CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Aanvulling OER actualisatie Omgevingsvisie 2050 .pdf

RAAD 13 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 – actualisatie 2025 (VN2025-012779)54.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 7

Daarnaast biedt een scala aan beleid kaders voor maatschappelijke voorzieningen van de 21e eeuw. Van de Sportvisie 2025, het Actieplan Age Friendly City tot de Amsterdamse Impuls Schoolpleinen.

Daarnaast biedt een scala aan beleid kaders voor maatschappelijke voorzieningen van de 21e eeuw. Van de Visie Amsterdamse sportparken - Gastvrij en verbonden, het Bouwstenenboek Groei van de Stad, tot richtlijnen en programma's van eisen voor de bouw van voorzieningen als scholen, buurtkamers en opvanglocaties.

Wij constateren dat huisartsenposten zich vanwege stijgende huren moeilijker in verschillende Amsterdamse buurten kunnen vestigen of handhaven.

Wij constateren dat steeds meer semicommerciële maatschappelijke partijen zoals huisartsen zich vanwege stijgende huren moeilijker in verschillende Amsterdamse buurten kunnen vestigen of handhaven.

De referentienormen zullen worden gespecificeerd naar deze beoogde stadsmilieus.

De referentienormen zijn in 2024 gespecificeerd naar deze stadsmilieus. Voor buitensport, spelen en groen moet dat nog gebeuren.

Geen oude tekst

Extra kopje op blz 161:

Mogelijk positief effect op natuur door referentienormen

Maatschappelijke opvang Amsterdam is door de eeuwen heen een barmhartige stad geweest en wil mensen die gevlucht zijn uit hun eigen land en mensen die niet zelfstandig thuis kunnen wonen een plek bieden. Maatschappelijke opvang, vluchtelingenopvang en opvang van ongedocumenteerden horen bij een inclusieve stad. Amsterdam maakt de komende jaren ruimte voor permanente opvangvoorzieningen voor deze groepen, zowel in bestaande wijken als in nieuwe gebiedsontwikkeling. Er zal een zorgvuldige afweging plaatsvinden over spreiding over de stad. Maatschappelijke opvang is dynamisch en onderhevig aan politieke keuzes, landelijk en in de stad. Ook financiële kaders zijn bepalend in hoe voortvarend met deze opgave zal worden omgegaan. Deze aspecten komen samen in het concept van woon-zorgzones. Naast voldoende aangepaste of levensloopbestendige woningen met mogelijkheid tot domotica, kenmerkt een woonzorgzone zich door een verhoogd voorzieningenniveau van ondersteunings-, welzijns- en zorgdiensten.

Dat doen we in woon-zorgzones, wooncirkels of lang leven thuis flats. Naast voldoende aangepaste of levensloopbestendige woningen met mogelijkheid tot domotica, kenmerkt een woonzorgcirkel zich door een verhoogd voorzieningenniveau van ondersteunings-, welzijns- en zorgdiensten.

Voor een deel kan dat in broedplaatsen en vrije ruimtes, maar ook in het voorzieningenbeleid zelf moet meer ruimte komen voor nadere invulling door cocreatie en lokale initiatieven.

Voor een deel kan dat in broedplaatsen en vrije ruimtes, daarnaast bieden de in 2024 geactualiseerde referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen expliciet ruimte voor maatschappelijk initiatief.

Steden als Amsterdam zijn populair. De druk op de ruimte vertaalt zich bij woningen in lange wachttijden voor sociale huur, een groot gebrek aan middeldure woningen en sterk gestegen prijzen in de vrije sector. Woningzoekenden vinden tegenwoordig alleen met lang wachten en veel geld of geluk nog een woning in Amsterdam. Ook op regionaal niveau is er schaarste, maar niet overal evenveel. Het is niet aannemelijk dat op lange termijn de druk op de stad minder groot wordt. Daarmee blijft er ook grote vraag naar woningen.

Steden als Amsterdam zijn populair. Ook Weesp, met haar kleinschalige karakter en dicht bij de grote stad, is in trek. In de vrije sector zijn prijzen sterk gestegen. Ook zijn er lange wachttijden voor sociale huur en een groot gebrek aan middeldure woningen. Ook op regionaal niveau is er woningschaarste, maar niet overal evenveel. Het is niet aannemelijk dat op lange termijn de druk op de gemeente minder groot wordt. Daarmee blijft er ook grote vraag naar woningen.

Toevoeging Weesp. Oordeel over sociale inclusie is negatiever vanwege krapte in Weesp

Toegang tot de stad, betaalbaarheid, omgaan met schaarste, tegengaan van negatieve effecten van segregatie woningkwaliteit: woonbeleid is en blijft een

Toegang tot de stad, betaalbaarheid, omgaan met schaarste, tegengaan van negatieve effecten van segregatie woningkwaliteit: woonbeleid is en blijft een belangrijk instrument

Aanpassing beleid woonwagens heeft klein positief effect

blad 20 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam belangrijk instrument voor het behalen van veel doelen in deze omgevingsvisie. Het Amsterdamse woonbeleid omvat onder andere de in 2017 vastgestelde Woonagenda 2025, de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020, de Doelgroepenverordening Woningbouw Amsterdam, de Actualisatie Bestuursopdracht Ontwikkelbuurten 2019-2022 en Samenwerkingsafspraken 2020-2023 met de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties en de Amsterdamse Huurderskoepels.

voor het behalen van veel doelen in deze omgevingsvisie. Het Amsterdamse woonbeleid omvat onder andere de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting, de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024, Masterplan Zuidoost, Nationaal Programma Samen Nieuw West, Aanpak Noord, het Beleidskader woonwagens en standplaatsen 2023, en Samenwerkingsafspraken 2024-2027 met de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties en de Amsterdamse huurderskoepels. Dit beleid wordt periodiek geactualiseerd.

Iedere twee jaar wordt onderzoek gedaan naar de leefbaarheid in Amsterdamse buurten (WiA). De indicatoren zijn buurttevredenheid, ervaren overlast, schoon en heel, veiligheid en prettig samenleven. Sociale cohesie in een buurt speelt een belangrijke rol bij het prettig samenleven, maar voor de leefbaarheid is veiligheid en het onderhoud van de openbare ruimte ook belangrijk. De jaarlijkse rapportcijfers voor de woonomgeving spreken duidelijke taal: waarderingen van een 7 of een 8 in een ruim centrumgebied en lagere waarderingen in de naoorlogse wijken. De opgave voor de toekomst is om die verschillen te verkleinen.

Iedere twee jaar wordt onderzoek gedaan naar de leefbaarheid in Amsterdamse buurten (WiA). De indicatoren zijn buurttevredenheid, ervaren overlast, schoon en heel, veiligheid en prettig samenleven. Sociale cohesie in een buurt speelt een belangrijke rol bij het prettig samenleven, maar voor de leefbaarheid is veiligheid en het onderhoud van de openbare ruimte ook belangrijk. De jaarlijkse rapportcijfers voor de woonomgeving zijn duidelijk: de waarderingen in een ruim centrumgebied liggen aanzienlijk hoger dan in de voorrangsbuurten. De opgave voor de toekomst is om die verschillen te verkleinen.

De Woondeal tussen Rijk en Metropoolregio Amsterdam uit 2019

De Woondeal tussen Rijk en Metropoolregio Amsterdam uit 2023

Prettige woningen

(Paragraafkop) Duurzame woningen van goede kwaliteit

Het uitgangspunt dat een woning is om in te wonen…..beleidsmatige aanpak aandacht voor dit punt in de toekomst.

