CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2026.01.14 Conceptverslag commissie OZA.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 11 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 14 januari 202611.800 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De wethouder weet dat er elders onderzoek wordt verricht naar het halveren van administratieve lasten, maar daarbij wordt met name gekeken naar lasten vanuit landelijke regelgeving, zoals de Zorgverzekeringswet. De wethouder is bereid om onzinnige regels te schrappen en hoort graag welke regels dat dan zijn. Daarnaast is in het kader van samenwerking met de buurtteams het schrappen van administratieve lasten een prioriteit. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen op de raadsvergadering van 18 en 19 februari. Onderwijs 11 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ‘Actuele cijfers leraren- en schoolleiderstekort’ en Voortgangsrapportage Lerarenagenda 2025 (VN2025-018884)

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 14 januari 2026

Het lid HOFLAND is van mening dat als er niets wordt gedaan, de komende pensioengolf gaat zorgen voor het fors oplopen van het lerarentekort, terwijl dat de afgelopen tijd juist gedaald is. Ook lopen de NPO-gelden af en met deze gelden werden mensen in het onderwijs betaald. Het lid vraagt zich af of het aantal leraren is gestegen, of dat het aantal functies is gedaald, omdat de verhouding tussen deze twee nogal wat uitmaakt en vindt het antwoord op de vraag noodzakelijk voor het oplossen van het probleem. Het lid heeft begrepen dat het niet kunnen krijgen van een woning een van de belangrijkste redenen is voor het tekort in Amsterdam en zegt dat er wat D66 betreft veel woningen beschikbaar komen voor leraren. D66 sluit daarbij ook zijinstromers en andere mensen, waarvan kan worden geweten dat ze de komende 30 jaar voor de klas staan. Het lid mist in de brief het noemen van een gebrek aan een gevoel van autonomie bij docenten als een van de oorzaken van het tekort en constateert dat er dingen worden gedaan die hieraan raken, maar dat er geen acties zijn die specifiek op deze oorzaak zijn gericht. Het lid vindt dat hierover met de docenten gesproken moet worden en vraagt of de wethouder over dit onderwerp met scholen in gesprek is, bijvoorbeeld aan de hand van de handreiking Ruimte in Regels.

Het lid is ook benieuwd hoe de wethouder hier in zijn algemeenheid naar kijkt en wat er kan worden gedaan om docenten te ontlasten van de werkdruk en de regeldruk. Het lid VESSEUR meldt dat ook Volt zich zorgen maakt over het wegvallen van de NPO-gelden en veel scholen spreekt die zich hier zorgen over maken en het hebben over verborgen bezuinigingen. Volgens het lid hebben de scholen het idee dat hier te weinig oog voor is. Het lid ziet het zelf in de rapportage ook niet duidelijk terug en is bang dat de consequenties van onvoldoende monitoring zullen terugkomen in volgende rapportages. Het ld vraagt of de wethouder de mening deelt dat er beter inzicht moet komen. Het lid ABOELKASEM constateert dat het lerarentekort in het basisonderwijs weliswaar terugloopt, maar tegelijkertijd nog het dubbele bedraagt van het landelijk gemiddelde. Het lid noemt dit een ongelijkheidsrisico voor kinderen in Amsterdam en wijst erop dat het rapport vermeldt dat kinderen in Nieuw-West, Zuidoost en Noord minder vaak een bevoegde leraar voor de klas hebben dan kinderen in andere delen van de stad. Ook zegt het rapport dat het tekort leidt tot een verhoogde kans op onderwijsachterstanden. Het lid stelt vast dat het tekort in het basisonderwijs voor het grootste deel onzichtbaar is en dat verborgen tekorten worden ingevuld zonder vacatures, door interne noodoplossingen of andere inzet.

Dat houdt scholen overeind, maar leidt volgens het lid ook voor uitval bij leerkrachten door de hoge werkdruk. Het lid vraagt zich af hoe de daling kan worden vastgehouden en eventueel worden versneld en vraagt welke ambitiedoelen de wethouder voor de komende jaren hanteert om het tekort verder terug te dringen. Ook is het lid benieuwd naar de gerichte maatregelen die in de stadsdelen buiten de ring worden ingezet om het tekort sneller te laten dalen. Tot slot wil het lid weten hoe de wethouder de raad gaat informeren over de voortgang van openstaande vacatures en in hoeverre scholen kunnen worden ondersteund in plaats van dat ze achter de schermen door het verborgen tekort grote moeite hebben om overeind te blijven. Het lid YEMANE sluit zich voor een groot deel aan bij wat er door vorige sprekers is gezegd en bedankt het college voor de inzet. Het lid ziet dat er dingen te vieren zijn, maar dat de zorg nog steeds groot is, met name over de verdeling van de tekorten in de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost, die al de hele periode speelt. Het lid ziet dat er in Nieuw-West sprake is van een daling van nog geen procent en vraagt hoe de wethouder daar tegenaan kijkt, vooral in vergelijking met de andere dalingspercentages. Het lid is benieuwd of er specifiek voor Nieuw-West gerichte acties gaan komen om het tekort terug te dringen.

