CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. 1e part herz BP Lutkemeerpolder_TL + RE versie 1.2.pdf

RAAD 2 juli 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen 1e partiele herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder (VN2026-007927)10.985 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan 1e Partiële Herziening Bestemmingsplan Lutkemeerpolder

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan 1e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.F2004BPSTD-VG01

Datum print

20 Februari 2026

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Aanleiding

7

Hoofdstuk 2

Kader

9

Bestemmingsplan Beleid

9 10

Hoofdstuk 3

Aard en doel 1e partiële herziening

15

Hoofdstuk 4

Herziening bestemmingsplan

17

Hoofdstuk 5

Milieu- en omgevingsaspecten

21

Verkeer en parkeren Bodem Water Milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Cultuurhistorie en archeologie Ecologie Stikstofdepositie Luchtvaartverkeer Milieueffectrapportage

21 22 22 23 23 23 23 26 26 26 27 27

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

29

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

31

Participatie Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Zienswijzen

31 33 38

2.1 2.2

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

7.1 7.2 7.3

Gemeente Amsterdam

blz. 4

bestemmingsplan_1e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder (vastgesteld)

blz. 5

Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_1e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder (vastgesteld)

blz. 7

Hoofdstuk 1

Aanleiding

Het gebied waarvoor nu het bestemmingsplan op onderdelen wordt herzien bevindt zich aan de westrand van Amsterdam, in de Lutkermeerpolder in Osdorp. Ten westen bevindt zich de A5 en ten zuidwesten de A9 (zie volgende afbeelding).

Afbeelding: ligging en indicatieve begrenzing bestemmingsplangebied Business Park Amsterdam Osdorp Fase 2

Het gebied is geen agrarische gebied meer en is al ontwikkeling. De ontsluitingsweg is al gerealiseerd en bedrijfshallen worden gebouw dit op basis van de bedrijfsbestemming die in het bestemmingsplan Lutkemeerpolder zit. Dit plan is inmiddels deels achterhaald en voldoet niet meer op basis van de huidige inzichten. De aanleiding voor deze herziening is de op 14 maart 2018 ingediende motie van Nuijen en Geenen, die vragen om een betere inbedding van de stadsboerderij in de omgeving. Om dit mogelijk te maken is het noodzakelijk om het planologische kader te wijzigen. Het is dan ook de wens van de raad en de gemeente Amsterdam om het ter plaatse geldende plankader deels te actualiseren. Hierbij worden ook nog andere aanpassingen doorgevoerd. In verband met de ligging tegen het stedelijk gebied in Nieuw-West en vanwege de transformatie van binnenstedelijke bedrijventerreinen in Amsterdam, liggen er kansen voor en zal er op worden ingezet om bedrijven te faciliteren die van belang zijn voor de stad. De focus ligt op bedrijven in Gemeente Amsterdam

blz. 8

groothandel/distributie, logistiek, ambacht en maakindustrie. De wens is gebaseerd op ervaringen die zijn opgedaan in fase 1 van de ontwikkeling, het gebied rond de Maroastraat (zie volgende afbeelding). Deze fase is inmiddels helemaal uitverkocht, zodat fase 2 gerealiseerd moet gaan worden.

Daarnaast zijn de grote waterkavels aan de westrand civieltechnisch niet uitvoerbaar, vanwege geohydrologische problemen. De eerder ter plaatse van de waterkavels voorziene kantoorpanden zijn nu niet meer gewenst. Om al deze redenen is besloten om het bestemmingsplan hierop aan te passen en partieel te herzien. Voor de ontwikkeling van fase 2 van het Business Park is een stedenbouwkundig plan (SP) opgesteld en op 1 december 2020 vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Dit vormt de basis voor de partiële herziening van het bestemmingsplan. Dit SP wijkt op onderdelen af van de stedenbouwkundige inhoud van het geldende bestemmingsplan. Deze herziening van het bestemmingsplan moet (samen met de delen die niet aangepast worden) een actueel kader vormen voor het verlenen van omgevingsvergunningen voor de ontwikkeling van de bedrijfskavels binnen het plangebied. bestemmingsplan_1e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder (vastgesteld)

blz. 9

Hoofdstuk 2 2.1

Kader

Bestemmingsplan

Ter plaatse geldt het bestemmingsplan Lutkemeerpolder, vastgesteld op 24 april 2013 door de gemeenteraad van Amsterdam. De gronden van de 1e partiële herziening zijn vooral bestemd voor bedrijven tot maximaal categorie 3.2 van de bij het bestemmingplan horende Staat van bedrijfsactiviteiten. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor gemengde doeleinden (zoals dienstverlening, agrarische activiteiten, stadslandbouw en wonen), verkeer, groen, natuur en water.

Afbeelding: uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan Lutkemeerpolder 2013 (plangrens partiële herziening rood)

Bestemmingsplan 'Grondwaterneutrale Kelders' Het paraplubestemmingsplan is op 7 oktober 2021 vastgesteld en geheel in werking. De regeling uit het paraplubestemmingsplan is ook opgenomen in deze herziening.

Gemeente Amsterdam

blz. 10

2.2

Beleid

Het bestemmingsplan voorziet slechts in beperkte mate in nieuwe ontwikkelingen. Er blijft sprake van een bedrijventerrein met een gelijk omvang als in het oorspronkelijke bestemmingsplan. De indeling van het bedrijventerrein wordt alleen aangepast en voor een aantal kavels wordt de bouwhoogte verhoogd. Ook komt er een andere indeling van de wegen en het groen onder meer in de vorm van een centraal park in het gebied. De vastlegging van de stadslandbouw-functie aan de Lutkemeerweg 262 B ziet op feitelijk bestaande activiteiten waarvoor, in afwachting van definitieve vaststelling van dit bestemmingsplan, reeds op 19 juni 2020 een (tijdelijke) omgevingsvergunning is afgegeven (kenmerk: Z2020-NW000468 / olo 5131233). Omdat het plan in hoofdlijnen qua ruimtegebruik hetzelfde blijft, is het niet noodzakelijk om een volledig nieuwe beleids- en regelgevingstoets uit te voeren. Hieronder wordt alleen ingegaan op nieuwe van toepassing zijnde regelgeving (omgevingsverordening NH2022) en op de nieuwe Omgevingsvisie 2050. Omgevingsverordening NH2022 De provincie heeft op 22 oktober 2020 de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld.Deze is inmiddels een aantal malen herzien en inmiddels geldt de Omgevingsverordening NH2022.

De omgevingsverordening kent een aantal themakaarten, die het plangebied van het stedenbouwkundige plan, het plangebied van het bestemmingsplan uit 2013 en het plangebied van de nu voorliggende partiële herziening overlappen. De overlapping vindt plaats aan de noordrand van het plangebied.

Afbeelding: uitsnede verbeelding bestemmingsplan Lutkemeerpolder 2013 (gebied dat valt binnen de grenzen van de Omgevingsverordening NH2022 gearceerd)

Aan de noordrand vindt overlapping plaats met volgende beleidsonderwerpen: Agrarische bedrijven Bijzonder provinciaal landschap Kernkwaliteiten Bijzonder Provinciaal Landschap Landelijk gebied Permanente Bollenteelt Hierdoor is een klein deel de beoogde bedrijfsbestemming in dit herziene bestemmingsplan in strijd met de Omgevingsverordening. De begrenzing is gerelateerd aan de Natuurbestemming van het huidige

bestemmingsplan_1e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder (vastgesteld)

blz. 11

bestemmingsplan Lutkemeerpolder. Door de herziening worden een aantal bestemmingsgrenzen aangepast. Dit is het gevolg van de in Hoofdstuk 3 beschreven aanpassingen in de structuur en indeling. Het gaat hierbij niet om een uitbreiding van het oppervlak aan bedrijven, want er komt ook een lange strook bedrijventerrein te vervallen, deze krijgt een natuurbestemming (zie vorige en volgende afbeelding).

Afbeelding: voorstel grenscorrectie in partiële herziening door uitwisseling van bedrijf en natuur.

