CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2026.01.29 Conceptverslag derde dagdeel raadscommissievergadering FKD van 15 januari 2026

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 12 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie FKD d.d. 15 januari 202610.399 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit

FKD

raadscommissieverslag, 29 januari 2026

Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

CONCEPTVERSLAG

Openbare vergadering van de raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit (FKD) Donderdag 29 januari 2026 van 9.00 – 12.05 uur in Willem Kraanzaal Donderdag 12 februari 2026 Voorzitter: M. Lust Plaatsvervangend voorzitter: H.C. Burgers Portefeuillehouders: wethouders H. van Buren, T. Meliani Commissiegriffier: M. Diemont Commissieondersteuner: N. Bakkali Verslaglegging: I. van Mourik (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: A. Namane (PvdA), Y.E. Bentoumya (GroenLinks), K.S.N. van der Veen (GroenLinks), E. Schmit (D66), H.C. Burgers (VVD), W.J. Deterink (VVD), M.M. Meerburg (Partij voor de Dieren), J.M. Krom (Partij voor de Dieren), I. Garmy (Volt), S.Y. Khan (DENK), C. Van Berkel (JA21) Afwezig: R.B. Havelaar (CDA), J. Haijen (SP) Overige aanwezigen:

Vaststellen agenda De VOORZITTER opent het derde dagdeel van de vergadering. Lid Havelaar en lid Haijen hebben zich afgemeld. Lid Khan heeft voorgesteld om agendapunt 19 af te voeren. Omdat geen andere leden hierover het woord willen voeren, besluit de commissie dit punt niet te bespreken. Vervolgens gaat de voorzitter over tot de insprekers voor de agendapunten van vandaag. Inspreker Yanki Jacobs spreekt op persoonlijke titel in over agendapunt 14. Bespreken van de aanpak Antisemitisme De INSPREKER schetst Amsterdam als een stad die al vierhonderd jaar een toevluchtsoord is voor Joden die elders geen vrijheid ervaren. Hij stelt de vraag of Amsterdam die stad nog steeds is: een plek waar Joodse jongeren een toekomst kunnen opbouwen, of juist een stad waar zij zich genoodzaakt voelen te vertrekken. Als studentenrabbijn beschrijft hij hoe moeilijk het is om gemeenschap op te bouwen wanneer jonge mensen niet alleen worstelen met de woningmarkt, maar zich ook afvragen of zij hier veilig en welkom zijn. Hij vertelt over een gesprek met Joodse studenten, waarin een eerstejaars aangeeft geen antisemitisme te ervaren, maar alleen omdat zij haar Joodse identiteit verborgen houdt. De inspreker reflecteert op de veiligheid van zijn eigen kinderen, die zichtbaar Joods zijn en beschermd worden door zware beveiliging.

Hij vraagt zich af of dit echte veiligheid is, of slechts veiligheid die ontstaat doordat mensen zich beperken en aanpassen. Volgens hem is iemand pas werkelijk veilig wanneer die zich vrij kan bewegen en zichzelf kan zijn, zonder afhankelijk te zijn van muren en bewaking. Tot slot benadrukt hij dat geen enkele stad er beter van wordt wanneer Joden of andere minderheden zich structureel onveilig voelen of vertrekken. Hij roept Amsterdam op om opnieuw morele keuzes te maken, duidelijke grenzen te stellen aan onveiligheid en een moreel kompas te tonen. Zijn oproep is dat Amsterdam weer de stad wordt waar een bloeiende Joodse gemeenschap toekomst heeft, en hij vraagt daarvoor de steun van de raad.

1

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 29 januari 2026

FKD

Lid GARMY (Volt) vraagt wat precies wordt bedoeld met de oproep om Amsterdam weer veilig te laten zijn, en hoe die veiligheid moet worden gedefinieerd. De INSPREKER antwoordt dat juist die vraag centraal staat en dat het aan de raad is om daarover het debat te voeren. Hij geeft aan het antwoord zelf ook niet volledig te hebben, maar stelt dat hoge muren en zware beveiliging vooral schijnveiligheid bieden en een symptoom zijn van een dieper probleem. Hij wenst dat zijn zoon zich overal vrij kan bewegen zonder bescherming en dat studenten openlijk kunnen zeggen dat zij Joods zijn, zonder angst voor gevolgen. Volgens de inspreker betekent echte veiligheid dat die beveiliging uiteindelijk niet meer nodig is en dat de verschillende groepen binnen de diverse Amsterdamse samenleving vreedzaam met elkaar samenleven. Verschillen mogen en moeten er zijn, maar die moeten besproken en gerespecteerd worden, zonder dat conflicten of oorlogen binnen de stad opnieuw worden uitgevochten. Lid DETERINK (VVD) vraagt wat de impact is van de heftige en soms intimiderende demonstraties die de afgelopen twee jaar op universiteiten hebben plaatsgevonden. De INSPREKER antwoordt dat hij een groot voorstander is van het recht om te demonstreren, maar benadrukt dat de vraag altijd is waar, wanneer en op welke manier dat gebeurt.

Hij legt uit dat de felheid en de hoge frequentie van demonstraties op universiteiten ervoor zorgen dat deze instellingen voor veel Joodse studenten niet langer een veilige en prettige plek zijn om hun studie te beleven. Volgens de inspreker ervaren sommige studenten de universiteit daardoor vooral nog als een verplichte opleiding: zij volgen noodzakelijke colleges, maar voelen zich niet vrij om echt van hun studententijd te genieten. Dat betekent dat jonge mensen belangrijke jaren van hun leven missen. Daarnaast zijn er ook studenten die er om die reden voor kiezen hun studie helemaal niet in Amsterdam te beginnen, maar uit te wijken naar het buitenland om het gevoel van voortdurende spanningen en onveiligheid te vermijden. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) onderschrijft het punt dat kinderen zonder beveiliging naar school zouden moeten kunnen gaan. Daarnaast spreekt ze haar zorgen uit over de toename van online discriminatie, waaronder antisemitisme, en de samenhang met complottheorieën. Ze vraagt of de inspreker dit herkent en wat volgens hem nodig is om dit tegen te gaan. De INSPREKER geeft aan dat hij vooral veel symptoombestrijding ziet. Volgens hem ligt de kern van de oplossing in het vermogen van mensen om, ondanks verschillen in opvattingen, op een normale en respectvolle manier met elkaar om te gaan, juist omdat zij allemaal Amsterdammers zijn.

Hij waarschuwt dat het voortdurend benadrukken en uitvergroten van tegenstellingen leidt tot verdere polarisatie, zowel aan de linker- als aan de rechterkant van het politieke spectrum. Hij herkent het geschetste beeld van online discriminatie en complottheorieën en stelt dat er vooral voor jongeren, maar ook voor volwassenen, een belangrijke rol is weggelegd. Daarnaast benadrukt hij de voorbeeldfunctie van politiek en bestuurders. Zij moeten laten zien hoe het gesprek gevoerd kan worden met inhoudelijke scherpte, zonder de ander te demoniseren. Dat is volgens hem essentieel om verdere verharding in de samenleving tegen te gaan. Lid VAN BERKEL (JA21) wil weten of de Holocausteducatie en het onderwijs over de Joodse geschiedenis in Amsterdam volgens de inspreker toereikend zijn. De INSPREKER antwoordt dat onderwijs over de Holocaust en de Joodse geschiedenis van groot belang is. Hij wijst op verschillende instellingen in de stad, zoals het Joods Cultureel Kwartier en het Joods Historisch Museum met het Holocaustmuseum, die daarin een belangrijke

2

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 29 januari 2026

FKD

rol spelen. Tegelijkertijd benadrukt hij dat het gesprek niet alleen over geschiedenis moet gaan, maar vooral ook over hoe mensen vandaag de dag met elkaar omgaan. Volgens hem mag respectvolle omgang niet afhankelijk zijn van kennis over een historische achtergrond. Mensen moeten elkaar met respect behandelen omdat zij samen in dezelfde stad leven, niet uitsluitend vanwege het verleden. Dat neemt niet weg dat het voor de Joodse gemeenschap belangrijk is dat er aandacht en investeringen blijven, zoals ook in plannen wordt benoemd, om het Joodse leven in Amsterdam te ondersteunen en te beschermen. Alleen zo kan, ondanks de kleine omvang van de gemeenschap, een bloeiende Joodse gemeenschap in de stad blijven bestaan. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt of de inspreker een beeld heeft van het aantal Joodse Amsterdammers dat vanwege toegenomen antisemitisme overweegt de stad of Nederland te verlaten. De INSPREKER antwoordt dat de zorg vooral bij jonge mensen zit. Binnen zijn doelgroep merkt hij dat zij zich afvragen of ze hun toekomst wel in Amsterdam willen opbouwen. Zij twijfelen of ze zich hier moeten vestigen en hun leven moeten starten, omdat ze onzeker zijn over hoe de situatie zich de komende jaren zal ontwikkelen. Volgens de inspreker stellen veel jonge Joodse Amsterdammers zich de vraag of er hier wel een toekomst voor hen is.

