connectiviteit van Nederland.
Een stop voor internationale treinen op Schiphol versterkt de internationale connectiviteit van Nederland.
Amsterdam pleit voor het terugdringen van de milieucontouren van Schiphol
Amsterdam pleit voor het terugdringen van het aantal (nacht)vluchten op Schiphol
Amsterdam zet in op een duurzame, veilige en selectieve beweging van Schiphol naar multimodale hub.
Amsterdam zet in op een duurzame, veilige en selectieve beweging van Schiphol naar een multimodaal knooppunt van (inter)nationale verbindingen.
De duurzame ontwikkeling van Schiphol bepleiten we in de Bestuurlijke Regie Schiphol, een samenwerkingsverband van 4 provincies en 56 gemeenten.
De duurzame ontwikkeling van Schiphol bepleiten we ook in de Bestuurlijke Regie Schiphol, een samenwerkingsverband van 4 provincies en 56 gemeenten.
Thema´s zijn: groei van de groene stad, arbeidsmarkt en onderwijs, data en technologie, acute en crisiszorg. Gericht op de vier groepen: ouderen, GGZ, Jeugd en Gezin en mensen met chronische aandoeningen.
Thema´s zijn: groei van de stad, arbeidsmarkt en onderwijs, data en technologie, acute- en crisiszorg. Gericht op de vier groepen: ouderen, GGZ, Jeugd en Gezin en mensen met chronische aandoeningen.
Gezondheid werkt door in alles Het Amsterdamse gezondheidsbeleid is vastgelegd in de Nota Volksgezondheid Amsterdam. Deze dateert uit 2017, maar wordt in 2021 vernieuwd en aangescherpt op basis van de laatste, deels landelijke prioriteiten.
Gezondheid werkt door in alles Het Amsterdamse gezondheidsbeleid is vastgelegd in de Nota Volksgezondheid Amsterdam.
Om gezondheid onderdeel te maken van de ruimtelijke ontwikkeling van de stad, is er de Amsterdamse Gezondheidslogica. Die bevat twaalf logische principes voor een gezonde leefomgeving. De komende jaren wordt de Gezondheidslogica gebruikt bij de plannen voor gebiedsontwikkeling en verder verbeterd op basis van ervaring en nieuwe inzichten. -------Het bevorderen en beschermen van de gezondheid is ook een basis voor de Groenvisie, het programma Lucht- kwaliteit, Amsterdam Autoluw, het Meerjarenprogramma Fiets, het Actieplan Geluid, Amsterdam Age Friendly City, Sportvisie 2025 en het nieuwe Horeca- en terrassenbeleid. Ook is er Amsterdams Geluidsbeleid en de strategie Klimaatadaptatie. De essentie van al dit beleid is terug te vinden op verschillende plaatsen in deze omgevingsvisie en wordt hier dus ook bekrachtigd.
Om gezondheid onderdeel te maken van de ruimtelijke ontwikkeling van de stad, is er de Amsterdamse Gezondheidslogica. Die bevat twaalf logische principes voor een gezonde leefomgeving. De Gezondheidslogica wordt gebruikt bij de plannen voor gebiedsontwikkeling en verder verbeterd op basis van ervaring en nieuwe inzichten. -------Het bevorderen en beschermen van de gezondheid is ook een basis voor de Groenvisie, het Actieplan Schone Lucht, De Gezondheidslogica, Amsterdam Autoluw, het Meerjarenplan Fiets, het Actieplan Geluid, Amsterdam Age Friendly City, Sportvisie 2025 en het nieuwe Horeca- en terrassenbeleid. Ook is er Actieplan Geluid en de Agenda Klimaatadaptatie 2024-2026. De essentie van al dit beleid is terug te vinden op verschillende plaatsen in deze omgevingsvisie en wordt hier dus ook bekrachtigd.
De ontwikkeling en transformatie van sportparken naar parken om in te sporten,
De ontwikkeling en transformatie van sportparken naar parken om in te sporten, bewegen, spelen en
Kleinere impact Schiphol
Kleinere impact Schiphol
Licht positief effect nieuw beleid gezondheid
blad 37 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam bewegen, spelen en recreëren vergt maatwerk en zal tot stand komen in samenspraak met gebruikers en omliggende buurten.
recreëren vergt maatwerk en zal tot stand komen in samenspraak met gebruikers en omliggende buurten. Deze uitgangspunten zijn verankerd in de Visie Amsterdamse Sportparken.
Amsterdam wil bijdragen aan een voedseltransitie naar een gezond, sociaal en duurzaam voedselsysteem. Daartoe onderscheiden we zes actielijnen: 1. de sociale functie van voedsel als verbinder tussen mensen; 2. minder afval en voedselverspilling; 3. een gezonde voedselomgeving; 4. regionale productie en distributie; 5. ondernemerschap; 6. dierenwelzijn en eiwittransitie.
Amsterdam draagt bij aan een voedseltransitie naar een gezond, eerlijk en duurzaam voedselsysteem. Dit is uitvoerbaar gemaakt in zes actielijnen in de Voedselstrategie Uitvoeringsagenda 2023-2026.
