20250625 WV conceptverslag.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting
WV
Raadscommissieverslag, 25 juni 2025
CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Woensdag 25 juni 2025 van 09.00 tot 13.00 uur Woensdag 3 september2025
Voorzitter: Lid Kabamba Commissiegriffier: P. van Loon Verslaglegging: R. Künne (Notuleerservice Nederland) Portefeuillehouders: F. Halsema (burgemeester), Z. Pels (wethouder), S. van Weyenberg (wethouder) Aanwezige commissieleden: L. Heinhuis (PvdA), A. Taj (GroenLinks), S. Aslami (D66), M. von Gerhardt (VVD), M. Emmerik (Partij voor de Dieren), N. Ahmadi (De Vonk), J. Broersen (Volt), R. Alberts (SP), C. Molema (JA21), E. Aboelkasem (DENK), R. Havelaar (CDA), L. Lochtenberg (CDA) Aanwezig overig: J. Blaauw (initiatiefnemer volksinitiatief), A. Daalder (directeur Rekenkamer), J. Caffé (projectleider Rekenkamer) Afwezige portefeuillehouder: wethouder Scholtes
1 ALGEMEEN DEEL a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER heet iedereen welkom. Aan de voorwaarde dat tenminste zeven fracties aanwezig moeten zijn, wordt voldaan en dus opent de voorzitter de vergadering. b. Mededelingen Wethouder SCHOLTES heeft zich voor de vergadering afgemeld. De voorzitter deelt mee dat de commissievergadering WV van 29 oktober 2025 in verband met de verkiezingen wordt verplaatst. Een nieuwe datum wordt op een later tijdstip bekendgemaakt. Wethouder PELS geeft een update over het kompasoverleg, het overleg met de commerciële verhuurders. Zij laat weten dat het verslag is gedeeld met de federaties voor de huurders van de commerciële sector. Daarnaast is aanpak van leegstaande woningen en antikraak alsmede de staat van de huurder en de aanpak van woonfraude besproken. Over deze laatste twee onderwerpen wordt met de verhuurders ambtelijk in gesprek gegaan. Wethouder VAN WEYENBERG refereert aan de raadscommissie van 16 april 2025 en informeert de commissie dat de gebiedsprofielen digitaal te raadplegen zijn. Deze profielen worden elke twee jaar geüpdatet. Het toevoegen aan investeringsnota’s vindt de wethouder geen toegevoegde waarde hebben. c.
Vaststellen agenda De commissieleden gaan akkoord met de eerder rondgestuurde tentatieve vergadervolgorde. Na de rondvraag zal het volksinitiatief als eerste besproken worden. Agendapunt 6 wordt naar de volgende vergadering doorgeschoven.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
WV
d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie WV d.d. 21 mei 2025 Er zijn geen wijzigingsverzoeken ontvangen. e. Actielijsten en langetermijnagenda’s, per portefeuille Over de termijnagenda en de bestuurlijke langetermijnagenda zijn geen vragen of opmerkingen. f.
TKN-lijst De VOORZITTER heeft verzoeken ontvangen om de punten TKN 1 (Lochtenberg, CDA) en TKN 4 (Broersen, Volt) in de volgende vergadering te bespreken. De motivatie is in de dagmail van 24 juni 2025 te lezen. De commissie gaat akkoord. g.
Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. 2 INHOUDELIJK DEEL
a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel van de commissievergadering. b. Inspreekmoment publiek De VOORZITTER deelt mee dat drie insprekers ZICH hebben gemeld en legt vervolgens de spelregels uit. Mirjam VAN ROOIJEN spreekt op persoonlijke titel in en vraagt aandacht voor een onterecht verleende omzettingsvergunning. Het gezin Van Rooijen woont al ruim 25 jaar in een dubbel woonhuis uit 1700. In 2023 is het pand gesplitst en een deel is verkocht. Voor de woning boven het gezin Van Rooijen is zonder overleg een omzettingsvergunning afgegeven; het is een studentenwoning geworden. Meerdere pogingen van het gezin Van Rooijen om bij Handhaving Wonen duidelijkheid te krijgen over de gang van zaken leverden weinig op. Uit via de ombudsman verkregen stukken bleek dat bij de oorspronkelijke aanvraag niet was voldaan aan de vereiste geluidsmeting. De gevolgen voor het gezin zijn geluidsoverlast, verlies van woongenot en gedeeltelijke arbeidsuitval. Het gezin Van Rooijen is erg gefrustreerd over de aanpak van de gemeente – de communicatie loopt alleen via mail, is traag en vaag. Inspreker vraagt zich af of zij naar de rechter moet stappen of dat er andere oplossingen zijn. Lid ALBERTS (SP) vraagt of bij de vergunningsaanvraag bezwaar is aangetekend. Inspreker zegt niet op de hoogte geweest te zijn, maar werd ineens met geluidsoverlast geconfronteerd.
Lid Alberts vraagt of de vergunningsaanvrager met inspreker contact heeft opgenomen. Inspreker zegt dat dit niet het geval is geweest. De VOORZITTER dankt de eerste inspreker voor haar bijdrage en kondigt de tweede inspreker aan. Lianne VERHAAR spreekt op persoonlijke titel in en vraagt aandacht voor de aantasting van beschermd stadsgezicht in Amsterdam-Noord door voorgenomen hoogbouw. Inspreker woont aan de Wingerdweg in de Gentiaanbuurt, die onlangs voor vele miljoenen in de oorspronkelijke staat is teruggebracht. Zij woont tussen diverse monumenten in beschermd stadsgezicht en mag dus niets aan haar woning veranderen. Inspreker deelt mee dat de gemeente voornemens is om aan een vastgoedontwikkelaar een vergunning te verlenen om de tegenoverliggende Telefooncentrale gedeeltelijk te slopen en hier, te midden van monumentale gebouwen, 16 meter hoogbouw voor terug te bouwen. Onderzoek door inspreker laat zien dat het voorliggende plan niet mag en in strijd is met het bestemmingsplan, de aanwijzing beschermd stadsgezicht en met het hoogbouwbeleid zoals in 2024 vastgesteld door de raad. Reactie van de wethouder op diverse brieven en mails bleef tot dusver uit. De participatie bleek een show en slechts een
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
WV
informatieavond over al vaststaande plannen. Inspreker verzoekt dit onderwerp op de agenda van de verantwoordelijke wethouders te laten zetten, voordat het te laat is. Lid EMMERIK (Partij voor de Dieren) zegt dat inspreker zich door de gemeente niet serieus genomen lijkt te voelen en vraagt inspreker hierover uit te wijden. Inspreker licht toe dat in de communicatie veelal werd geadviseerd te wachten op de participatie, die vervolgens slechts een planpresentatie betrof. Lid Alberts (SP) vraagt of de vergunning al is verleend. Inspreker zegt dat dit niet het geval is. Zij voegt toe dat dit onderwerp al jarenlang besproken wordt en er allerlei adviezen liggen op conceptaanvragen. Inspreker heeft begrepen dat de aanstaande vergunningsaanvraag zal worden beoordeeld op basis van de voorliggende adviezen op de conceptaanvragen. Lid Alberts vraagt of inspreker denkt dat het stadsdeel wel met de aanvrager, maar niet met de omwonenden meedenkt. Inspreker is daarvan overtuigd. Lid Molema (JA21) vraagt naar de communicatie over het participatietraject. Inspreker zegt dat de participatie alleen de informatieavond betrof. Lid Lochtenberg (CDA) vraagt of er een rechtszaak aangespannen gaat worden. Inspreker begrijpt niet waarom het überhaupt daartoe zou moeten komen.
