CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2026.01.07 RO Conceptverslag.docx

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 4 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie RO d.d. 7 januari 202610.176 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie

RO

Raadscommissieverslag, 7 januari 2026

CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening Woensdag 7 januari 2026 van 13.30 uur tot 17.00 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 5 februari 2026 Woensdag 4 februari 2026 Voorzitter: Van Pijpen Plaatsvervangend voorzitters: -Portefeuillehouder(s): wethouder Van Weyenberg Commissiegriffier: Nieuwenhuis Commissieondersteuner: Bakkali Verslaglegging: Draaijer (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Keesman (PvdA), Minderhoud (PvdA), Van Munster (GroenLinks), Taj (GroenLinks), Veenhoff (GroenLinks), Taşliyurt (D66), Von Gerhardt (VVD), Emmerik (Partij voor de Dieren), Konings (Volt), Veldhuyzen (De Vonk), Lochtenberg (CDA), Afwezige commissieleden (mk): Alberts (SP) Overige aanwezigen: -

ALGEMEEN DEEL 1a Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering, die vanwege de weersomstandigheden grotendeels digitaal plaatsvindt. Er is een afzegging ontvangen van het lid Alberts. De VOORZITTER legt de spelregels uit voor een goed verloop van een digitale vergadering en de presentie van de commissieleden wordt mondeling opgenomen. 1b Mededelingen De VOORZITTER deelt mede dat commissieondersteuner Dutilh de gemeente Amsterdam gaat verlaten. De voorzitter dankt de commissieondersteuner voor zijn werk en krijgt bijval van de leden. Wethouder VAN WEYENBERG deelt mede dat op 28 januari van 13.30 uur tot 14.30 uur een pitch wordt gegeven door buurtorganisatie Hart voor de K-buurt Midden. Het bijwonen van deze pitch door wethouder en raadsleden wordt gecombineerd met een bezoek aan het flexproject Brasa Village. Volgens afspraak dienen raadsleden zich hiervoor van tevoren aan te melden. De VOORZITTER voegt toe dat deze inventarisatie na de vergadering wordt gedaan.

1c

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 7 januari 2026

RO

Vaststellen agenda De VOORZITTER stelt voor om agendapunten, 5, 6 en 8 zowel in deze commissievergadering als in de raadsvergadering te hameren omdat er geen aanmeldingen voor zijn ontvangen. De vergadering gaat hiermee akkoord. Op verzoek van het lid Von Gerhardt wordt agendapunt 12 doorgeschoven naar de volgende vergadering en alvast geagendeerd op de raadsvergadering van februari. De VOORZITTER deelt mede dat agendapunt 13 niet inhoudelijk kan worden besproken, omdat het gaat over geheime informatie. In een digitale vergadering wordt geen geheime informatie gedeeld. De agenda wordt vastgesteld. 1d Conceptverslag van de openbare RO-vergadering van 26 november 2025 Het verslag van de openbare RO-vergadering d.d. 26 november 2025 wordt ongewijzigd vastgesteld. 1e Actielijst en langetermijnagenda’s, per portefeuille Voor dit agendapunt zijn geen aanmeldingen. 1f TKN-lijst Op verzoek van de leden Emmerik en Van Munster wordt tkn-stuk 3 geagendeerd voor de volgende vergadering. Op verzoek van de leden Emmerik en Van Munster wordt tkn-stuk 5 geagendeerd voor de volgende vergadering. Tkn-stuk 8 wordt geagendeerd voor de volgende vergadering. Het is onduidelijk wie dit verzoek heeft ingediend. 1g Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen stukken binnengekomen.

INHOUDELIJK DEEL 2a De VOORZITTER opent het inhoudelijk gedeelte van de vergadering en deelt mede dat vanaf nu de spreektijden gaan lopen. De spreektijden worden in de zaal bijgehouden en regelmatig wordt een overzicht gedeeld in de chat opdat de leden kunnen zien wat de resterende spreektijd is. 2b Inspreekmoment publiek. Er hebben zich drie insprekers gemeld en ze krijgen allen drie minuten spreektijd.

Bij agendapunt 10

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 7 januari 2026

RO

Kelly MOSTERT spreekt op persoonlijke titel en is bestuurslid van Amsterdam BIJ1 en activist bij XR Justice Now. Inspreker vertelt in 2019 verhuisd te zijn van Bos en Lommer naar Tuindorp-Oostzaan en binnen een week een vreemde lucht te hebben geroken. De lucht was niet direct te plaatsen, was soms een paar dagen of weken afwezig maar kwam steeds terug. Inspreker heeft op internet gezocht naar meldingen, rapportages en communicaties van de Omgevingsdienst en constateert dat er veel gezegd is, maar dat er niets is gebeurd. De stankoverlast is sinds 2019 vele malen erger geworden. Inspreker vertelt dat ICL Fertilizers een Israëlisch bedrijf is dat water wegpompt uit de Dode Zee en meststoffen en chemicaliën levert aan kolonisten in bezet gebied. Het bedrijf is ook volgens eigen zeggen betrokken bij de toeleveringsketen van witte fosfor, dat wordt gebruikt als wapen in Palestina en Zuid-Libanon. Inspreker vertelt dat de core business van het bedrijf bestaat uit het produceren van kunstmest, dat bijdraagt aan het vergiftigen van de grond en het stikstofprobleem. Inspreker roept de raadsleden op om te zorgen dat ICL stil komt te liggen totdat het probleem is uitgezocht en dat dit soort bedrijven niet meer in de gemeente Amsterdam kan opereren. Inspreker vraagt wat de gemeente gaat doen om de Provincie te bewegen om ICL te sluiten.

Het lid EMMERIK is het met inspreker eens dat deze situatie ontoelaatbaar is en kondigt aan hier bij agendapunt 10 op terug te komen. Het lid vraagt of inspreker haar beleving van de stank kan toelichten. INSPREKER vertelt dat de stank na haar verhuizing meteen waar te nemen was. Ook visite vraagt ernaar, want de geur is vrij penetrant. Het lid VELDHUYZEN vindt ook dat het bedrijf moet verdwijnen, of in ieder geval stoppen met vervuilen. Het lid vraagt of inspreker kan toelichten hoe deze situatie leeft in de buurt en hoe inspreker en buurtbewoners perspectief zien in hoe de politiek omgaat met deze kwestie. INSPREKER vertelt dat er in haar woonomgeving weinig vertrouwen is in de politiek. Al sinds de jaren 70 is er informatie vastgelegd over, en actie gevoerd tegen dit bedrijf en inspreker begrijpt niet dat de vergunning verlengd is. Inspreker wordt er moedeloos van. Bij agendapunt 2b Miranda SURIPATTY spreekt op persoonlijke titel en voor Tuinen van Brasa, waar zij medeoprichter van is. Inspreker schetst het ontstaan van de tuin met de visie die ervan uitgaat dat grond geen bezit is, maar een levensgeheel net als alles wat erop en erin leeft. Inspreker benadrukt het belang van het bodemleven en vertelt dat een theelepel gezonde grond meer levende organismen bevat dan er mensen op aarde zijn.

Deze bewustwording maakt dat er in de tuin wordt gewerkt met respect voor het bodemleven. Er wordt bijvoorbeeld gecomposteerd met groenten en fruitschillen uit de buurten en van lokale restaurants, en daarmee ontstaat een cirkel van ontvangen en teruggeven. Inspreker geeft aan diep geraakt te zijn door de ontwikkelingen in de Lutkemeerpolder, waar een levende, vruchtbare bodem tegenover een rekensom staat. Inspreker benadrukt dat de meerwaarde van gezonde grond, biodiversiteit, voedselzekerheid en gemeenschapszin niet in geld uit te drukken is. Inspreker roept de raad op te kiezen voor verzachting in plaats van verharding en te kiezen vanuit het hart van bewuste relaties met mensen, bomen, planten, dieren en het leven onder onze voeten. Inspreker besluit met de uitspraak dat er pas wordt gekozen voor de toekomst als het leven centraal wordt gesteld. Bij agendapunt 12 De VOORZITTER brengt in herinnering dat dit agendapunt is doorgeschoven naar de volgende vergadering, en dat de inspraak door de raadsleden zal worden meegenomen. Ivar SMITS spreekt op persoonlijke titel en is lid van de gemeenschapsmoestuin Pluk! in de Lutkemeerpolder. Inspreker vertelt telkens blij te worden van zijn moestuin en de gifvrije groenten die hij daar teelt. Ook wordt inspreker blij van de saamhorigheid van de leden en de vrijwilligers van de tuin.