De gemeente wil een gezondere voedselomgeving in Amsterdam, waarin het aanbod van gezond en duurzaam voedsel de norm wordt. In woongebieden en vooral rondom scholen dient het aanbod van fastfood, gemaksvoedsel en winkels met calorierijke snacks te worden beperkt. Gemeentelijke inspanningen op dit vlak betreffen nu vooral voorlichting, bewustmaking en ondersteuning, en soms convenanten en subsidies. We zoeken en agenderen de komende jaren krachtiger instrumenten om hierop te sturen. In de paragraaf ‘Detailhandel’ (zie ‘Vitale Stad’) wordt dit punt daarom nadrukkelijk genoemd als een van de nieuwe richtingen voor de toekomst. Ook in het te vernieuwen horecabeleid wordt dit een punt van aandacht.
De gemeente wil een gezondere voedselomgeving in Amsterdam, waarin het aanbod van gezond en duurzaam voedsel de norm wordt. In woongebieden en vooral rondom scholen dient het aanbod van fastfood, gemaksvoedsel en winkels met calorierijke snacks te worden beperkt. Gemeentelijke inspanningen op dit vlak betreffen vaak voorlichting, bewustmaking en ondersteuning, en soms convenanten en subsidies. We zoeken en agenderen de komende jaren krachtigere instrumenten om hierop te sturen. In de paragraaf ‘Detailhandel’ (zie ‘Vitale Stad’) wordt dit punt daarom nadrukkelijk genoemd als een van de nieuwe richtingen voor de toekomst.
Qua ruimtelijke omgeving zijn er de volgende aandachtspunten: • verduurzaming van het voedselproductielandschap; • ruimte bieden aan stadslandbouw en moestuinen (zie ook hoofdstuk ‘Groen’); • gezonde voedselomgeving; • ruimte voor voedsel, in distributie en logistiek, bewerking en bereiding door lokale initiatieven; • ruimte voor innovatieve productie van voedsel door technologisch geconditioneerde omstandigheden (vertical farming); • eetbaar groen in de openbare ruimte (zie ook groen); • voor zover mogelijk tegengaan van ongezond voedselaanbod in met name schoolomgevingen; • afval scheiden en voedselverspilling tegengaan (zie ook elders).
Qua ruimtelijke omgeving zijn er de volgende aandachtspunten: • verduurzaming van het voedselproductielandschap; • ruimte bieden aan stadslandbouw en moestuinen (zie ook hoofdstuk ‘Groen’); • gezonde voedselomgeving; • ruimte voor voedsel, in distributie en logistiek, bewerking en bereiding door lokale initiatieven; • ruimte voor innovatieve productie van voedsel door technologisch geconditioneerde omstandigheden (vertical farming); • eetbaar groen in de openbare ruimte (zie ook groen); • voor zover mogelijk tegengaan van ongezond voedselaanbod in met name schoolomgevingen; • voedselverspilling tegengaan en afval verminderen; • afval scheiden; • beschikbaar maken van voedsel voor donatie.
Genoemde inspanningen zijn niet genoeg om de soms ambitieus geformuleerde doelen op dit vlak te halen. De komende jaren wordt daarom, in samenhang met het detailhandelsbeleid, uitgewerkt welke andere inspanningen en instrumenten nog aan de orde komen. Amsterdam onderzoekt bijvoorbeeld samen met enkele andere gemeenten de juridische mogelijkheden van gemeenten om de voedselomgeving gezonder te maken. Het is niet duidelijk hoever we kunnen gaan binnen de huidige wet- en regelgeving, die vooral het belang beschermt van ondernemers die ongezonde voeding aanbieden.
Genoemde inspanningen zijn niet genoeg om de soms ambitieus geformuleerde doelen op dit vlak te halen. De komende jaren wordt daarom, in samenhang met het detailhandelsbeleid, uitgewerkt welke andere inspanningen en instrumenten nog aan de orde komen. Amsterdam onderzoekt bijvoorbeeld samen met enkele andere gemeenten de juridische mogelijkheden van gemeenten om de voedselomgeving gezonder te maken. De eerste resultaten hiervan zijn weergegeven in het rapport Tussen mens en ruimte. Het is niet duidelijk hoever we kunnen gaan binnen de huidige wet- en regelgeving, die vooral het belang beschermt van ondernemers die ongezonde voeding aanbieden. Ook onderzoeken we juridische en praktische mogelijkheden om voedselverspilling te voorkomen en over te schakelen naar meer plantaardig voedsel.
blad 38 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam Amsterdam onderzoekt bijvoorbeeld samen met enkele andere gemeenten de juridische mogelijkheden van gemeenten om de voedselomgeving gezonder te maken. Het is niet duidelijk hoever we kunnen gaan binnen de huidige wet- en regelgeving, die vooral het belang beschermt van ondernemers die ongezonde voeding aanbieden
Amsterdam onderzoekt bijvoorbeeld samen met enkele andere gemeenten de juridische mogelijkheden van gemeenten om de voedselomgeving gezonder te maken. De eerste resultaten hiervan zijn weergegeven in het rapport Tussen mens en ruimte. Mogelijkheden voor regulering worden verder onderzocht en uitgewerkt.
Dat geldt bijvoorbeeld voor innovaties als elektrische auto’s en houtbouw, waarbij de bestaande wetgeving, zoals het Bouwbesluit, nog niet altijd voldoende is om een veilige leefomgeving te borgen.
Dat geldt bijvoorbeeld voor innovaties als elektrische auto’s en houtbouw, waarbij de bestaande wetgeving, zoals het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BbL), nog niet altijd voldoende is om een veilige leefomgeving te borgen.
Met de Omgevingswet wordt veiligheid een belangrijk thema waarmee het reeds bestaande begrip externe veiligheid wordt uitgebreid.