Het huidige gemeentebeleid en het verlenen van een ontwikkelvergunning staan immers haaks op elkaar en zij hoopt op een andere oplossing dan de rechtsgang. De VOORZITTER dankt de tweede inspreker voor haar bijdrage en kondigt de derde inspreker aan. Sandra COUWENBERG spreekt in namens de bewonerscommissie De Savornin Lohmanstraat en vraagt aandacht voor het gebrek aan draagvlak en zeggenschap bij de sloopplannen aldaar. Op 14 maart 2025 is de peildatum vastgesteld, ondanks een eerder negatief advies van het stadsdeel en een nog altijd bestaande onduidelijkheid over het woonprogramma. Ook waren de bewoners niet betrokken bij de besluitvorming. Het vaststellen van de peildatum werd voorafgegaan door een participatietraject vol gebreken en cruciale informatie ontbrak. Inspraak van de bewoners is uiterst beperkt en recht op terugkeer lijkt een papieren belofte. Inspreker vraagt om een onafhankelijke beoordeling van hoe het traject is verlopen en roept op dat deze vorm van ‘participatie’, een proces waarbij bewoners alle stappen moeten doorlopen, maar de uitkomst al vaststaat, niet de nieuwe norm wordt. Lid ABOELKASEM (DENK) vraagt of Stadgenoot geprobeerd heeft het vertrouwen te herstellen. Ook vraagt zij naar hoe de bewoners tegenover de sloop en de afgegeven peildatum staan. Inspreker bevestigt dat het vertrouwen in Stadgenoot is beschadigd.
Een gesprek heeft onlangs plaatsgevonden, zes maanden na het initiële verzoek door inspreker daartoe. Daaropvolgend is een artikel op de website van Stadgenoot verschenen als charmeoffensief, maar dit artikel vertelt halve waarheden en onjuistheden. Lid Aboelkasem vraagt wat de uitkomst van het genoemde gesprek en waarom mevrouw Couwenberg nu toch inspreekt. Inspreker zegt in het gesprek haar zorgen namens de bewoners te hebben geuit, maar dat het gesprek niets heeft opgeleverd, aangezien alles al is beklonken. Lid HEINHUIS (PvdA) vraagt de inspreker haar wens om inspraak bij het sociaal plan toe te lichten alsmede het ontbreken van de terugkeergarantie. Inspreker bevestigt dat de bewoners niet betrokken zijn geweest bij het opstellen van het sociaal plan. Inbreng en adviezen zijn niet gebruikt. Een terugkeergarantie is er niet, aangezien er in het middenhuursegment wordt gebouwd en niet voor bestaande bewoners, die momenteel allen in sociale huurwoningen wonen. Lid Heinhuis vraagt hoe inspreker door Stadgenoot is geïnformeerd. Inspreker zegt dat Stadgenoot volledig aan de bewonerscommissie voorbij is gegaan en dat zij belangrijke informatie uit de media en uit nieuwsbrieven heeft moeten vernemen. Inspreker geeft vervolgens een aantal voorbeelden van toewijzingen in het kader van ‘passend wonen’ die niet in lijn zijn met de richtlijnen.
Lid AHMADI (De Vonk) vraagt hoe het onafhankelijke onderzoek er volgens de inspreker uit zou moeten zien. Inspreker zegt dat alle partijen erbij betrokken zouden moeten worden en dat er een gevoel moet zijn dat er geluisterd wordt.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
WV
De VOORZITTER dankt de laatste inspreker voor haar bijdrage. c.
Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten te melden.
d. Rondvraag Lid LOCHTENBERG (CDA) refereert aan een raadsinformatiebrief van medio juni met de mededeling dat de huisvestingsverordening van 1 juli 2025 voor de middenhuur wordt ingevoerd. Echter wordt deze brief pas later, in september 2025, besproken. Aan een cijfermatige onderbouwing bij middenhuur als voorafmeting, volgend uit een in 2020 aangenomen motie, is nog geen invulling gegeven. Bovendien heeft de CDA-fractie ideeën voor de wijze van uitvoering. Lid Lochtenberg vraagt de wethouder om reflectie op deze punten. Wethouder PELS antwoordt dat over het vergunningstelsel voor de middenhuur meermaals is gesproken, volgend waaruit een uitvoerdatum is gekozen. Zij zegt dat input van de raad altijd welkom is en dat evaluatie na verloop van tijd zal plaatsvinden. Lid ALBERTS (SP) vraagt hoe het staat met vergunningsverlening in en om Amsterdam. De participatie genoemd in de Omgevingswet is slechts een advies, waarmee de vergunningaanvrager niet per se iets hoeft te doen. Dit leidt ertoe dat het vaak misgaat en mensen in een juridisch traject geduwd worden. Lid Alberts vraagt hoe de wethouder het voor elkaar gaat krijgen, dat de vergunningverlener niet uitsluitend de aanvrager dient, maar vooral hoe omwonenden, de woonruimteverdeling en het aanzicht van de stad daarmee gediend worden.
Wethouder PELS zegt alleen over de vergunningsverlening in haar portefeuille te kunnen spreken. Zij merkt op dat het participatietraject best ingewikkeld is en dat procedures soms moeilijk te volgen zijn. De wethouder ziet verbeteringspotentieel. Zij stelt voor om de informatievoorziening binnen het traject te bekijken en het traject makkelijker te maken en hierbij te bekijken hoe mensen daarbij ondersteund kunnen worden. Lid ALBERTS (SP) wenst deze informatie ook te ontvangen. Verder vraagt zij of de vergunningverlener zich houdt aan de quota. Refererend aan de casus van de eerste inspreker zegt wethouder Pels dat de vergunning aan de quota voldoet, wat niets afdoet aan de door de inspreker ervaren overlast. De wethouder zegt toe nadere informatie schriftelijk te zullen delen. Lid AHMADI (De Vonk) brengt een eerdere casus in herinnering van een bewoonster waarbij rioolwater terugstroomde in haar sociale huurwoning. Dit lijkt in sociale huurwoningen vaker voor te komen, aldus lid Ahmadi en corporaties handelen niet altijd adequaat. Zij vraagt de wethouder het proces te verduidelijken en of zij bereid is met corporaties in gesprek te gaan over de ernst van zo’n situatie. Wethouder PELS valt lid Ahmadi bij dat zo’n situatie heel ernstig is. De actuele stand van zaken in de onderhavige casus zal de wethouder navragen en met de raad delen.
Terugstromend rioolwater zouden corporaties altijd hoog moeten opnemen. Mocht dit niet zo zijn, dan zal de wethouder in het overleg zeker met sterke bewoordingen overbrengen wat de gemeente daarvan vindt. In geval van schade wordt normaliter schadevergoeding aangeboden en besproken in welke vorm. Lid AHMADI (De Vonk) komt terug op het verhaal van de derde inspreker en het participatietraject. In het verleden zijn er vaker insprekers geweest die negatieve ervaringen hieromtrent hadden. Lid Ahmadi vraagt of er een mogelijkheid bestaat hier alsnog kritisch naar te kijken en eventueel een onafhankelijke partij een oordeel te laten geven over wat er goed gaat, wat niet goed gaat en waar verbeterpunten liggen.
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
WV
Wethouder PELS antwoordt dat er onderhandelingen lopen over de kaderafspraken, waar de terugkeergarantie een onderdeel van uitmaakt. Er loopt een traject met de woningcorporaties om dit te verbeteren. Huurdersorganisaties zijn hierbij aangesloten. Wethouder Pels erkent dat het als een ongelijke machtspositie kan worden ervaren. Door de nieuwe kaderafspraken hoopt de wethouder op meer zekerheid voor de huurders en dat er ook een betere machtsbalans gevonden kan worden. BESPREEKPUNTEN 7 Toelaten van het inleidende verzoek voor agendering van een volksinitiatief getiteld Eerlijke kansen op sociale huurwoningen (VN2025-008562) [Behandeling tezamen met agendapunt 8.] De VOORZITTER leidt dit agendapunt als volgt in. Met het inleidende verzoek besluit de raad over het toelaten van het volksinitiatief. Voor de behandeling zijn de commissie AZ en de burgemeester uitgenodigd alsmede de initiatiefnemers van het volksinitiatief. De heer BLAAUW licht het volksinitiatief toe. Vijf Amsterdammers zijn het initiatief gestart vanuit de overtuiging dat de verdeling van sociale huurwoningen eerlijker kan en moet. Binnen een aantal dagen werden 1300 handtekeningen voor dit initiatief verzameld en het initiatief wordt overspoeld met steunbetuigingen. Voor tienduizenden Amsterdammers zonder urgentie of voorrang voelt de situatie uitzichtloos.
