CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

- 23 Ruimtelijke Ordening (30) 8. Nota van beantwoording zienswijzen bestem

RAAD 22 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Havenstraatterrein VN2021-02947737.790 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ’Havenstraatterrein’

24 september 2021

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’

Inhoudsopgave

1.

Inleiding

3

2.

Samenvatting en beantwoording zienswijzen

4

Adressant 1 Adressant 2 Adressant 3 Adressant 4 Adressant 5 Adressant 6 Adressant 7 Adressant 8 Adressant 9 Adressant 10 Adressant 11 Adressant 12 Adressant 13 Adressant 14 Adressant 15 Adressant 16 Adressant 17 Adressant 18 Adressant 19 Adressant 20 Adressant 21 Adressant 22 Adressant 23 Adressant 24 Adressant 25 Adressant 26 Adressant 27 Adressant 28 Adressant 29

4 6 8 9 13 14 15 16 20 22 23 34 39 41 43 46 49 56 59 61 62 68 75 78 81 89 93 94 95

2

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’

1.

Inleiding

Het ontwerpbestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ met bijbehorende stukken heeft in het kader van de terinzagelegging van 15 september 2015 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Hiertoe heeft op 14 september 2015 een publicatie plaatsgevonden in de digitale Staatscourant en op de website van de gemeente Amsterdam. Gedurende de periode van terinzagelegging is eenieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen bij de gemeenteraad van Amsterdam. In totaal zijn 29 zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn tijdig ingediend en kunnen in beschouwing worden genomen. In voorliggende nota worden de zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan na een korte samenvatting inhoudelijk beantwoord. De volgorde van de zienswijzen en beantwoording daarvan in deze nota is gebaseerd op de volgorde van ontvangst. Gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ heeft het ontwerpbesluit tot vaststelling hogere waarden Wet geluidhinder ter inzage gelegen. De zienswijzen over het ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder zijn in een separate nota samengevat en beantwoord. Het college van burgemeester en wethouders stelt het besluit hogere waarden Wet geluidhinder vast, vooruitlopend op de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ door de gemeenteraad.

Voorliggende nota maakt onderdeel uit van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan.

3

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’

2.

Samenvatting en beantwoording zienswijzen

Adressant 1 1.1

Adressant is van mening dat de aanleg van een brug en fietspad via de Rheastraat tot gevolg heeft dat het mooie, bestaande groenperk aan het einde van de Rheastraat wordt doorkruist door een fietspad c.q. helemaal verdwijnt. Hiermee wordt het stedenbouwkundig principe dat alle straten in het Olympisch Kwartier eindigen op de Stadiongracht/Afroditekade met een perkje worden afgesloten, doorbroken. Adressant stelt dat de brug geen enkele stedenbouwkundige meerwaarde heeft. Antwoord: De nieuwe brug over de Stadiongracht maakt een verbinding tussen het Havenstraatterrein en Olympisch Kwartier Noord. De meerwaarde vanuit stedenbouwkundig oogpunt is dat een fijnmazig fietsnetwerk ontstaat. Het is echter geenszins de bedoeling om met de aanleg van de brug voor langzaam verkeer over de Stadiongracht het stedenbouwkundig principe van Olympisch Kwartier geweld aan te doen. Uitgangspunt is dan ook dat de afsluiting door middel van een perkje op de kop van de Rheastraat wordt gehandhaafd. In plaats van doortrekking in de Rheastraat wordt de langzaam verkeer verbinding aangesloten op het bestaande fietspad van de Afroditekade. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen, met dien verstande dat op de verbeelding de bestemmingsplangrens wordt teruggelegd tot het bestaande fietspad van de Afroditekade.

Ook is paragraaf 6.3.2 van de plantoelichting over de verkeerssituatie in het plangebied dienovereenkomstig aangepast.

1.2

Adressant stelt dat de aanleg van een fietsbrug en fietspad leidt tot extra fietsverkeer en ongetwijfeld ook sluipverkeer van snorfietsen/scooters/motoren vanaf Hoofddorpplein/ Zeilstraat via de brug door de Rheastraat en daarmee tot geluidsoverlast, met name voor de omwonenden op de kop van Rheastraat/Afroditekade. Antwoord: De afsluiting op de kop van de Rheastraat blijft gehandhaafd, zodat er geen sprake is van een doorgaande verbinding voor langzaam verkeer vanuit de richting van het Havenstraatterrein. Overigens geldt ten aanzien van brommers en scooters dat deze niet meer zijn toegestaan op fietspaden binnen de ring, waarmee eventuele geluidsoverlast vanwege de langzaam verkeer verbinding niet meer aan de orde is. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

1.3

Adressant is van mening dat een van de aantrekkelijke punten van het Olympisch Kwartier de beslotenheid en rust in de wijk is door de afsluiting van de straten eindigend op de Stadiongracht voor doorgaand verkeer.

4

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 1.1. Conclusie: Voor de conclusie wordt verwezen naar de conclusie onder 1.1. 1.4

Adressant geeft aan dat het aan te leggen fietspad na de Afroditekade vrijwel direct de inen uitritten kruist van twee ondergrondse parkeergarages vanuit de blokken aan weerszijden van de Rheastraat en dat dit zal leiden tot gevaarlijke situaties wanneer auto’s in en uit de garages rijden. Daarbij geeft adressant aan dat fietsers vaak niet bij de les zijn c.q. niet op de hoogte zijn van de in- en uitgangen van de parkeergarages en dat dit ook geldt voor de automobilisten die de garage in- en uitkomen omdat zij ter plekke geen kruisend verkeer verwachten en fietsers in de avonduren vaak geen licht voeren. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 1.1. Conclusie: Voor de conclusie wordt verwezen naar de conclusie onder 1.1.

1.5

Adressant stelt dat de aanleg van een nieuwe brug en fietspad overbodig is aangezien aan weerszijden van de geplande brug op geringe afstand (circa 150-300 meter) reeds twee bruggen over de Stadiongracht aanwezig zijn: op de Amstelveenseweg en in het verlengde van de Laan der Hesperiden. Adressant vindt dat de geplande brug daarom voor fietsers en voetgangers niet of nauwelijks tijdswinst oplevert, maar dat de aanleg wel tot overbodige extra investeringskosten voor het nieuwe plangebied leidt. Antwoord: De afstand van de nieuwe brug tot aan de oversteek bij de Amstelveenseweg is ruim 220 meter en de afstand tot de brug in het verlengde van de Laan der Hesperiden is ruim 295 meter. De nieuwe brug levert dan ook een bijdrage aan de bereikbaarheid en ontsluiting voor de bewoners en gebruikers van zowel het Havenstraatterrein als het omliggende gedeelte van de stad, zoals het Olympisch Kwartier Noord. Kinderen uit Olympisch Kwartier kunnen bijvoorbeeld van de brug gebruik maken om naar de basisschool op het Havenstraatterrein te komen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

1.6

Adressant is van mening dat de aanleg van een brug/fietspad een zinloze, kostbare investering is die voor langzaam verkeer geen substantiële tijdswinst oplevert en geen enkele stedenbouwkundige meerwaarde heeft, maar wel leidt tot gevaarlijke verkeerssituaties en geluidsoverlast voor de omwonenden, met name op de hoek Rheastraat/Afroditekade.

