CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2c. toelichting Bestemmingsplan Luttenbergweg 8.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 31 oktober 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Luttenbergweg 8’. (VN2023-020889)22.834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Luttenbergweg 8

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Luttenbergweg 8

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.T1901BPGST-VG01

Datum print

8 Augustus 2023

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

7

Aanleiding Doel bestemmingsplan Ligging plangebied en plangrens Geldende bestemmingsplannen Leeswijzer

7 7 7 8 9

Het plangebied

11

Historie Beschrijving huidige situatie Ontwikkelingen

11 11 11

Beleidskader

13

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

13 18 21 22

Milieuaspecten

39

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Milieueffect Milieuzonering bedrijven Luchtkwaliteit Geluidhinder Externe veiligheid Bodemkwaliteit

39 39 40 43 43 48

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

49

Mobiliteit Water Archeologie en cultuurhistorie Natuurbescherming

49 49 52 56

Juridische toelichting

59

Algemeen De bestemmingen

59 59

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

63

Hoofdstuk 8

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

65

Participatie Vooroverleg Zienswijzen Ambtshalve wijzigingen

65 65 67 67

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4

5.1 5.2 5.3 5.4 Hoofdstuk 6 6.1 6.2

8.1 8.2 8.3 8.4

Gemeente Amsterdam

blz. 4

bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)

blz. 5

Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)

blz. 7

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Met de vaststelling van het bestemmingsplan 'Weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere' op 2 juli 2014 is het planologisch mogelijk gemaakt om onder andere de A9-Gaasperdammerweg c.a. voor wat betreft het gedeelte behorende tot Amsterdams grondgebied (tussen Knooppunt Holendrecht aan de westzijde en de brug over de Gaasp aan de oostzijde) te verbreden. Om de verbreding mogelijk te maken hebben de benodigde gronden de bestemming "Verkeer - 2" gekregen en zijn enkele bestemmingen wegbestemd. Nu de uitbreiding is afgerond blijken niet alle gronden die deze bestemming hebben gekregen nodig te zijn geweest voor de definitieve uitbreiding, zo is bijvoorbeeld het kantoor aan de Luttenbergweg 8 nog aanwezig. Voorliggend bestemmingsplan is bedoeld om het planologische regime weer in overeenstemming te brengen met de feitelijke en vergunde situatie ter plaatse van Luttenbergweg 8 en directe omgeving.

1.2

Doel bestemmingsplan

Met het voorliggende bestemmingsplan streeft de gemeente de volgende doelen na: 1. het komen tot uniformiteit in regels en wijze van bestemmen; 2. het verkrijgen van een actuele ruimtelijk-juridische vertaling van de bestaande bebouwing en het gebruik; 3. het komen tot digitaal raadpleegbare en uitwisselbare bestemmingsplannen.

1.3

Ligging plangebied en plangrens

Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld voor het plangebied Luttenbergweg 8 en direct omgeving. Het plangebied behoort tot het stadsdeel Zuidoost, in de wijk Amstel III/Bullewijk en de buurt Amstel III deel C/D-Noord. De Luttenbergweg 8 en directe omgeving is gelegen in de noordoostelijke oksel van het Knooppunt Holendrecht, direct aan de rijksweg A9. Het plangebied wordt begrensd door de rijksweg A9 (zuidzijde), de McDonald's Amsterdam Muntbergweg (oostzijde), Equinix Data Centre (noordzijde) en een watergang (westzijde). Het betreft de kadastrale percelen: 1072, 1553 en 1711 (gedeeltelijk), sectie M en kadastrale gemeente Weesperkarspel.

Gemeente Amsterdam

blz. 8

Af beelding; 1.1 Ligging en indicatie begrenzing plangebied

1.4

Geldende bestemmingsplannen

In het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan zijn momenteel de volgende bestemmingsplannen van kracht:

Bestemmingsplan

Status

Bestemming plangebied

Weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere

Onherroepelijk, vastgesteld, 4 juli 2014

- Enkelbestemming Verkeer - 2 - Bouwaanduiding - specifieke bouwaanduiding - tijdelijke bouwzone

Grondwaterneutrale kelders

Vastgesteld, 7 oktober 2021

- Gebiedsaanduiding - overige zone 1

Binnen de bestemming "Verkeer - 2" van het van toepassing zijnde bestemmingsplan "Weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere" zijn kantoor en bijbehorende parkeervoorzieningen niet toegestaan. Het geldende bestemmingsplan "Grondwaterneutrale Kelders" staat geen kelders toe in de "gebiedsaanduiding - overige zone" anders dan kelders die zijn vergund. Het voorliggende bestemmingsplan betreft een conserverend bestemmingsplan waarbij de bestaand vergunde situatie planologisch wordt vastgelegd. Hiermee vormt het bestemmingsplan "Grondwaterneutrale Kelders" geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan. bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)

blz. 9

1.5

Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. In de toelichting is een beschrijving van het plangebied opgenomen en zijn de aan het plan ten grondslag gelegen keuzes en beleidsuitgangspunten beschreven. De toelichting bestaat uit 8 hoofdstukken. Hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en geeft aan welke ontwikkelingen zich voordoen in het plangebied. De voor het plan relevante beleidsuitspraken van rijk, provincie en regio en het eigen gemeentelijke beleid zijn in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten en hoofdstuk 5 behandelt de relevante omgevingsaspecten. Hierbij vindt er een toets aan de diverse milieu- en omgevingsaspect plaats. Een toelichting op het juridische systematiek, een omschrijving van de afzonderlijke bestemmingen is beschreven in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven en in hoofdstuk 8 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de te doorlopen procedures.

Gemeente Amsterdam

blz. 10

bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)

blz. 11

Hoofdstuk 2

Het plangebied

In dit hoofdstuk is de ruimtelijke structuur van het plangebied beschreven aan de hand van de historische ontwikkeling, de huidige situatie en eventuele nieuwe ontwikkelingen. Aandacht is besteed aan functies zoals wonen, bedrijven, (commerciële) voorzieningen en monumenten en structuren zoals de bebouwingsstructuur en de weg-, water en groenstructuur van het plangebied.

2.1

Historie

Het plangebied maakt onderdeel uit van Amstel III, een grootschalig werkgebied van 250 hectare gelegen tussen de Johan Cruijf ArenA, het Amsterdam UMC, locatie Academisch Medisch Centrum (AMC), de spoorlijn Amsterdam-Utrecht en de A2. In Amstel III werken 26.975 mensen en het gebied vervult daarmee een belangrijke economische functie voor stad en regio. Binnen het plangebied was in de voormalige situatie een kantoorgebouw met een bijbehorende parkeergarage en parkeervoorzienigen op maaiveld en een voormalig La Place restaurant met parkeervoorzieningen op maaiveld aanwezig. Om de uitbreiding van de A9 mogelijk te maken zijn het voormalige La Place restaurant en de parkeergarage, behorende het kantoorgebouw, gesloopt.

2.2

Beschrijving huidige situatie

In de huidige situatie is binnen het plangebied het kantoorgebouw nog aanwezig met parkeervoorzieningen op het maaiveld. Om het planologische regime weer in overeenstemming te brengen met de huidige en vergunde situatie wordt de bestemming "Kantoor" weer toegevoegd aan het plangebied.

2.3

Ontwikkelingen

Binnen het plangebied zijn er, op het moment van het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan, geen 'ontwikkelingen' in beeld. Voorliggend bestemmingsplan betreft dan ook een conserverend bestemmingsplan.

