CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

22821 Bestuursopdracht Amsterdam definitief eindrapport 240123.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 9 februari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de voortgang bestuursopdracht inzicht in beleid, geld en keuzes (VN2023-003818)13.924 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Economie De dynamiek op dit programma onderdeel is beduidend hoger. De verklaring zit met name incidentele 350 projecten in het kader van economische ontwikkeling, in combinatie met mutaties in reserves voor 300 economische structuurversterking. De structurele uitgaven hebben o.a. betrekking op economische 250 200 ontwikkeling, promotie en evenementen en regionale samenwerking (Metropool Regio Amsterdam). 150 Tegenover de uitgaven die Amsterdam in dit verband doet ten behoeve van de regio staan ook 100 inkomsten uit bijdragen van de provincie en regiogemeenten. 50 0 In 2023 liggen de netto uitgaven circa 14 miljoen euro lager dan het referentiebudget van het 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 gemeentefonds. netto uitgaven gemeentefonds Voor komende jaren is de verwachting dat dit programma onderdeel onder het niveau van het gemeentefonds zit. Tegelijkertijd kunnen in komende jaren ook (incidentele) projecten worden uitgevoerd die nu nog niet in de begroting bekend zijn (of zijn opgenomen). In de vorige bestuurperiode is er voor gekozen om (beperkt) extra middelen in te zetten op dit programma onderdeel. miljoenen euro's

3.1 economie en innovatie

43

3. Economie , Kunst, Cultuur en Erfgoed 3. Economie, kunst, cultuur en erfgoed netto uitgaven in miljoenen euro’s

belangrijkste bevindingen • Het valt op dat dit programma op alle onderdelen relatief lage netto uitgaven heeft, terwijl de beleidsvrijheid groot is. Voor zowel cultuur als economie geldt dat er relatief weinig wet- en regelgeving relevant is. Voor Erfgoed is relatief veel wet- en regelgeving, vanwege de omvang van dit onderdeel is het effect op het totaal van de beleidsvrijheid minimaal. • De verklaring zit onder andere in de relatie met de aantrekkingskracht van de gemeente Amsterdam en aanwezigheid van Rijksvoorzieningen. • Amsterdam heeft een relatief hoog en aantrekkelijk voorzieningenniveau dat deels wordt bekostigd door derden en kan mede daardoor beschikken over extra inkomsten (parkeerbelasting, huuropbrengsten panden, toeristenbelasting, OZB). • Daarnaast krijgt de gemeente Amsterdam via het gemeentefonds een relatief hoge vergoeding voor de kosten die samenhangen met haar centrumfunctie.

44

4. Sport inhoud programma Om de uitgaven en inkomsten voor dit programma te kunnen vergelijken met de inkomsten die Amsterdam hiervoor ontvangt via het gemeentefonds, zijn enkele onderdelen verschoven. Armoedebeleid en evenementen zijn toegedeeld aan andere programma’s (7 respectievelijk 3), terwijl sportaccommodaties (uit programma 1.5) bij Sport zijn meegenomen. Er zijn baten uit entreegelden, servicekosten en huuropbrengsten.

4. Sport

miljoenen euro's

150

totaal programma

100 50 0

In 2023 is er sprake van een relatief laag netto uitgavenniveau: het netto uitgavenniveau ligt circa 26 miljoen euro lager dan het referentiebudget van het gemeentefonds. Uit het meerjarig beeld blijkt gemeentefonds dat de netto uitgaven structureel op een laag niveau liggen. Dit hangt samen met eerdere keuzes om minder middelen in te zetten binnen dit programma. Daarnaast krijgt de 4. Sport gemeente Amsterdam voor haar centrumfunctie een relatief hoge bijdrage uit netto uitgaven in miljoenen euro’s het gemeentefonds.

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 netto uitgaven

belangrijkste bevindingen Bij dit programma gaat het om autonome taken met relatief veel beleidsvrijheid. De relatief lage netto uitgaven worden door de organisatie met name toegeschreven aan bewuste beleidskeuze om: • het onderhoudsniveau van de sportaccommodaties op een sober niveau te houden; • lage tarieven te hanteren met het oog op het betaalbaar houden van voorzieningen, niet alleen voor minima, maar ook voor een bredere doelgroep; • het sportareaal niet in gelijke mate te laten meegroeien met de groei van de stad. Het voorzieningenniveau staat hiermee volgens de organisatie onder druk. Er is achterstallig onderhoud, het budget in onvoldoende meegegroeid om dit op te vangen en de tarieven zijn onvoldoende kostendekkend. Met een benchmark kan worden getoetst wat een realistisch kostenniveau is en welke tarieven hierbij horen. Daarmee kan voor de toekomst beter worden afgewogen in hoeverre andere keuzes wenselijk zijn. 45

5. Onderwijs inhoud programma Om de uitgaven en inkomsten voor dit programma te kunnen vergelijken met de inkomsten die Amsterdam hiervoor ontvangt via het gemeentefonds, zijn enkele onderdelen verschoven. Bibliotheken, schooltuinen en kinderboerderijen zijn toegedeeld aan andere programma’s (3 respectievelijk 2), terwijl volwasseneducatie (uit programma 7) bij Onderwijs is meegenomen.

