2026.01.14 Conceptverslag commissie OZA.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Raadscommissieverslag, 14 januari 2026
CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Woensdag 14 januari 2026, starttijd 9.00 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 11 februari 2026
Voorzitter: Alberts Plv. Voorzitter: -Portefeuillehouders: wethouders Mbarki en Scholtes Portefeuillehouders afw.: wethouder Groot Wassink Commissiegriffier: Van Klooster Commissieondersteuners: Hoff Verslaglegging: Draaijer (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Runderkamp (PvdA), Van Pijpen (GroenLinks), Yemane (GroenLinks), Hofland (D66), Hylkema (VVD), Emmerik (PvdD), Vesseur (Volt), Haijen (SP), Aboelkasem (DENK), Badal (CDA) en Noordman (Forum voor Democratie), Afwezige commissieleden (mk): Wehkamp (D66) en Van der Kamp (VVD) Overige aanwezigen: --
ALGEMEEN GEDEELTE 1a Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.15 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. 1b Mededelingen Het lid RUNDERKAMP kondigt aan tussen 11.30 uur en 12.00 uur de vergadering even te verlaten, maar wel weer terug te komen. Het lid HOFLAND deelt mede dat het lid Wehkamp afwezig is en dat hij de honneurs namens D66 zal waarnemen. Het lid VAN PIJPEN deelt mede dat Zilveren Kruis zoals eerder besproken is uitgenodigd voor een commissievergadering om uitleg te geven over de sluiting van de wijkkliniek in Zuidoost. De uitnodiging werd in tweede instantie aangenomen, maar daarbij bleek dat Zilveren Kruis de commissie alleen in beslotenheid te woord wil staan. Aangezien het er juist om ging dat dit bezoek openbaar zou zijn, gaat het niet door. Er is gelegenheid om tijdens de geplande technische sessie van 28 januari met de zorgverzekeraar in gesprek te gaan. Wethouder SCHOLTES biedt allereerst zijn excuses aan voor het feit dat de actielijst weliswaar enigszins is opgeschoond, maar nog niet genoeg. De wethouder voegt hieraan toe hier zelf ook niet tevreden te zijn en dat eraan wordt gewerkt. Wethouder SCHOLTES meldt de afhandeling van een in november 2024 gedane toezegging over het verdiepen van voorstellen uit het manifest Help! Ouderen van
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 14 januari 2026
Cliëntenbelang Amsterdam. De wethouder vertelt dat er ambtelijk en bestuurlijk regelmatig contact is met Cliëntenbelang. Wat betreft de rol van de private sector gaat het college binnenkort in gesprek met vermogensfondsen over de hulp die zij zouden kunnen bieden. Met Argonaut worden regelmatig gesprekken gevoerd over de dienstverlening en de kwaliteit daarvan, en het manifest is ook daar onder de aandacht gebracht. Verder is gestart met projecten voor collectieve trapliften, stalling van scootmobielen, deelscootmobielen en andere aanpassingen van woningen. Een en ander wordt verder opgepakt in het kader van de uitvoeringsagenda ouderenhuisvesting. Wethouder SCHOLTES refereert aan TKN3, het plan van aanpak naar aanleiding van het rapport van de Rekenkamer. Er wordt hard gewerkt aan het verbeteren van de dienstverlening voor Amsterdammers die een hulpmiddel nodig hebben. Ook wordt er gekeken naar de prestaties van de huidige leveranciers en dat heeft ertoe geleid dat er voor een van de vier leveranciers per 16 december jongstleden een opdrachtstop geldt. Het doel is om de dienstverlening van deze leverancier op orde te krijgen. Bestaande klanten en klanten die bewust voor deze leverancier kiezen, kunnen er nog terecht. Ook reparaties worden door de leverancier uitgevoerd.
Uiterlijk 13 februari zal worden besloten of de opdrachtstop moet worden verlengd of dat hij opgeheven kan worden. Wethouder MBARKI staat stil bij twee incidenten van de afgelopen weken. Een steekincident waarbij een leerling in zijn been is getroffen en een schietincident waarbij twee jongens om het leven zijn gekomen. De wethouder noemt het verdrietig dat deze jongens voor een veiliger leven naar Nederland zijn gekomen en hier vervolgens zijn omgekomen. De wethouder zegt dat deze jongens, die hier zonder ouders woonden, gewoon Amsterdammers waren en dat deze incidenten grote impact hebben op hun directe omgeving en de stad. De wethouder schetst dat onderwijsprofessionals, docenten, schoolleiders en bestuurders zich elke dag inzetten om onderwijs te bieden aan leerlingen die in ons land een nieuw bestaan hopen op te bouwen. Deze vorm van onderwijs biedt veel uitdagingen. De wethouder spreekt zijn waardering uit voor iedereen die zich inzet om deze jongeren via het onderwijs een goede start in Amsterdam en in ons land te bieden. De gemeente is in contact met scholen en de partners om te kijken waar de komende tijd ondersteuning kan worden geboden. Wethouder MBARKI deelt mede dat op 12 december jongstleden door het bestuur van scholengroep Zonova aangifte is gedaan tegen een oud-schooldirecteur.
De wethouder noemt dit verdrietig en pijnlijk, omdat een school een veilige omgeving moet zijn waar kinderen zich beschermd voelen. De wethouder waardeert het feit dat de nieuwe voorzitter en Zonova signalen en meldingen serieus hebben opgepakt. De gemeente biedt ondersteuning waar mogelijk. De zaak ligt nu bij het Openbaar Ministerie en de wethouder kan over de aard en de ernst van de zaak geen mededelingen doen. 1c Vaststellen agenda De VOORZITTER deelt mede dat er voor de agendapunten 3 en 5 geen aanmeldingen zijn en stelt voor deze agendapunten te hameren. De vergadering gaat hiermee akkoord. Op verzoek van het lid Wehkamp wordt agendapunt 8 doorgeschoven naar de volgende vergadering. Op verzoek van het lid Van Pijpen worden agendapunten 7 en 9 gevoegd behandeld. De agenda is hiermee vastgesteld.
1d
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 14 januari 2026
Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 3 december 2025 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 1e Actielijsten en langetermijnagenda’s, per portefeuille Er zijn hierover geen opmerkingen. 1f TKN-lijst Op verzoek van het lid Runderkamp wordt tkn-stuk 1 geagendeerd voor de volgende vergadering. Op verzoek van het lid Van Pijpen wordt tkn-stuk 2 geagendeerd voor de volgende vergadering. Op verzoek van het lid Van Pijpen wordt tkn-stuk 3 geagendeerd voor de volgende vergadering. Op verzoek van het lid Wehkamp wordt tkn-stuk 4 geagendeerd voor de volgende vergadering. Op verzoek van het lid Wehkamp wordt tkn-stuk 9 geagendeerd voor de volgende vergadering. Op verzoek van het lid Van Pijpen wordt tkn-stuk 10 geagendeerd voor de volgende vergadering. 1g Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. INHOUDELIJK DEEL 2a Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en geeft aan dat vanaf nu de spreektijden gaan gelden. 2b Inspreekmoment publiek Er hebben zich vier insprekers gemeld en zij krijgen allen drie minuten spreektijd. Bij agendapunt 2b Inspreker 1, Remi CARIS, spreekt in namens Cliëntenbelang Amsterdam, op basis van signalen van ouders en jongeren in de stad die wijzen op structurele problemen bij de uitvoering van de jeugdverordening.