5

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 1.5. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Adressant 2 2.1

Adressant geeft aan dat zijn betrokkenheid bij het plangebied eruit bestaat dat hij huurder is van een stuk grond en door het Projectmanagement Bureau de mogelijkheid is geboden in de toekomst zijn bedrijf in een iets andere vorm in de nieuwe situatie voort te zetten. Antwoord: Het is niet juist dat aan adressant concreet de mogelijkheid is geboden in de toekomst zijn bedrijf in een iets andere vorm in de nieuwe situatie voort te zetten. Voor alle huurders geldt dat in het kader van de ontwikkeling van het plangebied de bestaande grondhuurcontracten gefaseerd worden opgezegd. Indien bedrijven dat willen worden zij door de gemeente ondersteund bij het vinden van een nieuwe locatie. Bedrijven die passen binnen de beoogde bestemming kunnen mogelijk een ruimte in een van de bouwblokken huren. De gemeente gaat echter niet over de toewijzing van bedrijfsruimtes in het plangebied. Over de invulling van de nieuwe bedrijfsruimtes wordt beslist door de toekomstige eigenaren. Wel kan de gemeente bij die eigenaren een aanbeveling doen als dat bedrijf binnen de bestemming past. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

2.2

Adressant stelt dat de inspraak voor dit ontwerpbestemmingsplan volledig is mislukt, doordat het Projectmanagement Bureau zich geen rekenschap heeft gegeven van de hogere milieubelasting. Antwoord: In het kader van het bestemmingsplan is uitgebreid onderzoek gedaan naar milieubelasting. Uit deze onderzoeken blijkt dat de milieubelasting de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg staat. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 7 van de plantoelichting. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

2.3

Adressant vindt de plannen voor het gebied met hoogbouw niet passen, waarbij wordt aangegeven dat dit een aanvliegroute van Schiphol is bij bepaalde weersomstandigheden. Adressant meldt dat gebouwen in de omgeving tot circa 42 meter hoog zijn en dat hier tot 46 meter hoog wordt gebouwd.

6

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Antwoord: In het ontwerpbestemmingsplan was nog voorzien in een twee hoogteaccenten van maximaal 35 en 38 meter. Het bestemmingsplan is aangepast en maakt geen hoogteaccenten meer mogelijk. De maximale bouwhoogte is teruggebracht naar 24 meter. Op basis van de algemene afwijkingsregels is het mogelijk om ten behoeve van ondergeschikte bouwdelen zoals schoorstenen, ventilatie-inrichtingen en antennes met 3 meter af te wijken van de maximale bouwhoogte. Daarmee is maximaal een bouwhoogte van 27 meter mogelijk. Op grond van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) Schiphol gelden hoogtebeperkingen voor een gebied rondom de luchthaven. In de gebiedsdelen waar hoogtebeperkingen gelden mogen op basis van artikel 2.2.2 van het LIB geen objecten worden opgericht of geplaatst die hoger zijn dan de in bijlage 4 bij het besluit aangegeven maximale hoogte. Per 1 juli 2015 is het LIB gewijzigd. Een belangrijke reden om het LIB op dit punt te wijzigen heeft te maken met het borgen van de vliegveiligheid. Het plangebied valt binnen de beperkingenzone waarin hoogtebeperkingen zijn vastgelegd. De maximum bouwhoogte gerelateerd aan NAP ter plaatse) volgens het LIB bedraagt ter plaatse 46 meter in het noordoostelijke deel van het plangebied. De maximum bouwhoogte loopt in westelijke richting af naar 44 meter.

Gelet op de in dit plan mogelijk gemaakte maximale bouwhoogte, is dit bestemmingsplan in overeenstemming met het LIB. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de maximale bouwhoogte. 2.4

Adressant geeft aan dat de verkeerssituatie rondom Haarlemmermeercircuit dramatisch is en dat dit eerst opgelost moet worden voordat het bestemmingsplan kan worden aangenomen. Daarbij wordt gemeld dat de geplande lagere school, waar de meeste ouders de kinderen met de auto naar school brengen, dit zal verergeren. Adressant vindt dat het vertrouwen dat stadsdeel Zuid dit goed gaat doen door de voorgeschiedenis niet meer aanwezig is. Antwoord: Het verbeteren van de doorstroming, met name ter plaatse van het Haarlemmermeercircuit, is van belang voor het garanderen van de verkeersafwikkeling van het Havenstraatterrein. Het vele fietsverkeer, dat voorrang heeft op het autoverkeer, is een belangrijke oorzaak van de beperkte doorstroming op het Haarlemmermeercircuit. Het fietspad, en daarmee de afslagen naar een van de aanliggende wegen, ligt dicht tegen het autoverkeer aan. Om de doorstroming op de Amstelveenseweg voor auto, openbaar vervoer en fiets te verbeteren heeft de gemeente een definitief ontwerp voor de reconstructie van de Amstelveenseweg vastgesteld. De reconstructie heeft betrekking op het tracé tussen de Zeilstraat (exclusief het kruispunt) en het Stadionplein (exclusief het kruispunt). De werkzaamheden ter plaatse van Haarlemmermeercircuit zijn uitgevoerd.

Het autoverkeer, het openbaar vervoer en het fietsverkeer op de Amstelveenseweg in noordzuid en zuid-noord richting hebben voorrang op de aantakkende zijwegen, maar ook op het fietsverkeer op het Haarlemmermeercircuit. Verder zijn vrijliggende fietspaden aangelegd en zijn de fietspaden op het circuit verder naar buiten gelegd ten opzichte van de rijbanen. Het busstation is verplaatst naar het midden nabij de tramhalten. Daarmee is de overstap op de

7

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ tram verbeterd, maar is ook het doorkruisen van de grote doorgaande stroom autoverkeer verdwenen. In het kader van het bestemmingsplan Havenstraatterrein is onderzoek gedaan naar de verkeerssituatie. Daarbij is uitgegaan van de verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling van het Havenstraatterrein en ook als gevolg van de vestiging van de British School of Amsterdam in het voormalige huis van bewaring aan de Havenstraat. De verwachting is dat als gevolg van de gewijzigde (lagere) parkeernormering de werkelijke verkeersgeneratie als gevolg van de planontwikkeling lager zal zijn. Bovendien is het plangebied bovengemiddeld ontsloten via openbaar vervoer, wat een positief effect heeft op het mogelijke gebruik. Conclusie is dan ook dat in het onderzoek is uitgegaan van een ‘worst case’ situatie. Uit verkeersonderzoek blijkt dat door de reconstructie van de Amstelveenseweg de doorstroming in noord-zuidrichting en vice versa aanmerkelijk verbetert voor het autoverkeer. Daardoor kan het verkeer van en naar het Havenstraatterrein goed worden afgewikkeld en zijn de verkeerseffecten op de bestaande wegenstructuur beperkt. Ook de Havenstraat kan de hogere intensiteiten goed verwerken. In de praktijk zal dit zich verdelen over de Verlengde Havenstraat en de Karperweg.

Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel is hoofdstuk 6 van de plantoelichting aangepast op basis van het geactualiseerde verkeersonderzoek. Adressant 3 3.1

Adressant geeft aan vanaf 1984 in het zuidelijke randje te wonen en te werken. Adressant geeft aan dat deze locatie essentieel is voor het verkrijgen van inkomen en wonen en volstrekt legale bed & breakfast en dat de belastingdienst van alles weet. Antwoord: Het vigerende bestemmingsplan Schinkeleilanden 2001 bepaalt voor de gronden die bij adressant in gebruik zijn, dat deze mogen worden gebruikt ten behoeve van ‘Groen en recreatie I’. Het gebruik van deze gronden als woonbestemming, waarin een bed & breakfast wordt gevoerd, was ook al met deze bestemming in strijd. Dat adressant de loods als woning is gaan gebruiken maakt niet dat daarmee een woonbestemming is gerealiseerd. Voorafgaand aan het bestemmingsplan Schinkeleilanden 2001, gold ter plaatse de 2e herziening van het AUP uit 1953 en was op grond van de Gebruiksverordening van Amsterdam ter plaatse uitsluitend het gebruik ten behoeve van de recreatie toegelaten. Naast de gewenste stedenbouwkundige ontwikkeling van het Havenstraatterrein vormt een belangrijk uitgangspunt van het plan om de hoofdgroenstructuur te versterken. Dit gebeurt door het zuidelijk deel van het plangebied als hoogwaardige groene inrichting te geven. Het realiseren van een woonbestemming in deze groenstrook, sluit niet aan bij de beoogde ontwikkeling van het gebied.

Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 8

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’

3.2

Adressant meldt dat de betreffende grond niet nodig is voor bebouwing, maar dat het gras wordt in het plan. Adressant verzoekt om het plan aan te passen en zijn situatie en belang te respecteren. Antwoord: Het bouwen in stedelijke dichtheid vraagt om een kwalitatief goede openbare ruimte. Om de nieuwe bouwblokken te kunnen realiseren is het noodzakelijk dat de huidige loodsen verdwijnen. Ook voor het realiseren van de bij deze dichtheden behorende openbare ruimte en het verbeteren van de aansluiting op Park Schinkeleilanden en de aansluiting van het groen op het beoogde buurtplein moeten een aantal loodsen verdwijnen. Bovendien draagt deze groene openbare ruimte bij aan een regenbestendige inrichting, waarbij wordt voorzien in voldoende capaciteit voor opvang van regenwater. Adressant heeft bovendien altijd rekening moeten houden met bedrijfsbeëindiging omdat sprake is van vestiging op grond van een grondhuurcontract voor bepaalde tijd. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

3.3

Adressant vindt dat de planmakers, de ambtenaren die zich bezighouden met dit dossier geen kennis van dit gebied hebben en weigeren om zich er voldoende in te verdiepen. Antwoord: De gemeente deelt deze mening niet. Deze mening wordt voor kennisgeving aangenomen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geen geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Adressant 4 4.1

Adressant geeft aan dat het bestemmingsplan een goede en gedegen indruk maakt en is positief over de wijze waarop de ligging van het plangebied in een groter verband beschrijft. Antwoord: Dit onderdeel van de zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

4.2

Adressant stelt dat de opmerking op pagina 81 van de plantoelichting dat het Regionaal Verkeer en Vervoer Plan geen directe werking heeft op het plangebied onjuist is. Adressant geeft aan dat de Amstelveenseweg, het Haarlemmermeercircuit en het busstation Haarlemmermeerstation, die alle deels binnen het plangebied vallen, onderdeel zijn van het regionale vervoernetwerk (Investeringsagenda OV) en dat de fietsroute tussen het Haarlemmermeercircuit en het Amsterdamse Bos langs het tracé van de museumtramlijn onderdeel is van het regionale fietsnetwerk (Investeringsagenda Fiets). 9

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’

Antwoord: De opmerking van adressant is gegrond. Paragraaf 6.2.1 van de plantoelichting is op dit onderdeel aangepast. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan. Wel is naar aanleiding van dit onderdeel van de zienswijze paragraaf 6.2.1 van de plantoelichting aangepast. 4.3

Adressant geeft aan dat in de plantoelichting wordt voorgesteld om diverse nieuwe functies te bestemmen op de huidige locatie van het busplatform aan de voorzijde van het Haarlemmermeerstation. Antwoord: Het busstation aan de voorzijde van de Amstelveenseweg is in het kader van de reconstructie Amstelveenseweg verplaatst naar het middengedeelte van de Amstelveenseweg, ter hoogte van de tramhalte. Van een herbestemming van de voormalige locatie van het busstation en een toevoeging van nieuwe functies is echter geen sprake. Een gedeelte van het busstation aan de voorzijde van het Haarlemmerstation valt binnen het bestemmingsplangebied Havenstraatterrein. Het grootste deel van het busstation maakt deel uit van het bestemmingsplan Stadion- en Beethovenbuurt 2012. In beide bestemmingsplannen is voor het busstation een verkeersbestemming met vergelijkbare bestemmingsomschrijving opgenomen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

4.4

Adressant geeft aan dat in paragraaf 7.4.4 wordt aangegeven dat wordt verwacht dat het aantal halterende (regio)bussen op het busplatform de komende jaren sterk zal verminderen en dat dit kansen zou bieden om het busplatform in compactere vorm te verplaatsen richting de tramhaltes op de Amstelveenseweg zodat op de huidige locatie van het busplatform meer verblijfsruimte kan worden gecreëerd. Antwoord: De gemeente deelt deze constatering. In het kader van de reconstructie van de Amstelveenseweg is besloten dat het huidige busstation wordt verplaatst naar het middengedeelte van de Amstelveenseweg en dientengevolge meer verblijfsruimte ontstaat op de locatie van het huidige busstation aan de voorzijde van het Haarlemmermeerstation. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

4.5

Adressant meldt dat op de spelregelkaarten op pagina 19 en 20 van de plantoelichting een verplaatsing van de sporen van de museumtramlijn wordt weergegeven, met een keerspoor rondom het Haarlemmermeerstation over de huidige locatie van het busplatform.

10

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Antwoord: Het bestemmingsplan voorziet in inpassing van de historische tramspoorlijn. De keerlus wordt niet gerealiseerd rondom het Haarlemmermeerstation maar in het plantsoen rondom de naastgelegen villa. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 4.6

Adressant geeft aan dat de beoogde nieuwe functies op de huidige locatie van het busplatform afhankelijk zijn van de datum van opening van de Noord/Zuidlijn en tevens van de bouwplannen op de Zuidas. Adressant meldt dat de datum van opening van de Noord/Zuidlijn niet geheel zeker is en zodoende ook de bijbehorende fasering van de vermindering van het aantal halterende (regio)buslijnen in en rond het plangebied. In dat kader geeft adressant aan dat de verwachting is dat de bouwplannen op de Zuidas voor langere duur extra eindpunthaltes en buffercapaciteit op het busplatform van het Haarlemmermeerstation zullen benodigen. Adressant verzoekt om deze afhankelijkheden en onzekerheden te benoemen in de plantoelichting en in de fasering van de uitvoering van de plannen rekening te houden met deze afhankelijkheden en onzekerheden. Antwoord: Het project Amstelveenseweg valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. Zoals aangegeven in de beantwoording onder 4.3 en 4.5 voorziet het bestemmingsplan niet in nieuwe functies op de locatie van het huidige busstation. In het kader van het project Amstelveenseweg is het faseringsplan vastgesteld dat de basis heeft gevormd voor het uitvoeringsplan. In het faseringsplan is rekening gehouden met de bufferfunctie voor bussen tijdens de werkzaamheden op de Zuidas en de ontwikkeling van het Havenstraatterrein.

Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel is naar aanleiding van dit onderdeel van de zienswijze paragraaf 6.4.4 van de plantoelichting dienovereenkomstig aangevuld.

4.7

Adressant geeft aan dat de fietsroute tussen het Haarlemmermeercircuit en het Amsterdamse Bos langs het tracé van de museumtramlijn een belangrijke schakel is in het regionale fietsnetwerk en dat deze route op dit moment nog ingericht is als tijdelijke situatie met geïmproviseerde fietsstroken over de klinkers en tramsporen. Antwoord: De gemeente onderkent dat de huidige inrichting van de fietsroute tussen het Haarlemmermeercircuit en het Amsterdamse Bos ter hoogte van het plangebied Havenstraatterrein niet optimaal is. In het kader van de ontwikkeling van het plangebied wordt daarom ook voorzien in een optimalisering van deze fietsroute door de inrichting van de openbare ruimte daarop af te stemmen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

11

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ 4.8

Adressant meldt dat zij met de gemeente een verkenning ‘Sportas’ uitvoert naar een hoogwaardige inrichting van deze route voor zowel fietsers, voetgangers als sporters en dat deze ambitie is opgenomen in de vastgestelde Investeringsagenda Fiets. Deze route staat ook genoemd in de Uitvoeringsagenda Mobiliteit en het Meerjarenprogramma Fiets. Adressant verzoekt om de verkenning ‘Sportas’ en de Investeringsagenda Fiets op te nemen in de plantoelichting. Antwoord: De opmerking van adressant is gegrond. De verkenning ‘Sportas’ en de Investeringsagenda Fiets worden toegevoegd aan de plantoelichting. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel zijn naar aanleiding van dit onderdeel van de zienswijze de paragrafen 4.9.2 en 6.2.9 van de plantoelichting geactualiseerd.

4.9

Adressant ziet graag terugkomen dat in de plantoelichting wordt opgenomen (en bij de inrichting rekening wordt gehouden) met de inpassing van een hoogwaardige (snel)fietsroute met vrijliggende fietspaden van tenminste 3,5 meter breed en uitgevoerd in rood asfalt. Adressant geeft aan dat zij tot 70 procent van de kosten van de opwaardering van de fietsroute kan financieren. Antwoord: De openbare ruimte van het plangebied Havenstraatterrein wordt ingericht volgens de principes van een 30 km/u gebied. Dit betekent dat er geen vrijliggende fietspaden worden gerealiseerd. In het profiel ligt een ruimtebeslag voor rijbaan voor autoverkeer (waaronder parkeren voor bezoekers), trottoir voor voetgangers, bomen en ondergrondse afvalcontainers. Voor twee vrijliggende fietspaden van 3,5 meter is geen ruimte beschikbaar. Om ervoor te zorgen dat toch zoveel mogelijk fietsers van de verlengde Havenstraat gebruik gaan maken, wordt de fietsroute van Schinkeleilanden via de verlengde Havenstraat naar de Havenstraat geoptimaliseerd. Volledigheidshalve wordt gemeld dat op termijn mogelijk de fietsroute van Amsterdamse Bos richting Vondelpark wordt verlegd langs de Schinkel en de GVB tramremise. In dat geval ligt de doorgaande fietsroute niet meer in het plangebied Havenstraatterrein.

In het kader van de financieringsmogelijkheden van de beoogde fietsroute door het plangebied zal afstemming worden gezocht met de Vervoerregio. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

4.10 Adressant meldt dat zij in het kader van de inspraakprocedure voor de Nota van uitgangspunten Amstelveenseweg, die parallel loopt aan de terinzagelegging van bestemmingsplan Havenstraatterrein, een reactie heeft gegeven. Antwoord: Het is bekend dat adressant in het kader van de inspraak met betrekking tot de Nota van uitgangspunten Amstelveenseweg een reactie heeft ingediend. Dit wordt voor kennisgeving aangenomen. Inmiddels is de uitvoering van de reconstructie van de Amstelveenseweg afgerond. 12

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’

Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Adressant 5 5.1

Adressant is van mening dat niet duidelijk is wat er aan bedrijfsruimte terugkomt en wie daar gebruik van kan maken. Adressant geeft aan dat met 650.000 werklozen in Nederland bedrijfsterreinen als deze enorm van belang zijn. Antwoord: Sinds de vaststelling van de strategienota in 2010 is al bekend dat de gemeente inzet op ontwikkeling van het Havenstraatterrein. Ook in de Structuurvisie Amsterdam 2040 was het Havenstraatterrein aangewezen als gemengd woon-werkgebied, hetgeen in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is voortgezet. Het bestemmingsplan biedt in de plinten van de beoogde bouwblokken ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid (maximaal 300 m2 per vestiging) tot een totaal maximum van 5.000 m2. Voorwaarde is wel dat deze bedrijvigheid mengbaar is met woningbouw: maximaal milieucategorie 2, waarbij milieucategorie 3.1 onder voorwaarden mogelijk is. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

5.2

Adressant stelt dat er steeds zonder enige inspraak en bekendmaking veranderingen in het plan worden gemaakt. Antwoord: De gemeente deelt de mening van adressant niet. In het kader van het concept Investeringsbesluit en het voorontwerpbestemmingsplan Havenstraatterrein heeft uitgebreid inspraak plaatsgevonden. De wijzigingen naar aanleiding van de inspraak en enkele ambtshalve aanpassingen zijn vervolgens verwerkt in het vastgestelde Investeringsbesluit en het ontwerpbestemmingsplan. Naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan heeft eenieder zienswijzen naar voren kunnen brengen. Enkele zienswijzen leiden tot wijziging van het bestemmingsplan. Ook zijn ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Na vaststelling van het bestemmingsplan kan beroep aangetekend worden tegen het vastgestelde bestemmingsplan bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

5.3

Adressant geeft aan dat eerdere bezwaren door de toenmalig vicevoorzitter van stadsdeel Zuid nooit serieus zijn genomen of gehoord.