Het lid is blij met de redelijke daling in Zuidoost, die voor het eerst duidelijk zichtbaar is, en is benieuwd of er in dat stadsdeel de afgelopen tijd iets anders is gedaan dat voor deze daling heeft gezorgd. Het lid heeft van een schoolbestuurder begrepen dat er veel potentie aanwezig is in Zuidoost bij bewoners die in het land van herkomst wel bevoegd waren en in Nederland niet. Het lid wil graag weten of er zicht is op

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 14 januari 2026

de grootte van deze groep en hoe deze mensen eventueel zo snel mogelijk kunnen worden ingezet. Wethouder SCHOLTES constateert dat dit onderwerp al langer speelt en dat ook de inzet van de gemeente niet pas in 2019 begonnen is. De wethouder is het eens met het lid Aboelkasem dat het tekort een kansongelijkheidsprobleem creëert, maar stelt wel vast dat de inzet van de afgelopen jaren zijn vruchten aan het afwerpen is. Daarmee is de gemeente er volgens de wethouder nog niet, zeker gezien de aankomende pensioengolf. De wethouder vindt dat de gemeente zich daar goed op moet blijven voorbereiden en dat het sowieso belangrijk om in een stad als Amsterdam een actief lerarenbeleid moet voeren, ook als het goed gaat. Wethouder SCHOLTES deelt de mening niet dat het eindigen van de NPO-gelden een verborgen bezuiniging is en merkt op dat het zichtbaar gaat om middelen die ophouden. De wethouder deelt wel de zorg hierover en ziet dat de bezuinigingen in het onderwijs in het hele land op gespannen voet staan met de ambities die er bijvoorbeeld zijn op het gebied van kansengelijkheid. Ook is er bezuinigd op onderwijs en innovatie in een breder pakket en daar maakt de wethouder zich zorgen over. De wethouder vindt dat ook hier anticyclisch geïnvesteerd moet worden.

Verder ziet de wethouder dat de inkomensval sommige mogelijke zijinstromers ervan weerhoudt de stap te zetten en hij hoopt dat de Rijksoverheid de komende jaren een stap wil zetten om compensatie voor elkaar te krijgen. Op de vraag van het lid Runderkamp antwoordt Wethouder SCHOLTES dat er inderdaad functies zijn verdwenen, zeker in de ondersteuning. In sommige gevallen hebben mensen vanuit deze functies een stap gemaakt naar die van bevoegd docent, maar de wethouder vertelt dat de NPO-middelen met name zijn ingezet voor extra ondersteuning. Tevens hebben schoolbestuurders soms besloten om geen zzp'ers meer in te huren en daardoor zijn er meer mensen in vaste dienst gekomen op vacatures die voorheen door zzp'ers waren ingevuld. Daarnaast is er sprake van een dalend leerlingenaantal op scholen binnen de ring, maar de wethouder vermeldt daarbij dat deze daling kleiner is in relatie tot het aantal docenten dat in dienst is gekomen. De demografische context wordt uiteraard wel continu meegenomen Het lid HOFLAND zoekt in een interruptie verduidelijking over de vraag of er meer leraren zijn gekomen in Amsterdam, of dat er minder leraren worden gevraagd. Het lid vraagt of de wethouder een idee heeft van de verhouding hiertussen. Wethouder SCHOLTES herhaalt dat de gemeente erop stuurt dat er zoveel mogelijk bevoegde docenten voor de klas staan, maar dat het een beetje van beide is.

De wethouder merkt op dat de groei van het aantal docenten in vaste dienst groter is dan andere voorwaarden als demografische aantallen en de NPO-middelen. Een deel van de mensen is vanuit de ondersteuning naar een traject gegaan om zich bevoegd te maken, en daar is een deel niet van teruggekomen. De wethouder stelt vast dat het lerarentekort zich door de stad heen ongelijk manifesteert. De opkomst bij eendere vacatures was bij sommige scholen twintig en bij andere scholen nul. Daar zit volgens de wethouder de komende tijd een grote uitdaging en de wethouder herkent dat voor scholen in Zuidoost, Nieuw West en Noord. Wethouder SCHOLTES is het met het lid Hofland eens dat de lokale overheid meer moet doen wat betreft autonomie voor docenten, maar meent dat de gemeente deze stap al langer zet. Vanuit het veld ziet de wethouder dat de uitdaging niet zozeer ligt in autonomie, maar in het omgaan met de grootstedelijke context waarbij de uitdagingen naast het lesgeven groter zijn. Dit geldt met name voor zijinstromers en de wethouder vindt het belangrijk dat deze mensen goed begeleid worden en blijven. Ook wil het college scholen waarbij het goed gaat een rol geven bij het begeleiden en opleiden van zijinstromers. De komende tijd wordt gekeken hoe deze scholen daarvoor beloond kunnen worden.