Ouders worden soms bij het eerste contact met een OKT naar huis gestuurd met de boodschap dat ze op basis van nieuw beleid geen recht hebben op jeugdhulp. Inspreker benadrukt dat ouders niet voor niets hulp zoeken en dat doen wanneer de zorgvraag te zwaar wordt of er specialistische hulp nodig is. Het OKT richt zich echter alleen op de vraag of de ouders de hulp kunnen bieden. Dit speelt onder andere bij aanvragen en verleningen van informele pgb's, waarbij ouders soms hun bestaande indicatie kwijtraken omdat ze de zorg zelf kunnen leveren. Hierdoor kunnen ouders in de situatie komen dat ze geen betaalde arbeid kunnen verrichten omdat hun kind intensieve zorg nodig heeft. Volgens inspreker is bij deze problematiek een zorgvuldige afweging van draagkracht en draaglast essentieel, waarbij de draagkracht verschilt per situatie en afhankelijk is van onder andere hoe zwaar de zorg is en welke impact de zorg heeft op het dagelijks leven van het gezin. De Amsterdamse
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 14 januari 2026
maatwerkmethode, die hierin handvatten kan geven, wordt onvoldoende toegepast. Inspreker kijkt vooruit naar de bespreking van de visiebrief Jeugd in de raad van volgende week. In deze brief staat dat er moet worden gekeken vanuit het belang van het kind. Inspreker roept de leden op om gehoor te geven aan de signalen. Gezinnen die hulp nodig hebben verdienen aandacht, vooral de gezinnen die noodzakelijke hulp niet krijgen en inspreker hoopt dat de gemeenteraad het huidige jeugdbeleid wil herzien. Het lid VESSEUR informeert of inspreker vindt dat het OKT momenteel niet goed functioneert. INSPREKER meent dat de schuld niet bij het OKT neergelegd moet worden, maar dat het probleem zit in de aansturing die het OKT van de gemeente krijgt. Er moet ook duidelijker worden uitgelegd wat het nieuwe beleid is en wat daarvan de bedoeling is. Het lid VESSEUR vraagt of een verandering van de opdracht een oplossing kan zijn, waarop INSPREKER antwoordt dat de opdracht vooral helder moet zijn. De gemeente moet het OKT instrueren om goed onderzoek te doen bij aanvragen voor jeugdhulp en pgb en daarnaast moet de Amsterdamse maatwerkmethode meer worden toegepast. Het lid VAN PIJPEN vraagt of inspreker denkt dat een groot deel van de problemen is opgelost als de Amsterdamse maatwerkmethode goed wordt gebruikt.
INSPREKER denkt dat te stellig is en dat daar pas iets van gezegd kan worden als de methode meer wordt ingezet. Inspreker vermoedt dat het in ieder geval impact zal hebben op hoe gezinnen en ouders het proces ervaren. Het lid HAIJEN vraagt wat inspreker het eerste zou veranderen, mocht ze wethouder zijn. INSPREKER zou in ieder geval de verordening zo aanpassen dat ouders niet worden gedwongen om hun baan op te zeggen om buitengebruikelijke zorg te kunnen geven. Verder zou inspreker zorgen dat het proces duidelijker wordt, zodat ouders grond hebben om bezwaar te kunnen maken. Bij agendapunt 2b Inspreker 2, Camiel WELLING, spreekt in op persoonlijke titel en vertelt bewoner te zijn van de H-buurt en professional met expertise in de verslavingszorg. Inspreker heeft vorig jaar in een inspraak gewaarschuwd dat wetenschappelijke adviezen, buurtrapporten en ervaringskennis onvoldoende zijn meegenomen bij de komst van een inloophuis in Amsterdam-Zuidoost, met mogelijk schadelijke gevolgen voor de kwetsbare wijk. De zorgen zijn destijds ter kennisname aangenomen en er werd monitoring beloofd en een urgente zoektocht naar een alternatieve locatie. Het inloophuis is sinds afgelopen zomer in gebruik, maar ondanks herhaaldelijke verzoeken is er geen antwoord gekomen op vragen over de beloofde monitoring.
Inspreker heeft zelf informatie opgehaald bij lokale instanties en spreekt van een consistent maar zorgelijk beeld. Drugsgerelateerde criminaliteit, aanhoudingen en gebiedsontzeggingen zijn met 25 procent toegenomen ten opzichte van dezelfde periode het jaar ervoor. Heroïne- en methadongebruik onder de vaste bezoekers van de methadonpost is zorgelijk toegenomen. Verslaafde bewoners uit Zuidoost zijn niet langer welkom in het inloophuis en moeten uitwijken naar publieke locaties, waardoor meerdere bewoners zijn geconfronteerd met openlijk gebruikende personen, ook in de nabijheid van scholen, speeltuinen en parken. Ook zijn er meerdere meldingen van de vondst van drugsgerelateerde spullen als gebruikte naalden en bloed. In de eerste zes maanden zijn in het inloophuis belangrijke tests niet uitgevoerd die wel verwacht mogen worden. Tot slot is de eerste zes maanden de druk op de drugshulpvoorziening toegenomen, waarbij er in november twee geweldsincidenten zijn geweest met dodelijke afloop. Inspreker noemt deze verslechtering van leefbaarheid en veiligheid geen gevolg van verslaving op zichzelf, maar van slecht geïmplementeerd beleid en het toepassen van een theoretisch effectief zorgmodel zonder de noodzakelijke randvoorwaarden.
Inspreker verzoekt met klem te stoppen met beleid dat geen rekening houdt met de specifieke draagkracht van een wijk en een beleid dat wetenschappelijke randvoorwaarden en buurtanalyses negeert. Ook roept inspreker op gebruik te maken van het aanbod van de bewoners en deskundigen om constructieve oplossingen op maat te bespreken die aansluiten bij de kwetsbaarheid van de wijk en het stadsdeel. Het lid VAN PIJPEN heeft veel vragen, maar focust zich omwille van de tijd op de rol van de GGD in deze kwestie. Het lid vraagt of inbreng van de GGD niet heeft geleid tot verbetering en wat inspreker vindt dat de GGD zou moeten doen. INSPREKER wijst erop dat de methadonpost van de GGD geen invloed heeft op wat er in het inloophuis gebeurt,
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 14 januari 2026
maar slechts kan signaleren dat sinds de opening van het inloophuis het gebruik van heroïne en methadon is toegenomen. Het lid VAN PIJPEN vraagt of het aantal verslaafden is toegenomen of het gebruik. INSPREKER vertelt dat bewoners hebben aangegeven meer nieuwe gezichten in de buurt te zien en dat de GGD aangeeft dat van de vaste mensen het gebruik van heroïne en methadon is toegenomen. Het lid BADAL vraagt waar volgens de expertise van inspreker de oorzaak van het probleem ligt en welke oplossingen niet worden benut. INSPREKER vindt in zijn algemeenheid dat er goed moet worden gekeken wat daadwerkelijk het probleem is en dat daarvoor de juiste oplossing gegeven moet worden. In het geval van het inloophuis is de zorg gericht op de verslaafde als degene die zorg nodig heeft, terwijl er niet wordt gekeken hoe de overlast van deze personen kan worden beperkt. Dat is weer verbonden met preventiestrategieën en die worden in Zuidoost niet zichtbaar toegepast. Daarnaast moet er aandacht zijn voor de specifieke culturele context van de personen die hulp nodig hebben, omdat iemand met een andere culturele achtergrond die niet wordt begrepen door de behandelaar niet dezelfde zorg krijgt.
Bij agendapunt 2b Inspreker 3, Ghizlaine BOUSFIA, spreekt in op persoonlijke titel en constateert dat de gemeente op het gebied van schoolzwemmen de belofte om verantwoordelijk te zijn voor bestaanszekerheid en kansgelijkheid. Inspreker vertelt dat haar zoon van zes al twee jaar op de wachtlijst staat voor zwemles. Inspreker ziet hierin geen incident maar een gevolg van falend beleid omdat schoolzwemmen is verworden tot marktproduct. Ouders die geen zwemles kunnen betalen worden geconfronteerd met wachtlijsten, overvolle baden en lessen van wisselende kwaliteit. Inspreker noemt dit georganiseerde ongelijkheid in plaats van kansgelijkheid. Insprekers zoon heeft op verschillende plaatsen zwemles gevolgd, ook bij commerciële zwemscholen, en hierbij was sprake van volle groepen, gebrek aan materiaal en duidelijke tweedeling tussen kinderen met een stadspas en kinderen van betalende ouders. Ook werd insprekers zoon zonder reden teruggeplaatst en waren kleedruimten soms gemengd, zonder rekening te houden met culturele of religieuze grenzen. Inspreker zou graag zien dat zwemles beter gereguleerd wordt, of dat het schoolzwemmen weer wordt ingevoerd zodat ouders niet afhankelijk meer zijn van de stadspas. Het lid HAIJEN is het met inspreker eens dat ieder kind moet kunnen zwemmen.
