CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

202512 opvolging lhbtiqa+ gerelateerde incidenten in Amsterdam

RAAD 19 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de onderzoeken naar aard, omvang en opvolging anti lhbtiq+geweld en voortgang ActieplanVN2026-00156215.643 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Die kan uitleggen hoe het proces bij de politie verder gaat of vragen of er nog aanvullingen zijn voor de aangifte. Uit de gesprekken met de slachtoffers komt het belang van de aanpak van de politie in het eerste contact sterk naar voren. Zo vertelde een geïnterviewde dat die direct na het bellen met de politie een afspraak kreeg voor een paar dagen later. Een agent van Roze in Blauw kwam bij diegene thuis, wat de respondent zeer waardeerde, net zoals de prettige houding en benadering van de agent. “Hij was er echt helemaal, werd ook niet gestoord met telefoon. Wat ik heel erg waardeer. Hij was helder, ontwapenend, direct.” – slachtoffer “Ik heb ook nog contact gehad met Roze in Blauw, een iemand is heel erg belangrijk geweest voor mij die heeft zich zo voor mij ingezet daar ben ik hem echt eeuwig dankbaar voor. En hij zei mocht je nog in problemen komen vraag dan naar mij, dat gaf me zo een warm gevoel dat ik echt werd gezien.” – slachtoffer

24

Het belang van gehoord voelen, blijkt ook sterk uit de momenten waar mensen dit niet ervaarden. Zo vertelde een van de slachtoffers dat die zich in het contact met een projectleider Veiligheid vooral een vinkje had gevoeld. “Echt de boodschap die ik kreeg van dat gesprek was dat ik me meer moet mengen in de gemeenschap hier [de buurt waar die woont]. Dat het aan mij lag [..] om op te komen voor zichtbaarheid of om te vertegenwoordigen. Of mijn subcultuur. Ik moest iets gaan doen.” – slachtoffer Een pijnpunt is dat lang niet alle slachtoffers contact willen met de gemeente of de politie, bijvoorbeeld omdat het slachtoffer angstig is en/of niet gezien wil worden met de politie. Doordat het slachtoffer centraal staat betekent dat soms ook dat het slachtoffer uit eigen wens geen hulp krijgt vanuit de organisaties. “Je bent erg afhankelijk van wat het slachtoffer wilt, ze zijn te angstig. Je wordt zelden teruggebeld als je jouw gegevens achterlaat. Doen ze dat wel, dan kun je dingen gaan organiseren en doen. Dat vind ik het moeilijkste.” – professional van de gemeente “Hij wilde ook niet de wijkagent over de vloer want: ‘dan zien ze dat ik de politie te woord sta, dan sta ik helemaal 26-0 achter.’ Die impact is gewoon heel groot.” – professional van de gemeente

3.2 Contact met verschillende instanties na melding komt als positieve verrassing De gesproken slachtoffers waardeerden het zeer dat de gemeente contact met hen opnam nadat ze hun incident gemeld hadden bij de politie. De twee respondenten bij wie het incident relatief recent was voorgevallen waren beiden blij verrast en voelden zich gezien door de gemeente in de impact die de incidenten op hen hadden. Een van de twee respondenten heeft hier toestemming voor gegeven. De andere respondent kon zich niet herinneren of dit het geval was. “Dus in die zin was ik verrast dat zoveel instanties zich over kleine aanvaring bezorgd maken. Het voelde heel fijn als die aandacht die ernaar toeging om zelfs deze kleine misdaad aan te pakken.” – slachtoffer “Ik vond het wel ontroerend. Ik vond het wel wow. […] Gemeente Amsterdam heeft nog nooit ene [..] voor ons gedaan. […] Nu kan ik het tegenovergestelde vaststellen. Dat vind ik wel aangrijpend, dat jullie er wel zijn. Ik vind het aangrijpend dat jullie er op dit punt wel zijn. […]. Wij hadden heel lang van ‘wat doet Amsterdam voor ons?’, en nu zijn jullie er op een essentieel levensgebied.” – slachtoffer Dit geldt ook voor de opvolging die Discriminatie.nl en Slachtofferhulp bieden. De mensen lijken na hun incident een dergelijke opvolging niet te verwachten en zijn blij en verrast dat het wel aandacht krijgt.

Een respondent beschrijft het contact met Slachtofferhulp als open, buitengewoon aardig en invoelend. Het slachtoffer hoorde niet het protocol, maar wel iemand die getraind is. Niet altijd is opvolging nodig, bijvoorbeeld omdat iemand al een vorm van therapie heeft, maar het gebaar wordt gewaardeerd. Dit wordt onderstreept door het gesprek met iemand die deze proactieve ondersteuning niet ontving (vóór het

25

handelingskader) en wel heel veel behoefte had gehad aan meer outreachende hulp. Diegene geeft ook aan dat alleen al een telefoontje fijn was geweest. “We zijn geen nummer. Even een belletje dat doet wonderen.” – slachtoffer Door de projectleiders Veiligheid wordt ook een pijnpunt benoemd. Zo vindt de nazorg vanuit de gemeente vaak kort op het incident plaats. Dit is echter niet altijd ideaal, omdat het proces bij de politie bijvoorbeeld nog loopt, maar ook omdat de impact van een incident soms pas later doordringt tot een slachtoffer. Dit werd ook genoemd door een van de geïnterviewde slachtoffers. Op een later moment had het slachtoffer graag nog hulp ontvangen. “Dit heb ik wel begrepen van de slachtoffers: Jullie waren wel meteen ter plaatse maar eigenlijk daalde de impact pas later. En toen hebben we jullie gemist. Dan is er wel een vraag om toch na een maand of twee dat je dan nog gaat nabellen. Ik kan me voorstellen dat het niet overbodige luxe is als we dat zouden doen. Maar ik kan as we speak, in dit gesprek zeggen dat we dat nog nooit hebben gedaan. Want bij mij is dat nog niet voorgekomen.” – professional van de gemeente