Binnen de Omgevingswet is veiligheid een belangrijk thema. Het oude begrip externe veiligheid is uitgebreid tot omgevingsveiligheid.
Activiteiten met gevaarlijke stoffen krijgen aandachtsgebieden voor die drie hoofdscenario’s (brand, explosie en gifwolk).
Activiteiten met gevaarlijke stoffen hebben aandachtsgebieden voor die drie hoofdscenario’s (brand, explosie en gifwolk).
Ook zullen deze aandachtsgebieden deels over stedelijk gebied komen te liggen en soms de gemeentegrens overschrijden.
Ook liggen deze aandachtsgebieden deels over stedelijk gebied en overschrijden soms de gemeentegrens.
Deze Amsterdamse richtlijn is vastgesteld in 2010, geldt stadsbreed en wordt in deze omgevingsvisie doorgezet.
Deze Amsterdamse richtlijn is geactualiseerd in 2024. De richtlijn geldt stadsbreed en wordt in deze omgevingsvisie doorgezet.
Licht negatief effect geluid en luchtkwaliteit
Het eerste uitgangspunt van de richtlijn is dat er geen nieuwe gevoelige bestemmingen mogen worden gerealiseerd langs snelwegen (aan weerszijden een zone van 300 meter) en provinciale wegen (aan weerszijden 50 meter).
Het eerste uitgangspunt van de richtlijn is dat er geen nieuwe gevoelige bestemmingen mogen worden gerealiseerd langs snelwegen (aan weerszijden een zone van 150 meter) en provinciale wegen (aan weerszijden 50 meter).
Licht negatief effect geluid en luchtkwaliteit
Het tweede uitgangspunt is dat er – ongeacht de luchtkwaliteit – geen nieuwe gevoelige bestemmingen mogen worden gerealiseerd in de 1e-lijnsbebouwing binnen een afstand van 50 meter van stedelijke wegen met meer dan 10.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal.
Het tweede uitgangspunt is dat er – ongeacht de luchtkwaliteit – geen nieuwe gevoelige bestemmingen mogen worden gerealiseerd in de 1e-lijnsbebouwing binnen een afstand van 25 meter van stedelijke wegen met meer dan 10.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal.
Licht negatief effect geluid en luchtkwaliteit
Toevoegen als inleiding onder Elektromagnetische straling. Komt uit “Amsterdams Voorzorgbeleid Magneetvelden”
In Amsterdam komen steeds meer woningen en bedrijven én gaan we over van fossiele naar duurzame energie. Dit zorgt voor een toename van de elektriciteitsvraag. Om hierin te kunnen voorzien moet het elektriciteitsnet fors worden uitgebreid.
Na (hierna: het magneetvoorzorgsbeleid) invoegen. Rest tekst kan vervangen worden door nieuwe tekst welke komt uit het Amsterdams voorzorgsbeleid.
In 2023 heeft het Rijk een herijkt voorzorgbeleid vastgesteld in reactie op de adviezen van de Gezondheidsraad. Het bestaande beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen blijft, waarbij het herijkte voorzorgbeleid van toepassing is op zowel kinderen als volwassenen. Voor andere netcomponenten moeten netbeheerders proportionele technische maatregelen nemen om het magneetveld te verkleinen. Vanwege de mogelijke effecten op de gezondheid en vanwege de bezorgdheid bij veel Amsterdammers, blijft Amsterdam werken volgens een eigen uitgebreidere werkwijze die recht doet aan de adviezen van de Gezondheidsraad. Naast de standaard maatregelen, worden voor nieuwe situaties de gevoelige bestemmingen binnen de maximale magneetveldafstand van 0,4 microtesla altijd inzichtelijk gemaakt. Als er gevoelige bestemmingen liggen binnen de magneetveldzone van 0,4 microtesla onderzoekt de gemeente met de netbeheerders of er ruimtelijke aanpassingen mogelijk zijn. Als ook na aanpassingen de gevoelige
blad 39 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam bestemmingen binnen de magneetveldzone blijven liggen geeft de GGD advies op maat. Regelgeving rond geur is straks voor een deel opgenomen in standaard landelijke regelgeving voor elk omgevingsplan. Daarnaast heeft Amsterdam de beleidsvrijheid voor extra regels en maartwerk voor bepaalde gebieden.
De wetgeving geeft, met uitzondering van enkele specifieke activiteiten, niet aan wat het aanvaardbaar geurhinderniveau is. Amsterdam zal daarom in het geurbeleidskader vastleggen wat het aanvaardbaar geurhinderniveau is.
Via het genoemde hogerewaardenbeleid in het in 2019 geactualiseerde ‘Amsterdams Geluidbeleid 2016, hogere waarde Wet geluidhinder’
Via het Interim Geluidbeleid Amsterdam 2024 en de Beleidsregel geluidluwe gevel
dat zijn geluidswaarden boven de wettelijke voorkeurswaarde
dat zijn geluidswaarden boven de wettelijke standaardwaarde
Een stille gevel is een gevel met een geluidsbelasting van ten hoogste de voorkeursgrenswaarde.
Een stille – ook wel ‘geluidsluwe’ - gevel is een gevel of geveldeel met een geluidsbelasting van ten hoogste de standaardwaarde.
