CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

231221 Concept verdiepend uitvoeringsprogramma Wij Maken Samen Nieuw-West

Raadscommissie Stadsontwikkeling 10 januari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Concept-uitvoeringsprogramma Wij Maken Samen Nieuw-West Nr. VN2023-02715632.372 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Wat gaan we nu doen? De gemeente Amsterdam is namens het alliantiebestuur initiatiefnemer en coördinator. Concreet betekent dit dat we de komende jaren voor zorgen dat: 1. Er een best passend kader wordt ontworpen 2. Pilots worden gestart en gemonitord 3. Een leeromgeving tot stand wordt gebracht 4. Alliantiepartners en bewoners geïnspireerd worden om mee te doen Grofweg identificeren we drie sporen waar we in 2023 voorbereidende activiteiten op hebben ingericht en die we in 2024-2027 willen uitbouwen, waar we ervaring mee willen opdoen en waar we van willen leren. Die sporen zijn: 1. Inkoop 2. Coöperatieven 3. Bronnen en infrastructuur

1.Inkoop Tot stand brengen kerngroep grote werkgevers & inkopers.

Op weg naar duurzame lokale economie 2.Coöperatieven 3.Bronnen en infrastructuur Identificeren initiatieven en In kaart brengen van bestaande netwerken die die gematcht bronnen, projecten en kansen. kunnen worden aan in te kopen werk.

Analyse van inkoop contracten. Communicatie, community

45 Actielijn 1: Inkoop We organiseren een sterke samenwerking van Amsterdamse ankerorganisaties om inkoop, werving en investeringen in Nieuw-West te kunnen vergroten. Bij het uitgeven van geld aan inkoop en aanbestedingen, het aannemen van personeel en de investeringen die we doen, richten we ons zoveel mogelijk op Nieuw-West en de daar bestaande of te vormen werknemerscoöperaties. 1.1: Ankerorganisaties We creëren een werkgroep met vertegenwoordigers van ankerorganisaties: denk aan lokale overheden, ziekenhuizen, scholen en woningcorporaties. Samen kopen deze instellingen jaarlijks voor vele miljarden euro's aan goederen en diensten in. Een substantieel deel hiervan leiden we, stapsgewijs, naar Nieuw-West. Samen ontwikkelen we een pilot voor 2024-2027 met concrete doelstellingen om inkoopstromen naar Nieuw-West te verleggen. We testen daarbij het benodigde juridisch en financieel instrumentarium om onze gezamenlijke en individuele bijdrage aan de lokale economie significant te vergroten, door werk en inkoop te leren koppelen aan inkomen van bewoners. Dat heeft direct invloed op bestaanszekerheid. 1.2: Inkoopanalyse & -monitoring We analyseren inkoopgegevens van betrokken ankerorganisaties om zicht te krijgen op aflopende inkoopcontracten.

Op basis van die informatie kunnen we zoeken naar matches met initiatieven om de principes van community wealth building toe te passen op het toekomstige contract. We onderzoeken wat dat vraagt aan juridische uitdagingen, of er initiatieven zijn die op een vrijkomende taak kunnen inschrijven en welk beoordelingskader we kunnen ontwikkelen om op basis van procedurele rechtvaardigheid te kunnen experimenteren. We willen ervaring kunnen opdoen met kansen en dilemma’s die zich voordoen en hoe de (bestuurlijke) besluitvorming er dan uitziet. We analyseren ook bestaande contracten om te kijken of maatschappelijke impact van die contracten mogelijkerwijs vergroot kan worden.

Actielijn 2: Coöperatieven We stimuleren initiatief en ontwikkelen een samenhangend netwerk van werknemerscoöperaties in Nieuw-West om aan duurzame welvaart te werken. In verschillende sectoren en met werk op verschillende niveaus. We versterken bestaande initiatieven en koppelen deze aan nieuwe inkoopmogelijkheden van ankerinstellingen wanneer aanbestedingen worden gedaan. We benutten inkoop om buurt- en werknemerscoöperaties, informele en formele bewonersorganisaties, kleine bedrijven, sociale ondernemingen en zelfstandige individuen die zich verenigen in consortia, te versterken en op te schalen. Stimuleren en ontwikkelen coöperatieven We willen in 2024 en 2025 minstens vier (werknemers- of buurt)coöperatieven helpen realiseren. Eén daarvan is een grote, wijk-overstijgende coöperatie met zicht op bijvoorbeeld minimaal vijftig werknemers. We werken vanuit het bestaande: wat bestaat er al in Nieuw-West en is kansrijk voor opschaling? Wie kan, wil, heeft bewezen ervaring en kan en durft op te schalen? En we monitoren de opzet en impact van deze nieuwe bedrijvigheid.

We laten ons niet beperken, maar denken aan verschillende sectoren die kansrijk lijken: eten/drinken (catering, buurtkeukens), energie/isolatie (van reparaties tot energiesystemen), zorg en welzijn (jongerenwerk, ouderenzorg, kinderopvang), beheer en onderhoud (groene ruimtes, gebouwen, buurtbedrijven en schoonmaak).

Actielijn 3: Bronnen en infrastructuur Al doende leren we. Aan de hand van de eerste pilots met het ontwikkelen van coöperatieven, krijgen we steeds beter zicht op de impact die via community wealth building kan worden gerealiseerd en de randvoorwaarden die nodig zijn om dit verder uit te bouwen. Deze ervaringen

46 vormen dan ook de basis om in de komende jaren een structuur en een ecosysteem te ontwikkelen dat coöperatieve (wijk)bedrijven ondersteunt. 3.1: In kaart brengen bronnen Er is veel behoefte aan fysieke plekken om samen te komen, anderen te ontmoeten, activiteiten te doen, samen te werken en/of aanbod proactief te kunnen organiseren. We willen kijken hoe gebouwen en/of grond daar maximaal voor kunnen worden gebruikt. Daarom stellen we een plan op voor het gezamenlijk gebruik van onroerend goed door alliantiepartners (en mogelijk andere partners) voor lokale waardecreatie. Elementen die we hierin meenemen zijn onder meer: • Inventarisatie van potentiële ‘bronnen’ (assets): wat kunnen alliantiepartners bijdragen op gebied van vastgoed, expertise, financiering en krediet van te ontwikkelen coöperaties? • We onderzoeken een recht van eerste koop voor inclusieve en democratische ondernemingen en bewonersorganisaties als alliantiepartners onroerend goed afstoten. • We verkennen de haalbaarheid van een sociale vastgoedorganisatie, denk aan bijvoorbeeld de NV Zeedijk. Deze organisatie kan ruimtes aanbieden aan lokale ondernemers. • We verkennen mogelijkheden voor andere financiering met bijvoorbeeld zorgverzekeraars of pensioenfondsen. 3.2: Ontwikkelen infrastructuur Om te kunnen leren moet de bedoeling van de aanpak breed bekend zijn.

We beginnen met: • Trainingsprogramma’s en een pool van trainers gericht op coöperatieve activiteiten. • Financiële, juridische en zakelijke ondersteuning op maat voor nieuw op te richten coöperatieven. Dit in samenwerking met onder andere AmsterDoen & MeentCoop. • Samenwerking op te starten met een ervaren team van ondernemers in Nieuw-West, bijvoorbeeld via het Grote Spelers project, zodat we de markt adequaat kunnen analyseren, startups in beeld kunnen brengen en tot solide bedrijfsplannen komen. • Communicatiemateriaal ontwikkelen. • Met betrokken partijen een platform Koop Lokaal marktplaats opzetten, omdat we weten dat de wil om meer lokaal in te kopen er wel is maar de kennis hoe dat te doen ontbreekt. • We onderzoeken de mogelijkheid en voorwaarden voor een overkoepelende coöperatie die kleinere partijen en initiatieven in staat stelt om mee te dingen op grotere contracten van de ankerorganisaties. Deze coöperatie kan ook fungeren als een gezamenlijk backoffice voor nieuw gelanceerde democratische en inclusieve ondernemingen en helpen bij het werven van personeel.