3.3 Ervaringen met politie wisselend Bij het contact van slachtoffers en politie is het vooral belangrijk met wie bij de politie het slachtoffer contact heeft. Er zijn agenten bij de politie die meer sensitiviteit hebben met het onderwerp en het slachtoffer daar beter bij kunnen ondersteunen. Zowel de partnerorganisaties als de slachtoffers benadrukken het belang van Roze in Blauw als het gaat om de opvolging van lhbtiqa+ gerelateerde incidenten. De drie slachtoffers hebben om verschillende redenen melding gedaan van het incident waar zij slachtoffer van waren. Daarbij komt het belang van Roze in Blauw duidelijk naar voren, bijvoorbeeld omdat dat zij als toegankelijk, oprecht en behulpzaam werden ervaren. Er wordt ervaren dat de agenten van Roze in Blauw zich goed kunnen inleven in de situatie van het slachtoffer, waarbij dit bij andere agenten niet altijd zo is. “Die melding wordt aan het dossier toevoegend en dat helpt. Dat er meerdere organen zijn die laten zien dat hetgeen waar je je klacht over doet; dat het serieus genomen moet worden.” – slachtoffer “Ik denk dat Roze in Blauw gewoon dat beter aanvoelt. Omdat het zelf ook mensen zijn uit de lhbt+-gemeenschap, dus die weten hoe dat is.

En dan wil ik de reguliere politie niet tenietdoen maar ik denk dat ze daar wat meer naar moeten kijken.” - slachtoffer Een van de slachtoffers benoemt dat die niet goed geholpen is bij de politie. Zo werd gecommuniceerd dat het slachtoffer zonder afspraak een aangifte kon doen, terwijl dit later niet het geval bleek te zijn. Tijdens de aangifte bleek dat de informatie die die had gekregen over het opstellen van een letselschaderapport en de anonimiteit bij een aangifte ook onjuist te zijn geweest. “Hij zei dat je de volgende dag gelijk naar het bureau kon en gelijk aangifte kon doen. Die informatie is niet goed [..]. Dus dat voelde een beetje tegenstrijdig en een beetje raar. Ik voelde me niet echt gezien en gehoord door de politie die de volgende dag zei van hee je moet een afspraak maken.” – slachtoffer

26

Professionals van Discriminatie.nl en Slachtofferhulp merken ook dat slachtoffers zich niet altijd gehoord voelen door de politie. Als slachtoffers zich niet gehoord voelen of onjuist bejegend zijn door de politie dan ondersteunen de organisaties ze bij het indienen van een klacht of het doen van aangifte. “Behalve dan misschien als je meegaat met een aangifte. Ja en dat is niet per se altijd even fijn. Daar zitten wel wat haken en ogen aan zeg maar.” – professional van maatschappelijke organisatie

3.4 Ervaren gebrek aan handvatten en capaciteit vanuit partnerorganisaties De professionals van de gemeente ervaren dat ze een bij de opvolging gebrek aan handvatten hebben. Professionals van de gemeente benoemen dat ze concreet niet veel te bieden hebben naast een luisterend oor, aangeven dat het thema belangrijk is of een bos bloemen sturen. Het nare gevoel of gevoel van onveiligheid kunnen ze niet wegnemen. Ook benoemt een van de projectleiders Veiligheid dat er na een incident weleens een camera is geplaatst, maar dat er dan toch nogmaals een incident plaatsvindt. Ze vinden het lastig aan te geven wat er nog extra nodig zou zijn. “Eigenlijk hebben we bij de gemeente concreet niet heel veel te bieden, behalve een luisterend oor en uit te leggen dat we het een heel belangrijk thema vinden. En dat we er dus beleidsmatig wel heel veel aan doen. Maar we kunnen niet het rotgevoel weghalen, maar dat helpt ook wel. Dat ze weten we worden wel gezien en het staat wel op de agenda.” – professional van de gemeente “Bij mij is het, je wilt nazorg bieden maar dat de middelen beperkt zijn. Dit heb ik eerder geroepen, bij het opstellen hiervan [refereert naar handelingskader]. Er moet een instrumentenkoffer zijn met middelen en materiaal dat je kan gebruiken, net zoals bij de treiteraanpak. Dat hebben we nu niet voor het slachtoffer.