Het uitgangspunt dat een huis is om in te wonen en niet om veel geld mee te verdienen, blijft de komende jaren van kracht. Regulering en handhaving moeten de uitwassen van onder meer leegstand, speculatie, illegale toeristische verhuur en crimineel gebruik van woningen tegengaan. Verder is er extra aandacht voor de duurzaamheid en kwaliteit van Amsterdamse woningen. Iedere Amsterdammer heeft recht op een veilige en gezonde woning. Dit willen we realiseren door het wegwerken van achterstallig onderhoud, aanpak van vocht en schimmel en loden leidingen. Daarnaast heeft het isoleren van woningen de grootste prioriteit en stimuleren en begeleiden we bewoners en woningeigenaren om structureel energie te besparen, door het isoleren en verbeteren van woningen, zoals toegelicht in het Isolatieoffensief 2024-2026. De redenen hiervoor zijn dat het klimaat verandert, kansen op extreme hitte, wateroverlast en droogte nemen toe. Dat vereist steeds meer aanpassingen aan bijvoorbeeld daken, afwatering, zonweringen, en funderingen. Zie ook de paragraaf Klimaatbestendig in het hoofdstuk Duurzame Stad. Een andere reden is dat door de grote vraag naar woningen in Amsterdam, deze ook in slechte staat goed verhuurd kunnen worden. Goed onderhoud, het wegwerken van achterstallig onderhoud, het verbeteren van de woning en goed verhuurderschap moeten dan vaker afgedwongen worden.

De Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur geeft gemeenten instrumenten om hier adequater tegen op te treden. Amsterdamse woningcorporaties en particuliere verhuurders zijn belangrijke partners bij de opgave voor het verduurzamen en verbeteren van woningen.

Moderne combinaties van wonen en zorg worden de komende tijd uitgewerkt in een specifieke woon-zorgvisie.

Moderne combinaties van wonen en zorg zijn uitgewerkt in een woon-zorgvisie, als onderdeel van de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting.

Kleine positieve impact op leefbaarheid vitaal en sociaal

blad 21 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam Geclusterd wonen past ook goed in het concept wooncirkel waar ook zorginfrastructuur aanwezig is. Een wooncirkel is een cirkel getrokken om een kern in een gewone buurt. Kern van de wooncirkel is een intramurale 24uurszorgvoorziening voor verpleeg- en verzorging. In de cirkel wonen mensen zelfstandig, op maximaal 10 minuten afstand van de kern. Als zij zorg of ondersteuning nodig hebben, kunnen zij een beroep doen op de zorg en ondersteuning in de kern. Marktpartijen kunnen zich ook inzetten om de doorstroming in de stad te bevorderen door het nieuwe aanbod van woningen primair te richten op Amsterdammers die een woning achterlaten in de bestaande voorraad.

Een vorm van geclusterd wonen zijn de zorggeschikte woningen. Dit zijn woningen die bedoeld zijn voor mensen met een Wet langdurige zorg indicatie voor verpleeg- en verzorging, die niet meer naar het intramurale verpleeghuis kunnen of willen gaan. Zorggeschikte woningen moeten in de komende jaren worden bijgebouwd, door corporaties en marktpartijen. Behoud van de intramurale verpleeghuisplekken blijft echter voor de stad ook belangrijk. Een goede spreiding van dergelijke complexen over de stad is daarbij van belang. Om het langer zelfstandig thuis wonen van ouderen te bevorderen zijn ook nieuwe woonzorgconcepten nodig. Ingezet wordt op het realiseren van bijvoorbeeld Lang Leven Thuis Flats en meergeneratiewoningen, maar ook op zorgzame buurten. In een zorgzame buurt kijken mensen naar elkaar om. Alle bewoners, ook ouderen en kwetsbare doelgroepen, voelen en hebben eigenaarschap en zeggenschap over hun eigen zorg en welzijn. De voorzieningen en diensten in de buurt zijn voor iedereen toegankelijk en uitnodigend zodat iedereen zo lang mogelijk in de eigen buurt kan blijven wonen. Er is een breed samenwerkingsnetwerk, waarin bewoners een gelijkwaardige partij zijn. Zij geven met elkaar invulling aan de zorgzame buurt.

Kleine positieve impact op leefbaarheid, vitaal en sociaal

Daarbij is het van belang dat voor alle doelgroepen betaalbare en kwalitatief goede woningen zijn in alle wijken.

Daarbij is het van belang dat voor alle doelgroepen betaalbare en kwalitatief goede woningen zijn in alle wijken. Daarom moeten we ons inzetten voor vergroting van de woningvoorraad in het socialeen middenhuursegment.

Kleine positieve impact op sociaal

Voor bepaalde doelgroepen is extra aandacht, zoals beroepsgroepen die belangrijk zijn voor het goed functioneren van de stad.

Voor bepaalde doelgroepen is extra aandacht, zoals ouderen, jongeren of essentiële beroepsgroepen die belangrijk zijn voor het goed functioneren van de stad.

Amsterdam heeft een richtlijn Aanpasbaar Bouwen, waarin basiseisen en -maten voor aanpasbare woningen zijn vastgelegd, zoals minimale draaicirkels en minimale breedtes van de deuren. Met de woningcorporaties is afgesproken dat ten minste 90% van de woningen aanpasbaar wordt gebouwd. Voor woningen in de marktsector wordt dit eveneens gestimuleerd. Daarnaast heeft de stad een fijnmazig netwerk van basisvoorzieningen, zoals huizen van de wijk, buurthuizen en andere locaties voor ontmoeting, activiteiten en dagbesteding.

Tekst geschrapt

Ook is er aandacht voor de jongeren. Dit is een diverse doelgroep: praktisch of theoretisch opgeleid, werkend of studerend, Amsterdams of van buiten de stad. De studenten vormen hier een subgroep van.

Tekst geschrapt

Voor omwonenden van nieuwe gebiedsontwikkelingen denken we na over het kunnen bieden van woonvoorrang voor een deel van de nieuwe huurwoningen. Een bepaalde woonvoorrang voor omwonenden kan bijdragen aan een inclusieve stad, draagvlak voor verdichting en samen stadmaken. Zie ook ‘Samen stadmaken’ elders in deze omgevingsvisie.

We willen stadsdeelvoorrang op bepaalde nieuwbouwcomplexen blijven inzetten om de band tussen bewoners van bestaande wijken en nieuwbouw te versterken en doorstroming te stimuleren. Dit kan voorts bijdragen aan een inclusieve stad, draagvlak voor verdichting en samen stadmaken.

Kleine positieve impact op leefbaarheid en sociaal

Woonvormen zoals woningdelen in woongroepen en hospitaverhuur zorgen voor lagere woonlasten en dragen bij aan het optimaal benutten van de woningvoorraad. In de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting is vastgelegd hoe we betaalbaar

blad 22 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam en passender wonen willen stimuleren en realiseren. De 32 ontwikkelbuurten liggen in Noord, Nieuw West en Zuidoost en worden verdicht met extra woningen in verschillende woonsegmenten en voorzieningen en ruimte voor lokaal ondernemerschap.

De aandacht gaat daarbij vooral naar de gebieden in de stad waar we ongelijk investeren voor gelijke kansen: Zuidoost, Nieuw-West en Noord. Deze gebieden worden verdicht met extra woningen in verschillende woonsegmenten en voorzieningen en ruimte voor lokaal ondernemerschap.

Wederkerigheid tussen oude en nieuwe bewoners en belangen staat centraal.

Wederkerigheid tussen oude en nieuwe bewoners en belangen staat centraal. De aanpak voor deze buurten is vastgelegd in het Nationaal Programma Samen Nieuw West, Masterplan Zuidoost en de Aanpak Noord.

Welke keuzes daar ook uit volgen, een klimaatbestendige woning voor iedereen is een leidend principe.

Welke keuzes daar ook uit volgen, een duurzame, toekomstbestendige woning van goede kwaliteit voor iedereen is een leidend principe.

Wat betreft de energietransitie heeft het stadsbestuur stevige ambities geformuleerd. We streven naar een vermindering van de CO2uitstoot in Amsterdam met 55% in 2030, en 95% in 2050. Voor 2040 moet de stad aardgasvrij zijn en over 10 jaar mag er alleen nog uitstootvrij vervoer over de weg en over het water. Bijdragen aan een duurzame wereld betekent ook een transitie naar circulaire processen. Oftewel van lineaire ketens van productie, consumptie en afval, naar een circulaire omgang met grondstoffen en materialen. Het gedachtegoed van de donut-economie van Kate Raworth speelt hierbij een centrale rol: Amsterdam als stad waar geleefd en gewerkt wordt binnen planetaire en sociale grenzen.