Zij kunnen wekelijks slechts op één van de vijf woningen die vrijkomen reageren en zien dan dat er tientallen regelingen zijn op basis waarvan mensen voorrang hebben en hen dus voorbijgaan. Het initiatief pleit ervoor minimaal 25 procent van de woningen te laten toedelen op basis van punten, waarbij voorrang en urgentie geen rol spelen. De initiatiefnemers denken dat hiermee weer adem komt op de woningmarkt in Amsterdam voor deze groep. De heer Blaauw roept op om het voorstel voor een eerlijker systeem te steunen of met de initiatiefnemers in gesprek te gaan op zoek naar een compromis. Lid BROERSEN (Volt) vraagt de spreker de genoemde 25 procent te verduidelijken. De heer Blaauw begint zijn antwoord met het uitspreken van dank voor de steun van een aantal ambtenaren tot dusver. De 25 procent gaat op het totaal aantal woningen, zo’n achtduizend per jaar. Daarbij wil hij niemand uitsluiten. Echter, hij voegt toe dat de toebedeling oorspronkelijk was bedoeld op basis van wachttijd en punten en in uitzonderlijke gevallen urgentie of voorrang. In de huidige situatie lijkt het juist een uitzondering te zijn als je geen urgentie of voorrang hebt. Lid ASLAMI (D66) vraagt de spreker naar het profiel van de mensen die hun steun aan het initiatief hebben betuigd.
De heer Blaauw geeft aan dat het gaat om verschillende soorten Amsterdammers uit alle hoeken van de stad, van verschillende leeftijden. Vervolgens deelt hij een aantal concrete voorbeelden. Lid MOLEMA (JA21) vraagt de spreker waarom hij de genoemde 25 procent een passend percentage vindt. Spreker antwoordt dat een alternatief was geweest, aanvullende regelingen te bedenken om mensen in de categorie urgentie of voorrang te laten vallen, maar dit zou het probleem alleen maar groter maken. 25 procent klinkt redelijk; daarmee gaat nog steeds drie kwart van de woningen naar voorrang en urgentie. Lid HEINHUIS (PvdA) vraagt of de initiatiefnemers inzicht hebben in wat het zou betekenen, als de genoemde 25 procent zou worden aangepast. De heer Blaauw zegt dat het eerlijk voelt als er een percentage woningen is waarop iedereen kan reageren. De initiatiefnemers hebben er bewust voor gekozen geen regelingen te schrappen. Spreker geeft aan dat continu nieuwe regelingen zijn ingevoerd zonder dat data dit onderbouwden, ondanks dat de gemeenteraad vastgesteld heeft geen nieuwe regelingen te willen. Hij pleit
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
WV
er derhalve voor met elkaar naar eer en geweten een keuze te maken. Lid Heinhuis vult aan dat er een evaluatie plaatsvindt, zodat data beschikbaar komen die vervolgstappen kunnen ondersteunen. Lid TAJ (GroenLinks) vraagt wat de spreker ervan vindt dat, als 25 procent van de woningen zonder label wordt aangeboden, iemand die langer ingeschreven staat altijd voorrang heeft ten opzichte van iemand die korter ingeschreven staat. Spreker antwoordt dat oudere inschrijvers niet per se voorrang hebben op jongere inschrijvers, aangezien ook het actief reageren meetelt. Daarnaast is er een speciale voorrang voor jongeren. Tussen 28 en 55 jaar heb je geen voorrang, tenzij je in een van de vele regelingen valt. Lid TAJ (GroenLinks) vraagt hoe het contact tussen de initiatiefnemers en Anne-Jo Visser, directeur-bestuurder van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties is verlopen. Spreker geeft er de voorkeur aan geen details te geven over wat er is gezegd, maar geeft aan dat contact prettig is verlopen. Lid VON GERHARDT (VVD) vraagt aan de spreker wat voor hem en zijn achterban een snel en goed compromis zou zijn. De heer Blaauw geeft er de voorkeur aan niet te vertellen wat er informeel is besproken, maar geeft aan dat er een gemene deler is en dat iedereen vindt dat het eerlijk moet en dat mensen zonder voorrang of urgentie eigenlijk bijna geen kans maken.
Graag zou hij verdere gesprekken aangaan, waarbij hij van mening is dat een en ander concreter moet zijn dan ‘we wachten de evaluatie af en kijken dan wel’. Lid Von Gerhardt vraagt hierop door hoe concreet het dan moet worden. De heer Blaauw geeft aan dat het een percentage zou kunnen zijn, maar ook uitgangspunten of een pilot. Lid AHMADI (De Vonk) onderstreept de noodzaak voor meer sociale huur. Zij brengt in dat er een wooncrisis is en dat de gemeente ook schrijnende keuzes moet maken. Zij vraagt de spreker hoe hij een eerlijke verdeling afzet tegen gevallen van hele hoge nood in een schaarse woningmarkt. De heer Blaauw erkent dat sommige mensen meer prioriteit hebben dan anderen. Daarom zeggen de initiatiefnemers ook niet dat er regelingen afgeschaft moeten worden. Spreker kijkt uit naar het gesprek om samen te bepalen wat eerlijk is. Hij voegt nog toe dat mensen zich machteloos voelen; mensen moeten reageren op een klein woningaanbod, maar zien op de website dat ze in geen van de vele voorrangsof urgentiecategorieën vallen. Lid AHMADI (De Vonk) vraagt wat de spreker ervan vindt om toch eerst de evaluatie af te wachten en daarna vervolgstappen te nemen. De heer Blaauw vindt het goed dat er een evaluatie plaatsvindt, maar ziet dit ook als uitstel.
Hem is niet duidelijk of de informatie die nodig is om afwegingen te kunnen maken, ook uit die evaluatie tevoorschijn komt en wanneer die informatie er dan is. Aangezien het probleem al jaren bestaat, voelt het oneerlijk als er nu nogmaals lang gewacht zou moeten worden. Lid TAJ (GroenLinks) zegt dat de verhalen van de heer Blaauw hem raken. Hij vraagt de spreker uit te wijden over het gevoel van oneerlijkheid dat leeft onder de achterban. Spreker antwoordt dat het zit in het feit dat mensen op basis van de vele regelingen geen kans maken als ze reageren. Er wordt slechts een zeer beperkt aantal woningen aangeboden waarop die regelingen niet eerst van toepassing zijn. Daarnaast zijn er schrijnende gevallen, die niet binnen de door de gemeente vastgestelde definitie van ‘schrijnend’ vallen. Dit is frustrerend en drijft mensen tot wanhoop. Lid HEINHUIS (PvdA) begrijpt dat de initiatiefnemers zich focussen op de groep die buiten de voorrangsregelingen vallen, maar er zijn ook andere groepen, zoals jongeren, die vaak lang moeten wachten. Hoe kijkt de spreker hiernaar, wil zij graag weten. De heer Blaauw zegt dat er alleen maar steunbetuigingen zijn, ook van mensen die wel een label hebben. Iedereen begrijpt dat er een woningtekort is, maar er moet wel een eerlijke kans zijn voor iedereen.
Lid Heinhuis vraagt tot slot of mensen die binnen een van de regelingen vallen, het gevoel herkennen dat het ook voor hen moeilijk is. Spreker laat hierop weten dat
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
WV
zij in ieder geval een gevoel van perspectief ervaren, wat bij de mensen die niet in een van de categorieën vallen niet het geval is. Afsluitend zegt de spreker dat hij hoopt het gesprek te kunnen aangaan op zoek naar een passende oplossing voor veel Amsterdammers. Aangezien de burgemeester de vergadering spoedig moet verlaten, geeft de voorzitter de commissieleden nu eerst de mogelijkheid procedurele vragen aan haar te stellen. Daarna kunnen inhoudelijke vragen aan de wethouder worden gesteld. Lid TAJ (GroenLinks) verzoekt de burgemeester het proces van het volksinitiatief toe te lichten en wat de concrete vervolgstappen zijn. Verder wil hij graag weten of in de raadsvergadering van september 2025 over dit volksinitiatief gestemd kan worden. Lid MOLEMA (JA21) vraagt naar het tijdspad van de regelgeving als het initiatief wordt overgenomen. Lid VON GERHARDT (VVD) zegt dat als de raad de evaluatie afwacht en op dit moment geen besluit neemt, de termijnen zijn verlopen. Hij wil graag weten of, als een later besluit van de raad niet naar tevredenheid is, het initiatief op dat moment opnieuw moet worden opgestart. Schorsing Burgemeester HALSEMA begint haar betoog met het complimenteren van de initiatiefnemers, zonder daarbij zich over de inhoud uit te spreken.