Hij wijst daarbij op zijn ervaringen in Brussel, waar een groot deel van de Joodse gemeenschap inmiddels is verdwenen. Zijn betoog is bedoeld als waarschuwing dat een vergelijkbare ontwikkeling ook in Amsterdam zou kunnen plaatsvinden. Inspreker Nathalie Leons spreekt op persoonlijke titel in over agendapunt 14. Bespreken van de aanpak Antisemitisme De INSPREKER spreekt haar waardering uit voor het gemeentelijke plan om antisemitisme actief te bestrijden en voor de inzet voor de veiligheid en zichtbaarheid van Joods leven in de stad. Tegelijkertijd beschrijft ze dat zij haar vrijheid van religie in Amsterdam nooit volledig openlijk heeft kunnen beleven. Bezoek aan haar Joodse school en de synagoge gaat altijd gepaard met zware beveiliging. Desondanks voelt ze zich lange tijd als Jood volledig thuis in Amsterdam. Dat gevoel verandert na 7 oktober 2023. Na de aanslag van Hamas in Israël blijft de al zwaar beveiligde school van haar dochters gesloten. Wanneer Hamas oproept tot aanvallen op Joden wereldwijd, ervaart zij ook in haar eigen straat intimidatie. Auto’s met Palestijnse vlaggen rijden rond, herkenbaar Joodse huizen worden gefotografeerd. Uit angst voor de veiligheid van haar jonge kinderen besluit zij de mezoeza van de deurpost te verwijderen, een zichtbaar teken van een Joods huishouden. Ze benadrukt dat deze angst niet nieuw is.

Telkens wanneer het geweld tussen Israëli’s en Palestijnen oplaait, neemt ook het antisemitisme toe. De oorlog in Gaza na 7 oktober werkt volgens haar ontwrichtend door in de Amsterdamse samenleving. Daarom roept ze de raad op kritisch te kijken naar de manier waarop internationale conflicten lokaal worden geagendeerd. Ze wijst erop dat antizionisme als expliciet thema ontbreekt in het beleidsplan, terwijl dit in de praktijk vaak samenvalt met antisemitisme en direct raakt aan de veiligheid van Joodse Amsterdammers. Voor veel Joden is Israël geen abstract politiek onderwerp, maar onderdeel van hun identiteit. Daarnaast merkt ze op dat de gemeenteraad zich sinds 7 oktober intensief uitspreekt over het Israël-Gaza-conflict, terwijl vergelijkbare formele uitspraken over andere ernstige buitenlandse conflicten, zoals recente massamoorden in Iran, uitblijven. Dit wekt bij haar het gevoel van selectieve verontwaardiging en vergroot het risico dat één internationaal conflict wordt geïmporteerd naar de stad. Tot slot roept ze de raad op om antisemitisme in al zijn vormen consequent te blijven benoemen en bestrijden, ook wanneer het zich uit als antizionisme, en om zorgvuldig om te gaan met het selectief agenderen van buitenlandse conflicten.

3

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 29 januari 2026

FKD

Lid GARMY (Volt) vraagt of de gevoelens die de inspreker beschrijft ook breder worden herkend binnen de Joodse gemeenschap en of andere Joden met wie zij spreekt ditzelfde ervaren. De INSPREKER antwoordt dat dit sinds 7 oktober 2023 vrijwel aan de orde van de dag is. Ze geeft aan dat nagenoeg iedereen met wie ze spreekt, ongeacht religieuze achtergrond of politieke overtuiging, deze gevoelens herkent. Volgens haar uit dit zich in alle lagen van de samenleving. Ze noemt voorbeelden van kinderen die op de middelbare school worden aangesproken op het handelen van Israël, van steeds verder opgevoerde beveiligingsmaatregelen en van universiteiten waar veel Joodse jongeren zich nauwelijks nog laten zien en hun studie stilzwijgend afronden. Ook op de werkvloer ziet ze dit terug. Ze kent situaties waarin bedrijven werknemers aanspreken of benaderen vanwege online uitingen die als pro-Israëlisch worden gezien, soms zelfs wanneer die uitingen slechts bestaan uit het tonen van verdriet over de gebeurtenissen daar. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt hoe de inspreker aankijkt tegen de strijd tegen het zionisme in de stad. Hij wil weten wanneer kritiek op Israël overgaat in antisemitisme en hoe zij daarop reageert. De INSPREKER geeft aan dat ze het alleen maar goed vindt dat er kritiek op Israël is, net zoals kritiek op andere landen mogelijk moet zijn.

Dit hoort volgens haar bij een gezonde samenleving. Tegelijkertijd ziet ze vaak dat kritiek doorslaat en waarschuwt dat antizionisme en antisemitisme volgens haar niet los van elkaar gezien kunnen worden. Wanneer geweld in Israël oplaait, neemt antisemitisme elders altijd toe. Ze noemt voorbeelden uit de afgelopen tien jaar, in landen als Frankrijk, België, Australië, de Verenigde Staten en Denemarken, waar Joodse staatsburgers slachtoffer werden van terroristische aanslagen, vaak gekoppeld aan conflicten in het Midden-Oosten. Volgens haar wordt soms gezegd dat men kritiek op Israël en antisemitisme los van elkaar moet trekken, maar in de praktijk gebeurt dit niet altijd. Inspreker Jeroen Wester spreekt namens Platform Vliegoverlast Amsterdam in over agendapunt 15. Bespreken van de stand van zaken doelen en maatregelen Schiphol Position Paper. De INSPREKER is bewoner van Amsterdam Zuidoost, onder de aanvliegroute van de Buitenveldertbaan. Hij spreekt zowel namens Platform Vliegoverlast Amsterdam als persoonlijk en wil een visie delen op een leefbare en gezonde toekomst voor Amsterdammers en de regio. Hij prijst de gemeente Amsterdam voor haar voortrekkersrol in het luchtvaartdossier, waarbij leefbaarheid en gezondheidsbelangen van burgers en werknemers rond Schiphol voorop staan.

In zijn droombeeld wordt er streng gehandhaafd op de luchtvaart, waarbij milieu- en gezondheidsbelangen leidend zijn. Fijnstof door zwaveluitstoot van vliegtuigen verdwijnt, er wordt gevlogen op ontzwavelde kerosine, en de zogenaamde 900 meter-grens wordt serieus genomen. De KLM is volgens hem afgeslankt maar gezond en draait winstgevend. Daarnaast neemt de luchtvaartmaatschappij ook deel aan Europese spoorprojecten. Nachtroutes tussen 23:00 en 07:00 uur zijn gesloten om bewoners rust te bieden. Hij sluit zijn inspraak af met een oproep aan de raad om de wethouder ruggensteun te geven en deze koers te bekrachtigen. Hij voorziet dat over vijf jaar met trots zal worden teruggekeken op de positieve wending die nu mede wordt ingezet voor Amsterdam en haar inwoners. Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) vraagt naar de rol van Amsterdam als aandeelhouder van Schiphol en hoe de inspreker dat ziet. De INSPREKER antwoordt dat het mooi is dat de gemeente vanuit deze positie een voortrekkersrol kan nemen.