5. Onderwijs

miljoenen euro's

250

totaal programma

200 150 100 50 0

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 netto uitgaven

gemeentefonds

Onderwijshuisvesting

Binnen dit programma zijn twee componenten te onderscheiden die zich laten vergelijken met het gemeentefonds: • Onderwijshuisvesting: dit betreft netto uitgaven verbonden met de huisvesting van scholen • Onderwijsbeleid: dit betreft netto uitgaven van inzet voor onderwijsachterstandbeleid, voor- en vroegschoolse educatie, leerplicht/voortijdig schoolverlaten, leerlingenvervoer, volwasseneducatie, e.d.

miljoenen euro's

250 200 150 100 50 0

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 netto uitgaven

gemeentefonds

Onderwijsbeleid

miljoenen euro's

250 200 150 100 50 0

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 netto uitgaven

gemeentefonds

onderwijshuisvesting Bij Onderwijshuisvesting ligt het netto uitgavenniveau in 2023 circa 10 miljoen euro lager dan het referentiebudget van het gemeentefonds. De dynamiek in de netto uitgaven hangt samen met investeringen in schoolgebouwen (PO, VO). De komende jaren nemen deze netto uitgaven duidelijk toe door een stijging van de kapitaallasten als gevolg van nieuwe investeringen in schoolgebouwen. onderwijsbeleid In 2023 ligt het netto uitgavenniveau circa 47 miljoen euro boven het referentiebudget van het gemeentefonds. Uit het meerjarig beeld blijkt dat de netto uitgaven structureel op een hoog niveau liggen. Dit hangt samen met eerdere keuzes in vorige bestuursperiode(n) om extra middelen in te zetten binnen dit programma. Dit verklaart ook de dynamiek in de netto uitgaven. Er is een duidelijke relatie met beleidskeuzes om: • wettelijke taken op te plussen, zoals voor het leerlingenvervoer, onderwijsachterstandenbeleid, voor- en vroegschoolse educatie, leerplicht en volwasseneducatie • eigen prioriteiten te stellen, zoals extra inzet voor VO-kansenaanpak, MBO-agenda, gezonde scholen, taaltrajecten, e.d.

46

5. Onderwijs 5. Onderwijs netto uitgaven in miljoenen euro’s

belangrijkste bevindingen Op het onderdeel Onderwijsbeleid is er relatief beperkte beleidsvrijheid. Dat komt vooral door wettelijke taken (leerplicht, leerlingenvervoer e.d.), waarvoor de gemeente soms ook een specifieke uitkering van het Rijk ontvangt (onderwijsachterstandenbeleid). De organisatie geeft aan dat diverse wettelijke taken zijn opgeplust, terwijl aan meer autonome taken bestuurlijke prioriteit wordt gegeven. Deze expliciete beleidskeuzes verklaren het relatief hoge netto uitgavenniveau voor dit onderdeel. Op basis van de meerjarenbegroting blijft dit ook de situatie in de komende jaren. Op het onderdeel Onderwijshuisvesting is eveneens de nodige wet- en regelgeving aan de orde waardoor de gemeentelijke beleidsvrijheid relatief beperkt is. Bij dit onderdeel valt op dat de netto uitgaven de afgelopen jaren onder het ijkpunt van het gemeentefonds liggen. Hoewel de kapitaallasten de komende jaren stijgen, is nog onbekend of het beeld hierdoor gaat wijzigen. Dit kan de vraag oproepen of het voorzieningenniveau is afgenomen. Ook hier kan een geobjectiveerde benchmark dienstig zijn om inzicht te bieden in het financiële effect van eerdere keuzes en aanknopingspunten opleveren voor eventuele andere keuzes (bijvoorbeeld met betrekking tot gehanteerde bouwnormen, ruimte per leerling, inrichting en multifunctioneel gebruik scholen, et cetera).

47

6. Gezondheidszorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit inhoud programma Om de uitgaven en inkomsten voor dit programma te kunnen vergelijken met de inkomsten die Amsterdam hiervoor ontvangt via het gemeentefonds, zijn enkele onderdelen verschoven. Vanuit programma 7 en B zijn de I&T-teams respectievelijk maatschappelijke initiatieven toegedeeld aan programma 6. In overleg met de organisatie is bepaald dat 70% van de netto uitgaven van de ouderkindteams betrekking heeft op verleende zorg (onderdeel jeugd) en de rest op basisvoorzieningen.

