2026.02.05 Conceptverslag commissie DC
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Raadscommissieverslag 05-02-2026 CONCEPTVERSLAG
Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie Donderdag 5 februari 2026 van 09.00 uur tot 12.30 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 15 april 2026 (TAR)
Voorzitter: het lid Von Gerhardt Portefeuillehouders: wethouder Van Buren en wethouder Pels Commissiegriffier: D. Struijk Commissieondersteuner: M. Saelman Verslaglegging: N. Post (Notuleerservice Nederland) Aanwezig: de leden Deterink (VVD), Garmy (Volt), Haijen (SP), De Jager (D66), Kabamba (Partij voor Morgen), Van der Kamp (VVD), Keesman (PvdA), Koppejan (CDA), Krom (Partij voor de Dieren), Lust (D66), Van Munster (GL), Noordman (Forum voor Democratie), Noordzij (PvdA) en Schmit (D66) Afwezig: het lid Kreuger (JA21)
1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 09.00 uur en constateert dat er voldoende fracties aanwezig zijn. b. Mededelingen Wethouder PELS meldt dat de Duurzaamheidsraad op 17 februari samenkomt en dan wordt het onderzoek naar maatregelen om 60 procent CO2-reductie in 2030 te realiseren besproken. De duurzaamheidsraad komt de komende vier jaar bij elkaar en het voor raadsleden mogelijk om onderwerpen aan te dragen. Daarvoor kan contact worden opgenomen met de wethouder Duurzaamheid of de bestuursadviseur. c. Vaststellen agenda De agenda wordt vastgesteld. d.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag 05-02-2026
Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie DC d.d. 8 januari 2026 Het verslag van de openbare vergadering van de raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie van 8 januari 2026 wordt ongewijzigd definitief vastgesteld. e. Actielijsten en langetermijnagenda's, per portefeuille Er zijn geen vragen of opmerkingen over de actielijsten en langetermijnagenda’s per portefeuille. f. TKN-lijst De TKN-lijst wordt voor kennisgeving aangenomen. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken van de stadsdeelcommissies. 2. Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel van de vergadering. b. Inspreekmoment Publiek De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Echteld die namens Stichting Stadslandbouwproject Melkweg (NoordOogst) inspreekt bij agendapunt 8, het bespreken van de raadsinformatiebrief over de maatschappelijke kosten- en batenanalyse van voedselinitiatieven. Inspreker ECHTELD is projectcoördinator van Stadslandbouwproject NoordOogst en dat is een van de initiatieven die worden besproken bij agendapunt 8 over de maatschappelijke kosten- en batenanalyse van voedselinitiatieven.
Aan de vergaderstukken is de visie van NoordOogst op de ontwikkeling van een sport- en voedselpark in Noord toegevoegd, dat is een voorbeeld is van hoe verschillende maatschappelijke functies elkaar kunnen versterken. NoordOogst kan na 2026 nog vijf jaar doorgaan op ongeveer de helft van het huidige terrein. Daarmee kunnen ze bewijzen dat stadslandbouw geen tijdelijk fenomeen is en dat het een integraal onderdeel van stedenbouw zou moeten zijn. De andere helft van het terrein zal vanaf die datum worden omgevormd tot een sportpark van de toekomst. Na deze vijf jaar zal er naar andere plekken in Noord gezocht moeten worden voor stadslandbouw. Dat is een gemiste kans voor toekomstige generaties en er zou vanuit een meer toekomstbestendig concept naar gebiedsontwikkeling gekeken moeten worden. NoordOogst is al twaalf jaar een succesvol living lab voor meervoudige maatschappelijke waardecreatie met stadslandbouw als ruggengraat. Het heeft lokale economie samengebracht met duurzame voedselproductie, educatie, gezondheid, recreatie, sport en natuur. De maatschappelijke waarde van NoordOogst wordt geschat op 10 tot 16 miljoen euro per jaar. In het behalen van de doelen uit de voedselstrategie is NoordOogst een van de pioniers, waarbij intensief wordt samengewerkt met
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag 05-02-2026
buurtbewoners, ondernemers, vrijwilligers en anderen in de omgeving. Deze brede praktijkervaring maakt dat NoordOogst zich verantwoordelijk voelt om hun plan te delen dat van onderop is ontstaan, gevoed is door de dagelijkse werkelijkheid en breed gedragen wordt in de omgeving. De bestemming van het terrein is momenteel agrarisch en het stadsdeel Noord streeft naar gedeeltelijke invulling van het terrein met sport waarvoor eind vorig jaar een grof faseringsplan gepresenteerd werd. Stadslandbouwproject NoordOogst biedt met haar Sport- en Voedselpark Noord een concrete invulling voor de verdere ontwikkeling van het gebied. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt of de inspreker kan vertellen wat er gebeurt bij NoordOogst waaruit die maatschappelijke waarde blijkt. Inspreker ECHTELD wijst op de collectieve voedseltuin waar men met een abonnement groente kan oogsten. Op deze manier wordt gezond en biologisch voedsel voor veel mensen meer betaalbaar. Het lid KOPPEJAN (CDA) vraagt of de inspreker kan uitleggen hoe de combinatie van sport en stadslandbouw eruitziet. Inspreker ECHTELD antwoordt dat leegstand op een sportterrein opgevuld kan worden met initiatieven op het gebied van gezonde voeding en educatie. Het sportpark van de toekomst van Sport en Bos biedt daartoe al mogelijkheden maar ze zouden daar nog stadslandbouw aan toe willen voegen.
De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Verhart die namens Stichting Voedsel Verbindt inspreekt bij agendapunt 8, het bespreken van de raadsinformatiebrief over de maatschappelijke kosten- en batenanalyse van voedselinitiatieven. Inspreker VERHART merkt op dat in Amsterdam 1 op de 9 Amsterdammers in voedselonzekerheid leeft terwijl er jaarlijks 166 miljoen kilo voedsel in de stad wordt verspild. Inmiddels zijn er zeshonderd voedselinitiatieven actief in de stad maar ze hebben de grenzen van hun kunnen bereikt. Het lukt hen niet om iedereen gezond te voeden en daarom is er een petitie gestart. Stichting Voedsel Verbindt, betrokken bewoners en maatschappelijke organisaties vragen de gemeenteraad te werken aan de drie voorwaarden die nodig zijn om de hele stad te kunnen voeden. Gezond eten moet een publieke basisvoorziening zijn en het recht op voedsel moet worden vastgelegd. Een gezonde keuze moet in elke wijk de makkelijkste keuze zijn en dat kan gerealiseerd worden door ruimtelijk beleid. Ook moet de kloof van ongelijkheid worden gedicht. Voedselbeleid kan helpen om de ongelijkheid in gezondheid effectief aan te pakken en dit moet meegenomen worden in de sociale zekerheid met een preventieve investering. Ten slotte moet de circulaire kracht worden ingezet.