Inspreker constateert dat er veel meer Amsterdammers mee zouden willen doen, maar dat daarvoor de ruimte ontbreekt. Inspreker vraagt zich af waarom niet alle vruchtbare grond in de Lutkemeerpolder wordt gebruikt voor stadslandbouw. De huidige boekwaarde van de grond is 4,5 miljoen euro per hectare en dit staat de stadslandbouw in de weg. Volgens inspreker is de oplossing hiervoor om de grond te laten herwaarderen. Een boekhoudkundige afwaardering kan ten

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 7 januari 2026

RO

laste komen van het vereveningsfonds. De methodiek van de huidige financiering verschuift de kosten naar de toekomst en de samenleving, en volgens inspreker is het vereveningsfons juist bedoeld om dit soort scheefgroei te corrigeren. De geschetste oplossing brengt stadslandbouw dichterbij en levert een breed scala aan niet-financiële winsten op voor alle Amsterdammers als gif- en kunstmestvrij lokaal eten, een koeler buurtklimaat, gezonde werkgelegenheid, meer saamhorigheid en sociale binding en meer biodiversiteit, ofwel brede welvaart. Inspreker roept de raadsleden op de accountants aan het werk te zetten en te kiezen voor toekomstbestendige stadslandbouw in de Lutkemeerpolder. Het lid EMMERIK vraagt naar de achtergrond van inspreker. INSPREKER vertelt een technisch-bedrijfskundige achtergrond te hebben. Het lid VEENHOFF vraagt of inspreker zijn argumenten voor het afwaarderen van de grond kan toelichten. INSPREKER vertelt dat er al lange tijd sprake is van leegstand van de bedrijfshallen en dat ook het terrein al lange tijd braak ligt. Ook ligt de polder bijna zes meter onder NAP en vormt daarmee een overstromingsrisico. Tot slot wordt de verkeerscongestie steeds groter. Het lid TAJ vraagt naar de ideeën van inspreker in relatie tot het vereveningsfonds.

INSPREKER verklaart geen accountant te zijn, maar te hebben begrepen dat bij- of afwaarderingen van de gemeente Amsterdam via het vereveningsfonds gaan. 2c Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten te melden. 2d Rondvraag Het lid VEENHOFF refereert aan de eerdere besprekingen over participatie onder de Omgevingswet. Het lid vertelt kennis te hebben genomen van een tussenuitspraak over een vergunning waarbij participatie niet heeft plaatsgevonden, terwijl dit een indieningsvereiste is. De gemeente heeft zich in deze zaak verweerd met het argument dat er tijdens de bezwaarprocedure inspraak mogelijk was, die neutraal zou zijn meegenomen in het besluit. Volgens de rechter is hiermee procedureel niet juist gehandeld, terwijl ook de stelling dat het bezwaar neutraal is meegenomen volgens de tussenuitspraak niet klopt. Het lid vindt dat deze handelwijze niet in lijn is met het beleid van de gemeente en wil van de wethouder weten waarom dit zo gebeurd is. Ook vraagt het lid of het mogelijk is om lessen te trekken uit de uitspraak. Wethouder VAN WEYENBERG is het met het lid eens en legt uit dat deze casus kort na invoering van de nieuwe Omgevingswet speelde. De wethouder vindt ook de verdediging niet goed en vertelt dat de gemeente bezig is een en ander te herstellen door onder andere het verspreiden van een bewonersbrief.

Het participatieverslag hiervan is bij de gemeente ingeleverd en zal door het juridisch bureau met een aanvullende motivering naar de rechtbank worden gestuurd. Ook wordt deze procedure tegenwoordig anders gedaan met de indieningseis van een handtekeningparticipatie. Volgens de wethouder is er van deze casus geleerd dat jurisprudentie op casuïstiek nu en in de toekomst steeds besproken zal worden. Het lid EMMERIK meldt signalen te hebben ontvangen over de wijziging van het omgevingsplan Nieuwe Meervaart. Er leven zorgen over de zorgvuldigheid van het proces, de korte reactietijd vanwege het kerstreces en de beperkte bereikbaarheid van de gemeente omdat reageren alleen telefonisch of schriftelijk kan. Het lid vraagt hoe de wethouder de gekozen reactietermijn en de bereikbaarheid beoordeelt en stelt voor de reactietermijn met drie weken te verlengen. Ook wil het lid graag weten wat de wethouder vindt van het feit dat bewoners zich onvoldoende gehoord voelen, met een Woo-verzoek als gevolg. Wethouder VAN WEYENBERG vertelt dat wethouder Meliani dit onderwerp trekt en zegt toe de vraag van het lid Emmerik door te geven aan deze wethouder.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 7 januari 2026

RO

Het lid EMMERIK vraagt een reflectie van de wethouder op inspreker Smits over de afwaardering van de grondwaarde van de Lutkemeerpolder en het gebruiken van het vereveningsfonds. Wethouder VAN WEYENBERG zegt niets nieuws te hebben gehoord. Het is bekend dat het park nog niet vol zit en de gemeente is op veel plaatsen stadslandbouw aan het toevoegen. Als er voor afwaardering van deze grond geld uit het vereveningsfonds wordt gehaald, betekent dat dat de gemeente andere dingen niet kan doen. De wethouder vindt dat met de gedeeltelijke herziening van de plannen op verschillende manieren wordt gewerkt aan het vergroten van de ruimte voor stadslandbouw in Nieuw-West. Het lid EMMERIK stelt dat de huidige leegstand ook geld kost, waarop wethouder Van Weyenberg antwoordt dat dat iets anders is dan afwaarderen. De wethouder voegt toe dat het vullen van een dergelijk park tijd kost, maar dat er inmiddels een huurder bij is gekomen. Ook is een wens voor een voedselhub op deze locatie en bovendien ontstaat een tekort aan ruimte voor steeds meer ondernemers door de investeringen in woningbouw. Het lid VEENHOFF vraagt na of ze goed heeft begrepen dat de wethouder over jurisprudentie heeft gezegd dat deze inhoudelijk wordt meegenomen of in ieder geval afgewogen. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat het zijn beeld is dat dat al is gebeurd en ook in de toekomst gaat gebeuren.

De wethouder vult aan dat de gemeente inhoudelijk geen voorwaarden mag stellen, maar wel mag eisen dat de vorm goed wordt ingevuld. Hier is ook een handreiking voor opgesteld. BESPREEKPUNTEN Grond en Ontwikkeling 3 Vaststellen van de investeringsnota en het beeldkwaliteitsplan Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier, de grondexploitaties Nieuwe Meer Oost en Grote Werken Schinkelkwartier en het beschikbaar stellen van bijbehorende uitvoeringskredieten (VN2025-015502) Het lid KONINGS noemt de plannen veelbelovend en een aanwinst voor de stad. Er wordt met bijna 3000 woningen en 100.000 vierkante meter bedrijfsruimte een belangrijke impuls gegeven aan stedelijke ontwikkeling. Het lid juicht dat toe, maar vraagt aandacht voor sport en bewegen, omdat dat in gebiedsontwikkeling vaak de sluitpost is. Het lid wijst op het feit dat ook de stadsdeelcommissie Nieuw-West hier aandacht voor vraagt en vindt dat terecht omdat de bewoners van Nieuw-West aantoonbaar minder bewegen dan gemiddeld. De sportnorm wordt in de voorliggende plannen vooral ingevuld door gebruik te maken van de bestaande sportparken in Sloten en Sloten-West. Het lid vindt dat niet verwacht kan worden dat duizenden nieuwe bewoners aangewezen zijn op sportvoorzieningen die nu al intensief gebruikt worden. Het lid noemt het noodzakelijk dat er in dit gebied extra ruimte wordt gemaakt voor sport en bewegen.