Zij laat de commissie weten dat de technische voorwaarden die gesteld zijn aan een volksinitiatief uitgeschreven en beschikbaar zijn. Vervolgens schetst zij de drie mogelijke scenario’s. Goedkeuring betekent dat het beleid als voorgesteld in het initiatief wordt overgenomen en de procedure rondom het referendum stopt. Niet-goedkeuring betekent dat de initiatiefnemers een definitief verzoek tot een referendum kunnen indienen. Zij hebben eerder aangegeven dit ook te willen doen. Als derde mogelijkheid kunnen raad en initiatiefnemers tot een compromis komen, dat concreet en duidelijk moet zijn. Als voor de raad van 9 juli 2025 beide partijen concreet zicht hebben op een compromis, dan kan de besluitvorming tot uiterlijk de raadsvergadering in september uitgesteld worden. Het compromis mag namelijk niet gebruikt worden om de besluitvorming te vertragen. Wordt er een compromis bereikt, dan eindigt de procedure. Als dat niet lukt, hebben de initiatiefnemers de kans een definitief verzoek in te dienen. De burgemeester geeft aan dat een eventueel referendum om organisatorische redenen en omwille van de zorgvuldigheid niet met de Tweede Kamerverkiezingen gecombineerd kan worden. Combinatie met de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart 2026 lijkt sportief vanwege de korte voorbereidingstijd, maar niet onmogelijk.
Op navraag van lid Von Gerhardt (VVD) zegt de burgemeester dat, als een compromis wordt gevonden, dit proces is afgerond. Mochten de initiatiefnemers dan alsnog een stap willen zetten, betekent dat een nieuwe start. Lid ASLAMI (D66) vraagt ter verduidelijking of het mogelijk is om de besluitvorming naar september te tillen op het moment dat raad en initiatiefnemers een compromis gevonden hebben. De burgemeester zegt dat als er op dit moment niet gestemd wordt, er wordt besloten om over te gaan tot het compromis. Of onderdeel van het compromis ook kan zijn dat er in september alsnog gestemd wordt, laat zij schriftelijk weten voor stemming in de raad. Lid VON GERHARDT (VVD) brengt in dat als er niet gestemd wordt, de route naar het vinden van een compromis wordt gestart. Als de gesprekken niet leiden tot een compromis, hebben de initiatiefnemers dan alsnog de mogelijkheid om een referendum aan te vragen? Burgemeester Halsema komt hier schriftelijk op terug.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
WV
8 Besluiten op het volksinitiatief getiteld Eerlijke kansen op sociale huurwoningen (VN2025-008859) De VOORZITTER leidt de inhoudelijke behandeling in. Lid BROERSEN (Volt) dankt de initiatiefnemers. Zij waarschuwt ervoor dat het gaat om een volksinitiatief en dat moet worden voorkomen dat de politiek met de initiatiefnemers in een politieke discussie belandt. Lid Broersen vindt het lastig dat de discussie gebaseerd lijkt te zijn op slechts één artikel met de kop ’22 woningen verhuurd aan mensen zonder voorrangsregeling’. Het gaat hierbij om 22 woningen die zijn aangeboden aan deze groep. In werkelijkheid zijn er meer woningen verhuurd. De situatie is ingewikkeld, omdat nog in juli over het initiatief gestemd moet worden, terwijl de evaluatie over de voorrangsregelingen pas tegen het eind van het jaar wordt verwacht. Idealiter zou de Volt-fractie de evaluatie af willen wachten, maar zij begrijpt ook dat de initiatiefnemers niet op de evaluatie willen wachten. Daarom geeft lid Broersen de voorkeur aan een compromis. Zij vraagt aan de wethouder of de evaluatie, gezien de urgentie van het debat, naar voren gehaald kan worden. Lid Broersen benadrukt dat het wrange aan de discussie is, dat het over de verdeling van schaarste gaat. Dat is altijd een onmogelijke, oneerlijk aanvoelende en zure taak. Voorrangsregelingen zijn echter met een reden ingevoerd.
Maar door de hoge woningnood, lijkt geen enkele groep te profiteren. Lid HEINHUIS (PvdA) heeft veel lof voor de initiatiefnemers. Zij begrijpt waar het initiatief vandaan komt; de woningcrisis is immers allang aan de gang. De volkshuisvesting, zo lid Heinhuis, is kapotgemaakt door slecht beleid. Lid HAVELAAR (CDA), per interruptie, vindt dat de PvdA-fractie er zo gemakkelijk vanaf komt. Het woningbouwplan uit het coalitieakkoord wordt immers ook al jaren niet gerealiseerd. Hiervoor mag niet alleen met de vinger naar het Rijk gewezen worden; lid Havelaar vindt dat de PvdA-fractie ook zelf verantwoordelijkheid moet nemen. Lid Heinhuis (PvdA) brengt vervolgens in dat de sociale huurcijfers wel degelijk gerealiseerd worden. Lid Von Gerhardt (VVD) zegt dat het neerkomt op drieduizend sociale huurwoningen per jaar en vraagt of dit aantal de afgelopen jaren is gerealiseerd. Lid Heinhuis (PvdA) antwoordt dat in de sociale huursector veel meer dan in alle andere sectoren wordt bijgebouwd. Lid Von Gerhardt (VVD) concludeert dat lid Heinhuis met minder dan jaarlijks drieduizend sociale huurwoningen genoegen neemt en daarmee afstand neemt van haar eigen coalitieakkoord. Lid Heinhuis (PvdA) doet dat niet. Zij zegt dat juist door de woningcorporaties gebouwd wordt.
Daarnaast vindt zij het verder vreemd dat de VVDfractie met de vinger naar de gemeente wijst, aangezien juist die fractie volgens haar heeft bijgedragen aan de afbreuk van de volkshuisvesting. Daarvan zijn nu dagelijks de gevolgen merkbaar. Lid Von Gerhardt (VVD) zegt alleen maar te kunnen concluderen dat lid Heinhuis tevreden is met minder dan drieduizend sociale huurwoningen per jaar. Lid Heinhuis (PvdA) is het hiermee niet eens. Terugkomend op de verschillende voorrangsregelingen en het volksinitiatief, vindt lid HEINHUIS (PvdA) het belangrijk dat de discussie gevoerd wordt op basis van actuele cijfers en kijkt uit naar een snel resultaat van de evaluatie. Uit de beantwoording van de technische vragen door de ambtenaren blijkt dat de groep waar het de initiatiefnemers om te doen is, mogelijk groter is dan wordt gedacht. Dit moet eerst scherp zijn. Lid Heinhuis wil graag weten wanneer de evaluatie te verwachten is. Lid VON GERHARDT (VVD) wil graag weten wat lid Heinhuis uit de cijfers van de evaluatie denkt te halen. Lid Heinhuis (PvdA) wil kunnen vaststellen in hoeverre dat wat het volksinitiatief vraagt, afligt van de realiteit. De evaluatie maakt het daarnaast mogelijk om de wirwar aan verschillende regelingen kritisch te bekijken. Lid Von Gerhardt (VVD) vraagt naar welke conclusie lid Heinhuis op basis van de cijfers te kunnen trekken.
Lid Heinhuis (PvdA) wil op de conclusie niet vooruitlopen, maar de cijfers eerst goed bestuderen, om daarna te kunnen bekijken waar extra inzet nodig is of waar regelingen versimpeld kunnen worden. Concreet vraagt lid Von Gerhardt (VVD) of, als een grote groep inderdaad geen
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
WV
voorrangsregeling heeft en geen kans maakt, lid Heinhuis bereid is ervoor te zorgen dat die groep meer kans op een sociale huurwoning maakt. Lid Heinhuis (PvdA) zegt te horen dat ook mensen met een voorrangsregeling lang op een woning moeten wachten. Zolang de woningcrisis niet opgelost is, is een ideale situatie niet realistisch. Lid Molema (JA21) hoort uit het betoog van lid Heinhuis een pleidooi om de evaluatie af te wachten. Zij merkt op dat het volksinitiatief gaat om de verdeelsleutel, niet om het veranderen van doelgroepen. Zij vraagt lid Heinhuis wat zij ervan zou vinden nu het volksinitiatief over te nemen en na de latere evaluatie politieke keuzes te maken. Lid Heinhuis (PvdA) wil graag eerst de cijfers scherp hebben. Lid Molema (JA21) merkt op dat de cijfers tot dusver duiden op een laag percentage. Lid Heinhuis (PvdA) zegt echter ook ergens 22 procent gezien te hebben. Lid Von Gerhardt (VVD) vindt dat lid Heinhuis verkeerde percentages noemt en rekent haar voor. Lid HEINHUIS (PvdA) vindt het belangrijk dat het geheel is te overzien. Verder benadrukt zij dat de voorrangsregelingen niet per definitie oneerlijk zijn, omdat deze juist bedoeld zijn om de schaarste op een eerlijke manier te verdelen. Binnen categorieën hebben de mensen allemaal een eerlijke kans.