13

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Antwoord: Zoals aangegeven in de beantwoording onder 5.2 hebben belanghebbenden op meerdere momenten hun bezwaren naar voren kunnen brengen. De gemeente heeft deze bezwaren meegenomen in de uiteindelijke belangenafweging. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 5.4

Adressant meldt dat er grote weerstand heerst vanuit de omliggende buurten in verband met geluidsoverlast, verkeersstremmingen en schaduwwerking. Antwoord: De gemeente heeft kennisgenomen van de ingebrachte zienswijzen over deze onderwerpen en geeft in voorliggende nota uitvoerig antwoord op deze zienswijzen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Adressant 6 6.1

Adressant geeft aan dat het slopen van zijn bedrijfspand ernstige gevolgen zal hebben, omdat adressant hierdoor veel klanten, met name taxibedrijven en klanten in de directe omgeving, zal verliezen. Adressant geeft aan een relatief kleine garage te zijn die met minimale winstmarges moet werken om te kunnen concurreren met grote bandenspecialisten en garageketens. Antwoord: Om het plangebied te kunnen ontwikkelen worden de tijdelijke contracten met de grondhuurders opgezegd. Adressant huurt een loods van een grondhuurder, waarvan het huurcontract door de gemeente reeds is opgezegd. De gemeente beseft dat dit gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering van adressant, maar het mag als bekend worden verondersteld dat het plangebied ontwikkeld zal worden en dat de bestaande opstallen daarvoor moeten verdwijnen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

6.2

Adressant geeft aan dat het elders opzetten van een bedrijfspand betekent dat adressant alles opnieuw moet opbouwen, wat leidt tot enorme kosten en omzetverlies. Adressant vreest dat het slopen van zijn bedrijfspand zal leiden tot het faillissement. Antwoord: Zoals aangegeven in de beantwoording onder 6.1 is reeds vele jaren bekend dat het Havenstraatterrein ontwikkeld zal worden en dat daarvoor de bestaande opstallen moeten verdwijnen. De gemeente is zich bewust van het feit dat de ontwikkeling van het Havenstraatterrein gevolgen heeft voor de bestaande huurders en onderhuurders. De gemeente

14

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ kan echter niet verantwoordelijk gesteld worden voor de gevolgen voor de bedrijfsvoering van adressant. Het is verantwoordelijkheid van adressant om daar tijdig op te anticiperen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Adressant 7 7.1

Adressant geeft aan zich ernstig zorgen te maken over de verkeersveiligheidssituatie tijdens en na realisatie van het Havenstraatterrein-project, waarbij met name de inpassing van een school grote zorgen baart. Adressant voorziet dat schrikeffecten ontstaan, zeker bij jeugdigen, vanwege het gebruik van sirenes bij spoedinzetten, waardoor mogelijk onveilige verkeerssituaties ontstaan. Adressant verzoekt om die reden af te zien van de inpassing van een school. Antwoord: In het kader van de planvoorbereiding is uitvoerig overleg gevoerd met adressant over verkeersveiligheid in de toekomstige situatie. De gemeente houdt in het ontwerp voor de openbare ruimte rekening met een zo veel mogelijk vrije uitrijstrook voor ambulances die met spoed moeten uitrukken. Bij het opstellen van het ontwerp voor de openbare ruimte voor de Karperweg wordt zodoende rekening gehouden met de belangen van adressant. Een ontwerpvoorstel is voorgelegd aan adressant en akkoord bevonden. In stadsdeel Zuid is behoefte aan schoollocaties. Op basis van prognoses is een reservering in bouwblok 2 opgenomen voor een basisschool. Deze locatie is gekozen opdat ouders die per auto hun kinderen brengen niet ver het plangebied in hoeven. Het afzetten zal plaatsvinden in de straat tussen bouwblok 1 en 2.

Naar verwachting wordt slechts een deel van de kinderen per auto gebracht en zal de toename van autoverkeer ten gevolge van de inpassing van de school beperkt zijn. Bij het positioneren van de school is rekening gehouden met de belangen van de ambulance. Aan de zuidzijde van het bouwblok tegenover de uitrukpost wordt het schoolplein gesitueerd. Om het schoolplein wordt aan die zijde een hekwerk aangebracht, zodat wordt voorkomen dat kinderen de Karperweg op kunnen rennen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel is paragraaf 6.6 van de plantoelichting over verkeersveiligheid dienovereenkomstig aangevuld.

7.2

Adressant voorziet verkeershinder door de toenemende verkeersdrukte en parkeeroverlast, met als gevolg doorstromingsproblemen en daardoor vertraging in de tijdigheid van de ambulance. Adressant stelt dat dit de burgerij van Amsterdam niet ten goede komt en verzoekt om die reden om zo veel mogelijk ruim baan te bevorderen voor de ambulancevoertuigen. Antwoord: In de planvoorbereiding is uitvoerig aandacht besteed aan de gevolgen van de ontwikkeling van het Havenstraatterrein voor de bedrijfsvoering van de ambulance. De Karperweg krijgt in het bestemmingsplan een ruim profiel, waar voldoende ruimte is voor de beoogde weggebruikers, 15

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ waaronder de uitrukkende ambulances. In het profiel van de Karperweg is rekening gehouden met een inpassing van de historische tramspoorlijn. Het tramspoor komt in het noordelijk deel van het profiel van de Karperweg te liggen, zodat dit niet conflicteert met het uitrukken van ambulances. Uitgangspunt is dat ambulances zonder oponthoud ongehinderd kunnen uitrukken tussen de garage en de kruising met de Amstelveenseweg. Dit vormt een specifiek aandachtspunt in het ontwerp van de openbare ruimte. Mede in verband met het belang van de ambulance is in het kader van het Investeringsbesluit besloten om de doorgaande fietsroute te verleggen van de Karperweg naar de verlengde Havenstraat. Ook is bij de routing van het autoverkeer rekening gehouden met de ambulancepost. De Karperweg wordt eenrichtingsverkeer (in zuidwestelijke richting inrijden) met uitzondering van het gedeelte van de Karperweg tot de straat tussen bouwblok 1 en 2. Als gevolg van deze ingrepen in het ontwerp van de openbare ruimte wordt zo veel mogelijk ruim baan bevordert voor de ambulancevoertuigen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel is paragraaf 6.6 van de plantoelichting over verkeersveiligheid dienovereenkomstig aangevuld. Adressant 8 8.1

Adressant geeft aan dat zijn betrokkenheid bij het plangebied eruit bestaat dat hij huurder is van een stuk grond en door het Projectmanagement Bureau de mogelijkheid is geboden in de toekomst zijn bedrijf in een iets andere vorm in de nieuwe situatie voort te zetten. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 2.1. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

8.2

Adressant is van mening dat het inspraaktraject volledig is mislukt, dat de bedrijven op het terrein bij de ontwikkeling van de plannen nooit zijn betrokken en dat het stadsdeel (met name de toenmalige wethouder) verkeerde en onjuiste voorlichting geeft gegeven waardoor de huurders niet op een adequate manier hebben kunnen reageren op de planontwikkeling. Antwoord: De gemeente deelt de mening van adressant niet. De huurders zijn tijdens de planvoorbereiding Havenstraatterrein uitgebreid geïnformeerd. Reeds in 2008 is aan de huurders op het terrein te kennen gegeven dat de gemeente voornemens is om het Havenstraatterrein te ontwikkelen (destijds in het kader van de voorgenomen bouw van een nieuw stadsdeelkantoor, vanaf 2010 in het kader van de transformatie naar woon-werkgebied) en dat de gemeente daartoe de grondhuurcontracten zal beëindigen. De gemeente heeft vanaf 2010 meerdere keren overleg gehad met het bestuur van de Belangenvereniging gebruikers Havenstraatterrein en met alle leden gezamenlijk. De huurders zijn zodoende op de hoogte gehouden van de planontwikkeling. 16