We streven naar een vermindering van de CO2uitstoot in Amsterdam met 55% in 2030, en 95% in 2050. Over 10 jaar mag er alleen nog uitstootvrij vervoer over de weg en over het water. Bijdragen aan een duurzame wereld betekent ook een transitie van lineaire ketens van productie, consumptie en afval naar een circulaire omgang met grondstoffen en materialen. Het gedachtegoed van de donut-economie van Kate Raworth speelt hierbij een centrale rol: leven en werken binnen planetaire en sociale grenzen. We streven naar een energietransitie die rechtvaardig is, lokaal verankerd en gedragen door de gemeenschap.

Amsterdam neemt met een ambitieuze inzet op klimaatneutraliteit, duurzame energie en een circulaire stad zijn verantwoordelijkheid in het tegengaan van klimaatverandering. Tegelijk dwingt onze kwetsbare ligging ons tot een stevige inzet op klimaatadaptatie. De gevolgen van klimaatverandering zijn nu al merkbaar, met pieken in hitte en droogte, extremere neerslag en op termijn ook zeespiegelstijging. Het klimaatbestendig maken van de bestaande stad vraagt om meer ruimte voor bijvoorbeeld waterberging en verkoelend groen.

Amsterdam neemt met een ambitieuze inzet op klimaatneutraliteit, duurzame energie en een circulaire stad zijn verantwoordelijkheid in het tegengaan van klimaatverandering. Tegelijk dwingt onze kwetsbare ligging ons tot een stevige inzet op klimaatadaptatie. De gevolgen van klimaatverandering zijn nu al merkbaar, met pieken in hitte en droogte, extremere neerslag en op termijn ook zeespiegelstijging. Het klimaatbestendig maken van de bestaande stad vraagt om meer ruimte voor bijvoorbeeld waterberging en verkoelend groen. Deze opgave is op basis van de KNMI-klimaatscenario’s uit 2023 nog urgenter en groter geworden.

Kleine positieve impact op klimaatadaptatie

Duurzame opwek van warmte zal in de toekomst meer decentraal en op verschillende locaties plaatsvinden (zie verder in dit hoofdstuk over WKO, geothermie en aquathermie). De opwek van duurzame warmte gebeurt nu nog op twee plekken, namelijk het AEB en de Diemercentrale. Het westelijk havengebied heeft een belangrijk rol in de energietransitie. Hier ontstaat een duurzame energiehub. Een belangrijk aandachtspunt daarbij zijn de veiligheidsrisico’s die hiermee samenhangen, want sommige duurzame energievragers, zoals waterstof en ammoniak, vragen om veel risicoruimte. Zie ook thema omgevingsveiligheid.

Duurzame opwek van warmte zal in de toekomst decentraler plaatsvinden; zie verder in dit hoofdstuk over geothermie, datacenter restwarmte, aquathermie en bodemenergie. De opwek van duurzame warmte gebeurt nu nog op twee plekken: het AEB en de Diemercentrale. Dat worden er meer, met een grotere rol voor het Westelijk Havengebied als duurzame energiehub.

Impact van klimaatverandering en -adaptatie op de fysieke leefomgeving

De gemeente Amsterdam heeft in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 een nee-tenzij-beleid ten aanzien van de verbranding van biomassa geformuleerd.

De gemeente Amsterdam heeft in 2023 besloten dat terughoudend moet worden omgegaan met het gebruik van houtige biomassa voor de opwek van energie en dat zij streeft naar een warmtevoorziening zonder nieuwe houtige biomassa in 2030.

Kleine positieve impact op luchtkwaliteit

blad 23 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam Van zoekgebieden naar voorkeursgebieden De zoekgebieden zijn voor de Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid 1.0 (RES 1.0) verkleind en geprioriteerd. De Amsterdamse gemeenteraad heeft op 26 mei 2021 ingestemd met de RES 1.0. In alle zoekgebieden is een grens gehanteerd van ten minste 350 meter afstand vanaf geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen. Vanwege de wettelijke geluidsnormen zijn binnen of op die grens windturbines zo goed als onmogelijk.

Van zoekgebieden naar aangewezen gebieden voor windenergie In het Programma Windenergie Amsterdam zijn vijf zoekgebieden voor windenergie uit de RES 1.0 aangewezen voor de realisatie van windturbines. Dit betreft de Haven, de Noorder IJplas (reeds in ontwikkeling), de Diemerscheg, Weesperkarspel en knooppunt Holendrecht. In alle aangewezen gebieden geldt een grens van ten minste 350 meter afstand vanaf geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen. Vanwege de wettelijke geluidsnormen zijn binnen of op die grens windturbines zo goed als onmogelijk.

Wind en zon in Amsterdam Om de ambitie voor windenergie te realiseren zijn circa 17 nieuwe windturbines van 3 megawatt nodig. Hiervoor heeft de gemeente in het voorjaar 2020 zoekgebieden aangewezen.

Wind en zon in Amsterdam

Van zoekgebieden naar voorkeursgebieden De zoekgebieden zijn voor de Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid 1.0 (RES 1.0) verkleind en geprioriteerd. De Amsterdamse gemeenteraad heeft op 26 mei 2021 ingestemd met de RES 1.0. In alle zoekgebieden is een grens gehanteerd van ten minste 350 meter afstand vanaf geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen. Vanwege de wettelijke geluidsnormen zijn binnen of op die grens windturbines zo goed als onmogelijk. Daarnaast is voor elk zoekgebied een belangenafweging gemaakt. Welke aspecten per zoekgebied doorslaggevend zijn geweest is te lezen in de RES 1.0. De belangenafweging heeft geleid tot een prioritering van de gebieden in voorkeursgebieden, reservegebieden en extra reservegebieden. De groene gebieden zijn de voorkeursgebieden. Hier wil Amsterdam zo spoedig mogelijk medewerking onder voorwaarden verlenen aan initiatiefnemers. Waarschijnlijk kan de windambitie binnen de voorkeursgebieden gerealiseerd worden. Zo niet, dan wordt naar de gele gebieden gekeken. De rode gebieden komen pas aan bod als de ambitie niet gehaald wordt in de groene en gele gebieden. Nieuwe dialoog in de tussenfase Na vaststelling van de RES 1.0 wordt een tussenfase ingelast.

De gemeente zal in deze tussenfase samen met het betreffende stadsdeel en eventueel initiatiefnemer(s) in gesprek gaan met bewoners(groepen) en andere belanghebbenden over hoe windenergie het beste gerealiseerd kan worden in de zoekgebieden, welke andere opgaven tegelijkertijd onderdeel kunnen worden van de uitwerking en waar de ruimte zit voor optimalisatie. Ruimtelijke wensen zoals voorkeurslocaties zijn onderdeel van het gesprek.

Nadere detaillering Programma windenergie

Licht positief effect op energieneutraliteit in 2050

Windenergie Om de ambitie voor windenergie te realiseren zijn circa 17 nieuwe windturbines van 3 megawatt nodig. Hiervoor heeft de gemeente in het voorjaar van 2020 zoekgebieden aangewezen. Van zoekgebieden naar aangewezen gebieden In het Programma Windenergie Amsterdam zijn vijf zoekgebieden voor windenergie uit de RES 1.0 aangewezen voor de realisatie van windturbines. Dit betreft de Haven, de Noorder IJplas (reeds in ontwikkeling), de Diemerscheg, Weesperkarspel en knooppunt Holendrecht. In alle aangewezen gebieden geldt een grens van ten minste 350 meter afstand vanaf geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen. Vanwege de wettelijke geluidsnormen zijn binnen of op die grens windturbines zo goed als onmogelijk. Daarnaast is voor elk zoekgebied een belangenafweging gemaakt. Welke aspecten per zoekgebied doorslaggevend zijn geweest is te lezen in de RES 1.0. De belangenafweging heeft geleid tot een prioritering van de gebieden in voorkeursgebieden, reservegebieden en extra reservegebieden. De groene gebieden zijn de voorkeursgebieden. Hier wil Amsterdam zo spoedig mogelijk medewerking onder voorwaarden verlenen aan initiatiefnemers. Waarschijnlijk kan de windambitie binnen de voorkeursgebieden gerealiseerd worden. Zo niet, dan wordt naar de gele gebieden gekeken. De rode gebieden komen pas aan bod als de ambitie niet gehaald wordt in de groene en gele gebieden.