Het lid is in de veronderstelling dat kinderen in groep 5 gratis zwemles kunnen krijgen en vraagt aan inspreker of dat klopt. INSPREKER meldt dat dat op de school van haar zoon niet het geval is. Er wordt een tegoed op de stadspas gezet met als voorwaarde dat het kind binnen twee jaar een zwemdiploma moet halen, maar vanwege ongeschoold of niet goed gekwalificeerd personeel lukt dat in principe nooit. Wethouder MBARKI licht toe dat de gemeente Amsterdam het schoolzwemmen, in tegenstelling tot de landelijke lijn, niet heeft afgeschaft. Scholen maken hier echter een zelfstandige keuze in. Daarnaast bestaat inderdaad aanbod via de stadspas en andere vormen. De wethouder biedt aan om inspreker in contact te brengen met de afdeling Zwemmen om voor haar specifieke situatie een oplossingsrichting te bedenken. INSPREKER geeft aan dat fijn te vinden. Het lid BADAL dankt de wethouder voor de toelichting. Bij agendapunt 8 Inspreker 4, Floor KASPERS, schuift samen met het doorschuiven van agendapunt 8, door naar de volgende vergadering. De VOORZITTER sluit het agendapunt. 2c Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. 2d
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 14 januari 2026
Rondvraag Het lid HYLKEMA stelt vast dat naast de sneeuwpret van de afgelopen week een direct gevolg van de sneeuwval was dat er instortingsgevaar ontstond bij het Lely Lyceum. Het lid vraagt of alle schoolgebouwen op korte termijn worden gecontroleerd en of er andere schoolgebouwen zijn met problemen in de huisvesting. Wethouder MBARKI beaamt dat er door het winterse weer uitdagingen geweest met daken en ook met gladheid. De wethouder vertelt dat er op donderdagavond 8 januari en vrijdagochtend 9 januari, naar aanleiding van nieuwberichten over instorting van een aantal gebouwen in het land, ambtelijk contact is geweest tussen het Lely Lyceum en de afdeling Onderwijshuisvesting over een deel van het platte dak. Een deel van de dakbedekking bestaat uit een groendak en er waren twijfels of de dakconstructie zowel het groendak als het pakket sneeuw en ijs kon dragen. Aangezien adviseurs van de school daar op korte termijn geen antwoord over konden verschaffen heeft Onderwijshuisvesting geadviseerd om contact te zoeken met VTH of anders de brandweer te vragen een inschatting te maken. Ondanks dat er geen direct instortingsgevaar was, is de school uit voorzorg dicht gebleven. De wethouder meldt dat de zorg over de draagkracht van de constructie al bekend was en geen zorgen te hebben over andere schoolgebouwen in de stad.
Het monitoren en waarborgen van de constructieve kwaliteit van schoolgebouwen is een schoolbestuurlijke taak die daadwerkelijk wordt uitgevoerd omdat de meerjarenonderhoudsplannen worden geprogrammeerd op basis van deze monitoring. Bij de afdeling Onderwijshuisvesting zijn geen signalen van zorg binnengekomen over daken van andere scholen. Het lid HYLKEMA meldt dat er bij het Haga Lyceum veel omwonenden overlast van scholieren ervaren als geluidsoverlast, vernielingen en onveilige verkeerssituaties. Maatregelen vanuit het stadsdeel hebben de situatie verbeterd, maar de overlast is nog niet weg. Er is een aantal bewonersbijeenkomsten geweest en is een werkgroep en het lid heeft begrepen dat het schoolbestuur hier niet bij wil aansluiten. Het lid wil weten of de wethouder bekend is met de situatie en in contact staat met het Haga Lyceum. Het lid vindt het belangrijk dat de school aansluit bij de bewonersbijeenkomsten, om contact met de buurt te behouden. Wethouder MBARKI wijst erop dat deze situatie niet nieuw is en eerder is besproken in de commissie. De wethouder vertelt dat er maatregelen zijn genomen waardoor de overlast beter in kaart is gebracht en dat er wordt gewerkt aan het bestrijden ervan. Er is onder andere tijdens de pauzes een veiligheidscoördinator van de school aanwezig op het bordes.
Daarnaast is er in de buurt inzet van de gemeente en de politie en jongerenwerk gaat in en rondom de school in gesprek met leerlingen over hun gedrag. Ook is er vanuit het stadsdeel frequent contact met de melders. De wethouder herkent de stelling van het lid dat de school niet bij buurtbijeenkomsten wil zijn niet en geeft aan dat de school er de laatste keer niet bij kon zijn. De wethouder benadrukt dat de wettelijke verantwoordelijkheid voor de school een zaak is van de school zelf. Als het gaat om de openbare ruimte komt de gemeente eraan te pas en daar ligt een gezamenlijke verantwoordelijkheid, die ook door de school wordt opgepakt. Het lid RUNDERKAMP constateert dat het strooibeleid zich kenmerkt door het strooien op autowegen, ov-verbindingen en fietspaden. De trottoirs zijn voor rekening van de bewoners. Het lid is benieuwd hoe de gladheid van de afgelopen tijd is geweest voor de ouderen in de stad en of er extra meldingen zijn ontvangen van overlast of ouderen die aan huis waren gekluisterd. Verder vraagt het lid of het strooibeleid ook vanuit dit perspectief wordt geëvalueerd. Wethouder SCHOLTES vertelt dat Stadswerken gaat over het strooibeleid, maar weet dat er drie prioriteiten zijn. De eerste prioriteit is voor hoofdroutes voor auto, fiets en openbaar vervoer. De tweede prioriteit is voor ov-haltes, bruggen, trappen en fietsroutes naar scholen.
De derde prioriteit is voor binnenwegen in de wijken, maar ook voor stoepen bij maatschappelijke instellingen, zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen en ouderencentra. Dit is inclusief de looproutes van en naar de winkelcentra en de markten. De wethouder vermoedt dat de hardnekkigheid van de kou een reden is waardoor de
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 14 januari 2026
gladheid lastig te bestrijden was en stelt voor hier met de wethouder die verantwoordelijk is voor Stadswerken nog eens naar te gaan kijken. Het lid HOFLAND verzoekt om hierbij niet alleen te kijken vanuit het perspectief van ouderen, maar ook van vrouwen. Wethouder SCHOLTES meldt dat wethouder Van der Horst hier al druk mee bezig is. Het lid NOORDMAN refereert aan een veel bekeken Amerikaanse video over grootschalige fraude bij kinderopvangcentra. Het lid vraagt of een van de wethouders bekend is met deze video en of de wethouder daardoor nieuwsgierig is geworden of er iets dergelijks in Amsterdam gebeurt. Wethouder MBARKI verklaart de video niet te kennen en kan niet bevestigen dat er in Amsterdam op deze schaal sprake is van fraude. Wethouder SCHOLTES is hier ook niet mee bekend. Het lid NOORDMAN verduidelijkt dat het niet de vraag was of er signalen zijn, maar of de wethouder nieuwsgierig is geworden en verder actie gaat nemen. Wethouder MBARKI zegt nieuwsgierig te zijn naar wat er in de Verenigde Staten op meerdere vlakken gebeurt, maar dat Nederland en de Verenigde Staten vrij onvergelijkbare landen zijn als het gaat over de structuur van de kinderopvang. De interesse is wel gewekt en de wethouder zegt toe een beetje te gaan zoeken.