Tot slot juicht lid Heinhuis het toe, dat de initiatiefnemers zelf voorstellen om naar een compromis te zoeken en zij hoopt van harte dat dit compromis gesloten kan worden. Lid HAVELAAR (CDA) zegt principieel tegen het volksinitiatief te zijn. In de afgelopen jaren is de definitie van wie kwetsbaar is namelijk meermaals aangepast. Doelstellingen werden niet gehaald, dus werd de definitie aangepast, aldus lid Havelaar. Mensen die eerder kwetsbaar gevonden werden, worden dat nu niet meer en dat is schrijnend. Dat er nu nauwelijks woningen labelvrij worden toegewezen, vindt lid Havelaar terecht. Door de hoge woningnood moet iedere woning nauwkeurig gematcht worden. Ondanks dat lid Havelaar tegen het volksinitiatief is, steunt hij de initiatiefnemers wel en hij vindt het een schande dat de woningcorporaties zich met oorverdovende stilte laten horen. Lid ASLAMI (D66) vraagt naar de relevantie van de opmerking over het aanpassen van kwetsbare groepen binnen de vastgestelde verdeelsleutel. Lid Havelaar (CDA) antwoordt dat het illustreert hoe schrijnend de situatie is en dat het dus goed is, dat zo weinig mogelijk woningen beleidsvrij worden toegewezen. Lid Aslami begrijpt niet welk politiek punt lid Havelaar hiermee wil maken. Lid Havelaar zegt hierop dat de woningnood groot is.
Hij vindt dat de raad zich niet mag verschuilen achter de evaluatie of het tekort aan data, maar een principieel signaal moet geven: Amsterdam geeft ook om mensen zonder label of categorie. Lid Havelaar vindt daarom dat het initiatief gesteund moet worden. Lid AHMADI (De Vonk) brengt in dat er in Amsterdam ontzettend veel kwetsbare mensen zijn en veel te weinig sociale huurwoningen. In de strijd om meer sociale huur vindt lid Ahmadi dat CDA en VVD niet op de voorgrond staan, terwijl hun pleidooi in deze vergadering is dat er voor de echte Amsterdammer moet worden opgekomen. Dit staat haaks op elkaar. Was er beter naar het CDA geluisterd, zo lid Havelaar (CDA), dan waren er meer woningen gebouwd en dus ook meer sociale huurwoningen. Lid Ahmadi vindt deze aanname niet in overeenstemming met de werkelijkheid. Lid Havelaar wil het volksinitiatief een richting geven en stelt voor als uitgangspunt te willen nemen dat ook de mensen zonder voorrangsregelingen een kans op een woning krijgen en daarbij met de nog te verkrijgen data een snelle wijziging van de huisvestingverordening te bewerkstellingen. Hij vraagt de wethouder hoe snel dit kan gebeuren. Ook vraagt hij of het college de mening van de corporaties deelt om nu niks te beslissen en de evaluatie af te wachten.
Zo ja, hoe beoordeelt het college de stellige opmerkingen van de corporaties dat de regels op de schop moeten? Wat vindt de wethouder van het feit dat de woningcorporaties niet aanwezig zijn, ondanks meervoudige uitdrukkelijke verzoeken van lid Havelaar om te komen. Is zij bereid de corporaties hierop aan te spreken? Lid BROERSEN (Volt) brengt in dat tijdens de technische sessie de woningcorporaties aanwezig waren om uitgebreid vragen te beantwoorden. Lid Havelaar (CDA) merkt op dat het politieke gesprek in openbaarheid met de bestuurders plaatsvindt en niet achter gesloten deuren met medewerkers in een technische sessie.
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
WV
Lid TAJ (GroenLinks) herhaalt de uitspraak van lid Havelaar dat hij principieel tegen het initiatief is, maar wel gaat voorstemmen. Hij vraagt of dit juist is. Lid Havelaar (CDA) bevestigt dit en zegt dat daarmee wordt laten zien dat de mensen gehoord worden als vervolgens ook de huisvestingsverordening zo snel mogelijk wordt aangepast. Lid Taj vraagt of voorstemmen betekent dat geen andere oplossingen meer mogelijk zijn na het verschijnen van de evaluatie. Lid TAJ (GroenLinks) heeft een punt van orde. Hij verwacht een antwoord op zijn vraag, ook al heeft lid Havelaar (CDA) nog nauwelijks spreektijd over. Lid HAVELAAR (CDA) heeft een punt van orde. Hij zegt dat als er fracties zich hebben afgemeld, het reglement van orde de ruimte biedt om de spreektijd van de afgemelde fracties over de andere aanwezige fracties te verdelen. De voorzitter raadpleegt het betreffende artikel 34, lid 4 in het reglement en brengt het voorstel in stemming, om te zien of er een meerderheid voor het herverdelen van de spreektijd is. Dit is het geval. In antwoord op de vraag van lid TAJ (GroenLinks) zegt lid Havelaar (CDA) dat hij ervan uitgaat dat er voor de raadsvergadering van juli 2025 een compromis wordt bereikt. Mocht dit niet zo zijn, zal lid Havelaar voorstemmen vanwege het principiële uitgangspunt dat zo’n grote groep zich nu niet gezien en gehoord voelt.
Lid Taj concludeert dat met deze uitspraak het CDA zich in het verleden ingezet heeft voor kwetsbare groepen, maar dat in de toekomst niet meer zal doen. Lid Havelaar geeft toe dat lid Taj daarmee goed de worsteling van het CDA schetst, maar hij vindt het draagvlak hier cruciaal. Lid ALBERTS (SP) ziet dat met het volksinitiatief het signaal wordt afgegeven, dat er een groot tekort aan sociale huurwoningen is. Over dit tekort moet een politieke discussie gevoerd worden, eerder dan dat er over de verdeling moet worden gesproken. Lid MOLEMA (JA21) is zeer verheugd over het volksinitiatief, dat een duidelijk en krachtig signaal afgeeft namens woningzoekenden zonder voorrang die al jaren worden vergeten en buitengesloten in het huidige systeem. Lid Molema zegt dat het hoog tijd is dat politieke knopen worden doorgehakt en dat het systeem eerlijker wordt ingericht. In de samenleving is een breed draagvlak voor een dergelijke verandering. De urgentie pleit voor snel ingrijpen. JA21 steunt het initiatief van harte. Eerder heeft JA21 al voorgesteld om statushouders uit het programma kwetsbare groepen te halen. Dit had er wellicht toe geleid dat het voorliggende volksinitiatief niet nodig was geweest. Lid TAJ (GroenLinks) herinnert lid Molema eraan dat het huisvesten van statushouders een wettelijk taakstelling is.
Hoe reflecteert zij daarop? Lid Molema (JA21) zegt vooral naar het draagvlak in de samenleving te kijken. De samenleving geeft aan dat zij voorrang door statushouders oneerlijk vindt ten opzichte van de groep die buiten de boot valt. Daaruit concludeert lid Taj dat JA21 beleid wil maken op basis van draagvlak in de samenleving en niet op basis van wetgeving en cijfers. Lid Molema deelt mee dat er een wetsvoorstel bij de Raad van State ligt. Lid Heinhuis (PvdA) vraagt hoe JA21 het draagvlak voor het huisvesten van statushouders in Amsterdam beoordeelt. Lid Molema geeft aan dat het draagvlak vooral ligt bij de mensen in Amsterdam die niet stemmen. Lid Heinhuis vraagt waar lid Molema deze claims op baseert. Lid Molema zegt dat ook bij de Tweede Kamerverkiezingen veel mensen uit Amsterdam op partijen als de PVV hebben gestemd, die voor het afschaffen van voorrang zijn. Lid Heinhuis vraag tot slot hoeveel zetels de PVV in de Amsterdamse gemeenteraad heeft. Lid Molema geeft toe dat dat er geen zijn, maar dat er wel veel Amsterdammers bij de Tweede Kamerverkiezingen op de partij hebben gestemd. Lid BROERSEN (Volt) vraagt of lid Molema het niet populistisch vindt, als zij zegt te willen stoppen, ondanks dat het een wettelijke taak betreft. Lid Molema (JA21) zegt hierop dat Amsterdam deze groep wel degelijk uit de kwetsbare groep kan halen.