In een interruptie vraagt het lid HOFLAND of de wethouder kan aangeven wat de verhouding is tussen het aanbod van bevoegde leraren en het aantal openstaande vacatures. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat in absolute zin het aantal vacatures met

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 14 januari 2026

215 fte is afgenomen, terwijl het aanbod van bevoegde leraren in de stad groter is geworden, onder andere doordat ze niet meer als zzp'er worden ingehuurd. De wethouder denkt dat het de moeite waard is om de verhouding te onderzoeken, maar waarschuwt het lid Hofland dat dat gezien de vele indicatoren ingewikkeld kan zijn. Daarnaast benadrukt de wethouder dat deze kwantitatieve informatie weliswaar interessant is, maar niet in bijvoorbeeld de gevallen waarbij de ene school op een vacature 20 sollicitanten krijgt en de andere school nul. De wethouder zegt toe om in de volgende rapportage te bekijken of er nog een laag dieper kan worden gegaan. In antwoord op de vraag van het lid Aboelkasem zegt wethouder SCHOLTES dat het de ambitie is dat ieder kind in Amsterdam een bevoegde leraar voor de klas heeft. Zolang dat niet het geval is, gaat de gemeente door met de maatregelen die in het beleidsplan staan genoemd. Over openstaande vacatures is regelmatig contact met de scholen en ook met maatregelen met betrekking tot zaken als woningen, parkeervergunningen en opleidingstrajecten gaat de gemeente gewoon door. Daarbij hoopt de wethouder = dat de landelijke bezuinigingen hopelijk worden teruggedraaid, en ook om te kijken hoe zijinstromers beter gefaciliteerd kunnen worden. Daar bovenop worden ook opleidingsscholen beter gefaciliteerd en ondersteund.

Wethouder SCHOLTES vertelt naar aanleiding van de vraag van het lid Yemane blij te zijn met de afname van het tekort in stadsdeel Zuidoost. De wethouder verklaart het verschil met Nieuw-West onder andere uit het feit dat daar het afgelopen jaar een actief personeelsbeleid is gevoerd en dat er daardoor al veel vacatures ingevuld zijn. Ook is er in Nieuw-West een aantal nieuwe kleine scholen gestart en deze hebben het vaak wat zwaarder, waardoor er relatief weinig sollicitanten zijn op vacatures. De wethouder vertelt dat er al docenten worden ingezet die in het land van herkomst bevoegd zijn en dat dat niet uniek is, omdat eerder hetzelfde is gedaan met Surinaamse docenten. Het is echter niet zo dat bevoegdheden een-op-een over te nemen zijn, dus daar zijn maatwerktrajecten bij betrokken, waarover onder andere met Zonova actief gesprekken over worden gevoerd, Het lid YEMANE vraagt in een interruptie een reflectie van de wethouder op de oorzaak van de daling in Zuidoost. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat er ook in Zuidoost initiatieven zijn om te zorgen dat leraren daar makkelijker kunnen landen. Familiescholen zijn bijvoorbeeld voor beginnende docenten ideaal, omdat veel andere ondersteuning daar op een andere manier georganiseerd is. Docenten hoeven zich dan alleen te richten op lesgeven.

Verder is een verandering zichtbaar in de keuzes die docenten maken en waarbij vaker wordt gekozen voor Zuidoost en de wethouder vertelt dat de meting die afgelopen jaar in Zuidoost is gedaan, wellicht niet helemaal heeft gecorrespondeerd met de werkelijkheid. Het lid YEMANE denkt dat het een goed idee kan zijn om meer familiescholen in te zetten. Ook is het volgens het lid van belang om iets aan de beeldvorming en vooroordelen te doen om af te raken van het idee dat docenten in deze stadsdelen met een kogelvrij vest rond moeten lopen. Wethouder SCHOLTES denkt dat docenten zelf daarin de beste ambassadeurs zijn en is het eens met het lid Yemane wat betreft de familiescholen. De wethouder roept op om te kijken hoe daar in de volgende raadsperiode, met zowel een nieuwe coalitie en een nieuwe raad, mee verder kan worden gegaan. Sluiting De VOORZITTER deelt mede dat de volgende commissievergadering OZA op 11 februari 2026 plaatsvindt en tevens de laatste vergadering is in deze raadsperiode. De voorzitter sluit de vergaderin

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16541854/1