Het lid MINDERHOUD deelt mede dat de PvdA op hoofdlijnen blij is met de plannen. Wel maakt de fractie zich zorgen over de aansluiting van Nieuwe Meer Oost op de rest van het stadsdeel en het lid vraagt zich af wat deze ontwikkeling voor Amsterdammers in Nieuw-West betekent. Voor de PvdA staat voorop dat alles wat er gebouwd wordt een verbetering moet zijn voor bestaande bewoners, initiatieven en ondernemers en dat zij zo vroeg en goed mogelijk betrokken moeten worden bij de voorbereidingen en realisatie. Het lid verwijst naar het initiatiefvoorstel Ruimte maken voor maatschappelijke organisaties, dat in 2023 door de raad is aangenomen, en moties over het opzetten van een gemeentelijk vastgoedfonds voor lokaal gewortelde ondernemers en maatschappelijke initiatieven in Nieuw-West, die hier volgens het lid goed bij aansluiten. Het lid denkt dat het jongerencentrum van 400 vierkante meter, dat de gemeente via een tender wil ontwikkelen op eigen grond, een kans biedt om bestaande initiatieven,

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 7 januari 2026

RO

organisaties en ondernemers in omliggende wijken te betrekken bij de uiteindelijke realisatie. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van de buurtkamers en het Huis van de wijk, al dan niet via gemeentelijk vastgoed. De PvdA mist in de plannen commerciële voorzieningen waar de bewoners van Nieuw-West behoefte aan hebben, of wat deze behoefte überhaupt is. Het lid vertelt dat volgens het buurtplatform zijn rol niet uit de verf komt. Om kort te gaan vraagt de PvdA zich af hoe het prachtige nieuwe innovatiedistrict gaat bijdragen aan de leefbaarheid in de rest van het stadsdeel. Het lid vraagt of de wethouder kan aangeven hoe eerdergenoemd initiatiefvoorstel en moties zijn toegepast in de investeringsnota en hoe bestaande organisaties, initiatieven en ondernemers met een ruimtevraag zijn en worden betrokken bij de realisatie en invulling van commerciële en maatschappelijke voorzieningen in het gebied tot nu toe en in de toekomst. Verder ziet het lid een discrepantie tussen de uitspraak in de investeringsnota dat 35 procent van de bewoners te klein behuisd is en het inzetten op woningen van 40 tot 60 vierkante meter voor een- tot tweepersoons huishoudens. Het lid vraagt of er rekening is gehouden met de behoefte aan grotere woningen en de grotere financieringsruimte die er inmiddels voor corporaties is ontstaan voor het bouwen van grotere woningen.

Het lid roept het college op om het streefpercentage van 25 procent voor de voorrangsregeling voor bewoners van Nieuw-West in ieder geval te behalen. Tot slot constateert het lid dat het ruimtebeslag van Global Switch ongeveer een derde van het projectgebied beslaat. Hert lid vraagt zich af hoe realistisch het is dat Global Switch nog eens verdwijnt van deze locatie en of meervoudig ruimtegebruik ook een optie is. Het lid TAŞLIYURT sluit zich aan bij de vraag van het lid Konings over sport en bewegen. Het lid stelt vast dat er in het plan goed gebruik wordt gemaakt van de hoogte en is blij met de inspanning van het college om goedkeuring te krijgen voor het bouwen boven de toetshoogte van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol, waardoor er meer woningen kunnen worden gerealiseerd. Verder ziet het lid dat er ook ruimte voor maatschappelijke en commerciële voorzieningen is, waarbij wordt voldaan aan de geactualiseerde referentienormen. Het lid denkt dat het een aantrekkelijk vestigingsgebied wordt voor ook innovatieve bedrijven en constateert dat de grondexploitatie een positief saldo heeft. De enige kanttekening die het lid plaatst is dat er geen woningen worden gerealiseerd in het middenhuursegment, maar het lid hoopt dat deze in de volgende investeringsnota zullen worden opgenomen.

Het lid VON GERHARDT vindt het een mooi plan en is blij dat van de 800 woningen die op de plek van het datacenter niet gerealiseerd konden worden 550 woningen een andere plek hebben gevonden. Daarbij vraagt het lid zich af hoe uitvoerbaar het plan is vanwege de verwachte netcongestie met de komst van bedrijven en kantoren en het datacenter. Verder stelt het lid vast dat er maar beperkt ruimte is voor dagelijkse detailhandel in het gebied. Het lid benadrukt het belang voor de leefbaarheid om vroegtijdig te zorgen voor voorzieningen voor de dagelijkse behoeftes van bewoners. Het lid VEENHOFF sluit zich aan bij enkele complimenten en is blij dat deze stap genomen kan worden. Bij het doornemen van de bijlagen stuitte het lid op een eis van 50 procent verstening voor de binnenplaatsen. Het lid begrijpt die eis niet helemaal vanwege de hittestressplaatjes uit de onderzoeken en het advies om het groen te maximaliseren. Het lid vraagt waarom deze eis er is en of daar niet ambitieuzer mee kan worden omgegaan, net als met de grootte van bomen. Het lid denkt dat ervoor moet worden gezorgd dat het gebied niet heel warm gaat worden. Voor het dak van het datacentrum heeft het lid suggesties in de vorm van een groendak of misschien sportvoorzieningen. Het lid constateert dat in de bezonningsstudies de Amsterdamse norm gebruikt wordt en wijst erop dat deze norm niet bestaat.

Er bestaat alleen een TNO-norm in een lichte en een zware vorm en ook de rechter heeft jaren geleden al bepaald dat de Amsterdamse norm geen grondslag heeft. Het lid is verbaasd over het nog steeds hanteren van deze norm en wil graag weten hoe dat komt. Tot slot vraagt het lid wat de wethouder vindt van het feit dat er een aantal woningen in het plan is dat maar een of twee uur zon krijgen per dag, en soms zelfs nul. Het lid denkt in ieder geval dat dit niet bevorderlijk is voor de gezondheid.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 7 januari 2026

RO

Het lid EMMERIK stelt vast dat uit inspraak en participatie blijkt dat bewoners in het Schinkelkwartier zich onvoldoende betrokken voelen. Ze maken zich zorgen over het behoud van groene ecologische waarden en maatschappelijke voorzieningen. Ook zijn er zorgen over geluidsoverlast, luchtkwaliteit en toenemende verkeersdruk in het gebied. Het lid vraagt hoe de wethouder de betrokkenheid van het buurtplatform en de bewoners in het vervolg concreet gaat versterken. Ook wil het lid graag weten welke harde garanties de wethouder kan geven opdat zorgen over ecologie, maatschappelijke voorzieningen, geluid, lucht en verkeersdruk daadwerkelijk worden meegenomen in de verdere uitwerking. Wethouder VAN WEYENBERG dankt de leden voor de steun en de aandachtspunten en deelt mede dat de vragen niet helemaal in de gestelde volgorde beantwoord zullen worden. Over de verstening legt de wethouder uit dat de norm momenteel maximaal 50 procent bedraagt. Het streven is om uit te komen op 60 à 65 procent onverhard en in de gesprekken gaat het ook over dit percentage. Ook wordt er actief gekeken naar de bomen in het gebied, die een nog grotere impact hebben op de hittestress. De wethouder benadrukt dat er nu wordt gesproken over fase 1 van het plan.