6. Zorg e.a 1.400

totaal programma

miljoenen euro's

1.200 1.000 800 600 400 200 0

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 netto uitgaven

gemeentefonds

6.1 basisvoorzieningen en 6.2 wijkteams 600

miljoenen euro's

500 400 300 200 100 0

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 netto uitgaven

gemeentefonds

Binnen dit programma zijn drie componenten te onderscheiden die zich laten vergelijken met het gemeentefonds: • Basisvoorzieningen: het totaal van de onderdelen 6.1 basisvoorzieningen en 6.2 wijkteams • Jeugd: onderdeel 6.3 individuele voorzieningen voor zover dat betrekking heeft op jeugdzorg • Wmo: onderdeel 6.3 individuele voorzieningen voor zover dat betrekking heeft op de Wmo basisvoorzieningen Het netto uitgavenniveau bij basisvoorzieningen en wijkteams ligt in 2023 circa 24 miljoen euro lager dan het referentiebudget van het gemeentefonds. De dynamiek die is te zien in het meerjarig beeld hangt samen met de beweging naar meer inzet op preventie en collectieve voorzieningen. Naast de sociale basis (stadsdelen) en gezondheidszorg (GGD) spelen hierin ook de ouder-kindteams en de buurtteams een belangrijke rol. Met deze teams worden periodiek prestatiedialogen gevoerd gericht op sturing en samenwerking. Volgens de organisatie levert dit een doelmatige(r) uitvoering op. De meerjarenbegroting geeft een stabilisatie te zien van de netto uitgaven. Deels houdt dit verband met (brede) specifieke uitkeringen waarvoor de komende jaren meer middelen vanuit het Rijk beschikbaar komen.

48

6. Gezondheidszorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit 6.3 individuele voorzieningen jeugd 600

miljoenen euro's

500 400 300 200 100 0

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 netto uitgaven

gemeentefonds

individuele voorzieningen jeugd In 2023 ligt het netto uitgavenniveau bij jeugd circa 48 miljoen euro lager dan het referentiebudget van het gemeentefonds. Dit wordt met name verklaard door de recente herijking van het gemeentefonds, waardoor het aandeel van Amsterdam op dit onderdeel van het gemeentefonds is toegenomen. Bij Individuele jeugdvoorzieningen hangt de dynamiek in netto uitgaven samen met het groeiend beroep op de jeugdzorg. Hiervoor zijn de afgelopen jaren extra middelen vrijgemaakt en is scherp aan de wind gevaren door budgetplafonds in te voeren en hier op te sturen. Daarnaast hebben ingevoerde budgetplafonds geleid tot wachtlijsten. De meerjarenbegroting laat voor de komende jaren een duidelijke afname van netto uitgaven zien. Dit komt door de opgenomen ramingsrisico’s op het programma voor 2024 en verder, omdat het Rijk nog onvoldoende duidelijkheid heeft gegeven over de meerjarige rijksbijdragen gebaseerd op het advies van de Commissie van Wijzen. Daarnaast is bij de begroting 2023 de extra ombuiging uit het Coalitieakkoord van Rutte IV verwerkt, zoals is besloten tussen Rijk-VNG-Provincie. Het budget jeugd is toen verlaagd, evenals de inkomsten uit het gemeentefonds (-5 miljoen euro in 2024, en -25 miljoen euro vanaf 2025).

6.3 individuele voorzieningen Wmo 600

miljoenen euro's

500 400 300 200 100 0

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 netto uitgaven

gemeentefonds

individuele voorzieningen Wmo De netto uitgaven op Wmo liggen in 2023 circa 20 miljoen euro hoger dan het referentiebudget van het gemeentefonds. De dynamiek in netto uitgaven hangt samen met bredere ontwikkelingen als vergrijzing, langer thuis wonen en ambulantisering van de zorg voor kwetsbare groepen. Er zijn wachtlijsten vanuit de werking van budgetplafonds, personeelstekorten van instellingen en woningtekorten (stagnerende doorstroom vanuit intramurale voorzieningen). De meerjarenbegroting geeft een lichte afname te zien van de netto uitgaven.