Het lid VAN PIJPEN refereert aan de inspraak over drugsoverlast en noemt het een groot onderwerp, dat morgen voor een deel op de agenda staat van de commissie AZ. Het lid constateert dat het onderwerp zich over de terreinen veiligheid, zorg en opvang uitstrekt en vindt het belangrijk dat het in breed perspectief wordt bekeken, ook door het college. Het lid begrijpt niet dat er geen samenwerking zou zijn tussen de GGD en het inloophuis en hoopt van de wethouder te horen dat er wel contact is en dat er wordt samengewerkt. Wethouder SCHOLTES zet uiteen dat het opstarten van een dergelijke gebruikersruimte ingewikkeld is, evenals de samenwerking met de GGD op dezelfde locatie. Daarbij is goed contact tussen de Regenboog Groep en de GGD belangrijk. De wethouder schetst een tijd is gedacht dat harm reduction in Amsterdam minder nodig zou zijn, maar dat de huidige ontwikkelingen aantonen dat die weer hard nodig is. De wethouder zegt toe om samen met wethouder Groot Wassink om tafel te gaan met betrokken partners om te kijken hoe deze situatie verbeterd kan worden. Het lid VAN PIJPEN benadrukt dat drugsbeleid in eerste instantie een gezondheidszaak is en vraagt of de wethouder hierover een terugkoppeling kan geven. Wethouder SCHOLTES zegt dit toe, maar weet niet of de reactie nog op tijd komt voor de volgende vergadering, die de laatste is voor de gemeenteraadsverkiezingen.
De VOORZITTER sluit het agendapunt. BESPREEKPUNTEN Onderwijs 3 Benoemen van een lid van de Raad van Toezicht van Stichting Amsterdam West Binnen de Ring (AWBR) Dit agendapunt wordt gehamerd. 4 Wijzigen van de Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 (VloA 2019) en vaststellen van de subsidieplafonds voor het subsidietijdvak schooljaar 2026-2027 (VN2025-017973) Het lid HOFLAND refereert aan een halverwege de raadsperiode verstrekt overzicht van onderuitputting van VloA-subsidies en vraagt om een bijgewerkt overzicht, dat ook nuttig is voor de nieuw te installeren gemeenteraad. Verder stelt het lid vast dat de voorziening van de zij-instromers vervalt en het lid vraagt naar de reden hiervan. Tot
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 14 januari 2026
slot verzoekt het lid om inzicht te krijgen in eventuele wijzigingen in de plafonds van bestaande subsidies als gevolg van de wijzigingen. Wethouder MBARKI deelt mede dat het overzicht van onderuitputting uiterlijk in september ter kennisname kan worden gedeeld met de commissie. Hetzelfde geldt voor een overzicht van plafonds van bestaande subsidies. Wat betreft de zij-instromers vertelt de wethouder dat 1 miljoen euro financiering vanaf 2024 is verschoven van OCW naar de Amsterdamse Onderwijsregio, een nieuwe samenwerkingsentiteit. Met bonden, opleidingen en schoolbesturen is de afspraak gemaakt dat het project Zij-instromers voor de klas van daaruit wordt gefinancierd, net als andere projecten als Omgaan met langdurige tekorten. De wethouder vat samen dat de voorziening blijft bestaan, maar gefinancierd wordt via een andere entiteit. Ook de bedragen blijven gelijk. Het lid HOFLAND vraagt of met het beloofde overzicht over onderuitputting ieder jaar wordt bestreken, of dat er dan nog een jaar mist. Wethouder MBARKI antwoordt dat de insteek is om een volledig overzicht te geven. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen om op de volgende raadsvergadering gehamerd te worden. 5 Bespreken van de voorgenomen statutenwijziging van Stichting VierTaal en instemmen met de raadsvoordracht (VN2025-016795) Dit agendapunt wordt gehamerd.
6 Opheffen van de openbare basisschool de Einstein van Stichting Westelijke Tuinsteden (STWT) (VN2025-018529) Het lid HOFLAND vindt dat er zoveel mogelijk doelgroepenkinderen naar de voorschool moeten en ziet daarnaast dat de nood in de stad hoog is wat betreft de kinderopvang. Het lid stelt vast dat aan de Einsteinschool een Montessori voorschool is verbonden en vraagt of deze voorschool blijft. Als dat niet het geval is, wil het lid weten of in het betreffende gebouw de functie van een voorschool en/of kinderopvang kan blijven bestaan, of komen. Wethouder MBARKI onderschrijft het belang van voorscholen en zegt dat dat altijd de insteek is geweest. De wethouder vertelt dat het in dit specifieke geval gaat over een voorgenomen fusie, waarover nog geen officieel besluit is genomen. De voorschool op de locatie van de Einsteinschool wordt door een andere organisatie uitgebaat, die formeel zelf beslist over wat er met de locatie gebeurt. Het voornemen van de schoolbesturen die betrokken zijn bij de fusie is dat de voorschoolgroepen meeverhuizen naar de voorgenomen fusieschool. Wel is het zo dat de huidige voorschool aan verschillende scholen levert, niet alleen aan de Einstein. De gemeente kijkt vooral naar de vraag of er in een groter gebied capaciteitsproblemen ontstaan en de wethouder meldt dat deze problemen niet worden voorzien, ook niet in aangrenzende gebieden.
In OsdorpMidden is er iets meer druk op de voorscholen, maar de capaciteit is ook daar toereikend. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen om op de volgende raadsvergadering gehamerd te worden. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 7 Regionaal Beleidskader Huiselijk Geweld, Kindermishandeling en Seksueel Geweld (VN2025-018472) Dit agendapunt wordt gevoegd behandeld met agendapunt 9. Het lid VAN PIJPEN is blij dat huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld nu in samenhang worden besproken. Het lid is van mening dat er echt iets moet
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 14 januari 2026
gebeuren en soms meer of anders dan dat er in het kader staat, maar vindt wel dat de inzet in zijn algemeenheid goed is. Het lid vindt het onbegrijpelijk dat er nog landelijkpolitieke belemmeringen zijn voor het toekomstscenario en vraagt hoe het hiermee gesteld is. Ook wil het lid weten of het scenario, dat nu alleen geldt voor Noord, in de hele stad geïmplementeerd gaat worden en of dat niet te veel moeite en aandacht gaat kosten. Het lid gaat ervan uit dat bij de aanpak van het toekomstscenario de groepen lhbtiq+ en ouderen buiten de boot vallen en vraagt hier aandacht voor, met name waar het gaat om het goed toerusten van de buurtteams zodat zij niet alleen kunnen signaleren maar ook kunnen handelen. Wat preventie betreft vindt het lid dat de aandacht voor daders en plegers steviger kan, zodat vanuit met name de sociale basis duidelijk wordt dat het niet meer geaccepteerd wordt dat er zo met vrouwen, maar ook bijvoorbeeld met lhbtiq+'ers wordt omgegaan. Het lid wijst erop dat de juridische instrumenten zich vaak in het strafrecht bevinden, terwijl het bijvoorbeeld vaak zo is dat de slachtoffers van huiselijk geweld de woningen moeten verlaten of zelfs ontvluchten.
Het lid denkt dat daders ook op dit gebied aangepakt kunnen worden en vraagt om een concrete lobby en een concrete agenda om hiervoor juridische instrumenten neer te zetten omdat slachtoffers door deze praktijk vaak dubbel slachtoffer worden. Het lid komt hiermee op het gevoegde agendapunt 9, omdat personeelstekorten ervoor zorgen dat bijvoorbeeld het probleem rondom toezicht niet wordt opgelost. Het lid vraagt wat er concreet wordt gedaan op dit gebied en of het toekomstscenario hier soelaas gaat bieden, want bij Veilig Thuis ziet het lid dit niet gebeuren. Het lid vindt het bijzonder dat er geen financiele paragraaf in het kader staat en vraagt wat dat concreet betekent voor de uitvoering. Het lid EMMERIK noemt het rapport erg belangrijk en vertelt dat voor de Partij voor de Dieren preventie van groot belang is. Het lid constateert dat in ruim de helft van de gevallen van huiselijk geweld sprake is van dierenmishandeling en denkt dat het op tijd opmerken hiervan kan leiden tot het eerder signaleren van huiselijk geweld. Het lid ziet dat huisdieren voor geweldplegers en slachtoffers onderdeel zijn van de problematiek, maar niet voor beleidsmakers en de politiek. Voor de Partij voor de Dieren geldt dat huiselijk geweld alle geweld in de huiselijke sfeer betreft en vindt dat met het creëren van verschillen daarin door de politiek niemand geholpen is.