47 Wonen en leefomgeving

48 Wonen en leefomgeving Een fijne plek hebben om te wonen en (samen) te leven Ik denk dat iedereen alleen maar probeert om thuis te komen, zei de mol – Charlie Mackesy, De jongen, de mol, de vos en het paard In het convenant ‘Wij zijn Samen Nieuw-West’ hebben we afgesproken dat bewoners er trots op moeten kunnen zijn dat zij in Nieuw-West wonen en kunnen blijven wonen. Ze hebben goede woningen: goed onderhouden, betaalbaar en duurzaam. Er zijn ook meer soorten woningen die passen bij hun inkomen, levensfase en behoeften. Bewoners leven in een gezonde leefomgeving. De openbare ruimte is groen, met genoeg plekken om te spelen, te leren en elkaar te ontmoeten. Er zijn veilige en bereikbare routes om te lopen en te fietsen. En er is genoeg en betaalbaar openbaar en deelvervoer. Hoe we dat gaan doen leggen we hieronder uit.

Opdracht – visie op lange termijn Uit de waarden zoals beschreven in het convenant volgen de volgende opdrachten voor de lange termijn: 1. Iedereen een (t)huis. 2. Bewoners voelen zich thuis en verbonden in hun buurt. 3. Bewoners ervaren dat hun leefsituatie en perspectief verbeterd is. Ze voelen zich gezien en gehoord. 4. Bewoners kunnen zich duurzaam verplaatsen in Nieuw-West. Bereikbaarheid sociale netwerk, werk en voorzieningen is verbeterd en betaalbaarder. THUIS Iedereen een (t)huis.

Opbrengsten op middellange termijn – wat is er nodig? Een woning is één van de basisbehoeftes, en biedt veiligheid en zekerheid. Zonder woning kun je je niet goed verder ontwikkelen en stel je belangrijke beslissingen uit. Een fijne woning is de plek waar je je prettig voelt en graag naar terugkeert. Daarom werken we de komende tijd aan de volgende opbrengsten:

1. We zorgen ervoor dat de kwaliteit van de woningen op orde is. Bewoners zijn tevreden over het binnenklimaat van de woning. Hun energieverbruik is laag en vocht- en schimmelproblemen zijn een hoge uitzondering. 2. Mensen wonen in passende woningen. Het toekomstige woningbouwprogramma, het aantal en het soort woningen in Nieuw-West sluiten aan bij wat huidige en toekomstige bewoners nodig hebben.

Actielijnen – wat gaan we nu doen? Extra inzet op verduurzamen, vernieuwen en bouw van woningen De komende 4 jaar worden veel woningen verduurzaamd, gerenoveerd en gebouwd. • De corporaties vernieuwen de komende 4 jaar 7.760 woningen (waarvan minstens 600 koop) in Nieuw-West. 2.350 woningen worden gerenoveerd, 4.790 woningen worden gesloopt en herbouwd en er komen circa 4250 nieuwe sociale huurwoningen bij. Daarnaast zijn er ook andere beleggers/projectontwikkelaars actief in de vernieuwing in Nieuw-West. En wonen er mensen met een eigen koopwoning en de wens om deze te vernieuwen/verduurzamen.6 • Een deel van de bewoners in Nieuw-West heeft niet de middelen, kennis en kunde om hun woningen duurzamer te maken. We ondersteunen deze bewoners met financiële middelen, kennis en kunde, ook bij het proces om de woningen te verduurzamen. Hiervoor hebben we al geld gereserveerd en zetten we voor particuliere woningeigenaren onder meer geld uit het Volkshuisvestingsfonds in. Dat is bedoeld om de woningen te verduurzamen en om 6

Zie projecten kaarten in bijlage 4

49 werkgelegenheid te scheppen voor bewoners. We leren van de jarenlange ervaringen die de gemeente heeft het in het begeleiden van de verduurzaming van VvE’s. • De verduurzaming, vernieuwing en bouw zijn lange en soms trage processen. We onderzoeken of en zo ja hoe we kunnen versnellen. Bewoners en informele netwerken betrekken bij renovatie, duurzaamheids-aanpassingen en nieuwbouw Wanneer woningen gerenoveerd, duurzamer gemaakt of nieuw gebouwd worden, betrekken we bewoners en informele netwerken daar op tijd en actief bij. ‘Bewoners willen zeggenschap over openbare ruimte en met alle punten in de wijk meepraten.’ - Bewoner tijdens bewonersberaad op 4 oktober 2023 Bewoners hebben soms het idee dat ze nauwelijks invloed hebben op veranderplannen. Ze krijgen vaak een voorstel voorgelegd waar ze ja of nee op kunnen zeggen. En in de gebruikelijke manieren om bewoners te betrekken, komt vaak alleen een kleine groep aan het woord. Bijvoorbeeld een bewonerscommissie die voor renovatie is, terwijl een grotere groep bewoners juist sloop-nieuwbouw wil. Dit moet anders. Corporaties, gemeente en (vertegenwoordigers van) bewoners gaan het volgende doen: • Als er een nieuw plan voor een buurt wordt gemaakt, maken gemeente, corporaties en bewoners vooraf afspraken. Over wat ze van elkaar verwachten en waar ze elkaar op kunnen aanspreken.

De plannen kunnen bijvoorbeeld gebiedsontwikkeling zijn, verbeteren van vastgoed of sloop-nieuwbouw. Bewoners hebben samen met gemeente en corporaties een succesvolle werkwijze ontwikkeld in de Wildemanbuurt en Maassluiszone. Dit is een voorbeeld waarvan we kunnen leren en dat we kunnen opschalen. Daarbij gaat speciale aandacht uit naar: o We kijken op een brede manier naar alle verschillende belangen en doen dat op het juiste moment. Bijvoorbeeld buurtwaarde: hoe waardevol is het plan voor de toekomst en hoe past het in de wijk en het stadsdeel? o Het plan moet duidelijk zijn en kansen bieden aan de bewoners die in de buurt wonen en er willen blijven wonen. o De financiën en de uitgangspunten voor het programma zijn duidelijk. Bijvoorbeeld: hoeveel wordt er gebouwd, waar precies en wordt er voor bijzondere groepen, zoals ouderen, gebouwd? • Bewoners zijn breed vertegenwoordigd. o Bewoners zijn partners. Ze hebben recht op ondersteuning, en hiervoor stellen we middelen beschikbaar. o Voor ieder traject zoeken we uit of er nog oud zeer is. Als dat zo is, dan willen we daar eerst over praten om het vertrouwen te herstellen en verder samen te werken. • We leren van de successen uit andere wijken. Om die lessen aan te passen voor Nieuw-West, doen actieonderzoekers mee.

Dat doen ze met inclusieve monitoring: bewoners verzamelen zelf informatie en leggen die uit (zie onderdeel Fundamenteel leren). Met die informatie sturen we steeds bij. Iedereen die wil terugkeren naar een passende woning in de buurt kan terug keren. In buurten die vernieuwd worden, willen we dat bewoners die er willen blijven wonen, er kunnen blijven wonen. Door hun sociale netwerk zijn bewoners gehecht aan hun buurt. Veel bewoners willen graag terugkeren naar hun vernieuwde buurt en dat lukt niet altijd. We faciliteren bewoners om terug te keren naar een passende woning in de buurt. En mensen die naar hun wijk willen terugkomen, verhuizen bij voorkeur maar één keer.

50 •

• •

•

• •

Waar mogelijk starten we met het bouwen van nieuwe woningen voordat de sloop van bestaande bouw plaatst vindt, zodat bewoners vanuit hun huidige woning naar de nieuwbouw kunnen en niet de wijk uit hoeven. We willen ervoor zorgen dat gezinnen of gezinsleden kunnen doorstromen naar een passende woning (zie actielijn verbeterde doorstroom naar passende woningen). Voor meer grote nieuwbouwwoningen moeten financiële hindernissen genomen worden. Grotere woningen (bestaand of nieuwbouw) willen we aan grotere gezinnen aanbieden. Bijvoorbeeld door nieuwe vormen van (voorwaardelijke) gezinscontracten. We willen huidige bewoners een vernieuwde woning bieden en nieuwe bewoners aantrekken. Daarvoor willen we dat er meer huizen worden gebouwd op plekken waar dat volgens de plannen kan. Dat betekent onder andere dat er na sloop vaak meer woningen worden terug gebouwd. We werken als corporaties en gemeente samen en nemen de hindernissen zoveel mogelijk weg. We organiseren gesprekstafels met bewoners. Samen bespreken we wat passend wonen is, en hoe dat er in de praktijk uitziet voor iedereen, en wat dit vraagt van de bestaande woningvoorraad en nieuwbouwprojecten.