Gemeente Amsterdam

blz. 12

bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)

blz. 13

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van onze leefomgeving. Hiermee wil het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes het Rijk maakt en welke richting het Rijk meegeeft aan decentrale keuzes. Deze keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet (die naar verwachting in 2024 in werking treedt). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang met elkaar. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes gemaakt worden. Prioriteiten De NOVI schetst een toekomstperspectief naar 2050 waarin vier prioriteiten worden vastgesteld: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Zeespiegelstijging, hoge rivierafvoeren, wateroverlast en lange periodes van droogte zijn hier voorbeelden van. In 2050 zal Nederland klimaatbestendig en waterrobuust zijn. In 2050 moet Nederland ook een duurzame energievoorziening hebben. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen.

Voorwaarde is dat bewoners goed betrokken zijn en invloed hebben op het gebruik en kunnen meeprofiteren in de opbrengsten. Voor de ontwikkeling van duurzame energie zijn regionale energiestrategieën (RES) essentieel. Medeoverheden geven, in samenwerking met de energiesector, gebruikers en andere belanghebbenden, in de RES invulling aan de inpassing van duurzame energie op het land. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. De Nederlandse economie dient toekomstbestendig te worden, oftewel concurrerend, duurzaam, en circulair. Het gebruik van duurzame energiebronnen en verandering van productieprocessen wordt gestimuleerd. Steden en stedelijke regio's zijn belangrijk voor onze economie. Dit geldt vooral daar waar sprake is van een aantrekkelijke en gezonde omgeving en diversiteit in aanwezige economische functies, opleidingen en andere voorzieningen. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. De leefbaarheid van stedelijk gebied staat voorop. Hiervoor dienen deze gebieden in te zetten op klimaatadaptatie om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan.

Ook dient de bouw van nieuwe woningen te zijn gericht om een zo breed mogelijk aantal inwoners te bereiken. Mobiliteit dient aan te sluiten op nieuwe ontwikkelingen waarbij onder meer de CO2 uitstoot wordt verminderd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal

Gemeente Amsterdam

blz. 14

effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Er dient een balans tussen de ontwikkeling van natuur en landbouw te worden gevonden. Hiernaast dient het een prettige omgeving te zijn om te werken, wonen en te recreëren. Biodiversiteit van gebieden en de verduurzaming van landbouw zijn kernpunten. Afwegingsprincipes Het stellen van de bovenstaande prioriteiten kan een situatie maken dat belangen soms botsen. Om in zo'n situatie keuzes te maken worden er drie afwegingsprincipes gebruikt: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoekt het Rijk naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De uitvoering van de NOVI moet gezamenlijk worden aangepakt. Rijk, provincies en gemeenten gaan meer samenwerken als één overheid. Ook staat participatie centraal.

Daarnaast is de NOVI continu in beweging. Het is de bedoeling dat het zich continu aanpast aan ontwikkelingen, in een permanent en cyclisch proces. Consequentie voor dit bestemmingsplan Voorliggend bestemmingsplan betreft een conserverend plan. Hiermee is het bestemmingsplan niet in strijd met De Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Barro is op 22 augustus 2011 vastgesteld en op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen, zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Op 1 oktober 2012 is het Barro gewijzigd en treden delen van het Barro in werking die al waren vastgesteld, maar die voor hun inwerkingtreding wachtten op deze wetswijziging. Met deze aanpassingen in de regelgeving is de wettelijke borging van het beleid in de SVIR nagenoeg voltooid. Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen Natuurnetwerk Nederland (NNN), elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Consequenties voor dit bestemmingsplan Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk. Hiermee worden de nationale belangen die worden beschermd in het Barro niet geschaad.

bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)

blz. 15

3.1.3

Ladder Duurzame verstedelijking

In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in art. 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. De ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. Overheden dienen op grond van het Bro nieuwe stedelijke ontwikkeling standaard te motiveren met behulp van drie opeenvolgende stappen. Deze stappen borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkelingen wordt gekomen. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent. Dit gezag draagt de verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke afweging over die ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de decentrale overheden, waaronder bestemmingsplannen. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) schrijft voor dat gemeenten bestemmingsplannen vaststellen voor een "goede ruimtelijke ordening". De ladder voor duurzame verstedelijking is een hulpmiddel, dat een bijdrage levert aan een goede ruimtelijke ordening.

In trede 1 wordt de regionale ruimtevraag (kwantitatief én kwalitatief) voor wonen, werken, detailhandel en overige voorzieningen bepaald. Er is een regionale vraag naar werken, dus trede 2 is aan de orde. In trede 2 gaat het om de vraag: "Kan de beoogde ontwikkeling plaatsvinden binnen het stedelijk gebied door een andere bestemming van een gebied, door herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden?" Op 1 juli 2017 is de ladder gewijzigd op de volgende punten: het begrip 'actuele regionale behoefte' wordt geschrapt en is in de nieuwe Ladder vervangen door 'behoefte'; de nieuwe Ladder bevat geen treden meer. De treden 1 en 2 zijn samengevoegd en trede 3 is geschrapt; voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motiveringsplicht; Consequenties voor dit bestemmingsplan Volgens jurisprudentie is in gevallen waarin de planologische functie wordt gewijzigd, maar de aanwezige en vergunde bebouwing of maximale toegestane oppervlakte niet wordt uitgebreid, geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hetzelfde geldt ook wanneer het ruimtelijke beslag niet wordt aangepast.

Het reeds aanwezige en vergunde kantoorgebouw met parkeervoorzieningen betreft hiermee geen nieuwe ontwikkeling waardoor de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is en de behoefte niet aangetoond hoeft te worden. 3.1.4

Luchthavenindelingbesluit Schiphol

Het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) bevat ruimtelijke beperkingen die gesteld worden in verband met het Luchthaven Schiphol. Deze beperkingen worden enerzijds gesteld vanwege externe veiligheidsrisico's en geluidbelasting vanwege het luchtverkeer. Anderzijds hebben de beperkingen te maken met waarborgen van veilig luchtverkeer (beperking aan hoogte en aan functies die vogels aantrekken). Het plangebied valt binnen het beperkingengebied toetshoogte en toetshoogte i.v.m radar. Hieronder wordt ingegaan op deze aspecten in relatie tot dit bestemmingsplan.

Gemeente Amsterdam

blz. 16

3.1.4.1 Hoogtebeperkingen Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moeten de toetshoogtes van het LIB in acht worden genomen. Er zijn twee toetshoogtes: de algemene of maatgevende toetshoogte (bijlage 4 bij het LIB) en de toetshoogte in verband met radar (bijlage 4a bij het LIB). Met een bestemmingsplan kan van de maatgevende toetshoogte van het LIB worden afgeweken indien van de minister van Infrastructuur en Waterstaat de verklaring is ontvangen dat hij tegen de afwijking geen bezwaar heeft; de zogenoemde verklaring van geen bezwaar (VVGB). Indien (de bouwhoogten van) het bestemmingsplan in strijd zijn met de radartoetshoogte, is het vaststellen van het bestemmingsplan mogelijk indien uit een advies van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILenT) blijkt dat het object geen belemmering vormt voor het functioneren van radarapparatuur met het oog op veilig luchtverkeer. Het voorliggende plan valt binnen het beperkingengebied voor hoogte zoals opgenomen in bijlage 4 (maatgevende toetshoogte) en/of 4a (maatgevende toetshoogte radar) bij het LIB. Maatgevende toetshoogte Op grond van artikel 2.2.2, eerste lid, van het LIB zijn op gronden die zijn aangewezen op de kaart in bijlage 4 bij het LIB geen objecten toegestaan die hoger zijn dan de op de kaarten aangegeven maximale waarden. In onderstaande figuur is voor het plangebied aangegeven welke maximale waarden zijn toegestaan

bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)

blz. 17

Af beelding 3.1: Uitsnede hoogtebeperkingen 'Maatgev ende kaart toetshoogte', bijlage 4 bij het LIB, en het plangebied.