Lid Broersen benadrukt dat het om een wettelijke taak gaat, zodat Amsterdam niet anders kan beslissen.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
WV
De VOORZITTER verzoekt om focus op het onderwerp en niet te ver uit te wijden. Lid MOLEMA (JA21) roept de overige partijen op het volksinitiatief te steunen en samen te zorgen voor een eerlijke en rechtvaardig woningbeleid voor alle Amsterdammers. Gesteld dat alle woningen voor statushouders worden toegekend aan mensen zonder label, dan nog wordt de 25 procent als genoemd in het volksinitiatief niet gehaald, aldus lid Aslami (D66). Hij vraagt waar JA21 de resterende woningen vandaan haalt. Lid Molema geeft een rekensom. Lid Aslami geeft aan dat de uitkomst ver onder de vraag van het volksinitiatief blijft en vraagt welke oplossing JA21 dan wel heeft. Lid Molema stelt voor het initiatief over te nemen en de evaluatie af te wachten om te bepalen welke doelgroepen wel of geen voorrang zouden moeten krijgen. Lid Ahmadi (De Vonk) brengt in dat het aannemen van het volksinitiatief betekent dat er nog meer gesneden moet worden voor al die andere groepen die niet statushouder zijn. Voor wie zou JA21 dan kiezen? Lid Molema geeft aan dat het gaat om een eerlijke verdeling en dat het volksinitiatief de groep die al tijden wordt genegeerd, nu ook een plek in het eerlijke systeem krijgen. Lid Ahmadi vindt dat door het te gooien over de boeg van de statushouders, lid Molema geen antwoord geeft op wat de consequenties zijn en voor wie.
Lid TAJ (GroenLinks) vraagt uit welke groepen JA21 de resterende 18 procent concreet vandaan gaat halen. Lid Molema (JA21) herhaalt dat zij de voorrang voor statushouders wil afschaffen en dat zij verder wil wachten op de evaluatie. Lid ABOELKASEM (DENK) dankt de indieners van het volksinitiatief, waar haar fractie nog even over na wil denken. Zij wil van de wethouder weten hoe deze kijkt naar het voorstel om een groter deel van de sociale huur anders te verdelen en welke gevolgen het initiatief zou hebben voor kwetsbare groepen. Lid TAJ (GroenLinks) dankt de indieners voor het op de agenda zetten van dit probleem. Er zijn in Amsterdam onvoldoende betaalbare woningen en de GroenLinksfractie maakt zich hierom ernstige zorgen. Lid Taj benadrukt het belang van labels in Amsterdam waardoor kwetsbare groepen voorrang kunnen krijgen op een woning. Natuurlijk zijn er ook reguliere woningzoekenden en GroenLinks wil voorkomen dat deze twee groepen tegenover elkaar gezet worden. Concrete cijfers over de verdeling zijn er nog niet. Het verkregen voorschot op de technische vraag van lid Taj is immers niet definitief. Daarom wil hij wachten op de evaluatie. Lid VON GERHARDT (VVD) vraagt of GroenLinks het met hem eens is dat bij verdeling van schaarste het altijd ten koste gaat van een groep. Lid Taj (GroenLinks) antwoordt hier bevestigend op.
Lid Von Gerhardt vraagt of GroenLinks erkent dat de reguliere groep nadeel ondervindt van alle regelingen als er nu geen keuze gemaakt wordt. Lid Taj antwoordt dat er geprobeerd moet worden om de taart groter te maken, waarna er grotere taartpunten onder de groepen kan worden verdeeld. Lid Von Gerhardt benadrukt dat de schaarste verdeeld moet worden en dat welke keuze ook gemaakt wordt, deze altijd ten koste van een groep gaat. Hij vraagt wat GroenLinks eerlijk vindt en waarom de fractie wil wachten op de evaluatie. Lid Taj wil besluiten nemen gebaseerd op feiten, niet op fictie. Hij voegt toe dat het geluid dat de initiatiefnemers laten horen, breed leeft in de stad. Hij vraagt de wethouder 1) wat de gevolgen zijn van de woonruimteverdeling als het initiatief wordt aangenomen; 2) of de evaluatie eerder kan; 3) hoe de gesprekken over dit onderwerp met de Amsterdamse woningcorporaties verlopen en 4) hoe ervoor gezorgd kan worden dat de geluiden vanuit de stad structureel de raad bereiken, zodat de Amsterdammers op dit cruciale onderwerp gehoord worden. Lid VON GERHARDT (VVD) wil van GroenLinks graag weten wat zij onder een eerlijke verdeling verstaat. Lid Taj (GroenLinks) antwoordt hierop dat eerlijk betekent dat alle groepen in de stad kunnen wonen. Lid Von Gerhardt noemt deze uitspraak een utopie.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
WV
Hij verduidelijkt zijn vraag: wat is een eerlijke verdeling binnen de bestaande schaarste. Lid Taj zegt dat alle groepen vertegenwoordigd moeten zijn in de woonruimteverdeling. Lid VON GERHARDT (VVD) dankt de initiatiefnemers voor het mooie volksinitiatief, dat laat zien dat Amsterdam de laatste jaren is doorgeslagen met alle voorrangs- en urgentieregelingen. De VVD steunt het initiatief van harte en zal voorstemmen. Lid Heinhuis (PvdA) vraagt wat lid Gerhardt bedoelt met ‘doorgeslagen’. Als toelichting hierop antwoordt lid Von Gerhardt dat er de afgelopen jaren nog slechts een twintigtal woningen zonder label wordt aangeboden. Lid Heinhuis vraagt waar alle overige woningen naartoe gaan. Lid Von Gerhardt noemt verschillende regelingen en hun percentage woningen. Lid Heinhuis ziet dat de gemene deler van deze categorieën is, dat het allemaal woningzoekende Amsterdammers betreft. Lid Taj (GroenLinks) vraagt wat de VVD een eerlijke verdeling vindt. Lid Von Gerhardt antwoordt dat iedereen kans moet kunnen maken op een woning. Hij stelt voor om 25 procent van de woningen op basis van punten te verdelen, waarbij iedereen kan reageren. Vervolgens 30 procent naar kwetsbare groepen, 15 procent naar stadsvernieuwing, 5 procent naar vrije ruimte en de resterende 25 procent naar voorrangsregelingen.
Lid HEINHUIS (PvdA) vraagt of de VVD het belangrijk vindt dat de woningen passen bij de woningvraag die mensen hebben. Lid Von Gerhardt (VVD) vindt dit een goed idee. Lid Heinhuis zegt dat het lotingsvoorstel van de VVD kan leiden tot het verkrijgen van een niet-passende woning. Lid Von Gerhardt verduidelijkt dat 25 procent van de woningen verhuurd kan worden zonder voorrangsregelingen. Hij vertrouwt de woningcorporaties dat zij daar vervolgens op een goede manier mee omgaan. Lid Von Gerhardt benadrukt dat er geen evaluatie nodig is om politieke keuzes te maken. Hij wil geen spelletjes met de initiatiefnemer spelen door nog langer te wachten. Lid Heinhuis vindt dat lid Von Gerhardt een verkeerde voorstelling van zaken geeft. Het huidige systeem is gemaakt om de juiste woningen aan de juiste mensen toe te wijzen. Lid TAJ (GroenLinks) vraagt lid Von Gerhardt zijn voorstel van een eerlijke verdeling nogmaals uit te leggen. Lid Von Gerhardt (VVD) zegt dat 25 procent van de woningen zonder label op WoningNet aangeboden zou moeten worden, waarbij de corporaties kunnen bepalen welke woningen dat betreft, zodat iedereen een kans kan maken. Lid Taj vraagt of de verdeling op basis van loting of op basis van inschrijfduur gebeurt. Lid Von Gerhardt benoemt dat de inschrijfduur jaren geleden al is afgeschaft en dat er tegenwoordig met een puntensystem wordt gewerkt.