Amsterdam kan geen duurzame stad zijn zolang er 166 miljoen kilo voedsel wordt weggegooid terwijl mensen honger hebben. De cijfers van de MKBA zijn bekend en hij vraagt de gemeenteraad om de regie te nemen, te investeren in de organisatiekracht van de stad en van voedselzekerheid een fundament te maken voor een rechtvaardig Amsterdam. Het lid GARMY vraagt welke acties de inspreker van de raad verwacht, afgezien van het uitspreken van solidariteit en steun. Inspreker VERHART antwoordt dat de voedselinitiatieven momenteel op incidentele basis worden ondersteund terwijl ze meer continuïteit nodig hebben. De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Kuiter die namens AMS Institute inspreekt bij agendapunt 8, het bespreken van de raadsinformatiebrief over de maatschappelijke kosten- en batenanalyse van voedselinitiatieven.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag 05-02-2026
Inspreker KUITER benadrukt dat voedselinitiatieven de stad weerbaarder maken en dat daarom een stevige en in de gemeenschap verankerde voedselstrategie van blijvend belang is. De wereld wordt steeds instabieler met dagelijkse bedreigingen van cyberaanvallen en de toename van extreem weer door klimaatverandering. Daarom moet er nagedacht worden over hoe Amsterdam zowel op korte als lange termijn weerbaar kan worden gemaakt tegen mogelijke crises. Voedsel is hierbij van levensbelang. Steden als Amsterdam zijn door complexe voedselketens gevoelig voor instabiliteit en verstoring van aanvoer heeft directe gevolgen voor supermarkten en restaurants. Vooral mensen met lage inkomens zijn kwetsbaar in crisissituaties. Amsterdam moet een stad worden die kan garanderen dat iedereen toegang heeft tot voedsel, zelfs in onzekere tijden. Net als in Oekraïne waar moestuinen een noodzakelijkheid zijn geworden kunnen stadslandbouw, coöperatieve moestuinen en daktuinen in Amsterdam bij een crisis belangrijker worden dan nu wordt gerealiseerd. Daarnaast blijkt dat sociale cohesie levens kan redden. In gemeenschappen waar mensen zich verbonden voelen hebben inwoners een grotere overlevingskans omdat ze elkaar sneller helpen en een sterker gemeenschapsgevoel ontstaat.
Deze cohesie kan worden versterkt door het creëren van plekken waar mensen elkaar ontmoeten, zoals buurtcentra, verenigingen, bibliotheken en voedselinitiatieven. In tijden van nood zijn mensen vaak geneigd tot compassie en medeleven en een politieke boodschap voor verbinding kan deze positieve krachten aanspreken om de gemeenschapszin te versterken. Door de voedselinitiatieven te ondersteunen kan de gemeenteraad zorgen voor gezond en betaalbaar voedsel, maar ook voor verbinding tussen inwoners en een samenleving waarin mensen samenkomen als het moeilijk wordt. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten aangemeld voor deze vergadering. d. Rondvraag Er zijn geen rondvragen voor deze vergadering. Bespreekpunten Afval en Reiniging 3. Bespreken van het initiatiefvoorstel Aanpak van afvalmeldingen van de leden Noordzij (PvdA) en Kabamba (PvM) en kennisnemen van de bestuurlijke reactie VN2026001051 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Noordzij voor een toelichting op het initiatiefvoorstel Aanpak van afvalmeldingen. Het lid NOORDZIJ (PvdA) vindt een van de meest zichtbare vormen van ongelijkheid in de stad het afval op straat. Terwijl de Zuidas blinkt hoopt op andere plekken in de stad het afval zich op en het meldingssysteem is daarbij een factor van belang. Het initiatiefvoorstel kan met twee uitgangspunten deze ongelijkheid aanpakken.
Het eerste is het versterken van de bekendheid en effectiviteit van het melden in wijken waar de meldingsbereidheid nu nog laag is zodat op lange termijn de verschillen in meldingsbereidheid verkleind worden en de afstand van de Amsterdammer tot de gemeente ook kleiner wordt. Ten tweede is het voorstel gericht op het aanpakken van de negatieve gevolgen van bestaande verschillen in meldingsbereidheid. Door een alerte en proactieve aanpak in de wijken waar de meldingsbereidheid laag is wordt voorkomen dat
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag 05-02-2026
deze wijken achterblijven en vergeten worden. Dit verschil moet op elk vlak meegenomen worden, van informatievoorziening naar de raad tot het beleid en de uitvoering. Het voorstel zal niet het hele afvalprobleem oplossen maar het draagt er wel aan bij omdat het een noodzakelijke stap is om de ongelijkheid in het meldingssysteem aan te pakken. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Kabamba voor een toelichting op het initiatiefvoorstel Aanpak van afvalmeldingen. Het lid KABAMBA (Partij voor Morgen) stelt dat de ongelijkheid tussen wijken niet wordt veroorzaakt doordat mensen problemen met afval niet willen melden maar doordat het systeem niet altijd aansluit op hoe mensen leven. Dit voorstel is een noodzakelijke stap om die afstand te verkleinen door meldingsbereidheid serieus te nemen en door wijken met een lage meldingsbereidheid actief te beschermen tegen achterblijven. Het initiatiefvoorstel is ontstaan uit irritatie en verantwoordelijkheid. De wens van bewoners voor een schonere buurt botste met hoe het systeem werkte. In de cijfers leek het soms rustig, maar in de leefwereld van de bewoners was de overlast wel aanwezig en kwamen de signalen daarover niet terecht op de plekken waar ze effect hadden. Dit is een mismatch tussen het systeem en de praktijk.
Als moeder in Zuidoost woont heeft ze haar kind geleerd om afval netjes weg te gooien maar ze zag ook jongeren met ideeën die niet werden gehoord en bewoners die wel wilden melden maar dit deden via een brief, social media of door het samen op te lossen. Dit voorstel brengt gemeenschappen die structureel worden gemist via whatsappgroepen, kerken, moskeeën en andere plekken samen met een systeem dat dichter bij de mensen staat zodat bewoners zelf mede bepalen welke oplossingen structureel, effectief en duurzaam zijn. Dit voorstel gaat niet alleen om afvalbeleid, het gaat om samen bouwen aan een schone, rechtvaardige stad voor iedereen. Het lid SCHMIT (D66) vraagt of de indieners van het voorstel kunnen uitleggen wat het met het vertrouwen van de Amsterdammers doet als na een melding gerapporteerd wordt dat het probleem is opgelost terwijl dat niet het geval is. Het lid NOORDZIJ (PvdA) antwoordt dat bewoners inderdaad hebben aangegeven dat de problemen die ze melden niet worden opgelost. Daarom is in het voorstel opgenomen dat de effectiviteit van het melden in de praktijk zichtbaar moet zijn en in de bestuurlijke reactie wordt dit ook erkend. Met name in de wijken waar weinig vertrouwen is en waar de meldingsbereidheid laag is kost het veel werk om dat vertrouwen terug te winnen.
Daarnaast is het voor de gemeente nuttig als er meldingen binnenkomen omdat de gemeente dan weet waar ingezameld moet worden. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Noordzij in eerste termijn. Het lid NOORDZIJ (PvdA) ziet in de bestuurlijke reactie veel aanknopingspunten om de problemen rond de meldingsbereidheid aan te pakken. Het is positief dat er al grote stappen zijn gezet, zoals de ontwikkeling van de Amsterdam-app. Hij vindt het wel zorgelijk dat er wordt gezegd dat een aanpak wordt gehanteerd die gebaseerd is op basisdienstverlening met inzamelroutes, objectieve metingen, data, schouwen, meningen van bewoners en meldingen en dat hierbij de meldingsbereidheid niet wordt meegenomen. Met het initiatiefvoorstel willen ze meegeven dat de meldingsbereidheid altijd meegenomen moet worden omdat dit een compenserende factor is voor de ongelijkheid in het meldingssysteem. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Kabamba in eerste termijn. Het lid KABAMBA (Partij voor Morgen) geeft aan dat het initiatiefvoorstel noodzakelijk was omdat vanuit de gemeenschap vaak werd aangegeven dat er te weinig aansluiting was tussen wat bewoners nodig hadden en de bestaande maatregelen. In de
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag 05-02-2026
bestuurlijke reactie worden de maatregelen herhaald maar het zou mooi zijn geweest als er ook een zin was toegevoegd waarin erkend werd hoe groot die mismatch is. Een schone stad is een recht van iedereen en geen gunst voor degenen die het meest melden. De bestuurlijke reactie laat zien dat het probleem ligt bij systemen, capaciteit, coördinatie en hoe serieus signalen worden opgenomen. Daarom is het voorstel een opdracht en het begin van een reeks als het in de uitvoering nog niet helemaal goed gaat. Ze heeft vertrouwen in de samenwerking en de ondersteuning van andere partijen en is ervan overtuigd dat het uiteindelijk op papier en op straat goed zal komen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Schmit in eerste termijn. Het lid SCHMIT (D66) komt terug op het punt wanneer na een melding het vuil naast de container blijft liggen. Dat geeft niet veel vertrouwen in het meldingssysteem. Hij vraagt de wethouder of het bekend is hoeveel meldingen worden gedaan die niet worden opgelost. Hij zou graag zien dat die aantallen meegenomen worden in de rapportage. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Deterink in eerste termijn. Het lid DETERINK vindt sommige afslagen in de toelichting op het voorstel wat ver gaan, zoals het idee van een mismatch tussen gemeenschappen en meldingen. Dit zijn praktische zaken die goed geregeld moeten worden voor alle Amsterdammers.