Het lid vraagt of de wethouder het eens is met zijn fractie dat aandacht voor dierenwelzijn onderdeel is van preventie en vroegsignalering. Verder wil het lid weten of de wethouder het eens is met de stelling dat een sterke inzet op vroegsignalering, waaronder signalering van dierenmishandeling, efficiënter werkt op de lange termijn. Tot slot vraagt het lid of de wethouder de mogelijkheid ziet om met Veilig Thuis in gesprek te gaan over efficiëntievoordelen van aandacht voor dierenmishandeling bij het uitvoeren van huisbezoeken. Het lid VAN PIJPEN noemt het punt van de Partij voor de Dieren in een interruptie terecht, maar denkt dat deze aandacht er al is. Het lid vraagt of het lid Emmerik concreet kan benoemen wat er anders zou moeten. Het lid EMMERIK antwoordt begrepen te hebben dat deze aandacht er niet is en dus niet wordt meegenomen in het gehele plaatje. Het lid VAN PIJPEN vraagt naar concrete signalen hiervoor, waarop het lid EMMERIK vertelt dat afgelopen week uit antwoorden op technische vragen van zijn fractie is gebleken dat deze aandacht er vanwege personeelstekorten niet geheel is. Het lid RUNDERKAMP refereert in het kader van bewustwording aan Het Mannengesprek, dat afgelopen maand door de gemeente is georganiseerd.
Het lid vertelt dat er in het gesprek op een originele en creatieve manier werd stilgestaan bij de rol van de man als pleger, maar ook als slachtoffer en omstander. Het lid noemt als hoogtepunt van de avond een korte film die werd getoond, Ons Schuld, die vanuit het perspectief van de vriendengroep van een dader laat zien wat zoiets bij omstanders teweegbrengt. Het lid ziet dat er in het beleidskader veel staat over de mogelijke maatregelen die scholen kunnen treffen, maar stelt vast dat er op scholen al veel gebeurt, dat er allerlei zorgprofessionals rondlopen en dat daarnaast partners in de keten direct of indirect zijn aangesloten. Het lid vindt dat er niet moet worden gedaan alsof er een nieuw ei van Columbus is, omdat er al veel gebeurt. In het kader wordt als een van de doelen het streven naar een bescheiden en betrouwbare overheid genoemd. Het lid vindt dat de overheid juist een nadrukkelijke rol moet spelen om huiselijk geweld, kindermishandeling
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 14 januari 2026
en seksueel geweld te voorkomen en ziet dat dat ook gebeurt. Daarom is het lid benieuwd wat er in het stuk wordt bedoeld met de bescheiden rol voor de overheid. Het lid sluit zich aan bij het lid Van Pijpen wat betreft Veilig Thuis en is ook benieuwd wat er binnen het huidige juridisch kader mogelijk is. Het lid HYLKEMA ziet in het beleidskader over dit belangrijke onderwerp goede doelstellingen. Het lid realiseert zich dat 100 procent uitbannen niet mogelijk is, maar zou graag preciezer gekwantificeerd zien wanneer de nieuwe aanpak een succes kan worden genoemd. Het lid ziet de begroting als een black box, omdat er geen extra budget is en vindt het belangrijk dat dit aan de voorkant meer geconcretiseerd wordt, omdat ambities tussen alle partners in het proces uiteen kunnen gaan lopen met mogelijke conflicten als gevolg. Het lid is benieuwd hoeveel beslissingsruimte Amsterdam hier zelf nog in heeft. Tot slot constateert dat er voor 82 procent wordt voldaan aan de Grevio-norm voor opvanghuizen. Het lid wil graag weten wanneer de gemeente in gesprek gaat met de regiopartners om geld vrij te spelen voor het voldoen aan deze norm. Het lid BADAL vindt het goed dat Veilig Thuis stappen heeft gezet, maar constateert dat de wachtlijsten lang blijven en termijnen niet worden gehaald.
Het lid ziet dat de oorzaken deels buiten Veilig Thuis liggen en snapt dat de gemeente naar de landelijke overheid kijkt, maar vindt dat de gemeente zelf verantwoordelijk blijft. Het lid meent dat het belangrijk is dat de raad in positie blijft en verzoekt de wethouder de raad regelmatig te informeren over het aantal meldingen op de wachtlijst en de wachttijden. Daarnaast vraagt het lid of cliënten alsnog kunnen worden betrokken bij het verbetertraject, omdat dat volgens de inspectie nu niet het geval is. Het lid VESSEUR meldt dat Volt de ambitie om huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld meer samenhangend en preventief aan te pakken ondersteunt. Het lid leest in de adviezen van het Jeugdplatform en de Wmoadviesraad wel zorgen over de praktijk, wat ertoe kan leiden dat mensen het vertrouwen in het systeem verliezen. Het lid noemt het beleidskader richtinggevend, maar vindt dat het weinig houvast biedt om knelpunten concreet op te pakken en op te volgen. Daarmee is het moeilijk te beoordelen of de goede intenties daadwerkelijk leiden tot verbetering. Het lid constateert dat door het beëindigen van het verscherpte toezicht op Veilig Thuis de borging verschuift naar interne sturing en ketenoverleg. Het lid vraagt zich af hoe zichtbaar en toetsbaar dat is voor de raad en voor de inwoners, die het vertrouwen terug moeten krijgen.
Het lid vraagt hoe het college ervoor zorgt dat de knelpunten die in de adviezen zijn genoemd in de komende periode concreet worden aangepakt en niet blijven liggen tot de volgende beleidsperiode. Daarnaast wil het lid weten hoe voor de raad en inwoners inzichtelijk wordt of en hoe de verbeteringen bij Veilig Thuis worden vastgehouden en of wettelijke termijnen daadwerkelijk worden gehaald nu het toezicht is beëindigd. Wethouder SCHOLTES legt uit dat het voorliggende beleidskader het nieuwe ijkpunt is voor al het gemeentelijke beleid rondom seksueel geweld, huiselijk geweld en kindermishandeling. De wethouder beaamt dat niet alles in het kader volledig is uitgewerkt en sluit niet uit dat het college op termijn terug moet naar de raad omdat er meer geld nodig is. De wethouder merkt op dat in de begroting 2026 te lezen valt dat de bijdragen van de gemeenten omhoog zijn gegaan. Dat betekent niet dat de begroting is gegroeid, want in het verleden hebben de gemeenten telkens geput uit de reserve. Dat is niet meer mogelijk omdat de reserve op een bepaald niveau moet worden gehouden. Er wordt wel gekeken of het Rijk nog extra kan bijdragen voor opvang na huiselijk geweld. De wethouder schetst dat de gemeente soms een extra rol pakt, bijvoorbeeld door het verruimen van de openingstijden van het Centrum Seksueel Geweld.