In de volgende fase komt er een voorlopig ontwerp waarvan de wethouder denkt dat hij veel van de zorgen van met name de leden Veenhoff en Emmerik kan wegnemen. Wethouder VAN WEYENBERG beaamt dat de Amsterdamse norm voor bezonning geen juridische grondslag heeft en dat de individuele woningen getoetst zullen worden aan de lichte TNO-norm. In deze fase wordt er niet op woningniveau getoetst en daarom wordt de Amsterdamse norm gehanteerd. De wethouder verzekert dat de hittestress in dit plan, waarin woningen relatief dicht op elkaar worden gebouwd, de volle aandacht heeft. Het lid VEENHOFF zegt in een interruptie niet te begrijpen waarom de Amsterdamse norm in deze fase wordt toegepast als er later niets mee wordt gedaan. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat experts de norm in deze fase een handig instrument vinden om mee te werken en dat de TNO-norm pas in een later stadium wordt gehanteerd als het juridisch relevant wordt. Wethouder VAN WEYENBERG spaart de vraag van het lid Von Gerhardt even op omdat er nog naar gekeken wordt. In algemene zin kan de wethouder zeggen dat de fasering van het realiseren van voorzieningen altijd spannend is als er een nieuwe wijk wordt gebouwd. De wethouder onderschrijft de zorg van het lid.

Het lid VON GERHARDT verduidelijkt dat de nu dichtstbijzijnde supermarkt tien minuten fietsen of een half uur lopen verwijderd zijn en dat vindt het lid ver voor een stad als Amsterdam. Wethouder VAN WEYENBERG kan nu mededelen dat het wijkwinkelcentrum langs de Nieuwe Sloterweg is gepland, in het deelgebied Riekerpark. Vanwege de latere fasering daar is een gedeelte van de voorzieningen naar Nieuwe Meer Oost verplaatst zodat er daar ook tijdens de bouw al voldoende detailhandel is, inclusief een supermarkt. Het lid TAJ onderschrijft in een interruptie de woorden van het lid Von Gerhardt en is verheugd dat de wethouder dit aspect scherp heeft. Het lid garandeert dat de raad hier ook in de toekomst op zal toezien. Wethouder VAN WEYENBERG kan zich daarin vinden. Het lid VON GERHARDT wijst in een interruptie op het feit dat de geplande supermarkt maximaal 1500 meter BVO groot is en constateert dat dit voor een supermarkt een vrij klein vloeroppervlak is. Het lid vreest voor een relatief dure supermarkt met minder aanbod en hogere prijzen, en hoopt dat er gekeken kan worden of er in het gebied ruimte kan worden geboden aan wat grotere supermarkten. Wethouder VAN WEYENBERG vindt deze oproep terecht.

In antwoord op de vraag over mogelijke netcongestie deelt wethouder VAN WEYENBERG mede dat vanuit het IBM-verleden nog grootverbruikersaansluitingen in het gebied aanwezig zijn, die door de ontwikkelende partijen in de transformatie gebruikt worden.

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 7 januari 2026

RO

Over de rol van het buurtplatform vertelt wethouder VAN WEYENBERG dat de mogelijkheid is gegeven om als zogenoemde tweede schil mede invulling te geven aan de participatiebijeenkomsten. Dat heeft geleid tot een samen met andere organisaties opgestelde inhoudelijke reactie op de inspraak. De wethouder legt uit dat sommige van de punten in het stuk zodanig specifiek zijn dat ze pas in het voorlopig ontwerp geconcretiseerd kunnen worden. De wethouder begrijpt dat dat tot onbegrip leidt omdat het kan lijken alsof er niets met de inbreng gedaan is en beaamt het belang van een goede aansluiting naar de volgende fase. Dan zullen het buurtplatform en de organisaties die eraan gerelateerd zijn of met hen samenwerken worden uitgenodigd om met het projectteam te spreken over nadere invulling. Op de vragen van het lid Minderhoud over antwoordt wethouder VAN WEYENBERG dat er hard wordt gewerkt om invulling te geven aan de doelstellingen voor voorzieningen in het gebied. Een aantal voorzieningen is al concreet benoemd zoals de buurtkamer en het Integraal Kind Centrum. Een aantal andere voorzieningen wacht nog op invulling. De wethouder vertelt dat de ontwikkelende partijen worden uitgedaagd om 20 procent betaalbare ruimtes aan te bieden.

Lokale initiatieven, organisaties en ondernemers worden op tijd betrokken om ook de niet-woonruimte op de juiste plekken conform de plintenstrategie en locatieprofielen uit de investeringsnota te vullen. Vanwege erfpachtrechten komen er in het gebied geen tenders, maar naar aanleiding van het initiatiefvoorstel waar het lid Minderhoud aan refereerde draait er in het Schinkelkwartier een pilot. Er is geïnventariseerd welke maatschappelijke initiatieven er zijn binnen het Schinkelkwartier, welke van deze initiatieven commercieel zijn en welke juist niet onder de referentienormen vallen. In het eerste kwartaal van dit jaar gaan de proefgesprekken van start, en daarna wordt er een ontwikkelstrategie geformuleerd om te kijken hoe aantoonbaar waardevolle maatschappelijke voorzieningen in de gebiedsontwikkeling kunnen worden behouden. Ook hierbij zal het buurtplatform worden betrokken. Het lid MINDERHOUD toont zich in een interruptie verheugd over het feit dat er daadwerkelijk iets wordt gedaan met het initiatiefvoorstel en vraagt of de raad kort kan worden geïnformeerd over hoe het initiatiefvoorstel is toegepast binnen dit gebied en wat dat tot nu toe heeft opgeleverd.

Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat hij nog een aantal zaken te melden heeft en vraagt of het lid Minderhoud zijn verzoek wil uitstellen tot deze zaken aan de orde zijn geweest omdat ze zijn vraag wellicht al beantwoorden. . Wethouder VAN WEYENBERG vertelt dat er een strategisch plan maatschappelijke voorzieningen is opgesteld voor het Schinkelkwartier, dat regelmatig gemonitord wordt. Een concreet voorbeeld van zo'n voorziening is ruimte maken voor sport, dat het lid Konings onder de aandacht bracht. In afwachting van de intensivering van sportparken wordt gekeken waart tijdelijke sport binnen het Schinkelkwartier kan worden ondergebracht, bijvoorbeeld op het Keynesplein en het Riekerpark. Wethouder VAN WEYENBERG verzekert dat het de intentie is om het maximum van 25 procent voor de voorrangsregeling te behalen, zoals het lid Minderhoud vroeg. De wethouder wijst er wel op dat een groot deel van de grond in erfpacht is en dat er niet veel getenderd kan worden. Het lid MINDERHOUD merkt in een interruptie op dat de grond voor het geplande jongerencentrum wel eigendom is van de gemeente en vraagt nogmaals of de wethouder hierop kan reflecteren. Wethouder VAN WEYENBERG antwoord dat hij daar wat tijd voor nodig heeft.

Over de woningen zelf vertelt wethouder VAN WEYENBERG dat het een uitdaging is geweest om de plannen financieel rond te krijgen, en dat levert altijd beperkingen op. Er is grote behoefte aan woningen van 40 tot 60 vierkante meter voor jongvolwassenen en senioren. Met het bouwen van deze woningen wordt doorstroming gestimuleerd waardoor bijvoorbeeld grotere sociale huurwoningen vrijgespeeld worden. Om de financiering rond te krijgen moeten er handreikingen worden gedaan naar de partijen die willen bouwen, maar de wethouder denkt dat het plan dat nu voorligt daadwerkelijk bijdraagt aan de opgave in Nieuw-West. De wethouder wijst op het feit dat er ook gezinswoningen in het plan zijn opgenomen, en dat er al met al is geprobeerd zo ver mogelijk te komen. Het lid MINDERHOUD onderschrijft in een interruptie het punt van de wethouder over doorstroom. Het lid vraagt wat de rol van woningcorporaties gaat worden bij het realiseren

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 7 januari 2026

RO

van de middenhuurwoningen waar de wethouder aan refereerde. Ook wil het lid weten of er in de investeringsnota voldoende rekening is gehouden met de verbeterde financieringsruimte voor corporaties. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat er al afspraken zijn gemaakt met corporaties, bijvoorbeeld dat er ook tweekamerwoningen in de 654 woningen worden opgenomen. De 250 extra woningen in het Think District waren deels nodig om tot een haalbare business case te komen en daar zijn voorwaarden tegenover gezet zoals samenwerking met een corporatie voor een minimum aantal woningen. Er is veel contact met corporaties en de wethouder ziet in de vraag vooral een oproep om het contact met de corporaties in het gebied goed te houden. Het lid Minderhoud vraagt in een vervolginterruptie of er op een later moment nog voldoende kan worden geschoven met het inpassen van de rol van corporaties bij het realiseren van de middenhuurwoningen. Wethouder VAN WEYENBERG gaat nakijken wat de exacte status is van de afspraken en zegt toe hier in het vervolg expliciet over te rapporteren. Wethouder VAN WEYENBERG verduidelijkt over het jongerencentrum dat het niet specifiek is gepland in Nieuwe Meer Oost, maar in het Schinkelkwartier. In Nieuwe Meer Oost wordt een IKC ontwikkeld en hiervoor wordt de grond uit de bestaande erfpacht teruggenomen en uitgegeven aan het schoolbestuur.