In bovenstaande afbeelding is te zien dat een klein stuk natuurbestemming naar bedrijf (linker pijl) verandert en een groot stuk bedrijf naar natuurbestemming en water verandert (rechter pijl) . Per saldo zal de omvang van de natuurbestemming hierdoor toenemen. De grenscorrectie is afgestemd met de Provincie Noord-Holland in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro (zie ook paragraaf 7.2). De provincie heeft aangegeven mee te werken aan de uitwisseling nadat het bestemmingsplan is vastgesteld. Hiertoe zal een verzoek om wijziging van de verordening door de gemeente worden ingediend. In de nieuwe Omgevingsverordening is verder in artikel 6.75 een artikel opgenomen over klimaatadaptie hier staat dat in een ruimtelijk plan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt een risicoanalyse bevat van de aanwezige en de te verwachten klimaatrisico's binnen het plangebied. Hierbij worden over de volgende onderwerpen de risico's in beeld gebracht: a. b. c. d. e. f.

wateroverlast; overstroming; hitte; droogte (watertekort en verzilting); natuurinclusiviteit en biodiversiteit; en ecologische en chemische waterkwaliteit.

a. Wateroverlast Binnen de ontwikkeling is een centraal waterpark opgenomen, waarin het hemelwater dat van daken afkomt wordt opgevangen. Dat centrale waterpark is onderdeel van een nieuwe watersysteem, wat zeer robuust wordt ingericht om wateroverlast te voorkomen. Dit blijkt ook uit een uitgevoerde stresstest, waarbij is gekeken of het systeem een zeer heftige regenbui aankan.

Gemeente Amsterdam

blz. 12

b. Overstroming De locatie ligt nabij de ringvaart en de Ringvaartdijk die rondom de Haarlemmermeerpolder ligt. Bij een doorbraak van deze dijk overstroomt het achtergelegen gebied. Vanwege dit risico, is door TAUW (bijlage 3) gekeken of personen bij een dergelijke doorbraak voldoende tijd hebben om zich in veiligheid te brengen. Het blijkt dat bij een doorbraak van de Ringvaart het gebied langzaam volloopt en na 3 uur maximaal 1,5 meter water staat. De verwachting is dat na 3 uur Waterschap de dijkdoorbraak heeft verholpen. Na 3 uur zijn de Lutkemeerweg en de begraafplaats nog droog. De begraafplaats blijft trouwens ook als dijkdoorbraak niet wordt verholpen droog. Naar deze locaties kan gevlucht worden. Hiervoor is voldoende tijd, omdat de vluchtafstand vanuit het bedrijventerrein maximaal 600 meter bedraagt en de vluchttijd, uitgaande van lopen, maximaal 12 minuten bedraagt.

c. Hitte De realisatie van de nieuwe bedrijfsgebouwen en daarbij behorende parkeerterrein, wegen en andere infrastructuur kan tot een hogere gemiddelde gevoelstemperaturen in de directe omgeving leiden. Om risico's die deze hitte met zich mee kan brengen tegen te gaan is het met name van belang dat: er langzaamverkeersroutes en verblijfsplekken zijn die in de schaduw liggen. Er op loopafstand (200 meter) koele plekken zijn waar personen kunnen verblijven. In de ontwikkeling is met voorgaande rekening gehouden, doordat een centraal park wordt gerealiseerd, waar ook plekken zijn waar aan te planten bomen en de aangrenzende nieuwe bedrijfsgebouwen schaduw in werpen en koelte aanwezig is. De langzaamverkeersroute door het gebied verloopt via dit centrale park. Verder zijn in de directe nabijheid van het bedrijventerrein voldoende koele plekken op loopafstand aanwezig. Het gaat dan om de nabijgelegen begraafplaats en he natuurgebied tussen het bedrijventerrein en de Ringvaart. d. Droogte Voorgenomen ontwikkeling zorgt niet voor onttrekking van water, waardoor de ontwikkeling geen impact zal hebben op het aspect droogte (watertekort en verzilting). e. Natuurinclusiviteit en biodiversiteit Door realisatie van het waterpark wordt de biodiversiteit in het gebied gestimuleerd. Er komt ruimte voor meer soorten in het gebied. f.

Ecologische en chemische waterkwaliteit

Het watersysteem wordt zodanig ingericht dat de waterkwaliteit er niet op achteruitgaat. De verwachting is zelfs dat het systeem leidt tot een verbetering van de waterkwaliteit. In het centrale waterpark worden voorzieningen aangelegd die het hemelwater wat van de daken van de gebouwen afkomt gaan zuiveren. Omgevingsvisie 2050 De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is een langetermijnvisie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving, die elke overheid opstelt in het kader van de Omgevingswet. De omgevingsvisie is samen met het OER op 8 juli 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De gemeente wil met een brede blik sturen. Deze omgevingsvisie heeft daarbij een drieledige functie: richting geven aan groei; versnellen van transities; bestemmingsplan_1e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder (vastgesteld)

blz. 13

ruimte bieden aan initiatieven. Wereldwijd groeien steden. Steden hebben aantrekkingskracht omdat ze bedrijvigheid, wetenschap en creativiteit dicht bijeenbrengen en zo innovatie stimuleren en kansen bieden aan individuen. De stad moet kansen bieden aan iedereen. Om die reden omarmt Amsterdam zowel nieuwe inwoners als nieuwe banen. Economische groei is gewenst, niet in de laatste plaats vanwege de inkomsten. Maar Amsterdam wil ook ruimte bieden aan vernieuwing en een meer circulaire economie. Groei een plek geven in de stad is daarmee ook een verantwoordelijkheid. Om volledig profijt te trekken moet die groei richting gegeven worden. Gezien de ambities en de schaarste van ruimte en financiën maakt het bestuur vijf strategische keuzes: 1. Meerkernige ontwikkeling: Amsterdam is uit balans met één centrum waar alles op is gericht is. Een van de hoofddoelen van deze visie is een stad te worden met meer stedelijke centra. Ook in de regio willen we de kernen meer stedelijke kwaliteit geven. 2. Groeien binnen grenzen: duurzame, compacte stedelijke ontwikkeling en intensief ruimtegebruik. Daarmee maken we sociaal sterke buurten, met veel ruimte voor ondernemerschap en beperken we de ecologische voetafdruk van de stad. 3. Duurzaam en gezond bewegen: in een compacte stad staan ontmoeten en bewegen in de openbare ruimte voorop.

In de hele stad krijgen lopen, fietsen en openbaar vervoer ruim baan. 4. Rigoureus vergroenen: nieuwe parken en meer groen in de openbare ruimte en op en aan gebouwen houdt de stad klimaatbestendig en leefbaar voor mens, dier en plant. 5. Samen stadmaken: meer mogelijkheden voor maatschappelijk initiatief. Samen met Amsterdammers, corporaties en private partijen bouwen we aan de stad. Daarbij maken we meer ruimte voor experimenten en verantwoordelijk en eigenaarschap voor onze inwoners. Het plangebied waarop deze herziening ziet, is op de visiekaart van de Omgevingsvisie aangemerkt als bedrijventerrein. In de visie is voor deze gebieden het volgende opgenomen. Het grootste deel van de bestaande bedrijventerreinen in de stad (die nog niet aangewezen zijn als transformatiegebied) blijft behouden om ruimte te behouden in de stad voor bedrijven die een functie vervullen in de stedelijke economie. Wel is ook op deze terreinen een opgave om efficiënt met de ruimte om te gaan en indien mogelijk de werkfunctie flink te verdichten. Dat betekent compacte bebouwing en een differentiatie in terreinen, afhankelijk van de ligging in de stad. Het voorliggende plan waarbij naar een efficiëntere indeling van het bedrijventerrein is gekeken is in overeenstemming met dit gemeentelijk beleid.