Van voorkeurslocatie naar initiatief De gemeente, initiatiefnemer(s), bewoners en belanghebbenden ontwikkelen samen een participatieplan voor het gebied. In het participatieplan wordt beschreven hoe het participatieproces (samenwerking tussen initiatiefnemers en omwonenden) wordt vormgegeven. Gezamenlijk wordt besloten hoe bewoners betrokken en geïnformeerd willen worden. In elke fase van het lokale participatieproces kunnen bewoners vragen stellen, adviseren, en soms ook meebeslissen.

blad 24 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam

Ook worden belangen zoals (toekomstige) gebiedsontwikkeling, landschappelijke, recreatieve en natuurwaarden, en cultureel erfgoed (UNESCO Werelderfgoed zoals de grachtengordel en Stelling van Amsterdam) meegewogen tijdens de nadere uitwerking. Zie ook de RES 1.0, waarin per voorkeursgebied aandachtspunten beschreven worden. Van voorkeurslocatie naar initiatief De gemeente, initiatiefnemer(s), bewoners en belanghebbenden ontwikkelen vervolgens samen een participatieplan voor het gebied. In het participatieplan wordt beschreven hoe het participatieproces (samenwerking tussen initiatiefnemers en omwonenden) wordt vormgegeven. Gezamenlijk wordt besloten hoe bewoners betrokken en geïnformeerd willen worden. In elke fase van het lokale participatieproces kunnen bewoners vragen stellen, adviseren, en soms ook meebeslissen. Bewoners kunnen onderwerpen inbrengen waarover ze willen worden geïnformeerd. Het college moet het participatieplan goedkeuren voordat er het lokale participatieproces gestart wordt en verdere uitwerking van een windinitiatief mogelijk is. De gemeente verbindt voorwaarden aan de medewerking van initiatieven. Ook in dit stadium staan de gezondheid en veiligheid van mens en natuur voorop. Een initiatiefnemer is verplicht onderzoek te doen naar onder andere de effecten op de ecologie, ruimtelijke inpassing, geluid, slagschaduw en veiligheid.

Dit onderzoek moet uitwijzen of een locatie mogelijk is, en er wordt verplicht een milieueffectrapportage gemaakt. Bij het komen tot locaties wordt opnieuw rekening gehouden met de uitgangspunten voor een integrale afweging. Zie het deel WAAR, hoofdstuk 7.

De bodem als energiefabriek De Amsterdamse ondergrond heeft een grote potentie voor het bufferen en leveren van warmte en koude. Er zijn verschillende systemen: open warmte-enkoudeopslagsystemen (wko) in watervoerende lagen, gesloten bodemenergiesystemen (bodemwarmtewisselaars,

Bewoners kunnen onderwerpen inbrengen waarover ze willen worden geïnformeerd. Het college moet het participatieplan goedkeuren voordat het lokale participatieproces gestart wordt en verdere uitwerking van een wind-initiatief mogelijk is. De gemeente verbindt voorwaarden aan de medewerking van initiatieven. Ook in dit stadium staan de gezondheid en veiligheid van mens en natuur voorop. Een initiatiefnemer is verplicht onderzoek te doen naar onder andere de effecten op de ecologie, ruimtelijke inpassing, geluid, slagschaduw en veiligheid. Dit onderzoek moet uitwijzen of een locatie mogelijk is, en er wordt verplicht een milieueffectrapportage gemaakt. Bij het komen tot locaties wordt opnieuw rekening gehouden met de uitgangspunten voor een integrale afweging. Zie het deel WAAR, hoofdstuk 7. Zonne-energie De doelstellingen voor het opwekken van zonneenergie in Amsterdam zijn vastgelegd in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 en de Regionale Energiestrategie (RES) Noord-Holland Zuid.In 2050 worden alle geschikte daken benut voor het opwekken van duurzame energie. Realisatie van zonne-energie op grote daken, tijdelijke en braakliggende terreinen en parkeerterreinen wordt versneld. Via een samenwerking met het havenbedrijf werken we aan het benutten van het grote potentieel voor zonne-energie, zoals te lezen is in de Gemeentelijke Visie Haven 2020-2040.

Ook kleine initiatieven van burgers worden op allerlei manieren gestimuleerd en geholpen. Wegen en geluidsschermen Het project Energieroute Noord-Holland geeft verdere invulling aan de ambities uit de RES. In het kader van het Rijksprogramma Opwek Energie op Rijksvastgoed (OER) worden de mogelijkheden onderzocht voor het opwekken van hernieuwbare energie in bermen, op knooppunten en op geluidschermen langs de A9, A1, A5 en A22. Binnen de grenzen van Amsterdam bedraagt de potentie ruim 32 hectare, waarvan ruim 5 op eigen gronden. De eerste zonne-velden worden in 2027 verwacht. Ook worden de mogelijkheden voor het opwekken van zonne-energie langs de ring A10 onderzocht: op geluidschermen, taluds, bermen en knooppunten. Bij aanleg en onderhoud van overige weginfrastructuur worden de mogelijkheden voor de implementatie van zonne-energie zo mogelijk benut. Naar een divers aanbod van warmtebronnen Het warmtebronnen-aanbod in Amsterdam zal in de periode tot 2040 veel diverser worden. Amsterdam wil onder andere gebruik maken van warmte uit de bodem (geothermie en bodemenergie), uit water (aquathermie), en van diverse soorten restwarmte (bijvoorbeeld van datacenters).

Impact van warmtenetten

blad 25 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam GBES), aquathermie en geothermie. WKO Bodemenergie is de warmte-enkoudewinningen -opslag in de ondergrond tot 500 meter. Een bodemenergiesysteem heeft een warme en koude bel van grondwater die reageert op de bovengrondse vraag (in de winter warmte en in de zomer koude). Een bodemenergiesysteem moet in balans blijven en wordt daardoor vaak geregenereerd door een bron. Amsterdam telt al honderden open wko-systemen en gesloten energiesystemen. De komende jaren verwachten wij een flinke groei in bodemenergiesystemen, vooral in nieuwe gebiedsontwikkelingen en transformatiegebieden. De potentie van de ondergrond willen we daarbij benutten, met een goede gemeentelijke regie, waarbij we eventuele negatieve effecten op de omgeving voorkomen. Daartoe zijn er binnen Amsterdam nu zeven interferentiegebieden vastgesteld; dit aantal zal worden uitgebreid.

Bodemenergie Bodemenergie is de winning en opslag van warmte en koude in de ondergrond tot 500 meter. Er zijn open en gesloten bodemenergiesystemen. Bij een open systeem, ook wel warmte-koudeopslag (WKO), wordt grondwater gebruikt. In de winter wordt water uit de warme bron opgepompt en extra verwarmd met een warmtepomp. Het water koelt dan af en wordt teruggepompt in de koude bron. In de zomer wordt er grondwater gehaald uit de koude bron, waarmee woningen worden gekoeld. Het opgewarmde water wordt teruggepompt in de warme bron.

Geothermie Er is nog weinig bekend over de potentie van geothermie in de Amsterdamse regio. Seismisch onderzoek wijst naar verwachting eind 2021 uit of en waar de ondergrond geschikt is. Op basis van deze informatie zal worden bepaald waar op welke diepte aardwarmte kan worden gewonnen: < 500 m levert warmte tot 30 °C, 500 m – 4000 m tot 120 °C, of >4000 m meer dan 120 °C. Dit onderzoek bepaalt daarmee sterk de locatie en diepte van de ruimtelijke reservering in de ondergrond. Een aardwarmtebron kan het beste nabij een warmtenet liggen. Dit bespaart kosten en warmteverlies. Bovengrondse ruimtelijke reserveringen voor geothermie zullen dus voornamelijk aan de randen van de stad komen te liggen, nabij het warmtenet. De bovengrondse minimale benodigde ruimte voor geothermie in de gebouwde omgeving bedraagt een half tot één voetbalveld voor boring, opslagruimte, logistiek en veiligheidszone. Als we in 2040 voor 20% van het warmteaanbod gebruik willen maken van geothermie, dan zullen er zo’n twintig boorlocaties van gemiddeld 10 MW ontwikkeld moeten worden. De komende jaren zullen er opsporingsvergunningen worden aangevraagd.