Dit systeem zou, aldus lid Von Gerhardt, voor de 25 procent moeten worden ingezet. De VOORZITTER verduidelijkt dat de inschrijfduur niet is afgeschaft, maar dat deze in punten wordt omgezet. Lid ASLAMI (D66) vindt het voorstel van de VVD goed te begrijpen. Hij stelt vast dat dit voorstel er echter toe leidt, dat de schaarste voor alle groepen toeneemt. Als het aan de VVD ligt, worden er immers minder sociale huurwoningen gebouwd. Lid Aslami vraagt of zijn aanname juist is. Als het aan de VVD ligt, zo lid Von Gerhardt (VVD), worden er meer woningen gebouwd, maar met een lager percentage sociale huur, waarmee de facto evenveel sociaal gebouwd wordt als met de huidige regels. Lid Aslami herinnert lid Von Gerhardt aan zijn eerdere pleidooi voor de bouw van heel veel vrijesectorwoningen, waardoor volgens lid Aslami de schaarste van sociale huurwoningen alleen maar toeneemt. Lid Von Gerhardt herhaalt dat hij meer wil bouwen, maar met een lager percentage sociale huur, wat leidt tot een hoger aantal sociale huurwoningen. Lid Aslami vindt deze stelling van de VVD onlogisch en onnavolgbaar met het oog op de realiteit. Lid TAJ (GroenLinks) vraagt hoe lid Von Gerhardt het oplossen van de schaarste door meer te bouwen rijmt met het feit dat nieuwbouwwoningen er pas over tien jaar staan. Lid Von Gerhardt (VVD) zegt dat het totaal aantal sociale huurwoningen gelijk blijft.
Lid Taj concludeert dat de schaarste in de breedte toeneemt als het voorstel wordt gevolgd. Hij
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
WV
vraagt lid Von Gerhardt wat de Amsterdammer op korte termijn aan het voorstel heeft. Lid Von Gerhardt zegt dat hij het niet zogezegd heeft. Lid ASLAMI (D66) spreekt een woord van dank aan de initiatiefnemers uit. Zijn fractie vindt dat iedere Amsterdammer een kans moet maken op een sociale huurwoning, ook als er geen urgentie of voorrang van toepassing is. Het voorstel van het volksinitiatief om een kwart van de sociale huurwoningen ter beschikking te stellen aan mensen zonder label, begrijpt lid Aslami goed. Deze groep, vaak 28- tot 55-jarigen zonder kinderen, lijkt structureel in de knel te komen. Het sentiment komt met de werkelijkheid echter niet overeen. Lid Aslami vraagt de wethouder hoe de communicatie van cijfers over vrijgekomen en verhuurde woningen naar de buitenwereld duidelijker gemaakt kan worden. Lid Aslami brengt vervolgens WoningNet ter sprake, waarop de communicatie over beschikbare woningen beter moet. Lid LOCHTENBERG (CDA) vraagt of het genoemde sentiment niet gewoon de feiten betreft. Lid Aslami (D66) geeft toe dat de wachtlijsten de feiten betreffen en dat het sentiment het gevoel is, dat men er niet tussen komt. Lid ASLAMI (D66) vindt dat de evaluatie te lang duurt en vraagt de wethouder hoe een en ander kan worden versneld, zodat op basis van cijfers en feiten kan worden besloten.
Ook wil hij graag weten hoe de wethouder aankijkt tegen een eventuele pilot. Tot slot vindt lid Aslami het belangrijk dat er meer gebouwd gaat worden voor minder schaarste en hij gaat graag het gesprek met de volksinitiatiefnemers aan om tot een evenwichtiger toewijzingssysteem te komen. Lid AHMADI (De Vonk) vindt dat de ongelijke verdeling inherent is aan de schaarste. Zij mist vooralsnog een antwoord op de vraag wie er voor de 25 procent moet wijken. Zij wil de evaluatie afwachten. Het besluit over dit volksinitiatief heeft een grote impact op de inwoners van Amsterdam. Zomaar besluiten en later kijken hoe het uitpakt, kan daarom niet. Zij stelt voor de partijen die niet voor meer sociale huur zijn te laten aangeven, welke groepen er geen recht hebben om snel een veilige plek te krijgen. Schorsing na de eerste termijn van de commissie Wethouder PELS vindt het goed dat het thema geagendeerd is en het gesprek in de commissie gevoerd wordt. Zij vindt het pijnlijk dat er keuzes gemaakt moeten worden tussen mensen die allemaal in heel kwetsbare posities zitten. Daarom zijn er extra regels toegevoegd, zoals bijvoorbeeld de binding met Amsterdam, omdat anders te veel mensen gehuisvest moeten worden.
Het is tevens pijnlijk te weten dat het Rijk oplossingen kan bieden, maar dat Amsterdam ondertussen haar best moet doen om de extreme schaarste zo goed mogelijk te verdelen, rekening houdend met de kwetsbare positie waar veel Amsterdammers in zitten, soms mede veroorzaakt door de wooncrisis. De wethouder is het met de initiatiefnemers eens dat het aan de raad is om te bepalen welke groepen minder in aanmerking zouden moeten komen. De wethouder constateert verschil in mening bij de raadsleden, maar vindt het belangrijk dat de feiten op orde zijn. Een evaluatie is dus eerst nodig om te weten of een label het gewenste effect heeft en hoe de verdeling er precies uitziet. De wethouder begrijpt dat zonder deze informatie het moeilijk is om het initiatief te omarmen. De wethouder zegt afhankelijk te zijn van de AFWC voor de cijfers, maar is bereid de AFWC hierin hulp te bieden om het proces te versnellen. September lijkt echter niet haalbaar. Lid TAJ (GroenLinks) vraagt de wethouder om de AFWC te verzoeken de evaluatie in oktober beschikbaar te hebben. De wethouder zegt toe om de raadsbrede wens om te versnellen aan de AFWC over te brengen. Lid Lochtenberg (CDA) vraagt of de evaluatie ook de wachttijd per groep kan laten zien. De wethouder laat weten dat de evaluatie in kaart brengt wat de kansen zijn per groep om een woning te verkrijgen.
Eventuele aanvullende eisen met betrekking tot de evaluatie moeten op zeer korte termijn kenbaar gemaakt worden.
13
WV
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
Lid ASLAMI (D66) vraagt de wethouder hoe de onjuiste communicatie van de AFWC in de toekomst beter gestuurd kan worden. Wethouder Pels zal de federatie verzoeken zaken in het vervolg vooraf met de gemeente te bespreken, zodat eventuele vragen gesteld kunnen worden en de gemeente niet voor verrassingen komt te staan. Met betrekking tot de AFWC zegt wethouder PELS dat het inderdaad spijtig is dat de federatie niet in de commissievergadering aanwezig is. Daarover zal zij nog telefonisch contact hebben met de federatie. Daarnaast zal zij de AFWC uitnodigen om te reflecteren op het eigen essay over voorrangsregelingen, die over twee jaar geëvalueerd gaan worden. Bovendien vindt de wethouder het belangrijk dat eerst de feiten boven tafel zijn, alvorens na te denken over het toevoegen van een urgentiecategorie, zoals de AFWC onlangs heeft aangekondigd. Wethouder Pels gaat hierover met de federatie in overleg. Lid TAJ (GroenLinks) is verbaasd over de gang van zaken en vraagt de wethouder om een update na afloop van het gesprek. Wethouder Pels zegt dit toe. Wethouder PELS benoemt vervolgens dat, om inwoners meer bij dit gevoelige onderwerp te betrekken, er verschillende democratische middelen kunnen worden ingezet. Betreffende de HVV zegt wethouder Pels dat tussentijdse wijzigingen mogelijk zijn.