Gemeente Amsterdam

blz. 14

Hoofdgroenstructuur – Structuurvisie In de Omgevingsvisie staat het volgende over de hoofdgroenstructuur. Omdat groen belangrijker is dan ooit en de druk op het groen toeneemt, handhaven we het instrument van de hoofdgroenstructuur en wordt met deze omgevingsvisie ingezet op uitbreiding en versterking. Waar de hoofdgroenstructuur tot nu toe nog een mozaïek vormde van groengebieden, werken we met de nieuwe hoofdgroenstructuur aan een aaneengesloten groen netwerk op de schaal van de stad. De nieuwe hoofdgroenstructuur sluit naadloos aan op de groengebieden en groene routes in de gebieden rondom de stad. Dit netwerk bestaat uit grote groengebieden die onderling met elkaar worden verbonden door ecologische en recreatieve verbindingen. Bovendien voegen we de bestaande ecologische structuur van Amsterdam toe aan de hoofdgroenstructuur zodat er aandacht is voor mens én dier. Bij vaststelling van de Omgevingsvisie in 2021 is door de gemeenteraad verder bepaald dat de Structuurvisie kaderstellend blijft voor de hoofdgroenstructuur, totdat het nieuwe kader hiervoor is vastgesteld. Het bedrijventerrein Lutkemeerpolder fase 2 valt deels binnen de hoofdgroenstructuur van Amsterdam zoals die is opgenomen in de Structuurvisie is opgenomen.

Vanwege deze ligging in de hoofdgroenstructuur is advies gevraagd aan de TAC over de voorgenomen herziening van het bestemmingsplan dat voor dit bedrijventerrein geldt. Op 24 mei 2023 heeft de TAC positief geadviseerd over de inpasbaarheid van de voorgenomen herziening van het bestemmingsplan en het daaraan ten grondslag gelegde inrichtingsplan. Het advies is bijgevoegd. Kort samengevat geeft de TAC in haar advies het volgende aan. De TAC is van mening dat het inrichtingsplan van het Businesspark Amsterdam Osdorp Fase 2 voldoende invulling geeft aan de door ons in het preadvies als randvoorwaardelijk gestelde garantie voor een kwaliteitsimpuls van het stuk groen dat onderdeel uitmaakt van de Hoofdgroenstructuur. Sterker nog, hoewel grotendeels niet de Hoofdgroenstructuur aangaande, juicht de TAC de realisatie van dit ambitieuze inrichtingsplan op het bedrijventerrein van harte toe. Na een moeizame aanloop ligt er nu volgens de TAC een goed doordacht plan voor een groene en duurzame inrichting, dat als voorbeeld kan dienen voor andere bedrijventerreinen. Dat geldt op het terrein zelf voor de natuurzone aan onder meer de westzijde, maar zeker ook voor het robuuste groenblauwe waterpark als centrale as op het bedrijventerrein.

Via de groene inrichting van de randen is er volgens de TAC zorgvuldige aandacht voor de door ons gevraagde kwalitatieve wijze van landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein in Tuinen van West als geheel. Bovendien wordt er gericht geïnvesteerd in een uitnodigende routing door het terrein en biedt het groen gebruiksmogelijkheden voor zowel werknemers als passanten.

bestemmingsplan_1e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder (vastgesteld)

blz. 15

Hoofdstuk 3

Aard en doel 1e partiële herziening

Voorliggende partiële herziening voorziet niet in nieuwe functies of in een uitbreiding van het programma. Er worden niet meer vierkante meters aan uitgeefbare grond of bruto vloeroppervlak (bvo) aan bedrijvigheid mogelijk gemaakt en er wordt ook niet voorzien in hogere bedrijfscategorieën. Wél wordt de structuur en indeling aangepast aan het nieuwe stedenbouwkundig plan (SP) en aan het inrichtingsplan openbare ruimte (zie ook Bijlage 1 Stedenbouwkundig Plan en Bijlage 2 Inrichtingsplan openbare ruimte (VO)). Bij de grootste aanpassingen gaat het om: 1. De aanpassing van de ontsluitingswegen. Deze lopen na aanpassing net iets anders en de kavelgrenzen/bestemmingsgrenzen verschuiven hierdoor op een aantal locaties. 2. Het opnemen van 3 hectare stadslandbouw. De vastlegging van de stadslandbouw-functie aan de Lutkemeerweg 262 B ziet op feitelijk bestaande activiteiten waarvoor, in afwachting van definitieve vaststelling van dit bestemmingsplan, reeds op 19 juni 2020 een (tijdelijke) omgevingsvergunning is afgegeven (kenmerk: Z2020-NW000468 / olo 5131233). 3. De aanpassing van de Waterkavels aan de westzijde inclusief groene zoom daaromheen. Uit geotechnische berekeningen is gebleken dat grotere waterpartijen hier civieltechnisch niet haalbaar zijn (risico op opbarsting). Door voorliggende herziening wordt het oppervlaktewater meer verdeeld over het gehele plangebied.

Ook hiervoor moesten een aantal bestemmingsgrenzen aangepast worden. 4. De aanpassing van het orthogonale kavel aan de noordzijde door uitruil met de natuurbestemming, zie paragraaf 2.2 van deze toelichting . 5. De introductie van een centrale groene ruimte in het Bedrijvenpark/Waterpark. Een belangrijk punt is ook de aansluiting op de omgeving. Beide plannen voorzien in een alzijdige invoeging in de omgeving. Elke zijde heeft een eigen inpassing. Er ontstaat hierdoor geen 'achterkant'. Tussen het business park en de bestaande woningen aan de Lutkemeerweg is ruimte voor natuur, een groene buffer en een wal/talud.

Gemeente Amsterdam

blz. 16

Afbeelding: definitief ontwerp stedenbouwkundig plan

De 1e partiële herziening van het bestemmingsplan Lutkemeerpolder voorziet in een aangepast kader, waarin de in het SP en het inrichtingsplan weergegeven waterstructuur, verkaveling en ontsluiting hiervan kan worden gerealiseerd.

bestemmingsplan_1e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder (vastgesteld)

blz. 17

Hoofdstuk 4

Herziening bestemmingsplan

Algemeen Deze partiële herziening heeft naar zijn aard een ondergeschikt karakter waarbij de herverkaveling van de 7 waterkavels alsmede de inpassing van de bestaande stadslandbouw de belangrijkste planologische aanpassingen zijn. De onderliggende ruimtelijke uitgangspunten en de functie van het bedrijventerrein blijven onveranderd ten opzichte van het bestemmingsplan Lutkemeerpolder uit 2013 (er wordt dan ook geen extra bedrijfsoppervlakte of nieuwe soorten bedrijven toegevoegd). Bij het inrichten van de openbare ruimte wordt gezorgd voor een goede groene landschappelijke inpassing waardoor de bedrijven een minimale impact hebben op de landschapsbeleving van voorbijgangers of omwonenden. Denk hierbij aan de hoogte van de bebouwing, het Waterpark, begroeiing van een deel van de gevels, maar ook aan een groene omzoming van de gebouwen waarbij bomen de bedrijven (deels) aan het zicht onttrekken. Beheer openbare ruimte / overlast De openbare ruimte van fase 2 van het bedrijventerrein is deel al aangelegd in de vorm van een groot deel van de toekomstige ontsluitingstructuur. Ook is een deel van de nieuwe waterstructuur aan te leggen. Het is verder de bedoeling om te starten met de aanleg van het waterpark in het midden van het gebied.

Dit park is ook noodzakelijk omdat het hemelwater dat op de bedrijfsgebouwen die nu worden gebouwd, naar dit waterpark worden afgevoerd en hier tijdelijk wordt geborgen. Het beheer van de openbare ruimte ter plaatse van Business Park Amsterdam Osdorp (fase 1 en in de toekomst ook voorliggende fase 2) wordt uitgevoerd door de gemeente (Stadsbeheer). Daarbij wordt samengewerkt met het parkmanagement van Business Park Amsterdam Osdorp (iedere eigenaar wordt verplicht lid). Via hun website kunnen bijvoorbeeld meldingen van overlast worden gedaan. Op grond van de APV kan de gemeente nu ook handhaven op overlast die veroorzaakt wordt door het gebruik van lachgas (zoals lawaai en afval). Dit kan via het parkmanagement gemeld worden maar men kan zich uiteraard ook direct tot de gemeente richten. Bij de inrichting van het maaiveld van fase 1 zullen verkeersmaatregelen genomen worden die misbruik van de openbare weg ten behoeve van straatraces onmogelijk maken. Het zal gaan om drempels en mogelijk versmalling van de bochten. Voor fase 2 zal de dienst openbare verlichting een verlichtingsplan opstellen. Daarbij moet een afweging worden gemaakt tussen wat functioneel nodig is en wat er vanuit (een gevoel van) veiligheid nodig is. Stedenbouwkundig plan Voor de ontwikkeling van fase 2 van het Business Park is een stedenbouwkundig plan (SP) gemaakt.