Dat vind ik eigenlijk best wel lastig.” – professional van de gemeente Eén van de respondenten die zelf een incident had meegemaakt, noemde ook expliciet dat die het jammer vond dat vanuit de gemeente weinig opvolging aan diens verhaal was gegeven. Die had graag gezien dat de gemeente bijvoorbeeld een buurtdiscussie of een bijeenkomst tussen bewoners over inclusie en diversiteit had georganiseerd. Een andere respondent gaf aan dat die behoefte had aan een nieuwe woning, maar dat een urgentieverklaring lang op zich liet wachten. De respondent bij wie de incidenten hadden plaatsgevonden vóór het handelingskader geeft aan dat die ook nu het zeer zou waarderen als de gemeente -en dan vooral de burgermeester- met het slachtoffer en de community in gesprek zou gaan. “Ik weet: na dat incident is door ondernemers iets geregeld. Zoiets zou ik wel fijn vinden voor LGBT+ bewoners in de buurt om bij elkaar te komen met ondernemers en gemeente om inclusie en diversiteit te bespreken.” – slachtoffer Professionals van de gemeente geven aan dat slachtoffers vaak de behoefte hebben aan meer politie op straat. Dit kan bijdragen aan het verminderen van het nare en onveilige gevoel bij slachtoffers. Na het incident is hun veiligheidsgevoel sterk gedaald en meer politie

27

kan dat gevoel vergroten. Echter hebben professionals van de gemeente en slachtoffers het idee dat er bij de politie en handhaving niet genoeg capaciteit om dit overal te surveilleren. “Ik weet wel dat ze te weinig mankracht hebben bij de politie maar dat is toch niet mijn probleem. Ik begrijp het wel maar dan zou de overheid wat meer politie moeten aannemen. Er moet echt meer Blauw komen en ik vind ook dat de politie kordater moet optreden.” – slachtoffer “Wij zijn afhankelijk van partijen om bijvoorbeeld veiligheidsgevoel terug te brengen of te creëren. Dan denk je aan, wat veel bewoners zeggen: politie op straat, handhaving op straat. Zijn partijen die heel krap zitten qua capaciteiten, dat is iets wat wij niet kunnen oplossen. Je merkt wel dat je dat niet kan bieden en dat vind ik wel lastig. Als mensen op straat wat meer handhaving zien, dat helpt al gewoon.” – professional van de gemeente De politie herkent en benoemt zelf ook de wens voor meer capaciteit. Ze geven aan meer tijd nodig te hebben voor hun taken. Naast het opvolgen van meldingen, is er voor Roze in Blauw agenten ook tijd nodig voor het onderhouden van het Roze in Blauw-netwerk. Dit kan er dan bij inschieten. Een andere agent benoemt dat meer toezicht fijn is, maar dat niet alle incidenten voorkomen kunnen worden. Er zullen beperkingen blijven.

“Je kan het toch niet 100 procent voorkomen, wat je wel duidelijk kan maken is dat er toezicht is en dat het onze aandacht heeft. Je kan als handhaving niet de hele dag aanwezig zijn, dat kan gewoon niet.” – politie Vanuit de politie wordt nog de behoefte uitgesproken voor een organisatie die zich meer richt op personen die zijn gevlucht met een lhbtiqa+ achtergrond. Ze missen nog een partij die deze groep goed kan bereiken en ondersteunen. “Wat je nu bijvoorbeeld ook ziet in het COA, daar zitten allemaal mensen bij elkaar die niet bij elkaar horen te zitten. Je hebt veel lhbtiqa+-vluchtelingen in COA’s en dat gaat absoluut niet samen met andere mensen die gevlucht zijn. Daarvoor zou je een organisatie willen hebben die die specifieke groep gaat helpen.” – politie

3.5 Verwachtingsmanagement soms lastig Er kan niet altijd aan behoeften van slachtoffers worden voldaan, merken de partnerorganisaties op. Soms zijn er verwachtingen die de organisaties niet kunnen waarmaken zoals het regelen van een nieuwe woning voor het slachtoffer of juist voor de dader, continue aanwezigheid van de politie, het ontslaan van de dader. Een andere verwachting gaat over de gewenste frequentie van het contact, maar door beperkte capaciteit is dit niet altijd mogelijk. De partnerorganisaties proberen hierbij wel aan verwachtingsmanagement te doen. Voor bepaalde hulp kunnen ze enkel doorverwijzen. “Dat je er in het vierde of vijfde gesprek achter komt dat iemand via ons denkt een nieuwe woning te kunnen krijgen. Dan is het nog moeilijk om een relatie te herstellen. Je hebt dan beiden energie zitten in het contact en de client is dan toch teleurgesteld.” – professional van een maatschappelijke organisatie “Ik denk dat het ook een beetje te maken heeft met ons eigen verwachtingsmanagement. Wat we wel proberen goed te geven aan het begin. Maar als een melder zegt: het is

28

discriminatie en iemand moet ontslagen worden. Dan snap je wel het sentiment maar dan weet je ook dat we dat niet waar kunnen maken. Dat probeer je wel in het begin als iemand het verhaal vertelt, het uit te leggen.” – professional van een maatschappelijke organisatie Een verwachting geldt specifiek voor de politie, namelijk het straffen van de dader. Soms kan, ondanks dat er een signalement of videomateriaal is, een zaak geseponeerd worden. Dit vraagt extra uitleg vanuit agenten: “Dan probeer ik ook uit te leggen wat we hebben gedaan met het filmpje, dat wordt gedeeld met collega’s op het bureau. Als dat niks oplevert wordt het door de hele stad gedeeld met collega’s. Maar als niemand de dader herkent, dan kan die nog zo goed erop staan, maar dan komen we nog niet verder. En dan is het helaas weer door met de volgende zaak. En ik kan me best voorstellen dat dat teleurstellend is voor mensen die aangifte doen. Dus dat probeer je dan ook een beetje uit te leggen hoe dat dan werkt.” – politie De teleurstelling is ook ervaren door een van de slachtoffers. Het slachtoffer gaf aan dat het incident waarschijnlijk gefilmd is, maar de politie gaf aan dat er geen beelden waren. “Het is voor die bank gebeurd en toen ik gebeld had naar de politie en gezegd dat er overal camera’s hingen.