49

6. Gezondheidszorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit 6. Zorg e.a. netto uitgaven in miljoenen euro’s

belangrijkste bevindingen Op alle onderdelen van dit programma gaat het vooral om wettelijke taken met relatief beperkte beleidsvrijheid. De organisatie geeft aan dat bij Individuele voorzieningen sterk op budget wordt gestuurd (budgetplafonds), waardoor niet aan alle vraag kan worden voldaan. Gezien de personeels- en woningtekorten zit de oplossing niet allen in extra budget. Dit betekent dat er latente vraag naar individuele voorzieningen is/blijft, die zorgt voor een achterblijvend voorzieningenniveau en opwaartse druk op de netto uitgaven. Bij jeugd ligt een flinke opgave voor, daarvoor worden binnen de landelijke hervormingsagenda maatregelen geformuleerd. De effectiviteit daarvan is echter mede afhankelijk van beschikbare personeelscapaciteit, doorstroommogelijkheden bij individuele voorzieningen en voldoende preventieve en collectieve voorzieningen in de sociale basis. Iets soortgelijks geldt voor de Buurtteams in relatie tot de Wmo. Kortom, hoewel het begrotingsbeeld tot nu toe relatief positief is, liggen er voor de komende jaren forse opgaven. Om bestedingen en effecten binnen het programma alsook met het bredere sociale domein in samenhang te monitoren, kan een objectieve spiegel (‘gemeentefondssystematiek op stedelijk niveau’) behulpzaam zijn.

Dit bevordert integrale afwegingen tussen (onderdelen van) programma’s en gebieden en biedt mogelijkheden om te sturen op een meer effectieve inzet van beschikbare middelen.

50

7 .Sociale zaken en Armoedebestrijding 7. Sociale zaken en Armoedebestijding 600

miljoenen euro's

500 400 300 200 100 0

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 netto uitgaven

gemeentefonds

inhoud programma Om de uitgaven en inkomsten voor dit programma te kunnen vergelijken met de inkomsten die Amsterdam hiervoor ontvangt via het gemeentefonds, zijn enkele onderdelen verschoven. Vanuit programma 2 en A zijn uitgaven aan kwijtschelding van lokale heffingen toegedeeld en vanuit programma 7 de uitvoeringlasten voor armoedebestijding en schuldhulpverlening. Andersom zijn vanuit dit programma budgetten toegedeeld aan programma 5 (volwasseneneducatie) en programma 6 (inburgering). De netto uitgaven hebben met name betrekking op uitvoeringslasten en verstrekkingen armoedebestijding. De uitgaven aan bijstandsuitkeringen worden grotendeels bekostigd met de specifieke uitkering van het Rijk (BUIG). vergelijking met ijkpunt In de meeste jaren uit de onderzoeksperiode ligt het netto uitgavenniveau boven het referentieniveau van het gemeentefonds. De piek in de netto uitgaven in 2022 wordt gevolgd door het gemeentefonds. In 2023 ligt het netto uitgavenniveau circa 44 miljoen euro hoger dan het referentiebudget van het gemeentefonds. De komende jaren is sprake van een duidelijke afname van het verwachte netto uitgavenniveau. In de vorige bestuurperiode is er voor gekozen om extra middelen in te zetten op dit programma.

Door de organisatie is aangegeven dat enkele wettelijke taken zijn opgeplust: • armoederegelingen tot 120% WML en 130% WSM (25 miljoen euro) • intensivering dienstverlening (caseload) en gesubsidieerd werk (werkbrigades) (6 miljoen euro) Daarnaast wordt 23 miljoen euro besteed aan kwijtschelding van de afvalstoffenheffing. In het gemeentefonds wordt dit vergoed als kosten van armoedebestrijding en worden de heffingen volledig kostendekkend veronderstelt. Amsterdam heeft gekozen om de kosten van kwijtschelding te verwerken in de heffing. Verder is in 2023 sprake van een tekort op bijstandsuitkeringen (BUIG) van ruim 5 miljoen euro. Het saldo met deze specifieke uitkering van het ministerie van SZW laat forse schommelingen in de tijd: in eerdere jaren was er sprake van jaarlijkse tekorten van 10 tot 15 miljoen euro. Voor de komende jaren wordt een afnemend tekort begroot.

51

7 .Sociale zaken en Armoedebestrijding 7. Sociale zaken en Armoedebestrijding netto uitgaven in miljoenen euro’s

belangrijkste bevindingen • alhoewel voor dit programma veel wettelijke voorschriften relevant zijn, is op onderdelen juist sprake van relatief veel beleidsvrijheid. Dit betreft met name het de armoedebestrijding en de uitvoeringslasten. • de belangrijkste verklaring voor het relatief hoge netto uitgavenniveau lijkt ook samen te hangen met de keuze voor een relatief ruimhartig armoedebeleid. • aandachtspunt bij andere keuzes op dit programma is de relatie met andere sociale programma’s: zo kunnen besparen op het ene onderdelen leiden tot extra uitgaven op andere onderdelen. Daarbij dienen financiële en maatschappelijke effecten van keuzes altijd in onderlinge samenhang afgewogen te worden. • het effect van (andere) keuzes kan inzichtelijk worden gemaakt in een geobjectiveerde benchmark, waarbij niet alleen rekening wordt gehouden met de kenmerken van de populatie maar ook Amsterdamse keuzes omtrent het geambieerde voorzieningenniveau en de wijze van uitvoering. Vanwege de samenhang met andere programma’s kan het interessant zijn om ontwikkelingen op verschillende beleidsvelden inzichtelijk te maken en te volgen in brede monitor sociaal domein (zie ook programma 6).