Voor de partiële herziening van het bestemmingsplan vormt de grens van het stedenbouwkundig plan de basis voor de begrenzing (zie volgende afbeelding). Daarnaast wordt dit gebied ook nog uitgebreid met de locatie voor stadslandbouw, die deels buiten het plangebied van het SP valt. Het gedeelte van het gebied waar niets aangepast hoeft te worden blijft buiten de grens van de herziening.

Gemeente Amsterdam

blz. 18

Afbeelding: plangrens 1e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder

Regels bestemmingsplan Lutkemeerpolder (2013) Voor de herziening geldt dat het bepaalde in de regels van het bestemmingsplan 'Lutkemeerpolder', zoals is vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam op 24 april 2013, onverkort van toepassing is. Er wordt wél een aantal ondergeschikte wijzigingen opgenomen. Bedrijven De bedrijfskavels blijven conform het huidige bestemmingsplan bestemd. Aan de oostrand, grenzend aan de huidige bestaande bebouwing zullen bedrijven tot en met categorie 3.1 van de bedrijvenlijst toegestaan blijven. Voor de rest van het plangebied is dat categorie 3.2. Er worden in totaal niet meer bvo's gerealiseerd dan nu in het Platform Bedrijventerreinen en Kantoorlocaties (Plabeka) voor deze locatie is afgestemd. Voor een deel van de kavels wordt de type bedrijven beperkt, door de vestiging van logistieke bedrijven uit te sluiten. Uit onderzoek is gebleken dat een volledige invulling van fase 2 met logistieke bedrijven tot doorstromingsproblemen op het omliggende verkeersnet kan leiden. Voor de bedrijfsbebouwing geldt over het algemeen een maximum bouwhoogte van 12 meter en 10 meter aan de oostrand, grenzend aan de bestaande bebouwing.

bestemmingsplan_1e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder (vastgesteld)

blz. 19

Datacenters zijn niet toegestaan. Er zijn alleen ondergeschikte en niet zelfstandige kantoren toegestaan. De omvang hiervan bedraagt maximaal 30% van het bruto vloeroppervlak per bedrijf. Voor uitgeefbare kavels langs de centrale as (oost-west) geldt, dat er een smalle strook van enkele meters wordt vrijgehouden van bebouwing en groen bestemd. Dienstwoningen zijn niet toegestaan. Horeca In het Waterpark wordt ruimte geboden om nog een kleinschalige mobiele horecavoorziening toe te staan. Deze is middels een aanduiding 'horeca toegestaan' in de groenbestemming. Stadsboerderij Voor de stadsboerderij De Boterbloem is door de raad gekozen voor een scenario dat uitgaat van het beschikbaar stellen van circa 3 ha terrein voor gebruik als stadsboerderij. De stadsboerderij wordt dan ook positief bestemd. Bebouwing is alleen op het erf toegestaan. Hier zijn ook ondergeschikte horeca en ondergeschikte detailhandel toegestaan. Een combinatie met zorg is hier ook mogelijk. Het grootste deel van de boerderij blijft open land, waar geen bebouwing is toegestaan. De boomgaard is als “Groen” bestemd. Groene dragers en water De groene dragers en de waterstructuur uit het SP worden ook als zodanig bestemd. Ook delen van de uitgeefbare gronden worden bestemd als “Groen”. Daarnaast is groen ook in de verkeersbestemming toegestaan.

Verkeer en parkeren Er dient te worden voldaan aan het parkeerbeleid van de gemeente Amsterdam. Daartoe wordt in de regels van deze herziening een dynamische verwijzing opgenomen naar het geldende parkeerbeleid van de gemeente Amsterdam. Op deze manier worden initiatieven op dit onderwerp getoetst aan het op moment van indiening van een vergunningaanvraag geldende parkeerbeleid. Uit het geldende Amsterdamse parkeerbeleid volgt dat parkeren, laden en lossen uitsluitend op de uitgegeven kavels mogelijk is.

Gemeente Amsterdam

blz. 20

bestemmingsplan_1e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder (vastgesteld)

blz. 21

Hoofdstuk 5 5.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Verkeer en parkeren

Verkeer Bij de bereikbaarheid van het plangebied ligt de nadruk, in lijn met het stedenbouwkundig plan, vooral op de bereikbaarheid met de auto. In juni 2021 is door onderzoeksbureau Goudappel Coffeng onderzoek verricht naar de verkeersafwikkeling op de bestaande wegen in de omgeving. Dit onderzoek wordt niet meer als actueel gezien door tijdsverloop. Door de gemeente zelf is daarom een nieuw verkeersonderzoek opgesteld. Dit onderzoek is als bijlage 4 toegevoegd. Zowel in het in de voorliggende herziening van het bestemmingsplan als in het geldende bestemmingsplan uit 2013 is sprake van ontwikkeling van circa 25 hectare aan bedrijvigheid. Het de herziening van het bestemmingsplan brengt in die zin geen verandering met zich mee in de verkeersafwikkeling. In andere woorden: de conclusies uit het verkeersonderzoek gelden ook voor de nu geldende planologische situatie, dat wil zeggen dat er sprake is van een autonome toename van het verkeer die los staat van de voorgenomen herstructurering van fase 2 van het bedrijventerrein. Er is vanwege de gesignaleerde knelpunten op het omliggende wegennet bij volledige ontwikkeling van fase 2 van het bedrijventerrein, wel voor gekozen om op de resterende kavels logistieke bedrijven uit te sluiten. Die bedrijven genereren teveel verkeer wat niet goed afgewikkeld kan worden op het omliggende wegennet.

De ontsluiting van het plangebied vindt voornamelijk plaats via het kruispunt Etnastraat-Ookmeerweg. Dit kruispunt ligt buiten het plangebied van de voorliggende herziening maar is voor het functioneren ervan van evident belang. Het kruispunt in zijn huidige vorm zal in de toekomst (peilmoment 2035), ondanks het gedeeltelijk uitsluiten van logistiek bedrijven, het verkeer niet goed aankunnen. Er zal gekeken moeten worden hoe dit te verhelpen. Maatregelen, zoals extra opstelstroken aan de Etnaweg toevoegen, zijn denkbaar. De kosten voor deze aanpassing van het kruispunt worden gedekt vanuit de GREX voor de eerste fase van het bedrijventerrein, omdat het deel van de Etnaweg waarover het gaat binnen dit deel van het bedrijventerrein is gelegen. In de grondexploitatie van fase 1 van dit bedrijventerrein, zijn hiervoor ook middelen opgenomen voor een bijdrage aan deze kosten. Parkeren Parkeren wordt op eigen terrein opgelost. Gebouwde (centrale) parkeervoorzieningen kunnen hierbij een goede oplossing bieden. De voorkeur heeft het om parkeren in de bouwmassa van de bedrijfsgebouwen op te nemen. Voor parkeren is een dynamische verwijzing naar het geldende parkeerbeleid van de gemeente Amsterdam opgenomen, waarbij voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd dienen te worden. De te hanteren parkeernormen zijn maatwerk.

Conform het beleid van Amsterdam gelden voor alle functies - met uitzondering van wonen en kantoren - de actuele kencijfers parkeren van het CROW. Per te ontwikkelen perceel kan dan onderbouwd worden wat de parkeerbehoefte is en hoe die behoefte wordt geaccommodeerd. Door de dynamische verwijzing naar het beleid, zal altijd het beleid ten tijde van de indiening van een vergunningaanvraag toetsingskader zijn. Daarnaast moet gekeken worden naar mogelijkheden om de OV-bereikbaarheid van het gebied te Gemeente Amsterdam

blz. 22

verbeteren en het autogebruik te beperken.