Niet iedereen is digivaardig en dat moet op andere manieren opgelost worden. Desondanks staan er goede punten in het voorstel. De terugkoppeling van meldingen is belangrijk omdat veel bewoners aangeven dat er toch niets met een melding gedaan wordt. Hij vraagt de wethouder of het misschien een goed idee is om te kijken hoe tevreden mensen zijn met de opvolging van meldingen. Het lid KABAMBA (Partij voor Morgen) vraagt waarom het lid Deterink een mismatch een afslag te ver vindt. Het lid DETERINK denkt dat hij niet op dezelfde golflengte zit als het lid Kabamba als het gaat om hoe er naar meldingsbereidheid en de verschillen gekeken wordt. Volgens hem is dit een praktische kwestie die gewoon goed geregeld moet worden en daar moeten goede stappen in gezet worden. Tegelijkertijd zijn er al tal van manieren om dit goed te organiseren. Het lid KABAMBA (Partij voor Morgen) antwoordt dat het benoemen van een mismatch een vertegenwoordiging is van de achterban die naar hen toekomt en aangeeft dat er een mismatch is. Raadsleden zijn vertegenwoordigers van echte mensen en daarom is ze nog steeds benieuwd waar dat volgens het lid Deterink te ver gaat. Het lid DETERINK antwoordt dat het niet te ver gaat, het is meer dat hij de afslag niet begrijpt. Zijn achterban komt ook naar hem toe om te zeggen dat ze het soms ingewikkeld vinden omdat ze melden en geen terugkoppeling krijgen.
Het lid KABAMBA (Partij voor Morgen) noemt als voorbeeld van een mismatch de jongeren die hebben aangegeven dat ze graag hadden gezien dat hun ideeën voor een schone wijk op Snapchat of op TikTok werden meegenomen. Het lid DETERINK ziet dit als een oproep om van het doen van een melding gewoon weer iets cools te maken. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Buren voor de beantwoording in eerste termijn. Wethouder VAN BUREN bedankt de initiatiefnemers van dit voorstel. Het gaat nog
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag 05-02-2026
niet goed genoeg, ze is continu bezig met verbeteringen en dit voorstel helpt daarbij. Ze streven ernaar om meldingen goed af te handelen maar dat lukt in veel gevallen niet. De terugkoppeling naar melders schiet nog tekort en het structureel leren van meldingen moet beter georganiseerd en geïntegreerd worden in de organisaties. Meldingen worden soms tussen twee directies heen en weer geschoven en ze is samen met beide directies hard aan het werk om dat beter op elkaar af te stemmen. Sinds de introductie van de Amsterdam-app is het aantal meldingen in sommige stadsdelen verdubbeld of zelfs verdrievoudigd. Bij een melding in de Amsterdam-app hoort een terugkoppeling en er wordt ook gevraagd of men tevreden is over de afhandeling. Ze streven naar meer meldingsbereidheid maar ook de gebiedsmakelaars en buurtconciërges moeten worden ingezet. Meldingen worden onterecht als afgehandeld worden beschouwd door onduidelijkheid over welke directie de melding oppakt. Ze weet niet hoe vaak dat voorkomt maar het is wel een aandachtspunt waaraan gewerkt wordt. Het lid SCHMIT (D66) geeft aan dat zijn vraag was om te onderzoeken hoe vaak het voorkomt en om die aantallen in de rapportage mee te nemen. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat mensen in de app kunnen aangeven dat de melding niet is afgehandeld maar ze zal dit niet verder onderzoeken.
Het lid DETERINK vraagt of het technisch mogelijk is om in de app de status van de afhandeling aan te geven. Wethouder VAN BUREN kan niet zeggen of het technisch mogelijk is, maar het is wel belangrijk dat mensen op de hoogte worden gehouden over de status van hun melding. Vanuit dienstverlening is een team aan het werk met de app en ze kunnen dat meenemen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gereed is voor een korte bespreking in de gemeenteraad van 18 en 19 februari 2026. Afval en Reiniging 9. Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake het beantwoorden van vragen van het lid Havelaar (CDA) over gebiedsgericht werken desgevraagd uitgesplitst naar de directies Stadswerken en Afval en Grondstoffen VN2026-000384 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Koppejan. Het lid KOPPEJAN (CDA) wil weten waarom Stadswerken al per januari 2026 begint met gebiedsgericht werken en Afval en Grondstoffen pas vanaf juni 2026. Ze vraagt of dit verschil een bewuste keuze is of het gevolg van vertragingen bij Afval en Grondstoffen. Daarnaast vraagt ze wat dit concreet betekent voor het Transitieplan werven en overslagpunten en hoe wordt voorkomen dat medewerkers bij Afval en Grondstoffen in langdurige onzekerheid blijven.
Tot slot vraagt ze waarom er nog geen duidelijke richting is voor glas- en papierinzameling terwijl dit wel direct raakt aan gebiedsgericht werken. Ze wil weten wanneer hierover een besluit wordt genomen en of de raad daar ook over wordt geïnformeerd. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Schmit. Het lid SCHMIT (D66) is ook benieuwd waarom Afval en Grondstoffen pas per juni met gebiedsgericht werken begint. Hij vraagt of dat betekent dat Afval en Grondstoffen vanaf 1 juni meteen daadwerkelijk gebiedsgericht gaat werken. Daarnaast is hij benieuwd wanneer de wethouder verwacht resultaten in de stad te zien.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag 05-02-2026
De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Buren voor de beantwoording. Wethouder VAN BUREN legt uit dat Stadsreiniging per januari al is begonnen met gebiedsgericht werken omdat het een minder complexe organisatie is en het daar via roosterwijziging kan worden ingevoerd. Bij Afval en Grondstoffen gaat het om een herinrichting van 27 teams en 380 medewerkers waarbij ook veel logistieke aanpassingen nodig zijn. Deze veranderingen moeten zorgvuldig worden voorbereid met betrokkenheid van medewerkers en medezeggenschap. Ze streven naar 1 juni maar het kan ook 1 juli worden. De invoering heeft geen effect op het Transitieplan werven en overslagpunten omdat dat plan al loopt en wordt meegenomen in het gebiedsgericht werken. Het inzamelen van glas betreft kleine aparte stromen en er wordt nog onderzocht of dit gekoppeld moet worden aan gebiedsgericht werken. Het lid KOPPEJAN (CDA) vraagt wanneer er formele medezeggenschap bij Afval en Grondstoffen zal zijn, aangezien in de brief staat dat het momenteel gaat om een informele vorm van medezeggenschap via een Onderdeel Commissie (OC). Wethouder VAN BUREN antwoordt dat het gaat om medezeggenschap over hoe dit het beste kan worden uitgevoerd. Dat wordt besproken in de OC en heeft geen instemming nodig van de centrale ondernemingsraad.