4

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 29 januari 2026

FKD

De VOORZITTER schorst de vergadering kort voor een wissel van voorzitterschap. BESPREEKPUNTEN Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 13. Bespreken van het Initiatiefvoorstel Bekend maakt Bemind 2.0 van de leden Khan (DENK) en Garmy (Volt) en de bestuurlijke reactie (VN2025-018779) De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER heropent de vergadering en legt uit dat de initiatiefnemers het voorstel in drie minuten toelichten en dat de commissie daarna verduidelijkende vragen kan stellen. Lid GARMY (Volt) licht het initiatiefvoorstel toe. In september 2023 besprak hij samen met lid Khan al een eerste versie van dit voorstel. Het idee was simpel: de gemeente moet meer inzetten op ontmoeting tussen Amsterdammers, mede geïnspireerd door hun eigen ontmoeting als twee Amsterdammers met ogenschijnlijk veel verschillen. Door de gebeurtenissen vanaf 7 oktober 2023 in Palestina, Israël en in Amsterdam kreeg het voorstel een bredere en urgentere lading. Het leidde tot veel reacties en uitnodigingen om op verschillende plekken gesprekken te voeren over onderwerpen met veel emotie, waar mensen ogenschijnlijk fundamenteel verschillend over denken. In die gesprekken merkt men hoe groot de behoefte is aan ontmoeting en dialoog. Hij vertelt dat ze inmiddels gesprekken hebben gevoerd op meer dan dertig scholen, universiteiten, hogescholen, bibliotheken en andere publieke plekken zoals Lowlands.

Daarin valt op hoe weinig mensen elkaar in het dagelijks leven nog echt ontmoeten. Hij merkt echter op dat bestaande ontmoetingen en dialogen onvoldoende zijn, gezien de grote behoefte en hoge emoties in de samenleving. Tegelijkertijd leven mensen steeds meer in hun eigen bubbel en komen ze nauwelijks in aanraking met andere perspectieven. Daarom is ontmoeting structureel nodig en niet alleen wanneer spanningen zijn opgelopen. De boodschap die zij consequent hanteren in deze gesprekken is: redeneer vanuit mensenrechten, die er zijn voor iedereen. Dit uitgangspunt helpt gesprekken open en respectvol te houden. Daarnaast krijgen ze vaak de vraag hoe je dialoog organiseert, hoe je diverse groepen bereikt en ruimte creëert voor verschillende perspectieven. Die lessen en methodes worden in het voorstel verwerkt, zodat ze niet telkens opnieuw hoeven te worden uitgevonden. Hij benadrukt dat het college steun heeft gegeven. De regie voor de uitvoering wil het voorstel nadrukkelijk bij de stadsdelen leggen, omdat ontmoeting lokaal gebeurt en vertrouwen lokaal ontstaat. Ze hebben daarom met alle stadsdelen gesproken over bestaande initiatieven en betrokkenheid, en deze lokale aanpak willen ze behouden en versterken. Lid KHAN (DENK) stelt dat er ondanks een beleidsarm jaar geld is vrijgemaakt voor dit initiatief, wat volgens hem de prioriteit en urgentie van het college bevestigt.

Hij wijst erop dat in het voorstel, onder andere in de bijlage, tips en methodes zijn opgenomen die gebaseerd zijn op de gesprekken die hij en lid Garmy hebben gevoerd. Eén belangrijk punt is investeren in vredestijd: structureel bezig zijn met dialoog, ook wanneer er tijdelijk weinig spanningen zijn. Zo kunnen de vruchten van deze investeringen worden geplukt wanneer er zich acute spanningen of conflicten voordoen in de stad. Met de komende verkiezingen en een veranderende samenstelling van de raad, hoopt hij dat dit initiatief niet afhankelijk wordt van individuele raadsleden, maar breder binnen de gemeentelijke organisatie en de stad wordt verankerd, zodat uitvoering duurzaam is. Lid GARMY (Volt) geeft aan dat door de gebeurtenissen sinds 7 oktober 2023 het voorstel Bekend Maakt Bemind 2.0 zowel een persoonlijke als politieke betekenis kreeg. Hij en lid Khan werden voor veel mensen het symbool van twee kanten van hetzelfde verhaal die elkaar een handreiking doen. Dit betekent niet dat zij elkaars standpunten overnemen, maar dat zij,

5

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 29 januari 2026

FKD

ondanks fundamentele verschillen, verantwoordelijkheid nemen om het gesprek open te houden, omdat zij geloven dat dit beter is voor henzelf en voor de stad. Hij benadrukt dat wat zij in de praktijk doen waardevol is, maar dat ontmoeting en dialoog niet slechts een kwestie mogen zijn van twee raadsleden die dit erbij doen. Als de stad vindt dat ontmoeting en dialoog structureel nodig zijn, vraagt dit om structurele keuzes. Hij vraagt daarom aan de wethouder hoe realistisch structurele dialoog zonder structurele financiering is en wat de wethouder kan doen om ervoor te zorgen dat dit onderwerp ook financieel op tafel ligt bij het volgende college. Een tweede punt betreft de uitvoering. Het voorstel wil de regie nadrukkelijk bij de stadsdelen laten, omdat ontmoeting lokaal is en moet passen bij de samenstelling van de wijk. Tegelijkertijd roept dit de vraag op hoe het college ervoor zorgt dat alle stadsdelen dit daadwerkelijk structureel en met vergelijkbare ambitie oppakken, zonder dat het gecentraliseerd wordt. Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt hoe in de volgende raad het goede werk van leden Garmy en Khan kan worden bestendigd. Lid GARMY (Volt) benadrukt dat het bestendigen van dit werk ook de verantwoordelijkheid is van alle raadsleden, inclusief de nieuwe raadsleden.

Hij hoopt dat ze geïnspireerd zijn geraakt en dat het voorstel stadsdelen stimuleert om dialoog te blijven organiseren, zodat mensen in de wijk dicht bij elkaar kunnen staan. Lid LUST (D66) geeft aan dat D66 volledig achter de nadrukkelijke vraag van het voorstel staat om ontmoeting en dialoog structureel mogelijk te maken in Amsterdam. Ze hoopt dat dit betekent dat het initiatief ook in de toekomst wordt bestendigd en een preventieve werking heeft bij het controleren en mogelijk voorkomen van polarisatie tussen groepen. Wethouder MELIANI noemt het initiatief een pijler binnen het brede antidiscriminatiebeleid, waarin empathie en verbindingsvermogen een vast onderdeel zijn. Op de vraag of het initiatief bestendigd kan worden, legt ze uit dat dit breder gaat dan alleen financiële middelen, het gaat ook om cultuur, levenswijze en hoe mensen met elkaar omgaan. Structurele verankering gebeurt via samenwerking met de stadsdelen, die een belangrijke rol hebben in de uitvoering. Er is al zes ton beschikbaar gesteld om het beleid uit te voeren, en verschillende activiteiten vinden al plaats in de stadsdelen. Met het nieuwe handelingskader wil het college de lessen en ervaringen uit de afgelopen jaren verzamelen en vertalen naar structureel beleid.

Dit kader kan ook de basis vormen voor toekomstige initiatieven waarvoor extra middelen nodig zouden kunnen zijn, afhankelijk van de nieuwe coalitie. Ze benadrukt dat het niet altijd om geld gaat, maar vooral om leren van de ervaringen van de afgelopen periode. Het belangrijkste is dat, ondanks meningsverschillen, menselijkheid, empathie en verbinding centraal blijven staan. Volgens haar laten de initiatiefnemers zien hoe belangrijk dit is en vormen zij een voorbeeld, niet alleen voor Amsterdam, maar ook voor de rest van het land. Op de vraag over de betrokkenheid van de stadsdelen bevestigt ze dat zij een cruciale rol hebben en dat het college zal evalueren hoe het handelingskader kan worden vertaald naar concrete uitvoering in de stadsdelen. Lid KHAN (DENK) vraagt of er een termijn gegeven kan worden voor de uitwerking van het pakket voorstellen, ook met het oog op de vorming van een nieuw college. Wethouder MELIANI antwoordt dat dit nog bekeken moet worden, maar dat het in ieder geval niet voor april zal zijn. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER concludeert dat het initiatiefvoorstel ongewijzigd wordt doorgestuurd naar de raadsvergadering van februari.