En dan krijg ik te horen dat er geen beelden zijn, dan denk ik dat kan toch niet want er hangen allemaal camera’s. Ik had bijna het idee dat er gewoon geen moeite werd gedaan.” – slachtoffer

29

4 Bekendheid en gebruik handelingskader

Het handelingskader dat is opgesteld voor de opvolging van incidenten tegen (personen binnen) de lhbtiqa+ gemeenschap is een van de aanleidingen van dit onderzoek. In dit hoofdstuk gaan we in op de bekendheid en het gebruik van het handelingskader. De volgende uitgangspunten uit het handelingskader worden hierin besproken: 5.

De projectleider Veiligheid heeft een coördinerende rol en ziet erop toe dat afspraken gericht op herstel en nazorg van het slachtoffer worden nagekomen.

4.1 Handelingskader is bekend bij partnerorganisaties Elk van de gespreksdeelnemers is bekend met het handelingskader. In een aantal gesprekken werd hier spontaan aan gerefereerd. Een gespreksdeelnemer benoemt dat ze hier ook bij nieuwe collega’s op wijzen. Niet elke gespreksdeelnemer is echter bekend met de inhoud van het handelingskader of dat het handelingskader ook voor hun werk van toepassing is. De meeste professionals kunnen zich wel vinden in de stappen en focus in het handelingskader. Een aantal agenten benoemt dat het goed is dat het gericht is op slachtoffers, maar houdt zich zelf meer bezig met het strafrechtelijke proces. In de woorden van een gespreksdeelnemer: “Het is wel heel erg gericht op slachtofferzorg en dat is ook goed. En wij zijn natuurlijk heel erg gericht op het pakken van de dader en zorgen dat die aangifte goed wordt gedaan. [..] En dat is logisch ook.” – politie “Wat ik vind dat we heel goed doen, is dat we altijd het slachtoffer heel centraal stellen. Focus ligt wel echt op het slachtoffer. Tuurlijk vind ik het interessant te horen of er een opsporingsindicatie is, of dat er goede camerabeelden zijn. Dan ben je blij om te horen dat iemand gestraft wordt, maar binnen het hele handelingskader draait het echt om het slachtoffer.” – professional van de gemeente

4.2 Wisselend gebruik handelingskader Een aantal gespreksdeelnemers benoemt dat het handelingskader een hulpmiddel is om het thema onder aandacht te brengen. Het biedt de mogelijkheid om scherper te zijn of er sprake is van een lhbtiqa+ gerelateerd incident en het belang van de opvolging te benadrukken. Professionals bij de politie en de gemeente noemen ook dat er sneller actie wordt ondernomen door de politie als het label lhbtiqa+ aan een incident vastzit. Ook wordt het sneller gemeld aan andere organisaties en het bestuur is alerter. “Het heeft ook extra de aandacht. Als er sprake is van geweld tegen deze gemeenschap wordt het wel sneller als piketmelding gemeld. En de politie heeft er ook meer aandacht voor.” – professional van de gemeente

30

“Wel bekend mee maar kan niet opnoemen hoe of wat. Ik weet dat het allemaal gevoelig ligt en dat er veel aandacht aan besteed wordt vanuit alle partijen.” – politie In het daadwerkelijke gebruik van het handelingskader is er verschil tussen organisaties, maar ook binnen organisaties. Slachtofferhulp maakt geen actief gebruik van handelingskader, en heeft geen contact met anderen hierover. De meeste projectleiders Veiligheid benoemen dat ze al voor het opstellen van het handelingskader op deze manier werkten. Ze zijn, ook bij andere incidenten, verantwoordelijk voor het oppakken van de eerste nazorg voor slachtoffers van incidenten en het doorverwijzen naar de juiste partijen. Een nieuw aspect voor een aantal projectleiders is het contact opnemen met het Discriminatie.nl. Ook een aantal agenten benoemt dat ze al 20 jaar werken volgens de richtlijnen van het handelingskader. In die zin is hun werk niet veranderd sinds de invoering van het handelingskader. “Het handelingskader is opgesteld, maar was voor ons helemaal niet nieuw. We werkten tot 95% al op deze manier. Alleen dit [doorgeven van gegevens slachtoffers] is nou een van die punten wat we nog iets beter hebben afgesteld met elkaar.” – professional van de gemeente “Eigenlijk, zonder dat het op papier stond, werken we al 20 jaar zo. Niks nieuws.