Ze benadrukt dat het wel een belangrijk onderdeel is omdat dit zonder medezeggenschap niet kan worden ingevoerd. De discussie wordt gesloten. Duurzaamheid, Energietransitie en Circulaire Economie 4. Bespreken van de raadsinformatiebrief over monitoring 2025 Programma Windenergie Amsterdam 2030 (PWA) VN2026-000310 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Koppejan. Het lid KOPPEJAN (CDA) vraagt of de wethouder de zorg deelt dat besluiten over windturbines kunnen leiden tot onomkeerbare en onwenselijke situaties. De besluitvorming over de windturbines vindt plaats in december 2026 terwijl er pas in 2030 duidelijkheid komt over een mogelijke aanpassing van het Luchthavenindelingbesluit (LIB). Ze vraagt of de wethouder kan toezeggen dat besluitvorming wordt uitgesteld totdat er duidelijkheid is over dit Luchthavenindelingbesluit. In het milieurapport staat dat Weesperkarspel buiten beschouwing is gelaten vanwege de onrealistische inpassing door industrie en bosgebied. Ze vraagt waarom deze conclusie ontbreekt in de raadsinformatiebrief en hoe de wethouder hierover denkt, aangezien het milieuonderzoek uitwijst dat dit gebied onrealistisch is en daardoor zou moeten afvallen. Bij de Noorder IJplas is het draagvlak nooit gemeten. Het participatieplan is volgens de bewoners mislukt en hun vragen over gezondheid en zorgen zijn niet beantwoord.
Bovendien werkt het RIVM nog aan het herzien van de hindercurves terwijl er nu al besluiten worden genomen. Ze wil weten waarom de expertbijeenkomst die al anderhalf jaar wordt uitgesteld nog steeds niet heeft plaatsgevonden. Daarnaast vraagt ze waarom de gemeente ervoor kiest om het zorgvuldige politieke besluit van de provincie aan te vechten en dit te financieren met gemeenschapsgeld voor commerciële windondernemers. Tot slot is ze benieuwd hoe de wethouder verklaart dat een project dat volgens de oorspronkelijke businesscase alleen rendabel was met drie windturbines nu haalbaar zou zijn met slechts één windturbine.
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag 05-02-2026
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid HAIJEN. Het lid HAIJEN (SP) leest in de raadsinformatiebrief dat er pas in 2030 duidelijkheid zal zijn over het Luchthavenindelingbesluit. De SP is blij met het voorbehoud dat wordt gemaakt bij Zuidoost en Weesp maar hij vraagt hoe dit zich verhoudt tot het feit dat er in 2026 al een besluit zou moeten worden genomen over de realisatie terwijl er mogelijk pas na 2030 duidelijkheid is over het Luchthavenindelingbesluit. De wethouder heeft de commissie op de hoogte gehouden met technische sessies en heeft een bureau ingeschakeld om onderzoek te doen en vaart te maken met het Luchthavenindelingbesluit, maar hij vraagt of het haalbaar is dat er in 2026 al een besluit wordt genomen terwijl pas in 2030 duidelijk wordt wat er eventueel mogelijk is in de haven. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid GARMY. Het lid GARMY (Volt) vraagt wanneer het onderzoek naar de mogelijkheden voor windenergie in de haven is afgerond aangezien er in december 2026 vanuit de raad een besluit wordt verwacht over windmolens buiten of in het havengebied. Hij wil weten of de raad tussentijds updates zal ontvangen over dit onderzoek en is benieuwd wanneer de raad een definitief antwoord zal krijgen over de haalbaarheid van het project. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid KABAMBA.
Het lid KABAMBA (Partij voor Morgen) sluit zich aan bij de bijdrage van lid HAIJEN en wil graag duidelijkheid over wat er in Zuidoost gaat gebeuren. Ze vraagt hoe wordt gewaarborgd dat de raad zo snel mogelijk zekerheid krijgt. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid VAN DER KAMP. Het lid VAN DER KAMP (VVD) wil net als het college geen windturbines in de buurt van woonwijken maar het college zoekt toch naar locaties buiten de haven. De VVD wil geen concessies doen aan de leefbaarheid en gezondheid van bewoners en het college heeft aangegeven geen onomkeerbare besluiten te nemen over Zuidoost. Tegelijkertijd zijn er wel allerlei onderzoeken en dat leidt tot onrust en onzekerheid bij bewoners. Hij erkent het probleem met het Luchthavenindelingbesluit maar vindt dat het proces te lang duurt. De onrust is onterecht aangezien de feiten duidelijk zijn. In de raadsinformatiebrief wordt gesteld dat het gebied bij Weesperkarspel te klein is en ongeschikt vanwege ondergrondse leidingen. Hij roept op om te stoppen met het onderzoeken van dit gebied omdat de logische conclusie is dat er geen plaats is voor windturbines in Zuidoost of bij de Noorder IJplas. Hij roept de raad op om met een motie aan te geven dat deze gebieden uitgesloten moeten worden voor windturbines. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder PELS voor de beantwoording.
Wethouder PELS legt uit dat er een deadline is opgelegd via het kabinet aan de provincie om de gemeente te controleren op de RES (Regionale Energie Strategie). Om de afspraken van de RES te halen moet er uiterlijk aan het einde van dit jaar duidelijkheid zijn over de uitsluiting van locaties zodat de vergunningen tijdig verleend kunnen worden. Het college heeft de raad nodig om dit te realiseren en ze doet een beroep op het CDA en de VVD om bij de nieuwe minister van Infrastructuur erop aan te dringen dat de gemeente Amsterdam nog dit jaar voldoende uitsluiting krijgt en dat de bouwhoogte wordt aangepast zodat er zoveel mogelijk windturbines in de haven kunnen worden gebouwd. Het college heeft het ministerie gevraagd om zo snel mogelijk duidelijkheid. Zodra er meer bekend is zal dit met de raad worden gedeeld. Als de raad in december moet besluiten, dan moet de beslissing ongeveer in oktober in het college liggen zodat de gemeenteraad het tijdig kan behandelen. Ze hoopt echter dat de nieuwe minister het
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag 05-02-2026
besluit al in april aanpast zodat ze eerder met de plannen aan de slag kunnen gaan. Vanuit de haven is er bereidheid is om met het resterende risico verder te werken. Het lid VAN DER KAMP (VVD) wijst erop dat uit rapporten blijkt dat het in Weesperkarspel en Zuidoost niet mogelijk is om windturbines te plaatsen. Hij vraagt waarom de wethouder nog steeds volhoudt dat het daar mogelijk zou kunnen zijn en waarom er niet eerder uitsluitsel wordt gegeven over deze gebieden. Wethouder PELS legt uit dat dit proces zo is afgesproken. Er worden verdere verkenningen uitgevoerd op de locaties in Weesperkarspel en Zuidoost en tegelijkertijd wordt gekeken of de minister meewerkt om de hoogst mogelijke windmolens in de haven te plaatsen. Het kan zijn dat de minister dat besluit niet neemt en dat zou betekenen dat de minister impliciet aangeeft dat er geen windturbines in de haven komen. In dat geval moet er alsnog worden gekeken naar deze locaties. Het lid VAN DER KAMP (VVD) benadrukt dat, zelfs als de windturbines niet in de haven kunnen worden geplaatst, ze nog steeds niet passen in Weesperkarspel. Wethouder PELS herhaalt dat er eerder met de raad is afgesproken dat het besluit over de locaties in één keer zal worden genomen en dat dit aan het einde van dit jaar zal gebeuren. Op die manier is er volledige duidelijkheid voor iedereen.