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, naar verwachting 1 juli 2022, zal de Wet geluidhinder overgaan in de Omgevingswet, meer specifiek de Aanvullingswet geluid Omgevingswet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt de mogelijkheid hogere waarden vast te stellen. Bij het toelaten van woningen op een bepaalde locatie moet de aanvaardbaarheid van de geluidkwaliteit van de woningen aanvaardbaar zijn.
Met de Omgevingswet is het oude wettelijke kader voor geluid, de Wet geluidhinder, komen te vervallen. Ook het geluidbeleid dat op deze wetgeving was gebaseerd is daarmee niet meer van toepassing. Om dit op te vangen is interimbeleid vastgesteld. Het interimbeleid is een beleidsneutrale omzetting van het voorgaande hogerewaardenbeleid en is niet volledig passend bij het nieuwe wettelijke kader van de omgevingswet. Het interimbeleid wordt zo spoedig mogelijk vervangen door beleid dat wel volledig past binnen het kader van de omgevingswet.
Het hogere waardenbeleid zal hierop moeten worden aangepast. Uitgangspunt hierbij zal zijn dat het een beleidsneutrale aanpassing van beleid zal zijn en dat de materiele eisen uit het geluidbeleid zoveel mogelijk onveranderd zullen blijven. De ambities uit deze visie zijn uitgewerkt in onder meer de Standaard voor het Amsterdamse Straatbeeld,
De ambities uit deze visie zijn uitgewerkt in onder meer het Beleidskader Puccinimethode 2024,
De Amsterdamse openbare ruimte omvat veel: wegen, pleinen, trottoirs, plantsoenen, water, bruggen, parken, sportvelden, speeltuinen. Veel van deze onderdelen komen elders in deze omgevingsvisie aan de orde, met name in de paragrafen Groen, water, gezond, sport en Verkeer en vervoer. Keuzes die daarin vaak terugkomen, zijn meer ruimte voor groen en verblijf, meer openbaarheid, uitnodigend tot beweging, en minder uitnodigend voor de auto.
De Amsterdamse openbare ruimte omvat veel: wegen, pleinen, trottoirs, plantsoenen, water, bruggen, parken, sportvelden, speeltuinen. Veel van deze onderdelen komen elders in deze omgevingsvisie aan de orde, met name in de paragrafen Groen, water, gezond, duurzaam, sport en Verkeer en vervoer. Keuzes die daarin vaak terugkomen, zijn meer ruimte voor groen en verblijf, meer openbaarheid, uitnodigend tot beweging, circulair, en minder uitnodigend voor de auto.
De ambities uit deze visie zijn uitgewerkt in onder meer de Standaard voor het Amsterdamse Straatbeeld, het Beleidskader Verlichting en het Stedelijk Kader Buitenreclame. En uiteraard de Agenda Autoluw, waarmee we ruimte maken.
De ambities uit deze visie zijn uitgewerkt in onder meer het Beleidskader Puccinimethode 2024, het Beleidskader Verlichting en Amsterdam Maakt Ruimte. Het Stedelijk Kader Buitenreclame bepaalt onder meer dat hoge reclamemasten alleen op aangewezen bedrijvenlocaties langs rijkswegen mogen. Dit kader wordt nog geactualiseerd. Daarbij worden de mogelijkheden onderzocht reclame inhoudelijk te beperken indien deze verleidt tot gedrag dat strijdig is met de Amsterdamse beleidsdoelen op het gebied van klimaat, milieu en volksgezondheid.
Aangezien we uitgaan van een verdere verdichting van de stad, wordt openbare ruimte schaarser en waardevoller en willen we een groenere inrichting. We moeten dus des te scherpere keuzes maken. We zetten de belangrijkste nieuwe richtingen en
Aangezien we uitgaan van een verdere verdichting van de stad, wordt openbare ruimte schaarser en waardevoller en willen we een groenere inrichting. We gaan naar een nieuwe balans in ruimte voor opgroeien, ontmoeten, gezond leven en verplaatsen. In Amsterdam Maakt Ruimte (2023)
Licht positief effect op de inrichting van de openbare ruimte
blad 40 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam consequenties voor de komende decennia hier op een rij.
worden ingrijpender keuzes voorgesteld voor veilige, toegankelijke en aantrekkelijke openbare ruimtes voor alle Amsterdammers. We gaan van meer, sneller en groter naar sociaal, ecologisch en uitvoerbaar, en van investeringen in doorstroming naar brede welvaart. De belangrijkste nieuwe richtingen voor de komende decennia zijn: Beleidskader Verkeersnetten In een nieuw beleidskader verkeersnetten komt te staan wat wenselijk is per vervoerstype, hoe er specifieker naar doelgroepen gekeken kan worden en wat de ruimtelijke impact is van die wensen. We gaan niet meer alle knelpunten voor autoverkeer oplossen, we gaan snelheid niet meer het belangrijkste vinden en we gaan kijken naar brede welvaart.
Bij het (her)inrichten van de openbare ruimte zetten we onze prioriteitsvolgorde versterkt door: voetganger, fietser, openbaar vervoer, auto rijdend, en tot slot parkeren op straat. Door Amsterdam autoluw te maken, blijft er juist meer ruimte voor motorvoertuigen die voor de stad noodzakelijk zijn, zoals bevoorradings-, bouw- en onderhoudsverkeer, en nood- en hulpdiensten.