Vijf jaar geleden als er een incident zou zijn, zou je ook je teamleider en het stadsdeel benaderen.” – politie Andere agenten benoemen echter dat ze het handelingskader niet specifiek gebruiken bij de opvolging van incidenten. Het lijkt daarbij te verschillen per stadsdeel. In de stadsdelen waar minder incidenten plaatsvinden, zou ook minder gebruik gemaakt worden van het handelingskader. Bovendien zeggen een aantal agenten dat ze het niet toepassen bij elk incident. Een agent benoemt bijvoorbeeld dat die niet elk incident meldt bij de gemeente, maar met name grotere en ‘in het oog springende incidenten’ of als er onrust in de buurt is of in de media. “Er is niet echt een vast draaiboek voor dit soort incidenten. Het is ook gewoon kijken wat speelt er en wat kunnen we als politie daarin betekenen. [..] Vaak ligt het initiatief ook bij de collega’s van Roze in Blauw.” – politie “Ik meld niet elk incident. Ik meld alleen de wat grotere en in het oog springende incidenten. Kleine incidenten meld ik niet eens of meld ik in het eerstvolgende BTO-overleg wat 1x in de week plaatsvindt. Ik ga dan niet direct het stadsdeel bellen.” – politie Daarnaast noemen een aantal organisaties dat af en toe niet iedereen op de hoogte is dat ze elkaar in kennis moeten stellen of dat ze moeten doorverwijzen. Zo wordt soms vergeten te verwijzen naar Discriminatie.nl.

Op andere momenten wordt vergeten het stadsdeel te informeren. “Bureau van Discriminatie moet in kennis gesteld worden. Heel veel collega’s weten dit niet. Ik vergeet het ook weleens. Projectleider Veiligheid nemen we altijd contact op. En ligt er ook aan hoe ernstig het incident is.” – politie Door onder andere de verschillen tussen de stadsdelen vraagt een professional zich af of het handelingskader genoeg gewaarborgd is. De professional kent niet voor elk stadsdeel de

31

projectleider Veiligheid. Het lijkt nu erg van de persoon af te hangen is of er sprake is van het delen van informatie. Een verbetering zou kunnen zijn om voor ieder stadsdeel een vast contactpersoon bij de gemeente per stadsdeel te hebben en een structureel overleg in te plannen, misschien ook alle stadsdelen bij elkaar. “Ieder stadsdeel doet het ook anders. Sommige stadsdelen hebben wel een projectleider Veiligheid en sommige niet. Sommigen zijn wel specifiek met lhbtiq+ bezig en sommigen niet. Ik denk dat het ook binnen de stadsdelen dat daar de verdeling te groot is. Het is geen vastgezette functie ofzo.” – professional van een maatschappelijke organisatie

4.3 Regie nazorg projectleiders Veiligheid Volgens het handelingskader coördineren de projectleiders Veiligheid van de gemeente Amsterdam de nazorg voor slachtoffers. Door de projectleiders wordt, zoals hierboven benoemd, gezegd dat ze al gewend waren om op deze manier te werken. Het coördineren is met name het doorverwijzen naar andere organisaties. Nadat er is doorverwezen naar andere organisaties, is het contact van de projectleiders met de slachtoffers vaak ten einde. De projectleiders Veiligheid weten dus in veel gevallen niet hoe de nazorg vervolgens verloopt en hoe dat wordt ervaren door slachtoffers. Niet elke projectleider Veiligheid ziet het als hun taak om die nazorg verder te volgen. In sommige gevallen is een andere gemeentelijke collega eerder betrokken, bijvoorbeeld van Jeugd en Veiligheid of Sociale Veiligheid. Een van de projectleiders vindt dat de regie van de nazorg eigenlijk bij het slachtoffer ligt. Als het slachtoffer niets wil, gebeurt er niets. Een van de projectleider ziet het nadrukkelijk wel als diens taak: “Dat heeft ermee te maken met dat als meldingen bij jou terecht komen en je hebt zelf de intensieve gesprekken met slachtoffers en je gaat van daaruit kijken wie er nog meer betrokken moeten worden, dat je ook een verantwoordelijkheid hebt dat dat goed gaat.

En dat je ook zorgt dat de afronding goed verloopt en dat je zorgt dat mensen bij jou terecht kunnen na afloop. Dus het lijkt me niet meer dan logisch.” – professional van de gemeente Een van de projectleiders benoemt dat het prettig is om de regie over de nazorg te hebben, omdat het praktische informatie oplevert voor diens baan. Deze informatie kan vervolgens weer gebruikt worden voor andere acties. In dit gesprek wordt wel benoemd dat het de vraag is of het logisch is dat de regie bij deze rol ligt. De baan is vrij praktisch terwijl voor dit type gesprekken bepaalde sociale vaardigheden nodig zijn. In de woorden van een van de gespreksdeelnemers: “Is het logisch dat dat deel van de nazorg bij een functie ligt die redelijk praktisch van aard is? Misschien kan het een goede aanvulling zijn, maar dan moeten er wel trainingen komen.” – professional van de gemeente “Het enige wat wij lastig vonden is dat wij er ook op moeten toezien dat alle zorg goed aankomt. Dat is tijdrovend. Onze agenda’s lopen al over. Het is voor ons net te veel om te checken of partijen die je inschakelt hun werk goed doen. Daar ga je gewoon vanuit dat als je een partij inschakelt die daar verstand van heeft, dat die dat gewoon doen. Dan kunnen wij dat gewoon loslaten.” – professional van de gemeente

32

5 Samenwerking partnerorganisaties

In het handelingskader zijn er verschillende organisaties opgenomen die samenwerken in de opvolging van lhbtiqa+ gerelateerde incidenten. In dit hoofdstuk wordt er beschreven hoe de samenwerking tussen de verschillende organisaties verloopt. De samenwerking tussen de gemeente, politie, Slachtofferhulp en meldpunt Discriminatie.nl worden besproken. De volgende uitgangspunten uit het handelingskader worden hierin besproken: 3.

De politie, projectleider Veiligheid van het stadsdeel en Discriminatie.nl werken nauw samen om het slachtoffer zo goed mogelijk te ondersteunen en te informeren.