52

8. Veiligheid inhoud programma Om de uitgaven en inkomsten voor dit programma te kunnen vergelijken met de inkomsten die Amsterdam hiervoor ontvangt via het gemeentefonds, zijn enkele onderdelen verschoven. Zo zijn evenementen toegedeeld aan programma 3, terwijl dierenwelzijn (uit programma 2) bij veiligheid is meegenomen. Daarnaast zijn uitgaven voor toezicht in het kader van afvalinzameling toegedeeld aan het programma 2 waar de inkomsten uit afvalstoffenheffing worden verantwoord waaruit deze uitgaven worden gedekt.

8. Veiligheid 300

totaal programma

miljoenen euro's

250 200 150 100 50 0

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 netto uitgaven

gemeentefonds

8.1 Brandweer 300

miljoenen euro's

250 200 150 100 50 0

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 netto uitgaven

gemeentefonds

8.2 Openbare orde en veiligheid 300

miljoenen euro's

250 200 150

brandweer In 2023 zijn de netto 52 miljoen lager dan het referentiebudget van het gemeentefonds. Bij brandweer hangt de dynamiek in netto uitgaven samen met de bijdrage aan de Veiligheidsregio. Deze ligt structureel onder de uitkering die Amsterdam ontvangt uit het gemeentefonds. Volgens de meerjarenbegroting verandert dit beeld de komende jaren niet. openbare orde en veiligheid In 2023 zijn de netto 54 miljoen hoger dan het referentiebudget van het gemeentefonds. In alle jaren uit de onderzoeksperiode is er sprake van een relatief hoog netto uitgavenniveau. Dit hangt samen met eerdere keuzes in vorige bestuursperiode(n) om extra middelen in te zetten binnen dit programma, onder andere voor specifieke programma’s (Top 600/400). Het gaat bij dit onderdeel met name om wettelijke taken voor handhaving en toezicht, terwijl er daarnaast substantiële netto uitgaven zijn voor APV- en BIBOB-inzet.

100 50 0

Binnen dit programma zijn twee componenten te onderscheiden die zich laten vergelijken met het gemeentefonds: • onderdeel 8.1 Brandweer • onderdeel 8.2 Openbare orde en veiligheid

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 netto uitgaven

gemeentefonds

53

8. Veiligheid 8. Veiligheid netto uitgaven in miljoenen euro’s

belangrijkste bevindingen Op het onderdeel brandweer is er relatief beperkte beleidsvrijheid. Dat komt vooral door de wettelijke taken die verplicht bij de Veiligheidsregio zijn belegd. Op het onderdeel openbare orde en veiligheid is eveneens de nodige wet- en regelgeving aan de orde, maar heeft de gemeente iets meer beleidsvrijheid. Bij dit onderdeel valt op dat de netto uitgaven structureel boven het ijkpunt van het gemeentefonds liggen. Dit relatief hoge netto uitgavenniveau wordt volgens de organisatie verklaard door expliciete keuzes om aan lokale veiligheidstaken bestuurlijke prioriteit te geven. Op basis van de meerjarenbegroting blijft dit ook de situatie in de komende jaren. Daarnaast speelt een rol dat bewust is gekozen voor een lage kostendekkingsgraad (circa 60%) van (stadsdeel)leges voor horeca en evenementen. Ook de tarieven voor wegslepen zijn niet meer kostendekkend. Gezien de extra inzet op dit onderdeel is de vraag naar effectiviteit van belang: in hoeverre dragen de extra euro’s bij aan het realiseren van de gemeentelijke doelen? Volgens de organisatie worden ook effectmetingen en evaluaties uitgevoerd. Met behulp van een benchmark kunnen deze inzichten worden benut om na te gaan in welke verhouding bereikte effecten staan tot de extra inzet in de gemeentelijke begroting.

Daarmee kunnen voor de toekomst beter afgewogen (al of niet andere) keuzes worden gemaakt.