6

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 29 januari 2026

FKD

Lid BENTOUMYA (GroenLinks) heeft een punt van orde: haar collega Van Pijpen is gevallen met de fiets en kan daardoor niet naar de commissie komen. Ze had het punt over Schiphol geagendeerd en gevraagd wordt of dit punt kan worden doorgeschoven naar de volgende commissie. De commissie stemt met dit verzoek in. 14. Bespreken van de Aanpak Antisemitisme (VN2025-016376) Lid GARMY (Volt) spreekt over de huidige situatie rond antisemitisme in Amsterdam. Hij benadrukt dat Jodenhaat wereldwijd en in Nederland sinds 7 oktober 2023 explosief is toegenomen, zowel online als in concreet geweld en dreiging. Hij stelt echter ook dat hij zich in Amsterdam nog steeds veilig en vrij voelt als Jood, en vindt het belangrijk die erkenning uit te spreken. Tegelijkertijd wijst hij erop dat Joodse Amsterdammers steeds vaker worden aangesproken op het handelen van de Israëlische regering, simpelweg vanwege hun Jood-zijn, en dat klassieke antisemitische complotten en antizionistische uitingen genormaliseerd raken. Hij waarschuwt dat antisemitisme niet alleen uit extreemrechtse hoek komt, maar uit meerdere richtingen tegelijk, waaronder extreem-links en islamitisch extremisme. Hij merkt op dat een te smalle definitie van dreiging de werkelijkheid waarin Joodse Amsterdammers leven, miskent.

Hij constateert dat antisemitisme steeds vaker genormaliseerd wordt in het politieke en publieke domein en noemt voorbeelden van neonazistische netwerken en structurele antisemitische reacties, zelfs bij nieuwsberichten over Israël of Holocaustherdenkingen. Dit maakt het leven van Joodse Amsterdammers onveiliger. In de regio Groot-Amsterdam betreft het ongeveer 30.000 mensen, zo’n drie procent van de bevolking, die structureel de meeste meldingen van haat en discriminatie ervaren. Hij benadrukt dat dit plan van aanpak belangrijk is en erkenning biedt, maar dat het te laat komt. Het had onmiddellijk na 7 oktober moeten worden opgeschaald, want vanaf die datum veranderde de situatie fundamenteel. Het plan dat nu voorligt leest alsof het voor die tijd is opgesteld. Hij ziet het plan als startpunt dat moet worden aangevuld en ingericht op een periode van verhoogde spanning, met duidelijke momenten waarop het college kan en moet opschalen. Wat volgens hem ontbreekt, is urgentie en een helder kader voor de openbare ruimte: welke normen stelt de gemeente en wanneer grijpt zij in als grenzen worden overschreden, bijvoorbeeld bij demonstraties? Ook blijft onduidelijk hoe meldingen worden opgevolgd, waardoor vertrouwen wordt ondermijnd.

Hij vraagt zich af of we tevreden moeten zijn als Joodse instellingen permanent beveiligd zijn, of pas als beveiliging niet meer nodig is? Hij wijst erop dat in de huidige aanpak veel verantwoordelijkheid bij de Joodse gemeenschap zelf ligt, terwijl bescherming tegen antisemitisme en normstelling een kerntaak van de overheid is. Hij pleit voor een brede dialoog met Joodse organisaties van alle politieke en religieuze stromingen, zodat het plan kan worden aangevuld en versterkt. Voor hem is dit debat geen eindpunt. Het is essentieel voor de hele stad, omdat hoe Amsterdam met antisemitisme omgaat, iets zegt over gelijkwaardigheid en de werking van de rechtstaat. Hij sluit af met een oproep aan het college: zie dit plan als begin, niet als afronding. Voeg urgentie en duidelijke normen toe en organiseer expliciete veiligheid. Zijn fractie zal op basis van de beantwoording moties indienen om de aanpak verder aan te scherpen, omdat woorden alleen niet voldoende zijn. Lid DETERINK (VVD) spreekt over het recente UNESCO-onderzoek waaruit blijkt dat 80 procent van de docenten in Europa te maken heeft gehad met antisemitisme in de klas, zoals leerlingen die de Holocaust ontkennen, feiten verdraaien of rondlopen met nazisymbolen. Hij benadrukt dat antisemitisch gedrag op jonge leeftijd later kan doorwerken in geweld en intimidatie, en dat dit reden tot grote zorg is.

Hij vraagt het college om te onderzoeken of het UNESCO-handboek voor leraren, dat momenteel alleen in het Engels beschikbaar is, kan worden vertaald en verspreid op Amsterdamse scholen, zodat leraren beter toegerust zijn om met antisemitisme in de klas om te gaan. Daarnaast vraagt hij hoeveel scholen in Amsterdam gebruikmaken van de regeling dat leerlingen in de derde klas gratis naar het Holocaustmuseum kunnen, en benadrukt hij het belang

7

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 29 januari 2026

FKD

van meetbare doelen in de aanpak van antisemitisme. Volgens hem ontbreekt een helder kader: wanneer is de aanpak succesvol, wanneer moet deze worden versterkt, en hoe kan de stad duidelijk laten zien wanneer zij tevreden is over de veiligheid en bescherming van Joodse Amsterdammers? Verder merkt hij op dat antisemitisme niet alleen een lokaal probleem is, maar ook een landelijk en Europees fenomeen. Hij wil weten hoe de Amsterdamse aanpak zich verhoudt tot landelijke maatregelen en welke kennisuitwisseling er is met andere hoofdsteden, zodat de stad kan leren van best practices elders. Ook spreekt hij over de zichtbaarheid van de Joodse geschiedenis in de stad. Hij verwijst naar eerdere voorstellen van de VVD, zoals QR-codes bij Stolpersteine, en vraagt naar de stand van zaken van deze initiatieven. Daarnaast vraagt hij aandacht voor de tram- en metrohalte bij het Namenmonument: kan daar zichtbaar worden aangegeven dat het monument zich op die locatie bevindt, bijvoorbeeld via omroepen, tekstuele aanduiding of zelfs hernoeming van de halte? Lid LUST (D66) sluit aan bij de zorgen van lid Deterink en onderstreept dat het UNESCO-onderzoek opnieuw aantoont dat antisemitisme in Europa, en dus ook in Amsterdam, toeneemt.

Ze wijst op de terughoudendheid van Joodse Amsterdammers om openlijk voor hun identiteit uit te komen en dat sommige jongeren overwegen de stad of zelfs het land te verlaten vanwege de dreiging en het gevoel van kwetsbaarheid. Ze hoopt dat de huidige aanpak van antisemitisme kan helpen dit tij te keren. Vervolgens stelt ze een aantal vragen aan de wethouder. Ze wil weten hoe de cijfers van discriminatie bij het discriminatiepunt zich verhouden tot politiecijfers en of daar een vergelijkbare stijging zichtbaar is, en wat het dashboard hierover laat zien. Ook vraagt ze hoe het Joods politienetwerk wordt betrokken bij het vergroten van de meldingsbereidheid. Daarnaast vraagt ze hoe de gemeente de Joodse gemeenschap informeert over juridische aspecten, zoals wat wel of niet strafbaar is, en het verschil tussen een melding en een aangifte. Ze wil weten hoe de inloopspreekuren van het discriminatiepunt in onder meer West, Nieuw-West, Weesp en Zuid worden bezocht en hoeveel meldingen daar daadwerkelijk binnenkomen. Tot slot vraagt ze naar de voortgang van de verkenning naar een stedelijke coördinator anti-discriminatie en racisme. Lid VAN BERKEL (JA21) heeft een vraag over de registratie van antisemitische meldingen bij de politie, omdat bij een officiële aangifte vaak niet expliciet kan worden aangegeven dat het om antisemitisme gaat.