Over Global Switch meldt wethouder VAN WEYENBERG dat het geen ruimte heeft om verder uit te breiden. Mocht het mogelijk zijn om iets met het dak van het bedrijf te doen, dan zal de wethouder dat zeker niet nalaten, maar hij weet nu niet wat er eventueel mogelijk is. Wel kan de wethouder vertellen dat er eisen zijn gesteld aan de ruimtelijke kwaliteit en de uitstraling van de gebouwen van Global Switch en daarover zijn de partijen in overleg. De wethouder ziet vanuit bouwtechnisch en juridisch-planologisch oogpunt geen ruimte voor meervoudig ruimtegebruik. Het lid MINDERHOUD vraagt of het toch mogelijk is om een korte schriftelijke update te geven over het betrekken van de organisaties, initiatieven en ondernemers in de omliggende buurten bij het bepalen van het type voorziening en ook de invulling daarvan in dit gebied. Wethouder VAN WEYENBERG hoopt dat hij tijdens de vergadering nog duidelijkheid kan geven zodat een brief niet nodig is. Het lid VON GERHARDT vraagt of de wethouder kan toezeggen dat de tijdlijnen door het aanwezig zijn van de grootverbruikersaansluitingen gehaald worden of dat hij eventueel vertraging verwacht en zo ja, hoeveel. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt nooit garanties te kunnen geven. De wethouder ziet wel dat er door deze aansluitingen een relatief positieve uitgangssituatie is.

De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor middellange bespreking op de volgende raadsvergadering. 4 Instemmen met het toepassen van het gemeentelijk voorkeursrecht op een deel van de locatie Zeeburgerpad in Amsterdam (VN2025-017123) Het lid KEESMAN vraagt wat de status is van het vinden van een nieuwe locatie voor de bedrijven. Het lid VEENHOFF refereert aan de nota van beantwoording, waaruit blijkt dat de vraag van de indiener over het evenredigheidsbeginsel niet was beantwoord. Het lid vraagt of de kosten die voortvloeien uit afspraken die al met een koper zijn gemaakt terechtkomen bij de betreffende koper of bij de gemeente. Wethouder VAN WEYENBERG deelt mede niet op de hoogte te zijn van deze specifieke casus waaraan het lid Veenhoff refereert en legt uit dat er doorgaans ontbindende voorwaarden worden vastgelegd in koopcontracten. Concreet zal ieder zijn eigen kosten moeten betalen. Op de vraag van het lid Keesman antwoordt Wethouder VAN WEYENBERG dat er uitgebreid is gesproken met de partij die de zienswijze heeft ingediend over een alternatieve locatie op het Zeeburgereiland. Dit aanbod staat nog steeds.

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 7 januari 2026

RO

De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen om op de volgende raadsvergadering gehamerd te worden. Ruimtelijke Ordening 5 Verlenen van eervol ontslag aan de voorzitter van de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) (VN2025-015880) Dit agendapunt wordt gehamerd. 6 Benoemen voorzitter Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) (VN2025-015874) Dit agendapunt wordt gehamerd. 7 Vaststellen Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Amsterdam (VN2025-017971) Het lid KEESMAN vraagt wat de wethouder als voornaamste uitdagingen ziet om aan deze nieuwe criteria te gaan voldoen. Verder is het lid benieuwd of de herstructurering van de VTH-organisatie is bedoeld om beter aan de nieuwe criteria te kunnen voldoen Het lid VEENHOFF is teleurgesteld over het ontbreken van outputkwaliteitseisen in de verordening en vraagt zich af in welk stuk deze wel worden opgenomen. Verder mist het lid naast de kernwoorden vergunningen en handhaving het woord toezicht. Het lid wil graag weten waarom dit is weggelaten. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt op de vraag van het lid Veenhoff dat het stuk een vertaling is van de modelverordening van IPO en VNG, die niet gaat over outputindicatoren. De wethouder heeft eerder aangegeven dat er nog wordt gekeken naar indicatoren en dat er dingen kunnen worden bekeken in de jaarplancyclus.

De wethouder heeft niet meteen een antwoord op het ontbreken van toezicht in de verordening. Op de vraag van het lid Keesman antwoordt wethouder VAN WEYENBERG dat de nieuwe verordening geen directe trigger is geweest voor de herstructurering. Als een van de spannendste dingen benoemt de wethouder dat medewerkers volgens de kwaliteitscriteria per taakgebied een minimum aantal uren moeten maken. Reguliere VTHmedewerkers die niet zijn ingedeeld in een specifiek expertise- of expertteam hebben een breed takenpakket en moeten over verschillende taakgebieden werken. Dat is een bewuste keuze die is gemaakt om mensen breed inzetbaar te houden, maar er zal moeten worden uitgelegd waarom deze mensen niet aan de kwaliteitscriteria voldoen. Verder zijn volgens de wethouder ook de investeringen in opleidingen en ICT een uitdaging. Het lid VEENHOFF komt terug op de beantwoording van de vraag over outputindicatoren en vraagt waar deze dan wel belegd gaan worden. Het lid vraagt of de wethouder hierover een brief kan sturen. Wethouder VAN WEYENBERG zegt toe hier op de volgende commissievergadering iets over te zeggen of een brief te sturen. Het lid KEESMAN vraagt of de wethouder zijn opmerking over het niet voldoen aan de kwaliteitscriteria kan toelichten. Wethouder VAN WEYENBERG legt uit dat de kwaliteitscriteria zeggen dat per taakgebied een aantal uren moeten worden gemaakt.

Hoe meer verschillende taakgebieden medewerkers bestrijken, hoe lastiger het wordt om per taakgebied die uren te maken. De gemeente kiest er bewust voor om medewerkers breed in te zetten als zij niet in een expertteam zitten en dat kan spanning opleveren met het halen van de uren per taakgebied. Volgens criteria is dat toegestaan, maar dan moet er worden uitgelegd waarom mensen deze norm niet halen.

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 7 januari 2026

RO

De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor korte bespreking op de volgende raadsvergadering. 8 Vaststellen Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Veegwijziging (VN2025-015286) Dit agendapunt wordt gehamerd. 9 Bespreken van het initiatiefvoorstel ‘Toekomstbestendige regelgeving bouwen in binnentuinen’ van het lid Van Munster (GL) (VN2025-018349) Introductie Het lid VEENHOFF is blij dat de bestuurlijke reactie op het voorstel eindelijk, na een jaar wachten, gekomen is en dat het stuk nu besproken kan worden. Het lid ziet dat er in de reactie al deels een uitwerking is opgenomen, waarbij bijvoorbeeld te zien is welke gebieden in de stad in de bestemmingsplannen maatregelen hebben opgenomen om tuinen te beschermen. Ook is te zien welke gebieden dat nog niet hebben gedaan en dat illustreert volgens het lid waarom het voorstel zo belangrijk is. Het lid stelt vast dat in de rijke geschiedenis van de Amsterdamse planologie groen voortdurend is ingezet als kalmerend tegenwicht voor het drukke stadsleven, maar dat het zorgvuldig ontworpen en geplande groen in binnentuinen al jaren in rap tempo verdwijnt. Hierop heeft de gemeente geen grip, omdat zonder vergunning tot wel 4 meter in de tuin bouwwerken kunnen worden neergezet. Bouwkosten zijn veel lager dan de vierkantemeterprijs en daarom gaat het heel hard met de verstening.