De maatgevende toetshoogte ter plaatse van het plangebied is 146 meter + N.A.P. Het huidig aanwezige kantoorgebouw is minder dan 50 meter hoog en ligt daarmee ruim onder de maatgevende toetshoogte. Dit is inclusief ondergeschikte bouwdelen als technische ruimten en technische installaties. Aangezien de maximale bouwhoogte de toetshoogte onderschrijdt, staat de maatgevende toetshoogte de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg. Toetshoogte i.v.m. radar Op grond van artikel 2.2.2a, eerste lid, van het LIB zijn op gronden die zijn aangewezen op de kaart in bijlage 4a bij het LIB objecten toegestaan die hoger zijn dan de in die bijlage aangegeven maximale waarden, mits uit een positief advies van de Inspectie Leefomgeving en Transport blijkt het object geen belemmering vormt voor het functioneren van radarapparatuur met het oog op veilig luchtverkeer. In onderstaande figuur is voor het plangebied aangegeven welke maximale waarden zijn toegestaan.

Gemeente Amsterdam

blz. 18

Af beelding 3.2: Uitsnede hoogtebeperkingen 'Maatgev ende kaart toetshoogte radar', bijlage 4a bij het LIB, en het plangebied.

De maximaal toelaatbare bouwhoogtes binnen het plangebied op basis van de toetshoogte in verband met de radar bedraagt 65 meter + N.A.P. Ter plaatse van het plangebied is de bestaand aanwezige bebouwing minder dan 50 meter hoog. Dit is inclusief ondergeschikte bouwdelen als technische ruimten en technische installaties. Aangezien de maximale bouwhoogte de radartoetshoogte onderschrijdt, staat de radartoetshoogte de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie NH2050

De Omgevingsvisie is op 19 november 2018 door Provinciale Staten van Noord-Holland geconsolideerd vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op langetermijnambities en –doelen. De provincie geeft aan welke kwaliteiten ze langjarig wil koesteren en speelt daarbij in op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De hoofdambitie is het zoeken naar balans tussen economische groei en leefbaarheid. In het Visiedeel zijn de ambities uitgewerkt in vijf zogenaamde samenhangende bewegingen met ontwikkelprincipes naar de toekomst: 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden

bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)

blz. 19

van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio's, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. De energietransitie, van energie uit uitputbare bronnen naar energie uit duurzame, hernieuwbare bronnen, is een belangrijke opgave voor de provincie Noord-Holland. Het streven is een maximale opwekking van duurzame energie voor de volledige energievraag in Noord-Holland in 2050. Om dit te realiseren, is de distributie van energie een belangrijke voorwaarde. Met de transitie naar duurzame energie vindt de opwekking op andere plekken plaats, en moet het distributienet hier goed op worden voorbereid. In de Omgevingsvisie wordt dan ook aangegeven dat het niet alleen gaat om de opwekking van duurzame energie, maar ook om uitbreiding en aanpassing van de infrastructuur die nodig is om deze energie op effectieve manier te verdelen. Consequenties voor dit bestemmingsplan Met dit conserverend bestemmingsplan worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt.

Hiermee is het bestemmingplan niet in strijd met de ambities van de provincie Noord-Holland, zoals neergelegd in de Omgevingsvisie. 3.2.2

Omgevingsverordening Noord-Holland

Op 22 oktober 2020 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020. In deze verordening zijn regels opgenomen die de provinciale belangen beschermen. De verordening vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. In hoofdstuk 6 van de omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen. Dit zijn regels die door decentrale overheden in acht moeten worden genomen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De instructieregels zien onder meer op nieuwe stedelijke ontwikkelingen, bijzonder landschap, verblijfsrecreatie en detailhandel. Omgevingsverordening NH2022 Als de Omgevingswet in werking treedt, treedt ook de Omgevingsverordening NH2022 in werking. Ook in de Omgevingsverordening NH2022 zoeken we naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid, zoals omschreven in de visie voor de ontwikkeling van Noord-Holland; de Omgevingsvisie NH2050. In de Omgevingsverordening NH2022 zijn regels opgenomen die gelden binnen het gehele grondgebied van de provincie Noord-Holland en regels die gebiedsspecifiek zijn. Hieronder zijn de mogelijk van toepassing zijnde artikelen opgenomen.

Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen 1. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken; 2. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid.

Gemeente Amsterdam

blz. 20

Artikel 6.83 Regionale verdringingsreeks Amstel, Gooi en Vecht 1. In het geval van een onmiddellijk of dreigend watertekort wordt met het oog op de verdeling van het beschikbare water vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek bij het beheer van de regionale wateren door waterschappen wat betreft de in artikel 2.1, eerste lid, onder 3, van het Waterbesluit bedoelde behoeften, achtereenvolgens prioriteit toegekend aan: a. het verwerken van industrieel proceswater; b. de tijdelijke beregening van kapitaalintensieve gewassen. 2. In het geval van een onmiddellijk of dreigend watertekort wordt met het oog op de verdeling van het beschikbare water vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek bij het beheer van de regionale wateren wat betreft de in artikel 2.1, eerste lid, onder 4, van het Waterbesluit bedoelde behoeften, achtereenvolgens prioriteit toegekend aan: a. de waterkwaliteit in stedelijk gebied; b. beroepsvaart; c. akkerbouw; d. beregening sportvelden; e. grasland; f. recreatievaart; g. natuur, voor zover het niet gaat om het voorkomen van onomkeerbare schade. 3. In geval van waterbehoeften van buiten het gebied van het waterschap, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing. Consequenties voor dit bestemmingsplan De artikelen uit de Omgevingsverordening NH2050 zullen de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg staan.