Hij vraagt of lid Lust daar iets over kan toelichten. Lid LUST (D66) legt uit dat bij meldingen en aangiftes een projectcode wordt toegevoegd die het type incident specificeert. Ze gaat ervan uit dat er ook een specifieke projectcode bestaat voor antisemitische incidenten, waardoor het relatief eenvoudig is om de telling van deze meldingen en aangiftes te volgen en een overzicht te krijgen van de omvang van antisemitische incidenten in Amsterdam. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt of het ontbreken van een directe categorie antisemitisme bij politieaangiftes of meldingen een drempel kan vormen voor mensen om melding te doen. Lid LUST (D66) bevestigt dat dit inderdaad een mogelijke drempel is. Ze legt uit dat dit onderwerp ook binnen de politie besproken wordt, omdat het duiden van dit soort incidenten complex kan zijn. Daarnaast worden algemene categorieën en tekstuele invullingen gebruikt bij discriminatoire aangiftes, waardoor het incident wel geregistreerd wordt, maar minder expliciet als antisemitisch kan worden herkend. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) onderschrijft het plan van aanpak als een belangrijke stap in de goede richting, maar benadrukt dat dit geen eindstation is. Antisemitisme blijft een blijvend probleem waarvoor voortdurend bijsturing nodig is.

8

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 29 januari 2026

FKD

Ze vraagt naar de meldingsbereidheid en hoe de gemeente de Joodse gemeenschap in Amsterdam, die uit ongeveer 23.000 mensen bestaat waarvan slechts 8.000 via instellingen of verenigingen vertegenwoordigd zijn, effectief probeert te bereiken. Ze wil weten hoe de gemeente deze Amsterdammers informeert over meldingsmogelijkheden bij discriminatiepunten en hoe hun ervaringen en behoeften worden meegenomen. Daarnaast vraagt ze naar de link tussen het beleidskader en het offensief rond hate crimes dat door de burgemeester is aangekondigd, met name hoe strafbare feiten en openbare orde hierin worden meegenomen. Ze benadrukt het belang van normstelling en hoe dit ook doorwerkt in het onderwijs, omdat docenten het soms lastig vinden om gesprekken te voeren over het herkennen van antisemitisme en andere vormen van discriminatie. Verder wijst ze op het belang van aandacht voor online antisemitisme en complottheorieën, waarbij bestrijding niet alleen in de fysieke openbare ruimte moet plaatsvinden, maar ook in de digitale wereld. Tot slot waardeert ze dat in het plan expliciet aandacht is voor Joods leven in Amsterdam, zoals de mogelijkheid voor organisaties om ruimtes te openen en zichtbaarheid te geven aan de gemeenschap. Ze vraagt de wethouder of er in de toekomst meer initiatieven van dit type ondersteund zullen worden, om zo Joods leven nog zichtbaarder en sterker te maken in de stad.

Lid DETERINK (VVD) vraagt GroenLinks naar hun visie op de afgelopen twee jaar van heftige demonstraties op universiteiten, met name pro-Palestina-demonstraties, en hoe deze het gevoel van veiligheid van Joodse studenten beïnvloedden. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) reageert dat het allereerst belangrijk is dat het gevoel van onveiligheid van studenten serieus wordt genomen. Ze benadrukt dat universiteiten hier een verantwoordelijkheid in hebben en hun best moeten doen om de veiligheid van alle studenten te waarborgen. Tegelijkertijd wijst ze op het demonstratierecht. Lid NAMANE (PvdA) stelt dat iedereen in Amsterdam zichzelf moet kunnen zijn, zonder angst of het gevoel zich te moeten verstoppen. Het gaat hierbij om vrijheid, veiligheid en gelijkwaardigheid van Joodse Amsterdammers. Ze waardeert het bestaande plan dat inzet op meldingsbereidheid, ontmoeting en zichtbaarheid, maar waarschuwt dat beleid niet alleen op papier mag blijven bestaan, het moet merkbaar zijn in het dagelijks leven. Ze benadrukt twee punten namens lid Bouhassani: ten eerste, opvolging van meldingen. Signalen moeten snel en serieus worden opgepakt zodat vertrouwen groeit. Ten tweede, niet alleen kijken naar cijfers, maar ook naar de daadwerkelijke ervaringen van Joodse Amsterdammers. Het uiteindelijke doel is dat iedere Joodse Amsterdammer zich vrij en veilig voelt in de stad.

Lid KHAN (DENK) benadrukt dat antisemitisme overal moet worden bestreden, ongeacht de bron. Hij ziet een probleem dat in de politiek en media vaak vooral aandacht is voor antisemitisme van pro-Palestijnse of moslimactivisten, terwijl extreemrechts en andere vormen van haat te weinig worden erkend. Hij wijst op recente incidenten op universiteiten en bij evenementen, waar openlijk nazisymboolgebruik en antisemitische uitingen plaatsvonden zonder voldoende maatschappelijke of politieke ophef. Volgens hem worden Joden vaak gebruikt als middel in politieke agenda’s, zowel in klassieke complottheorieën als als stok om kritiek op Israël te dempen. Hij pleit voor een brede, inclusieve aanpak: antisemitisme moet expliciet worden benoemd in alle contexten, leiders en prominenten moeten een voorbeeldfunctie vervullen, en bondgenoten, zoals pro-Palestijnse activisten die zich inzetten voor mensenrechten, moeten worden betrokken. Hij doet een voorstel om Joods leven zichtbaar te maken in de stad, zoals tijdens Chanoeka. Hij stelt voor een chanoekia bij stadsloketten te plaatsen, vergelijkbaar met kerstbomen in de kerstperiode, met een korte uitleg over de betekenis ervan. Zo kan de stad op een laagdrempelige manier bewoners informeren en Joods leven normaliseren, zodat Joden niet

9

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 29 januari 2026

FKD

alleen als slachtoffers, maar als mede-Amsterdammers worden gezien. Hij vraagt een reactie van het college op dit initiatief. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt of lid Khan het bestaansrecht van de staat Israël erkent. Lid KHAN (DENK) geeft aan dat geen enkele staat op zich bestaansrecht heeft, ook niet Nederland. Voor hem draait het om mensenrechten en het bestaansrecht van mensen, niet van staten. Staten komen en gaan, maar het belangrijkste is dat mensen bestaansrecht hebben. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt of dat betekent dat hij ook het bestaansrecht van een Palestijnse staat niet per se erkent. Lid KHAN (DENK) reageert dat hij het belangrijk vindt dat ook Palestijnse mensenlevens erkend en beschermd worden. Hij stelt dat JA21 zich wel uitspreekt over bijvoorbeeld de Iraanse bevolking, maar niet over Palestijnen. Lid VAN BERKEL (JA21) benadrukt dat JA21 alle vormen van discriminatie en onderlinge haat volledig afkeurt en dat mensenrechten voor iedereen gelden. Lid KHAN (DENK) reageert kritisch op het abstracte antwoord en vraagt specifiek naar Palestijnse mensenrechten, omdat hij vindt dat bepaalde bevolkingsgroepen anders onbenoemd blijven. Hij wil dat duidelijk wordt of ook Palestijnse mensenrechten expliciet erkend en beschermd worden.

Lid VAN BERKEL (JA21) reageert dat hij geen moeite heeft met het uitspreken van de Palestijnse staat, maar wijst erop dat veel discussies in deze zaal vaak over buitenlandse kwesties gaan. Hij verduidelijkt dat zijn eerdere vraag over Iraanse Amsterdammers in Amsterdam ging om hun veiligheid en welzijn, omdat daar in het debat nauwelijks aandacht voor was, los van de internationale discussie over Palestina. Lid KHAN (DENK) benadrukt dat de Nederlandse regering snel reageerde op de situatie rond Iran, terwijl het anderhalf jaar duurde voordat de Israëlische ambassadeur op het matje werd geroepen. Volgens hem verklaart dit mede waarom mensen in Nederland zich verontwaardigd tonen over wat er in Palestina gebeurt. Lid VAN BERKEL (JA21) benadrukt dat antisemitisme sinds de massaslachting van 7 oktober 2023 explosief is toegenomen. Joodse Nederlanders vormen slechts 0,03 procent van de bevolking, maar zij ervaren een disproportioneel hoog aandeel van discriminatie. Onderzoeken tonen dat 80 procent van de Joodse Nederlanders het afgelopen jaar antisemitisme heeft meegemaakt, en velen durven hun Joodse identiteit op school of werk niet te tonen. Dit heeft geleid tot een gevoel van onveiligheid en zelfs het overwegen van vertrek uit het land. Hij steunt het nieuwe actieplan, maar geeft suggesties ter verbetering.