5.2

Bodem

In mei 2019 is door onderzoeksbureau Tauw een verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd (Bijlage 5). Uit het onderzoek is gebleken dat in zowel in de grond, grondwater als de waterbodem maximaal lichte verontreinigingen zijn aangetoond. De ontvangende waterbodem is maximaal als ‘klasse A’ beoordeeld. Er is geen asbest aangetoond op de locatie, de locatie is derhalve niet verdacht op het voorkomen van een verontreiniging met asbest. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Voor de locaties waar PFOS en PFOA is aangetoond geldt wel dat grondverzet naar andere locaties dan de locatie waarvoor een ongedaanmakingsverplichting geldt, door het desbetreffende bevoegde gezag getoetst dient te worden aan het Besluit bodemkwaliteit en eventuele lokale beleidsregels voor hergebruik van PFOS- en/of PFOA-houdende grond. Vanwege de gesloten grondbalans vormt dit hier geen probleem. De ontvangende waterbodem is geclassificeerd als maximaal ‘Klasse A’. Wanneer de watergangen worden gedempt dient materiaal te worden toegepast met als maximale kwaliteitsklasse ‘Klasse A’.

5.3

Water

Uit geotechnische berekeningen is gebleken dat waterpartijen breder dan circa 12 meter risico op opbarsting met zich mee brengen wat het oorspronkelijke plan met waterkavels civieltechnisch niet haalbaar maakte. Daarom is de waterstructuur in het plangebied aangepast. Voor het gehele plangebied is door TAUW een waterstructuurplan opgesteld en is de geohydrologische situatie gemodelleerd (zie Bijlage 4). Het watersysteem is één van de verbindende structuren binnen het plangebied en de omgeving ervan. De visie op het watersysteem BPAO2 luidt samengevat: “Het water uit het gebied optimaal benutten en het duurzaam benaderen om de natuurlijke watercyclus in stand te houden. Het watersysteem is toekomst robuust (klimaatadaptief) en draagt bij aan een gezonde leef- en werkomgeving. Het vormt de belangrijke schakel in het gebied, niet alleen qua watersysteem, maar als gehele waterketen.” Het toekomstige oppervlaktewatersysteem heeft drie functies: 1. het afvoeren van oppervlaktewater, 2. het bergen van hemelwater (compensatie toenemend verhard oppervlak) en 3. regulering van het grondwater. In het plangebied wordt in de openbare ruimte geen HWA aangelegd, waardoor de berging en afvoer van het hemelwater volledig berust op het oppervlaktewater en de bovengrondse bergingsvoorzieningen binnen het BPAO.

De indeling van het watersysteem bestaat uit een buitenste 'ring' zijnde primaire watergang, die als hoofdfunctie het afvoeren van water heeft. De watergangen daarbinnen zijn aangemerkt als secundair water. Vanuit het oogpunt van klimaatadaptatie moet het toenemend verhard oppervlak worden gecompenseerd. Het beleid rondom de compensatie is opgenomen in de Keur Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2019. bestemmingsplan_1e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder (vastgesteld)

blz. 23

Op basis van de uitgangspunten van het waterschap is een waterbalans voor het gebied opgesteld welke onderdeel is van het waterstructuurplan. De optelsom van al het toekomstig oppervlaktewater en waterberging via alternatieve voorzieningen (wadi's) in het plangebied compenseert de volledige toename van het toekomstig verhard oppervlak in het plangebied. De bergingsvoorzieningen en het oppervlaktewatersysteem zijn volledig gekoppeld via duikers, overstorten en drainage. Alle bergingsvoorzieningen zijn aangesloten op de secundaire watergangen en de secundaire watergangen zijn aangesloten op de primaire watergangen. Hierdoor is een gekoppelde waterbalans mogelijk en wordt een hoog positieve bergingsbalans behaald. De waterkwaliteit in het projectgebied mag niet verslechteren ten opzichte van de huidige situatie. Binnen het plangebied wordt aan deze eis voldaan door de volgende componenten en aspecten: Er wordt geen HWA of riooloverstort aangelegd; Het water van de wegen wordt gefilterd door wadi's of door de (begroeide) berm naar het oppervlaktewater; De aanleg van een waterpark centraal in het plangebied die functioneert als watermachine.

5.4

Milieuzonering

Er worden geen andere bedrijven mogelijk gemaakt, dan reeds zijn toegestaan. Er is rekening gehouden met de VNG-richtlijnen voor afstanden tot woningen.

5.5

Geluid

Zoals in paragraaf 5.4 is aangegeven, voorziet deze partiële herziening niet in nieuwe functies of hogere bedrijfscategorieën of komen deze dichter bij bestaande woningen te liggen dan reeds is toegestaan. Ook worden er geen geluidgevoelige functies mogelijk gemaakt, zodat een akoestisch onderzoek niet nodig is. Er is rekening gehouden met de VNG-richtlijnen voor afstanden tot woningen.

5.6

Luchtkwaliteit

Door onderzoeksbureau TAUW is het effect van de ontwikkelingen op de luchtkwaliteit onderzocht (zie Bijlage 13). Uit het onderzoek blijkt dat achtergrondconcentratie plus de bijdrage van fase 2 van het bedrijventerrein voor geen van de onderzochte stoffen tot overschrijdingen van de grenswaarden voor de jaargemiddelde, daggemiddelde en uurgemiddelde concentraties leidt. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling inpasbaar is vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit.

5.7

Externe veiligheid

Het plangebied ligt binnen de zones van twee buisleidingen. In het kader van het moederplan is dat onderzocht en door de brandweer geadviseerd. De buisleidingen vormen geen belemmering voor het Business Park Amsterdam Osdorp. Het onderzoek dateert echter uit 2012 en is hierdoor niet meer actueel. Er is daarom in november 2020 door onderzoeksbureau Aviv een nieuw onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 6). Hieruit is gebleken dat bij de vaststelling van de herziening ten aanzien van de A5 op grond van artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) ingegaan dient te worden op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen. Op 24 mei 2022 heeft de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland advies uitgebracht met betrekking tot Gemeente Amsterdam

blz. 24

externe veiligheid. Dit advies geeft inzicht in de mogelijkheden voor zelfredzaamheid en hulpverlening. Geadviseerd wordt om de hieronder beschreven maatregelen te overwegen en bij de afweging over de acceptatie van het risico (verantwoording groepsrisico) de mogelijkheden voor zelfredzaamheid en hulpverlening te betrekken. Zelfredzaamheid Personen in het plangebied zijn in de eerste minuten na een ongeval met gevaarlijke stoffen op zichzelf en andere personen in de directe omgeving aangewezen. Wanneer personen snel handelen hebben zij meer kans om zichzelf en anderen in veiligheid te kunnen brengen. De zelfredzaamheid kan worden bevorderd door aanwezigen te informeren over het handelingsperspectief bij een incident en ze daarmee voor te bereiden op de gevolgen van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Weten wat de gevaren zijn bevordert snel handelen. Bij het scenario gifwolk zal afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk (zie volgende afbeelding).

Afbeelding: Zelfredzaamheid en handelingsperspectief bij een gifwolk.

Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten van de wolk af en naar niet bedreigd gebied vluchten. Indien vluchten niet mogelijk is, is een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief. Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en ramen en deuren sluiten en ventilatie uitzetten. Hulpverlening Brandweer Amsterdam-Amstelland is voorbereid op ongevallen met gevaarlijke stoffen. De brandweer kan een ongeval met gevaarlijke stoffen niet voorkomen, maar richt zich voornamelijk op het redden en helpen van gewonden, het afschermen van de omgeving en het beperken van de gevolgen van het ongeval. Indien noodzakelijk wordt de bevolking gewaarschuwd, bijvoorbeeld via het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS sirenes) of via een NL-Alert (Sms-bericht). In het geval van een ongeval met een giftige stof waarbij een gifwolk ontstaat, zal de brandweer zich in eerste instantie richten op het bestemmingsplan_1e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder (vastgesteld)

blz. 25

brongebied en in tweede instantie op het effectgebied. In het brongebied, zal de brandweer zich bezig houden met het beperken en stoppen van de uitstroom van de giftige stof en het beperken van verdere verspreiding. In het effectgebied kan redding en evacuatie eerst plaatsvinden nadat er bepaald is door de brandweer of dat veilig kan gebeuren. Het brandweer optreden kan in het geheel enkele uren duren (zie volgende afbeelding).