Er is in dit geval geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het bestemmingsplan is hiermee in overeenstemming met de Omgevingsverordening Noord-Holland. 3.2.3

Nationaal Natuurnetwerk Noord-Holland (NNN, voormalige EHS)

Provinciale Staten hebben op 27 september 2016 het Natuurbeheerplan 2017 vastgesteld. In het Natuurbeheerplan staat waar welk soort natuur,agrarische natuur of landschap aanwezig is of ontwikkeld kan worden. Het Natuurbeheerplan bevat de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur) en de natuurverbindingen. In de PRV is een beschermingsregime opgenomen voor het NNN. Volgens artikel 19 van de PRV moeten gemeentelijke bestemmingsplannen aan een aantal eisen voldoen. De gebieden die als NNN zijn aangewezen moeten in bestemmingsplannen bestemd worden voor ‘Natuur’. Daarnaast moet in het bestemmingsplan eveneens zijn voorzien in een beschermingsregime. Het planologische beleid van de provincie Noord-Holland is vastgelegd in de Structuurvisie 2040 en de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). Deze documenten bevatten de begrenzing van de NNN, natuurverbindingen en het weidevogelleefgebied. Consequenties voor dit plan Het plangebied maakt geen deel uit van het NNN. Het plangebied is op circa 640 meter afstand gelegen van het dichtsbijzijnde NNN. Gezien de afstand tot het gebied en er feitelijk geen nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden, zijn significante negatieve effecten op het NNN uit te sluiten. Hiermee is het voorliggende bestemmingsplan in lijn met het Nationaal Natuurnetwerk Noord-Holland.

bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)

blz. 21

3.2.4

Provinciale Watervisie 2021 'Buiten de oevers'

De Provinciale Watervisie 2021 'Buiten de Oevers' is vastgesteld op 15 september 2015 door Provinciale Staten. De watervisie is afgestemd met de Stroomgebiedbeheerplannen uit de Kaderrichtlijn Water. De Watervisie beschrijft de ambitie en kaders voor het regionale waterbeheer in Noord-Holland richting 2021 met doorkijk naar 2040. De Watervisie is integraal onderdeel van het strategisch omgevingsbeleid en heeft een directe relatie met de provinciale structuurvisie. In de Watervisie richt de provincie zich op de thema's veilig, schoon en voldoende water en werkt die uit in doelstellingen voor onder andere: veilige dijken en duinen, robuuste inrichting van het achterland, rampenbeheersing bij overstromingen, kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater, zoetwatervoorziening en het tegengaan van wateroverlast. De Watervisie 2021 is bij besluit van 31 januari 2022 in getrokken per 22 december 2022 en vervangen door het Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027. “Met het Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027 wordt uitvoering gegeven aan het waterbeleid in de Omgevingsvisie NH2050 en aan de Waterwet. Met het programma wordt tevens geanticipeerd op de Omgevingswet , waarin is opgenomen dat de provincie regionale waterprogramma's vaststelt ter uitvoering van Europese richtlijnen over water. De indeling van het voorliggende programma sluit hierop aan.

In achtereenvolgens de deelprogramma's 'Oppervlaktewater' (Kaderrichtlijn Water, Zwemwaterrichtlijn), 'Grondwater' (Grondwaterrichtlijn, Drinkwaterrichtlijn) en 'Overstromingsrisico's' (Richtlijn Overstromingsrisico's) is uitgewerkt welke doelen de provincie wil bereiken en hoe hieraan een bijdrage wordt geleverd met een breed pakket van maatregelen. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan natuurgebieden, drinkwaterwinningen en zwemwateren, die volgens Europese richtlijnen worden beschermd vanwege de specifieke eisen die hier gelden” Hoofdstuk 5.2 beschrijft hoe in het plangebied met de waterhuishouding wordt omgegaan.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Plabeka

Het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka) is in 2005 opgericht. In dit regionale samenwerkingsverband stemmen de provincies Noord-Holland en Flevoland samen met de Stadsregio Amsterdam en de gemeenten vraag en aanbod van bedrijfslocaties zo goed mogelijk op elkaar af. In Plabeka vindt de regionale afstemming plaats over de kwantiteit en kwaliteit van werklocaties. Het doel van Plabeka luidt als volgt: Het creëren van voldoende ruimte en kwaliteit van werklocaties (kantoren, bedrijventerreinen, zeehaventerreinen) voor een evenwichtige economische ontwikkeling om daarmee een bijdrage te leveren aan de versterking van de (internationale) concurrentiepositie van de Metropoolregio en het verbeteren van het regionale vestigingsklimaat voor het bedrijfsleven. Uitvoeringsstrategie Plabek a 3.0, Ruimte voor werken in de MRA van morgen: 2017-2030. Het regionale werklocatiebeleid is vastgelegd in de Uitvoeringstrategie Plabeka 3.0 (20 juli 2017). Uit Plabeka 3.0 is onder meer op te maken dat de MRA binnen Nederland tot de economisch goed presterende regio's behoort. Zowel in bevolking als in banen wordt op langere termijn een groei verwacht die op of boven die van Nederland als geheel ligt. Maar binnen de MRA nemen de verschillen toe.

Consequenties voor dit plan Het bestaande kantoorgebouw met bijbehorende parkeervoorzieningen is gelegen in Amstel III, een grootschalig werkgebied waar bedrijvigheid en kantoren zijn beoogd. Met de vaststelling van voorliggend

Gemeente Amsterdam

blz. 22

bestemmingsplan wordt het planologisch regime in overeenstemming gebracht met de bestaande en vergunde situatie. Hiermee is het bestemmingsplan in overeenstemming met Plabeka.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Amsterdam 2050

Amsterdam bevindt zich in een spannende tijd. Jaren van snelle groei zijn abrupt afgebroken door een ontregelende pandemie, die op de korte termijn voor onzekerheid zorgt. Tegelijk is er de voortdenderende trein van internationalisering en technologische ontwikkeling die maatschappelijke tegenstellingen verscherpt. Daarbovenop komt de noodzakelijke omschakeling vanwege de klimaatverandering en klimaatbestendigheid. De Omgevingsvisie is erop gericht om de lijnen uit te zetten hoe met deze uitdagingen om te gaan. Hiervoor zijn de volgende vijf strategische keuzes gemaakt: Meerkernige ontwikkeling Één van de hoofddoelen van deze visie is een stad en regio te worden met meer stedelijke kernen. Verdichting en kwaliteit zijn de sleutelwoorden: met meer bewoners en ruimte voor bedrijvigheid is er meer draagvlak voor winkels, horeca en voorzieningen. Meerkernigheid als streven geldt ook voor de regio. De huidige spreiding van werkgelegenheid en voorzieningen is scheef in het nadeel van de regio, met als gevolg grote vervoerstromen. De inzet is werk beter te spreiden en de stedelijke kwaliteit van kernen als Almere, Zaandam, Purmerend en Hoofddorp te vergroten met voorzieningen zoals hoger onderwijs en culturele instellingen. Ook het openbaar vervoer tussen de kernen wordt verbeterd.

Groeien binnen grenzen De stad mikt op minimaal 150.000 woningen erbij voor 250.000 nieuwe inwoners in 2050. Deze groei mag alleen plaatsvinden binnen de stadsgrenzen. Groeien binnen de bestaande stad kan door bedrijventerreinen om te bouwen tot gebieden waar zowel gewoond als gewerkt wordt. Tegelijk wordt de stad ingericht op hergebruik van materialen en grondstoffen en op een andere, meer zelfvoorzienende energieopwekking zoals stadsverwarming en zonne- en windenergie. Duurzaam en gezond bewegen In een verdichtende stad gaan we zuinig om met de schaarse ruimte. We zoeken plek om te bouwen, voor groen, voor verblijven en voor de fietser en de voetganger. Om die reden moet de auto als ruimtegebruiker een stap terug doen. We hebben een drieledig doel: ruimte, schonere lucht en gezonder bewegen. Dat gaat niet ten koste van bereikbaarheid. Buurten en kernen worden verbonden door een netwerk van veilige fietsroutes en openbaar vervoer. Rigoureus vergroenen Verdichting wordt gecombineerd met vergroening van de stad. Daarbij is meer en vooral beter groen het doel, door minder verharding en meer groen aan en op gebouwen. Het autoluw maken van de stad biedt daarvoor mede ruimte. Daarnaast gaat de kwaliteit van landschappen zoals Waterland en de Amsterdamse Scheggen omhoog door: omschakeling naar kringlooplandbouw, het tegengaan van bodemdaling en herstel van biodiversiteit.