Hij pleit voor samenwerking met bestaande meldpunten om meldingsbereidheid te vergroten, bescherming van Joodse ambtenaren binnen de gemeentelijke organisatie, en een zerotolerance beleid tegen rabiaat activisme en geweld. Daarnaast benadrukt hij dat normstelling alleen effectief is als er handhaving op volgt, zonder ingrijpen blijft het beleid vrijblijvend en machteloos. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) wijst op een mogelijke dubbelzinnigheid in JA21’s kritiek op het inclusiebeleid van Amsterdam. Eerder was de partij kritisch op dit beleid, terwijl lid Van Berkel nu juist pleit voor meer bescherming van Joodse medewerkers. Ze vraagt hoe hij dit standpunt rijmt met zijn eerdere kritiek. Lid VAN BERKEL (JA21) antwoordt dat het huidige inclusiebeleid kennelijk onvoldoende werkt, aangezien Joodse medewerkers nog steeds in aanzienlijke mate onveiligheid ervaren op hun werkplek.

10

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 29 januari 2026

FKD

Lid BENTOUMYA (GroenLinks) geeft aan dat ze de kritiek van lid Van Berkel bij de start van het beleidskader kent en vraagt zich af waar zijn huidige standpunt vandaan komt. Lid VAN BERKEL (JA21) legt uit dat hij vindt dat het geformaliseerde inclusiebeleid, waarin mensen op basis van afkomst, huidskleur en achtergrond worden ingedeeld, juist discriminatie in de hand werkt. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) begrijpt de houding van lid Van Berkel niet. Als Joodse medewerkers zich onveilig voelen, moet dat juist worden aangepakt. Ze ziet hierin een tegenstrijdigheid en suggereert dat JA21 geen actie wil ondernemen. Lid VAN BERKEL (JA21) reageert dat hij activisme op de werkvloer ziet, zoals oproepen van directies om mee te doen aan demonstraties en verspreiding van pamfletten, wat volgens hem niets met inclusiviteit te maken heeft, maar wel bijdraagt aan het onveilig voelen van Joodse medewerkers. Hij benadrukt dat de overheid niet alleen normen moet stellen, maar ook daadwerkelijk moet ingrijpen wanneer die worden overschreden. Wethouder MELIANI erkent dat universiteiten veilige plekken moeten zijn en benadrukt dat zowel de universiteiten als de gemeente hierbij verantwoordelijk zijn. Studenten en medewerkers kunnen meldingen doen bij universiteitsmeldpunten en bij strafbare feiten aangifte doen, waarna vervolging kan plaatsvinden.

Ze legt uit dat zionisme oorspronkelijk het streven naar een veilig thuisland voor Joden betreft, maar dat antizionisme soms antisemitische connotaties heeft, bijvoorbeeld wanneer mensen alle Joden in verband brengen met Israël of weg willen hebben uit het land. Ze erkent dat dit gevoel van onveiligheid en het verbergen van identiteit, zoals het verstoppen van een davidsster, daadwerkelijk voorkomt en dat dit na 7 oktober 2023 sterker is geworden. Ze benadrukt dat Amsterdam geen enkele vorm van antisemitisme accepteert en dat Joodse Amsterdammers deel uitmaken van het DNA van de stad. Het plan van aanpak is een startpunt, maar er moet gecoördineerd worden gewerkt via onderwijs, openbare orde en veiligheid, politie en maatschappelijke organisaties om de situatie structureel aan te pakken. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt de wethouder hoe zij antizionisme beoordeelt. Moet dit in Amsterdam ook bestreden worden, net zoals antisemitisme? Wethouder MELIANI antwoordt dat veel mensen antizionisme zien als kritiek op Israël, wat op zichzelf niet problematisch is. Wanneer antizionisme echter wordt gebruikt met een antisemitische connotatie, bijvoorbeeld als complottheorieën of uitsluiting van Joden, dan vormt dat een serieus probleem. Ze benadrukt dat veel Joodse mensen zich hierdoor onveilig voelen, soms zelfs tot het punt dat zij symbolen van hun geloof verbergen.

Ze onderstreept dat het belangrijk is om kennis en bewustzijn over de historische en culturele betekenis van Israël en zionisme te vergroten, zodat mensen elkaar respecteren en niemand wordt buitengesloten. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt of uit de woorden van de wethouder volgt dat antizionisme in principe acceptabel is, zolang het niet antisemitisch is. Wethouder MELIANI bevestigt dat er een belangrijk onderscheid is: antizionisme op zich is niet hetzelfde als antisemitisme. Wel kan antizionisme, afhankelijk van hoe het wordt ingezet, antisemitische vormen aannemen, bijvoorbeeld wanneer het alle Joden betrekt of uitsluit. Dit onderscheid is volgens haar vaak niet goed bekend bij veel mensen en verdient meer aandacht. Kritiek op het beleid van Israël is legitiem, maar als die kritiek zich richt op Joden als groep, krijgt het antisemitische connotaties. Ze benadrukt dat dit verschil erkend moet worden en dat open dialoog hierover belangrijk is, zodat Joodse mensen zich veilig en gehoord voelen. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt verduidelijking bij de uitleg van de wethouder over zionisme. Hij stelt vast dat, volgens de wethouder, kritiek of strijd tegen zionisten in principe toegestaan is en niet per se als antisemitisch wordt gezien.

11

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 29 januari 2026

FKD

Wethouder MELIANI benadrukt dat antisemitisme in Amsterdam een structurele en gecoördineerde aanpak vereist. Ze onderstreept dat het gaat om normstelling, veiligheid en preventie, en dat deze aanpak niet eenmalig is, maar langdurig en integraal moet worden uitgevoerd. Ze erkent dat veel Joodse studenten en burgers zich onveilig voelen, bijvoorbeeld op universiteiten, op werkplekken en in het dagelijks leven, en dat dit serieus genomen moet worden. Ze verduidelijkt het verschil tussen kritiek op Israël en antisemitisme: antizionisme is niet per definitie antisemitisch, maar het kan dat wel worden wanneer het oproept tot uitsluiting, bedreiging of geweld tegen Joden. Volgens haar is het belangrijk dat mensen zich bewust worden van de historische en persoonlijke betekenis van zionisme voor Joden, zoals het streven naar een veilig thuisland na de Holocaust. Tegelijkertijd mag men kritiek op de Israëlische overheid leveren, zolang dit niet resulteert in het ontkennen van mensenrechten van Joden of het aanzetten tot haat. Ze geeft aan dat het plan van aanpak tot stand is gekomen in samenwerking met verschillende Joodse organisaties en vertegenwoordigers.

Het plan voorziet in extra middelen van 250.000 euro voor gecoördineerde uitvoering, en bevat structurele overlegmomenten, zoals klankbordsessies, gesprekken van de burgemeester en wethouder met Joodse gemeenschappen, en begeleiding door de projectleider sociale veiligheid in de stadsdelen. Deze momenten zijn bedoeld om vertrouwen op te bouwen, meldingen van incidenten serieus te nemen en feedback te verwerken. Ze benoemt ook het belang van zichtbaarheid van Joods leven in de stad, onder meer via educatie, openbare initiatieven en het corrigeren van complottheorieën. Daarnaast wijst ze erop dat de impact van antisemitisme vaak zacht en moeilijk meetbaar is, waardoor het niet altijd in cijfers zichtbaar wordt. Daarom is voortdurende dialoog met de Joodse gemeenschap cruciaal. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat het belangrijk is om het Joodse leven zichtbaar te maken en mensen bewust te maken van cultuur en tradities, maar benadrukt dat stadsloketten neutraliteit moeten uitstralen. Ze verwijst naar een eerder uitgevoerd voorstel om artikel 1 van de Grondwet op te hangen bij loketten als manier om racisme en discriminatie tegen te gaan. Ze stelt dat religieuze uitingen, zoals het plaatsen van een menora, op stadsloketten niet wenselijk zijn en adviseert in plaats daarvan informatiefolders.