Is een binnentuin eenmaal bebouwd, dan is er daar geen groen meer beschikbaar voor de klimaatadaptatie. Het lid vertelt dat grofweg de helft van het Amsterdamse groen zich bevindt in de binnentuinen. Voor de verruiming van de landelijke regels in 2014 naar 4 meter voor maximale uitbouw was deze grens 2,5 meter. In bestemmingsplannen die in de tussentijd zijn aangepast is de grens op 2,5 meter gezet en dat heeft geen problemen gegeven. Het lid pleit voor een stadsbrede regeling, die met de komst van de nieuwe Omgevingswet veel beter te realiseren is en de Amsterdammers beschermt tegen onder andere natte voeten en hittestress. Vragen Het lid KEESMAN vraagt in hoeverre er in een diverse stad als Amsterdam ruimte blijft voor maatwerk, zowel op stadsdeel- als stadsgebiedniveau, voor mensen die in hun achtertuin willen uitbouwen. Het lid VEENHOFF legt uit dat het gaat om een omdraaiing van het uitgangspunt. Nu is 4 meter de norm, GroenLinks wil dat 2,5 meter de norm wordt, waar in bepaalde gevallen van afgeweken kan worden. Er is gekozen voor deze vorm om het in een keer voor de hele gemeente te wijzigen, omdat het aanpassen van individuele bestemmingsplannen jaren gaat duren, waarbij er in de tussentijd wordt doorgebouwd. Het lid TAŞLIYURT vraagt of het de bedoeling is om uitbouw groter dan 2,5 niet meer toe te staan of dat de aanvragen moeten worden getoetst door team VTH.

Het lid VEENHOFF antwoordt dat het de voorkeur heeft dat de regeling teruggaat naar de situatie van voor 2014. Het lid merkt op dat het college in de bestuurlijke reactie voorstelt om dit in een beleidsplan in kaart te brengen en daarbij zijn er meerdere mogelijkheden. Eerste termijn Het lid VEENHOFF ziet dat de bestuurlijke reactie in lijn is met het voorstel. Het lid vertelt wel berichten te hebben gekregen van bewoners die bang zijn dat het beleidskader ruimte gaat bieden voor extra bebouwing in tuinen. Het lid hoort hierover graag een geruststelling van de wethouder. Verder ziet het lid in de reactie veel nadruk op

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 7 januari 2026

RO

cultuurhistorische aspecten, maar het lid mist soms het klimaatbestendige aspect. Het lid hoopt dat dit in de uitvoering wel wordt meegenomen. Het lid VON GERHARDT zou graag zien dat er ruimte blijft bestaan voor grotere uitbouw, omdat dat soms net het verschil kan maken. Verder vraagt het lid of in het onderzoek ook uitgezocht kan worden hoeveel extra capaciteit het gaat kosten om dit soort aanvragen te beoordelen omdat het nu al zo is dat veel vergunningaanvragen de termijn al niet halen en veel druk leggen op het ambtelijk apparaat. Het lid VEENHOFF vraagt of de wethouder een ambitieuze planning kan afgeven. Wethouder VAN WEYENBERG spreekt namens het college zijn waardering uit voor het werk dat de indiener voor het maken van het voorstel heeft verzet. De wethouder vertelt dat het college het belang van een gezond leefklimaat onderschrijft. De wethouder schetst dat het vroeger onder voorwaarden was toegestaan om zonder bouwvergunning erfbebouwing te realiseren. Met de Omgevingswet is de regelgeving hieromtrent volledig bij de gemeente komen te liggen. Er zijn al stadsdelen die regelgeving hebben of voorbereiden om erfbebouwing te beperken. De wethouder legt uit dat het onderbrengen van de bestaande beperkingen in het omgevingsplan onderdeel is van de transitieopgave, dus complex en tijdrovend.

Vanuit eenduidigheid en helderheid heeft een uniforme regeling dan ook de voorkeur en dat is volgens de wethouder de kern van de initiatiefnota. Om goed onderzoek te plegen op een werkbare en eenduidige manier stelt het college een stedelijk beleidskader voor, waarbij de bestaande regels het uitgangspunt zijn. In de stukken staat 2026/2027, maar de wethouder hoopt dat het onderzoek rond de zomer is afgerond. De deadline is ruim genomen omdat besluitvorming en participatie altijd veel tijd kosten. De wethouder voegt nog toe dat al deze omzetting tot 2032 zullen plaatsvinden en dat tot dat moment in alle omgevingsplannen indachtig het terughoudende beleid van het college wordt vermeld dat het wordt uitgesloten om dit te doen met een afwijkingsmogelijkheid. De wethouder verduidelijkt dat er, waar het kan, wel een uitzonderingsmogelijkheid is. Het lid VON GERHARDT vraagt zich in een interruptie af of de wethouder bedoelt dat er, totdat het beleidskader er is, een volledig verbod komt op vrije uitbouw, met andere woorden een volledige vergunningsplicht. Wethouder VAN WEYENBERG legt uit dat het de bedoeling is het zo op te schrijven dat er altijd de mogelijkheid bestaat om nee te zeggen. Het uitgangspunt wordt dan dat het in principe niet kan, met uitzonderingsmogelijkheden.

De wethouder benoemt nog expliciet dat er voor kangoeroeen zorgwoningen aparte landelijke regels gelden die niet met een beleidskader kunnen worden aangepast. Het lid VON GERHARDT vraagt in een vervolginterruptie waarom de keuze is gemaakt om erfbebouwing tijdelijk volledig vergunningplichtig te maken en niet, zoals voorheen, vergunningsvrij tot 2,5 meter. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat dit de stand van denken is bij het college, maar dat hij deze vraag wel mee terug gaat nemen. De wethouder vult aan dat dit een work in progress is dat misschien eenvoudig lijkt, maar juridisch complex kan zijn. De wethouder overweegt hier in de zomer nog eens bij de commissie op terug te komen. Het lid VON GERHARDT vindt in een vervolginterruptie dat mensen die hun eigen grond hebben vanuit het eigendomsrecht de ruimte moeten hebben om een uitbouw te maken als dit hun leef- of wooncomfort kan verbeteren. Het lid vindt dat ervoor moet worden gewaakt alles vergunningplichtig te maken, ook vanwege de druk op het ambtelijk apparaat. Wethouder VAN WEYENBERG geeft aan dat bij het maken van het beleidskader de impact op capaciteit wordt meegenomen. Het lid VEENHOFF verheldert in een interruptie dat dit debat gaat over de bestemmingsplannen die nu aan de beurt zijn. Voor de rest van Amsterdam is er nog wel haast geboden.

Verder wijst het lid erop dat de regeling om tot 4 meter vergunningsvrij te mogen bouwen bedoeld was om het makkelijker te maken, maar dat dat in de praktijk niet zo is en dat veel mensen met vragen bij de gemeente aankloppen, met inzet van capaciteit en handhaving achteraf als gevolg. Het lid meent dat het verstandig is om dit in de afwegingen mee te nemen. Wethouder VAN WEYENBERG ziet in de interruptie meer

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 7 januari 2026

RO

een oproep dan een vraag, maar vertelt dat het opstellen van een juridisch goed beleidskader ingewikkelder is dan dat het op het eerste gezicht lijkt. Verder wijst de wethouder erop dat de regels die nu in de stadsdelen gelden of in voorbereiding zijn blijven gelden tot het beleidskader er is. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het, samen met de bestuurlijke reactie, agenderen voor bespreking op de raadsvergadering van 18 en 19 februari. 10 Bespreken van de raadsinformatiebrief waarin toezeggingen met betrekking tot ICL uit de commissievergadering van 3 september 2025 en de raadsvergadering van 17 september worden afgedaan. (VN2025-017713) Het lid EMMERIK zegt dat toezegging formeel misschien zijn afgedaan, maar dat voor zijn fractie fundamentele vragen blijven staan. Om te beginnen zegt het college dat het huurcontract tussen ICL en Port of Rotterdam niet kan worden gedeeld omdat een of beide partijen dat niet willen. Het lid betoogt dat de gemeente 100 procent aandeelhouder is van het havenbedrijf en noemt het moeilijk uit te leggen dat een contract met een bedrijf dat structureel regels overtreedt volledig buiten zicht blijft van de Raad. Verder gaat ICL niet in op vragen over de herkomst van de grondstoffen, die volgens het lid onder andere worden gewonnen uit een deel van de Dode Zee dat bij de Westelijke Jordaanoever ligt.