Samen stad maken Deze Omgevingsvisie combineert ruimtelijke inrichting met doelen op groen, wonen, werken, duurzaamheid, leefomgeving. Zo wil de stad in de toekomst werken: in samenhang. Dit betekent dat niet alleen partijen zoals ontwikkelaars en woningcorporaties, maar Amsterdammers zelf ook collectieven op te starten. Ook de samenwerking met het Rijk en de regio wordt steeds groter. Elektriciteitsnetwerk bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)

blz. 23

Alhoewel het elektriciteitsnetwerk niet valt onder één van de strategische keuzes wordt er in de Omgevingsvisie wel uitgebreid op ingegaan. Met de groei van de stad groeit ook de vraag naar elektriciteit en warmte. Amsterdam wil zoveel mogelijk schone energie opwekken en opslaan op eigen grondgebied en slim gebruik maken van nieuwe en bestaande warmtebronnen. Een toekomstbestendig elektriciteitsnetwerk is een randvoorwaarde voor de groei en verduurzaming van Amsterdam. Tot 2050 zal de vermogensvraag toenemen naar 3 tot 4 keer de vermogensvraag van nu. Dat is een vraag van 3.000 à 4.000 MW in 2050, in plaats van circa 1.000 MW in 2020. Om tijdig in de snelgroeiende vraag naar elektriciteit te kunnen blijven voorzien wordt er gewerkt aan de uitbreiding van de elektriciteitsinfrastructuur. Hiervoor worden onder andere locaties aangewezen waar onderstations worden uitgebreid. Het plangebied van dit bestemmingsplan is aangewezen voor deze netuitbreiding en locatie voor uitbreiding van onderstations. Consequenties voor dit bestemmingsplan

Af beelding 3.3: Uitsnede Visiekaart Amsterdam 2050 en het plangebied.

Consequenties voor dit plan Met de Omgevingsvisie wordt een toekomstbeeld geschetst van de gemeente Amsterdam voor de komende 30 jaar. Het plangebied maakt deel uit van een 'Binnenstedelijke bedrijventerrein': Op deze bedrijventerreinen is plek voor maakbedrijven en stadsverzorgende bedrijvigheid. Ze worden geïntensiveerd en verduurzaamd, waarbij de bedrijfsruimte bereikbaar en betaalbaar moet blijven. Er is hier geen ruimte voor woningbouw. Het bestaande kantoorgebouw (dat wordt gezien als

Gemeente Amsterdam

blz. 24

stadsverzorgende bedrijvigheid) zal op de markt worden gebracht. Daarmee ligt het in de lijn der verwachting dat het gebouw gerenoveerd en (verder) verduurzaamd zal worden om aan de huidige eisen uit de markt te kunnen voldoen. In onder andere Zuidoost zullen nieuwe tram-/busverbindingen worden gerealiseerd om de geplande gebiedsontwikkeling aldaar mogelijk te maken. Het voorliggende bestemmingsplan, waarbij de stadsverzorgende bedrijvigheid weer positief bestemd is, is in overeenstemming met de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. 3.4.2

Ruimte voor de economie van morgen

Amsterdam staat nu met de nieuwe groeistrategie Koers 2025 aan de vooravond van een nieuwe stedelijke groeispurt. De komst van meer woningen en inwoners biedt kansen voor het versterken van Amsterdam als aantrekkelijke (internationale) vestigingsplaats. Naast woningen en voorzieningen zoals internationale scholen heeft Amsterdam ook ruimte nodig om nieuwe economische groei te faciliteren. Koers 2025 wijst daarbij in algemene zin op kansen in stadsstraten, op multimodale knooppunten, gemengde woon-werkwijken, de haven en bedrijventerreinen. De opgave is om de nieuwe groei van Amsterdam aan te sluiten met de vestigingsbehoefte van de groeiende kennis- en innovatie economie. Deze vraagt om specifieke gemengde stedelijke werkmilieus. De economische potentie van nieuwe wijken en de mate waarin economische menging succesvol kan zijn, is afhankelijk van de netwerkverbondenheid, dichtheid, de aanwezigheid van economische dynamiek, bereikbaarheid voor werknemers en logistiek en de woon-werkbalans. Hieronder een onderscheid tussen diverse werkmilieus. Bedrijventerreinen Een groeiende stad heeft groeiende behoefte aan bedrijfsprocessen, en veel daarvan zijn niet mengbaar in woonmilieu. De Haven en bedrijventerreinen bieden hiervoor ruimte als productie- en emissiezones.

In tegenstelling tot de groeiende behoefte aan vestigingsruimte, wordt de ruimte voor productie- en emissiezones de komende jaren schaars als gevolg van transformatie voor nieuwe stedelijke groei. Koers 2025 heeft in totaal 230 hectare bedrijventerrein aangewezen voor ontwikkeling van nieuwe stedelijke gebieden, maar Amsterdam heeft nog maar 60 hectare aan uitgeefbare grond voor bedrijventerreinen. Daarnaast heeft het Havenbedrijf Amsterdam ook nog 60 hectare ruimte aan niet-kadegebonden bedrijventerrein. Door toekomstige schaarste zal Amsterdam straks niet ieder bedrijf meer ruimte kunnen bieden in de stad. Duidelijke keuzes over ruimtelijke invulling van de resterende kavels zijn daarom nodig. Consequenties voor dit plan Het plangebied behoort tot het bedrijventerrein Amstel III. Met het behoud van het huidig aanwezige kantoorgebouw en de bijbehorende parkeergelegenheid wordt aangesloten om de schaarse vestigingsruimte voor bedrijven te koesteren. 3.4.3

Principenota Bedrijvenstrook Amstel III

De bedrijvenstrook Amstel III biedt ruimte aan veel stadsverzorgende bedrijven en is het enige grootschalige bedrijventerrein aan de Zuidoostkant van de stad. De op 14 december 2021, door het college van B&W, vastgestelde Principenota Bedrijvenstrook Amstel III brengt de opgave, kansen, belemmeringen en risico’s voor dit gebied in kaart. Het doel van een principenota en het bijbehorende principebesluit is om alles afwegend te beoordelen of het wenselijk is voor de gemeente Amsterdam om een project te starten. In een principenota worden de mogelijkheden, wenselijkheid en de richting van een ruimtelijke ontwikkeling in een gebied beschreven. Dit in het besef dat de grond hier in erfpacht is uitgegeven en dat transformatie altijd in samenspraak en co-creatie zal gaan met erfpachters en op het terrein gevestigde bedrijven. De tijdshorizon hierbij is globaal tot 2050.

bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)

blz. 25

Per deelgebied is het toekomstperspectief beschreven. Voor het plangebied is deelgebied 3 Laarderhoogtweg van toepassing. In dit gebied wisselen publieksvoorzieningen en grote datacenters elkaar af. De bedrijvenstrook blijft ook in de toekomst een belangrijk hyper-connectiviteitscluster voor de metropoolregio Amsterdam. De publieke voorzieningen in de plint van de gebouwen of in losstaande gebouwen zorgen tezamen met vestigingen voor creatieve industrie die direct van de hyperconnectiviteit gebruik kunnen maken voor een aantrekkelijke entree in Zuidoost langs de A9. Consequenties voor dit plan Deelgebied 3 uit de Principenota Bedrijvenstrook Amstel III biedt ook ruimte voor kantoorgebruik. Het behoud van het huidig aanwezige kantoorgebouw en de bijbehorende parkeergelegenheid staat het toekomstperspectief voor deelgebied 3, zoals beschreven in de Principenota Bedrijvenstrook Amstel III derhalve niet in de weg. 3.4.4