Afbeelding: Schematische weergave incidentverloop grootschalig brandweer optreden

De bluswatervoorziening en bereikbaarheid voor de hulpdiensten ter plaatse van het plangebied is volgens de veiligheidsregio nog niet goed uit de aangeleverde stukken af te leiden. Voor informatie over een toereikende bereikbaarheid en toereikende bluswatervoorzieningen wordt verwezen naar de Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid van Brandweer Nederland 2019 en het Bouwbesluit 2012. De veiligheidsregio verzoekt de gemeente Amsterdam om bij de nadere uitwerking van (bouwwerken in) het plangebied de invulling van de bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen met de veiligheidsregio af te (laten) stemmen. Dit verzoek zal bij nadere uitwerking worden nagekomen. Maatregelen Hieronder zijn een aantal maatregelen aangegeven die de in het advies van de veiligheidsregio behandelde risico’s voor het plangebied kunnen beperken en de mogelijkheden voor hulpverlening en zelfredzaamheid kunnen vergroten. Deze maatregelen zijn niet limitatief, er zijn wellicht ook nog andere maatregelen die toegepast kunnen worden. Toereikende opstelplaatsen voor hulpverleningsvoertuigen en toereikende bluswatervoorzieningen realiseren. Een goede ontsluiting van het plangebied realiseren waarbij van de risicobron af kan worden gevlucht; Inrichten van voorbereidde en geoefende noodorganisaties in de bedrijven in het plangebied.

Het bouwwerk voorzien van afsluitbare ventilatie waarmee de toevoer van buitenlucht snel kan worden gestopt (in geval van een ongeval met een giftige stof). Dit is een standaard Bouwbesluit eis bij nieuwbouw; Voorlichting en risicocommunicatie voor de aanwezigen in het plangebied met betrekking tot het handelingsperspectief bij een incident met giftige stoffen.

Gemeente Amsterdam

blz. 26

5.8

Cultuurhistorie en archeologie

Voor bodemingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 0,5 meter dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. In de partiële herziening wordt daarom conform het huidige plan een dubbelbestemming archeologie opgenomen. Er bevinden zich geen cultuurhistorische waarden in het gebied.

5.9

Ecologie

In 2018 en 2019 is door onderzoeksbureaus E.C.O. Logisch en Regelink ecologisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlagen 7 en 8). Hieruit is gebleken dat kleine marterachtigen en ringslangen niet zijn aangetroffen en de aanwezigheid daarmee redelijkerwijs uitgesloten kan worden. Wél aangetroffen zijn rugstreeppadden, waterspitsmuizen en verblijfplaatsen van vleermuizen. Vliegroutes van vleermuizen zijn niet aangetroffen. Er wordt wel een vliegroute voor vleermuizen gecreëerd van foerageergebied Westgaarde naar het groene gebied (west) van Staatsbosbeheer. Het plangebied fungeert als foerageergebied voor gewone dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. Het betreft geen essentieel foerageergebied op basis van de aanwezigheid van andere locaties nabij het plangebied die ook kunnen dienen als foerageergebied. Verblijfsplaatsen en nestlocaties van roofvogels zijn niet aangetroffen in het plangebied. Het plangebied kan dienen als foerageergebied voor roofvogels. Echter in de nabije omgeving rondom het plangebied is voldoende geschikt foerageergebied aanwezig. De ontwikkeling tot bedrijventerrein heeft geen effect op kleine marterachtigen, ringslang, vleermuizen en roofvogels. De grotere watergangen binnen het plangebied behoren tot functioneel leefgebied van de waterspitsmuis. Als gevolg van de werkzaamheden kan dit leefgebied verloren gaan.

De ingreep kan leiden tot een negatief effect op de rugstreeppad. Mogelijk verdwijnt als gevolg van de ingreep voortplantingswater en leefgebied waardoor versnippering van het leefgebied van de rugstreeppad kan ontstaan. Daarnaast bestaat de kans dat de rugstreeppad zich vestigt op de bouwlocatie. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is nodig. In mei 2019 en augustus 2020 zijn de benodigde ontheffingen verkregen (zie Bijlage 9 en Bijlage 10). Voor het uitvoeren van de werkzaamheden is een mitigatieplan voor waterspitsmuis en rugstreeppad opgesteld waarmee overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen kan worden (zie Bijlage 11).

5.10

Stikstofdepositie

Het effect van de ontwikkeling op stikstofdepositie in Natura-2000 gebieden is door onderzoeksbureau Tauw onderzocht (Bijlage 12). Hierbij is de verspreiding van emissies en de bijdrage aan de stikstofdepositie ten gevolge van de ontwikkelingen die deze herziening mogelijk maakt berekend met de laatste versie van het rekenmodel AERIUS Calculator. Met het rekenmodel AERIUS is een maximum stikstofdepositiebijdrage op (naderend) overbelaste habitats of leefgebieden van soorten berekend van 0,0 mol/ha/jaar. Daarmee zijn er voor de gebruiksfase geen negatieve effecten te verwachten op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden.

bestemmingsplan_1e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder (vastgesteld)

blz. 27

5.11

Luchtvaartverkeer

Het Luchthavenindelingbesluit (LIB) bevat ruimtelijke maatregelen op rijksniveau die verband houden met de luchthaven Schiphol. Het LIB is gericht op de beheersing van de belasting van het milieu door het luchthavenluchtverkeer. Tezamen vormen dez besluiten een uitwerking van het hoofdstuk 8 van de Wet luchtvaart. Het LIB legt het beperkingengebied en het luchthavengebied vast. Indien het plangebied gelegen is binnen het beperkingengebied gelden beperkingen met het oog op veiligheid en milieu. Het gaat daarbij om afwegingen die moeten worden gemaakt met betrekking tot hoogtebeperkingen, beperkingen bij het toelaten van functies (bestemmingen), het voorkomen van geluidhinder en het voorkomen van het aantrekken van vogels. Deze herziening voorziet niet in nieuwe functie, waarvoor het LIB een belemmering zou kunnen vormen. Dat geldt ook voor de mogelijk gemaakte bouwhoogtes. Het LIB vormt geen belemmering voor de partiële herziening van het bestemmingsplan.

5.12

Milieueffectrapportage

In het kader van het huidige bestemmingsplan is geen Milieueffectrapportage opgesteld. Omdat de voorliggende partiële herziening van het bestemmingsplan niet voorziet in een groter programma (in m2) en ook niet in hogere milieucategorieën dan nu zijn toegestaan, is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een MER is daarom niet nodig.

Gemeente Amsterdam

blz. 28

bestemmingsplan_1e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder (vastgesteld)

blz. 29

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

In deze partiële herziening van het bestemmingsplan wordt voorzien in de ontwikkeling van de tweede fase van de gebiedsontwikkeling Lutkemeerpolder. Alle kavels op bedrijventerrein Lutkemeer eerste fase zijn inmiddels in erfpacht uitgegeven, zodat kan worden gestart met de ontwikkeling van bedrijventerrein tweede fase. Ook hier zoekt de gemeente Amsterdam de samenwerking met SADC. Hierbij is niet gekozen voor samenwerking middels een gemeenschappelijke grondexploitatie, maar voor een samenwerking middels een gemeenschappelijke exploitatie maatschappij (GEM). Dit bedrijf met als aandeelhouders de gemeente Amsterdam en SADC zullen de ontwikkeling en exploitatie van het bedrijventerrein tweede fase ter hand nemen. De gemeente Amsterdam heeft het gebied ten behoeve van bedrijventerrein tweede fase overgedragen aan de GEM. De GEM heeft het proces van bouwrijp maken gestart. De gemeente Amsterdam zal vervolgens per bouwrijp gemaakt kavel overgaan tot overdracht in erfpacht aan de verschillende afnemers. Voor het onderhavige bestemmingsplan bestaat in beginsel een verplichting om een exploitatieplan vast te stellen, aangezien het bestemmingsplan voorziet in een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

Doordat het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd en geen noodzaak wordt gezien om een tijdvak of fasering te bepalen of nadere eisen, regels of een uitwerking van regels te stellen is besloten om geen exploitatieplan vast te stellen.