Los van het beleidskader kunnen gemeenten dus zelf actie ondernemen. Door intensivering van de samenwerking tussen zorg- en strafketen wordt de bestrijding van intiem terreur en femicide op basis van de input van ervaringsdeskundigen aangepakt aan de hand van vijf pijlers. Wat betreft het toekomstscenario vertelt de wethouder dat Blijvend Veilig, waarbij in de pilot werd gedoogd dat er niet kon worden voldaan aan de wetgeving, niet meer
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 14 januari 2026
door kan gaan omdat de verwachte wetgeving uit is gebleven. De reden hiervoor is dat in de pilot medewerkers van verschillende organisaties in een team waren ondergebracht en informatie met elkaar mochten uitwisselen. Ook was er voor een gezin een enkel aanspreekpunt tijdens het hele proces. De wet staat deze uitwisseling van informatie niet toe en de wethouder vindt dat heel beperkend. De gemeente blijft wel kijken wat er uit Blijvend Veilig kan worden meegenomen binnen de wettelijke beperkingen, met name het verstevigen van lokale teams en gebiedsgericht samenwerken. Wethouder Scholtes vertelt dat per 1 maart kennis- en expertisecentrum Filomena wordt geopend. Dit is tevens een inloopcentrum voor huiselijk geweld, waar ingewikkelde situaties vanuit alle hulpinstanties aangepakt kunnen worden. Vanuit de pilot van Blijvend Veilig was er een instroomoverleg, dat verder uitgerold moet worden over de stad. Dit gebiedsgericht organiseren moet goed worden geborgd, ook met lokale partners, en zal wat tijd gaan kosten. In antwoord op de vraag van het lid Van Pijpen over de doelgroepen vertelt Wethouder SCHOLTES dat er wordt gewerkt met een algemene aanpak, juist omdat er niemand buiten de boot mag vallen. Intiem terreur en femicide zijn uit de algemene aanpak gehaald omdat ze vragen om een specifieke aanpak.
De wethouder beaamt dat het bij de aanpak van ouderenmishandeling belangrijk is dat de buurtteams zijn betrokken en toegerust en meldt dat dat ook gebeurt. Voor de aanpak bij de doelgroep lhbtiq+ wordt de deskundigheid van verschillende belangenorganisaties en ervaringsdeskundigen gebruikt, maar de wethouder benadrukt dat er zoveel mogelijk wordt geprobeerd van een algemene aanpak uit te gaan. Wethouder SCHOLTES vindt preventie een breed onderwerp, zeker vroegpreventie, waar het gaat over normen en waarden en omgang met elkaar. De wethouder staat stil bij het feit dat mannen daders kunnen zijn, maar ook slachtoffers en omstander. De wethouder zegt dat de gemeente ook bezig is met de genderrollen, en dingen als het aangeven van grenzen, onder andere vanuit het programma Online Leefwereld. De wethouder ziet dat er, zoals het lid Runderkamp aangaf, binnen het onderwijs veel gebeurt, zoals de Gezonde School-aanpak, gastlessen en de betrokkenheid van Scharlaken Koord. Het blijft volgens de wethouder zaak om te blijven leren, bijvoorbeeld door onderzoek te doen naar wat er online gebeurt. Wethouder SCHOLTES ziet in de juridische sfeer dat er ontwikkelingen zijn. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar het goed en voldoende vaak inzetten van het tijdelijk huisverbod.
Naast de inzet van politie en justitie wil de gemeente ook dat hupverleners meer preventief worden betrokken en wordt er ingezet op time-outwoningen. Waar mogelijk probeert de gemeente ervoor te zorgen dat de plegers ergens anders naartoe gaan in plaats van de slachtoffers, maar dat is soms vanuit veiligheidsperspectief ingewikkeld. De gemeente wil dit verder uitbouwen en daarbij wordt ook gekeken wat er kan worden geleerd van andere landen. Het lid VAN PIJPEN stelt in een interruptie dat hiervoor soms juridische punten moeten worden opgepakt en herhaalt de vraag of hier een inventarisatie van kan worden gemaakt en of daar, eventueel samen met andere steden, een lobby voor kan worden opgezet. Het lijkt wethouder SCHOLTES goed om dit mee te nemen in de verdere uitbouw die hij eerder schetste. De wethouder merkt op dat er ook vanuit het Rijk wordt gekeken hoe dit proces kan worden verbeterd. Over Veilig Thuis vertelt wethouder SCHOLTES dat er lange tijd een groot personeelstekort is geweest en dat het momenteel goed gaat met het terugdringen van dat tekort. Wel is er sprake van een hoog ziekteverzuim, dat overigens in lijn is met vergelijkbare organisaties in het hele land. Het toekomstscenario kan alleen soelaas bieden als Blijvend Veilig kan worden voortgezet, maar de wethouder heeft nog geen signalen ontvangen dat de wetgeving aangepast gaat worden.
De wethouder benadrukt dat deze elementen in het toekomstscenario kunnen helpen om het estafettemodel te beperken, waarbij organisaties op elkaar wachten. Zolang dat zo blijft en organisaties
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 14 januari 2026
slecht met elkaar kunnen uitwisselen, blijft de druk op Veilig Thuis en daarom wordt zo goed mogelijk geprobeerd het toekomstscenario over de hele stad uit te rollen. Wethouder SCHOLTES is het eens met het signaal van de Partij voor de Dieren, hoewel hij zich niet helemaal kan vinden in de interpretatie van de beantwoording van de technische vragen. De wethouder benadrukt dat het de bedoeling is dat Veilig Thuis en de dierenpolitie over en weer contact met elkaar hebben als dat relevant is. Er zijn alleen wegens de druk op de medewerkers van Veilig Thuis geen aanvullende checks of analyses uitgevoerd. Wethouder SCHOLTES ziet, net als het lid Runderkamp dat er in het onderwijs al veel gebeurt. Wat betreft de bescheiden overheid schetst Wethouder SCHOLTES dat de gemeente aan het intensiveren is, met aandacht voor allerlei soorten geweld en acties daarop. Waar de overheid volgens de wethouder bescheiden in moet zijn, is in het niet altijd meteen met grote maatregelen komen, omdat het bijvoorbeeld soms niet in het belang is van een kind om het direct uit huis te plaatsen als er verder geen adequate hulp is. De wethouder benadrukt dat het lid Runderkamp deze uitdrukking niet moet zien als een overheid die achterover leunt, maar dat er goed moet worden nagedacht over het belang van het kind.
In antwoord op een vraag van het lid Hylkema zegt wethouder SCHOLTES dat kwantificeren lastig is en dat het nu gaat om kwalitatieve verbeteringen. Voor Veilig Thuis geldt dat de wachtlijsten en de doorlooptijden korter moeten worden. Wethouder SCHOLTES zegt dat de gemeente zeer ambitieus is over het voldoen aan de Grevio-norm, maar dat het nog even zal duren voordat de 100 procent wordt gehaald. Met extra geld van het Rijk kan de gemeente een eind komen, maar er zal ondertussen naar meer geld moeten worden gezocht. Daarbij komt dat de realisatie van het tweede Oranjehuis vertraging heeft opgelopen. Wethouder SCHOLTES komt terug op de vraag van het lid Van Pijpen over de juridische kant en vertelt dat er spanning zit tussen familierecht en strafrecht. Plegers houden soms recht op omgang met de kinderen, en hoewel dat enerzijds begrijpelijk is, is dat anderzijds erg ingewikkeld. Naar aanleiding van de vraag van het lid Badal zegt wethouder SCHOLTES toe de raad regelmatig te informeren. De wethouder voegt hieraan toe dat in het tweede kwartaal van 2026 het jaarverslag van Veilig Thuis kan worden verwacht. Wethouder SCHOLTES deelt de mening van het CDA dat het betrekken van cliënten, ervaringsdeskundigen en medewerkers bij het verdere verbetertraject van Veilig Thuis erg belangrijk is.