Kantorenstrategie 2017

Op 14 juli 2011 is de "Kantorenstrategie Amsterdam" door de gemeenteraad van Amsterdam vastgesteld. De inzet in 2011 was: terugdringen van de kantorenleegstand door beperking van de nieuwbouw,meer transformeren en herontwikkelen van leegstaande kantoren. De strategie was erop gericht om samen met de regio te komen tot een blijvend gezonde en toekomstbestendige kantorenmarkt. Die inzet is succesvol gebleken: de leegstand daalde van 18% naar 12,8% per 1 januari 2017. Sinds die tijd is de dynamiek op de kantorenmarkt sterk toegenomen. Een meerderheid van de Britten stemde voor een Brexit. De economie bloeit, de vraag naar kantoorruimte groeit, er vestigen zich veel kantoorachtige bedrijven in de stad. Dit was aanleiding om te onderzoeken of de huidige strategie nog doelmatig is. Dit heeft geleid tot een actualisering van de kantorenstrategie 2017 'Het juiste kantoor op de juiste plek'. Uit onderzoek blijkt dat er steeds meer behoefte is aan kantoren op gemengde en goed verbonden locaties, ook al op korte termijn (tot 2020). Deze behoefte betreft vooral een kwalitatieve vraag. Ook is er veel behoefte aan kantoorruimte voor kleine ICT, communicatie en zakelijke dienstverlening bedrijven en ruimte voor innovatieve kantoorconcepten op meer informele plekken in de stad. Er is nog steeds behoefte aan transformatie en leegstandsaanpak op monofunctionele kantoorlocaties.

Voor de korte termijn is er voldoende planvoorraad om in de uitbreidingsvraag (inclusief Brexit) te voorzien, maar die voorraad ligt niet altijd op de juiste locaties. In het geactualiseerde kantorenstrategie 2017 is het volgende opgenomen: 1. De huidige planvoorraad van 970.000 m² flexibel inzetten waar op korte termijn (tot en met 2020) nieuwe kantoren zijn gewenst te weten Zuidas, Arenapoort, Amstelstation, Lelylaan, Houthaven, Oostenburg en Noordelijke IJoever. 2. Amsterdam gaat door met de transformatie van de monofunctionele kantoorlocaties Amstel III, Riekerpolder en Sloterdijk naar aantrekkelijke, gemengde woon- werkgebieden in de stad. Sloterdijk Centrum en I zijn onderdeel van de gebiedsontwikkeling van Haven Stad. 3. Amsterdam verkent waar vanaf 2020 nieuwe, gemengde gebiedsontwikkeling mogelijk is. De verwachting is dat de leegstand van kantoren, door de vele geplande transformaties en herontwikkelingen, in 2019 is gedaald naar de frictieleegstand van 8%. Na 2020 wordt ingezet op nieuwe planvoorraad voor gebieden als Schinkelkwartier, Schipholkerncorridor (samen met de regio, buurgemeenten en provincie), uitbreiding van de Zuidas aan de westkant onder en boven de A10, Arenapoort, Sloterdijk, noordelijke IJ-oever/ Hamerkwartier, kansen verdichting Overamstel/ A2/ Joan Muijskenweg en A9/ Gaasperdam.

Het gaat niet om monofunctionele kantoorontwikkelingen maar om Gemeente Amsterdam

blz. 26

gemengde woon-werkgebieden (uitzondering: Overamstel). Samen met de regio, de buurgemeenten, stadsdeel Oost en Zuidoost wordt het gebied rond station Duivendrecht verkend. 4. Bij alle grote gebiedsontwikkelingen zoals Sluisbuurt, CAN gebied, Centrumeiland en K-buurt wordt een gemengd woon-werkmilieu gecreëerd met ruimte voor voorzieningen waaronder kantoren. Die ruimte is flexibel zodat die eventueel tijdelijk kan worden gebruikt voor andere functies afhankelijk van de vraag. Consequenties voor dit plan Het bestaande kantoorgebouw in Amstel III is gelegen in een gebied dat wordt beschouwd als een bedrijventerrein welke wordt getransformeerd naar een gebied waar ook kantoren en voorzieningen voorzien zijn. Het bestemmingsplan is hiermee in lijn met de kantorenstrategie 2017 'Het juiste kantoor op de juiste plek'. 3.4.5

Kantorenplan 2019-2026

Het doel van het kantorenplan 2019-2026 is een uitgebalanceerde en toekomstbestendige kantorenmarkt, waarin op korte en middellange termijn voldoende kwalitatieve woonwerkmilieus beschikbaar zijn voor de uitbreidingsvraag van 125.000 m2 kantoor per jaar. Het aanbod van geschikte en duurzame kantoorruimte vooral op goed bereikbare OV knooppunten neemt sterker af dan verwacht. In de periode 2005 tot 2015 kende Amsterdam nog een grote kantorenleegstand. De kantorenleegstand is sindsdien sterk gedaald tot 8,8%; als gevolg van transformatie, weinig nieuwbouw en een constant groeiende economie. De behoefte aan kantoren neemt weer toe. Kwantitatief gaat het om een netto uitbreidingsvraag van 125.000 m2 aan kantoren per jaar. Voor de komende periode tot en met 2022 wordt voldoende kantoor in aanbouw genomen om te voldoen aan deze uitbreidingsvraag. Tegelijkertijd zijn er signalen uit de markt van ondernemingen die kantoorruimte zoeken en niet per direct kunnen worden geaccommodeerd. Voor de periode 2023 - 2026 is het nodig dat kantoorontwikkelingen nu starten om aan de uitbreidingsvraag invulling te geven. Consequenties voor dit plan Uit het Kantorenplan 2019-2026 blijkt dat de vraag naar kantoor vierkante meters in Amsterdam nog altijd groot is.

Dit kantoorgebouw biedt ruimte voor deze vraag, en tegelijkertijd schept het mogelijkheden voor verdere ontwikkeling op groter gebiedsniveau. 3.4.6

Strategie Amsterdam circulair 2020-2025

Amsterdam wil in 2050 een circulaire stad zijn. Een stad waar ze waardevolle materialen en grondstoffen hergebruiken en geen afval produceren. De productie van nieuwe materialen en goederen zorgt ervoor dat grondstoffen opraken en is verantwoordelijk voor meer dan de helft van de wereldwijde CO2-uitstoot. In een circulaire stad zorgen ze ervoor dat grondstoffen en materialen worden hergebruikt en niet verloren gaan. Doordat gemeente Amsterdam volop inzet op hergebruik, zorgt dit ook voor meer lokale werkgelegenheid in de reparatie- en verwerkingssector. Daarnaast zorgt deze verandering in consumptie en productie voor een verbetering van arbeidsomstandigheden in lagelonenlanden en helpen zo de levensstandaard van mensen te verhogen, zowel binnen de stadsgrenzen als daarbuiten. Consequenties voor dit plan Doordat het bestaande kantoorgebouw mogelijk wordt gerenoveerd en verduurzaamd, voldoet het kantoorgebouw weer aan de huidige eisen/wensen van nieuwe gebruikers. Hiermee wordt de levensduur van het kantoorgebouw verlengd, wat leidt tot het gebruik van minder grondstoffen. Hiermee is voorliggend bestemmingsplan in lijn met de Strategie Amsterdam circulair 2020-2025.

bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)

blz. 27

3.4.7

Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050

De aanpak om de CO2-uitstoot te verminderen heeft de gemeente Amsterdam beschreven in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. De Routekaart is een ambitiedocument met een langetermijnvisie op de Amsterdamse energietransitie en acties voor de korte termijn. De gemeenteraad heeft op 3 maart 2020 'De Routekaart Amsterdam Klimaat neutraal 2050' vastgesteld. De Routekaart beschrijft de langetermijnvisie en strategie op de Amsterdamse energietransitie, de cijfers en de acties voor de korte termijn in 4 thema's: gebouwde omgeving verkeer en vervoer, elektriciteit, haven en industrie. Er wordt daarbij ingezet op de volgende relevante ambities: De ambitie is om de CO2-uitstoot in Amsterdam in 2030 met 55% te reduceren ten opzichte van 1990, met 95% in 2050 en te zorgen dat Amsterdam in 2040 aardgasvrij is; In 2030 streven gemeente Amsterdam ook naar een gemeentelijke organisatie die klimaatneutraal is; In 2030 wordt 50% minder nieuwe grondstoffen gebruikt, in 2050 wil gemeente Amsterdam 100% circulair zijn. Afscheid wordt genomen van fossiele energie zoals olie, aardgas en kolen en wordt overgegaan op 100% duurzaam opgewekte energie. Gemeente Amsterdam wordt ‘klimaatadaptief’: de stad wordt zo ingericht dat we de onvermijdelijke gevolgen van de klimaatverandering goed opvangen kunnen worden.

Gebouwde omgeving In 2050 worden alle gebouwen (woningen, kantoren, bedrijfspanden, maatschappelijke gebouwen) in de stad verwarmd door duurzame warmtebronnen die in de plaats komen van aardgas. Daarnaast wordt ingezet op maximale energiebesparing. Nieuwbouw moet al vanaf 2019 bijna energieneutraal zijn (EPC <0,2). In de toekomst bouwen we uitsluitend energieneutraal en, waar mogelijk, wordt de markt uitgedaagd om energieleverend te bouwen. Verkeer en vervoer Beperken van de groei van het aantal vervuilende voertuigkilometers in Amsterdam door personen- en goederenvervoer. Dit kan door over te stappen op andere, meer duurzame vormen van mobiliteit en zorgen dat het overblijvende vervoer schoon wordt. Elektriciteit Maximale opwek van duurzame elektriciteit op Amsterdams grondgebied door windturbines en zonnepanelen. Een toekomstbestendige elektriciteitsinfrastructuur is een randvoorwaarde. Consequenties voor dit plan Indien het gebouw wordt gerenoveerd en verduurzaamd dient rekening te worden met bovengenoemde ambities van gemeente Amsterdam op het gebied van de energietransitie. Hiermee draagt het plan bij aan de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. 3.4.8

Agenda Duurzaamheid

De gemeente Amsterdam wil de verduurzaming van de hoofdstad versnellen. Dit staat in de Agenda Duurzaamheid, de agenda voor duurzame energie, schone lucht, een circulaire economie en een klimaatbestendige stad. De Agenda Duurzaamheid is vastgesteld door de Gemeenteraad van Amsterdam op 11 maart 2015. Amsterdam wil een inhaalslag maken op het gebied van duurzaamheid. Dit doen we in goede samenwerking met partners uit de stad (bewoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen), niet alleen voor het creëren van breed maatschappelijk draagvlak, maar ook om de energie en doorzettingskracht die al aanwezig zijn in de samenleving te versterken. De Agenda Gemeente Amsterdam

blz. 28

Duurzaamheid is uitgewerkt met kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen, langs vijf transitiepaden, met als rode draad de filosofie van de circulaire economie: innovatie, meer doen met minder, slimmer en hernieuwbaar. In de agenda zijn de volgende kwantitatieve doelen opgenomen: Duurzame energie: in 2020 wordt per inwoner 20% meer duurzame energie opgewekt dan in 2013; Schone lucht: in 2025 is de hoogst gemeten concentratie stikstof-dioxide 35% lager dan in 2015; Schone lucht: in 2025 is de hoogst gemeten concentratie roet 30% lager dan in 2015; Scheiden van afval: in 2020 wordt 65% van het huishoudelijk afval gescheiden; In 2025 is de CO2-uitstoot van de gemeente 45 procent minder dan in 2012. Circulaire economie Het thema circulaire economie is veelomvattend. Voor gebiedsontwikkeling ligt de focus op circulair bouwen en op de wijze waarop wordt omgegaan met huishoudelijk afval. Circulair bouwen Bij circulair bouwen gaat het om het slim omgaan met materialen en het rekening houden met veranderingen door de tijd. Het gebouw moet zich aan de tijd kunnen aanpassen net als de functie van het gebouw. Gebouwen dienen flexibel te kunnen worden heringericht. Hergebruik van materialen verdient de voorkeur. Ook lokale materialen die zonder veel energie zijn te winnen, scoren relatief goed.

Gebouwen zijn demontabel en materialen worden gedocumenteerd, zodat materialen elders kunnen worden hergebruikt. Hoogwaardige materialen die lang meegaan worden ingezet voor de schil van gebouwen met een lange levensduur. Bij het tenderen van kavels is circulair bouwen het onderscheidend criterium voor duurzaamheid. Duurzaamheid telt voor 1/3e mee bij de selectie van inschrijvingen. Daarvoor wordt op het moment van tenderen de laatste stand van zaken met betrekking tot deze maatlat gebruikt. Hierin worden de ervaringen met de MPG (MilieuPrestatieGebouwen) en de circulaire maatlat voor Buiksloterham meegenomen. Los daarvan bestaat een minimum-eis van een Epc (energieprestatiecoëfficiënt) van 0,15, conform de Amsterdamse standaard. Huishoudelijk afval De gemeente heeft in de Agenda Duurzaam Amsterdam het doel opgenomen om het scheidingspercentage voor huishoudelijk afval van 19% in 2013 omhoog te brengen naar 65% in 2020. Dit gebied sorteert voor op de nieuwe gemeentelijke afvalrichtlijnen voor nieuwbouwgebieden. Per afvalstroom is aangegeven per hoeveel huishoudens een afvalbak dient te worden geplaatst. Dit is opgenomen in het stedenbouwkundig plan 'Amstelkwartier 2e fase Weststrook', hoofdstuk 11: beheer en exploitatie openbare ruimte. Klimaatbestendigheid Voor een klimaatbestendig plan is een pakket van samenhangende maatregelen gedefinieerd.