Ook zegt ICL geen witte fosfor te produceren, terwijl openbare gegevens wijzigen op de productie van fosfor gerelateerde dual use stoffen, wat betekent dat deze stoffen zowel industrieel als militair kan worden ingezet. De productie hiervan blijkt ook uit rapportages van ICL zelf. Bewonersgroepen en natuur- en milieufederatie Noord-Holland stelden onlangs dat de conceptvergunning onvoldoende bescherming biedt voor gezondheid en milieu en ook de wethouder zelf heeft een paar weken geleden gezegd dat bij nieuwe overtredingen moet worden overwogen om de fabriek te sluiten. Het lid vindt dat ICL moet stoppen, omdat elke dag dat ICL teveel uitstoot Amsterdammers worden blootgesteld aan giftige stoffen. Het lid vraagt of het college bereid is om zelf actief verifieerbaar onderzoek of onafhankelijke toetsing te doen naar de herkomst van de grondstoffen, ketenrelaties en eindtoepassingen van ICL. Ook wil het lid weten of het mogelijk is het huurcontract tussen ICL en Port of Rotterdam vertrouwelijk in te zien. Het lid VELDHUYZEN sluit zich aan bij de bijdrage van het lid Emmerik. Het lid vraagt zich af welke middelen de gemeente heeft als ICL niet genoeg maatregelen treft om de overlast terug te dringen. Verder refereert het lid aan een stuk van de GGD van 13 oktober 2025.

In dit stuk stelt de GGD enerzijds dat de stoffen die ICL uitstoot de hogere incidentie van longkanker in Amsterdam Noord-West niet verklaren. Anderzijds wordt er gesteld dat bepaalde stoffen die worden uitgestoten door ICL, wel kankerverwekkend zijn. Daarnaast stelt de GGD dat de stankoverlast en de uitstoot van ICL op zichzelf voldoende reden zijn om maatregelen te nemen om de uitstoot fors te verlagen. Het lid zou het toejuichen als er beter zicht komt op de specifieke gevaren voor de gezondheid die worden veroorzaakt door ICL en het lid vraagt zich af hoe het college hierover denkt en of de wethouder bereid is de GGD een specifieke opdracht te geven om dit nader te onderzoeken. Ook vraagt het lid of het college bereid is om een onafhankelijke partij in te schakelen om te onderzoeken of de bewering van ICL, dat zegt geen witte fosfor te produceren, daadwerkelijk klopt. Het lid KONINGS noemt de uitstoot van ICL een hoofdpijndossier, waarbij opvalt dat het bedrijf noodzakelijke maatregelen al jarenlang uitstelt. Als voorbeeld noemt het lid de druppelvanger, waarvan al tien jaar bekend is dat hij niet goed functioneert, en het steeds uitstellen van maatregelen om geuroverlast terug te dringen. Het lid constateert dat het geduld van de bewoners van Amsterdam Noord op raakt.

Het lid is verheugd over de nieuwe zienswijze, waaruit blijkt dat de vergunning op meerdere punten scherper kan en moet, en Volt omschrijft deze zienswijze volledig. Het lid benadrukt dat een mogelijke sluiting van ICL een reële en geloofwaardige optie moet zijn wanneer de uitstoot van zoutzuur niet substantieel omlaag gaat. Het lid is benieuwd of de wethouder over deze zienswijze contact heeft gehad met de Omgevingsdienst, en of de Omgevingsdienst

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 7 januari 2026

RO

bereid is om de vergunning aan te scherpen zodat er sneller en effectiever kan worden gehandhaafd. Het lid TAŞLIYURT deelt mede dat ook D66 grote zorgen heeft over de uitstoot van ICL en sluit zich aan bij de vragen die reeds zijn gesteld. Het lid VAN MUNSTER sluit zich aan bij de betogen die al te berde zijn gebracht. Het lid vindt het goed als er een onderzoek komt naar de vraag of ICL wel of geen fosfor produceert en noemt de weigering om het contract te laten inzien problematisch. Het lid vraagt of het mogelijk is dat onder geheimhouding te doen en vindt dat de tijd van vriendelijk vragen inmiddels wel voorbij is. Het lid refereert aan de brief in tkn6 over onderzoek naar longkanker in Oost en Noord en aan een onderzoek van het IKNL, dat begin 2026 wordt gepubliceerd. Het lid denkt dat de gemeente op basis daarvan stappen moet zetten, eventueel met inschakeling van wethouder Scholtes. Verder constateert het lid dat in 2030 het eerste erfpachtcontract afloopt en in 2040 een aantal anderen. Het lid ziet daarin een mogelijkheid om niet alleen ICL, maar ook andere vervuilende bedrijven weg te krijgen uit het gebied. Het lid is benieuwd naar de reflectie van de wethouder hierop en hoe de wethouder de raad kan betrekken bij de verlenging van deze contracten.

Het lid noemt het onwenselijk dat ineens zou blijken dat contracten zijn verlengd zonder dat de raad zich daarover heeft kunnen uitspreken. Het lid LOCHTENBERG vraagt of de wethouder de roadmap van ICL kent om de overlast van geur en zoutzuur voor de zomer weg te nemen, en of de wethouder deze roadmap steunt. Het lid is benieuwd of de wethouder dat ergens kenbaar heeft gemaakt. Wethouder VAN WEYENBERG dankt de leden voor de vragen en ook de steun voor de in zijn ogen bijzonder strikte zienswijze. De wethouder geeft aan dat hij de vragen over witte fosfor en andere activiteiten van ICL buiten de landsgrenzen niet zal beantwoorden. Hierover zijn door het lid Bakker schriftelijke vragen gesteld die zullen op korte termijn door havenwethouder Van Buren worden beantwoord. Wat betreft de uitstoot en de stank is de wethouder blij dat er een nieuwe vergunning komt. Omdat het scherper kan en moet is er door de gemeente aanvullend een zienswijze opgesteld met vier punten. De wethouder vertelt dat de GGD meerdere zienswijzen heeft ontvangen, waar nog op gereageerd zal worden. De wethouder benadrukt dat ICL zich ook nu aan de regels moet houden. De wethouder geeft aan dat hij de toezeggingen en de roadmaps kent, maar die neemt hij ter kennisgeving aan. Het enige waar de wethouder op oordeelt en stuurt is wat er straks uit de metingen van de Omgevingsdienst blijkt.

Het lid EMMERIK vraagt in een interruptie wanneer de beantwoording van de schriftelijke vragen door wethouder Van Buren kan worden verwacht. Wethouder hoopt de antwoorden over een à twee weken te ontvangen. Het lid VAN MUNSTER bedankt de wethouder in een interruptie voor zijn tomeloze inzet op dit punt en voor de aangescherpte zienswijze. Het lid stelt vast dat de meetresultaten van september nog niet zijn opgeleverd en vraagt of de wethouder kan achterhalen waar deze resultaten blijven. Wethouder VAN WEYENBERG zegt toe hier in de volgende commissievergadering of in de raad op terug te komen. De wethouder licht toe dat de Omgevingsdienst eigen meetcapaciteit gaat opbouwen en is daar blij mee, omdat er een groot tekort is op de markt die de metingen doet. De wethouder benadrukt dat hij niet weet wat de Omgevingsdienst met alle zienswijzen gaat doen, maar dat de Omgevingsdienst de GGD om input heeft gevraagd. Daaruit blijkt dat de huidige uitstoot geen acuut gezondheidsrisico met zich meebrengt en daarom geen juridische grondslag biedt om het bedrijf stil te leggen. De gemeente vindt wel dat als de huidige dwangsommen geen effect hebben er naar zwaarder instrumentarium gekeken moet worden en sluit daarbij stillegging niet uit. De wethouder geeft mee dat het een goed idee zou kunnen zijn om de GGD uit te nodigen.