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’

In het kader van het Investeringsbesluit zijn diverse informatiebijeenkomsten gehouden. Na afronding van het concept Investeringsbesluit en het voorontwerpbestemmingsplan zijn in de inspraakperiode twee informatieavonden gehouden. Na de inspraakperiode is een begeleidingsgroep opgericht, waarin belanghebbenden elkaar ontmoeten en met het stadsdeel van gedachten wisselen. Na vaststelling van het Investeringsbesluit is het ontwerpbestemmingsplan volgens de wettelijke vereisten in procedure gebracht. Er is op gebruikelijke wijze gecommuniceerd over de voortgang en de vervolgprocedure. Vooruitlopend op de terinzagelegging hebben bijeenkomsten plaatsgevonden waarbij de Belangenvereniging en de begeleidingsgroep zijn geïnformeerd over het ontwerpbestemmingsplan. Verder heeft op 15 september 2015 een inloopavond over het ontwerpbestemmingsplan plaatsgevonden. Eenieder heeft gedurende de periode van terinzagelegging een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan naar voren kunnen brengen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 8.3

Adressant vindt dat bij de planontwikkeling sprake is van hoogbouw die volledig detoneert met de omgeving. Adressant geeft daarbij aan dat het terrein oorspronkelijk dienst heeft gedaan als kopstation voor een regionaal spoorwegsysteem en dat door het op de nu voorgestelde manier vol te bouwen de geschiedenis van de plek wordt vernietigd. Antwoord: In het ontwerpbestemmingsplan was nog voorzien in een twee hoogteaccenten van maximaal 35 en 38 meter. Het bestemmingsplan is aangepast en maakt geen hoogteaccenten meer mogelijk. De maximale bouwhoogte is teruggebracht naar 24 meter. De bouwhoogte in het plangebied is zorgvuldig afgestemd op de bouwhoogten in de omgeving. De basis van de bouwblokken kent een variatie in bouwhoogte tot maximaal 24 meter (7 bouwlagen). Hiermee wordt aangesloten op alle bestaande bouwhoogten rondom het Havenstraatterrein. De bestaande bebouwing langs de Karperweg varieert tussen de twee en vijf bouwlagen en de bebouwing lang de Afroditekade kent zeven en acht bouwlagen. In de huidige situatie dragen de aanwezigheid van het stationsgebouw, de woonvilla aan de Amstelveenseweg, de sporen, de trams en bijbehorende elementen bij aan de beleving van de historie in het plangebied. Dit wordt onderschreven in het cultuurhistorisch onderzoek dat als bijlage bij de plantoelichting is gevoegd. Het Haarlemmermeerstation was oorspronkelijk een kopstation.

In de afgelopen decennia is deze situatie echter al gewijzigd, er zijn diverse loodsen op het voormalige emplacement gerealiseerd en de trams rijden nu via een grote keerlus achter het stationsgebouw langs. Binnen de herontwikkeling van het Havenstraatterrein tot gemengd woon-werkgebied is het niet mogelijk om de functie van het kopstation in oude luister te herstellen. Wel blijven het Haarlemmermeerstation en naastgelegen villa behouden. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

8.4

Adressant stelt dat de bedrijven die nu op het terrein gevestigd zijn, tijdens de inspraak de toezegging hebben gekregen dat zij terug kunnen keren op het terrein. 17

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’

Antwoord: Het is niet juist dat aan de op het terrein gevestigde bedrijven concreet de toezegging is gedaan dat zij kunnen terugkeren. Voor alle huurders geldt dat in het kader van de ontwikkeling van het plangebied de bestaande grondhuurcontracten gefaseerd worden opgezegd. Indien bedrijven dat willen worden zij door de gemeente ondersteund bij het vinden van een nieuwe locatie. Bedrijven die passen binnen de beoogde bestemming kunnen mogelijk een ruimte in een van bouwblokken huren. De gemeente gaat echter niet over de toewijzing van bedrijfsruimtes in het plangebied. Over de invulling van de nieuwe bedrijfsruimtes wordt beslist door de toekomstige eigenaren. Wel kan de gemeente bij die eigenaren een aanbeveling doen als dat bedrijf binnen de bestemming past. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 8.5

Adressant meldt dat de plannen, nadat het Investeringsbesluit is genomen, zijn gewijzigd doordat nu onder meer een lagere school in het plan is opgenomen. Adressant is van mening dat door met name deze wijziging de situatie dusdanig is veranderd, dat het merendeel van de huurders vanwege de beperktere beschikbare ruimte niet meer in aanmerking komen voor terugkeer. Adressant geeft aan dat over deze wijziging in het bestemmingsplan en de consequentie daarvan nooit overleg is gevoerd met de huurders op het terrein. Antwoord: De gemeente deelt de mening van adressant niet. In het voorontwerpbestemmingsplan Havenstraatterrein, dat in het kader van de inspraak ter inzage heeft gelegen, was de mogelijkheid van een basisschool in bouwblok 2 al opgenomen. Ondanks de reservering voor de school blijft er in de eerste bouwlaag van de bouwblokken voldoende ruimte over voor bedrijven. Voorwaarde is wel dat deze bedrijvigheid qua milieucategorie mengbaar is met woningbouw. Eenieder heeft in het kader van inspraak over het concept Investeringsbesluit en het voorontwerpbestemmingsplan en in het kader van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan de mogelijkheid gehad een reactie te geven. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

8.6

Adressant geeft aan in maart 2015 een zienswijze te hebben ingediend op ontwerpbestemmingsplan Bedrijventerrein Karperweg-Zuid en dat hier nimmer een reactie op is gekregen. Adressant is van mening dat de twee bestemmingsplannen op een dusdanige manier met elkaar zijn verweven dat eerst antwoord nodig is op de zienswijze op Karperweg-Zuid voordat tot in detail de zienswijze op Havenstraatterrein kan worden opgesteld. Antwoord: Het ontwerpbestemmingsplan Bedrijventerrein Karperweg-Zuid heeft van 7 februari tot en met 20 maart 2015 ter inzage gelegen. Na behandeling van het vast te stellen bestemmingsplan in het college van B&W op 28 oktober 2015 hebben de indieners van zienswijzen een brief 18

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ ontvangen met bijgevoegd de Nota van beantwoording zienswijzen. Het bestemmingsplan Bedrijventerrein Karperweg-Zuid is op 25 november 2015 vastgesteld door de gemeenteraad en op 8 september 2016 onherroepelijk geworden. De berichtgeving over de beantwoording van de zienswijzen heeft later plaatsgevonden dan voorzien. Dit had te maken met noodzakelijk overleg met (vertegenwoordigers van) de vergunninghouder van tankstation Havenstraat over de beperking van de doorzet van LPG en de daarop volgende aanpassing van de milieuvergunning. Deze aanpassing was noodzakelijk om de contour externe veiligheid te kunnen verkleinen ten behoeve van de ontwikkeling van het bedrijfsverzamelgebouw op Karperweg 33. De vergunning moest eerst onherroepelijk zijn voordat het vast te stellen bestemmingsplan (met Nota van beantwoording zienswijzen) in het kader van de vaststelling aan het college van B&W kon worden aangeboden. De ontwikkelingen die aanleiding hebben gegeven voor het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor het bedrijventerrein Karperweg-Zuid staan los van het project Havenstraatterrein. Bedrijventerrein Karperweg-Zuid is geen onderdeel van het gebied dat getransformeerd wordt tot gemengd woon-werkgebied.