Dit zijn maatregelen die meestal zowel ten gunste komen aan de regenbestendigheid, hittebestendigheid en ook goed zijn voor de flora en fauna. De maatregelen hebben te maken met de aanwezigheid van groen, de mogelijkheid om water vast te houden in tijden van regen en om water te verdampen in tijden van hitte. In de huidige situatie is er een aantal groenvoorzieningen, dat positief werkt voor de klimaatbestendigheid: aanwezigheid park; aanwezigheid water in omgeving; bestaande bomen. Voorwaarden en aandachtspunten gebouwen Om de klimaatbestendigheid verder te verhogen, gelden de volgende randvoorwaarden voor de gebouwen: Daarmee hebben deze daken ook een functie voor de natuur. Bovendien kijken de gebruikers van de hogere gebouwen in de omgeving op de mooie intensief groene daken en genieten zo van een

bestemmingsplan_Luttenbergweg 8 (vastgesteld)

blz. 29

mooi uitzicht. Dit past ook bij het natuurinclusief bouwen. Consequenties voor dit plan Dit bestemmingsplan betreft een plan die het bestaande kantoor weer positief bestemd. De nieuwe bestemming maakt renovatie en verduurzaming mogelijk. Daarmee voldoet het kantoorgebouw weer aan de huidige eisen van de kantoorgebruiker. Dit is in lijn met de Agenda Duurzaamheid. 3.4.9

Groenvisie 2020-2050

De Groenvisie 2020 - 2050 "Een leefbare stad voor mens en dier" is vastgesteld door de Gemeenteraad van Amsterdam op 21 december 2020. De Groenvisie schetst een beeld van Amsterdam als groene stad en hoe dit zich tussen nu en 2050 verder kan ontwikkelen. De toekomstige stad is een stad in het groen. Gemeente Amsterdam ziet een stad voor zich waar meer mensen wonen, werken en recreëren, waar de openbare ruimte met steeds meer Amsterdammers en bezoekers wordt gedeeld en waar het prettig verblijven is voor iedereen. Gemeente Amsterdam ziet voldoende mogelijkheden voor dieren en planten om te leven en voor mensen om daarvan te genieten. Door de opgave om de stad te verdichten met nieuwe woningbouw en de opgaves rondom energie en mobiliteit wordt het drukker in de open ruimte. Tegelijk groeit de behoefte om dichtbij de woning gebruik te maken van een prettige groene ruimte. Gezien het belang van groen, mogen de stedelijke opgaven niet ten koste gaan van de groene ruimte en de kwaliteit daarvan. Gemeente Amsterdam gaat juist, waar mogelijk, meer groen maken en het bestaande groen beter benutten. Consequenties voor dit plan De nieuwe bestemming maakt het mogelijk om het bestaande kantoorgebouw te renoveren en te verduurzamen. Daarmee wordt voldaan aan de huidige eisen van de kantoorgebruiker.

Renovatie en verduurzaming beidt kansen voor de vergroting van de biodiversieteit, bijvoorbeeld doordat nestkasten voor vleermuizen en vogels kunnen worden geïntegreerd in het pand en/of doordat het dak wordt vergroend. Hiermee biedt het plan kansen om beter aan te sluiten bij de Groenvisie 2020-2050. 3.4.10 Agenda Groen De Agenda Groen is op 30 september 2015 vastgesteld in de gemeenteraad. Elke Amsterdammer moet straks een groene omgeving in de buurt hebben. In deze agenda wordt de koers uitgezet voor investeringen in het groen tussen 2015 en 2018 en daarmee geeft de agenda duidelijk richting aan initiatieven. De prioriteit wordt daarbij de komende jaren gelegd op vier thema's: stadsparken, klimaat en biodiversiteit, groen in de buurt en verbindingen en toegankelijkheid. 1. Stadsparken Stadsparken zijn bij uitstek de gemeenschappelijke tuinen van de stad. Ze zijn er voor iedereen en ze worden steeds intensiever en op heel uiteenlopende manieren gebruikt: werken, leren over de natuur, barbecueën, wandelen, sporten, zonnen, een feestje vieren of een evenement bezoeken. Het doel is om stadsparken beter in te richten op dat intensieve gebruik. Ook komen er meer en betere alternatieven voor de drukke stadsparken, om zo de bezoekersdrukte beter te spreiden over de groengebieden in en om de stad.

De komende jaren worden tenminste drie stadsparken ingrijpend verbeterd voor duurzamer en intensiever gebruik. 2. Klimaat en biodiversiteit De groene ruimte speelt een belangrijke rol bij het klimaatbestendig maken van de stad. Buien worden steeds extremer en temperaturen stijgen. Een effectieve manier om regenwater op te vangen en de temperatuur te beperken, is door het oppervlakte aan groen te vergroten. Daarnaast kan groen bijdragen

Gemeente Amsterdam

blz. 30

aan meer biodiversiteit in de stad. Daarom wordt de komende jaren in gezet op 50.000 m2 extra groen dak in de stad, bij voorkeur groen dak met een dik groenpakket. 3. Groen in de buurt Amsterdammers hechten veel waarde aan mooi en bruikbaar groen in de directe omgeving van de woning. Groen in de buurt heeft een belangrijke functie als ontmoetingsplek en zorgt ervoor dat mensen meer bewegen. Bewoners weten zelf het beste waar behoefte aan is, daarom bieden we ruimte aan buurtinitiatieven. Daarom wordt de komende jaren ingezet op meer groene plekken in de buurt door het vergroenen of aanleggen van tenminste twintig postzegelparken. 4. Verbindingen en toegankelijkheid Het laatste thema in de Agenda Groen is gericht op het verbeteren van wandel- en fietsroutes tussen en binnen groengebieden voor dagelijks recreatief en sportief gebruik. Amsterdam is rijk aan groen en veel van dat groen kan beter worden gebruikt als het toegankelijker is of beter met elkaar is verbonden. Ingezet wordt op het zichtbaar verbeteren van fietsverbindingen naar de landschappen rondom de stad. Knelpunten in de schakels tussen stad en land worden opgelost en er wordt geïnvesteerd in de belevingswaarde van deze routes. Consequenties voor het plan Het bestaande kantoorgebouw zal gerenoveerd en verduurzaamd dienen te worden om te kunnen voldoen aan de huidige eisen van de kantoorgebruiker.

Door bij deze plannen bijvoorbeeld nestkasten voor vleermuizen en vogels te integreren in het pand en/of het dak te vergroenen wordt de biodiversiteit in dit gebied vergroot. Hiermee wordt aangesloten bij de Agenda Groen. 3.4.11 Beleidskader Verkeersnetten Op 24 januari 2018 heeft de gemeenteraad het Beleidskader Verkeersnetten vastgesteld. In het beleidskader staan eisen en toetswaarden waaraan de verschillende onderdelen van de Amsterdamse verkeersinfrastructuur moeten voldoen. Het is de basis voor investeringen, herinrichtingsplannen en andere maatregelen om de doorstroming van verkeer te verbeteren, en het is een toetsingskader voor ruimtelijke plannen. Het Beleidskader Verkeersnetten is gebaseerd op het Beleidskader Hoofdnetten uit 2005, de MobiliteitsAanpak Amsterdam (2013) en de Uitvoeringsagenda Mobiliteit (2015). Het beleidskader is een beleidsstuk waarin staat aangegeven waar de belangrijkste routes voor voetganger, fiets, openbaar vervoer en auto liggen, welk doel ze hebben en aan welke kwaliteitseisen ze moeten voldoen. De functie van de netten is onder andere de stad bereikbaar houden, zorgen voor een goede bereikbaarheid tussen stadsdelen en goede en veilige doorstroming van het verkeer. Consequenties voor dit plan Het plangebied is gelegen nabij de Muntbergweg, een plusnetwerk voor auto en fiets en een hoofdnetwerk voor de bus.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13372977/1