Wethouder VAN WEYENBERG zegt toe nogmaals aan het Havenbedrijf te vragen het contract openbaar te maken en dat anders te formuleren dan eerst. Ook zal de wethouder daarin de mogelijkheid tot inzage onder geheimhouding meenemen.

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 7 januari 2026

RO

Wethouder VAN WEYENBERG verklaart concreet dat de erfpacht van ICL in 2040 afloopt en dat de gemeente die niet gaat verlengen. De wethouder merkt hierbij op dat ICL dat zelf ook niet van plan is. De wethouder voegt nog toe dat er bij een aantal andere contracten, waar het lid Van Munster aan refereerde, geen sprake is van erfpacht maar van huurcontracten. De wethouder zegt gaarne toe een mondeling of schriftelijk overzicht te geven van de contracten en verlengingsopties in het gebied en merkt daarbij op dat er bij een tussentijds opzeggen van een erfpachtcontract een schadevergoeding aan de orde is, maar dat hij ICL niet gaat betalen voor het zich niet aan de regels houden. Het lid EMMERIK vraagt in een interruptie wat de wethouder denkt van een onafhankelijke toetsing naar de herkomst van grondstoffen en ketenrelaties en dergelijke. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat dit al is opgenomen in de schriftelijke vragen. Het lid VAN MUNSTER vraagt of bij een eventueel bezoek van de GGD aan de commissie ook de Omgevingsdienst kan aanschuiven, zodat duidelijk kan komen over de juridische ruimte die er is om stappen te ondernemen. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat dat aan de commissie is. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor middellange bespreking op de raadsvergadering van 18 en 19 februari.

Grond en Ontwikkeling 11 Bespreken van het onderzoeksrapport van het CDA over het canonpercentage in het Amsterdamse erfpachtstelsel en de onderbouwing van de risico-opslag van 1,5% (VN2025-017282) Het lid LOCHTENBERG betoogt dat uit het onderzoeksrapport blijkt dat de risicoopslag in het canonpercentage niet goed is onderbouwd en te hoog is. Het CDA heeft een aantal ja/nee-raadsvragen gesteld en het lid noemt het uitermate wenselijk dat de wethouder op deze vragen antwoord geeft. Het lid vraagt of de wethouder de raadsvragen alsnog kan beantwoorden. Verder ziet het lid bij de wethouder niet de twijfel die het lid heeft over de gang van zaken en het lid vraagt of de wethouder kan toelichten waarom hij geen twijfel heeft. Het lid vraagt of de wethouder kan toezeggen dat er in de toekomst wordt voorkomen dat de suggestie wordt gewekt dat er externe onafhankelijke hoogleraren worden genoemd, die in de praktijk meeschrijvende adviseurs zijn. Ook vraagt het lid of de wethouder een onafhankelijke review kan doen op de risico-opslag, en het lid dient hier mogelijk een motie voor in. Tot slot stelt het lid voor om een soort raad van toezicht op te richten voor de controle op de grondportefeuille van meer dan 30 miljard euro, die de gemeente als private partij beheert.

Het lid wijst erop dat zo'n raad ook bestaat bij middelgrote banken en beleggers en is benieuwd hoe de wethouder hierover denkt. Wethouder VAN WEYENBERG spreekt zijn waardering uit voor de vasthoudendheid van het lid Lochtenberg op dit dossier. De wethouder stelt dat dit dossier begonnen is in de periode 2014/2015 en dat inmiddels wel bekend is wat iedereen er van vindt. In de raad is uitgebreid gesproken en gedebatteerd over de risico-opslag, en de raad heeft er destijds niet voor gekozen de opslag veel lager vast te stellen. In juridische procedures, tot aan de Hoge Raad, houdt het beleid stand. Volgens de wethouder zijn ja/nee-vragen iets voor spelprogramma's en hij wil daar geen capaciteit in steken. De wethouder vindt oprecht dat met het beantwoorden van vragen en de uitgebreide reactie op het rapport van het lid Lochtenberg alle informatie er is om te kijken naar het verleden en de toekomst. Het lid LOCHTENBERG merkt op dat ten tijde van de vaststelling in de raad niet bekend was dat door een hoogleraar is gezegd dat er geen onderbouwing voor was, dat is pas op 10 december jongstleden bekend geworden. Het lid denkt dat de discussie anders was gelopen als dat eerder met college en raad zou zijn gedeeld. Ook denkt het

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 7 januari 2026

RO

lid dat de rechtspraak hier anders over zal oordelen, en het lid vraagt zich af of de rechters wel volledig zijn geïnformeerd. Wethouder VAN WEYENBERG neemt ferm afstand van de suggestie dat de gemeente willens en wetens informatie bij de rechter heeft weggehouden. De wethouder vertelt dat er destijds en ook na de besluitvorming contact is geweest met de betrokken hoogleraar. Deze heeft informeel gemeld zich uiteindelijk te kunnen vinden in de methode en de door de grondwaardecommissie gehanteerde uitgangspunten, en deze commissie is overigens volledig onafhankelijk. Het lid LOCHTENBERG stelt in een vervolginterruptie dat het rapport van Francke & Frijns, dat tot een andere conclusie kwam dan de grondwaardecommissie, destijds naar de gemeente ook als onafhankelijk is gepresenteerd terwijl de geopenbaarde documenten wijzen op een ander proces. Het lid vraagt of de voorzitter van de grondwaardecommissie nog steeds achter de risico-opslag staat. Wethouder VAN WEYENBERG meent dat het lid Lochtenberg het beeld dat er sprake is geweest van een bewuste strategie is geweest om een veel te hoog erfpachtkanon gebaseerd op een veel te hoge risico-opslag vast te stellen niet kan afschudden. Het is niet het beeld van de wethouder. Verder noemt de wethouder het uitzonderlijk om iemand vele jaren na de afronding van een rapport te vragen of hij er nog steeds achter staat.

De wethouder wijst erop dat door de jaren heen steeds door de voorzitter van de grondwaardecommissie is bevestigd achter het rapport te staan. De wethouder vertelt dat het college niet van plan is de rekenregels te veranderen, omdat die zijn ontstaan uit een formule van de grondwaardecommissie, die in onafhankelijkheid door hen is opgesteld en in transparantie is gedeeld. Dat laat onverlet dat er misschien dingen anders hadden gekund op, maar de wethouder twijfelt niet aan de onafhankelijkheid en de professionaliteit van deze experts. Het lid LOCHTENBERG meent in een interruptie dat de wethouder door de beantwoording van feitelijke vragen het beeld kan rechtzetten, en zichzelf door het niet beantwoorden deze mogelijkheid ontneemt. Wethouder VAN WEYENBERG noemt dit de wereld op zijn kop en wijst erop dat het rapport van het lid Lochtenberg losse zinnen en insinuaties bevatte en dat hij een uitgebreide, met feiten onderbouwde, reactie op dit rapport heeft gestuurd. De wethouder gaat graag de inhoudelijke discussie aan over de hoogte van de canon, maar vindt dat de zoektocht van het lid arbeids- en tijdsintensief is terwijl er veel ander belangrijk werk is in het belang van alle mensen die een erfpachtcontract hebben. De wethouder benadrukt dat de risico-opslag slechts een van de variabelen is in de formule, en wil er voor waken dat de discussie alleen over deze variabele gaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16523743/1