Daar komt bij dat het wenselijk is om voor het Havenstraatterrein een eigen ´projectbestemmingsplan´ op te stellen, waarvan het plangebied overeenkomt met die van het vastgestelde Investeringsbesluit en bijbehorende grondexploitatie. Bovendien loopt de planvoorbereiding voor het Havenstraatterrein al jaren en kent dit een geheel eigen dynamiek. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 8.7

Adressant stelt recht te hebben op inspraak en is van mening dat dit niet serieus wordt genomen als zienswijzen niet binnen de wettelijke termijn worden beantwoord. Adressant geeft aan nooit een bericht te hebben ontvangen waarom er nog geen beantwoording heeft plaatsgevonden. Antwoord: In het kader van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Karperweg-Zuid is inderdaad inspraak gehouden. Hiertoe bestaat ook geen verplichting. Voor dit bestemmingsplan is besloten om de voorontwerpfase over te slaan en direct een ontwerpbestemmingsplan op te stellen. Overweging daarbij is geweest dat het bestemmingsplan grotendeels conserverend is, waarbij de inschatting is gemaakt dat de opgenomen verruimingsmogelijkheden geen onevenredig nadelige gevolgen voor belanghebbenden hebben. Voor de reden van de vertraagde beantwoording van de zienswijzen wordt verwezen naar de beantwoording onder 8.6. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

8.8

Adressant geeft aan dat de verkeerssituatie rondom het Haarlemmermeercircuit dramatisch is en dat dit eerst opgelost moet worden voordat het bestemmingsplan kan worden aangenomen. Adressant veronderstelt dat de verantwoordelijkheid voor de uitvoering hiervan is verplaatst naar Stadsdeel Zuid. Daarbij meldt adressant dat door de te ontwikkelen woningen en het vestigen van een school de verkeerssituatie alleen maar zal 19

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ verergeren, nog los van de uitstoot van fijnstof en de verkeersveiligheid. Adressant vindt dat het vertrouwen dat stadsdeel Zuid dit goed gaat doen door de voorgeschiedenis niet meer aanwezig is. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 2.4. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel is hoofdstuk 6 van de plantoelichting aangepast op basis van het geactualiseerde verkeersonderzoek. Adressant 9 9.1

Adressant stelt dat het indienen van een volledige zienswijze niet mogelijk is, omdat de eerder ingediende zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan Bedrijventerrein Karperweg-Zuid, dat volgens adressant onlosmakelijk met bestemmingsplan Havenstraatterrein verbonden is, tot op heden niet is beantwoord. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 8.6. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

9.2

Adressant maakt bezwaar tegen de manier waarop betrokkenen en belanghebbenden zijn benaderd door het stadsdeel en vindt dat betrokkenen en belanghebbenden volledig in het duister zijn gehouden. Adressant stelt dat de manier waarop tot op heden wordt omgegaan met de belangen van betrokkenen niet is wat men van een betrokken gemeente mag verwachten, de gemeente heeft verantwoordelijkheden naar de burger en heeft zich te houden aan de juiste procedures. Antwoord: De gemeente deelt deze mening van adressant niet. Voor een toelichting op de mogelijkheden van belanghebbenden om een reactie op de plannen in te dienen wordt verwezen naar de beantwoording onder 8.2. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

9.3

Adressant maakt bezwaar tegen de onvolledige rapportage over hoogbouw en bezonning. Antwoord: Nu het plan geen hoogbouw meer mogelijk maakt, is de hoogbouweffectrapportage niet meer bij het plan gevoegd. 20

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’

Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. 9.4

Adressant maakt bezwaar tegen het bodemonderzoek, in de rapportage wordt gemeld dat een volledig bodemonderzoek later volgt als de loodsen weg zijn. Daarbij stelt adressant dat de kosten van het saneren nog niet in kaart kunnen worden gebracht, dat deze kosten voor kosten van de gemeenschap komen. Antwoord: Op grond van uitgebreid bodemonderzoek heeft de gemeente een goed overzicht van de verontreinigingssituatie in het plangebied. Vooralsnog heeft er geen bodemonderzoek plaatsgevonden ter plaatse van de huidige loodsen. Deze loodsen verdwijnen in het kader van de ontwikkeling van het gebied. Voorafgaand aan de ontwikkeling van het gebied, maar na sloop van de huidige opstallen wordt nader bodemonderzoek verricht. Het verontreinigde bodem wordt functiegericht gesaneerd door middel van een afdekking met een duurzame deklaag of in geval van sterk verontreinigde grond afgraving van de bovenste laag en aanbrengen van een schone leeflaag. Op basis van de saneringsstrategie is een inschatting gemaakt van de kosten van bodemsanering. De kosten van bodemsanering worden uit een apart budget binnen de gemeentebegroting gefinancierd: de zogenaamde ‘Stelpost Bodem’. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

9.5

Adressant meldt dat het Haarlemmermeerstation niet is meegenomen in het plan terwijl de verkeersdruk nu al enorm is en na de bouw van de school enorm zal toenemen. Adressant verwacht voor het goedkeuren van het bestemmingsplan dat hier meer onderzoek naar wordt gedaan. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 2.4. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel is hoofdstuk 6 van de plantoelichting aangepast op basis van het geactualiseerde verkeersonderzoek.

9.6

Adressant maakt zich zorgen over de manier waarop het plan gepresenteerd wordt, alleen de positieve kanten worden belicht, de negatieve aspecten en risico’s worden niet genoemd en zelfs terzijde geschoven als zijnde een probleem voor later. Antwoord: In het bestemmingsplan is een planbeschrijving gegeven. Alle relevante beperkingen voor de planontwikkeling en effecten als gevolg van de planontwikkeling (bijvoorbeeld verkeer en milieu) zijn uitgebreid in beeld gebracht. Daarbij is aangetoond dat de beperkingen en effecten geen belemmering vormen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 21

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’

Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Adressant 10 10.1

Adressant geeft aan dat zijn betrokkenheid bij het plangebied eruit bestaat dat hij huurder is van een stuk grond en door het Projectmanagement Bureau de mogelijkheid is geboden in de toekomst zijn bedrijf in een iets andere vorm in de nieuwe situatie voort te zetten. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 2.1. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