Ook de Inspectie heeft hier iets over gezegd en Veilig Thuis zal dit ook doen door maandelijks input te vragen aan direct betrokkenen en verbeterpunten hieruit op te pakken. In antwoord op de vragen van het lid Vesseur zegt wethouder SCHOLTES dat het beëindigen van het toezicht niet betekent dat het verbetertraject voorbij is. De Inspectie heeft aangegeven dat er gezien de vorderingen voldoende vertrouwen is dat Veilig Thuis zelfstandig verder kan met de verbeteringen. De wethouder ziet daar, samen met andere wethouders uit de regio, op toe. Een onderdeel van het verbetertraject is het uitbreiden van de monitoring van gezinnen die op de wachtlijst staan. Er is een beoordeling van de acute onveiligheid na een melding en de Inspectie heeft aangegeven dat dit op orde is. De wethouder geeft aan dat de normen nog niet worden gehaald, maar dat dat daarvoor ook ontwikkelingen als het toekomstscenario nodig zijn. Tweede termijn
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 14 januari 2026
Het lid VAN PIJPEN meldt vertrouwen te hebben in de het proces, maar vraagt wat het risico is dat er nu veel wordt gedaan aan het optuigen van een overlegcircuit, wellicht ten koste van het feitelijk zorgen voor minder werk en meer effectiviteit. Verder vraagt het lid nogmaals aandacht voor de doelgroep lhbtiq+ en stelt dat het veel moeite kost om de organisaties die daarbij betrokken zijn op een goede manier te ondersteunen. Ook hoort het lid graag, desnoods buiten de vergadering om, hoe buurtteams worden ingezet als het gaat om ouderenmishandeling. Het lid EMMERIK merkt op dat dieren niet worden genoemd in het beleidskader. Het lid stelt dat de theorie ver ontwikkeld is, maar dat uit bezoeken aan het werkveld blijkt dat de samenwerking met de ketenpartners op dit onderwerp beter moet. Het lid vraagt welke kansen de wethouder ziet om de samenwerking tussen Veilig Thuis, de dierenpolitie en andere ketenpartners te verbeteren. Verder vraagt het lid of de wethouder de mening deelt dat geweld tegen huisdieren en huiselijk geweld niet van elkaar losrukken mogen worden, en zo nee, waarom niet. Wethouder SCHOLTES antwoordt op de vraag over overleggen van het lid Van Pijpen dat het niet gaat om overleggen om het overleg, maar dat de ervaringen in Noord zelfs met de huidige beperkingen positief zijn.
De wethouder vertelt dat vanuit het veld eerder wordt opgeroepen om te regelen dat er in alle stadsdelen instroomoverleggen komen en daar wordt ook op ingezet. Wat betreft de doelgroep lhbtiq+ kondigt de wethouder twee sets beantwoording van schriftelijke vragen aan, waarvan er een de afdoening van een motie is. Ook verzekert de wethouder dat de doelgroep ouderen niet van zijn netvlies zal verdwijnen. Wethouder SCHOLTES herhaalt het eens te zijn met de Partij voor de Dieren dat dierenmishandeling een signaal kan zijn, of samen kan gaan met huishoudelijk geweld of kindermishandeling. De wethouder moet afwegingen maken en wil het Veilig Thuis niet aandoen om bij de hoge druk die er nu is nog een extra traject in te zetten. De wethouder wijst erop dat er ook een verantwoordelijkheid is bij andere partners als zij aangeven dat het beter kan. Het lid VAN PIJPEN vraagt of de door de wethouder genoemde beantwoording van schriftelijke vragen voorafgaand aan de volgende vergadering kan worden gedeeld opdat het lid weet waarover eventueel moties gemaakt moeten worden. Wethouder SCHOLTES zegt toe zijn best te gaan doen. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat agendapunt 7 agenderen voor middellange bespreking op de volgende raadsvergadering. Agendapunt hoeft in de raad niet meer besproken te worden.
Onderwijs 8 Brandbrief OCO, Cliëntenbelang Amsterdam en Jeugdplatform Amsterdam over thuiszittende kinderen (VN2025-018516) Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de volgende vergadering. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 9 Afsluiten toezicht Inspectie bij Veilig Thuis (VN2025-018014) Dit agendapunt is gevoegd behandeld met agendapunt 7. 10 Raadsinformatiebrief Voortgang Aanpak personeelstekorten zorg en welzijn (VN2025-018015)
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 14 januari 2026
Het lid RUNDERKAMP stelt vast dat het personeelstekort in de zorg nu 3600 medewerkers bedraagt, en als er niets gebeurt is de prognose voor 2034 een tekort van 11.500 medewerkers in de zorg, alleen in Amsterdam. Het lid noemt het aanpakken van dit tekort een noodzaak en vindt het goed dat er een aanpak is in de vorm van onder andere voorrangsregelingen voor woningen en parkeren en een communicatieprogramma. Het lid heeft wat vraagtekens bij enkele maatregelen die in de brief staan, zoals health tech. Het lid vraagt zich af of deze maatregel gericht is op samenwerking van onderwijsinstituten, of dat het doel is om de instroom in de zorg te dempen. Het lid noemt het initiatief Anders opleiden in de zorg een logisch meegaan met de tijd en vraagt zich af in hoeverre deze investering op korte termijn gaat bijdragen aan het lenigen van de personeelstekorten. Het lid wijst op de vergrijzing en denkt dat er moet worden gekeken naar scenario's waarin de zorg die er nu is niet op dezelfde manier vanzelfsprekend is. Daarom moet er volgens het lid op een andere manier worden gekeken naar mantelzorg en samenredzaamheid en dat komt in de brief niet zozeer aan de orde, omdat deze vooral gaat over initiatieven voor de aanpak van het personeelstekort. Het lid is dan ook benieuwd hoe er gekeken kan worden om met mantelzorg en samenredzaamheid de uitdaging aan te gaan.
Het lid VAN PIJPEN noemt de personeelstekorten een mega urgent probleem, dat niet genoeg onderkend wordt. Het lid wijst op de veelvuldige bespreking in de commissie van het lerarentekort, maar vindt dat een redelijk eenvoudig probleem omdat het daar in gaat om een beroep. In de zorg gaat het echter om heel veel beroepen, en daardoor is de omvang van het probleem soms niet zichtbaar. Het lid vindt dat de brief in dit opzicht wat tekort schiet, omdat het ook gaat om het achterhalen van wat er nodig is en waar de tekorten zitten. Daardoor kan er af en toe gericht beleid worden gevoerd, wat in de huishoudelijke zorg wel gebeurt. Het lid is daar blij mee, maar stelt vast dat er meer plaatsen zijn waar gericht beleid nodig is dat er nu niet is, waardoor mensen achter voordeuren geen zorg krijgen. Het lid is het eens met het lid Runderkamp dat de druk op de mantelzorg groot is en alleen maar groter wordt, maar mist zoals gezegd aandacht voor andere onderdelen en een daaruit voortvloeiende loopbaanbenadering. Het lid mist in dit verband de arbeidskant met -omstandigheden en -voorwaarden. Het gaat dan niet over salaris, maar wel over bijvoorbeeld fulltime en parttime werken, want dat is volgens het lid in de zorg een issue.
Het lid stelt vast dat het bijna onmogelijk is voor jongeren met een baan in de zorg om economisch zelfstandig te zijn, doordat het heel moeilijk is een fulltimebaan te krijgen. Het lid vindt dat er hiervoor gekeken moet worden naar de mogelijkheid van combinatiebanen tussen verschillende sectoren en denkt dat dat zal helpen bij het oplossen van het personeelstekort. Het lid HOFLAND constateert dat de tekorten in de zorg direct aan de levens van mensen raken en het lid is blij dat de wethouder de aanpak van het personeelstekort heeft voortgezet en concrete voorstellen doet. Het lid vindt het goed dat er een zijinstroomtraject voor de jeugdzorg is en vraagt of er hierbij ook wordt geleerd van de aanpak van zijinstroom bij het onderwijs. Ook wil het lid graag weten of statushouders hier aan de slag kunnen. Het lid meldt dat D66 enthousiast is over het voorstel om beter te kijken naar de gezondheid van vrouwen, met name op de werkvloer. Het lid wijst erop dat het Amsterdam UMC hier een goed project voor heeft en hoopt dat de gemeente met het ziekenhuis in gesprek gaat om te kijken wat uit dit project geleerd kan worden. Het lid hoopt dat aan de volgende raad de voortgang kan worden gemeld. Tot slot vraagt het lid wat de planning is voor de Digitale Voordeur.