Bij het (her)inrichten van de openbare ruimte zetten we onze prioriteitsvolgorde versterkt door: voetganger, fietser, openbaar vervoer, auto rijdend, en tot slot auto parkeren. Door Amsterdam autoluw te maken, komt er juist meer ruimte voor motorvoertuigen die voor de stad belangrijk zijn, zoals bevoorradings-, bouw- en onderhoudsverkeer, of hulpdiensten. Om preciezer te bepalen welke doelgroepen we in hun mobiliteit willen ondersteunen en welke we willen ontmoedigen, werken we aan een Afwegingskader Doelgroepen.
Het draagt bij aan de leefbaarheid, klimaatbestendigheid en geeft ruimte voor ontspanning.
Het draagt bij aan de leefbaarheid, klimaatbestendigheid, biodiversiteit en geeft ruimte voor ontspanning.
Natuurinclusief, klimaatbestendig, circulair Nog een reden om een meer integrale ontwerppraktijk na te streven is het feit dat duurzaamheid steeds meer aan de basis komt te liggen van het inrichten van de Amsterdamse openbare ruimte. Een van de strategische keuzes van deze omgevingsvisie is rigoureus vergroenen. De komende jaren neemt het oppervlak aan verharde openbare ruimte dus af. Er komen meer groenstroken, bomen, graskeien, wadi’s, geveltuinen. De openbare ruimte wordt natuurinclusiever en klimaatbestendiger, met meer circulaire materialen. Zie Duurzame stad en de paragraaf Groen. Dit alles betekent dat onze Puccinistandaard voor inrichting van de openbare ruimte hier voldoende mogelijkheden voor moet blijven bieden. De Puccinihandboeken dienen dan ook regelmatig te worden geactualiseerd.
Natuurinclusief, klimaatbestendig, circulair Duurzaamheid komt steeds meer aan de basis te liggen van het inrichten van de Amsterdamse openbare ruimte. ‘Rigoureus vergroenen’ betekent dat het oppervlak aan verharde openbare ruimte de komende jaren afneemt. Er komen meer groenstroken, bomen, hagen, geveltuinen, bloemrijk grasland, graskeien, wadi’s, natuurvriendelijke oevers. Alle openbare ruimteprojecten werken volgens de Aanpak Duurzaam Tenzij en bijbehorende Toolbox Duurzaam Tenzij. We ontwerpen met een lage milieudruk (MKIscore) en doen zo lang mogelijk met de spullen die we aanleggen. In projecten behouden we in principe het bestaande verhardingsmateriaal zolang de technische staat dat toelaat en passen we conform Puccini hergebruikte materialen toe. Zie ook Duurzame stad en de paragraaf Groen. Dit alles betekent dat onze Puccinistandaard voor inrichting van de openbare ruimte hier voldoende mogelijkheden voor moet blijven bieden. De Puccinihandboeken dienen dan ook regelmatig te worden geactualiseerd.
Voor zover dat logistiek haalbaar is, combineren we renovaties van kades en bruggen altijd met andere doelen in deze omgevingsvisie, zoals de agenda autoluw, klimaatadaptieve maatregelen of voorzieningen ten behoeve van de energietransitie.
Voor zover dat logistiek haalbaar is, combineren we renovaties van kades en bruggen altijd met andere doelen in deze omgevingsvisie, zoals de agenda autoluw, klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen of voorzieningen ten behoeve van de energietransitie.
De groei van Amsterdam heeft geleid tot toenemende druk op het water. De recente coronacrisis heeft die druk wat verminderd, maar we moeten er rekening mee houden dat allerlei vormen van scheepsverkeer, recreatie,
De groei van Amsterdam geeft toenemende druk op het water. Toerisme en recreatie op en aan het water zijn de afgelopen decennia sterk gegroeid. Ook worden er steeds meer gebieden langs de oevers van het IJ getransformeerd, wat leidt tot
blad 41 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam oevergebruik, evenementen enzovoorts toch weer gaan toenemen. Dat vergt keuzes, ook omdat een onbelemmerde waterdoorstroming grenzen stelt aan wat we op het water doen.
uitplaatsing van watergebonden functies. Dit alles vraagt om keuzes vanuit een stedelijke afweging. Daarbij speelt ook mee dat een onbelemmerde waterdoorstroming grenzen stelt aan wat we op het water doen.
Gebruik van het water: beleid tot nu toe Er is al het nodige waterbeleid vastgesteld. Recent zijn de Watervisie Amsterdam 2040 (2016), Welstand op het water (2018), Nota Varen deel 1 (2019) en deel 2 (2020). In de watervisie is meer ruimte voor groei en spreiding van functies op het water. Met de nota’s Varen ligt de nadruk op de aanpak van drukte, beperking van overlast, ambitie voor emissievrij varen en meer goederenvervoer over het water. De grote lijn in het waterbeleid tot nu toe is behoud van evenwicht tussen de verschillende functies en behoud van kwaliteit. Deze lijn wordt in deze omgevingsvisie voortgezet. Veel punten uit de Watervisie Amsterdam 2040 en de bijbehorende uitvoeringsagenda zijn nog actueel. Voor de uitvoeringsagenda is een beperkte actualisatie gewenst.