10.2 Adressant geeft aan dat de meerdere inspraakmomenten en een begeleidingsgroep waar adressant niet is gehoord somber stemmen voor de nabije toekomst van zijn bedrijf. Adressant vindt dat zonder een eenduidig signaal en mandaat van de gemeente, de inspraak voor het bestemmingsplan volledig is mislukt. Antwoord: Dit onderdeel van de zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. Voor een toelichting op de mogelijkheden van belanghebbenden om een reactie op de plannen in te dienen wordt verwezen naar de beantwoording onder 8.2. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 10.3 Adressant meldt dat de verkeerssituatie rondom het Haarlemmermeerterrein een drama is en dat dit eerst moet worden opgelost voordat het plan kan worden aangenomen. Adressant vindt dat het vertrouwen dat stadsdeel Zuid dit goed gaat doen door de voorgeschiedenis niet meer aanwezig is. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 2.4. Wel is hoofdstuk 6 van de plantoelichting aangepast op basis van het geactualiseerde verkeersonderzoek. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

10.4 Adressant stelt dat de voor ingenomen plannen om het fietsverkeer te gaan omleiden voor hem een drastische beperking gaan opleveren en terugval van omzet gaan opleveren. 22

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’

Antwoord: Verondersteld wordt dat adressant doelt op de verlegging van de fietsroute naar de verlengde Havenstraat. Deze fietsroute wordt aangelegd in het kader van ontwikkeling van het plangebied. Het is reeds vele jaren bekend dat het Havenstraatterrein ontwikkeld zal worden en dat daarvoor de bestaande opstallen moeten verdwijnen. Daartoe worden de bestaande contracten voor tijdelijke grondhuur door de gemeente gefaseerd opgezegd. De gemeente is zich bewust van het feit dat de ontwikkeling van het Havenstraatterrein gevolgen heeft voor de bestaande huurders en onderhuurders. De gemeente kan echter niet verantwoordelijk gesteld worden voor de gevolgen voor de bedrijfsvoering van adressant. Het is verantwoordelijkheid van adressant om daar tijdig op te anticiperen. Indien bedrijven dat willen worden zij door de gemeente ondersteund bij het vinden van een nieuwe locatie. Bedrijven die passen binnen de beoogde bestemming kunnen mogelijk een ruimte in een van bouwblokken huren. De gemeente gaat echter niet over de toewijzing van bedrijfsruimtes in het plangebied. Over de invulling van de nieuwe bedrijfsruimtes wordt beslist door de toekomstige eigenaren. Wel kan de gemeente bij die eigenaren een aanbeveling doen als dat bedrijf binnen de bestemming past. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Adressant 11 11.1

Adressant geeft aan teleurgesteld te zijn over de gevolgde procedure in de eerste inspraakperiode, waarbij de inspraakperiode is ingekort van de gangbare zes naar vier weken, waarvan deels in de vakantiemaand augustus. Adressant geeft aan dat de informatieavond normaliter aan het begin van de inspraakperiode wordt gehouden, dit keer was dit halverwege de periode. Adressant stelt hierdoor onvoldoende in staat te zijn gesteld om informatie in te winnen, eigen onderzoek te doen en te reageren op alle voor inspraak relevante facetten. Adressant vindt dat hij in zijn wettelijke inspraakrechten is beperkt. Antwoord: In de periode van 14 augustus tot en met 13 september 2013 hebben het concept Investeringsbesluit en het voorontwerpbestemmingsplan Havenstraatterrein in het kader van de inspraak ter inzage gelegen. De periode van inspraak is niet wettelijk bepaald, maar geregeld in de inspraakverordening van het toenmalige stadsdeel Zuid. Deze verordening kende een reguliere inspraakperiode van zes weken. Het dagelijks bestuur heeft op 23 juli 2013 besloten hiervan af te wijken en de inspraak te verkorten tot vier weken. De reden hiervoor was de planning van de bestuurlijke besluitvorming.

Essentieel in de planning was dat het dagelijks bestuur de stukken op 18 december 2013 aan de stadsdeelraad kon voorleggen, zodat de gemeenteraad het besluit voor de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart 2014 kon bekrachtigen. Dit is ook zo gecommuniceerd naar de belanghebbenden. Bovendien zijn de belanghebbenden ruim van tevoren geïnformeerd over de periode dat de stukken ter inzage zouden liggen en wanneer de informatieavond zou worden gehouden: op 4 juni 2013 tijdens informatiebijeenkomsten en op 25 juli 2013 via een vooraankondiging in de stadsdeelkrant.

23

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 11.2

Adressant geeft aan dat de grote politieke partijen in de deelraadsvergadering van december 2013 hebben aangegeven dat het inspraakproces niet goed is verlopen maar dat de inspraak toch niet tot andere besluitvorming zou leiden. Antwoord: Dit onderdeel van de zienswijze heeft geen betrekking op het bestemmingsplan, maar op de besluitvorming over het Investeringsbesluit Havenstraatterrein in de stadsdeelraad Zuid. Voor de inspraak wordt verwezen naar de beantwoording onder 8.2 en 11.1. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

11.3

Adressant stelt dat de publieke tribune is ontruimd, maar dat er eigenlijk geen reden was voor ontruiming. Adressant vindt het opmerkelijk dat de politie buiten al klaar stond voor ontruiming en veronderstelt dat de ontruiming vooraf is ingepland om na ontruiming direct tot stemming over het Havenstraatterrein over te kunnen gaan. Adressant is van mening dat het bijwonen van een raadsvergaderingen een democratisch recht is en dat een omwonende middels de vergadering kennis kan vergaren ten behoeve van de inspraakprocedure. Adressant vindt dat de omwonenden met de ontruiming van de publieke tribune zijn geschaad in hun rechten. Antwoord: Adressant doelt op de vergadering van de voormalige stadsdeelraad Zuid op 18 december 2013, waar het Investeringsbesluit Havenstraatterrein is vastgesteld. In de desbetreffende vergadering werd door enkele aanwezigen op de publieke tribune de orde en daarmee het democratisch besluitvormingsproces dusdanig verstoord dat de voorzitter heeft besloten om de publieke tribune te ontruimen. Over het concept Investeringsbesluit en het voorontwerpbestemmingsplan heeft inspraak plaatsgevonden. Niet valt in te zien op welke wijze adressanten in hun rechten zijn geschaad door de ontruiming van de publieke tribune. Het verslag van de vergadering is terug te vinden op de website van stadsdeel Zuid.

Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

11.4

Adressant meldt dat de videobeelden van de raadsvergadering van de website van stadsdeel Zuid zijn verwijderd, terwijl beelden van alle eerdere en latere vergaderingen nog in te zien zijn. Adressant vermoedt dat de politieke uitspraken en de onterechte ontruiming van de publieke tribune in het nadeel zouden zijn van het stadsdeel en in het juridische voordeel van omwonenden bij toekomstige bezwaarprocedures.

24

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Antwoord: De gemeente ontkent dat videobeelden van de betreffende raadsvergadering van invloed zouden kunnen zijn op bezwaarprocedures. Zoals aangegeven is het verslag van de betreffende raadsvergadering nog altijd te raadplegen via de website van stadsdeel Zuid. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 11.5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10927665/1