Geothermie Aardwarmte of geothermie is warmte die tussen 500 en 4.000 meter diep in de ondergrond zit, in de vorm van warm water in doorlatende gesteentelagen. Dit warme water kan op sommige plekken omhoog worden gepompt en gebruikt worden om, via een warmtenet, woningen en andere gebouwen duurzaam te verwarmen. Vergeleken met andere delen van Nederland is er over de ondergrond in en rond Amsterdam nog weinig bekend. Recent onderzoek wijst op potentie voor aardwarmtewinning op circa 2 km diepte (temperatuur: ~82C), met de meeste kansen in Amsterdam Zuidoost. Daarnaast is daar een grote afzetmogelijkheid voor aardwarmte in dit gebied door de aanwezigheid van het Diemenwarmtenet. De Gemeente Amsterdam is samen met de warmtebedrijven en Energiebeheer Nederland actief bij onderzoek en ontwikkeling van geothermie.

Impact van warmtenetten

Bij een gesloten bodemenergiesysteem of bodemwarmtewisselaar wordt een vloeistof in buizen door de bodem geleid, zonder direct contact met en invloed op het grondwater. In de winter onttrekt het systeem warmte aan de bodem en in de zomer geeft het warmte af. De verwachting is dat het aantal bodemenergiesystemen flink blijft groeien, vooral in nieuwe gebiedsontwikkelingen en transformatiegebieden. De gemeente stuurt op goede benutting van bodemwarmte door het aanwijzen van interferentiegebieden en het vaststellen van bodemenergieplannen of beleidsregels. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de lozingslocaties van de open wkobronnen bij aanleg en onderhoud in verband met het risico op verontreiniging. Impact van warmtenetten

Naast onderzoek naar de ondergrond heeft de gemeente Amsterdam ook de bovengrondse ruimtevraag voor aardwarmteboring en bijbehorende installaties voor aardwarmtewinning in beeld gebracht. Eén conclusie is dat er ongeveer een voetbalveld aan bovengrondse ruimte nodig (8.400 m2) is voor één aardwarmtebron. Met één bron kunnen, afhankelijk van de omvang, duizenden huizen van warmte worden voorzien. Voor de beoogde verduurzaming van de Amsterdamse warmtenetten zijn meerdere "voetbalvelden" aan bovengrondse ruimte nodig. Deze zoektocht vindt op korte termijn vooral plaats in het zoekgebied aardwarmte/geothermie in de omgeving van Amsterdam Zuidoost. Binnen Amsterdam is dit in heel stadsdeel Zuidoost, in

blad 26 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam delen van de stadsdelen Zuid en Oost, en in een deel van stadsgebied Weesp. Aquathermie Aquathermie bestaat uit drie typen: • Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO): warmte of koude uit oppervlaktewater zoals een meer of gracht wordt gebruikt voor het verwarmen of koelen van de gebouwde omgeving. • Thermische energie uit afvalwater (TEA): warmte uit persriolen of rioolwaterzuiveringsinstallaties wordt gebruikt voor het verwarmen van de gebouwde omgeving. • Thermische energie uit drinkwater (TED): warmte of koude uit grote drinkwaterleidingen wordt gebruikt voor het verwarmen van de gebouwde omgeving. De potentie van aquathermie in Amsterdam is groot, vooral die uit oppervlaktewater. In de transitievisie warmte (TVW) is berekend dat voor 46 Amsterdamse wijken een bronnet het voorkeurssysteem is. Door de warmte van een aquathermie-bron op te waarderen wordt de warmte ook geschikt voor minder goed geïsoleerde woningen via een warmtenet (40° of 70°). Dit kost extra elektrische capaciteit bij de bron en is vooral bij de 40°-wijken een reële optie. Aquathermie door middel van een bronnet is lokaal zeer geschikt voor het verwarmen en koelen van nieuwbouwwoningen en utiliteit (kantoren hebben naast warmte- ook een koudevraag).

Grootschalige nieuwbouw en transformatiegebieden zoals Haven-Stad, maar ook gebieden met veel kantoren, zijn zeer geschikt voor aquathermie-toepassingen. Bronnetten zijn lokaal, dus er zijn ruimteclaims te verwachten rondom de grote waterlopen en meren in de buurt van kantoorgebieden en gebiedsontwikkelingen (zie kaart hieronder). Een aquathermie-installatie bestaat uit een inlaat, uitlaat en een regelcentrale met apparatuur.

Aquathermie Als er wordt gesproken over aquathermie dan gaat het over meerdere technieken voor het duurzaam verwarmen en/of koelen van woningen of andere gebouwen met water: Warmte uit oppervlaktewater (TEO). Het water wordt voornamelijk in de zomer verwarmd door de zon en kan in de winter gebruikt worden om gebouwen te verwarmen. Een voorbeeld hiervan is het project KetelhuisWG. Warmte uit afvalwater (TEA). Dit wordt ook wel riothermie genoemd. Deze warmte is het hele jaar te gebruiken voor de verwarming van gebouwen. Ook warmte beschikbaar bij rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) valt hieronder. Warmte uit drinkwater (TED). Deze warmte is het hele jaar te gebruiken voor de verwarming van gebouwen.

Impact van warmtenetten

De verkregen warmte wordt opgeslagen in de bodem (bijvoorbeeld in een warmte-koude-opslag) en daarna naar de juiste temperatuur verhoogd met een warmtepomp. In de winter kan het tegenovergestelde plaatsvinden. Er kan dan namelijk koude uit water gehaald worden. Ook de koude kan worden opgeslagen en in de zomer gebruikt worden om gebouwen te koelen. De warmte kan via lokale bronnetten bij gebouwen terecht komen. De potentie van de ondergrond willen we zodoende benutten, met een goede gemeentelijke regie, waarbij we eventuele negatieve effecten op de omgeving voorkomen, bijvoorbeeld op de waterkwaliteit. Ook is het mogelijk om het stadswarmtenetwerk deels te voeden met aquathermie. Dan is vooral warmte uit RWZI's in combinatie met een warmtepomp een interessante bron. De theoretische potentie van aquathermie in Amsterdam is groot, vooral die uit oppervlaktewater. TEO is het meest geschikt om toe te passen in bronnetten. Bronnetten zijn lokale systemen, dus er zijn ruimteclaims te verwachten rondom de grote waterlopen en meren in de buurt van kantoorgebieden, gebiedsontwikkelingen en buurten met aquathermiepotentie. Een aquathermie-installatie bestaat uit een inlaat, uitlaat en een regelcentrale met apparatuur. Ook de benodigde en bijbehorende grootschalige warmtepompen hebben ruimte nodig.

[nieuw in te voegen na alinea “aquathermie”]

Restwarmte van datacenters Amsterdam heeft een van de grootste concentraties van datacenters in Europa. Bij het koelen van de servers in datacenters komt veel warmte vrij. Deze restwarmte kan in de toekomst een belangrijke rol spelen voor de Amsterdamse warmtevoorziening.