Lid KHAN (DENK) reageert dat de gemeente dit prima kan doen, zoals ook in Amstelveen gebeurt. Hij stelt dat een visie op secularisme en de scheiding van kerk en staat hierbij kan worden betrokken en benadrukt dat het plaatsen van een menora niet per se in strijd is met neutraliteit. Wethouder VAN BUREN reageert positief op dit voorstel en zegt dat ze het met de burgemeester zal bespreken. Wethouder MELIANI legt uit dat er in Amsterdam ongeveer 3.000 Stolpersteine liggen en dat een interactieve kaart per steen informatie geeft over de persoon. Sinds vorig jaar zijn er ook bredere Stolperschwelle bij tramhaltes en het Holocaustmuseum die herinneren aan de deportaties per tram. De teksten zijn gereed en er wordt nog gekeken waar extra borden kunnen komen. Ze benadrukt dat de landelijke en Amsterdamse aanpak elkaar aanvullen, en dat er ook internationaal kennis wordt uitgewisseld over discriminatiebestrijding. Ze verwijst naar de rol van de nationale coördinator antisemitisme en de betrokkenheid van de burgemeester bij internationale conferenties. Over de vertegenwoordiging van Joodse Amsterdammers die niet religieus zijn, zegt ze dat er financiële steun en bijeenkomsten plaatsvinden in stadsdelen, waarbij brede betrokkenheid van de gemeenschap wordt gestimuleerd.

De organisatie heeft een nieuwe locatie gevonden op de Uilenburgerstraat, en de gemeente ondersteunt hen bij programmering en activiteiten. Wat onderwijs betreft, verwijst ze naar de voortgangsbrief van 11 februari en zegt dat verdere vragen bij de wethouder van onderwijs kunnen worden besproken.

12

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 29 januari 2026

FKD

Over politie en meldpunten geeft ze aan dat meldingen bij de politie liggen en dat cijfers apart geregistreerd kunnen worden. Ze benadrukt dat er behoefte is aan meer uitleg over wat wel of niet strafbaar is, en dat politie en OM hierover informatie verstrekken. De gemeente ondersteunt dit via inloopspreekuren en gesprekken met de Joodse gemeenschap. Het uiteindelijke doel is dat iedereen zich veilig voelt en zichtbaar Joods kan zijn in Amsterdam. Ze benadrukt dat dit werk structureel en langdurig is, en dat voortdurende communicatie en klankbordsessies essentieel zijn. Ze licht toe dat het plan van aanpak en het offensief hate crimes samen moeten werken: het ene richt zich op preventie, het andere op repressie. Ook benadrukt ze samenwerking tussen meldpunten om de meldingsbereidheid te vergroten. Wethouder VAN BUREN meldt dat er recent een intern onderzoek onder medewerkers is uitgevoerd. Ze belooft dat de uitkomsten van dit onderzoek binnenkort worden gedeeld met de gemeenteraad. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt naar het verspreiden van pamfletten, bijvoorbeeld over ‘Kom in actie voor Gaza’. Hij legt uit dat zulke pamfletten een angstige situatie kunnen creëren voor Joodse medewerkers, omdat zij zich daardoor bedreigd of verplicht kunnen voelen te verdedigen. Hij vraagt hoe de wethouder tegen dit soort berichten op de werkvloer binnen de gemeentelijke organisatie aankijkt.

Wethouder VAN BUREN reageert dat haar niet direct bekend is dat grootschalige oproepen tot acties op de werkvloer plaatsvinden. Ze geeft aan dat ambtenaren in hun vrije tijd mogen demonstreren. Wethouder MELIANI benadrukt nog het zerotolerancebeleid: de gemeente accepteert geen enkele vorm van antisemitisme of discriminatie en is op alle terreinen actief hiermee bezig. Ze maakt duidelijk dat het aan politie en OM is om te bepalen of iets daadwerkelijk strafbaar antisemitisme betreft, ook bij demonstraties. Lid LUST (D66) geeft aan dat ze nog geen antwoord heeft gekregen op twee vragen die ze eerder stelde. Ze wil weten hoe het Joods politienetwerk betrokken wordt bij het vergroten van de meldingsbereidheid en hoe de verkenning naar een stedelijke coördinator anti-discriminatie en racisme verloopt. Wethouder MELIANI reageert dat er waarschijnlijk wel degelijk wordt samengewerkt met het Joods politienetwerk en dat zij hierover terugkomt in een brief. Wat betreft de stedelijke coördinator, legt ze uit dat dit dossier pas in Q3 aan de raad wordt aangeboden en dat er nog volop afstemming plaatsvindt. Lid DETERINK (VVD) verwijst naar eerdere vragen over de tramhalte en het handboek dat hij graag vertaald ziet. Hij vraagt of de wethouder hier schriftelijk op kan terugkomen, zodat hij niet steeds in verschillende commissies dezelfde vragen hoeft te stellen.

Daarnaast vraagt hij hoeveel scholen gebruikmaken van het aanbod om gratis het Holocaustmuseum te bezoeken. Wethouder MELIANI antwoordt dat ze die informatie niet direct paraat heeft, maar dat ze schriftelijk op al deze vragen zal terugkomen. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken en dat het verder behandeld wordt tijdens de gemeenteraadsvergadering in februari. Lucht- en Zeehaven (incl. Schiphol) 15. Bespreken van de stand van zaken doelen en maatregelen Schiphol Position Paper (VN2025-018083)

13

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 29 januari 2026

FKD

Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de volgende vergadering. Financiën 16. Bespreken van de Boardletter 2025 gemeenteaccountant ACAM (VN2025-018096) GEVOEGD BEHANDELD MET 17. Bespreken de raadsinformatiebrief over de voortgang en afdoening van de openstaande aanbevelingen van ACAM en de Rekeningencommissie op het terrein van Financiën en Inkoop, planning en control en fraude en corruptie (VN2025-018088) Lid GARMY (Volt) vraagt om een update van de wethouder over de stand van zaken rond AFIS en de verschillende modules. Lid BURGERS (VVD) herinnert eraan dat de VVD op 11 juni vorig jaar, samen met de voltallige oppositie, een motie indiende die opriep tot maximale transparantie over de facturen van AFIS. Destijds waarschuwden ze dat de raad het zicht op de rechtmatigheid en de kosten dreigt te verliezen. Uit de boardletter van de accountant blijkt dat deze zorgen gegrond zijn. De accountant stelt dat de controle van de jaarrekening uitdagend wordt, omdat miljoenen aan facturen zijn betaald zonder dat duidelijk is of de bijbehorende prestaties daadwerkelijk zijn geleverd. Bovendien worden herinneringen niet verstuurd, wat het risico op oninbare vorderingen vergroot. Voor 5,3 miljoen euro aan facturen boven de 250 euro ontbreekt een prestatieverklaring, wat het bewijs van rechtmatigheid bemoeilijkt en het risico op een afkeuring vergroot.

Hij vraagt de wethouder hoe zij de rechtmatigheid van deze betalingen aan de accountant wil aantonen en wat zij gaat doen aan het vertraagd versturen van herinneringen. Hij wil weten welk bedrag momenteel door AFIS-fouten risico loopt om definitief verjaard of oninbaar te worden, en wanneer de herstelfase stopt, zodat de raad weer proactief wordt geïnformeerd, zoals eerder in de motie gevraagd, in plaats van achteraf via een alarmerende brief van de accountant. Lid SCHMIT (D66) wil weten wat de impact van de andere modules van AFIS is op de uitvoering van de jaarrekening en of de wethouder vertrouwen heeft dat er straks een betrouwbare jaarrekening wordt opgeleverd. Ten tweede vraagt hij naar de projectadministratiemodule: hebben de directies momenteel volledig inzicht in de kosten en budgetten van de projecten, wat cruciaal is voor de uitvoering richting bewoners en ondernemers? Ten slotte benadrukt hij dat de raad goed geïnformeerd moet worden en vraagt hij of de wethouder bereid is de raad drie keer per jaar te informeren over de status en uitvoering van de verschillende modules van AFIS. Lid BURGERS (VVD) wijst erop dat de VVD vorig jaar een motie heeft ingediend voor volledige transparantie rondom de AFIS-facturen, die destijds niet door D66 werd gesteund.