54

B. Bestuur en Organisatie inhoud programma Om de uitgaven en inkomsten voor dit programma te kunnen vergelijken met de inkomsten die Amsterdam hiervoor ontvangt via het gemeentefonds, zijn enkele onderdelen toegedeeld aan andere programma’s. Vanuit overhead (B.5) is het decentrale deel (management en ondersteuning) op globale wijze toegedeeld aan de inhoudelijke programma’s waarvoor deze personen werkzaam zijn. Dit geldt ook voor enkele brede thema’s binnen dit programma: B.2 horzontaal thema digitale stad en overheid, B.3 horizontaal thema Democratisering en B.6 facilitair werken in de fysieke leefomgeving.

B. Bestuur en organisatie

miljoenen euro's

500

totaal programma

400 300 200 100 0

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 netto uitgaven

gemeentefonds

overhead Dit betreft de algemene overhead: personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, automatisering, communicatie en huisvesting (PIOFACH). De netto uitgaven op dit onderdeel liggen in alle jaren van de onderzoeksperiode duidelijk boven het referentieniveau van het gemeentefonds. In 2023 ligt het netto uitgavenniveau circa 164 miljoen euro hoger dan het referentiebudget van het gemeentefonds voor deze taken.

B.5 Overhead 500

miljoenen euro's

400 300 200 100 0

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 netto uitgaven

Binnen dit programma zijn drie componenten te onderscheiden die zich laten vergelijken met het gemeentefonds: • Overhead: dit is programma onderdeel B.5 exclusief de decentrale overhead • Bestuur: programma onderdeel B.4 • Dienstverlening: programma onderdeel B.1

gemeentefonds

Circa een derde van de totale netto uitgaven heeft betrekking op ICT. Deze post vormt ook een belangrijke verklaring voor de stijging in de netto uitgaven in de afgelopen jaren. De netto uitgaven aan ICT zijn gestegen van 80 miljoen euro in 2017 naar bijna 130 miljoen euro in 2023. Andere grote posten hebben betrekking op huisvesting, financiën en facilitaire zaken, waarvan de laatste twee posten ook een duidelijke stijging hebben laten zien in de periode 2017-2023 (beide ruim 20 miljoen euro). De organisatie heeft de volgende initiële verklaringen aangedragen voor het relatief hoge netto uitgavenniveau: • intensivering I-domein: toekomstbestendig maken infrastructuur, wegwerken achterstanden (€ 15 miljoen) • extra impuls om te voldoen aan de Wet Open Overheid • zijn deels het verlengde van de extra inzet op andere programma’s 55

B. Bestuur en Organisatie bestuur Dit onderdeel heeft betrekking op de vergoedingen voor het bestuur inclusief ondersteuning (griffie, rekenkamer) en bestuurlijke samenwerking.

B.4 Bestuur 500

miljoenen euro's

400 300

Het betreft een beperkt deel van de totale netto uitgaven op dit programma dat in vrijwel alle jaren uit de onderzoeksperiode boven het referentieniveau van het gemeentefonds ligt (in 2023 circa 15 miljoen euro). In 2019 is sprake van incidenteel hogere uitgaven in verband met wachtgelden.

200 100 0

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 netto uitgaven

gemeentefonds

dienstverlening De netto uitgaven op dit onderdeel heben voornamelijk betrekking op het verstekken van reisdocumenten en rijbewijzen. Daarnaast hebben de taken op dit onderdeel betrekking op BRPbasisregistratie, burgerlijke stand, naturalisaties en het organiseren van verkiezingen.

B.1 Dienstverlening 500

miljoenen euro's

400 300 200

De netto uitgaven op dit programma zijn in vrijwel alle jaren uit de onderzoeksperiode hoger dan het referentieniveau van het gemeentefonds (in 2023 circa 25 miljoen euro).

100 0

Door de organisatie is aangegeven dat deze wettelijke taken in voorgaande bestuursperioden zijn opgeplust, wat tot uiting komt in het verlengd lokaal bestuur (stadsdeelcommissies, circa 5 miljoen euro) en prioriteiten vanuit het coalitieakkoord voor de ondersteuning van de Raad en griffie (ruim 1 miljoen euro).

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 netto uitgaven

gemeentefonds

Een belangrijk deel van de uitgaven op dit onderdeel kunnen worden gedekt met inkomsten uit leges. Alhoewel Amsterdam de leges burgerzaken heeft vastgesteld op het landelijk vastgestelde maximum, dekken deze in 2023 slechts 66% van de kosten. Dit verklaart het grootste deel van het verschil met het ijkpunt. Door de organisatie is aangegeven dat de wettelijke taken in voorgaande bestuursperioden zijn opgeplust, wat tot uiting komt in het Aktie Service Centrum. Dit is een coördinatiepunt voor melding van overlast in de horeca en de openbare ruimte, waarmee circa 2 miljoen euro is gemoeid.