Gebruik van het water: beleid tot nu toe en volgende stappen Er is de afgelopen jaren al het nodige waterbeleid vastgesteld: de Watervisie Amsterdam 2040 (2016), Welstand op het water (2018), Nota Varen deel 1 (2019) en deel 2 (2020). De Watervisie 2040 gaat nog uit van groei (en spreiding) van toerisme op het water en richt zich sterk op de economische betekenis en kansen van water in de gemeente. Met de nota’s Varen ligt de nadruk op de aanpak van drukte, beperking van overlast, vlot en veilig scheepvaartverkeer, ambitie voor emissievrij varen en meer goederenvervoer over het water. De grote lijn in het waterbeleid tot nu toe is behoud van evenwicht tussen de verschillende functies en behoud van ruimtelijke en cultuurhistorische waarden en een verbetering van de ecologische waterkwaliteit.. Deze lijn is in deze omgevingsvisie voortgezet. Veel punten uit de Watervisie Amsterdam 2040 en de bijbehorende uitvoeringsagenda zijn nog actueel en vragen om nadere uitwerking of uitvoering.
Toenemend effect klimaatadaptatie
Op het IJ, IJmeer, de Grachtengordel en regionale vaarroutes is de druk op de ruimte dermate groot dat ruimtelijke keuzes nodig zijn. Daartoe wordt in 2025 het Beleidskader Ruimte op het Water ontwikkeld. Hierin krijgen ook de eventuele ruimtelijke implicaties van de Raad van Stateuitspraken inzake het passagiersvaartbeleid een plek en wordt het beleid met betrekking tot woonboten beter verankerd. Een volgende logische stap is een actualisatie van de Watervisie, die niet meer over groei van toerisme zal gaan, maar over het bredere belang van het watersysteem (met name afvoer van piekbelasting, maar ook omgaan met droogte), waterveiligheid, klimaatadaptatie en waterkwaliteit. Dit laatste punt neemt toe in belang, doordat veel waterlichamen momenteel niet voldoen aan de Kaderrichtlijn Water. De ecologische waterkwaliteit moet verbeteren. De geharmoniseerde regels worden te zijner tijd in het omgevingsplan opgenomen.
De geharmoniseerde regels worden in het omgevingsplan opgenomen.
Omdat de stad groeit, willen meer mensen het IJ oversteken. Allerlei vormen van recreatief passagiersvervoer kunnen weer gaan toenemen, ook buiten het centrum: zee- en riviercruises, recreatieve veerverbindingen, chartervaart, enzovoorts. We noemen de volgende accenten voor de komende jaren: 1. Ter verbetering van de kwaliteit van de IJ-oever in het centrumgebied moeten riviercruiseschepen worden verspreid naar de flanken van de stad. Ook voldoende ligplaatsen voor de binnenvaart in haven-water zijn belangrijk. 2. Ruimte voor meer recreatieve veerverbindingen over het IJ, bijvoorbeeld een oost-westverbinding over het IJ. 3. Er komt beleid voor toeristenvervoer en partyschepen op het IJ. Ook is een visie nodig op de chartervaart op IJmeer en IJsselmeer, met
Omdat de stad groeit, willen meer mensen het IJ oversteken. We noemen de volgende accenten voor de komende jaren: 1. Er wordt uitvoering gegeven aan het besluit om het aantal zeecruises te verminderen en het aantal riviercruises te halveren. 2. In het kader van Sprong over het IJ komen er extra ligplaatsen voor binnenvaart. 3. De vloot van ponten groeit. Mede daarom zijn investeringen in een toekomstbestendige Ponthaven met voldoende capaciteit nodig. 4. Er komt beleid voor toeristenvervoer en partyschepen op het IJ. Ook is een visie nodig op de chartervaart op IJmeer en IJsselmeer, met aandacht voor regionale recreatieve veerverbindingen. Er wordt
blad 42 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam aandacht voor regionale recreatieve veerverbindingen. De Passenger Terminal Amsterdam wordt mogelijk verplaatst naar de Coenhaven. 4. Binnenwater dient te worden toegewezen aan functies en activiteiten die daaraan gebonden zijn. Functies die zijn gericht op activiteiten in de regio of in havenwater kunnen beter worden verplaatst.
onderzocht of de Passenger Terminal op termijn kan verplaatsen naar een locatie buiten het centrum.
Maar dergelijke ontwikkelingen belemmeren wel steeds meer uitzicht op het water, de doorstroom en de waterkwaliteit.
Maar dergelijke ontwikkelingen belemmeren wel steeds meer uitzicht op het water, het vaarweggebruik, de doorstroom en de waterkwaliteit.
Wonen en werken in of aan het water is populair. Woonboten willen graag uitbreiden, met ook vlonders rondom de boot en ruimte op de oever. Cafés en restaurants willen graag een terras aan het water, op een steiger, of zich vestigen op een boot. Kantoren vinden uitzicht op het water een verrijking. Maar dergelijke ontwikkelingen belemmeren wel steeds meer uitzicht op het water, de doorstroom en de waterkwaliteit. We willen deze waarden beter beschermen en herstellen. Het huidige beleid om het aantal woonboten niet uit te breiden, om via kleinschalige herschikkingen knelpunten op te lossen en overtredingen te handhaven, blijft daarom staan. Behoud van historische woonboten heeft een breed draagvlak.
Wonen en werken in of aan het water is populair. Woonboten willen graag uitbreiden, met ook vlonders rondom de boot en ruimte op de oever. Cafés en restaurants willen graag een terras aan het water, op een steiger, of zich vestigen op een boot. Kantoren vinden uitzicht op het water een verrijking. Maar dergelijke ontwikkelingen belemmeren wel steeds meer uitzicht op het water, het vaarweggebruik, de doorstroom en de waterkwaliteit. We willen deze waarden beter beschermen en herstellen. Het huidige beleid om het aantal woonboten niet uit te breiden, om via kleinschalige herschikkingen knelpunten op te lossen en overtredingen te handhaven, blijft daarom staan. Behoud van historische woonboten heeft een breed draagvlak.