5.1 Contact tussen stadsdelen kan beter Vanuit de gemeente Amsterdam zijn projectleiders (Sociale) Veiligheid gesproken over hoe ze de samenwerking met andere collega’s binnen de gemeente ervaren als het gaat om de opvolging van lhbtiqa+ gerelateerde incidenten. Binnen de gemeente verloopt de samenwerking goed, volgens de professionals. Het stuk nazorg van de slachtoffers ligt vooral bij de projectleiders Veiligheid en de preventieve kant verloop juist meer in samenwerking met andere collega’s. De professionals geven aan dat het thema lhbtiqa+ hoog op de agenda staat in de stad en dat ze dat ook merken als ze samenwerken met andere collega’s binnen de gemeente. Wel kan dit per afdeling of stadsdeel verschillen. “We hebben een stadsdeelvoorzitter die het een heel belangrijk onderwerp vindt […]. Als collega’s tegen een lhbtiqa+ incident aanlopen, dan weten ze me allemaal te vinden.”– professional van de gemeente De projectleiders Veiligheid werken elk in een eigen stadsdeel en geven aan dat er tussen de verschillende stadsdelen weinig contact is. Dit zien ze als een verbeterpunt om zo te weten hoe in andere stadsdelen wordt omgegaan met lhbtiqa+ gerelateerde incidenten en ze van elkaar te kunnen leren. “Als stadsdeel ben je best een eigen eilandje. Soms is het echt zonde dat we niet meer samenwerken. Of onze geoliede machine hetzelfde is als in andere stadsdelen.

Dat zou ik echt niet weten. Soms weet je niet eens hoe ze in andere stadsdelen dingen hebben geregeld […]. Ik denk dat er veel meer te halen is.” – professional van de gemeente Professionals vanuit de politie ervaren de samenwerking met de gemeente overwegend als goed. De politie heeft in hun werk vaak contact met gebiedsmakelaars, handhaving en projectleiders Veiligheid. Dit is niet per se altijd gerelateerd aan het lhbtiqa+ thema. Ook zijn er bijeenkomsten met de gemeente over het thema lhbtiqa+. De politie geeft aan dat zij vooral het strafrechtelijke proces regelen en dat ze contact opnemen met de gemeente zodat er binnen de woonbuurt hulp wordt geboden aan de slachtoffers. In hoeverre dit wordt opgepakt door de projectleiders Veiligheid hangt volgens de politie af van de persoon. Over het algemeen geeft de politie aan dat de projectleider Veiligheid wel betrokken en benaderbaar zijn, met hen hebben ze ook veel contact.

33

“Wij doen de strafrechtelijke afhandeling, maar ik wil dat die veiligheidscoördinator ook zijn ding gaat doen. Die gaat dan straatcoaches regelen of buurtvaders inzetten. En de ene veiligheidscoördinator is wat beter dan de ander of wat meer betrokken.”– politie Het contact tussen Discriminatie.nl en de gemeente heeft wel een aantal verbeterpunten. Het meldpunt Discriminatie.nl geeft aan dat ze wel worden geïnformeerd door de gemeente over incidenten en dat er soms slachtoffers worden doorverwezen. Ze geven echter aan dat het doorverwijzen en informeren van beide kanten nog te weinig gebeurt. Het meldpunt geeft aan dat er ook vanuit hun meer geïnvesteerd kan worden in de samenwerking met de gemeente. Zo geven ze aan dat er bijvoorbeeld vaker geïnformeerd kan worden of slachtoffers zich ook bij het stadsdeel hebben gemeld na een incident zodat de gemeente wordt aangehaakt. “Er is wel contact: er wordt soms ook gezegd van hee ik heb een melder, kunnen jullie misschien daar contact meehebben of nazorg. Het gebeurt wel maar het is wel veel te weinig voor de gesprekken en de afspraken die er eigenlijk gemaakt zijn.” – professional van een maatschappelijke organisatie

5.2 Samenwerking met politie overwegend positief De verschillende partnerorganisaties werken intensief samen met de politie. De meeste meldingen over incidenten komen zoals eerder genoemd via de politie binnen. Binnen de politie zelf geven de wijkagenten ook aan dat ze tevreden zijn over de samenwerking met de agenten van Roze in Blauw. Ze verwijzen slachtoffers van lhbtiqa+ incidenten daarnaar door omdat er veel expertise over de lhbtiqa+ gemeenschap bij deze agenten is. Wel geven enkele professionals bij de politie aan dat er soms ook wat ongemak wordt ervaren binnen de eigen organisatie om prioriteit te geven van lhbtiqa+ zaken als deze via Roze in Blauw worden aangedragen. “Als je een rechercheur bent en je werkt aan tien zaken en er komt opeens iemand van Roze in Blauw met een nieuwe zaak en die zegt ja deze heeft prioriteit. Dan denkt die ja, ik krijg dit niet weggewerkt en hier zitten ook belangrijke zaken tussen.”- politie “Er zit daar expertise en persoonlijke ervaringen. Dus die hebben er gewoon veel meer zicht op wat het teweeg kan brengen. In ons district hebben we een vast aanspreekpunt bij Roze in Blauw en dat is prima. Je hebt korte lijntjes met elkaar.