Aan de actuele HVV kunnen geen zaken meer toegevoegd worden, aangezien deze al ter inspraak ligt. Wethouder PELS laat weten dat een pilot in een buurt of stadsdeel technisch waarschijnlijk mogelijk is, maar de gemeente is daarbij volledig afhankelijk van de AFWC en WoningNet. Lid ASLAMI (D66) vindt dat WoningNet een systeem is dat frustrerend werkt en hij vraagt de wethouder of dit onderdeel van de evaluatie uitmaakt. Wethouder Pels antwoordt dat WoningNet inderdaad wordt geëvalueerd, maar dat dit bij de regionale samenwerking met betrekking tot het puntensysteem wordt gedaan. De wethouder kan deze evaluatie delen. Lid TAJ (GroenLinks) concludeert dat de pilot technisch mogelijk zou moeten zijn, maar de uitvoering waarschijnlijk strandt gezien de struggles met WoningNet en de AFWC. Wethouder Pels ziet dat ook zo. Tot slot brengt wethouder PELS in dat heel veel zaken, ook van buitenaf, effect hebben op de woningmarkt. Zij komt te spreken over de woonruimteverdeling in de regio. Amsterdam vangt bijvoorbeeld op grote schaal kwetsbare groepen op uit andere gemeenten die hun verantwoordelijkheid niet dragen. Dat is spijtig. Dit zou binnenkort opgelost kunnen worden als de Wet regie volkshuisvesting in de Tweede Kamer wordt besproken. Een amendement is nodig dat zegt dat in elke gemeente – niet regio, zoals nu door de minister voorgesteld – 30 procent sociale huur wordt gebouwd.
De wethouder roept alle partijen op hun partijen in de Tweede Kamer voor zo’n amendement te laten stemmen. Dan wordt het namelijk eerlijker voor iedereen. De VOORZITTER stelt vast dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en als bespreekstuk zal worden doorgeleid naar de eerstvolgende raadsvergadering. Overnemen van de aanbevelingen Klimaatbestendig bouwen (VN2025-008205)
uit
het
rekenkamerrapport
De VOORZITTER leidt dit agendapunt in en deelt mee dat de Rekenkamer is uitgenodigd om een toelichting te geven, waarna de commissie verduidelijkende vragen kan stellen.
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
WV
Mevrouw DAALDER (Rekenkamer) benoemt de hoofdboodschap over het rekenkamerrapport. Het college wil dat Amsterdam in 2050 zoveel mogelijk bestand is tegen het veranderende klimaat. Dat moet onder andere bereikt worden via klimaatbestendige nieuwbouw. Concreet beleid om dit te bereiken ontbreekt echter. Om klimaatbestendige bouw te realiseren zijn aanvullende acties nodig. De gemeente moet de ambitie duidelijker uitdragen en uitwerken in concrete maatregelen en middelen en kan daarvoor de lessen uit de huidige praktijk benutten. Op basis van het onderzoek doet de Rekenkamer acht aanbevelingen, die te lezen zijn in het bestuurlijk rapport. Mevrouw Daalder zegt dat het college heeft aangegeven, dat het de conclusies van het rapport onderschrijft en het grootste deel van de aanbevelingen wil overnemen. Tegelijkertijd wijst het college op de vele stappen die al zijn gezet. De Rekenkamer pleit echter voor vervolgstappen en aanvullende acties, anders zal het college zijn eigen doelstelling niet halen. Het college heeft aangegeven geen apart plan van aanpak te maken voor de aanbevelingen uit dit onderzoek, maar deze mee te nemen in het plan van aanpak dat wordt opgesteld naar aanleiding van het rekenkameronderzoek ‘Bouwen aan de complete stad’. Vanwege de raakvlakken en het domeinoverstijgende karakter van beide onderzoeken, kan de Rekenkamer zich hierin vinden.
Mevrouw Daalder adviseert de raad op te letten of klimaatbestendig bouwen in dat plan niet ondergesneeuwd raakt en kritisch te kijken naar concrete acties die worden voorgesteld en naar de planning van de opvolging van de aanbevelingen. Lid LOCHTENBERG (CDA) vraagt hoe de ambtenaren de afweging voor klimaatbestendig bouwen moeten maken. Mevrouw Daalder (Rekenkamer) verduidelijkt dat de wettelijke taak van de Rekenkamer is de ambities van het college te beoordelen en te bekijken welke beloftes gedaan worden en of de doelstelling wordt bereikt. Zij zegt dat de Rekenkamer vindt dat extra acties nodig zijn om de doelstelling te behalen. Lid ASLAMI (D66) dankt voor het heldere rapport. Hij benoemt dat de gemeente verschillende ambities met betrekking tot woningbouw heeft. Lid Aslami vraagt mevrouw Daalder uit te wijden over het geheel van deze verschillende ambities en de verschillende rapporten. Mevrouw Daalder benadrukt dat als de gemeente nu geen aandacht besteedt aan klimaatbestendig bouwen, dit straks enorme gevolgen zal hebben met het oog op wateroverlast en hittestress. Daarnaast zegt zij dat een aantal van de aanbevelingen geen geld hoeven te kosten, zodat met externen samen naar creatieve oplossingen kan worden gezocht.
Lid Aslami merkt op dat het college vindt dat ‘gewoon goed’ niet per se betekent dat er niet gekeken wordt naar klimaatbestendig bouwen en hij vraagt mevrouw Daalder daarop te reflecteren. Mevrouw Daalder antwoordt dat het college klimaatbestendig bouwen als ambitie heeft geformuleerd, maar dat het noodzakelijk is om klimaatbestendig bouwen als randvoorwaarde te formuleren, om doelen te behalen. Lid EMMERIK (Partij voor de Dieren) vraagt de Rekenkamer de nog niet bestaande normen voor hitte en droogte toe te lichten. Mevrouw Caffé zegt dat de gemeentelijke regels vooral normen bevatten rondom regenbestendigheid. Hittebestendigheid is een tamelijk nieuw thema. Het tegengaan van hittestress is in het gemeentelijk beleid nog niet geconcretiseerd en de Rekenkamer roept op daar meer aandacht aan te besteden. De VOORZITTER dankt de vertegenwoordigers van de Rekenkamer voor hun bijdrage en opent vervolgens de eerste termijn voor de commissiebehandeling. Lid BROERSEN (Volt) dankt de Rekenkamer voor het rapport en de heldere technische sessie. De aanbevelingen spreken voor zich en dienen te worden meegenomen in een plan van aanpak voor de gehele stad. Lid Broersen verzoekt de wethouder om binnen dat plan van aanpak onderscheid te maken tussen twee dingen.
Ten eerste de aanbevelingen die gaan over de verdelingskeuzes en ten tweede de aanbevelingen waar de gemeente nu al mee aan de slag kan, waaronder een betere afstemming met partners rondom klimaatadaptatie.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
WV
Lid LOCHTENBERG (CDA) vraagt de wethouder hoe deze ‘gewoon goed’ ziet ten opzichte van de ambities. Lid TAJ (GroenLinks) dankt voor de zeer verhelderende technische sessie. Hij pleit ervoor dat er meer op klimaatbestendig bouwen wordt ingezet ten gunste van het klimaat, de woningkwaliteit en de gezondheid. Hij vraagt hoe de wethouder de ambities van klimaatbestendig bouwen verbindt met het realiseren van een complete stad. Hoe gaat de wethouder klimaatbestendig bouwen opnemen in de ‘gewoon goed’-aanpak en hoe kijkt de wethouder naar de scheiding tussen kavels en de openbare ruimte. Lid EMMERIK (Partij voor de Dieren) dankt de Rekenkamer. De kern van het probleem, aldus lid Emmerik, wordt zichtbaar in aanbeveling 1: stel duidelijke normen vast voor hitte, droogte en overstromingen bij gebiedstransformaties. Hij vraagt de wethouder waarom Amsterdam geen eigen minimumnormen hanteert voor hitte en droogte. Wacht Amsterdam op landelijke normering of is de stad bereid voorop te lopen? Verder wil lid Emmerik graag weten hoe geborgd kan worden dat klimaatadaptatie niet langer een vrijblijvende inspanning is, maar een vast onderdeel wordt van elke gebiedsontwikkeling. Wethouder VAN WEYENBERG dankt de Rekenkamer voor het rapport, dat onder andere laat zien dat het moeilijk is een balans te vinden met andere opgaven. Een bestuurlijke reactie op het rapport heeft al plaatsgevonden.