Gerichte vocht- en schimmelaanpak Met gerichte acties zorgen we voor minder vocht en schimmel. ‘Wijs nieuwe woningen toe aan bewoners NW. Veel bewoners, hebben schimmelige/vochtige woningen en slapen in de woonkamer.’ - Bewoner tijdens bewonersberaad op 4 oktober 2023 •

•

Corporaties, gemeente Amsterdam, GGD en !WOON pakken gezamenlijk vocht en schimmel in woningen aan. Wanneer bewoners vocht en schimmel in hun woning melden bij de corporaties en gemeente, volgt een goede doorverwijzing en een snelle opvolging. Het gezamenlijk streven wordt om na een melding indien nodig binnen twee weken een vakman te sturen voor inspectie van de woning, de installaties en het bewonersgedrag. Bewoners krijgen goede en éénduidige voorlichting, een huisbezoek en de oorzaak wordt verholpen. Relatief eenvoudige bouwkundige en/of installatietechnische oorzaken worden door de corporatie direct opgelost of er wordt een plan gemaakt. Met als doel dat woningen (bouw)technisch op orde zijn. Daarnaast zijn er oorzaken die niet eenvoudig te verhelpen zijn, de corporaties bespreken met de huurder de mogelijkheden en bieden hulp bij het beheersbaar houden. Er wordt samen opgetrokken met de nieuwe energiebespaarservice die langs de deuren gaat. Bewoners kunnen ook via deze service een melding doen van vocht- en schimmeloverlast. In aanvulling op deze aanpak bij zelf gemelde klachten starten we in Nieuw-West een proactieve aanpak. Dat doen we in de vorm van een proef in samenspraak met de corporaties nog te selecteren complexen waar relatief veel klachten over vocht en schimmel zijn.

In de proef gaan mensen uit Nieuw-West aan het werk, mensen die het vertrouwen hebben van de bewoners. Zij krijgen een degelijke training en gaan op huisbezoek in de complexen. Ze voeren een quickscan uit in de woning, stellen een rapportage op en geven uitleg aan de bewoners over het binnenklimaat en wat zij hieraan ook zelf kunnen bijdragen. Daar waar nodig krijgen de bewoners een eenvoudige CO2-meter (al dan niet in bruikleen), die direct inzicht geeft in de kwaliteit van het binnenklimaat.

Verbeterde doorstroom naar passende woningen Meer mensen kunnen doorstromen naar een andere woning die beter bij hun huishoudenssamenstelling en levensfase past (doorlopende leeflijn). • We starten met actieonderzoek in één of twee buurten die niet vernieuwd worden. We kiezen buurten met relatief veel ouderen die ruim wonen. We richten ons daarbij op het vrijspelen van

51

•

woningen van ruim wonende ouderen, omdat zij de start vormen van de verhuisketen en de woningen die zij achterlaten weer vrijkomen voor gezinnen. We brengen de regels en belemmeringen in kaart die bewoners tegenhouden om te verhuizen. Op de relevante tafel worden maatregelen genomen om de belemmeringen weg te nemen.

Passende woning voor jongeren We geven prioriteit aan het zorgen voor passende woningen voor jongeren. Hierbij ligt de focus op jongeren wiens perspectief onder druk staat als gevolg van hun woonsituatie ‘Kinderen geboren in Nieuw-West krijgen geen kans om door te stromen naar een woning in hun eigen wijk. Zij moeten voorrang krijgen.’ - Bewoner tijdens bewonersberaad op 4 oktober 2023 •

•

In Nieuw-West is een grote groep jongeren/jongvolwassenen die noodgedwongen nog thuis woont. Dit heeft voor een deel van deze jongeren gevolgen voor hun ontwikkeling. Het kan ook een druk leggen op de rest van het gezin. Perspectief bieden aan deze thuiswonende jongeren/jongvolwassenen door verhuizen naar een eigen woning mogelijk te maken, daar waar mogelijk in combinatie met onderwijs en/of werk, heeft een hoge prioriteit. Hiermee helpen we de jongeren/jongvolwassenen, maar maken we ook druk op grote gezinnen in te kleine woningen kleiner (zie ook het hoofdstuk Kansen voor de Jeugd). We ontwikkelen samen met jongeren een manier waarop hun zoektocht naar een woning kan worden verbeterd. Waar nodig gaan we hen beter voorlichten, begeleiden en ondersteunen.

BUURT Bewoners voelen zich thuis en verbonden met hun buurt.

Opbrengsten op middellange termijn – wat is er nodig? Sterke gemeenschappen zorgen voor solidariteit. Mensen zijn er gezonder, er is minder criminaliteit en de (buurt)economie bloeit. Een buurt is vitaal en leefbaar wanneer bewoners zich er thuis voelen, er zichzelf kunnen zijn en uitgenodigd worden om mee te doen. De buurt is divers en biedt meer dan alleen woningen. Groei je in zo’n fijne en stabiele omgeving op, dan heb je meer kansen om het leven te leiden dat je graag wil leiden. Daarom werken we de komende tijd aan de volgende opbrengsten: 1. Buurten hebben diverse voorzieningen en er wonen bewoners met een diverse achtergrond. 2. Buurten bevatten voldoende plekken voor informele ontmoetingen, bewegen en een gezonde buitenruimte. 3. Bewoners ervaren hun buurt als een fijne plek om te zijn 4. De leefbaarheid in buurten tijdens verbouwing en renovatie is op orde ‘De inrichting van de openbare ruimte en hoe woningen zijn gebouwd bevordert de eenzaamheid in mijn buurt. Je moet je eigen problemen oplossen. Je bent minder verbonden met je buurt en buurtbewoners. Je voelt minder verbinding. Je bent helemaal vreemd in je buurt.’ - Bewoner tijdens bewonersberaad op 4 oktober 2023

Actielijnen – wat gaan we nu doen? Passende maatschappelijke voorzieningen, winkels en bedrijfsruimtes in de buurt Maatschappelijke voorzieningen, winkels en bedrijfsruimtes worden afgestemd op de behoefte van de buurt, de bewoners en de (lokale) ondernemers. De diverse voorzieningen dragen bij aan een leefbare buurt. Ondernemers en bewoners kunnen er hun talenten ontplooien en hun potentie benutten. Er zijn ruimtes voor bewoners om elkaar binnen te ontmoeten. Een goed voorbeeld van waar dit al gebeurt is de Lodewijk van Deysselstraat met de Zaken van Smaak. • De behoefte van de buurt en het aanbod van voorzieningen, zoals maatschappelijke (jeugd-) voorzieningen, ontmoetingsruimtes, bedrijfsruimtes, winkels en horeca, worden op elkaar afgestemd. We werken toe naar:

52 o

o o o

een matching van de beschikbare ruimtes met ondernemers op basis van wat de buurt op dat moment nodig heeft (onder andere ondernemers die de buurt sociaal kunnen en willen verbeteren); het betaalbaar kunnen houden van de bedrijfsruimtes voor deze ondernemers; een andere wijze van organiseren zodat een plek op meerdere manieren en door meerdere wijkpartners gebruikt kan worden; een deugdelijke exploitatie en programmering van multifunctionele ontmoetingsruimtes.

‘Ik ben blij met de buurt (Slotermeer-West. Er zijn veel activiteiten waar ik tegen een kleine vergoeding terecht kan. Bijvoorbeeld de Zaak van smaak en de Buurtkeuken.’ - Bewoner tijdens bewonersberaad op 4 oktober 2023 Ontmoetingsplekken voor bewoners We organiseren voldoende plekken (in de openbare ruimte) die bewoners als een huiskamer ervaren. Plekken die bewoners samenbrengen en waar ze elkaar kunnen ontmoeten. • Bewoners hebben grote behoeften aan ontmoetingsplekken, in het groen, zoals parken of binnentuinen, en op straten en pleinen. Dat moeten passende plekken zijn die aansluiten bij de behoeften van verschillende doelgroepen. We willen het beheer/onderhoud en het duurzame gebruik van die plekken door bewoners beter organiseren, en daar waar nodig, ondersteunen. Bijvoorbeeld doordat bewoners, corporaties, gemeente en informele partijen beter met elkaar samenwerken. • In Nieuw-West zijn er verschillende plekken die mensen samenbrengen, zoals Plein 40-45, het Lambertus Zijlplein en de Confuciusspeeltuin. We versterken onze pleinenaanpak. • We zoeken (financiële) middelen om samen met bewoners deze plekken te verbeteren, sociale activiteiten te organiseren en te onderzoeken of een buurtbeheerbedrijf kan worden opgezet om eigenaarschap te stimuleren.