Impact van warmtenetten

Sinds de herziening van het Vestigingsbeleid datacenters Amsterdam 2020-2030 in 2023 voert de gemeente Amsterdam een “nee, tenzij...” beleid ten aanzien van datacenters. Nieuwe aanvragen voor vestiging of uitbreiding van bestaande datacenters worden alleen toegewezen als er een

blad 27 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam aantoonbaar en direct Amsterdams belang is én aan de (aangescherpte) duurzaamheidsvoorwaarden wordt voldaan. (Het voorbereiden op) de uitkoppeling van restwarmte is hiermee een vereiste voor eventuele nieuw te vestigen datacenters. Dat gaat gepaard met een ruimtevraag van meerdere honderden vierkante meters, die dus tevoren in de nabije omgeving van datacenters moet worden gevonden. Wegen en geluidsschermen Het project Energieroute Noord-Holland geeft verdere invulling aan de ambities uit de RES. In het kader van het Rijksprogramma Opwek Energie op Rijksvastgoed (OER) worden de mogelijkheden onderzocht voor het opwekken van hernieuwbare energie in bermen, op knooppunten en op geluidschermen langs de A9, A1, A5 en A22. Binnen de grenzen van Amsterdam bedraagt de potentie ruim 32 hectare, waarvan ruim 5 op eigen gronden. De realisatie van de eerste zonne-velden worden in 2027 verwacht. Ook worden de mogelijkheden voor het opwekken van zonne-energie langs de ring A10 onderzocht: op geluidschermen, taluds, bermen en knooppunten. Bij aanleg en onderhoud van overige weginfrastructuur worden de mogelijkheden voor de implementatie van zonne-energie zo mogelijk benut.

Licht positief effect op energieneutraliteit in 2050

(toevoegen op p 168) Als samenleving gaan we fundamenteel anders consumeren en produceren. De circulaire economie levert veel kansen op. Allereerst stelt het ons in staat om de waarde van schaarse grondstoffen en materialen op grote schaal te behouden. Dit vergroot de beschikbaarheid van producten die we nodig hebben voor onze welvaart en technologische vooruitgang, maar ook om de energietransitie kracht bij te zetten. Daarnaast gaat het hergebruik van materialen, grondstoffen en goederen zorgen voor meer lokale werkgelegenheid in de reparatie- en verwerkingssector.

Als samenleving gaan we fundamenteel anders consumeren en produceren. De circulaire economie levert veel kansen op: behoud van schaarse grondstoffen, betere beschikbaarheid van producten die we nodig hebben voor welvaart en energietransitie, meer lokale werkgelegenheid in de reparatie- en verwerkingssector, en tegengaan van verdere schade aan leefomgeving en biodiversiteit.

In 2030 gebruiken we in Amsterdam 50% minder nieuwe grondstoffen.

In 2030 gebruiken we in Amsterdam 50% minder nieuwe, niet-herwinbare grondstoffen.

Licht positief effect op circulariteit in 2030

-

In 2022 is 10% van de gemeentelijke inkoop circulair, en ten minste 50% in 2025. Vanaf 2022 zijn alle nieuwe ontwerpen voor gebieds-ontwikkelingen (inclusief transformatie) en openbare ruimte gebaseerd op circulaire criteria. In 2023 zijn alle uitvragen in de gebouwde omgeving vanuit de gemeente circulair

In 2022 is 10% van de gemeentelijke inkoop circulair, ten minste 50% in 2025 en 100% in 2030; Vanaf 2025 zijn alle nieuwe ontwerpen voor gebiedsontwikkelingen (inclusief transformatie) en openbare ruimte gebaseerd op circulaire criteria gebaseerd op de indicatoren uit Het Nieuwe Normaal (HNN). In 2023 zijn alle uitvragen in de gebouwde omgeving vanuit de gemeente circulair; In 2026 is de gemeentelijke organisatie in staat circulair te werken; In 2030 gebruikt de gemeente 20% minder materiaal dan in 2018.

Licht positief effect op circulariteit in 2030

Voedsel & organische reststromen. Bij deze waardeketen draait het om de voedselkringloop: het duurzaam lokaal verbouwen en maken van producten die worden geconsumeerd in de stad, waarbij organische reststromen zo hoogwaardig

Voedsel & organische reststromen. Hier draait het om het duurzaam lokaal verbouwen en maken van voedsel dat wordt geconsumeerd in de stad, waarbij organische reststromen zo hoogwaardig mogelijk worden verwerkt en terugkeren in de keten. Voedselverspilling

-

blad 28 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam mogelijk worden verwerkt en terugkeren in de keten. Consumenten en bedrijven verminderen de voedselverspilling vóór 2030 met ten minste 50%. Amsterdam test nieuwe, innovatieve manieren om organisch afval in te zamelen en te verwerken. We stimuleren stadslandbouw om voedsel dichter bij de Amsterdammers te krijgen. De gemeente koopt regionaal geproduceerd voedsel in. We ondersteunen kringlooplandbouw en werken samen met duurzame ketenpartijen om productie en consumptie van regionaal en duurzaam voedsel te vergroten. Dit sluit aan bij de ambities voor voedsel en stadslandbouw zoals beschreven in het hoofdstuk Gezonde Stad.

vermindert vóór 2030 met ten minste 50%. Amsterdam overweegt daartoe juridische maatregelen, bijvoorbeeld door het melden en monitoren van voedselverspilling en het doneren van voedsel te verplichten.

Consumptiegoederen Hierbij draait het om ons koop-, gebruik- en afdankgedrag van producten, zoals elektronica, textiel en meubels. Hoe behouden we hun waarde langer, hoe voorkomen we dat de grondstoffen en materialen als afval worden verbrand en hoe zorgen we ervoor dat we meer gaan repareren en met elkaar gaan delen? In de paragraaf over economie in het hoofdstuk Vitale stad wordt de rol van reparatiebedrijven benoemd. Als gemeente geven we het goede voorbeeld door vanaf 2030 alleen nog maar circulair in te kopen en willen we onze consumptie met ten minste 20% verminderen.

Consumptiegoederen Hierbij draait het om ons koop-, gebruik- en afdankgedrag van producten, zoals elektronica, textiel en meubels. Hoe behouden we hun waarde langer, hoe voorkomen we dat de grondstoffen en materialen als afval worden verbrand en hoe zorgen we ervoor dat we meer gaan repareren en met elkaar gaan delen? Als gemeente gaan we te werk volgens het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030, de Visie en Routekaart van de MRA voor een circulaire textielsector en de Green Deals van de Rijksoverheid die van toepassing zijn op Amsterdam. Als gemeente geven we daarnaast het goede voorbeeld door vanaf 2030 alleen nog maar circulair in te kopen en willen we onze consumptie met ten minste 20% verminderen.

Licht positief effect op circulariteit in 2030

Gebouwde omgeving Hiermee verwijzen we naar het ontwerp, de bouw en de renovatie van woningen, gebouwen en alles in de openbare ruimte, inclusief de ondergrond. Vanaf 2022 zijn alle nieuwe ontwerpen voor gebiedsontwikkelingen, transformaties en openbare ruimte in Amsterdam gebaseerd op circulaire criteria. Daaronder verstaan we materiaalgebruik met weinig milieudruk en een lange levensduur, of adaptief en demontabel bouwen om wisselende functies te ondersteunen. Denk hierbij aan bouwen met hout en andere biobased materialen en bouwen met secundaire bouwmaterialen die vrijkomen bij sloop en renovatie. De ambitie om waarde te behouden, zowel materieel als immaterieel, draagt ook bij aan het behoud van bijzondere Amsterdamse plekken zoals pleinen, parken en wijken. We streven naar waarde-inventarisaties volgens de genoemde donutmethodiek, om op zowel stedelijk als gebiedsniveau te kunnen sturen. In de hoofdstukken Leefbare stad en Compacte stad komen veel van deze onderwerpen terug.

Gebouwde omgeving Hiermee verwijzen we naar het ontwerp, de bouw en de renovatie van woningen, gebouwen en alles in de openbare ruimte, inclusief de ondergrond. Vanaf 2022 zijn alle nieuwe ontwerpen voor gebiedsontwikkelingen, transformaties en openbare ruimte in Amsterdam gebaseerd op de indicatoren uit Het Nieuwe Normaal Gebied (HNN) en de bijbehorende circulaire ontwerp- en bouwprincipes. Denk hierbij aan bouwen met biobased materialen, zoals hout en bouwen met secundaire bouwmaterialen die vrijkomen bij sloop en renovatie. De ambitie om waarde te behouden, zowel materieel als immaterieel, draagt ook bij aan het behoud van bijzondere Amsterdamse plekken zoals pleinen, parken en wijken. We streven naar waarde-inventarisaties volgens de genoemde donutmethodiek, om op zowel stedelijk als gebiedsniveau te kunnen sturen. In de hoofdstukken Leefbare stad en Compacte stad komen veel van deze onderwerpen terug.