Gemeente Amsterdam

blz. 30

bestemmingsplan_1e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder (vastgesteld)

blz. 31

Hoofdstuk 7 7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie

Het stedenbouwkundig plan en voorlopig ontwerp inrichtingsplan voor Business Park Amsterdam Osdorp, dat de basis voor voorliggende partiële herziening heeft gevormd, is mede tot stand gekomen dankzij de input van bewoners en ondernemers aan de Lutkemeerweg en van werknemers op Business Park Amsterdam Osdorp fase 1. Eén van de doelstellingen van Business Park Amsterdam Osdorp is dat het een gebied wordt waar het niet alleen fijn werken is, maar waar het ook goed verblijven is voor werknemers, omwonenden en passanten. Daarom zijn er meerdere gesprekken en (inloop) bijeenkomsten geweest om te peilen en achterhalen wat het voor werknemers fijn werken maakt en wat het voor hen – en ook voor omwonenden – een prettig gebied maakt om te verblijven. Hiermee is rekening gehouden bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan dat de basis is voor en mogelijk wordt gemaakt met deze partiële herziening. In het vervolg is een korte toelichting – chronologisch – van de momenten waarop gesprekken hebben plaatsgevonden en/of is geïnformeerd over de planning.

Jaar

Datum

Doelgroep

Activiteit

2018

Mei/juni

Werknemers fase 1

Pop-up participatie, Met de lunchkar Informeren naar BPAO fase 1 (twee Raadplegen verschillende dagdelen) en online Wensen en enquête op I-pad Alle bedrijven op behoeften ophalen fase 1 zijn benaderd voor deze voor inrichtingsplan activiteit, aanwezige bedrijven waren: BPAO fase 2 Corning, No Excess, Focus, G4S, Sanquin, Taylor Guitars.

10 juli

Werknemers fase 1 Uitslag Enquête participatietraject / ALV en ontwikkeling Fase II en voortgang. parkmanagement

September

Werknemers fase 1

Pop-up participatie, Terugkoppeling van de online enquête. E-mailing naar alle werknemers

Informeren

Sept.-okt.

Omwonenden Lutkemeerweg

Één op één gesprekken. In totaal 9 mensen gesproken.

Informeren

30 januari

Omwonenden Lutkemeerweg

Bewonersavond Informeren Presentatie over proces en aanpak Raadplegen Samen in gesprek over de openbare Wensen en ruimte en omgeving, ca. 10 behoeften ophalen aanwezigen voor inrichtingsplan BPAO fase 2

5 februari

Parkmanagement

Update gegeven omtrent ontwikkelingen BPAO fase 2

2019

Doel

Informeren

Informeren

Gemeente Amsterdam

blz. 32

2020

2021

2022

28 februari

Omwonenden Lutkemeerweg

Inloopavond omwonenden Presentatie inrichtingsplan Beantwoorden vragen Ca. 6 aanwezigen

Informeren Raadplegen Wensen en behoeften ophalen voor inrichtingsplan BPAO fase 2

1 oktober

Omwonenden Lutkemeerweg

Inloopbijeenkomst, ca. 9 omwonenden gesproken Incl. aanwezigen actiegroep Behoud Lutkemeer.

Informeren

28 mei

Omwonenden Lutkemeerweg

Nieuwsbrief (zie bijlage), met update Informeren en uitnodiging voor een op een gesprekken. (i.v.m. Covid-19 geen doorgang van de fysieke inloopbijeenkomst).

Juni-heden

Omwonenden Lutkemeerweg

Eén-op-één gesprekken. (i.v.m. Informeren Covid-19 geen doorgang van de fysieke inloopbijeenkomst). In totaal 4 mensen gesproken.

15 september

Parkmanagement

Update gegeven omtrent ontwikkelingen BPAO fase 2

Informeren

4 maart

Omwonenden Lutkemeerweg

Groenstrook achter de woningen

Informeren

9 november

Parkmanagement

update geven omtrent ontwikkeling BPAO fase 2

Informeren

22 november

Omwonenden Lutkemeerweg

nieuwsbrief met update en start werkzaamheden

Informeren

7 december

Omwonenden Lutkemeerweg

Informeren over overgangszone naar Informeren Lutkemeerweg en waterpark

8 juni

Omwonenden Lutkemeerweg

nieuwsbrief met update, toelichting gegeven op dat wat er te gebeuren staat de komende maanden. O.a. realisatie, civieltechnische werkzaamheden en veiligheid

5 juli

Bedrijven BPAO1

deelname aan Algemene Informeren Ledenvergadering, update, toelichting gegeven op dat wat er te gebeuren staat de komende maanden. O.a. realisatie, civieltechnische werkzaamheden en veiligheid

Informeren

bestemmingsplan_1e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder (vastgesteld)

blz. 33

7.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerp van het bestemmingsplan op 18 mei 2022 aan de volgende instanties/bedrijven toegezonden met het verzoek om desgewenst uiterlijk woensdag 29 juni 2022 te reageren: Provincie Noord-Holland Waternet Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland Gasunie Liander Tennet KPN Vattenfall Er zijn vier reacties ontvangen. In het vervolg worden deze reacties kort samengevat en voorzien van een beantwoording van de gemeente. Provincie Noord-Holland Reactie Provincie Noord-Holland De provincie Noord-Holland (hierna: PNH) heeft op 14 juli 2022 gereageerd, omdat er vooraf overleg is gevoerd tussen PNH en gemeente (27 juni en 4 juli 2022). PNH geeft aan dat op het plangebied de volgende van belang zijnde werkingsgebieden vanuit de omgevingsverordening NH2020 van toepassing zijn: MRA landelijk gebied (MRA LG) (artikel 6.9) Natuurnetwerk Nederland en natuurverbindingen (NNN) (artikel 6.43) Bijzonder provinciaal landschap (BPL) (artikel 6.44) Zoals ook in de toelichting is aangegeven is het plan in strijd met de regels voor deze werkingsgebieden. Aan de noordkant van het plangebied betreft dit het BPL en MRA LG en aan de zuidkant van het plangebied het NNN en MRA LG.

Aan de noordzijde heeft dit te maken met een wijziging van het bestemmingsvlak bedrijven ten behoeve van de optimalisatie van het bedrijventerrein. Per saldo wordt het bestemmingsvlak niet vergroot, omdat een uitwisseling met de natuurbestemming plaatsvindt. Vanuit BPL bestaat hier geen bezwaar tegen, zolang het gaat om gronden met vergelijkbare grootte, met vergelijkbare kenmerken, in dezelfde polder. De voorgestelde uitwisseling past beter in de verkavelingsstructuur. Voor aanpassing van de begrenzingen ontvangt de provincie graag nog een formeel verzoek. Aan de zuidzijde is sprake met een overlapping met het NNN gebied. In de toelichting op het voorliggende plan is aangegeven dat de gemeente in gesprek is met de PNH over een mogelijk compensatiegebied. Zolang hier geen afspraken over zijn gemaakt is het plan in strijd met de omgevingsverordening NH2020 en kan men op dit punt niet instemmen met het plan. Tijdens het overleg van 4 juli 2022 is voor de zuidzijde als mogelijke oplossing door de gemeente voorgesteld om de gronden van de 'voorzieningenkavel' met de bestemming Gemengd - 1 uit de 1e Partiele Herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder te laten. PNH kan zich deze keuze goed voorstellen. Wel herinnert PNH in dit kader de gemeente aan de gemaakte afspraak om in overleg met PNH te komen tot natuurcompensatie. De noodzaak tot natuurcompensatie voor de 'voorzieningenkavel'