Krachten bundelen: aantrekkelijk, schoon, heel en veilig Krachten worden gebundeld om te zorgen dat iedereen in Nieuw-West haar of zijn buurt als aantrekkelijk, schoon, heel en veilig ervaart en hieraan bijdraagt. • We zorgen ervoor bewoners en ondernemers zich kunnen verenigen rondom aantrekkelijk, schoon, heel en veilig. We stimuleren en ondersteunen initiatieven van onderop, zoals het Vuilnisoproer. Bijvoorbeeld door te helpen een buurtbeheerbedrijf op te zetten. Daarin kunnen buurtbewoners die dat willen, het groen in de wijk onderhouden. Dat gaat om gemeentelijk groen en corporatiegroen. Met zo’n buurtbedrijf maken we bewoners meer eigenaar van hun wijk. • In buurten die dat nodig hebben, willen we ervoor zorgen dat die aantrekkelijker en schoner worden en blijven. Dat willen we zo veel mogelijk doen met bewoners én ondernemers uit Nieuw-West. We willen hun ervaring, kennis, behoefte gebruiken. • We starten een nieuw verhaal, nieuw samenspel en resultaat op straat. Daarvoor werken we met een actiegerichte en lerende aanpak. Extra inzet op interim beheer in de buurt Door sloop-nieuwbouw en renovatie gaan veel buurten de komende jaren op de schop. Om de leefbaarheid tijdens de verbouwing voldoende op peil te houden, zetten we extra in op interimbeheer. • Huishoudelijk afval en grofvuil wordt extra opgehaald, bijvoorbeeld door grofvuilcontainers bij verhuizingen.

• Straten blijven heel en schoon. Met bijvoorbeeld een vliegende-keepteam voor extra schoonmaakrondes. • (Leegstaande) gebouwen, terreinen en bouwplaatsen worden beheerd.

53 •

•

We zorgen voor het goed houden van leefbaarheid, sociale veiligheid en sociale samenhang. Bijvoorbeeld door extra verlichting, tijdelijke kunst, tijdelijke inrichting van braakliggende terreinen met moestuinen of speeltuinen, evenementen in de buurt. We doen dit in samenwerking met Pantar, Chermico en de buurt. We zetten in op communicatie en gedragsmaatregelen.

Meer draagkracht, diversiteit en minder kwetsbaarheid In een aantal buurten staat de leefbaarheid sterk onder druk. Voor een deel omdat veel bewoners in een kwetsbare positie zitten. • In een aantal buurten in Nieuw-West staat de leefbaarheid sterk onder druk. Het gaat vaak om buurten met een concentratie van huishoudens in een kwetsbare situatie die afhankelijk zijn van aanvullende zorg of ondersteuning. Om de weerbaarheid van deze buurten te verhogen en daarmee de samenredzaamheid, zijn we hier terughoudend met de instroom van minder weerbare huishoudens (ongelijk investeren, ongelijk ontzien). Corporaties in deze buurten stemmen de instroom van bewoners af met de gemeente, maatschappelijke partners en zorgpartijen. We leren daarbij van en versterken goede voorbeelden in de buurt, zoals Riekerhaven en Buurtbalans, en in andere delen van Nederland. • Samen met bewoners, (in)formele netwerken en professionals zoeken we uit hoe we de kracht van buurten versterken, zowel fysiek als sociaal. Een inspirerend voorbeeld hiervan is de ‘Iemand erbij aanpak’ van Kringwijs. We starten in wijken waar de leefbaarheid door een opeenstapeling van sociale problematiek onder druk staat en we hier met wijkpartners een antwoord op kunnen bieden, bijvoorbeeld de Delflandpleinbuurt.

Daar willen we vooral aandacht geven aan samenredzaamheid, de kracht van bewoners, goede woningen en voorzieningen, ondersteuning en laagdrempelige ontmoeting tussen bewoners. We zorgen ervoor dat bewoners in oud- en nieuwbouw in dezelfde buurt met elkaar in contact komen. We werken meer en sterker samen met zorgpartijen. Zo kunnen we met een kleiner team van vaste gezichten in de wijk betere zorg leveren. Iedereen kan makkelijk zorg en ondersteuning krijgen. Nieuwe bewoners worden wegwijs gemaakt in de buurt. We hebben actief aandacht voor hoe we de gebouwde en sociale omgeving voor preventie kunnen inzetten. Goede zorg begint bij een gezonde levensstijl in een gezonde leefomgeving. Samen met het domein Veiligheid kijken we naar de overlast en criminaliteit in en rondom de wooncomplexen. We kijken hoe we daar per geval op kunnen reageren. • We zoeken ook manieren om bewoners met lage middeninkomens en mensen met essentiële beroepen een woning te bieden. Zij kunnen een rolmodel zijn voor andere bewoners. ‘Het is belangrijk dat er een mengelmoes is van nationaliteiten in een wijk. En: Het zou goed zijn als jongeren van verschillende nationaliteiten bij elkaar wonen.’ - Bewoners tijdens bewonersberaad op 4 oktober 2023 LEEFSITUATIE EN PERSPECTIEF Bewoners ervaren dat hun leefsituatie en perspectief verbeterd is. Ze voelen zich gezien en gehoord.

Opbrengsten op middellange termijn – wat is er nodig? Een fijne woning in een fijne leefomgeving is een belangrijke basisvoorwaarde. Daarvoor is het niet genoeg om alleen maar in woningen en leefomgeving te investeren. Vroeger hadden bewoners direct contact met corporaties en gemeente. Huismeesters, speeltuinwerkers en wijkagenten waren bekende gezichten in de wijk. De afgelopen jaren vertrokken professionals steeds meer uit de buurt. Instanties kwamen steeds verder weg van de bewoners te staan, veel dienstverlening werd digitaal of telefonisch. Bewoners kregen steeds minder vertrouwen in instanties. Tegelijk stapelen problemen zich steeds meer op. Dat willen we veranderen en daarom werken we de komende tijd aan de volgende opbrengsten:

54 1. We versterken de integrale samenwerking in buurten waar al wordt samengewerkt (bijvoorbeeld met gemeente, corporaties, Opbouwwerk, Cascoland en WPI). Ook versterken we de samenwerking tussen fysieke en sociale ingrepen waar nodig of gewenst. We richten ons op onderstaande buurten waar grote vernieuwingsingrepen zijn gepland: o Dichtersbuurt o Lodewijk van Deysselbuurt o Couperusbuurt o Wildemanbuurt o Geuzenveld-Zuid (Wegener Sleeswijk) 2. De integrale samenwerking zorgt ervoor dat mensen weer gezichten hebben bij de instanties en dat de lijnen kort zijn. Zo kunnen we kleine problemen snel signaleren en oplossen, én grote problemen zien en samen aanpakken. Hierdoor kunnen bewoners zelf meer bijdragen aan hun leefomgeving.

Actielijnen – wat gaan we nu doen? Op één plek in de buurt aanwezig We zijn samen op één plek in de buurt laagdrempelig aanwezig. • We bouwen voort op lessen die we in verschillende buurten hebben opgedaan. Vanuit die ervaringen7 zorgen we ervoor dat er de samenwerkingen worden versterkt en uitgebreid met onder andere corporaties, buurtteam, WPI, participatiemakelaar, opbouwwerk, maatschappelijk werk, zorgpartijen en vrijwilligers die goed en doelgericht met elkaar samenwerken. • Door die samenwerking krijgt een wijk betrokken professionals en bewoners. En een wijk waarin bewoners het gevoel hebben gezien en gehoord te worden. Hiervoor zijn extra mensen van de gemeente en corporaties nodig, en is er extra, gezamenlijk, budget nodig voor opbouwwerk, activiteiten en evenementen en het ondersteunen van bewonersinitiatieven. Actief bewoners benaderen We stappen actief op bewoners af in wisselende teams van alliantiepartners We stappen actief op bewoners af die niet op ons afstappen, in steeds wisselende teams van alliantiepartners. Bijvoorbeeld door ‘koffie met mandaat’. We praten over uiteenlopende onderwerpen, zoals woonwensen, buurtinitiatieven, schulden en vocht en schimmel. We zijn te vinden op buurtpleinen, schoolpleinen, markten, in parken, winkelcentra en moskeeën en kerken.