56

B. Bestuur en Organisatie B. Bestuur en Organisatie netto uitgaven in miljoenen euro’s

belangrijkste bevindingen • het grootste deel van de netto uitgaven op dit programma heeft betrekking op de (centrale) overhead. Binnen deze overhead zijn verschillende elementen te onderscheiden (PIOFACH). Hierbij wordt opgemerkt dat een groot deel van de netto uitgaven betrekking heeft op ICT en dat hiermee ook een belangrijk deel van de stijging in de netto uitgaven in de afgelopen jaren samenhangt. • Het ROB heeft de beleidsvrijheid op deze taak als gering gescoord. Er zijn echter ook binnen programma B wel keuzes te maken in de taken die worden uitgevoerd. Vanwege de sterke verwevenheid met andere organisatieonderdelen dient daarbij wel steeds de onderlinge samenhang in het oog te worden gehouden, zowel wat betreft de financiële effecten als de effecten voor het functioneren van de organisatie. • voor meer inzicht in de achtergronden van het hoge netto uitgavenniveau zou een geobjectiveerde benchmark een geschikt instrument zijn, waarbij de genoemde PIOFACH-onderdelen worden onderscheiden en de financiële effecten van gemaakte keuzes inzichtelijk kunnen worden gemaakt. Daarbij zal ook een relatie moeten worden gelegd met het decentrale deel van de overhead en keuzes op andere programma’s die mede van invloed kunnen zijn op de omvang van de totale overhead.

• in dit verband wordt opgemerkt dat binnen de totale overhead het decentrale deel op globale wijze is onderscheiden en toegerekend aan de inhoudelijke programma’s waar deze mensen feitelijke werkzaam zijn, in aansluiting op de werkwijze die ten grondslag ligt aan het gemeentefonds. Dit onderscheid is ook een belangrijk aandachtspunt In een benchmark met andere gemeenten. De verschillende componenten binnen de overhead dienen altijd in onderlinge samenhang te worden geanalyseerd.

57

A. Algemene dekkingsmiddelen A. Algemene dekkingsmiddelen 0

totaal programma exclusief gemeentefonds

miljoenen euro's

-200 -400 -600 -800 -1.000 -1.200

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 netto uitgaven

gemeentefonds

A.1 OZB 0

miljoenen euro's

-200 -400 -600 -800 -1000 -1200

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 netto uitgaven

gemeentefonds

inhoud programma Om de uitgaven en inkomsten voor dit programma te kunnen vergelijken met de inkomsten die Amsterdam hiervoor ontvangt via het gemeentefonds, zijn enkele onderdelen uit andere programma’s toegedeeld: grondexploitaties en erfpacht programma 1, parkeerbelasting, de vrijval uit de reserve SMF en inkomsten reclame uit programma 2. Binnen dit programma zijn twee componenten te onderscheiden die zich laten vergelijken met het gemeentefonds: • OZB: dit is een onderdeel van programma onderdeel A.1 lokale lasten • overige eigen middelen: dit is het totaal van het overige deel van A.1 lokale lasten, plus de onderdelen A.3 treasury en deelnemingen en A.4 overige eigen middelen en onvoorzien. onroerende-zaakbelasting (OZB) De inkomsten uit OZB (inclusief inningskosten) zijn in alle jaren uit de onderzoeksperiode relatief laag ten opzichte van het referentieniveau waarmee rekening wordt gehouden in het gemeentefonds. Het gemeentefonds gaat er vanuit dat gemeenten op basis van hun eigen inkomstencapaciteit uit eigen middelen bijdragen in de kosten die zij moeten maken. Deze capaciteit is onder andere gebaseerd op de WOZ-waarde van onroerende zaken. Daarbij gaat het gemeentefonds uit van een gemiddeld rekentarief voor OZB-woningen en niet-woningen.

Voor beide onderdelen hanteert Amsterdam een beduidend lager tarief, waardoor de inkomsten in 2023 circa 80 miljoen lager zijn dan het referentieniveau van het gemeentefonds. In de komende jaren loopt dit verschil naar verwachting terug tot ruim 60 miljoen euro in 2026.

58

A. Algemene dekkingsmiddelen A.1 A.3 A.4 overige eigen middelen 0

miljoenen euro's

-200 -400 -600 -800 -1000 -1200

overige eigen middelen Amsterdam beschikt over substantieel meer inkomsten uit overige eigen middelen dan het referentieniveau van het gemeentefonds, dat is afgestemd op een landelijke gemiddelde inkomstencapaciteit. De belangrijkste componenten hebben betrekking op belastingen (parkeren, toeristen, reclame, precario), erfpacht, deelnemingen, saldi op grondexploitaties en mutaties in (algemene) reserves. Dit betreft allemaal algemene, vrij besteedbare middelen die in de hele begroting ingezet kunnen worden.