Hij vraagt lid Schmit hoe hij nu tegen deze kwestie aankijkt, vooral nu de accountant constateert dat er problemen zijn met zowel de kosten als de rechtmatigheid van de facturen. Lid SCHMIT (D66) geeft aan dat de raad steeds is geïnformeerd over de stand van zaken rond AFIS. Hij benadrukt dat zijn betoog vooral gaat over het vertrouwen in en de betrouwbaarheid van de jaarrekening. Lid BURGERS (VVD) stelt dat zonder deze informatie het voor de gemeenteraad erg moeilijk is om haar controlerende taak uit te voeren. De accountant waarschuwt nu al, maar de raad kan alleen afwachten.

14

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 29 januari 2026

FKD

Lid SCHMIT (D66) antwoordt dat hij juist de wethouder vraagt de raad drie keer per jaar te informeren over de uitrol van de diverse modules. Lid NAMANE (PvdA) stelt een aantal vragen over AFIS. Ze merkt op dat de module betalen en facturen goed lijkt te functioneren en dat Amsterdammers daar geen last van ondervinden, en ze vraagt dit te bevestigen. Daarnaast wil ze weten hoe de andere modules, die nog niet volledig werken, ervoor staan, hoe de raad hierover geïnformeerd wordt, en wie per module beslist of deze wel of niet wordt doorgezet. Ze vraagt ook of terugval naar het oude systeem mogelijk is, hoe de vooruitgang van het nieuwe systeem merkbaar zal zijn, of het systeem inmiddels het niveau van het oude systeem heeft bereikt. Tot slot vraagt ze naar eventuele extra kosten, juridische aansprakelijkheid en de mogelijkheden om deze kosten te verhalen. Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt de wethouder om een update over de voortgang van het AFIS-systeem en de gevolgen daarvan voor de jaarrekening en de gemeentelijke financiën. Ze wijst erop dat de problemen rondom AFIS nog steeds groot zijn, zo groot dat de begroting voor 2027 hier mogelijk niet uit kan voortkomen.

Ze vraagt of het plan B, waarbij veel handwerk nodig is, nog steeds aan de orde is, wat dit betekent voor de organisatie en de inzet van extra menskracht, en of de gemeente door deze problemen het risico loopt op verscherpt toezicht van de provincie. Daarnaast maakt ze zich zorgen over de speciale uitkeringen van het Rijk en het risico dat deze terugbetaald moeten worden, wat om miljoenen gaat. Ze verwijst naar de zeven werksporen die volgens de wethouder in de Rekeningencommissie zouden zorgen voor een oplossing, en vraagt nu hoe groot de problemen nog zijn, wat de financiële en organisatorische gevolgen zijn, en of dit effect heeft op de rechtmatigheid en verantwoording. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) sluit zich aan bij de eerder geuite zorgen over het AFISsysteem. Ze vraagt wanneer de wethouder verwacht dat AFIS naar behoren functioneert en wat de financiële risico’s zijn, met name met betrekking tot de SPUK’s. Daarnaast wil ze weten hoe de gemeente met deze risico’s omgaat en of hierover ook contact is met de provincie en het Rijk. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat het begrijpelijk is dat er vandaag veel aandacht is voor het AFIS-systeem, aangezien de problemen rond deze tijd vorig jaar zijn ontstaan. Ze licht toe dat er veel inspanning is geleverd om de issues op te lossen en ervoor te zorgen dat ondernemers en Amsterdammers er geen last van ondervinden.

Ze complimenteert alle medewerkers die extra inzet hebben getoond, ook tijdens weekenden en vakanties. Ze meldt dat de dubbele betaling van 21 miljoen euro volledig is terugbetaald. Wat betreft de jaarrekening benadrukt ze dat de implementatie van AFIS extra tijd en handwerk vergt, waardoor de planning onder druk staat. Er vindt periodiek overleg plaats met de betrokken afdelingen om actuele knelpunten op te lossen, en veel van deze problemen zijn inmiddels aangepakt. Ze erkent dat het uiteindelijke oordeel over de betrouwbaarheid van de jaarrekening bij ACAM ligt, maar voorziet geen grote problemen bij de oplevering. Ze belooft daarnaast dat er over twee weken een uitgebreide update wordt gegeven met volledige informatie. Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt of de problemen met AFIS nog steeds zo groot zijn dat er inmiddels een Plan B in werking is gezet om de jaarrekening op tijd te kunnen opleveren. Ze wil duidelijkheid of de situatie nog steeds zulke risico’s oplevert dat er alternatieve maatregelen nodig zijn naast de reguliere verwerking in AFIS. Wethouder VAN BUREN legt uit dat er geen Plan B nodig is om de jaarrekening op tijd op te leveren. Ze vertelt dat er inderdaad nog enkele technische knelpunten zijn binnen AFIS, maar dat deze samen met Capgemini opgelost worden.

Het systeem functioneert nog niet volledig naar behoren, waardoor sommige informatie handmatig moet worden verwerkt, wat extra mensuren kost. Ze benadrukt dat de juiste gegevens wel beschikbaar zijn, maar dat de verwerking nog tijdrovend is totdat AFIS volledig werkt zoals bedoeld.

15

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 29 januari 2026

FKD

Ze gaat daarna in op de zeven werksporen die zijn ingesteld om de problemen aan te pakken. Zo wordt gewerkt aan procesverbeteringen en de basisinrichting, wordt er overleg gehouden met directies, en worden inkoopprocessen vereenvoudigd. Voor de module financiële projectbeheersing is een health-check uitgevoerd en komt in februari een rapport met aanbevelingen, zodat de projectadministratie inzichtelijker wordt. Voor de modules die facturen versturen naar burgers, inclusief incasso en herinneringen, is inmiddels automatisering ingevoerd. De betalingsstroom verbetert momenteel ligt de tijdigheid van betalingen op 88 procent, net onder de norm van 90 procent. Voor inkooporders geldt dat facturen boven 1.000 euro zonder order vanaf februari teruggestuurd worden naar leveranciers, zodat het verwerkingsproces efficiënter verloopt. De financiële planning, sturing en verantwoording wordt momenteel getest en komt in februari in gebruik. Op lange termijn volgt in maart 2026 een advies aan de interne stuurgroep over verdere planning en sturing. Ook is de informatievoorziening verbeterd, dashboards zijn upto-date, technische problemen grotendeels opgelost en medewerkers kunnen datasets makkelijker raadplegen. Over de werksporen meldt ze verder dat beheerders extra training hebben gekregen, processen en procedures zijn verbeterd, en het aantal incidenten met hoge prioriteit is afgenomen.

Het interne beheer zorgt ervoor dat problemen snel boven tafel komen en zo efficiënt mogelijk worden opgelost. Ten slotte gaat ze in op de versnelde betalingen: van de 17.000 geparkeerde facturen ter waarde van 1,5 miljoen euro is nog 500.000 euro in onderzoek, maar dit is een klein percentage. De aanpak voor het aantonen van de rechtmatigheid gebeurt via steekproeven en is afgestemd met de accountant, zodat een betrouwbare uitspraak kan worden gedaan over 2025. Intern wordt er alles aan gedaan om risico’s van terugbetalingen te beperken en de verantwoording correct uit te voeren. Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt naar de financiële risico’s rondom de SPUK’s en wil weten hoe de gemeente deze risico’s beheert en of er contact is met het Rijk hierover. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat dat de gemeente de situatie nauwlettend volgt en alles doet om financiële risico’s te beheersen, maar dat het uiteindelijke oordeel bij het Rijk ligt. Ze benadrukt dat de extra kosten zo veel mogelijk binnen de bestaande programma’s worden opgelost en dat de raad hierover wordt geïnformeerd. Tot slot belooft ze dat de raad ook in de toekomst regelmatig updates zal krijgen over de voortgang van de AFIS-werksporen en de gevolgen voor de organisatie en de jaarrekening. De VOORZITTER constateert dat het onderwerp voldoende is besproken. 19.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16571463/1