Actief bereiken van onbereikbare huishoudens We zetten actief in op het bereiken van die huishoudens die we nu niet bereiken. Sommige huishoudens lopen vast op meerdere leefgebieden en wantrouwen officiële instanties. Vaak zijn dit juist de huishoudens die extra ondersteuning nodig hebben. • We gaan samen met de informele zorgpartijen actief bij huishoudens langs waarvan we denken dat ze een hulpvraag hebben. Hierbij gebruiken we onder andere de kennis vanuit de aanpak ‘Van overleven naar leven’. De ondersteuners kunnen daadwerkelijk dingen verbeteren. • We leren van contacten met huurders. We leren van signalen die corporaties krijgen van hun huurders en via huurdersorganisaties. Zo weten we beter in welke complexen er problemen zijn

7

We leren van de ervaringen in de Dichtersbuurt en Lodewijk van Deysselbuurt. Daar werken respectievelijk Eigen Haard en Rochdale en wijkpartners samen vanuit één plek. De kracht is dat stadsdeel en corporaties zich er voor meerdere jaren aan verbinden. Er zijn extra mensen en er is extra budget om programma’s op te zetten en activiteiten en evenementen te organiseren. Die intensieve samenwerking is goed voor de buurt, er is meer contact met bewoners en betere hulp aan kwetsbare bewoners. Ook professionals hebben er baat bij: door in één team samen te werken en aandacht te hebben voor één buurt, hebben ze meer tijd en ruimte om een band met de bewoners te krijgen en samen iets op te bouwen. Ook niet direct betrokken professionals voelen zich meer verbonden met de buurt. Alle betrokkenen zeggen dat het prettig is om, naast alle problemen, juist naar kansen en kracht in een wijk te kijken. Zo zoeken de Zorgbrigade en Werkbrigade van WPI uit hoe zij kunnen samenwerken. Dan kunnen buurtbewoners zonder werk hulp krijgen om een stage of baan te vinden in de zorg of bij het onderhoud van groen en de openbare ruimte.

55

•

en wisselen we uit wat wel en niet werkt rondom prettig samenleven. Vanuit de integrale wijkteams kunnen we specifieke problemen oplossen. Communicatie is belangrijk. Daarom gaan wij wijkbeheerders en technische mensen trainen om goed contact te onderhouden met groeiende groep huishoudens in een kwetsbare situatie.

MOBILITEIT Bewoners kunnen zich duurzaam verplaatsen in Nieuw-West. Bereikbaarheid sociale netwerk, werk en voorzieningen is verbeterd en betaalbaarder.

Opbrengsten op middellange termijn – wat is er nodig? Mobiliteit is belangrijk om je bestaanszekerheid te vergroten. Om je werk, familie, vrienden, vrijetijdsvoorzieningen te kunnen bereiken moet je je kunnen verplaatsen in het stadsdeel, door de hele stad en daarbuiten. Daarom willen we ervoor zorgen dat bewoners zich duurzaam kunnen verplaatsen in Nieuw-West. We werken de komende tijd aan de volgende opbrengsten: 1. We hebben inzichtelijk met welke maatregelen we sociale netwerken, werk en voorzieningen beter bereikbaar en betaalbaar maken. 2. Implementatie van (aantal) inzichten uit het onderzoek.8 ‘Het openbaar vervoer is heel slecht geregeld in Nieuw-West. De bushalte in mijn buurt is weggehaald. Ik vind het lastig dat mijn jonge kinderen met een baan in Geuzenveld/ Slotermeer hierdoor op fiets naar hun werk moeten, terwijl het onveilig is op straat.’ - Bewoner tijdens bewonersberaad op 4 oktober 2023

Actielijnen – wat gaan we nu doen? Door gesprekken met verschillende partijen en mensen denken we dat bewoners in Nieuw-West hun sociale netwerken, werk en voorzieningen moeilijk kunnen bereiken. Dit heeft te maken met parkeer- en vervoerskosten, ontoereikend openbaar vervoer en onveilige verkeerssituaties. Onderzoek verbeteren bereikbaarheid en betaalbaarheid We onderzoeken en stellen een plan van aanpak op over wat bewoners nodig hebben en wat we daaraan kunnen doen. We hebben daarbij speciale aandacht voor de (elektrische) fiets als kans voor meer en betere mobiliteit. Inzet maatregelen ter verbetering Met de uitkomsten van dat onderzoek willen we sociale netwerken, werk en voorzieningen beter bereikbaar maken. Hierbij denken we aan (zie ook Mobiliteitsplan Nieuw-West met o.a. aandacht voor onveilige verkeerssituaties): • Beter openbaar vervoer door: o de metroring te sluiten en de Noord-Zuidlijn door te trekken; o meer buslijnen en meer busritten, vooral directe verbindingen met Osdorpplein; o een pilot op het snijvlak van OV, doelgroepenvervoer en flexvervoer; o alternatieven voor vervoer in Nieuw-West te ondersteunen; o verbeteren van de verbindingen naar werkgebieden, onder andere Sloterdijk.

• Samen met het Rijk te investeren in extra veilige en aantrekkelijke fietsroutes in en naar NieuwWest door: o Noord-Zuid fietsverbindingen tussen Sloterdijk en Schinkelkwartier te verbeteren (Sloterdijk-Schinkelkwartier); o de plusnetfietsroutes Robert Fruinlaan, Postjesweg, Pieter Calandlaan, Plesmanlaan en Vlaardingenlaan geschikt te maken voor meer fietsers; o meer fietsparkeerplekken op de metrostations en haltes tramlijnen 1, 2, 13 en 17 en haltes HOV-Westtangent; De uitvoerbaarheid van deze maatregelen is afhankelijk van een financiële bijdrage vanuit het Rijk. Het betreft hier majeure investeringen, waarvoor separaat aanvraag en besluitvorming zal moeten plaatsvinden 8

56

•

o de fietsroute Riekerweg-Oeverlanden te verbeteren. Deelmobiliteit beschikbaar en toegankelijk te maken.

Ontwikkelen banen aanpak OV We maken het voor bewoners aantrekkelijk om in het OV te werken en een bus, tram of metro te gaan besturen.

57 Kansen voor de jeugd

58 Kansen voor de jeugd Optimale ontwikkeling en hoopvol perspectief voor elk kind Opvoeding is een kwestie van liefde, geduld en wijsheid. En de laatste twee groeien waar de eerste heerst – Jan Ligthart, onderwijsvernieuwer, 1859-1916 In het convenant ‘Wij zijn Samen Nieuw-West’ hebben wij afgesproken dat we ervoor zorgen dat kinderen en jongeren in Nieuw-West zich optimaal kunnen ontwikkelen. Daarbij hoort dat zij opgroeien in liefdevolle aandacht en geborgenheid. Dat zij worden geboren in een veilige omgeving, waar zij een goede en gezonde start maken. Hun talent is leidend en zij worden niet onevenredig gehinderd door factoren buiten hun macht. Hoe we hieraan werken, beschrijven we hieronder. Nieuw-West verbetert pas écht, blijvend en in rap tempo als de jeugd zich goed kan ontwikkelen. Kinderen en jongeren hebben recht op bestaanszekerheid, een fijn huis en een veilige leefomgeving om in op te groeien. Ook hebben ze recht op liefdevolle aandacht en sturing van ouders en anderen. Om daarvoor te zorgen zijn de inspanningen van alle domeinen nodig. De toegevoegde waarde van Kansen voor de Jeugd zit op twee vlakken: 1. Wat kunnen we verbeteren aan het perspectief van kinderen? 2. Wat kunnen we doen om de voorwaarden goed te krijgen?

Opdracht – visie op lange termijn Ieder kind krijgt liefdevolle aandacht en sturing In elke jeugd zijn liefdevolle relaties onmisbaar. Ze horen bij de basis van iemands ontwikkeling: het gevoel erbij te horen, steeds zelfstandiger worden en om te kunnen leren. Daarvoor is het nodig kinderen sturing te geven en aan te moedigen. Sturing gaat om duidelijke grenzen. Zo kan een kind zichzelf en de wereld in veiligheid ontdekken. Door aanmoediging leren we kinderen te zien wat ze zelf nog niet zien. Opvoeders willen niets liever, maar lopen tegen hindernissen en problemen op. We werken eraan dat ouders en elk ander mens dat het kind in het dagelijks leven ontmoet, kan bijdragen aan die aandacht, sturing en aanmoediging. Ieder kind een goede nachtrust – Abdelhamid Idrissi, oprichter Studiezalen, Professor of Practice HvA Ieder kind groeit stressvrij op Tegenslag helpt je groeien. Daardoor leer je je grenzen kennen, hulp vragen, leer je door te zetten en te relativeren. Maar te veel tegenslag en chronische stress, ook bij de ouders thuis, slaat over op het kind. Dat heeft grote gevolgen voor de ontwikkeling van kinderen. We moeten de stress (leren) zien, begrijpen en weten hoe we het kunnen aanpakken. En – nog liever – hoe we die stress voorkomen. Dat begint in de omgeving waarin het kind opgroeit.