Als de minister het niet voor elkaar krijgt om de benodigde aanpassingen door te voeren zal aan de gemeenteraad worden gevraagd hoe om te gaan met de ambitie die er ligt en of er nieuwe gebieden moeten worden toegevoegd. Dat zal leiden tot chaotische besluitvorming. Daarom wordt alles in één keer besloten zodat alle Amsterdammers tegelijk duidelijkheid krijgen en alle informatie compleet is. Het conceptrapport kijkt nog naar de inpassing en dat onderzoek is nog niet afgerond. Deze onderzoeken moeten worden afgewacht voordat het besluit kan worden genomen. Het lid HAIJEN (SP) vraagt in hoeverre de deadline voor de Regionale Energiestrategie een wet van Meden en Perzen is. Hij heeft niet het idee dat de nieuwe coalitie erg ambitieus is qua klimaatbeleid en vraagt de wethouder of ze bij de minister en het provinciebestuur kan aangeven dat ze met haar handen in het haar zit zolang er geen duidelijkheid is over het Luchthavenindelingbesluit. Dat lijkt hem een redelijk en billijk verzoek dat bij de provincie en het Rijk kan worden neergelegd. Wethouder PELS beaamt dat ze de provincie heeft gevraagd om steun bij het verzoek aan het ministerie. Die steun is er geweest vanuit de provincie maar toch kwam Amsterdam niet goed binnen bij de minister met dit verzoek.
Amsterdam heeft een rol in het bestrijden van klimaatverandering en het opwekken van duurzame energie is daar een belangrijk onderdeel van, net zoals in de rest van het land. Ze zal niet om uitstel vragen, ook al is het nog onduidelijk wanneer de minister precies zal reageren. Als er nu op de pauzeknop wordt gedrukt betekent dat namelijk niet dat de aarde minder snel opwarmt. Het lid GARMY herinnert zich dat in de technische sessies werd aangegeven dat er ook andere aspecten waren waarnaar moest worden gekeken voor windmolens in de haven. Hij vraagt of alles nu in orde is en of ze nu enkel nog wachten op het besluit van de minister. Wethouder PELS antwoordt dat de haven op dit moment nog verschillende onderzoeken uitvoert, onder andere naar kabels en de waterstofcorridor. Er wordt dus nog onderzocht welke locaties in de haven wel en niet haalbaar zijn voor windmolens. Ze hoopt dat de beperking op de hoogte van de windmolens wordt opgeheven zodra blijkt dat er voldoende technisch haalbare locaties zijn. Deze hoogtebeperkingen vormen namelijk een probleem voor bijna elke locatie in de haven omdat de businesscase niet haalbaar is met lagere windmolens.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag 05-02-2026
Het lid VAN DER KAMP (VVD) vraagt of de wethouder wil aangeven dat de doelstellingen van de RES kunnen worden behaald zonder de windturbines op deze locatie. Op die manier worden bewoners niet langer in onzekerheid gehouden. Wethouder PELS antwoordt dat deze windmolens zijn meegerekend in de capaciteit van de RES die de provincie aanlevert aan het kabinet om te zien of de doelstellingen worden behaald of niet. Het kabinet en de provincie staan achter de RES en de VVD zit ook bij de provincie die elk kwartaal Amsterdam controleert op de doelstellingen. Maar omdat het gemeentebestuur het moet uitvoeren krijgt zij nu commentaar van de VVD. De onafhankelijke expertbijeenkomst duurt inderdaad te lang. Er is veel contact met de bewoners rondom de Noorder IJplas maar de experts van de GGD en het RIVM zijn niet beschikbaar. Ze hebben aangegeven niet mee te werken aan deze bijeenkomst. Er wordt nog gezocht naar anderen en de bewoners hebben ook experts aangedragen. Op 16 januari is er nog overleg geweest met de bewoners over de voortgang en het heeft zeker de aandacht om de expertmeeting een goede vorm te geven. Het lid KOPPEJAN (CDA) vraagt waarom de GGD en het RIVM niet willen deelnemen aan de expertmeeting.
Wethouder PELS antwoordt dat het RIVM aangeeft geen meerwaarde te zien in het gesprek met deze experts omdat ze al eerder op verschillende plekken hebben ingesproken en hun standpunt aan het RIVM kenbaar hebben gemaakt. Het RIVM heeft daarop gereageerd en de GGD deelt die mening. Er is dus al uitwisseling geweest tussen deze experts die hetzelfde standpunt blijven behouden. Het zou een herhaling van zetten zijn met de bewoners erbij en dat leidt nergens toe. Uiteindelijk is het aan het RIVM en de GGD om die afweging te maken. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gereed is voor een korte bespreking in de gemeenteraad van 18 en 19 februari 2026. Duurzaamheid, Energietransitie en Circulaire Economie, Coördinatie Maatschappelijke Voorzieningen, Gemeentelijk Vastgoed, Onderwijs, Ruimtelijke Ordening, Woningbouw 5. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de gevolgen van netcongestie voor de Amsterdamse ambities in de stedelijke ontwikkeling en afdoening vijf toezeggingen VN2026-000312 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid van Munster. Het lid VAN MUNSTER (GroenLinks) merkt op dat er nu inzicht is in wat netcongestie daadwerkelijk betekent, wat de gevolgen zijn voor het stroomnet in de stad en welke impact dit heeft op de ambities van Amsterdam.
Hij gelooft in de ambtelijke expertise en wil dat de raad deze mensen en de wethouder bestuurlijke en politieke rugdekking geeft om de noodzakelijke keuzes te maken met betrekking tot netcongestie. De raad moet daarbij over een afwegingskader beschikken om te voorkomen dat er door de raad voortdurend uitzonderingen worden voorgedragen. Het lid HAIJEN (SP) merkt op dat het afwegingskader nu ligt bij de netbeheerder Liander en bij de ACM. Er is nu dat prioriteringskader en dat is verder niet aan de politiek. Het lid VAN MUNSTER (GroenLinks) beaamt dat het prioriteringskader er nu ligt maar hij voorziet dat iedereen zijn eigen zeehondje op tafel zal gooien waardoor de raad
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag 05-02-2026
telkens in discussie zal belanden over hoe netcongestie het beste kan worden aangepakt en wat er wel of niet moet worden aangesloten. Hij wil dit voorkomen en is ook benieuwd naar de mening van de rest van de commissie hierover. Het lid VAN DER KAMP (VVD) vraagt of het lid Van Munster geen vertrouwen heeft in het aansluitoffensief. Het lid VAN MUNSTER (GroenLinks) herhaalt dat hij voorziet dat er op termijn een discussie zal ontstaan binnen de politiek omdat dat helaas zo werkt in de politiek. Hij wil dit voorkomen en is benieuwd hoe de commissie daarnaar kijkt. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Koppejan. Het lid KOPPEJAN (CDA) vraagt hoe de uitspraak van wethouder Van Weyenberg in september 2025 dat er geen grote netcongestieproblemen zijn zich verhoudt tot de waarschuwing dat bij het uitblijven van maatregelen circa 30.000 woningen vertraging oplopen. Wethouder Pels heeft toegezegd de commissie proactief te informeren over woningbouwvertraging door netcongestie en ze wil weten waarom deze informatie pas maanden later en in algemene zin is gedeeld. Ze schrikt van de mogelijke vertraging van 30.000 woningen en vraagt of het college erkent dat de latere raadsinformatiebrief een aanzienlijk ernstiger beeld schetst dan de indruk die tijdens de afgelopen commissievergadering werd gewekt.