Licht positief effect op circulariteit in 2030

Het raamwerk CGO (Circulaire Gebiedsontwikkeling) geeft een overzicht van de belangrijkste onderdelen waarover beslissingen moeten worden genomen in de gebiedsontwikkeling. Door criteria te stellen, worden de nieuwe ontwerpen voor

Het raamwerk Circulaire Gebiedsontwikkeling (CGO) geeft een overzicht van de belangrijkste onderdelen in de gebiedsontwikkeling. Door de indicatoren uit het raamwerk van Het Nieuwe Normaal (HNN) aan te houden in beleid, aanbestedingen en gronduitgifte, worden de

Decentrale initiatieven van burgers en bedrijven krijgen de ruimte om gft te scheiden en te verwaarden tot compost of andere bodemverbeteraars. De gemeente test nieuwe manieren om organisch afval in te zamelen en te verwerken. De inzet van de met CircuLaw geïnventariseerde gemeentelijke instrumenten wordt nader uitgewerkt. Stadslandbouw wordt gestimuleerd om voedsel dichter bij de Amsterdammers te krijgen. De gemeente koopt regionaal geproduceerd voedsel in. We ondersteunen kringlooplandbouw en werken samen met duurzame ketenpartijen om productie en consumptie van regionaal en duurzaam voedsel te vergroten.

blad 29 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam gebiedsontwikkeling en transformatie circulair gemaakt. Ook socialere aspecten zoals identiteit, aanwezigheid hechte gemeenschappen, specifieke functies, toegankelijkheid, samenwerkingspartners, leefbaarheid en deelmobiliteit worden in dat overzicht meegenomen.

nieuwe ontwerpen voor gebiedsontwikkeling en transformatie circulair gemaakt. Ook socialere aspecten zoals identiteit, aanwezigheid hechte gemeenschappen, specifieke functies, toegankelijkheid, samenwerkingspartners, leefbaarheid en deelmobiliteit worden in dat overzicht meegenomen.

De mogelijkheden van bouwen met hout zijn groot en krijgen wereldwijd steeds meer momentum. Door nieuwe technische mogelijkheden en de positieve eigenschappen en prestaties willen we met het bouwen met hout opschalen. Hout slaat CO2 op en kent, uitgaande van duurzame bosbouw, een veel circulairder productie- en bewerkingsproces dan bijvoorbeeld beton. Houtbouw draagt daarmee bij aan het behalen van klimaatdoelstellingen en vermindert de behoefte aan primaire grondstoffen. Daarnaast is houtbouw flexibeler en levert het lokale werkgelegenheid op. Hout kan worden toegepast in de openbare ruimte en in veel gebouwen, tot hoogbouw aan toe. Specifiek voor woningen werken we in de Metropoolregio Amsterdam toe naar een Green Deal die ertoe leidt dat vanaf 2025 minimaal 20% van de woningproductie in hout wordt uitgevoerd. De komende tijd zal worden verkend wat dit voor Amsterdam gaat betekenen.

Specifiek voor woningen heeft de Metropoolregio Amsterdam (MRA) in de Green Deal Houtbouw vastgesteld dat vanaf 2025 jaarlijks minimaal 20% van de gehele woningproductie in de MRA (en dus in de gemeente Amsterdam) in houtbouw moet worden uitgevoerd en onder welke voorwaarden van houtbouw sprake is.

Licht positief effect op circulariteit in 2030

Bouwen met biobased materialen draagt bij aan de biodiversiteit, een kwalitatief hoogwaardig landschap, voorkomen van klimaatverandering door de reductie van CO₂ (zowel minder uitstoot als het opslaan van CO₂) en aan reductie van stikstof. Daarnaast hebben biobased materialen afkomstig uit duurzame bosbouw en landbouw, een substantieel meer circulair productie- en bewerkingsproces, met minder negatieve milieueffecten dan traditionele primaire bouwmaterialen zoals beton of staal. De MRA Woondeal heeft als doel om vanaf 2030 minimaal 50% van het aantal woningen circulair en industrieel te laten bouwen. De Rijksoverheid heeft in de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) verschillende doelstellingen vastgesteld over het gebruik van biobased materialen. Deze doelstellingen zijn richtinggevend voor de gemeente Amsterdam. Zoals de doelstelling van de NABB om vanaf 2030 minimaal 30% van de nieuwbouwwoningen te realiseren met tenminste 30% biobased materialen. Nieuw MRA-convenant op het gebied van houtbouw (inclusief biobased bouwen) De gemeente Amsterdam streeft een koploperspositie na in de nieuwste ontwikkelingen rond biobased bouwen. Toekomstige doelstellingen - vastgesteld in MRA-verband of vanuit het Rijk en die aansluiten op dit streven, zullen worden overgenomen. Praktisch gaan we er mee aan de slag en wordt de voortgang van deze doelstellingen periodiek geactualiseerd.

Een van de maatregelen om de overlast van toerisme in de hand te houden is beperking van de groei van het aantal hotelkamers en aanscherping van regels voor vakantieverhuur van woningen. De huidige coronacrisis heeft veel impact op de hotelbranche en hoe zij uit de crisis zal komen is nog onzeker. Enkele hotels verkennen tijdelijk wonen in hotelkamers. Met de vaststelling van de Regionale Hotelstrategie 2016-2022 wordt al sinds 2013 niet meer ingezet op een algemene stimulering van hotelontwikkeling, maar regionaal ingezet op hotelontwikkelingen die lokaal waarde toevoegen. In 2016 is het Amsterdamse deel van de regionale hotelstrategie herzien: ‘Van hotelbeleid naar overnachtingsbeleid’, met als doel om de groei van het aantal hotels af te remmen. Ondanks de huidige crisis is de verwachting dat op lange termijn de interesse voor hotelontwikkeling zal blijven bestaan. Het

Na het volksinitiatief ‘Amsterdam heeft een keuze’, heeft de gemeenteraad in juni 2021 de verordening ‘Toerisme in balans Amsterdam’ vastgesteld. De verordening stelt een maximum aan het aantal toeristenovernachtingen en dagbezoeken in de stad. Het maximum is 20 miljoen bezoekers per jaar. Het college moet ingrijpen als er meer dan 18 miljoen bezoekers naar Amsterdam komen. Een van de maatregelen om de overlast van toerisme in de hand te houden is beperking van de groei van het aantal hotelkamers en aanscherping van regels voor vakantieverhuur van woningen. Met het Hotelbeleid 2024 wordt geen medewerking meer verleent aan hotelinitiatieven die niet passen in het geldende omgevingsplan.

blad 30 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam strenge overnachtingsbeleid blijft de komende jaren dan ook overeind Belangrijke randvoorwaarden voor een vitale economie zijn een hoogwaardige kennisinfrastructuur, aantrekkelijke en diverse stedelijke milieus en werkmilieus, vrije ruimte (zie ook het hoofdstuk Inclusieve stad), een goed ondernemersklimaat, een goede relatie tussen onderwijs en arbeidsmarkt en goede infrastructuurnetwerken, ook onder de grond.

Belangrijke randvoorwaarden voor een vitale economie zijn een hoogwaardige kennisinfrastructuur, aantrekkelijke en diverse stedelijke milieus en werkmilieus, het behoud en toevoegen van voldoende (betaalbare) bedrijfsruimte op de juiste plek, vrije ruimte (zie ook het hoofdstuk Inclusieve stad), een goed ondernemersklimaat, een goede relatie tussen onderwijs en arbeidsmarkt en goede infrastructuurnetwerken, ook onder de grond.

Amsterdam wil meer dan voorheen de economische dynamiek in de kennis- en innovatieeconomie aanwenden om een betere stad te worden voor alle Amsterdammers.

Amsterdam wil meer dan voorheen de economische dynamiek in de kennis- en innovatieeconomie aanwenden om een betere stad te worden voor alle Amsterdammers. Dit doen wij bijvoorbeeld door de uitvoering van de Strategie Innovatiedistricten Amsterdam 2023.