Dat je gewoon weet: als ik dingen heb die ik kwijt moet dan pakken ze het snel op.” – politie Discriminatie.nl zit in een regionaal overleg met betrekking tot discriminatie samen met de politie en andere partners. Dit gaat over alle vormen van discriminatie, maar de lhbtiqa+ gerelateerde incidenten kunnen hier ook aan bod komen. Verder ontvangt het meldpunt ook cijfers van de politie met betrekking tot discriminatie. Het meldpunt heeft verder niet heel veel contact met de politie. Ze hebben bijvoorbeeld ook niet specifiek met Roze in Blauw contact. Vanuit Slachtofferhulp is er vooral indirect contact met de politie. De politie verwijst slachtoffers door naar Slachtofferhulp. Vanuit Slachtofferhulp wordt aangegeven dat dit erg goed gaat omdat er in het aangiftedocument van de politie een vakje staat waarbij slachtoffers naar Slachtofferhulp worden verwezen.

34

“Slachtofferhulp bestaat nu 35 of 40 jaar en de samenwerking met de politie is heel nauw, dus zij hebben een aanmeldformulier en daar staat ook een hokje met Slachtofferhulp. Als ze alles nalopen dan kunnen ze er haast niet omheen.” – professional van een maatschappelijke organisatie De professionals van de gemeente geven aan dat de samenwerking met de politie over het algemeen goed verloop. De politie informeert de gemeente als er lhbtiqa+ gerelateerde incidenten plaatsvinden. Ook hebben sommige professionals van de gemeenten wekelijks casusoverleg met de politie over de lhbtiqa+ gerelateerde incidenten. “Politie voelt bijna niet eens meer extern. Onderdeel van de dagelijkse bezigheden.” – professional van de gemeente

5.3 Weinig contact met Discriminatie.nl regio Amsterdam De samenwerking tussen de verschillende partners met Discriminatie.nl bestaat voornamelijk uit het doorverwijzen van slachtoffers naar het meldpunt. De politie, professionals van de gemeente en Slachtofferhulp geven aan dat ze weinig contact hebben met het meldpunt. Ze verwijzen slachtoffers soms door. Een professional van de politie in een specifiek stadsdeel geeft aan dat ze een protocol hebben waarbij ze alle partners informeren als er een incident heeft plaatsgevonden. Daarbij worden zowel de gemeente, Slachtofferhulp en Discriminatie.nl ingelicht na een incident. “Met het meldpunt Discriminatie hebben we eigenlijk geen of weinig contact. We kennen elkaar wel en weten elkaar ook te vinden. Er wordt niet veel direct naar ons doorgezet, naar Roze in Blauw.” – politie De politie geeft aan dat ze slachtoffers naar Discriminatie.nl verwijzen omdat het belangrijk is dat er meldingen worden gemaakt maar ook dat slachtoffers zich gehoord voelen. “Discriminatie.nl is ook voor ‘ik voel me niet gehoord door de overheid, ik voel me niet gehoord door de politie, het OM doet niet wat ze moet doen’. Maar ook binnen andere overheidsafdelingen kan Discriminatie.nl wat doen.

Die is niet voor de vervolging, maar kan wel op een andere manier helpen.” – politie Daarbij benoemt Slachtofferhulp dat het meldpunt belangrijk is omdat het aantal incidenten in kaart wordt gebracht maar ook dat ze kunnen helpen bij de aangifte. “Het beeld wat ik daarbij heb is dat zij in kaart brengen van de incidenten die in de stad gebeuren zodat daarop kan worden ingezet. Dat is wat ik vaak uitleg aan de client en dat ze dus ook zouden kunnen helpen bij een aanvulling van discriminatie bij de aangifte. Maar zelf heb ik geen contact opgenomen met hen.” – professional van een maatschappelijke organisatie Enkele van de professionals van de gemeente geven dan ook aan dat ze meer initiatief van Discriminatie.nl verwachten. Discriminatie.nl deelt niet zondermeer specifieke informatie over incidenten. Als de gemeente informatie opvraagt dat kunnen ze daar niet altijd concreet mee aan de slag bij de opvolging, geven geïnterviewden aan. De cijfers die professionals van de gemeente ontvangen hebben geen informatie over de locatie of inhoud

35

van de incidenten waardoor de professionals van de gemeente ook niet veel contact met het meldpunt zoeken. “Meldpunt is totaal anders georganiseerd, we kunnen niet vragen kan ik iemand spreken over de incidenten uit dit stadsdeel. We weten dat als het slachtoffer het wil, we gebruik kunnen maken van hun expertise.” – professional van de gemeente

5.4 Weinig contact met Slachtofferhulp naast het doorverwijzen De samenwerking tussen de verschillende partners met Slachtofferhulp bestaat voornamelijk uit het doorverwijzen van slachtoffers van lhbtiqa+ gerelateerde incidenten. De politie geeft aan dat ze in principe elk slachtoffer doorverwijzen naar Slachtofferhulp. Ze geven aan dat het een belangrijke partij is die de slachtoffers goed kan ondersteunen. “Ook Slachtofferhulp vind ik echt voor wat heb je nodig, maar dat kan ook de hulp zijn voor bij de rechtszaak, civiele bijstand.” – politie Vanuit Slachtofferhulp wordt er geen terugkoppeling gegeven aan de politie over slachtoffers. Het delen informatie over het slachtoffer is ook niet toegestaan zonder toestemming van het slachtoffer. Vanuit de politie is er ook geen behoefte aan terugkoppeling. Ze hebben de informatie al gekregen vanuit het slachtoffer en het zou te veel werk zijn om van elke casus terugkoppeling te krijgen. “Daar horen we eigenlijk nooit een terugkoppeling van een slachtoffer. Ik heb daar ook geen direct behoefte aan.” – politie De professionals van de gemeente zijn tevreden over de samenwerking met Slachtofferhulp. Ze geven aan dat het een organisatie is met veel expertise en dat ze slachtoffers goed ondersteunen. Net als de politie krijgt de gemeente geen terugkoppeling over de slachtoffers van Slachtofferhulp. Hier is ook geen behoefte aan.