Tot slot sluit ze zich aan bij de vraag van het lid Van Munster over wat prioriteit heeft aangezien dit nog niet duidelijk is in de raadsinformatiebrief. Ze vraagt in hoeverre bijvoorbeeld buurthuizen, sportaccommodaties en verenigingsgebouwen in de categorie maatschappelijk prioritair vallen bij schaarste op het stroomnet. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Haijen. Het lid HAIJEN (SP) herinnert aan eerdere gesprekken over het maatschappelijke prioriteringskader en vertelt dat hij ook weleens is benaderd door bewoners van een wooncoöperatie die lange tijd op een aansluiting moesten wachten. Het is duidelijk dat er problemen zijn maar de brief vindt hij wel heel alarmerend, 30.000 woningen die mogelijk niet kunnen worden aangesloten, 50 onderwijsvoorzieningen en opvanglocaties voor Oekraïense vluchtelingen die in de problemen komen als ze niet op het net kunnen worden aangesloten. Hij wijst erop dat het stadsbestuur feitelijk niet in positie is om dit op te lossen. De problemen zijn inmiddels ook in Den Haag doorgedrongen en er komt een wet om netcongestie aan te pakken. Hij vraagt de wethouder om de raad proactief te informeren zodra er meer bekend is over de wet en wat die voor mogelijkheden biedt voor Amsterdam. Hij is zich ervan bewust dat de sleutel tot de oplossing niet bij het stadsbestuur ligt. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Keesman.
Het lid KEESMAN (PvdA) vindt de raadsinformatiebrief over netcongestie verhelderend maar leest deze ook als een kroniek van een aangekondigde crisis. Hij wijst erop dat het verzwaren en uitbreiden van het elektriciteitsnet waarschijnlijk nog lang gaat duren en dat 1.600 gemeentelijke projecten tot 2036 mogelijk last van netcongestie hebben. Ondertussen moet de bestaande infrastructuur optimaal worden benut door daluren beter te gebruiken, flexvermogen te activeren, de bestaande capaciteit slimmer in te zetten en waar mogelijk het huidige net zwaarder te belasten. Dit alles speelt zich af in een ingewikkeld speelveld met publieke en private partijen. Het college heeft 5 miljoen gereserveerd voor acute knelpunten en voorziet een structurele investering van 10 miljoen per jaar voor de komende jaren. De PvdA kijkt uit naar de invulling van deze structurele investering maar vraagt zich ook af hoeveel schade de 1.600 projecten de stad zullen berokkenen. Het is één ding om te weten dat die projecten vertraging gaan oplopen, maar de vraag is hoeveel schade dit zal veroorzaken en of de 10 miljoen structureel voldoende is
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag 05-02-2026
om dit te ondervangen. Hij zou graag van de wethouder horen hoe zij daarnaar kijkt en of het wellicht nog de moeite waard is om beter in beeld te brengen wat die schade zou kunnen zijn en of er proportioneel actie moet worden ondernomen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Garmy. Het lid GARMY (Volt) leest de brief als een waarschuwing voor een grote crisis en hij denkt dat dit onderwerp de komende jaren vaak op de agenda zal staan. Hij sluit zich aan bij de woorden van het lid Van Munster om scherp te hebben wat de rol van de raad is bij prioritering om te voorkomen dat het een politiek debat wordt. Hij vraagt of de raad de komende jaren vooral zal worden geïnformeerd over welke projecten prioriteit krijgen, of dat het de bedoeling is dat ze ook kaders en prioriteiten vaststelt. Volt is van mening dat het beter is om niet van alles een politiek debat te maken en dat de expertise bij de ambtenaren ligt. In de brief staat dat de impact op het bedrijfsleven nog in kaart wordt gebracht en hij wil weten hoe dat wordt gewogen en of publieke projecten altijd voorrang krijgen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Krom. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) is geschrokken van de brief waarin wordt aangegeven dat scholen en voorzieningen mogelijk niet kunnen worden aangesloten op het net. De verwachting is dat dit aantal de komende jaren blijft groeien.
Ze wijst erop dat 1.600 projecten zoals nieuwbouw, jeugdzorglocaties en scholen misschien niet kunnen worden gerealiseerd door netcongestie en vraagt zich af wat de maatschappelijke schade hiervan de komende jaren zal zijn. Om de belangrijkste projecten de komende tien jaar door te laten gaan is het huidige beeld dat er circa 10 miljoen per jaar nodig is voor alternatieve oplossingen maar het risico bestaat dat dit bedrag nog veel hoger uitvalt. In dat kader komt ze terug op de datacenters in de stad en specifiek de hyperscales in West die straks net zoveel elektriciteit verbruikt als heel Haarlem. Daarnaast zitten er nog veel meer datacenterprojecten in de pijplijn die waarschijnlijk evenveel stroom zullen vragen als alle Amsterdamse woningen bij elkaar. Het zou beter zijn om deze datacenters tegen te houden omdat het probleem van netcongestie anders mogelijk honderden miljoenen zal kosten. Ze vraagt de wethouder of ze bereid is na te denken over andere oplossingen, zoals bijvoorbeeld het uitkopen van de contracten van de datacenters. Eerder is al aangegeven dat dit een enorme som geld zou kosten maar nu de kosten voor netcongestie oplopen en gezien de druk op de maatschappelijke voorzieningen is ze benieuwd naar de visie van de wethouder hierover. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid De Jager.
Het lid DE JAGER (D66) vindt dat de brief de gevolgen van netcongestie voor Amsterdam heel tastbaar maakt. Ze sluit zich aan bij GroenLinks wat betreft de rol van de raad in dit vraagstuk en denkt dat het goed is dat uit te werken zodat er een goede discussie kan worden gevoerd. In een eerder nieuwsbericht werd aangekondigd dat door het verminderen van het aantal datacenters in Amsterdam er vijf onderstations minder nodig zouden zijn. Dit zou ruimte en miljoenen besparen maar het lijkt haar logischer dat het voor mensen en initiatieven die op de wachtlijst staan positief zou zijn. Toch blijkt uit de technische berekeningen dat het net minder verzwaard zal worden. Ze vraagt of de wethouder dit nog kan toelichten. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Pels voor de beantwoording. Wethouder PELS beaamt dat netcongestie een groot probleem zal worden. Ze denkt dat de omvang van het probleem voor bewoners nog lastig te begrijpen is. Er is nu inzichtelijk gemaakt waar Amsterdam tegenaan zal lopen en met veel puzzelwerk is het
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag 05-02-2026
gelukt dat circa 150 projecten dit jaar toch door kunnen gaan. Het is ook afhankelijk van bij welk station er een aansluiting moet komen en dat maakt het ingewikkeld. Het datacenter in de haven is bijvoorbeeld aangesloten op Oostzaan en daar is op dit moment geen wachtlijst. Dat betekent echter niet dat er geen netcongestie is. Andere initiatieven staan onderaan op de wachtlijst en daarvoor is op dit moment geen stroom beschikbaar. TenneT is gevraagd om goed te kijken naar de contracten die zijn afgesloten met datacenters die bijvoorbeeld niet in ontwikkeling komen waardoor ze stroom weghouden van anderen die het heel goed kunnen gebruiken. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt of de datacenters onderaan de wachtlijst staan en alle andere voorzieningen voorgaan zolang er netcongestie is in de stad. Wethouder PELS antwoordt dat er een maatschappelijk prioriteringskader is dat door de ACM is vastgesteld. Daarna is er een wachtlijst die op volgorde van binnenkomst wordt afgehandeld. Het is niet zo dat datacenters die een reservering hebben voorrang krijgen op anderen op de wachtlijst. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt of een supermarkt of jeugdzorg voorrang zal krijgen op een datacenter. Wethouder PELS antwoordt dat het voor TenneT of Liander niet mogelijk is om daar voorrang aan te geven als het niet in het kader van de ACM is opgenomen.