2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 netto uitgaven

gemeentefonds

De komende jaren lopen de netto inkomsten per saldo sterk terug. Achter dit beeld gaan uiteenlopende ontwikkelingen schuil op de verschillende onderdelen van de overige eigen middelen.

specificatie overige eigen middelen De overige eigen middelen van Amsterdam bestaan uit de volgende componenten: • erfpacht: dit betreft een structureel deel uit doorlopende erfpacht van circa 110 miljoen euro in 2023. Deze inkomsten komen ten gunste van de algemene middelen. Daarnaast heeft Amsterdam incidentele inkomsten uit de afkoopsommen van eeuwigdurende erfpacht, die worden gestort in een financieringsreserve erfpacht (na afboeking van de grondwaarde op de balans); • parkeren: de netto inkomsten uit parkeerbelasting bedragen in 2023 circa 260 miljoen euro; • toeristenbelasting: deze inkomsten bedragen in 2023 circa 170 miljoen euro; • grondexploitaties: in 2023 is er sprake van een nadelig saldo op grondexploitaties van circa 40 miljoen euro dat ten laste van de exploitatie komt; • Amsterdam kent een systematiek waarin deze saldi worden verrekend met het vereveningsfonds (dat maakt in dit overzicht deel uit van de algemene reserves); • deelnemingen: in 2023 bedragen de inkomsten uit deelnemingen ruim 70 miljoen euro; • overige belastingen (reclame, precario) van in totaal 20 miljoen in 2023; • tot slot maken diverse ‘sluitposten’ onderdeel uit van de overige eigen middelen. Het betreft mutaties in algemene reserves (waaronder het vereveningsfonds), het saldo van de rekening, beheer van gebouwen en gronden in eigen beheer en stelposten.

In de begroting 2023 zijn de inkomsten per saldo ongeveer gelijk aan de uitgaven.

59

A. Algemene dekkingsmiddelen specificatie overige eigen middelen 600 400 stelposten e.a.

miljoenen euro's

200 0

reserves

-200

deelnemingen

-400

erfpacht

-600

grondexploitaties

-800 -1000

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

meerjarig beeld overige eigen middelen Wanneer de verschillende onderdelen van de overige eigen middelen meerjarig in beeld worden gebracht, is het volgende te zien: • belastingen (oranje): de inkomsten uit belastingen nemen gestaag toe: van ruim 300 miljoen in 20217 tot circa 500 miljoen in 2026. Alleen in de coronaperiode is een dip te zien in de belastinginkomsten. • reserves (blauw): in de jaren 2018-2021 is er sprake van per saldo substantiële onttrekkingen aan reserves, waaronder het vereveningsfonds. In de begrotingsjaren 2024-2025 is er juist sprake van per saldo toevoegingen aan reserves. Daar staat tegenover dat de komende jaren wel onttrekkingen uit het vereveningsfonds zijn begroot ten behoeve van de algemene middelen.

2026

•

belastingen

stelposten (grijs): in de begrotingen 2024-2026 zijn forse stelposten opgenomen. Deze hebben onder andere betrekking op personele lasten en kapitaallasten van nieuwe investeringen en middelen uit het coalitieakkoord die nog niet zijn vertaald naar de programma’s. Deze zullen later in de beleidsprogramma’s landen, waardoor de netto uitgaven op deze programma’s nog zullen toenemen ten opzichte van de gepresenteerde stand.

60

A. Algemene dekkingsmiddelen A. Algemene dekkingsmiddelen netto inkomsten in miljoenen euro’s

belangrijkste bevindingen • de onbenutte inkomstencapciteit uit OZB wordt meer dan gecompenseerd door de structurele inkomsten uit erfpacht. • daarnaast kan Amsterdam beschikken over substantiële overige eigen inkomsten, met name uit parkeerbelasting en toeristenbelasting, die ook ten gunste van de algemene middelen komen. • binnen grondexploitaties worden eveneens substantiële inkomsten gerealiseerd. Deze komen echter niet tot uiting in de begroting, omdat in de grondexploitaties voor de komende jaren per saldo meer uitgaven dan inkomsten bevatten. Het gaat dan om kosten van het bouwrijp maken van gronden, maar ook investeringen in de infrastructuur of openbare ruimte van nieuw te ontwikkelen gebieden of onrendabele toppen op (sociale) woningbouw. • tot slot beschikt Amsterdam over (algemene) reserves, waaraan in de komende jaren substantiële budgetten worden toegevoegd. • de komende jaren lopen de netto inkomsten sterk terug als gevolg van toevoegingen aan reserves en stelposten op de begrotingen. • in de zoektocht naar begrotingsruimte is het interessant om inzichtelijk te maken welke aannames en keuzes schuil gaan achter grondexploitaties en reserves.

61

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12368695/1