Gemeente Amsterdam

blz. 34

bestaat ook reeds vanuit de ter plaatse geldende bestemming in het bestemmingsplan uit 2013. Antwoord gemeente Amsterdam De gemeente neemt kennis van de reactie van PNH en zal in het vervolg een formeel verzoek doen bij PNH om het bestemmingsvlak van de bedrijfsbestemming aan de noordrand van het plangebied uit te wisselen met de natuurbestemming (zie de beschrijving in paragraaf 2.2. van de toelichting van het bestemmingsplan). Zoals aangegeven bij de PNH tijdens het overleg van 4 juli 2022 wordt de kavel aan de zuidzijde ('voorzieningenkavel' met bestemming Gemengd-1) uit deze partiële herziening van het bestemmingsplan geschrapt. De plangrens van het bestemmingsplan is hierop aangepast. Waternet Reactie Waternet Algemeen In het algemeen merkt Waternet op dat er sinds de vaststelling van het bestemmingsplan in 2013 diverse beleidsveranderingen hebben plaatsgevonden. Het gaat hierbij om de volgende veranderingen: De hemelwaterverordening van de gemeente Amsterdam is van kracht. Er zijn afspraken gemaakt in het kader van de Metropool regio Amsterdam (MRA). Onder meer het basisveiligheidsniveau voor de klimaatbestendige nieuwbouw. De Leidraad ontwerp nieuwe waterinfrastructuur is als bijlage toegevoegd aan de Keur AGV 2019. Hierdoor is het eerdere Programma van eisen (PVE) van Waternet verankerd in de Keur AGV 2019.

In het Omgevingsprogramma Riolering (OPR) en in de vastgestelde Omgevingsvisie is de eis voor de ontwateringsdiepte -90 cm. In de Omgevingsvisie is hierover het volgende vastgelegd: “Voor de gewenste ontwateringsdiepte, dus de afstand tussen maaiveld en grondwaterstand, gaan men een maat van 0,90 m hanteren bij de ontwikkeling van nieuwe (binnendijkse) gebieden.” Volgens het OPR gaat dit ook gelden voor tranformatiegebieden. Het OPR geeft hierover het volgende aan: Nieuwbouw en of Transformatiegebied Zorg dragen voor een ontwateringsdiepte die is afgestemd op de benodigde functies in het gebied, zoals wonen, transport en groen ten behoeve van een klimaatbestendige stad. Hierbij is een ontwateringdiepte van minimaal 90 cm de norm. Binnen gebiedsontwikkelingsplannen zal het onderzoek naar een goede ontwateringsdiepte plaatsvinden in fase 2 (haalbaarheid) van het Plaberum. Als uit onderzoek blijkt dat een optimale ontwateringsdiepte niet haalbaar is, wordt dit onderbouwd in het Projectbesluit en is daarmee onderdeel van de besluitvorming door het College. Voor projecten die zich bij de vaststelling van dit programma in een vergevorderd stadium van uitvoering bevinden, dus voorbij fase 2 Plaberum, geldt deze norm niet als harde eis. Het is dus belangrijk om vast te stellen of dit project voorbij fase 2 Plaberum is.

Waternet verneemt graag hoe hiermee en met de eerdergenoemde beleidswijzigingen zal worden omgegaan. Antwoord gemeente Amsterdam De Hemelwaterverordening is in mei 2021 vastgesteld en is een zelfstandig en afzonderlijk juridisch instrument van de gemeente Amsterdam om op particulier terrein voldoende waterberging te realiseren. Bij bouwwerkzaamheden/aanvragen voor omgevingsvergunningen (voor het bouwen) wordt hieraan getoetst, dit betreft een uitvoeringsaspect. Verankering van de Hemelwaterverordening in een bestemmingsplan is dan ook niet noodzakelijk. Het waterstructuurplan dateert van mei 2020 en is mede gebaseerd op Amsterdam Rainproof en het bestemmingsplan_1e partiële herziening bestemmingsplan Lutkemeerpolder (vastgesteld)

blz. 35

Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam (GRP), waarin de ambitie is geformuleerd dat zowel privaat als publiek terrein een bui van 60mm/uur kan verwerken zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur. In het waterstructuurplan is hier inderdaad mee gerekend, zelfs hoger: 70mm/uur. Fase 2 Plaberum is voorbij. Genoemde norm geldt hier dus niet als harde eis. Toelichting voorontwerp bestemmingsplan Verder geeft Waternet per pagina een reactie op de toelichting van het voorontwerp bestemmingsplan en het Waterstructuur plan uit bijlage 3. Reactie Waternet m.b.t. bladzijde 8 In het plaatje op bladzijde 8 is niet duidelijk weergegeven welk gebied fase 2 en wat fase 1 betreft. Graag ook een beter leesbare legenda opnemen. In de alinea onder het plaatje is sprake van waterkavels. Dit roept bij Waternet vragen op. Waren hier drijvende (kantoor)panden voorzien? Graag ook toevoegen de toelichting en motivatie bij het besluit dat hiervan wordt afgezien. Antwoord gemeente Amsterdam De afbeelding op pagina 8 wordt vervangen zoals gevraagd. Bij de waterkavels ging het niet om drijvende kantoren, maar om gewone kantoren, omringd door water. Nieuwe inzichten hebben ertoe geleid om hiervan af te zien.

Uit geotechnische berekeningen is gebleken dat waterpartijen breder dan circa 12 meter risico op opbarsting met zich mee brengen, wat het oorspronkelijke plan met waterkavels civieltechnisch niet haalbaar maakte. Dit is overigens in overleg met Waternet geconcludeerd. Voor het gehele plangebied is door TAUW een waterstructuurplan opgesteld en is de geohydrologische situatie gemodelleerd (zie Bijlage 4). Waternet is akkoord met het waterstructuurplan en de uitwerking zoals die binnen het plan is opgenomen. Reactie Waternet m.b.t. bladzijde 9 Beschreven is dat het gaat om een partiële herziening van het gebied binnen de rode lijn op de afbeelding. Waternet vinden een indicatieve plangrens niet toereikend voor een gebiedsafbakening. Waternet heeft bij de tekst (alinea) onder het plaatje de opmerking dat bij het definitief maken van dit concept het paraplubestemmingsplan waarschijnlijk onherroepelijk is. Waternet vraagt om hiermee rekening te houden. Antwoord gemeente Amsterdam De plangrens is niet indicatief. Het woord indicatief wordt verwijderd. Er zal rekening worden gehouden met het onherroepelijk worden van het paraplubestemmingsplan na afloop van het beroep. De relevante regeling van dit plan is overigens al vooruitlopend op het onherroepelijk worden van dat plan in het voorliggende bestemmingplan opgenomen. Reactie Waternet m.b.t.

bladzijde 11 Waternet merkt op dat het waterschap niet gaat over toewijzing van functies van een gebied. Waternet vindt hier daarom niets van. Antwoord gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam

blz. 36

De gemeente neemt kennis van deze reactie. Reactie Waternet m.b.t. bladzijde 17 Waternet merkt op dat door de lage ligging van het gebied en het geringe verschil in waterpeil en maaiveld er mogelijk consequenties zijn voor het verkeer. Er kunnen bij toepassing van duikerbruggen mogelijk hoogteverschillen ontstaan die lastig door zwaar verkeer te passeren zijn. Antwoord gemeente Amsterdam Bij uitvoering zal hiermee rekening worden gehouden. Reactie Waternet m.b.t. bladzijde 18 Waternet geeft aan dat naast het afvoeren voor droogte mitigatie het ook zeer belangrijk is dat er een vasthoudende rol (water vasthouden) is ingestoken voor het oppervlaktewater lichaam. Het fungeert als draagvlak voor een gezonde biodiversiteit door middel van een rijke aquatische ecologie. Denk aan inrichting van natuurvriendelijke oevers. Wij adviseren ongeveer 30% van het areaal aan oppervlaktewater met een bodemdiepte tot 50 cm zodat het daglicht in voldoende mate de waterbodem bereikt. En zodat in deze zones ondergedoken (submerse) vegetatie zich kan ontwikkelen. Dat is van groot belang voor een goede waterkwaliteit in het gebied. Antwoord gemeente Amsterdam Bij uitvoering zal hiermee rekening worden gehouden. Reactie Waternet m.b.t.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17132482/1