De gemeente heeft geprobeerd om een veel breder afwegingskader te krijgen omdat ze andere projecten daarin wilden opnemen maar dat is niet gelukt. Ze blijven hier wel voor pleiten bij de minister zodat scholen, jeugdzorg of andere punten die ze belangrijk vinden alsnog in het kader opgenomen kunnen worden. De eerste grove inschatting is dat er 10 miljoen structureel nodig is om alle 1.600 projecten op te lossen. Dat bedrag moet vrijgemaakt worden en daarbij is er dus zeker een rol voor de raad weggelegd. Als het bijvoorbeeld 5 miljoen wordt, dan moet de gemeenteraad een prioritering meegeven en als het niet lukt om alle middelen vrij te maken moet er gekeken worden naar een goede oplossing waarbij duurzame oplossingen soms meer kosten. Deze afwegingen moeten nog gemaakt worden. Zodra die afspraken zijn gemaakt moet er een kader komen om te voorkomen dat losse projecten met elkaar worden vergeleken. Ze ziet wel wat in het voorstel van GroenLinks om als raad een kader vast te stellen en ze zal dit meenemen bij de voorbereidingen van de coalitieonderhandelingen. Het lid KEESMAN (PvdA) vraagt of met 10 miljoen de crisis opgelost kan worden en die 1.600 projecten doorgang kunnen vinden.
Wethouder PELS antwoordt dat waarschijnlijk een groot deel van die projecten met dit geld opgelost kan worden maar dat dit een eerste grove inschatting is van wat ze denken dat er structureel tot het einde van de netcongestie nodig is om zo goed als alle projecten te helpen die ze nu in beeld hebben. Het probleem netcongestie is regelmatig gedeeld met de raad en met een collega van het lid Koppejan is in oktober dezelfde discussie gevoerd in de commissie Woningbouw en Volkshuisvesting. Toen werd ook gevraagd waarom dit nooit eerder is gezegd. Het lid KOPPEJAN (CDA) vraagt of de uitspraak van wethouder Van Weyenberg in september 2025 dat het bouwen van woningen voorrang krijgt bij netcapaciteit nog steeds geldt. Ze wil weten waarom nu 30.000 woningen vertraging oplopen. Wethouder PELS antwoordt dat dit inderdaad het geval was en dat het college daar keihard voor gestreden heeft. In het nieuwe besluit van de ACM van november vorig
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag 05-02-2026
jaar werden de reserveringen voor kleinverbruikers en dus ook woningbouw losgelaten. De ACM meldde dat ze dit juridisch niet konden onderbouwen na een uitspraak van de rechter hierover. In september was alles nog geregeld en waren alle woningbouwprojecten voor de komende jaren aangemeld zodat de woningbouw veilig was. Omdat de ACM nu de reservering voor kleinverbruikers schrapt komt de woningbouw mogelijk in de problemen. Als de minister daar niet snel op bijdraait en ervoor zorgt dat de ACM dit opneemt zal de stad daarvan al op korte termijn effect ondervinden op de woningen die gepland zijn voor de komende jaren. Ze zijn hiervoor in G4-verband aan het lobbyen richting de minister van Klimaat in de hoop dat dit zo snel mogelijk wordt oplost. Het lid GARMY (Volt) wijst nog op zijn vraag over de afweging tussen het bedrijfsleven en publieke projecten. Wethouder PELS antwoordt dat ze inderdaad op dit moment nog onderzoek doen naar de impact op het bedrijfsleven. Ze moeten daar zelf omslachtig onderzoek naar doen omdat private bedrijven in principe rechtstreeks met de netbeheerder een contact hebben. De netbeheerder mag die gegevens niet met de gemeente delen omdat het vaak concurrentiegevoelige informatie betreft. De publieke doelen en projecten in de stad zijn belangrijk maar er zijn ook belangrijke private doelen.
Ze willen niet de indruk wekken dat Amsterdam als gemeente zichzelf overal voorrang geeft en er geen ruimte is voor private initiatieven. Om te weten of die spanning er is en in welke mate moeten ze eerst de omvang vaststellen. Zodra ze meer informatie hebben zullen ze die delen met de raad omdat dit meegenomen moet worden in het afwegingskader zodat er een goede balans gevonden kan worden tussen publieke en private investeringen in de stad. Het lid VAN MUNSTER (GroenLinks) vraagt of de raad een rol kan spelen in de lobby voor een lokaal prioriteringskader. Wethouder PELS antwoordt dat raadsleden hun eigen partij in Den Haag erop kunnen wijzen dat kleinverbruikers heel belangrijk zijn. De minister kan een andere opdracht aan de ACM geven en ze hoopt dat de minister dit de komende tijd nog regelt. Uiteindelijk is het TenneT die dit moet uitvoeren maar ook TenneT is afhankelijk van het kader van de ACM. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt de wethouder om toch nog een keer te kijken naar de datacenters. In Den Haag worden rondom de stikstofproblemen radicale maatregelen genomen, zoals het uitkopen van boeren rondom kwetsbare gebieden. Ze denkt dat er bij datacenters misschien ook zulke grote stappen genomen moeten worden om de netcongestie tegen te gaan.
Datacenters zijn niet wenselijk in de stad en gaan misschien ten koste van grote maatschappelijke voorzieningen die heel belangrijk zijn. Ze roept de wethouder op om opnieuw te kijken naar wat er nog mogelijk is en dit in ieder geval op papier te zetten zodat het besproken kan worden. Wethouder PELS antwoordt dat ze alles wat ze kunnen doen al hebben gedaan. Ze zitten vast aan hun eigen ruimtelijk kader en hebben TenneT gevraagd of een vorm van contractbreuk mogelijk is, al dan niet opgelegd vanuit het ministerie. Het kan zijn dat de Crisis- en herstelwet daar straks ruimte toe biedt maar het is afwachten hoe dat wordt uitgewerkt. Ze weet dat TenneT openstaat voor grotere ideeën en andere oplossingen maar om alle bestaande contracten te herevalueren is een opdracht vanuit de minister nodig. De rijksoverheid moet dan het planrisico afkopen. Dus ook hierbij blijft het gemeentebestuur afhankelijk van wat er op het ministerie gebeurt. Ze zal die oproep blijven herhalen richting TenneT en het ministerie zodat ze zelf een afweging kunnen maken welke publieke doelen en belangrijke zaken voorop komen te staan. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gereed is voor een korte bespreking in de gemeenteraad van 18 en 19 februari 2026.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag 05-02-2026
Duurzaamheid, Energietransitie en Circulaire Economie 6. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de uitkomsten Buurtberaad Warm Huis VN2026-000313 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Garmy. Het lid GARMY (Volt) vindt het mooi dat na de verschillende stadsbrede burgerberaden deze bestuursperiode wordt afgesloten met het allereerste buurtburgerberaad van Amsterdam. Een buurtburgerberaad maakt participatie lokaal en tastbaar omdat het gaat over de eigen straat, het eigen huis en de eigen energierekening. Hij bedankt de wethouder en haar team voor de uitvoering van de motie en het organiseren van dit traject. Dit burgerberaad is bijzonder omdat bewoners zich niet alleen over techniek hebben uitgesproken maar ook breder hebben meegedacht. De adviezen gaan over betaalbaarheid, communicatie, vergoeding van de openbare ruimte, ondersteuning van VvE's en zelfs over kunst als middel om mensen te betrekken. Dit laat zien hoeveel kennis en betrokkenheid er in de buurt aanwezig is wanneer mensen de ruimte krijgen. Het draagvlak is indrukwekkend met sommige adviezen die steun krijgen van 90 tot bijna 100 procent van de deelnemers. Hij vraagt of bij de evaluatie alleen gekeken wordt naar dit specifieke beraad en thema, of dat het middel buurtburgerberaad als instrument breder geëvalueerd wordt. Wat hem betreft zou dit middel vaker en structureler georganiseerd moeten worden.