We werken aan een stressvrije omgeving, want dat is een belangrijke voorwaarde om te groeien en te ontwikkelen. Ieder kind ontdekt en ontwikkelt talent Op school, op straat, thuis, bij anderen: kinderen ontwikkelen zich 24 uur per dag, 7 dagen per week. Ontwikkelen doe je het best als je je betrokken en gemotiveerd voelt en als je plezier hebt in leren. Elk kind moet haar of zijn eigen talenten ontdekken en ontwikkelen. Dat helpt om zelfvertrouwen en een identiteit te krijgen, en perspectief te ervaren. Kinderen hebben een goede omgeving nodig waarin zij gezien en geholpen worden om hun talenten te ontwikkelen. En dan moet het geen rol spelen of beide ouders werken, genoeg geld hebben of de weg weten. En ook niet waar je woont of wie je toevallig tegenkomt. Kinderen dragen eindeloos veel mogelijkheden in zich, wij zorgen voor de voorwaarden.

59 Ieder kind ontmoet anderen We willen het toeval afdwingen, dat ieder kind iemand kan ontmoeten die iets opschudt, kantelt, het talent ziet, de juiste snaar raakt en net dát doet om het kind verder te helpen. Voor ieder kind kan dat iemand anders zijn. Daarom zijn de kwaliteit, hoeveelheid én diversiteit van ontmoetingen belangrijk. Tussen kinderen zelf, en met volwassenen. Zo ontwikkelen zij hun identiteit, leren met en van elkaar en leren elkaar begrijpen. En het werkt ook andersom. Wanneer kinderen – wat hun achtergrond ook is – van jongs af aan met elkaar kennismaken, ontwikkelen zij een maatschappij die veel beter kan omgaan met verschillen. It takes all children to raise the village Opbrengsten & Actielijnen Wat kinderen en jongeren nodig hebben, verschilt enorm per leeftijdsfase. We kiezen ervoor om te werken vanuit drie leeftijdsfasen. De grenzen daarvan zijn niet scherp. Ze overlappen en wat we leren binnen de ene fase, is bruikbaar in de andere. Het jonge kind (-10 maanden-6 jaar)

Opbrengsten op middellange termijn - wat is er nodig? De eerste levensjaren zijn enorm belangrijk voor de rest van het leven. Voor ieder kind brengen we daarom de basisbehoeften op orde: gezonde voeding, een fijn en veilig thuis, voldoende inkomen en bestaanszekerheid van ouders. We zorgen ervoor dat mensen dicht bij het gezin, de informele partijen en de professionals goed samenwerken – met elkaar en vooral met het gezin zelf. Met aandacht voor wat het gezin nodig heeft, zodat het gezin zelf het kind (weer) kan geven wat het nodig heeft. We helpen elkaar met oplossingen: wat de een niet kan, kan de ander. We geven niet op tot het geregeld is en kijken over onze eigen grenzen heen. 1. We brengen de voorwaarden op orde en opvoeders staan in hun kracht 2. Alle kinderen maken gebruik van het ontwikkelaanbod

Actielijnen - wat gaan we nu doen? Rondom de Jacob Geelbuurt werken formele en informele partners in een experiment al enige tijd samen. Zij doen actieonderzoek naar hoe we gezinnen beter kunnen bereiken en hoe we acute problemen kunnen oplossen. Er vallen geen kwesties meer tussen wal en schip. Partijen werken samen aan oplossingen die er zonder het doorbraaknetwerk niet zouden zijn. Zo bereiken we gezinnen die we anders niet zagen en zo kunnen we hen beter ondersteunen. Wat we leren door deze nieuwe manieren van samenwerken, proberen we uit op meerdere plekken in Nieuw-West. Wat goed blijkt te werken, gebruiken we bij het veranderen van de werkwijzen die we gewend zijn. Er is ondersteuning in de vroege jaren, met bijvoorbeeld speelgroepen en voorschoolse educatie. Het gebruikelijke aanbod bereikt nu niet alle kinderen en ouders. Het doorbraaknetwerk werkt aan beter bereik, maar ook aan ander aanbod dat beter past bij wat gezinnen nodig hebben. En voor alle kinderen in Nieuw-West maken we het mogelijk om gebruik te maken van voorschoolse educatie. Vanaf jonge leeftijd moeten zij elkaar kunnen ontmoeten, wat hun achtergrond ook is. Dat betekent praktische veranderingen en andere kaders binnen de kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Daar werken betrokken organisaties aan via vier actielijnen, waarvoor de komende jaren substantieel middelen beschikbaar zijn.

Ondersteuning ontwikkeling kinderen We zorgen voor aanbod waarmee we ouders ondersteunen bij de ontwikkeling van hun kinderen. Te denken valt aan het uitbreiden van bestaand aanbod als de spelinloop, speelgroep+, inzet van gezinsgerichte programma’s, ouder- en vaderbetrokkenheidsactiviteiten. Maar ook het ontwikkelen van nieuwe werkwijzen om ouders te bereiken en ondersteunen.

60 Toegankelijk aanbod en vergroten deelname activiteiten • We zorgen voor toegankelijk aanbod voor het jonge kind en vergroten de deelname aan activiteiten als spelinloop, VVE en gezinsgerichte programma’s. • We ontwikkelen een aanpak voor een groep ‘zwevende kinderen’ die niet of onvoldoende in beeld zijn bij reguliere voorzieningen. Ondersteuning en training professionals • We ondersteunen professionals bij de ontwikkeling van vaardigheden als cultuur-sensitieve communicatie en de begeleiding van ouders • We ontwikkelen trainingen en bieden begeleiding aan voor zowel professionals als potentiële talenten in Nieuw-West. Versterken voor- en vroegschoolse educatie • We versterken de voor- en vroegschoolse educatie (VVE), onder andere door inzet van extra, bijvoorbeeld gespecialiseerd en ondersteunend, personeel. • We versterken pedagogisch medewerkers en leerkrachten om te kunnen voorzien in de toegenomen zwaarte van ondersteuningsbehoeften. Ook experimenteren we met kleinere voorschoolgroepen en de inzet van extra gespecialiseerd en ondersteunend personeel in zowel de voor- als de vroegschool, de groep 1 en 2 van de basisschool. Pedagogische infrastructuur (4-14 jaar)

Opbrengsten op middellange termijn We werken eraan dat alle kinderen de hele dag aanmoediging en hulp krijgen om zich te ontwikkelen. Op school én daarbuiten. De manieren waarop dingen nu geregeld zijn (het systeem) leiden tot grote verschillen tussen de kansen die kinderen krijgen. Daarom maken we een ‘pedagogische infrastructuur’. Daarmee helpen we elk kind om mee te doen aan activiteiten en ontmoetingen. We willen dat die van goede kwaliteit zijn en aansluiten bij interesses, talenten en behoeften. Scholen zijn de ‘logische vindplaatsen’ als het gaat om leren en ontwikkelen. Kinderen en ouders komen er elke dag. Het doel van de doorbraak is om vanuit het perspectief van de leerlingen de infrastructuur op en rondom scholen zo in te richten dat de ontwikkeling van kinderen de hele dag centraal staat. In Nieuw-West zijn goede voorbeelden van scholen die verschillende manieren ontwikkelen om een pedagogische infrastructuur te maken. Niet vanuit los aanbod, maar vanuit een samenhangende infrastructuur die gebaseerd is op de ontwikkelbehoefte en interesses van de leerling. Deze voorbeelden brengen we samen en we maken er een nieuwe, samenhangende werkwijze van. We willen alle kinderen bereiken, ervoor zorgen dat zij elkaar ontmoeten en zich breed kunnen ontwikkelen.