De laatste bedrijventerreinen aan het water worden in rap tempo vervangen door kantoren, woningen en hotels. Daar moeten we zorgvuldig mee omgaan, want die ruimte hebben we nodig voor watergebonden bedrijvigheid, onze ambities om de passagiers- en pleziervaart te verduurzamen en om goederenvervoer over het water te stimuleren. Nieuwe accenten worden: 1. Toekomstbestendige jachthavens, met vooral forse investeringen in laadinfrastructuur voor duurzame boten. 2. Nieuwe waterverbindingen. Met de ontwikkeling van nieuwe woongebieden ontstaat de uitdaging om deze via het water te verbinden met de rest van de stad. Zo kan bij de ontwikkeling van Haven-Stad een nieuwe vaarverbinding tussen de Vlothaven en het westelijk Marktkanaal in West interessant zijn. Ook het doortrekken van de Westlandgracht blijft een optie. Daarnaast willen we knelpunten in sloepennetwerken oplossen en stedelijk met landelijk noord verbinden. 3. Nieuw water in nieuwe wijken wordt volgens ecologische principes ontworpen en aangelegd. Het water is dan direct geschikt voor mens en natuur. 4. De transformatie van voormalig industrieel gebied in woongebied vraagt vaak om sanering van (water)bodemvervuiling of betere kwaliteit van het oppervlaktewater, om recreatie of natuurontwikkeling mogelijk te maken
De laatste bedrijventerreinen aan het water worden in rap tempo vervangen door kantoren, woningen en hotels. Daar moeten we zorgvuldig mee omgaan, want die ruimte hebben we nodig voor watergebonden bedrijvigheid, onze ambities om de passagiers- en pleziervaart te verduurzamen en om goederenvervoer over het water te stimuleren. De transformatie van voormalig industrieel gebied in woongebied vraagt vaak om sanering van (water)bodemvervuiling of betere kwaliteit van het oppervlaktewater, om recreatie of natuurontwikkeling mogelijk te maken. Nieuwe accenten worden: 1. Toekomstbestendige en slim gesitueerde jachthavens, met vooral forse investeringen in laadinfrastructuur voor duurzame boten. 2. Nieuwe waterverbindingen. Met de ontwikkeling van nieuwe woongebieden ontstaat de uitdaging om deze via het water te verbinden met de rest van de gemeente. Zo is het doortrekken van de Westlandgracht onderdeel van de gebiedsontwikkelingen rond het Schinkelkwartier. Daarnaast willen we knelpunten in sloepennetwerken oplossen en stedelijk met landelijk noord verbinden. 3. Nieuw water in nieuwe wijken wordt volgens ecologische principes ontworpen en aangelegd. Het water is dan direct geschikt voor mens en natuur.
De kwaliteitsdoelen van de Kaderrichtlijn Water worden mede daardoor dan mogelijk niet gehaald. 5. Gebruik van diep oppervlaktewater voor koudeopslag voor stadskoeling. Nu worden alleen de Nieuwe Meer en de in de gemeente
5. Gebruik van diep oppervlaktewater voor koudeopslag voor stadskoeling. Koud water uit de Nieuwe Meer en de in de gemeente Ouder-Amstel
blad 43 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam Ouder-Amstel gelegen Ouderkerkerplas hiervoor gebruikt, maar de komende jaren wordt gezocht naar meer mogelijkheden hiervoor. Zie verder de paragraaf Warmte- en koudenetten in het hoofdstuk Duurzame stad.
gelegen Ouderkerkerplas wordt gebruikt voor stadskoeling. Er zijn geen plannen voor nieuwe koudebronnen die gebruik maken van diep oppervlaktewater; nieuwe koudenetten zullen waarschijnlijk vooral gebruikmaken van warmtekoudeopslagsystemen in de bodem. Mogelijkheden in diep oppervlaktewater worden wel meegenomen in toekomstige potentieonderzoeken.
6. Opzet van een waternatuurcentrum, met informatie over de bijzondere ecologische waarde van het water in en om Amsterdam (haring in het IJ, Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer, natuurontwikkelingsprojecten, vistrekroutes, mosselbanken, enzovoorts).
6. Opzet van een educatief centrum gericht op waterkwaliteit, watersystemen en de ecologie van het water in en om Amsterdam (haring in het IJ, Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer, natuurontwikkelingsprojecten, vistrekroutes, mosselbanken, enzovoorts).
3. Nieuwe stadsbuurten aan het water zoals in Haven-Stad, bieden ruimte voor meer watersport en -recreatie. Daar is nu nog weinig druk. Ook stadsdeel Noord heeft een enorm areaal aan water met nu nog beperkte mogelijkheden voor watersport en -recreatie. De IJ-oevers krijgen zo voor heel Noord en het westelijk deel van de stad een recreatieve functie.
3. Nieuwe stadsbuurten aan het water zoals in Haven-Stad bieden ruimte voor meer watersport en -recreatie. Daar is nu nog weinig druk. Ook stadsdeel Noord heeft een enorm areaal aan water met nu nog beperkte mogelijkheden voor watersport en -recreatie.