“Ik begin altijd mijn nazorg voordat Slachtofferhulp heeft gebeld. Hun gesprekken zijn echt een aanvulling op die van mij. Zij vullen precies dat vacuüm op dat volgt op de eerste gesprekken met mij. Ik ben best tevreden over die samenwerking.” – professional van de gemeente “Zijn altijd beschikbaar voor mentale ondersteuning en meekijken in het proces, kijken naar financiële vraagstukken, doorverwijzen naar andere partijen. Kijken wat ze kunnen betekenen. Slachtofferhulp is fijn, kun je altijd dingen navragen over de stand van zaken van een incident. Als externe partner hebben zij een fijne rol in een nazorggesprek met bewoners.” – professional van de gemeente Hoewel de geïnterviewde professional van Slachtofferhulp aangeeft weinig tot geen contact te hebben met andere organisaties, benoemt de geïnterviewde professional van Discriminatie.nl dat ze goed contact hebben met Slachtofferhulp. Dit gaat vooral om elkaars organisatie beter te leren kennen en te informeren wat ze doen. Het lijkt daardoor alsof het contact tussen Slachtofferhulp en Discriminatie.nl niet gaat over specifieke incidenten, maar meer over het leren kennen van de werkwijze van elke organisatie.

36

“Ja goed eigenlijk wel. De keren dat we contact hebben. We hebben ook elkaars organisaties voorlichting gegeven, van hee dit doen wij dit doen jullie. Bijvoorbeeld dat wij niet ook schadevergoeding kunnen regelen. Want wij zijn geen juristen.” – professional van de gemeente

37

Literatuurlijst

CBS. (2024a). Nederland telt 2,7 miljoen LHBTQIA personen. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/41/nederland-telt-2-7-miljoen-lhbtqiapersonen CBS. (2024b). 1 op 10 LHBTQIA personen slachtoffer van geweld. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/50/1-op-10lhbtqia-personen-slachtoffer-van-geweld Gemeente Amsterdam (2019). Nota regenboogbeleid 2019-2022. Geraadpleegd via https://openresearch.amsterdam/nl/page/48504/nota-regenboogbeleid-2019-2022 Gemeente Amsterdam (2023). Aanpak anti-lhbtiqa+ geweld. Geraadpleegd via https://openresearch.amsterdam/image/2023/5/23/aanpak_anti_lhbtiq_geweld.pdf Huijnk, W., Damen, R., & Van Kampen, L. (2022). LHBT-monitor 2022. Sociaal Cultureel Planbureau. Geraadpleegd via https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2022/07/05/lhbt-monitor-2022 Mdra.nl. Website. Geraadpleegd via: https://mdra.nl/organisatie/ O&S. (2018). Behoeften van lhbti slachtoffers na een ernstig delict. https://onderzoek.amsterdam.nl/publicatie/behoeften-lhbti-slachtoffers-na-ernstigdelict O&S. (2025a). Lhbtiqa+ personen in Amsterdam. O&S. (2025b). Aard en omvang van LHBTIQA+ incidenten in Amsterdam. Politie.nl. Website, Geraadpleegd via: https://www.politie.nl/informatie/roze-in-blauw-is-het-politienetwerk-voor-lhbtigemeenschap.html Rijksoverheid (2022).

Regenboogsteden krijgen tot en met 2026 jaarlijks 1,24 miljoen. Geraadpleegd via https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/10/15/regenboogsteden-krijgentot-en-met-2026-jaarlijks-124-miljoen Slachtofferhulp.nl. Website. Geraadpleegd via: https://www.slachtofferhulp.nl/over-ons/

38

Bijlage

39

Nuttige contacten: - Roze in Blauw: 088-1691234 - Landelijke discriminatie rechercheurs: via Expertise Centrum Aanpak Discriminatie – Politie (ECAD-P), gevestigd op het HB te Amsterdam; kunnen op basis van de 14daagse zaaksoverzichten gevraagd en ongevraagd advies geven en ondersteunen daar waar nodig - www.discriminatie.nl melding en registratie incident, ondersteuning vervolgstappen - www.slachtofferhulp.nl voor psychosociale, juridische en financiële ondersteuning - www.perspectiefherstelbemiddeling.nl voor slachtoffer-dadercontact - www.namensdefamilie.nl helpt bij gevolgen posten in media - www.coc.nl voor emancipatie, acceptatie en gelijke rechten alle Lhbti+ personen - https://regenbooghuisamsterdam.wordpress.com/ veilige ontmoetingsplek Lhbtiq+ - www.transhuis.nl veilige plek voor iedereen uit de trans gemeenschap - https://pic-amsterdam.com/nl/ prostitutie informatiecentrum

40

Onderzoek en Statistiek

Postbus 658 1000 AR Amsterdam onderzoek.amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16619549/1