We kiezen ervoor om een samenwerking op te zetten met drie clusters van scholen in drie wijken die hier mee bezig zijn. We onderzoeken wat er nodig is om kennis uit te wisselen en goede voorbeelden van elkaar over te nemen. Tal van organisaties in Nieuw-West doen hieraan mee: zoals talentontwikkeling, huiswerkbegeleiding, mentoren, lifecoaching, jongerenwerk, maatschappelijk werk en maatschappelijke dienstverlening. Deze aanpak sluit aan bij wat we willen organiseren met de wijkallianties. Geregeld brengen wij al die organisaties bij elkaar om uit te wisselen, informatie te delen en met en van elkaar te leren. Daarom werken wij de komende jaren aan een pedagogische infrastructuur in Nieuw-West. Dat is onze opbrengst.

Actielijnen - wat gaan we nu doen? Pilot pedagogische infrastructuur voor leren en ontwikkelen Samenbrengen van drie veelbelovende ontwikkelingen (zie hieronder schuingedrukt) • Er is veel aanbod op en rond scholen, voor zowel kinderen als ouders. Daarmee wordt gewerkt aan het verbeteren van de situatie van gezinnen waarin kinderen opgroeien, aan de talentontwikkeling van kinderen en aan de samenwerking met de wijk.

61 •

Door het aanbod beter te organiseren en coördineren, ontstaat een ontwikkelaanbod voor alle kinderen van twaalf uur per dag, van hoge kwaliteit. We bekijken wat er al op en rondom deze drie clusters van scholen is en onderzoeken hoe we dat beter in dienst van de ontwikkeling van kinderen kunnen organiseren. De drie concepten die we in ieder geval bij deze doorbraak betrekken zijn: o Samen Leren in de Wijk (Rond de Huizingaschool en Huibersschool in Slotervaart): scholen, ondernemers, ouders en kunst- en cultuurinstellingen in de wijk werken samen. Dat maakt de leefwereld van kinderen breder. Ooit was dit een manier om het tekort aan leraren op te lossen, nu is iedereen het erover eens dat dit initiatief heel belangrijk is. Kinderen leren buurtgenoten en plekken in de wijk kennen en andersom. Ondertussen ontdekken en ontwikkelen ze hun talenten. Ook de ouders raken betrokken bij wat hun kinderen leren én bij hun wijk. o Familiescholen (Rond basisschool Al Wafa in Slotermeer): hier krijgen kinderen ondersteuning in hun brede ontwikkeling. Er is meer tijd en aandacht voor hen en voor hun talenten. Gezinnen worden er geholpen om basisvoorwaarden op orde te krijgen. Alle organisaties die meedoen, werken nauw samen, stemmen af en wisselen uit.

o Naschoolse Ontwikkelomgeving (Rond Johannesschool en De Globe in Osdorp): op vijf plekken in Amsterdam wordt gewerkt aan een plan waardoor alle kinderen twee keer per week drie uur extra tijd krijgen om activiteiten te doen met interesses of talenten die ze delen. Dit gebeurt onder andere in Osdorp. We onderzoeken wat er nodig is om te zorgen dat alle kinderen hieraan mee kunnen doen en welke regels over kwaliteit en toezicht hiervoor nodig zijn. Ook wordt gewerkt aan een app die kinderen, ouders en begeleiders helpt bij het organiseren van al deze activiteiten.

Perspectief voor jongeren (10-23+ jaar)

Opbrengsten op middellange termijn Elk mens heeft het nodig om kansen te zien en te ervaren. Dat noemen we perspectief. Je kunt voor jezelf zorgen en voor je basisbehoeften, je kunt jezelf ontplooien en zin geven aan je leven. Dit gebeurt doordat je ontdekt en leert wie je bent, met andere mensen leert omgaan en leert bij te dragen aan de samenleving. Perspectief hebben gaat ook over de toekomst, dat je kunt rekenen op werk, een woning en een volwaardige plek in de samenleving. Dit gaat nu nog niet goed. Daarom vragen we concrete acties in alle domeinen. Jongeren zelf zijn het belangrijkst in deze groep. Op verschillende plekken en met verschillende methoden voeren we regelmatig gesprekken met jongeren. Over wat zij belangrijk vinden, hoe zij dat in de praktijk kunnen brengen en hoe wij ze kunnen ondersteunen. Daarom werken wij de komende jaren aan de volgende opbrengsten: 1. Samenbrengen van en integraal werken tussen domeinen 2. Jongeren dragen actief bij aan nieuwe integrale aanpak

Actielijnen - wat gaan we nu doen? Ontwikkelen werkwijze actieve rol voor jongeren Anders denken: jongeren hebben een hoopvol en kansrijk perspectief. • We kiezen er bewust voor om deze werkgroep aan te sturen vanuit het domein Kansen voor de jeugd. We zien jongeren vaak als een probleem, risico of als mensen die hulp nodig hebben. Dit blijkt uit woorden die we vaak gebruiken, zoals ‘preventie en ‘doelgroep’. Maar wat als we andere woorden gebruiken, anders denken? Dat noemen we narratief. Wat als we denken vanuit kansen, wat jongeren kunnen en hoe hun talenten van betekenis zijn? Kort gezegd, niet voorkomen van, maar werken aan. • Daarvoor beginnen we bij de jongeren zelf. We willen weten wat zij willen, wat ze nodig hebben van ons en van elkaar, en we vragen ze een actieve rol te spelen. Als ze daar hulp bij nodig hebben, bieden we die. De lessen die we leren in acties voor de andere leeftijdsfasen, zijn hierbij bruikbaar.

62 •

We ontwikkelen werkwijzen om jongeren een actieve rol te geven in het verbeteren van onze aanpakken. Of het nu gaat om het vinden van een woning, een baan, of het ontwikkelen van je talent. We vragen jongeren niet alleen om mee te denken, maar om onderdeel te worden van de aanpak. We vragen mensen die actief zijn in het domein Eigenaarschap, inclusie & democratie, om ons hierbij te ondersteunen.

Actieonderzoek verbeteren jongeren perspectief We doen actieonderzoek om het perspectief voor jongeren te verbeteren. • Een groep met mensen uit alle domeinen onderzoekt wat nodig is om het perspectief van jongeren beter te maken, nu en in de toekomst. Ze zetten centraal wat jongeren wél kunnen en wat zij aan talent in huis hebben, in plaats van de jongeren als een risico of probleem te zien. Ze zorgen ervoor dat in alle domeinen ook zo over jongeren gedacht en gesproken wordt, en dat onze acties erop gebaseerd zijn. • Wat we leren over wat jongeren nodig hebben om hun talenten te ontwikkelen, daar zorgen we voor. Met behulp van wat ontwikkeld wordt in de werkgroep ‘pedagogische infrastructuur’. Want ook voor de jongeren van 10-23+ bouwen we een betekenisvol activiteitenaanbod van twaalf uur per dag. Ontwikkeling domein overstijgend netwerk We ontwikkelen het domein overstijgend netwerk. Binnen de verschillende domeinen van Samen Nieuw-West werken we aan opgaven die óók jongeren raken. Sterker, in veel gevallen is een actielijn specifiek gericht op jongeren. Te denken valt aan de toeleiding naar de woning- en arbeidsmarkt. Regelmatig brengen we mensen die aan deze opgaven werken in een netwerk bij elkaar, om uit te wisselen en met en van elkaar te leren. Hierdoor ontstaan ook nieuwe initiatieven om binnen de verschillende domeinen uit te werken.

Ongelijk investeren voor gelijke kansen

Opbrengsten op middellange termijn Jongeren in Nieuw-West hebben er extra last van dat er te weinig personeel is in verschillende sectoren. Vooral op plekken waar gewerkt wordt aan het perspectief van jongeren, zoals in het onderwijs, de kinderopvang, het jongerenwerk en de jeugdzorg, zijn veel te weinig mensen. Dit vraagt ongelijke investeringen van iedereen. De gevolgen van te weinig personeel mogen niet neerslaan op de jeugd. We zoeken uit hoe het zit in Nieuw-West en nemen maatregelen. We doen wat nodig is, zodat de jeugd niet in het nauw komt. Daarmee werken we de komende jaren aan het verbeteren van gelijke kansen voor de jeugd.