Daarbij zoeken we naar innovatieve oplossingen, zoals tiny forests
Daarbij zoeken we naar innovatieve oplossingen, zoals buurt- en wijkbossen,
Opgavenkaart Hoofdgroenstructuur We gaan de visie op de hoofdgroenstructuur voor de lange termijn vertalen naar de belangrijkste opgaven voor de korte en middellange termijn. In een uitwerking brengen we de grootste en belangrijkste opgaven voor de komende tien jaar in woord en beeld. We maken een opgavenkaart 2030, waarop te zien is waar de prioriteit ligt in het versterken van de hoofdgroenstructuur. Op de kaart zullen kwantitatieve opgaven (nieuwe parken en ontbrekende verbindingen) en kwalitatieve opgaven (zoals versterking van ecologische, recreatieve, gezondheidswaarden, vergroten toegankelijkheid) zichtbaar zijn. Zo wordt richting gegeven aan investeringsprogramma’s en initiatieven die gericht zijn op een kwaliteitsimpuls van de hoofdgroenstructuur. Er komt ook aandacht voor nieuwe sport- en beweegmogelijkheden in samenhang met ecologische waarden.
Opgavekaart Groen De ambities voor het groen in de stad vastgelegd in Rigoureus vergroenen en de Groenvisie vertalen we naar de belangrijkste opgaven voor de korte en middellange termijn. De Opgavekaart Groen geeft in woord en beeld weer waar de prioriteit ligt voor verbetering en aanleg van groen op alle schaalniveaus. Daarbij wordt de waarde van het groen voor ecologie, klimaatadaptatie, sociaal welzijn en gezondheid betrokken. Zo wordt richting gegeven aan investeringsprogramma’s, programmering en initiatieven. Ook ontstaat inzicht in de omvang van de opgave voor de lange termijn. Daarmee kan proactief gestuurd worden op kwalitatieve en kwantitatieve versterking van het groen in gebiedsontwikkelingen en de bestaande stad.
Net boven het kopje Opgavenkaart Hoofdgroenstructuur een paar regels tekst toevoegen.
Op 6 juni 2024 is een referendum gehouden over een voorstel voor nieuw Hoofdgroenstructuurbeleid. Omdat een meerderheid tegen het nieuwe beleid heeft gestemd heeft de raad het voorstel voor het nieuwe beleid verworpen en een motie aangenomen waarin verzocht wordt om een burgerberaad te organiseren over 'rigoureus vergroenen in een groeiende stad'. De uitkomsten van het burgerberaad (2024-2025) zijn bepalend voor actualisatie van het beleidskader Hoofdgroenstructuur.
Het volkstuinenbeleid uit 2005 zal in samenwerking met de tuinverenigingen worden geactualiseerd, met als intentie om de tuinparken te behouden voor de toekomst en de toegankelijkheid en het maatschappelijk medegebruik op alle tuinparken te laten toenemen.
Het volkstuinenbeleid uit 2005 is in samenwerking met de tuinverenigingen aangevuld met een afsprakenkader dat in december 2021 door de raad is vastgesteld. De kern hiervan is dat het bestaande tuinparkenaanbod in de stad wordt veiliggesteld voor de toekomst als belangrijke onderdelen van de Hoofdgroenstructuur en dat de toegankelijkheid, de groenwaarden en het
Concretisering groenbeleid, opgavenkaart, licht positief effect natuur
blad 44 van 111
Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam maatschappelijk medegebruik op alle tuinparken gaan toenemen. In Amsterdam zijn verschillende begraafplaatsen. Sommige zijn in gemeentelijk eigendom (De Nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder), anders zijn in particulier bezit bij een stichting.
Amsterdam kent zowel gemeentelijke begraafplaatsen (zoals De Nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder) als bijzondere begraafplaatsen (zoals Buitenveldert en Westgaarde).
Toch ontstaat er een groeiende vraag naar een nieuw soort capaciteit, vooral vanuit nieuwe culturen. Deze worden zo goed mogelijk op de bestaande locaties gefaciliteerd. De coronacrisis in 2020 heeft door de beperkingen op het begraven in landen van herkomst de vraag naar begraven met eeuwigdurende grafrust in een stroomversnelling gebracht, met name vanuit moslims. De verwachting is dat dit een blijvend effect zal hebben op de vraag naar ruimte v oor eeuwigdurende grafrust. De wenselijkheid en mogelijkheden daartoe worden onderzocht. In samenwerking met omringende gemeenten wordt gekeken naar mogelijkheden voor nieuwe begraafplaatsen (of uitbreidingen van bestaande), met ruimte voor grafrust voor onbepaalde tijd voor verschillende geloofsrichtingen.
Zodra bij wet mogelijk, komt daar de mogelijkheid van alkalische hydrolyse (resomeren in een hydrolisatorium) bij als nieuwe bestemming voor het lichaam van overledenen. Verder signaleren we – mede op basis van demografische inzichten - een toenemende vraag naar begraafmogelijkheden voor onbepaalde tijd. Deze worden daar waar de ruimte hiervoor beschikbaar is zo goed mogelijk binnen het bestaande begraafaanbod gefaciliteerd. Hoewel bij wet voor de gemeente een primaire taak in het faciliteren van ruimte hiervoor, gaan we de regionale samenwerking aan om tot zo efficiënt mogelijke oplossingen te komen en doelgroepen zo goed mogelijk te bedienen. Aanvullend zullen voor de middellange termijn de mogelijkheden en wenselijkheid van een gedenkpark nieuwe stijl aan het water op Buiteneiland (Ijburg 2e fase) onderzocht worden.