Het lid HAIJEN brengt de campagne Zorg voor Amsterdam onder de aandacht en is blij dat de raad het onlangs ingediende voorstel om hiermee door te gaan breed heeft gesteund. Verder noemt het lid het treurig dat het zover heeft moeten komen met de volkshuisvesting dat het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis woningen gaat bouwen voor zorgpersoneel. Het lid vindt het wel goed dat dit gebeurt en dat het wordt gefaciliteerd en ondersteund door de gemeente en het lid memoreert in dit verband de ACOB, die woningen bouwde voor onderwijzend personeel. Ook de Lang Leven thuisflats kunnen rekenen op steun van de SP. Het lid vraagt wat er in de brief wordt bedoeld met het
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 14 januari 2026
inzetten op het gebied van mobiliteit. Als dat alleen betekent dat er parkeervergunningen voor verpleegkundig personeel worden afgegeven, vindt het lid dat er veel meer gedaan moet worden om het vak aantrekkelijk te houden voor zorgprofessionals. Het lid hoort dan ook graag van de wethouder of er niet meer gedaan kan worden om de arbeidsvoorwaarden aantrekkelijk te houden. Het lid BADAL dankt het lid Haijen voor het noemen van de ACOB, waar het lid Badal ooit voorzitter is geweest. Het lid constateert dat de zorg een groot personeelsprobleem heeft en maakt zich zorgen over het feit dat de resultaten van de aanpak niet voldoende zijn. Het lid is verheugd over de vier projectvoorstellen in de brief, met name het halveren van de administratieve lasten springt er voor het CDA uit. Het lid wil graag van de wethouder weten wanneer de raad meer te horen krijgt over deze projecten. Verder vraagt het lid welk deel van genoemde lasten veroorzaakt wordt door gemeentelijke regels. Tot slot is het lid benieuwd of de wethouder wil kijken naar welke regels geschrapt kunnen worden. Wethouder SCHOLTES is blij met de betrokkenheid van de raad op dit belangrijke thema. De wethouder deelt de analyse van het lid Van Pijpen, dat de tekorten in het onderwijs scherper te zien zijn. De wethouder wijst erop dat de gemeente in principe een bescheiden rol heeft op dit gebied.
De gemeente kan alleen kijken naar wat de sector nodig heeft, en dat eventueel mogelijk maken. Wel kan de gemeente zorgen voor randvoorwaarden als wonen en parkeren. Op de vraag van het lid Runderkamp of de initiatieven effectief zijn, antwoordt wethouder SCHOLTES dat dat volgens de sector en volgens het onderwijs zo is, omdat zij ermee zijn gekomen. Health tech gaat bijvoorbeeld over het opleiden van zorgprofessionals van de toekomst op mbo-, hbo- en wo-niveau en ze goed te koppelen aan de praktijk, waarin zorgtechnologie een steeds grotere rol speelt. Als voorbeeld noemt de wethouder het OLVG, waar wordt gesproken over het hybride ziekenhuis. Hierin wordt niet gedigitaliseerd omdat het kan, maar gekeken wat er digitaal gedaan kan worden zonder de menselijke maat te verliezen. Over Anders opleiden in de zorg kan de wethouder vertellen dat het gaat over het leren via simulaties, waarbij studenten al leren werken met realistische praktijkvoorbeelden voordat ze stage gaan lopen. Deze methodiek is inmiddels onderdeel geworden van het curriculum van het ROC. Daarnaast is in 2025 de zogenaamde leerafdeling gestart, waarbij meerdere leerlingen stage lopen bij een zorginstelling en met aansturing van professionals met elkaar het werk doen. Op deze manier komen ze ook in aanraking met informele zorg, met mantelzorgpartijen en zo leren ze in de praktijk eerder en completer.
Wethouder SCHOLTES is het met het lid Runderkamp eens dat het beperkt is om alleen te kijken naar personeelstekorten, omdat er voor de toekomst van de zorg een bredere blik nodig is. De wethouder meent dat die bredere blik er is en refereert naar alle keren dat hij in deze vergadering heeft gesproken over dat de toekomst van de zorg in de buurt ligt. In dit verband noemt de wethouder het Actieplan mantelzorgondersteuning, waar de komende jaren verder op wordt geïntensiveerd. Op het gebied van samenredzaamheid is er geïnvesteerd in de sociale basis. De wethouder noemt specifiek de Lang Leven Thuisflats, maar wijst ook op andere initiatieven om gemeenschappen te faciliteren en te versterken. De wethouder vindt dat mantelzorgers niet mogen worden gezien als het hulpje van zorgpartijen, maar als gelijkwaardige partij met een eigen rol. De wethouder vertelt dat er wordt gekeken hoe mantelzorgers en zorgprofessionals beter bij elkaar gebracht kunnen worden om gelijkwaardig samen te werken. Wethouder SCHOLTES begrijpt dat het lid Van Pijpenbehoefte heeft aan specifiekere benaderingen voor specifieke groepen, en de daarmee gepaard gaande loopbaanbenadering. De wethouder wijst erop dat vooral de zorgpartijen zelf verantwoordelijk zijn en vraagt zich af of hij daar met het beperkte beschikbare budget een grote stap in kan zetten.
De wethouder ziet initiatieven als die van het Regionaal Werkcentrum Groot Amsterdam, waar werkzoekenden hulp krijgen van een coach bij bijvoorbeeld het nadenken over omscholen. Ook is er een nieuw project vanuit
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 14 januari 2026
Amsterdam Vitaal en Gezond om samen met dit regionaal werkcentrum voort te bouwen op het bestaande netwerk, inclusief een herontwikkeling van het oriëntatieprogramma voor de zorg. De wethouder denkt dat het een goede ambitie voor de volgende raadsperiode zou zijn om samen met andere portefeuilles te kijken hoe dat gedaan kan worden en juicht het idee van combinatiebanen toe. De wethouder wijst erop dat er binnen de gemeente al wel wordt gewerkt aan een integraal arbeidsmarktbeleid. Dat zal leiden tot een gezamenlijke monitor op waar de tekorten zitten en hoe een en ander te combineren is. Op de vraag van D66 over het leren van de zijinstroom bij het onderwijs antwoordt wethouder SCHOLTES dat dat zeker gebeurt. Er is bijvoorbeeld een goede samenwerking met de afdeling Leven Lang Ontwikkelen van de HvA. Zij hebben kennis van het zijinstroomtraject voor het onderwijs en daarnaast is er een projectleider die integraal kijkt naar het zorg-, jeugd- en gezinsdeel. De wethouder legt uit dat een hbo-bachelor of een wo-diploma nodig is om deel te nemen aan het instroomtraject. Statushouders kunnen hiermee ook deelnemen, of met een gecertificeerd buitenlands diploma. Na aanname volgen een assessment en een matchinggesprek. Wethouder SCHOLTES vertelt dat een van de gezamenlijke projecten van Amsterdam Vitaal en Gezond te maken heeft met de gezondheid van vrouwen op de werkvloer.
In dit verband is er contact met het AMC-traject, waarvan de bevindingen worden meegenomen. Over de Digitale Voordeur meldt wethouder SCHOLTES dat in 2025 met IZAmiddelen een start is gemaakt met de eerste fase. In 2026 wordt er in de praktijk getest en verder ontwikkeld, wat moet leiden tot een stapsgewijze opschaling in 2027. De wethouder wijst erop dat het IZA-geld voor de tweede fase nog moet binnenkomen en dat dat een lastige discussie is. Wethouder SCHOLTES noemt de zusterflats, waaraan het lid Haijen refereerde, een mooi initiatief waarbij ook de private sector betrokken is. Wethouder SCHOLTES noemt de parkeervergunningen en voorrang op woningen een druppel op een gloeiende plaat, maar ziet dat er wel goed gebruik van wordt gemaakt. Er komt een pilot parkeerhub, waarbij gekeken wordt of een gemeentelijke P&Rlocatie een goed alternatief is voor zorgpersoneel dat 's nachts ergens moet zijn of op een andere manier van ver moet komen. De wethouder deelt mede dat de pilot in mei gaat starten voor de duur van 6 maanden. Met een P&R-plaats komt ook toegang tot een P&Rfiets. Over het verminderen van administratieve lasten, waar het lid Badal aan refereerde, meldt de wethouder dat het ten tijde van de raadsinformatiebrief nog de bedoeling was dat de bestuurlijke coalitie Arbeidsmarkt en Onderwijs dat verder zou brengen. Dat gaat niet meer door.