Actielijnen – wat gaan we nu doen? Dit kan je zien als het op orde brengen van de basis. Juist voor onze jeugd in Nieuw-West, draait alles om het verschil dat we kunnen maken als die basis op z’n best is. Alle partners werken daarom ook aan een aantal aanvullende actielijnen. Voorbeelden hiervan zijn: • Aanpak personeelstekort - We pakken personeelstekorten aan • Alliantie voor het perspectief van jongeren - We zetten een alliantie op van organisaties die werken aan perspectief voor jongeren die extra ondersteuning nodig hebben • Uitbreiding jongerenwerk op scholen - We breiden het jongerenwerk op scholen uit • Uitbreiding voor- en naschoolse activiteitenaanbod - We breiden het voor- en naschools activiteitenaanbod uit • Integrale samenwerking Buurtteams en Ouder en Kind Teams - Buurtteams en Ouder en Kind Teams gaan integraal samenwerken aan een samenhangende ondersteuningsstructuur Waar het echt om gaat, dat zie je later wel.

- Henny Vrienten, Het gaat niet over

63 Financiën De looptijd van Nationaal Programma Samen Nieuw-West bedraagt op zijn minst twintig jaar. Omdat de benodigde middelen verschillen in herkomst en fasering, en we bovendien een iteratief strategisch lerend en onderzoekend proces aangaan, wordt de benodigde dekking de komende periode meer concreet vormgegeven. Hieronder volgt een overzicht van de huidige stand van zaken. Jaarlijks wordt de begroting door het bestuur vastgelegd. De financiën van het Nationaal Programma Samen Nieuw-West bestaan uit de middelen die de alliantiepartners gezamenlijk beschikbaar stellen. Net als de gemeente hebben de alliantiepartners via ondertekening van het convenant ‘Wij zijn Samen Nieuw-West’ aangegeven naar draagkracht bij te dragen. De uitvoering van acties en afspraken ligt veelal bij (samenwerkende) alliantiepartners. Bij welke alliantiepartner is afhankelijk van context, vorm en inhoud. Door de samenwerking binnen de alliantie bereiken we met de gezamenlijke inzet meer dan de som der delen. Voor deze samenwerking is het nodig om over de grenzen van de eigen organisatie te kijken. Vertrouwen in en een open houding naar elkaar zijn voorwaarden om in een alliantie te werken aan maatschappelijke opgaven of vraagstukken.

Per opgave zijn de vragen steeds: welke partners zijn (nu al) betrokken?; welke middelen zetten zij hiervoor in; zijn dat bestaande middelen of worden nieuwe middelen vrijgemaakt; aan welke doelen wordt gezamenlijk gewerkt; hoe is het werk georganiseerd als het vraagstuk vanuit één budget wordt aangepakt; als dat anders is, wat betekent dat voor de te maken keuzes? Per opgave wordt steeds een open vraag gesteld of deze opgave binnen of over de grenzen, randen en kaders van het eigen niveau, organisatie of bestuurslaag heen moet worden aangepakt. De verwachting is dat we in eerste instantie meer moeten investeren in Nieuw-West. Tegelijkertijd is het aannemelijk dat met het vergroten van de kansen van de bewoners de alliantiepartners op termijn ook financiële voordelen hebben. Denk aan meer mensen aan het werk, betere schoolprestaties, minder hulp- en zorgvragen en hogere woningwaarden. Vanuit het voorzichtigheidsprincipe is het onverstandig om daar nu al een financieel voorschot op te nemen. Ook omdat we naar verwachting meer zicht krijgen op de problematieken in de gebieden. De komende periode werken we aan financiële samenwerkingsafspraken binnen de alliantie om financiële prikkels af te spreken waarbij toekomstige besparingen (deels) kunnen worden ingezet binnen het gebied. Hiermee ontstaat een financieel arrangement dat samenwerking stimuleert.

Besluitvorming over middelen Over de inzet van de beschikbare middelen wordt gezamenlijk besloten. Gedurende het proces wordt dat gedaan door over voorstellen vanuit de opgavedomeinen in het alliantiebestuur (AB) te besluiten. In de praktijk komt het waarschijnlijk voor dat het uitvoeringsprogramma, dan wel een autonoom voorstel, deels een beroep doet op specifieke programmamiddelen en deels op de inzet van reguliere middelen van één of meer alliantiepartners. We zorgen ervoor dat we hier heldere afspraken over maken die we goed vastleggen. Hierbinnen bewaken we de gezamenlijke proportionaliteit van onze afzonderlijke en gezamenlijke inzet. De waarden, opgaven en de bedoeling, dienen hierbij altijd als uitgangspunt – en dus niet de afzonderlijke organisatie belangen. Wat wij in dit uitvoeringsprogramma afspreken, is de richtlijn voor alles wat we doen in Nieuw-West. Gemeentelijke bijdrage Met het coalitieakkoord wordt onderkend dat het scheppen van gelijke kansen voor alle bewoners in Nieuw-West ongelijk investeren vergt. Hiervoor worden specifieke en reguliere programmamiddelen beschikbaar gesteld; • Vliegwielmiddelen; doordat leren en ontdekken veelal voorafgaan aan verandering worden autonome programmamiddelen beschikbaar gesteld om onder meer te experimenteren, voor innovatieve projecten en leerprocessen. Dit om grotere structurele bewegingen aan te zwengelen.

De middelen zijn van tijdelijke aard, dienen als katalysator en worden na een

64

•

(on)succesvolle doorbraak voor nieuwe doeleinden ingezet. Voor de huidige collegeperiode is 60 miljoen gereserveerd voor de drie integrale aanpakken in Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Een verdeling tussen deze gebieden volgt nog. Reguliere geldstroom her(in)richten. Het uiteindelijke doel van vliegwielmiddelen is om gedurende de looptijd van het Nationaal Programma doorbraken te realiseren op de waarden en opgaven die we zijn overeengekomen. Deze successen vormen het startpunt om fundamentele en structurele koerswijziging van de reguliere operatie (zowel financiële middelen als capaciteit) tot stand te brengen.

Rijksmiddelen en subsidies Met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid investeren verschillende ministeries gezamenlijk om de stapeling van problemen aan te pakken. Bovendien gaat het Rijk samen met de allianties na of anders prioriteren/anders richten van overige relevante rijksmiddelen, op basis van de gezamenlijk gestelde doelen, aan de orde is. Inmiddels zijn bij verschillende departementen verschillende deelbudgetten gereserveerd. Het Rijk spant zich in om deze budgetten verder beschikbaar te stellen. Met een werkgroep vanuit de gemeente wordt de samenwerking met het Rijk verder doorontwikkeld om potentiële middelen efficiënt en integraal beschikbaar te stellen. Aanvragen van deze middelen, worden altijd in opdracht en onder regie van het alliantiebestuur gedaan. Overige bijdragen De alliantiepartners dragen in formatie en met (reguliere) middelen bij aan het programma. Omdat op dit moment nog niet duidelijk is wat alliantiepartners bijdragen, staat de vraag uit om inzichtelijk te maken waarin zij formatief en financieel kunnen bijdragen de komende jaren. Programmaorganisatie De samenwerking tussen de partijen krijgt vorm binnen een alliantie. De onafhankelijke programmaorganisatie helpt de alliantie(partners) daarbij.

De programmaorganisatie is een slagvaardig en wendbaar team dat disciplineert in behoud van focus, ‘over de domeinen’ heen werkt en de juiste dwarsverbanden legt binnen en tussen deelnemende organisaties. De programmaorganisatie werkt de doelen en ambities uit het uitvoeringsprogramma uit in concrete actielijnen en zorgt ervoor dat deze tot uitvoering komen. Ook heeft de programmaorganisatie een centrale rol in de monitoring van het programma en agendeert/signaleert knelpunten. De uitvoering van acties en afspraken ligt veelal bij (samenwerkende) alliantiepartners. Bij welke is afhankelijk van context, vorm en inhoud. In uitzonderlijke gevallen kan die rol ook bij de programmaorganisatie liggen. Op dit moment wordt de programma-organisatie gefinancierd door de gemeente en het Rijk9. Om ook in financiële zin te onderschrijven dat de programmaorganisatie een onafhankelijke rol heeft in het netwerk is het streven dat alle alliantiepartners op termijn naar draagkracht en vermogen daaraan bijdragen. Subsidieaanvragen Europese Subsidies: • Kansen voor de jeugd; Europese subsidie voor het inrichten van netwerken € 150.000 in 2023 en 2024. Co-financiering: • Voor het veiligheidsdomein heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid onder de noemer Preventie Met Gezag (PMG) geld beschikbaar gesteld voor de komende tien jaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13657747/1