Behoud en inpassing van bedrijvigheid in nieuwe gemengde wijken is daarbij cruciaal, juist ook voor praktisch geschoolde werkgelegenheid. Veel bedrijfsfuncties zoals bakkerijen, reparatiebedrijven of logistiek hebben een lokale, stadsverzorgende functie.

Het tekort aan (betaalbare) werkruimte in de stad neemt toe. Behoud en toevoeging van bedrijvigheid in bestaande en nieuwe wijken is cruciaal, specifiek voor praktische werkgelegenheid. Veel bedrijfsfuncties zoals bakkerijen, reparatiebedrijven of logistiek hebben een lokale, stadsverzorgende functie.

Ons beleid in Ruimte voor de Economie van Morgen uit 2017 laat onder andere zien hoe we ongelijkheid en uitsortering voorkomen.

De snel veranderende omgeving en trends vragen om een herijking van de visie Ruimte voor de Economie van Morgen, met aandacht voor de ambities uit Een nieuw Amsterdam economisch peil en ruimtelijke gevolgen van bijvoorbeeld de energie- en circulaire transitie. Om ongelijkheid tussen buurten beter te begrijpen, analyseren we verschillen in niet-woonprogramma’s en regels. Zo werken we aan een betere balans tussen wonen en niet-wonen, en binnen niet-wonen. Dit sluit aan bij acties uit de Agenda voor Amsterdams Ondernemerschap.

Amsterdam wil meewerken aan het opstellen van een regionale economische strategie waarbij mensen in de hele regio profiteren van de economische dynamiek. Inclusie, innovatie, en interactie moeten daarin een centrale plek krijgen.

Amsterdam wil meewerken aan het opstellen van een regionale economische strategie waarbij mensen in de hele regio profiteren van de economische dynamiek. Inclusie, innovatie, en interactie moeten daarin een centrale plek krijgen. De opgaven en schaarse ruimte vraagt om afstemming en instrumentarium op regionaal niveau.

We scherpen ons beleid aan om kleinschalige bedrijvigheid te integreren in primair op wonen gerichte stadsbuurten met een verdichtingsopgave. Doel is om in ontwikkelingen ook kleinschalige werkruimte te realiseren. Dat doel wordt vertaald naar realistische streefgetallen per gebiedsontwikkeling, op basis van marktonderzoek en de koppeling aan lokaal onderwijs en arbeidsaanbod.

We scherpen ons beleid aan om nietwoonprogramma beter te integreren in lopende en nieuwe gebiedsontwikkelingen. Doel is om in ontwikkelingen ook kleinschalige en betaalbare werkruimte en ander niet-woonprogramma te realiseren. Dat doel wordt vertaald naar realistische streefgetallen per gebiedsontwikkeling, maar vraagt ook om (nieuwe) sturingsinstrumenten.

Hoe groot de schaarste aan ruimte wordt, hangt af van het succes van integreren van bestaande en nieuwe lichte vormen van bedrijvigheid (ambachten, kleinschalige productie, distributie en reparatiebedrijven) in de geplande woonwerkwijken en het verdichten van bedrijventerreinen. Dit vergt een blijvende inspanning. Al sinds de structuurvisie uit 2011 sturen wij hierin, maar de doelen worden daarbij slechts ten dele behaald, omdat autonome krachten sterk zijn. Het is een flinke uitdaging die mét de markt, ondernemers en betrokkenen gerealiseerd moet worden.

De mate van ruimtegebrek hangt af van het succes bij het integreren van bestaande en nieuwe lichte bedrijvigheid (zoals ambachten, kleinschalige productie, distributie en reparatie) in woonwerkwijken en het verdichten van bedrijventerreinen. Dit vraagt blijvende inzet. Hoewel we hier sinds de Structuurvisie van 2011 op sturen, worden doelen slechts deels gehaald door sterke autonome krachten. Het is een grote uitdaging die samen met de markt, ondernemers en betrokkenen moet worden aangepakt. Om die reden verdiepen we in het ruimtelijkprogrammatisch kader de balans tussen niet-

Licht positief effect op economisch vitaal

blad 31 van 111

Aanvulling OER Omgevingsvisie Amsterdam In het kader van actualisatie OVA 2050 projectnummer 0502331.100 23 september 2025 Gemeente Amsterdam woonfuncties en ontwikkelen we instrumenten om het behoud en de toevoeging daarvan beter te regisseren in gebiedsontwikkelingen. Gezien het belang van bedrijven voor een inclusief Amsterdam zetten we in deze omgevingsvisie extra in op het tegengaan van economische verdringing.

Gezien het belang van bedrijven voor een inclusief Amsterdam zetten we in deze omgevingsvisie extra in op het tegengaan van economische verdringing. We gaan scheefwerken en ongewenste verkleuring van bedrijventerreinen in kaart brengen en ontwikkelen beleid om dat tegen te gaan.

Het is onmisbaar hier een realistische doelstelling en financiële onderbouwing voor te hebben.

Het is onmisbaar om hiervoor een (financieel) instrumentarium voor te ontwikkelen om hier meer in te kunnen sturen.

We ontwikkelen een plan voor naoorlogse wijken om in de stedelijke vernieuwing meer ruimte te krijgen voor verschillende vormen van bedrijvigheid.

We ontwikkelen een plan om meer ruimte te krijgen voor verschillende vormen van bedrijvigheid.

Kantoorontwikkeling in Amsterdam is gebonden aan het beleid zoals verwoord in het ‘Kantorenplan 2019-2026’. Dit in 2019 vastgestelde beleid ging na jaren van leegstand uit van meer krapte op de kantorenmarkt in de komende jaren.

Kantoorontwikkeling in Amsterdam is gebonden aan het Kantorenplan 2019-2026. Dit beleid ging na jaren van leegstand uit van meer krapte op de kantorenmarkt in de toekomst.

Met de voorspelde groei van de stad is het reëel uit te gaan van aanhoudende vraag naar kantoorruimte. Hierbij zullen we marktontwikkelingen nog scherper monitoren.

Met de voorspelde groei van de stad is het reëel uit te gaan van aanhoudende vraag naar kantoorruimte. Hierbij zullen we marktontwikkelingen nog scherper monitoren.

Kantoren worden bij voorkeur op goed per openbaar vervoer bereikbare locaties gebouwd. Daarbij geldt: hoe beter de ov-ontsluiting, hoe groter de kantoorvolumes mogen zijn. Bij Zuidas of Sloterdijk zijn er dus grootschaliger kantoorontwikkelingen mogelijk dan bijvoorbeeld rondom een willekeurige metrohalte. Zie ook Stationskwartieren in Deel II WAAR.

Kantoren worden bij voorkeur gebouwd op locaties die goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer. Daarbij geldt dat de kantoorvolumes groter mogen zijn naarmate deze beter zijn ontsloten. Nabij Intercitystations zijn grootschaliger kantoorontwikkelingen mogelijk dan rondom willekeurige metrohaltes. Voor een verdere duiding zie Stationskwartieren in Deel II WAAR.

Kenniskwartieren In de visie ‘Ruimte voor de Economie van Morgen’ (2017) worden innovatiedistricten benoemd als belangrijke plekken voor de stedelijke economie. De gebieden zijn divers; de nadruk kan liggen op onderwijs en kennisdeling, wetenschap en onderzoek of ondernemerschap en start-ups. In alle gebieden ligt de focus op het stimuleren van interactie en het ontwikkelen van kennis en ideeën. Verdere ontwikkelingen van deze gebieden vindt op drie manieren plaats. 1) Fysieke inrichting van het gebied moet interactie stimuleren. Functiemening, bereikbaarheid en de inrichting van de openbare ruimte met plek voor experimenten zijn daarbij van groot belang. 2) Ruimte bieden aan innovatieve bedrijven en instellingen die elkaar versterken. 3) Bouwen aan een netwerk tussen bedrijven en instellingen gericht op het ontwikkelen en uitwisselen van ideeën. Door de combinatie van de drie bovenstaande onderdelen ontstaat een innovatief ecosysteem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16220798/1