Daarnaast wil hij weten of het college per advies kan aangeven wanneer bewoners concreet iets gaan merken en wanneer het tastbaar wordt in de buurt. Zonder duidelijk tijdpad vindt hij dat het te vrijblijvend blijft. Hij heeft moeite met de manier waarop adviezen zijn getoetst aan de beleidskaders van het college omdat adviezen uit een buurtburgerberaad alleen afgewezen mogen worden als ze financieel, juridisch of praktisch niet uitvoerbaar zijn. Als er beleidskaders gebruikt worden kan de indruk ontstaan dat bewoners alleen mogen adviseren binnen wat het college al had bedacht terwijl het idee van een burgerberaad juist is dat mensen buiten die kaders durven te denken en kunnen verrassen. Als het gemeentebestuur wil dat bewoners vertrouwen houden in dit instrument moet de onafhankelijkheid bewaakt worden, zowel in de praktijk als in de wijze waarop erover gecommuniceerd wordt. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Keesman. Het lid KEESMAN (PvdA) vindt dat het eerste buurtburgerberaad geslaagd is. Het heeft bruikbare voorstellen opgeleverd om de warmtetransitie op buurtniveau te versnellen en heeft bewoners geïnspireerd om de mogelijkheden van een democratisch warmtegemeenschap te onderzoeken. Wat hem betreft moet er met spoed gewerkt worden aan de aanbevelingen. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Pels voor de beantwoording.
Wethouder PELS wil eerst stilstaan bij het initiatief van Volt met de motie die ertoe heeft geleid dat dit buurtburgerberaad mogelijk is geworden. Iedereen die erbij betrokken was vanuit de gemeente, de stadsdeelbestuurder en de bewoners zelf hebben het enorm gewaardeerd. Het is goed om te kijken welke lessen hieruit te trekken zijn voor zowel de warmtetransitie als de bredere energietransitie en hoe mensen daarin kunnen worden meegenomen. Daarnaast geeft het ook nieuwe lessen over burgerparticipatie in het algemeen. In het eerste kwartaal van dit jaar is er een eerste procesevaluatie en de eerste contouren van die evaluatie zijn al in beeld. Deze evaluatie richt zich op de warmtetransitie maar wanneer de evaluatie naar het college gaat zal ze dit ook bespreken met de
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag 05-02-2026
wethouder Democratisering om aanknopingspunten te vinden voor het toepassen van dit proces bij andere burgerberaden. De evaluatie zal daarna met de gemeenteraad gedeeld worden. Een burgerberaad kan buiten de beleidskaders van het college adviseren maar de adviezen die overgenomen worden zijn wel gebonden aan het coalitieakkoord vanwege de timing. Als de adviezen in strijd zijn met het coalitieakkoord moet daar eerst over onderhandeld worden omdat het ook belangrijk is dat een advies een meerderheid krijgt. Het college moet zich altijd verhouden tot het coalitieakkoord maar de aanbevelingen bieden wel een mooie aanleiding om bij een nieuw coalitieakkoord verder te kijken. Een democratische warmtegemeenschap duurt even voordat deze gerealiseerd is en dat is ook niet aan het college. Andere punten, zoals communicatie kunnen nu al meegenomen worden. Het geven van een tijdlijn per aanbeveling is ingewikkeld maar ze stelt voor om in september of oktober een update te geven. Dan is ook duidelijk wat er in het nieuwe beleid is opgenomen en kan een concretere tijdlijn gegeven worden voor de verschillende adviezen en de wijze waarop deze zijn overgenomen, inclusief de stand van zaken van aanbevelingen die al in uitvoering zijn genomen. De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER schorst de vergadering voor vijf minuten. 7.
Bespreken van de raadsinformatiebrief over de voortgang van de Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023-2026 en de bijbehorende publicatie VN2026000311 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid De Jager. Het lid DE JAGER (D66) wijst op de activiteiten in de voortgangsrapportage zoals het streven om weg te komen van de wegwerpeconomie en verspilling te minimaliseren. Ze heeft vragen aan de wethouder over het tegenhouden van ultra fast fashion in de winkelstraat, de plannen voor een Dingenbieb en de inkoop na 2030. In het hoofdstuk over consumptiegoederen en het tegengaan van de wegwerpindustrie worden een aantal aanbevelingen gedaan, waaronder het weren van ultra fast fashion uit de winkelstraat. Dit is vergelijkbaar met de aanpak die is toegepast bij de darkstores en Nutella-shops. Het is goed denkbaar dat een platform als Shein een winkel wil openen in Amsterdam maar dat bedrijfsmodel staat haaks op de duurzaamheidsdoelen van de stad, mede vanwege de uitbuiting en het feit dat de kleding gevaarlijke chemicaliën bevat in hoeveelheden die de EU-regels ver overschrijden. Ze is benieuwd of de wethouder ultra fast fashion wil weren uit de winkelstraat en vraagt hoe dit verder uitgewerkt kan worden. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) is het eens met het lid De Jager.
Wat betreft Shein heeft ze twee maanden geleden al vragen gesteld aan wethouder Mbarki en hij heeft toegezegd in gesprek te gaan met de vastgoedondernemer waar Shein zich eventueel wil vestigen. Het lid DE JAGER (D66) vindt het goed dat dit al gebeurt maar tegelijkertijd zou het meer beleidsmatig moeten worden aangepakt. Het is daarbij belangrijk om te kijken naar het onderscheid en de definitie van ultra fast fashion. Volgens D66 gaat het niet om winkels zoals de Zeeman maar er is nog geen juridische definitie van ultra fast fashion. Een winkel als de Zeeman erkent de ketenverantwoordelijkheid en heeft kleding die langer meegaat. Ze hoort graag of de wethouder met de uitwerking aan de slag gaat en of ze een eerste gedachte kan delen over hoe dat zou kunnen zijn. Een Dingenbieb is een deelinfrastructuur voor dingen die weinig gebruikt worden en die beter gedeeld kunnen worden in plaats van dat ze worden aangeschaft. In de
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag 05-02-2026
uitvoeringsagenda staat dat de gemeente werkt aan het opzetten van een Dingenbieb maar er zijn al veel initiatieven in de stad, zoals Peerby of bouwmarkten die gereedschap verhuren. Het is wellicht niet nuttig om dit als gemeente helemaal zelfstandig te doen. Ze vraagt de wethouder hoe de gemeente dit gaat aanpakken en of er samenwerkingen met bestaande initiatieven mogelijk zijn. De eerste aanbeveling in de voortgangsrapportage stelt dat de gemeente bestaande mogelijkheden bij inkoop en aanbesteding maximaal moet benutten omdat de gemeente daarbij de meeste invloed heeft. Er worden op dit moment al contracten gesloten met een looptijd voorbij 2030 en het doel is om dan volledig circulair in te kopen. De aanbeveling is om extra alert te zijn bij lopende aanbestedingen die doorlopen tot na 2030 omdat circulaire criteria wellicht alsnog kunnen worden opgenomen. Dit roept de vraag op of dat nu al gebeurt en ze is benieuwd naar wat het college gaat doen met deze aanbeveling. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Munster. Het lid VAN MUNSTER (GroenLinks) zit vaak met collega De Jager op dezelfde lijn als het gaat om het afstappen van de lineaire plastic Temu-Shein-meuk-economie. Op pagina 5 van de raadsinformatiebrief staat dat de circulaire doelstelling niet behaald kan worden zonder drang en dwang en dat verheugt hem.